8. BWB Aanbieding jaarstukken BWB 2023
Tekst van het document
38
846.000
-
Opbouw Onderschrijding van per saldo 247.000 veroorzaakt door lagere proceskostenvergoedingen (€ 527.000), hogere personeelslasten (€ -285.000) en beperkte overige verschillen (per saldo € 5.000). Onderschrijding van per saldo € 7.000 veroorzaakt door hogere kosten (Controle) gegevensbeheer (€ - 5.000), lagere personeelslasten (€ 60.000) en beperkte overige verschillen (€ 2.000). Onderschrijding van per saldo € 157.000 veroorzaakt door lagere personeelslasten (€ 103.000), lagere lasten voor financiële invordering (€ 49.000 voordelig) en beperkte overige verschillen (per saldo € 5.000). Onderschrijding van per saldo € 846.000 veroorzaakt door lagere personeelslasten (€ 634.000), lagere kantoorkosten (€ 99.000), lagere kosten voor informatisering /automatisering (€ 87.000) en beperkte overige verschillen (per saldo € 26.000).
Inkoop/aanbesteding (incl. inhuur) Om tot een oordeel te komen over de rechtmatigheid van de aanbestedingen is een volledige spendanalyse uitgevoerd over de inkoop 2020-2023. Alle inkoopdossiers boven de Europese aanbestedingsgrens zijn gecontroleerd. Op basis van deze controle zijn geen aanbestedingsfouten geconstateerd. Salarissen Voor de controle op de rechtmatigheid van de salarislasten zijn de mutaties in het personeelsbestand gecontroleerd. Hierbij is een ruime steekproef op de in- en uitdiensttreding van personeel gecontroleerd. Op basis van deze controle zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd. Proceskostenvergoedingen waardebezwaren Voor de controle op de rechtmatigheid proceskostenvergoedingen is een ruime steekproef op uitgekeerde proceskostenvergoedingen gecontroleerd. Op basis van deze controle zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd. Misbruik en oneigenlijk gebruik Van misbruik en oneigenlijk gebruik kan sprake zijn als mensen of organisaties bewust of onbewust gebruik maken van de voorzieningen van de BWB, terwijl ze er geen recht op hadden of het proces van belastingheffing of -inning beïnvloeden om voordeel te verkrijgen.
De BWB heeft een risicoanalyse opgesteld voor de belastingprocessen en ondersteunende processen waarin de frauderisico’s zijn opgenomen. Jaarlijks worden deze geactualiseerd. Voor de BWB zijn de voornaamste risicogebieden: inkoop en aanbesteding, betalingen, salarissen en declaraties. Op deze processen heeft de BWB beheersingsmaatregelen getroffen, met name op het gebied van functiescheiding en het vier-ogenprincipe. Deze beheersingsmaatregelen worden aangescherpt in 2024 naar aanleiding van de aanbevelingen van de accountant. Om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen heeft de BWB de volgende preventieve componenten opgenomen in het integriteitsbeleid: -
De gedragscode integriteit Het hoofddoel van deze gedragscode is om medewerkers een richtlijn te bieden bij het hanteren van de normen en waarden van de BWB. De code verduidelijkt welke normen en waarden de BWB belangrijk vindt en wat wel en niet acceptabel is voor medewerkers.
-
Screening Bij de beoordeling van nieuwe medewerkers besteden de leidinggevende en de HR-adviseur standaard aandacht aan integriteit door het verifiëren van het curriculum vitae, referenties, diploma’s en cijferlijsten van de sollicitant. Bij gevoelige functies (gebaseerd op een risicoanalyse van de functie) kan een diepere screening plaatsvinden.
Jaarstukken 2023
39
-
Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) Voor alle indiensttredingen is een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) vereist. Ook externe medewerkers en stagiaires zijn verplicht om bij aanvang van hun werkzaamheden een VOG te leveren voordat ze kunnen beginnen. Hierbij wordt de inhoud van de verklaring afgestemd op de functie.
-
Artikel 4 Eed en Belofte Bij aanvang van het dienstverband moet een ambtenaar een eed of belofte afleggen. In deze Eed of Belofte verklaart men ook dat men kennis heeft genomen van de Gedragscode Integriteit. Externe medewerkers en stagiaires zijn verplicht om bij aanvang van hun werkzaamheden de integriteits- en geheimhoudingsverklaring te ondertekenen. Hierin wordt verklaard dat zij zich aan de integriteitsregels zullen houden.
-
Melden van nevenwerkzaamheden Een medewerker is verplicht om alle nevenwerkzaamheden te melden die de belangen van de organisatie kunnen beïnvloeden en die in verband staan met zijn of haar functie.
-
Melding van financiële belangen Medewerkers zijn verplicht om financiële belangen aan te geven. Het betreft financiële belangen die de belangen van de organisatie kunnen beïnvloeden, voor zover deze relevant zijn voor de uitvoering van de functie van de betrokken medewerkers. Het hoofddoel hiervan is om het risico van financiële belangenverstrengeling te minimaliseren.
Naast preventieve elementen in de voorkoming van fraude heeft de BWB repressieve elementen zoals controle achteraf en sanctionering. De BWB heeft de voor fraude risicovolle processen in de verbijzonderde interne controle betrokken. Bij de uitvoering van deze controles zijn geen onregelmatigheden geconstateerd.
Fraude Uit de interne beheersing en controles zijn er geen bevindingen ten aanzien van fraude. Voor 2023 heeft het dagelijks bestuur geen bevindingen ontvangen die duiden op fraude.
Jaarstukken 2023
40
Paragraaf 4: Niet van toepassing zijnde paragrafen Binnen de BWB zijn de onderstaande, in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) vermelde paragrafen, niet van toepassing: -
Paragraaf lokale heffingen
-
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
-
Paragraaf verbonden partijen
-
Paragraaf grondbeleid
De BWB verzorgt de uitvoering van de belastingtaken voor een aantal deelnemers (waterschap en gemeenten). De aspecten die in beeld gebracht moeten worden bij de paragraaf lokale heffingen vallen daar niet onder. Het heffingenbeleid, lastendruk en dergelijke vallen onder de verantwoording van de deelnemers. De BWB heeft verder geen kapitaalgoederen in eigendom. Zij huurt het kantoorpand op basis van een meerjarig huurcontract van derden. Bij het onderdeel “niet in de balans opgenomen verplichtingen” is een en ander toegelicht.
Jaarstukken 2023
41
II JAARREKENING 2023
Jaarstukken 2023
42
1. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Programma
Begroting 2023 primair Baten
Begroting 2023 na wijziging
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Realisatie 2023 Baten
Lasten
Saldo
Waarderen
-
4.840.000
-4.840.000
-
6.052.000
-6.052.000
-
5.805.000
-5.805.000
Heffen
-
2.146.000
-2.146.000
-
2.367.000
-2.367.000
-
2.360.000
-2.360.000
Invordering
-
2.165.000
-2.165.000
-
2.226.000
-2.226.000
-
2.069.000
-2.069.000
Subtotaal programma's
-
9.151.000
-9.151.000
-
10.645.000
-10.645.000
-
10.234.000
-10.234.000
255.000
8.888.000
-8.633.000
340.000
9.941.000
-9.601.000
397.000
9.095.000
-8.698.000
-
-
-
-
-
-
-
-
-
255.000
8.888.000
-8.633.000
340.000
9.941.000
-9.601.000
397.000
9.095.000
-8.698.000
Overhead Vennootschapsbelasting Subtotaal overhead en overig
Bijdrage deelnemers
17.871.000
-
17.871.000
19.933.000
-
19.933.000
19.933.000
-
19.933.000
Treasury
-
7.000
-7.000
320.000
7.000
313.000
357.000
7.000
350.000
Post onvoorzien
-
80.000
-80.000
-
-
-
-
-
-
Subtotaal dekkingsmiddelen
17.871.000
87.000
17.784.000
20.253.000
7.000
20.246.000
20.290.000
7.000
20.283.000
Saldo baten en lasten voor bestemming
18.126.000
18.126.000
-
20.593.000
20.593.000
-
20.687.000
19.336.000
1.351.000
-
-
-
-
-
-
-
-
-
18.126.000
18.126.000
-
20.593.000
20.593.000
-
20.687.000
19.336.000
1.351.000
-
-
-
-
-
-
30.000
-
30.000
18.126.000
18.126.000
-
20.593.000
20.593.000
-
20.657.000
19.336.000
1.321.000
Mutaties reserves Saldo baten en lasten na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten Structureel jaarrekeningsaldo
Jaarstukken 2023
2. TOELICHTING OVERZICHT BATEN EN LASTEN Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn de baten en lasten verdeeld per programma en is er een afzonderlijke post ‘overhead’ inzichtelijk gemaakt. In dit hoofdstuk worden de gepresenteerde baten en lasten per programma en de afzonderlijke post overhead inzichtelijk gemaakt en verder uitgediept. Per programma wordt ingegaan op de afwijkingen ten opzichte van de begroting. Afwijkingen van € 100.000 worden individueel toegelicht. Kleinere wijzigingen worden
Programma Waarderen
ep t
weergegeven onder ‘overige kleine verschillen’.
€ 247.000 V
Het programma Waarderen is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2022
Begroting 2023 primair
Begroting 2023 na wijziging
Jaarrekening 2023
Loonkosten personeel
2.860.900
3.675.000
4.059.000
3.185.000
874.000
Inhuur personeel
1.097.700
-
-
1.159.000
-1.159.000
Beheer WOZ-administratie
316.900
325.000
350.000
336.000
14.000
Taxeren en herwaarderen
172.600
140.000
175.000
184.000
-9.000
Griffie- en proceskosten Waarderen
1.003.000
700.000
1.468.000
941.000
527.000
Subtotaal lasten
5.451.100
4.840.000
6.052.000
5.805.000
247.000
Bijdrage waarderen
-
-
-
-
-
Subtotaal baten
-
-
-
-
-
5.451.100
4.840.000
6.052.000
5.805.000
247.000
nc
Omschrijving
Resultaat Waarderen
Verschil
Co
Verschillen (> € 100.000)
Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen het programma Waarderen een nadeel zien van € 285.000. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten. Proceskostenvergoedingen (inclusief griffierechten) Het onderdeel griffie- en proceskosten resulteert in een voordeel van € 527.000. Dit wordt veroorzaakt door lagere lasten voor proceskostenvergoedingen in 2023 en een incidentele vrijval uit de voorziening proceskostenvergoedingen voor bezwaren en beroepen ontvangen tot en met 2022.
Jaarstukken 2023
44
Lagere lasten proceskostenvergoedingen belastingjaar 2023, € 475.000 V Bij de tweede bestuursrapportage konden, door een beperkte realisatie in uitbetaalde proceskostenvergoedingen en een veranderde werkwijze, de uitgangspunten voor de budgetraming maar in beperkte mate worden getoetst. Het budget is om deze reden gelijk gehouden. Gedurende 2023 is afgerond € 491.000 uitbetaald aan proceskostenvergoedingen voor afgehandelde waardebezwaren en beroepen. Voor de ontvangen bezwaren en beroepen welke nog niet zijn
ep t
afgehandeld wordt rekening gehouden met een verplichting van afgerond € 502.000. Afgezet tegen het budget voor 2023 (€ 1.468.000) levert dit een voordeel op van € 475.000.
Ten opzichte van deze gehanteerde uitgangspunten voor de raming van het budget zien we de volgende verschillen: -
Het toekenningspercentage voor waardebezwaren is significant gedaald: 13,4% ten opzichte van 25% gemiddeld in de periode 2020-2022. Het budget is voor 84% bestemd voor waardebezwaren;
-
De gemiddelde kosten per uitbetaalde vergoeding voor bezwaren en beroepen zijn hoger, vooral bij de beroepen.
nc
De daling van het toekenningspercentage wordt slechts gedeeltelijk veroorzaakt door een verandering in de werkprocessen. Het hoge aantal ingediende bezwaren lijkt vooral ingegeven door het gevoel dat de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld (iets waaraan de NCNP-bureaus appelleerden in hun reclamecampagnes). Uit de afdoening van de bezwaren blijkt dat de waarde grotendeels juist is vastgesteld waardoor het toekenningspercentage is gedaald.
Met name door het lagere toekenningspercentage bezwaren zijn de lasten (als gevolg van uitbetalingen) in 2023 lager. Het effect voor 2024 wordt blijvend gemonitord. Er is een risico dat het aantal beroepen
Co
in 2024 hoger uitvalt als gevolg van het lagere toekenningspercentage. Dit risico is opgenomen in de risico-paragraaf in de bijlage.
Vrijval uit voorziening proceskostenvergoeding belastingjaar 2022, € 52.000 V Bij de jaarrekening 2022 is een voorziening gevormd voor de proceskosten die voortvloeien uit de openstaande waardebezwaren (en beroepen) per balansdatum. De status is als volgt: -
97% van de waardebezwaren afgehandeld;
-
57% van de beroepen afgehandeld.
De beperkte afloop van de beroepen is het gevolg van de achterstanden bij de rechtbank.
Jaarstukken 2023
45
In de tweede bestuursrapportage werd al rekening gehouden met een iets te hoge waardering, dit is nog verder doorgezet. De voorziening is bij de jaarrekening 2022 bepaald door de openstaande bezwaren en beroepen te vermenigvuldigen met de gemiddelde kosten. De afloop per balansdatum is als volgt: -
795 bezwaren afgehandeld (97%) voor afgerond € 80.000;
-
188 beroepen afgehandeld (57%) voor afgerond € 97.000.
ep t
Uit de afloopcontrole blijkt dat de gemiddelde kosten van beroepen in 2023 lager zijn (het gemiddelde bij de jaarrekening 2022 was € 773 uit de afloop in 2023 blijkt een gemiddelde van € 515), de voorziening wordt hierop aangepast voor de nog restende verplichting. Als gevolg hiervan valt € 51.000 vrij ten gunste van het budget voor proceskostenvergoedingen. Overige kleine verschillen
Co
nc
De overige kleine afwijkingen zijn gezamenlijk € 1.000 voordelig en bevatten geen bijzonderheden.
Jaarstukken 2023
46
Programma Heffen
€ 7.000 V
Het programma Heffen is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2022
Begroting 2023 primair
Begroting 2023 na wijziging
Jaarrekening 2023
1.667.100
1.956.000
2.157.000
1.924.000
233.000
Inhuur personeel
319.400
-
-
173.000
-173.000
Kosten BAG
32.400
45.000
35.000
34.000
1.000
(Controle)kosten gegevensbeheer
110.000
125.000
158.000
213.000
-55.000
Griffie- en proceskosten Heffen
14.100
20.000
17.000
16.000
1.000
2.143.000
2.146.000
2.367.000
2.360.000
7.000
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
2.143.000
2.146.000
2.367.000
2.360.000
7.000
Loonkosten huidig personeel
Subtotaal lasten
Bijdrage heffen Subtotaal baten
Resultaat Heffen
Verschillen (> € 100.000)
Verschil
ep t
Omschrijving
nc
Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen programma Heffen een voordeel zien van € 60.000. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten. Overige kleine verschillen
De overige kleine afwijkingen zijn gezamenlijk € 53.000 nadelig. De afwijking bestaat voornamelijk uit
Co
een overschrijding van het budget (controle)kosten gegevensbeheer. Deze afwijking is ontstaan als gevolg van een eenmalige hogere uitvraag binnen het berichtenverkeer BRP. Hierdoor is de BWB binnen het contract in een hogere staffel komen te vallen.
Jaarstukken 2023
47
Programma Invordering
€ 157.000 V
Het programma Invordering is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2022
Begroting 2023 primair
Begroting 2023 na wijziging
Jaarrekening 2023
1.768.900
1.971.000
2.008.000
1.905.000
103.000
Inhuur personeel
204.500
-
-
-
-
Financiële invordering
163.600
137.000
159.000
110.000
49.000
Dwanginvordering
27.200
57.000
59.000
54.000
5.000
Subtotaal lasten
2.164.200
2.165.000
2.226.000
2.069.000
157.000
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
2.164.200
2.165.000
2.226.000
2.069.000
157.000
Loonkosten huidig personeel
Bijdrage invordering Subtotaal baten
Resultaat Invordering
Verschillen (> € 100.000)
Verschil
ep t
Omschrijving
Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen programma Invordering een voordeel zien
nc
van € 103.000. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten. Overige kleine verschillen
De overige kleine afwijkingen zijn gezamenlijk € 54.000 voordelig. De afwijking bestaat voornamelijk uit een lager verbruik van het financiële invorderingsbudget. Dit is het gevolg van een aanbestedings-
Co
voordeel bij het bankcontract.
Jaarstukken 2023
48
Overhead
€ 903.000 V
Het programma Overhead en financiering is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2022
Begroting 2023 primair
Begroting 2023 na wijziging
Jaarrekening 2023
2.541.800
3.131.000
3.479.000
3.046.000
433.000
Inhuur derden
564.700
625.000
650.000
449.000
201.000
Overige personele kosten
335.900
380.000
610.000
611.000
-1.000
Bedrijfsvoering
188.100
231.000
364.000
326.000
38.000
Kantoorkosten
715.500
599.000
648.000
549.000
99.000
1.788.500
1.975.000
2.010.000
1.923.000
87.000
949.800
867.000
930.000
948.000
-18.000
Door te schuiven BTW
1.238.000
1.080.000
1.250.000
1.243.000
7.000
Subtotaal lasten
8.322.300
8.888.000
9.941.000
9.095.000
846.000
Bijdrage loonkosten
93.100
-
100.000
140.000
40.000
Bijdrage garantiesalarissen
143.300
130.000
130.000
124.000
-6.000
Bijdrage print en portokosten
79.800
115.000
25.000
-5.000
-30.000
Bijdrage overige goederen en diensten
61.800
10.000
85.000
138.000
53.000
Subtotaal baten
378.000
255.000
340.000
397.000
57.000
7.944.300
8.633.000
9.601.000
8.698.000
903.000
Personeel
Informatisering/automatisering
nc
Huisvesting
Resultaat Overhead
Verschil
ep t
Omschrijving
Verschillen (> € 100.000) Personeelslasten
De salariskosten en de inhuurkosten personeel zijn in de jaarrekening rechtstreeks verantwoord binnen
Co
de diverse programma’s waar ze betrekking op hebben. Voor een totaaloverzicht van de gerealiseerde personeelslasten (loonkosten inclusief inhuur) wordt hieronder een totaalbeeld gegeven, waarbij onderscheid is gemaakt tussen personeelslasten binnen de programma’s en als gevolg van overhead. Salariskosten van het personeel en inhuurkosten worden als geheel beoordeeld. In onderstaande tabel en in de toelichting worden ze daarom ook in samenhang gezien.
Jaarstukken 2023
49
Loonkosten
Woonwerkverkeer
Garantiesalarissen
Gratificaties & uitkeringen
Waarderen
3.185.000
49.000
83.000
Heffen
1.924.000
28.000
Invordering
1.905.000
Overhead
2.713.000
Totale lasten
9.727.000
Begroot na wijziging 2023
11.373.000
Resultaat personeelslasten
1.646.000
Inhuur
Totaal
19.000
1.159.000
4.495.000
3.000
13.000
173.000
2.141.000
30.000
12.000
9.000
-
1.956.000
34.000
25.000
28.000
449.000
3.249.000
ep t
Personeelslasten
141.000
123.000
69.000
1.781.000
11.841.000
140.000
130.000
60.000
650.000
12.353.000
-1.000
7.000
-9.000
-1.131.000
512.000
In de reguliere exploitatie resteert een voordeel van € 512.000 op de totale personeelslasten. Dit bestaat voor een deel uit een overschrijding van € 3.000 op de posten woon-werkverkeer inclusief thuiswerkvergoeding, garantiesalarissen en gratificaties. Het voordeel ten behoeve van de salarissen en inhuur komt neer op € 515.000. Deze onderschrijding heeft meerdere oorzaken, welke hieronder
nc
worden toegelicht.
1. Tijdelijk niet opengestelde vacatures (€ 260.000 V)
Er is voor gekozen om enkele functies binnen invordering en ondersteuning (nog) niet in te vullen om te beoordelen of invulling structureel benodigd is. Eind 2023 is besloten dat deze functies, sommige al dan niet in een andere vorm, alsnog worden ingevuld. Hierdoor is er nog geen bezetting aanwezig in 2023, wat leidt tot een voordeel van € 260.000.
Co
2. Later ingevulde formatieruimte / inhuurruimte (€ 189.000 V)
In 2023 is een formatiestijging doorgevoerd voor de toetreding Loon op Zand, een dalende arbeidsproductiviteit door de verruiming van het bijzonder verlof, extra behoefte aan ondersteuning, extra taken op het gebied van informatiebeveiliging en afstemming op de productie. In totaal kwam deze stijging neer op 7,8 fte, terwijl de bezetting pas in de loop van het jaar is opgevuld. Vooral binnen de teams heffen en ondersteuning is pas in de loop van het jaar invulling gevonden. Doordat deze vacatures later in het jaar zijn ingevuld is de last in 2023 niet volledig gerealiseerd. Ook de inhuurkrachten welke zijn geworven voor vervanging voor ziekte of overproductie valt uiteindelijk lager uit dan vooraf ingeschat. Dit komt doordat er minder uren zijn gemaakt dan vooraf ingeschat of sommige opdrachten pas later in het jaar zijn ingevuld. Dit leidt tot een voordeel van € 189.000. 3. Mutaties voorzieningen (€ 66.000 V) In 2023 hebben mutaties omtrent de voorzieningen verlof (spaar- en bovenwettelijk verlof) en de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) plaats gevonden met per saldo een voordeel van € 66.000. Voor de toelichting wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 6. Toelichting op de balans.
Jaarstukken 2023
50
Overige kleine verschillen De overige kleine afwijkingen in lasten zijn gezamenlijk € 212.000 voordelig en zijn uit te splitsen in: €
1.000 N
Bedrijfsvoering
€
38.000 V
Kantoorkosten
€
99.000 V
Informatisering/automatisering
€
87.000 V
Huisvesting
€
18.000 N
Door te schuiven BTW
€
7.000 V
ep t
Overige personeelskosten
De afwijking bestaat hoofdzakelijk uit lagere kosten print- en portokosten binnen kantoorkosten. Dit als gevolg van aanbesteding van het contract print- converteer- en mailingsdiensten. Ook zijn de aantallen te verzenden stukken lager zoals onder andere ook beschreven bij de programma’s en paragraaf overhead in het jaarverslag. Ook de kosten onderhoud, beheer en beveiliging informatisering/ automatisering zorgen voor een voordelig resultaat, doordat verschillende verwachte uitgaven alsnog niet zijn gerealiseerd of lager zijn uitgevallen. Deze twee afwijkingen zijn samen al verantwoordelijk voor 75% van het gehele voordelige resultaat van € 212.000.
De overige kleine afwijkingen in baten zijn gezamenlijk € 57.000 voordelig en zijn uit te splitsen in: €
40.000 V
Bijdrage garantiesalarissen
€
6.000 N
Bijdrage print- en portokosten
€
30.000 N
Bijdrage overige goederen en diensten
€
53.000 V
nc
Bijdrage loonkosten
De afwijkingen bestaan voornamelijk uit de niet begrote vergoeding KOTA (KinderOpvangToeslagAffaire), hogere inkomsten als gevolg van ouderschapsverlof en een lager aantal verzonden
Co
bijsluiters voor deelnemers.
Jaarstukken 2023
51
Treasury
€ 37.000 V
De post treasury is te specificeren in de volgende onderdelen: Jaarrekening 2022
Begroting 2023 primair
Begroting 2023 na wijziging
Jaarrekening 2023
Rentelasten
8.100
7.000
7.000
7.000
-
Subtotaal lasten
8.100
7.000
7.000
7.000
-
Renteopbrengsten
21.200
-
320.000
357.000
37.000
Subtotaal baten
21.200
-
320.000
357.000
37.000
Resultaat Treasury
-13.100
7.000
-313.000
-350.000
37.000
Verschil
ep t
Omschrijving
De rentelasten bestaat voornamelijk uit de rente die betaald wordt volgend uit de afgesloten langlopende geldlening. De renteopbrengsten komen voort uit het bankrekeningsaldo van de rekeningcourantverhouding van het Rijk.
Onvoorzien
€0
Omschrijving Onvoorzien
nc
De post onvoorzien is te specificeren in de volgende onderdelen: Jaarrekening 2022
Begroting 2023 primair
-
80.000
-
-
-
-
80.000
-
-
-
Resultaat Onvoorzien
Begroting 2023 na wijziging
Jaarrekening 2023
Co
De post onvoorzien is in de eerste bestuursrapportage 2023 ingezet als dekkingsmiddel.
Jaarstukken 2023
52
Verschil
Bijdrage deelnemers
€0
De post bijdrage deelnemers is te specificeren in de volgende onderdelen: Jaarrekening 2022
Begroting 2023 primair
Begroting 2023 na wijziging
Jaarrekening 2023
Bijdrage deelnemers
18.125.900
17.871.000
19.933.000
19.933.000
-
Resultaat Deelnemersbijdrage
18.125.900
17.871.000
19.933.000
19.933.000
-
Omschrijving
Verschil
ep t
Conform de Gemeenschappelijke Regeling (GR) BWB artikel 33, lid 1 wordt het rekeningresultaat per deelnemer opgenomen in de jaarrekening op grond van de vastgestelde berekeningswijze. Deze berekeningswijze is per 2021 in overeenstemming met de deelnemers herzien. Na vaststelling van de jaarstukken 2023 door het algemeen bestuur zal conform artikel 33, lid 2 van de GR een verrekening plaats vinden op basis van de vastgestelde bestemming van het resultaat. Hierbij kan worden gedacht aan een verrekening met de deelnemers of aan een reserve volgens de vastgestelde nota reserves en voorzieningen.
In de volgende tabel is de berekening van de bijdrage op basis van nacalculatie weergegeven. In kolom 1 staat de werkelijke bijdrage van de jaarrekening 2022. In kolom 2 is de begrote bijdrage volgens de tweede bestuursrapportage van 2023 weergegeven. De bijdrage van 2023 op nacalculatorische
nc
basis is weergegeven in kolom 3 van de tabel. In kolom 4 wordt vervolgens de werkelijk ontvangen
Jaarrekening nacalc. 2022
Begroot na wijziging 2023
Bergen op Zoom
1.612.900
1.789.000
1.680.000
1.774.000
-94.000
Breda
3.965.700
4.003.000
3.794.000
3.977.000
-183.000
507.400
612.000
566.000
603.000
-37.000
968.700
981.000
934.000
983.000
-49.000
Co
bijdrage weergegeven. In de laatste kolom wordt weergegeven welke bedrag moet worden bestemd.
Omschrijving
Dongen Etten-Leur
Bijdrage nacalc. 2023
Ontvangen 2023*
Te bestemmen 2023
Halderberge
636.900
727.000
665.000
718.000
-53.000
Loon op Zand
-
670.000
634.000
662.000
-28.000
Moerdijk
940.200
1.212.000
1.104.000
1.186.000
-82.000
Oosterhout
1.216.900
1.476.000
1.396.000
1.469.000
-73.000
Roosendaal
1.731.200
1.999.000
1.877.000
2.020.000
-143.000
Rucphen
436.300
509.000
479.000
484.000
-5.000
Woensdrecht
492.800
585.000
540.000
567.000
-27.000
Zundert
641.200
702.000
664.000
693.000
-29.000
Brabantse Delta
4.539.300
4.668.000
4.249.000
4.797.000
-548.000
Totaal deelnemers
17.689.500
19.933.000
18.582.000
19.933.000
-1.351.000
*Dit bedrag komt overeen met de bijdrage zoals gesteld in de eerst bestuursrapportage 2023.
Jaarstukken 2023
53
In onderstaande tabel wordt naast de bruto deelnemersbijdrage, de compensabele btw-component afzonderlijk in beeld gebracht.
Bijdrage inclusief compensabele BTW Omschrijving
Begroot na wijziging 2023 Bijdrage
Bijdrage nacalculatie 2023
Comp. BTW
Bijdrage
Comp. BTW
1.789.000
112.000
1.680.000
112.000
Breda
4.003.000
251.000
3.794.000
254.000
Dongen
612.000
38.000
566.000
38.000
Etten-Leur
981.000
62.000
934.000
62.000
Halderberge
727.000
46.000
665.000
44.000
Loon op Zand
670.000
42.000
634.000
42.000
Moerdijk
1.212.000
76.000
1.104.000
74.000
Oosterhout
1.476.000
93.000
1.396.000
93.000
Roosendaal
1.999.000
125.000
1.877.000
126.000
Rucphen
509.000
32.000
479.000
32.000
Woensdrecht
585.000
37.000
540.000
36.000
Zundert
702.000
44.000
664.000
44.000
Brabantse Delta
4.668.000
-
4.249.000
-
Totaal deelnemers
19.933.000
958.000
18.582.000
957.000
nc
ep t
Bergen op Zoom
Toelichting afwijking
Hieronder is weergegeven wat de wijziging is ten opzichte van de tweede bestuursrapportage 2023 in percentages. Het gemiddelde over alle deelnemers bedraagt 6,8%. Bergen op Zoom
6,1%
Oosterhout
5,4%
Breda
5,2%
Roosendaal
6,1%
7,5%
Rucphen
5,9%
Etten-Leur
4,8%
Woensdrecht
7,7%
Halderberge
8,5%
Zundert
5,4%
Loon op Zand
5,4%
Brabantse Delta
9,0%
Moerdijk
8,9%
Co
Dongen
De gemiddelde afwijking voor gemeenten bedraagt 6,4%. Gemeenten wijken maximaal 2,5%-punt van dit gemiddelde af. De gemeente Etten-Leur heeft de laagste afwijking van 4,8% ten opzichte van de tweede bestuursrapportage en de gemeente Moerdijk heeft de hoogste afwijking met 8,9%. De onderlinge verschillen zijn relatief dus niet heel groot.
Jaarstukken 2023
54
De verschillen tussen de gemeenten onderling hebben ook geen eenduidige oorzaak. Voor een beeld wordt verwezen naar de specificatie in de totale kostenverdeelstaat. Er zijn voor de gemeenten drie zaken die in het oog springen: -
Voor de gemeente Moerdijk kan gesteld worden dat de afwijking onder andere het gevolg is van een lager producttarief BAG;
-
Voor alle gemeenten toont de werkelijke productie heffingsbezwaren diverse verschillen ten opzichte van de verwachte productie. Zo valt de productie van de gemeente Rucphen 25,5%
ep t
lager uit terwijl de productie van de gemeente Roosendaal 8,5% hoger uitvalt. Deze afwijking in de productieverhouding zorgt voor een andere kostenverdeling. -
Voor alle gemeenten toont de werkelijke productie dwangbevelen diverse verschillen ten opzichte van de verwachte productie. Zo valt de productie van de gemeente Moerdijk 16,7% lager uit terwijl de productie van de gemeente Etten-Leur 36,7% hoger uitvalt. Deze afwijking in de productieverhouding zorgt voor een andere kostenverdeling.
De teruggave van het Waterschap Brabantse Delta bestaat bijna volledig uit verschillen in producttarieven. Vooral de processen gegevensbeheer basis en dwanginvordering zorgen voor een groot deel van de totale teruggave.
nc
Resultaatbestemming
Het BBV gaat uit van een resultaat vóór en een resultaat ná bestemming. Resultaat ná bestemming
Het resultaat vóór bestemming geeft het saldo aan van de baten en lasten. Vervolgens wordt het resultaat bestemd in de zin van toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Daarna volgt het resultaat ná bestemming.
Co
Bij de resultaatbestemming wordt onderscheid gemaakt tussen resultaatbestemming in de zin van de reeds geplande mutaties in reserves en de “echte” resultaatbestemming die ter besluitvorming wordt voorgelegd. Dit laatste wordt het voorstel tot resultaatbesteding genoemd. De BWB heeft geen reserves waardoor het resultaat vóór en ná bestemming gelijk is. De Jaarstukken 2023 sluiten met een voordelig saldo van € 1.351.000. Op pagina 5 is een toelichting gegeven op dit positieve resultaat. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. Vaststelling van deze jaarstukken betekent dat het algemeen bestuur van de BWB het dagelijks bestuur decharge verleent voor het in de jaarrekening verantwoorde financieel beheer.
Jaarstukken 2023
55
Resultaatbesteding Als onderdeel van de resultaatbesteding wordt het algemeen bestuur voorgesteld het jaarrekeningresultaat na bestemming zijnde € 1.351.000 als volgt te besteden: € 200.000 voor de vorming van een beperkte algemene reserve en € 1.151.000 te verrekenen met de deelnemers op basis van de vastgestelde kostenverdeelsystematiek. De voorwaarden voor de reserve zijn opgenomen als bijlage bij het voorstel aan het algemeen bestuur.
Verhouding jaarrekening
Bestemming reserve
Bestemming te verrekenen deelnemers
ep t
Te bestemmen resultaat
Omschrijving
-94.000
9,0%
-18.000
-76.000
Breda
-183.000
20,4%
-41.000
-142.000
Dongen
-37.000
3,0%
-6.000
-31.000
Etten-Leur
-49.000
5,0%
-10.000
-39.000
Halderberge
-53.000
3,6%
-7.000
-46.000
Loon op Zand
-28.000
3,4%
-7.000
-21.000
Moerdijk
-82.000
5,9%
-12.000
-70.000
Oosterhout
-73.000
7,5%
-15.000
-58.000
Roosendaal
-143.000
10,1%
-20.000
-123.000
Rucphen
-5.000
2,6%
-5.000
-
Woensdrecht
-27.000
2,9%
-6.000
-21.000
Zundert
-29.000
3,6%
-7.000
-22.000
-548.000
22,9%
-46.000
-502.000
-1.351.000
100,0%
-200.000
-1.151.000
Brabantse Delta
nc
Bergen op Zoom
Totaal deelnemers
Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten
Begroot 2023
Realisatie 2023
Verschil
-
29.600
29.600
Bijdrage afwikkeling
-
29.600
29.600
Kosten afwikkeling
-
-
-
Totalen incidentele baten en lasten
-
29.600
29.600
Co
KinderOpvangToeslagAffaire (KOTA)
Zie voor de verdere specificatie: Verantwoording gederfde inkomsten en uitvoeringskosten KinderOpvangToeslagAffaire.
Jaarstukken 2023
56
3. WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT) Beloningen van bestuurders en overige topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector dienen wettelijk genormeerd, respectievelijk gemaximeerd te worden. Dit heeft geresulteerd in de wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De WNT voorziet in een democratisch gelegitimeerd instrument waarmee normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd voor de bezoldiging van bestuurders en andere topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector.
ep t
Het bezoldigingsmaximum voor 2023 is bepaald op een bedrag van € 223.000 op jaarbasis. In 2023 hebben geen bezoldigingen boven deze norm plaatsgevonden. In onderstaand overzicht zijn de topfunctionarissen op naam van persoon opgenomen.
1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling Boekjaar
2023
2022
Dhr. P. Stoffelen
Dhr. P. Stoffelen
Directeur
Directeur
Aanvang en einde functievervulling boekjaar
01 jan – 31 dec
01 jan – 31 dec
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,0
1,0
Dienstbetrekking
Ja
Ja
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
117.048
108.537
Beloningen betaalbaar op termijn
19.539
27.774
Subtotaal beloning
136.587
136.311
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
223.000
216.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
N.v.t.
Bezoldiging
136.587
136.311
N.v.t. / N.v.t.
N.v.t. / N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Leidinggevende topfunctionaris
Co
Bezoldiging
nc
Functiegegevens
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
Jaarstukken 2023
57
1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.900 of minder Gegevens 2023 Functie
Mutatie
Dhr. Th.J.J.M. Schots
Voorzitter DB - AB
geëindigd 31-03-2023
Dhr. C.J.A. van Dorst
Voorzitter DB - AB
nieuw per 07-07-2023
Dhr. C.J.A. van Dorst
DB – AB
geëindigd 07-07-2023
Dhr. I.C.H. Jansen
DB – AB
Mevr. C.E.A.H. Kranenborg – van Eerd
DB – AB
Mevr. K. van den Berg Dhr. D.F.J. Melsen Dhr. G.J.A.M. de Weert Dhr. J.A.A. Pals
ep t
Naam topfunctionaris
DB - AB
nieuw per 07-07-2023
AB AB AB
Dhr. J.C.G.M. Brekelmans Dhr. J.H.A. Mollen Dhr. J.M.A. van Agtmaal Dhr. M.J.A.J. Lazeroms Dhr. P.C.H.A. Schouw
nieuw per 27-01-2023
AB
geëindigd 07-07-2023
AB AB AB
nieuw per 27-10-2023
AB
nc
Dhr. R.C.A.L. Bogers
AB
Mevr. E.G.A. van der Star – Deijkers
AB
2. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hiervoor vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2023 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2023 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WNT vermeld zijn of hadden moeten
Co
worden.
Sinds 2018 is de zogenaamde anticumulatiebepaling in werking getreden. Dit houdt in dat, indien een leidinggevende topfunctionaris bij meerdere WNT-instellingen een leidinggevende topfunctie vervult, de instelling in de WNT-verantwoording vermeldt welke topfunctionaris en welke WNT-instellingen het betreft. Voor de BWB is geen sprake van een leidinggevende topfunctionaris die bij meerdere WNTinstellingen een leidinggevende topfunctie vervult.
Jaarstukken 2023
58
4. BALANS PER 31 DECEMBER 2023 VOOR BESTEMMING ACTIVA
Balans per 31-12-2023
Balans per 31-12-2022
VASTE ACTIVA 6.1 Materiële vaste activa
1.190.000
Totaal vaste activa VLOTTENDE ACTIVA 6.2 Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courantverhouding met het Rijk
6.3 Liquide middelen
Banksaldi*
1.178.200 1.190.000
1.178.200
5.735.000
5.265.800
89.000
106.800
5.646.000
5.159.000
3.001.000
2.489.100
1.000
1.100
3.000.000
2.488.000
nc
Kassaldi
1.190.000
ep t
Investeringen met een economisch nut
1.178.200
6.4 Overlopende activa
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
251.000
251.000
314.300
314.300
8.987.000
8.069.200
TOTAAL ACTIVA
10.177.000
9.247.400
-
-
Co
Totaal vlottende activa
Recht op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
*Gewijzigd ten opzichte van de, in de jaarrekening 2022 gepresenteerde balans per 31-12-2022. De aanpassing heeft betrekking op het toevoegen van het banksaldo BNG (belastingen). De wijziging is verwerkt ten behoeve van vergelijkbaarheid van de beide balansstanden.
Jaarstukken 2023
59
PASSIVA
Balans per 31-12-2023
Balans per 31-12-2022
VASTE PASSIVA 6.5 Eigen vermogen
1.351.000
Gerealiseerde resultaat
1.351.000
436.400
659.000
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
659.000
424.000
6.7 Vaste schulden looptijd langer dan één jaar
750.000
Onderhandse leningen van binnenlandse banken Totaal vaste passiva VLOTTENDE PASSIVA
750.000
2.760.000
1.760.400
4.137.000
3.289.400
790.100
3.002.000
2.499.300
nc
1.135.000
6.9 Overlopende passiva
Overige nog te betalen en de vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen*
900.000
900.000
6.8 Netto-vlottende schulden korter dan één jaar
Banksaldi
424.000
ep t
6.6 Voorzieningen
Overige schulden
436.400
3.280.000
3.280.000
4.197.600
4.197.600
7.417.000
7.487.000
TOTAAL PASSIVA
10.177.000
9.247.400
Co
Totaal vlottende passiva
*Gewijzigd ten opzichte van de, in de jaarrekening 2022 gepresenteerde balans per 31-12-2022. De aanpassing heeft betrekking op het toevoegen van het banksaldo BNG (belastingen). De wijziging is verwerkt ten behoeve van vergelijkbaarheid van de beide balansstanden.
Jaarstukken 2023
60
5. WAARDERING GRONDSLAGEN JAARREKENING De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van
Programmarekening
ep t
continuïteit van de Gemeenschappelijke Regeling.
De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Balans
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van
nc
historische kosten. De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend volgens de lineaire afschrijvingsmethode. Er wordt afgeschreven vanaf de eerste maand van het boekjaar, na het boekjaar van ingebruikneming, met uitzondering van materiële vaste activa die deel uitmaken van een groter geheel. Voor deze activa wordt deze regeling pas toegepast als 50% van de activering heeft plaats gevonden. Afschrijvingen vinden plaats conform het gestelde in de ‘Nota Waarderen en Afschrijven’ zoals deze door het Algemeen Bestuur is vastgesteld in de vergadering van
Co
21 oktober 2022.
De waardering van de overige activa en passiva geschiedt in het algemeen tegen nominale waarden. Wanneer hiervan wordt afgeweken, is dit in de toelichting bij de desbetreffende post vermeld. Er is geen voorziening opgenomen voor oninbaarheid van vorderingen.
Jaarstukken 2023
61
De volgende voorzieningen zijn opgenomen op de balans, waarbij de opbouw van de voorzieningen is toegelicht in paragraaf 6.6: -
Voorziening materiële kosten (griffie en proceskosten waarderen) Bij de jaarrekening 2022 is een voorziening getroffen voor de proceskosten die voortvloeien uit de afhandeling van de openstaande bezwaren en beroepen die openstaan per balansdatum (31 december) van het boekjaar. Op grond van het BBV moet een voorziening worden getroffen voor verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch
ep t
redelijkerwijs te schatten. Dit is een structurele voorziening die jaarlijks wordt geactualiseerd. De opbouw 2023 is toegelicht in paragraaf 6.6 waarbij onderscheid is gemaakt in de voorziening die is getroffen voor 2022 en 2023. -
Voorziening verlof (bovenwettelijk- en spaarverlof)
Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moet een voorziening worden opgenomen met betrekking tot bovenwettelijk- en spaarverlof. De voorziening voor bovenwettelijk verlof omvat het bovengemiddelde aantal uren bovenwettelijk verlof, berekend op basis van het 5-jarige gemiddelde inclusief de gekochte verlofuren uit het individuele keuzenbudget (IKB). Daarnaast wordt de voorziening gevormd voor het saldo aan verlofsparen per balansdatum (31 december). Beide voorzieningen worden gewaardeerd tegen
-
nc
een geïndexeerd gemiddeld uurloon inclusief werkgeverslasten. Voorziening Regeling Vervroegde Uittreding (RVU)
De Regeling Vervroegde Uittreding zoals opgenomen in de cao leidt ertoe dat ambtenaren het recht hebben maximaal twee jaar eerder te stoppen met werken. Overeenkomstig de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moet een voorziening worden gevormd voor de medewerkers die 1 januari 2024 gebruik gaan maken van de regeling. Hierbij wordt de bruto
Co
uitkering over de looptijd van deze regeling als uitgangspunt genomen. Rechtmatigheidsverantwoording
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld met inachtneming van de relevante bepalingen in de gemeentewet en de financiële verordeningen van de BWB.
Jaarstukken 2023
62
6. TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 2023 ACTIVA
6.1 Materiële vaste activa
€ 1.190.000
In onderstaande tabel wordt het verloop van de materiële vaste activa over 2023 weergegeven.
Bedrijfsgebouwen
Investering
Desinvestering
Afschrijvingen
Boekwaarde 31-12-2023
ep t
Boekwaarde 01-01-2023
Omschrijving
153.000
35.000
-
27.000
161.000
Overige materiële vaste activa
1.025.000
255.000
-
251.000
1.029.000
Totaal materiële vaste activa
1.178.000
290.000
-
278.000
1.190.000
Bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief zijn niet van toepassing en om deze reden niet opgenomen in het bovenstaande verloopoverzicht.
De post bedrijfsgebouwen heeft betrekking op aanpassingen in het bedrijfsgebouw. De investering bestaat hierbij uit het installeren van de zonnepanelen op het dak van het bedrijfsgebouw. De
nc
afschrijving bestaat uit een lineaire afschrijving van 10 jaar.
De post overige materiële vaste activa bestaat uit inventaris en automatisering. Binnen beide componenten is geïnvesteerd, zoals het vervangen van de reeds afgeschreven bureaustoelen uit de inventaris. De automatisering bestaat uit de kosten voor de afronding implementatie van de belastingapplicatie, de implementatie van de RPA-tool, aanschaf headsets en het vervangen van beeldschermen, muizen en toetsenborden. De afschrijving bestaat uit een lineaire afschrijving tussen
Co
de 5 en 10 jaar.
6.2 Uitzettingen korter dan één jaar
€ 5.735.000
De in de balans opgenomen post uitzettingen korter dan een jaar per eind 2023 heeft betrekking op: •
Vorderingen op openbare lichamen
•
Rekening-courantverhouding met het Rijk
89.000 5.646.000
De afwikkeling van de vorderingen op openbare lichamen naar de toestand per 1 maart 2024 geeft het volgende beeld:
Vorderingen 01-01-2023
Vorderingen 31-12-2023
Ontvangsten in 2024
Vorderingen 01-03-2024
Vorderingen op openbare lichamen
107.000
89.000
89.000
-
Totaal uitzettingen korter dan één jaar
107.000
89.000
89.000
-
Omschrijving
Jaarstukken 2023
63
De in de balans opgenomen vorderingen op openbare lichamen zijn uit te splitsen in: •
Renteopbrengsten Ministerie van Financiën
85.000
•
Overige bijdrage deelnemers
4.000
Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 89.000 aan openstaande vorderingen per 31 december 2023.
•
ep t
Schatkistbankieren 5.646.000
Saldo rekening-courantverhouding met het Rijk
Vanuit de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden zijn regels vastgesteld voor de uitvoering van het verplicht schatkistbankieren voor de decentrale overheden. Het bedrag boven de drempel van 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal of alles boven € 1.000.000 dient gestort te worden bij het Rijk als zijnde een rekeningcourant verhouding.
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren
Met betrekking tot alle liquide middelen dient alles boven het drempelbedrag gestort te worden in de
nc
schatkist. In 2023 hebben geen overschrijdingen van het drempelbedrag plaats gevonden.
Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren, verslagjaar 2023 (x € 1.000) Berekening drempelbedrag
a. Begrotingstotaal verslagjaar
18.126
b. Deel van begrotingstotaal onder € 500 miljoen
18.126
c. Drempel is 0,75% van begrotingstotaal onder sub b
-
Co
1. Drempelbedrag (Minimaal: € 1.000.000)
Berekening kwartaalcijfers buiten ‘s Rijksschatkist
1.000
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
9.664
1.194
542
258
e. Dagen in het kwartaal
90
91
92
92
2. Kwartaalcijfers op dag basis buiten schatkist
107
13
6
3
Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
1.000
1.000
1.000
1.000
2. Kwartaalcijfers op dag basis buiten ‘s Rijk schatkist
107
13
6
3
3. Ruimte onder het drempelbedrag
893
987
994
997
-
-
-
-
d. Som van de per dag buiten ’s Rijksschatkist aangehouden middelen (negatief tellen nihil)
1. Drempelbedrag voor BWB
4. Overschrijding van het drempelbedrag
Jaarstukken 2023
64
6.3 Liquide middelen
€ 3.001.000
De in de balans opgenomen post liquide middelen per eind 2023 is als volgt te specificeren: •
Kassaldo bedrijfsvoering
•
Saldo bankrekening BNG (belastingen)
•
Saldo bankrekening ING
1.000 2.997.000 3.000
Het kassaldo bedrijfsvoering en het banksaldo ING staan vrij ter beschikking. Voor het beheer van de
ep t
ingevorderde belastingen houdt de BWB conform artikel 34 van de Gemeenschappelijke Regeling een uitsluitend daartoe bestemde rekening aan. Deze middelen staan daarmee niet vrij ter beschikking van de bedrijfsvoering van de BWB. Aan de passivazijde van de balans is dit saldo verwerkt als overlopend passief.
6.4 Overlopende activa
€ 251.000
De in de balans opgenomen post overlopende activa per eind 2023 is als volgt te specificeren: •
Nog te ontvangen bedragen
•
Vooruitbetaalde bedragen
219.000
nc
Nog te ontvangen bedragen
32.000
De post nog te ontvangen bedragen per eind 2023 is als volgt te specificeren: •
Uitvoeringsbijdrage KOTA 2023
30.000
•
Overige bijdrage
2.000
Vooruitbetaalde bedragen
De post vooruitbetaalde bedragen per eind 2023 is als volgt te specificeren: Huisvesting
113.000
•
Programma Waarderen
38.000
•
Programma Heffen
29.000
•
Automatisering
22.000
•
Overige overheadkosten
15.000
•
Programma Invordering
2.000
Co
•
Jaarstukken 2023
65
PASSIVA
6.5 Eigen vermogen
€ 1.351.000
De in de balans opgenomen post eigen vermogen per eind 2023 is als volgt te specificeren: •
1.351.000
Gerealiseerd rekeningresultaat
Rekeningresultaat 2023
ep t
Artikel 42 van het Besluit Begroting en Verantwoording bepaalt dat het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het Algemeen Bestuur beslist over de afhandeling van dit resultaat.
De jaarrekening 2023 sluit met een positief resultaat van € 1.351.000. In de toelichting baten en lasten 2023 wordt weergegeven hoe dit positieve resultaat tot stand is gekomen.
6.6 Voorzieningen
€ 659.000
De in de balans opgenomen post voorzieningen per eind 2023 is als volgt te specificeren: Voorziening personeel
•
Voorziening materieel
78.000
nc
•
581.000
Voorziening personeel
Het verloop van de voorzieningen personeel in 2023 geeft het volgende beeld: Voorziening personeel
Voorziening bovenwettelijk verlofsaldo
Boekwaarde 01-01-2023
116.000
-
-
116.000
-
17.000
11.000
28.000
-
-
-
-
Ten gunste baten en lasten vrijgevallen
66.000
-
-
66.000
Boekwaarde 31-12-2023
50.000
17.000
11.000
78.000
Toevoegingen
Co
Aanwending
Voorziening spaarverlof
Totale voorziening personeel
Voorziening RVU
Voorziening verlof (bovenwettelijk- en spaarverlof) Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is de Belastingsamenwerking wettelijk verplicht twee voorzieningen op te nemen met betrekking tot verlof. De voorziening voor bovenwettelijk verlof omvat het bovengemiddelde aantal uren bovenwettelijk verlof, berekend op basis van het 5-jarige gemiddelde. Hieronder vallen ook de gekochte verlofuren uit het individuele keuzebudget (IKB). Op 31 december 2023 bedraagt dit bovengemiddelde aantal 1.089 uur. Dit deel wordt aangemerkt als verlof met geen gelijke omvang.
Jaarstukken 2023
66
Daarnaast wordt de voorziening voor spaarverlof gevormd voor volledig opgenomen verlofuren. Op 31 december 2023 bedraagt het aantal spaarverlof 368 uur. Beide voorzieningen worden gewaardeerd tegen een tarief van € 45,90, resulterend in bedragen van respectievelijk € 50.000 voor bovenwettelijk verlof en € 17.000 voor spaarverlof. Voorziening Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) Overeenkomstig de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient de
ep t
Belastingsamenwerking wettelijk een voorziening te treffen voor de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU). Deze regeling stelt enkele medewerkers in staat eerder uit dienst te treden en daarbij alsnog een uitkering van de werkgever te ontvangen. Tot op heden heeft slechts één medewerker binnen de BWB aangegeven gebruik te zullen maken van deze regeling. De bruto uitkering over de volledige looptijd van deze regeling bedraagt € 11.000, welke integraal wordt geboekt als voorziening.
Voorziening materieel
Het verloop van de voorzieningen materieel in 2023 geeft het volgende beeld: Voorziening materieel
Totale voorziening materieel
308.000
-
308.000
-
502.000
502.000
177.000
-
177.000
Ten gunste baten en lasten vrijgevallen
52.000
-
52.000
Boekwaarde 31-12-2023
79.000
502.000
581.000
Toevoegingen Aanwending
nc
Boekwaarde 01-01-2023
Voorziening griffie- Voorziening griffieen proceskosten en proceskosten waarderen 2022 waarderen 2023
Voorziening griffie en proceskosten waarderen 2022
Voor de proceskosten die voortvloeien uit de afhandeling van de openstaande bezwaren en beroepen
Co
2022 is een voorziening gevormd van € 79.000. Deze is als volgt opgebouwd: •
21 openstaande bezwaren per 31-12-2023 (tarief: € 105)
2.000
•
143 openstaande beroepen per 31-12-2023 (tarief: € 538)
77.000
Voorziening griffie en proceskosten waarderen 2023 Voor de proceskosten die voortvloeien uit de afhandeling van de openstaande bezwaren en beroepen 2023 is een voorziening gevormd van € 502.000. Deze is als volgt opgebouwd: •
570 openstaande bezwaren per 31-12-2023 (tarief: € 658)
375.000
•
135 openstaande beroepen per 31-12-2023 (tarief: € 945)
127.000
Jaarstukken 2023
67
Het tarief is bij de bepaling van de voorziening 2023 aangepast ten opzichte van de voorziening 2022. In 2023 is gebruik gemaakt van het toekenningspercentage zoals dat is opgetreden. Alleen bij toekenning worden proceskostenvergoedingen toegekend. In 2022 werd gebruik gemaakt van een gemiddeld
bedrag
per
openstaand
bezwaar
en
beroep
zonder
gebruikmaking
van
het
toekenningspercentage.
6.7 Vaste schulden langer dan één jaar
€ 750.000
Geldlening 2018 Totaal onderhandse leningen
Toevoegingen Onttrekkingen
Boekwaarde 31-12-2023
ep t
Boekwaarde 01-01-2023
Omschrijving
900.000
-
150.000
750.000
900.000
-
150.000
750.000
Met betrekking tot de geldleningen is in 2023 een bedrag van € 7.000 aan rente betaald, welke ten laste van de exploitatie 2023 is gebracht.
6.8 Netto vlottende schulden korter dan één jaar
€ 4.137.000
De in de balans opgenomen post uitzettingen korter dan een jaar per eind 2023 heeft betrekking op: •
Overige schulden
•
Saldo bankrekening BNG (bedrijfsvoering)
nc
1.135.000 3.002.000
De afwikkeling van de overige schulden naar de toestand per 1 maart 2024 geeft het volgende beeld: Omschrijving
Schulden 01-01-2023
Schulden 31-12-2023
Betaald in 2024
Schulden 01-03-2024
790.000
1.135.000
1.135.000
-
Totaal netto vlottende schulden
790.000
1.135.000
1.135.000
-
Co
Overige schulden
De in de balans opgenomen netto vlottende schulden korter dan een jaar zijn uit te splitsen in: •
Schulden op openbare lichamen
617.000
•
Proceskostenvergoeding
31.000
•
Overige crediteuren
487.000
Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 1.135.000 aan openstaande schulden per 31 december 2023.
Daarnaast is er nog een openstaand banksaldo aanwezig op de BNG-bank. Dit saldo moet gezien worden in combinatie met de rekening-courant van het Rijk en liquide middelen aan de activakant van de balans. •
3.002.000
Saldo bankrekening BNG (bedrijfsvoering)
Jaarstukken 2023
68
6.9 Overlopende passiva
€ 3.280.000
De in de balans opgenomen post overlopende passiva per eind 2023 is als volgt te specificeren: •
Nog te betalen bedragen
•
Vooruitontvangen bedragen
3.276.000 4.000
Nog te betalen bedragen De post nog te betalen bedragen per eind 2023 is als volgt te specificeren: Belastingrekening
•
Inhuur derden
•
Programma Heffen
•
Automatisering
•
Overige personeelskosten
•
Overige overheadkosten
•
Programma Waarderen
•
Salarissen
•
Aangifte omzetbelasting
2.997.000
ep t
•
157.000
55.000 20.000 20.000 12.000
9.000 5.000 1.000
nc
De post nog af te dragen ontvangsten bestaat uit het saldo op de belastingrekening. Conform artikel 34 lid 2 van de Gemeenschappelijke Regeling West-Brabant De BWB houdt de administratie van de opgelegde aanslagen en de ingevorderde belastingen gescheiden van de administratie voor de bedrijfsvoering van de BWB.
Vooruitontvangen bedragen
De post vooruitontvangen bedragen per eind 2023 is als volgt te specificeren: Verhuur parkeerplaatsen
Co
•
6.10 Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum.
Jaarstukken 2023
69
4.000
7. NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt in de toelichting op de balans inzicht gegeven in de financiële verplichtingen waaraan de BWB is verbonden, voor zover die verplichtingen financiële consequenties hebben voor de toekomstige jaren en deze niet zijn opgenomen in een balanspost. Deze verplichtingen hebben betrekking op meerjarige contracten boven de EU-aanbestedingsgrens van
ep t
€ 55.250 per jaar en worden meegenomen voor de verplichting ten aanzien van de gehele looptijd exclusief verlengingsmogelijkheden. Hierbij is gebruik gemaakt van het contractenregister en de spendanalyse over de periode 2020 tot en met 2023. Er wordt hierbij rekening gehouden met de indexering voor toekomstige uitgave op basis van de, in de kadernota 2025, opgenomen indexatie. Overhead
Met betrekking tot de overheadlasten zijn er vier contracten welke aan de eerder gestelde voorwaarde voldoen. Alleen de huur van het bedrijfspand en de ICT-dienstverlening gelden als uitzondering op de voorwaarde aangezien dit geen aanbesteding betreft. De ingangsdata, bijbehorende bedragen en einddata (exclusief verlenging) van deze contracten zijn als volgt. Onderdeel van
Ingangsdata
Gemiddeld bedrag
Belastingapplicatie
Automatisering
01-01-2021
879.000
01-01-2027
ICT-dienstverlening
Automatisering
01-01-2024
660.000
31-12-2024
Print- converteer- en mailingsdiensten
Kantoorkosten
01-01-2023
1.621.000
01-01-2027
Huur bedrijfspand
Huisvesting
01-09-2023
1.377.000
31-08-2030
Schoonmaakdienst
Huisvesting
01-02-2018
75.000
31-12-2024
01-12-2022
225.000
30-11-2026
Co
nc
Betreft
Accountantscontrole
Bedrijfsvoering
Einddata
Programma Waarderen
Met betrekking tot het programma Waarderen zijn er twee contracten welke aan de eerder gestelde voorwaarde voldoen. Dit betreft de waarderingsapplicatie welke een looptijd heeft van 01-01-2021 tot 01-01-2027 en een contractwaarde van € 379.000. Het tweede contract betreft beeldmateriaal met een looptijd van 01-01-2019 tot 31-12-2024 en een contractwaarde van € 160.000. Programma Invordering
Met betrekking tot het programma Invordering zijn er twee contracten welke aan de eerder gestelde voorwaarde voldoen. Dit betreft de bankapplicatie welke een looptijd heeft van 01-01-2023 tot 31-122026 en een contractwaarde van € 287.000. Het tweede contract betreft de inzet van een externe deurwaarder voor het betekenen van hernieuwde bevelen met een looptijd van 01-04-2019 tot 31-032025 en een contractwaarde van € 136.000.
Jaarstukken 2023
70
8. BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Nr.
Begroting 2023 na wijziging
Naam taakveld
Realisatie 2023
Lasten Mutaties reserves
-
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
-
0.4
Overhead
9.941.000
9.095.000
0.5
Treasury
0.64
Belastingen overig
0.8
Overige baten en lasten
Totale lasten
Baten
ep t
0.10
Mutaties reserves
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
0.4
Overhead
0.5
Treasury
0.64
Belastingen overig
0.8
Overige baten en lasten
Totale baten
Saldo
nc
0.10
7.000
7.000
10.645.000
10.234.000
-
-
20.593.000
19.336.000
-
-
-
-1.351.000
340.000
397.000
320.000
357.000
19.933.000
19.933.000
-
-
20.593.000
19.336.000
Mutaties reserves
-
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
-1.351.000
0.4
Overhead
-9.601.000
-8.698.000
313.000
350.000
9.288.000
9.699.000
-
-
-
-
Co
0.10
0.5
Treasury
0.64
Belastingen overig
0.8
Overige baten en lasten
Totaal saldo
Jaarstukken 2023
71
9. VERANTWOORDING GEDERFDE INKOMSTEN EN UITVOERINGSKOSTEN KINDEROPVANGTOESLAG 1. Algemeen Het Rijk heeft toegezegd dat de gemeenten en waterschappen de verschuldigde belastingen van gedupeerde ouders en hun toeslagpartner die zij kwijtschelden volledig vergoed krijgen. Daarnaast wordt er ook compensatie verleend voor de uitvoeringskosten die in het kader van de operatie door
ep t
gemeenten en waterschap worden gemaakt. In 2023 zal de BWB namens de deelnemers hiervan gebruik maken. De uitvoering van de regeling is voor gemeenten vastgelegd in het VNG-rapport¹ en voor het Waterschap is een aparte regeling opgesteld door de Unie van Waterschappen². Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voorziet in de bekostiging met twee componenten: •
De kwijtgescholden bedragen van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen (gederfde inkomsten);
•
Een eenmalige vergoeding voor de kosten die samenhangen met het proces van kwijtschelding (uitvoeringskosten).
Onderstaand worden de componenten toegelicht en een specificatie van de kosten weergegeven.
nc
2. Kwijtgescholden bedragen (gederfde inkomsten)
De hoogte van de kwijtgescholden bedragen van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen betreft de hoogte van het kwijtgescholden bedrag, inclusief de ophogingskosten en de bedragen van restitutie. Deze bedragen zijn onderdeel van de eindverantwoording belastingopbrengsten 2023. In onderstaand overzicht worden de kwijtgescholden bedragen en de ophogingskosten voor 2023 per deelnemer weergegeven.
Gemeentelijke belastingen / waterschapslasten
Co
Omschrijving
Ophogingskosten
Totaal
Bergen op Zoom Breda Dongen Etten-Leur Halderberge Loon op Zand Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht Zundert Brabantse Delta
7.100 5.200 100 2.700 3.600 3.900 9.300 700 1.300 11.900
400 400 300 400 200 600 1.600
7.500 5.600 100 3.000 4.000 4.100 9.900 700 1.300 13.500
Totaal deelnemers
45.800
3.900
49.700
¹SPUK en financiële verantwoording kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen voor gedupeerden. ²Afspraken Rijk- Hersteloperatie kinderopvangtoeslag voor Waterschappen.
Jaarstukken 2023
72
3. Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten is een eenmalige vergoeding voor de kosten die samenhangen met het proces van kwijtschelding. Voor gedupeerde per gemeente en voor de gedupeerde waarvoor een Belastingsamenwerking gecombineerde aanslagen oplegt kan een bedrag van € 150 in rekening worden gebracht. Voor een gedupeerde per waterschap kan € 100 per gedupeerde in rekening worden gebracht, indien aan gedupeerde zelfstandige aanslagen waterschapsbelasting worden opgelegd. Om de uitvoeringskosten te kunnen bepalen voorziet de Belastingdienst elke gemeente van een lijst met het
ep t
aantal gedupeerden op jaarbasis. In onderstaand overzicht worden het aantal dossiers en de uitvoeringskosten van 2023 per deelnemer als volgt weergegeven: Omschrijving
Aantal dossiers
Bergen op Zoom Breda Dongen Etten-Leur Halderberge Loon op Zand Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht Zundert Brabantse Delta
28
4.200
51
7.650
3
450
13
1.950
9
1.350
5
750
7
1.050
nc
Moerdijk
Bedrag
Totaal deelnemers
12
1.800
28
4.200
5
750
1
150
2
300
50
5.000
214
29.600
Co
Deze uitvoeringskosten zijn in de jaarrekening verwerkt onder de incidentele baten en lasten op pagina 56.
Jaarstukken 2023
73
10. RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur In deze rechtmatigheidsverantwoording geeft het Dagelijks Bestuur aan in hoeverre de, in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Deze verantwoording betreft de rechtmatige uitvoering van de taken en omvat het begrotings-,
ep t
voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium bij de desbetreffende financiële beheershandelingen en transacties. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 26 januari 2024 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief mutaties in de reserves en is daarmee vastgesteld op € 193.360.
Conclusie
Het Dagelijks Bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede
nc
de balansmutaties wel rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. De geconstateerde afwijkingen betreffen: -
Er zijn geen afwijkingen geconstateerd.
In de paragraaf Bedrijfsvoering van het jaarverslag heeft het Dagelijks Bestuur beschreven welke
Co
actie(s) zij onderneemt om geconstateerde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
Jaarstukken 2023
74
BIJLAGEN Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2023 en volgende jaren De risico’s worden steeds opnieuw beoordeeld. Er is één nieuw risico toegevoegd, één risico is aangepast en drie risico’s zijn komen te vervallen.
Actuele risico’s Risico
I(ncidenteel)
Toelichting
S(tructureel)
Financiële omvang
Kans
Berekend risico
Risico’s primaire proces Stijging beroepen WOZ (nieuw)