CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Werkplein Begroting 2026

commissie Maatschappelijke Aangelegenheden 26 mei 2025, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken24.282 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.2.1 Minder inwoners leven in armoede In het programma inkomensondersteuning dragen we vooral bij aan de doelstelling dat minder inwoners in armoede leven. Dit doen we door de uitvoering van de: lokale minimaregelingen, bijzondere bijstand (incl. individuele inkomenstoeslag en collectieve zorgverzekering voor minima) en de inzet van het instrument Voorzieningenwijzer. Vergroten gebruik armoede -en minimaregelingen In § 5.1 Inleiding is aandacht besteed aan de CPB-onderzoeken: “Armoede-intensiteit” en “Onbenut recht”. Hieruit blijkt dat: • de afgelopen jaren het aantal mensen in armoede is afgenomen, maar dat de overblijvende groep gemiddeld meer tekort komt. • vooral huishoudens met inkomen: uit werk (loon of zelfstandig) en gepensioneerden behoren tot de groep met een hoge armoede-intensiteit en deze groepen ook het vaakst hun recht op landelijke toeslagen niet benutten. • een groot deel van de bijstandsgerechtigden een armoede-intensiteit onder de 5% heeft en ook het niet-gebruik van toeslagen bij deze groep zeer laag is. 25

Zoals bekend spannen gemeenten en Werkplein zich al jaren gezamenlijk in om het gebruik van landelijke -en lokale armoede -en minimaregelingen te vergroten. Streven is om de groep huishoudens die in armoede leeft te laten dalen. De focus lag tot nu toe vooral op de groep huishoudens die bij de gemeenten en het Werkplein in beeld waren. Nu uit de recente CPB-onderzoeken blijkt dat vooral huishoudens met inkomen uit loon of als zelfstandige en gepensioneerden behoren tot de groep met een hoge armoede-intensiteit, roept dat de vraag op of we de focus niet moeten verleggen. Gemeenten en Werkplein moeten hier gezamenlijk een standpunt over innemen. Op landelijk niveau is men er intussen ook van doordrongen dat er op dit vlak verbeteringen nodig zijn. Met het concept wetsvoorstel “Pro-actieve dienstverlening” wat op 14-2-2025 voor advies naar de Raad van State is gestuurd wil het kabinet een wettelijke basis creëren om gegevensdeling mogelijk te maken tussen UWV, SVB en gemeenten. Zo kunnen meer mensen actief benaderd worden om hen te wijzen op uitkeringen en andere (sociale) voorzieningen waar zij recht op hebben. Het zal uiteraard nog wel geruime tijd duren voordat dit wetsvoorstel in werking treedt.

Tenzij gemeenten en Werkplein gelet op wat hiervoor is vermeld tussentijds de focus willen verleggen, wil het Werkplein zich in 2026 vooral richten op de volgende activiteiten om de bestaanszekerheid van huishoudens te vergroten: •

•

inzet van het instrument Voorzieningenwijzer (website: Datgeldtvoormij.nl): In het voorjaar 2024 hebben gemeenten en Werkplein een regelingencheck geïmplementeerd (=instrument Voorzieningenwijzer). Er wordt gecheckt op zes thema's: toeslagen Rijksoverheid, aangifte inkomstenbelasting, energieleverancier, zorgverzekering, regelingen woningcorporaties en regelingen en fondsen van de Werkplein-gemeenten. Inwoners die “digivaardig” zijn kunnen met behulp van dit instrument zelf online (=website “Datgeldtvoormij.nl”) checken op welke regelingen zij gelet op hun: gezinssituatie, inkomen en vermogen recht hebben. Inwoners die minder zelfredzaam zijn kunnen advies en ondersteuning krijgen van het Werkplein en het loket Inwoners ondersteuning Roosendaal. door samenwerking met andere organisaties (woningcorporatie, scholen, bibliotheek/IDO WestBrabant en Senioren Brabant-Zeeland (Kring De6)) willen gemeenten en Werkplein meer bekendheid geven aan de diverse regelingen en het instrument Voorzieningenwijzer.

5.3 Wat mag het kosten? Onze inzet binnen het Programma Inkomensondersteuning wordt zowel gefinancierd vanuit de reguliere exploitatiebegroting (personele inzet) als vanuit de voorzieningen en overdrachten. Deze laatste kosten worden 1-op-1 verrekend met de gemeenten waarvoor deze kosten worden gemaakt. Het benodigde budget waarover het Werkplein moet beschikken, is weergegeven in onderstaande tabel.

26

Programma inkomensondersteuning

Jaarrekening 2024

Begroting 2025 Begroting 2026 Mutaties

Lasten Bijzondere bijstand

6.628.061

6.500.000

7.284.001

Minimabeleid (webshop) *

610.447

650.000

650.000

-

Collectieve zvw premie

3.018.041

3.082.734

3.016.689

-66.045

Externe adviezen

18.648 10.275.197

14.500 10.247.234

20.000 10.970.691

5.500 723.456

Totaal baten

753.544 753.544

715.000 715.000

801.240 801.240

86.240 86.240

Saldo van lasten en baten

9.521.653

9.532.234

10.169.451

637.216

Etten-Leur

2.112.894

2.194.867

2.245.310

50.443

Halderberge

1.197.424

1.145.616

1.283.932

138.316

Moerdijk

1.143.149

1.126.991

1.243.417

116.426

Roosendaal

3.784.629

3.821.057

4.026.273

205.217

Rucphen

778.808

740.250

834.858

94.608

Zundert

504.749 9.521.653

503.454 9.532.234

535.659 10.169.451

32.206 637.216

Totaal lasten

784.001

Baten Baten debiteuren bijz. bijstand

Bijdragen gemeenten

Totaal bijdragen gemeenten

Tabel: Geraamde kosten voor Inkomensondersteuning 2026

Analyse begroting 2026 t.o.v. begroting 2025 Bijzondere bijstand De raming voor 2026 is gebaseerd op de jaarrekening 2024, een prijsindexering voor de jaren: 2025 (2,7%) en 2026 (2,6%) en € 300.000 in verband met intensivering van de Individuele Inkomenstoeslag (IIT). Uit onderzoek van het uitkeringsbestand is gebleken dat circa 600 huishoudens langer dan 3 jaar onafgebroken periodieke bijstand ontvangen waardoor zij naar verwachting voldoen aan de IITvoorwaarden. Deze huishoudens gaan we in 2025 actief benaderen om een aanvraag IIT in te dienen. De indexering wordt zowel op de lasten als op de baten toegepast. Op basis hiervan wordt voor 2026 een stijging ten opzichte van de begroting 2025 voorzien van € 784.001. Van de totale jaarlijkse bijzondere bijstandskosten heeft 81% betrekking op slechts drie kostensoorten t.w.: bewindvoering (38%), individuele inkomenstoeslag (21%) en huisraad-woninginrichting (21%). Minimabeleid inclusief webwinkel Na de coronapandemie (=voorjaar 2022) zien we dat onze inwoners weer meer maatschappelijk zijn gaan participeren. Sinds 2023 zien we wel een stabilisatie van deze uitgaven. Daarom wordt voor 2026 eenzelfde bedrag begroot als voor het jaar 2025. In § 5.2.1 is vermeld welke activiteiten gemeenten en het Werkplein willen ontplooien om het nietgebruik van regelingen te verkleinen.

Begrotingstechnisch blijft het lastig om nu al een goede inschatting te kunnen maken welke financiële impact dit gaat krijgen op de begroting 2026. Premiebijdrage collectieve zorgverzekering In de raming 2026 gaan wij er van uit dat de gemeenten hun gemeentelijke premiebijdragen handhaven op het niveau 2025: bijdrage van € 17,00 p/mnd bij de polis gemeente extra en € 42,50 (inwoners Etten-Leur € 48,25) p/mnd bij de polis gemeente extra uitgebreid. Het budget voor de Collectieve ziektekostenverzekering 2026 is gebaseerd op het aantal premieplichtige deelnemers per maart 2025 (6.951) en de gemeentelijke premiebijdrage 2025. Onzekere factor is elk jaar weer dat op dit moment onbekend is met welk bedrag de zorgverzekeraars hun premies in 2026 gaan verhogen. Kansen en risico Wat beschreven is in § 5.1 en § 5.2) biedt nieuwe mogelijkheden voor gemeenten en Werkplein om de armoedeproblematiek bij onze inwoners te verkleinen en de bestaanszekerheid te vergroten. Het stimuleren en vergroten van het gebruik van landelijke -en lokale armoede-en minimaregelingen leidt uiteraard tot verhoogde lasten. Momenteel is nog niet te voorspellen welke financiële gevolgen dit heeft voor het Programma Inkomensondersteuning. 27

6.1 Inleiding Werkplein heeft inmiddels meerdere jaren ervaring met de uitvoering van de Wet Inburgering 2021, die op 1 januari 2022 van kracht werd. De instroom van inburgeraars is afhankelijk van migratiebeleid en beleid rond de huisvesting van statushouders. Op dit moment is de intentie van het huidige Kabinet om migratie te beperken, voorrang voor statushouders bij huisvesting te verbieden, en de taakstelling voor huisvesting van statushouders af te schaffen. Het is echter nog niet duidelijk of, en zo ja wanneer en hoe, dit geregeld gaat worden. Er zijn nog geen grote beleidswijzigingen aangekondigd voor de inburgering. Om die reden gaan we er voor nu vanuit dat het aantal inburgeraars en het landelijk beleid de komende jaren min of meer gelijk zal blijven.

6.1.1 Doorontwikkeling In 2026 blijven we verder werken aan een netwerk van werkgevers en verenigingen die (vrijwilligers)werkplekken willen aanbieden aan statushouders. Statushouders kunnen helpen de tekorten aan personeel en vrijwilligers te verminderen en daarmee een waardevolle bijdrage leveren aan hun gemeente. Voor de inburgeraar zijn dergelijke plekken heel belangrijk om goed de Nederlandse taal en gewoonten te leren, en om het gevoel te hebben een waardevolle bijdrage te kunnen leveren in hun gemeente. Daarbij is de inzet dat iedere inburgeraar een duaal traject volgt, en dus taalles combineert met meedoen-activiteiten. Doordat inburgeraars sinds 2025 5 vaste dagdelen per week taalles volgen, is het makkelijker voor hen om naast te lessen te werken of vrijwilligerswerk te doen. Wie kan werken, begint hier zo snel mogelijk mee naast de taallessen, en wie dit niet kan, doet op een andere manier mee. Door voldoende ontwikkel- en participatietrajecten in te kopen, zorgen we ervoor dat ook inburgeraars die een grotere afstand tot de arbeidsmarkt of samenleving hebben, naar vermogen mee kunnen doen. Ook werken we aan passende trajecten voor jongeren. De overeenkomst voor de onderwijsroute MBO, waarmee inburgeraars voorbereid worden om een opleiding te gaan volgen op MBO 2, 3 of 4niveau, loopt op 31 maart 2026 af.

In 2025 zal Werkplein meedoen met een regionale aanbesteding voor deze onderwijsroute. Ook voor jongvolwassen inburgeraars die niet de onderwijsroute volgen, streven we ernaar om passende trajecten te organiseren, waarbij opleiding en inburgering worden gecombineerd. We willen dat jongeren intensieve trajecten volgen, met pedagogisch vaardige begeleiders, zodat we deze jonge mensen veiligheid, stevigheid, en snelle stappen richting zelfredzaamheid bieden. Door in te zetten op duale en passende trajecten zorgen we dat inburgeraars meedoen naar vermogen. Het doel is hierbij dat zoveel mogelijk inburgeraars duurzaam betaald werk vinden. Inburgeraars die dat kunnen, leren de Nederlandse taal op B1-niveau, en wie dat niet kan, bieden we begeleiding om ondanks hun beperkte taalbeheersing toch aan het werk te gaan. Voor wie betaald werk geen haalbaar doel is, bekijken we op welke manier ze toch mee kunnen doen in de samenleving.

28

6.1.2. Instroom Er zijn twee groepen inburgeraars: statushouders en gezinsmigranten. Tot de laatste groep rekenen we ook de zeer kleine groep overige migranten die moeten inburgeren. Statushouders worden, nadat ze een asielvergunning hebben gekregen, door het COA toegewezen aan een gemeente, die vervolgens huisvesting voor hen organiseert. De aantallen statushouders die gemeenten moeten huisvesten wordt per half jaar vastgelegd in een taakstelling. Het Kabinet is voornemens deze taakstelling af te schaffen, maar het is op dit moment niet duidelijk of, en zo ja, wanneer, dit gaat gebeuren. Ook is (nog) niet bekend welk alternatief beleid voor huisvesting en spreiding van statushouders dan zal worden ingesteld. Om die reden wordt in deze begroting uitgegaan van een gelijkblijvende situatie rond de instroom van statushouders in de gemeenten. Gezinsmigranten komen naar Nederland om bij een Nederlandse partner te komen wonen. Het kan ook gaan om kinderen of ouders van iemand die in Nederland woont. De in Nederland al woonachtige persoon wordt de referent genoemd. Omdat gezinsmigranten een referent hebben die al een leven en inkomen heeft in Nederland, hoeven gemeenten gezinsmigranten veel minder te ondersteunen bij de inburgering. Overige migranten zijn over het algemeen geestelijk dienaren die uit het buitenland komen om een functie bij een religieuze instelling te vervullen.

Werkplein nodigt alle inburgeraars eerst uit voor een brede intake. Inburgeraars zijn verplicht hieraan mee te werken. Op basis van alle beschikbare informatie besluit Werkplein welke inburgeringsroute een inburgeraar gaat volgen. Dit wordt vastgelegd in het PIP. Werkplein monitort ook voor alle inburgeraars de voortgang van de inburgering, en bespreekt dit in voortgangsgesprekken met de inburgeraar. Statushouders krijgen daarnaast maatschappelijke begeleiding, een participatieverklaringstraject (PVT), taallessen, de Module Arbeidsparticipatie (MAP), en voor inburgeraars in de Z-route ook 800 uur participatie, activatie en zelfredzaamheid. Voor gezins- en overige migranten biedt de gemeente het PVT en de MAP aan. Aantal inburgeraars In 2024 startte 390 inburgeraars bij Werkplein, waarvan 252 statushouders. Op basis van de taakstelling voor de eerste helft van 2025 is de verwachte instroom van statushouders in het werkgebied van Werkplein in heel 2025 330. De taakstelling is namelijk 236, dus voor het hele jaar 2025 is de taakstelling naar verwachting 472. Omdat hier ook kinderen en gepensioneerden meegeteld worden, die niet inburgeringsplichtig zijn, rekenen we met 70% van de taakstelling. Dit is 330. Dit geeft een indicatie van het aantal inburgeraars in 2026. Voor de begroting is dus rekening gehouden met 330 inburgeraars in 2026.

Taakstelling obv 70% inburgeringsplichtig Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal

2024 1e helft 2025

63 44 53 109 34 32 335

2e helft 2025

32 22 27 53 17 15 165

32 22 27 53 17 15 165

2026

2027

2028

2029

63 43 53 106 34 31 330

63 43 53 106 34 31 330

63 43 53 106 34 31 330

63 43 53 106 34 31 330

Huisvesting en inburgering

29

In principe wordt een statushouder opgeroepen voor de brede intake inburgering wanneer deze een woning krijgt toegewezen door de gemeente. Omdat dit soms langer kan duren, is het wenselijk om ook statushouders die nog in een AZC in het werkgebied van Werkplein verblijven, op te roepen voor de brede intake. Zo kan de inburgering zo snel mogelijk starten, en kunnen inburgeraars dus zo snel mogelijk mee gaan doen naar vermogen. Echter, met het huidige aantal regiehouders en ontwikkelaars is dit niet mogelijk, zeker niet omdat de verwachting is dat het aantal inburgeraars in 2026 hoger zal liggen dan in 2024. De huidige regiehouders hebben volle caseloads. Daarbij wordt de begeleiding van inburgeraars door de inzet op duale trajecten steeds intensiever, omdat dit meer begeleiding en maatwerk vanuit Werkplein vraagt dan wanneer een inburgeraars alleen taalles volgt. Zonder uitbreiding van de formatie zal de start van de inburgering dus gekoppeld blijven aan huisvesting.

6.2 Wat mag het kosten? Gemeenten ontvangen van het ministerie van J&V SPUK Inburgering om inburgeringsvoorzieningen mee te financieren. Hiermee mogen inburgeringsvoorzieningen worden betaald, dus activiteiten die onderdeel zijn van de inburgering. De inzet van klantregisseurs als regiehouders, ontwikkelaars en bemiddelaars, en werkzaamheden als inkoop, contractmanagement, beleid en management, mogen hier niet uit worden betaald. De gemeenten geven deze SPUK Inburgering door aan Werkplein, om de inburgering voor inwoners hiermee te betalen. Dit is in de tweede tabel hieronder terug te vinden onder “bijdrage gemeenten”. In de eerste tabel hieronder is terug te vinden hoeveel budget Werkplein nodig zal hebben om de inburgeringsvoorzieningen te betalen in 2026. Programma Inburgering

Jaarrekening 2024 Begroting 2025

Lasten Inburgeringsvoorzieningen Leerroutes Maatschappelijke begeleiding Participatieverklaring (PVT) Module arbeidsmarkt en participatie (MAP) Tolkvoorziening Reservering inburgeringsvoorzieningen Totaal lasten inburgeringsvoorzieningen

Begroting 2026

Mutaties

1.501.996 757.250 66.045 46.096 5.391 6.781 2.383.559

3.798.912 965.552 120.280 72.454 198.277 612.236 5.767.710

3.363.998 794.612 98.524 256.770 190.200 274.738 4.978.841

-434.914 -170.940 -21.756 184.316 -8.077 -337.498 -788.868

2.383.559

5.767.710

4.978.841

-788.868

1.159.051 802.777 854.012 1.831.761 518.798

1.084.146 756.961 922.259 1.877.130 573.748

949.445 653.084 798.082 1.610.399 502.992

-134.701 -103.877 -124.177 -266.731 -70.756

Zundert Totaal bijdragen gemeenten

433.498 5.599.897

553.466 5.767.710

464.839 4.978.841

-88.627 -788.869

Resultaat te bestemmen

3.216.338

Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen

Tabel: Geraamde kosten voor inburgering 2026

30

Programma Inburgering

Jaarrekening 2024 Begroting 2025

Begroting 2026

Mutaties

Lasten Onderwijsroute Leerroutes

259.786

Totaal lasten onderwijsroute

259.786

Baten

202.835

202.835

0

202.835

202.835

0

202.835

202.835

6.781 6.781

Totaal baten Saldo van lasten en baten

-

253.005

Bijdragen gemeenten Etten-Leur

61.956

-

38.465

38.465

Halderberge

37.140

-

26.515

26.515

Moerdijk

37.181

-

32.389

32.389

Roosendaal

-6.999

-

65.949

65.949

Rucphen

24.843

-

20.340

20.340

Zundert Totaal bijdragen gemeenten

6.187 160.308

-

19.177 202.835

19.177 202.835

Resultaat onttrekking bestemmingsreserve onderwijsroute

-92.697

0

Tabel: Geraamde kosten voor onderwijsroute 2026

Toelichting begroting 2026 t.o.v. begroting 2025 Inburgeringsvoorzieningen Inburgeringsvoorzieningen zijn de activiteiten die Werkplein inzet voor inburgeraars. Voor deze inburgeringvoorzieningen krijgen de gemeente SPUK Inburgering, de specifieke uitkering van het Rijk om inburgeringsactiviteiten van te betalen. Hiervan mogen verschillende inburgeringsonderdelen worden betaald, namelijk de leerroutes, het participatieverklaringstraject (PVT), de maatschappelijke begeleiding van statushouders, de Module Arbeidsparticipatie (MAP) en de inzet van tolken.

Leerroutes Inburgeraars kunnen drie verschillende inburgeringsroutes volgen. Welke route een inburgeraar volgt, bepaalt wat voor soort taalles de inburgeraar volgt. Onder “leerroutes” zijn de kosten voor de taallessen van inburgeringsplichtige statushouders opgenomen. We verwachten dat 60% van de inburgeraars de B1-route volgt, 30% de Z-route en 10% de onderwijsroute. De taallessen in de B1route en de Z-route worden betaald vanuit SPUK Inburgering. De onderwijsroute wordt in principe betaald vanuit de SPUK Onderwijsroute. Wanneer het ontvangen geld voor de SPUK Onderwijsroute onvoldoende is om de onderwijsroute te betalen, wordt de onderwijsroute deels ook betaald uit de SPUK Inburgering. Ongeveer 100.000 euro van het begrote bedrag aan leerroutes is begroot voor de onderwijsroute. De SPUK Inburgering wordt door het Rijk per inburgeringsplichtige statushouder verdeeld over drie jaar betaald aan de gemeente. De verdeling over deze drie jaar is niet gelijk: in het eerste jaar ontvangt de gemeente het grootste deel van het totaalbedrag, en in de twee jaar daarna neemt het te ontvangen bedrag steeds af. Voor gezinsmigranten worden geen uitgaven aan leerroutes gedaan. Gezinsmigranten betalen hun taallessen zelf. Voor 2026 verwachten we minder geld uit te geven aan de leerroutes dan in 2025, omdat de taakstelling voor 2026 lager is dan de taakstelling voor 2025 was.

De uitgaven voor leerroutes komen naar verwachting in 2026 uit op een kleine 3,4 miljoen euro. Maatschappelijke begeleiding en participatieverklaringstraject (PVT) De maatschappelijke begeleiding en het PVT worden uitgevoerd door Vluchtelingenwerk. De maatschappelijke begeleiding is de eerste begeleiding die statushouders krijgen vanaf het moment dat ze een woning krijgen toegewezen in een gemeente. Dit is hulp bij praktische zaken. Het PVT bestaat

31

uit enkele bijeenkomsten, waarin statushouders kennismaken met de Nederlandse normen en waarden. Aan het eind van dit traject tekenen zij verplicht een verklaring, waarmee ze verklaren mee te willen doen in de Nederlandse samenleving. De maatschappelijke begeleiding is alleen voor statushouders: gezinsmigranten krijgen deze hulp van hun partner of ander familielid die al in Nederland woont. Het PVT moet door gemeenten gratis worden aangeboden aan alle inburgeraars, ook gezinsmigranten De kosten voor deze twee zaken vallen in 2026 lager uit dan in 2025, ook hier omdat er naar verwachting minder inburgeraars zullen zijn in 2026. Module Arbeidsparticipatie (MAP) Ook de MAP moet gratis worden aangeboden aan alle inburgeraars. De MAP bestaat uit een aantal workshops die de inburgeraar voorbereiden op aan het werk gaan. Ze krijgen hierbij hulp om te bedenken wat voor soort werk ze willen en kunnen doen, en hoe ze hierin een baan kunnen krijgen. Ook andere belangrijke zaken, zoals wat voor gedrag er van ze wordt verwacht op de Nederlandse werkvloer, en wat voor zaken geregeld moeten worden als je gaat werken, komen aan bod. In 2024 is de MAP verzorgd door medewerkers van het Werkplein. Ook is in 2024 is een succesvolle proef uitgevoerd door Werkplein, waarbij de MAP aan een groep inburgeraars in de Z-route in de eigen taal werd gegeven.

Hierdoor begrepen ze beter wat van hen wordt verwacht. Werkplein wil in 2026 meer MAP-trainingen inkopen. Op die manier kan de MAP voor het deel van de inburgeraars die moeite hebben met de Nederlandse taal leren in de eigen taal worden gegeven, waardoor ze het beter begrijpen. Daarbij ontlast het de medewerkers van Werkplein als zij de MAP niet meer hoeven te geven, zodat zij meer tijd kunnen besteden aan andere werkzaamheden voor de inwoner. Omdat de MAP in 2026 wordt ingekocht, is hier meer geld voor begroot dan in eerdere jaren. Daarbij maken we ook een inhaalslag, waardoor veel inburgeraars tegelijkertijd worden getraind. Tolksvoorziening In 2024 zijn de uitgaven aan tolkdiensten vrij laag uitgevallen, omdat er veel gebruik is gemaakt van vertaalapps. Het is nog niet zeker of deze de tolkdiensten voor een groot deel kunnen vervangen. Om deze reden zijn hier wel kosten voor begroot voor 2026. Reservering inburgeringsvoorzieningen In 2026 ontvangen de gemeenten naar verwachting meer SPUK Inburgering dan dat we verwachten uit te geven aan inburgeringsvoorzieningen. Daarom wordt er een kleine 275.000 euro gereserveerd. Hiermee kunnen onvoorziene uitgaven worden opgevangen. Bijdragen gemeenten Dit zijn de bedragen aan SPUK Inburgering die gemeenten (naar verwachting) van het Rijk krijgen, en doorzetten naar Werkplein om de inburgering mee te betalen.

Aan het begin van het jaar krijgen gemeenten een voorlopige SPUK-beschikking, waarin staat welk voorschot SPUK Inburgering ze voor dat jaar krijgen. Dit voorschot is gebaseerd op de taakstelling huisvesting statushouders voor de gemeente. Het voorschot wordt maandelijks uitbetaald. Wanneer een jaar is afgelopen, geven gemeenten hun daadwerkelijke uitgaven voor inburgering door via de zogenaamde SiSaverantwoording. Op basis van die informatie wordt een definitieve beschikking voor SPUK Inburgering gemaakt. Onderwijsroute De onderwijsroute is een route voor inburgeraars die kunnen instromen in MBO 2, 3, 4, HBO of WO. Ze volgen een intensief traject, waarin ze klaar worden gestoomd voor Nederlands vervolgonderwijs. De onderwijsroute is relatief duur, maar heeft als groot voordeel dat inburgeraars hierna een reguliere vervolgopleiding doen. Daarmee komen ze makkelijker aan werk dan zonder schooldiploma. Voor de relatief hoge kosten had het Rijk bij de invoering van de Wet Inburgering 2021 nog geen financiering geregeld. Van 2022 t/m 2025 zijn de hoge uitgaven van gemeenten gecompenseerd met extra financiële middelen. Dit was echter een totaalbedrag per jaar dat achteraf over de gemeenten werd verdeeld, op basis van hoeveel inburgeraars in dat jaar de onderwijsroute hadden gevolgd. Daardoor 32

wisten gemeenten pas achteraf welk bedrag ze per inburgeraar in de onderwijsroute voor dat specifieke jaar kregen. Vanaf 2026 is de financiering anders geregeld: dan is er, net als in de SPUK Inburgering, een vast bedrag per inburgeraar in de onderwijsroute. Deze financiële regeling zal lopen t/m 2029. De begroting voor de onderwijsroute in 2026 is nu nog gebaseerd op de door het Rijk aan gemeenten verstuurde beschikkingen voor de onderwijsroute 2025, omdat er nog onvoldoende duidelijkheid is over de precieze financiële regeling voor de onderwijsroute vanaf 2026. Extra taken Vluchtelingenwerk Om inburgeraars goed te helpen in de eerste periode dat ze in een nieuwe gemeente wonen, geeft Vluchtelingenwerk ze extra ondersteuning. Dit doen ze met een maatschappelijk spreekuur, juridisch spreekuur, hulp bij huisvesting en taalcoaching. Deze taken zijn geen onderdeel van de inburgering en worden daarom niet betaald uit SPUK Inburgering. Wel is het belangrijk dat inburgeraars deze extra hulp krijgen. Doordat ze worden geholpen met problemen en bijvoorbeeld moeilijke brieven, hebben ze minder zorgen. Stress en zorgen leiden af bij het leren van de taal en andere inburgeringsactiviteiten. De kosten van het maatschappelijk en juridisch spreekuur zijn in 2026 hoger dan in 2025, vanwege algemene prijsstijgingen.

De werkzaamheden van Vluchtelingenwerk waarmee ze bijdragen aan het (voorbereiden van) het behalen van de taakstelling huisvesting statushouders is terug te vinden in onderstaande tabel als “taakstelling huisvesting”. Deze kosten vallen in 2026 iets lager uit, vanwege de lagere taakstelling. Ook de verwachte kosten van door Vluchtelingenwerk verzorgde taalcoaching vallen wat lager uit, omdat we verwachten dit in 2026 minder vaak in te zetten. Inburgering extra taken Jaarrekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Mutaties vluchtelingenwerk Lasten Extra taken vluchtelingenwerk Maatschappelijk spreekuur 120.442 120.439 126.896 Juridisch spreekuur 67.596 67.596 72.964 Taakstelling huisvesting 41.605 41.340 38.564 Taalcoaching 46.873 46.875 35.066 Totaal lasten extra taken vluchtelingenwerk 276.516 276.250 273.490 Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten

6.457 5.368 -2.776 -11.809 -2.760

276.516

276.250

273.490

-2.760

52.062 42.789 46.565 83.860 25.949 25.291 276.516

51.034 42.479 46.659 83.998 26.235 25.845 276.250

50.608 42.316 46.731 81.926 26.450 25.459 273.490

-426 -163 72 -2.072 215 -386 -2.760

33

7. Begroting

Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven inzicht te geven in de algemene dekkingsmiddelen. Onder algemene dekkingsmiddelen wordt verstaan die middelen die niet aan een programma toegeschreven kunnen worden en algemeen inzetbaar zijn.

Binnen de gemeenschappelijke regeling van het Werkplein kennen we de volgende algemene dekkingsmiddelen: •

•

De bijdragen van de deelnemende gemeenten in de uitvoeringskosten. Deze kosten worden omgeslagen naar de deelnemende gemeenten, via een in de begroting vastgesteld percentage. De bijdrage van de gemeenten in de programmakosten. Bij programma Inkomen, Inkomensondersteuning en Inburgering worden de lasten per gemeente bijgehouden en in rekening gebracht.

Algemene dekkingsmiddelen

Gemeentel i jke bi jdra ge bedri jfs voeri ng Bi jdra ge pl us ta ken gemeenten

Jaarrekening 2024 Baten

Begroting 2025 Lasten

Saldo

Baten

18.375.797 274.269

18.375.797

30.240

30.240

Saldo

Lasten

Saldo

19.607.898

19.607.898

20.159.013

20.159.013

271.596

271.596

284.005

284.005

274.269

Bi jdra ge pl us ta a k voorzi eni ngenwi jzer Bi jdra ge gemeenten ui tvoeri ng Energi etoes l a g

Lasten

Begroting 2026 Baten

Bi jdra ge gemeenten ui tvoeri ng l eefgel d Oekra i ners

12.513

12.513

Ba ten overi g

137.372

137.372

90.000

90.000

Renteba ten

570.196

570.196

100.000

100.000

20.633.019

20.633.019

Bi jdra ge ui tvoeri ng a l l eenverdi eners probl ema ti ek Subtotaal algemene dekkingsmiddelen

57.075

57.075

19.457.462

19.457.462

19.879.494

19.879.494

Tabel: Algemene dekkingsmiddelen

De productkosten worden toegelicht in hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 programma Werk en Participatie, Inkomen, Inkomensondersteuning en Inburgering. De bedrijfsvoeringkosten worden toegelicht in hoofdstuk 9 Financiële begroting. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven welke paragrafen moeten worden opgenomen in de begroting. De onderdelen lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor deze gemeenschappelijke regeling. De volgende verplichte paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: a.

financiering

b.

bedrijfsvoering.

c.

weerstandsvermogen en risico’s.

34

7.1 Paragraaf financiering In de wet financiering decentrale overheden, Wet fido, zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Deze regeling geeft een uiteenzetting van de kaders, waarbinnen het treasurybeleid wordt vormgegeven. Belangrijk daarbij is dat het financieel beheer zo beheersbaar en transparant mogelijk wordt uitgevoerd.

Rentevisie Voor het voeren van een verantwoorde financieringsbehoefte is een actueel beeld van de renteontwikkeling noodzakelijk. Om dit te garanderen wordt minimaal één keer per jaar - indien daartoe aanleiding is vaker - een rentevisie opgesteld op basis van de gegevens van de huisbankiers dan wel andere vooraanstaande bancaire instellingen. Deze dienen minimaal een AA- rating te hebben. De rentevisie baseren wij op die van de ABN/AMRO (februari 2025). Op 30 januari verlaagde de ECB haar officiële rentetarieven. Het depositotarief stelde zij voor de vijfde keer op rij met 25 basispunten naar beneden bij, naar 2,75%. Ruim een half jaar geleden stond het depositotarief nog op 4%, het hoogste niveau sinds de introductie van de euro. Het depositotarief heeft veel invloed op de rentes op financiële markten, die op hun beurt weer bepalend zijn voor de rentes op hypotheken. Wij denken dat er nog meer renteverlagingen zullen volgen.

Renterisico De renterisico's bij het aantrekken en uitzetten van gelden beperken wij zoveel mogelijk door de overeengekomen rentepercentages bij de transacties te baseren op de actuele rentestand en de rentevisie. Op dit moment zijn wij nog geen langlopende geldlening aangegaan. De financiering van onze in de hoofdzaak ICT-investeringen zullen wij binnen de rekening-courant overeenkomst opvangen. In de begroting houden wij rekening met beperkte rentekosten. Voor het renterisico worden twee normen onderscheiden; de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Er dient binnen deze normen geopereerd te worden.

Renterisiconorm Met de renterisiconorm wordt beoogd de renterisico’s te beheersen op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage (20%) te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal. Voor de begroting 2026 geldt een norm van € 26,5 mln. Het Werkplein heeft geen vaste geldleningen.

Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rente typische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido (evenals in de Wet filo) de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,2%) van het totaal van de jaarbegroting. Dit percentage is vastgelegd in de UFDO. Voor de begroting 2025 bedraagt de kasgeldlimiet € 10,9 mln.

35

Rentekosten Wij streven ernaar om onze renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat wij geen middelen onbenut laten, maar streven naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s. Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido en het treasurystatuut kan desondanks worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten.

Schatkistbankieren Op 16 november 2015 heeft het Werkplein een kredietfaciliteit met de Bank voor Nederlandse gemeenten (BNG) afgesloten. Dit betekent dat het Werkplein in voorkomend gevallen tot maximaal een bedrag van € 2.000.000 rood mag staan. Deze kredietfaciliteit is door de gemeenten gegarandeerd.

7.2 Paragraaf bedrijfsvoering Zoals reeds is aangegeven, is de omgeving van de Gemeenschappelijke Regeling volop in beweging. Dit betekent dat de interne organisatie hierop zo ingericht moet zijn dat op veranderingen flexibel ingespeeld kan worden. De flexibiliteit wordt onder andere gerealiseerd door de onderstaande punten.

Personeel Door het algemeen bestuur is de visie Werkplein 2024 vastgesteld en is besloten de nieuwe organisatiestructuur door te voeren. Per saldo nam de formatie toe tot 192,4 fte. Daarvan was momenteel nog 7,81 fte ondersteunende diensten die door de gemeente Etten-Leur worden geleverd. Inmiddels is het secretariaat en een financieel ondersteuner overgegaan naar het Werkplein en is de formatie in de herziene DVO herschikt (AB 29-02-2024).

36

Startformatie 2015

122,2

Taakstelling 2017

-1,5

Taakstelling 2018

-2,6

Taakstelling 2019

-2,0

Toelichting

Taakstelling 2020

-2,0

Nieuwe taken participatiewet (besluit AB 19-01-2017)

6,0

(was 7,2 besloten)

Uitbreiding ondersteunende diensten inclusief directiesecretaris (besluit AB 19-01-2017)

1,0

(was 0,5 besloten)

Integratie DIV (besluit AB 29-11-2018)

6,4

(7,5 fte wordt richting 2021 afgebouwd naar 5,75)

Taakstelling 2020 vervallen ivm uitvoering Jaarplan 2020 (besluit AB 27-01-2020)

2,0

Incorporeren PPS/Randstad WSP (besluit AB 29-09-2020)

5,9

Positionering van Werkplein Actief bij het Werkplein (AB 23-9-2021)

5,3

Uitvoeren taken Wet inburgering

10,4

Formatie 2022

151,2

Nieuw organisatiestructuur 2023

192,4

Uitbreiding applicatie- en functioneel beheer (AB 29-012024) Overheveling secretariaat/fin ondersteuner naar werkplein (AB 10-07-2023)

4,0

Formatie vanaf 2024

-1,8 194,6

Met ingang van 2024 voert het Werkplein de voorzieningenwijzer voor de zes gemeenten uit. De daarvoor beschikbaar gestelde formatie van 3 fte zit niet in bovenstaande formatie opgenomen. De insteek van het Werkplein is om zoveel mogelijk formatie via reguliere dienstverbanden in te vullen. Dit om stabiliteit en behoud van kennis in de organisatie te bewerkstelligen om zo optimaal mogelijk de inwoners van dienst te kunnen zijn. Er wordt wel een kleine flexibele formatie van circa 5% aangehouden.

Ziekteverzuim Ons doel is het ziekteverzuim zo laag mogelijk te houden, door actief te sturen op ons verzuimbeleid. Belangrijk hierbij is dat we zorgdragen voor een goede balans aan inzet van het personeel. Gestuurd wordt op kort verzuim en op de verzuim frequentie. Bij langdurig zieken zal indien nodig worden ingehuurd, zodat de direct betrokken collega’s niet nog eens extra werkzaamheden krijgen waardoor de druk bij hen ook te veel wordt verhoogd. Afgelopen jaar (2024) lag het verzuimpercentage op 6,6%. In de begroting voor 2026 wordt met 2% van de loonsom rekening gehouden voor vervanging vanwege ziekte.

Informatievoorziening/veiligheid Informatievoorziening De informatie op de publieke website is actueel, en toegankelijk voor verschillende doelgroepen. Het beheerplan om de website ook actueel te houden wordt in 2026 gevolgd en uitgevoerd. Keuzes die we maken in het aanbieden van informatie zijn onderbouwd met (doelgroep)onderzoek onder inwoners.

37

In 2026 hebben inwoners inzicht in hun eigen inwonerdossier. Het inwonerdossier is een persoonlijke internetpagina waarin inwoners zien wat de status is van hun aanvraag of hun ontwikkeling. Met het inwonerdossier hebben de inwoners en de contactpersonen van het Werkplein dezelfde informatie als ze in contact komen met elkaar. Dat helpt hen bij het voeren van een gesprek op basis van gelijkwaardigheid. Het inwonerdossier wordt automatisch geactualiseerd met informatie uit diverse applicaties en via een gegevensmagazijn. Het inwonerdossier staat in een veilige omgeving en voldoet aan alle AVG-vereisten. Inwoners loggen in met behulp van DigiD en medewerkers van het Werkplein hebben de juiste autorisatie om het inwonerdossier in te zien. Resultaatgericht werken Om nog meer resultaatgericht te werken maken de teams in 2026 gebruik van team dashboards. Het teamdashboard is een hulpmiddel om het gesprek over resultaten en doelstellingen te onderbouwen. In een organisatiedashboard staan indicatoren die inzicht geven in organisatiedoelstellingen. Regionale samenwerking informatiebeveiliging In 2026 participeert het Werkplein in een regionale samenwerking die de werking van NIS2 coördineert en overall toezicht houdt op naleving van NIS2. Er is dan ook een regionale CSIRTorganisatie voor eventuele onderlinge vervanging in geval van calamiteiten.

De regionale samenwerking bestaat uit ICT WBW deelnemers. ICT In 2025 is de aanbesteding geweest voor de moderne werkplek. Uitgangspunt is dat er nagenoeg geen software meer lokaal in de datacenters draait. Ook de software voor de uitkeringen zal uiterlijk in 2026 zijn gemigreerd naar de “cloud”. Daarmee wordt de kwetsbaarheid voor technisch beheer, o.a. door personeelstekorten, sterk vermindert. Daarnaast levert het voor de werkpleincollega’s meer gebruiksgemak op en hogere beschikbaarheid van het applicatielandschap. Het werkplein gaat steeds meer regie voeren op het technisch beheer, hetzij via ICTWBW, danwel rechtstreeks met leveranciers. Ten behoeve van de dienstverlening wordt in 2026 de voorbereiding getroffen om het KCC in eigen beheer te nemen en multichannel aan te bieden.

Financieel beheer Naast de zorg om uitkeringen op tijd uit te betalen aan klanten, is het ook onze verplichting om op periodieke wijze verantwoording af te leggen over het gevoerde (financieel) beleid. Deze verantwoording vindt plaats via de bestuursrapportages en in de diversie gremia. Naast de begroting en jaarrekening worden er drie bestuursrapportages na elk kwartaal aan het bestuur voorgelegd.

Huisvesting Het Werkplein heeft vanaf 2023 formeel nog één hoofd locaties, Etten-Leur. Vanaf september 2022 werken wij meer gebiedsgericht, daar werken waar het voor de inwoner het beste is en de aansluiting zoeken met het sociaal domein. Dat betekent dat onze medewerkers vaker in of een gemeentehuis of in buurthuizen of daar waar onze partners zitten zullen gaan werken. Momenteel werken wij in de zes gemeentehuizen. De vervolgstap is om in 2026 ook in buurthuizen e.d. onze dienstverlening op een veilige manier te gaan verrichten.

38

7.3 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheer Om weerstand te kunnen bieden tegen substantiële tegenvallers, zonder aantasting van het uit te voeren beleid, is een bepaald weerstandsvermogen onontbeerlijk. Dit vormt een buffer om onverwachte en onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen.

Bepaling weerstandscapaciteit Bij het bepalen van de weerstandscapaciteit en de omvang daarvan wordt gekeken naar de algemene reserve en de post onvoorzien. Deze twee tezamen bepalen de weerstandscapaciteit. Het Werkplein beschikt niet over een algemene reserve, wel over een post onvoorziene uitgaven van € 50.000. Het Werkplein is een gemeenschappelijke regeling waarvoor de gemeenten garant staan. Het aanhouden van een eigen vermogen om risico’s te kunnen opvangen is derhalve niet strikt noodzakelijk.

Reserve en Voorzieningen Het Werkplein beschikt in principe niet over reserves. Er is echter vanaf 2022 een reserve inburgering per gemeente gevormd. Dit omdat zowel de uitgaven als inkomsten (van het Rijk) voor een inburgeraar over een periode van maximaal drie jaar plaatsvinden. In de cao is de mogelijkheid tot verlofsparen opgenomen voor medewerkers. Onder verlofsparen vallen de opgespaarde uren die specifiek bedoeld zijn als verlofsparen, maar ook de overmatige bovenwettelijke verlofuren. Dat betekent dat verlof over meerdere jaren kan worden opgenomen. Aangezien er bij verlofsparen sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen, dient hier een voorziening voor gevormd te worden. In 2022 zijn we hiermee gestart.

Risicoparagraaf Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, moet de beschikbare weerstandscapaciteit worden afgezet tegen de risico’s. Bij het inventariseren van de risico’s is de volgende definitie van risico’s gehanteerd: ‘het betreft risico’s die een financieel gevolg kunnen hebben en die (nog) niet op een andere manier zijn ondervangen, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering, het treffen van een voorziening of het nemen van een beleidsmaatregel’. Onderstaand zijn de volgende risico’s te benoemen en te kwantificeren: indien het risico zich voordoet, komt dit ten laste van de deelnemende gemeente omdat het Werkplein geen algemene reserve kent.

39

Risico

Oorzaak

Kans

Hoger ziekteverzuim dan geraamd

Ziekteverzuim w ordt hoger door Hoog blijvend hoge w erkdruk, niet optimale arbeidsomstandigheden en persoonlijke omstandigheden (langdurig zieken)

Informatielek

Onvoldoende kennis en capaciteit in de organisatie

Hoog

Hogere kosten BUIG en Sneller oplopende BB/Minimabeleid klantenaantallen dan geraamd en effect voorzieningenw ijzer

Beperkt

Hogere uitvoeringskosten

Sneller oplopende klantenaantallen dan geraamd

Gemiddeld

Participatiemiddelen niet toereikend om cliënten naar w erk te begeleiden

Niet alle participatiemiddelen zijn door gemeenten aan het Werkplein HvWB overgedragen. Druk op kosten ketensamenw erking.

Gemiddeld

ESF-subsidie

Door onvolledige of onvoldoende verantw oording

Beperkt

Gevolg

Financieel gevolg Beheersmaatregel

Moeten/gaan meer inhuren dan geraamd, omdat niet inhuren i.r.t. continuïteit en kw aliteit dienstverlening niet meer verantw oord is. De uitvoeringskosten zullen stijgen

€ 200.000. Uitgaand van meer dan 5% ziekteverzuim.

Voor vervanging gerekend met 2% loonsom (circa 3,5 ton). Vanuit HR en leidinggevenden w ordt extra aandacht gegeven aan het ziekteverzuimbeleid, w aardoor vroegtijdig preventieve maatregelen genomen kunnen w orden. Gevolgen bij misbruik en/of Maximale boete Informatieveiligheid en privacy verlies van € 820.000 heeft sterke aandacht in onze privacygevoelige organisatie. Tw eemaal per informatie kan geldboete jaar w ordt hierover zijn van autoriteit gerapporteerd, ook naar het persoonsgegevens of dagelijlks bestuur.In 2025 naam schade. heeft bew ustw ording via het Leerplein een vaste plaats gekregen. Meer uitkeringen en Hogere kosten In de begroting voor 2026 is inkomensoverdrachten Buig en realistisch begroot en minimabeleid, rekening gehouden met de deze w orden prognoses van het CPB qua doorbelast aan ontw ikkeling van het bestand de gemeenten in 2025 en 2026. Daarnaast zijn w e gestart met een aantal maatregelen om de toename bestand te keren. Meer personeel nodig Extra De huidge rekenregel is per 1inhuurkosten 1-2023 vervallen. De formatie respectievelijk voor de nieuw e organisatie is extra loonkosten. gebaseerd op het huidge bestand. Mocht het bestand sterk gaan toenemen dan zullen w ij dit bespreken met de gemeenten.

Uitkeringslasten zijn hoger Extra kosten Instrumenten w orden dan nodig; deel klanten w orden periodiek getoetst op hun participeert minder (naar doorbelast naar effectiviteit. Daarnaast vermogen) dan mogelijk de gemeenten, w orden nu de benodigde Inw oners blijven middelen begroot, in de bijstand. onafhankelijk van de vergoedingen vanuit het Rijk. Minder subsidie w aardoor P.M. Vooraf subsidie afstemmen kosten niet meer gedekt met regio en zijn. verantw oordingsafspraken intern vantevoren vastleggen. Wordt nu geen gebruik van gemaakt.

Financiële kengetallen

Financiële kengeta llen

2.024

2.025

Netto s chuldquote

-5,41%

-5,06%

Netto s chuldquote gecorrigeerd

-5,41%

0,00%

Solva biliteits ra tio

25,93%

0,00%

Structurele exploita tieruimte

3,54%

0,00%

Netto schuldquote

40

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het Werkplein heeft geen geldleningen afgesloten. Voor het Werkplein is het risico dat niet voldaan kan worden aan de terugbetaling van de lening dus niet aanwezig.

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft een indicatie in de mate waarin een gemeenschappelijke regeling in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Het Werkplein heeft in principe geen eigen vermogen. Vanwege de bekostigingssystematiek voor de Inburgeringstaken (zowel baten als laten worden over een periode van drie jaar toegekend) worden er toch bedragen voor inburgeringsvoorzieningen gereserveerd. Daardoor bedraagt de solvabiliteitsratio in 2024 25,93%. Voor de begroting houden we de reserves op nihil en bedraagt de solvabiliteitsratio 0%.

Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Dit kengetal geeft een indicatie welke structurele ruimte aanwezig is om de lasten te dragen. De uitkomst van 0% geeft aan dat de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Dit is een gevolg van de financieringsconstructie die het Werkplein hanteert. De deelnemende gemeenten staan garant om alle kosten (dus ook eventuele tekorten) van het Werkplein af te dekken en indien er sprake is van een overschot wordt dit ook verrekend met de deelnemers.

Beoordeling kengetallen De waarde van de kengetallen van het Werkplein is enigszins beperkt vanwege de afspraken die in de gemeenschappelijke regeling zijn gemaakt over de financiering van het Werkplein. Zo worden eventuele overschotten of tekorten direct verrekend met de bijdragen van de deelnemende gemeenten en mogen geen reserves worden opgebouwd.

41

8. Financiële begroting

8.1 Staat van baten en lasten per programma Overzicht van baten en lasten

Progra mma 's : Progra mma Werk en Pa rti ci pa ti e Progra mma Inkomen Progra mma Inkomens onders teuni ng Progra mma Inburgeri ng Inburgeri ng onderwi js route Inburgeri ng extra ta ken Vl uchtel i ngenwerk Tozo Leefgel d Oekra i ners Energi etoes l a g Al l eenverdi eners probl ema ti ek Subtota a l progra mma ’s Bedri jfs voeri ng: Loonkos ten Overi ge l oonkos ten Overi ge pers oneel s kos ten Orga ni s a ti ekos ten Onders teunende di ens ten Hui s ves ti ngs kos ten Fa ci l i ta i re kos ten Fi na nci ën Communi ca ti e Juri di s che kos ten ICT kos ten Onvoorzi en Subtota a l bedri jfs voeri ng Totaal lasten en baten Al gemene dekki ngs mi ddel en: Gemeentel i jke bi jdra ge bedri jfs voeri ng Gemeentel i jke bi jdra ge progra mma Werk en Pa rti ci pa ti e Gemeentel i jke bi jdra ge progra mma Inkomen Gemeentel i jke bi jdra ge progra mma Inkomens onders teuni ng Gemeentel i jke bi jdra ge Progra mma Inburgeri ng Gemeentel i jke bi jdra ge extra ta ken Vl uchtel ngenwerk Inburgeri onderwi js route Tozo Leefgel d Oekra i ners Energi etoes l a g Al l eenverdi eners probl ema ti ek Bi jdra ge pl us ta ken gemeenten Bi jdra ge pl us ta a k voorzi eni ngenwi jzer Bi jdra ge gemeenten ui tvoeri ng Energi etoes l a g Bi jdra ge gemeenten ui tvoeri ng l eefgel d Oekra i ners Ba ten overi g Doorberekende l oonkos ten * Renteba ten Bi jdra ge ui tvoeri ng a l l eenverdi eners

probl ema ti ek Subtota a l a l gemene dekki ngs mi ddel en Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Toevoegi ng/onttrekki ng a a n res erves Saldo Tabel: Algemene dekkingsmiddelen

Jaarrekening 2024 Baten

Begroting 2025 Lasten

113.147 1.029.802 753.544 6.781 4.240 15.723

1.923.238

Saldo 7.133.231 79.179.531 10.275.197 2.383.559 259.786 276.516 829.100 286.400 11.539 100.634.858

14.834.970 352.466 444.086 73.224 387.124 452.333 338.870 101.433 58.806 5.846 1.403.803

Baten 7.020.084 78.149.729 9.521.653 2.383.559 253.005 276.516 -4.240 813.376 286.400 11.539 98.711.621

Lasten

Begroting 2026 Baten

Saldo

1.850.943

102.643.669

6.967.111 78.249.421 9.532.234 5.767.710 0 276.250 0 0 0 0 100.792.726

0

15.947.984 386.633 384.444 180.544 416.583 494.966 353.475 98.261 25.000 13.717 1.527.887 50.000 19.879.493 122.523.162

1.135.943 715.000

6.967.111 79.385.364 10.247.234 5.767.710 276.250

Lasten

Saldo

1.964.164

111.925.866

7.672.263 86.664.822 10.169.451 4.978.841 202.835 273.490 0 0 0 0 109.961.702

15.947.984 386.633 384.444 180.544 416.583 494.966 353.475 98.261 25.000 13.717 1.527.887 50.000 19.879.493

0

16.828.908 389.435 407.011 167.254 389.880 472.227 332.447 99.723 25.650 7.200 1.463.283 50.000 20.633.018

16.828.908 389.435 407.011 167.254 389.880 472.227 332.447 99.723 25.650 7.200 1.463.283 50.000 20.633.018

120.672.219

1.964.164

132.558.884

130.594.720

1.162.924 801.240

7.672.263 87.827.746 10.970.691 4.978.841 202.835 273.490

0

18.452.961

14.834.970 352.466 444.086 73.224 387.124 452.333 338.870 101.433 58.806 5.846 1.403.803 0 18.452.961

1.923.238

119.087.819

117.164.581

1.850.943

18.375.797 7.020.084

18.375.797 7.020.084

19.607.898 6.967.111

19.607.898 6.967.111

20.159.013 7.672.263

20.159.013 7.672.263

78.149.729 9.521.653

78.149.729 9.521.653

78.249.421 9.532.234

78.249.421 9.532.234

86.664.822 10.169.451

86.664.822 10.169.451

5.599.896 276.516 160.308 -4.240 813.376 286.400 11.539 274.269

5.599.896 276.516 160.308 -4.240 813.376 286.400 11.539 274.269

5.767.710 276.250

5.767.710 276.250

4.978.841 273.490 202.835

4.978.841 273.490 202.835

271.596

271.596

284.005

284.005

30.240 12.513 137.372

30.240 12.513 137.372 0

570.196 57.075 121.292.723

0 90.000 0 100.000

0

570.196 57.075 121.292.723

90.000 0 100.000

123.215.961

119.087.819

4.128.142

123.215.961

119.087.819

4.128.142

0

120.672.220

0

120.672.220

130.594.721

0

130.594.721

122.523.163 0 122.523.163

122.523.162

0 0 0

132.558.885 0 132.558.885

132.558.884

0 0 0

122.523.162

132.558.884

* de doorberekende loonkosten ad € 2.236.483 zijn gesaldeerd met de loonkosten.

42

Verschillenanalyse begroting 2026 t.o.v. begroting 2025 In vergelijking met de begroting 2025 zijn de programmakosten € 9.168.976 hoger. Bij de programma’s is dit verschil nader toegelicht. De gemeentelijke bijdrage in de kosten bedrijfsvoering in de voorliggende begroting 2026 is € 551.116 hoger dan in de begroting van 2025 is opgenomen. Dat is een stijging van 2,8%. Dit bestaat voornamelijk door gestegen loonkosten. Dit kan als volgt worden verklaard:

a. Hogere loonkosten € 880.924. De hogere kosten komt met name door: • • •

Het hanteren van een percentage van 3,8% voor loonstijging in 2026. Medewerkers die gebruik maken van de RVU regeling. Dit leidt tot een verhoging van de loonkosten met € 49.203. Het invullen van openstaande formatieplaatsen blijft een uitdaging met de huidige arbeidsmarkt. We verwachten daarom gebruik te moeten van inhuurkrachten welke vaak duurder zijn dan vast personeel.

b. Overige personeelskosten zijn € 22.567 hoger dan in 2025. Dit heeft te maken met de indexering, een hoger opleidingsbudget (ivm hogere loonkosten).

c.

De organisatiekosten zijn € 13.290 lager. Dit vanwege het overbrengen van het onderhoud functiewaarderingssysteem naar het onderdeel ICT kosten en een verlaging van het bedrag voor duurzame inzetbaarheid.

d. De kosten ondersteunende diensten zijn € 26.703 lager dan in 2025. In 2024 heeft de overgang plaatsgevonden van het secretariaat en financieel ondersteuner van Etten-Leur naar het Werkplein. De lagere kosten zijn een gevolg van deze overgang.

e. De huisvestingskosten zijn € 22.739 lager dan in 2025. In 2025 vindt een verbouwing plaats in het stadskantoor van Etten-Leur waardoor de nieuwe huurkosten nog niet definitief bekend zijn. Daarnaast is de inrichting van het leerplein nog niet tot uitvoer gekomen.

f.

De facilitaire kosten zijn € 21.028 lager. Dit komt door minder gebruik van kantoorartikelen, een lager bedrag aan frankeerkosten en een lagere inzet voor archiefbeheer.

g. De juridische kosten zijn € 6.517 lager. De bezwaar- en beroepscommissie heeft een lid minder en heeft minder bijeenkomsten op jaarbasis.

h. Lagere ICT kosten ad € 64.603. Dit komt door de volgende zaken: • De afloop van het project samenwerking op informatievoorziening. Voor dit project was een bedrag opgenomen voor de jaren 2024 en 2025. Aangezien de start later is ingezet houden we rekening met een kleine doorloop in 2026. Dit brengt € 80.000 lagere kosten tov 2025 met zich mee. 43

• •

Voor de bijdrage ICTWBW en de overige licentiekosten is rekening gehouden met de prijsindexering. De kapitaallasten zijn lager ingeschat omdat we zien dat apparatuur langer gebruikt kan worden en vervanging iets minder snel aan de orde is.

Verdeelsleutel De organisatie- en uitvoeringskosten worden door de deelnemende gemeenten gedragen op basis van een reeds overeengekomen verdeelsleutel, gewogen gemiddelde van aandeel van Pwet-klanten in totaal klantenbestand van de zes gemeenten (85%) en aandeel inwoners (15%). De verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners en klanten per 1-1-2025 wordt voor de begroting van 2026 gehanteerd. Begroting 2026 Verdeelsleutel

Klanten

Inw oners Percentage

Etten-Leur

751

45.457

18,2%

Halderberge

465

31.347

11,5%

Moerdijk

557

38.273

13,8%

Roosendaal

1.836

77.721

42,4%

Rucphen

347

23.995

8,6%

Zundert

202

22.809

5,6%

Totaal

4.158

239.602

100%

Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage voor de programmakosten zijn bij de programma’s opgenomen. De gemeentelijke bijdrage in de bedrijfsvoeringskosten voor 2026 zijn in onderstaande tabel opgenomen. De geraamde bijdrage voor 2027-2029 is in de bijlage opgenomen. Ook de bijdrage in de programmakosten is in de bijlagen opgenomen. Gemeentelijke bijdrage uitvoeringskosten 2026

Overige bedrijfsvoering

Uitvoeringskosten Participatiewet

Totaal

Etten-Leur

3.591.308

77.252

3.668.560

Halderberge

2.259.693

52.186

2.311.879

Moerdijk

2.725.233

53.187

2.778.420

Roosendaal

8.372.599

174.439

8.547.038

Rucphen

1.692.481

40.334

1.732.815

Zundert Totaal

1.095.244 19.736.558

25.057 422.455

1.120.301 20.159.013

Voorzieningenwijzer De zes gemeenten hebben inmiddels besluitvorming gehad over de invoering van de Voorzieningenwijzer. In maart 2024 is gestart met de Voorzieningenwijzer. De Voorzieningenwijzer wordt als plustaak uitgevoerd. Daarvoor is 3 fte beschikbaar. De bijdrage van gemeenten in 2026 is € 284.005. De bedragen zijn meerjarig opgenomen. Het besluit van de gemeente is geweest om het voorlopig voor twee jaar bij het Werkplein te beleggen. De ramingen vanaf 2026 zijn dus nog afhankelijk van verlenging door de gemeenten. In 2025 zal een besluit worden genomen over het vervolg.

44

Voorzieningenwijzer Etten-Leur Hal derberge Moerdi jk Roos endaal Rucphen Zundert Totaal

2026

2027

2028

2029

51.793 33.163 37.986 121.581 24.100 15.382 284.005

54.279 34.755 39.809 127.417 25.257 16.120 297.638

56.450 36.145 41.401 132.514 26.267 16.765 309.543

58.708 37.591 43.058 137.814 27.318 17.435 321.925

8.2 Meerjarenprognose per programma De tabel meerjarenprognose per programma presenteert de baten en lasten voor het meerjarig perspectief. Hierbij vallen enkele zaken op die enige toelichting behoeven. 1. Het meerjarig perspectief programma Inkomen (Buig uitgaven) is gebaseerd op de ramingen van 2026 (een gelijkblijvend bestand). Voor 2027-2029 is uitgegaan van een afname met respectievelijk 1,4%, 1,4% en 1,5% (conform prognose CPB). Daarnaast wordt rekening gehouden met een prijscorrectie van 2,6% per jaar voor 2026 en 2027 en 2,5% voor de jaren daarna. 2. Bij Inkomensondersteuning is rekening gehouden met een jaarlijkse indexatie van respectievelijk 2,6% voor 2026 en 2027 en voor de jaren daarna 2,5%. 3. In het meerjarig perspectief zijn de participatiemiddelen op basis van de gehanteerde prijsindex van 2,6% voor 2026 en 2027 en daarna 2,5% opgenomen. Alleen de begeleidingsvergoeding beschut werk is geraamd op basis van de taakstelling + 40 stuks boven taakstelling beschut werk. 4. Bij Inburgering zijn de lasten gebaseerd op de door het Rijk verstrekte vergoeding voor de inburgeringsvoorzieningen en de taakstelling huisvesting statushouders. 5. De loonkosten zijn gebaseerd op de begrotingscijfers van 2026.

Voor de jaren daarna is rekening gehouden met indexatie van de loonkosten voor 2027, 2028 en 2029 met respectievelijk 4,8% en 4,0% (septembercirculaire 2024-gemiddelde loonvoetontwikkeling sector overheid) en de jaarlijkse periodieken.

45

Meerjarenprognose Programma's : Progra mma Werk en Pa rti ci pa ti e Progra mma Inkomen Progra mma Inkomens onders teuni ng Progra mma Inburgeri ng Progra mma Inburgeri ng - onderwi js route Inburgeri ng Extra ta ken Vl uchtel i ngenwerk Subtota a l progra mma ’s

Baten

Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo 7.862.904 7.862.904 8.030.356 8.030.356 8.198.887 8.198.887 1.183.216 89.361.185 88.177.969 1.195.044 90.286.134 89.091.090 1.206.755 91.291.528 90.084.773 822.072 11.238.509 10.416.437 842.624 11.502.721 10.660.097 846.440 11.616.724 10.770.284 4.973.973 4.973.973 4.973.973 4.973.973 4.973.973 4.973.973 202.835 202.835 202.835 202.835 202.835 202.835 273.490 273.490 273.490 273.490 273.490 273.490 2.005.288 113.912.896 111.907.608 2.037.668 115.269.509 113.231.841 2.053.195 116.557.437 114.504.242

Bedri jfs voeri ng: Loonkos ten Overi ge l oonkos ten Overi ge pers oneel s kos ten Orga ni s a ti ekos ten Onders teunende di ens ten Hui s ves ti ngs kos ten Fa ci l i ta i re kos ten Fi na nci ën Juri di s che kos ten Communi ca ti e ICT kos ten Onvoorzi en Subtota a l bedri jfs voeri ng Totaal meerjarenbegroting Al gemene dekki ngs mi ddel en: Gemeentel i jke bi jdra ge bedri jfs voeri ng Renteba ten Vergoedi ng pers oneel s kos ten P-budget * Gemeentel i jke bi jdra ge Voorzi eni ngenwi jzer Gemeentel i jke bi jdra ge progra mma Werk en Pa rti ci pa ti e Gemeentel i jke bi jdra ge progra mma Inkomen Gemeentel i jke bi jdra ge progra mma Inkomens onders teuni ng Gemeentel i jke bi jdra ge progra mma Inburgeri ng Gemeentel i jke bi jdra ge progra mma Inburgeri ng onderwi js route Gemeentel i jke bi jdra ge extra ta ken Vl uchtelai ngenwerk Subtota l a l gemene dekki ngs mi ddel en Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Toevoegi ng/onttrekki ng a a n res erves Saldo

-

17.744.046 391.735 419.420 179.095 400.017 484.505 341.090 102.316 7.387 26.317 1.524.577 50.000 21.670.506

17.744.046 391.735 419.420 179.095 400.017 484.505 341.090 102.316 7.387 26.317 1.524.577 50.000 21.670.506

2.005.288

135.583.402

18.543.268 391.926 433.213 171.436 410.017 496.618 349.618 104.874 7.572 26.975 1.560.942 50.000 22.546.457

18.543.268 391.926 433.213 171.436 410.017 496.618 349.618 104.874 7.572 26.975 1.560.942 50.000 22.546.457

133.578.114

2.037.668 137.815.966

135.778.298

21.272.868 100.000 297.638 7.862.904

21.272.868 100.000 297.638 7.862.904

22.136.914 100.000 309.543 8.030.356

22.136.914 100.000 309.543 8.030.356

23.032.227 100.000 321.925 8.198.887

23.032.227 100.000 321.925 8.198.887

88.177.969 10.416.437

88.177.969 10.416.437

89.091.090 10.660.097

89.091.090 10.660.097

90.084.773 10.770.284

90.084.773 10.770.284

4.973.973 202.835

4.973.973 202.835

4.973.973 202.835

4.973.973 202.835

4.973.973 202.835

4.973.973 202.835

273.490 133.578.114

273.490 135.778.298

273.490 133.578.114

-

-

-

19.374.458 391.926 446.340 183.573 420.268 509.033 358.358 107.496 7.761 27.649 1.577.291 50.000 23.454.152

19.374.458 391.926 446.340 183.573 420.268 509.033 358.358 107.496 7.761 27.649 1.577.291 50.000 23.454.152

2.053.195

140.011.589

137.958.394

-

273.490 273.490 135.778.298 137.958.394

-

273.490 137.958.394

135.583.402

135.583.402

0

137.815.966 137.815.966

0 140.011.589

140.011.589

0

135.583.402

135.583.402

0

137.815.966 137.815.966

0 140.011.589

140.011.589

0

8.3 Incidentele baten en lasten Bij het opstellen van de begroting 2026 en het meerjarenperspectief, zijn geen posten opgenomen.

8.4 Verantwoording taakvelden begroting 2026 In de herziening van het BBV wordt voorgeschreven dat de colleges (bestuur gemeenschappelijke regeling) de ramingen en realisatiecijfers die zij moeten leveren voor de begrotingsuitvoering, indelen aan de hand van taakvelden, waaraan de bijbehorende baten en lasten moeten worden toegerekend. De gegevens dienen ook gebruikt te worden voor de financiële informatie die gemeenten/Werkplein aan het CBS moeten aanleveren om te voorzien in de informatiebehoefte van het Rijk, de EU en het CBS in verband met landelijke statistieken en ten behoeve van onderzoeksdoeleinden. Onderstaand zijn de cijfers van 2026 verdeeld naar taakvelden. Uitgangspunten zijn de volgende: •

alle directe kosten worden aan een taakveld toegerekend, denk hierbij aan de kosten van uitkeringen, minimabeleid maar ook re-integratie activiteiten. De kosten van programma Werk en Participatie zijn geheel toegerekend aan Taakveld Arbeidsparticipatie (6.5). De kosten van programma Inkomen en Inkomensondersteuning zijn geheel toegerekend aan Taakveld 46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15546471/1