CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.0840.2584K0033-DEF1 Toelichting

gemeenteraad 9 maart 2022, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong'22.527 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Verder biedt het plan ruimte voor duurzame energieoplossingen (bijvoorbeeld plaatsing van zonnepanelen op daken) en klimaatadaptatie (relatief kleine dichtheid van woningen met grote tuinen tegen hittestress en voldoende waterberging tegen overlast bij extreme weersomstandigheden). Nieuwe woningen worden bijna energie neutraal gebouwd (BENG). Onderhavig plan voldoet aldus aan de Visie Duurzaamheid.

3.4.2 Structuurvisie Rucphen 2030 Toetsingskader Op 11 december 2013 is door de gemeenteraad de Structuurvisie Rucphen 2030 vastgesteld. Met de nieuwe visie wordt richting gegeven aan de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De visie betreft een herijking van de StructuurvisiePlus van 2003.

Rucphen wil de aantrekkingskracht versterken voor mensen die graag rustig landelijk willen wonen, maar wel dichtbij voorzieningen en werk. De belangrijkste opgave voor de gemeente is het verbeteren van de uitstraling van de grootste kernen. Om deze aantrekkelijker te maken voor inwoners en recreanten, wil de gemeente de relatie van de kernen met het buitengebied herstellen door het terugbrengen van groen, een groene dooradering, een groen hart en groene randen. Algemeen uitgangspunt voor de drie grootste kernen, waaronder St. Willebrord, is meer kwaliteit en levendigheid door ruimte voor maatschappelijke voorzieningen zoals multifunctionele centra, horeca met terrassen en ruimte voor wonen. De woningvoorraad moet worden afgestemd op de wensen van de inwoners. De opgave is breed: voldoende betaalbare (starters)woningen, voldoende geschikte woningen voor ouderen, kavels voor eigen bouw, e.d. De voorkeur van de gemeente Rucphen gaat uit naar het invullen van deze woningbouwbehoefte via inbreiding en nieuwe bouwlocaties aan de randen van de bestaande kernen.

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

29

Uitsnede van de kern St. Willebrord, zoals opgenomen op de visiekaart behorend bij de Structuurvisie Rucphen 2030. Het plangebied ligt ter hoogte van de zwarte cirkel.

Beoordeling Blijkens de visiekaart is het plangebied gelegen op de rand tussen 'Versterken uitstraling dorpskernen' en 'Intensieve sport- en recreatie Binnentuin'. In het gebied 'Versterken uitstraling dorpskernen' is het uitgangspunt dat versterking van de uitstraling van de grote kernen noodzakelijk is om zo de woonkwaliteit en de recreatieve aantrekkelijkheid van de gemeente te vergroten. De grote kernen zijn stenig en hebben hun relatie met het buitengebied verloren. Het beleid is gericht op herstel van deze relatie. In het groenstructuurplan is aangegeven hoe: landschappelijke dooradering van de dorpen, een groen dorpshart en groene dorpsranden.

In het gebied 'Intensieve sport- en recreatie Binnentuin' wordt gestreefd naar de ontwikkeling van de 'Binnentuin'. Hier kunnen verschillende functies zoals (grootschalige) recreatievoorzieningen, verblijfsrecreatie en sportvoorzieningen een plek krijgen in een centraal groen- / parkgebied. Aan de randen van de kernen richting de Binnentuin wordt gestreefd naar een kwalitatieve afronding waarin woningbouw en andere stedelijke voorzieningen mogelijk zijn.

Het plangebied is gelegen aan de rand van de kern St. Willebrord waar voorheen een zorgcomplex was voorzien. Ten behoeve van van de realisatie van het zorgcomplex, is reeds de voorheen aanwezige bebouwing (gedeeltelijk) gesloopt en zijn de gronden bewerkt. Daarom liggen de gronden thans braak. Met het onderhavige planvoornemen wordt beoogd de gronden te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Hiermee wordt de uitstraling van de zuidwestelijke entree naar St. Willebrord versterkt, hetgeen tevens ten goede komt aan de woonkwaliteit van omliggende woonbestemmingen. Gelet op de

30

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

ligging van het plangebied aan de rand van het gebied 'Intensieve sport- en recreatie Binnentuin', sluit de beoogde woningbouw aan bij het uitgangspunt de randen van de kernen richting de Binnentuin af te ronden met woningbouw.

Conclusie Het voorgenomen plan voldoet aan de geformuleerde uitgangspunten uit de Structuurvisie.

3.4.3 Woonvisie gemeente Rucphen 2020 - 2024 Toetsingskader In de gemeentelijke Woonvisie wordt de actuele informatie over de woningmarkt vertaald naar speerpunten voor het gemeentelijk beleid. Hierbij gaat het onder andere om ruimtelijke ordening, woningbouwplanning, transformatie, grond(prijs)beleid, betaalbaarheid, kwaliteit, duurzaamheid, woonruimteverdeling (beschikbaarheid / doelgroepen), wonen, leefbaarheid en zorg etc. Deze vertaalslag zorgt er voor dat de Woonvisie 2020-2024 het woonkompas bij uitstek is, gebaseerd op onder andere de Toekomstvisie Puur Rucphen 2030 en de Structuurvisie Rucphen 2030. Het uiteindelijke doel is hiermee vitale gemeenschappen en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat te behouden en te versterken in de vijf kernen van de gemeente Rucphen.

Beoordeling In de woonvisie van Rucphen 2020-2024 staat dat een beperkte uitbreiding van dure koopwoningen is voorzien. De te realiseren 500 nieuwbouwwoningen van 2020-2024 in de gemeente Rucphen zijn gedifferentieerd naar kern en naar woningtype. Ongeveer 20% van de nieuwe woningvoorraad mag uit dure koopwoningen bestaan. Het gaat dan om circa 100 woningen verspreid over de jaren 2020-2024. In St. Willebrord is behoefte aan ongeveer 20 dure woningen. Er moet dan wél voldaan worden aan een goede locatie, rechthoekige percelen en niet te groot (gemiddeld 500 m 2), de mogelijkheid tot zelfbouw en welstandsvrij bouwen. De 17 kavels aan de Kaaistraat hebben een oppervlakte van gemiddeld 740 m 2, hebben vrijwel allemaal een rechthoekig perceel en liggen op een goed bereikbare locatie langs een nieuwe ontsluitingsroute en de Kaaistraat. De woningen kunnen welstandsvrij en in eigen beheer worden gebouwd. De kwantitatieve - en kwalitatieve behoefte van het plan is aangetoond.

Conclusie Onderhavig initiatief is passend binnen de woonvisie van Rucphen.

3.4.4 Groenstructuurplan Rucphen, 2010 Toetsingskader Met het 'Groenstructuurplan Gemeente Rucphen - Rucphen Landschap onthuld’ zet de gemeente een beleidslijn uit voor de toekomst van het groen in de vijf kernen. Door de relatie met het landschap buiten de bebouwde kom te herstellen en meer variatie te bieden op wijkniveau wordt een duurzaam ‘frame’ aangelegd met een lange levensduur. Door groenstructuren te ontwikkelen die gerelateerd en ontleend zijn aan en geïnspireerd zijn op de ontstaansgeschiedenis, het omliggende landschap, de stedenbouwkundige opbouw en de verkeer- en ontsluitingsstructuur houden de dorpskernen hun ‘eigen’ verhaal overeind. De dorpen worden daarmee authentiek, herkenbaar en vertrouwd en antwoorden op de vraag naar een aantrekkelijke en recreatieve woon- en werkgemeente.

Op de Groenstructuurkaart is het plangebied aangeduid als onderdeel van de dorpsranden. In het Groenstructuurplan is de visie op de dorpsranden als volgt gedefinieerd: “Contact tussen dorpskern en omliggend landschap, kern en landschappelijk verweven. Vanuit de kernen bewust worden van de aanwezigheid van het omliggende landschap door daar glimpen van op te vangen. Wandelend door het buitengebied ‘weg’ zijn en het landschap in alle rust kunnen beleven.” Doel is alle dorpsranden conform de visie her in te richten. Dit kan geschieden door de randen aan de achterzijden van woningen aan te planten met houtwallen, struweel of bosplantsoen of natte, ecologische zones als buffer. Aan de

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

31

voorzijdes van woningen wordt openheid en contact met het landschap nagestreefd.

Op de Groenstructuurkaart is het plangebied voorts aangeduid als punt van landelijk binnenkomen. De visie is als volgt gedefinieerd: "De dorpsentrees trekken het landschap en de natuur het dorp in en leiden en trekken de bewoners van de kernen het buitengebied in. De relatie tussen kern en haar oorsprong vanuit het omliggende landschap wordt versterkt." Doel is alle dorpsentrees landschappelijk en natuurlijk in te richten door bijvoorbeeld toepassen kruidenberm, haag (inheems) of sloot en wegbegeleiding met inheemse boomsoort.

Uitsnede uit de Groenstructuurkaart van het Groenstructuurplan van de gemeente Rucphen, waarop het plangebied globaal is weergegeven met een rode contour.

Beoordeling Binnen het plangebied is thans een leegstaande woning gelegen. De gronden rondom de woning liggen braak. Met de beoogde herontwikkeling zal het plangebied deel uit gaan maken van de kern St. Willebrord, waardoor het plangebied de nieuwe dorpsrand zal gaan vormen. Op basis van het Groenstructuurplan is in deze dorpsranden bewustwording van de aanwezigheid van het omliggende landschap een belangrijk thema. Bewustwording kan geschieden door glimpen van het omliggende landschap op te vangen. Binnen het plangebied is daarom de wegenstructuur dusdanig geprojecteerd dat zichtlijnen naar het landschap blijven bestaan. Ook betreffen de beoogde woningen allen ruime vrijstaande woningen. De openheid binnen het plangebied blijft daarmee zo goed als mogelijk behouden.

De beoogde woningen zullen worden ingepast (zie paragraaf 2.5). De barrière tussen het buitengebied en het stedelijk gebied wordt hiermee verzacht. Tegelijkertijd zorg dit voor een representatieve dorpsentree. Daarmee is het initiatief passend in de lijn die met het Groenstructuurplan is ingezet.

Conclusie Onderhavig initiatief is passend binnen het Groenstructuurplan Rucphen.

3.4.5 Groene Kaart Toetsingskader

32

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

Op de groene kaart van Sint-Willebrord en het buitengebied staan alle waardevolle houtopstanden van de gemeente vermeldt. Indien een houtopstand is opgenomen op de Groene Kaart is een omgevingsvergunning voor kap benodigd.

Beoordeling Op de groene kaart van het buitengebied is de noordelijk gelegen bossingel aangeduid als particuliere houtopstand (vlakelement, nr. 124001). Dit vlakvormig element wordt grotendeels behouden, behoudens de zijde aan de Kaaistraat. Initiatiefnemer wenst de singel aan de zijde van de Kaaistraat te kappen, zodat de nieuwe woonpercelen aan de Kaaistraat bereikt kunnen worden. Langs de Kaaistraat worden wel laanbomen terug geplaatst (zie daarvoor het stedenbouwkundig plan).

Conclusie De gemeente Rucphen oordeelt of een kapvergunning wordt verleend.

3.4.6 Visiedocument Groenbeleid Rucphen Toetsingskader Dit visiedocument Groenbeleid Rucphen maakt inzichtelijk op welke wijze invulling wordt gegeven aan groen in de gemeente en wat daarover valt op te merken. Door de verschillende typen groen te analyseren op de wijze van beheer, kwaliteit en kwantiteit ontstaat een reëel beeld van het groen in de gemeente Rucphen. Verder blijkt in dit visiedocument, dat de kwaliteit, beleving en waardering van groen, sterk afhankelijk is van ontwerpkeuzes in planvormingsprocessen. De vormgeving van groen en hoeveelheid groen liggen hieraan ten grondslag. Doordat de waarden van groen inzichtelijk zijn gemaakt en relaties zijn gelegd met extern beleid, kan de invulling van groen rekenen op een meer principiële en beleidsmatige invulling.

Beoordeling Het Rijk gaat ervan uit dat gemeenten bij nieuwbouwlocaties 75m2 (openbaar) groen realiseren per huishouden. Veel plaatsen in Nederland halen die richtlijn in bestaand stedelijk gebied niet. Echter hebben vele gemeentes inmiddels dit als norm al wel in hun groene opgave opgenomen. Rucphen kent in het stedelijk gebied van de kernen, gemiddeld 32,5 m 2 groen per huishouden. Hierbij scoort Sprundel het laagste met 21,25 m 2 en Sint Willebrord het hoogste met 42,27 m 2 per huishouden. Nuancering is overigens van belang. Zo zorgt het Processiepark voor een flinke toename van het gemiddelde voor heel Sint Willebrord, maar voldoet het park niet voor iedereen aan de bereikbaarheidsnorm (gelegen binnen straal van 500 meter van woning). Per wijk of buurt kan de hoeveelheid groen sterk variëren. Gebieden met een hoge woningdichtheid kennen vaak ook een hoge druk op de openbare ruimte. Bij ontwikkelingen in het stedelijk gebied, is het daarom van belang vooraf inzicht te hebben in knelpunten, zoals te weinig groen en een te hoge parkeerdruk. Met onderhavig plan wordt voldaan aan de norm van 75 m 2 groen per woning (17 woningen maakt 1275 m 2 groen benodigd voor de wijk. De bestaande bossingel met inheemse opgaande beplanting in het noorden van het plangebied is goed voor ongeveer 650 m 2 groen. De zuidelijke groenzone heeft een omvang van ongeveer 750 m 2 groen.

Er wordt in totaal ongeveer 1.400 m 2 groen gerealiseerd en daarmee is voldaan aan de richtlijn van minimaal 1.275 m 2 groen per woning.

Conclusie Met onderhavig plan wordt voldaan aan het Visidocument Groenbeleid Rucphen.

3.4.7 Ruimte voor Ruimte - Visie op toepassing regeling Toetsingskader

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

33

De ruimte-voor-ruimte regeling maakt het mogelijk woningen te bouwen buiten het reguliere woningbouwprogramma om. De bouw van nieuwe woningen op ruime kavels in delen van het buitengebied kan mogelijk worden gemaakt, wanneer hiervoor agrarische bedrijfsgebouwen die in gebruik waren of zijn voor intensieve veehouderij, worden gesaneerd in combinatie met milieuwinst ter plaatse. De provincie Noord-Brabant heeft hiertoe richtlijnen vastgesteld. Kernrandzones, bebouwingslinten en clusters vormen potentiële locaties voor dergelijke woningen. Om deze woningen planologisch mogelijk te maken, is een ruimtelijk-landschappelijke visie nodig. Op basis daarvan kunnen concrete bouwaanvragen worden beoordeeld en kunnen, met de benodigde onderbouwing en procedures, bouwvergunningen worden verleend. De 'Ruimte voor Ruimte - Visie op toepassing regeling' bevat het ruimtelijk-landschappelijk kader ten behoeve van de afweging van de ruimte die kan worden geboden aan ruimte-voor-ruimte woningen.

In samenwerking met de provincie is een globale inventarisatie gemaakt van gebieden, die in aanmerking kunnen komen voor de ruimte-voor-ruimte regeling. Daarbij is onderscheid gemaakt in kernrandzones, stroken lintbebouwing als uitlopers van de kern, en clusters, die los in het buitengebied liggen. De "ontwikkelingskaart" van het bestemmingsplan Buitengebied uit 1998 heeft hiervoor als basis gediend. De inventarisatie heeft geleid tot 20 gebieden, waarin woningen in het kader van de ruimte-voor-ruimte regeling zouden kunnen worden gerealiseerd. Voor het toetsen van de verschillende potentiële locaties voor woningbouwmogelijkheden zijn met name criteria van belang die zijn te ontlenen aan ruimtelijk-landschappelijke randvoorwaarden en aan technische randvoorwaarden. Per deelgebied is gekeken naar: een analyse van de ligging, functies en landschappelijke kenmerken; een waardering van de landschappelijke kenmerken; de visie op bebouwingsmogelijkheden. Beoordeling Het plangebied is niet gelegen in een van de onderscheidde deelgebieden. In St. Willebrord is slechts één locatie aangemerkt als potentiële locatie voor ruimte-voor-ruimte woningen: de noordwest-hoek. De 20 deelgebieden zijn echter tot stand gekomen op basis van een globale inventarisatie, waardoor het aantal deelgebieden dus niet uitputtend is.

Bovendien hebben er in de directe omgeving van het plangebied zich recent veel veranderingen voorgedaan die rechtvaardigen dat opnieuw een afweging wordt gemaakt over de geschiktheid van het gebied als potentiële ontwikellocatie (realisatie gemeentehuis Rucphen, verlengde Vossendonkseweg, verlengde Helakkerstraat, realisatie de Binnentuin, het vervallen van de realisatie van een zorgcomplex). Daarvoor heeft het college van Burgemeester en Wethouders de bevoegdheid in bijzondere gevallen af te wijken voor gevallen die buiten de geselecteerde deelgebieden liggen of afwijken van de analyse op voorwaarde dat geen strijdigheid optreedt met de gestelde criteria en visie. Navolgend wordt daarom aan de hand van bovengenoemde criteria beoordeeld of de ontwikkeling van ruimte-voor-ruimte woningen binnen het plangebied ruimtelijk-landschappelijk aanvaardbaar is.

Analyse: Het beleid zoals geformuleerd in de 'Ruimte voor Ruimte - Visie op toepassing regeling' stelt dat kernrandzones, bebouwingslinten en bebouwingsclusters potentiële locaties vormen voor ruimte-voor-ruimte woningen. Het plangebied is gelegen in de kernrandzone van St. Willebrord. Immers is het plangebied gelegen in het overgangsgebied naar het buitengebied, gelegen langs stedelijk gebied, met daarin veel bebouwing op korte afstand van elkaar en met een ondergeschikte of afnemende agrarische functie.

De wegenstructuur rondom het plangebied wordt gevormd door de Kaaistraat, welke richting het westen overgaat op de Kozijnenhoek. Vanuit de Kaaistraat is er ten noorden van het plangebied uitzicht op het open agrarisch gebied ten westen van St. Willebrord. Vanuit de Kozijnenhoek wordt dit uitzicht ook richting het noorden geboden. Binnen het plangebied zijn deze zichtlijnen voor een groot gedeelte niet aanwezig. Feitelijk wordt thans het zicht op het open agrarisch gebied slechts gedeeltelijk geblokkeerd door bestaande groenstructuren. Vanuit planologisch perspectief is binnen het plangebied echter een zorgcomplex geprojecteerd, waardoor bestaande zichtlijnen tussen het plangebied en de Kaaistraat reeds zijn komen te vervallen.

34

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

Inmiddels is de realisatie van de verlengde Akkerstraat en Vossendonkseweg afgerond. Het plangebied maakt daarmee meer dan eerder onderdeel uit van de bebouwde kom van St. Willebrord, nu dit het plangebied is gelegen tussen de kern en het venieuwde tracé in. Het nieuwe tracé vormt daarmee de nieuwe bufferzone tussen het buitengebied en het stedelijk gebied van St. Willebrord. Gelet hierop, en in ogenschouw genomen de ligging van het plangebied binnen een zoekgebied voor verstedelijking, is het weneselijk hierbinnen te voorzien in nieuwe bebouwing.

Waardering: Het plangebied is gelegen aan de rand van de kern St. Willebrord waar voorheen een zorgcomplex was voorzien. Ten behoeve van van de realisatie van het zorgcomplex, is reeds de voorheen aanwezige bebouwing (gedeeltelijk) gesloopt en zijn de gronden bewerkt. Daarom liggen de gronden thans braak. Mogelijke bebouwing die aansluit bij de schaal van aangrenzende bebouwing direct ten oosten van het plangebied geven een nieuwe kwalitatieve impuls aan het gebied.

Conclusie Op basis van bovenstaande analyse en waardering is de ontwikkeling van ruimte-voor-ruimte woningen binnen het plangebied ruimtelijk-landschappelijk aanvaardbaar.

Conclusie Het College van Burgemeester en Wethouders hebben de bevoegdheid in bijzondere gevallen af te wijken van beleid zoals geformuleerd in de 'Beleidsuitgangspunten RvR gemeente Rucphen' voor gevallen die buiten de geselecteerde deelgebieden liggen. Op basis van recente ontwikkelingen (realisatie gemeentehuis Rucphen, verlengde Vossendonkseweg, verlengde Helakkerstraat, realisatie de Binnentuin, het vervallen van de realisatie van een zorgcomplex) en een nieuwe analyse en waardering van het plangebied, is de afwijking gerechtvaardigd. De 'Beleidsuitgangspunten RvR gemeente Rucphen' vormt geen belemmering voor het onderhavige initiatief.

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

35

Hoofdstuk 4

Milieuhygiënische aspecten

4.1 Inleiding Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Achtereenvolgens worden behandeld: bodem; waterhuishouding; cultuurhistorie; archeologie; ecologie; akoestiek; bedrijven en milieuzonering; externe veiligheid; kabels en leidingen; luchtkwaliteit; milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.

4.2 Bodem Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem.

Beoordeling Door Econsultancy is in september 2018 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage daarvan is als Bijlage 4 gevoegd bij deze toelichting. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk zeer licht verontreinigd is met lood. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, kobalt en nikkel. Ter plaatse van één peilbuis is een matige verontreiniging met nikkel aangetoond. De metaalverontreinigingen in de bovengrond en grondwater zijn hoogstwaarschijnlijk te relateren aan regionaal verhoogde gehalten van metalen in het grondwater en komen overeen met eerder uitgevoerde bodemonderzoeken op de onderzoekslocatie. Er bestaan volgens Econsultancy met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging.

Conclusie De bodemkwaliteit is geschikt voor de beoogde ontwikkeling.

36

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

4.3 Waterhuishouding Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro.

Beleid provincie Noord-Brabant Vigerend is het Provinciale Milieu- en Waterplan 2016 – 2021 (PWMP) van 18 december 2015. Het PMWP is de structuurvisie voor o.a. het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat de verplichte onderdelen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water. Behalve dat het PMWP de uitgangspunten aangeeft voor het waterbeleid van waterschappen en gemeenten, toetst de provincie aan de hand van dit plan ook of de plannen van de waterschappen passen in het provinciale beleid. Als algemene uitgangspunten zijn onder andere te noemen de scheiding van relatief schone en vuile waterstromen en het benutten van mogelijkheden voor infiltratie en/of conservering van hemelwater.

Beleid waterschap Brabantse Delta De projectlocatie is gelegen binnen het stroomgebied van waterschap Brabantse Delta. De visie van waterschap Brabantse Delta is vervat in het Waterbeheerplan 2016 – 2021 en kent een geldigheid vanaf 22 december 2015. Het waterschap richt zich hierbij op een doelmatig waterbeheer als motor voor een economische en ecologisch krachtige regio. Speerpunten uit het waterbeheerplan zijn klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging. Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot nieuwe accenten: het nationale Deltaprogramma voor waterveiligheid en de versterking van de dijken langs de Rijkswateren en de regionale rivieren; het optimaliseren van de zoetwatervoorziening met het oog op de toenemende droogte; inzet op bewustwording van watergebruikers zodat hun inzicht groeit over wat ze zelf aan waterbeheer kunnen bijdragen; helderheid over zowel beperkingen als mogelijkheden voor de gebruiksfuncties van het watersysteem; het verbeteren van de waterkwaliteit in een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie (combineren van verbeteren van de waterstanden, onderhouden van sloten en treffen van inrichtingsmaatregelen); afvalstoffen steeds meer inzetten als waardevolle grondstoffen zoals terugwinning van fosfaat en productie van bioplastic uit afvalwater; een duurzame energiewinning.

Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur waterschap Brabantse Delta 2015 bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd.

De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de Noord-Brabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. De nieuwe

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

37

uniforme keuren zijn gezamenlijk in werking getreden op 1 maart 2015. In de nieuwe keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: a. b. c. d.

het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; de toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² is, of; de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak; de toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel:

Benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06

Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: a. b.

c.

de bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; de afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen.

Beoordeling Door Econsultancy is in april 2021 een watertoets uitgevoerd. Rapportage daarvan is als Bijlage 5 gevoegd bij deze toelichting. Thans zijn de gronden binnen het plangebied nagenoeg volledig onverhard. Ten aanzien van het toekomstig verhard oppervlak wordt vooralsnog uitgegaan van een oppervlak van ± 7.165 m 2 (met inbegrip van bijgebouwen, erf verharding en/of bestrating). In onderstaande tabel staan de oppervlakten van de toekomstige bebouwing(en) en verhardingen weergegeven.

Verhard oppervlak

m2

Huizen met bijgebouwen

2479

(30%) uitgeefbare kavels minus huizen en bijgebouwen

2059

Wegen en paden openbare ruimte

2362

Parkeerplaatsen openbare ruimte

265

Totaal

7165

Tabel: Gegevens toekomstig verhard oppervlak Naar aanleiding van de verhardingstoename komt de benodigde berging uit op (7165 x 0,06) = 430 m 3. In de watertoets is uitgewerkt hoe hemelwater binnen de plangrenzen kan worden geborgen.

Dit kan deels door de aanleg van een infiltratieriool inclusief grondverbetering. Dit systeem is goed voor de berging van 145 m 3. Het water kan deels binnen het plangebied worden geborgen in de Wadi's centraal en in de zuidoostzijde (125 m 3 en 170 m 3 = 295 m 3). In het plangebied wordt met bovenstaande maatregelen een bergingscapaciteit van 440 m 3 gerealiseerd, waarmee voldaan wordt aan de minimale bergingsopgave.

Uit een uitwerking van een mogelijke voorzieningen blijkt dat binnen het plangebied voldoende ruimte bestaat om te voorzien in voldoende bergingscapaciteit. Op basis van de bodemopbouw en textuur worden geen problemen verwacht met de lediging van het toekomstige systeem. De daadwerkelijke realisatie van voldoende waterberging wordt door middel van een regel geborgd in het bestemmingsplan.

Bij nieuwbouw dient hemelwater en afvalwater gescheiden aangeleverd te worden. Als gevolg van de

38

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater wijzigen. Voor de berekening van het toekomstige aanbod, is voor de berekening uitgegaan van een gemiddeld verbruik van 120 liter per dag geproduceerd per IE. Per woning wordt uitgegaan van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners. Dit betekent dat er dus 2,5 x 120 liter = 300 liter per dag per woning wordt geloosd. Conform het planontwerp zullen er in totaal 17 woningen worden gerealiseerd. Dit komt overeen met een aanbod c.q. toename van circa 6 m³/dag. De berekening is gebaseerd op basis van aannames en betreft derhalve een indicatie van hoeveelheden. In overleg met de gemeente Rucphen zal tijdens de verdere planvorming de mogelijkheden omtrent en de wijze waarop en hoe aangesloten kan worden op de riolering nader besproken moeten worden.

In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet direct op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat binnen de planlocatie worden verwerkt. Dit betekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en dat hemelwater op een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn.

Als gevolg van de ontwikkeling worden enkele B-watergangen verlegd en/of deels gedempt. Voor alle handelingen aan of in de nabijheid van een watergang zoals: dempen, graven, bouwen, onttrekken, lozen etc. is in het kader van de keur een vergunning van het waterschap benodigd en zal in overleg aangevraagd moeten worden.

Conclusie Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. In de regels is een regeling opgenomen ten behoeve van realisatie van voldoende waterberging. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan.

4.4 Cultuurhistorie Toetsingskader In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden (artikel 3.1.6, lid 5 Bro). De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken.

Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, ruimtelijke plannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven.

Uit de cultuurhistorische waardenkaart volgt dat de locatie is gelegen binnen de regio van provinciaal cultuurhistorisch belang de 'West-Brabantse Venen'.

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

39

Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Met de rode contour is het plangebied geduid.

Beleid gemeente Rucphen De gemeente heeft een Erfgoedkaart. Onderstaand is een uitsnede van de erfgoedkaart ter hoogte van het plangebied toegevoegd. Te zien is dat het plangebied gelegen is in de nabijheid van een oud erf, in de zone cultuurgronden (1840).

40

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente Rucphen. Met de rode contour is het plangebied geduid.

Beoordeling De

provincie

onderscheidt

12

regio's.

Elke

regio

kent

een

toelichting

met

daarin

de

ontwikkelingsstrategieën, het cultuurhistorisch belang, de essentiële aspecten en een beschrijving. De 12 regio's zijn een uitwerking van de 12 gebiedspaspoorten uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening en hebben eenzelfde doel: aangeven welke kenmerken bepalend zijn voor de kwaliteit van een gebied of landschapstype en welke ambities de provincie heeft voor de ontwikkeling van de landschapskwaliteit. De gebiedspaspoorten en de daarvan afgeleide regio's werken niet rechtstreeks door naar derden, maar zijn zelfbindend voor de provincie. Bovendien is onderhavig initiatief kleinschalig van aard en kent het niet het schaalniveau waarop de cultuurhistorische waarden ontwikkeld, behouden of versterkt kunnen worden ter verwezenlijking van de regionale ambitie. Deze ligging heeft derhalve geen invloed op het initiatief.

Voor het overige is het plangebied gelegen grenzend aan de Kaaistraat. Dit betreft een straat die in het kader van de historische geografie een ‘redelijke hoge’ waarde hebben (op zowel provinciale als gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart). De voorgenomen plannen doen echter geen afbreuk aan deze waarde, nu enkel een in- en uitrit aan deze weg wordt gerealiseerd.

Conclusie Het voornemen doet geen afbreuk aan cultuurhistorische waarden binnen of in de omgeving van het plangebied.

4.5 Archeologie Toetsingskader In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. De uitgangspunten van dit verdrag dienen te worden vertaald in nationale wetgeving. In Nederland heeft deze vertaling plaatsgevonden in de Erfgoedwet, welke in werking is getreden op 1 juli 2016. Ten aanzien van het

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

41

aspect 'archeologie' is in art. 9.1, lid 1 van de Erfgoedwet, welk artikel een deel van het overgangsrecht regelt, bepaalt dat tot het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt onder meer Hoofdstuk V, paragraaf 1 van de inmiddels vervallen Monumentenwet 1988 van toepassing blijft. In Hoofdstuk V, paragraaf 1 is vastgelegd dat een gemeente in de ruimtelijke besluitvorming (w.o. bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor planologisch afwijken) rekening dient te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (artt. 38a t/m 41 Monw 1988). Daartoe kan de gemeente in dat besluit regels stellen, bijvoorbeeld tot het doen van archeologisch onderzoek. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie (ECLI:NL:RVS:2011:BU7102, r.o. 2.9.7). Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop archeologische verwachtingswaarden zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld.

Beleid gemeente Om het aspect archeologie goed mee te wegen in een gemeentelijke ruimtelijke besluitvorming heeft de gemeente Rucphen in 2010 een Erfgoedverordening opgesteld. De Erfgoednota bestaat onder andere uit een archeologische verwachtingenkaart en een advies archeologische beleidskaart. In 2019 heeft de gemeente op basis van verschillende nieuwe inhoudelijke bronnen en verschillende archeologische onderzoeken die reeds zijn uitgevoerd besloten haar bestaande archeologiekaart en het bijbehorende beleid te herzien. Het resultaat is een nieuwe Nota Archeologie met bijbehorende Archeologische Beleidskaart.

Beoordeling Volgens de Archeologische Waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Rucphen liggen de gronden in onderhavig plan hoofdzakelijk binnen een gebied met een hoge archeologische verwachting.

42

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

Uitsnede Archeologische Waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Rucphen met het plangebied aangeduid met een groene contour.

Op basis van het voormalige archeologiebeleid is in 2018 besloten om een archeologisch onderzoek uit te laten voeren door Econsultancy (Bijlage 6). Dit onderzoek bestond uit een bureauonderzoek, aangevuld met een Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase (boringen). Op basis van het onderzoek behoudt het hele plangebied een hoge verwachting op archeologische resten. De regioarcheoloog is van oordeel dat nader onderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek moet worden uitgevoerd. Door een hogere verwachtingswaarde van de gronden dient de regeling aangescherpt te worden. Daarom is voor het gehele plangebied een dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' 2 opgenomen.

Conclusie Indien er bodemingrepen worden uitgevoerd die gezamenlijk groter zijn dan 100 m2 en dieper reiken dan 50 cm-mv, dan is vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven noodzakelijk. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Afhankelijk van de resultaten kan hierop nog een (beperkte) opgraving nodig zijn.

4.6 Ecologie Toetsingskader De Wet natuurbescherming (Wnb) is een wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur. De Wet natuurbescherming is in werking getreden op 1 januari 2017 en vervangt daarmee het voorheen geldende wettelijke stelsel voor de natuurbescherming, zoals neergelegd in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet.

De wet regelt ten eerste de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden en planten- en diersoorten. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. In de Wet natuurbescherming is de Europese regelgeving omtrent natuurbescherming, zoals vastgelegd in de Vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG, 30 november 2009) en Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG, 21 mei 1992) als uitgangspunt genomen.

De gebiedsbescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in hoofdstuk 2 van de Wnb. Onderdeel van deze gebiedsbescherming wordt gevormd door het Programma Aanpak Stikstof 2015 2021 (PAS), welke in werking is getreden per 1 juli 2015. Het PAS betreft een programma, voorheen op

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

43

grond van de Natuurbeschermingswet 1998 en gecontinueerd onder de Wnb, en heeft als doel om de depositie van stikstof op de Natura 2000-gebieden te verminderen, de natuur te versterken en ruimte te bieden voor economische ontwikkelingen.

Beoordeling Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied betreft de 'De Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld', welke is gelegen op een afstand van circa 12 km. Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring, verzuring en vermesting. Compositie 5 stedenbouw bv heeft een AERIUS-berekening uitgevoerd en deze is opgenomen als Bijlage 7 van de toelichting. Met de AERIUS-berekening is aangetoond dat de stikstofuitstoot van de bouwactiviteiten en de gebruiksactiviteiten niet leiden tot een overschrijding van de kritische depositiewaarde van 0,00 mol. Negatieve effecten op de beschermde natuurgebieden zijn uitgesloten. Onderhavige ontwikkeling heeft derhalve met zekerheid geen mogelijk effect tot gevolg op de Natura 2000-gebieden.

Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de vereisten ten aanzien van gebiedsbescherming.

4.7 Flora en fauna Toetsingskader Het beschermingsregime betreffende soorten (flora en fauna) is opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wnb. De verbodsbepalingen zijn hierbij afhankelijk gesteld van de soort (en daarmee de opname van die soort op de diverse lijsten) en de voorgenomen handelingen. Bovendien is een algemeen geldende zorgplicht opgenomen om handelingen achterwege te laten of maatregelen te treffen, om te voorkomen dat nadelige gevolgen ontstaan voor in het wild levende dieren en planten.

Conform de Wet natuurbescherming is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde soorten binnen het plangebied. Vanuit die kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wnb. Conform vaste jurisprudentie kan een plan worden vastgesteld indien aannemelijk wordt gemaakt dat het aspect flora en fauna niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.

Beoordeling Door Econsultancy is in mei 2018 een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Rapportage daarvan is als Bijlage 8 gevoegd bij deze toelichting. Het onderzoek heeft tot doel om in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig zijn die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in onderstaande tabel. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningtrajecten. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

44

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

Overzicht geschiktheid plangebied voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen.

Op basis van de quickscan flora en fauna zal voor uitvoering van de plannen middels aanvullend onderzoek duidelijkheid te worden verkregen omtrent de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw, vleermuizen, steenmarter, eekhoorn, kleine marterachtigen, roofvogelsoorten, ransuil en streng beschermde amfibieën. Dit nader ecologisch onderzoek is uitgevoerd en de resultaten daarvan zijn opgenomen als Bijlage 9 en Bijlage 10. Onderstaand zijn de belangrijkste conclusies vermeld.

De onderzoekslocatie heeft geen functie voor de streng beschermde huismus of gierzwaluw. Huismussen zijn niet waargenomen in de buurt van de onderzoekslocatie. Gierzwaluwen zijn alleen overvliegend waargenomen.

Op de onderzoekslocatie zijn evenmin geen vaste rust- en/of verblijfplaatsen van streng beschermde vleermuizen aangetroffen. Tevens zijn er in de buurt van de onderzoekslocatie geen verblijfplaatsen aangetroffen. Wel is de bomenrij ten oosten van de onderzoekslocatie in gebruik als vliegroute, waardoor rekening gehouden dient te worden met verlichting. Dit kan bewerkstelligd worden door straatverlichting naar beneden te richten en geen verlichting op de bomenrij te richten/uitstraling van licht op deze bomenrij te voorkomen. Verder zijn er foeragerende dieren waargenomen, de voorgenomen ingreep heeft echter geen effect op essentieel foerageergebied van vleermuizen.

Vervolgstappen ten aanzien van gierzwaluwen en huismussen zijn niet aan de orde. Vervolgstappen ten aanzien van streng beschermde vleermuizen zijn niet aan de orde mits de bomenrij ten oosten van de projectlocatie niet in verlichting toeneemt, hetgeen bewerkstelligd kan worden (door straatverlichting naar beneden te richten). Uit het onderzoek is voorts gebleken dat de onderzoekslocatie geen functie heeft voor de streng beschermde ransuil, buizerd, havik, sperwer, boomvalk, bunzing, hermelijn, wezel, alpenwatersalamander, vinpootsalamander en kamsalamander. Verstoring ten aanzien van desbetreffende soorten is dan ook op voorhand uit te sluiten. Wel werd de eekhoorn op de onderzoekslocatie aangetroffen en is vastgesteld dat deze de onderzoekslocatie gebruikt als voortplantingsplaats of rustplaats. Voor de eekhoorn geldt geen algemene vrijstelling, maar is het werken met een goedgekeurde gedragscode wel toegestaan. In combinatie met het zorgvuldig handelen

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

45

om de gunstige staat van instandhouding van de soort te garanderen kan overtreding ten aanzien van de Wet natuurbescherming worden voorkomen. Bij naleving is ontheffing voor deze soort niet noodzakelijk. De aanwezigheid van deze soort staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in het licht van de Wet natuurbescherming derhalve niet in de weg.

Econsultancy heeft een mitigatieplan ten behoeve van de eekhoorn opgesteld en een kort advies ten behoeve van het groen. Dit mitigatieplan is toegevoegd als Bijlage 11. Voor eekhoorn wordt voorgesteld om met een combinatie van maatregelen te werken om ervoor te zorgen dat de eekhoorns functioneel gebruik kunnen blijven maken van de projectlocatie: Zo veel mogelijk bomen en groene structuren behouden, waarbij vooral de levende bomen gespaard blijven; Rekening houden met kwetsbare periode; Plaatsen van extra verblijfsplaatsen; Nieuw foerageergebied creëren; Verplaatsen eekhoornbrug. Voor een nadere beschouwing van waardevol groen voor de rode eekhoorn in de omgeving verwijzen wij u naar de rapportage.

Conclusie Middels nader onderzoek omtrent de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw, vleermuizen, steenmarter, eekhoorn, kleine marterachtigen, roofvogelsoorten, ransuil en streng beschermde amfibieën is aangetoond dat deze soorten niet verblijven. Mitigerende maatregelen zijn niet benodigd. In het kader van de eekhoorn wordt gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode. Er is geen ontheffing benodigd in het kader van de Wet natuurbescherming.

4.8 Wegverkeerslawaai Toetsingskader Op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder (Wgh) dienen bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in art. 3.6 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de waarden als bedoeld in art. 82 t/m 85 van de Wgh in acht te worden genomen, indien dat plan gelegen is in een zone rondom een weg als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh en (het betreffende onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor: de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen (functies zoals genoemd in art. 1 Wgh en art 1.2 Bgh – het Besluit geluidhinder zoals gewijzigd op 4 april 2012); de aanleg van een nieuwe weg en/ of een reconstructie van een bestaande weg; functiewijzigingen van een niet-geluidsgevoelige functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid). De onderzoekszone voor wegen zoals bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh is afhankelijk van de hoeveelheid rijbanen. Onderstaande tabel geeft hier een overzicht van:

Stedelijk

Buitenstedelijk

Aantal rijstroken

Aantal meter aan weerszijden van de weg

5 of meer

350 m

600 m

3 of 4

350 m

400 m

1 of 2

200 m

250 m

Artikel 74 lid 2 Wgh regelt dat indien de bovengenoemde ontwikkelingen zijn gelegen binnen een als 'woonerf' aangeduid gebied of in een zone nabij wegen waarvoor een maximum snelheidsregime van 30 km/h geldt, de betreffende waarden niet in acht hoeven te worden genomen. Uit een akoestisch onderzoek moet blijken of, indien sprake is van een van de bovengenoemde ontwikkelingen binnen een

46

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

zone als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh, deze binnen de waarden valt zoals deze voor diverse typen ontwikkelingen is vastgelegd in de Wgh. De grenswaarde voor de toelaatbare etmaalwaarde van de equivalente geluidbelasting van wegen binnen zones langs wegen is voor woningen 48 dB. In bijzondere gevallen is een hogere waarde mogelijk. Burgemeester en Wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente en onder voorwaarden bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting.

Beoordeling Het plangebied is gelegen binnen de zone van de Bernhardstraat, de Vosdonkseweg, de Helakkerstraat en de Kozijnenhoek. De snelheid ter plaatse van de Helakkerstraat bedraagt 50 km/h en ter plaatse van de overige wegen 60 km/h. Omdat middels onderhavig initiatief nieuw geluidgevoelige objecten worden gerealiseerd, is door Wematech een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Rapportage hiervan is als Bijlage 12 gevoegd bij deze toelichting. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting vanwege de Bernhardstraat, de Helakkerstraat en de Kozijnenhoek ten hoogste 44 dB respectievelijk 40 dB respectievelijk 44 dB bedraagt. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt derhalve niet overschreden. Er wordt aldus voldaan aan de normstelling volgend uit de Wet geluidhinder. Ten aanzien van de Vosdonkseweg wordt ten hoogste 56 dB berekend als gevolg van wegverkeer. De ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 63 dB wordt niet overschreden. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt echter wel overschreden. Derhalve is onderzocht of geluidreducerende maatregelen getroffen kunnen worden. Het aanleggen van geluidsarm asfalt stuit echter op financiële bezwaren en wordt niet als reële maatregel gezien, daar bij het toepassen van geluidsarm asfalt er nog steeds een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde wordt berekend van 4 dB.

Het realiseren van een geluidscherm wordt vanuit financiële en stedenbouwkundige overwegingen niet doelmatig geacht. Tot slot is ook en verlagen van de maximum snelheid op de Vosdonkseweg geen reële optie. De Vosdonkseweg heeft ter hoogte van het plangebied een maximale snelheid van 60 km/h en betreft een doorgaande weg tussen de woonkern Rucphen en Sint Willebrord/ Sprundel. Het verder verlagen van de snelheid voor een dergelijke doorgaande weg, is vanuit verkeerskundig oogpunt niet wenselijk. Als gevolg van het wegverkeer ter plaatse van de Vosdonkseweg dienen derhalve hogere grenswaarden aangevraagd te worden.

In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ is tevens inzicht verkregen in de cumulatieve geluidsbelasting. Uit de resultaten blijkt dat ter plaatse van het overgrote deel van het plangebied 31 – 52 dB wordt berekend en derhalve is te kwalificeren als een goed tot redelijk woon- en leefklimaat. Hiermee wordt een acceptabel woon- en leefklimaat gewaarborgd. Ter plaatse van de voor en zij-gevels van de nieuwe woningen die direct naast de Kaaistraat en de Vosdonkseweg zijn geprojecteerd varieert de geluidbelasting van ca. 52 – 61 dB, wat te kwalificeren is als een redelijk tot tamelijk slecht woon- en leefklimaat. Voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor ‘bouwen’ is het noodzakelijk dat wordt voldaan aan de eisen voor de minimale geluidwering van de gevels. De binnenwaarde van de woningen zal daardoor aan de wettelijke eisen voldoen. Bovendien kan gesteld worden dat buitenruimten hoofdzakelijk achter de woningen zijn gelegen, waar geen verhoogde geluidsbelasting wordt gemeten. De cumulatieve geluidbelasting staat een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat derhalve niet in de weg.

Conclusie Ten aanzien van de planologische procedure voor het onderhavige bestemmingsplan bestaan geen belemmeringen met betrekking tot het aspect wegverkeerslawaai.

4.9 Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en milieugevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. Op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' (hierna:

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

47

VNG-brochure) wordt onder milieugevoelige functies verstaan: woningen, woongebieden, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie. Sommige functies kunnen zowel milieubelastend als milieugevoelig zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen en scholen).

Beoordeling De VNG-publicatie onderscheidt twee omgevingstypen: rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied. Het plangebied is gelegen in een gebied dat kan worden gekenmerkt als rustige woonwijk. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Richtwaarden uit de VNG-brochure gelden derhalve onverkort. Onderhavig bestemmingsplan maakt de bouw van woningen mogelijk, waardoor ter plaatse gevoelige functies worden toegevoegd. Bij de beoordeling van een project voor de realisatie van een gevoelige functie moet enerzijds beoordeeld worden of de ontwikkeling geen gevolgen heeft voor de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijvigheid. Anderzijds moet getoetst worden of ten aanzien van de milieubelasting van deze bedrijvigheid een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.

De woningen binnen het plangebied bevinden zich binnen of nabij de richtafstand van enkele omliggende bedrijven. In onderstaande tabel is hier een overzicht van gegeven:

Kaaistraat te St. Willebrord Bedrijf

Locatie

Max. milieucat.

Richtwaarde VNG Afstand tot plangebied

Bedrijventerrein Nijverhei cat. 4.1

Struikhei 17 te Sprundel

4.1

200 meter

283 meter

Bedrijventerrein Nijverhei cat. 3.2

Kraaihei 17 te Rucphen

3.2

100 meter

308 meter

Bedrijventerrein

Struikhei 45 te

3.1

50 meter

198 meter

Nijverhei cat. 3.1

Sprundel

Gemeentehuis Rucphen

Binnentuin 1 te Rucphen

1

10 meter

149 meter

Bedrijf Romfix

Vosdonkseweg 4

2

30 meter

33 meter

Garagebedrijf

Kaaistraat 13 te St. 3.1 WIllebrord

100 meter

186 meter

Varkenshouderij

Sporthei 7

200 meter

425 meter

4.1

Zoals blijkt uit de tabel kan ruim voldaan worden aan alle richtafstanden. Binnen het plangebied is daarmee een goed woon- en leefklimaat verzekerd. Omgekeerd hindert het planvoornemen andere bedrijven niet in hun bedrijfsvoering. Immers liggen in alle windrichtingen andere woningen op kortere afstand tot de relevante bedrijvigheid.

Conclusie Binnen het plangebied is met betrekking tot milieuzonering een goed woon- en leefklimaat verzekerd. Onderhavig initiatief belemmert omliggende inrichtingen niet in hun bedrijfsvoering.

4.10

Externe veiligheid

4.10.1

Inrichtingen en externe veiligheid

Toetsingskader Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) zijn o.a. standaardafstanden opgenomen waarbij wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico. Het Bevi is van toepassing op vergunningplichtige risicovolle bedrijven en de nabijgelegen al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten. In artikel 2, lid 1 van het Bevi is

48

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

opgesomd wat wordt verstaan onder risicovolle bedrijven. In artikel 1 van het Bevi wordt toegelicht wat wordt verstaan onder (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie.

Beoordeling Om te bepalen of er in de directe omgeving bedrijven zijn gelegen waarop het Bevi van toepassing is, is de risicokaart geraadpleegd.

Uitsnede van de risicokaart. Het plangebied is globaal geduid met een gele ster.

De dichtstbijzijnde inrichting met een potentieel veiligheidsrisico betreft een inrichting met een chloorbleekloogtank aan de Kozijnenhoek 21C te Rucphen. De grens van de inrichting ligt op een afstand van circa 445 meter tot het plangebied. Er is geen sprake van een PR 10-6 risicocontour. Gelet op de ruime afstand van het plangebied tot de inrichting zijn er geen gevolgen wat betreft externe veiligheid inzake het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor het overige zijn er geen relevante inrichtingen met een potentieel veiligheidsrisico in de buurt van het plangebied.

In de vooroverlegreactie verwijst de veiligheidsregio in aanvulling op het voorgaande naar het standaard advies bij calamiteiten, zie daarvoor Bijlage 13.

Conclusie Het aspect Bevi-inrichtingen is geen belemmering voor onderhavig initiatief.

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

49

4.10.2

Transport en externe veiligheid

Toetsingskader Beoordeling van de risico's veroorzaakt door het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, het water en de weg dient plaats te vinden aan de hand van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), als in werking per 1 april 2015. Bij het besluit horen grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico en richtlijnen voor de toepassing van de rekenmethodiek en de verantwoording van het groepsrisico. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen langs transportassen die deel uitmaken van het Basisnet Weg, Water en/of Spoor kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven. Hiervoor gelden namelijk de afstanden die in bijlage I, II en III van de Regeling basisnet zijn opgenomen. Op deze afstanden mag het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen niet meer bedragen dan 10-6 per jaar. Voor het Basisnet Weg geldt dat daar waar in de tabel van bijlage 2 van het Bevt de afstand '0' is vermeld het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer op het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar.

Beoordeling Om te bepalen of er in de directe omgeving van het plangebied risicorelevante transportassen zijn gelegen is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat het plangebied is gelegen op een afstand van circa 1,8 kilometer van de Rijksweg A58 waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Voor deze weg geldt dat er op basis van de risicokaart geen sprake is van een risicocontour. Voor het groepsrisico gelden geen veiligheidsafstanden. Gelet op de ruime afstand van de weg tot het plangebied vormt de ligging van de weg geen belemmering voor onderhavig voornemen. Voorts geldt dat het plangebied is gelegen op een afstand van circa 2,4 kilomter van de spoorlijn tussen Etten-Leur en Roosendaal. Over deze weg vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Er is geen sprake van een risicocontour. Gelet op de ruime afstand van de spoorweg tot het plangebied vormt de ligging van de spoorweg geen belemmering voor onderhavig voornemen.

In de vooroverlegreactie adviseert de veiligheidsregio om rekening te houden met een goede bereikbaarheid voor de brandweerauto bij calamiteiten. Het plangebied is te benaderen langs twee onafhankelijke aanrijdroutes via de Kaaistraat. Dit is nodig, omdat één aanrijdroute tijdelijk geblokkeerd zou kunnen zijn. Tot aan het plangebied zijn er geen nadere maatregelen noodzakelijk ten behoeve van de bereikbaarheid. Het plangebied is voorzien van een erftoegangsweg met drie doodlopende einden, waarvan twee langer zijn dan 40 meter. Ondanks de veelvoud aan doodlopende einden zijn deze op verschillende manieren voldoende bereikbaar te maken voor brandweervoertuigen. Het noordelijke deel van de erftoegangsweg lijkt te worden voorzien van een keerlus, maar de afmetingen hiervan zijn niet te achterhalen uit de stukken. Wanneer deze keerlus wordt ingericht op de bochtstralen van brandweervoertuigen, dan volstaat een wegbreedte van tenminste 4,5 meter. Zonder keerlus dient een wegbreedte van tenminste 5,0 meter te worden toegepast, zodat brandweervoertuigen achteruit kunnen rijden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11245137/1