CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.0840.2584K0033-DEF1 Toelichting

gemeenteraad 9 maart 2022, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong'22.527 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

Datum: 09-03-2022 Status: vastgesteld

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

6 6 6 7

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

8

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

Inleiding Huidige situatie plangebied Beoogde situatie Stedenbouwkundige opzet Stedelijk groen: notitie Integratie Stad-Land Parkeren Verkeersgeneratie

8 8 8 8 12 14 15

Hoofdstuk 3

Beleidskader

16

3.1 3.2 3.3 3.4

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

16 16 20 28

Hoofdstuk 4

Milieuhygiënischeaspecten

36

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie Flora en fauna Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

36 36 37 39 41 43 44 46 47 48 51 51 53

Hoofdstuk 5

Juridische planopzet

55

5.1 5.2 5.3

Inleiding Opbouw van de regels Regels

55 55 55

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

3

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

59

6.1 6.2

Inleiding Kostenverhaal

59 59

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

60

7.1 7.2 7.3

Omgevingsdialoog Vooroverleg Tervisielegging

60 61 61

4

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

Toelichting

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding en doel Initiatiefnemer heeft het voornemen om aan de Kaaistraat te St. Willebrord een locatie te ontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Het stedenbouwkundig verkavelingsplan voorziet in de realisatie van 17 vrijstaande grondgebonden woningen met bijbehorende parkeer- en groenvoorzieningen. Het betreft 10 ruimte-voor-ruimte woningen en 7 woningen op basis van de reguliere gemeentelijke woningbouwplanning. Per brief d.d. 20 april 2018 heeft de gemeente Rucphen een positief principestandpunt ingenomen ten aanzien van het initiatief.

De locatie aan de Kaaistraat is gelegen binnen de werkingssfeer van het bestemmingsplan “Kaaistraat”, zoals vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 3 november 2011. Aan de locatie is de bestemming ‘Maatschappelijk’ en 'Bos' toegekend en derhalve zijn ontwikkelingen ten behoeve van ‘Wonen’ in deze bestemming niet rechtstreeks toegestaan. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het mogelijk maken van de beoogde ontwikkeling.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied De locatie aan de Kaaistraat te St. Willebrord, kadastraal bekend als gemeente Rucphen, sectie U, nummers 695, 696, 697 en 1423, is gelegen op de hoek van de Kaaistraat en de Kozijnenhoek, ten zuidwesten van de kern St. Willebrord. Het terrein is thans ingericht als grasland met in het noorden enkele bomen. Op de locatie is tevens de bebouwing van een voormalig agrarisch bedrijf aanwezig. Deze bebouwing bestaat uit enkel nog een bedrijfswoning.

Satellietfoto omgeving Kaaistraat met het plangebied aangeduid met een rode contour. Bron: cyclomedia, 2021.

1.3 Vigerend bestemmingsplan Toetsingskader

6

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

Het vigerend bestemmingsplan betreft "Kaaistraat" zoals vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 3 november 2011. Aan de locatie is de bestemming ‘Maatschappelijk’ en 'Bos' en de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' toegekend. Ter plaatse van beide bouwvlakken is de functieaanduiding 'gezondheidszorg' opgenomen.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan "Kaaistraat" met rood omkaderd het plangebied geduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

Beoordeling De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn ter plaatse van de aanduiding ‘gezondheidszorg’ bestemd voor een zorginstelling. Daarnaast zijn deze gronden, alsmede de overige als 'Maatschappelijk' bestemde gronden, bestemd voor o.a. educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen alsmede wegen, paden, pleinen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. De voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bosgebied, extensieve recreatie en andere tot de bestemming behorende voorzieningen. De voor ‘Waterstaat - Waterbergingsgebied’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de waterkering en de waterbeheersing, onderhoudstroken van waterlopen en waterwegen en overige tot de waterstaatkundige functie behorende voorzieningen. Het vigerende bestemmingsplan staat de realisatie van 17 grondgebonden woningen ter plaatse niet toe.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling strijdig is met het vigerende bestemmingsplan. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling ter realisatie van de beoogde ontwikkeling.

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de bestaande situatie in het plangebied en het planvoornemen beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een omschrijving van de vigerende ruimtelijke beleidskaders gegeven, waarna in hoofdstuk 4 de milieuhygiënische aspecten aan bod komen. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Hoofdstuk 6 en 7 beschrijven tenslotte respectievelijk de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

7

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

2.1 Inleiding Voor het formuleren van het beleid en het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten van de gewenste situatie en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld worden gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven, daarbij wordt mede ingegaan op de aspecten verkeer en parkeren.

2.2 Huidige situatie plangebied Het plangebied betreft het terrein waarop zorginstelling Amarant 48 zorgappartementen beoogde te ontwikkelen. Het vigerende bestemmingsplan "Kaaistraat" zorgt voor een toereikend juridisch-planologisch kader voor deze ontwikkeling. Ten behoeve van de ontwikkeling zijn enkele bedrijfsgebouwen geamoveerd en groenstructuren verwijderd. Echter, vanwege bezuinigingen op de zorg is de realisatie van de zorgappartementen nooit tot stand gekomen. Thans ligt het terrein daarom sinds enige jaren braak. De enige bebouwing binnen het plangebied wordt gevormd door de voormalige bedrijfswoning aan de Kaaistraat 1 te St. Willebrord. Groenstructuren van enige omvang worden gevormd door enkele in het noorden van het plangebied aanwezige bomen.

Foto's huidige situatie plangebied. Bebouwing binnen het plangebied betreft de voormalige bedrijfswoning aan de Kaaistraat 1 te St. Willebrord, op beide afbeeldingen zichtbaar. Bron: cyclomedia, 2021.

2.3 Beoogde situatie Initiatiefnemer beoogt binnen het plangebied 17 vrijstaande grondgebonden woningen te realiseren. Dit betreffen 10 ruimte-voor-ruimte woningen en 7 woningen op basis van de reguliere gemeentelijke woningbouwplanning. De beoogde woningen zijn verdeeld over vier bebouwingsclusters, welke gevormd worden door aan te leggen wegverharding binnen het plangebied. Ontsluiting van het plangebied zal plaatsvinden via de Kaaistraat. Alle woningen beschikken over parkeerplaatsen op eigen terrein. Bezoekersparkeren wordt in de openbare ruimte mogelijk gemaakt.

2.4 Stedenbouwkundige opzet Ruimtelijke hoofdopzet

8

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

Compositie 5 stedenbouw bv heeft een stedenbouwkundig ontwerp gemaakt voor de 17 woningen. Wat betreft situering en massaopbouw is er afstemming gezocht met de aangrenzende bebouwing en wegen, waarbij rekening is gehouden met de bestaande bebouwingskarakteristieken en het bestaande straatbeeld.

Verkavelingsplan locatie Kaaistraat. Bron: Compositie 5 stedenbouw 2021.

Situering De beoogde woningen zijn verdeeld over vier bebouwingsclusters, welke gevormd worden door aan te leggen wegverharding binnen het plangebied. Aan de randen van het plangebied wordt de wegverharding begeleid door groen. Hierdoor stelt de weg zich naar de buitenranden toe meer open, waardoor doorzichten richting het buitengbeid worden bewerkstelligd. De beoogde woningen zelf liggen op ruime afstand tot elkaar, hetgeen de beleving met het buitengebied versterkt.

Massaopbouw

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

9

Voor alle geprojecteerde woningen geldt dat deze zijn opgebouwd uit twee bouwlagen met kap of twee bouwlagen plat. De maximale goot- en bouwhoogte bedraagt 6,5 respectievelijk 10 meter. Hiermee wordt aangesloten bij de overwegende goot- en bouwhoogte zoals gehanteerd in de kern van St. Willebrord. Onderstaand een impressie van de typen vrijstaande woningen die kunnen worden gebouwd.

Impressie kubistische woning, bron: IBOC.nl, 2021.

10

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

Impressie woning met twee bouwlagen en schilddak, bron: Accent Bouw Wonen b.v., 2021.

Impressie woning met een bouwlaag en lessenaarsdak, bron: Groothuisbouw, 2021.

Straatprofiel Ontsluiting van het plangebied zal plaatsvinden via de Kaaistraat.

Groen

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

11

Er worden nieuwe laanbomen langs de Kaaistraat geplaatst. Dit is enerzijds voor de afronding van de lanen aan weerszijden en anderzijds ter behoud van het habitat van de eekhoorn.

2.5 Stedelijk groen: notitie Integratie Stad-Land Het plangebied is gelegen aan de rand van de bebouwde kom van St. Willebrord en is op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant gelegen binnen de aanduiding 'verstedelijking afweegbaar'. In de oude verordening ruimte was dit gebied aangeduid als 'integratie stad-land'. In de Interim omgevingsverordening is dit gebied onder de aanduiding 'verstedelijking afweegbaar' gebracht. Dat betekent niet dat de doelstelling voor de integratie stad-land gebieden is vervallen. Binnen die gebieden is het streven er nog steeds opgericht dat een rode ontwikkeling in een evenredige verhouding met de ontwikkeling van landschapskwaliteiten plaatsvindt. Voor dit gebied is een notitie 'Integratie stad-land' opgesteld (zie Bijlage 2), waarin het plangebied wordt aangeduid met de zin “in het oosten van het gebied dient te worden voorzien in een passende afronding van de kern St. Willebrord.” Ter plaatse van het plangebied is voorzien in stedelijke ontwikkeling, omkaderd door een groenstructuur die aansluit op zowel de kern als het landelijke/leisure gebied. Hierdoor ontstaat een groene afronding van de kern St. Willebrord.

In het plangebied is momenteel al een bossingel aan de noordzijde van het perceel aanwezig. Deze staat ook zo opgenomen in de notitie. Door het behoud van een strook van 5 meter breed van deze bossingel wordt de bebouwing ingepast conform de notitie. Deze strook zal in de toekomst beheerd worden als bossingel, waarin ook aandacht is voor een struiklaag/onderbegroeiing in de vorm van hakhoutstoven en struiken.

Op het aangrenzende perceel aan de westzijde van het plangebied is reeds een groenzone gerealiseerd, die in de notitie wordt benoemd als groene afronding van de kern. Deze groenzone vormt reeds een doeltreffende inpassing van het plangebied, waardoor er geen noodzaak meer is aan deze zijde maatregelen te treffen t.a.v. landschapselementen. Deze groenzone is reeds beschermd door middel van de bestemming 'Natuur'.

12

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

Uitsnede notitie 'Integratie stad-land'. Met rode omlijning is het plangebied geduid.

Aan de zuidzijde, aansluitend aan de nieuwe rondweg (Verlengde Vosdonk) dient volgens de notitie aangesloten te worden op de bestaande laanstructuren. Deze volgt de historische lijn van de Kozijnenhoek in de vorm van een bomenrij met inheemse bomen. Hier is gekozen voor de Acer pseudoplatanus 'Negenia' (gewone esdoorn), die ook een toegevoegde waarde heeft voor bijen en vlinders.

De dorpsentree (vak 3) wordt gevormd door de (verlengde) Kaaistraat, waar de verdraaiing van de woningen wordt begeleid door een groene ruimte (gras met wadi en bomen). Hier is een speelse koppeling vormgegeven als overgang van de laanstructuur van de Kozijnenhoek naar de laanstructuur van de Kaaistraat. Door het toevoegen van enkele boomgroepen worden de verschillende boomsoorten van beide lanen met elkaar verweven en ontstaat een bijzondere plek als dorpsentree. Deze ontstaat en vervalt in een logische lijn weer in de aansluitende laanstructuren. In deze boomgroepen is gekozen voor Acer pseudoplatanus 'Negenia', Quercus robur (laanboom Kaaistraat) met als extra blikvanger de Betula pendula (ruwe berk) met zijn kenmerkende witte stam. Deze berken sluiten weer aan bij de enkele berken die aanwezig zijn in de bomenrij ten zuiden van het fietspad Kozijnenhoek. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat ten behoeve van waterberging deze soorten in water kunnen staan.

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

13

Inpassing met stedelijk groen. Bron: landschappelijk inpassingsplan C5s, 2021.

De inpassing met stedelijk groen wordt geborgd in Bijlage 1 van de regels met een voorwaardelijke verplichting voor de realisatie en in standhouding ervan.

2.6 Parkeren Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de "Reparatiewet BZK" op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van 'een goede ruimtelijke ordening' dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid.

Beoordeling Door de gemeente Rucphen zijn in de ‘Nota Parkeernormen 2017 Rucphen’ (d.d. 31-5-2017). parkeernormen gesteld waarbij zoveel mogelijk aansluiting is gezocht bij de parkeernormen zoals die zijn gesteld in de destijds geldende publicaties van het CROW. De Nota Parkeernormen Rucphen 2017 onderscheidt parkeernormen voor het gebied ‘Centrum’, ‘Overige bebouwde kom’ en ‘Buitengebied’. Onderhavig plangebied is gelegen in het gebied ‘Overig bebouwde kom’. Voor de beoogde woningen zijn de volgende parkeernormen van toepassing:

14

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

Parkeernormen voor vrijstaande woningen. Bron: Nota Parkeernormen 2017 van de gemeente Rucphen.

Binnen het plangebied worden 17 vrijstaande woningen gerealiseerd. Voor dit type woning geldt een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per woning. Derhalve dienen in totaal (17 x 2,3) = 39 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd binnen het plangebied. Elke woning wordt voorzien van garage met dubbele oprit. In theorie wordt daarmee voorzien in drie parkeerplaatsen per woning. In de praktijk wordt de garage echter vaak niet gebruikt ten behoeve van parkeren. Daarom hanteert de Nota Parkeernormen voor dergelijke garages met oprit een berekeningsaantal van 1,3 parkeerplaatsen. Derhalve wordt met betrekking tot parkeren voorzien in 22 parkeerplaatsen op eigen terrein. De resterende parkeerbehoefte wordt opgevangen met 17 parkeerplaatsen binnen de bestemming 'Verkeer' in de openbare ruimte. Gelet op de brede opzet van de wegen, is hiervoor ruimschoots ruimte binnen het plangebied. In de regels is gewaarborgd dat bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor 'bouwen' voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd wordt.

Conclusie Binnen het plangebied wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid waardoor voldaan wordt aan de gemeentelijke parkeernota.

2.7 Verkeersgeneratie Teneinde de verkeersgeneratie te bepalen die gepaard gaat met de nieuwbouw, dienen de verkeersgeneratiekengetallen te worden geraadpleegd. Deze zijn opgenomen in de 'Nota Parkeernormen 2017' van de gemeente Rucphen. Bij het te realiseren woningtype vrijstaand hoort een maximaal aantal voertuigbewegingen per etmaal (vpe) van 8,2 per woning. Derhalve genereert het plan in totaal (17 x 8,2) = 140 vpe.

Het plangebied zal worden ontsloten via de Kaaistraat, welke overgaat in de Kozijnenhoek. De Kozijnenhoek vormt de verbindingsweg tussen de kernen St. Willebrord en Rucphen. Dit betreft een doorgaande weg waarvan kan worden aangenomen dat deze een dergelijk lage toename aan vpe gemakkelijk kan afwikkelen. Het plangebied kan buiten de kom van St. Willebrord om worden ontsloten via de nieuwe Verlengde Helakkerstraat en de Verlengde Vosdonkseweg. Tevens wordt in acht genomen dat de verkeersgeneratie van de voormalige functie (verzorgingshuis met 48 kamers) komt te vervallen. Derhalve kan worden gesteld dat de verkeersgeneratie geen belemmering vormt voor het onderhavige planvoornemen.

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

15

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.

3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies.

Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies. Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.

Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen.

Beoordeling Het voorliggende plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt (met uitzondering van de ligging in een radarverstoringsgebied). Uitsluitend het nationale belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten', als vervat in de 'ladder voor duurzame verstedelijking', is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst.

16

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plangebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van Rijkswege een relevante ruimtereservering geldt. Aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt navolgend getoetst.

3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).

Beoordeling Op 1 juli 2016 is een wijziging van het Rarro (periodieke actualisatie en herstel van enkele gebreken, 6e wijziging) in werking getreden. Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van het radarstation op de locatie Herwijnen en Woensdrecht. In een gebied rondom deze radarstations moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. In de radarverstoringsgebieden is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. In het onderhavige plan wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat en er wordt ook geen planologisch kader geboden voor het oprichten van windturbines. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor de radarstations Herwijnen en Woensdrecht.

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

17

Ligging van St. Willebrord binnen het radarverstoringsgebied van Herwijnen en Woensdrecht. Met de gele ster wordt het plangebied aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Ter bescherming van het radarverstoringsgebied is de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - obstakelbeheerzone' opgenomen.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.

3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2012 Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat 'de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als een 'open norm' is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.

Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde 'overzichtsuitspraak' gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' concreet worden toegepast.

Toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. a. b. c. d. e.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?

Beoordeling a.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling?

Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt.

18

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

Het onderhavige ruimtelijke besluit maakt ter plaatse van het plangebied de realisatie van 17 vrijstaande woningen mogelijk. De ontwikkeling is daarom gelet op de omvang als 'stedelijke ontwikkeling' te classificeren. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' moet verder worden doorlopen. b.

Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling?

Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat van een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte.

Het plangebied heeft thans de bestemming 'Maatschappelijk' en 'Bos'. Ter plaatse van de aanduiding 'gezondheidszorg' zijn de gronden bestemd voor een zorginstelling. De realisatie van 17 vrijstaande, grondgebonden woningen is ter plaatse niet mogelijk. Gelet hierop voorziet het onderhavige planvoornemen in een functiewijziging. Tevens worden bebouwingsmogelijkheden uitgebreid, waardoor sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' moet verder worden doorlopen. c.

Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling?

Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om een kwantitatieve behoefte als een kwalitatieve behoefte. De beschrijving van de behoefte dient te worden gebaseerd op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens. Het is niet in strijd met art. 3.1.6, lid 2 Bro als voor de onderbouwing van de behoefte in het ruimtelijk besluit wordt verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of beleidsdocumenten.

De behoefte aan woningen wordt in de subregio West (van west-Brabant) bepaald aan de hand van het 'Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2019'. Hierin stemt de gemeente Rucphen het woningbouwprogramma in regionaal verband af met andere gemeenten in de regio West-Brabant West.

Woningbehoefteprognose gemeente Rucphen. Bron: 'Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2019'.

Uit de woningbehoefteprognose kan worden opgemaakt dat de harde plancapaciteit onvoldoende is om

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

19

te voorzien in de woningbouwbehoefte van Rucphen. Onderhavig plan behelst de realisatie van 17 nieuwe woningen (10 ruimte-voor-ruimte woningen en 7 reguliere woningen) en past derhalve binnen de kwantitatieve behoefte. Daarbij wordt tevens in acht genomen dat de zorginstelling met 48 kamers (welke thans gerealiseerd kan worden), met het onderhavige bestemmingsplan komt te vervallen.

Uit de toets aan de woningbehoefteprognose voor de gemeente Rucphen (2019) en de toets aan de woonvisie in paragraaf 3.4.3 blijkt dat de kwantitatieve - en kwalitatieve behoefte van het plan is aangetoond. d.

Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied?

Uit de wetstekst en de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat indien de 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' buiten 'bestaand stedelijk gebied' is gelegen, de verantwoording in het ruimtelijke besluit een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het onderhavige plangebied is gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' van St. Willebrord. Immers maakt het vigerende bestemmingsplan een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing te behoeve van wonen mogelijk. Dat de bebouwing waarin het vigerende bestemmingsplan voorziet nog niet gerealiseerd is, doet daar niets aan af (ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4654, r.o. 7.3).

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is aan te merken als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. De 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' voorziet in de behoefte naar vrijstaande woningen en is daarnaast gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' van St. Willebrord. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving' Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie.

In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

Beoordeling Met de omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Het voorliggend initiatief betreft de realisatie van een kleinschalig woongebied aan de rand van de kern St. Willebrord, op een inbreidingslocatie waar voorheen een zorgcentrum was geprojecteerd. Met onderhavig planvoornemen wordt de kern St. Willebrord afgerond. Hiermee biedt het planvoornemen een duidelijk een kwalitatieve

20

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

verbetering van de leefomgeving en past daarmee binnen de omgevingsvisie.

Conclusie De gewenste ontwikkeling is passend binnen de provinciale omgevingsvisie en doet niets af aan de waarden die de omgevingsvisie beoogd te beschermen.

3.3.2 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) is vastgesteld door Provinciale Staten op 1 oktober 2010 en geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). Belangrijke beleidslijnen in de SVRO zijn het principe van concentratie van verstedelijking, zorgvuldig ruimtegebruik, verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en aaneengeschakelde natuurgebieden. Sinds de vaststelling in 2010 hebben Provinciale Staten diverse besluiten genomen die een verandering brengen in de provinciale rol en sturing, of van provinciaal beleid. Deze besluiten zijn vertaald in de partiële herziening van de structuurvisie in 2014, vastgesteld op 7 februari 2014 en in werking op 19 maart 2014. Op onder andere de volgende onderdelen vindt bijsturing van het beleid plaats: transitie van stad en platteland, intrekken reconstructie- en gebiedsplannen, groenbeleid, samenhangend beleid voor de ondergrond en de transitie naar een zorgvuldige veehouderij. De, met de partiële herziening ongewijzigde, provinciale sturingsfilosofie is gebaseerd op vijf rollen: ontwikkelen, ordenen, beschermen, regionaal samenwerken en stimuleren. Twee rollen zijn relevant voor onderhavig plan: de ordenende en de beschermende rol.

De ordenende rol gaat uit van het behartigen van ruimtelijke belangen en keuzes. Deze zijn geordend in vier ruimtelijke structuren. De structuren geven een hoofdkoers aan: een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies. Maar ook waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. De vier onderscheidende structuren zijn: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Het uitgangspunt van de beschermende rol is zorgvuldig ruimtegebruik. Bij ruimtelijke afwegingen betekent dat eerst gekeken wordt naar mogelijkheden voor intensivering of hergebruik op of binnen bestaand bebouwd gebied. De provincie wil nieuw stedelijk ruimtebeslag zoveel mogelijk voorkomen.

Beoordeling Het plangebied is op de structurenkaart van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening aangeduid als 'Kernen in landelijk gebied' en 'Zoekgebied voor verstedelijking' in het 'Gemengd landelijk gebied'. In de kernen in het landelijk gebied met de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking wordt de lokale behoefte voor verstedelijking opgevangen (wonen, werken en voorzieningen). De provincie vraagt gemeenten om in regionaal verband afspraken te maken over de verdeling van het programma voor wonen, werken en voorzieningen. De kernen in het landelijk gebied bouwen voor de eigen woningbehoefte volgens het principe van 'migratiesaldo-nul'. Er is ruimte beschikbaar voor specifieke verbeterprojecten van enige omvang. Het gaat om kwalitatieve verbeteringen in bestaand stedelijk gebied zoals het saneren van milieuhinderlijke bedrijvigheid in de kern en het behouden van vrijkomende cultuurhistorisch waardevolle complexen. Regionale afstemming vindt plaats in de regionale agenda's voor wonen. Het aansnijden van nieuwe ruimte voor verstedelijking is pas aan de orde, als gebleken is dat de bouwopgave voor wonen niet binnen bestaand bebouwd gebied kan worden gerealiseerd, ook niet in andere kernen binnen de betreffende gemeente, wat betreft wonen,.

Als toch nieuw ruimtebeslag nodig is, kan dit alleen daar waar, gelet op de ruimtelijke kwaliteiten binnen dat gebied, verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden liggen. Ruimtelijke karakteristieken en kwaliteiten worden dus meer bepalend voor de wijze waarop de (economische) dynamiek in de landelijke regio's haar plek krijgt.

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

21

De aanduiding zoekgebied verstedelijking geeft aan dat het transformeren van buitengebied naar stedelijk gebied (wonen, werken, voorzieningen, stedelijk groen) afweegbaar is als dat nodig is om in de stedelijke ruimtebehoefte te voorzien. Daarvoor heeft de provincie een aantal toetsingskaders opgenomen in de Interim omgevingsverordening. Binnen het landelijk gebied onderscheid de provincie het gemengd landelijk gebied en accent agrarische ontwikkeling. In het gemengd landelijk gebied wordt voldaan aan de vraag naar kleinschalige stedelijke voorzieningen, recreatie, toerisme en ondernemen in groene omgeving. Wel moet ruimte beschikbaar blijven om de agrarische productiestructuur te behouden en te versterken. Onderhavig plan voorziet binnen het 'Gemengd landelijk gebied' in de realisatie van 17 woningen. Deze ontwikkeling heeft geen nadelig effect op de agrarische productiestructuur in die zin dat omliggende agrarische bedrijven door de ontwikkeling worden beperkt in hun bedrijfsvoering.

Conclusie Het plan is passend binnen het beleid van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening van de provincie Noord-Brabant. De Interim omgevingsverordening vormt het toetsingskader wanneer nieuw ruimtebeslag wordt gebruikt ten behoeve van woningbouw.

3.3.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma's en waarden worden beschermd via een de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov N-B) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet naar verwachting per 1 juli 2022 ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant. De regels zijn eenvoudiger opgeschreven en omgezet naar een nieuw digitaal systeem, met een meer gebruiksvriendelijke opbouw. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze.

Waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen.

Beoordeling Voorliggend plangebied is binnen de interim omgevingsverordening gelegen binnen het landelijk gebied. Het gebied is tevens aangewezen als 'verstedelijking afweegbaar'-gebied. Als er vanuit kwaliteit of kwantiteit in Stedelijk gebied onvoldoende ruimte aanwezig is, dan bestaat er de mogelijkheid dat een stedelijke ontwikkeling binnen het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar wordt gerealiseerd. Deze gebieden zijn in het verleden (2004) na toepassing van de lagenbenadering en afweging aangeduid als gebieden waar -onder voorwaarden- verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden (kunnen) liggen. Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar een concrete invulling. In het verleden werd hierbij onderscheid gemaakt in Zoekgebied verstedelijking en Integratie stad-land gebieden. In deze verordening zijn beide aanduidingen onder het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar gebracht. Zorgvuldig

22

ruimtegebruik

is

als

basisprincipe

opgenomen

vanuit

de

zorg

voor

een

goede

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

omgevingskwaliteit. Dat betekent onder andere dat de ruimte binnen Stedelijk gebied zo goed als mogelijk wordt benut. Indien er binnen bestaand stedelijk gebied op een bepaald moment geen mogelijkheden zijn voor inbreiding, kan gekeken worden naar "gebieden voor afweging duurzame verstedelijking" (artikel 3.43 interim omgevingsverordening Noord-Brabant). Navolgend is dit toetsingskader opgenomen, met daarin de onderbouwing van de voorwaarden. Voor het overige is getoetst aan regels voor kwaliteitsverbetering landschap (3.9), de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (3.5 t/m 3.8) en regels voor grondwaterbescherming (3.11).

Uitsnede kaartbeelden Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, instructieregels voor gemeenten.

3.3.3.1 Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling

Toetsingskader Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. b.

de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.

Beoordeling Onderhavige ontwikkeling betreft het toevoegen van 17 grondgebonden woningen buiten bestaand stedelijk gebied in het gebied 'verstedelijking afweegbaar' nabij St. Willebrord.

Uit de regionale woningbouwafspraken, gemaakt in het document 'Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2019' volgt dat de prognose inzake de woningbouwbehoefte aantoont dat er tot aan 2028 behoefte is aan de bouw van minimaal 365 en maximaal 525 woningen. Er bestaat in de woningbouwprogrammering een harde plancapaciteit van 295 woningen. Binnen de

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

23

woningbouwprogrammering bestaat voldoende ruimte om te voorzien in de bouw van 7 reguliere woningen in onderhavig plangebied. Derhalve past het plan binnen de regionale afspraken.

Onderhavige ontwikkeling betreft voorts een 'duurzame stedelijke ontwikkeling': de ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik door gebruikmaking van een locatie die al lange tijd in onbruik is. Het plan biedt mogelijkheden voor de productie en het gebruik van duurzame energie (o.a. zonnepanelen), houdt rekening met klimaatverandering door de realisatie van voldoende groen en voldoende waterbergingcapaciteit bij extreme neerslagomstandigheden. Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de voorwaarden uit artikel 3.42 Iov.

3.3.3.2 Afwijkende regels verstedelijking afweegbaar (artikel 3.43)

Toetsingskader In afwijking van artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, eerste lid, kan een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a. b. c. d.

binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied.

Beoordeling en conclusie Binnen de kom in St. Willebrord is feitelijk geen ruimte beschikbaar om dit project van 17 grondgebonden woningen mogelijk te maken. Op dit moment staat er geen vastgoed leeg in het dorp dat voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar woningbouw. Er zijn ook geen braakliggende gronden in St. Willebrord waarop dit woningbouwprogramma past. Aan de regionale woningbouwafspraken en het gemeentelijk woningbouwprogramma wordt navolgend getoetst. De duurzame afronding van het Stedelijk Gebied wordt besproken bij het toetsingskader van artikel 3.9: kwaliteitsverbetering landschap.

3.3.3.3 Ruimte-voor-ruimte (artikel 3.80)

Beoordeling en conclusie De ontwikkeling van ruimte-voor-ruimte kavels is direct gerelateerd aan concreet te slopen staloppervlak. Voor de sloop van 1.000 m2 stallen en de bijbehorende milieuwinst mag één ruimte-voor-ruimte kavel worden ontwikkeld.

Om aan te tonen dat er inderdaad per te ontwikkelen woningbouwkavel 1.000 m2 stallen gesloopt zijn stelt de provincie Noord-Brabant conform afspraken met de Ontwikkelingsmaatschappeij Ruimte voor Ruimte dossiernummers ter beschikking van aanvragen voor sloopsubsidie in het kader van de beëindigingsregeling. De benodigde dossiernummers voor onderhavig plangebied zijn opgenomen in onderstaande tabel.

24

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

Sloopnummers ruimte-voor-ruimte titels

Ten behoeve van dit plan worden 10 Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte.

ruimte-voor-ruimte

titels

ontwikkeld

door

de

Onderhavig planvoornemen maakt de nieuwbouw van 17 woningen mogelijk. Dit betreffen 10 ruimte-voor-ruimte woningen en 7 reguliere woningen. Voor zover de ontwikkeling ziet op de 10 ruimte-voor-ruimte woningen, is dit mogelijk indien voldaan wordt aan specifieke voorwaarden. Deze voorwaarden worden hieronder nagelopen. a.

Er dient sprake te zijn van een aanzienlijke milieu- en kwaliteitswinst.

Onderhavige ruimte-voor-ruimte kavels worden ontwikkeld door of vanwege de 'Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte'. Overeenkomstig artikel 3.80 Iov lid 2 is daarom door toepassing van de 'Regeling beëindiging veehouderijtakken' in het verleden reeds een aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst behaald. b.

De ruimte-voor-ruimtekavels dienen op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie te liggen.

De ruimte-voor-ruimte kavels dienen in een bebouwingsconcentratie te liggen. Een bebouwingsconcentratie is in artikel 1.1 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant gedefinieerd als: ‘kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster'. Specifiek is het plangebied gelegen in een kernrandzone nu het is gelegen langs het bestaand stedelijk gebied, in het overgangsgebied naar het buitengebied. Voorts liggen de kavels op een planologisch aanvaardbare locatie. Het plangebied is immers gelegen grenzend aan het bestaand stedelijk gebied en gelegen in een 'verstedelijking afweegbaar' gebied. Voorts geldt dat er vanuit milieuhygiënische oogpunt, zoals blijkt uit hoofdstuk 4, ten behoeve van de functie 'Wonen' geen bezwaren zijn. Overigens kunnen ruimte-voor-ruimtekavels gewoon binnen een gebied 'verstedelijking afweegbaar' worden gerealiseerd, zonder toetsing aan de regels van artikel 3.80: "Omdat de gronden in het plangebied zijn aangeduid als "Verstedelijking afweegbaar", staat artikel 3.2 van de Omgevingsverordening, gelet op artikel 3.43 van de Omgevingsverordening, niet in de weg aan het voorzien van een duurzame stedelijke ontwikkeling op deze gronden.". Artikel 3.80 is primair bedoeld voor ontwikkelingen binnen de aanduiding Landelijk gebied, gelegen in een bebouwingsconcentratie, niet voor ontwikkelingen in "Verstedelijking afweegbaar" gebieden [ECLI:NL:RVS:2021:335, r.o.

4.2].

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

25

c.

Een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woningen dient te zijn verzekerd.

Voor het onderhavige planvoornemen wordt de kwaliteitsverbetering gestort in het Groenfonds. Zodoende wordt elders binnen de gemeente stedelijk of landelijk groen gerealiseerd en onderhouden. d.

Er mag geen sprake zijn van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling.

Het onderhavige plangebied is gelegen binnen de aanduiding 'Verstedelijking afweegbaar'. De voorwaarde dat de ontwikkeling geen aanzet mag zijn voor een stedelijke ontwikkeling geldt niet ter plaatse van deze aanduiding.

3.3.3.4 Kwaliteitsverbetering van het landschap (artikel 3.9)

Toetsingskader 1.

Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.

2.

Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen.

3.

Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. d. e. f. g.

4.

het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; het wegnemen van verharding; het slopen van bebouwing; de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.

Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken.

Beoordeling en conclusie Onderhavig planvoornemen gaat gepaart met een inspanning voor kwaliteitsverbetering van het landschap. 1.

De ontwikkeling gaat gepaard met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van de omgeving. De kwaliteitsverbetering wordt geïnvesteert in een groenfonds.

2.

Voor zover het onderhavige bestemmingsplan ziet op de realisatie van 10 ruimte-voor-ruimte woningen, bepaalt artikel 3.77, lid 5 Iov dat voldaan is aan artikel 3.9, als aan alle voorwaarden in artikel 3.80 is voldaan. Voor zover het onderhavige bestemmingsplan ziet op de realisatie van 7 reguliere woningen, is artikel 3.9 Iov lid 2 wél van toepassing.

De gemeente Rucphen is aangesloten bij het Regionaal Ruimtelijk Overleg West-Brabant. Afspraken over kwaliteitsverbetering zijn gemaakt in het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant. De regio heeft in het afsprakenkader drie categorieën onderscheidden: Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist; Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke

26

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief; Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. Onderhavig plan valt , voor zover het de 7 reguliere woningen betreft, binnen categorie 3, welke kan worden aangemerkt als zwaarste categorie. Voor de berekening van de kwaliteitsverbetering wordt de rekenmethodiek uit de ‘Handreiking Kwaliteitsverbetering’ van de provincie Noord-Brabant gevolgd. Hieruit volgt dat voor stedelijke ontwikkelingen, waaronder de realisatie van een woningbouwlocatie, de bijdrage kwaliteitsverbetering zo groot is als 1% van de uitgifteprijs van de gronden. Op basis van gegevens van de gemeente Rucphen blijkt dat de gemiddelde grondprijs €228,- per m 2 bedraagt. In de nieuwe situatie wordt 4.758 m 2 grond voor kavels van reguliere woningen uitgegeven (de zuidelijke 7 kavels). Uit een berekening volgt dat ten aanzien van de 7 reguliere woningen een waardevermeerdering ontstaat van (4.758 x 228 =) €1.084.824,-. De bijdrage aan kwaliteitsverbetering bedraagt derhalve (1.084.824,- / 100 =) €10.848,24. De berekening is toegevoegd als Bijlage 3.

Dit bedrag zal worden gestort in het landschapsfonds van de gemeente Rucphen en elders worden geïnvesteerd. De inpassing met stedelijk groen wordt geborgd in Bijlage 1 van de regels met een voorwaardelijke verplichting voor de realisatie en in standhouding ervan. 3.

Tijdens een overleg op 15 april 2020 tussen het bestuur van de gemeente Rucphen en Ruimte voor Ruimte is aangegeven dat er geen noodzaak is voor een onderbouwing van het complete "verstedelijking afweegbaar gebied" (de Binnentuin). De gemeente heeft dit met de provincie Noord-Brabant besproken. Er kan worden volstaan met een beschrijving en verbeelding van de wijze waarop de kern St. Willebrord wordt afgerond ter plaatse van het plangebied. Voor een volledige motivatie van de stad-landbenadering wordt verwezen naar paragraaf 2.5 van de toelichting en de bijbehorende Notitie stad-land in Bijlage 2. De het herstellen van een landschapselement, en de aanleg van stedelijk groen, wat een bijdrage levert aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land.

4.

Er wordt geen toepassing gegeven aan artikel 3.9, sub 2b Iov.

3.3.3.5 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (artikelen 3.5 t/m 3.8)

Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (Paragraaf 3.1.2) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. b. c.

zorgvuldig ruimtegebruik; de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; meerwaardecreatie.

Zorgvuldig ruimtegebruik (3.6) 1.

Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking);

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

27

c.

gebouwen, bijbehorende bouwwerken geconcentreerd binnen een bouwperceel.

en

andere

permanente

voorzieningen

worden

Toepassing van de lagenbenadering (3.7) 2.

De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.

Meerwaarderecreatie (3.8) 3.

Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. c. de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.

Beoordeling en conclusie 1.

De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor

2.

bebouwing. Met onderhavig initiatief is hiervan geen sprake, maar in dit geval wordt het initiatief mogelijk gemaakt op basis van artikel 3.43 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Bij een stedelijke ontwikkeling dient daarnaast toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst en er wordt aan voldaan. De begrenzing van de beoogde bouwvlakken is zodanig afgestemd dat de voorzieningen worden geconcentreerd binnen dat bouwvlak. In hoofdstuk 4 van dit plan wordt ingegaan op de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 2 van dit plan worden de effecten op de netwerklaag beschouwd. Het uitblijven van effecten op de bovenste laag wordt in hoofdstuk 4 beschreven. Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met onderhavig initiatief invulling wordt gegeven aan inpassing van een woonbuurt, waar de bestaande groensingel aan de noordzijde behouden blijft en wordt onderhouden en waar nieuwe landschapsbomen aan de zuidzijde worden toegevoegd en onderhouden. Het gebied krijgt een nieuwe kwaliteitsimpuls.

3.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Visie Duurzaamheid 2019-2030 Toetsingskader De gemeente Rucphen heeft de Visie Duurzaamheid 2019-2030' vastgesteld. Dit document biedt het kader voor het duurzaamheidsbeleid van gemeente Rucphen. Het is tot stand gekomen met inbreng inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen, de gemeenteraad en andere betrokkenen vanuit de gemeente en diverse afdelingen van de gemeente. Achterliggende gedachte is om duurzaamheid niet te zien als een geïsoleerd beleidsterrein maar op te pakken als een integrale opgave binnen de gemeentelijke organisatie en de samenleving. De Visie Duurzaamheid is de basis voor de Duurzaamheidsagenda met daarin opgenomen een meerjarenprogramma en een jaarlijks uitvoeringsplan.

28

bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Kaaistraat ong.

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt nadrukkelijk ingezet op meer groen en ruimte voor water. Dit versterkt de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente als aantrekkelijke woongemeente. Daarnaast zorgt meer groen voor een betere leefbaarheid en gezondheid in de kernen. Door voorafgaand aan ruimtelijke ontwikkelingen nadrukkelijker te sturen op voldoende groen en water is het mogelijk om deze ambitie waar te maken.

Beoordeling en conclusie In de Visie Duurzaamheid is onder andere opgenomen dat wordt gestreefd om bij nieuwbouwplannen te voorzien in 75 m 2 openbaar groen per nieuwe woning. Dit uitgangspunt is niet één op één toe te passen bij (kleinschalige) stedelijke inbreidingslocaties. Per plan wordt bekeken hoe aan de doelstelling invulling gegeven kan worden. Bovendien wordt maatwerk geleverd bij transformatielocaties (in dit geval wordt de maatschappelijke bestemming gewijzigd in wonen). Met onderhavig plan wordt voldaan aan de norm van 75 m 2 groen per woning (17 woningen maakt 1275 m 2 groen benodigd voor de wijk). De bestaande bossingel met inheemse opgaande beplanting in het noorden van het plangebied is goed voor ongeveer 650 m 2 groen, maar deze wordt particulier uitgegeven. De zuidelijke groenzone heeft een omvang van ongeveer 1.256 m 2 groen. Het centrale gebied bestaat uit 452 m 2 groen. Het middengebied groen en het zuidelijke gebied groen zijn samen in totaal 1.708 m 2, waarmee ruimschoots wordt voldaan aan de richtlijn van minimaal 1.275 m 2 groen voor de hele ontwikkeling (ongeveer 100 m 2 groen per woning).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11245137/1