8a b&w Beleidskader Geweld in Afhankelijksrelaties en meldpunt crisiszorg
Tekst van het document
In de Gemeenschappelijke Regeling voor Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA) en Meldpunt Crisiszorg West-Brabant, gepubliceerd in de Staatscourant van 27 augustus 2020, hebben gemeenten de onderlinge samenwerking geregeld. Daarin is terug te vinden hoe besluiten worden genomen en hoe er bestuurlijk en ambtelijk wordt samengewerkt. Daar wordt in dit beleidskader verder niet op ingegaan. In dit tweede deel zoomen we in op het Meldpunt Crisiszorg als netwerkorganisatie. Achtereenvolgens gaan we in op de ontwikkeling van het Meldpunt crisiszorg tot een meldpunt voor acute en niet acute zorgmeldingen, de gemeentelijke verantwoordelijkheid daarin, de financiën en tenslotte monitoring. 2. Meldpunt crisiszorg, een netwerkorganisatie Gemeenten zijn in het kader van de jeugdwet en de Wmo 2015 verantwoordelijk voor het voeren van de regie en het inkopen van zorg. Een onderdeel hierbij is de crisiszorg. In het jaar 2019 hebben de gemeenten van West-Brabant op basis van een door hen samen met netwerkorganisaties vastgestelde eenduidige visie op de crisiszorg het Meldpunt Crisiszorg ingericht. Dit meldpunt is per 1 september 2019 operationeel. De aansturen van het Meldpunt is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeenten In West-Brabant en de betrokken netwerkpartners, die hiervoor het samenwerkingsdocument hebben getekend.
Veilig Thuis fungeert juridisch als opdrachtnemer en ontvangt de voor het meldpunt beschikbare gemeentelijke financiële middelen. Gekozen is voor een netwerkorganisatie omdat alle partijen die een taak en verantwoordelijkheid hebben voor de uitvoering van crisiszorg belang hebben bij een éénduidige 7x24 uurs toegang tot de crisiszorg. Dit vraagt om samenwerking en gezamenlijk gedragen verantwoordelijkheid. Voor de aansturing van het Meldpunt is uit de samenwerkingspartners een stuurgroep gevormd waarin vier wethouders (van de gemeenten Altena, Breda, Roosendaal en Rucphen) en zes netwerkpartners (GGD, GGz Breburg, IMW, WijZijn Traversgroep, Veilig Thuis, Spring). Eén van de bestuurders van de gemeenten vervult de rol van voorzitter. Operationeel is het Meldpunt bij Veilig Thuis ondergebracht; de bestuurder van Veilig Thuis is eerste aanspreekpunt voor de coördinator van het Meldpunt; deze bestuurder schakelt met de stuurgroep of met de voorzitter van de stuurgroep. Op de website van het Meldpunt Crisiszorg wordt aangegeven wat er met een melding wordt gedaan, Meldpunt Crisiszorg West-Brabant - Home (meldpuntcrisiszorgwestbrabant.n1).
Regionaal beleidskader 2022- 2025GIA en Meldpunt crisiszorg 1 19
•
3. Ontwikkeling naar Meldpunt voor acute en niet-acute zorgmeldingen In het visiedocument is het begrip crisis als volgt gedefinieerd:
Regionaal beleidskader 2022- 2025GIAe n Meldpunt crisiszorg 1 20
Een crisis is een ernstige en acute verstoring van het dagelijks functioneren waarbij onmiddellijk professioneel gehandeld moet worden om (verdere) emotioneel, fysieke of psychische schade bij de betrokkene en diens omgeving te voorkomen of te beperken waarbij de veiligheid wordt hersteld en de situatie wordt genormaliseerd.
Al snel werd voor het meldpunt Crisiszorg duidelijk dat de begrippen ernstig en acuut door burgers en professionals zeer verschillend wordt ervaren. Wat voor de één ernstig en acuut is, hoeft dat voor een ander nog niet zo te zijn. Dat maakt dat het Meldpunt vanaf de start ook behoorlijk wat meldingen ontvangt waarbij er nog geen sprake is van crisis. Deze meldingen vragen echter wel om opvolging. De melder krijgt advies of het Meldpunt zorgt ervoor dat de melding wordt doorgeleid naar reguliere hulp (denk aan bemoeizorg, wijk-GGD, maatschappelijk werk, CJG etc). Tevens hebben enkele ontwikkelingen er toe geleid dat het meldpunt crisiszorg verbreding van de taakstelling behoefde: •
•
•
De gemeenten, verantwoordelijk voor GGD-WestBrabant en daarmee ook voor het Meldpunt Zorg&Overlast van de GGD, willen zo min mogelijk versnippering en meldpunten en spraken de wens uit om dit meldpunt te laten integreren met het meldpunt Crisiszorg. De GGD is vanaf de start partner in het Meldpunt Crisiszorg. Inmiddels zijn beide meldpunten samengevoegd en werkprocessen gestroomlijnd. De Wet verplichte ggz is per 1 januari 2020 van kracht geworden Gemeenten hebben vanaf die datum de verantwoordelijkheid voor enkele taken zoals 'het horen'van een betrokkene waar de (loco)burgemeester voornemens is een crisismaatregel (verplichte ggz-zorg) te treffen. Daarnaast hebben de gemeenten de plicht een meldpunt te hebben waar burgers (en professionals) melding kunnen doen over een persoon waarvan het ernstig vermoeden is dat deze verplichte ggz-zorg nodig heeft. De gemeenten hebben deze twee taken belegd bij het meldpunt Crisiszorg. Vanuit de landelijke aanpak Verward Gedrag'is aangestuurd op de inrichting van een landelijk meldpunt waar burgers eerder kunnen melden bij
7 Het begrip verward gedrag wordt tegenwoordig veelal aangeduid als 'Onbegrepen gedrag'
zorgen rond verward gedrag, voordat de situatie acuut en ernstig wordt. Dit landelijke 'Meldpunt zorgwekkend gedrag'(telefoonnummer 0800 1205) leidt bellers direct (automatisch) door naar een regionaal Meldpunt. Het Meldpunt Crisiszorg fungeert8 in deze als regionaal meldpunt zorgwekkend gedrag. 3.1 Verdere doorontwikkeling en nieuwe instroom verwacht Het huidige meldpunt is een pragmatische variant. Het schakelt met de Crisisdienst van de GGZ bij meldingen die vragen om acuut ingrijpen en waarbij sprake is van psychiatrische problematiek. De ggz-crisisdienst beoordeelt middels triage voor acute psychiatrische hulp (APH-triage) of de crisisdienst van de ggz er daadwerkelijk op af moet. Politie en huisartsen kunnen de crisisdienst van de GGZ ook rechtstreeks zelf benaderen. Na intensief vooroverleg met de GGZ-organisaties heeft de stuurgroep eind september 2021 besloten op besloten om tot één gezamenlijk meldpunt te komen waarin zowel acute als niet-acute meldingen worden gedaan en waar ook de APH-triage plaatsvindt en consultatie kan plaatsvinden. Huisartsen en politie kunnen dan via het meldpunt al hun meldingen doen. Het streven is erop gericht dat per 1 januari 2022 alle meldingen via het Meldpunt (0800 5099) binnen komen en dat de triage in het meldpunt plaatsvindt. Hiertoe leveren de ggz-organisaties ook een triagist 7x24 uur.
Meldpunt en GGZ zorgen dan gezamenlijk voor de bezetting van het Meldpunt. Vanuit de landelijke politie in samenwerking met de betrokken ministerie en de VNG wordt gewerkt aan een meldformulier waarmee de politie de meldingen verward gedrag (E33 meldingen) bij de regionale meldpunten kan indienen, via veilige mail. Het streven is erop gericht om dit in de maand april van 2022 mogelijk te maken. Hoe met deze meldingen om te gaan is onderwerp van overleg en afstemming van Meldpunt met gemeenten, wat in het eerste kwartaal van 2022 plaats zal vinden. Gelet op deze ontwikkeling stellen we voor de politie te vragen plaats te nemen in de stuurgroep van het Meldpunt. 3.2 Feiten, cijfers en zeer globale aannames In het jaar 2020 zijn bij het Meldpunt 445 meldingen binnengekomen, 200 meldingen Zorg&Overlast en 309 adviesvragen. Daarnaast heeft het meldpunt in het kader van de Wvggz 114 keer een betrokkene gehoord binnen het proces van een crisismaatregel en zijn er 52 meldingen ontvangen over personen waarvoor mogelijk verplichte ggz-zorg nodig is; deze laatste meldingen zijn doorgezet naar het OGGZ-team in Westelijk Noord-Brabant of bemoeizorgteam in de regio Breda voor een verkennend onderzoek.
8 Deze doorontwikkeling tot Meldpunt voor niet-acute zorgen is mede mbv subsidie van ZonMw gerealiseerd
2022
iiiáll
Over het jaar 2021 zijn nog niet alle gegevens beschikbaar; globaal er in de maanden januari tot en met augustus 100 meldingen per maand binnengekomen; dat komt neer op 1.200 per jaar. Dit aantal neemt in het jaar 2022 naar verwachting verder toe. De verdergaande samenwerking met de ggz-organisaties leidt ertoe dat de meldingen die nu nog rechtsreeks bij hen binnenkomen ook bij het Meldpunt binnen gaan komen. Een eerste grove inschatting is dat het gaat om 600 tot 700 meldingen per jaar. Daarnaast wordt ingeschat dat er nog eens tussen de 4.000 en 5.000 maal jaarlijks gebeld wordt voor consult. Wat betreft de politiemeldingen die via mail bij het meldpunt binnen gaan komen; dit zal globaal gaan om 6000 tot 7000 (afgeleid uit de twee maande pilot Breda daar ging het om 700 meldingen). Zoals al aangegeven gaat het hier om hele grove inschattingen voor wat betreft het aantal meldingen dat in het jaar 2022 en volgende jaren bij het Meldpunt binnen gaat komen. We moeten gelet op de ontwikkelingen rekening houden met een flinke stijging van het aantal meldingen. 4. Gemeentelijke verantwoordelijkheid We zien als gemeenten twee rollen voor onszelf weggelegd: die van financier en die van samenwerkingspartner. Financieel zijn we verantwoordelijk voor de meldingen die na beoordeling leiden tot inzet van jeugdhulp of hulp in het kader van maat-schappelijke ondersteuning.
Meldingen die naar beoordeling leiden tot ggz-hulp of consult vallen financieel onder verantwoordelijkheid van de zorgverzekeraar (de generieke module acute psychiatrie > GMAP). Omdat we als gemeenten niet als enige financier en daarmee ook enige opdrachtgever zijn voor het meldpunt zien we onszelf tevens als partner in deze netwerkorganisatie. Vanuit die rol als partner nemen we deel aan de stuurgroep van het Meldpunt met minimaal twee bestuurders. Zo kunnen we ons belang bij een goede uitvoering van de
crisiszorg optimaal behartigen. De samenwerkingsafspraken en de doorontwikkelingen die gezamenlijk zijn ingezet zijn voor ons kader stellend. Voor de komende beleidsperiode vragen lopende en nieuwe ontwikkelingen rond het meldpunt ons inziens aandacht: 4.1 Versterken van de communicatie naar burgers en netwerkpartners Het Meldpunt is nog onvoldoende bekend bij burgers en professionals. Dit behoeft verbetering. Tevens zal helder moeten zijn wat beller van het Meldpunt mogen verwachten. Hierbij is het belangrijk dat burgers en ook professionals zich bewust zijn van de eigen verantwoordelijkheid in zorg en ondersteuning naar medeburgers. Om de verwachtingen scherper te kunnen communiceren is een naamsverandering van het meldpunt wenselijk. Het meldpunt fungeert behalve als een meldpunt bij acute en (niet) acute zorgen, vooral ook als een consult- en adviespunt. 4.2 Hoe de regie door het crisismeldpunt wordt ingevuld Dit tot het moment dat de veiligheid is gestabiliseerd en de situatie is genormaliseerd en/of er een overdracht heeft plaatsgevonden aan het lokale veld, een zorgaanbieder of Veilig Thuis. Hierop aansluitend hoe binnen 24 uur een (warme) overdracht plaats vindt aan de (jeugd) professionals in het lokale veld, zorgaanbieder of Veilig Thuis en hoe de plaatsing op een crisisbed (bij de verschillende organisaties) plaats vindt.
Het meldpunt kan meldingen doorzetten naar reguliere hulp of een crisisdienst inzetten. Het meldpunt beschikt niet (nog) over de mogelijkheid om informatie te verzamelen over opvolging van meldingen. Een nieuwe wet is in voorbereiding, het Wetsvoorstel Aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams), maar uitgesteld tot medio 2023. Vraag die ons inziens voorligt is welke behoeft er is om wél over deze informatie te beschikken en ook of het wenselijk is om over meer informatie te beschikken? Dit willen we graag met de netwerkpartners en het Meldpunt verkennen. 4.3 De triagefunctie acute psychiatrische hulp van de ggz samengebracht in het meldpunt De stuurgroep Meldpunt crisiszorg heeft hiertoe al de processtappen vastgesteld die leiden tot een geïntegreerde toegang en triage voor alle meldingen (inclusief consult) die vanaf 1 januari 2022 bij het meldpunt binnen komen. Deze processtappen zullen vanuit de stuurgroep bewaakt en gemonitord worden.
Regionaal beleidskader 2022- 2025 GIA r n Meldpunt crisiszorg 1 21
De managementinformatie van het meldpunt behoeft nog verbetering. Globaal wordt gesteld dat ruim 40% van de meldingen afkomstig is van professionals, tegenover 60% van inwoners. De meldingen worden bijna net zoveel buiten als tijdens kantooruren gedaan. In minder dan 5% van het totaal aantal meldingen wordt er uiteindelijk een crisisinterventie verlangd van de crisisdiensten en een klein percentage betreft meldingen en adviezen over jeugd, waarbij een groot aantal meldingen gaat over pedagogische onmacht. Dit laatste zou mogelijk in relatie kunnen staan tot de periodes waarin er sprake was van een lock-down en gezinnen werden geconfronteerd met een andere thuissituatie en de spanningen hierdoor opliepen.
Regionaal beleidskader 2022 - 2025 GIAen Meldpunt crisiszorg 1 22
4.4 De gemeentelijke werkprocessen met betrekking tot niet-acute zorgmeldingen De politie treft voorbereidingen om per 1 januari 2022 niet-acute zorgmeldingen met zo weinig mogelijk administratieve lasten op een landelijk uniforme manier, veilig en snel door te zetten naar de meldpunten zorgwekkend gedrag, zodat zorg verleend kan worden. In West-Brabant is dat het Meldpunt crisiszorg. Dit heeft consequenties voor de huidige werkprocessen die lokaal (iedere gemeente voor zich) zijn ingericht voor deze niet-acute meldingen van de politie. In het najaar van 2021 worden al de eerste verkenningen gedaan en nagegaan of gemeenten hierin gezamenlijk kunnen optrekken of dat de situatie per gemeente dit niet mogelijk maakt. Voorkomen moet worden dat zowel het meldpunt met meldingen aan de slag gaat als ook individuele gemeenten. Deze gewijzigde situatie zal in de beleidsperiode de nodige aandacht vragen. 4.5 Visiedocument en samenwerkingsconvenant actualiseren Gezien bovenstaande ontwikkelingen is het evident dat het begin 2019 vastgestelde visiedocument en het in datzelfde jaar ondertekende samenwerkingsconvenant worden geactualiseerd. Aandachtspunt hierbij is ook het privacyvraagstuk, gezien de uitbreiding van taken. We willen ons als gemeenten hierbij tevens bezinnen op de werking van het Meldpunt.
Naast de positieve werking van het Meldpunt, zorgen dat bij acuut onveilige situaties er adequaat en direct hulp kan worden ingezet en bij niet-acute situaties er advies wordt gegeven of reguliere hulp wordt ingeschakeld, kent het meldpunt ook een schaduwkant. Vanaf de start zijn er torenhoge verwachtingen, die het meldpunt niet waar kan maken en waarvan het ons inziens ook niet wenselijk is dat het meldpunt die waarmaakt. Het gegeven dat burgers en professionals kunnen melden kan bijvoorbeeld leiden tot handelingsverlegenheid, terwijl zowel burger als professional vak ook zelf nog het nodige kan doen. Vanuit het meldpunt zal daarom ook altijd kritisch gekeken moeten worden of er sprake is van handelingsverlegenheid en hoe daar mee om te gaan. Veel meldingen (denk aan die van de politie) kunnen ook leiden tot langere wachtlijsten bij de hulpverlening; hetgeen tot frustratie leiden bij zowel melder als hulpverlenende organisatie. Hoe hiermee om te gaan zal geregeld onderwerp van overleg zijn tussen betrokken partijen.
5. Financiën De realisatie van het Meldpunt is in 2019 voor gemeenten budgetneutraal gerealiseerd. Op basis van die begroting is in volgende jaren het budget voor het meldpunt vastgesteld. Voor het jaar 2022 is beschikbaar voor het meldpunt (gepubliceerd subsidieplafond): voor de uitvoering van reguliere taken van het meldpunt
a
€ 428.549
b
€
c
€ 108.696
voor de bijdrage vanuit Veilig Thuis aan het meldpunt
d
€ 68.036
voor de bijdrage van IMW Breda aan het meldpunt
53.407
voor de uitvoering van Wvggz taken
C 658.688 totaal
De bijdragen a) en b) worden door de 16 gemeenten gezamenlijk opgebracht. Over de verdeelsleutel maken gemeenten onderling nadere afspraken; de oorspronkelijke verdeelsleutels van deze budgetten (jeugdmacrobudget en Wvggz-budgetten binnen het gemeentefonds) zijn ingewikkeld en ondoorzichtig. Een verdeelsleutel op basis van inwoneraantallen heeft de voorkeur en sluit ook aan op de taken van het Meldpunt, wat er is voor alle burgers van 0-100, zonder onderscheid te maken tussen jeugd en volwassenen of bijzondere groepen. De bijdragen c) en d) zijn in overleg met Veilig Thuis en het IMW onttrokken aan de jaarlijkse reguliere subsidie voor beide organisatie en worden via de gemeente Breda beschikbaar gesteld voor het Meldpunt. De inrichting en realisatie van één toegang / gezamenlijk meldpunt waarin de reeds bij het meldpunt belegde taken als ook de APH-triage van de ggz- organisaties plus consultatie wordt belegd zal voor gemeenten budgetneutraal verlopen. De APH-triagisten van de ggz-organisaties worden bekostigd door de ggz (financier is de zorgverzekeraar). Mogelijk dat op termijn efficiency winst geboekt kan worden voor gemeenten en ggz-organisaties. De instroom van politiemeldingen kan daarentegen leiden tot de noodzaak van capaciteits-uitbreiding. Dit zal in de loop van 2022 duidelijk worden.
Binnen het beschikbare budget van gemeente zit in het jaar 2022 nog beperkt ruimte (afgerond € 55.000). Dit komt omdat de subsidie die voor het Meldpunt wordt aangevraagd voor het jaar 2022 lager is dan voorgaande jaren. Gezien de ontwikkelingen en verwachte oplopende instroom van meldingen, kan het Meldpunt, indien nodig, later in het jaar nog een beroep doen op het resterend budget. We maken nog geen meerjarige afspraak over de subsidie voor het meldpunt, gezien de ontwikkelingen die nog komen.
2022 2025 6. Monitoring De stuurgroep monitort de voortgang van werkzaamheden. Halfjaarlijks wordt inzicht gegeven in de aard en omvang van het aantal meldingen. Trends en ontwikkelingen worden binnen de stuurgroep besproken.
Regionaal beleids kader 2022 - 2025GIAen Meldpunt crisiszorg 1 23
Het niveau van de registratie is nu nog regio-breed. We zetten de komende beleidsperiode in op verbetering van de registratie naar meer detailniveau. Dit zal binnen de stuurgroep geagendeerd worden en zodra het registratiesysteem hiertoe de mogelijkheid biedt worden hier nadere afspraken over gemaakt.
BIJLAGE 1 1. Basis voor de opdrachtverstrekking aan stichting Veilig Thuis Uitvoering wettelijk taken (art.4.1.1 Wmo 2015) •
Het meldpunt is herkenbaar en toegankelijk voor gevallen of vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling
•
Het geven van advies en informatie aan burgers en profes-
•
Meldingen in ontvangst nemen
•
Onderzoek doen of er daadwerkelijk sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling
•
Zo nodig vervolgstappen in gang zetten in de vorm van overdragen naar vrijwillige hulp, de Raad voor de Kinder-
Regionaal beleidskader 2022- 2025G IAc n Meldpunt crisiszorg I 24
sionals
bescherming informeren en/of aangifte doen bij de politie •
Een terugkoppeling geven aan de melder
Uitvoering aanvullende taken en criteria o.b.v. het landelijke toetsingskader Veilig Thuis en beoordeling door inspectie •
Crisisinterventie uitvoeren of deelnemen aan een interventieteam
•
Beoordelen van meldingen (triage) moet binnen 5 dagen
•
Afronden van voorwaarden en vervolgtraject moet binnen 10 weken
•
Afronden van onderzoek moet binnen 10 weken
•
Eén registratiesysteem hanteren
•
Een actueel beeld hebben van veiligheid van alle leden van een systeem, een standaard veiligheidstaxatiesysteem gebruiken en in intercollegiaal / multidisciplinair verband beoordelen
•
Richtlijnen en procedures gebruiken en samenwerkingsafspraken met ketenpartners zijn vastgelegd; mede op basis van het landelijk kwaliteitskader werken aan veiligheid door lokale (wijk) teams en gemeenten
•
Afspraken met gemeenten over overdracht van zaken aan lokale veld zijn vastgelegd
Uitvoering bovenwettelijke taken •
Het fungeren als regionaal expertisecentrum
•
Het verzorgen van voorlichting en training
•
Het verzorgen van keten- en procesregie (actie overleg, scenarioteam seksueel geweld, Huiselijk Geweld Overleg +)
•
Het verzorgen van casusregie (complexe casuïstiek, en slachters vanuit het CSG, bij huisverboden)
•
Coordinator CSG
•
Fungeren als toegang tot vrouwenopvang
De wettelijke taak 'advies geven'zien we breed. Een advies kan telefonisch, schriftelijk of ter vergadering worden gegeven. Advies kan, indien nodig ook in de vorm van ondersteuning worden geboden. De ondersteuning is altijd gericht op het versterken van de handelingsbekwaamheid van professionals. We verwachten van medewerkers van Veilig Thuis dat ze een 'hands on' mentaliteit hebben. Dat wil niet zeggen dat Veilig Thuis niet kritisch mag zijn; wie wat doet en wie waarvan is zal terugkomen in de samenwerkingsafspraken met ketenpartners en in de afspraken met gemeenten over de overdracht van zaken. De mate waarin de bovenwettelijke taken worden uitgevoerd worden zijn jaarlijks onderwerp van gesprek. Zo zijn proces- en casusregie taken die ook door Zorg- en Veiligheidshuizen en gemeenten zelf worden uitgevoerd. Komende periode wordt bezien of bundeling van krachten waar het gaat om procesregie mogelijk en wenselijk is en of een verschuiving van de taak casusregie naar lokale veld mogelijk en wenselijk is. Dit vraagt overleg en afstemming met de Zorg- en Veiligheidshuizen, met de gemeenten en de lokale teams (eerstelijns professionals). Belangrijk is de MDA++ waarin Veilig Thuis samen met ketenpartners een belangrijke rol vervult. Voor de MDA++ zijn landelijk richtlijnen vastgesteld waaraan de aanpak moet voldoen.
Onze regio is referentieregio wat ertoe heeft geleid dat we de aanpak hebben kunnen doorontwikkelen aan de hand van zes bouwstenen. Bij de doorontwikkeling is per bouwsteen gewerkt aan gezamenlijke visie en op basis daarvan inrichting of verbetering van werkprocessen en afspraken van de netwerkpartners die per bouwsteen samenwerken. De eindrapportages zijn voor de werkers van belang en bieden handvatten om samenwerking concreet te maken en actueel te houden (samen leren en ontwikkelen).
2022 2025
Uitvoering taken •
•
Het bieden van ambulante hulp voor volwassenen waar sprake is van ernstig huiselijk geweld en waarmee opvang voorkomen kan worden; inclusief de mogelijkheid daarbij een Aware-systeem in te zetten Beschikken over een crisisunit met minimaal tweeplaatsen (landelijke richtlijn); voor vrouw en eventuele kinderen per plaats) voor de landelijke toegankelijkheid
•
Het bieden van tijdelijke opvang (... plaatsen) en begeleiding aan vrouwen en hun eventuele kinderen met code rood. Bemiddeling naar een veilige plek elders
•
Het bieden van nazorg na uitstroom uit de opvang
•
Richtlijnen en kaders •
Hanteert het keurmerk voor de vrouwenopvang
•
De fysieke omgeving waarin de opvang plaatsvindt ondersteunt de gewenste werkwijze
•
Ambulantiseren (verkorten verblijfsduur); zodra de veiligheid voldoende geborgd is, wordt het hersteltraject ambulant voortgezet
•
Werken binnen het landelijke beleidskader landelijke indoor- en uitstroom crisisopvang & opvang in acute crisissituaties van slachtoffers van huiselijk geweld in de vrouwenopvang (December 2016)
Daarnaast biedt Safegroup ambulante hulp voor jeugd, wat vaak samen met de ambulante hulp voor volwassenen wordt geboden. Deze hulp aan jeugdigen wordt apart gefinancierd door de gemeenten (vanuit budgetten voor jeugdhulp). De visie en de uitgangspunten voor de vrouwenopvang inclusief de geboden ambulante hulp vanuit de vrouwenopvang zijn onderwerp van gesprek met de Safegroup. Tevens dient het gebouw nog aangepast te worden aan de gewenste werkwijze. Ook dit is onderwerp van gesprek. Het is evident dat hulp aan gezinnen integraal moet worden geboden. Dat is met de huidige financieringsstromen vanuit de gemeenten met daaraan gepaard gaande voorwaarden en richtlijnen nu niet mogelijk. Daarom willen we de financiering van de jeugdhulp die door Safegroup wordt uitgevoerd in samenhang brengen met de financiering van de ambulante hulp aan volwassenen.
3. Basis voor de opdrachtverstrekking overige activiteiten Uitvoering taken mw-organisaties • •
•
Het bieden van crisishulp buiten kantoortijd bij het opleggen van een huisverbod (IMW) Het bieden van hulp bij materieel sociale problematiek aan de cliënten in de Vrouwenopvang, inclusief eventuele voortzetting hulp na uitstroom uit de opvang (IMW) Het bieden van hulpverleningstrajecten na melding van casuistiek in de Zorg- en Veiligheidshuizen (alle MW-organisaties)
Richtlijnen en kaders •
Bij de crisishulp bij een huisverbod buiten kantoortijden wordt nauw samengewerkt met de HovJ, Veilig Thuis, Safegroup en de crisishulp overdag van het IMW en de regionale AMW-instellingen
•
De maatschappelijk werkorganisaties maken onderling afspraken over de inzet bij de te bieden hulpverleningstrajecten uit de Zorg- en Veiligheidshuizen
Uitvoering taken Interventieteam •
Het bieden van multidisciplinaire hulp bij complexe structurele vormen van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld, daar waar reguliere hulpverlening niet meer werkt
•
Borgen en bewaken van de samenwerkingsafspraken met partners zoals in het rapport 'Interventieteam MDA++ West-Brabant Procesbeschrijving en aanpak' beschreven
Richtlijnen en kaders •
Het Interventieteam werkt volgens het rapport 'Interventieteam MDA++ West-Brabant Procesbeschrijving en aanpak'
Regionaal beleidskader 2022 - 2025 GIAen Meldpunt crisiszorg 1 25
2. Basis voor de opdrachtverstrekking aan stichting Safegroup, voor vrouwenopvang en hulp
Uitvoering taken De Cirkel is Rond •
Regionaal beleidskader 2022 - 2025 GIAen Meldpunt crisiszorg 1 26
•
Het bieden van ondersteuning door ervaringsdeskundigen bij casuïstiek huiselijk geweld, 'kindermishandeling en seksueel geweld, aanvullend op de hulpverlening van de casemanagers van Veilig Thuis, waaronder de casemanagers huisverbod; en aanvullend op de hulpverleners bij de vrouwenopvang en bij de maatschappelijk werk organisaties Het aansluiten van ervaringsdeskundigen waar mogelijk in de strafrechtketen, bij politie en het OM
•
Het organiseren van inloopavonden voor plegers en hun netwerk
•
Het organiseren van een lotgenotengroep voor plegers ondersteund door een ervaringsdeskundige
Richtlijnen en kaders •
•
Er wordt gewerkt volgens de werkwijze zoals beschreven in het rapport 'Organisatorische positionering De Cirkel is Rond' (van 16 februari 2021), onder de in dit rapport vastgestelde criteria en randvoorwaarden De in het genoemde rapport voorgestelde positionering van de Cirkel is rond is gerealiseerd, of de voorbereidingen daartoe zijn in gang gezet.
Uitvoering taken hulp na seksueel misbruik of geweld •
Het bieden van laagdrempelige hulp aan slachtoffers (vanaf 16 jaar) van seksueel geweld, inclusief digitale vormen van seksueel misbruik (incl. steun voor de 'naasten'van slachtoffers)
•
Het organiseren van een lotgenotengroep, naar behoefte
•
Het verzorgen van publiciteit
Richtlijnen en kaders •
Samenwerkingsafspraken van betrokken partners (Blauwe Maan, MW-organisaties West-Brabant en de Cirkel is Rond) na de pilotfase komen in onderlinge overleg tot stand
•
Uitgangspunten voor de hulp: anoniem indien gewenst, geen wachtlijst, zo kort als mogelijk - zo lang als nodig, op maat zowel op inhoud als op frequentie, laagdrempelig, warme uitstraling, veiligheid en geborgenheid; en op de meest geschikte locatie
Naast het in standhouden van een Veilig Thuis organisatie en een vrouwenopvangvoorziening voeren de maatschappelijk werk organisaties enkele activiteiten uit in het kader van de regionale aanpak. Zo biedt het IMW in Breda hulpverlening bij materieel-sociale problematiek voor de cliënten in de vrouwenopvang. Alle vrouwen die in de opvang verblijven worden gezien en de hulp geboden die nodig is. Tevens biedt het IMW, mede namens de overige maatschappelijk werkorganisaties in de regio, crisishulpverlening buiten kantoortijd. Dit doen ze bij het opleggen van een huisverbod buiten kantoortijd. En tenslotte bieden alle maatschappelijk werk organisaties hulpverleningstrajecten aan na bespreking van meldingen in de Zorg- en Veiligheidshuizen. Vanuit het programma Geweld hoort nergens thuis voeren we drie projecten uit die we structureel willen borgen. Het gaat hier om: •
• •
'De Cirkel is Rond', de inzet van ervaringsdeskundigen (zowel voormalig-slachtoffers als voormalig-plegers) bij casuistiek, Versterking en verbreding van het Interventieteam, Laagdrempelige hulp (le lijn) na seksueel misbruik of geweld, wat ontwikkeld wordt door Blauwe Maan (organisatie gevestigd in Tilburg) in samenwerking met de maatschappelijk werk organisaties in West-Brabant en met de Cirkel is Rond.
202 2021 BIJLAGE 2 Naar een Regionaal bestuurlijk samenwerkingsnetwerk huiselijk en kindermishandeling West-Brabant
eams
e erk Zorg & Straf
Uitvoeringspraktijk GIA
Vrouwen- opvang
Uitvoeringspraktijk: Ophalen • • Agenderen • Toepassen • Verbeteren
Uitvoeringspraktijk: • Ophalen • Agenderen • Toepassen • Verbeteren
Uitvoeringspraktijk: • Ophalen • Agenderen • Toepassen • Verbeteren
BESTUURLIJK
BESTUURLIJK
BESTUURLIJK
NETWERK 1
NETWERK 2
NETWERK 3
Bestaat uit: • Bestuurlijke trekkers en leden bestuurders (van gemeenten en organisaties) Ervaringsdeskundigen •
Bestaat uit: • Bestuurlijke trekkers en leden bestuurders (van gemeenten en organisaties) Ervaringsdeskundigen •
Bestaat uit: • Bestuurlijke trekkers en leden bestuurders (van gemeenten en organisaties) • Ervaringsdeskundigen
Taak: Geweld eerder en beter in beeld en bespreekbaar maken van geweld
Taak: Geweld stoppen en duurzaam oplossen
Taak: Netwerk organiseren rondom specifiek doelgroep; ouderenmishandeling
•
Stuurgroep: Vinger aan de pols
• •
Overall overzicht
•
Verbinding met 16 colleges
Ondersteuningsteam: •
Per bestuurlijk netwerk
•
Beleid gemeenten, organisa-
ondersteuningsteam ties en ervaringsdeskundige
Regionaal beleidskader 2022- 2025 GIA € n Meldpunt crisiszorg I 27
Actieoverleg
Interventieteam
Van de stuurgroep Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA) en meldpunt crisiszorg De 16 gemeenten in West-Brabant werken samen aan de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en Meldpunt Crisiszorg en hebben hiervoor een stuurgroep gevormd die namens de 16 gemeenten het voortouw heeft in deze aanpak.
Regionaal beleidskader 2022- 2025 GIAen Meldpunt crisiszorg I 28
20 november 2020 heeft de stuurgroep Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA) en meldpunt crisiszorg deze notitie voorgelegd aan de netwerkpartners die in een brede bijeenkomst bijeen waren. Tijdens de bijeenkomst is commitment gerealiseerd om een regionaal bestuurlijk netwerk te vormen voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, zoals in deze notitie uitgewerkt 1. Waarom een bestuurlijk samenwerkingsnetwerk; waarom is integrale sturing belangrijk Het lukt ons nog niet voldoende om het geweld binnen gezinnen / relaties te stoppen en te zorgen voor een blijvend veilige situatie in huis. Dit betekent niet dat we niet goed op weg zijn. Er wordt hard gewerkt, onder hoge werkdruk aan zware casuïstiek. We zien uit cijfers van Veilig Thuis en landelijke onderzoeken dat duurzaam stoppen van huiselijk geweld een taaie klus is; het is moeilijk en complex. Huiselijk geweld en kindermishandeling vormen samen nog altijd de meest voorkomende vorm van geweld in onze samenleving en dit is onacceptabel. Wat in gang is gezet binnen het regionaal programma Geweld Hoort Nergens Thuis (GHNT) zetten we de komende jaren voort en dat wat werkt gaan we borgen. Het regionale beleidskader van de 16 gemeenten is in voorbereiding en is erop gericht om huiselijk geweld te voorkomen, eerder in beeld te krijgen, te stoppen en duurzaam op te lossen.
Dit kunnen we, gemeenten én netwerkpartners, alleen samen. We betrekken alle inwoners in onze regio bij deze aanpak, door ze te vragen om samen met ons het taboe rond het praten over veiligheid in huiselijk kring te doorbreken. Ook vragen we iedereen die werkt met huishoudens waar spanning heerst om de veiligheid ter sprake te brengen. Die professionals kunnen samen met ons voorkomen dat spanning uitmondt in geweld. Samenwerking met ervaringsdeskundigen vinden we hierbij belangrijk. En we zorgen ervoor dat de professionals (uit alle relevante domeinen) die met gezinnen en huishoudens samenwerken als er wel geweld is allemaal als één team met elkaar kunnen samenwerken en een beroep kunnen doen op een ervaringsdeskundige. Alleen samen slagen we erin om dit geweld te stoppen en onze inwoners de kans te geven om op te groeien met een veilige basis. Als
bestuurders van gemeenten en maatschappelijke organisaties uit onderwijs, welzijn, zorg, gezondheid en veiligheid hebben we elkaar hard nodig. En aanvullend hierop ook andere publieke organisaties zoals banken en notarissen hebben we nodig. 2. Het organiseren van samenwerking in een systeemgerichte aanpak met professionals vanuit verschillende domeinen is complex en vraagt om actieve sturing vanuit bestuurders Bij complexe casuïstiek is het zeer lastig om zorg echt integraal, over domeinen heen en met gezinnen en huishoudens te organiseren. Dit is wel nodig want met de huidige aanpak slagen we er nog steeds onvoldoende in situaties van onveiligheid structureel te doorbreken. Domein- en organisatorisch overstijgende samenwerking zorgt voor een goed evenwicht tussen preventie en repressie en kan zo multiproblematiek of escalatie voorkomen. Actieve sturing vanuit bestuurders gemeenten en partnerorganisaties is nodig • tief samenwerken start met de vaststelling dat je een probleem hebt én met het onderkennen dat het een gezamenlijk probleem is. We hebben elkaar nodig. Voor werkers is het van belang dat er actieve sturing is op samen werken aan het gezamenlijke probleem vanuit bestuurders van gemeenten én vanuit partnerorganisaties zorg, veiligheid, onderwijs, welzijn, werk & inkomen, huisvesting etc.
• Bestaande kaders als wetgeving en financiering blijken effectieve samenwerking in de weg te zitten: organisaties handelen wel effectief volgens de eigen opdracht en taken maar er wordt vanuit deze invalshoeken nog niet (of nauwelijks) gestuurd op het gezamenlijke, organisatie- overstijgende, doel, namelijk veiligheid duurzaam te bewerkstelligen in gezinnen en huishoudens. • Het werken vanuit de domeinen of de eigen organisatie (de verkokering) moet doorbroken worden om tot effectieve samenwerking te komen. Dit lukt niet vanuit de uitvoering: daar moet vanuit het bestuurlijk niveau steun voor zijn en opdracht voor gegeven worden vanuit de visie dat alleen een integrale aanpak het verschil kan maken. • Bestuurders uit verschillende domeinen moeten het voor professionals mogelijk maken huiselijk geweld, kindermishandeling en/of verwaarlozing duurzaam te stoppen en daar randvoorwaarden voor creëren. Daarbij moeten besluiten in de verschillende domeinen elkaar niet tegenwerken maar juist een doorbraak bewerkstelligen wanneer professionals tegen de grenzen van de regelgeving of financiën aanlopen. Resultaat moet zijn: besluiten die elkaar in de praktijk tegenwerken worden voorkomen en structuren die
2025 I
Van focus op proces en productie (systemen)
naar >
Focus op effect (leefwereld)
Voorbeelden uit de praktijk: • Een casemanager die niets te zeggen heeft over de (snelheid van) in te zetten interventies waardoor betrokkenen weer afhaken nadat gewerkt is aan motiveren; • Een wijkteam dat een opdracht heeft die haaks staat op langdurig outreachend betrokken zijn; • Professionals uit verschillende domeinen die langs elkaar werken omdat ze elkaar niet begrijpen; • Een caseload die intensieve inzet onmogelijk maakt; • Een wijkteam dat casuïstiek op het bordje krijgt waarbij het ontbreekt aan de juiste expertise, attitude en vaardigheden; • Ketenpartners die geen prikkel ervaren om echt met elkaar samen te werken. Dan is het belangrijk om te kunnen escaleren. De focus moet terug op de casus en op het effect dat je wilt bereiken. Het interventieteam Huiselijk Geweld is een mooi voorbeeld van focus op effect en wat dit vraagt van medewerkers, management en bestuurders. 3. Opzet van het bestuurlijke samenwerkingsnetwerk Er wordt in onze regio op allerlei manieren samengewerkt en ook op verschillende schalen. Ook op thema's rond de aanpak van huiselijk geweld. De 16 gemeenten in WestBrabant hebben hun samenwerking rond de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling structureel geregeld en geborgd.
Gemeenten hebben een regierol en dragen zorg voor een aantal essentiële voorzieningen voor de aanpak van huiselijk geweld en deze ook te financieren, zoals onder andere Veilig Thuis West-Brabant, de Vrouwenopvang, jeugd- en Wmo-ondersteuning en -begeleiding. Daarnaast zijn gemeenten verantwoordelijk voor het beleid op dit terrein en dat reikt veel verder dan de verantwoordelijkheid voor de genoemde voorzieningen. Vanuit de beleids- en regieverantwoordelijkheid willen de gemeenten sturing geven aan de aanpak van huiselijk geweld en gelet op de hierboven beschreven noodzaak om tot integrale sturing en samenwerking te komen is de wens de samenwerking in West-Brabant meer te structureren en ook duurzaam te maken. De aanpak van huiselijk geweld gaat van preventie (voorkomen en vroegsignaleren), naar zo vroeg mogelijk stoppen en ook duurzaam oplossen, naar nazorg en ook strafvervolging. Het kan iedereen treffen (baby's, kinderen, volwassen vrouwen en mannen en ouderen) en het kent ook nog vele verschijningsvormen (seksueel geweld,
fysieke en psychische mishandeling, ontspoorde mantelzorg, verwaarlozing, ...). Als we alle partijen die voor een deel verantwoordelijk zijn, om de aanpak van huiselijk geweld verder te brengen, bij elkaar laten komen in een bestuurlijk netwerk, omdat ieder mede verantwoordelijk is voor het geheel, dan creëren we een Poolse landdag. Dat gaat ons niet helpen. Daarom willen we drie tot maximaal zes bestuurlijke netwerken vormen rond een thema van huiselijk geweld (een deel van het geheel). De organisaties die vooral bij het betreffende thema betrokken zijn komen bij elkaar. De stuurgroep GIA houdt het overall overzicht op de netwerken en zorgt voor communicatie naar alle organisaties en gemeenten (vergelijkbaar met huidige Nieuwsbrief van het programma Geweld hoort nergens thuis). Doel van deze netwerken: Verbeteren (integrale) aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Sturen op kennis over 'dat-wat-werkt' en op ruimte, vertrouwen en rugdekking geven aan professionals, in het algemeen en in het bijzonder op het thema van het betreffende netwerk.
•
• •
Ieder bestuurlijk samenwerkingsnetwerk werkt in opdracht van zichzelf. Betrokken organisaties en gemeenten sluiten bij minimaal één netwerk aan. Leden van bestuurlijk samenwerkingsnetwerk zetten ogen en oren open voor de praktijk (terug naar 'de bedoeling'). Zij reflecteren met professionals op de praktijk, agenderen knelpunten, hobbels die 'de bedoeling'tegenwerken. Zij stimuleren creatieve oplossingen. Zij geven ruimte en rugdekking aan professionals, leren en agenderen. Op basis van wat wordt opgehaald uit het werkveld maakt het netwerk zelf een agenda en geeft het zichzelf opdrachten (prioriteiten stellen). Bestuurders (of vervanger) zijn lid namens gemeente en organisatie. Als 'grote'besluiten nodig zijn van gemeenten dan worden deze via de stuurgroep GIA (van de gemeenten), voorgelegd aan de individuele gemeenten. Besluiten die binnen regulier beleid en financieringskaders kunnen worden uitgevoerd kunnen door de bestuurlijke trekkers worden genomen. De deelnemende organisaties hebben mandaat om zelf besluiten te nemen in het bestuurlijk netwerk; waarbij ze uiteraard tijd en ruimte krijgen om eerst binnen de eigen organisatie voorstellen te bespreken, als dat nodig is, omdat er inrichtingsvragen kunnen spelen. Binnen het netwerk committeren alle deelnemers zich aan het geheel van afspraken. Bestuurlijk trekkers van gemeenten en organisaties en
Regionaal beleids kader 2022- 2025GIA E n Me ldpunt crisiszorg 1 29
samenwerking in de weg staan worden doorbroken, Met andere woorden: terug naar 'de bedoeling'.
2022
•
Regionaal beleidskader 2022 - 2025 GIA en Meldpunt crisiszorg I 30
•
'gewone'leden zitten aan tafel. Zij nodigen op afroep partijen uit die hen informeren en adviseren over kennis uit de praktijk (informeren, leren en verbeteren, sturen en monitoren). Ieder bestuurlijk themagericht samenwerkingsnetwerk komt minimaal tweemaal per jaar bij elkaar. Er zijn vier tot maximaal zes bestuurlijke samenwerkingsnetwerken gericht op een thema (zie hieronder) uit het regionaal programma (en na de programmaperiode worden thema's afgeleid uit het regionaal beleidskader dat gemeenten gaan opstellen).
Rol bestuurlijk trekkers van gemeente en organisatie: Iedere netwerk heeft minimaal twee trekkers, een bestuurder van een gemeente en een bestuurder van een maatschappelijke organisatie. Zij nemen het initiatief om bijvoorbeeld tweemaal per jaar te spreken met professionals uit de lokale netwerken over casuïstiek (geanonimiseerd) om na te gaan op welke punten de werkwijze effectief is en waar professionals tegenaan lopen, last van hebben. Dit biedt professionals de ruimte om te onderbouwen wat ze in de praktijk nodig hebben om zo effectief mogelijk hun werk te doen. Deze reflecties zijn input voor integrale sturing. Op basis daarvan kan een actie-agenda worden opgesteld (één- of tweejaarlijks), prioriteiten samen opgesteld op basis van 'Wat gaat goed (zo laten), wat kan beter (minder prioriteit), wat moet beter (hoge prioriteit) en ook wat moeten we niet meer doen, omdat het niet bijdraagt aan 'de bedoeling'(loslaten) en wie moet er in actie komen. Voorbereiding bestuurlijk samenwerkingsnetwerk: De bestuurlijke trekkers (duo gemeente en organisatie) krijgen inhoudelijke en praktische ondersteuning van een werkgroep van beleidsmedewerker(s) van gemeenten, (beleids- of kwaliteits)medewerker(s)/professional(s) van betrokken organisaties en een ervaringsdeskundige. Deze ondersteuning is beschikbaar bij de voorbereiding van netwerkbijeenkomsten en casuïstiekbesprekingen.
De stuurgroep GIA die het overall overzicht houdt, nodigt alle netwerken eenmaal per jaar uit voor een gezamenlijke bijeenkomst. Communicatie De stuurgroep GIA zal de communicatie verzorgen. Op dit moment heeft de programmaleider samen met de ambtelijke werkgroep van de stuurgroep opdracht om te zorgen voor de communicatie. Deze stuurgroep houdt ook na afloop van het programma geweld hoort nergens thuis het overzicht en de verantwoordelijkheid om geregeld (wanneer er nieuws is) een nieuwsbrief te maken voor alle betrokkenen. De input wordt bij de netwerken opgehaald.
4. De bestuurlijke netwerksamenwerking concentreert zich rond de volgende thema's We denken aan de volgende thema's omdat deze nu actueel zijn. Dat wil niet zeggen dat de netwerken blijvend aan deze thema's moeten blijven werken, wel zolang als nodig. Er kunnen ook nieuwe thema's opkomen als de praktijk daarom vraagt. Netwerk: Geweld eerder en beter in beeld en bespreekbaar maken • Bestuurlijk trekker(s) vanuit gemeenten: • Bestuurlijk trekker(s) vanuit organisatie: Actuele onderwerpen: a Werken met de meldcode door onderwijs- en jeugdprofessionals (praten over onveiligheid met betrokkenen als speerpunt) b Werken aan veiligheid in lokale (wijk-)teams (bron: Kwaliteitskader werken aan veiligheid voor lokale (wijk) teams; VNG november 2019) en tegelijk de samenwerkingsafspraken van Veilig Thuis en lokale (wijk)teams evalueren en opnieuw bekrachtigen Netwerk: Geweld stoppen en duurzaam oplossen • Bestuurlijk trekker(s) vanuit gemeenten: • Bestuurlijk trekker(s) vanuit organisatie: Actuele onderwerpen: a MDA++ (gefaseerd samenwerken aan veiligheid met gezinnen/huishoudens met ernstige geweldsproblematiek.
Speerpunt Interventieteam en huisverboden b Inzet ervaringsdeskundigen; opgezet vanuit deze actielijn, te verbreden naar preventie en nazorg Netwerk: specifieke groep / Ouderenmishandeling Bestuurlijk trekker(s) vanuit gemeenten: Bestuurlijk trekker(s) vanuit organisatie: Actuele onderwerpen: a Financiële uitbuiting b Nader te bezien Netwerk: specifieke groep / Slachtoffers seksueel geweld Bestuurlijk trekker(s) vanuit gemeenten: Bestuurlijk trekker(s) vanuit organisatie: Actuele onderwerpen: a Ontwikkeling laagdrempelig hulpverleningsaanbod b Nader te bezien Opmerking: dit netwerk is niet op 20 november aan de orde gesteld, maar wordt bij akkoord wel meegenomen in verdere uitwerking.
Tenslotte We realiseren ons dat er een 'zekere ambitie'spreekt uit deze aanzet voor de vorming van een regionaal bestuurlijk netwerk gericht op versterking van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Maar alle inzet is erop gericht om meer in gezamenlijkheid en in samenwerking geweld in gezinnen en relaties zoveel als mogelijk terug te dringen. Voor onze professionals in het werkveld en onze ervaringsdeskundigen is bestuurlijke stut en steun van betekenis en een plek waar knelpunten en zorgen geagendeerd kunnen worden is daarbij eveneens belangrijk.
Regionaal beleidskader 2022- 2025GIAen Meldpunt crisiszorg 1 31
5. Vervolgstappen Het programmateam Geweld hoort nergens thuis en de regionale ambtelijke werkgroep GIA opdracht geven de volgende stappen te zetten: a Feedback uit de bijeenkomst van 20 november verwerken in de notitie, b Bestuurlijke trekkers benoemen vanuit maatschappelijke partners, c Ondersteuning opzetten: per netwerk ambtenaren en beleids-/kwaliteitsmedewerkers, benoemen die verantwoordelijk worden voor de ondersteuning (tijdsinvestering inschatten), d Werk/projectbudget vaststellen (t.l.v. regionale middelen voor aanpak huiselijk geweld), e Opstellen intentieverklaring, f Voorstel voor netwerkstructuur en intentieverklaring voor besluitvorming voorleggen aan colleges 16 gemeenten en aan de bestuurders van betrokken organisaties, g De gekozen netwerkstructuur opnemen in het nog op te stellen regionaal beleidskader
BIJLAGE 3 Samenvatting uitgevoerde acties Regionaal Programma Geweld hoort nergens thuis In april 2018 is het nationale meerjarenprogramma 'Geweld hoort nergens thuis'(GHNT) gelanceerd. Een programma gericht op het terugdringen van huiselijk geweld en kindermishandeling, het beperken van de schade ervan en het doorbreken van de vicieuze cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie. Het programma 'Geweld hoort nergens thuis'werkt in opdracht van de ministeries Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en justitie en Veiligheid (lenV) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en richt zich op de fase waarin huiselijk geweld, verwaarlozing en kindermishandeling al plaatsvinden. Het programma GHNT initieert, verbindt en coördineert landelijke, regionale en lokale initiatieven en brengt synergie aan in de aanpak om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen en duurzaam op te lossen. Het programma kent drie overkoepelende actielijnen: Ons regionaal actieprogramma Geweld hoort nergens thuis sluit aan op het landelijke programma. Hierin hebben de regiogemeenten de visie, ambities en
resultaten geformuleerd voor het signaleren en duurzaam stoppen van huiselijk geweld en kindermishandeling voor de periode 2019 t/m 2021. Dit regionale programma is gestoeld op de belangrijkste internationale verdragen, nationale wettelijke kaders en onderzoek en adviezen van adviesorganen voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Ook in het regionaal programma werken we vanuit de drie actielijnen van het landelijk programma. Middels projecten zijn de volgende thema's aangepakt, die in de loop van het jaar 2021 zijn afgerond: Eerder en beter in beeld • Werken met de Meldcode, zorgen bespreekbaar maken en praten met kinderen. Hiertoe zijn diverse themabijeenkomsten, workshops en trainingsprogramma's georganiseerd en uitgevoerd, onder andere voor aandachtsfunctionarissen bij gemeenten. Deze activiteiten lopen in 2021 nog door. • Handle with Care, waarbij scholen geïnformeerd worden als er een incident is geweest. Docenten kunnen hier dan rekening mee houden in de benadering van betrokken kinderen/jongeren. Het werkproces hiertoe wordt ingericht
0 IP
Eerder en beter in beeld
Stoppen en duurzaam oplossen
Specifieke groepen
Bespreekbaar maken
Slachtoffers seksueel geweld
Werkgevers alerter maken
Multidisciplinair en systeemgericht samenwerken
Zorgen dat professionals met de meldcode werken
Traumascreening en passende hulp
Veilig Thuis versterken
Plegeraanpak
Verbeteren feiten-onderzoek
Scholen sneller informeren
Lokale teams versterken Forensisch medische expertise versterken
Opvang en passende ondersteuning voor slachtoffers verbeteren
Slachtoffers loverboys en mensenhandel Slachtoffers eergerelateerd geweld en huwelijksdwang Kinderen in kwetsbare opvoedingssituaties Complexe scheidingen Slachtoffers ouderenmishandeling
2021
202
Versterken samen werken aan veiligheid. Lokale (wijk) teams maken een zelfscan met behulp van het Kwaliteitskader werken aan veiligheid voor lokale (wijk) teams en gemeenten (VNG 2019) en stellen een verbeterplan op. Tevens worden de samenwerkingsafspraken van het lokale werkveld met Veilig Thuis opnieuw vastgesteld. Ieder kind geïnformeerd; dit landelijke project, waar vanuit ons regionale programma aan meegewerkt is, bundelt en maakt initiatieven toegankelijk op het gebied van voorlichting over kinderrechten gerelateerd aan huiselijk geweld en kindermishandeling toegankelijk voor scholen, jeugdgezondheidszorg e.d. phttps://vn_vii/sites/default/files/2021-09/210907eindversie-gids-ieder-kind-geinformeerd.pdf
Stoppen en duurzaam oplossen Versterking en doorontwikkeling van de MDA++ aanpak, waarbij middels zes deelprojecten is ingezet op verbeterde routes (samenwerkingen) voor onder andere het huisverbod (eerder en vaker opleggen), en versterking / verbreding van het Interventieteam. Voor de verschillende deelprojecten zijn worden medio 2021 rapportages opgeleverd. Het betreffen producten die ondersteunend zijn aan de uitvoering: werkprocessen, factsheets, afspraken tussen betrokken partners zijn per deelproject gemaakt. In de eindrapportage zijn twee aanbevelingen gedaan, die we opvolgen: a
b
Onderzoek in hoeverre ook centrumgemeenten aan kunnen sluiten bij het Regionaal Netwerk Zorg/Straf Zeeland West Brabant (RNZS) om deze samenwerking ook verder te verstevigen met gemeenten, Blijf bestuurlijk betrokken vanuit gemeenten op de ontwikkelingen en uitvoering van het Interventieteam MDA++ en voor het effectiever inzetten van tijdelijk huisverboden zijn per organisatie en gemeenten aanbevelingen gedaan voor verder vervolg.
Onze MDA++ aanpak is landelijk aangemerkt als referentiewerkwijze, in het bijzonder de werkwijze van het Interventieteam. Landelijk loopt er onderzoek (door Verwey-Jonker) naar de effectiviteit van de aanpak. Eerste resultaten worden medio 2021 verwacht; een eindrapportage zal niet voor het einde van 2021 opgeleverd worden. •
Aandacht voor tr aumascreening, door professionals (behandelaren) te motiveren om zich hier verder in te bekwamen. Hiertoe zijn we aangesloten op het
•
•
landelijk online platform Drakentemmers. Versterken van het werken volgens de gefaseerde ketenaanpak door middel van regionale inspiratiesessies voor gemeenten en ketenpartners. De Cirkel is Rond, waarbij ervaringsdeskundigen betrokken worden bij ernstige casuïstiek, is inmiddels de projectfase voorbij; de borging van deze aanpak zal in de loop van 2021 zijn beslag krijgen. Hiertoe wordt de samenwerking van Veilig Thuis en Safegroup verbreed met de maatschappelijk werk organisaties. Het team van De Cirkel is Rond is vanaf 2019 uitgebreid met ervaringsdeskundige voormalig plegers.
Specifieke groepen • Ondersteunen van gemeenten bij de aanpak van ouderenmishandeling door workshops te organiseren en gemeenten te ondersteunen bij de opzet van een lokaal plan aanpak ouderenmishandeling. Financiële uitbuiting en ontspoorde mantelzorg zijn de meest voorkomende vormen van ouderenmishandeling. Ondersteuning is mogelijk bij de vorming van lokale allianties om financieel misbruik onder ouderen tegen te gaan. • Het realiseren van laagdrempelige hulp aan slachtoffers van seksueel geweld; volgens een eerdere verkenning is er weinig tot geen eerstelijns hulpaanbod voor slachtoffers van seksueel geweld, terwijl daar wel behoefte aan is; dit is met de komst van het Centrum Seksueel geweld zichtbaar geworden. De maatschappelijke werk organisaties in onze regio werken hierin samen met Blauwe Maan uit Tilburg (biedt hulp na onvrijwillige seks en misbruik). In 2021 wordt het aanbod gerealiseerd en zal tevens nagegaan worden wat nodig is om dit structureel te kunnen bieden. • Realiseren van een kwaliteitsverbetering in preventie en aanpak van complexe scheidingen. Dit project concentreert zich op het opstellen van een regionale routekaart, programma deskundigheidsbevordering en inzet van ervaringsdeskundigen.
Inrichten bestuurlijke netwerken - themagericht Behalve het werken langs de drie pijlers is één van de belangrijkste onderdelen van het regionale programma Geweld hoort nergens thuis de realisatie van een bestuurlijk platform. Eind 2020 zijn hiertoe de voorbereidende stappen gezet. We richten in de regio bestuurlijke samenwerkingsnetwerken op rond thema's die we prioriteit geven. Doel van de bestuurlijke samenwerkingsnetwerken is om de integrale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling te verbeteren. Verschillende gemeentelijke en maatschappelijk bestuurders sturen op kennis over 'dat-wat-werkt' en op ruimte, vertrouwen en rugdekking
Regionaal beleidskader 2022- 2025GIA en Me ldpunt crisiszorg 1 33
•
Regionaal beleidskader 2022- 2025 GIA en Meldpunt crisiszorg 1 34
geven aan professionals. De bestuurders laten zich hierbij adviseren door ervaringsdeskundigen van de Cirkel is Rond. Het inrichten van bestuurlijke netwerken is tevens van belang om praktijk en bestuur dichter bij elkaar te brengen. Met de uitvoering van dit regionale programma constateren we dat het belangrijk is om structureel aandacht te hebben voor de verschillende onderdelen in de aanpak. Samenwerkingsafspraken worden vergeten of niet tijdig geactualiseerd en werkers op de werkvloer worden onvoldoende gesteund en escaleren daardoor niet (meer) als ze tegen knelpunten in de praktijk aanlopen. We hebben dit ervaren bij de MDA++ projecten (het huisverbod en het Interventieteam) en bij het project 'versterken samen werken aan veiligheid', voor wat betreft de samenwerkingsafspraken van Veilig Thuis met lokale (wijk) teams. Tevens constateren we dat de werkdruk over de gehele linie de afgelopen jaren sterk is toegenomen en de problematiek ernstiger en complexer is. Tegelijkertijd volgen ontwikkelingen zich in hoog tempo op de afgelopen jaren en nog steeds, waardoor de werkdruk onverminderd hoog is.
Het aansluiten van deze bestuurlijke netwerken bij de praktijk van alle dag is daarom belangrijk, gezien deze ervaringen. Medio 2021 zijn de eerste bijeenkomsten georganiseerd. Gestart is met drie bestuurlijke netwerken rond de thema's: • • •
eerder en beter in beeld, MDA++, aanpak ouderenmishandeling.
Voor een vierde thema 'aanpak seksueel geweld'zal ook een bestuurlijk netwerk worden gevormd. Dit pakken we op via het 'samenwerkingsverband seksueel geweld'wat op werkersniveau al bestaat. Het waarom, de opzet, doel en taken van dit netwerk is uitgeschreven in de notitie 'Naar een regionaal bestuurlijk samenwerkingsnetwerk', (zie bijlage 2).
N N 00 N N Ui N
Regionaal beleidskader 2022 - 2025 GIA e n Meldpunt crisiszorg 1 35
WEST BRABANT
REGIONAAL BELEIDSKADER
Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA) en Meldpunt crisiszorg