5 b&w Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning
Tekst van het document
Er wordt geen pgb verstrekt als deze wordt ingezet bij een gecontracteerde zorgaanbieder (begeleiding zin) tenzij dit in een combinatie met het sociaal netwerk is.
Tarieven voor Pgb begeleiding zorgaanbieder/zzp/professional De (maximale) tarieven voor begeleiding zijn in 2024 per maand: Product Waakvlam ontwikkeling Begeleiding ontwikkeling Dagbesteding ontwikkelingsgericht
Tarief 2024 € 151,08 € 650,17 € 1.214,00
Waakvlam stabilisatie Begeleiding stabilisatie laag Begeleiding stabilisatie midden Begeleiding stabilisatie hoog Arbeidsmatige dagbesteding Daginvulling stabilisatie
€ 147,19 € 619,76 € 1.159,36 € 2.137,12 € 968,22 € 609,59
Begeleiding verminderde zelfredzaamheid Daginvulling verminderde zelfredzaamheid Logeerzorg (per etmaal)
€ 1.006,99 € 814,03 € 217,30
Tarieven voor Pgb begeleiding sociaal netwerk: De (maximale) tarieven voor begeleiding zijn in 2024 per maand: PGB niet professionals/sociaal netwerk Product Waakvlam ontwikkeling
€ 48,88
Begeleiding ontwikkeling
€ 211,65
Waakvlam stabilisatie
€ 48,88
Begeleiding stabilisatie laag
€ 211,65
20
Begeleiding verminderde zelfredzaamheid
€ 370,51
Begeleiding stabilisatie midden
nvt
Begeleiding stabilisatie hoog
nvt
Daginvulling stabilisatie Daginvulling verminderde zelfredzaamheid
nvt
Dag besteding ontwikkeling
nvt
Arbeidsmatige dagbesteding
nvt
nvt
Beide tabellen betreft peildatum 1 januari 2024. De pgb tarieven professionals worden jaarlijks geïndexeerd volgens de methodiek van het contract maatwerkvoorziening Begeleiding. De pgb tarieven voor niet professionals/ sociaal netwerk worden één keer per jaar geïndexeerd. Hiervoor benutten we het tarief sociaal netwerk Wlz wat op 1 oktober het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar bekend is. Lager tarief Het pgb plan wat wordt ingediend door de cliënt is leidend. Ligt het maandtarief dat is opgenomen in het pgb plan lager dan de tarieven zoals die zijn opgenomen in bovenstaande tabel, wordt het door de PGB houder opgegeven tarief gehanteerd. De gemeente checkt wel het uurtarief vanwege de wetgeving rondom het minimumloon en de inleg bij de SVB. Het pgb mag niet hoger zijn dan het tarief dat beschikbaar is voor de begeleiding zorg in natura (ZIN). In individuele situaties blijft maatwerk mogelijk en kan op basis van een onderbouwde motivatie het pgb tarief worden verhoogd met de benodigde extra inzet. De gemeente keert het pgb uit aan de SVB, de eigen bijdrage wordt bij cliënt geïnd door het CAK en mag niet worden betaald uit het pgb. Hoger tarief Het pgb mag niet hoger zijn dan het tarief dat beschikbaar is voor de begeleiding zorg in natura (ZIN).
In individuele situaties blijft maatwerk mogelijk en kan op basis van een onderbouwde motivatie het pgb tarief worden verhoogd met de benodigde extra inzet. De gemeente keert een "bruto" pgb uit aan de SVB, hierop is geen eigen bijdrage in mindering gebracht. De eigen bijdrage wordt bij cliënt geïnd door het CAK en mag niet worden betaald uit het pgb. Salaris zorgverlener Onder het salaris voor een zorgverlener wordt niet verstaan: a. Eenmalige uitkering: dit is een uitkering die (als er nog voldoende budget is) uitgekeerd mag worden aan de zorgverlener als er sprake is van een plotselinge beëindiging van de werkzaamheden als gevolg van bijv. een overlijden van de cliënt. De zorgverlener zit in dat geval plotseling zonder werk; Feestdagenuitkering: Uit het pgb mag geen feestdagenuitkering aan de zorgverlener(s) worden betaald; c. Reiskosten; d. Kosten voor het voeren van een pgb administratie: De Sociale Verzekeringsbank (SVB) beheert het budget; e. Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb: in verband met fraudegevoeligheid is het niet toegestaan dat een (professionele) zorgverlener de administratie richting SVB verzorgt; Alle zorg en ondersteuning (door aanbieders) in het buitenland: controle op kwaliteit en financiën is dan nauwelijks mogelijk. Een pgb mag alleen na toestemming van het college besteed worden in het buitenland.
21
Uurlonen Het is niet toegestaan vaste maandlonen af te spreken met zorgverlener(s). Alleen uurlonen worden toegestaan.
22
4.9.4 Persoonsgebonden budget voor vervoersmiddelen, rolstoelen en woonvoorzieningen Definitie Onder een hulpmiddel wordt verstaan een voorziening om zich te bewegen in en om de woning (zoals een handbewogen of elektrische rolstoel) dan wel zich lokaal te verplaatsen (zoals een scootmobiel of een fietsvoorziening) dan wel een hulpmiddel in het kader van wonen (te weten/dat wil zeggen losse voorzieningen zoals bad-, douche- of transfervoorzieningen). Met het pgb voor hulpmiddelen krijgt de cliënt een geldbedrag in handen waarmee hij zelf een aan hem te verlenen voorziening kan (in)kopen of huren. Kwaliteitseisen Ook bij een pgb geldt dat de hulpmiddelen, die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn. De kwaliteit van de hulpmiddelen, die ingekocht worden door een pgb, moet van vergelijkbare kwaliteit zijn als de hulpmiddelen verstrekt in natura. Indien van toepassing moet het hulpmiddel voldoen aan de code VVR (Veilig Vervoer Rolstoelgebruikers). Bij het beoordelen van de kwaliteit weegt het college mee of het hulpmiddel, in redelijkheid, geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. Een pgb wordt verstrekt als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat het hulpmiddel van goede kwaliteit is, veilig in gebruik is en cliëntgericht is. De cliënt kan gevraagd worden aan te tonen dat de kwaliteit gewaarborgd is.
Hiervoor kan gevraagd worden om de onderstaande gegevens, verklaringen en inzichten te verstrekken over het gewenste hulpmiddel en de leverancier: 1. Verklaring dat de levering van het hulpmiddel, inclusief voldoende instructie en demonstratie, door de leverancier wordt verzorgd. In situaties dat er geen maatwerk van toepassing is, levert de leverancier het hulpmiddel, na passing en instructie, direct af. Als dit noodzakelijk is maken gewenningslessen deel uit van de instructie. De leverancier overlegt de Nederlandstalige gebruikershandleiding van elk aangeboden hulpmiddel aan de gebruiker. Deze bevat in ieder geval: a. Naam en adres van de fabrikant en/ of importeur; b. Uitleg van de gebruiksmogelijkheden van het hulpmiddel; c. Uitleg van de in- en verstelmogelijkheden; d. Uitleg en plaatsing van de bedieningsapparatuur; e. Uitleg van de eventueel gebruikte symbolen; f. Onderhoudsinformatie betreffende de banden en accu's; g. Een gebruiksaanwijzing betreffende de acculader (indien van toepassing); h. Een lijst met door de rolstoelfabrikant toegestane accu's/acculaders. Bij elektrische hulpmiddelen wordt standaard één gratis gewenningsles bij aflevering verzorgd. Indien er meer gewenningsrijlessen (maximaal 3) benodigd zijn, wordt dit afgestemd de opdrachtgever en dient de leverancier hier kosteloos medewerking aan te verlenen. 2.
Nazorg De leverancier biedt adequate nazorg aan de gebruiker gedurende de gehele gebruiksperiode van het hulpmiddel. De opdrachtnemer neemt binnen 6 weken, na ingebruikname van het hulpmiddel, contact op met de gebruiker als onderdeel van de nazorg. De opdrachtnemer zal, op verzoek van de gebruiker, klachten verhelpen, kleine verbeteringen aanbrengen binnen de kaders van de individuele selectie en eventuele vragen beantwoordt. 3. Service en onderhoud • Indien service of onderhoud op een andere locatie plaats moet vinden dan bij de gebruiker thuis, dan zal deze voor de duur van de service en/of de onderhoudstermijn de beschikking krijgen over een gelijkwaardig vervangend hulpmiddel. Gebruikers dienen te allen tijde over een passend, compenserend hulpmiddel te beschikken en te blijven beschikken. Het is aan de leverancier om haar service en onderhoud voor wat betreft dit contract op basis van dit uitgangspunt vorm te geven. De leverancier dient de hulpmiddelen, ongeacht de 23
•
•
leeftijd, in een goede volwaardige conditie te leveren en te houden. Voor gebruikers in de grensstreek geldt dat service ook geldt voor 25 kilometer buiten de landgrens met België. In alle gevallen, waarbij er geen sprake is van een calamiteit, is de reactietijd binnen 24 uur. Alle servicereparaties geschieden in overleg met de gebruiker binnen de met elkaar afgesproken tijd. Voor alle meldingen geldt dat als het mogelijk is, het hulpmiddel ter plaatse wordt gemaakt. Als dit niet mogelijk is, zorgt de leverancier dat de gebruiker veilig thuiskomt. De kosten voor veilig thuisbrengen, deze zijn voor opdrachtnemer als het binnen de regio is. De reactietijd bij calamiteiten is binnen 1 uur. Bij calamiteiten dienen reparaties binnen 2 uur succesvol te worden uitgevoerd. De leverancier is 24-uur per dag telefonisch bereikbaar. Het verhelpen van calamiteiten vindt, afhankelijk van de omstandigheid waarin de gebruiker verkeert, ter plekke, dan wel bij de gebruiker thuis plaats. Wanneer de reparatie niet succesvol wordt uitgevoerd dan dient er een compenserend, vervangend hulpmiddel door de leverancier te worden verstrekt.
Pgb vaardigheid De pgb houder moet in staat zijn het opgestelde functioneel programma van eisen te lezen en samen met een leverancier/extern deskundige (zoals een eerstelijns ergotherapeut uit de Zvw) het functioneel programma van eisen te vertalen in een ergonomisch programma van eisen om te komen tot het leveren van het goedkoopst adequate hulpmiddel. De pgb houder moet in staat zijn contractueel afspraken te maken met de leverancier over onderhoud en reparatie. Ook moet hij indien van toepassing een adequate verzekering kunnen afsluiten. Uitsluitingen pgb voor hulpmiddelen Een pgb voor een hulpmiddel wordt niet verstrekt wanneer verwacht wordt dat binnen de afschrijvingstermijn de voorziening niet meer adequaat of noodzakelijk is (zoals bij kinderen i.v.m. groei en ontwikkeling of bij een progressieve aandoening). Een niet stabiele gezondheidssituatie kan er toe leiden dat het college zal besluiten dat toekenning van een pgb niet mogelijk is, omdat hiermee niet snel en adequaat op een veranderende situatie ingesprongen kan worden. Wanneer aanpassingen op medische gronden (ziekte blijkt toch progressief) noodzakelijk zijn aan de maatwerkvoorziening die eerder met een pgb is aangeschaft, is de gemeente verantwoordelijk voor de kosten van deze aanpassingen.
Als de voorziening tussentijds niet blijkt te voldoen en er geen sprake is van veranderde omstandigheden, kan geen beroep worden gedaan op een vervangende voorziening. Als een voorziening volgens de vooraf vastgestelde afschrijvingstermijn is afgeschreven maar nog wel compenserend en technisch in orde is, wordt geen nieuw pgb voor een maatwerkvoorziening verstrekt. Of de voorziening nog compenserend is, wordt beoordeeld door de gemeente zelf (samen met de leverancier) of door een door de gemeente aan te wijzen externe deskundige. De eventuele daaraan verbonden kosten zijn voor rekening van de gemeente. Op basis van een nieuwe aanvraag kan wel opnieuw een pgb voor de jaarlijkse kosten van onderhoud, reparatie en verzekering worden verstrekt. Dit pgb zal jaarlijks uitbetaald worden tot het moment dat uit onderzoek blijkt dat de voorziening technisch is afgeschreven. Wanneer er sprake is van schuldenproblematiek wordt het pgb aan de leverancier uitbetaald. Dit is een uitzondering op de algemene beleidsregel dat bij schuldenproblematiek geen pgb wordt verstrekt. Het omzetten van het pgb naar een voorziening in natura op verzoek van de cliënt, is niet meer mogelijk nadat het pgb al is besteed aan een voorziening. Dit is van toepassing gedurende de looptijd van het pgb.
Toets op resultaat Indien een cliënt kiest voor een pgb, dient vooraf de afweging gemaakt te worden of het resultaat, zoals vastgelegd in de beschikking, kan worden behaald met het pgb. De pgb houder is hier verantwoordelijk voor. De gemeente informeert de pgb houder vooraf dat 24
periodiek getoetst kan worden of het resultaat met het pgb behaald wordt en welke consequenties verbonden zijn aan het niet behalen van het resultaat. Wanneer (tussentijds) door de Wmo-consulent wordt vastgesteld dat de resultaten die in het pgb-plan zijn genoemd niet of onvoldoende worden behaald, zijn mogelijke consequenties: • Pgb wordt omgezet naar zorg in natura en pgb moet in totaliteit worden terugbetaald. • Pgb wordt voor de kosten van onderhoud en verzekering stopgezet en moet terugbetaald worden. Duur van de toekenning De voorziening in de vorm van pgb wordt tenminste toegekend totdat deze technisch is afgeschreven. Dit houdt in dat het college niet gehouden is een economisch afgeschreven voorziening, die nog in goede staat is en passend voor de cliënt, in te nemen en een nieuwe maatwerkvoorziening te verstrekken. Functioneel Programma van eisen Wanneer een cliënt kiest voor een pgb wordt door de Wmo-consulent een functioneel Programma van Eisen (PvE) opgesteld waaraan de voorziening moet voldoen. De cliënt stelt vervolgens samen met een professional een ergonomisch programma van eisen op. Als cliënt een andere voorziening wil, niet zijnde een algemeen gebruikelijke voorziening, kan hij daarvoor kiezen onder de voorwaarde dat de voorziening geen (andere) belemmeringen oproept.
De voorziening die de cliënt aanschaft moet wel de beperking op hetzelfde niveau compenseren als in het PvE wordt gesteld en niet slechts een deel daarvan. De aanschaf van een tweedehands hulpmiddel is toegestaan mits deze in alle redelijkheid voldoet aan de afschrijvingstermijn voor het betreffende hulpmiddel zoals opgenomen in de onderstaande tabel. Het tweedehands aan te schaffen hulpmiddel moet gereviseerd zijn bij aankoop of binnen 1 maand na aankoop. Zie hiervoor verder onder aanschaf en facturatie. Gehanteerde afschrijvingstermijnen Wmo voorzieningen: 4 jaar 5 jaar 6 jaar
Aangepast autozitje voor kinderen Douche/toiletstoelzelfbeweger of verrijdbaar Douchebrancard
Kinderduwwandelwagen
Aankoppelbaar fietsdeel (o.a. handbike) Duofiets
Elektrische aandrijfunit (o.a. emotion) Elektrische driewielfiets
Kinderrolstoel elektrisch Handbewogen vastframe actief rolstoel Kinderrolstoel Handbewogen handbewogen vouwframe actief rolstoel Tillift
25
7 jaar
10 jaar
Elektrische rolstoel
Autoaanpassingen
Traplift
Handbewogen rolstoel kortdurend gebruik Handbewogen rolstoel semipermanent gebruik
Driewielfiets
Duwondersteuning op handbewogen rolstoel Handbewogen rolstoel permanent gebruik Scootmobiel
Aanschaf en facturatie Na ontvangst van de beschikking heeft de cliënt drie maanden de tijd om de voorziening aan te schaffen. Voor het verstrijken van deze 3 maanden wordt door de consulent contact opgenomen met de cliënt, alleen indien de voorziening nog niet is gedeclareerd. Een pgb kan ingetrokken worden als de cliënt de voorziening niet binnen drie maanden aanschaft of inkoopt en hiervoor geen gegronde reden is. Na overleg van de factuur wordt het pgb uitbetaald aan de leverancier of aan de pgb houder. De factuur moet worden ingediend tot 3 maanden na beschikking. Het pgb wordt aangewend voor het aanschaffen van een hulpmiddel. Dit kan bij een erkende leverancier. Ook is het mogelijk een tweedehands hulpmiddel aan te schaffen onder de voorwaarde dat deze wordt nagekeken door bijvoorbeeld de leverancier van hulpmiddelen in natura of een andere erkende leverancier. Jaarlijks dient de cliënt de factuur voor het onderhoudscontract en de verzekering in te leveren bij de gemeente. Op basis van deze facturen wordt jaarlijks het pgb voor onderhoud en verzekering uitbetaald aan de cliënt. Hoogte pgb voor hulpmiddelen De hoogte van het pgb en de voorwaarden voor de verantwoording zijn opgenomen in de beschikking.
De hoogte van het pgb is maximaal de kosten die de gemeente zou moeten betalen aan de door de gemeente gecontracteerde leverancier als de voorziening in natura zou worden verstrekt (de goedkoopst compenserende voorziening wordt verstrekt). Eventuele meerkosten komen voor rekening van de pgb houder. De bedragen zijn afgeleid van de bedragen die gelden voor de natura voorzieningen en/of zijn gebaseerd op realistische marktconforme prijzen. Het pgb is bedoeld voor de aanschaf van het hulpmiddel, reparatie, onderhoud en verzekeringskosten voor de gehele economische afschrijvingsperiode van het hulpmiddel. Het bedrag voor de aanschaf van het hulpmiddel wordt in één bedrag uitgekeerd. In de beschikking wordt een bedrag opgenomen voor verzekering en onderhoud en reparaties. Deze kosten worden vergoed op declaratiebasis tot een - in de beschikking vastgesteld - maximum bedrag per jaar. De hoogte van het pgb en de voorwaarden voor de verantwoording zijn opgenomen in de beschikking. De hoogte van het pgb voor hulpmiddelen wordt per type voorziening vastgesteld. Per type voorziening gelden periodebedragen en afschrijvingstermijnen, zie voor de afschrijvingstermijnen de tabel onder "Functioneel programma van eisen". Voor vervoersvoorzieningen en trapliften wordt de hoogte vastgesteld op basis van het pgb-plan wat is opgesteld op basis van het functioneel programma van eisen.
De hoogte van het pgb voor vervoersvoorzieningen is maximaal de vastgestelde afschrijvingstermijn x het periodebedrag en bedraagt nooit meer dan de kosten die de gemeente voor zorg in natura maakt. De hoogte van het pgb voor de trapliften is maximaal de hoogte van het bedrag dat de gemeente voor trapliften zorg in natura betaalt. Voor voorzieningen om zich te bewegen in en om de woning en voor hulpmiddelen in het kader van wonen geldt dat de hoogte van het pgb wordt bepaald aan de hand van opgevraagde offerte(s) en een tegenofferte opgevraagd door de consulent bij de gecontracteerde leverancier voor zorg en in natura, bij de fabrikant of importeur. De pgbhouder wordt gevraagd om minimaal één offerte aan te leveren. De offerte voorziet ook in een uitvraag van het onderhoudscontract en verzekering (indien van toepassing). Meerkosten Als bij de aanschaf van de voorziening met het pgb aanpassingen aan de voorziening nodig zijn dan moeten deze aanpassingen bekostigd worden uit het toegekende pgb bedrag. De situatie waarin het door de cliënt beoogde hulpmiddel duurder is dan op basis van het functioneel PvE door het college verstrekt zou worden, betekent niet bij voorbaat dat het pgb om die reden geheel geweigerd kan worden. Cliënten betalen zelf bij wanneer de kosten van het door hem gewenste hulpmiddel hoger zijn dan het door het college voorgestelde aanbod.
Het college kan het pgb slechts weigeren voor dat gedeelte dat duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod. 26
Onderhoud, reparatie en verzekering De pgb-houder is verplicht zijn vervoersvoorziening te verzekeren voor de wettelijke aansprakelijkheid(WA). Onderhoud aan het hulpmiddel dient vanaf het tweede jaar van toekenning van het pgb jaarlijks te worden uitgevoerd. De hoogte van het pgb voor onderhoud, reparatie en (indien van toepassing) verzekering wordt afgeleid van de tarieven die de gemeenten betalen aan onderhoud, reparatie en verzekering aan de gecontracteerde leveranciers voor hulpmiddelen. Reparaties kunnen in de eerste twee jaar mogelijk onder de garantie van het hulpmiddel vallen. Onderhoud staat los van de garantie, het pgb voor onderhoud wordt vanaf het tweede jaar toegekend. Restwaarde De restwaarde van de voorziening wordt bepaald en kan vervolgens worden teruggevorderd van de pgb-houder indien: • de voorziening niet langer gebruikt wordt door de pgb-houder; • de pgb-houder verhuisd is naar een andere gemeente; • de voorziening binnen de afschrijvingstermijn niet meer adequaat is vanwege een veranderd ziektebeeld; • de pgb-houder niet langer gebruik maakt van de Wmo maar van andere regelgeving zoals de Wlz • deze overleden is: bij overlijden van de budgethouder kan/kunnen de nabestaande(n) worden benaderd om te komen tot inname van het hulpmiddel of kan de restwaarde van de voorziening worden teruggevorderd van de nabestaande(n).
De restwaarde van een hulpmiddel wordt berekend aan de hand van de lineaire afschrijvingsmethode. Het gedeelte van het pgb, dat bestemd is voor de kosten van het onderhoud, de reparaties en de verzekering kan worden teruggevorderd over de nog niet verstreken afschrijvingstermijn, indien er sprake is van een situatie zoals opgesomd hierboven. Pgb voor nagelvaste woningaanpassingen Bij grote bouwkundige of woontechnische voorzieningen aan de woning wordt de externe bouwkundig adviseur gevraagd om een programma van eisen inclusief kostenraming op te stellen. De cliënt vraagt vervolgens 2 offertes op. De hoogte van het persoonsgebonden budget is het bedrag van de goedkoopste adequate offerte, maar nooit hoger dan de kostenraming van de externe adviseur. Als een complexe woonvoorziening vermoedelijk tijdelijk geplaatst wordt, vraagt cliënt/gemeente ook een prijs op voor het huren van een tijdelijke unit. Ook in die situatie wordt het PGB bepaald op de goedkoopst adequate offerte.
27
5. Regels eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen Per 2020 wordt een vaste eigen bijdrage ingevoerd, het zogenaamde abonnementstarief. Het abonnementstarief geldt zowel voor maatwerkvoorzieningen als voor algemene voorzieningen die bij verordening zijn aangewezen. In de verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 Gemeente Rucphen zijn geen algemene voorzieningen zijn aangewezen. Dat betekent dat het abonnementstarief alleen geldt voor maatwerkvoorzieningen 5.1 Eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen Als sprake is van een door de cliënt te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover zowel tijdens het gesprek als in de beschikking geïnformeerd. Wettelijk is geregeld dat het CAK (Centraal Administratie Kantoor) de eigen bijdrage vaststelt, oplegt en int. Het CAK draagt vervolgens de ontvangen eigen bijdragen af aan de gemeente. In 2024 geldt een maximale eigen bijdrage van € 20,60 per maand. Het maakt daarbij niet uit hoeveel maatwerkvoorzieningen iemand heeft, de eigen bijdrage is nooit meer dan € 20,60 per maand. Bij alle maatwerkvoorzieningen is een bijdrage in de kosten verschuldigd, met uitzondering van: ■ begeleiding in de categorieën 'arbeidsmatige dagbesteding' en 'dagbesteding ontwikkelgericht' ■ rolstoelen; ■ voorzieningen voor personen jonger dan achttien jaar.
Voor bouwkundige of woontechnische woningaanpassingen is wel een bijdrage verschuldigd, deze wordt van de ouder(s) en/of verzorgers gevraagd; ■ niet-AOW-gerechtigde meerpersoonshuishoudens. Voor gebruik van het waspunt wordt geen eigen bijdrage gevraagd. In het uitvoeringsbesluit Wmo 2015 zijn wettelijk de kaders vastgelegd voor het opleggen van de eigen bijdrage. Voor maatwerkvoorzieningen wordt de eigen bijdrage opgelegd tot maximaal de werkelijke kosten (kostprijs) van de voorziening. In de praktijk bedraagt de eigen bijdrage altijd € 20,60, omdat er geen maatwerkvoorzieningen zijn waarvoor de kostprijs lager is dan 20,60. Voor koopvoorzieningen (betreft woonvoorzieningen of een PGB voor hulpmiddelen) wordt de eigen bijdrage van € 20,60 opgelegd totdat de kostprijs is bereikt.
28
6. Maatwerkvoorzieningen De Wmo 2015 kent artikel 2.3.5 lid 5 waarin is bepaald dat de maatwerkvoorziening, voor zover daartoe aanleiding bestaat, wordt afgestemd op andere wetten. Ook onder de Wmo 2015 geldt dat wanneer iemand aanspraak kan maken op een voorziening op grond van een andere regeling, het college in het kader van de eigen kracht geen voorziening op grond van de Wmo hoeft te verstrekken. Het uitgangspunt is dan namelijk dat de cliënt op eigen kracht het probleem op kan lossen, namelijk door zijn aanspraak op grond van de andere regeling tot gelding te brengen. De Wmo 2015 gaat uit van maatwerk aan de cliënt door te kijken naar de beperkingen die een cliënt heeft (of ondervindt door de handicap die hij/zij heeft), het te behalen resultaat en de oplossingen die daarbij passen. Doel van het maatwerk is het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en/of participatie, zodat deze zo lang mogelijk in de eigen omgeving kan blijven wonen. In elke individuele situatie wordt eerst gekeken naar de mogelijkheden om zelf of in het netwerk oplossingen te vinden. Twee personen met dezelfde beperking kunnen voor andere voorzieningen in aanmerking komen, omdat zij op andere terreinen beperkingen ondervinden of over verschillende oplossingen beschikken. Dit wordt in een gesprek in beeld gebracht.
Als de beperkingen niet/onvoldoende opgelost kunnen worden door de cliënt zelf, binnen het netwerk of met algemene dan wel voorliggende voorzieningen, dan komt een maatwerkvoorziening in beeld. Wel is getracht om, mede op basis van jurisprudentie - richtlijnen te geven waarin een maatwerkvoorziening kan voorzien. Wmo-maatwerkvoorzieningen zijn gericht op het bereiken van het resultaat. De Wmo-consulent bekijkt samen met de cliënt welke resultaten behaald moeten worden ("het WAT") en welke aandachtsgebieden nodig zijn. Op welke manier ("het HOE") de resultaten en daarmee samenhangend de aandachtsgebieden het beste gerealiseerd kunnen worden, wordt overgelaten aan de aanbieder in overleg met de cliënt. In het geval er een PGB wordt verstrekt, is dit aan de cliënt in overleg met zijn zorgverlener. Keukentafelgesprek Onderdeel van de onderzoeksfase is het voeren van een keukentafelgesprek met de cliënt. Tijdens dit gesprek wordt de volledige cliëntsituatie in beeld gebracht, waarbij ook de mogelijkheden in beeld worden gebracht. Van dit gesprek wordt een verslag gemaakt.
Samengevat wordt het volgende onderzocht: aandoening(en) en de daaruit voortvloeiende beperkingen, eigen mogelijkheden om activiteiten uit te voeren, activiteiten die door een huisgenoot of iemand uit het sociale netwerk gedaan kunnen worden, algemene en voorliggende voorzieningen, waarvan gebruik gemaakt kan worden. Als geconcludeerd wordt dat de belemmeringen niet volledig door de cliënt zelf, met hulp van het netwerk dan wel met algemene of voorliggende voorzieningen weggenomen kunnen worden, dan wordt een (gedeeltelijke) maatwerkvoorziening geïndiceerd. Deze ondersteuning neemt de verantwoordelijkheid van de cliënt niet over, maar helpt de cliënt op weg om het resultaat te behalen. In de Wmo 2015 zijn in ieder geval de volgende resultaatgebieden te vinden: 6.1. huishoudelijke ondersteuning 6.2. verplaatsen in en om de woning 6.3. normaal gebruik van de woning 6.4. vervoer 6.5. begeleiding
29
6.1. Huishoudelijke ondersteuning Huishoudelijke ondersteuning is een middel om te kunnen participeren en zelfredzaam te zijn, het is geen doel op zich. In eerste instantie wordt gekeken of algemeen gebruikelijke of algemene voorzieningen een oplossing bieden alvorens een maatwerkvoorziening wordt verstrekt. Daarnaast dient te worden gekeken naar de keuzes die cliënt maakt (of dient te maken) welke van invloed zijn op de ondersteuning en dienen tips gegeven te worden bij bevordering van de zelfstandigheid. Dit is op basis van een persoonlijk onderzoek en daar waar nodig met flexibiliteit (maatwerk). Het doel van deze beleidsregels is helder te krijgen waar de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning voor dient en wat gemeente, cliënt en aanbieder kunnen verwachten. Wat kan de cliënt verwachten bij de indicatie voor de voorziening vanuit de gemeente en de levering van de benodigde zorg vanuit de aanbieder. De gemeente stelt op basis van het onderzoek vast welke resultaten en welke aandachtsgebieden voor de cliënt moeten worden geïndiceerd. De gemeente geeft aan de aanbieder door welk resultaat behaald moet worden en welke aandachtsgebieden verder uitgewerkt moeten worden. De aanbieder stelt vervolgens samen met de cliënt in het leveringsplan de verfijning op van de daadwerkelijke taken en werkzaamheden met samenhangend de frequentie daarvan.
In de opgenomen frequentietabel (bijlage 1) zijn voor de verschillende resultaatgebieden de benodigde werkzaamheden met bijbehorende gemiddelde frequenties omschreven. Naar aanleiding van het maatwerk per cliënt kan hier gemotiveerd van worden afgeweken. Belangrijk is dat de inzet wordt bepaald in dialoog tussen aanbieder en cliënt. De gemeente toetst of het leveringsplan in overeenstemming is met het verslag en de gemeentelijke beleidsregels, zodat de uiteindelijke indicatie vast kan worden gesteld. 6.1.1. Een gestructureerd huishouden Sinds 2016 wordt er binnen de Wmo bij de huishoudelijke ondersteuning gewerkt volgens resultaatgerichte indicering en -financiering. Mede gelet op de uitspraken die de Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft gedaan op 18 mei 2016 is het beleid met betrekking met betrekking tot huishoudelijke ondersteuning geëvalueerd en aangepast. Op basis van de evaluatie is besloten om verder te gaan met resultaatgericht indiceren.' Resultaat gericht werken Zelfredzaamheid is in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Bij het kunnen participeren en zelfredzaam zijn mag de huishouding geen obstakel vormen. Het hoeft niet overal 'spic en span' te zijn, maar het huishouden moet 'op orde' zijn.
Er kan goed en veilig geleefd worden, het vormt een basis, waar de cliënt mensen kan ontvangen en van waaruit de cliënt kan participeren in de samenleving. Aandachtsgebieden Een gestructureerd huishouden wordt in Rucphen uitgewerkt in vijf aandachtsgebieden: 1) Een schoon en leefbaar huis 2) Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften 3) Beschikken over schone en draagbare kleding 4) Instructie, advies en voorlichting 5) Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren Een schoon en leefbaar huis Een schoon huis betekent dat het huis stof- en vlekvrij is, zodanig dat het niet vervuild is. Daarom dient er periodiek binnenshuis te worden schoongemaakt. Schoon volgens algemeen gebruikelijke hygiënische normen. Dit kan heel praktisch betekenen dat de uitvoering van de schoonmaakwerkzaamheden niet helemaal voldoen aan de persoonlijke standaard en verwachtingen van iedere cliënt afzonderlijk. Dat betekent dat er niet wordt schoongemaakt uit gewoonte, maar om te voorkomen dat het vervuilt. De inzet moet echter wel in alle redelijkheid en in voldoende mate aansluiten bij de persoonlijke situatie (mogelijkheden en beperkingen) en de leefwijze (gezinssamenstelling en gezondheid) van een cliënt. De cliënt moet eerst zelf al het mogelijke gedaan hebben om vervuiling te beperken.
Leefbaar betekent dat het huis opgeruimd is en dat de cliënt gebruik kan maken van alle primaire leefruimten.
30
Onder huis wordt verstaan alle primaire leefruimten die door een leefeenheid daadwerkelijk voor het daarvoor bestemde doel frequent gebruikt worden in de woning: woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer, toilet , trap, overloop en hal. In de jurisprudentie zijn hier verschillende uitspraken over terug te vinden, onder andere: ECLI:NL:CRVB:2017:885 (tuin), ECLI:NL:CRVB:2014:1627 (voortuin, hal, gang en trap), ECLI:NL:CRVB:2014:2330 (praktijkruimte aan huis), ECLI:NL:CRVB:2013:2032 (essentiële leefruimten van de cliënt) Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften In elk huishouden zijn boodschappen voor de dagelijkse levensbehoeften (voedsel, toilet- en schoonmaakartikelen) en activiteiten nodig. Het is heel normaal dat mensen geclusterd boodschappen doen door eenmaal in de week grote voorraad in huis te halen. In het algemeen geldt dat het verzorgen van de boodschappen niet geïndiceerd wordt als maatwerkvoorziening. Hiertoe wordt in de meeste gevallen gebruik gemaakt van een algemeen gebruikelijke dienst (zoals de plaatselijke boodschappendienst) of zetten mensen uit het sociale netwerk zich hiervoor in. Uitsluitend wanneer het eigen netwerk en een boodschappenservice geen optie is, kan een indicatie worden afgegeven van in principe één keer per week boodschappen halen en opbergen.
Hieronder vallen niet de grotere inkopen zoals kleding en duurzame goederen, zoals apparaten. Het uitgangspunt voor het te behalen resultaat met betrekking tot maaltijden is dat de broodmaaltijden worden bereid en klaargezet en een warme maaltijd wordt opgewarmd en/of klaargezet. In de meeste situaties kan van een algemeen gebruikelijke dienst zoals maaltijdservice voor de warme maaltijd, gebruik worden gemaakt. Ook zijn er kant-en-klaar maaltijden te koop die een oplossing kunnen bieden. Tevens biedt het eigen sociale netwerk mogelijk opties. Uitsluitend wanneer het eigen netwerk of een maaltijdservice geen optie is (bv geen leveringsgebied), kan een indicatie worden afgegeven voor het opwarmen van de maaltijd en/of voor het klaar maken van de broodmaaltijd. Beschikken over schone en draagbare kleding: Het doel van dit aandachtsgebied is dat de cliënt beschikt over schone kleding. Het omvat het wassen, het drogen, strijken en/of vouwen van kleding en het terugleggen van kleding in de garderobekast. Verwacht wordt dat de cliënt beschikt over een wasmachine. Als die er niet is, behoort het aanschaffen van een wasmachine tot de verantwoordelijkheid van de cliënt, aangezien een wasmachine als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd.
Daarnaast wordt van de cliënt verwacht dat de reikwijdte van de ondersteuning tot een minimum wordt beperkt door bijvoorbeeld de aanschaf van een wasdroger of kleding die niet gestreken hoeft te worden. De dagelijkse kleding moet met enige regelmaat worden gereinigd. Het gaat dan om het wassen, drogen, strijken en opvouwen. Uitgegaan wordt van 1 maal per week. Op grond van de persoonlijke situatie van een cliënt kan er in overleg tussen aanbieder en cliënt een afwijkende frequentie worden vastgelegd in het leveringsplan. Begeleiden bij het kopen van kleding hoort niet binnen dit aandachtsgebied. Via de collectieve maatwerkvoorziening: het Waspunt Cliënten die vanwege hun beperking in aanmerking komen voor het aandachtsgebied "beschikken over schone en draagbare kleding" kunnen gratis gebruik maken van het WasPunt. Dit is een collectieve maatwerkvoorziening. Een cliënt komt voor het WasPunt in aanmerking als hij niet zelf en/of met behulp van zijn omgeving de wasverzorging uit kan voeren. Het WasPunt is voor het wassen, drogen, strijken en vouwen van het wasgoed. Het wasgoed wordt één keer per week op een vaste ochtend thuis opgehaald en vervolgens weer binnen twee dagen bij de cliënt thuisgebracht. Er kunnen maximaal drie waszakken (witte was, lichtbonte was en bonte was) per week worden meegegeven. In principe wordt de was gedroogd in de droger.
De kleding die niet in de droger kan, wordt opgehangen. De schone was gaat gevouwen in een wasmand. Het WasPunt wast o.a. geen vitrage, overgordijnen, dekbedden, spreien en jassen. Als om medische of andere zwaarwegende redenen de was van de kleding niet via het WasPunt gedaan kan worden, wordt de was door de medewerk(st)er van de zorgaanbieder gedaan en kan het aandachtsgebied "beschikken over schone en draagbare kleding" als individuele maatwerkvoorziening worden geïndiceerd. Advies, Instructie en voorlichting Het doel van dit aandachtsgebied om de cliënt te leren om zelfstandig of met lichte ondersteuning de huishoudelijke taken uit te voeren. De activiteit is gericht op het aanleren van activiteiten en samen uitvoeren van activiteiten gericht op een schoon en leefbaar huis en de wasverzorging en/of boodschappen en maaltijden. Dit aandachtsgebied is alleen van toepassing als een cliënt ontwikkelbaar is.
31
Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren De zorg voor kinderen die tot het huishouden behoren is primair een taak van de ouders. Zo moeten werkende ouders er voor zorg dragen dat er op tijden dat zij beiden werken, opvang voor de kinderen is. Dat kan worden ingevuld op de manier waarop zij dat willen (oppas, grootouders, kinderopvang), maar het is een eigen verantwoordelijkheid. Dat is niet anders in de situatie dat één of beide ouders mede door beperkingen niet in staat zijn hun kinderen op te vangen. In die situatie zal men een permanente oplossing moeten zoeken. Kan/kunnen de ouder(s) deze rol tijdelijk niet vervullen waarbij het gaat om een onvoorziene, acute, situatie dan kan aanvullend op de eigen mogelijkheden extra huishoudelijke ondersteuning voor de duur van maximaal 3 maanden worden geïndiceerd. Het gaat nooit om een volledige overname. De wet heeft in deze vooral een taak om tijdelijk in te springen, zodat ruimte ontstaat om een goede oplossing te zoeken. Dat wil zeggen: de acute problemen worden opgelost, zodat gezocht kan worden naar een permanente oplossing. 6.1.2 Afwegingskader Alleen maatwerkvoorzienina als er geen andere oplossingen zijn Hulp bij het voeren van een huishouden wordt alleen geboden wanneer er geen andere oplossingen zijn die problemen op dit leefgebied kunnen voorkomen of oplossen.
Activiteiten die door de cliënt zelf kunnen worden uitgevoerd dan wel kunnen worden aangeleerd (reablement) behoren dan ook tot de eigen verantwoordelijkheid. In de dagelijkse praktijk kan dit ook betekenen dat een deel van het huishouden door cliënt wordt uitgevoerd en voor een ander deel (tijdelijk als er sprake is van reablement)ondersteuning wordt geboden. Een andere vorm van het benutten van eigen mogelijkheden is het verlenen van medewerking aan een zo efficiënt mogelijke ondersteuning. Dit betekent dat van de cliënt mag worden verwacht dat hiermee rekening wordt gehouden bij de inrichting van de woning en de planning van huishoudelijke werkzaamheden. Te denken valt aan het zo mogelijk voorbereiden van de was en het ergonomisch verantwoord inrichten van de woning. Hanteren van cliëntoersoectieven Bij de inzet van huishoudelijke ondersteuning wordt gekeken naar de wijze waarop de cliënt kan worden gestimuleerd om zelf huishoudelijke werkzaamheden te blijven doen of weer te gaan doen. Daarom wordt gewerkt met twee cliëntperspectieven, te weten: 1. ontwikkeling 2. stabilisatie We verstaan onder ontwikkeling en stabilisatie het volgende: Ontwikkeling: met de cliënt wordt toegewerkt naar ontwikkeling in zijn of haar zelfredzaamheid waardoor geen of minder huishoudelijk ondersteuning vanuit de Wmo noodzakelijk is.
Stabilisatie: er is sprake van een behoefte aan huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo, omdat de cliëntsituatie en de mogelijkheden van diens netwerk zich er niet toe lenen om zich te ontwikkelen om de huishoudelijke taken volledig of deels zelfstandig uit te (gaan) voeren. NB: Er kan ook sprake zijn van achteruitgang in de situatie van de cliënt. Voor de taken die de huishoudelijke ondersteuning uitvoert, die gericht zijn op een schoon en leefbaar huis, heeft dit geen consequenties. Behalve dat de ondersteuningsbehoefte zo groot kan worden dat de huishoudelijke ondersteuning wordt overgenomen door de Wlz.
Schoonmaakhulp voor eigen rekening Was men al gewend om voor eigen rekening een schoonmaakhulp in te huren, dan is het enkele feit dat er zich beperkingen voordoen geen reden om een beroep te doen op gemeentelijke ondersteuning. Wel moet worden meegewogen of door het ontstaan van beperkingen financiële mogelijkheden wegvallen of dat de ondersteuning door de 'gebruikelijk aanwezige' schoonmaak niet meer toereikend is. Gebruikelijke hulp Als de cliënt huisgenoten heeft die wel in staat zijn huishoudelijk werk te verrichten, komt dat gedeelte niet in aanmerking voor huishoudelijke ondersteuning. Dit wordt gebruikelijke hulp 32
genoemd. Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter en hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, drukke werkzaamheden of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden. Volwassene, jongeren en kinderen Iedere volwassene wordt geacht ook naast een (drukke) baan en/of gezin een huishouden te voeren. Jonge volwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar worden geacht een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. Vanaf 23 jaar wordt iemand geacht een meerpersoonshuishouden te kunnen voeren. Van kinderen in de leeftijd tussen twaalf en achttien jaar wordt verwacht dat zij hun eigen kamer schoonhouden en een bijdrage leveren in de licht huishoudelijke taken (zoals tafel afruimen, afwassen, kleding in de wasmand doen, kleine boodschappen halen). Leefeenheid en/of huisgenoot Aangezien bij iedere vraag een onderzoek naar de individuele kenmerken en mogelijkheden van de cliënt wordt gedaan, is het mogelijk om af te wijken van gebruikelijke hulp. Uit jurisprudentie van de Wmo en AWBZ is bekend dat als een huisgenoot in aaneengesloten perioden van zeven etmalen vanwege werk afwezig is er geen gebruikelijke hulp kan worden verwacht. Wel zal eerst onderzocht worden welke andere eigen en/of voorliggende oplossingen beschikbaar zijn (binnen het gezin/sociale netwerk).
Wanneer een huisgenoot minder dan zeven etmalen afwezig is, wordt onderzocht in hoeverre de huisgenoot een deel van de (uitstelbare) taken al dan niet kan overnemen. Als dat niet (volledig) kan, kan een (gedeeltelijke) maatwerkvoorziening worden toegekend. Voor huisgenoten die aangeven geen huishoudelijke taken over te kunnen nemen, omdat ze niet weten hoe dit moet en dit nog nooit hebben gedaan, kan korte tijd huishoudelijke hulp worden ingezet om de huisgenoot de vaardigheden aan te leren. Wanneer een huisgenoot overbelast blijkt te zijn of dreigt te worden door de zorg voor cliënt, kan tevens tijdelijk huishoudelijke ondersteuning worden ingezet. De overbelasting moet worden vastgesteld door een medisch adviseur. Van cliënt en huisgenoot wordt dan verwacht dat zij onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de overbelasting te verminderen, zodat op den duur de huishoudelijke taken weer door de huisgenoot kunnen worden overgenomen. Alleen wanneer blijkt dat - na een tijdelijke indicatie - ondanks pogingen van betrokkenen om tot oplossingen te komen het echt niet mogelijk is om de overbelasting te reduceren, kan langduriger huishoudelijke ondersteuning worden ingezet. Tevens geldt dat eerst onderzocht wordt welke andere eigen en/of voorliggende oplossingen dan wel voorzieningen beschikbaar zijn (binnen het gezin/sociale netwerk).
Mantelzorg Veel personen zijn bereid mantelzorg te verlenen. Deze vorm van vrijwillige ondersteuning door derden, niet behorend tot de leefeenheid, gaat voor op ondersteuning van de gemeente. Tegelijk is deze vorm van vrijwillige hulp niet afdwingbaar en daarmee in de praktijk vaak incidenteel en aanvullend op andere vormen van zorg. Indien noodzakelijk kan de gemeentelijke ondersteuning bestaan uit tijdelijke vervanging van de mantelzorger of vrijwilliger. Algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen Algemene voorziening Als eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg of vrijwilligershulp geen of onvoldoende oplossing bieden, wordt bekeken of een algemene voorziening een (gedeeltelijke) oplossing kan bieden. Een algemene voorziening wordt geboden door een aanbieder die hierover afspraken heeft met de gemeente (in de vorm van een overeenkomst of middels een subsidie). Om van een algemene voorziening gebruik te kunnen maken is geen uitgebreid onderzoek naar persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager noodzakelijk. De gemeente kan de aanvrager naar een algemene voorziening verwijzen, maar moet wel bekijken of deze voorziening ook compenserend is voor de aanvrager. Voorwaarde is dat een dergelijke voorziening feitelijk toegankelijk is.
Hiermee wordt bedoeld dat de voorziening redelijkerwijs door de cliënt kan worden bekostigd en er daadwerkelijk geschikte hulp geleverd kan worden onder redelijke voorwaarden. 33
Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld steunpunten waar tegen een geringe vergoeding gegeten kan worden. Algemeen gebruikelijk Een algemeen gebruikelijke voorziening is geen Wmo-voorziening. Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die voldoet aan de volgende criteria: 1. een voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking, en; 2. die daadwerkelijk beschikbaar is, en; 3. een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie, en; 4. bekostigd kan worden met een inkomen op minimumniveau. Hierbij wordt 5% van het maandelijks inkomen gehanteerd ter hoogte van de geldende bijstandsnorm, gedurende een periode van 36 maanden. Bij algemeen gebruikelijke voorzieningen kan onder andere worden gedacht aan algemene technische hulpmiddelen: afwasmachine, aangepast bestek, stofzuiger, wasmachine, wasdroger, verhoging voor wasmachine of wasdroger. Maar ook aan een boodschappendienst of glazenwasser. Invloed van de woonvorm Als mensen zelfstandig samenwonen op één adres en gemeenschappelijke ruimte(n) delen, wordt verwacht dat het aandeel in het schoonmaken van de gedeelde ruimtes bij uitval van één van de bewoners wordt overgenomen door een andere bewoner. Bij kamerverhuur wordt de huurder van de betreffende ruimte niet als een huisgenoot gezien van wie gebruikelijke hulp wordt verwacht.
Dat er sprake is van kamerhuur moet met een huurovereenkomst worden aangetoond. Huishoudelijke ondersteuning wordt bij meerdere bewoners alleen geleverd aan de woonruimte van cliënt en een evenredig deel van het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimte. Hierbij kan worden gedacht aan woongroepen of vormen van beschermd wonen of meerdere generaties in één huis. Voor de aanwezige beschermde woonvormen wordt specifiek op de situatie afgestemde ondersteuning geïndiceerd. Hierbij wordt naast de eigen mogelijkheden van de bewoners ook rekening gehouden met het doel en de intensiviteit van het gebruik van de gemeenschappelijke ruimtes. Een grotere woning leidt niet vanzelfsprekend tot meer inzet van ondersteuning. Er wordt uitgegaan van het niveau van sociale woningbouw. In vakantiewoningen, tweede woningen, hotels/pensions, kamerhuur c.q. huisvesting niet bedoeld voor permanente bewoning wordt geen huishoudelijke ondersteuning verstrekt. Aangezien een vakantie doorgaans van korte duur is, is er sprake van uitstelbare taken of kan schoonmaak bij de verhuurder worden ingekocht. Ook wanneer men langer verblijft in de hierboven genoemde woonvormen, wordt geen huishoudelijke ondersteuning verstrekt. Voortzetten hulp na overlijden huisgenoot Wanneer binnen een leefeenheid de partner overlijdt wordt onderzocht of huishoudelijke ondersteuning nodig is voor de overgebleven partner.
Mocht dit het geval zijn dan wordt de indicatie huishoudelijke ondersteuning doorgezet. In voorkomende situaties wordt de huidige indicatie maximaal vier weken voorgezet, bijvoorbeeld als overgebleven partner uiteindelijk geen hulp nodig heeft. Anders krijgt de partner een nieuwe indicatie. Maatwerkvoorzieningen Als de hiervoor beschreven afweging niet geleid heeft tot een (volledige) oplossing van de hulpvraag zal het College een maatwerkvoorziening verstrekken in de vorm van: • huishoudelijke ondersteuning light • Huishoudelijke ondersteuning ontwikkeling • Huishoudelijke ondersteuning stabilisatie kortdurend • Huishoudelijke ondersteuning stabilisatie langdurend Wasverzorging • Boodschappen • • Maaltijden • Huishoudelijke ondersteuning ontwikkeling plus • Huishoudelijke ondersteuning stabilisatie plus 34
•
Kindzorg
Een combinatie van huishoudelijke ondersteuning stabilisatie (plus), wasverzorging, boodschappen, maaltijden en kindzorg kan voorkomen. In bijlage 5 worden deze categorieën toegelicht. Huishoudelijke ondersteuning plus Huishoudelijke ondersteuning plus (ontwikkeling of stabilisatie) wordt ingezet als er sprake is van gedragsproblematiek. Hierbij heeft of toont iemand grensoverschrijdend gedrag waardoor de huishoudelijke hulp naast het huishouden ook extra inzet moet plegen op het disfunctioneren van de leefeenheid en er bijzondere vaardigheden nodig zijn om met de situatie ter plaatse om te kunnen gaan om een schoon en leefbaar huis te kunnen realiseren. Denk bij gedragsproblemen als iemand zich negatief, dwars, opstandig, vijandig en/of agressief gedraagt en/of veel aandacht vraagt. Huishoudelijke ondersteuning offerte: Gemeenten blijven de mogelijkheid behouden om een offerte aan te vragen in die situaties waarbij het vullen van het leveringsplan uitwijst dat de cliëntsituatie zeer afwijkend is en het resultaat niet afdoende bereikt kan worden door middel van de eerder geformuleerde producten.
Wanneer als gevolg van objectiveerbare (medische) beperkingen klanten onvoldoende ondersteund worden door inzet van de bovengenoemde maatwerkvoorzieningen en er sprake is van een verdubbeling van de jaarinzet door een aanbieder bij het realiseren van een schoon huis of als er een ander noodzakelijk resultaat behaald moet worden, kunnen er aanvullende activiteiten in frequenties ingezet worden. Voor het vaststellen van deze aanvullende activiteiten, frequenties wordt als richtlijn gebruik gemaakt van het Normenkader Huishoudelijk Ondersteuning 2019. Indien er sprake is van een of meer van de navolgende situaties kan dat in ieder geval aanleiding geven om te voorzien in een hogere frequentie. • a. samenstelling van het huishouden (> 2 personen) • b. kamers in gebruik (> 1 slaapkamer) • c. kamers niet in gebruik (> 1 slaapkamer) • d. extra bevuiling • e. extra hygiëne De aanwezigheid van een huisdier, behoudens een hulphond, geeft in beginsel geen aanleiding tot het vaststellen van extra activiteiten of het voorzien in een hogere frequentie. Kindzorg wordt altijd op offertebasis verstrekt. 6.1.3 Resultaat gericht werken: een gestructureerd huishouden Zelfredzaamheid is in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.
Bij het kunnen participeren en zelfredzaam zijn mag de huishouding geen obstakel vormen. Het hoeft niet overal 'spic en span' te zijn, maar het huishouden moet 'op orde' zijn. Er kan goed geleefd worden, het vormt een basis, waar de cliënt mensen kan ontvangen en van waaruit de cliënt kan participeren in de samenleving. Leveringsplan Huishoudelijke ondersteuning (zorg in natura en persoon gebonden budget) wordt geïndiceerd op basis van resultaat. Bij zorg in natura maakt de aanbieder in opdracht van de gemeente in overleg met de cliënt een leveringsplan. In dit plan is vastgelegd welke activiteiten er plaatsvinden en wat de frequentie van activiteiten is. In het leveringsplan is opgenomen dat de uitvoering van het plan flexibel moet zijn. De gemeente toetst het leveringsplan met de bevindingen uit gespreksverslag en met de beleidsregels voor huishoudelijke ondersteuning. Als het leveringsplan daarmee niet in overeenstemming is, wordt de aanbieder opdracht gegeven een aangepast leveringsplan te maken dat wel voldoet. Het leveringsplan maakt onderdeel uit van de beschikking. Op basis van persoonsonderzoek en in overleg met de cliënt zijn in het leveringsplan gemotiveerd aanpassingen in activiteiten en frequentie mogelijk. Om maatwerk te kunnen leveren is tevens een flexibele uitvoering van het leveringsplan mogelijk.
Dat betekent dat er met instemming van de cliënt in de ene week meer/minder/andere activiteiten uitgevoerd kunnen worden dan in de andere week. Leidend is dat de resultaat passend moet zijn voor de cliënt.
35
Als een cliënt kiest voor een persoonsgebonden budget, dan wordt de cliënt gevraagd om een PGBplan op te stellen. Hiervoor moet het format van de gemeente gebruikt worden. De gemeente toetst of het PGB-plan in overeenstemming is met de bevindingen uit het gespreksverslag en met de beleidsregels voor huishoudelijke ondersteuning. Het PGB-plan maakt onderdeel uit van de beschikking. Beschikking In de beschikking moet duidelijk zijn wat de cliënt kan verwachten aan ondersteuning. In de beschikking wordt het volgende opgenomen: • dat de cliënt aanspraak maakt op de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning en ten behoeve van welk resultaat en welke aandachtsgebieden de cliënt ondersteuning ontvangt; • wat de cliënt zelf, met eigen netwerk dan wel voorliggende / algemene voorzieningen kan; • welke activiteiten en frequentie bij de aandachtsgebieden horen om de ondersteuning passend te maken voor de cliënt en zodoende maatwerk te leveren. Dit wordt vastgelegd in het leveringsplan dat onderdeel is van de beschikking; • dat het leveringsplan dat in overleg tussen de aanbieder en de cliënt is opgesteld, is getoetst aan het gespreksverslag. Daarmee voldoet dit plan aan het persoonlijk onderzoek van de gemeente.
De cliënt heeft door ondertekening van het leveringsplan akkoord gegeven; • een verwijzing naar de beschrijving in beleidsregels van wat de gemeente verstaat onder ondersteuning in het huishouden; • dat de cliënt hiervoor een eigen bijdrage moet betalen; deze wordt door het CAK berekend op basis van vermogen en inkomen en daarom kan de hoogte van de eigen bijdrage niet in de beschikking worden opgenomen. Wel wordt de kostprijs van de voorziening in de beschikking vermeld, omdat dit de basis is voor de berekening van de eigen bijdrage; • verplichting tot het doorgeven van wijzigingen; • op basis van welk artikel van de Verordening het besluit genomen is; • bezwaarmogelijkheid. Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019: Activiteiten en frequentie De activiteiten en frequenties binnen het leveringsplan dat de cliënt ontvangt én het niveau van schoon dat hiermee behaald kan worden is gebaseerd op het objectieve en onafhankelijke onderzoek, uitgevoerd door KPMG Plexus en Bureau HHM. Dit onderzoek is gepubliceerd onder de naam Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2016. De gemeente Rucphen volgt het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019. Dit is terug te vinden in bijlage 1.
36
6.2. Het zich verplaatsen in en om de woning 6.2.1 Rolstoel We onderscheiden de volgende rolstoelvoorzieningen: • Handmatig voortbewogen rolstoel; • Elektrisch voortbewogen rolstoel; • Aanpassingen aan de rolstoel. Een rolstoel is een voorziening om het bestaande verplaatsingsprobleem in en om de woning te compenseren. Verplaatsen is vervoer over kleine afstanden, van enkele tientallen tot maximaal enkele honderden meters. Wie op grond van beperkingen geen andere mogelijkheid heeft dan zich verplaatsen met een rolstoel, kan een rolstoel toegekend krijgen. Voor een individuele maatwerkrolstoel geldt nog als eis dat "dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning" noodzakelijk is. Het gaat om verplaatsingen die direct vanuit de woning worden gedaan. Rolstoelen voor het zogenaamde incidentele gebruik, waarbij de rolstoel bijvoorbeeld wordt meegenomen om elders, bij uitstapjes, te gebruiken vallen niet onder dit met een maatwerkvoorziening te bereiken doel. Voor dit incidentele gebruik is er in Rucphen een algemene voorziening. Als uit de indicatiestelling blijkt dat er incidenteel een rolstoel nodig is, dan vindt doorverwijzing naar de rolstoelcentrale plaats. Na een proefperiode wordt beoordeeld of de rolstoelcentrale toereikend is, dan wel dat een maatwerkvoorziening nodig is. In de winter (oktober-maart) beslaat de proefperiode aan periode van 3 maanden.
In de zomer (aprilseptember) beslaat de proefperiode 2 maanden. Op verzoek van de gemeente onderbouwt de cliënt/betrokkene zijn/haar vervoersbehoefte met schriftelijke stukken. In bijlage 2 is de werkwijze van de rolstoelcentrale beschreven. Met aanpassingen aan een rolstoel wordt bedoeld: extra onderdelen die niet standaard op een rolstoel zitten (zoals comfort beensteunen of een werkblad), maar wel noodzakelijk zijn voor de cliënt. Accessoires zoals een boodschappenmand en een extra spiegel zijn doorgaans niet noodzakelijk, maar wenselijk en worden daarom niet vergoed. 6.2.2 Sportvoorziening Sporten kan een belangrijk middel tot participatie zijn. Een sportvoorziening wordt verstrekt: als het voor de cliënt zonder sporthulpmiddel niet mogelijk is om een sport te beoefenen, en de kosten hiervoor aanzienlijk hoger zijn dan de gebruikelijke kosten, die een persoon zonder beperkingen heeft voor dezelfde (of een vergelijkbare) sport. Er kan een sportrolstoel worden verstrekt, maar ook een ander hulpmiddel. Op grond van eerdere regelgeving Wmo en jurisprudentie kan worden gesteld dat het redelijk is om maximaal eens per drie jaar hiervoor een vergoeding te verstrekken. De cliënt moet aantonen dat er sprake is van een actieve sportbeoefening. De vergoeding voor een sportrolstoel is opgenomen in de verordening.
6.3 Wonen in een geschikte woning 6.3.1 Woonvoorzieningen Er zijn veel voorzieningen waardoor mensen langer zelfstandig kunnen blijven wonen in de eigen leefomgeving. Dat kan de eigen woning zijn of een geschiktere woning in dezelfde omgeving. In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op verschillende soorten woonvoorzieningen en op een aantal begrippen, die bij de beoordeling van de noodzaak van een voorziening en in de jurisprudentie, over dit onderwerp een rol spelen. We onderscheiden de volgende woonvoorzieningen: • Losse woonvoorzieningen: voorzieningen die niet nagelvast, dus verplaatsbaar zijn (bijvoorbeeld een tillift); • Bouwkundige woonvoorzieningen: nagelvaste voorzieningen (bijvoorbeeld een douchezitje aan de muur, ophoging van de tegels bij de voordeur, traplift, aangepaste keuken); 37
•
Verhuiskostenvergoeding.
Voor kortdurend gebruik (maximaal 6 maanden) zijn losse woonvoorzieningen te leen via het uitleendepot van thuiszorgaanbieders of hulpmiddelenleveranciers. Losse voorzieningen hebben als voordeel dat ze vaak snel kunnen worden ingezet, soms voordeliger zijn, vaak voor meerdere doeleinden kunnen worden ingezet en meegenomen kunnen worden in geval van verhuizing. Losse voorzieningen zijn daarom veelal voorliggend op bouwkundige woonvoorzieningen. Een losse tillift is bijvoorbeeld te verkiezen boven een plafondlift. Losse woonvoorzieningen kunnen zowel in bruikleen als in eigendom worden verstrekt. Relatief goedkope hulpmiddelen (waarvan de kosten van transport en reiniging voor herverstrekking niet opwegen tegen de kosten van verstrekking van een nieuw hulpmiddel), worden in eigendom verstrekt. Dit geldt voor voorzieningen tot € 500,-. In de beschikking wordt opgenomen dat de cliënt zelf verantwoordelijk is voor periodiek onderhoud, keuring en reparatie. De kosten voor onderhoud, keuring en reparatie van losse woonvoorzieningen, met name trapliften, vergoeden we op declaratiebasis aan de leverancier. 6.3.2 Algemeen gebruikelijke woonvoorzieningen Veel woonvoorzieningen zijn in de reguliere handel te koop. Ze worden ook door mensen zonder beperkingen gebruikt en worden daarom als algemeen gebruikelijk beschouwd.
Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die voldoet aan de volgende criteria: 1. een voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking, en; 2. die daadwerkelijk beschikbaar is, en; 3. een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie, en; 4. bekostigd kan worden met een inkomen op minimumniveau. Hierbij wordt 5% van het maandelijks inkomen gehanteerd ter hoogte van de geldende bijstandsnorm, gedurende een periode van 36 maanden. Dit is geen limitatieve lijst. Op grond van jurisprudentie kunnen ook andere voorzieningen als algemeen gebruikelijk worden gezien. Daarnaast geldt dat een voorziening nooit zonder meer algemeen gebruikelijk kan worden genoemd. Er moet steeds beoordeeld worden of de specifieke voorziening ook voor de cliënt in het concrete geval algemeen gebruikelijk is. 6.3.3 Normaal gebruik van de woning Uit jurisprudentie blijkt dat een woningaanpassing als doel heeft normaal gebruik van de woning mogelijk te maken. Onder normaal gebruik wordt verstaan dat de elementaire woonfuncties mogelijk moeten zijn: slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, het bereiden en consumeren van voedsel en het zich verplaatsen in de woning. Voor kinderen komt daarbij het veilig kunnen spelen in de woning.
Er worden geen hobby- of studeerruimtes aangepast of bereikbaar gemaakt, omdat dat geen elementaire woonfuncties betreft. Ook worden geen aanpassingen vergoed voor voorzieningen met een therapeutisch doel, zoals dialyseruimte en therapeutisch baden. 6.3.4 Bezoekbaar Wanneer de cliënt in een AWBZ of Wlz-instelling woont, kan één woning waar hij regelmatig op bezoek komt (bijvoorbeeld van ouders) bezoekbaar gemaakt worden. Bezoekbaar houdt in dat de cliënt toegang tot de woning, één verblijfsruimte (bijvoorbeeld de woonkamer) en het toilet heeft. Er worden geen aanpassingen vergoed om logeren mogelijk te maken. 6.3.5 Woningsanering Wanneer sprake is van aantoonbare beperkingen ten gevolge van COPD, astma of allergie (zolang de allergie niet voortvloeit uit de aard van de gebruikte materialen in de woning of de bouwtechnische staat van de woning), waardoor vervanging van vloerbedekking of gordijnen noodzakelijk is, kan hiervoor (onder voorwaarden) een financiële tegemoetkoming worden verstrekt.