5. BWB Aanbieding ontwerp Programmabegroting 2025
Tekst van het document
20.687
20.815
21.368
22.344
23.266
24.225
Totaal baten exploitatie
20.687
20.815
21.368
22.344
23.266
24.225
Resultaat voor bestemming
1.351
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
1.351
-
-
-
-
-
Bijdrage deelnemers
Mutaties in reserves Resultaat na bestemming
Begroting 2025
42
3. TOELICHTING OP DE BATEN EN LASTEN 2025 Algemeen Voordat wordt ingegaan op de confrontatie tussen de begroting 2024 en 2025 voor de diverse programma’s wordt eerst inzicht gegeven in de uiteindelijke verwerking van de kadernota 2025. Er worden enkele componenten beschreven die in de verdere cijfers zijn verwerkt.
Omschrijving (× € 1.000)
Kadernota 2025
Primaire begroting 2024
20.815
20.815
-
Correctie indexatie 2024*
219
414
-195
PM (-745)
-745
-
Tarief- en productiestijging 2025**
1.079
884
195
Proceskosten Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM 2025
PM (-)
-
-
Totaal primaire begroting 2025
21.368
21.368
-
Proceskosten Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM 2024*
Begroot 2025
Verschil
*) Zal naar verwachting de basis vormen voor de eerste bestuursrapportage 2024. **) Wordt in de kadernota 2025 uitgesplist naar loon- en prijscompensatie 2025 en ontwikkeling productie-kwantiteiten 2025.
Op basis van het bovenstaande beeld is de begroting onder de streep in lijn met de kaders zoals geschetst in de kadernota 2025 - 2028. De totale primaire begroting 2025 komt daarmee uit op een bedrag van € 21.368.000
Allereerst is de actualisatie tarief- en productiestijging 2024 doorgevoerd. Conform de kadernota 2025 bedraagt deze stijging 5,1% voor personele lasten en 3,8% voor materiële lasten. De begroting vertoont echter een verschil van € 195.000 ten opzichte van de kadernota, omdat enkele budgettaire aanpassingen noodzakelijk zijn. Deze aanpassingen omvatten met name een verhoging van twee budgetten, te weten: opleidingen/vorming en door te schuiven btw.
Daarnaast is er een tariefs- en productiestijging verwerkt voor 2025. In de kadernota 2025 staat beschreven dat dit 5,8% voor personele lasten bedraagt en 2,5% voor materiële lasten. De werkelijke uitvraag in de begroting ten opzichte van de kadernota is echter € 195.000 lager, omdat er kritisch is gekeken naar de (met name materiële) budgetten.
De Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en BPM heeft in combinatie met de verwachte productie geleid tot een daling van de begroting voor € 745.000. Deze post was in de kadernota beschreven als PM-post, waarbij in de begroting een bedrag werd bepaald. De opbouw van het precieze budget wordt beschreven onder het programma Waarderen.
Begroting 2025
43
Verschillen begroting 2025 ten opzichte van begroting 2024 In de verdere toelichting is inzicht gegeven op de belangrijkste verschillen tussen de primaire begroting 2024 en 2025 per programma. Ook is de kolom realisatie 2023 te zien. In de toelichting omtrent de volgende programma’s wordt alleen ingegaan op wijzigingen van meer dan € 100.000. Kleinere wijzigingen worden weergegeven onder ‘overige kleine verschillen’.
€ 408.000 V
Programma Waarderen
Het programma Waarderen is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving (× € 1.000)
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
Lasten
5.805
5.820
6.157
337 N
Loonkosten huidig personeel
3.185
4.230
4.557
327 N
Inhuur personeel
1.159
-
-
-
Beheer WOZ-administratie
336
360
340
20 V
Taxeren en herwaarderen
184
170
200
30 N
Griffie- en proceskosten waarderen
941
1.060
315
745 V
-
-
-
-
5.805
5.820
5.412
Baten
Saldo Waarderen
408 V
Verschillen (> € 100.000) De personele lasten zijn verhoogd met een bedrag van € 327.000. Een uitgebreidere toelichting op de personele lasten wordt vermeld onder het hoofdstuk Overhead, Personeelslasten.
Griffie- en proceskosten waarderen De griffie- en proceskosten waarderen zijn verlaagd met een bedrag van € 745.000. Het budget voor proceskostenvergoedingen moet toereikend zijn om de vergoedingen gedurende het boekjaar te kunnen verstrekken en ultimo 2025 een voorziening te kunnen vormen voor de verplichtingen die voortvloeien uit de openstaande bezwaren en beroepen welke ontvangen zijn in 2025.
Er is een verwachting opgesteld van het benodigde budget op basis van: -
het verwachtte aantal waardebezwaren en (als afgeleide hiervan) beroepen;
-
een verwachting van het aandeel bezwaren en beroepen waarbij de belanghebbende zich laat vertegenwoordigen;
-
een verwachting van het toekenningspercentage;
-
een verwachting van de gemiddelde kosten per bezwaar en beroep.
Begroting 2025
44
In de basis is het budget opgesteld op basis van ‘P × Q’: -
Het prijselement (P) is redelijk betrouwbaar te schatten. Het voornaamste deel van de proceskostenvergoedingen is als gevolg van de wettelijke wijziging verlaagd met 75%.
-
De aantallen (Q) bevat uitgangspunten die onderbouwd zijn op basis van ervaringscijfers maar waarvan geconcludeerd moet worden dat deze de nodige onzekerheid bevatten (zie voor een toelichting hierop het programma Waarderen).
De raming is als volgt: Onderdeel
Prijs
Aantal
Budget
Bezwaren
€ 224
906
€
203.000
Beroepen
€ 321
155
€
50.000
€
253.000
Totaal
Om rekening te houden met de onzekerheden wordt vanuit het voorzichtigheidsprincipe deze raming met 25% (€ 62.000) verhoogd. Afgerond is daarom een bedrag van € 315.000 opgenomen in de begroting.
Overige kleine verschillen De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 10.000 nadelig. De voordelige bijstelling binnen de WOZ-administratie heeft met name te maken met de aanbesteding van oblieke en rechte luchtfotografie. Dit terwijl het budget taxeren en herwaarderen is verhoogd om het meer in lijn te brengen met de gerealiseerde lasten inclusief indexaties.
Begroting 2025
45
€ 96.000 N
Programma Heffen Het programma Heffen is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving (× € 1.000)
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
Lasten
2.360
2.551
2.647
96 N
Loonkosten huidig personeel
1.924
2.342
2.426
84 N
Inhuur personeel
173
-
-
-
Kosten BAG
34
45
45
-
(Controle)kosten gegevensbeheer
213
147
159
12 N
Griffie- en proceskosten heffen
16
17
17
-
Baten
-
-
-
-
Saldo
2.360
2.551
2.647
96 N
Verschillen (> € 100.000) Het programma Heffen bevat geen verschillen groter dan € 100.000.
Overige kleine verschillen De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 96.000 nadelig en bestaan voornamelijk uit loonkosten. De personele lasten zijn verhoogd met een bedrag van € 84.000. Een uitgebreidere toelichting op de personele lasten wordt vermeld onder het hoofdstuk Overhead, Personeelslasten.
Begroting 2025
46
€ 113.000 N
Programma Invordering
Het programma Invordering is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving (× € 1.000)
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
Lasten
2.069
2.388
2.501
113 N
Loonkosten huidig personeel
1.905
2.165
2.311
146 N
-
-
-
-
Financiële invordering
110
164
131
33 V
Dwanginvordering
54
59
59
-
-
-
-
-
2.069
2.388
2.501
Inhuur personeel
Baten
Saldo Invordering
113 N
Verschillen (> € 100.000) De personele lasten zijn verhoogd met een bedrag van € 146.000. Een uitgebreidere toelichting op de personele lasten wordt vermeld onder het hoofdstuk Overhead, Personeelslasten.
Overige kleine verschillen De overige verschillen vormen in totaal een afwijking van € 33.000 voordelig. De afwijking bestaat voornamelijk uit een goedkoper aanbesteed bankcontract.
Begroting 2025
47
€ 813.000 N
Overhead
Het programma Overhead en financiering is te specificeren in de volgende onderdelen: Omschrijving (× € 1.000)
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
Lasten
9.095
9.970
10.723
753 N
Personeel
3.046
3.707
4.059
352 N
Inhuur derden
449
675
710
35 N
Overige personele kosten
611
415
640
225 N
Bedrijfsvoering
326
359
387
28 N
Kantoorkosten
549
759
706
53 V
1.923
2.055
2.053
2 V
948
800
818
18 N
1.243
1.200
1.350
150 N
Baten
397
225
165
60 N
Bijdragen loonkosten
140
-
-
-
Bijdrage garantiesalarissen
124
85
110
25 V
Bijdrage print en portokosten
-5
115
-
115 N
138
25
55
30 V
8.698
9.745
10.558
813 N
Informatisering/automatisering Huisvesting Door te schuiven BTW
Bijdrage overige goederen en diensten
Saldo Overhead
Verschillen (> € 100.000) Personeelslasten (€ 944.000 N) De salarislasten worden direct toegewezen aan de verschillende programma's waarop ze betrekking hebben. Vanaf de begroting 2021 worden de kosten voor ingehuurde medewerkers volledig toegewezen aan het overheadprogramma en niet meer aan andere programma's. Wanneer er sprake is van inhuur binnen de programma's waarderen, heffen of invordering, wordt beoordeeld of het totale inhuurbudget hiervoor toereikend is. Bij het opstellen van de jaarstukken worden de werkelijke kosten voor inhuur geboekt ten laste van de betreffende programma's.
Begroting 2025
48
Personeelslasten (× € 1.000)
Begroot 2024
Begroot 2025
Verschil
Loonkosten programma Waarderen
4.230
4.557
-327
Loonkosten programma Heffen
2.342
2.426
-84
Loonkosten programma Invordering
2.165
2.311
-146
Loonkosten Overhead
3.407
3.709
-302
Subtotaal salariskosten
12.144
13.003
-859
Garantiesalarissen Overhead
85
110
-25
Woon-werkverkeer Overhead
150
155
-5
Gratificaties Overhead
65
85
-20
Inhuur derden
675
710
-35
Subtotaal overige loonkosten
975
1.060
-85
13.119
14.063
-944
Totaal personeelslasten
In de bovenstaande tabel wordt een totaalbeeld geschetst van de totale personeelslasten in 2025. De stijging van de salarislasten met € 859.000 ten opzichte van 2024 wordt veroorzaakt door:
1. Salarisindexatie 2024 en 2025 (€ 937.000 N) In de primaire begroting 2024 is rekening gehouden met een indexatie van 4,2%. Op basis van de kadernota 2025 wordt dit percentage gecorrigeerd aan de hand van de meest actuele inzichten. Op basis van het cao-akkoord 2024 is rekening gehouden met een salarisstijging van 5,1%. Dit levert een extra last op van € 224.000 ten opzichte van 2024. Daarnaast is voor 2025 rekening gehouden met een indexatie van 5,8%, wat resulteert in een nadeel van € 713.000.
2. Formatiewijziging (€ 78.000 V) Zoals in de beleidsindicatoren al vermeld wordt er per 2025 een formatie gehanteerd van 142,3 fte. De formatiedaling van 1,0 fte ten opzichte van 2024 resulteert in een daling van € 78.000. Deze daling vindt plaats binnen het programma Heffen.
Overige personeelskosten (€ 225.000 N) De overige personeelskosten zijn verhoogd met € 225.000. Deze wijziging bestaat voornamelijk uit drie verschillende onderdelen: -
Allereerst is het vormings- en opleidingsbudget verhoogd met € 100.000 zodat er voldoende geïnvesteerd kan worden in kennis en kunde voor nieuw en huidig personeel.
-
Ook de representatiekosten zijn toegenomen met € 45.000 om personeel voldoende te belonen voor hun werkzaamheden en om beter aan te sluiten bij de realisatie 2023.
-
Als laatste is het budget reis- en verblijfkosten verhoogd met € 45.000. Op deze manier sluit het budget beter aan op de realisatie 2023, wordt de nieuwe regeling omtrent dienstreizen- en reiskostenvergoeding toegepast en is de fietsregeling verwerkt.
Begroting 2025
49
Door te schuiven BTW (€ 150.000 N) Op basis van de in de begroting 2025 geraamde materiële en inhuurlasten, waarover BTW verschuldigd is, is de raming van de post door te schuiven BTW verhoogd met € 150.000 ten opzichte van de begroting 2024 tot een totaalbedrag van € 1.350.000. Dit bedrag ligt in lijn met de werkelijk door te schuiven BTW over het jaar 2023 en kan door de deelnemers worden teruggevraagd via het Btw-compensatiefonds (BCF).
Bijdrage print- en portokosten (€ 115.000 N) De bijdrage print- en portokosten komt te vervallen in de begroting 2025. Per 2024 worden er namelijk geen kosten meer in rekening gebracht bij de BWB van MijnOverheid en DigiD. Deze werden in het verleden doorbelast aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en het Waterschap Brabantse Delta.
Overige kleine verschillen De overige kleine afwijkingen met betrekking tot de overheadlasten zijn uit te splitsen in: Overige loonkosten
€
85.000 N
Bedrijfsvoering
€
28.000 N
Kantoorkosten
€
53.000 V
Informatisering/automatisering
€
2.000 V
Huisvesting
€
18.000 N
De voornaamste wijzigingen in de lasten bestaan uit het indexeren van het inhuurbudget, het verlagen van de print- en portokosten (kantoorkosten) zoals ook in de bijdrage is toegepast en het verlagen van de energiekosten als gevolg van een goedkopere aanbesteding dan vooraf was voorzien.
De overige kleine afwijkingen met betrekking tot de overheadbaten zijn uit te splitsen in: Bijdrage garantiesalarissen
€
25.000 V
Bijdrage overige goederen en diensten
€
30.000 V
De voornaamste wijzigingen in de baten bestaan uit het corrigeren van de garantiesalarissen zoals ook verwerkt in de overige loonkosten. Daarnaast is het budget overige bijdrage geactualiseerd op basis van de realisatie 2023.
Begroting 2025
50
€ 241.000 V
Treasury De post treasury is als volgt te specificeren: Omschrijving (× € 1.000)
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
Lasten
7
6
5
1 V
Rentelasten
7
6
5
1 V
Baten
357
190
430
240 V
Rentebaten
357
190
430
240 V
Saldo Treasury
-350
-184
-425
241 V
Verschillen (> € 100.000) De renteopbrengsten zijn de verwachte opbrengsten in 2025 van de bankrekening bij de rekeningcourantverhouding van het Rijk. Er is een inschatting gemaakt dat het rentepercentage gemiddeld 3,9% bedraagt. De renteopbrengsten nemen hierdoor met € 240.000 toe.
€0
Onvoorzien De post onvoorzien is als volgt te specificeren: Omschrijving (× € 1.000)
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
Lasten
-
80
80
-
Onvoorzien
-
80
80
-
Saldo Onvoorzien
-
80
80
-
Begroting 2025
51
€ 373.000 V
Bijdrage deelnemers De post bijdrage deelnemers ontwikkelt zich als volgt: Realisatie 2023
Omschrijving (× € 1.000)
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
Baten
19.933
20.400
20.773
373 V
Bijdrage deelnemers
19.933
20.400
20.773
373 V
Saldo Bijdrage deelnemers
19.933
20.400
20.773
373 V
Toelichting De kosten van de BWB worden volledig doorbelast aan de deelnemers. De stijging van de lasten leidt tot een verhoging van de deelnemersbijdrage met € 373.000. De stijging is verderop gedetailleerd toegelicht.
Specificatie deelnemersbijdrage 2025 Het verloop van de deelnemersbijdrage over de periode 2024 en 2025 geeft onderstaand structureel beeld voor alle deelnemers.
Deelnemers (× € 1.000)
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil 2024 - 2025 Bedrag
%
Compensatie BTW 2025
Bergen op Zoom
1.680
1.838
1.805
33 V
1,8%
117
Breda
3.794
4.402
3.989
413 V
9,4%
259
Dongen
566
574
615
41 N
-7,1%
40
Etten-Leur
934
1.094
1.041
53 V
4,8%
68
Halderberge
665
726
736
10 N
-1,4%
48
Loon op Zand
634
507
676
169 N
-33,3%
44
Moerdijk
1.104
1.081
1.217
136 N
-12,6%
79
Oosterhout
1.396
1.385
1.505
120 N
-8,7%
98
Roosendaal
1.877
1.993
2.038
45 N
-2,3%
132
Rucphen
479
502
528
26 N
-5,2%
34
Woensdrecht
540
560
592
32 N
-5,7%
38
Zundert
664
712
696
16 V
2,2%
45
Brabantse Delta
4.249
5.026
5.335
309 N
-6,1%
-
Totaal deelnemers
18.582
20.400
20.773
373 N
-1,8%
1.002
Begroting 2025
52
Deelnemers (× € 1.000)
Begroting 2024
Mutatie A
Mutatie B
Mutatie C
Begroting 2025
Bergen op Zoom
1.838
-44
-66
77
1.805
Breda
4.402
-407
-175
169
3.989
Dongen
574
39
-24
26
615
Etten-Leur
1.094
-72
-24
43
1.041
Halderberge
726
1
-22
31
736
Loon op Zand
507
174
-33
28
676
Moerdijk
1.081
125
-41
52
1.217
Oosterhout
1.385
109
-53
64
1.505
Roosendaal
1.993
17
-58
86
2.038
Rucphen
502
17
-14
23
528
Woensdrecht
560
27
-20
25
592
Zundert
712
-8
-38
30
696
Brabantse Delta
5.026
22
57
230
5.335
Totaal deelnemers
20.400
-
-511
884
20.773
De wijziging van de deelnemersbijdrage bestaat uit drie componenten. Deze componenten zijn hierboven één voor één in beeld gebracht. Dit resulteert in een totale deelnemersbijdrage van € 20.773.000. De componenten zijn als volgt: A) De eerste mutatie bestaat uit de productiewijzigingen ten aanzien van de kostenverdeelstaat. Op basis van de totale bijdrage uit de primaire begroting 2024 is een nieuwe doorrekening gemaakt met de begrote productiekwantiteiten en personeelsinzet per 2025. Dit zorgt voor een interne verschuiving van bijdrage. B) De tweede mutatie bestaat uit de indexatiecorrectie 2024 volgens de kadernota 2025. De bijdragedaling van € 511.000 bestaat uit het cao-akkoord 2024, 5,1% personeelsindexatie, 3,8% materiële indexatie en de verwerking van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM. C) De laatste mutatie bestaat uit de indexatie 2025 volgens de kadernota 2025. De bijdragewijziging van € 884.000 bestaat uit 5,8% personeelsindexatie en 2,5% materiële indexatie.
De onderlinge verschillen van 9,4% bij de gemeente Breda ten opzichte van -33,3% bij de gemeente Loon op Zand zoals op de vorige pagina getoond, zijn voornamelijk het gevolg van de productie-wijzigingen in combinatie met de herziene personeelsinzet (mutatie A). De overige mutaties hebben ongeveer een evenredig effect. Op de volgende pagina wordt dan ook een verdergaande analyse gegeven van de verschillen in mutatie A.
Begroting 2025
53
Analyse procentuele verschillen per deelnemer Zoals reeds beschreven wijkt de deelnemersbijdrage procentueel af als gevolg van de productiewijzigingen en personeelsinzet ten opzichte van 2024, waarbij stijgende bijdragen in het rood zijn weergegeven. Per deelnemer is het effect als volgt:
Bergen op Zoom
2,4%
Oosterhout
-7,9%
Breda
9,2%
Roosendaal
-0,9%
Dongen
-6,8%
Rucphen
-3,4%
Etten-Leur
6,6%
Woensdrecht
-4,8%
Halderberge
-0,1%
Zundert
1,1%
Loon op Zand
-34,3%
Brabantse Delta
-0,4%
Moerdijk
-11,6%
De onderlinge wijziging van de gemeentelijke deelnemersbijdrage vindt voornamelijk zijn oorsprong binnen de verhouding verwachte ingediende waardebezwaren. De bijdragestijging van onder andere de deelnemers Loon op Zand en Moerdijk is hieronder verklaard aan de hand van de productie. Dit ten opzichte van een dalende productie van de Gemeente Etten-Leur en Breda. De overige productieaantallen zorgen voor kleinere onderlinge effecten.
Gemeente
Productie 2024*
Productie 2025*
Verschil
Verschil %
Bergen op Zoom
1.690
1.620
-70
-4%
Breda
5.500
4.380
-1.120
-26%
Dongen
440
570
130
23%
Etten-Leur
910
670
-240
-36%
Halderberge
550
560
10
2%
Loon op Zand
330
760
430
57%
Moerdijk
710
1.100
390
35%
Oosterhout
950
1.300
350
27%
Roosendaal
1.380
1.520
140
9%
Rucphen
330
370
40
11%
Woensdrecht
380
480
100
21%
Zundert
840
870
30
3%
Totaal
14.010
14.200
190
1%
*Dit zijn de begrote aantallen waardebezwaren per deelnemer.
Begroting 2025
54
Meerjarenperspectief deelnemersbijdrage 2025 – 2028 Op basis van de algemene financiële uitgangspunten, zijn de deelnemersbijdragen in beeld gebracht voor de jaren 2025 tot en met 2028.
Deelnemer (× € 1.000)
Begroot 2025
Begroot 2026
Begroot 2027
Begroot 2028
Bergen op Zoom
1.805
1.888
1.967
2.049
Breda
3.989
4.173
4.347
4.528
Dongen
615
643
670
698
Etten-Leur
1.041
1.089
1.135
1.182
Halderberge
736
770
802
836
Loon op Zand
676
707
737
767
Moerdijk
1.217
1.273
1.326
1.382
Oosterhout
1.505
1.575
1.640
1.709
Roosendaal
2.038
2.132
2.221
2.314
Rucphen
528
552
575
599
Woensdrecht
592
619
645
672
Zundert
696
728
759
790
Brabantse Delta
5.335
5.584
5.815
6.056
Totaal deelnemers
20.773
21.733
22.639
23.582
Incidentele baten en lasten Binnen de begroting 2025 zijn er geen incidentele baten en lasten.
Mutaties reserves Er vinden in de begroting 2025 geen mutaties in reserves plaats.
Begroting 2025
55
3. UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE Algemeen In dit hoofdstuk wordt op hoofdlijnen een uiteenzetting gegeven van de financiële positie van de BWB. In de paragraaf financiering is de financieringsfunctie van de BWB beschreven. Daar is met name aandacht besteed aan treasury, renterisico’s en de kasgeldlimiet. De BWB beschikt bij het opstellen van deze begroting niet over een algemene reserve.
Geprognosticeerde balans In deze geprognosticeerde balans is uitgegaan van bestaand beleid. Er is rekening gehouden met verwachte investeringen zoals het investeringskrediet voor de vervanging van de belasting-, waarderings, en financiële applicaties van de BWB.
Balans
Balans
Balans
Balans
Balans
Balans
01-01-‘24
01-01-‘25
01-01-‘26
01-01-‘27
01-01-‘28
01-01-‘29
1.181
1.168
817
504
322
214
Uitzettingen korte dan 1 jr.
4.665
4.532
4.733
4.896
4.928
4.886
Liquide middelen
3.001
-
-
-
-
-
Overlopende activa
251
251
251
251
251
251
10.177
5.951
5.801
5.651
5.501
5.351
Omschrijving (× € 1.000) ACTIVA Vaste activa Materiele vaste activa Vlottende activa
Totaal activa
Omschrijving (× € 1.000)
Balans
Balans
Balans
Balans
Balans
Balans
01-01-‘24
01-01-‘25
01-01-‘26
01-01-‘27
01-01-‘28
01-01-‘29
PASSIVA Vaste passiva Bestemmingsreserves
1.351
-
-
-
-
-
Voorzieningen
659
931
931
931
931
931
Vaste schulden langer 1 jr.
750
600
450
300
150
-
Schulden korter dan 1 jr.
4.137
4.137
4.137
4.137
4.137
4.137
Overlopende passiva
3.280
283
283
283
283
283
Totaal passiva
10.177
5.951
5.801
5.651
5.501
5.351
Vlottende passiva
Begroting 2025
56
4. EMU-SALDO In het BBV wordt middels artikel 23, lid d, voorgeschreven dat de ontwikkeling van het EMU-saldo moet worden opgenomen in de begroting en de jaarstukken. Het EMU-saldo is het saldo van inkomsten en uitgaven van de overheid op transactiebasis (moment van levering) in een bepaalde periode. Om de overheidsfinanciën in de Eurozone robuust te houden, zijn in Europees verband afspraken gemaakt over het toegestane maximale tekort van het EMU-saldo op nationaal niveau. Omdat het EMU-saldo van alle decentrale overheden onderdeel uitmaakt van het EMU-saldo op nationaal niveau is het daarmee ook relevant voor de decentrale overheden om het eigen EMU-saldo te volgen.
Hieronder is een berekening van het EMU-saldo weergegeven.
Jaartal (× € 1.000)
T-1
T
T+1
T+2
T+3
2024
2025
2026
2027
2028
Kapitaalverstrekkingen en leningen
-
-
-
-
-
Uitzettingen
-
-
-
-
-
Uitzettingen
1.513
1.513
163
32
-42
Liquide middelen
-
-
-
-
-
Overlopende activa
-
-
-
-
-
-150
-150
-150
-150
-150
Vlottende schuld
-
-
-
-
-
Overlopende passiva
-
-
-
-
-
Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (i)materiële vaste activa
-
-
-
-
-
1.663
351
1.663
1.663
108
Financiële vaste activa Activa Vlottende activa
Vaste Passiva Vaste schuld Passiva
Vlottende passiva
EMU-SALDO
Begroting 2025
57
5. OVERZICHT BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Op grond van artikel 7, lid 3 van de BBV-provincies en gemeenten dient in de begroting een overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld te worden opgenomen.
Naam taakveld (× € 1.000)
Nr.
Lasten 2025
Baten 2025
Saldo
0.10
Mutaties reserves
-
-
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
-
-
0.4
Ondersteuning organisatie (Overhead)
10.723
165
-10.558
0.5
Treasury
5
430
425
0.64
Belastingen overig
10.560
20.773
10.213
0.8
Overige baten en lasten
80
-
-80
21.368
21.368
-
Totaal
Voor de diverse belastingsoorten zijn in de BBV-voorschriften verschillende taakvelden toegekend. Voor de BWB is het in praktische zin niet mogelijk om de baten en lasten over deze diverse taakvelden toe te rekenen. In dat kader is ervoor gekozen om de baten en lasten die direct zijn toe te rekenen aan belastingen integraal te verantwoorden onder het taakveld 0.64 Belastingen Overig.
Begroting 2025
58
BIJLAGEN Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2025 en volgende jaren Toelichting
I(ncidenteel) S(tructureel)
Financiële omvang
Kans
Berekend risico
Stijging beroepen WOZ
De BWB heeft significant minder bezwaren toegekend in 2023, onzeker is of de NCNP-bureaus als gevolg hiervan meer in beroep zullen gaan. Het (budgettaire) effect hiervan in 2024 en 2025 is niet betrouwbaar vast te stellen (ook omdat mogelijk het aantal bezwaren in 2024 en 2025 kan dalen).
I
€ 265.000
50%
€ 132.500
Hoogte proceskostenvergoedingen
De “Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM” is sinds 01-01-2024 van kracht. Deze wet verlaagt de proceskostenvergoedingen, deze verlaging heeft de BWB verwerkt in de begroting 20252028. Er is een kans dat de Hoge Raad de verlaging van de proceskostenvergoedingen weer terug gaat draaien waarmee het voordeel op dit budget zoals verwerkt in de begroting zou vervallen.
I
€ 744.000
50%
€ 372.000
S
€ 160.000
25%
€ 40.000
S
€ 750.000
7,5%
€ 56.250
Risico Risico’s primaire proces
Risico’s met betrekking tot bedrijfsvoering De economie zorgt voor een krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor is het moeilijker en vergt het meer tijd om cruciale functies ingevuld te krijgen. Invullen vacatures
Door aanpassingen in de werving en selectie slaagt de BWB erin de meeste vacatures toch ingevuld te krijgen. Dit uit zich in een hogere bezettingsgraad. De functie van taxateur vormt hierop een uitzondering. Dit is aanleiding om het risico te verlagen.
Risico’s met betrekking tot automatisering Aansprakelijkheid in verband met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)
De uitvoering van de AVG is voor een data gestuurde organisatie als de BWB extra risicogevoelig. Ondanks getroffen maatregelen blijft het risico van bijvoorbeeld een datalek aanwezig.
€ 600.750
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
Begroting 2025
59
Bijlage 2: Richtlijnen deelnemers Door de deelnemers zijn de onderstaande (aanvullende) financiële richtlijnen vastgesteld. Per richtlijn is aangegeven op welke wijze hier bij de uitwerking in de begroting mee is omgegaan. 1. We verwachten van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling dat zij uiterlijk 15 april 2024, maar bij voorkeur vóór 1 april 2024, een structureel sluitende meerjarenbegroting voor komende vier jaar aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de inhoudelijke en financiële uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer.
Een structureel sluitende meerjarenbegroting is het uitgangspunt uit de kadernota en verwerkt in de begroting 2025, een meerjarenperspectief van deelnemersbijdrage is opgenomen op pagina 52.
2. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken opgenomen, behalve als dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten.
De begroting komt tot stand tot stand op basis van de ramingen zoals deze zijn opgenomen in de laatst vastgestelde meerjarenbegroting (2024-2027) waarop een nacalculatie wordt uitgevoerd. Tot bestaand beleid behoort de uitvoering van het takenpakket zoals opgenomen in de beleidsbegroting. De volgende wijzigingen (in wet- en regelgeving) zijn toegelicht in de kadernota 2025: De samenhangende objectenregistratie (SOR) (tijdspad onbekend)*, Omgevingswet (Ow), Wet kwaliteitsborging (Wkb) (Inwerkingtreding 01-01-24), Aanpassing belastingstelsel water-schappen (inwerkingtreding 2026) en Wet Stroomlijnen onderdeel rechtsbescherming bij belastingschulden (inwerkingtreding 2027 of later).
Het AB heeft geen besluiten genomen over (financiële) effecten van bovenstaande ontwikkelingen. De
uitgangspunten
voor
de
begroting
blijven
ongewijzigd.
De
Wet
Herwaardering
Proceskostenvergoedingen WOZ en BPM heeft een ‘open einde karakter’ de effecten hiervan zijn zo betrouwbaar mogelijk verwerkt in de begroting 2025.
Begroting 2025
60
3. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve twee jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de Gemeenschappelijke Regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de Gemeenschappelijke Regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen.
Bij het opstellen van deze begroting heeft het AB (nog) niet besloten tot de instelling van reserves. Zie tevens richtlijn 5.
4. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende cao-indexering, overige cao-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente Rijkscirculaire voor zowel de loon- als de prijsindex.
Toegepast voor 2025 is de loonvoet sector overheid uit de Septembercirculaire gemeentefonds 2023.
5. Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke cao-indexering, overige cao-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd.
Dit maakt onderdeel uit van het voorstel omtrent resultaatbestemming bij de jaarrekening 2023.
6. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen.
De benodigde productie is in de begroting verwerkt op basis van de meest recente inzichten.
7. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het Algemeen Bestuur.
Dit is het uitgangspunt, het AB ontvangt bij de jaarrekening een voorstel tot resultaatbestemming.
Begroting 2025
61
8. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de Gemeenschappelijke Regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de Gemeenschappelijke Regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit.
Zie de uitwerking in de verplichte paragrafen, paragraaf 1: Weerstandsvermogen & risico-beheersing.
Aanvullende financiële richtlijnen 1. De reserve zoals aangegeven bij punt 5 van de financiële richtlijnen mag alleen worden gevormd uit een positief resultaat bij de jaarrekening (en dus niet uit een verhoging van de deelnemers-bijdrage). 2. In afwijking van punt 7 van de financiële richtlijnen en in aanvulling op punt 1 van deze aanvullende richtlijnen mag de BWB een eventueel positief resultaat bij de jaarrekening aanwenden voor het vormen van een algemene reserve.
Zie richtlijn 5
Begroting 2025
62
Proces Product Sub-product
Tarieven Bergen op Zoom Breda Dongen Etten-Leur Halderberge Loon op Zand Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht Zundert Brabantse Delta
Totaal deelnemers
Verdeelsleutel Aantallen Bergen op Zoom Breda Dongen Etten-Leur Halderberge Loon op Zand Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht Zundert Brabantse Delta
Totaal deelnemers
EXOTEN Product Verdeelsleutel Tarieven Bergen op Zoom Breda Dongen Etten-Leur Halderberge Loon op Zand Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht Zundert Brabantse Delta
Totaal deelnemers
ALGEMEEN WAARDEREN Vaste bijdrage WOZ-administratie Taxeren/waarderen Waardebezwaren € € € € € € € € € € € € € € €
14.700 14.700 14.700 14.700 14.700 14.700 14.700 14.700 14.700 14.700 14.700 14.700 14.700 14.700 191.100
Vast bedrag 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 13
TOTAAL
€ € € € € € € € € € € € € €
13.000 168.800 16.700 35.600 11.900 39.400 38.000 46.500 73.100 9.500 24.900 21.400 402.300 901.100
€ € € € € € € € € € € € € € €
9,01 353.900 120.700 209.800 149.500 111.700 186.400 277.400 391.700 107.200 111.700 108.100 2.128.100
€ € € € € € € € € € € € € € €
Objecten 39.300
Precariobelasting
120 4.210 400 80 190 5.000
€ € € € € € € € € € € € € € €
273,61 443.300 1.198.400 156.000 183.300 153.200 207.900 301.000 355.700 415.900 101.200 131.300 238.000 3.885.200
€ 1.279.000 € 2.470.900 € 441.000 € 678.700 € 506.200 € 471.600 € 741.200 € 1.010.700 € 1.340.900 € 354.300 € 395.000 € 493.200 € € 10.182.700
Objecten Waardebezwaren 39.300 1.620 103.800 4.380 13.400 570 23.300 670 16.600 560 12.400 760 20.700 1.100 30.800 1.300 43.500 1.520 11.900 370 12.400 480 12.000 870 14.200 340.100
13.400 23.300 16.600 12.400 20.700 30.800 43.500 11.900 12.400 12.000 236.300
Regels
12,26 481.800 1.272.500 164.300 285.600 203.500 152.000 253.800 377.600 533.300 145.900 152.000 147.100 4.169.400
Totaal
€ € € € € € € € € € € € € € €
19,37 2.300 81.600 7.700 1.500 3.700 96.800
Regels
€ € € € € € € € € € € € € € €
Gegevensbeheer Basis Exoten BAG 0,90 € 6,04 128.300 € 13.000 € 277.900 € 168.800 € 35.700 € 16.700 € 84.800 € 35.600 € 54.700 € 11.900 € 35.400 € 39.400 € 55.500 € 38.000 € 183.000 145.500 € 46.500 € 144.200 € 73.100 € 53.100 € 9.500 € 42.400 € 24.900 € 51.600 € 21.400 € 1.210.900 € 402.300 € 2.320.000 € 901.100 € 183.000
Aanslagregels 142.500 308.700 39.700 94.200 60.800 39.300 61.700 161.600 160.200 59.000 47.100 57.300 1.345.000 2.577.100
Panden 30.300 30.300
HEFFEN Opleggen aanslagen Heffingsbezwaren € € € € € € € € € € € € € € €
0,94 35.700 99.400 12.800 23.600 15.700 12.500 20.300 31.300 41.600 12.100 12.000 12.100 424.600 753.700
€ € € € € € € € € € € € € € €
158,45 79.200 269.400 23.800 71.300 31.700 23.800 47.500 71.300 110.900 15.800 30.100 39.600 475.400 1.289.800
€ 256.200 € 815.500 89.000 € € 215.300 € 114.000 € 111.100 € 344.300 € 294.600 € 369.800 90.500 € € 109.400 € 124.700 € 2.513.200 € 5.447.600
Aanslagen Heffingsbezwaren 38.100 500 106.200 1.700 13.700 150 25.200 450 16.800 200 13.400 150 21.700 300 33.500 450 44.500 700 12.900 100 12.800 190 12.900 250 453.700 3.000 805.400 8.140
Reclamebelasting
1.170 140 230 250 1.060 2.850
€ € € € € € € € € € € € € € €
Totaal
Toeristenbelasting Hondenbelasting Aanslagen Regels € 43,10 € 119,18 € 90 € 10.700 € 110 € 13.100 50.400 € 6.000 50 € 6.000 3.860 € 1.200 10 € 7.200 € 60 € 2.680 € 120 € 14.300 9.900 70 € 8.300 € 10.800 80 € 9.500 5.410 € € 45.700 80 € 9.500 80 € 9.500 € 80 € 9.500 2.710 € 100 € 11.900 € € € 122.800 930 € 110.700 14.660 €
5,69 22.000 15.200 30.800 15.400 83.400
Regels
-
-
50 10 10 10 40 10 30
20 180
€ € € € € € € € € € € € € € €
3,14 119.500 333.100 43.000 79.000 52.700 42.000 68.100 105.100 139.600 40.500 40.100 40.500 1.423.100 2.526.300
Aanslagen 38.100 106.200 13.700 25.200 16.800 13.400 21.700 33.500 44.500 12.900 12.800 12.900 453.700 805.400
Leges
-
INVORDERING Financiële invordering Dwanginvordering
€ € € € € € € € € € € € € € €
473,72 23.700 4.700 4.700 4.700 18.900 4.700 14.200 9.500 85.100
Regels
€ € € € € € € € € € € € € € €
173,22 135.100 355.100 27.700 53.700 48.500 36.400 48.500 79.700 173.200 27.700 32.900 22.500 1.384.000 2.425.000
Dwangbevelen 780 2.050 160 310 280 210 280 460 1.000 160 190 130 7.990 14.000
Zuiveringsheffing
22.000 22.000
€ € € € € € € € € € € € € € €
18,29 402.300 402.300
Totaal
Bijdrage Incl. Btw
€ 254.600 € 688.200 € 70.700 € 132.700 € 101.200 € 78.400 € 116.600 € 184.800 € 312.800 € 68.200 € 73.000 € 63.000 € 2.807.100 € 4.951.300
€ 1.805.000 € 3.989.000 € 615.000 € 1.041.000 € 736.000 € 676.000 € 1.217.000 € 1.505.000 € 2.038.000 € 528.000 € 592.000 € 696.000 € 5.335.000 € 20.773.000
TOTAAL Compens Btw 1.350.000 € 117.000 € 259.000 € 40.000 € 68.000 € 48.000 € 44.000 € 79.000 € 98.000 € 132.000 € 34.000 € 38.000 € 45.000 € € 1.002.000
Bijdrage Excl. Btw € 1.688.000 € 3.730.000 € 575.000 € 973.000 € 688.000 € 632.000 € 1.138.000 € 1.407.000 € 1.906.000 € 494.000 € 554.000 € 651.000 € 5.335.000 € 19.771.000