7 b&w BIJLAGE Het-Windmolendrama
Tekst van het document
HET WINDMOLENDRAMA Hoe de uitrol van industriële windturbines een nieuwe toeslagenaffaire dreigt te worden
ELZE VAN HAMELEN
Colofon Het windmolendrama © Oktober 2024 Clintel Tekst: Elze van Hamelen
Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit boek mag worden gebruikt of gereproduceerd op welke manier dan ook zonder schriftelijke toestemming van de uitgever, behalve in het geval van korte citaten in kritische artikelen of recensies.
Stichting Clintel Zekeringstraat 41C 1014 BV, Amsterdam Nederland
ISBN: 9789492665898 NUR: 961 Trefwoord: energie
Eindredactie: Peter Baeten Vormgeving: Maarten Bosch, www.lsog.nl Coverfoto: MKFOTOGRAFIE, mkfotografie.nl/contact.html Foto's: MKFOTOGRAFIE, tenzij anders vermeld
De stichting Climate Intelligence (Clintel) is in maart 2019 opgericht door emeritus-hoogleraar Geofysica Guus Berkhout en wetenschapsjournalist Marcel Crok. Clintel wil een fundamentele discussie aangaan met toonaangevende wetenschappelijke organisaties over energie en klimaat. Sinds 2019 is Clintel snel uitgegroeid tot een wereldwijde organisatie. Een belangrijk inter nationaal initiatief van Clintel is de World Climate Declaration, die inmiddels is getekend door ruim 1900 wetenschappers en experts, met als centrale boodschap: er is geen klimaatcrisis. Zie ook: www.clintel.org en www.clintel.nl
Inhoud
Samenvatting7
1
2
3
Help! Er komt een windturbine in mijn achtertuin
11
Hoeveel windturbines staan er nu op land in Nederland, en wat dragen ze bij?
13
Locatie van de windturbines in Nederland
15
Beknopte geschiedenis van klimaatbeleid: internationale afspraken leiden tot lokaal beleid
19
Polderen aan klimaattafels: burger buiten spel
20
Verder polderen in de parallelle bestuurslaag: energieregio’s
20
Regeerakkoord kabinet Schoof: gaat er een nieuwe wind waaien?
23
Tijdlijn Beleidsoverzicht
24
Industriële windturbines en gezondheid
25
Het officiële standpunt van het RIVM: geen bewijs voor gezondheidsschade door windturbines
26
Geluidssterkte in decibel: een logaritmische maat dB(A): A-weging voor hoorbaar geluid
De kennis en wetenschap die het RIVM buiten beschouwing laat
28 29
Gewoon lawaai is schadelijk voor de gezondheid, lawaai van windturbines niet Laagfrequent en infrasoon geluid Vergeten onderzoek van de NASA Pionierend onderzoek naar LFG: Prof. dr. Mariana Alves-Pereira Laagfrequent geluid is groeiend probleem Biedt laagfrequent geluid een verklaring voor het windturbine-syndroom?
30 31 32 32 33 33
30
Wetenschappelijk bewijs voor gezondheidsschade veroorzaakt door windturbines stapelt zich op 34
De Godono-studie: significant verband tussen nabijheid windturbines en slaapverstoring 34 Dr. ir. Jan de Laat: laagfrequent geluid kan ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid35 3
Inhoud
4
Toepassing van de Bradford Hill criteria toont oorzakelijk verband tussen gezondheidsklachten en nabijheid van windturbines aan 36 Vermeden voorzorg – doorlopen de windturbines hetzelfde traject als tabak en asbest? 37
Een uitzonderingspositie voor industriële windturbines
39
Nieuwe normen om plaatsingsruimte te creëren voor industriële windturbines
39
De oude situatie: Handreiking industrielawaai en vergunningverlening
40
TNO, RIVM en de inspectie van VROM waarschuwden al voor de nieuwe norm
40
TNO: Hinder door geluid van windturbines (2008) RIVM: Evaluatie nieuwe normstelling windturbinegeluid (2009) Inspectie VROM: Rapportage HUF-beoordeling “wijziging milieuregels windturbines” (2009)
40 41
Gevolgen van de invoering van het Activiteitenbesluit
5
6
7
4
Het jaargemiddelde Lden: geen bescherming tegen overlast, geen handhaving mogelijk Grote toename ernstig gehinderden Geeft de Nederlandse overheid gehoor aan de EU- en WHO normen? De ervaringen van omwonenden
Overige problemen met windenergie
42
43
43 45 48 49
51
Natuur: vogels, vleermuizen, insecten en zoogdieren
51
Het effect van laagfrequent geluid op dieren
Chemische vervuiling
52
Veiligheid
53
De saneringskosten – een maatschappelijk risico?
55
Ernstige overlast leidt tot rechtszaken
57
Aankloppen bij de bestuursrechter heeft weinig zin
57
Het wetenschapsmonopolie van het RIVM verhindert goede belangenafweging
58
52
Uitspraken van het Europese Hof leiden tot doorbraken
59
2016: De zaak D’Oultremont in Wallonië 2019: De zaak Battenoord in Nederland 2020: De zaak ‘Vlarem II (Nevele)’ in Vlaanderen 2021: De zaak Delfzijl in Nederland 2024: De zaak Swifterbant, windpark Blauw
Wetten op nationaal en supranationaal niveau die burgers dienen te beschermen
59 59 59 60 62
Tijdlijn normen en rechtszaken
65
Nieuwe windturbinenormen: oude wijn in nieuwe zakken
67
Het MER-procedure-proces voor het opstellen van een nieuwe norm
67
Lid van de branchevereniging windparken voert onderzoeken uit en schrijft normen in samenwerking met de rijksoverheid
68
Inhoud
63
8
Ernstige tekortkomingen van het MER-onderzoek
69
Tekortkoming: De procedure-eisen van de SMB-richtlijn worden niet gevolgd Tekortkoming: De referentiesituatie – een onrechtmatige situatie wordt als uitgangspunt genomen Tekortkoming: De normen van het Activiteitenbesluit komen terug en er wordt slechts één norm-variant onderzocht Tekortkoming: De jaargemiddelde Lden-norm staat niet ter discussie Tekortkoming: De afstandsnorm is geen afstandsnorm Tekortkoming: Aan de inhoudelijke eisen van de SMB-richtlijn wordt niet voldaan, de impact op de volksgezondheid is niet onderzocht Leemte in kennis: Geen onderzoek bekend over de effecten van windturbinegeluid op kinderen en zwangere vrouwen Leemte in kennis: Effecten van de aanwezigheid van windturbines op slaapverstoring Leemte in kennis: De gezondheidseffecten van laagfrequent geluid Leemte in kennis: Geen onderzoek bekend over grotere turbines
70
Nieuw en diepgravend onderzoek is hoog nodig
74 74 75 76
Met de zienswijzen is zo goed als niets gedaan
78
Het resultaat
78
Waarschuwingen
79
Nieuwe toeslagenaffaire in de maak?
80
71
71 72 73 73
76
Energietransitie tegen welke prijs?
81
Technologische uitdagingen en tekortkomingen
81
Knelpunt: Er is een dubbel energiesysteem nodig Knelpunt: Windenergie blijft van fossiele energie afhankelijk Knelpunt: Er is een waanzinnige uitbreiding van infrastructuur nodig Knelpunt: Systeemkosten Knelpunt: Netcongestie, want de infrastructuur is niet gebouwd voor wiebelstroom Knelpunt: Waterstof is inefficiënt en duur Knelpunt: Batterijen zijn inefficiënt en duur Knelpunt: Grondstoffentekorten Knelpunt: Elektrificatie Knelpunt: Ruimte op land Knelpunt: Wind op zee, een ecologische ramp
82 82 82 83 83 84 84 84 85 85 87
Kosten geen probleem, de burger betaalt
88
Overheidsuitgaven88 Risicovrij ondernemen voor de exploitant 90 De Energierekening 91
5
Daling in huizenprijzen door windturbines is ‘maatschappelijk risico’ voor huiseigenaar
92
Deïndustrialisering van Nederland: exodus van ondernemers en industrie
93
Leidt het gevoerde beleid wel tot het beoogde doel?
94
Terug naar de tekentafel?
96
Inhoud
9
Toolkit voor bezorgde burgers
99
Fasen bestuurlijke besluitvorming rondom windpark
99
Planvorming 99 Bestuurlijke besluitvorming 100 Vergunningsaanvraag 101 Procederen103
10
Actiestappen om bouw van windpark te voorkomen
104
Informeer jezelf, en anticipeer op plannen in je leefomgeving Inloopavonden en klankbordgroepen Verbind je met andere omwonenden Informeer je medeomwonenden – flyeren Organiseer een handtekeningenactie Informeer je medeomwonenden – informatieavond Maak impact van IWT’s zichtbaar Maak je burgerinitiatief vindbaar Zoek de media op Richt een stichting op Spreek in bij de gemeente en provincie Bouw een dossier op – de belangrijkste onderwerpen Bouw een dossier op – de beleidsdocumenten Richt een advies- en/of onderzoeksbureau op Dien WOO-verzoeken in Neem een advocaat in de arm Zorg voor financiering Ken het krachtenveld Financiële participatie en energiecoöperaties Informeer en betrek bestuurders Betrek andere stakeholders Zorg dat er volwaardige participatie georganiseerd wordt Juridische actie: aansprakelijk stellen Stuur collectief verzoeken voor verlagen van de WOZ-belasting naar de gemeente
104 104 105 105 105 106 106 106 107 107 107 108 108 110 111 111 112 112 112 114 115 116 117 118
Oproep tot een moratorium op wind op land
119
Geciteerde werken
120
Dankwoord Met dank aan de ondersteuning van Marry Dijkshoorn, Bert Weteringe, Peter de Lange, Cora van Mook, Wilco Alteveer, Klaas Bron, Mark Reijnders, Marcel Crok, en (het voorwerk van) alle omwonendengroepen, die uitgebreide rapporten en zienswijzen schreven, zonder wie dit rapport niet geschreven had kunnen worden. 6
Inhoud
Samenvatting
Door het hele land worden bewoners geconfronteerd met windparkplannen nabij hun woning. Ze voelen zich hierdoor overvallen. De plannen blijken een lange voorgeschiedenis te hebben, waar maar weinig tegenin te brengen lijkt. Clintel vroeg aan onderzoeksjournaliste Elze van Hamelen om in kaart te brengen wat er allemaal speelt rondom de bouw van industriële windturbines op land. Het is namelijk een complex dossier: er spelen bestuurskundige, juridische, wetenschappelijke en technische vragen, die allemaal op elkaar inhaken in een politiek proces, waarbij een lobby een dominante positie heeft. Voor de gemiddelde burger is het een uitdaging om hier grip op te krijgen. Hieronder volgt een beknopte samenvatting van de belangrijkste bevindingen uit het rapport. Beleid en politiek: de burger is systematisch buitengesloten van effectieve inspraak De plannen voor de grootschalige uitrol van een weersafhankelijke energievoorziening, vinden hun oorsprong in afspraken die op supranationaal niveau zijn genomen in 1992, met het aan nemen van het VN Klimaatverdrag. Via de EU worden de eisen die dit verdrag stelt, vertaald in nationale wetgeving. De wetgeving wordt vervolgens uitgewerkt aan poldertafels, tot bijvoorbeeld het Klimaatakkoord (2019) en de RES-Regio’s (Regionale Energiestrategie). De besluitvorming voor het VN-verdrag, het Klimaatakkoord en de RES verloopt niet via het parlement.
Voor de RES-overleggen mist er zelfs een juridische basis. Ministeries, energiebedrijven, maatschappe lijke organisaties en lokaal bestuur zijn bij de poldertafels aanwezig; de gemiddelde burger heeft er geen weet van, en is buitengesloten van effectieve inspraak op beleid dat vergaande gevolgen heeft voor zijn leefomgeving. De wet beschermt de burger niet: een geluidsnorm om plaatsing van windturbines mogelijk te maken De bestaande normen voor industriële geluidsoverlast vormen een obstakel voor de ambitieuze plannen voor meer wind op land. Om plaatsing van industriële windturbines mogelijk te maken, werd in 2011 met het Activiteitenbesluit een aparte norm voor windturbines ingevoerd. In plaats van het meten van geluidsniveaus ter plekke, mogen exploitanten een jaargemiddelde geluids belasting berekenen. De turbines staan een deel van de tijd stil, de rest van de tijd zijn ze vrij om ver boven voorheen geaccepteerde normen voor overlast te zorgen. De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening was ervan op de hoogte dat de nieuwe norm niet handhaafbaar, uitvoerbaar of controleerbaar was, en dat de norm de burger niet beschermde. Deze informatie werd niet met de Tweede Kamer gedeeld.
Wetenschap: steeds meer aanwijzingen voor ernstige gezondheidsschade door industriële windturbines Als sinds het begin van de bouw van windturbines in de jaren ’90, rapporteren omwonenden klachten, zoals slaapproblemen, hoofdpijn, migraine, oorsuizen, prikkelbaarheid en concentratieproblemen. Het klachtenpatroon is bij artsen en in de volksmond het ‘windturbinesyndroom’ 7
Samenvatting
gaan heten. Windturbines veroorzaken naast gewoon lawaai ook laagfrequent geluid, dat wel voelbaar, maar niet voor iedereen hoorbaar is. Dit laagfrequente geluid lijkt de oorzaak te zijn van de gezondheidsklachten. Tegelijkertijd wordt nagelaten om de benodigde grootschalige veldonderzoeken te doen die schade door windturbines aantonen. Toch stapelt in de afgelopen jaren het wetenschappelijk bewijs voor gezondheidsschade door windturbines zich op: de turbines lijken wel degelijk slaapproblemen te veroorzaken, met alle gevolgen van dien, en de laagfrequente drukgolven kunnen bestaande hartklachten verergeren. Kinderen lopen wellicht het risico op blijvende leer- en ontwikkelingsachterstanden. Een wetenschapsmonopolie van het RIVM houdt essentiële kennis weg bij besluitvoerders en in rechtszaken Bij besluiten beroepen bestuurders, rechters en politici zich op de rapporten van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). Het RIVM voert zelf geen veldonderzoeken uit, maar produceert literatuurstudies die niet aan peer-review onderhevig zijn. In deze studies blijkt het RIVM zeer selectief met de bestaande wetenschap om te gaan. Belangrijke onderzoeken worden niet meegenomen en over belangenverstrengeling in gebruikte onderzoeken wordt niet transparant gerapporteerd.
Hierdoor zijn de besluitvoerders niet juist geïnformeerd over de stand van de wetenschap en de risico’s voor de volksgezondheid.
Wetenschappelijke kennis over risico’s voor vogels, vleermuizen en insectenpopulaties, en chemische vervuiling van grond en grondwater ontbreekt Windturbines blijken volgens onderzoek van Universiteit Wageningen mogelijk een grotere impact te hebben op vogelpopulaties dan eerder verwacht. Uit onderzoek uit Duitsland blijkt dat windturbines mogelijk nadelige effecten hebben op insectenpopulaties en daarmee de voedselvoorziening. De turbinebladen bestaan uit toxische materialen, waaronder grote hoeveelheden bisfenol A en plastics. Op al deze gebieden ontbreekt de kennis voor een juiste risico-inschatting. In het kader van voorzorg zou dit in kaart gebracht moeten worden, voordat verdere grootschalige uitrol van wind op land plaatsvindt. Kennis over veiligheidsrisico’s van megawindturbines ontbreekt De windturbines die nu gepland worden, zijn niet langer 75-100 meter hoog, zoals de oude turbines, maar hebben hoogtes tot 280 meter. Dit is bijna zo hoog als de Eiffeltoren. Afgelopen jaar zijn er drie incidenten geweest met bladbreuken van dergelijke megaturbines op zee. Er zijn aanwijzingen dat vanwege de grootte, de nieuwe megaturbines aanzienlijk meer kwaliteitsproblemen hebben dan de kleinere oudere modellen. Omdat ze meer opbrengen, wordt er juist voor de grotere modellen op land gekozen.
De bladbreuken verspreiden duizenden stukjes glasvezel, bisfenol A-houdend materiaal en andere chemicaliën over een groot gebied. Die grond is niet geschikt om dieren op te laten grazen of voedsel te verbouwen. Ook kunnen er risico’s zijn voor de gezondheid, vanwege woningen nabij de windturbines.
Overlast leidt tot rechtszaken, maar de bestuursrechter beschermt de windindustrie De ernstige overlast van windturbines, die met regelmaat krantenkoppen haalt, leidt tot veelvuldige rechtszaken. Gedurende tien jaar gaven de uitspraken van de Raad van State rugdekking aan de windindustrie. Uitspraken van het Europees Hof leiden tot een doorbraak: bij het invoeren van nieuwe normen hadden door middel van een milieueffectrapportage (MER) de gevolgen voor milieu en gezondheid in kaart gebracht moeten worden. Dat blijkt uit de bepalingen van de strategische milieubeoordelingsrichtlijn (SMB-richtlijn) uit 2001. Doordat deze onderzoeken niet zijn uitgevoerd, zijn de vergunningen die zijn verleend op basis van het Activiteitenbesluit, onrechtmatig verstrekt. De onrechtmatige situatie moet volgens het Hof hersteld worden, maar de Raad van State zoekt verschillende wegen om de jaargemiddelde geluidsnormen van het Activiteitenbesluit in stand te houden. 8
Samenvatting
Nieuwe windturbinenormen worden geschreven door adviesbureau dat nauwe banden onderhoudt met de windenergiesector Een MER-onderzoek voor het bepalen van nieuwe windturbinenormen dient de onrechtmatige situatie te herstellen. Het onderzoek wordt door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat uitbesteed aan Arcadis. Dit is een adviesbureau dat veel opdrachten uitvoert voor de windindustrie. Zij stellen vervolgens geen onderzoek in, bijvoorbeeld naar de risico’s voor de gezondheid en de gevolgen van laagfrequent geluid, maar beroepen zich op literatuurstudies van het RIVM, waarna ze vervolgens stellen dat er geen aanleiding is om aan te nemen dat windturbines gezondheidsschade veroorzaken, en dat verder onderzoek daarom niet nodig is.
De nieuwe windturbinenormen zijn juridisch aanvechtbaar Het MER-onderzoek vormt de basis voor de nieuwe windturbinenormen die in het najaar van 2024 bekend zullen worden gemaakt. Doordat nu weliswaar het proces van het MER-onderzoek is doorlopen, maar essentiële leemtes in kennis niet door onderzoek zijn ingevuld, is nog steeds niet aan de eisen van de SMB-richtlijn voldaan. Hierdoor voldoen de nieuwe windturbinenormen, net als de normen uit het Activiteitenbesluit, niet aan de wet. De vergunningen die onder deze normen worden verstrekt, zijn daarom juridisch aanvechtbaar, want onrechtmatig. De haalbaarheid van de energietransitie met zonne- en windenergie is zeer discutabel Zorgvuldig bestuur vereist vooraf kennis van feiten om een goede belangenafweging in beleidskeuzes te kunnen maken. Aan kwantitatieve kennis van feiten ontbreekt het in beleidsdocumenten. De technische haalbaarheid, de financiële kosten, het ruimtegebruik en de gevolgen voor economie en welvaart van de energietransitie, zijn onvoldoende gekwantificeerd om geïnformeerde keuzes te kunnen maken. In deze kennis moet eerst worden voorzien voordat de trein van de energietransitie doordendert. Toolkit voor bezorgde burgers Doordat de burger systematisch is buitengesloten van effectieve inspraak en door de wet niet wordt beschermd, is ageren tegen windparken een grote uitdaging.
De beste kansen bestaan door in een heel vroeg stadium van beleidsvorming met de gemeente en provincie in gesprek te gaan, en actief alle plannen met betrekking tot de leefomgeving in de gaten te houden. In sommige gevallen worden de windparkplannen uitgesteld of afgezegd. Het is (nog) niet voorgekomen dat vergunningen voor bestaande windparken zijn ingetrokken. Succesvolle bewonersgroepen informeren hun medeburgers en omliggende bedrijven, waar overheden en exploitanten nalaten dat te doen. In dit rapport bieden we een toolkit voor burgers die zich zorgen maken over bestaande en nieuwe windturbines en daartegen willen ageren.
Wordt windenergie een nieuwe toeslagenaffaire? De problemen rondom de uitrol van wind op land dreigen uit te lopen op een drama zoals de toeslagenaffaire. Het aantal mensen dat ernstige overlast ondervindt van windturbines – ernstig wil zeggen dat ze niet hun normale leven kunnen leven door slaaptekort en gezondheidsklachten – is toegenomen van 1.500 personen in 2009 tot naar schatting 28.000 in 2019. Met de voorgenomen uitbreiding van megawindturbines op land, die vanwege ruimtetekort dichter bij woongebieden komen te staan dan voorheen, zullen deze aantallen sterk toenemen. De overheid gaat hierbij uit van 8-9% ernstig gedupeerden rondom windturbineparken. Hierin schuilen twee miscalculaties. Ten eerste: relatief kleine turbines stonden tot nog toe in enigszins dunbevolkte gebieden. De nieuwe megaturbines worden geplaatst naast dichtbevolkte wijken en dorpen. Het aantal mensen met klachten zal dus enorm toenemen. We hebben het over ouders die zich langdurig ziek moeten melden vanwege slaapproblemen, of zelfs arbeidsongeschikt worden en over kinderen met leerachterstanden, en mogelijk blijvende schade in hun (hersen)ontwikkeling. Ten tweede: de reële percentages voor ernstige overlast liggen dichter bij de 30% dan bij 8-9%. De burgers die het betreft, voelen zich niet gehoord, lopen bij elk loket van de overheid tegen muren aan en worden door de wet niet beschermd. 9
Samenvatting
Oproep tot een moratorium Gezien het bovenstaande roept stichting Clintel op tot een pas op de plaats. Wij vragen om bezinning op het gevoerde beleid, het verzamelen van noodzakelijke informatie voor het maken van geïnformeerde beleidsbeslissingen, en een breed publiek debat. Daarom pleiten wij voor een moratorium op de verdere uitrol van wind op land totdat deze kennis is vergaard, en een debat over de kosten, baten en gevolgen van de energietransitie op lange termijn is gevoerd.
Over de auteur Elze van Hamelen is een voormalig duurzaamheidsconsultant. Ze begon dat werk vanuit idealisme, om bij te dragen aan betere omstandigheden voor mens en milieu. Naar verloop van tijd werd het duidelijk dat er veel andere belangen meespelen. Klimaat overschaduwde bijna alle andere milieuproblemen. Tegelijkertijd viel het haar op dat de wetenschap over het klimaat niet ter discussie mocht worden gesteld, iets wat op zichzelf bijzonder onwetenschappelijk is. Ook de nadelen van zonne- en windenergie waren niet bespreekbaar. De twijfels over haar werk leidden tot een carrièreswitch. De motivatie om positief bij te dragen is hetzelfde gebleven, de manier waarop Van Hamelen zich inzet is gewijzigd. Als onderzoeksjournalist heeft ze de afgelopen jaren voor De Andere Krant gerapporteerd over onderwerpen als bestuur, burgerzeggenschap, VN-beleid, propaganda, gedragsbeïnvloeding en de grote verbouwing van Nederland. Voor het Solari Report voerde ze onderzoek uit naar de Nederlandse boeren en vissers. Het onderzoek voor Clintel slaat een mooie brug tussen de kennis uit van Hamelen’s voorgaande werk en de onderzoekservaring die ze inmiddels heeft opgedaan. Ze hoopt dat het rapport bijdraagt aan bewustwording over de negatieve effecten van windturbines, zodat we tot oplossingen kunnen komen die aan echte duurzaamheid bijdragen.
© MKFOTOGRAFIE | CLINTEL.NL
Elze van Hamelen 10
Samenvatting
Introductie
Help! Er komt een windturbine in mijn achtertuin
D
oor het hele land komen inwoners erachter dat er op korte afstand van hun woning windparken zijn gepland met windturbines die bijna zo groot zijn als de Eiffeltoren. Veel van de besluitvorming blijkt al in kannen en kruiken te zijn, terwijl de omwonenden meestal niet op de hoogte zijn van de plannen. Vanwege de ervaring bij bestaande windparken maken zij zich zorgen over geluidsoverlast, gevolgen voor hun gezondheid en nachtrust en een daling van de waarde van hun huizen. De problemen rondom de uitrol van wind op land hebben een lange geschiedenis. Het is een complex dossier waarbij veel onderwerpen komen kijken: bestuurlijke besluitvormingsprocessen, juridische vragen en wetenschappelijke discussies. Het doel van dit rapport is om een overzicht te geven van de belangrijkste ontwikkelingen.
In dit rapport kunt u lezen: • Hoeveel windturbines er nu in Nederland staan, en wat zij bijdragen aan de totale energievoorziening • Een korte geschiedenis van het energietransitiebeleid, en hoe de burger stelselmatig is uitgesloten van effectieve inspraak • Hoe het bewijs voor gezondheidsschade door windturbines zicht opstapelt, maar door een monopolie van het RIVM op wat overheidsinstanties als wetenschappelijk beschouwen, niet doordringt in politieke besluitvorming, rechtspraak en regelgeving • Hoe voor industriële windturbines in 2011 een aparte geluidsnorm werd geïntroduceerd, die grootschalige uitrol van wind op land mogelijk maakte, maar burgers niet beschermt tegen overlast • Hoe deze situatie leidde tot meer dan 10 jaar aan rechtszaken, waarna de norm in strijd met Europese wetgeving bleek te zijn, en vergunningen op basis van deze norm onrechtmatig zijn verleend • Wat de tekortkomingen zijn van het milieueffectonderzoek dat nieuwe normen dient te onderbouwen • Welke vraagtekens er spelen rondom de doelmatigheid, haalbaarheid en betaalbaarheid van de energietransitie • Wat aanknopingspunten zijn voor bezorgde omwonenden waarmee zij zich succesvol kunnen verweren tegen de komst van windparken nabij hun woningen Er lopen veel zaken scheef wanneer het gaat om de uitrol van wind op land. Wij pleiten voor bezinning en herstel van de tekortkomingen.
Het rapport sluit af met een oproep tot een moratorium op de uitrol van wind op land.
11
Help! Er komt een windturbine in mijn achtertuin
© MKFOTOGRAFIE | CLINTEL.NL
12 Samenvatting
1
Data
Hoeveel windturbines staan er nu op land in Nederland, en wat dragen ze bij?
I 400 m
n steeds grotere mate domineren windturbines en zonnevelden het landschap in Nederland. De turbines die nu gebouwd worden, zijn van een heel ander kaliber dan de ‘kleintjes’ van 50-100 meter die in de jaren ’90 werden gebouwd. Een factsheet van de overheid uit 2023 neemt turbines met een tiphoogte van 165 meter als uitgangspunt. Het is de vraag of dat representatief is. Een turbine van 3 MW heeft ongeveer een tiphoogte van 150 meter, maar in 2022 worden deze al nauwelijks meer gebouwd (1). In Overijssel, en ook in andere provincies wordt ingezet op turbines met een tiphoogte van 240 meter. De provincie Gelderland heeft zelfs plannen om windturbines van 270 meter hoog op 500 meter afstand van woonwijken te plaatsten (2). Ter vergelijking: deze zijn bijna zo groot als de Eiffeltoren; die is 317 meter hoog. Grotere wind turbines leveren de exploitanten meer rendement op, dus hoe groter ze mogen bouwen, hoe groter ze zullen bouwen.
372 m
300 m
300 m
250 m 200 m
112 m 100 m
Gerbrandytoren
Eiffeltoren
Windturbine
Figuur 1: Hoogte moderne windturbine in vergelijking.
13
1 Hoeveel windturbines staan er nu op land in Nederland, en wat dragen ze bij?
Domtoren
Rotor diameter Windturbine 250 m
Windturbine 180 m 140 m
As-hoogte
Tip hoogte
104 m Windturbine Treurenberg Provinciehuis
73 m St. Jan Woningen 10 m
Figuur 2: Een windturbine van 4 MW bevat: • 900.000 kg staal • 2.500.000 kg beton • 45.000 kg vezelversterkte kunststof • De vezelversterkte kunststof wordt gemaakt van glasvezel, balsahout en epoxyhars met bisfenol A en andere chemicaliën. • Rotorbladen zijn tussen de 40 en 80 meter lang. (Bron: Windhandel)
Korte uitleg eenheden en windturbines Om een beeld te vormen van de hoeveelheden energie die gebruikt en opgewekt worden, volgt eerst een korte uitleg over veelgebruikte eenheden en grootheden. Het nominaal vermogen is de potentiële capaciteit, oftewel de energie die maximaal geleverd kan worden per seconde. Wanneer het om windparken draait, wordt dit uitgedrukt in megawatt (MW, of 1 miljoen watt, joule per seconde). Wattuur (Wh) is de daadwerkelijke energieopbrengst. Dit wordt uitgedrukt in kWh bij huishoudens, GWh wanneer het gaat om windturbines, of TWh wanneer het gaat om de totale opwek voor wind op land. Petajoule wordt gebruikt als eenheid om het totale energieverbruik van het hele land aan te geven. Ter illustratie: een gemiddeld huishouden gebruikt 2.479 kWh aan elektriciteit per jaar, en gemiddeld 11.200 kWh (1.169 m3) aan gas. Eén windturbine van 2,5 MW levert ongeveer 7 GWh in één jaar (3). In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er 35 TWh aan zonne- en windenergie op land opgewekt gaat worden voor 2030. Dit is later in regionale overleggen bijgesteld naar 55 TWh (4). Eenheden Watt
Het vermogen in joule per seconde- Een maat voor hoeveel energie die in een tijdseenheid geleverd kan worden
Wattuur
De hoeveelheid opgewekte of gebruikte energie. Een lamp van 40 watt (vermogen) brandt bijvoorbeeld twee uur; dan heeft de lamp 80 Wattuur (40 x 2) aan energie verbruikt.
Grootheden Wh
14
wattuur
1
kWh
kilowattuur
1.000
Duizend
MWh
megawattuur
1.000.000
Miljoen
GWh
gigawattuur
1.000.000.000
Miljard
TWh
terawattuur
1.000.000.000.000
Duizend miljard
1 Hoeveel windturbines staan er nu op land in Nederland, en wat dragen ze bij?
Toename van wind op land in de loop van de tijd In 2023 staan er 2.621 windturbines op land. Vanwege de afspraken die zijn gemaakt naar aanleiding van het Klimaatakkoord, is er daarbovenop nog voor 1.292 MW aan windturbines in ontwikkeling. 2023 Aantal windturbines in NL op land
2.621
Vermogen volgens RVO
6.816 MW
Elektriciteit opgewekt door wind
20,7 TWh
In ontwikkeling
1.292 MW
Figuur 3: Ontwikkeling van het vermogen van windenergie op land. (Bron: RVO)
Locatie van de windturbines in Nederland Figuur 4: Locatie van alle windturbines in Nederland per 2030, gedifferentieerd naar tijd van plaatsing. (Kaartdata van de Basisregistratie Topografie (BRT)).
15
1 Hoeveel windturbines staan er nu op land in Nederland, en wat dragen ze bij?
Omdat het niet altijd waait, produceert een windturbine nooit 100% van zijn vermogen (het piekvermogen). Gemiddeld wordt slechts rond de 20 tot 30% van de capaciteit van de windturbine benut (6). De turbine draait dan rond de 2700 uur vollasturen. Een 5,6 MW turbine met een capaciteitsfactor van 25% levert 12,25 GWh (3). Ook waait de wind niet op alle plaatsen even hard. De afgelopen 20 jaar zijn windturbines geplaatst in de dunnerbevolkte gebieden met de hoogste windsterkte. De nieuw geplande windparken worden gepland op plaatsen die windluwer zijn (7; 8), (zie Figuur 5). Turbine
Vermogen van een moderne windturbine (standaard volgens RES-factsheet in 2023)
5,6
MW
Energie die een moderne windturbine (5,6 MW) levert in één jaar
18,6
GWh
Capaciteit – percentage van het vermogen dat benut wordt
20-30
%
Vollasturen (aantal uren dat de turbine op nominaal vermogen draait)
2.703
uur
Tiphoogte (van de bovenste punt van het turbineblad tot de grond)
165
meter
Bron: (4) (6) (9)
Windsnelheid per gemeente SDE++ en SCE Gemiddelde windsnelheid in m/s ≥ 8,5 m/s ≥ 8,0 en < 8,5 m/s ≥ 7,5 en < 8,0 m/s ≥ 7,0 en < 7,5 m/s ≥ 6,75 en < 7,0 m/s < 6,75 m/s
Gemeentegrenzen* per 1 januari 2022 (bron: BAG)
Gemeente Windsnelheidscategorie
* Vanwege grote verschillen in windsnelheid is gemeente Rotterdam onderverdeeld op wijk- of buurtniveau.
Onderwerp : SDE++ en SCE Windcategorieën per gemeente De gemiddelde windsnelheid (m/s) op 100 meter hoogte over de periode 2004 - 2013 per gemeente. Datum: januari 2022
Figuur 5: Windsnelheid per gemeente 16
1 Hoeveel windturbines staan er nu op land in Nederland, en wat dragen ze bij?
Bron: KNMI, CBS en RVO.nl
“Bijna helft elektriciteitsproductie komt uit hernieuwbare bronnen”, kopt het CBS in 2024.1 ‘Hernieuwbare’ energie, van voornamelijk biomassa, windturbines, zonnepanelen en warmte pompen zorgden in 2023 voor 48% van de elektriciteitsproductie (10).
Dat cijfer klopt, en is tegelijkertijd misleidend. Elektriciteitsverbruik maakt slechts rond de 20% uit van het totale energieverbruik. Kijken we naar het totale energieverbruik, dan leveren ‘hernieuwbare’ bronnen 17% van het totaal (11). Het grootste gedeelte hiervan is biomassa. Zonnepanelen komen op de tweede plaats. Ondanks dat de grootschalige uitrol van wind- en zonne-energie in het landschap en de leefomgeving zeer zichtbaar is, levert de weersafhankelijke energie slechts een klein deel van de totale energiebehoefte. Wanneer we biomassa en warmtepompen uitsluiten van deze dataset, wordt duidelijk dat zon en wind slechts rond de 10% van de energiebehoefte voorzien. Wind op land voorziet in 2022 in slechts 3,15% van de totale nergiebehoefte. Dat roept vragen op over of dit werkelijk een geschikte technologie is om e fossiele energie mee te vervangen. Energieverbruik en weersafhankelijke opwek (11)
Petajoule (PJ) Totale energieverbruik
1800
100%
‘Hernieuwbare’* energie
308
17%
Wind op zee
39
2,16%
Wind op land
57
3,15%
Zon
73
4,04%
Biomassa
106
5,85%
* hernieuwbaar: energie uit wind, waterkracht, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biomassa.
Aandeel hernieuwbare energie in eindverbruik energie 2023 * 2022 ** 2021 2020 2019 2018 2017 2016 2015 0
Biomassa Zonne-energie Overig
3
6
9
12
15
Windenergie Warmtepompen Statistische overdracht¹
18
%
* voorlopige cijfers ** nader voorlopige cijfers ¹⁾ Hernieuwbare energie administratief ingekocht van een andere EU-lidstaat, conform EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED). Bij een statistische overdracht is geen sprake van fysieke stroom.
Figuur 6: Aandeel hernieuwbare energie in eindverbruik energie
1
17
Het CBS gaat hierbij uit van zogenoemd finaal energieverbruik. Energieverbruik kan op verschillende manieren worden gedefinieerd en beschouwd. De hier gehanteerde definitie van het CBS pakt het gunstigst uit voor hernieuwbare bronnen. Overigens ziet het CBS biomassa ook als hernieuwbaar. 1 Hoeveel windturbines staan er nu op land in Nederland, en wat dragen ze bij?
© MKFOTOGRAFIE | CLINTEL.NL
18
1 Hoeveel windturbines staan er nu op land in Nederland, en wat dragen ze bij?
2
Beleid
Beknopte geschiedenis van klimaatbeleid: internationale afspraken leiden tot lokaal beleid
“In tegenstelling tot omwonenden zaten de initiatiefnemer(s) vanaf het begin van het proces bij de provincie aan tafel en hadden zij daardoor veel mogelijkheden om voor hun belangen op te komen” “Als omwonenden al betrokken werden, dan was dat relatief laat in het besluitvormingsproces en op de meest terughoudende manier” Conclusies uit het rapport ‘Verdeling onder hoogspanning. Een onderzoek naar de verdeling van kosten en baten rondom wind- en zonneparken’ (12).
Nederland is gestart met een grootschalige verbouwing van het energiesysteem om klimaatdoelen te halen. De ambitie om de huidige energievoorziening binnen korte termijn radicaal te transformeren van fossiele naar weers- en natuurafhankelijke energie komt voort uit het VN Klimaatverdrag uit 1991. In dit verdrag hebben VN-lidstaten zich verplicht om door mensen uitgestoten CO2 radicaal terug te dringen, zodat, zo wordt verondersteld, de opwarming van de aarde zal worden tegengegaan. De aanname achter dit beleid is dat zonne- en windenergie, samen met andere technologieën zoals warmtenetten, waterstof en opslag in batterijen, in 2050 fossiele brandstoffen (vrijwel volledig) kunnen vervangen. Het Kyoto-protocol uit 1997 geeft het Klimaatverdrag verdere invulling, met het stellen van een concreet doel: een reductie van 5% van de uitstoot in 2012, ten opzichte van 1990. Volgens de Nederlandse wetgeving (artikel 93 van de Grondwet) zijn internationale verdragen bindend, en is Nederland verplicht de internationale afspraken in de nationale wetgeving in te voeren. Dit geldt voor zowel de VN-afspraken als voor EU-wetten.
In 2014 neemt de ambitie voor een energietransitie in Nederland een vlucht met het Energie akkoord. Volgens het typisch Nederlandse poldermodel komen overheden, bedrijven, vakbonden en milieuorganisaties tot een breed pakket van afspraken om de CO2-uitstoot in Nederland terug te dringen. Een van de afspraken is het installeren van 6000 MW aan windenergie op land in 2020. Deze ambitie neemt een nog grotere vlucht na het sluiten van het Akkoord van Parijs in 2016, dat verdere invulling geeft aan het Klimaatverdrag. Landen mogen volgens dit akkoord hun eigen emissiereductie-doelen aanleveren. Nederland stelt vervolgens in de Klimaatwet van 2018 het doel om de CO2-uitstoot in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990. De wet zelf geeft geen instructies over hoe dit moet gebeuren. Daarvoor wordt nogmaals een poldertafel ingericht, wat leidt tot het Klimaatakkoord van 2019. Met de Green Deal uit 2020 verhoogt de EU het Nederlandse doel: de CO2-uitstoot dient met 55% te verminderd te zijn in 2030 ten opzichte van 1990.
19
2 Beknopte geschiedenis van klimaatbeleid: internationale afspraken leiden tot lokaal beleid
Polderen aan klimaattafels: burger buiten spel Het overleg voor het Klimaatakkoord gaat in maart 2018 van start. Er worden vijf sectortafels ingericht rondom de thema’s elektriciteit, mobiliteit, industrie, landbouw en landgebruik, en gebouwde omgeving. Om deel te kunnen nemen, moeten de partijen een concrete bijdrage kunnen leveren en kennis hebben over hun sector. Daarnaast is een mandaat van de sector noodzakelijk om namens de achterban afspraken te kunnen maken. Naast de relevante ministeries en het bedrijfsleven worden ook ‘maatschappelijke organisaties’, zoals Greenpeace en Milieudefensie uitgenodigd. De burger zelf, voor wie de gevolgen van de gemaakte afspraken van grote invloed zullen zijn, is opvallend afwezig, alsook de stichtingen die rechtstreeks burgerbelangen behartigen (13). De stichting Nederwind bijvoorbeeld, een netwerkorganisatie die 80 burgerinitiatieven vertegenwoordigt, diende een concreet voorstel in met het verzoek tot deelname maar zij werd niet uitgenodigd (14; 15). Ook het MKB, dat met de kennis en het innovatievermogen binnen deze groep zeker een bijdrage had kunnen leveren, was niet van de partij. Belangenvertegenwoordigers die te maken krijgen met de effecten van het beleid, zaten ook niet aan tafel: medici (gezondheids effecten van windturbines), huiseigenaren en vertegenwoordigers uit de volkshuisvesting en landschapsbehoud en recreatie (14).
In het rapport ‘Akkoord van belang’ (2021) onderzocht TNO de belangenvertegenwoordiging aan de zogenoemde klimaattafels. TNO constateert dat de partijen die aan de tafels deelnemen vaak ook “grote economische belangen [hebben] in de koers van het klimaatbeleid” (16).
De bandbreedte voor discussie over welke opties open staan om CO2 te reduceren, is van tevoren door minister van Economische zaken en klimaat (EZK), Eric Wiebes, sterk ingekaderd: het inzetten van kernenergie als CO2-vrije energie was bijvoorbeeld niet bespreekbaar. Dit ondanks dat de behoefte om die optie ook mee te nemen in de overwegingen wel bestond onder de deelnemers. “Sommige geïnterviewden stelden dat zon en wind onvoldoende opleveren om de voor de Elektriciteitstafel gestelde elektrificatiedoelen te behalen, en dat het daarom niet verkeerd zou zijn om ook naar kernenergie te kijken”, schrijft TNO in ‘Akkoord van belang’. Een van de deelnemers stelt: “We hebben het niet gehad over kerncentrales. Maar feit is wel dat Nederland te klein is. Dus alleen zon en wind wordt ook lastig”. Het eerdergenoemde voorstel van Nederwind legde de focus van wind op land naar wind op zee, maar ook deze plannen waren buitengesloten van de discussie. Ook de gevolgen van het gekozen beleid, zoals lastenverdeling en consequenties voor de arbeidsmarkt, bleven onbesproken (16). In het resulterende Klimaatakkoord, dat gepresenteerd werd in juni 2019, was aan de tafel Elektriciteit bepaald dat Nederland in 2030 35 TWh aan zonne-en windenergie op land zou gaan opwekken. De kleinschalige opwekking met zon op het dak van particulieren telt tot 7 TWh niet mee met dit doel.
Nederwind reageerde verbolgen: “[De grote energiebedrijven] hebben aan de klimaattafel plannen ontworpen, waarmee zijzelf miljardensubsidies in de wacht slepen. Het wordt betaald door de burger via belastingen in de energierekening. De energiebedrijven maken 12 procent rendement op de windparken, met staatsgarantie. Dat is buitensporig en alleen te verklaren door hun deelname aan de klimaattafel Elektriciteit” (15).
Verder polderen in de parallelle bestuurslaag: energieregio’s
Het Klimaatakkoord bepaalt dat er “een nationaal programma Regionale Energiestrategieën (RES) wordt ingericht voor de afstemming en coördinatie tussen de energiestrategieën van regio’s”. In de Nederlandse bestuursstructuur zijn volksvertegenwoordiging en verantwoording van bestuur geregeld op drie bestuurlijke niveaus: Rijk, Provincie en Gemeente; de regio heeft daarin geen plaats (17; 18). Deze energieregio’s stammen af van een pilot uit 2016, de ‘Deal Pilots Regionale 20
2 Beknopte geschiedenis van klimaatbeleid: internationale afspraken leiden tot lokaal beleid
Energiestrategie’, die werd onderschreven door de ministeries van Economische Zaken, Infra structuur en Milieu en Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Unie van Waterschappen (UvW) en het Interprovinciaal Overleg (IPO). De laatste drie zijn verenigingen, geen officiële overheidsinstanties en zeker geen bestuurslaag waarin volksvertegenwoordiging of verantwoording over bestuur is vastgelegd. Deze energieregio’s hebben dus geen officiële status. Het idee van de energieregio werd nog een keer geopperd in het Regeerakkoord Vertrouwen in de Toekomst van 2017. Dit akkoord stelt dat “met gemeenten, provincies, waterschappen en netbeheerders (het Rijk) per regio een plan (maakt) voor verduurzaming van de gebouwde omgeving om te komen tot een programmatische aanpak met een optimale mix van energiebesparing, duurzame warmte en duurzame opwekking” (19). Het instellen van regio’s buiten de constitutionele bestuursstructuur ondermijnt de democratische legitimiteit van bestuursbeslissingen. Dit probleem is niet beperkt tot de energieregio’s, maar speelt op meerdere gebieden. In de afgelopen decennia is er een wildgroei van regionale overleggen ontstaan: in 2020 bestonden er maar liefst 1284 van dergelijke regionale samenwerkingsverbanden. Een gemiddelde gemeente neemt aan ongeveer 30 van deze overlegtafels deel (20 p.
36; 21), met als gevolg een democratisch tekort: anders dan bij Raads- of Statenvergaderingen, is het overleg niet publiek toegankelijk. Als burger kun je er niet inspreken, de vergaderverslagen zijn niet openbaar. Het bedrijfsleven en ngo’s worden vaak wel uitgenodigd, terwijl de burger meestal geen weet heeft van het regionale overleg. Op deze manier lijken veel beginselen van behoorlijk bestuur overboord te worden gezet. Ook de financiën zijn niet goed controleerbaar in deze bestuurslaag. In een brief van de Algemene Rekenkamer aan de Tweede Kamer uit deze haar zorgen daarover: “In dat kader verwijzen wij naar ons eerdere onderzoek Inzicht in publiek geld. Daarin constateerden wij dat de financiële verantwoording van ministers soms alleen nog bestaat uit het (correct) overboeken van middelen naar medeoverheden of andere partijen”. De Rekenkamer maakt zich zorgen dat het budgetrecht van de Tweede Kamer hierdoor versmalt. Bij bestedingen aan de gemeente of provincie vindt er controle op de financiën plaats door medeoverheden. Dat is niet het geval bij staatsdeelnemingen, zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) of regio’s (22).
Er nemen wel volksvertegenwoordigers deel aan regio-overleggen maar die aanwezigheid maakt de regio niet democratisch. Het geeft eerder de schijn van democratische legitimiteit. Wanneer volksvertegenwoordigers de uitkomsten van het regionale overleg terugbrengen in de Raads- of Statenvergadering hebben zij niet meer de mogelijkheid de uitkomsten aan te passen. De Raad en de Provinciale Staten zijn zelf veelal niet goed genoeg geïnformeerd over de achtergronden van de complexe dossiers. Op deze manier wordt de adequate volksvertegenwoordiging op provinciaal en gemeentelijk niveau buitenspel gezet en daarmee de democratische borging van regionale besluiten. Er ontstaat zo een parallelle bestuurslaag buiten de constitutionele structuur, die makkelijk gekaapt wordt door belangen van degenen met toegang tot deze laag. Emeritus-hoogleraar in het Staatsrecht prof. D.J. Elzinga en bestuurskundig en juridisch a dviseur mr.dr. Jan R. Lunsing waarschuwen voor het “verplicht-vrijwillige” karakter van regionale samen werkingen. In het verleden kregen samenwerkingen die startten als semi-vrijwillig, zoals de Omgevingsdiensten, later vaak een dwingend karakter.
Ze waarschuwen dan ook voor het omzeilen van het democratische proces: “Op het regionale niveau functioneren geen bestuurlijke organen die direct democratisch zijn gelegitimeerd en dat impliceert dat deze figuur voor vakdepartementen interessant is. In naam blijft er een koppeling aan gemeente, provincie en waterschap, in de praktijk is er een hoge mate van nationale sturing” (19). Gemeenten zouden bij belangrijke beslissingen zoals de energietransitie dan ook niet buitenspel gezet moeten worden, volgens Elzinga: “Veel gemeenteraden zeggen: wij willen gewoon beslissen over die RES-inbreng en dat gaan we ook doen. Ik denk dat ze een heel sterk punt hebben. Een Klimaatakkoord is geen reden om een gemeenteraad zijn bevoegdheden af te pakken” (23). 21
2 Beknopte geschiedenis van klimaatbeleid: internationale afspraken leiden tot lokaal beleid
Alle waarschuwingen ten spijt, is dit precies wat er door het RES-overleg gebeurt: de uitkomsten van het eerste RES-overleg werd met de ‘RES 1.0’ op 1 juli 2021 gepresenteerd. In deze overleggen zijn ‘zoekgebieden’ – voorlopige plekken voor het plaatsen van zon- en windenergie op land aangewezen. Gemeenten voelen zich door deze afspraken onder druk gezet en vertellen de inwoners dat ze moeten meewerken aan verdere plaatsing (24). Dit is nonsens, volgens Elzinga en Lunsing, want de wettelijke basis voor de RES-afspraken ontbreekt: “Er is geen formeel besluit, er is geen aanwijzing van een minister en er is geen wettelijke grondslag voor de RES-regio’s”.
Net als bij het klimaatoverleg is de burger opvallend afwezig bij de RES-overleggen (13). De meesten waren met hun aandacht wellicht elders tijdens de opeenvolgende lockdowns. Om een beeld te vormen van hoe burgers in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe zijn betrokken bij de RES, stelde de Noordelijke Rekenkamer een onderzoek in naar de democratische legitimiteit van deze overleggen (12). De Rekenkamer concludeert dat “de provincie zich doorgaans heeft gehouden aan de wettelijke minimumvereisten die worden gesteld aan procesparticipatie. In de praktijk hebben omwonenden binnen deze wettelijke procedures weinig mogelijkheden om de besluitvorming te beïnvloeden. Op het moment dat zich een concreet duurzaam energieproject aandiende, werden omwonenden vaak niet direct betrokken. Als omwonenden al betrokken werden, dan was dat relatief laat in het besluitvormingsproces en op de meest terughoudende manier. Voor zover omwonenden al een rol speelden, bestond die betrokkenheid er vooral uit dat zij geïnformeerd werden door de overheid en/ of initiatiefnemer(s)”. Een vergelijkbaar signaal komt uit een onderzoek van Vereniging Eigen Huis, die haar leden over de RES enquêteerde. Uit dit onderzoek bleek dat 64% nog nooit van de RES had gehoord, en slechts 3% inspraak had gehad, meestal in de vorm van een online enquête. Van de ondervraagden had 92% wel inspraak willen hebben.
Ook vonden de ondervraagden het belangrijk dat de bevolking over dergelijke onderwerpen kan stemmen, en dat informatie op een toegankelijke en begrijpelijke wijze beschikbaar is (25).
Naast dat de burger zelf niet betrokken was, maakten de organisaties die burgers vertegenwoordigen geen deel uit van de RES-overleggen (26; 13). Initiatiefnemers van wind- en zonneparken daarentegen, “hadden goede toegang tot het bevoegd gezag en daardoor veel mogelijkheden om hun belangen over te brengen”. Zij zaten “vanaf het begin van het proces bij de provincie aan tafel en hadden daardoor veel mogelijkheden om voor hun belangen op te komen” (12). “In de aansturingsorganen van de Regionale Energie Strategieën zitten alweer de financieel belanghebbenden en de gesubsidieerde instellingen, maar niet de burgerorganisaties”, stelt Burgerbelangen- organisatie Nederwind. Met de regionale RES-werkwijze is niet alleen het democratisch proces omzeild, de procedure voldoet ook niet aan het Verdrag van Aarhus. Dit internationale verdrag bepaalt dat burgers toegang hebben tot informatie en inspraak bij bestuurlijke besluitvorming over milieu-aangelegenheden. Volgens dit verdrag dienen burgers geïnformeerd en betrokken te worden op het moment dat alle opties nog openliggen. Zoekgebieden hadden zonder werkelijke inspraak van de burger niet aangewezen mogen worden (27; 28).
Voor meer informatie over burgerparticipatie bij het klimaatbeleid in Nederland, lees het rapport ‘Waarachtige burgerparticipatie in het klimaatbeleid’ van Nederwind https://nederwind.nl/wp-content/uploads/2021/03/WAARACHTIGE-BURGERPARTICIPATIE-inputcommissie-Brenninkmeijer.pdf De uitkomst van RES 1.0 is meer dan de (door het Klimaatakkoord) gevraagde 35 TWh aan zonen windenergie op land. De deelnemers aan de overleggen bieden aan om maar liefst 20 TWh meer zon en wind op land te plaatsen dan de opdracht: 55 TWh. Volgens de cijfers op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, die de plaatsing van weersafhankelijke energie bijhoudt, is het RES-doel van 35 TWh inmiddels al behaald (29): zonne-energie was in 2023 goed voor 19,9 TWh, en wind op land voor 15,7 TWh (30). 22
2 Beknopte geschiedenis van klimaatbeleid: internationale afspraken leiden tot lokaal beleid
Ondanks dat aan de klimaatakkoord afspraken voldaan is, en dat de RES-afspraken een wettelijke basis missen, voelen gemeenten en provincies zich onder druk staan om door te gaan met het uitrollen van wind- op land.
Regeerakkoord kabinet Schoof: gaat er een nieuwe wind waaien? In het regeerprogramma van het kabinet Schoof wordt wind op land in het geheel niet genoemd. De focus ligt bij wind op zee: • Voor de verduurzaming van de industrie zoekt het kabinet zoveel mogelijk aansluiting op het uitroltempo en beschikbaarheid van hernieuwbare energie, zoals windenergie op zee. • Met de ambitie om 50 GW windenergie op zee in 2040 te realiseren, voeren we de huidige Routekaart voor 21 GW onverkort uit. Windturbines komen zoveel mogelijk op zee, in plaats van op land (31).
Daarnaast weegt het belang van de bouw van huizen voor het nieuwe kabinet blijkbaar zwaarder dan de bouw van meer windparken op land: “De provincies krijgen de opdracht om samen met de gemeenten voldoende woningbouw- en verstedelijkingslocaties aan te wijzen, inclusief een buffer van extra locaties om uitval of vertraging op te vangen. Hierbij gaat het om zowel binnenals buitenstedelijke locaties en een wijk of straatje erbij. In nieuw te bestemmen gebieden gaat woningbouw – als er sprake is van concurrentie om grond – voor zonnevelden en windmolens. Dit vergt nadere uitwerking” (31). Over de interpretatie van het nieuwe beleid ontstaan binnen de provincies geschillen. De provincies voeren in volle vaart de RES-afspraken door, terwijl nationaal voor een andere koers wordt gekozen. Daardoor ontstaat een tegenstrijdige situatie. Advocaat Peter de Lange, die gespecialiseerd is in deze aangelegenheden, waarschuwt: “Als lagere overheden met vergunningverlening ingaan tegen het beleid van de hogere centrale overheid dan ontstaan er onverenigbare uitvoeringsproblemen”.
© MKFOTOGRAFIE | CLINTEL.NL
23
2 Beknopte geschiedenis van klimaatbeleid: internationale afspraken leiden tot lokaal beleid
Tijdlijn Beleidsoverzicht Jaar
Beleid
Doel
1991
VN Klimaatverdrag (onderdeel van genda 21) A
Het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen
1997
Kyoto-protocol
In de periode 2008-2012 de uitstoot van broeikasgassen met 5,2% verminderen ten opzichte van 1990.
2014
Energieakkoord
In de overeenkomst tussen de overheid en 40 organisaties werd een breed pakket aan maatregelen afgesproken om CO2-uitstoot te reduceren, waaronder het opwekken van 6.000 MW windenergie in 2020.
2015
Urgenda-zaak
Urgenda wint de rechtszaak tegen de staat, en dwingt af dat de CO2-uitstoot in 2020 met 25% moet zijn teruggedrongen ten opzichte van 1990.
2016
Akkoord van Parijs (onderdeel van het VN-Klimaatverdrag)
Het reduceren van CO2-uitstoot zodat de opwarming van de aarde tot maximaal 1,5 graden Celsius toeneemt. Landen dienen hun eigen reductie-doelen in.
2018
Klimaatwet (Nederland)
Reductie van 49% CO2-uitstoot in 2030 en 95% broeikasgasemissies in 2050 ten opzichte van 1990.
2019
Klimaatakkoord
In overleg met ‘maatschappelijke partijen’ invulling geven aan de doelen van de Klimaatwet: een reductie van 49% CO2 uitstoot opzichte van 1990. ‘Regionale Energie Strategie’(RES)-regio’s krijgen de opdracht om voor 2030 35 TWh aan zon- en windenergie te installeren.
2020
Green Deal van de Europese Unie
De Parijsdoelen voor de EU zijn in de Green Deal opgenomen. De EU heeft zich tot doel gesteld, en de lidstaten zijn daaraan gehouden, om de CO2-uitstoot in 2030 met 55% te verminderen ten opzichte van 1990. Daarnaast heeft de EU het doel gesteld om in 2050 geheel ‘klimaatneutraal’ te zijn.
2020
Programma Energiehoofdstructuur
Het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) is ruimtelijk beleid voor de onderdelen van de energievoorziening die van nationaal belang zijn.
2021
Europese Klimaatwet
De doelen van de ‘Green Deal’ – klimaatneutraal in 2050 en 55% CO2-reductie in 2030, zijn opgenomen in de Klimaatwet van de EU.
2021
Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP RES)
Opdracht vanuit het Klimaatakkoord is het opwekken van 35 TWh zon- en windenergie in 2030. Er wordt in RES 1.0 totaal 55 TWh geboden.
2022
Coalitieakkoord
Nederlandse klimaatdoelen aangescherpt naar 55% CO2-reductie in 2030.
2023
Het RES doel van 35 TWh is gehaald
In 2023 is ongeveer 19,9 TWh hernieuwbare elektriciteit opgewekt uit zonnestroom en 15,7 TWh uit windenergie op land. In totaal wordt er 35,6 TWh weersafhankelijke stroom opgewekt.
2023
Nationaal Plan Energiesysteem (NPE)
Nationaal Plan Energiesysteem is de kabinetsvisie voor het energiesysteem tot 2050: Een CO2-vrij elektriciteitssysteem, door het maximaal opschalen van wind op zee, hernieuwbaar op land, kernenergie, waterstof, batterijen, het vergroten van flexibiliteit en verzwaren van infrastructuur.
2024
Initiatiefvoorstel-Teunissen Klimaatwet 1.5
Over dit voorstel wordt nog gedebatteerd in de Tweede Kamer. Het betreft een initiatiefwet van Tweede Kamerlid Lammert van Raan, van de Partij voor de Dieren en stelt dat Nederland een maximale inspanning gaat leveren om zo spoedig mogelijk Parijs te halen. Waaronder een doel om emissievrij te zijn voor 2030 (32; 33).
24
2 Beknopte geschiedenis van klimaatbeleid: internationale afspraken leiden tot lokaal beleid
3
Wetenschap – de kunst van het weglaten
Industriële windturbines en gezondheid
“Het klinkt als een vliegtuig dat maar niet wil landen” “Het diep doordringende geluid is onontkoombaar, ook binnen” “Na een zomer niet slapen, heb ik twee maanden niet kunnen werken” “Het houdt niet op met die vreselijke herrie, soms een dag of zo” “Vanaf windkracht 5 is het hier een oorlogsgebied” Verklaringen van omwonenden van windpark Spui (34)
Sinds het begin van de plaatsing van industriële windturbines op land in de jaren negentig, ondervinden mensen die in de buurt van in de buurt van de windturbines wonen gelijksoortige klachten: chronische slapeloosheid, hoofdpijn, duizeligheid, oorsuizen (tinnitus), een drukgevoel op de oren, vertigo, visusklachten, concentratie- en geheugenproblemen, hartkloppingen en hartritmestoornissen, zichtstoornissen, luchtwegproblemen, angst- en paniekklachten en prikkelbaarheid (35; 36). Sommige artsen noemen deze klachten het ‘windturbinesyndroom’ (37; 38).
De windturbines – enorme industriële installaties – veroorzaken verschillende vormen van storend lawaai. Wanneer de installatie draait om de wieken de volle wind te laten vangen, wat met draaiende wind vaak gebeurt, produceert dit ‘gewoon’ hoorbaar machinaal lawaai. Daarnaast produceren de wieken een ritmisch, pulserend geluid dat als ‘zoevend’, ‘zwiepend’ of ‘bonkend’ wordt beschreven door omwonenden. Door de beweging van de wieken lijkt het alsof de volumeknop telkens omhoog en dan weer omlaag wordt gedraaid. In de literatuur heet dit de ‘amplitudemodulatie van het windturbinegeluid’ (39; 40). Sommige turbines maken daarnaast nog een tonaal geluid, een eentonige aanhoudende toon – dat omwonenden, zoals de mensen rondom het inmiddels beruchte windpark N33, beschrijven als een bromtoon (41).
Naast het hoorbare geluid produceren de turbines ook nog laagfrequente en infrasone trillingen of drukgolven. Een groot gedeelte van dit geluid ligt onder de gehoorgrens, waardoor je het niet hoort, maar wel kan voelen. De windturbines maken ’s nachts, wanneer het harder waait, meer lawaai. Ook komt het lawaai ’s nachts sterker naar voren omdat achtergrondgeluiden dan wegvallen (35; 42). De turbines kunnen dan wel tot vijf keer meer lawaai maken (43). Omwonenden melden daarnaast dat ze trillingen voelen wanneer ze ’s nachts in bed liggen. Tezamen wordt het lawaai van industriële windturbines als veel hinderlijker ervaren dan het lawaai van wegen of vliegverkeer, een gegeven dat al bij TNO bekend was in 2008 (44).
25
3 Industriële windturbines en gezondheid
50 50
40
40 30
%
% gehinderd
30
20
20
10
10
0
0 25
30
35
40
45
50
55
60
Jaargemiddelde Geluidssterkte in dB(A), Lden
25
30
40
45
50
55
60
Windturbine % ernstig gehinderd Luchtverkeer % ernstig gehinderd Wegverkeer % ernstig gehinderd Treinen % ernstig gehinderd
Windturbine % gehinderd Luchtverkeer % gehinderd Wegverkeer % gehinderd Treinen % gehinderd Figuur 7a: Vergelijking percentage gehinderden binnenshuis (%A) door windturbines en door verkeersgeluid (vlieg-, weg- en railverkeer).
35
Jaargemiddelde Geluidssterkte in dB(A), Lden
Figuur 7b: Vergelijking percentage (ernstig) gehinderden binnenshuis (%A/%HA) door windturbines en door industriegeluid.
Bron: TNO.
Naast de geluidsoverlast wordt het stroboscopische effect van de slagschaduw als zeer hinderlijk ervaren. Door de continue afleiding wordt concentratie bemoeilijkt. Tot slot wordt de lichtschittering op wieken die niet met een matte coating zijn bewerkt, als hinderlijk ervaren (45). Hoe wordt de slagschaduw in een bedrijfspand of woning ervaren? Kijk dit korte filmpje:
Het officiële standpunt van het RIVM: geen bewijs voor gezondheidsschade door windturbines Gezondheidsklachten als gevolg van industriële windturbines worden door officiële instanties, de overheid en de windturbinesector niet erkend. Politiek en rechtspraak in Nederland beroepen zich op rapporten van het RIVM wanneer zij stellen dat er geen of niet voldoende bewijs is dat windturbines gezondheidsklachten veroorzaken. Het is daarom relevant om enkele van de vaak geciteerde RIVM-rapporten en de beweringen daarin, kort samen te vatten:
Het RIVM-rapport ‘Evaluatie nieuwe normstelling windturbinegeluid’ uit 2009, dat de effecten van een mogelijke versoepeling van de normen voor lawaai evalueert, stelt: “Behalve hinder en ontwaken uit de slaap worden geen gezondheidseffecten direct aan het geluid van windturbines gerelateerd. […] Geluidgerelateerde hinder [werd] overigens wel in verband gebracht met psychologische en fysieke stress, moeilijkheden om in slaap te komen en ontwaken uit de slaap” (46). In deze studie wordt erkend dat omwonenden ‘hinder’ ondervinden van het lawaai van windturbines, en dat bij een versoepeling van de norm een grote toename aan klachten te verwachten is. De literatuurstudie ‘Health effects related to wind turbine sound’ uit 2017, vat de bevindingen als volgt samen: 26
3 Industriële windturbines en gezondheid
“Het grootste effect dat de onderzoeken vonden was ‘subjectieve annoyance2’. Er is geen bewijs voor een specifiek effect van de component laagfrequent geluid, noch van infrasoon geluid. Persoonlijke karakteristieken zoals gevoeligheid voor geluid, problemen met privacy en sociale acceptatie, ervaren voordelen, de houding ten opzichte van windenergie, de lokale situatie en de manier waarop het windpark tot stand is gekomen hebben invloed op de gerapporteerde annoy ance. Er is minder data beschikbaar om de effecten van windturbines op slaap en lange termijn gezondheid te evalueren. Slaap en gezondheidsklachten in de buurt van windturbines zijn gerela teerd aan annoyance, en niet zozeer aan directe blootstelling aan lawaai” (47). In 2020 volgt een update van deze studie: ‘Gezondheidseffecten van windturbinegeluid’. Er volgen geen nieuwe conclusies: “Uit de literatuurstudie blijkt dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker het geluid (in dB) van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur bleek niet dat het zogeheten ‘laagfrequent geluid’ (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt tot die gerelateerd aan “gewoon” geluid. Voor andere gezondheidseffecten zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder.
Deze resultaten onderbouwen de eerdere conclusies van een vergelijkbare opdracht drie jaar geleden. De literatuur liet duidelijk zien dat omwonenden minder hinder hebben van de windturbines als ze betrokken werden bij de plaatsing ervan. Door mee te kunnen denken over de plaatsing en de balans tussen kosten en baten, ervaren omwonenden minder hinder”(48).
Een factsheet uit 2021, ‘Factsheet gezondheidseffecten van windturbinegeluid’, die de leek dient te informeren over de huidige wetenschappelijke stand van zaken, stelt: “Hinder is het meest beschreven en bewezen effect van windturbinegeluid. Het aandeel laagfrequent geluid en infrageluid van windturbinegeluid is vergelijkbaar met dat van andere alledaagse bronnen, zoals verkeer. Voor andere gezondheidseffecten zoals hart- en vaatziekten en effecten op de mentale gezondheid is onvoldoende bewijs gevonden dat die samenhangen met het geluid of wonen in de buurt van windturbines. Persoonlijke en contextuele factoren hebben invloed op de hinder van windturbines. Zo kan het betrekken van omwonenden in het lokale besluitvormingsproces de ervaren hinder verminderen” (49).