9 b&w Uitvoeringsprogramma 2021 en jaarverslag 2020 VTH
Tekst van het document
Gemeenteraad Rucphen Postbus 9 4715 ZG RUCPHEN
Onze referentie:
Z21/050458-D21/1135202
Uw referentie:
Rucphen, Onderwerp:
Behandelaar:
A. van den Berg
Telefoonnummer:
0165-349538
2 8 JAN. 2021 Uitvoeringsprogramma 2021 en jaarverslag 2020 VTH / Actieplan Veiligheid 2021
Geachte raad, Hierbij doen wij u het Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2021 inclusief het Jaarverslag Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2020 en het Actieplan Veiligheid 2021 toekomen. Uitvoeringsprogramma VTH is wederom in De-6 verband opgesteld en omvat tevens het jaarverslag over 2020 Op basis van het bepaalde in artikel 5.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in samenhang met artikel 7.3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt door ons jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld en aan u bekend gemaakt. Dit jaar is wederom in De-6 verband gewerkt aan een eenduidige format voor de taakvelden vergunningen, toezicht en handhaving. Tevens is het jaarverslag VTH 2020 wederom als apart hoofdstuk in het uitvoeringsprogramma opgenomen, zoals bedoeld in artikel 7.7 van het Besluit omgevingsrecht. Het Actieplan Veiligheid 2021 is eveneens bijgevoegd. Wij vertrouwen erop u door middel van deze brief en toezending van de relevante documenten naar behoren te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Rucphen, de burgernster, de secretaris,
1114 mr. M. vn der Meer rvlohr
drs. S. Michielse
Binnentuin 1 Postbus 9 4715 ZG Rucphen T: 0165 34 95 00 F: 0165 34 13 75 Banknummer: 2850 07 319 IBAN: NL37BNGH0285007319 KvK-nr. 20164997 Gemeente Rucphen
Rucphen
Schijf
Sprundel
St. Willebrord
Zegge
gemeente©rucphen.ni www.rucphen.ni
Uitvoeringsprogramma 2021 & Jaarverslag 2020 Wabo / leefomgeving Vergunningen, Toezicht & Handhaving Inclusief APV, bijzondere wetten en openbare orde en veiligheid
Inhoud 1. Aanleiding
4
2. Inleiding
5
2.1 Leeswijzer
5
2.2 Looptijd
5
2.3 Reikwijdte
5
3. De6
6
4. Beleidsplan
7
5. Terugblik
8 8
5.1 IBT rapporten
9
6. Ontwikkelingen 6.1 Landelijke ontwikkelingen
9
6.2 Regionale ontwikkelingen (zie o.a. paragraaf 3.2 VTH-beleid)
11
6.3 Gemeentelijke Ontwikkelingen
12
7. Monitoring en registratie
14
8. Capaciteit
16
8.1. Conclusie
16
8.2 Samenvatting capaciteit
16
8.3.Capaciteit berekening op basis van functie VTH inclusief openbare orde en veiligheid
18
8.4. Beschikbare middelen
18 19
9. VTH Wabo 9.1.
19
Activiteit bouwen
9.1.1 Vergunningen
19
9.1.2. Toezicht
22
9.1.3.Handhaving
23
9.2 Slopen
24
9.2.1. Vergunning/Melding
24
9.2.2. Toezicht
25
9.2.3. Handhaving
25
9.3 RO strijdig gebruik
26
9.3.1. Vergunning
26
9.3.2.Toezicht
27
9.3.3. Handhaving
27
9.4. Brandveiligheid
28 2
9.4.1. Vergunning/melding
29
9.4.2. Toezicht
29
9.4.3.Handhaving
29
9.5.
Milieu
30
9.6.
Projecten
31
9.6.1
Huisvesting Arbeidsmigranten
31
9.6.2
Buitengebied (bouwen/milieu/RO/ondermijning)
31
9.6.3
Brandveiligheid (voorlichting e.d.)
31
9.6.4
Recreatieparken
31
9.7.
Klachten en calamiteiten
31
10.
APV en bijzondere wetten
Prognose aantallen 2021
33
10.1.1.Vergunning/Melding/Kennisgeving
33
10.1.3 Handhaving
36
Integrale Veiligheid
37
10.1.
11.
33
12. Communicatie
39
13. Jaarverslag VTH Leefomgeving 2020
41
13.1
Jaarverslag 2020
41
13.2
Verantwoording en conclusies
41
13.2.1 Verantwoording bouw
43
13.2.2 Verantwoording milieu
45
13.2.3 Verantwoording APV en 00V
48
14. Bijlage(n)
49
14-A
Risicomatrix LHS
50
14-B
Prioritering VTH beleid
51
14-C
Werkplan 2021 OMWB
57
14-D
Brandweer MWB / Risicobeheersing
59
3
1. Aanleiding Voor u ligt het Vergunningen- Toezichts- en Handhavings- Jaarverslag 2020 en Uitvoeringsprogramma Leefomgeving 2021 van de gemeente Rucphen. Dit Jaarverslag en Uitvoeringsprogramma is tevens het jaarverslag en programma zoals bedoeld in het Besluit omgevingsrecht. De invulling van het jaarverslag en het programma is gebaseerd op de keuzes en prioriteiten zoals onder andere vastgelegd in het VTH Beleid. De prioriteiten in dit beleid zijn actueel. In dit Jaarverslag en Uitvoeringsprogramma is opgenomen welke taken, in welke omvang, de gemeente Rucphen het afgelopen jaar heeft uitgevoerd en het komende jaar gaat uitvoeren. Het programma is niet 'in beton gegoten'. Mocht er gedurende het jaar behoefte ontstaan om de in dit programma gemaakte keuzes te wijzigen, dan kan daarover altijd het gesprek plaatsvinden. Vanwege de positieve ervaringen met het gezamenlijk verkennen, opstellen en vaststellen van VTH-beleid, is besloten om in De6-verband ook een gezamenlijk format te ontwikkelen voor het VTH-Uitvoeringsprogramma en VTH-Jaarverslag, zodat er in regionaal verband een uniform kader ontstaat, waarin de deelnemende gemeenten elkaar kunnen versterken. Ook zal hierin per gemeente de gelegenheid aanwezig zijn om daarin couleur locale op te nemen.
Dit jaarverslag en uitvoeringsprogramma is dan ook gebaseerd op het De6-format, waarbij gezegd moet worden dat het proces om tot een gezamenlijk format te komen een dynamische ontwikkeling is. Naast de couleur locale per gemeente en de verschillende wijzen waarop de afzonderlijke De6-gmeenten hun organisatie hebben vormgegeven, verklaart ook dit dynamisch proces eventuele verschillen in de onderlinge De6-jaarverslagen en uitvoeringsprogramma's. Het komende jaar zal het format, en dus ook het daarop geschoeide Jaarverslag en Uitvoeringsprogramma, nog verder worden geoptimaliseerd. Op basis van contacten met de provincie Noord-Brabant in diens hoedanigheid van Interbestuurlijk Toezichthouder in het kader van de Wet revitalisering generiek toezicht, worden samenwerkingsverbanden zoals die binnen de De6 opereren omarmd. In een open dialoog omtrent kwaliteit en innovatie is het samenwerkingsverband en de hieruit voortvloeiende documenten en initiatieven besproken. Deze kunnen op een 'warme'belangstelling vanuit de toezichthouder rekenen. Relevant om hier al te benoemen zijn belangrijke landelijke ontwikkelingen die het afgelopen jaar een bijzonder effect hebben gehad op het VTH-terrein en ook het komende jaar effect zullen hebben. Het betreft hier onder andere de ontwikkelingen rond de Omgevingswet en , de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, aanpassing Bouwbesluit m.b.t.
energievereisten (BENG), toezicht openbare ruimte, de stikstofproblematiek, COVID-19 en de transitie veehouderij. In hoofdstuk 6 zal hier nader bij stil worden gestaan. Aan het Uitvoeringsprogramma VTH is het Actieplan Openbare Orde en Veiligheid 2021 gekoppeld. De uren die hiermee gepaard gaan, zijn in dit programma eveneens verwerkt. Het uitvoeringsprogramma en jaarplan tezamen vormen het jaarprogramma voor teams 00V-JZ, T&H van de afdeling Bestuur en Veiligheid en team Leefomgeving van afdeling Beheer en Ruimtelijke Ontwikkeling.
4
2. Inleiding 2.1 Leeswijzer Na de aanleiding en een inleiding, wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de De6 samenwerking. In hoofdstuk 4 wordt e.e.a. in relatie tot het VTH-beleid nader uiteengezet en in hoofdstuk 5 treft u een terugblik op het VTH beleid en uitvoering aan, met onder andere specifieke aandacht voor het toezichtoordeel vanuit de provincie. In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op de landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen. Hoofdstuk 7 staat in het teken van de monitoring en registratie en in hoofdstuk 8 wordt nader ingegaan op de capaciteit. Hoofdstuk 9, 10 en 11 gaan over de inhoudelijke verdeling naar taakvelden en bijbehorende capaciteit. Opgemerkt dient te worden dat hoofdstuk 11 Integrale Veiligheid betreft. De verdere inhoud en visie met betrekking tot dit hoofdstuk is te vinden in het Integraal Veiligheidsplan De Markiezaten 2019-2022, Samen bouwen aan onze veiligheid en het Actieplan Integrale Veiligheid 2021 van onze gemeente. In hoofdstuk 12 gaan wij op het onderwerp Communicatie in en tot slot treft u in hoofdstuk 13 het jaarverslag over het voorgaande jaar aan. 2.2 Looptijd Dit jaarverslag betreft de verantwoording over 2020 en dit uitvoeringsprogramma geldt voor het gehele kalenderjaar 2021. 2.3 Reikwijdte Het gaat hier om vergunningverlening, toezicht en handhaving van wet- en regelgeving met betrekking tot de bebouwde en onbebouwde leefomgeving.
Vergunningverlening, toezicht en handhaving heeft als doel de kwaliteit van de leefomgeving te beschermen en daar waar mogelijk te verbeteren. Wettelijke regels, normen en vergunningvoorschriften zijn er onder andere op gericht om bescherming te bieden tegen gezondheids-, veiligheids- en milieurisico's. Vanwege dit grote maatschappelijk belang is het noodzakelijk dat deze regels worden nageleefd. Het is een taak van de overheid om de naleving te bevorderen en hierop toe te zien. Ter bescherming en bevordering van de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde leefomgeving beschikt de gemeente over wettelijke instrumenten. Het is een gemeentelijke taak en bevoegdheid om vergunningen te verlenen op verschillende taakvelden en hierin voorschriften op te nemen ter bescherming van veiligheid, milieu en/of leefbaarheid. De beschikbare capaciteit moet zo verstandig mogelijk worden ingezet. Het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester moet een belangenafweging maken om al dan niet een vergunning te verlenen, toe te zien op de naleving en waar nodig handhavend op te treden.
5
3. De6 De zes gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert hebben op een aantal gebieden de samenwerking gezocht. Er hebben zes verkenningen plaatsgevonden op de thema's Financiën, P&O, Juridische Zaken, Ruimtelijke Ontwikkeling, VTH-taken en Openbare Ruimte. Ook is gekeken naar de regionale sturing op het sociaal domein en de verbonden partijen. Uit alle verkenningen bleek dat er veel kansen liggen om dingen samen te doen. Omdat de gemeenten samenwerken als een netwerk wordt niet gedacht aan juridische constructies of convenanten, maar gaan de gemeenten samen aan de slag en trekken ze samen op waar dat zinvol, effectief en efficiënt is. VTH-beleid Ook bij het opstellen van het VTH-beleid is in De6-verband samengewerkt. Dit heeft onder meer geresulteerd in een gezamenlijke prioriteringsmethodiek en een modeltekst voor het beleid, met ruimte voor couleur locale. Op basis hiervan is begin 2018 door alle De6-gemeenten het VTH-beleid vastgesteld. De komende jaren zal dat beleid worden geactualiseerd. Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 is binnen De6 is geïnventariseerd wat het beste moment voor die actualisatie van het beleid is. De6-breed is daarbij de wens naar voren gekomen dat niet de huidige colleges van burgemeester en wethouders een beleid gaan vaststellen waar dan de nieuwe colleges mee gaan worden belast.
Daarom is afgesproken er naar te streven om zo spoedig mogelijk na installatie van de nieuwe colleges in 2022 het geactualiseerde beleid vast te stellen. Concreet wordt hierbij gedacht aan 1 juli 2022, dan wel 1 januari 2023. VTH-uitvoeringsprogramma en VTH-Jaarverslag Vanwege de positieve ervaringen met het gezamenlijk verkennen, opstellen en vaststellen van het VTH-beleid, is besloten om in De6-verband ook een gezamenlijk format te ontwikkelen voor het VTH -uitvoeringsprogramma en VTH-jaarverslag, zodat er in regionaal verband een uniform kader ontstaat, waarin de De6-gemeenten elkaar versterken. In 2018 is binnen de De6-gemeenten een format ontwikkeld voor het VTH-uitvoeringsprogramma en in 2019 is datzelfde format verder uitgewerkt in die zin dat het VTH-jaarverslag aan het format van het uitvoeringsprogramma is toegevoegd. Daarmee ontstaat er één document dat zowel het , jaarverslag van het afgelopen jaar als het uitvoeringsprogramma van het komende jaar behelst. Klundert Voordeel daarvan is dat ervaringen, effecten en jaarcijfers uit het vorige jaar meteen meegenomen kunnen worden in het programma van het komende jaar. Ook aan de hand van dit format heeft iedere gemeente de mogelijkheid om couleur locale op te nemen. Vanwege de wens om kengetallen te ontwikkelen en de daarbij komende bijkomstigheid dat elke (De6) gemeente qua organisatie, werkwijzen, ict-programma's etc.
anders is ingericht, is afgesproken dat de komende jaren m.b.t. dit format gewerkt gaat worden aan een methodiek waarmee de individuele gemeenten eigen kengetallen kunnen ontwikkelen. Daarnaast zal de huidige vormgeving van dit format onder de loep worden genomen, waarbij gekeken zal worden naar de vormgeving van het laatste jaarverslag van de gemeente Moerdijk.
6
Zevenbergen 112]
N389
PrinsE
CCM
Ellen Leur
Oudenbosch
LE:1 Roosendaal N638
Essen
Zundert
4. Beleidsplan Zoals hiervoor is vermeld, is het VTH-beleidsplan in De6-verband tot stand gekomen, waarbij ruimte was om couleur locale op te nemen. Het beleidsplan heeft betrekking op vergunningverlening, toezicht en handhaving van wet- en regelgeving met betrekking tot de bebouwde en onbebouwde leefomgeving. Het algemene doel is om de kwaliteit van de leefomgeving te beschermen en daar waar mogelijk te verbeteren. Wettelijke regels, normen en vergunningvoorschriften zijn er onder andere op gericht om bescherming te bieden tegen gezondheids-, veiligheids- en milieurisico's. Vanwege dit grote maatschappelijk belang is het noodzakelijk dat deze regels worden nageleefd. Het is een taak van de overheid om de naleving te bevorderen en hierop toe te zien. Ter bescherming en bevordering van de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde leefomgeving beschikt de gemeente over wettelijke instrumenten. Het is een gemeentelijke taak en bevoegdheid om vergunningen te verlenen op verschillende taakvelden en hierin voorschriften op te nemen ter bescherming van veiligheid, milieu en/of leefbaarheid. Gemeenten zien toe op naleving van deze voorschriften en geldende wet- en regelgeving en hebben de bevoegdheid om zo nodig handhavend op te treden. Hiervoor worden strategieën vastgesteld en beschikken gemeenten over wettelijke bevoegdheden.
Ook wordt voorlichting gegeven over welke regels er zijn, de reden voor de regels en het houden van controles. De inzet van dit instrumentarium betekent niet dat elk risico kan worden uitgesloten en elke overtreding voorkomen kan worden. De omvang van de taak bij vergunningverlening en handhaving in combinatie met de schaarse middelen (personele capaciteit en financiën) maakt het noodzakelijk om keuzes te maken. De beschikbare capaciteit moet zo verstandig mogelijk worden ingezet. Het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester moet een belangenafweging maken om al dan niet een vergunning te verlenen, toe te zien op de naleving en handhavend op te treden. Op grond van de artikelen 7.2 en 7.3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) moet deze, voor wat betreft de VTH-taken, gemotiveerd worden beschreven. In het VTH-beleid zijn in hoofdstuk 6, per gemeente, ook specifieke doelen beschreven. Deze doelen worden behandeld in hoofdstuk 9 en 10.
7
5. Terugblik 5.1 IBT rapporten Een van de kerntaken van de provincie is interbestuurlijk toezicht (IBT): toezicht houden op de uitvoering van wettelijke taken door onder andere gemeenten. In het omgevingsrecht zijn regels opgenomen waar overheden zich aan moeten houden bij het uitvoeren van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken). Deze regels zijn er om de veiligheid en gezondheid van mens en natuur te beschermen. De provincie beoordeelt of gemeenten het uitvoeren van de VTH-taken zó hebben ingericht, dat deze adequaat uitgevoerd kunnen worden. De provincie legt de nadruk op de vakgebieden Ruimtelijke Ordening (RO), Bouw- en Woningtoezicht (BWT) en Milieu. Op basis van de meest recente beoordelingscyclus van de provincie in diens hoedanigheid als toezichthouder zijn de De-6 gemeenten op in totaal 13 aspecten beoordeeld. Het gaat dan om de actualiteit van documenten en beleid, de tijdigheid waarop zaken worden aangeleverd, de inhoud waaraan documenten moeten voldoen alsmede de borging van de continuïteit. De provincie heeft al deze onderdelen per gemeente getoetst en gescoord. Te behalen scores zijn: • • •
Voldoet; Voldoet gedeeltelijk; Voldoet niet.
Op basis van een analyse van de rapportages van de zes individuele gemeenten ontstaat het volgende beeld: Score in %
Voldoet gedeeltelijk Etten-Leur
«
1
96,15%
Halderberge
1
1
96,15%
Moerdijk
11
1
88,46%
Roosendaal
1
96,15%
Rucphen
1
96,15%
Zundert
'''
'
96,15%
Uit de vorige tabel blijkt dat onze gemeente een 96,15% score heeft. De score "Voldoet gedeeltelijk" betreft — evenals bij de andere De6-gemeenten - het nog ontbreken van enkele kwaliteitsvoorwaarden, genoemd in de Verordening Kwaliteit VTH. Inmiddels zijn deze kwaliteitsvoorwaarden door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 5 januari 2021. Het De6-samenwerkingsverband op het gebied van de fysieke leefomgeving VTH Wabo wordt momenteel door de provincie ook breed uitgedragen als 'best practice'.
8
6. Ontwikkelingen 6.1 Landelijke ontwikkelingen In deze paragraaf wordt een aantal landelijke ontwikkelingen beschreven dat relevant is voor de gemeentelijke VTH-uitvoering. Omgevingswet In 2016 is de Omgevingswet aangenomen en gepubliceerd en in 2018 zijn in dat verlengde 4 besluiten gepubliceerd. De datum van inwerkingtreding van deze wet is inmiddels diverse malen uitgesteld. In 2020 is besloten de (beoogde) inwerkingtreding op 1 januari 2022 te laten plaats vinden. Wat betreft de inhoud van deze wet- en regelgeving; het omgevingsrecht is nu versnipperd in tientallen wetten, circa 120 AMvB's en een vergelijkbaar aantal ministeriële regelingen. Deze historisch gegroeide hoeveelheid aan wetten, regels en afspraken voor de fysieke leefomgeving wordt geïntegreerd in één nieuw stelsel. De Omgevingswet zet de gebruiker centraal én beoogt meer flexibiliteit te bieden. De wet betreft het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving en bevat regels over milieu, natuur, bouwen, infrastructuur, monumenten en ruimte. De Omgevingswet is ingrijpend en vergt de nodige voorbereiding. De wet kent vier verbeterdoelen: 1.
Vergroten van inzichtelijkheid;
2.
Integrale gebiedsbenadering;
3.
Verbeteren en versnellen van de besluitvorming;
4.
Vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte.
Wet kwaliteitsboroino voor het bouwen In 2019 is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen aangenomen en gepubliceerd. Het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen (Bkb) bevindt zich nog in een ontwerpfase. De VNG meende dat het oorspronkelijke ontwerp-Bkb zou leiden tot problemen in de uitvoerbaarheid. Inmiddels is in november 2020 hierover een akkoord tot stand gekomen tussen het Ministerie van Binnenlands Zaken en de VNG. Er dienen nog een aantal formele stappen te worden gezet maar door dit akkoord lijken dat slechts formaliteiten. Het is nu de verwachting dat deze wet- en regelgeving, evenals de Omgevingswet, op 1 januari 2022 in werking zal treden. Wat betreft de inhoud van deze wet- en regelgeving, is de kern: • • • • • •
De bouwplantoetsing aan het Bouwbesluit 2012 en het bouwtoezicht verschuiven van gemeenten naar private partijen; Die private partijen ontwikkelen methodes (instrumenten) voor kwaliteitsbewaking om te zorgen dat aannemers zich houden aan de bouwtechnische eisen uit het Bouwbesluit 2012; Een onafhankelijke publieke toelatingsorganisatie oordeelt of een voorgestelde methode voor kwaliteitsbewaking voldoet aan de eisen; De gemeente controleert slechts of een aannemer werkt met een goedgekeurde methode voor kwaliteitsbewaking; De toetsing aan het Bouwbesluit 2012 van nieuwbouw en verbouw bij de vergunningverlening door gemeenten vervalt hiermee; Kleine bouwwerken en verbouwingen zijn vrij van toets Bouwbesluit 2012.
9
Een van de afspraken met de VNG betreft het zogezegd proefdraaien met vergunningaanvragen en toezicht onder het nieuwe stelsel. Indien aan dit soort proefprojecten / pilots wordt meegedaan heeft dit qua capaciteit en mogelijk ook nog andere gevolgen. Aanpassing Bouwbesluit m.b.t. enerdievereisten (BENG) BENG (bijna-energieneutrale gebouwen) omvat de energieprestatie-eisen voor nieuwe gebouwen in Nederland. Alle vergunningsaanvragen voor nieuwbouw (woningbouw en utiliteitsbouw) na 1 januari 2021 moeten voldoen aan de BENG-eisen.De BENG-eisen vervangen de energieprestatiecoëfficiënt (EPC), die in 1995 werd ingevoerd. Toezicht in de openbare ruimte Vanuit de overheid worden steeds meer toezichtstaken opgedragen aan gemeenten. Tevens heeft de VNG in haar toekomstvisie een voorstel gedaan om bepaalde politietaken over te gaan dragen naar de gemeenten, bijvoorbeeld op het gebied van verkeer (fietsen zonder licht, door rood licht rijden e.d.). Deze op de veiligheid gerichte taken moeten dan door de BOA's worden uitgevoerd. Ook de lokale ontwikkelingen rondom gebiedsgericht werken en meer dan voorheen de verbinding met onze inwoners zoeken, zijn van invloed op het takenpakket en beschikbare capaciteit van de BOA's.
Stikstofproblematiek (PAS) Naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State is komen vast te staan de het landelijke Programma Aanpak Stikstof (PAS) strijdig is met Europese regelgeving. Daardoor kan het PAS geen juridische grondslag meer bieden voor vergunningverlening en heeft dit grote gevolgen voor met name de vergunningverlening voor de agrarische sector en de bouwsector. Het Rijk en provincies zijn op zoek naar oplossingen om de achteruitgang van natuurgebieden te stoppen en daar waar mogelijk zelfs te verbeteren. De neerslag van stikstof is de grote boosdoener van deze achteruitgang. De eindconclusie van het onderzoeksrapport van de commissie Remkes n.a.v. de stikstofuitspraak van 29 mei 2019, is dat er rigoureuze maatregelen getroffen moeten worden om de stikstofuitstoot terug te dringen. De stikstofproblematiek wordt uiteraard in vele segmenten van de maatschappij gevoeld. Vooral de agrarische sector ligt hierbij onder een vergrootglas omdat daar volgens onderzoeken en statistieken de meeste ‘stikstofwinst' te behalen valt. Wat vooral gezien wordt is dat provinciale regelingen ieder op hun eigen manier de problematiek aanvliegen met regelingen. Daarvoor is door provincie Noord-Brabant inmiddels een regeling getroffen waarbij piekbelasters op N2000-gebieden vanuit de (intensieve) veehouderij zich kunnen aanmelden vanaf 18 januari 2021.
Het gaat daarbij om een vrijwillige opkoopregeling. De vrijwilligheid van de individuele veehouder voert de boventoon, bedoeld om minimale weerstand in deze sector op te roepen. COVID 19 Sinds het eerste kwartaal van 2020 hebben we te maken met de COVID-19 pandemie. Deze heeft aanzienlijke gevolgen op de aangepaste wijze waarop éénieder werkzaamheden kan verrichten. Die aanpassingen in werk en werkzaamheden vertalen zich ook in de planning en de keuzes die we maken om sommige werkzaamheden eerder en andere weer later op te pakken. Transitie veehouderij Door marktwerking en veranderde wet- en regelgeving zien we een transitie van de veehouderijen. Een relatief groot aantal bedrijven stopt, schakelt om of breidt uit. Ook is de agrarische wetgeving de laatste jaren complexer geworden. Deze ontwikkelingen brengen een extra belasting mee voor de VTH taken, zowel in kwantitatieve zin (meer vergunningen en controles) als kwalitatieve zin (moeilijkere vergunningen en controles).
10
6.2 Regionale ontwikkelingen (zie o.a. paragraaf 3.2 VTH-beleid) In deze paragraaf wordt een aantal regionale/bovenlokale ontwikkelingen beschreven die relevant zijn voor de gemeentelijke VTH-uitvoering. De6-samenwerking De De6-samenwerking is een regionale ontwikkeling die reeds aan de orde is gekomen in hoofdstuk 3. De algemene insteek van de deelnemende gemeenten is om op verschillende gebieden met elkaar samen te werken. Samen Sterk in Brabant (SSiB) Om misstanden in het buitengebied aan te pakken, werkt de gemeente samen met de provincie, omgevingsdiensten en Brabantse gemeenten, waterschappen, Openbaar Ministerie, politie en terreinbeheerders. De nadruk ligt op de aanpak van stroperij, wildcrossen en (drugs)afvaldumpingen. Maar overtredingen als het verwaarlozen van dieren en illegale hennepteelt worden ook door het handhavingsteam van SSiB opgespoord. Hiertoe is het handhavingsteam 24 uur per dag en 7 dagen per week op pad in het buitengebied. Onze BOA's werken nauw samen met het handhavingsteam van SSiB. Deze samenwerking bestaat uit gezamenlijke controles en handhavingsacties. RIEC/Taskforce/DIP In de strijd tegen de ondermijnende criminaliteit werken de gemeenten in Midden- en WestBrabant en Zeeland intensief samen onder de vlag van het RIEC: het Regionaal Informatie en Expertisecentrum.
Hierbij richten wij ons voornamelijk op hennepteelt, synthetische drugs, mensenhandel en criminele motorclubs (OMG). De tendens is dat de ondersteuning van de partners binnen het RIEC wordt uitgebreid met nieuwe vormen van ondermijnende criminaliteit, zoals sociale zekerheidsfraude. De complexiteit rondom de aanpak van georganiseerde criminaliteit in Zuid-West-Nederland maakt dat er veel slagkracht nodig is. Met de oprichting van een speciale taskforce die zich heeft gespecialiseerd in aanpak van drugshandel wordt hier deels in voorzien. Zij richten zich op de quick-wins. Binnen het Districtelijk Informatie Plein richten partners zich op complexe ondermijnende casuïstiek die diepgaand en integraal onderzoek vergt op regionaal niveau. Gezien de grote hoeveelheid casussen die binnen onze regio en daarbuiten spelen, wordt steeds vaker een beroep gedaan op de lokale slagkracht en hieruit voortvloeiende bestuurlijke interventies. Een sterk lokaal informatiepunt met voldoende analyse- en uitvoeringscapaciteit is meer dan voorheen van belang in de strijd tegen de aanpak van georganiseerde criminaliteit.
11
6.3 Gemeentelijke Ontwikkelingen Voor de gemeentelijke ontwikkelingen wordt hier verwezen naar paragraaf 3.3 (Gemeentelijk beleid) en hoofdstuk 6 (Prioriteiten en doelen) van het VTH-beleidsplan. Deze vormen de basis c.q. een richtlijn voor de jaarlijks te coördineren, programmeren en uit te voeren werkzaamheden en projecten. Als gevolg van reeds gemaakte keuzes zijn voor 2021 de volgende projecten geprogrammeerd: In deze paragraaf wordt een aantal gemeentelijke (beleids)ontwikkelingen gesignaleerd die van invloed zijn op de doelen en uitvoering van de gemeentelijke VTH-taken. Gebiedsgericht werken: de inwoners aan zet! In het kader van overheidsparticipatie leggen we de regie bij onze inwoners voor diens eigen woon- en leefomgeving. Hierbij past een vorm van gebiedsgericht werken. Binnen Rucphen is ervoor gekozen om het gebiedsgericht werken als volgt geografisch in te delen: • Dorpskernen Rucphen en Zegge Dorpskernen Schijf en Sprundel • • Dorpskern St. Willebrord Aan elk gebied worden minimaal de volgende functies toegewezen: • Wijk-BOA • Gebiedsregisseur Ambtelijk liaison voor buurtpreventie • Landeliike Aanpak Adreskwaliteit Een juist adres in de Basisregistratie Personen (BRP) is belangrijk: voor burgers zelf én voor de overheid. Want alle overheidsinstanties gebruiken de BRP; van brandweer en sociaal loket tot de Belastingdienst.
Tegelijkertijd is het adresgegeven het meest veranderlijke gegeven in de BRP en daarmee het meest foutgevoelig. Daarom neemt Rucphen deel aan de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA). Wet aanpak woonoverlast De gemeente Rucphen kreeg de afgelopen jaren met regelmaat klachten binnen welke betrekking hadden op woonoverlast. Woonoverlast schaadt het woongenot. Hierbij kan gedacht worden aan onder andere geluidsoverlast, geurhinder en bedreiging of intimidatie. Tot 1 juli 2017 ontbrak het de gemeente vaak aan de juiste instrumenten om dergelijke vormen van woonoverlast aan te kunnen pakken. Op 1 juli 2017 is de Wet aanpak woonoverlast in werking getreden (Stb. 2017, 77). Doel van deze wetgeving is het tegengaan van woonoverlast. Buurtbemiddeling/mediation Buurtbemiddeling helpt mensen om burenruzies op te lossen. Het doel van buurtbemiddeling is om de communicatie tussen medebuurtbewoners op gang te brengen en hen te ondersteunen in het maken van afspraken om overlast in de toekomst te voorkomen. Samen met woningcorporatie Thuisvester en het basisteam politie Roosendaal is dit initiatief opgericht. Districteliik Integraal Veiligheidsplan De Markiezaten 2019-2022 Veiligheid is geen rustig bezit. Ze is één van onze belangrijkste aandachtsgebieden. Alle inwoners hebben recht op een prettige leefomgeving en moeten zich veilig kunnen voelen.
De gemeenten spelen hierin een cruciale rol. In het district De Markiezaten staan de acht gemeenten, te weten Bergen op Zoom, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht en Tholen, voor vrijwel dezelfde uitdagingen en maken onafhankelijk van elkaar soortgelijk beleid.
12
Het districtelijk integraal veiligheidsplan is het strategisch kader voor de aanpak van de komende jaren. In het district De Markiezaten staan we voor: 1. De aanpak van de georganiseerde criminaliteit in de strijd tegen ondermijning. 2. Het creëren van een veilige buurt voor iedereen. 3. De gezamenlijke aanpak van zorg en veiligheid. 4. En een adequate voorbereiding op calamiteiten. Lokale prioriteiten Ondermijning met specifieke aandacht voor productie en handel van verdovende middelen (hard- en softdrugs), middelengebruik, aandacht voor maatschappelijke weerbaarheid (bijvoorbeeld door middel van training en voorlichting aan clubs en verenigingen) en een vitaal buitengebied. Voorts verdienen de aanpak overlast en veelvoorkomende kleine ergernissen, buurtbemiddeling en buurtpreventie lokaal specifieke aandacht.
13
7. Monitoring en registratie Besluit omgevingsrecht Hoofdstuk 7 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) stelt regels met betrekking de uitvoering en handhaving. Daarin is onder andere geregeld dat gemeenten dienen te beschikken over een VTHbeleid en dat er jaarlijks een VTH-uitvoeringsprogramma en VTH-jaarverslag worden gemaakt, waarover verantwoording dient te worden afgelegd aan zowel de gemeenteraad als de provincie. In artikel 7.6 van het Bor wordt nader ingegaan op de monitoring en registratie van de uitvoering en de handhaving. Hieronder is dit artikel weergegeven. Artikel 7.6. Monitoring 1.
2.
De bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, eerste en tweede lid, bewaken de resultaten en de voortgang van: a.
het bereiken van de krachtens die leden gestelde doelen;
b.
de uitvoering van de uitvoeringsprogramma's, bedoeld in artikel 7.3, eerste en tweede lid.
De bestuursorganen dragen zorg voor de registratie van gegevens die zijn verkregen in het kader van de uitvoering en handhaving.
De monitoring en registratie gebeurt binnen elke De6-gemeente op een eigen manier, afhankelijk van de ICT-pakketkeuzes die per gemeente verschillend zijn. Binnen de gemeente Rucphen wordt gewerkt met de volgende ICT-pakketten die voor de registratie en monitoring van VTH-taken van belang zijn: • GIS-VG (systeem voor vergunningverlening) • JOIN (postverwerkings- en archiefsysteem) Sigmax Citycontrol (signalerings en sanctiesysteem) • • V.I.K. (VeiligheidsInformatieKnooppunt) Binnen deze systemen worden dus de benodigde gegevens geregistreerd. Elke De6-gemeente kan vervolgens op eigen, lokale wijze invulling geven aan de monitoring, echter rekening houdende met hetgeen in paragraaf 2.2 van het VTH-beleid is beschreven met betrekking tot de beleidscyclus (Big 8). Binnen onze gemeente wordt periodiek, dat wil zeggen eenmaal per 6 maanden, de voortgang van zowel het VTH-beleid als het VTH-uitvoeringsprogramma van het lopende jaar gemonitord. Aan de hand van de resultaten kunnen daarna zo nodig relevante acties worden ondernomen, om zowel de kwalitatief als kwantitatief gestelde doelen uit zowel het beleid als het lopende uitvoeringsprogramma te behalen. De resultaten van de monitoring bieden dan weer de grondslag voor het eventueel aanpassen van de beleidsdoelen of de prioritering.
Tot nog toe heeft de monitoring nog niet geleid tot aanpassing van het VTH-beleid dat in januari 2018 is vastgesteld. Verordening kwaliteit Daarnaast stelt de Wet verbetering VTH de verplichting dat gemeenten een Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving dienen te hebben, waarin wordt vastgelegd hoe de kwaliteit van de uitvoering en handhaving wordt geborgd. Die verordening heeft iedere De6gemeente in januari 2018 vastgesteld, met een gelijke tekstuele inhoud. Vanuit de De6 is er een werkgroep "Verordening kwaliteit" opgestart. In deze werkgroep is een eenduidige monitor ontwikkeld waarmee de kwaliteit getoetst kan worden. In die verordening is bepaald dat de basistaken die worden uitgevoerd door omgevingsdiensten (in ons geval de OMWB) vanzelfsprekend aan de landelijk geldende kwaliteitscriteria dienen te voldoen. Momenteel gelden daarvoor sinds 1 juli 2019 de landelijke Kwaliteitscriteria versie 2.2. Ook voor de verzoektaken / plustaken gelden die landelijke kwaliteitscriteria. Met deze taken wordt bedoeld de niet-basistaken die onze gemeente toch laat uitvoeren door de OMWB.
14
Voor de overige niet-basistaken, genaamd de thuistaken, bepaalt de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving dat daarvoor eigen kwaliteitsvoorwaarden worden ontwikkeld. In een bijlage bij deze Verordening is opgesomd welke onderdelen het betreft. Het gaat hier over: 1. Dienstverlening; Uitvoeringskwaliteit van diensten en producten; 2. 3. Financiën; Waardering. 4. De afgelopen periode heeft de De6-werkgroep Verordening Kwaliteit VTH de laatste hand gelegd aan verdere uitwerking van de laatste onderdelen. Dit betrof onder andere het uitwerken van een enquête, die zowel de klant, de ketenpartners als de eigen medewerkers betreft, om deze weer input te laten zijn voor verdere kwaliteitsverbetering. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 januari 2021 dit voorstel aangenomen.
15
8. Capaciteit In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van alle taken in het VTH-uitvoeringsprogramma m.b.t. de urenraming 2021. Hieruit volgt het onderstaande beeld. 8.1. Conclusie Op basis van alle gegevens kan geconcludeerd worden dat er voldoende capaciteit is voor de geprogrammeerde uren. Wel merken we op dat er met name in het aantal beschikbare uren voor bouw- en woningtoezicht druk zit op de bestaande capaciteit, die mede wordt veroorzaakt door een toename van het aantal verleende omgevingsvergunningen, een toename van het aantal hand havingsverzoeken en de ambities met betrekking tot het projecten vitaal buitengebied en vitale recreatieparken. Wat betreft de beschikbare capaciteit voor Vergunningen (activiteit bouw) wordt opgemerkt dat er voldoende capaciteit is. Tabel 8.1 Overzicht capaciteit totaal
1~1111.111Wr
—i— Beschikbare uren
Totaal fte
Uren fte
Vergunning
4,58
1440
6592
Toezicht en Handhaving
1,2
1440
1728
Handhaving Juridisch
1,5
1440
VTH Wabo
2160 10480
Subtotaal
VTH Wabo ondersteuning Administratie
Totaal fte
Uren fte
0,4
1440
Subtotaal
Beschikbare uren 576 576 Beschikbare uren
Totaal fte
Uren fte
Toezicht en Handhaving (BOA)
4
1440
5760
Handhaving Juridisch
0,5
1440
720
Beleid en coördinatie 00V
1
1440
1440
Ondermijning/projecten
1
1440
00V
1440
Subtotaal
9360
TOTAAL
20416
8.2 Samenvatting capaciteit Tabel 8.2 is een samenvatting van alle capaciteitsberekeningen van alle taken in het integraal VTHuitvoeringsprogramma. In hoofdstuk 9 (VTH Wabo), hoofdstuk 10 (APV en Bijzondere wetten) en 11 (Integrale veiligheid) zijn de onderbouwingen en bijzonderheden beschreven en weergegeven. Tabel 8.2 Capaciteit per onderdeel
1697,5
9.1.
Bouwen totaal
9.1.
Bouwen (doelen en coördinatie)
9.1.1. Vergunning
0 967,5 500
9.1.2. Toezicht
230
9.1.3. Handhaving
16
9.2.
Slopen totaal
110
9.2.
Slopen (doelen en coördinatie)
0
9.2.1.
Vergunning
60
9.2.2.
Toezicht
20
9.2.3.
Handhaving
30
9.3.
RO totaal
2500
9.3.
RO strijdig gebruik (doelen)
0
9.3.1.
Vergunning
850
9.3.2.
Toezicht
100
9.3.3.
Handhaving
1550
9.4.
440
9.4.
Brandveiligheid totaal Brandveiligheid (doelen en coördinatie)
9.4.1.
Vergunning
40
9.4.2.
Toezicht
250
9.4.3.
Handhaving
150
9.5.
Milieu totaal
410
9.5.
Milieu
410
9.6.
Projecten totaal
3220
9.6.1.
Huisvesting Arbeidsmigranten
130
9.6.2.
Buitengebied
1040
9.6.3.
Landelijke Aanpak Adreskwaliteit
200
9.6.4.
Recreatieparken
1850
0
0
9.6.5.
30
9.7.
Klachten
9.7.1.
Klachten
30
9.7.2.
Calamiteiten asbest
0
9.7.3.
Calamiteiten hennep
10.
APV en Bijzondere wetten APV en Bijzondere wetten totaal
10.1.
APV en Bijzondere wetten (doelen en coördinatie)
1575,5 0 1128,5
10.1.1. Vergunning
297
10.1.2. Toezicht
150
10.1.3. Handhaving
17
11 Openbare orde en veiligheid 11.1
Openbare orde en veiligheid totaal
6537
Beleid en coördinatie
350
Toezicht en handhaving in de
3617
11.1
openbare ruimte
11.2
Georganiseerde criminaliteit en cybercrime
11.2
Zorg en veiligheid
930
11.2
Veilige buurt
300
11.2
Risico's en omgeving
470
870
8.3.Capaciteit berekening op basis van functie VTH inclusief openbare orde en veiligheid In tabel 8.3 zijn de beschikbare uren berekend voor 2021. De beschikbare uren zijn berekend op basis van de functie van de medewerker.
Tabel 8.3 Overzicht totaal aantal uren
iu
renraming 2021 5.157,5
VTH WABO
3250 Projecten & klachten totaal 8.112,5
APV/00V totaal
8.4. Beschikbare middelen Om uitvoering te kunnen geven aan de wettelijke taken en ambities zoals beschreven in dit uitvoeringsprogramma, zijn middelen nodig. Deze paragraaf gaat hier nader op in. In deze paragraaf worden niet de kosten met betrekking tot personeel inzichtelijk gemaakt. De totale capaciteit welke wij in eigen dienst hebben is hierboven weergegeven. Monitoring van de financiële consequenties van de uitvoering van taken/activiteiten op het gebied van VTH vindt continu plaats. Hiertoe vindt afstennmingsoverleg plaats en worden voortgangsrapportages opgesteld. Hierbij sluiten wij aan bij de Planning en Controlcyclus: lste en 2de Bestuursrapportage, Kadernota en Begroting en Jaarrekening. Uitvoeren Veiligheidsplan Buurtpreventie Buurtbemiddeling Cameratoezicht Handhaving Aanschaf materialen VTH Leasekosten C2000 apparatuur Flexibel personeelsbudget Wabo Bijdrage Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Bijdrage Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
18
C C C C C C C C C C
11.300,00 7.938,00 20.000,00 20.375,00 6.575,00 5.256,00 4.500,00 24.270,00 1.140.188,00 314.209,00
9. VTH Wabo 9.1.
Activiteit bouwen
De activiteit 'bouwen'valt alleen onder de Wabo als er ook daadwerkelijk sprake is van bouwen in de zin van deze wet. Er is sprake van 'bouwen'bij het 'oprichten of veranderen van een bouwwerk' en er sprake is van een bouwwerk. Specifieke doelen In De6-verband de vastgestelde toetsingsniveaus verder op elkaar afstemmen. In De-6 verband komen tot representatieve kengetallen op het gebied van handhaving en toezicht. Digitalisering. Coördinatie Dit betreft de coördinatie taken die buiten de VTH-procedure vallen. Bijvoorbeeld het Regieteam De6 en het opstellen de VTH-documenten. De coördinatie uren binnen een procedure vallen onder de VTH-taken. Bijvoorbeeld de coördinatie op een vergunningsprocedure met interne en externe adviseurs. Tabel 9.1 Activiteit bouwen
1697,5
9.1.
Bouwen
9.1.
Specifieke doelen
9.1.
Coordinatie
9.1.
Administratie 967,5
9.1.1. Vergunning a. Vergunningverleners b.
Constructeur
c.
Juridisch
967,5
9.1.2. Toezicht
500
9.1.3. Handhaving
230
*Constructie wordt aan een extern bedrijf uitbesteed. 9.1.1 Vergunningen In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld vergunning beschreven. In tabel 9.1.1. Vergunning bouw is aangegeven wat de geraamde aantallen en beschikbare tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld vergunning. In tabel 9.1: Activiteiten bouwen is het onderdeel 9.1.1. Vergunning gesplitst op functie. Dit is gedaan omdat het behandelen van vergunning niet enkel wordt gedaan door de vergunningverleners. De constructeur en de juridische medewerkers hebben ook een rol in het behandelen van vergunningen. Vergunningverleners De vergunningverleners zijn de casemanagers van de ingediende aanvragen en toetsen de aanvraag op de wet- en regelgeving waar aan getoetst moet worden volgens de toetsingsniveaus. In tabel 9.1.1. Vergunning bouw zijn de taken opgenomen van de vergunningverleners volgens het VTH-beleid.
19
Constructeur De constructeur beoordeelt de constructieve documenten die behoren bij een vergunningsaanvraag (constructieve veiligheid). De constructeur werkt volgens de toetsingsniveaus. Dit is uitbesteed aan een extern bedrijf Bouwinformatie Onder het onderdeel bouwinformatie helpen we de klant met informatieverzoeken, zoals of de vergunning-check goed is ingevuld. Bij informatieverzoeken wordt uitgezocht of er een vergunning noodzakelijk is en of de aanvraag vergund kan worden binnen de regels. Als dat niet het geval is wordt uitgezocht wat er wel kan worden verleend (Welstand is hierin geen onderdeel). Vaak moeten wij dus zo'n vraag of wens nader onderzoeken of uitzoeken. Om de klant beter van dienst te zijn, werken wij op afspraak. De informatie opvragen of een afspraak maken, gaat per email. Zo kunnen we relatief snel antwoord geven op vragen en komen klanten (burgers en bedrijven) niet voor niets naar het gemeentehuis. Als de vraag eenvoudig te beantwoorden is kan dit zelfs via e-mail. Zo maken we het onze klanten graag gemakkelijk, door deze laagdrempelige mogelijkheid voor het indienen van een bouwinformatie verzoek. Met de behandeling van een bouwinformatieverzoek worden veel voordelen behaald.
Zo wordt er bijvoorbeeld enerzijds preventief informatie gegeven over het al dan niet vergunningvrij bouwen of gebruiken, wat vervolgens weer scheelt in repressief toezicht en handhaving door de gemeente. Het streven is om veel voorkomende verzoeken sneller af te handelen dan de formele aanvraagprocedure van 8 weken. Vooroverleg/concept aanvraag Wanneer een bedrijf of burger vooraf meer zekerheid wil hebben over het wel of niet vergunningvrij zijn van bouwplannen of de haalbaarheid ervan, kunnen zij een conceptaanvraag indienen. De plannen worden dan getoetst aan het bestemmingsplan en welstand. Daarbij vanzelfsprekend ook zo veel mogelijk integraal aan overige mogelijke van toepassing zijnde weten regelgeving. Hierna kan een plan definitief worden uitgewerkt bij een positief antwoord op de conceptaanvraag. Het grote voordeel van een conceptaanvraag is dat de aanvrager zonder al te veel (onderzoeks)kosten te maken of zonder aan alle indieningsvereisten (o.a. uitgewerkte berekeningen en tekeningen) te moeten voldoen, te weten komt of het bouwplan voor een vergunning in aanmerking komt. Op deze manier kan ook een weigering van een formele aanvraag om omgevings-vergunning vaak worden voorkomen. En het kan er daarnaast voor zorgen dat de procedure voor een formele aanvraag om omgevingsvergunning sneller verloopt.
Welstand De gemeente heeft de wettelijke taak om te zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. In die taak beschikt de gemeente over veel instrumenten, waaronder het welstandbeleid dat specifiek is bedoeld voor het ruimtelijke kwaliteit van bouwwerken. De welstandsbeoordeling maakt op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) deel uit van de omgevingsvergunning bouwen. Op grond van deze beoordeling wordt de omgevingsvergunning geweigerd indien het bouwwerk, qua uiterlijk of plaatsing, in strijd is met de redelijke eisen van welstand. Het welstandsbeleid kent verschillende niveaus die zijn bepaald n.a.v. de waarde en gevoeligheid van gebieden. Per gebied kunnen dus verschillende criteria van toepassing zien. Daarnaast zijn er ook gebieden die welstandsvrij zijn. Hier gelden geen ruimtelijke kwaliteitsregels, waardoor de welstandsbeoordeling in het kader van een omgevingsvergunning achterwege blijft. Tot slot kunnen er ook losse objecten zijn, zoals monumenten. Voor veranderingen aan monumenten is meestal een omgevingsvergunning benodigd en wordt er dus ook getoetst aan de welstijdscriteria. De welstandsbeoordeling voor Rucphen wordt uitgevoerd door de externe welstands- en monumentencommissie van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). Deze commissie bestaat uit architecten en overige ruimtelijke en cultuurhistorische deskundigen.
20
Vergunningen bouw Onder vergunningen bouw verstaan we alle werkzaamheden die nodig zijn voor het behandelen van een aanvraag op de activiteit bouw. Deze werkzaamheden bestaan o.a. uit het volgende: • Verlenen, weigeren, wijzigen, intrekken of buiten behandeling stellen van aanvragen; • De regisseursrol op lopende aanvragen; • Het inhoudelijk toetsen van de aanvraag op de wet- en regelgeving. Vergunning worden getoetst volgens de in het VTH-beleid beschreven toetsniveaus (paragraaf 7.2.2. Toetsingsniveau of zie verder op in deze paragraaf "Toetsingsniveau". Monumenten Monumenten zijn belangrijk voor de cultuurhistorische waarde van onze fysieke leefomgeving. Zij vertegenwoordigen zichtbaar de (bouw)geschiedenis van Nederland en Rucphen in het bijzonder en versterken daardoor ons culturele en historische besef. In brede kring wordt onderkend dat onze monumenten een belangrijke maatschappelijke waarde vertegenwoordigen waaraan aandacht moet worden geschonken. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de advisering bij de aanwijzing van rijksmonumenten door het Rijk, voor de borging van het cultureel erfgoed in de bestemmingsplannen, het verlenen van vergunningen voor restauratie of wijziging van monumenten en voor het houden van toezicht. Deze adviestaak hebben wij, net als de welstandstaak, ondergebracht bij de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB).
De advisering wordt uitgevoerd door de gecombineerde welstands- en monumentencommissie. De wettelijke taak van de commissie (en in sommige gevallen van de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed) is het adviseren over aanvragen met de activiteit 'monumenten'. De gemeente heeft op dit moment 23 Rijksmonumenten en 0 gemeentelijke monumenten. Toetsingsniveaus In paragraaf 7.2.2. Toetsingsniveaus uit het VTH-beleid zijn de 5 toetsingsniveaus opgenomen, namelijk:
Extra hoog
Niveau 4
Hoog
Niveau 3
Middel
Niveau 2
Laag
Niveau 1
Extra laag
Niveau 0
Indien de vakspecialist het noodzakelijk acht dat een concrete vergunningsaanvraag op een hoger niveau wordt getoetst, dan is het eerste hogere niveau van toepassing. Niveau 0 Het niet beoordelen of aan een voorschrift wordt voldaan. Niveau 1 Uitgangspuntentoets: bevatten de stukken voldoende informatie over de uitgangspunten? Gecontroleerd wordt of de globale uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het desbetreffende aspect te kunnen toetsen, in voldoende mate en in samenhang zijn weergegeven. Niveau 2 Visueel toetsen: kloppen de uitgangspunten en lijken de uitkomsten aannemelijk? Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn, waarbij van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk. Niveau 3 Representatief toetsen: controle van de maatgevende onderdelen. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de aangeleverde stukken om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de 21
juiste vorm zijn aangeleverd. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk zijn. De maatgevende berekeningen worden gecontroleerd dan wel nagerekend. Niveau 4 Volledig toetsen: alles in samenhang controleren. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken, aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen, in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en worden de uitkomsten gecontroleerd/nagerekend. In het onderdeel specifieke doelen van deze paragraaf is opgenomen dat we binnen de De6 de uitwerking van de toetsingsniveaus in 2019 op elkaar gaan afstemmen. Tabel 9.1.1. Vergunningen bouw
Vergunningen bouw
967,5
Bouwinformatie
130
0,5
65
Vooroverleg
60
3
180
Welstand
10
0,5
5
Vergunningen
200
3
600
Aanlegvergunningen
5
2,5
12,5
Uitwegvergunning
35
1,5
52,5
Kapvergunning
35
1,5
52,5
9.1.2. Toezicht In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld toezicht beschreven. In tabel 9.1.2. Toezicht bouw is aangegeven wat de geraamde aantallen en beschikbare tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld toezicht. Toezicht bouw Als uitgangspunt geldt dat iedere verleende omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen volgens een vaste controlefrequentie wordt gecontroleerd. Afhankelijk van de indeling worden er één of meerdere controles uitgevoerd. De huidige categorie indeling wordt samen met toetsingsniveau (vergunningverlening) in 2019 herzien in De6 verband. Als uit de prioriteitenlijst van het VTH-beleid blijkt dat er een hogere prioriteit aan gekoppeld moeten worden, dan wordt deze ingeschaald in een hogere categorie. Op systematische wijze wordt tijdens de bouw gecontroleerd op de naleving van wettelijke voorschriften. Hiervoor zijn checklists gemaakt. Uitgangspunt is dat iedere vergunning wordt gecontroleerd, vaak meerdere keren. Het aantal controles van een gebouw is afhankelijk van de categorie waar een bouwwerk in valt. Monumenten Met de instandhoudingsplicht die in de Erfgoedwet is geïntroduceerd, wordt toezicht nog belangrijker. Met de instandhoudingsplicht kan de gemeente een eigenaar aanspreken die zijn monument niet (goed) onderhoudt.
De gemeente kan in het uiterste geval ook handhavend optreden om het noodzakelijke onderhoud af te dwingen. Wel dient handhaving proportioneel te zijn. Dit betekent dat een gemeente niet moet wachten tot een alomvattende restauratie nodig is. Om te kunnen bepalen of een monument goed wordt onderhouden of niet is het belangrijk inzicht te krijgen in de staat waarin onze Rijksmonumenten verkeren.
22
Vergunningsvrij bouwen Aan de hand van luchtfoto's worden periodiek administratieve en/of feitelijke controles uitgevoerd. Ditzelfde geldt voor verzoeken die binnenkomen met betrekking tot bouwactiviteiten, waarvoor bij ons geen vergunning bekend of noodzakelijk is. Hier moet overigens wel controle op worden gehouden in het kader van de zorgtaak van de gemeente en de wettelijke registratieverplichting op grond van de Basis Administratie Gebouwen (BAG). Wij zien wel een tendens dat hier meer verzoeken tot handhaving voor binnen komen. Tabel 9.1.2. Toezicht bouw
9.1.3.Handhaving In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld handhaving beschreven. In tabel 9.1.3. Handhaving bouw is aangegeven wat de geraamde aantallen zijn en de beschikbare tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld handhaving Landelijke Handhavingsstrategie Wij hebben de Landelijke Handhavingsstrategie (hierna: LHS) vastgesteld op 5 april 2016. De strategie wordt toegepast voor alle toezicht- en handhavingstaken met betrekking tot de omgevingstaken. De LHS is een sanctiestrategie. Dit wil zeggen dat in de strategie is bepaald hoe en wanneer wordt opgetreden bij overtredingen van de wet- en regelgeving. Repressieve handhaving Bij repressieve handhaving is sprake van niet naleving van een regel en is daardoor sprake van een overtreding. De instrumenten zijn dan ook gericht op beëindiging van die overtreding met een bestuursrechtelijke maatregel. Repressieve handhaving kan voortkomen uit toezicht, klachten en meldingen. Verzoek tot handhaving Op grond van jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is de gemeente in de regel verplicht om handhavend op te treden tegen een overtreding indien daarom door derde belanghebbenden met een verzoek tot handhaving wordt verzocht. Van deze zogenaamde beginselplicht tot handhaving mag slechts in bijzondere omstandigheden worden afgeweken.
Bijvoorbeeld als er concreet zicht op legalisatie bestaat, of wanneer de gevolgen van handhavend optreden onevenredig in verhouding staan met het met handhaving te dienen belang. Een belangrijk aspect bij de behandeling van verzoeken tot handhaving is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Deze wetgeving biedt aan verzoekers om handhaving de mogelijkheid om aan de overheid een dwangsom op te leggen wanneer deze niet tijdig op het verzoek tot handhaving beslist. De gemeente kan bij nalatigheid dus financiële risico's lopen. Tabel 9.1.3.Handhaving bouw (project buitengebied is meegenomen in 9.6)
230
9.1.3. Handhaving bouw Repressieve zaken -bebouwde kom
120
-buitengebied
70
- industrie
30
Verzoek handhaving
10 23
9.2 Slopen De activiteit 'slopen'omvat de werkzaamheden in het kader van vergunningen/meldingen, toezicht en handhaving op het gebied de activiteit slopen. Onder 'slopen' wordt verstaan: het afbreken van een bouwwerk of een gedeelte daarvan. Het kader voor deze activiteiten is voornamelijk het Bouwbesluit. In 2017 is door een wetswijziging het basistakenpakket van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (hierna: OMWB) aangepast. Dit heeft tot gevolg dat het toezicht op bedrijfsmatige verwijdering van asbest vanaf 2018 ondergebracht is bij de OMWB als basistaak. Coördinatie (OMWB) De coördinatie OMWB betreft benodigde capaciteit voor de coördinatie over het door de omgevingsdienst uit te voeren taken met betrekking tot de asbestwerkzaamheden. De coördinatie uren binnen een procedure vallen onder de VTH-taken. Tabel 9.2. Slopen Urenraming 2021 130
9.2.
Slopen
9.2.
Specifieke doelen
9.2.
Coördinatie (OMWB)
9.2.
Administratie
20
9.2.1. Vergunning
60
9.2.2. Toezicht
20
9.2.3. Handhaving
30
9.2.1. Vergunning/Melding In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld vergunning beschreven. In tabel 9.2.1. Vergunning/melding slopen is aangegeven wat de geraamde aantallen en beschikbare tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld vergunning. Bij bouwwerkzaamheden kan sprake zijn van (gedeeltelijk) slopen. In dat geval moet er een sloopmelding worden gedaan. Wanneer er een sloopmelding moet worden ingediend, volgt uit het Bouwbesluit. Dit is bijvoorbeeld het geval als er meer dan 10 m3 sloopafval vrijkomt, of als er sprake is van asbest. In sommige gevallen is een sloopvergunning nodig. Dit is bijvoorbeeld het geval als gesloopt wordt in nabijheid van, of aan monumenten. Onder bepaalde voorwaarden mag een particulier zelf zijn asbest verwijderen. Wordt er niet voldaan aan deze voorwaarden, dan moet ook een particulier het asbest laten verwijderen door een gecertificeerd bedrijf. Het asbest laten verwijderen door een gecertificeerd bedrijf volgt onder de categorie bedrijfsmatige asbest verwijdering (basistaak van de OMWB).
24
Tabel 9.2.1. Vergunningen/meldingen slopen
9.2.1. Vergunningen/ meldingen slopen
60 5
2
10
100
0,5
50
- Particulier
0
0
0
- Bedrijfsmatig
0
0
0
Vergunning Melding
9.2.2. Toezicht In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld toezicht beschreven. In tabel 9.2.2. Toezicht slopen is aangegeven wat de geraamde aantallen en beschikbare tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld toezicht. Toezicht sloop Bij het slopen van bouwwerken kan sprake zijn van het vrijkomen van asbest. Bij saneringen van asbest wordt gecontroleerd of de werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de wettelijk voorgeschreven wijze. Daarnaast wordt toezicht gehouden op situaties waarbij (door de slechte staat van een gebouw) asbest kan vrijkomen.
Tabel 9.2.2. Toezicht slopen Kental (uren)
Urenraming . , 20
9.2.2. Toezicht slopen Vergunning
10
Melding
10
- Particulier - Bedrijfsmatig
9.2.3. Handhaving In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld handhaving benoemd. In tabel 9.2.3. Handhaving slopen is aangegeven wat de geraamde aantallen en beschikbare tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld handhaving. Repressieve handhaving/verzoek tot handhaving Voor een omschrijving van de taak "repressieve handhaving" en "verzoek tot handhaving" verwijzen wij u naar paragraaf 9.1.3. Tabel 9.2.3.Handhaving slopen
25
9.3 RO strijdig gebruik De activiteit 'ruimtelijke ordening/planologisch strijdig gebruik' (hierna: RO) omvat de werkzaamheden in het kader van vergunningen, toezicht en handhaving op het gebied van RO. In een bestemmingsplan worden bestemmingen van gronden aangewezen voor een bepaald gebied binnen de gemeentegrenzen. Het bestemmingsplan bevat bebouwings- en gebruiksregels. Een bedrijf of burger kan een (bouw)plan hebben dat niet in het bestemmingsplan past. Een vergunningaanvraag zou dan normaal moeten worden geweigerd. De Wabo bevat verschillende bepalingen die het de gemeente mogelijk maken, indien dat wenselijk wordt geacht en past binnen de lokale beleidsregels, om in die gevallen toch medewerking te kunnen verlenen aan nieuwe initiatieven, die niet passen binnen het bestemmingsplan. Het kan hierbij gaan om zowel afwijkingen van de bebouwingsregels (oppervlakte, goot- en nokhoogte, locatie) alsook van de gebruiksregels. De gemeente heeft daarbij de bevoegdheid tot het nemen van de volgende besluiten 'handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening': • • • •
het verlenen van een omgevingsvergunning met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid; het verlenen van een omgevingsvergunning met een buitenplanse afwijkingsmogelijkheid (kruimelgevallen); het verlenen van een omgevingsvergunning met een tijdelijke afwijkingsmogelijkheid (valt ook onder kruimelgevallen). voor grotere afwijkingen van het bestemmingsplan kan medewerking worden verleend door een omgevingsvergunning te verlenen met een buitenplanse afwijking (projectbesluit) of door een wijziging of herziening van het bestemmingsplan (waarbij na vaststelling een omgevingsvergunning kan worden verleend).
In al deze gevallen kan een 'afwijking/ontheffing' worden verleend, maar is hiertoe geen verplichting. De gemeente beoordeelt of toepassing van een van de mogelijkheden mogelijk en/of wenselijk is. Tabel 9.3. RO Strijdig gebruik
9.3.
RO strijdig gebruik
9.3.
Specifieke doelen
2500
9.3.1. Vergunning
850
9.3.2. Toezicht
100
9.3.3. Handhaving
1550
9.3.1. Vergunning In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld vergunning benoemd. In tabel 9.3.1. Vergunning is aangegeven wat de geraamde aantallen en beschikbare tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld vergunning. Vergunning RO De vergunning RO is bedoeld om het in het bestemmingsplan opgenomen gebruik (tijdelijk) te wijzigen. Deze wijzigingen kunnen binnenplans of buitenplans van aard zijn. Binnenplanse wijzigingen zijn afwijkingsmogelijkheden waarin het bestemmingplan zelf reeds voorziet en kaders schetst. Wijzigingen of afwijkingen waarin het bestemmingsplan zelf niet voorziet zijn buitenplans. Buitenplanse RO vergunningen kunnen afhankelijk van de aard en omvang via de reguliere procedure (de zogenaamde kruimels) of de uitgebreide procedure worden afgehandeld.
26
Tabel 9.3.1. Vergunning RO
850
9.3.1. Vergunningen RO 3
120
90
5
450
Kruimel art. 4, lid 9
5
11
55
Buitenplans
5
45
225
Binnenplans
40
Kruimel
9.3.2. Toezicht In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld toezicht benoemd. In tabel 9.3.2. Toezicht is aangegeven wat de geraamde aantallen en beschikbare tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld toezicht. Het betreft het toezicht op verleende ontheffingen volgens de Wet ruimtelijke ordening en het gebruik op basis van het bestemmingsplan (o.a. strijdig gebruik). Tabel 9.3.2. Toezicht RO
9.3.2. Toezicht RO
100
Vergunning
50
Strijdig gebruik
50
9.3.3. Handhaving In dit onderdeel worden de taken binnen het taakveld handhaving benoemd. In tabel 9.2.3. Handhaving slopen is aangegeven wat de geraamde aantallen en beschikbare tijd is voor het behandelen van taken onder het taakveld handhaving. Specifieke aandacht verdient het toezicht op en naleving van de retrospectieve toets. Een retrospectieve toets geeft aan welke situaties in bouw en in gebruik er bestaan die niet in overeenstemming zijn met de vigerende bestemmingsplannen en verleende vrijstellingen. In deze toets wordt aangegeven in welke situaties een nieuwe bestemming wordt gegeven, waarmee een strijdige situatie gelegaliseerd wordt. Datzelfde geldt voor de locaties waarop geen of geen volledige landschappelijke inpassing van bebouwing heeft plaatsgevonden, terwijl dat wel verplicht is gesteld in een ruimtelijk plan. Ook hier worden in 2021 nadere juridische stappen tegen ondernomen. Repressieve handhaving/verzoek tot handhaving Voor een omschrijving van de taak "repressieve handhaving" en "verzoek tot handhaving" verwijzen wij u naar paragraaf 9.1.3.
27
Tabel 9.3.3. Handhaving RO
9.3.3.1 Handhaving RO
1550
Repressieve zaken
1295
Verzoek tot handhaving
255
9.4. Brandveiligheid De activiteit 'brandveiligheid'omvat de werkzaamheden in het kader van vergunningen, toezicht en handhaving op het brandveilig bouwen en gebruik van gebouwen, open terreinen en bij evenementen. Het kader voor deze activiteiten is het bouwbesluit en het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (hierna: BGBOP). Binnen dit taakveld wordt samengewerkt met Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Binnen de Veiligheidsregio is het basistakenpakket (hierna: BTP) vastgesteld. Risicogericht toezicht en bestuurlijke prioriteiten —Basistakenpakket Brandweer Midden- en West-Brabant kiest er voor om toezicht daar te plegen waar de fysieke veiligheidsrisico's het hoogst zijn. Het doel daarbij is bewustzijn van (brand)veiligheid realiseren bij objecteigenaren en -gebruikers. Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Midden en West Brabant heeft binnen het BTP de volgende prioriteiten benoemd: 1. 2. 3. 4.