CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

RKC Rapport Subsidiebeleid eindversie 2 juli 2021 DEF

commissie Maatschappelijke Aangelegenheden 14 september 2021, gemeente RucphenBij agendapunt: Presentatie Rekenkamercommissie Rucphen over rapportage ‘Helpt het subsidiebeleid om de doelen te bereiken?’23.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Pagina | 22

gemaakt in de aanvraag, kan het zijn dat hierdoor de subsidie niet verstrekt wordt of kan het voorkomen dat er verdiepingsvragen gesteld moeten worden vanuit de ambtelijke organisatie richting de subsidieaanvrager. Verder is het ook maar de vraag, en zie hiervoor verder ook paragraaf 4.6 voor de bevindingen ten aanzien van de nadere regelingen, of het voor de aanvrager wel duidelijk is wat vernieuwend en/of innovatief is in de gemeente. Bij ambtelijke navraag blijkt dat er naast de online aanvraagformulieren ook aanvraagformulieren op papier zijn, zoals voor ‘Kunstzinnige vorming voor interne opleiding bij de muziekvereniging’. Ook zijn er aanvraagformulieren die door de subsidieaanvrager zelf zijn ontwikkeld. De gemeente Rucphen heeft geen format voor de subsidieaanvraag voor subsidie voor maatschappelijk werk van WijZijn Traverse. WijZijn Traverse heeft hiervoor zelf een format ontwikkeld. Uit de interviews bleek dat dit te maken heeft met de vele overleggen die worden gevoerd tussen gemeente en betreffende organisatie. De specifieke wensen en behoeften van de gemeente ten aanzien van te behalen beleidsdoelstellingen in het maatschappelijk domein worden jaarlijks afgestemd met WijZijn Traverse. Een format is dan ondergeschikt. Uit de interviews bleek dat het belangrijker wordt gevonden dat WijZijn Traverse in de subsidieaanvraag de door

de gemeente gewenste activiteiten helder beschrijft.

4.4

Communicatie over subsidiemogelijkheden

Uit de subsidieprogramma’s van de afgelopen jaren blijkt weinig tot geen verschil te zitten in de verstrekte jaarlijkse en meerjarensubsidies. De organisaties die subsidie aanvragen zijn bij de gemeente Rucphen bekend. Deze organisaties worden door de gemeente Rucphen gewezen op de jaarlijkse aanvraagtermijnen. Verder gaat er niet expliciet een uitnodiging uit richting organisaties/instanties binnen de gemeente om subsidies aan te vragen. Ook de mogelijkheid van activiteitensubsidies wordt niet breed gecommuniceerd binnen de gemeente. Er is sinds 2020 jaarlijks een budget van maximaal € 25.000,- beschikbaar voor activiteitensubsidies (vóór 2020 werden de activiteitensubsidies vanuit de stelpost in het subsidieprogramma bekostigd). Er wordt jaarlijks slechts een beperkt deel van dit budget opgemaakt. Uit een verkregen ambtelijk overzicht blijkt dat er in 2018 slechts 2 activiteitensubsidies zijn verleend, in 2019 waren dit er 5 en in 2020 eveneens 5. Verder blijkt ook al uit de bevindingen van paragraaf 4.3 dat de website geen overzichtelijk beeld geeft van alle subsidiemogelijkheden. De informatie op de website is niet gebundeld en niet compleet.

4.5

Controles

4.5.1 Interne controle De verbijzonderde interne controle berust bij Concerncontrol. Basis voor de interne controle is sinds 2018 de werkprocesbeschrijving en de daarop gebaseerde checklist subsidieverstrekkingen. Doel van de controle is de rechtmatigheid en getrouwheid vast te stellen van het proces rondom subsidieverstrekkingen. De controle geeft dus geen oordeel over de doeltreffendheid van de verstrekte subsidies.

Pagina | 23

Uit de controlememo over de in 2019 8 verstrekte subsidies blijkt dat 11 verstrekte subsidies zijn gecontroleerd. Daarbij is ook gekeken naar de opvolging van de bevindingen uit de controle van voorgaande jaren. Hieruit blijkt dat alle eerdere bevindingen ook in 2019 voorkomen. Het betreft voornamelijk procedurele bevindingen die geen gevolg hebben voor de financiële rechtmatigheid en getrouwheid. Daarnaast zijn drie nieuwe bevindingen gedaan. Gezien de scope van ons onderzoek zijn de volgende bevindingen van belang: • Niet voor alle subsidieaanvragen wordt het voorgeschreven formulier gebruikt. • Niet alle toegekende subsidies zijn opgenomen in het subsidieprogramma. Voor een aantal wordt een afzonderlijk traject doorlopen, zoals voor de voor- en vroegschoolse educatie, mantelzorgwaardering en mantelzorgondersteuning. • Een post is gekwalificeerd als subsidie, zo staat in de controlememo, terwijl dat volgens de medewerker die de controle heeft uitgevoerd inkoop betreft. In de controlememo is ook opgenomen dat bij deze toekenning de regels conform het inkoop- en aanbestedingsbeleid zijn gevolgd. Er wordt echter niet beschreven om welke subsidie het gaat.

4.5.2 Evaluatie ingevolge Awb en Gemeentewet Zoals ook aangegeven in paragraaf 3.5.1 dient ingevolge artikel 4:24 Awb, indien een subsidie op een wettelijk voorschrift berust, ten minste eenmaal in de vijf jaren een verslag gepubliceerd te worden over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Het spreekt vanzelf, dat een dergelijk verslag ook als beleidsinstrument kan worden gebruikt en een belangrijk controlemiddel voor de raad is. Tot op heden heeft een dergelijke evaluatie niet plaatsgevonden. Gesprekspartners geven in de interviews aan dat er gedurende het jaar wel overleg plaatsvindt met de ontvangers om tussentijds te evalueren en bij te sturen (ook met het oog op de volgende periode van subsidieverstrekking). 9 Ook evaluatie van subsidies op grond van artikel 213a Gemeentewet (doelmatigheid en de doeltreffendheid van door het college gevoerde bestuur) heeft niet plaatsgevonden.

4.5.3 Accountantscontrole De jaarrekening van de gemeente wordt gecontroleerd door de accountant. Deze controle richt zich op de getrouwheid en rechtmatigheid van de in de jaarrekening opgenomen informatie. In de ontvangen verslagen van de accountant zijn geen bevindingen inzake subsidies aangetroffen.

4.5.4 Rol van de raad In het proces van gemeentelijke subsidieverstrekking heeft ook de gemeenteraad een rol. In de programmabegroting legt de raad de doelstellingen van de verschillende beleidsprogramma’s vast. Ook worden de subsidieplafonds in de programmabegroting door de raad vastgesteld. Dit geldt dan alleen voor de jaarlijkse en meerjarige subsidies. Daarnaast geeft de raad in de ASV de regels/kaders aan waarbinnen subsidieverstrekking plaats dient te vinden. Het college van B&W geeft hier uitvoering aan, maar heeft daarnaast alle vrijheid, vanuit de vastgestelde ASV, om nadere regels vast te leggen waarin criteria worden opgenomen om wel of niet tot subsidieverstrekking over te gaan.

Tijdens ons onderzoek was de controle op de in 2020 verstrekte subsidies nog niet afgerond. https://pgawb.nl/pg-awb-digitaal/hoofdstuk-4/4-2-subsidies/4-2-1-inleidende-bepalingen/artikel424/#:~:text=Indien%20een%20subsidie%20op%20een,wettelijk%20voorschrift%20anders%20is%20bepaald 8 9

Pagina | 24

De controle van de raad op het verstrekken van subsidies door de gemeente is vooral, zo bleek uit de interviews, financieel van aard. Uit de interviews bleek ook dat het daardoor voor kan komen dat de raad minder focus heeft op de bereikte resultaten en de mate waarin de verstrekte subsidies bijdragen aan beleidsdoelstellingen en maatschappelijke effecten. Het college is vrij om nadere beleidsregels te formuleren en te wijzigen, zonder dat de raad zicht heeft op welke effecten dit heeft voor de samenleving en bijvoorbeeld het bestaansrecht van kleine verenigingen. Vanuit de ambtelijke organisatie wordt aangegeven dat nadere regelingen in principe worden aangepast bij aanpassing van de verordening en deze worden dan ter info meegestuurd naar de raad. “We proberen het proces van aanpassing van de verordening zoveel mogelijk gelijk te laten lopen met de aanpassing van de subsidieregelingen. Dan sturen we de nieuwe/aangepaste subsidieregelingen ter informatie mee aan de gemeenteraad.” Kortom, in grote lijnen controleert de gemeenteraad ten aanzien van de jaarlijkse en meerjarige subsidies of de subsidie-uitgaven passen binnen de vooraf vastgestelde subsidieplafonds. Controle op de inhoud ontbreekt en wordt volledig aan het college overgelaten.

Op de vraag in de interviews of gemeenteraadsleden weten in hoeverre verstrekte subsidies bijdragen aan gemeentelijke beleidsdoelen en maatschappelijke effecten, kon geen bevestigend antwoord gegeven worden. De incidentele activiteitensubsidies werden vóór 2020 bekostigd vanuit de stelpost die opgenomen was in het subsidieprogramma. Door een collegebesluit van 1 november 2019 is er voor de incidentele activiteitensubsidies een reserve gevormd. Vanwege het ‘onvoorspelbare’ karakter van deze subsidievorm is het besluit genomen een bedrag van € 25.000,- in een reserve te stoppen voor het uitbetalen van de incidentele activiteitensubsidies. Dit bedrag was beschikbaar vanwege een overschot uit het subsidieprogramma van 2019. Eveneens is besloten om jaarlijks een eventueel beschikbaar positief saldo uit het subsidieprogramma te gebruiken om de reserve aan te vullen. Met dit besluit is er indirect voor gekozen de incidentele subsidies uit het subsidieprogramma te halen. Voor wat betreft de incidentele activiteitensubsidies, waarvoor sinds 2020 dus een aparte reserve van maximaal € 25.000,- beschikbaar is, heeft de gemeenteraad geen mogelijkheid meer kaders te stellen ten aanzien van de besteding hiervan. De raad wordt slechts achteraf via de bestuursrapportage geïnformeerd over onttrekkingen.

Het doel van de activiteitensubsidies is om vernieuwende activiteiten te stimuleren in de gemeente Rucphen die bijdragen aan beleidsdoelen en maatschappelijke effecten. Of en tot welke resultaten dit leidt is voor de raadsleden, zo blijkt uit de interviews, niet inzichtelijk. Uit de interviews is verder gebleken dat eenmalig verstrekte vernieuwende activiteitensubsidies niet geëvalueerd worden op behaalde resultaten en de wijze waarop de activiteiten meerwaarde hebben ten aanzien van de maatschappelijke effecten en beleidsdoelstellingen die de gemeente Rucphen wilt bereiken. Door een raadsfractie is in 2019 een motie ingediend om een totaaloverzicht van alle verstrekte subsidies op de website te publiceren. Deze motie kreeg geen meerderheid. Uit de interviews bleek dat het verwerpen van deze motie ook te maken had met een toezegging vanuit het college om dit overzicht wel te gaan publiceren. Echter, op de website is tijdens ons onderzoek niets aangetroffen. Tijdens het ambtelijk hoor en wederhoor is aangegeven dat het overzicht wel tijdelijk via de website is gepubliceerd, maar dat het inmiddels is verwijderd omdat de informatie was verouderd. Verder worden er vanuit de gemeenteraad niet of nauwelijks vragen gesteld over de subsidies.

Pagina | 25

4.6

Bevindingen nadere regelingen

In het volgende overzicht zijn de verschillende beleidsterreinen opgenomen en de eventueel van toepassing zijnde regelingen. Daarnaast bestaan er bij enkele beleidsterreinen overkoepelende regelingen. Programma en beleidsterrein Overkoepelend

0. Bestuur en ondersteuning 1. Veiligheid 2. Verkeer, vervoer en waterstaat 3. Economie 4. Onderwijs 5. Sport, cultuur en recreatie

6. Sociaal domein 7. Volksgezondheid en milieu 8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing

Nadere regelingen • Regeling activiteitensubsidie • Regeling loon& prijscompensatie gesubsidieerde instellingen x x • Beleidsregel Verkeersbrigadiers • Beleidsregel buurtbusvereniging x • Beleidsregel peuteropvang en voorschoolse educatie • Regeling subsidie cultuur • Beleidsregel culturele prijzen en gemeentelijke concoursen • Beleidsregel muziekonderwijs door muziekverenigingen • Regeling kosten tentoonstellingen • Regeling subsidie amateuristische kunstbeoefening • Regeling subsidies sportorganisaties • Compensatieregeling sportverenigingen • Regeling subsidie jeugdactiviteiten • Regeling subsidie natuur- en milieueducatie • Regeling subsidie dodenherdenking • Regeling subsidie ouderenorganisaties • Regeling subsidie EHBO x

In bijlage 3 is een uitgebreid overzicht van de nadere regelingen opgenomen waarin per regel wordt aangegeven: • wanneer deze is vastgesteld; • welk doel met de regeling wordt beoogd; • welke aanvullende bepalingen van kracht zijn; • welke organisaties onder de regeling vallen. • de bevindingen van de beoordeling. De voornaamste bevindingen zijn: Regeling activiteitensubsidie • Volgens de ASV dient voor een activiteitensubsidie aangegeven te worden voor welke activiteit(en) een subsidie wordt aangevraagd, welke doelen en resultaten met de activiteiten worden nagestreefd en hoe de activiteiten tot het bereiken van die doelen moeten bijdragen. Vanuit het college wordt in de regeling activiteitensubsidie de aanvullende eis gesteld dat de activiteit innovatief dient te zijn, waardoor de subsidiemogelijkheden aanzienlijk worden beperkt.

Pagina | 26

•

In de regeling activiteitensubsidie worden algemene termen gehanteerd zoals “vernieuwend”, “maatschappelijke meerwaarde”, zonder deze nader uit te werken, waardoor deze verschillend kunnen worden uitgelegd door zowel de aanvragers als de ambtenaren die de aanvragen moeten beoordelen.

Regeling loon- en prijscompensatie gesubsidieerde instellingen • De regeling loon- en prijscompensatie wordt slechts voor een beperkte groep van de gesubsidieerde organisaties toegepast. Voor verenigingen die per lid subsidie krijgen, zijn bedragen al meerdere jaren bevroren. Voor het muziekonderwijs geldt bijvoorbeeld al sinds 2008 een subsidiebedrag van € 125,- per lid. Beleidsregel verkeersbrigadiers • De beleidsregel bevat veel gedetailleerde bepalingen voor een laag te verstrekken subsidiebedrag (€ 531,- in 2020). De tijd die men ambtelijk kwijt is aan het toetsen van al deze bepalingen staat niet in verhouding tot de hoogte van de subsidie. Beleidsregel peuteropvang en voorschoolse educatie • De beleidsregel peuteropvang en voorschoolse educatie 1 augustus – 31 december 2020 betreft een subsidie voor de ontwikkelingsstimulering van alle peuters van 2,5 tot 4 jaar en het zorgen voor een effectieve aanpak van een (risico op) een (taal)achterstand in het Nederlands. Toch is deze subsidie niet opgenomen in het overzicht van nadere regelingen in het jaarlijkse subsidieprogramma en maakt deze geen deel uit van het subsidieplafond. Vanuit de interviews is gebleken dat de subsidie voor peuteropvang en voorschoolse educatie altijd uit meerdere delen bestond, waarbij een deel buiten en een deel binnen het subsidieprogramma viel.

Uiteindelijk is er voor gekozen de hele regeling buiten het subsidieprogramma te houden. Regeling subsidie cultuur • De doelstelling van de regeling subsidie cultuur is gericht op inwoners van uiteenlopende leeftijden. Voor de categorie “Volkscultuur” (één van de twee benoemde categorieën) worden voor het verkrijgen van subsidie alleen aanvullende eisen gesteld voor wat betreft activiteiten voor de jeugd. •

Het kruis- en voetbooggilde St. Jan Baptist ontvangt een subsidie op basis van de regeling subsidie cultuur, maar in het subsidieprogramma 2020 is deze subsidie opgenomen onder de noemer Sportbeleid en activering. De andere subsidies die op basis van de regeling subsidie cultuur worden verstrekt zijn in het subsidieprogramma opgenomen onder de noemer Cultuur.

•

De heemtuin krijgt subsidie vanuit de regeling cultuur voor het betrekken van inwoners bij cultuurhistorische activiteiten. Eveneens ontvangt de heemtuin subsidie vanuit de regeling natuur- en milieueducatie voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van natuur- en milieueducatie.

Beleidsregel culturele prijzen en gemeentelijke concoursen • De beleidsregel culturele prijzen en gemeentelijke concoursen stamt uit 1995, waardoor de vraag kan worden gesteld in hoeverre deze nu nog aansluit op het gemeentelijke beleid. •

In het subsidieprogramma 2020 is voor de organisatie van het gemeentelijke muziekconcours een bedrag van € 1.500,- opgenomen. Dat sluit niet aan op de bepalingen in de beleidsregel culturele prijzen en gemeentelijke concoursen waar een maximum van ƒ 2.500,- is vastgesteld. Tijdens het ambtelijk hoor en

Pagina | 27

wederhoor is aangegeven dat het bedrag bij de invoering van de euro is aangepast van ƒ 2.500,- in € 1.500,-. Daarvoor heeft de ambtelijke organisatie geen schriftelijke onderbouwing, bijvoorbeeld in de vorm van een geactualiseerde beleidsregel, kunnen aanleveren. Beleidsregel muziekonderwijs door muziekverenigingen • In de beleidsregel muziekonderwijs door muziekverenigingen is een afwijkend subsidiejaar gedefinieerd, waarschijnlijk gekoppeld aan een schooljaar. Andere subsidies waarbij ook sprake is van bijvoorbeeld een (sport)seizoen dat van augustus tot juli loopt, hanteren wel het reguliere kalenderjaar als subsidieperiode. •

Het vastgestelde subsidiebedrag van € 125,- per cursist geldt al vanaf 2008 en is sindsdien nooit in hoogte aangepast. Uit de interviews bleek dat het ledenaantal van muziekverenigingen terugloopt.

Regeling kosten tentoonstellingen • De doelstelling van de regeling kosten tentoonstellingen betreft tentoonstellingen in zijn algemeenheid, maar deze wordt in de nadere bepalingen beperkt tot twee met name genoemde vogelverenigingen. Tentoonstellingen die niet worden genoemd kunnen niet voor een subsidie in aanmerking komen. Wel zullen binnenkort de nadere regelingen aangepast worden, vanwege het genomen collegebesluit om eens per twee jaar subsidie toe te kennen aan de parochiekern H. Martinus in verband met de activiteit Kunst in de Kerk. •

In de regeling kosten tentoonstellingen wordt een maximum subsidiebedrag van € 150,- genoemd, maar er wordt niet aangegeven op welke wijze het te verstrekken subsidiebedrag (onder de € 150,-) wordt berekend.

Regeling subsidie amateuristische kunstbeoefening • Bij een aanvraag vanuit de regeling subsidie amateuristische kunstbeoefening moet een ledenlijst worden overgelegd, ingedeeld naar leeftijdsgroep. Welke verdeling daarbij moet worden gehanteerd is niet verder uitgewerkt. Daarbij is de subsidie niet afhankelijk van de leeftijd van de leden, waardoor het onduidelijk is waarom de betreffende informatie benodigd is. Regeling subsidies sportorganisaties • Doelstelling van de regeling subsidies sportorganisaties betreft jongeren en inwoners van de gemeente Rucphen, maar de subsidie wordt alleen verstrekt voor jeugdleden en is specifiek bestemd voor activiteiten voor jongeren. Vanuit die beperking is het onduidelijk hoe deze nadere regeling zich verhoudt tot de regeling subsidie jeugdactiviteiten. Daarin worden sportverenigingen niet uitgesloten. Regeling subsidie jeugdactiviteiten • In de regeling jeugdactiviteiten zijn bepalingen opgenomen voor de vaststelling van het aantal jeugdleden. Deze bepalingen zijn vrij lastig beschreven. •

Onduidelijk is hoe deze nadere regeling zich verhoudt tot de regeling subsidie sportorganisaties, aangezien die volgens de nadere bepalingen ook alleen subsidie verstrekt voor activiteiten voor jongeren. In de regeling subsidie jeugdactiviteiten worden sportverenigingen niet uitgesloten.

Regeling subsidie milieu- en natuureducatie • In het subsidieprogramma 2020 worden onder de noemer “Natuur- en milieueducatie” nog twee organisaties genoemd, die niet in de regeling subsidie

Pagina | 28

natuur- en milieueducatie worden genoemd: Stichting Noord-Brabants Landschap (€ 226,- in 2020) en Natuurwerkgroep Rucphen (€ 300,- in 2020). Ofwel worden er subsidies verstrekt aan organisaties die volgens de nadere regel geen subsidie zouden kunnen krijgen. In de interviews werd aangegeven dat deze regeling nog aangepast dient te worden. Beleidsregel buurtbusvereniging • Volgens de beleidsregel buurtbusvereniging maakt deze deel uit van de subsidieverordening Welzijn. Uit de interviews bleek dat de betreffende subsidie voor de buurtbusvereniging is opgenomen onder het kopje ‘busdienstverbindingen’, dat valt onder het kopje ‘Verkeer en vervoer’. Ofwel, de regeling valt onder het ‘Sociaal Domein’ en in het subsidieprogramma valt de betreffende subsidie onder ‘Verkeer en Vervoer’. Daarnaast worden in de beleidsregel geen bedragen genoemd, waardoor het onduidelijk is hoe de hoogte van de subsidie wordt bepaald. Uit de interviews is gebleken dat dit ooit is berekend en al jaren wordt toegepast, zonder indexering. Beleidsregel buurtbusvereniging • Volgens de beleidsregel maakt deze deel uit van de subsidieverordening Welzijn. In het subsidieprogramma wordt de subsidie echter geschaard onder de kop ‘Verkeer en Vervoer’ met de benaming ‘busdienstverbindingen’, zo bleek uit de interviews.

Regeling subsidie ouderenorganisaties • In de regeling subsidie ouderenorganisaties zijn bepalingen opgenomen voor de vaststelling van het aantal leden. Deze bepalingen zijn vrij lastig beschreven. Algemeen • Bij iedere nadere regel wordt verwezen naar de datum van de laatst vastgestelde ASV. Dit houdt in, dat als de ASV verandert en opnieuw wordt vastgesteld door de gemeenteraad, eveneens alle nadere regelingen aangepast dienen te worden.

4.7

Bevindingen casestudy’s

In deze paragraaf staat de werking van het subsidiebeleid van de gemeente Rucphen centraal. Hoe vertaalt het beleid zich naar de praktijk? We lichten enkele subsidiedossiers toe: van aanvraag en verlening tot vaststelling en betaling. Het gaat om de dossiers van de volgende 5 organisaties: Organisatie

Activiteit /domein

Traverse

Maatschappelijk werk

Muziekvereniging De Eendracht

Kunstzinnige vorming voor interne opleiding bij muziekvereniging Armoedebestrijding

Stichting Leergeld Rucphense Actieve Senioren Parochiekern H. Martinus Rucphen

Sport en bewegen (Thai Chi) Kunst in de kerk

Jaar van activiteit 2019 20182019 20152018 2020 2019

Hoogte subsidie € 202.053 gevraagd € 196.415 toegekend € 750 gevraagd € 750 toegekend € 15.000 gevraagd € 15.027 toegekend € 600 gevraagd € 600 toegekend € 650 gevraagd € 0 toegekend

Pagina | 29

In bijlage 4 zijn de details van de beoordeling opgenomen. Onderstaand onze voornaamste bevindingen:

4.7.1 Traverse WijZijn Traverse (voorheen Traverse) is een organisatie die zich richt op het sociaal werk, welzijn en maatschappelijke dienstverlening. Activiteiten zijn gericht op het signaleren (waar vallen de gaten in het maatschappelijk vangnet), preventie en vroegsignalering (voorkomen dat kwetsbare burgers tussen wal en schip vallen) en ondersteuning en begeleiding zodat burgers zelfredzaam worden en kunnen participeren in de samenleving. WijZijn Traverse is werkzaam in de gemeenten Bergen op Zoom, Halderberge, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht en Tholen. Uit de beoordeling komt onder andere het volgende naar voren: •

In 2019 is, voor de uitvoering van het algemeen maatschappelijk werk, het subsidiebedrag vastgesteld op € 196.415,-. De vaststelling is beoordeeld aan de hand van de overgelegde inhoudelijke en financiële verslaglegging 2019. Hieruit is gebleken dat voldaan is aan de uitvoering van de activiteiten zoals omschreven in het toekenningsbesluit van 21 december 2018.

•

De activiteiten zijn gericht op het algemeen belang en daarmee zou je kunnen zeggen dat het om een subsidie gaat. Echter, door de vele ambtelijke overleggen die er zijn over de uitvoering van de gewenste wettelijke taken door WijZijn Traverse en de zeggenschap die de gemeente heeft over de te leveren prestaties door WijZijn Traverse, komt de relatie meer overeen met die van een overheidsopdracht, ofwel een inkooprelatie. De andere gemeenten waar WijZijn Traverse actief is beschouwen de bijdrage, evenals de gemeente Rucphen, als een subsidie. Uit de interviews bleek echter wel dat de gemeente Rucphen vanwege de benodigde transformatie in het sociale domein een heroriëntatie maakt op gewenste activiteiten in het sociale domein om tot gewenste resultaten te komen. De gemeenteraad is hierover geïnformeerd en nog in 2021 zal duidelijk worden of en welke gevolgen dit heeft voor de subsidierelatie met WijZijn Traverse.

Uit de subsidieaanvraag blijkt dat: o het beoogde doel voornamelijk de uitvoering van wettelijke taken betreft; o het ‘subsidie’ bedrag wordt bepaald door het aantal te verrichten werkuren per activiteit te vermenigvuldigen met een uurtarief van € 70,50; Uit een ambtelijk Excel document in dit subsidiedossier met de titel “Traverse Onderzoek inkoop aanbesteding WZT” is een analyse uitgevoerd of de subsidierelatie met WijZijn Traverse om een inkoop- of aanbestedingsrelatie gaat. In dit document wordt gesproken over ‘Strategische argumenten tegen aanbesteding’ waaruit blijkt dat strategische argumenten hebben bijgedragen aan het besluit dat het om een subsidierelatie gaat en geen inkooprelatie betreft. Hiermee is bij de rekenkamercommissie twijfel ontstaan of de inkoopchecklist objectief is ingevuld. Gelet op bovenstaande feiten en hetgeen is opgenomen in onderdeel 3.5.4. van dit rapport en de wijze waarop de checklist van Inkoop is ingevuld is de RKC van mening dat hier geen sprake is van een subsidierelatie maar van een overheidsopdracht (inkoop).

•

De beoordeelde aanvraag is te laat ingediend en bij de aanvraag is gebruik gemaakt van een eigen formulier. Uit de interviews is gebleken dat voor beide zaken een akkoord is verkregen vanuit de ambtelijke organisatie.

Pagina | 30

•

Het bedrag dat is opgenomen in het subsidieprogramma is lager dan de verleende subsidie, die dan weer lager is dan de gevraagde subsidie. In de verleningsbrief worden deze afwijkingen niet nader toegelicht. Ook wordt in de verleningsbrief niet verwezen naar beleidsdoelstellingen, slechts het subsidieplafond is leidend voor de verleende subsidie, zo staat omschreven in de verleningsbrief. Uit de interviews bleek dat de historische subsidiebedragen leidend zijn voor het subsidieplafond. Daarbij wordt in het geval van WijZijn Traverse wel rekening gehouden met loon- en prijscompensatie. Had WijZijn Traverse met vernieuwde activiteiten gekomen in hun subsidieaanvraag die overduidelijk meer zouden bijdragen aan de door de gemeente Rucphen vastgestelde beleidsdoelen en maatschappelijke effecten in het sociaal domein, dan had dit eventueel kunnen leiden tot het verhogen van het subsidieplafond voor WijZijn Traverse. Dit was in deze aanvraag echter niet het geval.

•

In de subsidieverlening wordt verwezen naar het feit dat het kader voor subsidieverlening het vastgestelde subsidieplafond is. Er wordt niet verwezen naar de feitelijke beleidsdoelstellingen die bereikt zouden moeten worden middels de geleverde activiteiten.

•

De activiteiten van WijZijn Traverse worden maandelijks gemonitord. Op basis daarvan worden de kwartaalvoorschotten uitbetaald. Na afloop van een jaar wordt de subsidie vastgesteld op basis van de uitvoering van de activiteiten. Hiermee wordt er gecontroleerd op output en niet op outcome (te bereiken maatschappelijke effecten).

4.7.2 Muziekvereniging De Eendracht Muziekvereniging De Eendracht is een vereniging uit Sint Willebrord en is opgericht in 1925. De vereniging bestaat uit ongeveer 75 leden en bestaat uit een fanfare, leerlingenorkest en majorettes The Starshines. De beoordeelde aanvraag betreft een verzoek tot tegemoetkoming in de kosten van een interne muziekopleiding t.b.v. zes kinderen. Uit de beoordeling komt onder andere het volgende naar voren: •

Het aanvraagformulier is ontvangen op 6 augustus 2018. Volgens artikel 8.2 van de ASV is deze aanvraag te laat ingediend.

•

De subsidievaststelling is gedagtekend op 8 augustus 2018. Omdat de subsidieverlening ook direct de subsidievaststelling betrof, is het opmerkelijk dat de muziekvereniging, na de vaststelling, door moest geven of op 1 oktober 2018 de betreffende kinderen nog wel stonden ingeschreven.

•

Bij de aanvraag is niet duidelijk gemaakt welke kosten de ouders moeten betalen. Het aanvraagformulier vraagt hier ook niet om, maar dit is wel als vereiste in de nadere regeling in artikel 4.5 lid c vastgelegd.

•

Het subsidiebedrag per kind is een vast bedrag en wordt niet geïndexeerd. Uit de interviews is gebleken dat verschillende verenigingen dit hebben aangekaart bij de gemeente, aangezien zij constateren dat de hoge bijdrage voor ouders vaak de reden is om te stoppen met de muziekopleiding van de kinderen.

4.7.3 Stichting Leergeld De stichting Leergeld Noord-West Brabant zet zich in voor kinderen in armoede. Volgens de website van de Stichting Leergeld is het de missie van de stichting om kinderen die opgroeien in gezinnen met beperkte financiële middelen, mee te laten doen aan allerlei activiteiten die voor hun leeftijdsgenoten heel normaal zijn. Het werkgebied van de stichting betreft de gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Rucphen en Zundert.

Pagina | 31

In de casestudy is in eerste instantie de meerjarensubsidie voor de periode 2015-2018 beoordeeld. Op basis van de eerste bevindingen is het onderzoek uitgebreid tot 2021. Uit de beoordeling komt onder andere het volgende naar voren: •

Naast de subsidie ontvangt de stichting Leergeld sinds 2017 ook jaarlijks een bedrag uit het budget voor de armoedebestrijding bij kinderen. Voor de gemeente zijn dit twee verschillende geldstromen welke in alle stukken ook afzonderlijk zijn opgenomen. De stichting Leergeld beschouwt het totale bedrag echter als één subsidiebedrag. De armoedebestrijding bij kinderen vindt plaats via zogenoemde kindpakketten. De samenstelling van deze pakketten is afhankelijk van de leeftijd van het kind en daarnaast zijn drie aanvullingen mogelijk.

•

Voor alle onderdelen van het kindpakket geldt dat de toetsing van de aanvraag door de stichting Leergeld plaatsvindt. De betaling wordt deels door de gemeente gedaan uit het budget armoedebestrijding en deels door de stichting Leergeld. 10 Doordat de gemeente met twee verschillende geldstromen werkt en door de gesplitste betaling van de kindpakketten ontstaat een onoverzichtelijke situatie.

•

De stichting maakt geen gebruik van een aanvraagformulier, maar dient jaarlijks haar eigen begroting in als subsidieaanvraag. Voor de subsidieverlening wordt geen koppeling gemaakt met het armoedebeleid. De subsidie wordt verstrekt voor de in de begroting van de stichting genoemde activiteiten. In 2021 wordt totaal € 30.000,- door de gemeente aan de stichting verstrekt. Hiervan komt € 11.000,ten laste van het subsidieprogramma en € 19.000,- uit de extra middelen voor armoedebestrijding. Uit de begroting van de stichting blijkt een ‘subsidieverzoek’ van totaal € 28.000,-.

•

Voor de subsidieverlening bestaan geen nadere regelingen en de toetsing vindt alleen plaats op basis van de ASV. Door het ontbreken van doelstellingen kan niet worden getoetst of de gewenste maatschappelijke effecten worden bereikt.

•

De subsidie is niet expliciet gekoppeld aan beleidsdoelstellingen. Wel is in 2017 vanwege de verstrekking van extra middelen een prestatieovereenkomst voor 2017 en 2018 afgesloten. De prestatieovereenkomst is inmiddels dus verlopen. In de prestatieovereenkomst is uitsluitend opgenomen dat 60% van de kinderen uit de doelgroep moet worden bereikt. Dat percentage is tot op heden nog (net) niet behaald, maar daar zijn geen consequenties aan verbonden.

•

Over de jaren 2017 tot en met 2019 heeft de stichting Leergeld jaarlijks niet alle ontvangen gelden benut. De afspraak was dat eventuele overschotten in mindering worden gebracht op de subsidie van het volgende jaar. De verrekening van het resterende saldo met de subsidie voor het volgende jaar heeft niet plaatsgevonden. Hierdoor is per saldo in de jaren 2017 tot en met 2019 een bedrag van € 22.505,- opgebouwd dat door de stichting Leergeld als reserve op de balans is opgenomen. In 2020 is naar aanleiding van een gesprek tussen de portefeuillehouder en de stichting Leergeld een bedrag van € 19.000,teruggestort en niet het totale bedrag van € 22.505,- om de stichting Leergeld nog enige reserve te laten behouden.

•

In zijn vergadering van 8 juli 2020 heeft de gemeenteraad het college verzocht om een overzicht van de gelden die zijn besteed aan armoedebestrijding bij kinderen. Met de brief van 18 augustus 2020 is dat overzicht verstrekt. In de brief

Stichting Leergeld betaalt abonnement van de sportclub, sportkleding, abonnement culturele activiteit, schoolkosten en computer. De gemeente betaalt kledingpakketten, schoolspullen, fiets en zwemdiploma. 10

Pagina | 32

zijn uitsluitend de cijfers opgenomen die betrekking hebben op de extra gelden die voor armoedebestrijding ter beschikking zijn gesteld. De jaarlijkse subsidie aan stichting Leergeld is niet in het overzicht opgenomen. Hierdoor ontstaat er voor de gemeenteraad geen totaal beeld. Ook wordt in de tabel over 2018 bij de uitgaven van de stichting leergeld een lager bedrag genoemd dan in de vaststelling is opgenomen. Verder is niet vermeld dat de stichting Leergeld in 2020 een bedrag van € 19.000,- heeft teruggestort, terwijl dat speelde in de weken voordat het overzicht werd opgesteld.

4.7.4 Rucphense Actieve Senioren Senioren die zich in 2019 hebben afgesplitst van KBO Rucphen hebben een eigen vereniging opgericht onder de naam Rucphense Actieve Senioren (RAS). Er worden zowel regelmatige als eenmalige activiteiten door de RAS georganiseerd. De club wil bereiken dat senioren een mooie en gezonde tijdsbesteding hebben en vooral plezierig en op ontspannen wijze met elkaar omgaan. De aanvraag betreft een incidentele activiteitensubsidie voor een deel van de kosten voor het opstarten van Thai Chi trainingen; een nieuwe lichaamstraining in Rucphen die ook minder beweeglijke personen bereikt en rustgevend en ontspannend is. Uit de beoordeling komt onder andere het volgende naar voren: •

Volgens de nadere regelingen ten aanzien van de incidentele activiteitensubsidies moet in de subsidieaanvraag duidelijk worden gemaakt, dat het om een innovatieve activiteit gaat. Het is onduidelijk wat het innovatieve karakter van de Thai Chi training is.

•

Bij activiteitensubsidies wordt altijd om een verantwoording na afloop gevraagd. RAS heeft deze informatie niet zelf aangeleverd en bij de gemeente was dit buiten beeld gebleven. Inmiddels is de informatie wel door de gemeente opgevraagd bij de RAS.

4.7.5 Parochiekern H. Martinus Rucphen De parochiekern H. Martinus Rucphen maakt sinds 1 januari 2017 samen met de parochies van Schijf, Sprundel, St. Willebrord en Zegge onderdeel uit van de Sint Franciscusparochie. De aanvraag voor deze incidentele activiteitensubsidie betreft het organiseren van de activiteit Kunst in de Kerk te Rucphen. Er zal een tentoonstelling worden georganiseerd met houtsnijwerk, keramiek, beeldende kunst, schilderkunst en een muziekmiddag met muziek en zang in diverse genres en met verschillende instrumenten. Het doel is om het kunstniveau in de gemeente Rucphen te verhogen. Deze aanvraag is afgewezen omdat er reeds in 2017 voor exact dezelfde activiteit subsidie is verstrekt aan de parochiekern H. Martinus Rucphen en incidentele activiteitensubsidies worden alleen verstrekt voor eenmalige activiteiten, of voor activiteiten die voor de eerste keer worden georganiseerd. Naar aanleiding van aanvullende vragen vanuit de parochiekern is de tweejaarlijkse activiteit uiteindelijk ondergebracht onder de nadere regeling ‘kosten tentoonstellingen gemeente Rucphen 2017’ en wordt eens per twee jaar een subsidie verstrekt. Het subsidieplafond is hiertoe, via een collegebesluit, aangepast. In het collegebesluit wordt aangegeven dat hiermee het cultuuraanbod wordt verrijkt.

Opvallend is dat er geen cultuurbeleid is vastgesteld door de gemeenteraad, waardoor voor nieuwe culturele activiteiten niet getoetst kan worden aan, door de raad, vastgestelde beleidskaders. Voor enkele bestaande culturele activiteiten zijn wel nadere regelingen vastgelegd, waardoor enkele bestaande culturele activiteiten wel in aanmerking komen voor subsidie.

Pagina | 33

De verstrekking aan de parochie zal nog in de nadere regeling ‘kosten tentoonstellingen’ worden verwerkt, door de activiteit van de parochiekern, expliciet op naam, in de betreffende regeling te benoemen. In het collegebesluit van 1 december 2020 staat: “het is in juridisch opzicht beter om in de regeling het begrip tentoonstellingen te definiëren en geen subsidie op naam toe te kennen. Maar dat betekent dat ook andere organisaties subsidie kunnen aanvragen voor tentoonstellingen. Vandaar dat hier niet voor is gekozen.” Dit collegebesluit is opmerkelijk omdat hiermee de subsidieverlening wordt beperkt tot organisaties die, met naam, in de nadere regeling zijn opgenomen. Het besluit is niet gebaseerd op beleidsdoelstellingen wegens het ontbreken van cultuurbeleid. Het is nu onduidelijk aan welke criteria een (toekomstige) culturele activiteit moet voldoen om bij te kunnen dragen aan positieve maatschappelijke effecten, en waarvoor subsidiegelden beschikbaar zijn.

4.8

Kwalificatie normenkader

In deze paragraaf wordt vanuit de bevindingen het in paragraaf 3.3 opgenomen normenkader gekwalificeerd: Kaders Er is een actuele subsidieverordening. Er zijn heldere kaders vastgesteld onderliggend aan de subsidieverordening. De vastgestelde kaders zorgen voor een koppeling tussen beleid en subsidieverstrekking, zodat het duidelijk is welke beleidsdoelen worden gediend met een subsidie. Er wordt gehandeld volgens het subsidiebeleid.

Geen verbetering nodig Enige verbetering mogelijk Veel verbetering mogelijk

Niet meetbaar

Financieel De raad heeft een budget/plafond Geen verbetering nodig vastgesteld dat aan subsidies mag worden uitgekeerd. De verstrekte subsidies blijven binnen de Geen verbetering nodig door de raad gestelde kaders. Subsidies worden rechtmatig verstrekt. Enige verbetering mogelijk Informatie Inwoners kunnen informatie over Veel verbetering mogelijk subsidieverstrekking eenvoudig vinden en toepassen. Het is voor aanvragers helder waarom Enige verbetering mogelijk een subsidie wordt verstrekt of geweigerd De raad heeft aangegeven in welke vorm Veel verbetering mogelijk en met welke frequentie zij wil worden geïnformeerd aangaande subsidies. Het college stuurt regelmatig rapportages Niet meetbaar aangaande subsidies en het subsidiebeleid naar de raad. De rapportages voldoen aan de door de raad geuite informatiebehoefte.

Pagina | 34

5

Bestuurlijke reactie

Pagina | 35

Pagina | 36

6

Nawoord en samenstelling rekenkamercommissie 6.1

Reactie rekenkamercommissie op bestuurlijk wederhoor

De rekenkamercommissie heeft kennis genomen van de bestuurlijke reactie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen op het rapport ‘Helpt het subsidiebeleid om de doelen te bereiken?’. Deze reactie geeft geen aanleiding om de conclusies en aanbevelingen aan te passen. Het college bevestigt onze bevinding dat de focus bij subsidieverstrekking minder ligt op het bereiken van de gewenste maatschappelijke effecten en beleidsdoelstellingen. Echter, subsidies moeten wel een helder omschreven doel nastreven of maatschappelijke effecten bereiken. Dit geldt ook voor het verstrekken van waarderingssubsidies waar in de bestuurlijke reactie naar verwezen wordt. Wij vinden het echter wel opmerkelijk dat de term ‘waarderingssubsidie’ niet in de ASV van de gemeente Rucphen terugkomt. De gemeente Rucphen kent slechts incidentele activiteitensubsidies, jaarlijkse en meerjarige subsidies. Het introduceren van een nieuwe vorm van subsidies in de bestuurlijke reactie kan voor verwarring zorgen. Mocht het college van plan zijn een nieuwe subsidievorm toe te passen met minder regelgeving, dan dient deze in een aangepaste algemene subsidieverordening te worden opgenomen. Uw college geeft aan dat u de vrijwilligers van verenigingsbesturen niet wilt belasten. Nu zijn er veel nadere beleidsregels opgesteld en gelden er meerdere uitgebreide subsidieaanvraagformulieren.

Binnen de huidige gehanteerde regelgeving en subsidievormen bestaan voldoende mogelijkheden om de subsidieontvangers minder te belasten. Verder verwijst het college in de reactie naar de kaders en verwachtingen van de raad. Echter, er worden slechts in beperkte mate kaders gegeven door de raad. Er is geen subsidiebeleid en de algemene subsidieverordening biedt vooral ruimte aan het college om met behulp van nadere regels subsidies te verstrekken. Gemeentes zijn verplicht de subsidieverlening uit te voeren aan de hand van een wettelijk kader voor schaarse (subsidie) middelen. Uitgangspunten hierbij zijn volgens vastgelegde jurisprudentie 11 het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. De kern is dat alle potentiële partijen de kans krijgen mee te dingen naar de subsidiemiddelen en de gemeente gebruik maakt van een open en transparante verdelingsmethode. Veel van de nadere regels in de gemeente Rucphen zijn toegeschreven aan één of enkele bij naam benoemde organisaties. Het is aan te raden om af te stappen van deze werkwijze en alle potentiële partijen de kans te geven mee te dingen naar beschikbare subsidies. Uit de betreffende jurisprudentie blijkt ook dat open en transparant subsidiëren de norm is en er sprake moet zijn van een gelijk speelveld.

De rekenkamercommissie deelt de mening van het college niet dat het aan de raad is om te bepalen of en in hoeverre er verband moet worden gelegd tussen het verstrekken van subsidies en de beoogde maatschappelijke effecten. Subsidies worden altijd verstrekt om beleidsdoelstellingen te behalen of maatschappelijke effecten te bereiken. Het is alleen aan de raad om aan te geven om welke doelen en maatschappelijke effecten het dan gaat. Het college heeft in de ogen van de rekenkamercommissie wel de verantwoordelijkheid de gemeenteraad hierop te wijzen, naast de wettelijke kaders die er zijn.

11

uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 juli 2018 ECLI:NL:RVS:2018:2310).

Pagina | 37

6.2

Samenstelling rekenkamercommissie

De samenstelling van de rekenkamercommissie gemeente Rucphen was ten tijde van het onderzoek als volgt: Wim Fonteine Mariëlle de Kock John Hogendoorn Saskia Schenk-Dekkers

voorzitter secretaris lid lid

Rucphen, 2 juli 2021

Voorzitter,

Secretaris,

mr. W.K. Fonteine B Ec

S.M. de Kock

Pagina | 38

Bijlage 1 Onderzoeksverantwoording Geraadpleegde bronnen Document Programmabegroting 2019 Programmabegroting 2020 Coalitieakkoord 2018-2022 Jaarverslag 2019 Eerste bestuursrapportage 2019 Algemene subsidieverordening 2017 Algemene subsidieverordening 2020 Subsidieprogramma 2019 Subsidieprogramma 2020 Hoofdlijnenakkoord VVD – RVP 2014-2018 Algemene wet bestuursrecht www.pgawb.nl Memo collegebesluit ‘Verduidelijking subsidieprogramma 2020’, 1 november 2019 Notitie Inzet extra gelden armoedebestrijding kinderen, 2017 Notitie (intern) met de titel ‘Traverse onderzoek inkoop aanbesteding WZT’ Regelingen verkeersbrigadiers 2003 Collegebesluit muziekconcours 1995 Beleidsregel buurtbus 2009 Regeling subsidie amateuristische kunstbeoefening gemeente Rucphen t/m 2020 (2016) De gewijzigde regeling subsidie amateuristische kunstbeoefening vanaf 2021 (2020) Regeling subsidie cultuur gemeente Rucphen 2016 Regeling subsidie dodenherdenking gemeente Rucphen 2016 Regeling subsidie EHBO gemeente Rucphen 2016 Regeling subsidie jeugdactiviteiten gemeente Rucphen 2016 Regeling subsidie milieu educatie gemeente Rucphen 2016 Regeling subsidie ouderenorganisatie gemeente Rucphen 2016 Regeling subsidie sportorganisaties gemeente Rucphen t/m 2020 (2016) Regeling subsidie sportorganisaties gemeente Rucphen 2021 Regeling activiteitensubsidie 2016 Regeling kosten tentoonstellingen gemeente Rucphen 2017

Compensatieregeling sportverenigingen 2019 Regeling L&P-compensatie gesubsidieerde instellingen 2019 Basisregel peuteropvang en voorschoolse educatie 1-8 t/m 31-12-2020 BMC Onderzoek, Rekenkameronderzoek Subsidiebeleid gemeente Tiel, juli 2017 Partners + Pröpper in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Subsidiëren of inkopen? Handreiking voor ambtelijke professionals,

Pagina | 39

Bijlage 2 Geïnterviewde personen Interviews Naam

Functie

Mw. L. Matthijssen-de Jong

Wethouder Coördinatie subsidieprogramma

Mw. M. Diepstraten

Beleidsmedewerker samenleving

Mw. E. Aerts

Beleidsmedewerker samenleving

Hr. J. Boomaerts

Beleidsmedewerker samenleving

Mw. C. Maas

Beleidsmedewerker samenleving

Hr. A. van Loon

Raadslid RVP

Mw. H. Vos

Raadslid D66 (via vragenlijst)

Hr. M. Geleijnse

Concernadviseur financiën

Pagina | 40

Bijlage 3 Overzicht nadere regelingen (per beleidsterrein) Onderstaand een overzicht van de nadere regelingen zoals deze door het College zijn vastgesteld. Per regeling wordt aangegeven: • wanneer deze is vastgesteld; • welke doel met de regeling wordt beoogd; • welke aanvullende bepalingen van kracht zijn; • welke organisaties onder de regeling vallen. Daarnaast zijn in het overzicht in voorkomend geval de bevindingen opgenomen.

Overkoepelend Regeling activiteitensubsidie Vastgesteld Doel

18 oktober 2016 Waarde wordt gehecht aan het stimuleren van vernieuwende initiatieven met een maatschappelijke meerwaarde binnen de gemeente. Aanvullende bepalingen • Voor in de gemeente Rucphen gevestigde zelfstandige rechtspersonen zonder winstoogmerk. • Activiteit: • Moet eenmalig karakter hebben, of voor de eerste keer worden georganiseerd; • Moet maatschappelijke meerwaarde hebben; • Moet aansluiten bij de gemeentelijke beleidsdoelen; • Moet innovatief zijn. • Mag niet zijn opgenomen in een activiteitenprogramma waarvoor eerder subsidie is aangevraagd. • Subsidie bedraagt maximaal 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 2.500,- per activiteit. Organisaties Niet met name genoemd. Bevindingen • Volgens de ASV dient voor een activiteitensubsidie aangegeven te worden voor welke activiteit(en) een subsidie wordt aangevraagd, welke doelen en resultaten met de activiteiten worden nagestreefd en hoe de activiteiten tot het bereiken van die doelen moeten bijdragen. Vanuit het college worden in deze nadere regeling aanvullende eisen gesteld die de mogelijkheden voor een activiteitensubsidie aanzienlijk beperken. •

In de regeling worden algemene termen gehanteerd zoals “vernieuwend”, “maatschappelijke meerwaarde”, zonder deze nader uit te werken, waardoor deze verschillend kunnen worden uitgelegd door zowel de aanvragers als de ambtenaren die de aanvragen moeten beoordelen.

•

Het vernieuwende karakter uit de doelstelling wordt in de eisen “innovatief” genoemd. Uit de regeling wordt niet duidelijk of dat dit als synoniem is bedoeld, of als nadere specificatie.

Pagina | 41

Regeling loon- en prijscompensatie gesubsidieerde instellingen Vastgesteld 29 oktober 2019 Doel Het wordt belangrijk gevonden dat gesubsidieerde organisaties in staat worden gesteld hun werkzaamheden uit te voeren. Aanvullende bepalingen • Enkel van toepassing op organisaties met personele verplichtingen. • Voor looncompensatie gebruiken we het indexcijfer “Cao-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen” voor de gesubsidieerde sector. • Voor prijscompensatie gebruiken we de ”Consumentenprijsindex”. • Voor de berekening hanteren we de indexcijfers uit het jaar T-2. • Bij het bibliotheekwerk gaan we voor de verhouding van de indexcijfers uit van 50% loon en 50% prijs. • Bij de overige organisaties gaan we voor de verhouding van de indexcijfers uit van 65% loon en 35% prijs. Organisaties Gesubsidieerde instellingen die zijn opgenomen in het jaarlijkse subsidieprogramma en in opdracht van de gemeente een van de volgende taken uitvoeren: bibliotheekwerk, algemeen maatschappelijk werk, steunpunten voor ouderen en organisaties voor sociaal cultureel werk (beheer buurthuizen). Tevens van toepassing op gesubsidieerde instellingen die peuteropvang verzorgen. Bevindingen • Uit de interviews is gebleken dat deze regeling vanaf het subsidiejaar 2020 automatisch wordt toegepast. De betreffende organisaties hoeven deze regeling niet apart aan te vragen

Verkeer, vervoer en waterstaat Beleidsregel verkeersbrigadiers Vastgesteld 11 november 2003 Doel Waardering Aanvullende bepalingen • Subsidie voor de wettelijk verplichte uitrusting (oranje reflecterend jas of hes, stopbord en een fluitje) en € 4,50 per volwassen verkeersbrigadier. • Aanvraag moet vergezeld gaan van een lijst van volwassen leden. • Aanvraag moet jaarlijks voor 1 oktober worden ingediend. • Bij aanvraag moet worden aangegeven: • Waar uitrusting uit bestaat; • Wanneer aanvulling uitrusting voor het laatst is aangeschaft; • Waar de nieuw aan te schaffen uitrusting uit bestaat (soort en maat); • Reden voor aanschaf (uitbreiding, slijtage, diefstal etc.). • Uitgegaan wordt van een gemiddelde levensduur van de uitrusting van 3 tot 5 jaar. • Subsidie wordt ook toegekend indien de uitrusting niet meer aan de wettelijke eisen voldoet. • Indien reparatie goedkoper is dan aanschaf dan worden de reparatiekosten vergoed. • Originele aankoopbonnen van voldane aanschaffingen moeten worden overlegd. Organisaties Verkeersbrigades

Pagina | 42

Beleidsregel verkeersbrigadiers Bevindingen •

De beleidsregel bevat veel gedetailleerde bepalingen waarbij kan worden afgevraagd of deze in verhouding staan tot de omvang van de subsidie (€ 531,- in 2020).

Onderwijs Beleidsregel peuteropvang en voorschoolse educatie 1 augustus – 31 december 2020 Vastgesteld 21 april 2020 Doel Ontwikkelingsstimulering van alle peuters van 2,5 tot 4 jaar en het zorgen voor een effectieve aanpak van een (risico op) een (taal)achterstand in het Nederlands. Aanvullende bepalingen Algemeen • Aanbieder: aanbieder van kinderopvang, werkzaam in de gemeente Rucphen en geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang. • Bij subsidies groter dan € 25.000,- dient de aanbieder maandelijks te factureren. • De beleidsregel “hoogte toegestane vermogen en voorziening” is van toepassing. Voorschoolse educatie: • Subsidie wordt verleend voor VE-peuters 12 woonachtig in de gemeente Rucphen. • Voor de subsidieverlening in 2020 wordt uitgegaan van het gemiddelde aantal VE-peuters van 1 januari – 31 mei 2020. • Op jaarbasis wordt een subsidie verleend per peuter van € 2.487,- per VE-peuter voor 16 uur voorschoolse educatie. • Als na afloop van een kwartaal blijkt dat het werkelijke aantal peuters groter is dan het aantal peuters waarvoor subsidie is verleend, wordt per extra peuter een subsidie verleend naar rato van het aantal resterende maanden.

• Aan een aanbieder die voor het eerst VE-subsidie ontvangt, wordt een subsidie verleend van maximaal € 1.000,- per opvanglocatie voor de aanschaf/implementatie van een observatiesysteem dat aansluit bij het gebruikte VE-programma. • Indien het aantal VE-peuters in een kern minder is dan 4 wordt extra subsidie verleend tot maximaal het werkelijke exploitatietekort, aan de aanbieder in de betreffende kern met wie de gemeente de langstlopende subsidierelatie heeft. De extra subsidie wordt alleen beschikbaar gesteld voor kosten die voor de (VE-)peuters zijn gemaakt. • Verplichtingen: • De aanbieder heeft een aanbod van 16 uur voorschoolse educatie voor VE-peuters. • De aanbieder is verplicht om te werken met een door de NJI gecertificeerd programma. Pedagogisch medewerkers moeten hiervoor de opleiding behorende bij het betreffende programma met succes gevolgd hebben.

VE-peuter: peuter in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar waarvoor het consultatiebureau een indicatie voor voorschoolse educatie heeft afgegeven omdat er een taal- c.q. ontwikkelingsachterstand is. 12

Pagina | 43

Beleidsregel peuteropvang en voorschoolse educatie 1 augustus – 31 december 2020 • De pedagogisch medewerkers moeten scholing voorschoolse educatie hebben gevolgd en behaald. • De aanbieder is verplicht om medewerking te verlenen aan de uitvoering van het convenant resultaatafspraken VVE en de daaruit voortvloeiende resultaatmeting. • De aanbieder gebruikt de digitale toeleidingsmonitor VVE van het consultatiebureau. • De aanbieder registreert wekelijks hoeveel dagdelen een VEpeuter voorschoolse educatie volgt. • De aanbieder legt aan VE-peuters een ouderbijdrage op die overeenkomt met de laagste ouderbijdrage in de kinderopvang. • Verantwoording dat de ouderbijdrage voor elke VE-peuter voldoet aan de eisen wordt aangetoond middels een anonieme factuur voor de ouderbijdrage van 2 VE-peuters. Subsidie ontwikkelingsgericht aanbod peuteropvang • Subsidie wordt verleend voor peuters woonachtig in de gemeente Rucphen, die geen VE-peuter zijn en geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. • Voor de subsidieverlening in 2020 wordt uitgegaan van het gemiddelde aantal peuters van 1 januari – 31 mei 2020. • Op jaarbasis wordt een subsidie verleend van € 1.091,- per peuter voor 8 uur peuteropvang.

• Als na afloop van een kwartaal blijkt dat het werkelijke aantal peuters groter is dan het aantal peuters waarvoor subsidie is verleend, wordt per extra peuter een subsidie verleend naar rato van het aantal resterende maanden. • De gemeente kan een aanbieder vragen om NAW-gegevens van de betreffende peuters in te dienen alsmede een verklaring waarmee wordt aangetoond dat betreffende peuters geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. • De ouderbijdrage voor de peuters wordt door de aanbieder berekend in overeenstemming met het Besluit kinderopvangtoeslag. Organisaties Niet met name genoemd. Bevindingen • Deze regeling is niet opgenomen in het overzicht van nadere regelingen in het jaarlijkse subsidieprogramma. • Deze subsidie maakt geen deel uit van het subsidieplafond en is niet opgenomen in het subsidieoverzicht in het jaarlijkse subsidieprogramma. • Indien de verleende subsidie lager is dan € 5.000,-, wordt een voorschot uitbetaald van 100% en vindt er ook geen subsidieverantwoording plaats. Dan is er feitelijk geen sprake van een voorschot.

Pagina | 44

Sport, cultuur en recreatie Regeling subsidie cultuur Vastgesteld Doel

10 mei 2016 Waarde wordt gehecht aan en dat het belangrijk is dat inwoners van uiteenlopende leeftijden kennis kunnen nemen van, actief deel kunnen nemen aan of betrokken worden bij de cultuurhistorische waarden van onze gemeente Aanvullende bepalingen • Voor organisaties die door middel van hun activiteiten een bijdrage leveren aan het beter bekend maken, in stand houden, vieren en het betrekken van inwoners van de gemeente bij cultuurhistorische activiteiten of activiteiten die de (lokale) identiteit van Rucphen bepalen. • Onder de deelcategorie cultuurhistorische organisaties worden verstaan de heemkundekringen en organisaties die zich inzetten voor het in stand houden van bepaalde tradities, waaronder gilden en schutterijen. • Subsidie per jaar. Cultuurhistorisch: • Heemkundekringen: € 400,-; • Organisaties ten behoeve van instandhouding van cultuurhistorische tradities: € 250,-; Volkscultuur: • St. Nicolaascomités: € 500,• Oranjecomités: € 700,• Carnavalsstichtingen € 450,-. • Per dorp kan geen subsidie worden verstrekt aan meerdere organisaties voor volkscultuur met dezelfde doelstelling. • Cultuurhistorische organisaties organiseren tenminste 1 vrij toegankelijke activiteit per jaar (publicaties, lezingen, tentoonstellingen). De wisselexposities in het gemeentehuis van Rucphen worden daar niet onder verstaan.

• Organisaties voor volkscultuur organiseren per subsidieperiode tenminste 1 activiteit ten behoeve van de jeugd die gekoppeld is aan de doelstelling van de organisatie (respectievelijk de intocht van Sinterklaas, jeugdactiviteiten op Koningsdag en het kindercarnaval). Hierbij geldt als voorwaarde dat de activiteit toegankelijk is voor alle (jeugdige) inwoners. • Indien geen activiteit wordt uitgevoerd dan wordt de subsidie met 25% gekort. Organisaties Niet bij naam genoemd. Bevindingen • Doel van deze nadere regeling is gericht op inwoners van uiteenlopende leeftijden, maar voor de categorie “Volkscultuur” worden voor het verkrijgen van subsidie alleen aanvullende eisen gesteld voor wat betreft activiteiten voor de jeugd. • In de regeling staat dat de subsidie met 25% wordt gekort per niet uitgevoerde activiteit, maar de voorwaarde is dat er 1 activiteit per jaar wordt uitgevoerd. Dit betekent dat men altijd 75% subsidie ontvangt, los van de georganiseerde activiteiten. • De kruis- en voetbooggilde St. Jan Baptist ontvangt een subsidie op basis van deze nadere regeling, maar in het subsidieprogramma 2020 is deze subsidie opgenomen onder de noemer Sportbeleid en activering. De andere subsidies die op basis van deze nadere regeling worden verstrekt zijn in het subsidieprogramma opgenomen onder de noemer Cultuur.

Pagina | 45

Beleidsregel culturele prijzen en gemeentelijke concoursen Vastgesteld 8 november 1995 Doel Culturele waarde van toneel- en muziekconcoursen Aanvullende bepalingen Vast prijzengeld van ƒ 250,- per concours en jaarlijks in totaal maximaal ƒ 2.500,- voor de kosten van de organisatie van muziekconcoursen. Organisaties Amateurtoneel, amateurfotografie en amateurmuziek Bevindingen • Deze beleidsregel stamt uit 1995, waardoor de vraag kan worden gesteld in hoeverre deze nu nog aansluit op het gemeentelijke beleid. • In het subsidieprogramma 2020 is voor de organisatie van het gemeentelijke muziekconcours een bedrag van € 1.500,opgenomen. Dat sluit niet aan op deze beleidsregel. • Onduidelijk of deze regeling nog bestaat naast de regeling amateuristische kunstbeoefening . Beleidsregel muziekonderwijs door muziekverenigingen Vastgesteld 1 augustus 2009 Doel Waarderingssubsidie met als doel het versterken van interne muziekopleidingen bij muziekverenigingen in Rucphen, opdat jongeren voldoende educatie en ontplooiingskansen krijgen. Aanvullende bepalingen • Een subsidiejaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli. • Voor het verzorgen van een opleiding bedraagt de subsidie een vast bedrag van € 125,-.per cursist. • Subsidie kan worden verleend voor inwoners van de gemeente die op 31 juli van het subsidiejaar jonger zijn dat 19 jaar.

• Subsidie kan worden verleend aan de in de gemeente statutair gevestigde verenigingen en indien de activiteiten van de muziekvereniging in belangrijke mate plaats vinden binnen de gemeente. • De opleiding dient plaats te vinden binnen de gemeente. • De vereniging dient een opleidingsplan op te stellen waarin duidelijk wordt dat leerlingen lid zijn van de vereniging, dat de docent bevoegd is en wat de kosten zijn die de ouders/verzorgers dienen te voldoen voor de betreffende opleiding. Dit plan moet bij de aanvraag worden gevoegd. • Aanvragen dienen te worden ingediend voor 1 mei, voorafgaand aan het subsidiejaar. Voor 1 januari van het subsidiejaar vindt vaststelling van de subsidie plaats. Organisaties Niet met name genoemd. Bevindingen • Voor deze subsidies is een afwijkend subsidiejaar gedefinieerd, waarschijnlijk gekoppeld aan een schooljaar. Andere subsidies waarbij ook sprake is van bijvoorbeeld een (sport)seizoen dat van augustus tot juli loopt, hanteren wel het reguliere kalenderjaar als subsidieperiode. • Het vastgestelde subsidiebedrag van € 125,- per cursist geldt al vanaf 2008. Regeling kosten tentoonstellingen Vastgesteld 24 oktober 2017 Doel Het is wenselijk aanvullende regels vast te stellen met betrekking tot subsidieverstrekking op het gebied van tentoonstellingen.

Pagina | 46

Regeling kosten tentoonstellingen Aanvullende bepalingen • Stichting Vogelvrienden ontvangt subsidie voor de organisatie van de jaarlijkse internationale vogeltentoonstelling. • Gekleurde Zanger ontvangt subsidie voor de organisatie van het jaarlijkse districtskampioenschap. • Subsidie bedraagt maximaal €150,- per jaar per activiteit. Organisaties • Stichting Vogelvrienden • Gekleurde zanger Bevindingen • De doelstelling van de regeling betreft tentoonstellingen in zijn algemeen, maar deze wordt in de nadere bepalingen beperkt tot twee met name genoemde vogelverenigingen. Aanvragen vanuit andere verenigingen voor een tentoonstelling met een ander aandachtsgebied komen niet voor subsidie in aanmerking • De subsidie bedraagt maximaal € 150,- per activiteit, maar hierbij wordt niet aangegeven wanneer een lagere subsidie wordt toegekend. Regeling subsidie amateuristische kunstbeoefening Vastgesteld 10 mei 2016 Doel Waarde wordt gehecht aan en dat het belangrijk is dat alle inwoners van alle uiteenlopende leeftijden deel kunnen nemen aan of kennis kunnen nemen van kunst en cultuur.

Aanvullende bepalingen • Alleen voor organisaties die zijn gevestigd in de gemeente Rucphen en minimaal een minimaal aantal leden hebben: • Harmonie, fanfare: 20 leden • Accordeonvereniging: 15 leden • Drumband, als onderdeel van een muziekvereniging met eigen, zelfstandige optredens: 10 leden • Majorettevereniging: 10 leden • Zangkoor: 15 leden • Seniorenvereniging of ensemble: 10 leden • Toneel- of theatergezelschap: 10 leden • Vereniging die schilder- of tekenles geeft: 15 leden • Een naar waarheid ingevulde en ondertekende ledenlijst moet worden overhandigd waaruit het aantal leden per leeftijdsgroep blijkt op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. • Subsidies muziekverenigingen: • Harmonie, fanfare: € 3.717,• Accordeonvereniging: € 3.717,• Drumband*: € 1.145,• Zelfstandige majorettevereniging € 1.000,• Majorettevereniging als onderdeel van een muziekvereniging: € 600,• Zangkoor (niet zijnde kerk- of jongerenkoor) € 250,• Seniorenvereniging of ensemble: € 120,-. • Subsidies amateuristische kunstbeoefening: • Toneel- of theatergezelschap: € 750,• Vereniging die tekenen schilderlessen geeft: € 250,• Muziekverenigingen moeten minimaal 3 voor het publiek toegankelijke activiteiten, optredens of voorstelling per jaar in de gemeente Rucphen organiseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10479631/1