CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

5 b&w Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning

commissie Algemeen Bestuur en Middelen 25 januari 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Commissie MA31.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

38

6.3.6 Grote woningaanpassingen versus verhuizen In de Wmo 2015 wordt voor alle soorten aanvragen de nadruk gelegd bij het onderzoek naar de persoonskenmerken en de mate waarin de cliënt de noodzaak tot hulp of voorzieningen had kunnen voorzien. Als uiteindelijk een maatwerkvoorziening nodig is (dat kunnen woningaanpassingen zijn) wordt wel -onveranderd- de goedkoopst adequate voorziening verstrekt. Bij met name grote woningaanpassingen wordt de afweging worden gemaakt of dit de goedkoopst adequate oplossing is c.q. of het primaat van verhuizen wordt opgelegd. Dat wil zeggen dat de woning alleen wordt aangepast wanneer verhuizen naar een geschikte woning niet mogelijk of niet de goedkoopst adequate oplossing is. 6.3.7 Voorzienbaarheid Kortheidshalve wordt hier verwezen naar paragraaf 3.11 van de beleidsregels. 6.3.8 Verhuiskosten Als men ten gevolge van plotseling opgetreden beperkingen onvoorzien met een verhuizing wordt geconfronteerd, dan kan een verhuiskostenvergoeding worden verstrekt. Ook kan een verhuiskostenvergoeding worden toegekend wanneer de cliënt een aangepaste woning, op verzoek van de gemeente verlaat. Het betreft situaties waarbij de persoon, voor wie de woning was aangepast, is verhuisd naar een AWBZ-instelling (Wlz-instelling) of wanneer een partner is overleden waarvoor de aangepaste woning noodzakelijk was.

In uitzonderlijke situaties kan een vergoeding worden geboden voor tijdelijke dubbele woonlasten, bijvoorbeeld wanneer cliënt gedurende de uitvoering van de woningaanpassing niet in de eigen woning kan wonen. Een verhuizing die samenhangt met een levensfase (bijvoorbeeld ouder worden en kleiner en gelijkvloers willen gaan wonen) is voorzienbaar. Deze verhuizingen worden als algemeen gebruikelijk beschouwd en hiervoor heeft men geld kunnen reserveren. Hiervoor wordt geen verhuiskostenvergoeding verstrekt. 6.3.9. Gemeenschappelijke ruimten Het college zet geen maatwerkvoorziening in de vorm van een woningaanpassing in, bijvoorbeeld automatische deuropeners, hellingbanen en/of het verbreden van een toegangsdeur, voor het aanpassen van een gemeenschappelijke ruimte. De (maatschappelijke) ondersteuning vanuit de Wmo is gericht op de aanvrager en strekt niet tot algemeen nut. Evengoed zal het college onderzoek doen naar de situatie van de cliënt om de situatie te beoordelen. 6.3.10 Overig Er wordt, met uitzondering van een verhuiskostenvergoeding, geen woonvoorziening verstrekt in: woningen die niet als zelfstandige woning dienst doen (hotels, pensions); woningen die niet bedoeld zijn voor permanente bewoning (tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen); (een) verhuurde kamer of kamers. 6.4. Vervoer De Wmo heeft tot doel cliënten te laten participeren in de samenleving.

Vervoer speelt hierbij een belangrijke rol. Wanneer een cliënt problemen ervaart op het gebied van vervoer, wordt onderzocht of en welke beperkingen cliënt heeft en wat de vervoersbehoefte is. Er wordt bekeken in hoeverre: • men zelf in de vervoersbehoefte kan voorzien (b.v. heeft cliënt een auto of een brommer) • of dat men hulp kan inschakelen van het eigen netwerk (b.v. kan een cliënt meerijden met de buurvouw naar de kaartclub of bijvoorbeeld een familielid uit Groningen naar cliënt laten toekomen, in plaats van daar naartoe te reizen), • cliënt gebruik kan maken van een algemene voorziening in de vorm van collectief vervoer of dat een individuele voorziening noodzakelijk is.

39

Om beperkingen en vervoersbehoefte inzichtelijk te maken onderscheiden we 3 soorten afstanden: de korte afstanden: loop- en fietsafstand in de directe omgeving (b.v. om een brief te posten of de dichtst bijzijnde winkels te bezoeken) • de middellange afstanden: dat zijn de afstanden die een persoon zonder beperkingen per fiets, brommer, auto of openbaar vervoer aflegt binnen de regio (bijvoorbeeld naar een (groter) winkelcentrum of uitgaanscentrum). • de lange afstanden; naar bestemmingen buiten de regio. Bij deze afstanden is geen absolute grens aan te geven. Wat de ene persoon bijvoorbeeld een normale fietsafstand vindt, is voor de ander een afstand om met de auto of het openbaar vervoer te gaan. Daarom zal individueel worden onderzocht op welke afstanden men beperkingen ondervindt en hoe deze het beste op te lossen zijn. Uit jurisprudentie blijkt dat om te kunnen participeren de cliënt de mogelijkheden moet hebben om jaarlijks lokaal en regionaal (tot zo'n 15 tot 20 km afstand vanaf de woning van cliënt) 1.500 tot 2.000 km moet kunnen reizen. Alle buitenregionale vervoersdoelen vallen buiten de reikwijdte van de Wmo. Hiervoor is Valys door de wetgever aangewezen. Om Valys aan te vragen moet de cliënt kunnen aantonen dat hij een Wmo-indicatie heeft voor lokaal collectief vervoer, een scootmobiel of rolstoel. Een gehandicaptenparkeerkaart of OV-begeleiderskaart volstaat ook.

6.4.1 Collectief vervoer (deeltaxi) versus individueel vervoer Wanneer een cliënt problemen ervaart op het gebied van vervoer, die hij niet zelf of met hulp van zijn sociale omgeving kan oplossen, wordt allereerst beoordeeld of de collectieve vervoersvoorziening een geschikte oplossing biedt alvorens individuele voorzieningen worden overwogen. De collectieve vervoersvoorziening (deeltaxi) is hiermee voorliggend op individuele vervoersvoorzieningen. Een individuele voorziening wordt vaak beschouwd als meest wenselijke oplossing, het is echter niet de goedkoopst adequate oplossing. Alleen wanneer (op basis van medisch advies) is vastgesteld dat de collectieve vervoersvoorziening niet voldoet (b.v. in geval van onbeheersbare incontinentie of ernstige gedragsproblemen) kan worden voorzien in individuele ritten of kan een vergoeding voor gebruik eigen auto of voor vervoer door derden worden verstrekt. Wanneer een cliënt aangewezen is op gebruik van een rolstoeltaxi, die aanzienlijk duurder is dan een gewone taxi, wordt de vergoeding hierop aangepast. 6.4.2. Deeltaxi De Deeltaxi is een collectief vervoerssysteem met (rolstoel)busjes en taxi's dat vervoer van deur tot deur biedt.

Mensen met een beperking die geen andere (eigen) oplossing voor hun vervoer hebben, kunnen op grond van hun vervoersbehoefte in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening in de vorm van de Wmo-Deeltaxipas. Daarmee kan tegen een lager tarief met de deeltaxi gereisd worden. De cliënt kan een hulpmiddel meenemen in de deeltaxi. Ook kan een medereiziger (tegen een hoger tarief) of een medisch begeleider (gratis, mits medisch gezien noodzakelijk) meereizen. Wanneer iemand in het bezit is van een geldige OV-Begeleiderskaart, dan kan men een begeleider meenemen die geen klantbijdrage hoeft te betalen. De gemeente geeft deze OV-begeleiderskaart niet uit. Om hiervoor in aanmerking te komen wordt verwezen naar de website van de Rijksoverheid, hier is informatie over de OV-begeleiderskaart te vinden. Wanneer iemand niet in aanmerking komt voor een OV-begeleiderskaart. Dan kan er sprake zijn van medische begeleiding. Er is sprake van een medisch begeleider wanneer iemand verzorging of behandeling nodig heeft tijdens de rit, of wanneer iemand niet zonder toezicht kan reizen. Voor het reizen met een medisch begeleider moet een indicatie worden gesteld door de gemeente. Of dit nodig is, wordt onderzocht door een onafhankelijk arts. Als men een dergelijke indicatie heeft, mag de cliënt niet meer zonder begeleider reizen.

Inwoners van 80 jaar en ouder komen zonder onderzoek in aanmerking voor een Wmo-deeltaxi indicatie, dit is zonder een medische indicatie voor begeleiding tijdens het vervoer.

40

Het collectief vervoerssysteem van aanvullend al dan niet openbaar vervoer bestaat uit het zogenaamde deeltaxisysteem volgens de hierna volgende opzet: a. aan de aanvrager die in aanmerking komt voor het deeltaxisysteem wordt een deeltaxipas verstrekt op vertoon waarvan rechthebbende gebruik kan maken van de deeltaxi; b. het vervoer wordt naar afstand onderscheiden in intern en extern vervoer. Als intern vervoer wordt 25 kilometer aangemerkt vanuit de eigen woning gerekend. Extern vervoer begint vanaf de 26e kilometer gerekend vanuit de eigen woning. Het extern vervoer wordt begrensd tot aan het collectief vervoersgebied van de 18 deelnemende gemeenten; c. de aanvrager is een betaling verschuldigd voor het vervoer met de deeltaxi. Voor de tarifering van het deeltaxisysteem wordt aangesloten bij de tarifering van het openbaar busvervoer, zijnde een instaptarief en een kilometertarief per rit; d. voor elke rit is de bijdrage gebaseerd op een instaptarief van één strip van € 1,08 vermeerderd met een kilometertarief van € 0,188 per kilometer; e. vanaf de 26e kilometer is een bijdrage verschuldigd van € 1,61 per kilometer; f. de betaling van de aanvrager wordt door de vervoerder in ontvangst genomen, in naam en voor rekening van de gemeente die het vervoer aanbiedt; g. een aanvrager kan zich door één begeleider laten vergezellen.

Voor de begeleider is een instaptarief verschuldigd van € 1,08 vermeerderd met een kilometertarief van € 0,188 per kilometer, tenzij de begeleiding naar het oordeel van het college medisch noodzakelijk is. In dat geval is het vervoer van de begeleider gratis. h. per jaar geldt een reisbudget van maximaal 1500 kilometer, waarmee tegen het goedkope tarief als bedoeld onder d. kan worden gereisd. In uitzonderlijke gevallen kan het college besluiten dit reisbudget te verhogen, afhankelijk van de beperkingen en de individuele vervoersbehoefte. De Provincie Noord-Brabant heeft een bindend openbaar vervoer advies ingevoerd. Dit houdt in dat wanneer bij het boeken van een rit blijkt dat er een goed OV alternatief is, alleen tegen het hoge doorreistarief gebruik gemaakt kan worden van de Deeltaxi. Voor Wmo-pashouders hebben we een uitzondering gemaakt. Tot het budget van 1500 km kunnen Wmo-pashouders tegen het lage Wmotarief reizen. Voor de kilometers boven de 1500 betalen betalen de Wmo-pashouders het OV-tarief. Dit is lager dan het doorreistarief. Op de website van Deeltaxi West-Brabant staan de actuele tarieven. 6.4.3.

Algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen Voorbeelden van algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen: • tandem (met uitzondering van een ouder-kind tandem); • fiets met lage instap, ligfiets; • spartamet/tandemmet; • rollator; • elektrische fiets/tandem (al dan niet met lage instap) voor een persoon van 16 jaar en ouder; • bakfiets, fietskar, aanhangfiets; • personenauto en de gebruikskosten die daaraan verbonden zijn; • autoaccessoires: airconditioning, stuurbekrachtiging, elektrisch bedienbare ruiten; • trekhaak Een fiets met lage instap of met elektrische trapondersteuning, zoals genoemd in de lijst, is een goed voorbeeld van een algemeen gebruikelijke voorziening. Een dergelijke fiets wordt ook gebruikt door mensen zonder beperkingen (bijvoorbeeld door mensen die een lange afstand naar hun werk of school moeten fietsen), is gewoon bij de fietsenwinkel te koop, is soms duurder dan een gewone fiets, maar is wel betaalbaar voor de meeste mensen. Dit is geen limitatieve lijst. Op grond van jurisprudentie kunnen ook andere voorzieningen als algemeen gebruikelijk worden gezien. Daarnaast geldt dat een voorziening nooit zonder meer algemeen gebruikelijk kan worden genoemd. Er moet steeds beoordeeld worden of de specifieke voorziening ook voor de cliënt in het concrete geval algemeen gebruikelijk is en financieel draagbaar met een inkomen op minimumniveau.

41

6.4.4 Aangepaste fietsen Er zijn fietsen zoals de driewielfiets en een duofiets die speciaal ontworpen en bestemd zijn voor mensen met een beperking en alleen bij gespecialiseerde bedrijven worden verkocht. Een fiets met lage instap, een fiets met hulpmotor of een fiets met trapondersteuning zijn niet speciaal ontworpen voor mensen met een beperking en worden in de reguliere handel verkocht. Daarom worden deze als algemeen gebruikelijk beschouwd. Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die voldoet aan de volgende criteria: 1. een voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking, en; 2. die daadwerkelijk beschikbaar is, en; 3. een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie, en; 4. bekostigd kan worden met een inkomen op minimumniveau. Hierbij wordt 5% van het maandelijks inkomen gehanteerd ter hoogte van de geldende bijstandsnorm, gedurende een periode van 36 maanden. 6.4.5 Scootmobiel Een scootmobiel is bedoeld voor vervoer op de korte en middellange afstanden. De scootmobiel is bedoeld voor incidenteel, kortdurend gebruik buitenshuis. Een scootmobiel en elektrische rolstoelen hebben accu's die opgeladen moeten worden. Gezien de beperkte en lastig te berekenen oplaadkosten, blijven deze kosten voor rekening van de aanvrager.

Om in aanmerking te komen voor een scootmobiel moet aan de volgende criteria worden voldaan: • een matige tot slechte sta- en loopfunctie; • zelfstandig kunnen in- en uitstappen ( transfers kunnen maken ) een substantiële vervoersbehoefte hebben. Dat wil zeggen dat de aanvrager met deze • voorziening, al dan aanvullend op collectief vervoer, zelfstandig boodschappen kan doen, familie of vrienden kan bezoeken en andere vormen van vrijetijdsbesteding heeft die gericht zijn op de mogelijkheid om medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. • de aanvrager moet de scootmobiel goed en veilig kunnen bedienen en besturen in het verkeer. Tijdens de indicatie- of selectieproces wordt beoordeeld of er (eerst) beoordelings(rij)lessen nodig zijn of gewenningslessen. Als dit van toepassing is dan worden deze lessen gegeven door een ergotherapeut (via Zorgverzekeringswet). Pas na positief advies van de ergotherapie betreffende de lessen, wordt er een voorziening toegekend. • een droge en veilige stalling met aanwezigheid van een oplaadpunt. 6.4.6 Gesloten buitenwagen Een gesloten buitenwagen is een overdekt voertuig dat niet harder dan 45 km rijdt en waarvoor aparte (verkeers)regels gelden. Canta is een bekend merk dat daarom ook wel als soortnaam wordt gebruikt.

De gesloten buitenwagen dient onderscheiden te worden van de brommobiel, die eveneens niet harder dan 45 km rijdt, maar waarvoor geen aparte verkeersregels gelden. De brommobiel is niet specifiek voor gehandicapten bedoeld en wordt als algemeen gebruikelijk beschouwd. Een gesloten buitenwagen wordt door de cliënt vaak als gewenste oplossing voor het vervoersprobleem beschouwd, maar is niet de goedkoopst adequate oplossing. Alleen als op basis van medisch advies is vastgesteld dat geen van de voorliggende voorzieningen voldoet, wordt een gesloten buitenwagen overwogen. 6.4.7 Autoaanpassingen Als een cliënt zonder autoaanpassingen geen gebruik kan maken van zijn auto en het deeltaxivervoer niet voldoet, kunnen autoaanpassingen worden vergoed. Bij autoaanpassingen wordt beoordeeld of het specifiek voor mensen met een beperking bedoelde voorzieningen betreft, die meer kosten dan gebruikelijke autoaanpassingen (dus geen stuurbekrachtiging of cruise control). -Uitgegaan wordt van een levensduur van minimaal 5 jaar van de aanpassingen; dit is in praktijk een redelijke termijn gebleken waarop opnieuw aanpassingen kunnen worden verstrekt (uiteraard rekening houdend met de persoonskenmerken van de cliënt op dat moment).

42

Bij verstrekking van autoaanpassingen is het daarom redelijk om van de cliënt te verlangen dat hij aantoont dat de aan te passen auto de investering nog waard is (dus naar verwachting nog minimaal 5 jaar mee kan). 6.5. Begeleiding: ontwikkeling, stabilisatie, verminderde zelfredzaamheid en logeerzorg Met ingang van de Wmo 2015 is de gemeente ook verantwoordelijk voor ondersteuning in de vorm van begeleiding. Door begeleiding wordt ondersteuning geboden gericht op de cliënt, zodat deze zelfredzaam blijft of wordt, zelfstandig kan blijven wonen, zijn week op orde heeft en kan deelnemen aan de maatschappij. Het gaat om activiteiten gericht op het bevorderen of behoud van de zelfredzaamheid en het voorkomen van opname of verwaarlozing van de cliënt. Gedacht kan worden aan het kunnen doen van de administratie, het plannen van de week, regelzaken- en geldzaken, het uitvoeren van algemeen dagelijkse levensverrichtingen, het hebben van een zinvolle invulling van de dag en ondersteuning bij het oplossen van problemen. Ook het ontlasten van de mantelzorger en/of gezinsleden maakt hier onderdeel van uit. Het gaat om activiteiten gericht op het bevorderen van de inzet van mantelzorg en / of het continueren van de inzet van de mantelzorg (voorkomen van overbelasting bij de mantelzorger).

Gedacht kan worden aan logeervoorzieningen, het tijdelijk overnemen van toezicht, vormen van dagbesteding etc. Een combinatie van de vormen van ondersteuning is mogelijk. 6.5.1 Afwegingskader Met ingang van 1 januari 2015 kunnen cliënten aanspraak maken op persoonlijke verzorging op grond van de Wmo 2015 wanneer de behoefte aan persoonlijke verzorging samenhangt met de behoefte aan begeleiding. Deze verzorging houdt dan geen verband met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop. Persoonlijke verzorging op grond van de Wmo 2015 kan dan bestaan uit aansturing, toezicht of hulp bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL), waaronder in en uit bed komen, aan- en uitkleden, bewegen, lopen, gaan zitten en weer opstaan, lichamelijke hygiëne, toiletbezoek, eten/drinken, medicijnen innemen, ontspanning en sociaal contact. Hanteren van cliëntperspectieven Het perspectief van de inwoner is van invloed op wat een inwoner zelf kan, wat binnen zijn sociale netwerk kan of wat met voorliggende / algemene voorzieningen opgelost kan worden. Bij begeleiding onderscheiden we drie cliëntperspectieven Ontwikkelen: Met de client kan worden toegewerkt naar een verbetering in zijn of haar zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie waardoor geen of minder begeleiding vanuit de Wmo noodzakelijk is. Dit perspectief is gericht op afschalen en/ of uitstroom.

Stabiliseren: Er is sprake van een langdurige behoefte aan begeleiding vanuit de Wmo, omdat de clientsituatie zich op moment van indicatiestelling er niet toe leent zich op alle leefgebieden verder te ontwikkelen om zelfredzamer te worden en / of de maatschappelijke participatie te vergroten. Voor een deel van de cliënten is het perspectief stabilisatie tijdelijk, zij stromen uit of stromen door naar ontwikkeling als hun situatie is gestabiliseerd. Voor een ander deel van de cliënten is op één of enkele leefgebieden wel ontwikkeling mogelijk hetgeen op termijn kan leiden tot afschaling of uitstroom. Mogelijk regieverlies kan door het sociaal netwerk dan wel de aanbieder worden opgevangen. Ondersteunen bij achteruitgang: Door een progressieve ziekte is de client in de situatie gekomen dat zijn zelfredzaamheid en participatie zodanig structureel achteruit zijn gegaan dat sprake is van regieverlies wat zodanig is dat dit uiteindelijk niet meer door het sociaal netwerk dan wel de aanbieder opgevangen kan worden en overgang naar de WLZ noodzakelijk is. De ondersteuning is erop gericht om de client en diens netwerk met deze onomkeerbare achteruitgang om te laten gaan en deze draaglijk te maken. Alleen maatwerkvoorzieninq als er neen andere oplossingen zijn Allereerst onderzoekt het college welke hulpvraag de klant heeft.

Vervolgens wordt onderzocht welke belemmeringen de klant ondervindt op de verschillende levensdomeinen. Daarna onderzoekt het college of er eigen mogelijkheden zijn. Hierbij is niet de diagnose leidend (van welk ziektebeeld / welke grondslag is sprake) maar zijn de mogelijkheden en beperkingen van de cliënt en zijn sociale netwerk leidend. Het is wel zaak om daarbij in kaart te brengen van welke aandoening of beperking sprake is en wat de effecten daarvan zijn op de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van de cliënt. Bij het in kaart brengen van de eigen mogelijkheden kan gedacht worden aan handige hulpmiddelen waardoor de hulpvrager een (deel van de) activiteiten weer zelf kan 43

doen zoals een boodschappen-app voor mensen met een verstandelijke beperking, een pictogrammen bord of speciale multomap waarmee de administratie overzichtelijk opgeborgen kan worden. Ter ondersteuning van de mantelzorger kan hierbij gedacht worden aan beeldspraakverbindingen (skype), een alarmeringssysteem of scholing van mantelzorgers waardoor de draagkracht wordt vergroot. Gebruikelijke hulp Het college beziet of er sprake is van gebruikelijke hulp. Voor de toelichting op gebruikelijke hulp zie 3.6 Het college beziet of personen uit het sociale netwerk een oplossing kunnen bieden voor de hulpvraag. Kunnen zij bijvoorbeeld samen de administratie doen, toezicht houden, structuur in de week aanbrengen. Kunnen zij door samen activiteiten te ondernemen zorgen voor een zinvolle invulling van (een deel van) de dag? Vervolgens beoordeelt het college of in het gesprek alle voorliggende voorzieningen zijn meegenomen. Behandeling is een voorliggende voorziening. Alvorens een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo te verstrekken is het van belang om na te gaan wat de mogelijkheden van behandeling zijn. Voor de toelichting op behandeling zie 7.5.2.1. De hulpvraag van een cliënt kan, door de zwaarte van de beperking, zo omvangrijk zijn dat een indicatie voor de Wet Langdurige Zorg aan de orde is. Het gaat hier om cliënten die 24-uur intensieve zorg en toezicht dichtbij nodig hebben.

Het gaat dan bijvoorbeeld om ouderen met ernstige dementie, om mensen met een ernstige verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking en om mensen met een ernstige psychische stoornis. In de memorie van toelichting op de wet is opgenomen dat indien cliënten een beroep kunnen doen op de Wlz, het college een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo kan weigeren. Het college beoordeelt of algemene en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn meegenomen en beoordeelt of deze passend zijn in de individuele situatie van de cliënt. Deze voorzieningen moeten voor de cliënt daadwerkelijk beschikbaar zijn, door cliënt financieel gedragen kunnen worden en adequate compensatie bieden. Bieden welzijnsactiviteiten een oplossing? Bijvoorbeeld een huiskamerproject of Inloopvoorziening (waar ontmoeting en activiteiten plaatsvinden), een administratie-maatjes project, vrijwillige thuiszorg, mantelzorgondersteuning door de welzijnsinstelling, een cursus waardoor de cliënt zijn sociale netwerk uitbreidt, de inzet van vrijwilligers of een soos voor mensen met een verstandelijke beperking. Maatwerkvoorzieninq Als de hiervoor beschreven afweging niet geleid heeft tot een (volledige) oplossing van de hulpvraag zal het College een maatwerkvoorziening verstrekken op basis van het van toepassing zijnde cliëntperspectief en de benodigde intensiteit (waakvlam, laag, midden, hoog).

We onderscheiden de volgende maatwerkvoorzieningen begeleiding: Waakvlam ontwikkeling • • Begeleiding ontwikkeling • Dagbesteding ontwikkeling • Waakvlam stabilisatie • Begeleiding stabilisatie laag • Begeleiding stabilisatie midden • Begeleiding stabilisatie hoog Daginvulling stabilisatie • Arbeidsmatige dagbesteding • • Begeleiding verminderde zelfredzaamheid Daginvulling verminderde zelfredzaamheid • Logeerzorg • Een combinatie van individuele begeleiding, begeleiding in een groep en logeeropvang kan voorkomen. In bijlage 4 worden alle vormen van de maatwerkvoorziening Wmo begeleiding verder toegelicht. Indien een cliënt niet zelf kan voorzien in het vervoer naar daginvulling stabilisatie, daginvulling bij verminderde zelfredzaamheid of arbeidsmatige dagbesteding, kan hiervoor een indicatie worden afgegeven per etmaal/ etmalen per week per kilometercategorie. Hierbij wordt 44

een onderscheid gemaakt tussen gewoon- en rolstoelvervoer. Bij dagbesteding ontwikkeling reist de client in principe zelfstandig. Er kan tijdelijk vervoer worden ingezet met als doel toewerken naar zelfstandig reizen naar de dagbesteding. De ondersteuning kan door het college worden toegekend in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. In de verordening zijn de uitgangspunten voor het PGB vastgelegd. Bij het vormgeven van de maatwerkvoorziening wordt het uitgangspunt gehanteerd dat de ondersteuning zo dichtbij mogelijk bij de inwoner (thuis, school, kern of wijk) georganiseerd is. 6.5.2 Voorliggende voorzieningen Behandeling 6.5.2.1 Alvorens begeleiding te verstrekken is het van belang dat wordt onderzocht wat de mogelijkheden van behandeling zijn. De stelregel hierbij is dat als verbetering van functioneren of handelen (vaardigheden) nog mogelijk is, eerst behandeling wordt ingezet. Het is uiteraard niet aan de Wmo consulent om dit te bepalen. Hiervoor wordt de medische adviseur (onafhankelijk arts) ingeschakeld. Behandeling kan worden geboden door bijvoorbeeld: ergotherapeut, psychiater, psycholoog, specialist ouderen geneeskunde of in een revalidatiecentrum of een centrum gespecialiseerd in bepaalde problematiek (zoals een reumacentrum).

Behandeling is gericht op: het verbeteren van de aandoening/ stoornis/beperking, het aanleren van nieuwe vaardigheden of gedrag of nadere functionele diagnostiek. Anders dan in de Wlz is de diagnose niet leidend maar een diagnose is doorgaans wel vereist om behandeling in te kunnen zetten en om te bepalen hoe begeleiding de behandeling eventueel kan versterken (en niet contra- productief is). Begeleiding kan wel worden ingezet om de tijdens behandeling geleerde vaardigheden te oefenen of in te slijten. Soms kan begeleiding en behandeling ook tegelijkertijd worden ingezet; dan neemt de begeleiding de taak tijdelijk over, totdat deze tijdens behandeling is aangeleerd. Uiteraard dient hierover een goede afstemming tussen behandelaar en begeleider plaats te vinden. 6.5.2.2 (wettelijk) Voorliggende voorzieningen Ook de mogelijkheden van wettelijk voorliggende voorzieningen worden in kaart gebracht. Dit zijn (wettelijke) voorzieningen waar eerst een beroep op kan worden gedaan alvorens de maatwerkvoorziening begeleiding wordt overwogen: ■ Onderwijs: begeleiding van kinderen met problemen is de verantwoordelijkheid van school. Tevens zijn er mogelijkheden vanuit de Wet passend onderwijs.

Alleen in uitzonderlijke situaties; als toezicht en aansturen meer vraagt dan van school en ouders kan worden verwacht en de mogelijkheden vanuit de Wet passend onderwijs ontoereikend zijn kan begeleiding worden geïndiceerd. ■ Kinderopvang: kinderopvang is de verantwoordelijkheid van ouders, werkgever en overheid (kinderopvangtoeslag). Kinderopvang is ook voor kinderen met een beperking voorliggend en het leidsters leren omgaan met een kind met een beperking is gebruikelijke hulp van ouders. Alleen in uitzonderlijke situaties, als extra begeleiding nodig is die niet door leidsters kan worden geboden en niet van ouders kan worden verwacht, kan begeleiding worden geïndiceerd. ■ Jeugdwet: Opvoedingsondersteuning voor alle ouders en ouders van kinderen met een beperking, zoals medisch kinderdagverblijf, specialistische hulp thuis of tijdelijke opname worden op grond van de Jeugdwet geboden. Begeleiding kan in sommige gevallen ondersteunend op opvoedingsondersteuning thuis ter bevordering van de zelfredzaamheid van ouders worden geboden. • Arbeidsvoorzieningen: op grond van ziektewet, WIA, Wajong en WSW zijn er mogelijkheden voor aangepast werk. Het uitgangspunt is dat - als aangepast werk of speciaal onderwijs op grond van genoemde regelingen niet mogelijk is - begeleiding groep (dagbesteding) kan worden overwogen.

Algemeen gebruikelijke voorzieningen en gebruikelijke hulp 6.5.2.3 Wanneer mensen een beperking hebben, wordt bij activiteiten van het dagelijks leven en vrijetijdsbesteding vaak gedacht aan begeleiding waar voorliggende voorzieningen mogelijk zijn of het gewoon de verantwoordelijkheid is van de cliënt of zijn huisgenoten. Er zijn veel algemeen

45

beschikbare en redelijke oplossingen voorhanden (die mensen zonder beperking ook zelf moeten regelen of betalen). Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen: ■ activiteiten zoals computercursus of taalles ■ alarmering ■ pictogrammenbord of domotica in huis ■ gezelschap of ondersteuning door vrijwilliger ■ kinderopvang Net als bij huishoudelijke ondersteuning wordt bij begeleiding het begrip: "gebruikelijke hulp" gehanteerd. Gebruikelijke hulp is hulp die verwacht wordt van huisgenoten, die "normaal" wordt geacht in de relatie tussen huisgenoten en/of niet structureel meer is dan wanneer de huisgenoot geen beperking zou hebben. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen kortdurende en langdurige situaties. Begeleiding door partner, ouder, volwassen inwonend kind of andere volwassen huisgenoot wordt als gebruikelijke hulp beschouwd: In kortdurende situaties (maximaal drie maanden): als uitzicht op herstel (van de zelfredzaamheid) dusdanig is dat begeleiding daarna niet meer nodig zal zijn.

In langdurige situaties: • Bij normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer (bezoek familie/vrienden, bezoek huisarts, brengen en halen van kinderen naar school, sport of clubjes); • Hulp bij overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden behoren zoals de thuisadministratie; ■ Het leren omgaan van derden (familie/vrienden/leerkracht etc.) met cliënt; • Ouderlijk toezicht op kinderen, de aard en mate hiervan is afhankelijk van de leeftijd van het kind. Alleen wanneer er sprake is van een langdurige situatie waarbij de begeleiding, in vergelijking tot gezonde kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel, substantieel wordt overschreden is er sprake van bovengebruikelijke hulp en kan begeleiding worden ingezet. Alleen wanneer sprake is van een langdurige situatie waarbij de tijdsinvestering in activiteiten in relatie tot een situatie waarin geen sprake is van een beperking substantieel wordt overschreden, is er sprake van bovengebruikelijke hulp. De draaglast- draagkracht van de betrokken mantelzorger(s) zal, waar van toepassing, in het onderzoek in beeld worden gebracht.

46

7. Beschermd Wonen Maatwerkvoorziening: De maatwerkvoorziening Beschermd Wonen bestaat uit een aantal verschillende producten die waar nodig aangevuld kunnen worden met een bouwsteen. De producten zijn als volgt: o o o o o o

Beschermd Wonen Beschermd Thuis Zwaar Beschermd Thuis midden Beschermd Thuis licht Aanvullende bouwsteen beschermd wonen dagbesteding Aanvullende bouwsteen wonen

Cliënten die door hun beperkingen behoefte hebben aan een beschermd woonklimaat dat gericht is op het bieden van structuur en ondersteuning van alle dagelijks activiteiten, wonen vaak in een zogenaamde woonvorm voor beschermd wonen. Waar mogelijk wonen de cliënten op een eigen woonplek met begeleiding naar gelangd de benodigde hulpvraag. De doelgroep voor het product beschermd wonen bestaat uit mensen met psychiatrische problematiek, verslavingsproblematiek, ernstige gedragsproblemen, psychosociale problematiek en licht verstandelijke beperking (ouder - kind project valt hier bijvoorbeeld ook onder). Er moet sprake zijn van behoefte aan 24-uurszorg en/of toezicht. Cliënten krijgen begeleiding bij het brengen van structuur in hun dagelijks leven, ondersteuning bij regelzaken en geldbeheer en het vinden van een passende daginvulling. Voor een groot deel van de cliënten is beschermd wonen een opstap naar zelfstandig wonen; er is sprake van perspectief. Centrumgemeente Bergen op Zoom is verantwoordelijk voor het indiceren en uitvoeren van beschermd wonen. Wanneer een cliënt in de gemeente Rucphen een melding doet voor beschermd wonen vindt er een overleg plaats tussen de consulenten van de gemeente Rucphen en de gemeente Bergen op Zoom. De consulent van de gemeente Rucphen voert het keukentafelgesprek.

Indien blijkt dat een indicatie voor beschermd wonen nodig is, en op dat moment is er geen plaats, biedt de gemeente Rucphen overbruggingszorg aan in de vorm van ambulante begeleiding. 8. Slotbepalingen 8.1 Citeertitels Wmo 2015 is de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Verordening is de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2023 Gemeente Rucphen. Beleidsregels zijn de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2024 Gemeente Rucphen. 8.2 Inwerkingtreding De 'Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2024 gemeente Rucphen' treden met in werking op 1 januari 2024. De huidige 'Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Rucphen 2023' worden per 1 januari 2024 ingetrokken.

47

Bijlage 1 Wegingskader Huishoudelijke ondersteuning Gemeente Rucphen Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning In tabel 1 zijn alle activiteiten benodigd voor een schoon en leefbaar huis beschreven. Daarnaast bestaat het Normenkader uit frequentie overzichten die als basis voor het op te stellen leveringsplan dienen. Hier kan in overleg tussen aanbieder en cliënt (en met akkoord van cliënt) gemotiveerd van worden afgeweken. Gestructureerd huishouden Tabel 1: Activiteiten benodigd voor een schoon en leefbaar huis Woonruimte 4 Categorie schoonmaak activiteiten 40 Afnemen nat en droog

woonkamer

Slaapkamer( s)

keuken

Badkamer en toilet

Hal

*Stof afnemen laag/midden/ hoog incl. tastvlakken en luchtfilter *zitmeubels afnemen (droog/nat) *radiatoren reinigen

*Stof afnemen laag/midden/ hoog incl. tastvlakken en luchtfilter *deuren/deur posten nat afdoen incl. deurlichten *radiatoren reinigen *stofzuigen *dweilen

*deuren/deur posten nat afdoen incl. deurlichten *radiatoren reinigen

*deuren/deur posten nat afdoen incl. deurlichten *radiatoren reinigen

*Stof afnemen laag/midden/ hoog incl. tastvlakken en luchtfilter *deuren/deur posten nat afdoen incl. deurlichten *radiatoren reinigen *stofzuigen *dweilen *trap stofzuigen (binnenshuis)

*gordijnen wassen *lamellen,luxa flex reinigen *ramen binnenzijde wassen *bed verschonen *matras draaien

*gordijnen wassen *lamellen,luxa flex reinigen *ramen binnenzijde wassen

Stofzuigen en dweilen

*stofzuigen *dweilen

Ramen en gordijnen

*gordijnen wassen *lamellen,luxa flex reinigen *ramen binnenzijde wassen

Bed verschonen

*stofzuigen *dweilen

*keukenblok en apparatuur (buitenzijde) *afval opruimen *keukenkastje s (binnenzijde) *koelkast (binnenzijde) *oven/magnet ron

Keuken schoonmaken

48

*gordijnen wassen *lamellen,luxa flex reinigen *ramen binnenzijde wassen

*vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooien) *afzuigkap reinigen (binnenzijde) *bovenkant keukenkastjes *tegelwand (los van keukenblok) Sanitair schoonmaken

opruimen

*badkamer schoonmaken (incl. stofzuigen en dweilen) *toilet schoonmaken *tegelwand badkamer afnemen *opruimen

*opruimen

Huishoudelijke ondersteuning stabilisatie light Geen frequentietabel hiervoor aanwezig. Het betreft hier de niet-wekelijkse activiteiten.

Huishoudelijke ondersteuning stabilisatie zonder was ruimte Woonkamer (en andere kamers)

Slaapkamer(s)

Keuken

basisactiviteiten Stof afnemen hoog incl. luchtfilters Stof afnemen midden Stof afnemen laag Opruimen Stofzuigen

frequenties lx per 2 weken lx per week lx per week lx per week lx per week

Dweilen

lx per week

Stof afnemen hoog incl. tastvlakken en luchtfilters Stof afnemen midden Stof afnemen laag Opruimen Stofzuigen Dweilen Bed verschonen of opmaken Stofzuigen Dweilen Keukenblok (buitenzijde) inclusief tegelwand, kookplaat, spoelbak, koelkast, eventuele tafel Keukenapparatuur (buitenzijde) Afval opruimen afwassen

lx per 6 weken

49

lx per week lx per week lx per week lx per week lx per 2 weken lx per 2 weken lx per week lx per week lx per week

lx per week lx per week lx per week

Sanitair

Hal

ruimte Woonkamer (en andere kamers)

Slaapkamer(s)

Keuken

Sanitair

Badkamer schoonmaken (inclusief stofzuigen en dweilen) Toilet schoonmaken Stof afnemen hoog incl. tastvlakken en luchtfilters Stof afnemen midden Stof afnemen laag Stofzuigen Trap stofzuigen (binnenhuis) Dweilen

lx per week lx per week lx per week lx per week lx per week lx per week lx per week lx per week

Incidentele activiteiten Gordijnen wassen Reinigen lamellen/luxaflex Ramen binnenzijde wassen Deuren/deurposten nat afdoen incl deurlichten Zitmeubels afnemen (droog/nat)

frequenties lx per jaar 2x per jaar 4x per jaar 2x per jaar

Radiatoren reinigen

2x per jaar

Gordijnen wassen Reinigen lamellen/luxaflex Ramen binnenzijde wassen Deuren/deurposten nat afdoen incl deurlichten Radiatoren reinigen Matras draaien Gordijnen wassen Reinigen lamellen/luxaflex Ramen binnenzijde wassen Deuren/deurposten nat afdoen incl deurlichten Radiatoren reinigen Keukenkastjes (binnenzijde) Koelkast (binnenzijde) Oven/magnetron (grondig schoonmaken) Vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooid) Afzuigkap reinigen (binnenzijde) vaatwasserbestendig Afzuigkap reinigen (binnenzijde) - niet vaatwasserbestendig Bovenkant keukenkastjes Tegelwand (los van keukenblok) Deuren/deurposten nat afdoen incl deurlichten Radiatoren reinigen

lx per jaar 2x per jaar 4x per jaar 2x per jaar

2x per jaar

Tegelwand badkamer afnemen

4x per jaar

Gordijnen wassen

lx per jaar

Ramen binnenzijde wassen

4x per jaar

50

lx per 6 weken

2x per jaar 2x per jaar 2x per jaar 3x per jaar 4x per jaar 2x per jaar 3x per jaar 2x per jaar 3x per jaar 4x per jaar lx per jaar 2x per jaar 2x per jaar lx per 6 weken 2x per jaar 2x per jaar

Hal

Reinigen lamellen/luxaflex

3x per jaar

Deuren/deurposten nat afdoen incl deurlichten Radiatoren reinigen

2x per jaar 2x per jaar

Huishoudelijke ondersteuning plus stabilisatie De tabel voor Huishoudelijke ondersteuning stabilisatie wordt gehanteerd. Door de gedragsproblematiek van de cliënt wordt hierbij uitgegaan dat de frequentie gemiddeld 24% hoger ligt dan bij een cliënt met een Huishoudelijke ondersteuning stabilisatie.

Huishoudelijke ondersteuning stabilisatie (plus) met was ruimte Woonkamer (en andere kamers)

Slaapkamer(s)

Keuken

Sanitair

Hal

ruimte Woonkamer (en andere kamers)

basisactiviteiten Stof afnemen hoog incl. luchtfilters Stof afnemen midden Stof afnemen laag Opruimen Stofzuigen

frequenties lx per 2 weken lx per week lx per week lx per week lx per week

Dweilen

lx per week

Stof afnemen hoog incl. tastvlakken en luchtfilters Stof afnemen midden Stof afnemen laag Opruimen Stofzuigen Dweilen Bed verschonen of opmaken Stofzuigen Dweilen Keukenblok (buitenzijde) inclusief tegelwand, kookplaat, spoelbak, koelkast, eventuele tafel Keukenapparatuur (buitenzijde) Afval opruimen afwassen Badkamer schoonmaken (inclusief stofzuigen en dweilen) Toilet schoonmaken Stof afnemen hoog incl. tastvlakken en luchtfilters Stof afnemen midden Stof afnemen laag Stofzuigen Trap stofzuigen (binnenhuis) Dweilen

lx per 6 weken

Incidentele activiteiten Gordijnen wassen Reinigen lamellen/luxaflex Ramen binnenzijde wassen 51

lx per week lx per week lx per week lx per week lx per 2 weken lx per 2 weken lx per week lx per week lx per week

lx per week lx per week lx per week 1x per week lx per week lx per week lx per week lx per week lx per week lx per week lx per week

frequenties lx per jaar 2x per jaar 4x per jaar

Slaapkamer(s)

Keuken

Sanitair

Hal

Wasverzorging

Deuren/deurposten nat afdoen incl deurlichten Zitmeubels afnemen (droog/nat)

2x per jaar

Radiatoren reinigen

2x per jaar

Gordijnen wassen Reinigen lamellen/luxaflex Ramen binnenzijde wassen Deuren/deurposten nat afdoen incl deurlichten Radiatoren reinigen Matras draaien Gordijnen wassen Reinigen lamellen/luxaflex Ramen binnenzijde wassen Deuren/deurposten nat afdoen incl deurlichten Radiatoren reinigen Keukenkastjes (binnenzijde) Koelkast (binnenzijde) Oven/magnetron (grondig schoonmaken) Vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooid) Afzuigkap reinigen (binnenzijde) vaatwasserbestendig Afzuigkap reinigen (binnenzijde) — niet vaatwasserbestendig Bovenkant keukenkastjes Tegelwand (los van keukenblok) Deuren/deurposten nat afdoen incl deurlichten Radiatoren reinigen

lx per jaar 2x per jaar 4x per jaar 2x per jaar

lx per 6 weken

2x per jaar 2x per jaar 2x per jaar 3x per jaar 4x per jaar 2x per jaar 3x per jaar 2x per jaar 3x per jaar 4x per jaar lx per jaar 2x per jaar 2x per jaar lx per 6 weken 2x per jaar 2x per jaar 2x per jaar

Tegelwand badkamer afnemen

4x per jaar

Gordijnen wassen

lx per jaar

Ramen binnenzijde wassen

4x per jaar

Reinigen lamellen/luxaflex

3x per jaar

Deuren/deurposten nat afdoen incl deurlichten Radiatoren reinigen activiteit Wasgoed sorteren Behandelen van vlekken

2x per jaar 2x per jaar Frequentie* lx per week 5x per 2 weken (indien nodig) 5x per 2 weken

Was in de wasmachine stoppen (incl. wasmachine aanzetten) Wasmachine leeghalen Sorteren naar droger of waslijn

5x per 2 weken 5x per 2 weken

Was in de droger stoppen Droger leeghalen

5x per 2 weken 5x per 2 weken

52

Was ophangen Was afhalen Was opvouwen Was strijken Was opbergen/opruimen

5x per 2 weken 5x per 2 weken 5x per 2 weken lx per week 5x per 2 weken

*in een tweepersoonshuishouden wordt uitgegaan van een frequentie van 5x per 2 weken voor de was, in een eenpersoonshuishouden is dat 2x per week

Huishoudelijke ondersteuning stabilisatie (plus) boodschappen boodschappen

activiteit Het opstellen van boodschappenlijstje Het doen van de boodschappen Het opruimen van de boodschappen

frequentie lx per week lx per week 1x per week

Huishoudelijke ondersteuning stabilisatie (plus) maaltijden maaltijden

activiteit Broodmaaltijden: tafel dekken, eten en drinken klaarzetten (1 maaltijd op tafel, 1 maaltijd in de koelkast), afruimen, afwassen of vaatwasser inruimen/uitruimen Opwarmen maaltijd: maaltijd opwarmen, tafel dekken, eten en drinken klaarzetten, afruimen, afwassen of vaatwasser inruimen/uitruimen

frequentie lx per dag*

lx per dag*

*of minder als de cliënt hierin een deel van de week zelf of met behulp van het netwerk kan voorzien. We gaan hier uit van 5 werkdagen.

Huishoudelijke ondersteuning ontwikkeling (plus) ruimte Woonkamer (en andere kamers)

Slaapkamer(s)

Keuken

basisactiviteiten Stof afnemen hoog incl. luchtfilters Stof afnemen midden Stof afnemen laag Opruimen Stofzuigen

frequenties lx per 2 weken lx per week 1x per week lx per week 1x per week

Dweilen

1x per week

Stof afnemen hoog incl. tastvlakken en luchtfilters Stof afnemen midden Stof afnemen laag Opruimen Stofzuigen Dweilen Bed verschonen of opmaken Stofzuigen Dweilen Keukenblok (buitenzijde) inclusief tegelwand, kookplaat, spoelbak, koelkast,

lx per 6 weken

53

lx per week lx per week lx per week 1x per week lx per 2 weken 1x per 2 weken lx per week 1x per week lx per week

Sanitair

Hal

ruimte Woonkamer (en andere kamers)

Slaapkamer(s)

Keuken

Sanitair

eventuele tafel Keukenapparatuur (buitenzijde) Afval opruimen afwassen Badkamer schoonmaken (inclusief stofzuigen en dweilen) Toilet schoonmaken Stof afnemen hoog incl. tastvlakken en luchtfilters Stof afnemen midden Stof afnemen laag Stofzuigen Trap stofzuigen (binnenhuis) Dweilen

lx per week lx per week lx per week lx per week lx per week lx per week lx per week lx per week lx per week lx per week lx per week

Incidentele activiteiten Gordijnen wassen Reinigen lamellen/luxaflex Ramen binnenzijde wassen Deuren/deurposten nat afdoen incl deurlichten Zitmeubels afnemen (droog/nat)

frequenties lx per jaar 2x per jaar 4x per jaar 2x per jaar

Radiatoren reinigen

2x per jaar

Gordijnen wassen Reinigen lamellen/luxaflex Ramen binnenzijde wassen Deuren/deurposten nat afdoen incl deurlichten Radiatoren reinigen Matras draaien Gordijnen wassen Reinigen lamellen/luxaflex Ramen binnenzijde wassen Deuren/deurposten nat afdoen incl deurlichten Radiatoren reinigen Keukenkastjes (binnenzijde) Koelkast (binnenzijde) Oven/magnetron (grondig schoonmaken) Vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooid) Afzuigkap reinigen (binnenzijde) vaatwasserbestendig Afzuigkap reinigen (binnenzijde) — niet vaatwasserbestendig Bovenkant keukenkastjes Tegelwand (los van keukenblok) Deuren/deurposten nat afdoen incl deurlichten Radiatoren reinigen

lx per jaar 2x per jaar 4x per jaar 2x per jaar

2x per jaar

Tegelwand badkamer afnemen

4x per jaar

54

lx per 6 weken

2x per jaar 2x per jaar 2x per jaar 3x per jaar 4x per jaar 2x per jaar 3x per jaar 2x per jaar 3x per jaar 4x per jaar lx per jaar 2x per jaar 2x per jaar lx per 6 weken 2x per jaar 2x per jaar

Hal

onderdeel Advies, instructie en voorlichting

Gordijnen wassen

lx per jaar

Ramen binnenzijde wassen

4x per jaar

Reinigen lamellen/luxaflex

3x per jaar

Deuren/deurposten nat afdoen incl deurlichten Radiatoren reinigen

2x per jaar 2x per jaar

activiteit Adviseren van activiteiten en samen uitvoeren van activiteiten gericht op een schoon en leefbaar huis en de wasverzorging Adviseren van activiteiten en samen uitvoeren van activiteiten gericht op boodschappen en maaltijden

Offertebasis Zorg voor inwonende kinderen onderdeel Verzorgen van minderjarige kinderen

activiteit Was verzorgen Kamers opruimen Eten maken Tasjes school Aankleden Wassen Eten geven Structuur bieden Meer tijd huishoudelijke taken Brengen naar school/crèche Naar bed brengen Afstemming met andere hulp/informele zorg Afstemming/sociaal contact (aankomst,vertrek, administratie, contact met cliënt)

55

Bijlage 2. Omschrijvingen van de categorieën begeleiding en logeerzorg Clientperspectief ontwikkeling Productnaam: Waakvlam ontwikkeling (Perceel 1) Inhoudelijke omschrijving product: Begeleiding Waakvlam ontwikkeling is erop gericht dat de cliënt met minimale 'activerende' ondersteuning op eigen kracht verder kan en/of doorgeleid wordt naar het voorliggend veld en/of sociaal netwerk. Er is op korte termijn verbetering mogelijk in de situatie van de client. Doelgroep: Cliënten hebben een behoorlijke mate van zelfredzaamheid en kunnen uitstromen naar voorliggend veld, eigen kracht, sociaal netwerk. Cliënt heeft niet complexe ondersteuningsvragen, te behalen resultaten zijn beperkt in aantal (maximaal 2). De client heeft een mate van voorspelbaarheid en is bereid/gemotiveerd om zich te ontwikkelen. Specifieke eisen voor aanbieden product: • De gestelde resultaten dienen binnen 1 jaar bereikt te zijn. Aanbieders dienen over de mogelijkheden te beschikken en gekwalificeerde medewerkers in te zetten om de gestelde resultaten binnen 1 jaar te behalen. • De aanbieder toont actief de wijze van afschalen aan Kwaliteit/ competenties medewerker: • De begeleider beschikt over de competenties om de cliënt op een activerende wijze op diverse leefgebieden vaardigheden te leren om zelfredzaam te worden. •

De begeleider kan de cliënt motiveren, coachen en trainen

•

De begeleider is doortastend en voert zo nodig lichte druk uit.

•

De begeleider heeft goede kennis van de lokale voorliggende voorzieningen en legt op een proactieve manier de verbinding met deze voorliggende voorzieningen.

•

De begeleider legt de nodige verbindingen en werkt samen met alle betrokken organisaties en personen om de cliënt heen.

•

De begeleider signaleert terugval, veranderingen en onveilige situaties en weet hoe te handelen

•

De begeleider heeft kennis van psychische ziektebeelden, verslaving, licht verstandelijke beperking

Beschikbaarheid en planning: Waakvlam ontwikkeling gaat uit van een minimale beschikbaarheid die goed planbaar is Er sprake van een (redelijk) voorspelbare situatie. Aanbieder moet de ondersteuning flexibel inzetten gebaseerd op de daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte van de cliënt. Deze ondersteuningsbehoefte kan fluctueren gedurende de looptijd van de indicatie. Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging): Als na de initiële looptijd van de beschikking de begeleiding waakvlam ontwikkeling bij de client niet heeft geleid tot zelfredzaamheid, vindt doorstroom plaats naar waakvlam stabilisatie of wordt onderzocht welk product het meest passend is. Voorliggende voorzieningen zijn één van de mogelijkheden voor de cliënt om zelfredzaam te worden. De begeleider leidt de cliënt toe naar deze mogelijkheden en consolideert het gebruik hiervan, zodanig dat de cliënt met voorliggende producten geen Wmo-begeleiding meer nodig heeft.

58

Clientperspectief ontwikkeling Productnaam: Begeleiding ontwikkeling (Perceel 1) Inhoudelijke omschrijving product: Begeleiding ontwikkeling is erop gericht dat de cliënt met een ontwikkeltraject op eigen kracht verder kan en/of doorgeleid wordt naar het voorliggend veld en/of sociaal netwerk of afschalen naar waakvlam ontwikkeling. Bij begeleiding ontwikkeling kan worden gewerkt aan meerdere resultaten op meerdere levensgebieden. Doelgroep: Cliënten zijn redelijk zelfredzaam en kunnen met een ontwikkeltraject de benodigde vaardigheden aanleren om zelfredzaam te zijn of mee te kunnen doen. Cliënt heeft ondersteuningsvragen op één of meerdere leefgebieden, deze ondersteuningsvragen zijn niet complex van aard. De client is ontwikkelbaar en staat hiervoor open. Specifieke eisen voor aanbieden product: Aanbieders dienen over de mogelijkheden te beschikken en gekwalificeerde medewerkers in te zetten om de gestelde resultaten binnen de in de indicatie gestelde termijn te behalen. Indien ontwikkeling niet binnen de gestelde termijn bereikt worden dan is overgang naar het perspectief stabilisatie aan de orde. -

De aanbieder toont actief de wijze van afschalen aan.

Kwaliteit/ competenties medewerker: De begeleider beschikt over de competenties om de cliënt op een activerende wijze de vaardigheden aan te leren om zelfredzaam te worden. -

De begeleider is doortastend en voert zo nodig lichte druk uit.

-

De begeleider heeft goede kennis van de lokale voorliggende voorzieningen en schept kaders voor toeleiding van de client naar het voorliggend veld.

-

De begeleider legt de nodige verbindingen in de keten en werkt samen met alle betrokken organisaties en personen om de cliënt heen.

-

De begeleider kan de client motiveren, coachen en trainen

-

De begeleider signaleert terugval, veranderingen en onveilige situaties en handelt daarnaar.

-

Samenwerking met Wmo huishoudelijke ondersteuning: indien er ook sprake is van huishoudelijke ondersteuning dan wordt van de aanbieder van begeleiding verwacht dat deze de regie neemt en er afspraken worden gemaakt en wordt samengewerkt met de aanbieder van huishoudelijke ondersteuning.

-

De begeleider heeft kennis van psychische ziektebeelden, verslaving, licht verstandelijke beperking

Beschikbaarheid en planning: Gezien de beperkingen van de cliënt is er sprake van planbare ondersteuning en er is sprake van een (redelijk) voorspelbare situatie. Aanbieder moet de ondersteuning flexibel inzetten (binnen de 0% ORT uren) gebaseerd op de ondersteuningsnoodzaak van de cliënt. Deze ondersteuningsbehoefte kan fluctueren gedurende de looptijd van de indicatie. Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging): Dit product is erop gericht dat de cliënt op termijn zelfredzaam wordt. Afschaling is mogelijk naar het voorliggend veld of naar waakvlam. De aanbieder zet aantoonbaar in om de beweging naar voren te maken. De aanbieder schept kaders om de client door te geleiden naar lokale voorliggende voorzieningen. Doordat de aanbieder actief verbinding legt en contacten onderhoudt in het voorliggend veld is er sprake van een warme overdracht bij het afschalen en uitstromen.

59

Clientperspectief ontwikkeling Productnaam: Dagbesteding ontwikkelingsgericht (Perceel 4) Inhoudelijke omschrijving product: Dagbesteding ontwikkelingsgericht is bedoeld voor cliënten die een stap op de participatieladder kunnen zetten maar nog zodanige begeleiding in dagstructuur en dagritme nodig hebben waardoor zij nog niet onder de doelgroepen/mogelijkheden vallen van het Werkplein en het UWV die hen gaan ondersteunen om de volgende stap op de participatieladder te zetten. Doelgroep: Cliënten dienen vaardigheden aan te leren om hun arbeidskansen te verhogen en terug te kunnen keren op de arbeidsmarkt, bij voorkeur betaalde arbeid of in ieder geval een traject vanuit het Werkplein of UWV (beschut werk, gesubsidieerde arbeid, vrijwilligerswerk). Specifieke eisen voor aanbieden product: De aanbieder dient te beschikken over een setting die het verrichten van arbeid omvat. -

De aanbieder werkt in de keten pro-actief samen met het Werkplein en UWV om cliënten over te dragen vanuit de Wmo, zodra de cliënt zodanige vaardigheden heeft ontwikkeld dat deze binnen de doelgroepen van Werkplein en UWV valt.

-

De aanbieder beschiktover medewerkers met kennis van de sector waarop de dagbesteding gericht is.

-

Dagbesteding ontwikkelingsgericht wordt bij voorkeur in de omgeving van de cliënt aangeboden. De cliënt reist in principe zelfstandig naar de dagbesteding.

-

De aanbieder werkt binnen de dagbesteding ontwikkelingsgericht aan de individuele ontwikkeling van de client waardoor het ook nodig kan zijn om gedurende het dagbestedingstraject individuele gesprekken en activiteiten uit te voeren die zijn gericht op de uitstroom van de client, naar betaalde arbeid of in ieder geval een traject vanuit het Werkplein of UWV (beschut werk, gesubsidieerde arbeid, vrijwilligerswerk).

Kwaliteit/ competenties medewerker: De begeleider dient te beschikken over competenties om de cliënt te activeren en te coachen om een stap te zetten op de participatieladder. Beschikbaarheid en planning: Er is sprake van planbare ondersteuning. Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging): Voorliggende voorzieningen op het product dagbesteding ontwikkelingsgericht zijn de mogelijkheden die het Werkplein en het UWV bieden. Zodra een cliënt binnen deze mogelijkheden valt, zal instroom in de Wmo dagbesteding ontwikkelingsgericht niet plaatsvinden of is uitstroom uit Wmo dagbesteding ontwikkelingsgericht aan de orde.

60

Clientperspectief Stabilisatie Productnaam: Waakvlam stabilisatie (Perceel 1) Inhoudelijke omschrijving product: Waakvlam stabilisatie is gericht op het in beeld houden en monitoren van cliënten om de stabiele situatie te handhaven. Hierdoor wordt een terugval in de zelfredzaamheid en/of participatie voorkomen. Er wordt met de client aan een beperkt aantal resultaten (maximaal 2) op een beperkt aantal leefgebieden gewerkt. Door waakvlam stabilisatie wordt een oogje in het zeil gehouden onder andere door het voeren van ventilerende gesprekken met de cliënt. Doelgroep: Cliënten die voor een lange periode minimale begeleiding nodig hebben om zelfredzaam te blijven en/ of te participeren. Het gaat om niet complexe ondersteuningsvragen van cliënten waar verdere ontwikkeling van hun zelfredzaamheid en/of participatie niet mogelijk is. De clientsituatie is stabiel en er is sprake van een redelijke mate van zelfredzaamheid. Specifieke eisen voor aanbieden product: Niet van toepassing. Kwaliteit/ competenties medewerker: • De begeleider signaleert wanneer er sprake is van structurele terugval, structurele verandering en/of onveilige situaties en kan hier actie op ondernemen; •

De begeleider legt de nodige verbindingen in de keten en werkt samen met alle betrokken instanties/personen om de cliënt heen.

•

De begeleider begeleidt de cliënt waar mogelijk voor deelresultaten naar het voorliggend veld.

Beschikbaarheid en planning: Waakvlam stabilisatie gaat uit van een minimale beschikbaarheid die goed planbaar is. Er sprake van een (redelijk) voorspelbare situatie. Aanbieder moet de ondersteuning flexibel inzetten gebaseerd op de daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte van de cliënt. Deze ondersteuningsbehoefte kan fluctueren gedurende de looptijd van de indicatie. Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging): Voor deelresultaten, zoals het voeren van ventilerende gesprekken, kan toegewerkt worden naar het voorliggend veld.

61

Clientperspectief stabilisatie Productnaam: Begeleiding stabilisatie laag (Perceel 1) Inhoudelijke omschrijving product: Ondersteuning die geboden wordt om de zelfredzaamheid en/of participatie te behouden. Doel is het stabiliseren van de clientsituatie of het behouden van een bereikte stabiele situatie. Ontwikkeling is mogelijk op subdoelen. Doelgroep: Cliënten hebben ondersteuning nodig om hun situatie stabiel te houden. Als er sprake is van het moeten stabiliseren van de clientsituatie dan is beperkte inzet nodig om weer grip op het leven te krijgen. Cliënten zijn in redelijke mate zelfredzaam wat gezien hun clientsituatie verder bevorderd kan worden. Er is doorgaans wekelijks contact of meerdere korte momenten per week. De client is zelf of met zijn netwerk in staat om regie te kunnen voeren. Het betreft hier: • Cliënten die zich niet (verder) kunnen ontwikkelen en altijd een vorm van ondersteuning nodig zullen hebben, er is een gering risico op terugval en als er terugval is dan zijn de gevolgen beperkt; •

Cliënten met een complexe clientsituatie die zodanig gestabiliseerd zijn dat ze geen intensieve ondersteuning (meer) nodig hebben, er is een gering risico op terugval en als er terugval is dan zijn de gevolgen beperkt;

•

Cliënten waar met een beperkte inzet een stabiele clientsituatie bereikt kan worden.

Daarnaast kan dit product worden ingezet als de cliënt in afwachting van behandeling is waardoor nog niet (of niet voldoende) aan begeleidingsdoelen gewerkt kan gaan worden. Dit om de periode tot de behandeling start te overbruggen. Specifieke eisen voor aanbieden product: • Het kunnen opvangen van pieken en dalen in de stabiliteit van de cliënt •

Indien van toepassing afstemmen met behandeling om de stabiele situatie te handhaven.

•

Samenwerking met Wmo huishoudelijke ondersteuning: indien er in een clientsituatie sprake is van de combinatie van huishoudelijke ondersteuning en begeleiding dan wordt van de aanbieder van begeleiding verwacht dat deze de regie neemt en er afspraken worden gemaakt en wordt samengewerkt met de aanbieder van huishoudelijke ondersteuning.

•

Indien van toepassing begeleidt de aanbieder de cliënt (en zijn netwerk) in het toeleiden naar de Wet langdurige zorg (Wlz).

Kwaliteit/ competenties medewerker: • Client kunnen stimuleren op subdoelen zaken aan te leren •

Cliëntsituatie zodanig stabiliseren dat ontwikkeling weer mogelijk is

•

Kaders stellen als dat nodig is om de geformuleerde resultaten te bereiken

•

De begeleider is aangesloten op de lokale voorliggende voorzieningen

•

De begeleider legt de nodige verbindingen en werkt samen met alle betrokken organisaties en personen om de cliënt heen.

•

De begeleider heeft kennis van psychische ziektebeelden, verslaving, licht verstandelijke beperking

Beschikbaarheid en planning: Begeleiding stabilisatie laag is goed planbaar en stelt geen specifieke eisen aan de beschikbaarheid. Aanbieder moet de ondersteuning flexibel inzetten (binnen de 0% ORT uren) gebaseerd op de ondersteuningsnoodzaak van de cliënt. Deze ondersteuningsbehoefte kan fluctueren gedurende de looptijd van de indicatie 62

Voorliggende producten/ veld (verwachte beweging): Afschalen mogelijk naar waakvlam, naar begeleiding ontwikkeling of naar het voorliggend veld. Als behandeling geweigerd wordt dan kan de indicatie voor begeleiding stopgezet worden.

63

Clientperspectief stabilisatie Productnaam: Begeleiding stabilisatie midden (Perceel 1) Inhoudelijke omschrijving product: Ondersteuning die voor langere tijd geboden wordt om de zelfredzaamheid en/of participatie te behouden. Doel is het stabiliseren van de clientsituatie en het behouden van een bereikte stabiele situatie. Ontwikkeling is mogelijk op subdoelen. Doelgroep: Cliënten hebben voor langere tijd ondersteuning nodig om hun situatie te stabiliseren dan wel stabiel te houden. Er is sprake van forse beperkingen in de zelfredzaamheid. Problematiek kan spelen op meerdere levensdomeinen. Denk hierbij aan (ex)verslavingsproblematiek, het niet hebben van een stabiele thuissituatie, suicidale gedachten, opvoed-en of relatievraagstukken etc. Gebeurtenissen zorgen voor een sterke verergering van de clientsituatie. De client kan niet de regie voeren en hiervoor niet of beperkt terugvallen op zijn netwerk. Mantelzorgers zijn overbelast en/of hebben zelf ook beperkingen. Het vraagt veel aandacht om de doelen te bereiken, er is wekelijks één langer durend contact of er zijn meerdere contactmomenten in de week noodzakelijk. Het betreft hier: • Cliënten die zich niet (verder) kunnen ontwikkelen en altijd een vorm van ondersteuning nodig zullen hebben waar sprake is van een kwetsbare situatie met een groot risico op terugval; •

Cliënten die eerst een stabiele situatie moeten bereiken voordat ze zich verder kunnen ontwikkelen en waar intensievere inzet nodig is om deze situatie te bereiken;

Als er sprake is van behandeling dan kan de begeleiding bij de client aanvullend op het behandeltraject, wat wordt gevolgd, ingezet worden. Ook kan dit product kan ingezet worden bij het wachten op behandeling maar alleen op het moment dat er tijdens het wachten op behandeling al wel aan de begeleidingsdoelen gewerkt kan worden. Specifieke eisen voor aanbieden product: • Het kunnen opvangen van pieken en dalen in de stabiliteit van de cliënt •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13687289/1