CConstaterende datSchagen
Koppel je AI →
Document · PDF

094c bijlage Startversie en analyse document PPLG

Oordeelsvormende vergadering 28 november 2023, gemeente SchagenBij agendapunt: Geagendeerd op verzoek van de PvdA: Raadsinformatiememo 094 Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PvdA is benieuwd hoe alle sectoren worden betrokken, behalve landbouw ook industrie en gebouwde omgeving om tot lagere stikstof uitstoot te komen)45.242 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Buitengewoon Noord-Holland! Startversie Provinciaal Programma Landelijk Gebied

BUITENG

Buitengewoon Noord-Holland!

Buitengewoon Noord-Holland! Startversie Provinciaal Programma Landelijk Gebied

2

Provincie Noord-Holland

3

Buitengewoon Noord-Holland!

Provincie Noord-Holland

WE HEBBEN EEN KLUS TE KLAREN!

1

We zijn trots op ons landelijk gebied

We zijn trots op Noord-Holland, met zijn grote diversiteit aan natuur- en cultuurland­

3

Samen kunnen we het oplossen In het verleden hebben we – met de kennis van toen – ingespeeld op kansen en

schappen: veenweiden, open polders, bossen,

bedreigingen. Dat kunnen we opnieuw. Maar: als

heidevelden, duinen, kwelders, de Waddenzee en

we blijven doen wat we altijd deden, krijgen we

het IJsselmeer. Deze landschappen kennen een

wat we altijd kregen. De opgave in het landelijk

voortdurende dynamiek. Een aantal ervan is

gebied vraagt om een transitie. Dat betekent dat

bovendien van interna­tionale allure: we koesteren

we, met behoud van het goede, een nieuwe, deels

negentien Europees beschermde natuurgebieden.

nog onbekende toekomst tegemoet treden. Daar

De Wad­denzee, droog­makerij de Beemster en de

hebben we geen blauwdruk voor, dus dat zal

Hollandse Waterlinies hebben de status van

gepaard gaan met onzekerheid, emoties, vallen en

werelderfgoed. Bovendien weerspiegelen onze

opstaan. Gelukkig is het ook inspirerend om

landschappen de diversiteit van de landbouw:

samen te werken aan een gezonder, schoner en

melkveehouderij in de veenweiden, bloembollen in

vitaler landelijk gebied. Samen kunnen we het

de binnenduinrand en alle denkbare akker- en

oplossen: inventieve agrarische ondernemers,

tuinbouwgewassen in onze polders. In deze

betrokken dorpsbewoners, bevlogen

prachtige provincie vinden mensen hun thuis,

natuurbeschermers, slimme wetenschappers,

leven en werken ze en brengen ze hun vrije tijd

deskundige ambtenaren en daadkrachtige

door. Het is dan ook vanzelfspre­kend dat Noord-

bestuurders. Bekende én nieuwe partners:

Hollanders, maatschappelijke organisaties,

iedereen is welkom en iedereen is nodig.

bedrijven en de overheid zich inzet­ten om de

4

schoonheid en vitaliteit van ons lande­lijk gebied te beschermen en te vergroten.

2

 e richting is duidelijk, de route D kiezen we zelf Soms zullen lastige keuzes onvermijdelijk

Het landelijk gebied is niet in balans

zijn. Dan maken we die ook. Dat past bij onze rol

De ongemakkelijke boodschap is dat ons

als overheid. De richting is duidelijk. Discussies

landelijk gebied niet in balans is. Op veel

over verre tijdshorizonnen leiden af van het feit

plaatsen zijn de natuur-, bodem- en waterkwaliteit

dat we aan de slag moeten. De route kiezen we

in slechte staat. Onze duinen vergrassen door de

zelf. Keuzes bereiden we samen voor. We zorgen

neerslag van te veel stikstof. Door ontwatering

voor een balans tussen alle opgaven:

oxideren de veenbodems, waarbij veel

biodiversiteit, water en bodem, klimaat, land- en

broeikasgassen vrijkomen. Bovendien leidt dit tot

tuinbouw, landschap, erfgoed en recreatie. We

bodemdaling, terwijl de zeespiegel door

combineren die zoveel mogelijk, want de ruimte is

klimaatverandering stijgt – een riskante

schaars. Zo wordt het resultaat méér dan de som

combinatie in de delta die Nederland is. De

der delen en méér dan een ‘vinkje halen’. Het

beschikbaarheid en de kwaliteit van zoet water

wordt een toekomstbestendig resultaat, zowel

staan onder druk, wat problemen kan geven voor

voor het landelijk gebied zelf als voor de mensen

drinkwaterwinning, natuur en landbouw. Dit

die er wonen, hun boterham verdienen en hun

vraagt om ingrijpende aanpas­singen in zowel het

vrije tijd doorbrengen.

huidige landbouwsysteem,

5

als in onze industrie, wegverkeer, onze natuur­ gebieden en steden en dorpen. Het moet anders en niet alles kan overal. Klimaatbe­stendigheid, de

Aan de slag! We beginnen niet bij nul. We hebben een lange en rijke traditie van samenwerken in

draagkracht van het water- en bodemsysteem,

het landelijk gebied. Water­schappen hielden onze

biodiversiteit en de sociaalecono­mische vitaliteit

provincie droog, agrarische ondernemers pro­

van het landelijk gebied moeten centraal komen

duceerden voedsel, de natuurbescherming heeft

te staan.

zijn wieg in Noord-Holland staan.

Buitengewoon Noord-Holland!

4

Provincie Noord-Holland

Nu doen we er een flinke schep bovenop. In tientallen

hebben: elkaar. We delen onze betrokken­heid bij ons

Noord-Hollandse gebieden zijn we al aan de slag. We

landelijk gebied. Samen klaren we deze klus. Niet

hebben goede instrumenten nodig, voldoende geld,

tegenover, maar met elkaar. Zodat we ook in de toekomst

kennis en menskracht. Maar wat we vooral nodig

trots op ons landelijk gebied kunnen blijven.

Texel

Buitengewoon Noord-Holland!

5

Provincie Noord-Holland

SAMENVATTING HET PROCES Dit is de startversie van het Provinciaal Program­

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

Tevens wordt in deze periode de sociaaleconomische

ma Landelijk Gebied (PPLG), vastgesteld door

impactanalyse uitgevoerd. Al deze trajecten

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland op 27 juni

passeren in deze startversie de revue. Als er zich

2023. Het PPLG is de Noord-Hollandse invulling

op landelijk niveau relevante beleidsontwikke­

van het ‘gebiedsplan’ zoals bedoeld in artikel

lingen voordoen, bijvoorbeeld ten aanzien van het

1.12fa van de Wet natuurbescherming. Het PPLG

perspectief van de landbouw, verwerken we die

wordt het samenhangende beleidskader voor het

uiteraard ook.

landelijk gebied van Noord-Holland. Het bevat een uitwerking van de nationale opgaven voor biodi­

Naar verwachting op 28 november 2023 zetten we

ver­siteit en stikstof, water en bodem, klimaat en

een volgende stap in de besluitvorming. Dan

het perspectief voor de landbouw. Deze opgaven

stellen Gedeputeerde Staten het ontwerp-PPLG

staan in het Nationaal Programma Landelijk

vast. Naast alle informele participatie hebben

Gebied (NPLG) en vloeien voort uit Europese of

belanghebbenden dan ook een formele gelegen­

mondiale verplichtingen. In aanvulling hierop

heid om hun zienswijze naar voren te brengen.

bevat het PPLG een uitwerking van provinciale

Wij leggen het ontwerp-PPLG ter inzage volgens de

doelen voor het landelijk gebied, zoals voor de

uniforme openbare voorbereidingsprocedure van

thema’s landschap, erfgoed en recreatie. Het PPLG

de Algemene wet bestuursrecht. Alle ingediende

is een programma onder de Omgevingsvisie

zienswijzen voorzien wij van een reactie in een

NH2050 en de Omgevingswet.

nota van beantwoording.

Deze startversie is exact wat het woord zegt: de

Het definitieve PPLG leggen wij naar verwachting in

start van een reis. Tijdens deze reis blijven wij

het eerste kwartaal van 2024 ter besluitvorming

graag gebruik maken van de kennis en betrokken­

voor aan Provinciale Staten. Hoewel de wet

heid van onze partners. De datum 1 juli 2023 – de

bepaalt dat Gedeputeerde Staten bevoegd zijn om

wettelijk vastgestelde datum waarop wij de start­

het PPLG vast te stellen, beschouwen wij dit

versie aanbieden aan de minister voor Natuur en

document als kaderstellend en vinden wij

Stikstof voor toetsing door haar, door kennisin­

vaststelling door Provinciale Staten passend.

stel­l ingen en door de Ecologische Autoriteit – is

Gelijktijdig met de vaststelling van het definitieve

een tussenstop, geen eindstation. Ook na 1 juli is nog

PPLG trekken wij enkele oude beleidsnota’s in.

volop ruimte voor gesprek, nieuwe inzichten,

Er is veel (politieke) dynamiek in het landelijk

aanpassingen en concretisering. Om dit gesprek

gebied. Sommige opgaven zijn helder, andere nog

te vergemakkelijken zijn tekstpassages die een

in beweging. Daarom actualiseren wij het PPLG

aanpassing van ons huidig beleid zijn, blauw

vanaf 2024 jaarlijks, gekoppeld aan de provinciale

gearceerd.

begrotingscyclus. Een jaarlijkse actualisatie verkleint ook het risico op lock-ins: situaties

In deze startversie zijn de resultaten verwerkt van de richtinggevende bespreking in Provinciale Staten van 12

juni. Ook is de opbrengst van de inwonersraadpleging gebruikt om de startversie aan te scherpen. Tege­

waarin we spijt krijgen van keuzes die we eerder hebben gemaakt en die, bijvoorbeeld vanwege investeringen die zijn gedaan, lastig terug te draaien zijn.

lij­ker­t ijd realiseren wij ons dat er nog diverse onzekere factoren zijn. Op korte termijn verwach­

ten wij een nieuw Noord-Hollands coalitieakkoord en op 21 september 2023 organiseren wij een brede

conferentie, waar de startversie centraal staat. In de komende maanden krijgt ook de samenhang vorm tussen het PPLG en het ruimtelijk voorstel dat de

provincies maken op verzoek van de minister van

Afbeelding 1. Ontwikkeling en besluitvorming PPLG

Buitengewoon Noord-Holland!

6

DE INHOUD Waarom een PPLG?

Provincie Noord-Holland

van de binnenduinrand en de natuurverbindingen. Dit doen we door het herbegrenzen van NNN, waarbij we

We zijn trots op ons landelijk gebied, maar het is niet in

vasthouden aan ons ‘saldo-nul-principe’ zodat de

balans. Werken aan systeemherstel is noodzakelijk.

totale omvang van het NNN gelijk blijft. Omdat de

Klimaatbestendigheid, de draagkracht van het water- en

afronding van het gehele NNN noodzakelijk is voor het

bodemsysteem, biodiversiteit en de sociaaleconomische

behalen van de NPLG-opgaven vragen wij uit het

vitaliteit van het landelijk gebied moeten meer centraal

Transitiefonds aanvullende middelen aan voor het

komen te staan. We zien dat de land- en tuinbouw de

financieren van onze gehele NNN-opgave.

laatste decennia stappen heeft gezet in het realiseren

• Bij het verminderen van stikstofuitstoot rekenen we op

van deze doelstellingen. Tegelijkertijd is een verdere

een evenredige bijdrage van elke sector. Voor de stik­

transitie nodig. Dit vraagt ook evenredige aanpassingen

stofgevoelige leefgebieden in Natura 2000-gebieden is

in andere sectoren, zoals industrie en wegverkeer, en in

de opgave in het NPLG om 74% van het areaal onder de

de ruimtelijke inrichting van onze provincie. Samen met

‘kritische depositiewaarde’ te brengen. De definitieve

onze inwoners, maatschappelijke partners en

keuze over de tijdshorizon en tussentijdse mijlpalen –

medeoverheden geven wij deze transitie vorm. Het

de discussie of ‘2030 en 2035’ – is aan het Rijk. Het Rijk

landschap van onze provincie is in het verleden

is ook verantwoordelijk voor vermindering van stik­

voortdurend veranderd. Veranderingen zullen er ook in

stofuitstoot uit de (inter)nationale weg- en scheepvaart

de toekomst zijn. Er zijn grote, dringende opgaven waar

en luchtvaart, het buitenland en de ‘meetcorrectie’.

we aan moeten én willen werken. Daarbij passen we vijf

De meetcorrectie is het verschil tussen de neerslag

ontwikkelrichtingen toe: we willen dat ons landelijk

van stikstof in de metingen enerzijds en de model­

gebied dynamisch en verbonden met het verleden is, klimaatbestendig, gezond en biodivers, economisch

berekening anderzijds. • We geven prioriteit aan de vermindering van de

veerkrachtig en van betekenis voor iedereen. We hebben

stikstofuitstoot in een zone van 500 meter tot

er vertrouwen in: samen kunnen we Noord-Holland

stikstofgevoelig Natura 2000-leefgebied. In deze

mooier en duurzamer maken.

overgangszone, die géén planologisch instrument is, ondersteunen we agrarische ondernemers met het

De thema’s woningbouw, energievoorziening, infra­

verminderen van de uitstoot. Ook buiten de overgangs­

structuur en economie worden niet uitgewerkt in dit

zone stellen we instrumenten beschikbaar voor de

PPLG, maar in andere provinciale documenten. Alle claims op de ruimte wegen we af in het zogeheten

transitie naar kringlooplandbouw. • We helpen het Rijk bij het vinden van een oplossing

‘ruimtelijk voorstel’, dat wij maken op verzoek van de

voor de zogeheten PAS-melders en interimmers. Het

minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

Rijk blijft eindverantwoordelijk voor een blijvende

Ook het PPLG krijgt daarin een plaats.

oplossing en de financiering daarvan.

De opgaven en de belangrijkste richtinggevende keuzes

Water en bodem

In deze startversie staat een aantal richtinggevende

De opgave in het NPLG is het waar nodig verlagen van

beleidskeuzes. De belangrijkste noemen we hierna. In de

de concentraties fosfaat, stikstof en gewasbeschermings­

hoofdtekst van het PPLG zijn alle nieuwe beleidskeuzes

middelen in grond- en oppervlaktewater, het op orde

blauw gearceerd.

brengen van de grondwaterstand en aanpassing aan het veranderende klimaat. We zijn het eens met de inhoud

Natuur en stikstof

van de Kamerbrief ‘water en bodem sturend’. Hierin heeft

De belangrijkste opgave in het NPLG is om de Europese

de minister van Infrastructuur en Waterstaat uitgangs­

biodiversiteitsdoelen te behalen, waarbij de soorten en

punten opgenomen voor de versteviging van de rol van

leefgebieden van de Vogel- en Habitatrichtlijn voorop

water en bodem bij besluiten over de ruimtelijke ordening.

staan. We werken aan het herstel van de natuurkwaliteit

• Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen met een water­

in Natura 2000-gebieden door de hydrologische condities

vraag moeten gepaard gaan met maatregelen om in

op orde te brengen, natuurherstelmaatregelen uit te

droge perioden zelf in de behoefte aan water te voorzien.

voeren en de neerslag van stikstof in deze gebieden fors te reduceren. Daarnaast ronden we het Natuurnetwerk Nederland (NNN) af en leggen we 1.400 hectare nieuw bos

• We houden er rekening mee dat de vernatting in veenweidegebieden ten behoeve van CO2-reductie (zie ook hierna, bij klimaat) veel water vraagt en elders

en 10% groenblauwe verbindingen (‘dooradering’) aan.

gevolgen zal hebben. We streven ernaar, met het oog

• We ronden het NNN af conform de eerder door ons

op de vernatting, om de wateroverlastnormen in

vastgestelde werkwijze. Dat betekent dat in 2027 alle gronden voor het NNN beschikbaar moeten zijn. Tot

veenweidegebieden aan te passen. Daarbij kijken we goed naar de gevolgen.

2029 vindt nog inrichting van NNN plaats en eventueel

• Om piekbuien op te vangen kijken we onder meer naar

lopen er nog onteigeningsprocedures door. We zetten

5 tot 10% van de diepe polders, en ook naar ruimte in of

in op verdere optimalisatie van het NNN ten behoeve

uitbreiding van het watersysteem.

Buitengewoon Noord-Holland!

7

• Voor de bodem zetten we bij ruimtelijke ontwikke­

Provincie Noord-Holland

door hun ligging tot een onoplosbare milieuopgave

lingen onder meer in op kwaliteitsherstel, efficiënt

leiden. Waar verzilting een risico vormt willen we dat

ruimtegebruik (boven- en ondergronds) en het

bedrijven meer zelf voorzien in hun zoetwaterbehoefte

verminderen van afdekking en grondverplaatsing.

en precisietechnologie toepassen om het gebruik van

• We werken samen met de waterschappen aan het

zoet water te verminderen.

inzetten van het Landbouwportaal, ook voor andere thema’s dan water- en bodemkwaliteit.

Recreatie • Voor elk van de vijf programmagebieden brengen we

Klimaat

de recreatiebehoefte en de kansen voor recreatieve

De opgave in het NPLG is een afname van de uitstoot van

voorzieningen in kaart. De resultaten betrekken we bij

broeikasgassen als gevolg van veenoxidatie, veehouderij

de ontwikkeling van de uitvoeringsprogramma’s

en akkerbouw en het vastleggen van koolstof in bomen, bos, natuur en landbouwbodems.

(zie hierna, onder ‘het gebiedsproces’). • De groei van de recreatieve behoefte vangen we op in

• Door realisatie van de PPLG-doelen (met name afronding

zowel de bestaande natuur- en recreatiegebieden, als

van het NNN) en door de autonome ontwikkeling in de

door aanleg van nieuwe recreatievoorzieningen. Deze

veehouderij zal de veestapel afnemen, wat leidt tot

nieuwe recreatievoorzieningen komen tot stand door

afname van de methaanuitstoot. Aanvullend zetten

combinaties met andere opgaven, zoals de aanleg van

we in op afname door innovatieve technieken.

nieuwe natuurgebieden en groenblauwe dooradering.

• Wat koolstofvastlegging betreft gaan we ervan uit dat we ons aandeel leveren door het afronden van het

Het gebiedsproces

NNN, bosaanplant, groenblauwe dooradering en de

De uitvoering van het PPLG krijgt vorm in gebieds­

verbetering van de water- en bodemkwaliteit.

processen in vijf programmagebieden. De gebieden zijn:

• We hebben de opgave voor afname van de uitstoot van

1) Wadden, Kop van Noord-Holland en West-Friesland,

broeikasgassen uit veenweidebodems verdeeld over de

2) Noord-Kennemerland, 3) Laag Holland, 4) Zuid-

vijf programmagebieden. We zetten in op peilverhoging

Kennemerland en Amstel-Meerlanden en 5) Gooi en

richting grondwaterstanden van 20 tot 40 centimeter

Vechtstreek. Ook hier werken we samen met onze

onder maaiveld, bijvoorbeeld door toepassing van

inwoners, maatschappelijke partners en medeoverheden.

waterinfiltratiesystemen.

Voor elk programmagebied stellen we uiterlijk 1 maart

• Bij de vernatting geven we prioriteit aan afname van

2024 een uitvoeringsprogramma vast. Het PPLG bevat

broeikasgassen en accepteren we een negatief effect op

de opdracht voor elk van de vijf programmagebieden.

de waterkwaliteit door fosfaatuitspoeling waar dat

We hebben vijf uitgangspunten geformuleerd om de

onvermijdelijk is. We verwachten steun van het Rijk

kwaliteit van de gebiedsprocessen te waarborgen. Dit

bij het motiveren van onze keuze, ook richting de

zijn: integraliteit, goede prioriteitstelling, ruimte voor

Europese Commissie.

lokale initiatieven, communicatie en participatie, en continuïteit. De ambtelijke organisatie passen we aan,

Landbouw

zodat in alle gebieden een goed toegerust

• Onze belangrijkste doelstelling is het voltooien van

programmateam aan de slag kan.

een transitie naar kringlooplandbouw in 2040. Hierbij is er een nauwe relatie met het algemene beleid van

Instrumenten en kennis

het Rijk en de Europese Unie.

Voor een succesvol gebiedsproces is een goed gevulde

• Voor de transitie naar kringlooplandbouw hebben

‘instrumentenkoffer’ van belang. We noemen hier als

agrarische ondernemers een eigen verantwoordelijk­

voorbeeld de beheercheck, die we uitvoeren om te

heid om de ontwikkelingsrichting van hun bedrijf te

garanderen dat door beëindiging of verplaatsing van

bepalen, mits passend binnen het einddoel van kring­

agrarische bedrijven het natuur- en landschapsbeheer

looplandbouw. Hun prestaties worden ‘gescoord’ met

niet in het geding komt. We kijken hierbij naar zowel de

zogeheten ‘kritische prestatie-indicatoren’ en finan­

ecologische als landbouwkundige aspecten en betrekken

cieel gewaardeerd. Op landelijk niveau zetten we ons

alle PPLG-doelen.Een ander voorbeeld is ons grondinstru­

ervoor in dat de maatregelen juridisch houdbaar zijn.

mentarium. Omdat de instrumentenkoffer voortdurend

• We stellen een afwegingskader op voor de bescherming

in beweging is, zorgen we voor een actueel overzicht op

van landbouwgrond, waarbij we rekening houden met

onze website. We monitoren de resultaten van ons beleid

eventuele nieuwe landelijke beleidsontwikkelingen.

en onze maatregelen. Zo kunnen we daar op bijsturen

• We zetten in op verbetering van de agrarische

en verantwoording over afleggen. Bij de definitieve vast­

structuur, zodat door minder versnippering van

stelling van het PPLG stellen we ook een Datastrategie

grondeigendom de bedrijfsvoering van agrarische

PPLG en een Strategische Evaluatie- en Onderzoeks­

ondernemers kan verbeteren.

agenda PPLG vast.

• Voor de bollenteelt zetten we in op herschikking van functies of verplaatsing waar percelen of bedrijven

8

Buitengewoon Noord-Holland!

Provincie Noord-Holland

Maatregelpakketten

onderwerpen waarvoor we nog onvoldoende gegevens

We bereiden aanvragen op het Transitiefonds van het

hebben om een zorgvuldige raming te kunnen maken.

Rijk voor, dat wordt ingesteld voor het realiseren van de

Het bedrag is hoger dan het door het Rijk bepaalde

NPLG-doelen. In deze startversie staat een indicatieve

‘indicatief budget’ voor Noord-Holland (€ 800 miljoen).

raming van het bedrag dat we nodig hebben. We komen

We gaan hierover in gesprek met het Rijk, omdat we

vooralsnog uit op een bedrag van ruim € 1,3 miljard,

vinden dat de opgaven en de financiële middelen met

elkaar in balans moeten zijn. Met het Rijk zoeken we Het landelijk gebied stikstof en klimaatmitigatie & -adaptatie. Dit bedrag is naar eventuele alternatieve dekkingsbronnen. inclusief beheer (tot 2035), maar exclusief een aantal Noord-Holland in cijfers verdeeld over drie thema’s: natuur & waterkwaliteit,

18% van alle Noord-Hollanders woont in het landelijk gebied, dit zijn 523.470 mensen

WADDEN, KOP VAN NOORD-HOLLAND EN WEST-FRIESLAND

76%

van de oppervlakte van de provincie is landelijk gebied AGRARISCH 38%

NOORDKENNERMERLAND BINNENWATER 18%

LAAG HOLLAND BUITENWATER 17%

BEBOUWD 12% BOS EN OPEN NATUUR 8% RECREATIE 4% VERKEER 3%

ZUID-KENNERMERLAND EN AMSTEL-MEERLANDEN

Noord-Hollands bodemgebruik naar functie

GOOI EN VECHTSTREEK

Grondsoorten Noord-Holland KLEI 46%

ZAND 18%

VEEN 13% OVERIG 22%

O.A. BEBOUWD EN WATER

Noord-Holland telt: 3455 land en tuinbouwbedrijven

Bijna 100.000 mensen werken in het landelijk gebied

87.949 melkkoeien en 122.062 schapen

Gemiddeld is het 400 meter tot openbaar groen in Noord-Holland

Afbeelding 2. Het landelijk gebied van Noord-Holland in cijfers

52.324 hectare ingericht Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Jaarlijks 114,8 miljoen buitenrecreatie-activiteiten

Inhoud 9

Buitengewoon Noord-Holland!

Provincie Noord-Holland

Leeswijzer

betrekken bij de totstandkoming en

Het Provinciaal Programma

uitvoering van het PPLG.

Landelijk Gebied (PPLG) is als volgt opgebouwd.

In deel B staat het hoe centraal: de

Deel A beschrijft onze stip aan de

gebiedsprocessen die zich hier afspelen. Hoofdstuk 5 beschrijft de

Noord-Hollandse landelijk gebied er

aanpak en organisatie van gebieds

in de toekomst uit ziet? Hoofdstuk 1

processen en hoofdstuk 6 geeft een

­

­

­

­

­

horizon: hoe willen wij dat het

illustreert waarom we werken aan de

indruk van de instrumentenkoffer en muleren we een concrete opdracht

landelijk gebied. Hoofdstuk 2 gaat

aan elk programmagebied.

de opgaven en de beleidskeuzes die

Deel C gaat nader in op het Transitie

we maken. Alle beleidsthema’s

fonds en de maatregelpakketten

komen aan de orde. Hoofdstuk 3

waarvoor we bij het Rijk financiering

beschrijft hoe we voorzien in de

aanvragen (hoofdstuk 8). Daarnaast

kennis die nodig is om keuzes te

lichten we toe welke toetsen zullen

maken, de voortgang te volgen en

worden uitgevoerd op de startversie

hierover verantwoording af te

van het PPLG (hoofdstuk 9). Ten

leggen. In hoofdstuk 4 staat hoe we

slotte zijn in de bijlagen kaart

Noord-Hollanders, onze maatschap

materiaal en achtergrondinformatie

­

­

­

­

­

grondstrategie. In hoofdstuk 7 for

zien: we streven naar een vitaal

­

opgaven waarvoor we ons gesteld

over het wat: een concretisering van

pelijke partners en andere overheden

te vinden.

We hebben een klus te klaren!

3

Samenvatting

5

DEEL A: STIP AAN DE HORIZON 1

­

­

­

vijf programmagebieden en de

11

Naar een vitaal landelijk gebied

12

1.1 Inleiding 1.2 Een dynamisch landschap 1.3 Verwevenheid van stad en land 1.4 Een nieuwe manier van kijken 1.5 Vijf ontwikkelrichtingen

12 12 12 14 15

2 Opgaven en richtinggevende keuzes 2.1 Een integrale aanpak 2.2 Meer biodiversiteit 2.3 Minder stikstofuitstoot 2.4 Water en bodem sturend 2.5 Een beter klimaat en minder bodemdaling 2.6 Op weg naar kringlooplandbouw 2.7 Een beleefbaar landelijk gebied

3 Van data tot inzicht 3.1 Inleiding 3.2 Data en informatie 3.3 Kennis en inzicht 3.4 Kennis- en dataportaal

16 16 18 25 30 40 43 46

49 49 49 49 50

10

Buitengewoon Noord-Holland!

Provincie Noord-Holland

4 Participatie

51

4.1 Uitgangspunten voor participatie 4.2 inwonerraadpleging 4.3 Sociaaleconomische impactanalyse 4.4 Roadshow en conferenties 4.5 Regietafel PPLG & Stikstof

51 51 52 52 52

DEEL B: VAN BELEID NAAR UITVOERING

53

5 Het gebiedsproces

54

5.1 Inleiding 5.2 Het gebiedsproces als puzzel 5.3 Uitgangspunten voor een succesvol gebiedsproces 5.4 De organisatie

6 Instrumentenkoffer 6.1 Inleiding 6.2 Transitiepaden naar kringlooplandbouw 6.3 Stimuleringsinstrumenten kringlooplandbouw 6.4 Beheer landelijk gebied 6.5 Overige instrumenten 6.6 Grond

7 Opdracht per programmagebied 7.1 Inleiding 7.2 Wadden, Kop van Noord-Holland en West-Friesland 7.3 Noord-Kennemerland 7.4 Laag Holland 7.5 Zuid-Kennemerland en Amstel-Meerlanden 7.5.1 NOVEX-gebied Schipholregio 7.5.2 NOVEX-gebied Groene Hart 7.6 Gooi en Vechtstreek

54 54 54 55

57 57 57 57 59 60 60

62 62 62 64 66 68 70 70 71

DEEL C: FINANCIËN EN TOETSING

75

8 Maatregelpakketten

76

8.1 Transitiefonds 8.2 Maatregelpakketten

76 76

9 Toetsing van het PPLG

78

9.1 Toetsen 9.2 Milieueffectrapportage

78 78

Kaarten

79

Bijlagen

94

Buitengewoon Noord-Holland!

11

DEEL A: STIP AAN DE HORIZON

Wijdewormer

Provincie Noord-Holland

12

Buitengewoon Noord-Holland!

Provincie Noord-Holland

1 NAAR EEN VITAAL LANDELIJK GEBIED nabije stad maar de hele wereld onze afzetmarkt

Wie het nieuws volgt, zou kunnen denken dat het

geworden. Hierdoor groeiden (onder andere) het

kommer en kwel is in het landelijk gebied. Zeker,

Amsterdamse havencomplex, het industriegebied

er zijn grote uitdagingen. Die gaan we niet uit de

langs het Noordzeekanaal en Schiphol. In de Kop

weg. Gelukkig zijn er ook veel kansen om ons

van Noord-Holland ontstond Seed Valley. De rode

landelijk gebied vitaal en toekomstbestendig te

draad door deze geschiedenis is een voortgaande

maken. In dit hoofdstuk schetsen we een perspec

bevolkingsgroei – van bijna 1 miljoen in 1900

tief voor de komende decennia, met soms een

naar ruim 2,9 miljoen tegenwoordig en bijna

doorkijk naar 2050 of zelfs 2100. Natuurlijk hebben

3,4 miljoen in 2050 – en verstedelijking,

wij geen glazen bol. Bovendien: de toekomst is

industriële en technologische ontwikkeling en

niet in beton gegoten. Maar het landelijk gebied

groeiende welvaart.1

­

1.1 Inleiding

­

verdient een wenkend perspectief, dat ons inspireert, waarover we een goed gesprek kunnen

De dynamiek van ons landschap wordt zichtbaar

voeren en samen de schouders onder willen zetten.

door twee kaartbeelden te vergelijken: 1953 en

We zien al talloze inspirerende voorbeelden!

2022. In slechts twee generaties tijd zijn steden

1.2 Een dynamisch landschap

gegroeid, wegen aangelegd en zijn door ruilverkavelingen de maat en schaal van het

Noord-Holland kent een grote diversiteit aan

landschap flink veranderd. Sommige gebieden

bodemtypen en ondergronden (zie kaart 1). In de

waren in 1953 nog alleen over het water ontsloten,

binnenduinrand en het Gooi vinden we luchtige,

terwijl inmiddels de vaarpolder van weleer een

goed waterdoorlatende zandgronden. In de Kop

uitzondering is geworden. Tegelijkertijd zien we

van Noord-Holland en de Haarlemmermeer

ook overeenkomsten, waardoor we de verbinding

vruchtbare zeeklei. Laag Holland, het Groene

kunnen leggen met het landschap van onze

Hart en de Vechtstreek worden gekenmerkt door

ouders en voorouders. Deze verbinding met het

uitgestrekte, zompige veenweidegebieden. Op

verleden maakt het daadwerkelijk óns landschap.

Wieringen en Texel treffen we de zware, bijna voorlaatste ijstijd. Deze diversiteit biedt ook

1.3 Verwevenheid van stad en land

uiteenlopende gebruiksmogelijkheden. Ons

Waar ligt ‘het landelijk gebied’ eigenlijk? Waar

landschap is het resultaat van een eeuwenlang

begint het en waar houdt het op? In onze

proces, waaraan iedere generatie zijn eigen

Omgevingsverordening ligt de begrenzing van het

aardigheden heeft toegevoegd en er verschillende

landelijk gebied vast (zie kaart 2).2 Nu kan een

ondoordringbare keileemplateaus uit de

begrenzing nuttig zijn, maar hij moet geen

tegen het water begon met de aanleg van dijken,

barrières opwerpen. In Noord-Holland zijn stad en

later gevolgd door de introductie van molens om

land van oudsher met elkaar verweven. Het voedsel

meren droog te malen en het waterpeil te

dat op het land werd geproduceerd, werd verhan

reguleren. Met de komst van het stoomgemaal

deld op de stedelijke markten. Omgekeerd leverde

kon het grote Haarlemmermeer worden

de stad diensten die nodig waren op het land, zoals

drooggelegd. Na de aanleg van de Afsluitdijk

werkplaatsen, melk- en kaasfabrieken, notarissen

behoefden de IJsselmeerdijken minder versterking

en onderwijs. Later zijn met stedelijk kapitaal

en ontstond een uitgestrekt zoetwaterbekken. De

meren drooggemaakt, polders ingericht, landgoe

mechanisatie en schaalvergroting in de landbouw

deren en buitenplaatsen gesticht en de Water

veranderden het aangezicht van ons landelijk

leidingduinen ontwikkeld. En ook in de 21ste eeuw

gebied. En door globalisering is niet alleen de

blijft die verwevenheid tussen stad en land

­

­

­

­

game changers waren. De collectieve bescherming





1 Bron: CBS en bevolkingsprognose provincie Noord-Holland. 2 In de Handreiking voor de gebiedsprogramma’s NPLG hanteert het Rijk een andere definitie van het landelijk gebied, namelijk de con-tramal van het stedelijk gebied, zoals begrensd in het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Buitengewoon Noord-Holland!

13

actueel. Het voedsel in onze supermarkten komt nog

Provincie Noord-Holland

van CO2-uitstoot. Kortom: stad en land blijven van elkaar

steeds van agrarische bedrijven. Veel bewoners van het

afhankelijk en met elkaar verweven. Kortom: stad en

landelijk gebied werken in de stad, bezoeken er winkels,

land blijven van elkaar afhankelijk en met elkaar

horeca en uitgaansgelegenheden. Omgekeerd brengen

verweven. Dit blijkt overigens ook uit onze inwoners­

stadsbewo­ners hun vrije tijd vaak door in natuur- en

raadpleging: ongeacht of ze nu in de stad of in het

recreatie­gebieden, op het water en bij de bed & breakfast op

landelijk gebied wonen, Noord-Hollanders voelen zich

het boerenerf. Onmisbaar, nu onze steden en dorpen

verbonden en zijn begaan met de toekomst van het

verder verdichten en drukker worden. Een fors aandeel

landelijk gebied. Ze zijn eensgezind: de provincie moet

van onze duurzaam opgewekte energie komt van het

zich inzetten voor de toekomst van het landelijk gebied,

landelijk gebied. En ook de stad draagt zijn steentje bij

waarbij een gezonde leefomgeving, het watersysteem en

aan ver­groening, ruimte voor water en het verminderen

natuurherstel hoge ogen gooien.

Afbeelding 3. West-Friesland in 1953 en 2022 (Bron: www.topotijdreis.nl)

Buitengewoon Noord-Holland!

14

Provincie Noord-Holland

1.4 Een nieuwe manier van kijken

Bovendien vraagt het landelijk gebied ook in sociaaleco­

Met één muisklik ziet Nederland er heel anders uit.

nomisch opzicht extra aandacht.5 Kortom: de toekomst

Op de gekantelde luchtfoto (afbeelding 4) wordt in één

vraagt iets anders dan we nu doen.

oogopslag zichtbaar dat wij in een delta wonen, waar de dynamiek van natuur en water centraal staan en de

Het is tijd voor een nieuwe ambitie: een vitaal landelijk

effecten van klimaatverandering stevig gevoeld zullen

gebied. Al bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie

worden. Tegelijkertijd illustreren de Afsluitdijk en de

NH2050 benadrukten onze inwoners dat zij méér

droogmakerijen, vanuit de ruimte herkenbaar, de

aandacht willen voor een groene, gezonde en veilige

menselijke hand. Het zijn onze innovaties om deze delta

leefomgeving. Ook in de inwonersraadpleging die we nu

leefbaar en veilig te houden en er voldoende voedsel te

hebben uitgevoerd komen deze thema’s terug. In dit PPLG

produceren. Ook interessant: het onderscheid tussen

bouwen we hierop voort en doen we er een schep bovenop.

stad en landelijk gebied is op deze foto verdwenen.

Onze prioriteit is het vergroten van de biodiversiteit en de

Afbeelding 4. De Nederlandse delta (Bron: ministerie van Economische Zaken (2014). Natuurambitie grote wateren 2050 en verder) Een nieuwe manier van kijken is ook nodig in het

draagkracht van het water- en bodemsysteem. Zo houden

landelijk gebied. Wij beschouwen de opgave in het

we rekening met klimaatverandering en blijft onze leef­

landelijk gebied als een transitie.3 Dat betekent: een

omgeving aantrekkelijk. Als we dit doen is er in Noord-

nieuw verhaal en een nieuwe ambitie. Na de Tweede

Holland altijd plaats voor een economisch vitale, toe­

Wereldoorlog was ‘nooit meer honger’ begrijpelijkerwijs

komstbestendige en innovatieve kringlooplandbouw, die

het motto. En inderdaad is door ruilverkaveling,

gezond en betaalbaar voedsel produceert. Voorwaarden

landinrichting en technologische ontwikkeling de

daarvoor zijn een goed verdienmodel voor de agrarische

voedselproductie enorm gestegen en nam ook de

ondernemer en tegelijkertijd een lagere milieubelasting

kwaliteit toe. We worden internationaal geroemd om

en een hogere biodiversiteit op het erf en op het land.

onze agrarische innovaties en kennis van watersys­

Agrarische gewassen zijn immers net zo goed afhankelijk

temen. Gaandeweg zijn we de balans echter kwijtge­

van een vruchtbare bodem, voldoende zoet water en

raakt. Het natuurlijk systeem staat te veel onder druk en

natuurlijke processen.

we zijn onvoldoende voorbereid op klimaatverandering.4 3 Over het begrip transitie is veel wetenschappelijke literatuur beschikbaar. Dit is een handzame introductie door prof.dr.ir. C.J.A.M. Termeer, hoogleraar bestuurskunde aan Wageningen University & Research. Haar introductie spitst zich toe op kringlooplandbouw en de rol die de overheid in transities kan spelen. 4 Zie bijvoorbeeld: Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC, 2023). Sixth Assessment Report; Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES, 2019). Global assessment report on biodiversity and ecosystem services of the Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services; KNMI (2021). Klimaatsignaal ’21; Rijksoverheid (2023). Compendium voor de Leefomgeving; World Wildlife Fund (WWF, 2023). Living Planet Report Nederland. 5 Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, de Raad voor het Openbaar Bestuur en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2023). Elke regio telt! Een nieuwe aanpak van verschillen tussen regio’s.

Buitengewoon Noord-Holland!

15

Provincie Noord-Holland

1.5 Vijf ontwikkelrichtingen

ontwikkelen. Daarom benoemen we vijf ontwikkel­

Zoals het landelijk gebied van vandaag anders is dan

richtingen, die uitdrukken hoe wij ons landelijk gebied

70 jaar geleden, zo zal het ook in de toekomst anders

in de toekomst zien. Deze ontwikkelrichtingen geven

zijn dan nu. Die dynamiek willen – en kunnen – we niet

ons een koers om op te varen. Tegelijkertijd laten ze

tegenhouden. Dynamiek hoort bij een levend landschap.

ruimte voor flexibiliteit en maatwerk – passend bij een

We weten dat het landelijk gebied aan de vooravond staat

dynamisch landschap en het karakter van een transitie.

van een transitie. Hoe het er in de toekomst uit ziet,

Wij gebruiken de ontwikkelrichtingen als leidraad bij

kunnen we niet exact ‘uittekenen’. Wél kunnen we goed

onze beleidsontwikkeling en -uitvoering in de volgende

voor ogen houden wat we willen beschermen en

hoofdstukken van dit PPLG.

Een vitaal landelijk gebied is…

1

Dynamisch en verbonden met het verleden

ruimte. We profiteren van ecosysteemdiensten, zoals

In een wereld die steeds sneller om zijn as lijkt te

het zuiveren van drinkwater door de duinen,

draaien zoeken we plekken en dingen die ‘eigen’

koolstofvastlegging door bosgroei en verkoeling op

zijn. Dat geldt ook voor onze leefomgeving: ook daar

warme dagen. Een gezond landelijk gebied is gezond

zoeken we iets dat ‘van ons’ is en waar we de band met

en maakt ons ook gezond. Een groene leefomgeving

het verleden herkennen. Het landschap en het erfgoed

heeft een positief effect op onze gezondheid – zelfs als

dat we er vinden zijn het resultaat van een eeuwen­

we er alleen maar naar kijken! We willen dat ons

lange geschiedenis. Ze zijn ook het vertrekpunt voor

landelijk gebied bijdraagt aan onze gezondheid en de

nieuwe ontwikkelingen, die horen bij een levend

natuur zowel letterlijk als figuurlijk meer ruimte

landschap. We willen dat ons landelijk gebied zich

krijgt om rijk en veerkrachtig te blijven.

blijft onder­scheiden door een grote diversiteit aan

4

verschillende landschappen, die onmiskenbaar zijn verbonden met het verleden én ruimte bieden aan de toekomst.

Economisch veerkrachtig In het landelijk gebied wordt gewerkt en moeten mensen hun boterham kunnen

2

verdienen. Ook dat is duurzaam. Dat geldt in het

Klimaatbestendig

bijzonder voor agrarische ondernemers, die een groot

In een klimaatbesteding landelijk gebied is onze

deel van het landelijk gebied bewerken en beheren. Zij

ruimtelijke ordening aangepast aan het principe

moeten kunnen werken in een economisch vitale,

‘water en bodem sturend’. Hierdoor wordt ons lande­

toekomstbestendige en innovatieve agro-foodsector.

lijk gebied robuuster, groener en blauwer. Door kli­

Ze behoren een eerlijke vergoeding te krijgen voor het

maat­verandering wordt het gemiddeld warmer, stijgt

leveren van maatschappelijke diensten. Dat is in het

de zeespiegel en verandert de neerslag­verdeling.

belang van ons allemaal, omdat ons voedsel en onze

Extreme neerslag en droogte wisselen elkaar af, wat

grondstoffen door hen geproduceerd worden. Een

leidt tot zowel wateroverlast, zoet­water­tekort en

economisch vitale land- en tuinbouw gaat hand-in-

verzilting. Bovendien moeten we extra inspanning

hand met een lagere milieubelasting en hogere

leveren om de drinkwatervoor­ziening zeker te stellen.

biodiversiteit. Goede, vruchtbare gronden, schoon

We willen dat ons landelijk gebied aanzienlijk meer

water en natuurlijke processen zijn immers belang­

ruimte heeft om water te bergen en vast te houden,

rijke productiefactoren. We willen dat ons landelijk

zodat we dit kunnen benutten in droge perioden.

gebied een plek blijft voor economische ontwikkeling.

3

5

Gezond en biodivers In een gezond en biodivers landelijk gebied is de luchtkwaliteit goed, het water schoon en de

Van betekenis voor iedereen Een vitaal landelijk gebied is van betekenis voor iedereen. Allereerst voor de ruim vijfhonderd­

natuur sterk. De vruchtbare landbouwgronden

duizend mensen voor wie het hun thuis is, nu en in de

hebben een rijk bodemleven, zijn goed in staat om

toekomst. Zij moeten er hun leven kunnen leiden met

vocht op te nemen en vast te houden en geschikt om

de voorzieningen die daarbij nodig zijn. Voor mensen

agrarische gewassen te verbouwen. Natuurgebie­den

die er werken en er economisch van afhankelijk zijn.

zijn met elkaar verbonden door een robuust en

En voor stedelingen, want de binnenstedelijke

florerend netwerk van groen en water. Ook buiten de

verdichting maakt een aantrekkelijk en toegankelijk

natuur­gebieden, in het agrarisch gebied, sloten en

landelijk gebied als plek voor recreatieve ontspanning

meren en in dorpen en steden heeft de natuur de

en sportieve inspanning, des te urgenter.

16

Buitengewoon Noord-Holland!

Provincie Noord-Holland

2 OPGAVEN EN RICHTINGGEVENDE KEUZES In schema Y staat een overzicht van de nieuwe

Noord-Holland is een drukbevolkte provincie en

ruimtelijke opgaven die uit dit PPLG voortvloeien.

in een vitaal landelijk gebied komen veel verschil

Naast de hiervoor genoemde opgaven vragen ook

lende opgaven samen. Dat vraagt een brede blik

woningen, energietransitie en energietransport,

en een integrale aanpak, die aansluit bij de

infrastructuur en economische activiteiten om

ontwikkelrichtingen in het vorige hoofdstuk.

ruimte in het landelijk gebied. Deze thema’s

Daarom brengen we in dit PPLG de opgaven in het

worden niet uitgewerkt in dit PPLG, maar in

landelijk gebied samen voor biodiversiteit

andere provinciale documenten. Ook voor deze

(waaronder stikstof), water en bodem, klimaat en

thema’s zullen nieuwe ruimteclaims in het

bodemdaling, landbouw, landschap, erfgoed en

landelijk gebied soms onvermijdelijk zijn. De

recreatie. Deze opgaven zijn deels afkomstig uit

verschillende claims op de ruimte moeten

het Nationaal Programma Landelijk Gebied

zorgvuldig afgewogen worden: niet alles kan

(NPLG, zie schema 1), dat is gebaseerd op

overal. Deze afweging vindt plaats in het

internationale wet- en regelgeving zoals het

ruimtelijk voorstel dat wij maken op verzoek van

Klimaatakkoord van Parijs, de Vogelrichtlijn,

de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke

Habitatrichtlijn, Kaderrichtlijn Water en

Ordening. Daar wordt ook ingegaan op de

Nitraatrichtlijn. Een ander deel van de opgaven is

ruimtelijke keuzes in de zogenaamde NOVEX-

door onszelf geformuleerd: soms als uitwerking

gebieden. In hoofdstuk 7 staan we stil bij de

van rijksbeleid, soms op eigen initiatief. De

NOVEX-gebieden Groene Hart en Schipholregio,

integrale benadering in dit PPLG geeft meer

die voor een belangrijk deel in het landelijk gebied

overzicht en duidelijkheid dan separate

zijn gelegen. Maar ook in de andere NOVEX-

beleidsvisies. Beleidskeuzes en maatregelen

gebieden zijn thema’s aan de orde die in dit PPLG

dienen immers vaak meerdere opgaven

worden beschreven, zoals in de Metropoolregio

tegelijkertijd. De inwoners van Noord-Holland

Amsterdam (verstedelijking in relatie tot een

onderschrijven deze integraliteit. Uit de

aantrekkelijk landschap en het groenblauwe

inwonersraadpleging blijkt dat zij ook niet

netwerk) en het Noordzeekanaalgebied

uitsluitend voor één beleidsthema kiezen, maar

(verduurzaming van de haven in relatie tot de

graag zien dat alle thema’s onderdeel zijn van de

ruimtedruk in de omgeving, inclusief natuur,

transitie in het landelijk gebied. Daarbij geven zij

landschap en het watersysteem).

­

2.1 Een integrale aanpak

6

prioriteit aan natuur, water en klimaat.

­

­

Het Ontwikkeldocument Nationaal Programma Landelijk Gebied is gepubliceerd op 25 november 2022 en is sindsdien aangevuld met enkele brieven van de minister voor Natuur en Stikstof aan de Tweede Kamer. In deze startversie zijn wij uitgegaan van de opgaven zoals die op dit moment bekend zijn. Wij zijn ons ervan bewust dat er diverse recent vastgestelde of voorgenomen Europese wet- en regelgeving is voor klimaat, biodiversiteit, water en landbouw. Actuele voorbeelden zijn de Europese Green Deal, de van Boer-tot-Bord strategie, de Verordening natuurherstel, het Actieplan biologische landbouw en het juridisch kader voor duurzame voedselsystemen. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwgezet. Als deze wet- en regelgeving tot nieuwe opgaven leidt verwerken we die ­

in toekomstige actualisaties van het PPLG.

­



6 Zoals het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) een beleidsprogramma is onder de Nationale Omgevingsvisie, zo is het PPLG een beleidsprogramma onder onze Omgevingsvisie NH2050. Daarnaast is het PPLG te beschouwen als een programma onder de Omgevingswet (die op 1 januari 2024 in werking treedt). Een programma is in de Omgevingswet een zogeheten kerninstrument, dat een omschrijving bevat van doelen en middelen en de wijze waarop participatie is vormgegeven. Daarmee is het PPLG een schakel tussen het NPLG en de Omgevingsvisie NH2050 enerzijds en vervolg besluitvorming in de uitvoering anderzijds.

17

Buitengewoon Noord-Holland!

Provincie Noord-Holland

Opgaven Nationaal Programma Landelijk Gebied Natuur

Water

Klimaat (broeikasgassen)

30% natuurherstel Vogel-en Habitat­ richtlijn (VHR) (2030) Richtinggevende landelijke areaal- en kwaliteitsopgave natuur tbv 30% VHR en de gunstige staat van instandhouding (gv).

Concentraties nutrienten (P en N) in grond- en oppervlaktewaterlichamen voldoen aan wettelijke normen (2027).

Emissiereductieopgaven broeikas­ gassen veenweiden voor 6 provincies (2030), als onderdeel van de nationale opgave Broeikasgassen landgebruik optellend tot 1 Mton CO2 eq (2030).

Per provincie een (richtinggevende) ruimtelijke vertaling van benodigde stikstofreductie. Deze inzet is onder­ deel van de totaal benodigde stikstof­ reductie die nodig is voor de landelijke doelen: • 2025: 50% areaal met stikstof gevoelige habitats binnen N2000 onder de kritische depositiewaarde. • 2030: 74% areaal met stikstof gevoelige habitats binnen N2000 onder de kritische depositiewaarde.

Concentraties gewasbeschermingsmiddelen in grond- en oppervlakte­ waterlichamen voldoen aan wettelijke normen (2027)

Landelijke emissiereductieopgave broeikasgassen voor de veehouderij en akkerbouw (mestaanwending in de akkerbouw) van 5 Mton CO2 eq (in 2030). Nog te verdelen per provincie, op basis van een nog nader te bepalen verdeelsleutel.

Areaal opgave per provincie voor nieuw bos (2030), optellend tot 37.400 ha.

Grondwaterlichamen voldoen aan de norm voor een goede kwantitatieve toestand (2027)

Resterende opgave areaal per provincie voor Natuur netwerk Nederland (NNN), optellend tot 40.571 ha (2027).

Beleid, inrichting en beheer aangepast aan het veranderende klimaat. Schade en ontwrichting door weersextremen zoveel mogelijk beperken (2050).

Hydrologische condities N2000gebieden op orde (2027).

Om te voldoen aan de Global Methane Pledge dient met het NPLG in de vee­ houderij en akkerbouw een methaan­ emissiereductie van minimaal 3,82 Mton CO2 eq. te zijn gerealiseerd in 2030. Landelijke koolstofvastlegging in bomen/bos/natuur van 0,4-0,8 Mton CO2 eq en in landbouwbodems van 0,5 Mton CO2 eq (2030) (Bomen/ bos/ natuur gerealiseerd via bossenstrategie).

10% groenblauwe dooradering (2050), waarvan de helft van de opgave in 2030 gerealiseerd is. Blauw Bekend en vastgesteld. Rood Indicatief bekend gemaakt via de startnotitie NPLG. Geel Nationaal doel geactualiseerd of nieuw (indicatief) bekend gemaakt via Kamerbrief NPLG november 2022). De verdeling van deze opgaven naar provincies volgt begin 2023. Schema 1. (bron: Ontwikkeldocument Nationaal Programma Landelijk Gebied)

Nieuwe ruimtelijke opgaven Provinciaal Programma Landelijk Gebied Nieuwe ruimtelijke opgave

Volgt uit

Natuurnetwerk Nederland. Binnenduinrand 300 hectare; Natuurverbindingen 340 hectare

Extra NNN in binnenduinrand vloeit voort uit het NPLG (opgaven voor robuust watersysteem, klimaat- en Natura 2000-doelen). De aanleg van natuurverbindingen is huidig beleid. De natuurverbindingen staan nu echter nog vaak als indicatieve ‘lijnen’ op de kaart, in plaats van als concreet begrensde natuurgebieden. We houden vast aan ons saldo-nulprincipe waarbij de totale omvang van het NNN gelijk blijft. Zie paragraaf 2.2.2.

Groenblauwe dooradering. 10% van het areaal landelijk gebied. Exacte ruimtebeslag nog niet bekend; Deels al gerealiseerd.

Verplichting die voortvloeit uit NPLG. Zie paragraaf 2.2.4.

Bossenstrategie. 10% toename: 1.478 hectare en 60 hectare compensatie­ bos. Totaal 1.538 hectare. Hiervan 140 hectare binnen NNN te realiseren en 1.398 hectare daarbuiten. 300 hectare agroforestry en 50 hectare nieuw voedselbos

Verplichting die voortvloeit uit NPLG. Zie paragraaf 2.2.4.

Piekwaterberging diepe polders: 5-10%

Verplichting die voortvloeit uit NPLG en de kabinetsbrief ‘water en bodem sturend’. We kijken overigens ook naar andere mogelijkheden. Zie paragraaf 2.4.

Voorraadberging / seizoensberging water

Idem

Actualisering reserveringszones rond waterkeringen

Idem

Toekomstige drinkwaterwinningen en bijbehorende infrastructuur

Idem

Bescherming landbouwgronden: n.n.t.b. (na Landbouwakkoord)

Verplichting die mogelijk voortvloeit uit toekomstige landelijke beleidsontwikkelingen met betrekking tot de landbouw. Zie paragraaf 2.6.

Schema 2.

18

Buitengewoon Noord-Holland!

Provincie Noord-Holland

2.2 Meer biodiversiteit

Ons beleid is gebaseerd op het behalen van deze doelen. We werken langs zes sporen:

2.2.1 Inleiding

1. Afronding van het Natuurnetwerk Nederland (zie paragraaf 2.2.2).

­

Een goede biodiversiteit hoort bij de gezonde leefomge

2. Ecologisch herstel binnen de natuurgebieden

ving die we in Noord-Holland nastreven.7 Die is van belang voor zowel onszelf als voor de flora en fauna in

(zie paragraaf 2.2.3).

3. Ecologisch herstel buiten de natuurgebieden

­

maatregelen vanuit ‘water en bodem sturend’

ruimtelijke ontwikkeling.

(zie paragraaf 2.4), de klimaat- en bodemdalings

­

(zie paragraaf 2.2.4). Hiertoe behoren ook de

systeem - als uitgangspunt voor een toekomstbestendige

­

systeem – onze landschappen, de bodem en ons water

­

onze provincie. Wij beschouwen het natuurlijke basis

opgave (zie paragraaf 2.5) en de ontwikkeling naar weten wat de oorzaken zijn van de achteruitgang. Ecolo

­

­

gisch herstel, zowel op het land als in het water, is per manent onderwerp van zowel wetenschappelijk als

kringlooplandbouw (zie paragraaf 2.6). ­

Als we de biodiversiteit willen verhogen, moeten we goed

4. Natuurinclusief ruimtegebruik (zie paragraaf 2.2.5). 5. Verminderen van emissies van nutriënten en chemische stoffen (zie paragraaf 2.3, 2.4 en 2.5). 6. Optimaliseren van hydrologische systemen

­

praktijkonderzoek. In de meeste gebieden gaat de bio 8

andere door stikstofemissies), verstoring en versnippe

(zie paragraaf 2.4).

­

diversiteit achteruit door verdroging, vermesting (onder

2.2.2 Natuurnetwerk Nederland

beeld zien van mogelijke verbetermaatregelen. Vaak

Een belangrijke oorzaak van de achteruitgang van

richten deze zich op systeemherstel en dragen ze dus ook

biodiversiteit is verlies aan oppervlakte en gebrek aan

bij aan de verbetering van waterberging, drinkwater

verbindingen tussen de natuurgebieden (‘versnippering’).

winning, recreatie, koolstofvastlegging, waterveiligheid

Om dit tegen te gaan werken we aan de afronding en

en een duurzame voedselproductie (zie afbeelding 5).

optimalisatie van het Natuurnetwerk Nederland (NNN),

­

ring. Gelukkig laten de onderzoeken ook een eenduidig

­

inclusief de natuurverbindingen (zie kaart 4). De natuur

gebieden die in het NNN met elkaar in verbinding worden gebracht werken tesamen als ware het een groter geheel. Meer dan losse gebieden verspreid over de provincie, draagt een goed functionerend natuurnetwerk daardoor bij aan het herstellen van de biodiversiteit. Binnen het netwerk bestaat uitwisseling en (her) kolonisatie van gebieden door planten en dieren. Het Noord-Hollandse deel van het NNN beslaat ongeveer 56.600 hectare. Hiervan is ruim 92% inmiddels voltooid. Samen met vele partners werken we aan de resterende 4.250 hectare. Wij beschouwen de afronding en kwaliteitsverbetering van het NNN als één van de belangrijkste maatregelen om de ­

landelijke NPLG-opgaven te realiseren. Daarom bescher ­

men wij in onze Omgevingsverordening de al gereali seerde en de nog te realiseren NNN tegen ruimtelijke ontwikkelingen die de natuurwaarden aantasten.

Afbeelding 5. Ecologisch herstel Bij de opgave om de biodiversiteit te verbeteren staan de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn centraal. Op basis van deze richtlijnen heeft het Rijk Natura 2000-gebieden aangewezen (zie kaart 3) en doelen voor 2030 geformuleerd.





7 Wij volgen de internationaal geaccepteerde definitie van biodiversiteit uit het Verdrag van Rio de Janeiro (1992), die luidt: “de variabiliteit in organismen uit de gehele wereld, waaronder terrestrische, mariene en andere aquatische ecosystemen en de ecologische verbanden waar ze deel van uitmaken; de diversiteit betreft de variatie binnen soorten (genen), tussen soorten en tussen ecosystemen”. In dit PPLG wordt naast de term biodiversiteit ook de term ‘natuur’ vaak gebruikt. Natuur omvat naast de biodiversiteit ook de abiotische factoren zoals reliëf en bodemsoort. 8 In voetnoot 4 zijn enkele studies over de mondiale of nationale ontwikkeling van de biodiversiteit genoemd. Specifiek voor Noord-Holland kan worden gewezen op de beheerplannen, natuurdoelanalyses en herstelstrategieën voor Natura 2000-gebieden, inclusief de evaluaties daarvan en het Ecologisch assessment van de landschappen van Nederland.

Buitengewoon Noord-Holland!

19

Provincie Noord-Holland

De huidige beschermingsregels bevatten mogelijkheden

groenblauwe dooradering. We verkennen geschikte

om uitzonderingen op deze planologische bescherming te

locaties. Waar dit gevolgen heeft voor huidige functies,

maken. Deze scherpen we aan om ongewenste ruimte­

zoals de bollenteelt, zoeken we met de bollensector

lijke ontwikkelingen in het NNN te voorkomen. Zo willen we de hoofdfunctie verblijfsrecreatie uitsluiten. Daar­

naar oplossingen (zie paragraaf 2.6.5). 2. Natuurverbindingen zijn (doorgaans smallere) verbin­

naast onderzoeken we of de verschillende beschermings­

dingen tussen de grotere natuurgebieden. Ze vormen

regimes in het landelijk gebied (zoals NNN en Bijzonder

een cruciaal deel van het Natuurnetwerk Nederland,

Provinciaal Landschap) goed op elkaar afgestemd zijn, en

omdat ze lokaal uitsterven van flora en fauna en

waar verbeteringen mogelijk zijn.

inteelt in geïso­leerde, kleine natuurgebieden helpen voorkomen. Bovendien bevorderen ze het hydrologisch

Een compleet functionerend Natuurnetwerk NNN levert

herstel en helpen om beschikbaar water beter te

een cruciale bijdrage aan biodiversiteitsherstel. Behalve

benutten. We realiseren de eerder al beleidsmatig

het uitwisselen van planten en dieren tussen de natuur­

vastgelegde natuurverbindingen. Veel natuurverbin­

gebieden zorgt een afgerond NNN ook voor de benodigde

dingen zijn nu nog enkel ingetekend als een ‘lijn op

ruimte voor systeemherstel. Het is dan ook van groot

de kaart’. Daadwerkelijke realisatie zal ongeveer

belang dat ook de laatste stukken NNN worden gereali­

850 hectare ruimte vragen, deels in de vorm van kleine

seerd. Door deze laatste percelen aan het NNN toe te

natuurgebieden (circa 40%, dus 340 hectare) en deels in

voegen kunnen grootschalige maatregelen zoals hydro­

de vorm van groenblauwe dooradering (circa 60%, dus

logisch systeemherstel beter worden uitgevoerd en

510 hectare). De eerstgenoemde kleine natuurgebieden

kunnen emissies van nutriënten en chemische stoffen

begrenzen we als NNN, zodat deze planologisch

effectiever worden teruggedrongen. Daarom is het nood­

beschermd worden. De groenblauwe dooradering

zakelijk om vast te houden aan onze oorspronkelijke

wordt niet begrensd als NNN.

NNN-doelstelling, ondanks het feit dat de opgave waar­ toe het Natuurpact ons verplichtte, geringer was.9

In 2013 hebben wij van het Rijk alleen middelen ontvan­

Wij werken aan afronding van een NNN dat ongeveer

gen voor het deel van het NNN dat onder het Natuurpact

3.500 hectare omvangrijker is dan de Natuurpact-

viel. Het Natuurpact ging echter uit van een aanzienlijk

opgave. Wij verwachten dat dat ambitieuze beleid nu een

kleiner NNN dan waaraan wij destijds werkten. Vanuit

passend antwoord is op de NPLG-opgave om vóór 2030

onze zorg voor de biodiversiteit en voor het goed functio­

30% van het ‘gat’ te overbruggen richting het bereiken

neren van het ecologisch netwerk hebben wij er destijds

van de doelen in de Vogel- en Habitatrichtlijn (het

verschil tussen de huidige staat van instandhouding en een gunstige staat van instandhouding). Wij zien geen

voor gekozen om ons NNN niet te verkleinen. Daarom

resteert in Noord-Holland nog een aanzienlijke NNNopgave, additioneel aan de Natuurpact-opgave. Omdat

noodzaak voor aanvullende NNN-begrenzingen, dus we

de afronding van het gehele NNN noodzakelijk is voor

houden vast aan ons ‘saldo-nul-principe’. Dat betekent

het behalen van de NPLG-opgaven vragen wij uit het

dat de totale omvang van het NNN in Noord-Holland

Transitiefonds aanvullende middelen voor het financie­

gelijk blijft. Op regionale schaal kunnen er wel

ren van onze gehele NNN-opgave, inclusief het beheer

verschillen zijn. We voorzien een optimalisatie van het

ervan en de natuurverbindingen.

NNN ten behoeve van twee specifieke opgaven: 1. De binnenduinrand is een bijzonder gebied. Het vormt

De laatste jaren hebben we fors ingezet op afronding van

een ecologische verbinding van de duinen naar de

het NNN. Wij blijven ons inzetten om de Noord-Hollandse

polders. Het gebied is gevoelig is voor droge periodes,

natuur zo snel mogelijk te versterken. Dit doen we (onder

omdat een deel vrij afwaterend is en daar geen water

andere) door het aantal gebiedsprocessen in het landelijk

kan worden aangevoerd. Het is ook gevoelig voor

gebied uit te breiden (zie hoofdstuk 5). Gebiedsprocessen

overlast in natte periodes, omdat het water dan niet

vragen tijd en zorgvuldigheid, omdat wij alle partners op

alleen afkomstig is van lokale neerslag maar ook van

een goede manier willen betrekken. We ronden het NNN

toevoer van kwel vanuit de duinen. Onze opgave voor

af conform de eerder door ons vastgestelde werkwijze.10

de binnenduinrand is om een robuust watersysteem

Dat betekent dat in 2027 alle gronden voor het NNN

te creëren met drie functionaliteiten: vasthouden (als

beschik­baar moeten zijn. Tot 2029 vindt nog inrichting

het kan), afvoeren (als het moet) en verbinden (groen­

van NNN plaats en eventueel lopen nog onteigenings­

blauwe dooradering). Dit vereist in sommige gevallen

proce­dures door. Wij houden vast aan onze werkwijze in

functieverandering of herschikking van functies ten

de weten­schap dat er een spanningsveld bestaat tussen

behoeve van water-, klimaat- en natuurdoelen. Dit

enerzijds onze wens om het NNN voortvarend af te ronden

vullen we in door de begrenzing van 300 hectare extra

en ander­zijds onze wens om de inzet van dwingend

NNN in de binnenduinrand en aanvullende

instrumenta­rium tot een minimum te beperken.

9 In het Natuurpact (2013) maakten het Rijk en de twaalf provincies afspraken over de decentralisatie van het natuurbeleid naar de provincies. 10 Werkwijze gebiedsprocessen landelijk gebied, vastgesteld in februari 2022.

Buitengewoon Noord-Holland!

20

Provincie Noord-Holland

2.2.3 E  cologisch herstel binnen de natuurgebieden

kennisdeling en het opzetten van

Naast de afronding van het NNN willen we ook in de

eerder besloten stoppen we per 2029 met het subsidiëren

bestaande natuurgebieden (zowel de Natura 2000-

van agrarisch natuurbeheer binnen het NNN. Het NNN

gebieden als het NNN) de natuurkwaliteit verbeteren.

is immers een duurzame ecologische structuur. De op

Voor veerkrachtige ecosystemen is natuurlijke dynamiek

agrarische bedrijfsvoering gerichte voorwaarden van

een belangrijk uitgangspunt. Te denken valt aan

agrarisch natuurbeheer (onder andere ten aanzien van

verstuiving in de duinen, natuurlijke successie (zoals

mestgift) passen hier niet goed bij. De desbetreffende

veengroei en klimaatbossen), natuurlijk peilbeheer en

agrarische ondernemers dienen voor 2029 over te stappen

rewilding.11 Dit vergt investeringen in de verbetering van

samenwerkingsverbanden op gebiedsniveau. Zoals

op natuurbeheer volgens de SNL-systematiek.

milieu- en inrichtingscondities en het beheer. Voor zover dat niet strijdig is met de natuurdoelen kunnen andere

Faunabeheer (populatiebeheer en schadebestrijding)

functies worden ingepast, zoals agrarisch medegebruik

maken we mogelijk wanneer sprake is van gezondheids-

en recreatie. De huidige natuurambities blijken in de

of veiligheidsrisico’s, (dreigende) schade aan Natura

praktijk niet altijd passend bij de ecologische potenties,

2000-doelen of landbouwschade die het gevolg is van

de Natura 2000-doelen of de realisatie- en/of beheer­

beperkingen in beheer en schadebestrijding. Of een

mogelijkheden. Daarom zullen wij landschapsecolo­

diersoort beheerd mag worden wordt getoetst aan de Wet

gische systeemanalyses uit­voeren, zodat we gebieds­

natuurbescherming en aan de provinciale regelgeving.

gericht kunnen sturen op de realisatie van PPLG-opgaven.

De Wet natuurbescherming bepaalt dat de overheid verant­woordelijk is voor een billijke schadetegemoet­

Voor elk van de Natura 2000-gebieden zijn in de beheer­

koming in die gevallen waarin beheer en schadebe­

plannen en natuurdoelanalyses herstel- en beheermaat­

strijding niet of beperkt ingezet kunnen worden.

regelen uitgewerkt.12 Een overzicht van de looptijd van de beheerplannen staat in de bijlage. Voorbeelden daarvan

Invasieve exoten zoals watercrassula, cabomba, Ameri­

zijn druk­begrazing, hydrologische maatregelen, grond­

kaanse rivierkreeften en de rosse stekelstaart, kunnen

verwerving, inrichting en exotenbestrijding. Voor de

een bedreiging vormen voor de inheemse biodiversiteit.

stikstof­gevoelige natuurdoelen voeren we deze maat­

Bij de aanpak van dit probleem richten wij ons op ecolo­

regelen uit via het Programma natuurherstel. Fase 1 is

gisch systeemherstel en op, waar nodig, het beheersen

in uitvoering; voor fase 2 vragen we middelen aan. Voor

en voorkomen van verdere verspreiding van de invasieve

de financiering van maatregelen voor de niet-stikstofge­

exoten. Wij geven prioriteit aan de bestrijding van inva­

voelige natuurdoelen doen we een beroep op het

sieve exoten die Europees zijn aangewezen en Natura

Transitiefonds.

2000-doelen in gevaar brengen. Samen met de natuurbe­

Natuurbeheer Natuurbeheer is onmisbaar om eenmaal gerealiseerde natuurgebieden in goede staat te houden. Ons doel is het

heerders, infrabeheerders en gemeenten zetten we een programma op voor regievoering op de bestrijding en kennisuitwisseling.

alle gebieden vaststellen in de ambitiekaart van het

2.2.4 Ecologisch herstel buiten de natuurgebieden

Natuurbeheerplan. We streven ernaar om voor elk

Tachtig procent van Noord-Holland is géén Natura 2000-

natuurbeheertype de SNL-kwaliteit ‘goed’ te halen. We

of NNN-gebied. Hier zien we een gestage afname van

constateren dat de achteruitgang van de biodiversiteit

veel verschillende soorten. Met andere woorden:

mede wordt veroorzaakt door onvoldoende beheerin­

maatregelen voor systeemherstel kunnen niet beperkt

spanning, als gevolg van gebrek aan beheerbudget. Dit

blijven tot de natuurgebieden zelf. Ook daarbuiten is

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14628082/1