CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

5 BWB Bijlage 2e Bestuursrapportage 2025 BWB

commissie Algemeen Bestuur en Middelen 27 november 2025, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken9.875 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2e bestuursrapportage

2025

Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant

Inhoudsopgave 1.

Algemeen .................................................................................................................................. 3

2.

Ontwikkelingen/voortgang primaire proces .......................................................................... 6 2.1

Programma Waarderen ........................................................................................................... 6

2.2

Programma Heffen ................................................................................................................ 13

2.3

Programma Invordering ......................................................................................................... 17

3.

Bedrijfsvoering/ organisatie .................................................................................................. 19 3.1

Personeel en organisatie ....................................................................................................... 19

3.2

ICT en Informatieveiligheid .................................................................................................... 22

3.3

Control ................................................................................................................................... 22

4.

Weerstandsvermogen & risicobeheersing .......................................................................... 23

5.

Financiën ................................................................................................................................. 25 5.1

Overzicht exploitatie 2025 ..................................................................................................... 25

5.2

Toelichting budgetten begroting 2025 ................................................................................... 26

5.3

Aandachtspunten waarmee (financieel) nog geen rekening is gehouden ............................ 27

5.4

Verwachte realisatie 2025 ..................................................................................................... 29

Bijlagen ................................................................................................................................................. 32 Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2025 en volgende jaren ............................................................... 32 Bijlage 2: Inzicht deelnemersbijdrage tweede bestuursrapportage ................................................... 34

Tweede bestuursrapportage 2025

2

1.

Algemeen

Doel en functie bestuursrapportage Deze bestuursrapportage heeft tot doel het Algemeen Bestuur te informeren over de voortgang van (voorgenomen) beleidsontwikkelingen, ontwikkelingen in de bedrijfsvoering en eventuele afwijkingen tussen de werkelijke baten en lasten tot en met augustus, afgezet tegen de ramingen in de eerste bestuursrapportage. De rapportage voorziet daarmee in de tussentijdse informatievoorziening aan het Algemeen Bestuur, zoals vastgelegd in de financiële verordening. Verwacht resultaat en ontwikkeling deelnemersbijdrage In deze tweede bestuursrapportage zijn de resultaten over de eerste acht maanden van het begrotingsjaar 2025 afgezet tegen de ramingen uit de primaire begroting 2025, inclusief de eerste begrotingswijziging zoals voorgesteld in de eerste bestuursrapportage. Naast deze analyse is ook een doorkijk gemaakt naar de verwachte ontwikkelingen in de resterende maanden van het jaar. Op basis van de huidige inzichten wordt een positief jaarrekeningresultaat van € 620.000 verwacht, wat neerkomt op circa 3% van het totale begrotingsvolume. De verdeling van de kosten over de deelnemers resulteert in een totaalvoordeel van € 620.000, waarbij alle deelnemers van de BWB profiteren van een voordelig saldo.

Toelichting: Dit verwachte resultaat is exclusief de afloop van de voorzieningen (griffie en proces-kosten waarderen, verlof en RVU en voormalig personeel) en exclusief mogelijke voordelen uit proceskostenvergoedingen. De proceskostenvergoedingen raken zowel de voorzieningen (zoals verwerkt bij de jaarrekening 2024) als de exploitatie van 2025. Gezien de onzekerheid in moment en omvang van uitbetalingen, wordt het totale effect pas bij de jaarrekening 2025 voorgesteld voor verwerking en verdeling onder de deelnemers. Het uiteindelijke jaarrekeningresultaat – en de bijbehorende verdeling van kosten – zal als gevolg van de verrekeningen van de voorzieningen, het effect van de proceskostenvergoedingen en niet voorziene ontwikkelingen, afwijken. Met name het risico op een ontoereikende voorziening voor voormalig personeel kan significant van invloed zijn. In de volgende paragrafen worden de voorzieningen, de proceskostenvergoedingen en de belangrijkste budgettaire afwijkingen verder toegelicht.

Tweede bestuursrapportage 2025

3

Voorzieningen De verrekening van voorzieningen vindt, conform gebruikelijke werkwijze, plaats bij de jaarrekening. Voor een toelichting op de voorzieningen, zie paragraaf 5.3. De mogelijke impact van de voorziening voor voormalig personeel op het resultaat bij de jaarrekening is materieel. Er wordt gerekend met een bandbreedte van € 273.000 tot maximaal € 546.000. Van deze bandbreedte is op dit moment € 273.000 opgenomen als voorziening. Het resterende deel van € 273.000 is, gezien de onzekerheid in realisatie, als risico opgenomen in de risicoparagraaf. Proceskostenvergoedingen Het bestuur heeft besloten om de proceskostenvergoedingen met ingang van 2026 onder te brengen binnen de belastingadministratie. Als gevolg van deze wijziging is de voorziening die is getroffen bij de jaarrekening 2024 niet langer benodigd. Een toelichting op het verloop van deze voorzieningen is opgenomen in paragraaf 2.1. Bij de jaarrekening 2025 hoeft de BWB geen nieuwe voorziening te treffen voor nog openstaande bezwaren en beroepen uit dit jaar. De uitbetalingen van proceskostenvergoedingen in de laatste maanden van 2025 zijn moeilijk voorspelbaar, mede doordat rechtbanken hun achterstanden zichtbaar aan het inlopen zijn. Hierdoor zal het budget in 2025 naar verwachting een voordeel laten zien.

Tegelijkertijd geldt dat deelnemers aan het eind van het jaar nog wel rekening moeten houden met financiële verplichtingen uit openstaande bezwaar- en beroepsprocedures. Afwijkingen De belangrijkste afwijkingen worden hieronder toegelicht. 1. Personeelslasten – € 290.000 voordeel Binnen personeelsbudget ontstaat een voordeel van € 290.000 ten opzichte van de begroting. Het voordeel van € 290.000 kent de volgende oorzaken: -

Niet of later ingevulde formatieplaatsen (inclusief opleidingsformatie) – voordeel € 140.000;

-

Bijzondere looncomponenten, zoals lagere loonkosten bij ziekte en inzet IKB voor verlof – voordeel € 90.000;

-

Kritische inzet van externe inhuur ondanks hoger ziekteverzuim – voordeel € 50.000;

-

Lagere woon-werk- en thuiswerkvergoedingen als gevolg van lagere bezetting – voordeel € 10.000.

2. Overige personele lasten – € 100.000 voordeel Binnen de overige personele kosten ontstaat een voordeel van € 100.000. Belangrijkste oorzaken: -

Lagere opleidingsuitgaven door uitval of vertraging – voordeel € 20.000;

-

Lager gebruik van het uitstroombudget, o.a. VSO en RVU-regeling – voordeel € 30.000.

Tweede bestuursrapportage 2025

4

3. Overige kleinere voordelen (< € 100.000 per post) – totaal € 230.000 voordeel -

Materiële lasten – € 80.000 voordeel: Diverse kleinere onderuitputtingen binnen overhead en gegevensbeheer.

-

Onvoorzien – € 80.000 voordeel: Geen beroep gedaan op deze post.

-

Overige baten – € 70.000 voordeel: Betreft o.a. UWV-ontvangsten (bij ziekte-/ ouderschapsverlof) en lagere renteopbrengsten.

Bijstelling begroting en ontwikkeling deelnemersbijdrage Ten opzichte van de begroting inclusief eerste wijziging 2025 wordt de begroting niet gewijzigd. Voor een toelichting wordt kortheidshalve verwezen naar hoofdstuk 5 van deze rapportage en de bijlagen waarin de ontwikkeling van de deelnemersbijdragen worden gepresenteerd. Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de ontwikkelingen en de voortgang van het primaire proces beschreven. In hoofdstuk 3 van deze bestuursrapportage is nader ingegaan op de stand van zaken, de voortgang en de zich aandienende ontwikkelingen op het gebied van de bedrijfsvoering en de organisatie in zijn algemeenheid. In hoofdstuk 4 is het hoofdstuk weerstandsvermogen & risicobeheersing opgenomen. Tenslotte is in hoofdstuk 5 gedetailleerd ingegaan op de financiële stand van zaken van de exploitatie 2025 en is waar nodig een toelichting gegeven.

Tweede bestuursrapportage 2025

5

2.

Ontwikkelingen/voortgang primaire proces

2.1

Programma Waarderen

In deze paragraaf worden de ontwikkelingen binnen het primaire proces Waarderen toegelicht. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de productiekwantiteiten, de actualiteit van de werkzaamheden en overige relevante aspecten. De informatie is gebaseerd op de realisatiecijfers over 2024 en de beschikbare gegevens tot en met augustus 2025. Objecten

Aantal WOZ-objecten 350.000

300.000

250.000

200.000 340.100

340.400

339.363

340.100

Begroot 2025

1e bestuursrapportage 2025

Realisatie t/m 31-08-2025

Prognose 2025

150.000

100.000

50.000

-

Het aantal WOZ-objecten is vrijwel gelijk aan de initiële prognose. De prognose is opgesteld op basis van de WOZ-objecten 2024, vermeerderd met de 0,75% autonome stijging van het aantal objecten gecorrigeerd op basis van de realisatie.

Tweede bestuursrapportage 2025

6

Bezwaren

Waardebezwaren 15.000 13.500 12.000 10.500 9.000 7.500

14.200

6.000

11.000

11.204

11.300

1e bestuursrapportage 2025

Realisatie t/m 31-08-2025

Prognose 2025

4.500 3.000 1.500 -

Begroot 2025

WOZ-bezwaren en WOZ-beroepen 2024 en voorgaande jaren Het verwachte aantal WOZ-bezwaren in de begroting 2025 is bijgesteld van 14.200 naar 11.000 op basis van realisatiecijfers tot en met april van dit jaar. De uiteindelijke prognose voor 2025 is licht hoger (+300 stuks) dan de begroting. Deze bijstelling past binnen het patroon van de afgelopen jaren, waarin het aantal bezwaren van jaar tot jaar sterk fluctueert en moeilijk voorspelbaar is gebleken. Er resteren vrijwel geen bezwaarschriften meer tegen de waardebeschikkingen van het jaar 2024 (of voorgaande jaren). De hoeveelheid beroepsprocedures is nog hoog, maar wel minder dan in 2024. Van die dossiers is ongeveer 90% ingediend door no-cure-no-pay-bureaus (NCNP). De achterstanden bij de rechtbank zijn nog steeds aanwezig, maar momenteel is wel te merken dat bij de rechtbanken een inhaalslag plaatsvindt. Het aandeel van zaken van de jaren voor 2023 is inmiddels sterk afgenomen.

Tweede bestuursrapportage 2025

7

Ontwikkelingen wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM Na alle ontwikkelingen rond dit onderwerp de afgelopen twee jaren, lijkt de regelgeving inmiddels stabiel en zijn er momenteel ook geen bijzondere gerechtelijke procedures aanhangig die daar verandering in zouden kunnen brengen. Momenteel vindt nog wel met enkele gemachtigden de discussie plaats of zij aangemerkt kunnen worden als NCNP (waardoor minder proceskosten verschuldigd zouden zijn) of als ‘gewone’ gemachtigden waardoor 100% van de wettelijke proceskosten verschuldigd is. De impact van deze discussie op de totaal te vergoeden proceskostenvergoeding is gering, niettemin zetten we in die zaken vanzelfsprekend in op het bepleiten van het gereduceerde tarief (-75%). WOZ-bezwaren 2025 Het verwachtte aantal WOZ-bezwaren 2025 ligt lager dan begroot voor dit jaar (circa 11.300 stuks ten opzichte van 14.200 stuks). Daarmee zet de in 2024 ingezette lijn zich voort. Het aantal bezwaren is en blijft moeilijk te voorspellen. De jaren 2024 en 2025 vertonen voor het eerst sinds langere tijd een stabiel beeld. Op het moment van schrijven van dit document zijn ruim 10.000 bezwaren afgedaan; en daarmee is dus vrijwel de gehele werkvoorraad bezwaren van het belastingjaar 2025 afgewikkeld ruim voor de wettelijke termijn die daarvoor is gesteld (31 december 2025).

We hebben dit grotendeels kunnen doen door inzet van vaste medewerkers; van de meeste externe inhuurkrachten is inmiddels afscheid genomen. Voor wat betreft het beroepen proces, is dit voorjaar een deel van het administratieve proces gerobotiseerd; zo worden zaken die in de digitale portal van de rechtbank staan nu geautomatiseerd gekoppeld aan onze administratie. Het is inmiddels duidelijk dat dit tijdwinst oplevert. Het is daardoor te voorzien is dat een medewerker die belast is met de afwikkeling van beroepsprocedures en met pensioen gaat begin 2026, niet vervangen zal worden.

Tweede bestuursrapportage 2025

8

Verbetering kwaliteit objectkenmerken Eén van de kerntaken van het team Waarderen is het reduceren van het aantal gegronde bezwaren door het continu blijven verbeteren van de kwaliteit van de objectkenmerken in ons bestand. De vaststelling van de WOZ-waarde is immers gebaseerd op een gegevensbestand dat is opgebouwd uit objectieve en actuele data. In dit bestand liggen vanzelfsprekend hele basale kenmerken vast, zoals de oppervlakte en het bouwjaar van een WOZ-object (de zogenaamde primaire objectkenmerken), maar ook worden kenmerken vastgelegd die een relatie hebben met bijvoorbeeld de kwaliteit, de onderhoudstoestand, ligging etc. van WOZ-objecten (de zogenaamde secundaire kenmerken, die ook wel benoemd worden met de term ‘KOUDV factoren’). Het team zet ook dit jaar extra in op een controleslag van de secundaire kenmerken, nu het afwikkelen van bezwaren voorspoedig verloopt. Door hier aandacht aan te schenken en controles uit te voeren worden de onder de waardering liggende data verbeterd; hetgeen het modelmatig waardebepalen ten goede zal komen. Het streven daarbij is natuurlijk om de waardebepaling meer voorspelbaar voor onze inwoners te maken en daarmee het aantal bezwaren te reduceren. Daarnaast wordt dit jaar vanzelfsprekend ook aandacht geschonken aan de objectcategorieën waarvan de toezichthouder (de Waarderingskamer) heeft aangekondigd extra op te controleren in 2025.

Prognose 2025

Realisatie 2024

Realisatie 2023

Realisatie 2022

WOZ-objecten

340.100

337.678

334.965

321.033

Objecten onder bezwaar

11.300

9.998

19.909

8.246

% aandeel bezwaren t.o.v. WOZ-objecten

3,3%

3,0%

5,9%

2,6%

% mutatie bezwaren t.o.v. voorgaand jaar

13%

-/- 50%

141%

-/- 25%

I - % gegrond verklaard

14%

28%

25%

28%

II - % gegrond waarbij Vermindering WOZ-waarde met >10%

5%

10%

8%

16%

II / I

36%

35%

31%

59%

Objecten onder bezwaar ingediend door NCNP

5.667

6.287

10.728

4.646

% NCNP t.o.v. alle objecten onder bezwaar

50%

63%

54%

56%

€ 315.000

€ 677.000

€ 937.000

€ 1.011.200

150

150

660

173

Specificatie waarderen

Proceskostenvergoeding boekjaar Beroepszaken over hetzelfde heffingsjaar

Ten aanzien van ‘Beroepszaken over hetzelfde heffingsjaar’ worden de ontvangen beroepen over het belastingjaar gepresenteerd. Concreet zijn tot en met 31 augustus 2025, 106 beroepen ontvangen over belastingjaar 2025. Aangezien het jaar nog niet voorbij is, wordt vooralsnog het resultaat van 2024 (150 stuks) als prognose voor 2025 gehanteerd.

Tweede bestuursrapportage 2025

9

Overheveling proceskostenvergoedingen naar belastingadministratie Zoals beschreven in hoofdstuk 1 van deze bestuursrapportage worden de proceskostenvergoedingen met ingang van 01-01-2026 overgeheveld naar de belastingadministratie. De financiële effecten hiervan zijn als volgt samen te vatten: •

Proceskostenvergoedingen 2025 Uit dit budget worden de toegekende proceskostenvergoedingen betaald voor bezwaren en beroepen die in de loop van 2025 zijn ontvangen en daarnaast wordt dit budget aangewend voor de vorming van een voorziening voor de nog resterende verplichting. Ultimo 2025 zal de resterende verplichting in kaart worden gebracht ten behoeve van de deelnemers.

•

Afloop voorzieningen oude jaren De afloop is beoordeeld. De voorzieningen zijn meer dan toereikend (voordeel zoals nu bekend € 96.000) er resteert nog een verplichting van € 31.000. De voorzieningen worden bij de jaarrekening 2025 afgewikkeld waarbij het niet benodigde deel vrijvalt in het resultaat en de resterende verplichtingen in kaart worden gebracht ten behoeve van de deelnemers.

Financiële gevolgen proceskostenvergoedingen 2025 In de primaire begroting 2025 is een budget opgenomen van € 315.000. Dit bedrag was gebaseerd op enkele algemene ontwikkelingen. Nu een groot deel van de bezwaren en beroepen zijn ingediend kan een beter inzicht worden verkregen in de te verwachten proceskosten voor het boekjaar 2025. Deze kosten bestaan uit in 2025 ingediende waardebezwaren en -beroepen. De totale inschatting, zoals hierna beschreven, bevestigd dat het budget volstaat en niet gewijzigd hoeft te worden. Financiële gevolgen waardebezwaren De bezwaren die zijn ingediend door no-cure-no-pay-bureaus (NCNP) en gemachtigden worden in het vierde kwartaal afgehandeld. Op basis van het totale aantal van circa 11.300 waardebezwaren wordt verwacht dat 864 WOZ-bezwaarschriften zullen worden toegekend. Voor elk toegekend bezwaar wordt een proceskostenvergoeding van € 266 gehanteerd. Dit bedrag is opgebouwd uit vier standaardcomponenten: het bezwaarschrift, een hoorzitting, een uitpandig taxatieverslag en de inzet van een derde deskundige tijdens de hoorzitting. Op basis hiervan wordt de verwachte financiële impact van deze waardebezwaren geraamd op circa € 229.000. Financiële gevolgen waardeberoepen De beroepen die zijn ingediend door no-cure-no-pay-bureaus (NCNP) en gemachtigden worden pas ontvangen na afhandeling van de waardebezwaren.

Op basis van het totale aantal afgewezen bezwaren wordt verwacht dat 298 WOZ-beroepen worden ingediend. De inschatting is dat hiervan 122 beroepen worden toegekend. Voor elk toegekend beroep wordt een proceskostenvergoeding van € 632 gehanteerd. Dit bedrag is opgebouwd uit vier standaardcomponenten: het beroepsschrift, een hoorzitting, een uitpandig taxatieverslag en een immateriële schadevergoeding. Op basis hiervan wordt de verwachte financiële impact van deze waardeberoepen geraamd op circa € 77.000.

Tweede bestuursrapportage 2025

10

Financiële gevolgen totaal 2025 Op basis van alle bovenstaande informatie wordt het totale budget 2025 als volgt ingeschat: Waardebezwaren

€ 266 × 864 =

€

229.000

Waardeberoepen

€ 632 × 122 =

€

77.000

€

306.000

Totaal verwachte proceskostenvergoeding Afloop voorziening griffie en proceskosten waarderen oude jaren

In de jaarrekening 2024 zijn drie voorzieningen gevormd ten behoeve van de griffie en proceskosten 2022, 2023 en 2024. De voorzieningen zijn opgebouwd met behulp van de aantallen openstaande bezwaar- en beroepschriften per balansdatum en vermenigvuldigd met de proceskostenvergoeding zoals opgenomen in de grondslagen van de jaarrekening 2024. De afloop hiervan is tussentijds beoordeeld en naar huidig inzicht iets te hoog gewaardeerd. Gezien de omvang van de voorziening 2022 is ervoor gekozen deze te combineren met 2023. Het definitieve financiële effect hiervan wordt verwerkt bij de jaarrekening 2025. Voorziening griffie en proceskosten waarderen 2022 & 2023 Op basis van de huidige data kan het onderstaande verloop in beeld worden gebracht. De bezwaren zijn hierbij volledig afgehandeld. Naar verwachting zal het aantal beroepen ook verder aflopen en is de voorziening iets te hoog ingeschat. Bezwaar

Beroep

Totaal

Voorziening per balansdatum (31-12-2024)

€

1.000

€

33.000

€

34.000

Realisatie proceskostenvergoeding

€

1.000

€

9.000

€

10.000

Nog te verwachten proceskostenvergoeding

€

1.000

€

14.000

€

15.000

Effect voorziening

€

-1.000

€

10.000

€

9.000

Voorziening griffie en proceskosten waarderen 2024 Op basis van de huidige data kan het onderstaande verloop in beeld worden gebracht. De bezwaren zijn hierbij nagenoeg volledig afgehandeld. Ook zal naar verwachting een deel van de voorziening ten behoeve van beroepen vrijvallen. Beide afwijkingen komen tot stand door een te hoog geraamde vergoeding. Bezwaar

Beroep

Totaal

Voorziening per balansdatum (31-12-2024)

€

26.000

€

129.00

€

155.00

Realisatie proceskostenvergoeding

€

14.000

€

38.000

€

52.000

Nog te verwachten proceskostenvergoeding

€

1.000

€

15.000

€

16.000

Effect voorziening

€

11.000

€

76.000

€

87.000

Tweede bestuursrapportage 2025

11

Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) In 2025 zijn de volgende KPI’s vastgesteld voor dit programma: Prestatie-indicator

Doelstelling

Resultaat

Oordeel waarderingskamer

Algemeen oordeel GOED van Waarderingskamer.

“Goed, meerdere jaren”

Tijdige waardebepaling woningen en niet woningen ten behoeve van de jaarlijkse herwaardering conform norm WAKA

WOZ-waardebepaling - per 1 december 90% gereed. - uiterlijk 1 februari 98% gecontroleerd en gereed. 1. Het aantal WOZ-objecten waarbij de waarde met >10% wordt aangepast t.o.v. de initiële vastgestelde WOZ-waarde. Wordt door Waka als fout aangemerkt. Woningen >10%

Juiste WOZ-waardebepaling

Niet woningen ≥ 4%

3. Het aantal WOZ-objecten waarbij de waarde wordt verlaagd t.o.v. het totale aantal WOZ-objecten. Woningen 1% Afhandeling WOZ-bezwaren

Niet woningen 2%

Op 1 december van ieder jaar is 95% van de waarde bezwaren afgehandeld, voor zover deze bezwaren betrekking hebben op dat jaar en in dat jaar zijn ingediend.

*) Resultaat wordt bepaald bij de jaarrekening.

Tweede bestuursrapportage 2025

*

Niet woningen >10%

2. De mate waarin (bedrag) de WOZ-waarde wordt aangepast t.o.v. de initiële vastgestelde WOZ-waarde. Woningen ≥ 4%

- 91% - 98%

12

*

*

*

2.2

Programma Heffen

In deze paragraaf worden de ontwikkelingen binnen het primaire proces Heffen toegelicht. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de productiekwantiteiten, de actualiteit van de werkzaamheden en overige relevante aspecten. De informatie is gebaseerd op de realisatiecijfers over 2024 en de beschikbare gegevens tot en met augustus 2025. Aanslag(regels)

Aantal aanslagen 900.000 750.000 600.000 450.000

805.400

815.600

772.298

815.600

Begroot 2025

1e bestuursrapportage 2025

Realisatie t/m 31-08-2025

Prognose 2025

300.000 150.000 -

Aantal aanslagregels 3.200.000

Totaal: 3.032.100

2.800.000

Totaal: 2.909.000

Totaal: 2.867.430

Totaal: 2.919.000

455.000

355.000

353.724

355.000

2.577.100

2.554.000

2.513.706

2.564.000

Begroot 2025

1e bestuursrapportage 2025

Realisatie t/m 31-08-2025

Prognose 2025

2.400.000 2.000.000 1.600.000 1.200.000 800.000 400.000 -

Aanslagregels (excl. beschikkingen)

Beschikkingen

Bij de eerste bestuursrapportage heeft een aanpassing plaatsgevonden van het aantal aanslagen en aanslagregels op grond van de realisatiecijfers van 2024. De prognose wordt licht bijgesteld op basis van de laatste realisatie en resterende kohieren.

Tweede bestuursrapportage 2025

13

30.900

35.000

30.934

30.300

Exoten Gemeenten

30.900

Exoten

30.000

-

Regels precariobelasting

Regels reclamebelasting

Begroot 2025

Aanslagen (water)toeristen

1e bestuursrapportage 2025

14.200

1.170

1.166

1.100

930

2.735

2.579

7

5.000

2.730

2.850

5.110

5.110

10.000

5.000

15.000

13.672

20.000

14.400

14.660

25.000

Regels hondenbelasting

Realisatie t/m 31-08-2025

Panden BAG

Prognose 2025

Exoten Waterschap (zuiveringsheffing) 27.000 24.000 21.000 18.000 15.000 12.000

25.000

22.000

23.127

25.000

9.000 6.000 3.000 -

Begroot 2025

1e bestuursrapportage 2025

Realisatie t/m 31-08-2025

Prognose 2025

Ook bij de exoten zijn er bij de eerste bestuursrapportage aanpassingen gedaan welke waren afgeleid van de gerealiseerde cijfers van 2024 dan wel doordat er een deelnemer in 2025 is gestopt met het heffen van een belastingsoort (reclame). De realisatie tot heden van de exoten laat minimale verschillen naar boven dan wel naar beneden zien.

Tweede bestuursrapportage 2025

14

Bezwaren

Bezwaren heffen gecategoriseerd 9.000

8.140

8.000

7.500

7.500

7.000 6.000

5.460

5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 -

180 Heffingsbezwaren Begroot 2025

180

120

180

Legesbezwaren

1e bestuursrapportage 2025

Realisatie t/m 31-08-2025

Prognose 2025

We verwachten op basis van de ingediende bezwaren van de eerste maanden dat het aantal bezwaren overeen zal komen met het aantal dat we in 2024 hebben ontvangen. Ontwikkelingen Vanaf 1 september 2025 is de online omgeving voor klant- en verbruiksinformatie van Brabant Water niet meer toegankelijk voor waterschappen en belastingsamenwerkingen. De verzamellijsten met gedetailleerde overzichten komen te vervallen.

Naam, adres en waterverbruik samen gelden als

persoonsgegevens onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Brabant Water moet voldoen aan de AVG en het beginsel van dataminimalisatie. Dat betekent dat gegevens alleen gedeeld mogen worden als dit wettelijk is vastgelegd én noodzakelijk is voor belastingheffing. Alleen gemeenten en waterschappen die in hun verordening expliciet vastleggen dat de belastingheffing is gebaseerd op waterverbruik, kunnen deze gegevens blijven ontvangen. In de uitvoering kunnen we hierdoor te maken krijgen met extra kosten en mogelijk extra formatie indien we hierdoor ons proces noodgedwongen moeten aanpassen. We zijn hierover nog in onderhandeling met Brabant Water. Ook landelijk speelt deze problematiek en zijn de VNG en Unie van Waterschappen hierover in gesprek met de VEWIN.

Tweede bestuursrapportage 2025

15

Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) In 2025 zijn de volgende KPI’s vastgesteld voor dit programma: Prestatie-indicator

Doelstelling

Resultaat

Tijdige aanslagoplegging

95% van de aanslagen (inclusief waardebeschikking) is uiterlijk in februari door middel van een gecombineerde aanslag, opgelegd voor het huidige belastingjaar.

98%

Tijdige afhandeling

97% van de gecombineerde opgelegde aanslagen is binnen 12 maanden na datum aanslag afgehandeld. Afgehandeld = saldo € 0,00. (Opgelegd -/- Betaald -/Verminderd -/- Vernietigd -/- Kwijtschelding -/- Oninbaar)

*

1. 95% bezwaren ingediend in belastingjaar voor half november zijn afgewerkt op 31 december.

*

2. 75% bezwaren ingediend in de periode 15 november – 31 december zijn binnen 6 weken afgewerkt.

*

Afhandeling heffingsbezwaren % tijdige afhandeling bezwaren

*) Resultaat wordt bepaald bij de jaarrekening.

Tweede bestuursrapportage 2025

16

2.3

Programma Invordering

In deze paragraaf worden de ontwikkelingen binnen het primaire proces Invordering toegelicht. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de productiekwantiteiten, de voortgang van de werkzaamheden en overige relevante aspecten. De informatie is gebaseerd op de realisatiecijfers over 2024 en de beschikbare gegevens tot en met augustus 2025.

Invorderingsproces

41.000

38.000

40.000

42.250

45.000

40.000

Invorderingsproces

35.000

Aanmaningen Begroot 2025

Dwangbevelen

Hernieuwde bevelen

1e bestuursrapportage 2025

Realisatie t/m 31-08-2025

7.500

5.000

5.000

1.500

5.000 -

8.500 2.500

10.000

8.500

7.500

15.000

18.000

20.000

11.758

14.000

25.000

18.000

30.000

Beslag* Prognose 2025

*In de begroting 2025 zijn de zogeheten vereenvoudigde derdenbeslagen niet meegenomen in de telling bij ‘beslag’. In dit overzicht zijn deze aantallen wél opgenomen, zowel bij de realisatie van 2024 als bij de prognose voor 2025. Hierdoor wijken de gepresenteerde cijfers af van de begrotingsaantallen.

Ten opzichte van de eerste bestuursrapportage zijn de verschillen beperkt. Het aantal aanmaningen is licht naar beneden bijgesteld. Voor hernieuwde bevelen blijft de prognose ongewijzigd. Dat de realisatie van dwangbevelen en hernieuwde bevelen in de eerste helft van het jaar nog laag is, is een jaarlijks terugkerend patroon. Deze processen worden pas uitgevoerd nadat de opgelegde aanslagen onbetaald zijn gebleven. Voor de grote aanslagenrun die in februari is opgelegd, zijn inmiddels de aanmaningen en dwangbevelen verzonden, de hernieuwde bevelen volgen in september. Voor de grote aanslagenrun van mei zijn de aanmaningen in augustus verzonden, gevolgd door de dwangbevelen in september en oktober, en later in het jaar de hernieuwde bevelen. De grootste afwijking betreft het aantal beslagen. Omdat op het moment van begroten slechts over één jaar ervaringscijfers beschikbaar waren, was dit onderdeel lastig betrouwbaar te ramen.

Tweede bestuursrapportage 2025

17

Mogelijke wijziging in berekening dwangbevelkosten (Kostenwet) Het ministerie van Financiën heeft de VNG, de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en de Unie van Waterschappen geïnformeerd over een voorgenomen wijziging van de invorderingsstrategie bij de Belastingdienst. Deze herijking sluit aan bij bredere maatschappelijke signalen over het voorkomen van onnodige schuldenoploop en is gericht op een rechtvaardiger invorderingspraktijk. Onderdeel van de voorgestelde wijziging is een aanpassing van de dwangbevelkosten. In plaats van de huidige staffel op grond van de Kostenwet, stelt de Belastingdienst voor om deze kosten voortaan uniform vast te stellen op 10% van de hoofdsom. Deze aanpassing kan gevolgen hebben voor de opbrengst aan vervolgingskosten bij decentrale overheden. Mogelijk dat voor lokale overheden een afwijkend percentage wordt overwogen. Hoewel over deze wijziging nog geen besluit is genomen, is vanuit het ministerie eerder dit jaar verkend wat de gevolgen kunnen zijn voor gemeenten, waterschappen en samenwerkingsverbanden. Een eventuele aanpassing van de Kostenwet zal naar verwachting niet eerder dan per 1 januari 2028 in werking treden.

Er is momenteel geen concreet wetsvoorstel of wijzigingsprocedure gaande voor structurele wijzigingen in de berekening van dwangbevelkosten Kwijtschelding 3.0 Op het gebied van kwijtschelding is de BWB eind mei overgegaan op de nieuwe werkwijze Kwijtschelding 3.0. Deze functionaliteit is ontwikkeld door het Inlichtingenbureau in samenwerking met de LVLB en vormt een doorontwikkeling van de bestaande geautomatiseerde toets voor kwijtschelding. In de vernieuwde toets zijn verbeteringen doorgevoerd die als doel hebben de informatievraag richting de aanvrager verder te beperken. De overgang is in samenwerking met de softwareleverancier succesvol afgerond. Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) In 2025 zijn de volgende KPI’s vastgesteld voor dit programma: Prestatie-indicator

Doelstelling

Resultaat

Oninbaar

5 jaar na datum aanslag bedraagt het % oninbaar, t.o.v. het bedrag aan opgelegde aanslagen, maximaal 0,8%

0,3%1

% openstaand 2 jaar na datum aanslag ≤ 0,5% Tijdige betaling aanslag Afhandeling kwijtscheldingsverzoeken

Berekening % = openstaand bedrag x-jaar t.o.v. bruto opgelegd x-jaar. O.b.v. datum aanslag en niet belastingjaar. 80% van de kwijtscheldingsverzoeken is < 16 weken afgehandeld.

0,4%2

81,9%

1 Het percentage oninbaar bedraagt op dit moment 0,3%. Hierbij is gekeken naar aanslagen met dagtekening 2020

en betreft het percentage van het totaalbedrag dat oninbaar is geboekt ten opzichte van het totaalbedrag dat is opgelegd.

Het percentage niet tijdige betaling bedraagt op dit moment 0,4%. Voor deze berekening is gekeken naar aanslagen met een dagtekening in 2023.

2

Tweede bestuursrapportage 2025

18

3.

Bedrijfsvoering/ organisatie

3.1

Personeel en organisatie

In deze bestuursrapportage geven we een actualisatie van de ontwikkelingen binnen het HR-domein. De

thema’s

strategische

personeelsplanning,

Wet

DBA,

werving

&

selectie,

verzuim,

opleidingsbehoefte, vitaliteit & arbo, loonontwikkeling en de implementatie van het nieuwe personeelsen salarissysteem blijven ook in deze periode onze aandacht houden. Strategische personeelsplanning De strategische personeelsplanning blijft een belangrijk hulpmiddel voor het in beeld houden van knelpunten en kansen in de personele bezetting. We blijven inzetten op opvolgingsplanning in de context van de verwachte uitstroom (met pieken in 2027 en 2030), beperkte instroom van jong talent en de noodzaak tot kennisborging. Ook het vastleggen van werkprocessen en verdere voorbereiding op functieveranderingen als gevolg van automatisering en digitalisering loopt door. Wet DBA en afbouw inzet ZZP’ers In het kader van de gewijzigde regelgeving rondom de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) en de kabinetsinzet op het terugdringen van schijnzelfstandigheid, is de BWB gestart met het afbouwen van de externe inhuur van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Daarbij is specifiek aandacht voor functies die structureel van aard zijn en waarvoor een dienstverband de voorkeur heeft. Waar mogelijk worden tijdelijke opdrachten niet meer ingevuld via zzp-constructies, maar via tijdelijke dienstverbanden of uitzendconstructies die binnen het wettelijk kader passen.

Deze beleidslijn past binnen onze bredere inzet op duurzame personeelsinzet, kennisborging en het voldoen aan wet- en regelgeving rondom arbeidsverhoudingen. Inmiddels is het aantal zzp’ers dat binnen de BWB actief is, merkbaar afgenomen ten opzichte van eerdere jaren. Werving & Selectie De krapte op de arbeidsmarkt blijft onverminderd groot. Desondanks lukt het de BWB om vacatures goed in te vullen. Dit is mede te danken aan tijdige werving, selectie op competenties en een professionele begeleiding van nieuwe medewerkers. Gelet op deze structurele slagkracht is het eerder benoemde risico op het niet kunnen invullen van vacatures komen te vervallen. De ingezette modernisering van onze arbeidsmarktcommunicatie wordt in de tweede helft van 2025 verder doorontwikkeld.

Tweede bestuursrapportage 2025

19

Verzuim Het ziekteverzuim laat in vergelijking met de eerste bestuursrapportage een stijging zien. We worden geconfronteerd met een aantal verzuimgevallen die naar verwachting een langduriger karakter hebben. De reden van deze stijging lijkt, na een eerste analyse, grotendeels buiten de invloed van de BWB te liggen. In alle gevallen is passende begeleiding georganiseerd. Waar nodig zijn interventies ingezet, waaronder arbeidsdeskundig advies en inzet van externe ondersteuning. Verdere monitoring en inzet op preventie blijven prioriteit, met oog voor de balans tussen werkdruk en duurzame inzetbaarheid. Deze stijging geeft geen aanleiding tot beleidsmatige aanpassingen.

Verzuimpercentage 7,0% 6,7%

6,5%

6,3%

6,0% 5,5% 5,0%

5,5%

5,7%

5,7%

5,4%

5,2%

4,9%

4,9% 4,6%

4,5%

4,6% 4,3%

4,0%

4,4%

4,8%

4,4%

4,0%

3,9%

3,5% 3,0%

4,8% 4,6%

4,7%

3,5%

3,3% jan

feb

mrt

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

Verzuimpercentage 2025

Gemideld verzuimpercentage 2025

Verzuimpercentage 2024

Gemideld verzuimpercentage 2024

Verzuimduur in percentage (Januari tot en met augustus) 4,0% 3,5% 3,0% 2,5% 2,0%

3,4%

1,5%

3,6%

1,0% 0,5% 0,0%

0,8%

0,7%

Kort (<11 dagen)

0,8%

0,6%

Middellang (11 t/m 42 dagen) Verzuimduur 2024

Tweede bestuursrapportage 2025

20

Verzuimduur 2025

Lang (> 42 dagen)

dec

Opleidingsbehoefte De ingezette lijn op leren en ontwikkelen wordt voortgezet. In het kader van technologische en organisatorische ontwikkelingen blijven we investeren in interne opleiding, scholing en kennisdeling. Dit draagt bij aan een wendbare organisatie die mee kan bewegen met de veranderende eisen in het werk. Het opleiden van (nieuwe) medewerkers blijft een hoge prioriteit hebben. Inmiddels zijn nagenoeg alle medewerkers getraind in de Lean principes. Medewerkers worden daarnaast gefaciliteerd in het volgen van vervolgtrainingen Lean, zodat continu verbeteren verder kan worden verankerd in het dagelijks werk en teamprocessen. Vitaliteit en arbo De regeling thuiswerkfaciliteiten is geëffectueerd. In het tweede kwartaal zijn aanvullende acties uit de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) verder uitgewerkt, waaronder het afronden van de stilteruimtes, geluidsoverlast beperkende maatregelen en het verbeteren van het binnenklimaat. De beleidsdocumenten voor zowel arbobeleid als duurzame inzetbaarheid worden in de loop van dit jaar vastgesteld. De bijbehorende acties worden daarna planmatig geïmplementeerd, zodat deze beleidsonderdelen structureel verankerd worden in de organisatie. In aansluiting daarop zijn meerdere initiatieven in gang gezet, gericht op mentale weerbaarheid en het stimuleren van werkplezier.

Loonontwikkeling en cao-afspraken Er is een akkoord bereikt over de nieuwe CAO SGO 2025–2027 per 1 april 2025. Relevante afspraken zijn onder andere: -

Loonstijgingen: o

2% per 1 april 2025

o

1,85% per 1 oktober 2025

o

Extra € 35 nominaal per 1 januari 2026

o

1,25% per 1 juli 2026

o

1,6% per 1 januari 2027

-

Minimum uurloon van € 16 per uur vanaf 1 januari 2026

-

Thuiswerkvergoeding stijgt van € 2,15 naar € 2,40 netto per dag per 1 oktober 2025

-

Aanvulling IKB: o.a. studieschuldaflossing (max. € 1.250 per jaar)

-

Regelingen rond ouderschapsverlof, gendertransitieverlof en flexibiliteit bij feestdagen

Implementatie nieuw personeels- en salarissysteem De voorbereidingen voor de invoering van het nieuwe personeels- en salarissysteem per 1 januari 2026 verlopen volgens planning. Het team HR werkt aan de inrichting, datamigratie en voorbereiding van gebruikersinstructies. De implementatie vraagt een aanzienlijke inzet, maar biedt op termijn een kwaliteitsimpuls in de HR-ondersteuning.

Tweede bestuursrapportage 2025

21

3.2

ICT en Informatieveiligheid

Binnen de BWB wordt gewerkt met een meerjarige innovatieplanning, gericht op het verbeteren van de dienstverlening en het optimaliseren van interne processen. Innovatie krijgt vorm in de inzet van onder meer procesautomatisering, geografische informatiesystemen en kunstmatige intelligentie (AI). In 2025 wordt uitvoering gegeven aan verschillende innovaties. De focus ligt op het slimmer inrichten van administratieve processen, het verkennen van AI-toepassingen ter ondersteuning van medewerkers en het verbeteren van de digitale toegankelijkheid richting inwoners. De implementatie vindt stapsgewijs plaats. Voor alle toepassingen geldt dat veiligheid, privacy, transparantie en menselijke controle centraal staan. De BWB past innovaties uitsluitend toe binnen een helder juridisch en ethisch kader. Nieuwe toepassingen worden vooraf getoetst door de Functionaris Gegevensbescherming, de CISO, de innovatieadviseur en de informatiemanager. Medewerkers blijven altijd eindverantwoordelijk voor de uitkomst van processen. De BWB conformeert zich aan geldende wet- en regelgeving, zoals de AVG en de BIO en anticipeert actief op de aankomende Europese AI-verordening (AI Act). Er wordt toegewerkt naar een intern algoritme-register, waarin doel, werking, datagebruik en risico’s van AI-toepassingen worden vastgelegd. Ook de landelijke richtlijnen vanuit de VNG worden gevolgd.

Daarbij wordt uitgegaan van zorgvuldig en doelgericht gebruik van AI, met aandacht voor uitlegbaarheid, proportionaliteit en non-discriminatie.

3.3

Control

Het controleplan 2025 is in uitvoering. De controles die noodzakelijk zijn om de getrouwheid en rechtmatigheid van de financiële beheershandelingen (zowel het primair proces als de bedrijfsvoering) te onderbouwen, worden uitgevoerd. Hierbij wordt in 2025 de focus gelegd op een meer risicogerichte aanpak om de controlecapaciteit zo effectief mogelijk in te zetten. In 2025 wordt wederom invulling gegeven aan het verbeteren van de administratieve organisatie en interne beheersing (AO/IB) van de BWB. Er wordt voortgebouwd op de ingezette lijn waarbij procesrisico’s jaarlijks worden geactualiseerd en de benodigde beheersmaatregelen systematisch worden beoordeeld en indien nodig aangepast. Extra focus ligt op frauderisico’s en misbruik en oneigenlijk gebruik.

Tweede bestuursrapportage 2025

22

4.

Weerstandsvermogen & risicobeheersing

Algemeen In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt inzicht gegeven in de weerstandscapaciteit van de BWB. De weerstandscapaciteit is de mate waarin onvoorziene financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen zonder dat verandering van beleid noodzakelijk is. Om dit te kunnen beoordelen, dient er inzicht te zijn in de omvang en achtergronden van de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s die voor de BWB aanwezig zijn. Inventarisatie weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan de middelen en mogelijkheden die de organisatie heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Het weerstandsvermogen bestaat uit de post onvoorzien welke in de primaire begroting is opgenomen voor € 80.000. Daarnaast is bij de jaarrekening 2023 een reserve gevormd van € 200.000 ten behoeve van het opvangen van verschillen in de geraamde en werkelijke loon- en prijsontwikkeling. Risicobeheersing Om een juist beeld van de financiële positie van de BWB te krijgen, is het noodzakelijk dat helder is met welke risico’s de samenwerking kan worden geconfronteerd. Onder risico wordt in dit verband verstaan ‘een niet door de BWB te beïnvloeden gebeurtenis, onvoorspelbaar en onafwendbaar als deze zich voordoet, met veelal financiële of materiële gevolgen die niet specifiek af te dekken zijn’.

De BWB streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door zorgvuldigheid in de uitvoering van procedures, het treffen van beheersmaatregelen en de benodigde verzekeringen af te sluiten. Op grond van artikel 31, lid 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BWB te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al haar verplichtingen naar derden te kunnen voldoen. Concreet betekent dit dat de risico’s voor rekening van de deelnemers komen voor zover deze het eigen weerstandsvermogen te boven gaan. Risicoanalyse In bijlage 1 is de risicoanalyse opgenomen. Deze wordt bij elk planning en control product geactualiseerd. Ten opzichte van de laatste beoordeling (eerste bestuursrapportage 2025) zijn de volgende veranderingen doorgevoerd: -

Het risico inzake de Wet DBA (schijnzelfstandigheid) is neerwaarts bijgesteld als gevolg van de getroffen maatregelen (verder terugbrengen van het aantal zzp’ers en aanpassing in contracten).

-

Het risico inzake het niet kunnen invullen van vacatures is komen te vervallen. Als gevolg van de aanpassingen in werving en selectie is de bezettingsgraad op orde. De functie van taxateur vormt daarop een uitzondering maar dit risico is beperkt.

Tweede bestuursrapportage 2025

23

Aanpassing risicoprofiel Het totale financiële risico is bijgesteld naar € 520.000. De aanwezige weerstandscapaciteit waarover de BWB beschikt is € 280.000. Als zich in de praktijk een risico aandient wat het weerstandsvermogen te boven gaat, zal dit door de deelnemers zelf moeten worden afgedekt. In dat kader is het belangrijk dat het bestuur zich bewust is van de mogelijke risico’s die horen bij de uitvoering van het beheer en het beleid van de BWB.

Tweede bestuursrapportage 2025

24

5.

Financiën

5.1

Overzicht exploitatie 2025

In het onderstaande overzicht wordt weergeven hoe de baten en lasten zich in 2025 ontwikkelen ten opzichte van de primaire begroting 2025 en de tweede bestuursrapportage. In de tweede bestuursrapportage zijn de mutaties verwerkt op basis van reeds bekende informatie en is er rekening gehouden met de extrapolatie van de werkelijke lasten tot en met augustus 2025. De begroting na eerste wijziging 2025 wordt op programmaniveau niet aangepast naar aanleiding van deze tweede bestuursrapportage. In paragraaf 5.2 wordt dit toegelicht. Begrotingswijziging programma's (× € 1.000) Lasten

Primaire begroting 2025

1e berap wijziging

Begroting na 1e berap

Begroting na 2e berap

Waarderen

5.412

-180

5.232

5.232

Heffen

2.647

-80

2.567

2.567

Invordering

2.494

-125

2.369

2.369

Subtotaal programma's

10.553

-385

10.168

10.168

Kosten overhead

10.730

-164

10.566

10.566

Treasury

5

-

5

5

Vennootschapsbelasting

-

-

-

-

80

-

80

80

Subtotaal overhead

10.815

-164

10.651

10.651

Totaal lasten

21.368

-549

20.819

20.819

Post onvoorzien

Baten

Primaire begroting 2025

1e berap wijziging

Begroting na 1e berap

Begroting na 2e berap

Waarderen

-

-

-

-

Heffen

-

-

-

-

Invordering

-

-

-

-

Subtotaal programma's

-

-

-

-

Opbrengst overhead

165

-

165

165

Treasury

430

-130

300

300

20.773

-419

20.354

20.354

Vennootschapsbelasting

-

-

-

-

Post onvoorzien

-

-

-

-

Subtotaal overhead

21.368

-549

20.819

20.819

Totaal baten

21.368

-549

20.819

20.819

Bijdragen deelnemers

Tweede bestuursrapportage 2025

25

5.2

Toelichting budgetten begroting 2025

Algemeen Zoals in de voorgaande paragraaf is vermeld, worden er naar aanleiding van deze bestuursrapportage geen begrotingswijzigingen doorgevoerd in de tweede bestuursrapportage op programmaniveau. Er wordt geen wijziging doorgevoerd, omdat er geen correctie nodig is om voldoende dekking per budget te realiseren. De afwijkingen welke worden gerapporteerd (in dit geval onderschrijdingen op de begroting na tweede bestuursrapportage) passen binnen de begrotingsafspraken welke via de financiële verordening 2024 zijn vastgesteld. Ontwikkeling algemene deelnemersbijdrage De totale algemene deelnemersbijdrage blijft in de bestuursrapportage ongewijzigd. De ontwikkeling van de bijdrage per deelnemer is wel inzichtelijk gemaakt. Mutaties hierin zijn het gevolg van de productieaanpassingen in de kostenverdeelstaat. De mutaties tussen de deelnemers onderling zijn inzichtelijk gemaakt in bijlage 2, maar worden niet aan individuele deelnemers doorberekend, omdat het verwachte jaarrekeningresultaat naar verwachting zal resulteren in een teruggave. De definitieve verrekening zal worden opgenomen in de jaarrekening. Ook wordt inzichtelijk gemaakt wat de invloed is van het verwachte resultaat ten opzichte van de tweede bestuursrapportage.

Tweede bestuursrapportage 2025

26

5.3

Aandachtspunten waarmee (financieel) nog geen rekening is gehouden

Naast de reeds verwerkte cijfers zijn er echter nog enkele aandachtspunten, ook wel ontwikkelingen, waarvan nog geen financiële mutatie heeft plaatsgevonden in deze bestuursrapportage naast de in het risicoprofiel geschetste ontwikkelingen. KinderOpvangToeslagAffaire (KOTA) De afspraken over de compensatie van de kosten die gemeenten in het kader van de hersteloperatie maken, zijn opgenomen in zogenaamde specifieke uitkeringen. Deze zijn vormgegeven in ministeriële regelingen, welke zijn gepubliceerd. In deze bestuursrapportage is nog geen rekening gehouden met de kwijtgescholden belastingen en compensatie van uitvoeringskosten aangezien de omvang pas bij de jaarrekening bepaald kan worden. Afloop voorzieningen Voorziening griffie en proceskosten waarderen oude jaren Er is een voorziening getroffen voor de verplichtingen die voortvloeien uit afhandeling van de openstaande bezwaren en beroepen van oude jaren per balansdatum 31-12-2024. De afloop hiervan is tussentijds beoordeeld. De voorziening is toereikend voor de verplichting en naar huidig inzicht te hoog gewaardeerd. Daarnaast heeft het Algemeen Bestuur besloten de proceskostenvergoeding met ingang van 01-012026 over te hevelen naar de belastingadministratie. De proceskostenvergoedingen die in 2025 zijn betaald worden verrekend met deze voorziening. Per balansdatum 31-12-2025 valt het restant van de voorziening vrij.

Voorziening verlof en RVU Er is een voorziening getroffen voor de verplichtingen die voortvloeien uit personele zaken zoals verlof (bovenwettelijk- en spaarverlof) en de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU). Bij de eerste bestuursrapportage 2025 is een voorziening getroffen voor voormalig personeel. De afloop van de voorzieningen kan tussentijds niet worden bepaald. Er kan dus ook geen inzicht worden gegeven in een eventueel voor- of nadeel. Het financiële effect hiervan wordt verwerkt bij de jaarrekening 2025. Voorziening voormalig personeel Bij de 1e bestuursrapportage 2025 is € 273.000 geraamd voor de vorming van een voorziening voor toekomstige WW-verplichtingen van voormalig personeel. De waardering van de voorziening is gebaseerd op het uitgangspunt van een getrouw beeld, zoals voorgeschreven in het BBV. Dat betekent dat de voorziening een realistische en onderbouwde inschatting van de toekomstige verplichtingen bevat, op basis van de best beschikbare informatie per balansdatum.

Tweede bestuursrapportage 2025

27

Voor deze voorziening is bij de 1e bestuursrapportage uitgegaan van een benutting van maximaal 50% van de uitkeringsduur, mede door inzet op re-integratie. Daarom is een bandbreedte van € 273.000 tot maximaal € 546.000 vastgesteld. Van deze bandbreedte is op dit moment € 273.000 opgenomen als voorziening. Het resterende deel van € 273.000 is, gezien de onzekerheid als risico opgenomen in de risicoparagraaf. Bij de jaarrekening 2025 zal op basis van het dan actuele inzicht worden beoordeeld welk bedrag daadwerkelijk als voorziening op de balans wordt opgenomen. Hiermee wordt aangesloten bij het BBVvoorschrift dat voorzieningen alleen worden gevormd als er sprake is van een concrete verplichting waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten. Post onvoorzien De begroting bevat een post onvoorzien van € 80.000. Er zijn dit jaar echter nog geen onvoorziene kosten gemaakt die niet opgevangen kunnen worden met interne verschuivingen. De post onvoorzien blijft dus nog beschikbaar.

Tweede bestuursrapportage 2025

28

5.4

Verwachte realisatie 2025

Algemeen In hoofdstuk 1 is aangegeven dat een prognose wordt gegeven van het verwachte jaarrekeningresultaat. Dit betreft een schatting op basis van de meest recente cijfers en inzichten. Hieronder volgt een samenvatting van de verwachte realisatie. Er wordt een positief resultaat verwacht van € 620.000, wat neerkomt op 3,0% van de totale begroting na de tweede bestuursrapportage. Dit resultaat is exclusief de wijziging in de voorzieningen (welke conform beleid worden geactualiseerd bij de jaarrekening) en het resultaat op het budget voor griffie- en proceskosten Waarderen wat nog onvoldoende betrouwbaar te schatten valt. Er is wel rekening gehouden met voorziening van 50% van de maximale verplichtingen voor voormalige personeel. Verderop wordt een toelichting gegeven op de verwachte verschillen. Hierbij worden alleen wijzigingen van meer dan € 100.000 besproken. Kleinere verschillen zijn samengevoegd onder ‘overige kleine verschillen’.

Verwachte realisatie (× € 1.000) Begroting na 2e berap

Realisatie t/m 31-08-2025

Prognose nog te verwachten

Realisatie incl. prognose

12.528

7.660

3.955

11.615

-913

510

749

384

1.133

623

1.068

424

544

968

-100

Bedrijfsvoering

416

237

149

386

-30

Kantoorkosten

668

540

128

668

-

Automatisering

2.097

1.547

520

2.067

-30

Huisvesting

823

690

123

813

-10

Treasury

5

-

5

5

-

Onvoorzien

80

-

-

-

-80

1.250

811

439

1.250

-

Waarderen*

875

269

606

875

-

Heffen*

291

232

49

281

-10

Invordering*

208

113

95

208

-

Totale lasten

20.819

13.272

6.997

20.269

-550

Opbrengsten personeel

110

123

77

200

90

Opbrengsten overhead

55

1

54

55

-

Opbrengsten treasury

300

183

97

280

-20

Bijdragen deelnemers

20.354

15.580

4.774

20.354

-

Totale baten

20.819

15.887

5.002

20.889

70

620

620

Verzamelbudget Personeel* Inhuur Overige personeelslast

Compensabele BTW

Verwacht resultaat

Afwijking

*De personeelslasten van de primaire programma’s zijn in dit overzicht toegevoegd aan personeel. In de jaarrekening worden deze budgetten en kosten apart inzichtelijk gemaakt onder de programma’s.

Tweede bestuursrapportage 2025

29

Verschillen (> € 100.000) Personeelslasten (€ 290.000 V) Personeel en inhuur laten respectievelijk een voordeel van € 913.000 en een nadeel van € 623.000 zien ten opzichte van de begroting na de tweede bestuursrapportage. Deze bedragen moeten echter in onderling verband gezien worden. Zo wordt er ingehuurd op beschikbare formatieplaatsen. Dit betreffen functies waarop moeizaam personeel gevonden wordt zoals bij de WOZ-taxateurs. Het verwachte voordeel komt dus per saldo neer op € 290.000. Het voordeel van € 290.000 bestaat uit diverse onderdelen: -

Niet of later ingevulde formatieruimte Diverse functies zijn pas in de loop van het jaar ingevuld of moeten nog worden ingevuld waardoor er een budgettair voordeel ontstaat. Er wordt namelijk rekening gehouden met de volledig ingevulde bezetting en in werkelijkheid wordt de last pas later gerealiseerd en ook de niet ingevulde opleidingsformatie valt onder dit voordeel. Dit resulteert in een voordeel van € 140.000 en vindt voornamelijk plaats binnen het programma overhead.

-

Bijzondere looncomponenten In de loop van het jaar hebben enkele medewerkers verlofdagen aangekocht met het beschikbare individuele keuzebudget (IKB). Ook is er een korting op de salarislast van zieke medewerkers waardoor maar 70% van de loonlasten betaald hoeft te worden. Budgettair is echter geen rekening gehouden met deze bijzondere afwijkingen waardoor dit resulteert in een voordeel van € 90.000.

-

Lagere inzet inhuur Het inhuurbudget is geraamd op basis van een ziekteverzuim norm van 5,0%. Het gemiddelde ziekteverzuim ligt in 2025 echter hoger dan de norm (5,3%). Er is kritisch gekeken of dit tijdelijk intern kan worden opgevangen of er zijn goedkope alternatieven ingezet, wat resulteert in een voordeel van € 50.000 op het inhuurbudget.

-

Lagere woon-werk- en thuiswerkvergoeding Het budget voor kosten woon-werkverkeer en de thuiswerkvergoeding vertoont een voordeel van € 10.000 als gevolg van een lagere personele bezetting.

Overige personele lasten (€ 100.000 V) De overige personele kosten geven per saldo een voordeel van € 100.000. Dit budget bestaat uit diverse kleine voordelen. De twee grootste afwijkingen worden toegelicht. Zo valt de opleidingskosten naar verwachting € 20.000 lager uit. Dit komt omdat enkele opleidingen vertraagd zijn of door omstandigheden geen doorgang hebben kunnen vinden. Daarnaast laat het uitstroombudget een voordeel van € 30.000 zien. De lasten binnen dit budget bestaan onder andere uit vaststellingsovereenkomsten (VSO) en de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU). Dit valt iets lager uit dan vooraf verwacht.

Tweede bestuursrapportage 2025

30

Overige kleinere verschillen (< € 100.000) Materiele lasten (€ 80.000 V) De verschillen met betrekking tot de materiële lasten treden op binnen de overhead (bedrijfsvoering, automatisering en huisvesting) en het primaire proces heffen (gegevensbeheer basis). Deze bedragen gezamenlijk € 80.000. Dit betreffen materiële kosten die over verschillende budgetposten variëren, maar allen kleiner dan de toelichtingsgrens van € 100.000. Onvoorzien (€ 80.000 V) Tot op heden zijn er dit jaar geen onvoorziene omstandigheden geweest die niet binnen de huidige budgetten konden worden opgevangen. Dit leidt tot een budgettair voordeel van € 80.000. Overige bijdragen (€ 70.000 V) De overige verschillen met betrekking tot de baten bedragen € 70.000, bestaande uit twee componenten: personeelsopbrengsten en rente- opbrengsten. Het eerste component bestaat voornamelijk uit de ontvangsten van het UWV met betrekking tot ouderschapsverlof en ziekte, welke niet wordt opgenomen in de begroting (na wijziging). Dit is een beleidsmatige keuze om te kunnen anticiperen op een tijdelijk vervangingsvraagstuk. Het tweede component wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere renteopbrengsten die als gevolg van een rentedaling.

Tweede bestuursrapportage 2025

31

Bijlagen Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2025 en volgende jaren De risico’s worden steeds opnieuw beoordeeld, de laatste beoordeling heeft plaatsgevonden bij het opstellen van de eerste bestuursrapportage. Ten opzichte van deze beoordeling is één risico aangepast en is er één vervallen. Het berekende risicobedrag is afgerond op € 5.000.

Actuele risico’s Risico

Toelichting

I(ncidenteel) S(tructureel)

Financiële omvang

Kans

Berekend risico

Schijnzelfstandigheid/ handhaving wet DBA (aangepast)

Een zzp’er kan achteraf door de Belastingdienst worden aangemerkt als werknemer. Handhaving speelt vanaf 2026. Dit kan leiden tot nabetaling van loonheffingen, boetes en rente en arbeidsrechtelijke gevolgen. De BWB werkt in 2025 aan maatregelen om de risico’s zoveel als mogelijk te beheersen. De functie van taxateur vormt hierin een knelpunt (deze zijn nodig voor de uitvoering van primaire processen maar vacatures worden niet geheel ingevuld). In 2025 is de inhuur van ZZP’ers verder afgebouwd. Eind 2025 is de verwachting dat er nog maar beperkt gebruik gemaakt gaat worden van ZZP’ers. Daarnaast worden er nieuwe overeenkomsten gesloten waarbij een duidelijk resultaat wordt afgesproken. Bij nieuwe inhuuropdrachten wordt expliciet gekeken of deze wel of niet kan worden opgesteld voor ZZP’ers.

I

€ 270.000

15%

€ 40.000

Aansprakelijkheid in verband met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

De uitvoering van de AVG is voor een data gestuurde organisatie als de BWB extra risicogevoelig. Ondanks getroffen maatregelen blijft het risico van bijvoorbeeld een datalek aanwezig.

S

€ 750.000

7,5%

€ 55.000

In de begroting zijn rentebaten opgenomen. De rente kan fluctueren als gevolg waarvan de opbrengsten afwijken de begroting. Een verlaging van de rente met 0,1% resulteert in circa € 12.000 lagere baten. In aanvulling hierop onderzoekt de minister van Financiën of hij de rentevergoeding voor het verplicht Daling renteopbrengsten schatkistbankieren met 0,2%-punt kan verlagen ten opzichte van de rente waartegen de staat zelf leent. Ook wil hij het bodemtarief van 0% afschaffen, zodat negatieve rentes in de toekomst mogelijk worden. De minister heeft aangekondigd in de eerste helft van 2025 hierover de kamer te informeren. Dit heeft nog niet plaatsgevonden.

S

€ 300.000

50%

€ 150.000

Tweede bestuursrapportage 2025

32

Voorziening voormalig personeel

Er is een voorziening getroffen voor voormalig personeel. De maximale verplichting bedraagt € 545.000; 50% hiervan is als voorziening opgenomen. De voorziening wordt periodiek (voor het eerst bij de jaarrekening 2025) beoordeeld op toereikendheid, indien deze als ontoereikend wordt beoordeeld moet deze worden aangevuld.

I

€ 545.000

50%

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

€ 275.000

€ 520.000

Vervallen risico’s Risico

Invullen vacatures (vervallen)

Toelichting

I(ncidenteel) S(tructureel)

Financiële omvang

Kans

Berekend risico

S

€ 160.000

25%

€ 40.000

De economie in combinatie met de demografische ontwikkeling zorgt voor een krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor is het moeilijker en vergt het meer tijd om cruciale functies ingevuld te krijgen. Door aanpassingen in werving en selectie is de BWB erin geslaagd vacatures ingevuld te krijgen. Alleen de functie van taxateur vormt hierop een uitzondering maar dit vormt geen (materieel) risico voor de bedrijfsvoering.

Totaal

Tweede bestuursrapportage 2025

€ 40.000

33

Bijlage 2: Inzicht deelnemersbijdrage tweede bestuursrapportage 1.1 Totaalbeeld bijdrage na tweede bestuursrapportage en verwacht resultaat Om een compleet beeld te geven van de effecten welke voortvloeien uit de tweede bestuursrapportage en het verwachte resultaat, worden beide bijstellingen en het verloop van de deelnemersbijdrage in één tabel in beeld gebracht. Hierbij wordt in de eerste kolom weergegeven wat de bijdrage was na de eerste bestuursrapportage. Gevolgd door de bijstellingen die voortvloeien uit de tweede bestuursrapportage, waarna in kolom drie de totale bijdrage wordt weergegeven. In de twee laatste kolommen worden de bijstellingen en de verwachte deelnemersbijdrage gepresenteerd zoals deze voortkomen uit het verwachte jaarrekeningresultaat. De volgende paragrafen bevatten een uitgebreide toelichting op deze bijstellingen. Hierbij geeft paragraaf 2 een toelichting op de effecten welke volgen vanuit het verwachte jaarrekening resultaat en paragraaf 3 gaat dieper in op de effecten vanuit de tweede bestuursrapportage.

Totaalbeeld verloop deelnemersbijdrage (× € 1.000) Deelnemers

Bijdrage na 1e berap

Bijstelling na 2e berap

Bijdrage na 2e berap

Bijstelling na verwacht resultaat

Bijdrage na verwacht resultaat

Bergen op Zoom

1.730

6V

1.724

53 V

1.671

Breda

4.190

63 N

4.253

126 V

4.127

Dongen

632

5V

627

19 V

608

Etten-Leur

1.053

5N

1.058

33 V

1.025

Halderberge

731

3V

728

22 V

706

Loon op Zand

727

5N

732

22 V

710

Moerdijk

1.084

5V

1.079

31 V

1.048

Oosterhout

1.470

4V

1.466

45 V

1.421

Roosendaal

2.003

8N

2.011

60 V

1.951

Rucphen

539

4V

535

16 V

519

Woensdrecht

584

3V

581

18 V

563

Zundert

629

1V

628

19 V

609

Brabantse Delta

4.982

50 V

4.932

156 V

4.776

Totaal deelnemers

20.354

-

20.354

620 V

19.734

Tweede bestuursrapportage 2025

34

2.1 Prognose verwachte deelnemersbijdrage op basis van jaarrekeningresultaat 2025 Zoals vermeld in paragraaf 5.4 wordt een voordeel verwacht van € 620.000. Effecten van dit verwachte resultaat op de (verwachtte) afzonderlijke deelnemersbijdrage zijn samengevat in de onderstaande tabel. De uiteindelijke definitieve verrekening zal worden opgenomen in de jaarrekening en kan mogelijk afwijken. In de eerste kolom staat de oorspronkelijke bijdrage zoals opgenomen in de primaire begroting. De tweede kolom toont de herziene bijdrage zoals weergegeven in de tweede bestuursrapportage (bijlage 2). Kolom drie presenteert een prognose van de bijdrage op basis van het verwachte resultaat. Ten slotte vindt u in kolom vier de verschillen per deelnemer in zowel bedrag als percentage.

Herziening bijdrage inclusief BTW (× € 1.000) Deelnemers

Oorspronkelijke bijdrage incl. BTW

Bijdrage na 2e berap

Prognose bijdrage na verwacht resultaat

Bijstelling Bedrag

%

Bergen op Zoom

1.805

1.724

1.671

53 V

-3,1%

Breda

3.989

4.253

4.127

126 V

-3,0%

Dongen

615

627

608

19 V

-3,0%

Etten-Leur

1.041

1.058

1.025

33 V

-3,1%

Halderberge

736

728

706

22 V

-3,0%

Loon op Zand

676

732

710

22 V

-3,0%

Moerdijk

1.217

1.079

1.048

31 V

-2,9%

Oosterhout

1.505

1.466

1.421

45 V

-3,1%

Roosendaal

2.038

2.011

1.951

60 V

-3,0%

Rucphen

528

535

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16236057/2