CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

8a b&w Beleidskader Geweld in Afhankelijksrelaties en meldpunt crisiszorg

commissie Maatschappelijke Aangelegenheden 8 juni 2022, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken16.937 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE RUCPHEN INGF-Kor,'1 EN:

23 FEB. 2022 AAK

VERBLIJF: I CC:

AFD. WEEK:

Gemeenteraad Rucphen Postbus 9 4715 ZG RUCPHEN

Rucphen, Onderwerp:

Onze referentie:

Z21/058412-D22/1167254

Uw referentie: Behandelaar:

I. Vink

Telefoonnummer:

0165-349500

2 3 FEB. 2022 Beleidskader Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en meldpunt crisiszorg

Geachte raad,

Bijgevoegd treft u het nieuwe Beleidskader Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA) en Meldpunt Crisiszorg 2022 t/m 2025. Daarnaast informeren wij u in deze raadsinformatiebrief over de besluitvorming en de financiën. Besluitvorming De samenwerking met betrekking tot de aanpak GIA en het Meldpunt Crisiszorg tussen de 16 gemeenten in West-Brabant is geregeld in een gemeenschappelijke regeling. De gemeente Breda is aangewezen als centrumgemeente. In de GR is bepaald dat de gemeenten op voordracht van het plenair overleg het regionale beleid vaststellen. In het plenair overleg van 11 november 2021 zijn de betrokken portefeuillehouders van de gemeenten akkoord gegaan met bijgevoegd beleidskader. Op 8 februari 2022 heeft ons college het beleidskader vastgesteld. Financieel Aanpak GIA Het totaal benodigde budget voor regionale uitvoeringsplannen GIA dat aan gemeenten gevraagd wordt voor 2022 bedraagt C 178.008,44. Voor de aanpak van GIA hebben wij een structureel budget van C 176.030,00 opgenomen op de begroting. Er is een verschil in de gevraagde bijdrage ontstaan door verschuivingen in inwoneraantallen tussen de gemeenten in West-Brabant t.o.v. 2018. In Rucphen zijn de inwoneraantallen relatief sterker gestegen en daardoor betalen we een hogere bijdrage.

Het verschil van C 1.979,00 brengen we ten laste van het begrotingssaldo 2022 en wordt verwerkt in de eerste bestuursrapportage 2022. Meldpunt Crisiszorg Het regionaal uitvoeringsbudget voor Meldpunt Crisiszorg bestaat uit middelen die voorheen door gemeenten beschikbaar werden gesteld voor crisishulp jeugd, crisishulp maatschappelijk werk en crisismeldingen Veilig Thuis, een en ander conform het vastgestelde "Realisatieplan Crisismeldpunt WB, 8 maart 2019". Voor de bijdrage aan het Meldpunt Crisiszorg is een structureel budget van C 13.559,00 opgenomen. Binnentuin 1 Postbus 9 4715 ZG Rucphen T: 0165 34 95 00 F: 0165 34 13 75 Banknummer: 2850 07 319 IBAN: NL37BNGH0285007319 KvK-nr. 20164997 Gemeente Rucphen

Rucphen

Schijf

Sprundel

St. Willebrord

Zegge

gemeente@rucphen.n1 www.rucphen.n1

2

Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Rucphen, de burgemeester, de secretaris,

Sandor Michielse

Marjolein ván der Meer Mohr

Bijlage: Beleidskader Geweld in Afhankelijkheidsrelaties.

2022 2025

WEST BRABANT REGIONAAL BELEIDSKADER

Geweid in Afhankelijkheidsrelaties (GIA) en Meldpunt crisiszorg Vast te stellen in de gemeenten van West-Brabant (versie na bespreking plenair bestuurlijk overleg 11 november 2021)

.-*

Regionaal beleidskader 2022 - 2025 GIAen Me ldpunt crisiszorg 1 2

VOORWOORD De onderlinge samenwerking van de West-Brabantse gemeenten' bij de aanpak van Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA) en het Meldpunt Crisiszorg is vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling die de gemeenten hebben ingesteld (Staatscourant 27 augustus 2020). In de Gemeenschappelijke Regeling is afgesproken dat we als gemeenten het regionaal beleid op het terrein van GIA (ofwel Huiselijk geweld en kindermishandeling) en het Meldpunt Crisiszorg afstemmen en gezamenlijk vaststellen. Het beleid vormt de basis voor de financiering van en opdrachten aan de regionale uitvoeringsorganisaties, zoals de stichting Veilig Thuis West-Brabant, de stichting Safegroup en de netwerkorganisatie van het meldpunt. Voor u ligt het regionaal beleid voor de aanpak van Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en het beleid met betrekking tot het Meldpunt Crisiszorg. Dit beleidskader is vastgesteld door de West-Brabantse gemeenten voor de jaren 2022 tot en met 2025 en bestaat uit twee delen.

Dit zijn de gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht en Zundert De gemeenten Alphen -Chaam en Baarle-Nassau maken per 1 januari 2023 geen deel meer uit van dit samenwerkingsverband.

In deel I vindt u het regionale kader voor de aanpak van Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA) en in deel II onze visie en uitgangspunten die we als gemeenten hanteren voor het Meldpunt Crisiszorg (MCZ).

Dit kader vormt de komende jaren de grondslag van onze inspanningen om de cirkel van geweld te doorbreken en crisiszorg optimaal te organiseren. Wij danken alle betrokken gemeenten en partners die zich dag in dag uit inspannen om het verschil te maken voor slachtoffers en plegers van huiselijk geweld. Wij kijken ernaar uit om deze samenwerking in de komende jaren voort te zetten, in de wetenschap dat we hiermee nooit klaar zullen zijn. Miranda de Vries Voorzitter Stuurgroep GIA en MCZ Burgemeester Etten-Leur

2022 2025 INHOUDSOPGAVE

Samenvatting Inleiding en leeswijzer Waarom is een beleidskader nodig 3. Doelen 4. Uitgangspunten 5. Regionale verantwoordelijkheid 6. Lokale verantwoordelijkheid 7. Financiën 8. Monitoring 1. 2.

4 6 7 8 10 12 14 15 16

DEEL II MELDPUNT CRISISZORG Samenvatting Inleiding en leeswijzer 2. Het Meldpunt crisiszorg, een netwerkorganisatie 3. Ontwikkeling naar Meldpunt voor acute en niet-acute zorgmeldingen 4. Gemeentelijke verantwoordelijkheid 5. Financiën 6. Monitoring 1.

18 19 19 20 21 22 23

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

Basis voor opdrachtverstrekking Veilig Thuis, Safegroup e.a Naar een Regionaal bestuurlijk samenwerkingsnetwerk Samenvatting bereikte resultaten regionaalprogramma GHNT

24 27 32

Regionaal beleidskader 2022- 2025 GIA t n Meldpunt crisiszorg I 3

DEEL I BELEID AANPAK GEWELD IN AFHANKELIJKHEIDSRELATIES

DEEL I BELEID AANPAK GEWELD IN AFHANKELIJKHEIDSRELATIES

SAMENVATTING

Regionaal beleidskader 2022 - 2025GIAen Meldpunt crisiszorg 1 4

Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA) ofwel huiselijk geweld en kindermishandeling is nog steeds het grootste geweldsprobleem in onze samenleving. Bij Veilig Thuis West-Brabant komen jaarlijks rond de 6.000 meldingen binnen. In 65% van de gezinnen (landelijk gemeten) die worden gemeld bij Veilig Thuis is er sprake van zowel huiselijk geweld als kindermishandeling. Gemeenten in West-Brabant werken samen aan de aanpak GIA. De afgelopen jaren is uitvoering gegeven aan het Regionaal Programma Geweld Hoort Nergens Thuis. Met dit beleidskader bouwen we voort op dit programma. We stellen ons ook de komende jaren tot doel geweld in afhankelijkheidsrelaties eerder en beter in beeld te krijgen en gesignaleerd geweld te stoppen en duurzaam op te lossen. Huiselijk Geweld kent diverse vormen die vragen om een andere aanpak. Daarom richten we ons ook op enkele specifieke groepen, die we beter willen bedienen. Zo geven we de komende jaren extra aandacht aan de aanpak van ouderenmishandeling, de aanpak van seksueel geweld en complexe scheidingen. We willen doen 'wat werkt'. Landelijk onderzoek, uitgevoerd door het Verwey-jonker instituut biedt ons hiertoe de handvatten. Werken aan duurzame veiligheid is een kwestie van lange adem, zoals de onderzoekers ook aangeven.

We weten dat werken vanuit de 'Visie gefaseerd samen- werken aan veiligheie helpt om geweld in gezinnen blijvend te stoppen en dat de inzet van ervaringsdeskundigheid helpt. We willen doen 'wat nodig is'. We weten inmiddels dat veelal langdurige betrokkenheid nodig is bij gezinnen. Vaak zijn meerdere professionals betrokken bij gezinnen, dat maakt dat samenwerken met gezinsleden en betrokken professionals essentieel is om problematiek het hoofd te bieden met duidelijkheid over regievoering. Samenwerken gaat echter niet vanzelf; hiervoor zijn gedragsregels en samenwerkingsafspraken nodig. Verwachtingen over en weer en dilemma's waar professionals mee geconfronteerd worden zullen steeds open op tafel moeten komen. Achter huiselijk geweld en kindermishandeling gaan in de regel meerdere problemen schuil (schulden, armoede, verslaving en/of psychische problemen, licht verstandelijke beperking). Om samenwerking op managementniveau en op de werkvloer mogelijk te maken is integrale sturing vanuit verschillende domeinen nodig. Hiertoe benutten we de bestuurlijke netwerken waarmee we net gestart zijn.

2 Bron Civil

In dit beleidskader laten we zien waar we regionaal verantwoordelijkheid voor nemen en waar iedere individuele gemeente lokaal verantwoordelijkheid voor neemt. •

•

Regionaal richten we ons op: het onderhouden van samenwerkingsafspraken met netwerkpartners, het versterken van de bestuurlijke netwerken en op 'goed opdrachtgeverschap'voor de gesubsidieerde instellingen zoals de stichting Veilig Thuis en de stichting Safegroup. Hierbij borgen we de projecten en activiteiten die de afgelopen jaren ontwikkeld zijn, onder andere vanuit het programma Geweld Hoort Nergens Thuis. Het betreft hier: de Inzet van ervaringsdeskundigen (de Cirkel is Rond), de multidisciplinaire aanpak (MDA++)3 bij structureel geweld (het Interventieteam), het Centrum Seksueel Geweld en het ontwikkelde eerstelijns Hulpaanbod na seksueel misbruik. Gezamenlijk volgen we de landelijke ontwikkelingen en sluiten we met onze inzet, waar nodig en mogelijk, hierop aan. Hierbij is het - in concept - opgestelde Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming een belangrijke ontwikkeling. Lokaal is het aan de gemeenten zelf om uitvoering te geven aan de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Met de vaststelling van dit kader geven we als gemeenten aan dat we met ons lokale beleid en aanpak aansluiten op dit regionale kader en meewerken aan de doelen en ambities die hierin zijn opgenomen.

We zien als gemeenten het belang van: blijvend aandacht vragen bij burgers en netwerkpartners voor de aanpak van GIA, het blijvend stimuleren van het gebruik van de meldcode, het werken volgens het kwaliteitskader 'werken aan veiligheid binnen lokale teams'en het structureel zorgen voor deskundigheidsbevordering.

Financieel houden we ons aan de afspraken die we binnen onze Gemeenschappelijke Regeling (GR) hebben vastgelegd. We maken deze beleidsperiode geen meerjarige afspraak. Dit doen we omdat we nu nog geen goede inschatting kunnen maken van het benodigde budget voor de jaren 2023 tot en met 2025. De gemeenten AlphenChaam en Baarle-Nassau treden per 1 januari 2023 uit de GR. De financiële consequenties brengen we in beeld en

3 Multi Disciplinaire Aanpak +Specialistisch en +Intersectoraal gericht op complexe en structurele vormen van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld

we nemen daar separaat een besluit over. We houden ons uiteraard wel aan de regels van 'behoorlijk bestuur'waar het de structurele financiering betreft van gesubsidieerde activiteiten. Uitdagingen waar we in financieel opzicht voor staan betreffen: de instandhouding en het op peil houden van de structurele activiteiten bij Veilig Thuis en Safegroup (inclusief een vernieuwde inrichting van de vrouwenopvang) en de structurele borging van (door)ontwikkelde activiteiten zoals de inzet van ervaringsdeskundigheid, het interventieteam en het eerstelijns aanbod voor slachtoffers van seksueel misbruik. Het gaat om de basis op orde brengen en houden. We zien dat de druk op de keten en de lokale gemeentelijke teams onverminderd groot is en dat alle partijen, waaronder ook wij als gemeenten, moeite hebben voldoende personele inzet vrij te maken voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en hen ook voldoende te stutten en te steunen. We monitoren aan de hand van kerncijfers, uit tussenrapportages en jaarverslagen van de gesubsidieerde organisaties; we houden periodieke accountgesprekken. We doen mee aan de 3e cohortstudie van het VerweyJonker instituut en we maken gebruik van de landelijk verzamelde gegevens, waar ook per regio cijfers zichtbaar zijn.

Zo kunnen we bij de aanpak van huiselijk geweld inspelen op trends die we signaleren en waar nodig meer aandacht geven aan bijvoorbeeld een specifieke doelgroep en/of geweldsprofiel; of we constateren dat meer inzet nodig is op preventie of juist op nazorg.

Regionaal beleidskader 2022- 2025GIA ( n Meldpunt crisiszorg I 5

12021 20 4

'I. INLEIDING EN LEESWIJZER

Regionaal beleidskader 2022- 2025GIA en Meldpunt crisiszorg I 6

In dit deel I wordt het regionale beleid verwoord wat voor de jaren 2022 tot en met 2025 kader stellend is voor de regionale aanpak van Geweld in Afhankelijkheidsrelaties. In de Gemeenschappelijke Regeling voor Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA) en Meldpunt Crisiszorg West-Brabant, gepubliceerd in de Staatscourant van 27 augustus 2020, hebben gemeenten de onderlinge samenwerking geregeld. Daarin is terug te vinden hoe besluiten worden genomen en hoe er bestuurlijk en ambtelijk wordt samengewerkt. Daar wordt in dit beleidskader verder niet op ingegaan.

In dit eerste deel zoomen we in op de aanpak van GIA. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het waarom van een aanpak GIA, de doelen die we nastreven, de uitgangspunten die we hanteren, onze regionale verantwoordelijkheid, de lokale verantwoordelijkheid, de financiën en tenslotte monitoring.

91

2022 202 î.

WAAROM

In Nederland is de meest risicovolle plek om geweld mee te maken thuis of in andere afhankelijkheids-/ vertrouwelijkheidsrelaties. In 2020 kwamen er 6.130 meldingen van huiselijk geweld en/of kindermishandeling binnen bij Veilig Thuis West-Brabant en 2.947 adviesvragen. De afgelopen drie jaar schommelt het aantal meldingen bij Veilig Thuis rond de 6.000 en het aantal adviesvragen rond de 3.000, meer cijfers zijn te vinden op de website van Veilig Thuis West-Brabant. https://www. veiligthuiswb nl/

Enkele landelijke cijfers over huiselijk geweld en kindermishandeling:

Huiselijk geweld is geweld dat wordt gepleegd door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer. Dat kunnen zijn: partners, ex-partners, gezinsleden, familieleden en huisvrienden. De term 'huiselijk geweld'verwijst naar de relatie tussen pleger en slachtoffer. Er is meestal sprake van een machtsverschil. Het slachtoffer is afhankelijk van de dader. Het kan bij huiselijk geweld gaan om lichamelijk, seksueel en psychisch geweld. Vormen van huiselijk geweld zijn: kindermishandeling, ouderenmishandeling, eer gerelateerd geweld (zoals eerwraak, vrouwelijke genitale verminking of huwelijksdwang), partnergeweld en expartnergeweld.

•

Met de regioaanpak willen we geweld, of risico's hierop, eerder in beeld krijgen, zodat we geweld in een zo vroeg mogelijk stadium kunnen stoppen en blijvend oplossen. Aansluitend op de regio aanpak is het belangrijk dat gemeenten lokaal ook aandacht hebben voor geweld in afhankelijkheidsrelaties. Het (zoveel mogelijk) voorkomen van geweld, is een belangrijke taak voor de individuele gemeenten en lokale professionals. Tot op heden zijn we in Nederland er onvoldoende in geslaagd om een fundamenteel verschil te maken in het terugdringen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Onze regio is niet uniek.

•

•

•

•

127.000 kinderen in Nederland zijn jaarlijks slachtoffer van mishandeling, ofwel in elke schoolklas een kind dat slachtoffer is van kindermishandeling. 5,5% van alle Nederlandse volwassenen is de afgelopen 5 jaar minstens eenmaal slachtoffer geweest van fysiek, psychisch of seksueel geweld in huis, dat zijn ruim 750.000 personen. 20% hiervan is herhaald geweld. Dit treft ongeveer 150.000 volwassenen. In 65% van de gezinnen die worden gemeld bij Veilig Thuis is er sprake van zowel huiselijk geweld als kindermishandeling. 1 op de 20 ouderen (65+) krijgt ooit te maken met mishandeling door familie / mantelzorgers, professionele zorgverleners of vrijwilligers. 11% van alle Nederlandse vrouwen meldt seksueel geweld te hebben meegemaakt van een (ex)partner: dat zijn bijna 660.000 vrouwen.

De impactmonitor huiselijk geweld en kindermishandeling en het dashboard impactmonitor inzicht in aard en omvang van huiselijk geweld en kindermishandeling, https://lopgreads.cbs.nl/impactmonitorhgkm-2020/ https://dashboards.cbs.nl/v2/dashboardimpactmonitor_ hgkm/ Dit alles betekent niet dat er niets gebeurt. Het VerweyJonker onderzoek ('Kwestie van lange adem', van november 2020) waarin gezinnen anderhalf jaar gevolgd zijn nadat er melding is gedaan bij Veilig Thuis, laat zien dat in 30% van de meldingen het geweld is gestopt na anderhalf jaar. Dat is een mooi resultaat, maar het is nog niet genoeg. Want ook blijkt dat er bij ruim 50% van de meldingen na anderhalf jaar nog steeds sprake is van (minder) geweld. De resultaten uit het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut laten ons tevens zien op welke aspecten aanscherping van beleid en uitvoering nodig is.

Regionaal beleidskader 2022- 2025 GIAen Me ldpunt crisiszorg l 7

2

3. DOELEN

Regionaal beleidskader 2022- 2025GIA en Meldpunt crisiszorg 1 8

Onze ambitie blijft nog steeds (net als de afgelopen jaren) het voorkomen, stoppen en blijvend oplossen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Iedereen in West-Brabant verdient het om zich thuis veilig te voelen. Alleen dan zijn kinderen en volwassenen in staat zich te ontwikkelen, om mee te doen in de samenleving en om eigen keuzes te maken, nu en in de toekomst. Hiervoor is passende ondersteuning, hulp of behandeling, bescherming en toezicht nodig. Dichtbij, zo vroeg mogelijk en zo lang als nodig is. Om dit te bereiken werken we verder aan de doelen die we ons gesteld hebben bij de start van het regionale programma Geweld Hoort Nergens Thuis wat we vanaf het jaar 2019 uitvoeren. Een samenvatting van de uitgevoerde activiteiten binnen het regionale programma tot nu toe is te vinden in bijlage 3. Het gaat om dezelfde doelen / actielijnen die het landelijk programma Geweld Hoort Nergens Thuis had geformuleerd en waar goede resultaten mee geboekt zijn: • • •

Eerder en beter in beeld Stoppen en duurzaam oplossen Specifieke groepen beter bedienen

Voor het jaar 2022 stelt VWS nog eenmalig middelen beschikbaar om de programma activiteiten te borgen en de functie van regionaal programmaleider voor de aanpak van HGKM in 2022 voor te zetten. Met dit beleidskader zorgen we ervoor dat ook de jaren erna verder gewerkt wordt aan de gestelde doelen. 3.1 Eerder en beter in beeld We richten ons hierbij op de volgende activiteiten: 3.1.1 Versterken van de kennis en vaardigheden van lokale teams De kennis over GIA / huiselijk geweld en kindermishandeling binnen de lokale teams vraagt nog aandacht, als ook het werken volgens de stappen van de Meldcode. Vooral stap 3 van de Meldcode 'zorgen bespreekbaar maken'is een belangrijke stap in de vroegsignalering. De aard en de omvang van huiselijk geweld en kindermishandeling en de kennis van wat werkt, zoals dat uit het onderzoek van Verwey Jonker naar voren komt (november 2020 gepubliceerd) vraagt om brede verspreiding, https://www.verwey-jonkernl/publicatie/ kwestie-van-lange-adem/. Het kwaliteitskader 'werken aan veiligheid voor lokale teams' is hierbij richtinggevend.

3.1.2 Goede samenwerking realiseren tussen lokale teams en de regionaal werkende organisaties, Afspraken en samenwerking van lokale teams met Veilig Thuis zijn eind 2021 opnieuw vastgesteld; deze worden de komende jaren bewaakt en doorlopende geëvalueerd. Hiertoe is een klankbordgroep geformeerd die een vinger aan de pols houdt, reacties en vragen van betrokkenen beantwoordt, dilemma's signaleert en bespreekt en knelpunten oplost. Afspraken met lokale teams en Safegroup zullen ter hand worden genomen, in het traject dat Safegroup zal doorlopen gericht op verbeterde hulpverlening en verbouwing van de opvanglocatie (zie paragraaf 3.2.1). Hier gaat het om samenwerking en afstemming van de hulp van het ambulante team van Safegroup en de lokale teams en ook om de nazorg voor de vrouwen en hun eventuele kinderen na uitstroom uit de opvang. Op regionale schaal zijn ook enkele netwerkorganisaties actief zoals het Interventieteam, de Cirkel is Rond, het Centrum Seksueel geweld en het eerstelijns aanbod na seksueel misbruik. Ook voor deze voorzieningen is het nodig samenwerkingsafspraken te hebben. De betrokken organisaties maken die onderling en wij zullen als subsidieverlener in onze accountgesprekken met partijen hierop toezien.

3.1.3 Goede toepassing van de meldcode door gemeentelijke organisaties, onderwijs, kinderopvang en overige maatschappelijke partners Maatschappelijke partners, bijvoorbeeld uit het onderwijs en kinderopvang, spelen een ontzettend belangrijke rol bij het tijdig signaleren en bespreekbaar maken van zorgen / signalen die kunnen duiden op huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit blijkt in de praktijk ontzettend lastig. In het bestuurlijk netwerk 'eerder en beter in beeld' staat dit hoog op de agenda. 3.2 Het geweld stoppen en duurzaam oplossen Bij dit doel richten we ons op: 3.2.1 het versterken van de vrouwenopvang De Vrouwenopvang was tot 1 april 2020 ondergebracht als werkeenheid bij Juzt. Per 1 april 2020 is deze als zelfstandige stichting Safegroup verder gegaan. Gewerkt wordt aan vernieuwing van de hulpverlening. Hiervoor behoeft ook de opvangvoorziening zelf flinke aanpassingen. De eerste voorbereidingen worden hiervoor getroffen. Komende jaren staan in het teken van deze ontwikkeling. Het keurmerk 'Veiligheid in de Vrouwenopvang'is hierbij richtinggevend. Stichting Safegroup is aspirant keurmerkhouder. Zie voor meer informatie https://keurmerkvrouwenopvang.n1/

2022

3.2.2 Realiseren van een goedwerkend Veilig Thuis West-Brabant Veilig Thuis organisaties zijn relatief jonge organisaties In ons land. Afgelopen jaren stonden in het teken van werk- en kwaliteitsontwikkeling, waarbij ook nog de aangescherpte meldcode met een monitorfunctie voor Veilig Thuis tot veel meerwerk heeft geleid. Het werken bij Veilig Thuis is zwaar; werkers worden geconfronteerd met ernstige zaken van huiselijk geweld en kindermishandeling die grote impact hebben op werkers. De krapte op de arbeidsmarkt heeft ertoe geleid dat er veel personeel verloop is geweest, wat maakte dat veel tijd nodig is geweest om nieuwe, relatief jonge, werkers in te werken. Het kost nog steeds moeite om het personeelsbestand op niveau te houden. Komende jaren richten we ons op het stabiliseren en consolideren van Veilig Thuis. Ook voor Veilig Thuis is goede samenwerking met netwerkpartners (denk hierbij ook aan politie, onderwijs, Raad voor de Kinderbescherming en jeugdbescherming) en lokale teams van gemeenten van groot belang. Veilig Thuis moet zaken tijdig, onder de juiste veiligheidsvoorwaarden, door kunnen zetten, zodat zij zich op haar kerntaken kan richten. 3.2.3 Realiseren van goedwerkende samenwerkingsverbanden gericht op stoppen en duurzaam oplossen In onze regio worden een aantal activiteiten in samenwerkingsverband uitgevoerd.

Deze samenwerkingsverbanden willen we goed gepositioneerd hebben en de werkers binnen het samenwerkingsverband willen we de ruimte geven om hun werk daarbinnen te kunnen doen. Het gaat hierbij om: het Centrum Seksueel Geweld, Het Interventieteam (bij ernstig en structureel geweld), de Cirkel is rond (inzet ervaringsdeskundigen) en eerstelijns aanbod bij seksueel misbruik. Ook hier geldt dat we als subsidieverlener deze samenwerkingsverbanden monitoren en hier blijvend aandacht voor vragen bij de partners die daar deel van uitmaken. 3.3 Specifieke groepen beter bedienen We richten ons op drie specifieke groepen: 3.3.1 Aanpak Ouderenmishandeling Tijdens het programma Geweld Hoort nergens Thuis is ingezet op de aanpak van ouderenmishandeling. De ervaring leert dat ook hier geldt dat het een kwestie is van 'lange adem'. Daarom blijven we de komende jaren inzetten op het versterken van de aanpak voor deze specifieke groep. Bij de aanpak van ouderenmishandeling zijn 'financiële uitbuiting'en 'ontspoorde mantelzorg', belangrijke thema's, waar we ons op zullen richten.

3.3.2 Aanpak Seksueel geweld Met de komst van het Centrum Seksueel geweld werd duidelijk dat we in onze regio onvoldoende zicht hebben op de mogelijkheden van hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld, als ook van de hulp aan plegers. Uit een eerder uitgevoerde verkenning kwam naar voren dat het in onze regio sowieso ontbrak aan eerstelijns hulpaanbod voor slachtoffers van seksueel misbruik. Met projectsubsidie wordt momenteel dit eerstelijns aanbod in onze regio ontsloten. Blauwe Maan uit Tilburg voert dit samen met de maatschappelijk werk organisaties in West-Brabant uit. Hoe dit voor de komende jaren geborgd wordt is nog onderwerp van overleg en afstemming met partijen. In onze regio is al sinds 2013/2014 een regionaal samenwerkingsverband actief wat zich richt op de aanpak van seksueel misbruik. We willen een impuls geven aan dit samenwerkingsverband en daarmee de effectiviteit van de aanpak vergroten. Veilig Thuis en tevens trekker van het samenwerkingsverband, voert een projectplan uit waarmee een impuls gegeven wordt aan onze regionale aanpak. Het project loopt door tot eind 2022 en richt zich op het structureel versterken van het samenwerkingsverband. 3.3.3 Aanpak Complexe scheidingen Veilig Thuis ontvangt veel meldingen waarbij sprake is van een complexe scheiding en waar de veiligheid in het geding is.

Bij scheidingen hebben we naast hulpverleners vanuit verschillende disciplines vooral ook te maken met advocaten, mediators en de Raad voor de Kinderbescherming en we zien dat een gerichte aanpak gewenst is. Dit heeft ertoe geleid dat we in het kader van het programma Geweld hoort nergens thuis het project (preventieve) aanpak van complexe scheidingen zijn gestart. Eind 2021 zijn de opbrengsten van dit project vastgesteld. Er is brede erkenning voor de complexiteit van een substantieel aantal scheidingen. We constateren dat het belangrijk is om preciezer te formuleren waar de onveiligheid uit bestaat (wie gebruikt wanneer wel geweld?). In de eerste plaats voor betrokkenen zelf maar ook onderkenning van de worsteling van lokale professionals bij de hulp aan kinderen of ouders (de aard van het geweld heeft consequenties voor de in te zetten hulp; is het raadzaam om ouders samen te spreken of afzonderlijk?). Een groot deel van de geboden hulp en ondersteuning valt onder de Jeugdwet terwijl het voor een belangrijk deel om volwassenenzorg - lees ouders - gaat. Deze problematiek verdient dringend aandacht vanuit een breder perspectief met focus houden op veiligheid. Naast investeren in een netwerkaanpak is een kwaliteitsimpuls noodzakelijk in deskundigheidsbevordering, signaleren en samen-

Regionaal beleidskader 2022- 2025GIAen Meldpunt crisiszorg 1 9

2021

4. UITGANGSPUNTEN

Regionaal beleidskader 2022- 2025GIA en Meldpunt crisiszorg 1 10

hangende aanpak. We faciliteren komende jaren het tijdens het project opgezette regionale netwerk complexe scheidingen (met deelname van gemeenten, Veilig Thuis, jeugdprofessionals, maatschappelijk werkers, professionals zorgaanbieders, advocaten en de Raad voor de Kinderbescherming) dat werkt vanuit de visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid. Dit creëert gemeenschappelijke taal en kaders over domeinen heen. We zien hierbij ook verbinding met het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming.

We willen - Doen wat werkt - om het geweld in gezinnen te stoppen en richten ons op wat daarvoor nodig is. Het onderzoek van het Verwey-Jonker instituut 'Kwestie van lange adem'biedt ons de handvatten. Bij - wat werkt - bij de hulp aan gezinnen benoemen we de volgende vier uitgangspunten: 4.1 Visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid Veiligheid en bescherming tegen geweld is een universeel mensenrecht voor kinderen en volwassenen, met recht op bescherming van de lichamelijke integriteit, met recht op bescherming tegen onterende bestraffing, en met recht op de volle ontwikkeling van de persoonlijkheid. Als het in een gezin of binnen een relatie niet veilig is dan kunnen de gezinsleden zich niet ontwikkelen en zal ondersteuning of behandeling niet het beoogde resultaat hebben, mogelijk zelfs helemaal geen resultaat. Dit betekent dat veiligheid altijd eerst geborgd moet worden. Vaak zijn meerdere hulpverleners betrokken bij een gezin en/of zijn er al vaker zorgen gemeld. De betrokken professionals zullen er samen met de betrokkenen en hun directe omgeving voor moeten zorgen dat het eerst veilig is en dat het vervolgens veilig blijft. De visie gefaseerde ketenzorg (https://vns.nl/sites/default/files/202101/20210125-visie-sefaseerd-samenwerken-aan-veili_g_heiddef.pdf) biedt hiertoe handvatten.

Samen met het gezin en de directe omgeving wordt een concreet veiligheidsplan gemaakt en dit wordt ook gedurende een langere periode gevolgd.

Stoppen en

Duurzaam

t

II

Veiligheidsplan 1—

Gedurende het hele proces focus op veiligheid ----I

12022

212b m

4.2 Huishoudens worden zo lang als nodig ondersteund (kwestie van lange adem) De studie van Verwey-jonker laat zien dat partnergeweld en kindermishandeling geen geïsoleerde, eenmalige gebeurtenissen zijn, maar eerder een slepend proces dat lang voortduurt. Dit onderstreept dat geweld in gezinnen taai is om te stoppen en dat het niet vanzelf verdwijnt. Voor het daadwerkelijk doorbreken van de cirkel van geweld is het noodzakelijk dat we deze gezinnen langdurig meerjarig begeleiden. In de meeste gezinnen is sprake van ernstig terugkerend geweld. Veel plegers vervallen weer in herhaling en het aantal hermeldingen bij Veilig Thuis is bij deze gezinnen erg hoog. Er is een te grote groep van gezinnen die te snel uit beeld verdwijnen van de professionals. Te snel wordt aangenomen dat het huiselijk geweld niet meer speelt. We moeten dus langere tijd investeren in het versterken van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. 4.3 Ervaringsdeskundigheid benutten In 2018 zijn we in West-Brabant gestart met de inzet van ervaringsdeskundigen, onder de naam 'De Cirkel is Rond'. De GGD West-Brabant heeft het project jaarlijks geëvalueerd, zodoende hebben we de ontwikkeling van deze inzet op de voet kunnen volgen. Tevens is vanuit het landelijke programma onderzoek gedaan aan de hand van ons project naar de positionering van ervaringsdeskundigen in het werkveld.

En is een eerste aanzet gedaan om zicht te krijgen op het maatschappelijk rendement. De ervaringen met de inzet van ervaringsdeskundigheid in onze regio zijn zeer positief. Bureau E:M+MA. heeft ons project in opdracht van het landelijke kernteam onder de loep heeft genomen. Op basis van de opgedane inzichten en bevindingen meent E:MA+MA. dat de maatschappelijke meerwaarde van de inzet van ervaringsdeskundigen opweegt tegen de kosten en dat de doelen van de inzet van ervaringsdeskundigheid worden bereikt. Ervaringsdeskundigen (zowel voormalig slachtoffers als plegers) laten samenwerken met professionals in 4 Signs af Safety is een oplossingsgerichte benadering gericht op het creëren van veiligheid voor kinderen in situaties waar sprake is van (een vermoeden van) kindermishandeling. In alle fasen van het traject wordt samengewerkt met het gezin en de directbetrokkenen

casuïstiek bevordert de hulpverlening en versterkt kwetsbare cliënten door herstel van veiligheid en versterken weerbaarheid; dit méér dan als er alleen professionals zijn betrokken in casuïstiek. In die zin wordt geconcludeerd dat het project De Cirkel is Rond maatschappelijke meerwaarde kent als het gaat om de aanpak van huiselijk geweld. De eerste signalen duiden daar in ieder geval wel op. Hoewel het gaat om kleine aantallen, is zichtbaar dat door de inzet van een ervaringsdeskundige in de meeste gevallen de veiligheid is toegenomen (GGD, 2020). Empirische onderbouwing met langdurig en vergelijkend onderzoek wordt aanbevolen. 4.4 Samenwerken op basis van gedragsregels en samenwerkingsafspraken Samenwerken wordt in de regel gezien als vanzelfsprekend en er wordt in de dagelijkse praktijk niet zo vaak diepgaand over gesproken. Dat is jammer want samenwerken gaat niet vanzelf en het is in ieder geval meer dan onderling het werk verdelen. Er zijn veel studies en artikelen verschenen over samenwerken, wat daar voor nodig is en waarin handvatten te vinden zijn voor effectief samenwerken. Samenwerking start met de visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid als vertrekpunt. Hierbij is het van belang om voorwaarden te scheppen om tot effectieve samenwerking te komen.

Hier benoemen we twee zaken die in ieder geval voorwaardenscheppend zijn voor effectieve samenwerking: • Medewerkers (professionals) spreken dezelfde taal (over onveiligheid) en hanteren dezelfde gedragsregels, • Organisaties maken sluitende afspraken over de samenwerking en houden die actueel. 4.4.1 We spreken dezelfde taal en hanteren dezelfde gedragsregels Alleen het implementeren van de visie gefaseerde ketenzorg en de werkwijze Signs of Safety is niet genoeg voor effectieve samenwerking. Het zijn hulpmiddelen. Samenwerken vraagt om een houding van 'elkaar willen helpen'. En het is belangrijk dat professionals dezelfde taal spreken, elkaar ook aanspreken en open zijn over de dilemma's waar ze voor staan. In West-Brabant is medio 2018 het de-escalatiemodel geïntroduceerd in de gemeenten. Hierin worden definities van casusregie en procesregie gedefinieerd en toegelicht. Het is tevens een hulpmiddel om na te gaan (in samenwerking) wie aan de lat staat om de juiste hulp te bieden en wanneer hulp opgeschaald (of 'bijgeschaald') of afgeschaald kan worden. Ook helpt het bij het opschalen naar leidinggevende, directeur of bestuurder, als de samenwerking stagneert. Een voorbeeld van een regiekaart voor het op- en

Regionaal beleidskader 2022- 2025 GIA e n Meldpunt crisiszorg I

De Signs of Safety4 benadering die al eerder in de regio is geïntroduceerd en het oplossingsgericht werken, passen goed binnen deze visie gefaseerde ketenzorg. Van belang is dat professionals voor ogen houden dat risico gestuurde zorg en herstelgerichte zorg alleen vruchtbaar zijn als de onveilige situatie onder controle is gebracht.

5. REGIONALE VERANTWOORDELIJKHEID afschalen is te vinden in bijlage 4. Ook de regiekaart is een hulpmiddel. Het gaat vooral om hoe we met elkaar omgaan. Een positieve houding en gedrag is essentieel bij samenwerken; 'normaal hoort dit niet bij mijn functie, maar ik ga kijken wat ik wél kan doen!'.

Regionaal beleidskader 2022- 2025 GIAen Meldpunt crisiszorg I 12

Gedragsregels bij samenwerken - uit de handreiking de-escaleren West-Brabant •

• • • • •

Iemand die hulp behoeft is altijd welkom; als ik niet de juiste persoon ben, zorg ik voor een warme overdracht; ik laat niet los voordat een ander overneemt. Er zijn niet meer professionals betrokken dan nodig en het is voor mij altijd duidelijk wie casusregie heeft. Ik zeg wat ik doe en doe wat ik zeg tegen cliënten en samenwerkingspartners. Ik kijk alvast verder hoe ik de ander kan helpen om zijn/ haar werk te vergemakkelijken. We vragen tijdig advies en denken actief mee bij advies & consultatie. We spreken elkaar aan op onze afspraken en staan open voor feedback.

Van leidinggevenden en bestuurders vraagt het hanteren van deze gedragsregels daarnaast nog iets extra's. Zij zullen hun medewerkers moeten uitdagen en hen de ruimte geven zich zo op te stellen en te handelen. Tevens is het van belang dat ze monitoren of een warme (persoonlijke) overdracht in voorkomende gevallen lukt. Lukt dat niet of onvoldoende, dan wordt opgeschaald naar leidinggevenden, altijd en overal; ook daartoe moeten medewerkers uitgedaagd worden. 4.4.2 We maken sluitende afspraken en houden die actueel Voor medewerkers in de frontlinie is het belangrijk dat ze weten wat ieders opdracht, taak, rol en bevoegdheid is en wat ze van elkaar mogen verwachten. Hiervoor zijn afspraken nodig op organisatieniveau. Vervolgens is het van belang de afspraken actueel te houden en bij te stellen als daar aanleiding voor is. Als gemeenten zullen we toezien of afspraken gemaakt worden en waar nodig zullen we partners aanspreken op het actueel houden en concreet maken van afspraken.

Als gemeenten zetten we komende beleidsperiode gezamenlijk in op de volgende opgaven: 5.1 Maken en onderhouden van samenwerkingsafspraken De belangrijkste afspraken in dit regionale verband die nodig zijn betreffen die tussen: a b c d e

De gemeenten in West-Brabant onderling zoals deze zijn vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling; Veilig Thuis en gemeenten / lokale (wijk)teams, zoals vastgelegd in de samenwerkingsafspraken; Bestuurders van gemeenten en ketenpartners over de inrichting van de bestuurlijke netwerken; Ketenpartners over de inzet van hulp in het kader van de MDA++ waaronder het huisverbod; Ketenpartners over de inzet van werkers in transorganisatorische teams en samenwerkingsverbanden en hoe deze gepositioneerd zijn in het werkveld (zoals bijvoorbeeld het Interventieteam); Ketenpartners over de routing bij zaken waar ook sprake is van straf en vervolging, zoals bij het Centrum Seksueel Geweld, het actieoverleg van Veilig Thuis en justitiepartners en de routing bij strafbare kindermishandeling (kindermishandeling is altijd strafbaar, maar er is vaak geen of onvoldoende bewijslast om tot vervolging over te gaan; als die er wel is spreken justitiepartners van strafbare kindermishandeling).

Behalve sluitende afspraken maken bij de verschillende aanpakken moeten we ons als regio ook verhouden met de landelijke overheid. De Veilig Thuis organisaties streven landelijk naar een éénduidige werkwijze voor wat betreft de wettelijke taken, waar de inspectie toezicht op houdt. En voor de Vrouwenopvang zijn landelijke afspraken gemaakt omdat de opvang landelijk een sluitend netwerk moet vormen. In de regel zal de centrumgemeente Breda de landelijke ontwikkelingen volgen en actuele onderwerpen agenderen bij gemeenten en in bestuurlijke netwerken. De samenwerking het landelijk programma Geweld Hoort Nergens Thuis loopt in 2022 nog door. Tenslotte is een aandachtspunt de samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars. Dit thema is tot op heden in onze regio geen apart bespreekpunt geweest in het overleg dat gemeente(n) met zorgverzekeraars hebben. De knelpunten die geconstateerd worden zijn dermate specifiek dat deze nog geen prioriteit hebben gekregen in het overleg. Vanuit onze regio is hier in het bijzonder aandacht voor gevraagd bij het nationaal programma Geweld

5.2 Inrichten/verstevigen bestuurlijke netwerken, per doel ingericht 20 november 2020 is met een groot aantal ketenpartners afgesproken dat we een bestuurlijk netwerk inrichten. Doel van de bestuurlijke samenwerkingsnetwerken is het verbeteren van de (integrale) aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Sturen op kennis over 'dat-wat-werkt' en op ruimte, vertrouwen en rugdekking geven aan professionals, knelpunten waar nodig oplossen in het algemeen en in het bijzonder op het thema van het betreffende netwerk. Bestuurlijke netwerken zijn de basis voor de samenwerking in onze regio en vormen de verbinding tussen werkvloer en bestuurders. We zijn gestart met de inrichting van drie bestuurlijke netwerken, ieder rond een thema van huiselijk geweld. De bestuurders worden bijgestaan door ervaringsdeskundigen. De bestuurders van organisaties die vooral bij het betreffende thema betrokken zijn komen bij elkaar. De stuurgroep GIA van gemeenten houdt het overall overzicht op de netwerken en zorgt voor communicatie naar alle organisaties en gemeenten. Gekozen is om te starten met de inrichting van drie netwerken voor de volgende thema's: • • •

Geweld eerder en beter in beeld en bespreekbaar maken, Geweld stoppen en duurzaam oplossen, Specifieke groep - Ouderenmishandeling.

Vanuit het samenwerkingsverband seksueel geweld, waarin managers en werkers bijeen komen, wordt gewerkt aan de vorming van een vierde bestuurlijk netwerk: •

Specifieke groep - Slachtoffers seksueel geweld.

Rol en taken van de netwerken en hoe deze ondersteund worden is uitgewerkt in een aparte notitie en als bijlage 2 bij dit beleidskader gevoegd. We werken binnen deze netwerken programmatisch en stellen daartoe gezamenlijk tweejaarlijks een uitvoeringsagenda op (max, een A-4) waarin per bestuurlijk netwerk prioriteiten worden gesteld en daarop aansluitend acties worden geformuleerd. De gemeenten reserveren een deel van het regionale

budget om dit bestuurlijke netwerk te ondersteunen en om incidentele activiteiten te bekostigen. Het gaat hier om acties van incidentele aard al naar gelang er behoefte aan is, bijvoorbeeld een onderzoek, een themabijeenkomst en waar nodig deskundigheidsbevordering (een training of een workshop). 5.3 Goed opdrachtgeverschap Om de doelen uit dit beleidskader te bereiken is het nodig dat we de basis op orde hebben en houden van de regionaal gefinancierde activiteiten. Dat betekent dat we onze opdrachten aan uitvoerende organisaties als Veilig Thuis en Safegroup helder omschrijven en dat we volgen hoe activiteiten uitgevoerd worden. Dit doen we door halfjaarrapportages en jaarverslagen te beoordelen en voortgangsgesprekken te hebben met de partners, waarbij we inzoomen op onderdelen van de uitvoering als daar aanleiding voor is. We hebben de basis voor de opdrachtverstrekking aan de gesubsidieerde instellingen in Bijlage 1 opgenomen. Het gaan om de opdrachten voor: • • • • • •

stichting Veilig Thuis stichting Safegroup (vrouwenopvang) de Inzet van ervaringsdeskundigen: Cirkel is Rond het Interventieteam (i.k.v. Multidisciplinaire aanpak specialistisch en intersectoraal (MDA++) het Centrum seksueel geweld het Eerstelijns aanbod hulp na seksueel misbruik (nu nog project).

5.4 Bewaken en volgen landelijke ontwikkelingen Tot 1 januari 2023 werken we nauw samen met het landelijke programmateam GHNT. Regulier volgt de centrumgemeente de landelijke ontwikkelingen en neemt deel aan het landelijk overleg dat de VNG organiseert. Belangen van onze regio worden daar behartigd en onze visie en uitgangspunten zijn daarbij leidend. Een belangrijke ontwikkeling om komende beleidsperiode goed te volgen is het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming dat op 30 maart 2021 naar de Tweede Kamer is gestuurd, https://www.rijksoverheid.nlidocumenten/ rappotten/2021/03/30/tk-bijlage-toekomstscenario-kinden-gezinsbescherming Het scenario is opgesteld door een kwartiermaker, in samenwerking met de betrokken partijen en in opdracht van de ministeries van VWS en JenV en de VNG. Het toekomstscenario biedt perspectief hoe de jeugdbeschermingsketen er in de toekomst slimmer en effectiever uit

Regionaal beleidskader 2022- 2025 GIAc n Me ldpunt crisiszorg 1 13

hoort nergens thuis. Dit vraagstuk speelt in alle regio's en bij meerdere thema's in het sociaal domein.

Regionaal beleidskader 2022- 2025 GIAen Meldpunt crisiszorg I 14

6. LOKALE VERANTWOORDELIJKHEID kan zien waarbij het belang van kind én het gezin centraal staat. De kind- en gezinsbescherming zijn daarbij onderdeel van een brede en gezinsgerichte aanpak. De consultatieperiode is afgesloten en de reacties moeten nog verwerkt worden. Het is aan het nieuwe kabinet en de Tweede kamer om vervolgens een besluit te nemen. Kortom ook dit traject zal er één zijn van lange adem. Maar gezien het geschetste scenario is het van belang om deze ontwikkeling nauw te volgen en waar mogelijk al op in te spelen. In het najaar van 2021 worden de contouren van dit nieuwe programma uitgewerkt en wordt gewerkt aan de verbinding van de prioritaire thema's uit het programma Geweld Hoort Nergens Thuis met dit programma. Zo behouden we wat is bereikt en bouwen we met elkaar verder op vier jaar regionale en landelijke aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling.

Hoewel er op het gebied van GIA veel regionaal wordt georganiseerd, is er ook lokaal een stevige aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling nodig. Zonder een goede lokale ondersteuning, lopen de regionale (vangnet-) voorzieningen als snel over of vast. Het zijn communicerende vaten die niet zonder elkaar kunnen. Gemeenten zijn individueel verantwoordelijk, maar hoeven niet altijd het wiel zelf uit te vinden. Daar waar mogelijk trekken we regionaal samen op, bijvoorbeeld bij verschillende vormen van deskundigheidsbevordering. We zien overall dat de druk op de keten en de lokale gemeentelijke teams onverminderd groot is. Dit maakt dat het voor professionals een uitdaging is om voldoende aandacht te hebben voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling wat, om effectief te zijn, integraal onderdeel van het werk hoort te zijn. De krapte op de arbeidsmarkt, toename van complexiteit van problematiek van gezinnen en huishoudens maken dit niet eenvoudiger. Dit geldt zowel voor onze netwerkpartners als voor onze lokaal werkende professionals. 6.1 Blijvend aandacht vragen voor de problematiek Gemeenten stimuleren het gebruik van de meldcode binnen de gemeentelijke organisatie, bij onderwijs en bij lokale partners. Dat kan door aandacht te hebben voor het gebruik van de meldcode in uitvoeringsplannen van gesubsidieerde instellingen of bij inkoop van diensten.

Ook bij accountgesprekken met organisaties of bij lokale overlegtafels kan het thema geagendeerd worden. In de B&W scan van het programma Geweld hoort Nergens Thuis worden de nodige suggesties gedaan waar colleges aandacht aan kunnen geven vanuit hun opdracht gevende en toezichthoudende verantwoordelijkheden, GHNT B&W Scan HG&KM 6.2 Kwaliteitskader werken aan veiligheid binnen lokale teams (10 standaarden) In 2021 hebben alle gemeenten de zelfscan uitgevoerd die hoort bij het Kwaliteitskader werken aan veiligheid lokale teams dat is ontwikkeld door de VNG, ondersteund door het programma GHNT, Kwaliteitskader Werken aan Veiligheid voor lokale teams 1 VNG . Dit kader is richtinggevend voor de lokale uitvoering op het gebied van GIA. De zelfscan levert per gemeente een beeld op van de toerusting van de rollen, taken en verantwoordelijkheden van de lokale teams bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Ook biedt de zelfscan inzicht voor gemeenten welke kwaliteitsvereisten zij moeten en kunnen stellen aan de lokale (wijk)teams om de cirkel van

2022

L2025

geweld in gezinnen en huishoudens te doorbreken. Het kwaliteitskader kent 10 kwaliteitsstandaarden. Alle gemeenten hebben op basis van de uitkomsten van de zelfscan een lokaal verbeterplan opgesteld. Ook is op basis van de gezamenlijke verbeterpunten t.a.v. drie kwaliteitsstandaarden, een regionaal verbeterplan opgesteld. Dit regionaal verbeterplan leidt tot deskundigheidsbevordering voor zowel beleidsmedewerkers als professionals van lokale teams en Veilig Thuis waarvan de uitvoering in '21 is gestart en doorloopt in 2022. De zelfscan zal in het voorjaar van 2023 worden herhaald zodat een vinger aan de pols wordt gehouden om te blijven leren en verbeteren. We weten dat deskundigheidsbevordering structureel nodig is. 6.3 Aansluiten op / meewerken aan doelen en ambities regionaal programma GHNT In de Gemeenschappelijke Regeling (GR) GIA hebben de gemeenten afspraken gemaakt over onderling overleg en welke onderwerpen daar aan de orde komen, waaronder de gemeentelijke bijdragen en wanneer besluiten naar de individuele colleges worden gebracht. Mede op grond van deze GR is het wenselijk dat regiogemeenten actief deelnemen aan regionale samenwerking GIA. Dit kan door bestuurlijke deelname aan een Stuurgroep en/of ambtelijke deelname aan de regionale werkgroep GIA.

Ook zijn er verschillende thema-regiobijeen komsten, waaronder de bestuurlijke netwerken, waarbij actieve deelname van gemeenten (bestuurlijk en ambtelijk) en haar lokale partners noodzakelijk is. Een ambtelijk opdrachtgever en een contactambtenaar GIA die intern coördineert, adviseert en de integraliteit bewaakt zijn dan ook onontbeerlijk. Ook hier geldt dat het voor ons als gemeenten een uitdaging is om voldoende beleidscapaciteit vrij te maken voor de aanpak en dat directie en leidinggevenden dit ook structureel borgen.

Volgens de Gemeenschappelijke Regeling bestaat het regionaal uitvoeringsbudget voor de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties uit de middelen uit de decentralisatie-uitkering 'vrouwenopvang en huiselijk geweld' (DUV05), aangevuld met bijdragen van de gemeenten. De gemeentelijke bijdrage wordt bepaald door op het totaal benodigde budget voor regionale uitvoeringsplannen GIA de beschikbare rijksmiddelen in mindering te brengen en het resterende bedrag bij de deelnemende gemeenten in rekening te brengen op basis van de inwoneraantallen (CBS, peildatum 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor het budget beschikbaar wordt gesteld). Het Regionaal Uitvoeringsbudget GIA wordt door de centrumgemeente Breda beschikbaar gesteld aan uitvoeringsorganisaties die een bijdrage leveren aan de regionale aanpak, waaronder in ieder geval de subsidies voor Veilig Thuis en de Safegroup/vrouwenopvang. Subsidieverstrekking geschiedt op basis van de vigerende subsidieregelgeving van de centrumgemeente. De DUVO is bedoeld voor het aanpakken van alle vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties, waarbinnen gemeenten beleid- & bestedingsvrijheid hebben. De financiële bijdrage via de DUVO is niet per se kostendekkend, zo stelt het rijk. Voor het jaar 2022 hebben we als gemeenten op basis van een bestedingsplan afspraken gemaakt over de gemeentelijke bijdrage.

Op hoofdlijnen zien de kosten en baten er als volgt uit: Geraamde beschikbare middelen Jaar 2022 DUVO (stand decembercirculaire 2020 gemeentefonds) Gemeentelijke Bijdrage van 16 gemeenten Totaal

• Geraamde uitgaven

Jaar 2022

afgeronde bedragen 7.400.000 5.480.000 12.880.000 afgeronde bedragen

Safegroup, vrouwenopvang en ambulante hulp

2.700.000

Veilig Thuis West-Brabant

8.700.000

Voor AMW + borging diverse projecten

800.000

Voor versterking structurele activiteiten

300.000

Voor projecten, incidentele activiteiten en

380.000

fluctuaties DUVO Totaal

12.880.000

De gemeentelijke bijdrage is een bijdrage per inwoner van afgerond € 7,71 obv inwoneraantallen per 1 -1 -2021

5 DUVO = Decentralisatie Uitkering VrouwenOpvang en aanpak huiselijk geweld

Regionaal beleidskader 2022- 2025GIAen Meldpunt crisiszorg 1 15

7. FINANCIËN

Regionaal beleidskader 2022- 2025 GIAe n Meldpunt crisiszorg 1 16

8. MONITORING De gemeenten Alphen-Chaam en Baarle-Nassau zullen lopende deze beleidsperiode uit de GR treden. Dit vindt plaats per 1 januari 2023. Wat dit financieel betekent voor de 16 gemeenten en wellicht ook voor de uitvoering van gesubsidieerde activiteiten wordt in een separaat voorstel uitgewerkt en aan de gemeenten voorgelegd. De afspraken in de GR over uittreden worden hierbij in acht genomen. Dit betekent dat op dit moment geen meerjarige financiële afspraken gemaakt kunnen worden, wat in de periode 2018 t/m 2021 wel is gedaan. Conform de afspraak in de GR kan het vaststellen of wijzigen van de hoogte van het totaal benodigde regionale budget voor GIA en het Meldpunt Crisiszorg, en daaraan gekoppeld de hoogte van de bijdrage per gemeente alleen in procedure worden gebracht bij de colleges van gemeenten na bespreking in het plenair bestuurlijke overleg. Behalve de gevolgen van uittreden die we vanaf het jaar 2023 in beeld moeten brengen en hoe daarmee om te gaan zal er ook gekeken worden naar hoe om te gaan met jaarlijkse loon- en prijsstijgingen. Gemeenten passen in de regel wel jaarlijks een indexeringspercentage toe. Voor de gemeentelijke bijdrage voor de regionale aanpak GIA zijn de afgelopen jaren van 2018 tot en met 2022 separaat afspraken gemaakt, waarbij het niet nodig was deze te indexeren. De DUVO wordt niet geïndexeerd.

Wel telt de DUVO mee in het totale bedrag waar indexatie op wordt toegepast. Deze indexatie wordt als onderdeel van het accres toegevoegd aan de Algemene Uitkering. De groei van de Algemene Uitkering inclusief de indexatie van de DUVO, komt dus terecht bij alle gemeenten. Niet alleen bij de centrumgemeenten. De DUVO is daarnaast onderhevig aan fluctuaties, omdat het rijk er afhankelijk van ontwikkelingen soms incidenteel, soms structureel middelen aan toevoegt of uitneemt. Bij de uitgaven wordt tot nu toe geen rekening gehouden met de beleidsinzet van de centrumgemeente en van deelnemende gemeenten.

Monitoring vindt plaats aan de hand van kerncijfers, uit tussenrapportage en jaarverslagen van de organisaties, waar we tevens minimaal tweemaal per jaar accountgesprekken mee voeren. Tevens plannen we met de partners driemaal per jaar een gezamenlijk voortgangsmoment waarop in samenhang de rapportages en jaarverslagen worden toegelicht en trends worden besproken. Bij Veilig Thuis is een data analist aangesteld die de data die bij Veilig thuis beschikbaar zijn kan analyseren en duiden, zodat beleidsinformatie beschikbaar komt lopende deze beleidsperiode. We doen mee aan het 3e cohort onderzoek van het Verwey-jonker onderzoek wat ons over twee jaar informatie oplevert over de inzet van hulp aan de gezinnen nadat er een melding is gedaan bij Veilig Thuis en in hoeverre deze effectief is gebleken. We leggen regionale ervaringen en gesignaleerde trends naast landelijke verzamelde gegevens die het cbs verzamelt, https://10n_gread5.cbs.nl/impactmonitorhgkm-2020/ https://dashboards.cbs.nl/v2/dashboardim_pactmonitor_ hgkm/ De samenwerkingsafspraken tussen Veilig Thuis en gemeente / lokale teams zijn eind 2021 opnieuw vastgesteld. Deze zullen vervolgens ook jaarlijks tegen het licht worden gehouden. In voorkomende gevallen zal ook op casusniveau geëvalueerd worden. Hiervoor is een klankbordgroep ingesteld.

Voor projecten en nieuwe activiteiten worden in de regel project- of werkgroepen ingericht die de uitvoering of implementatie monitoren en mee vorm geven. Hier worden separate rapporten voor opgesteld.

2022 2025

Met Veilig Thuis voeren we overleg over het verstrekken van beleids- en sturingsinformatie met betrekking tot de aantallen en aard van meldingen en adviesvragen per regiogemeente. Ook is er behoefte aan meer duiding van gegevens en trendrapportages. We monitoren om te zien of we de goede stappen zetten en om na te gaan waar in de uitvoering zaken verbetering behoeven. De cijfers en onderliggende analyse gebruiken we om het gesprek aan te gaan met betrokken organisaties om te kijken welke verbeteracties wenselijk of nodig zijn en hoe we die kunnen realiseren.

•

•

•

een toename van het aantal adviesvragen bij Veilig thuis; hoe eerder zorgen gesignaleerd worden en advies wordt gevraagd aan Veilig Thuis hoe beter % meldingen politie daalt; hoe meer burgers, zorg- en onderwijsprofessionals en (huis)artsen melden, voordat het zo onveilig is dat de politie ingeschakeld moet worden, hoe beter aantal onderzoeken daalt; hoe meer meldingen opgepakt kunnen worden zonder onderzoek maar met voorwaarden en vervolg6 kan worden afgeschaald naar het lokale veld of het netwerk van betrokkenen, hoe beter.

We willen de kwaliteit van monitoren verder verbeteren en nagaan welke gegevens we nodig hebben om meer inzicht te krijgen in hoe huiselijk geweld en kindermishandeling eerder in beeld kan komen of zelfs voorkomen kan worden.

6 Voorwaarden en vervolg: Als al snel na een melding blijkt dat Veilig Thuis en betrokkenen uit het gezin of het huishouden het eens zijn over de gemelde zorgen en wat er moet gebeuren om die zorgen weg te nemen, dan doet Veilig Thuis geen uitgebreid onderzoek. Veilig Thuis gaat dan in gesprek met betrokkenen, het informele en formele netwerk, over het opstellen van veiligheidsvoorwaarden en de inzet van ondersteuning,

Regionaal beleids kader 2022 - 2025 GIAen Me ldpunt crisiszorg I 1 7

Belangrijke graadmeters zijn:

Regionaal beleidskader 2022 - 2025 G IAen Meldpunt crisiszorg I 18

DEEL II MELDPUNT CRISISZORG

SAMENVATTING Per 1 september 2019 is in West-Brabant het Meldpunt Crisiszorg West-Brabant operationeel. Het meldpunt biedt eenduidige laagdrempelige toegang tot de crisiszorg voor burgers en professionals en is 24 uur per dag, zeven dagen per week bereikbaar. Bij een crisissituatie is een interventie mogelijk door middel van een beschikbaarheidsdienst. De interventie is gericht op het herstellen van de veiligheid en het zo veel mogelijk normaliseren van de situatie. Het meldpunt is een netwerkorganisatie waarin de gemeenten in West-Brabant en 12 netwerkpartners samenwerken. Basis voor de samenwerking is de gezamenlijk vastgestelde visie Crisiszorg West-Brabant en de samenwerkingsovereenkomst die alle partijen hebben getekend. Meteen vanaf de start van het Meldpunt is ingespeeld op diverse ontwikkelingen die hebben geleid tot taakuitbreidingen. Vanaf 1 januari 2020 voert het meldpunt in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidzorg (Wvggz) de hoorfunctie uit voor de (loco) burgemeesters van de gemeenten in West-Brabant als zij gevraagd worden een crisismaatregel te treffen. Tevens beoordeelt het meldpunt in het kader van de Wvggz meldingen van burgers op de mogelijke noodzaak van verplichte ggz-zorg. Vanaf mei 2020 kunnen burgers en professionals het meldpunt ook benaderen bij niet-acute zorgelijke situaties.

Hiertoe is het meldpunt geïntegreerd met het meldpunt Zorg&Overlast van de GGD West-Brabant. Sinds medio 2020 worden burgers uit West-Brabant die naar het landelijke Meldpunt Zorgwekkend Gedrag bellen (0800-1205) direct doorverbonden met ons regionale meldpunt. Hiermee is het Meldpunt Crisiszorg verbreed naar een Meldpunt acute (crisis) en niet-acute zorgmeldingen. In dit licht opteren de gemeenten voor een naamswijziging die meer recht doet aan de verbrede taakstelling. De gemeenten in West-Brabant blijven ook de komende jaren als partner en als gezamenlijke financier nauw betrokken bij het meldpunt crisiszorg en nemen met minimaal twee tot maximaal vier wethouders zitting in de stuurgroep waar ook netwerkpartners in vertegenwoordigd zijn. De samenwerkingsafspraken en de doorontwikkelingen die gezamenlijk zijn ingezet zijn voor de gemeenten kader stellend. Lopende en nieuwe ontwikkelingen rond de nneldfunctie vragen komende beleidsperiode ons inziens aandacht; •

De communicatie naar burgers en netwerkpartners om bekendheid van het Meldpunt te vergroten en ook over wat bellers van het Meldpunt mogen verwachten en welke verantwoordelijkheid burgers en professionals zelf hebben én houden als er zorgen zijn over medemensen.

2022

2023 4

•

•

•

Hoe de regie door het crisismeldpunt wordt ingevuld; dit tot het moment dat de veiligheid is gestabiliseerd en de situatie is genormaliseerd en/of er een overdracht heeft plaatsgevonden aan het lokale veld, een zorgaanbieder of Veilig Thuis. Hierop aansluitend hoe binnen 24 uur een (warme) overdracht plaats vindt aan de (jeugd)professionals in het lokale veld, zorgaanbieder of Veilig Thuis en hoe de plaatsing op een crisisbed (bij de verschillende organisaties) plaats vindt. Hoe binnen het meldpunt de meld- en triagefunctie acute psychiatrische hulp van de ggz in samenhang gebracht wordt met de meld- en triagefunctie zoals het meldpunt crisiszorg die nu uitvoert. Vanaf 1 januari 2022 is er voor melders één telefoonnummer (0800 5099) wat geld kan worden bij zorg en crisis; de triagefunctie van het meldpunt zal lopende 2022 verdergaand geïntegreerd worden met de APH triagefunctie van de ggz. De gemeentelijke werkprocessen met betrekking tot niet-acute zorgmeldingen. De politie treft voorbereidingen om per 1 januari 2022 niet-acute zorgmeldingen met zo weinig mogelijk administratieve lasten op een landelijk uniforme manier, veilig en snel door te zetten naar de meldpunten zorgwekkend gedrag, zodat zorg verleend kan worden. In WestBrabant is dat het Meldpunt crisiszorg.

Dit heeft consequenties voor de huidige werkprocessen die lokaal (iedere gemeente voor zich) zijn ingericht voor deze niet-acute meldingen van de politie. Het visiedocument en het samenwerkingsconvenant van gemeenten en netwerkpartners, inclusief afspraken over het delen van gegevens (AVG-proof) samen met partners aanpassen op basis van nieuwe inzichten, die met bovenstaande (door)ontwikkelingen, opgedaan worden.

De gemeentelijke bijdrage aan het Meldpunt zijn geregeld binnen de Gemeenschappelijke Regeling Geweld In Afhankelijkheidsrelaties (GIA) en Meldpunt crisiszorg. Gemeenten dragen gezamenlijk bij aan het Meldpunt Crisiszorg en maken hierover onderling afspraken, zoals opgenomen in de GR. 1. Inleiding en leeswijzer In dit deel II geven we de gemeentelijke visie op het Regionale Meldpunt Crisiszorg, wat voor de jaren 2022 tot en met 2025 voor de gemeenten In West-Brabant het vertrekpunt is in de samenwerking met netwerkpartners waarmee we als gemeenten gezamenlijk verantwoordelijkheid hebben genomen voor een goed functionerend Meldpunt Crisiszorg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11536922/1