4. b&w Uitvoeringsprogramma VTH 2024 en jaarverslag VTH 2023 & Toezichtsoordeel IBT 2023
Tekst van het document
15. Bewaken B&W de resultaten en de voortgang van: a. het bereiken van de gestelde VTH-doelen voor de eigen organisatie en voor de omgevingsdienst; b. de uitvoering van de uitvoeringsprogramma's VTH van de eigen organisatie en van de omgevingsdienst? (Bor 7.6, lid 1) Toelichting wetgever: 8
• rovincie Noord-Brabant Om te kunnen vaststellen of de VTH-doelstellingen worden bereikt, zal het bestuursorgaan een methodiek moeten hanteren aan de hand waarvan monitoring en evaluatie kunnen plaatsvinden. Het ligt voor de hand dat bepaalde indicatoren in deze methodiek een rol spelen. Het is gebruikelijk om daarbij cijfermatige gegevens te hanteren die in het kader van de VTH zijn verkregen over bijvoorbeeld aantallen verleende omgevingsvergunningen, uitgevoerde controles, geconstateerde overtredingen en opgelegde bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties (zoals processen-verbaal en aangeboden transacties). Ingevolge Bor, artikel 7.6, tweede lid, moeten (dergelijke) in het kader van de handhaving verkregen gegevens worden geregistreerd. De relatie tussen de gekozen methodiek en de handhavingsdoelstellingen impliceert dat deze doelen voldoende concreet (als meetbare prestaties geformuleerd) moeten zijn. Definitief oordeel: Voldoet In het Uitvoeringsbeleid VTH hoofdstuk 7.7 wordt aangegeven dat de resultaten en de voortgang van het bereiken van de gestelde doelen voor de eigen organisatie en voor de omgevingsdienst alsmede de uitvoering van de uitvoeringsprogramma's van de eigen organisatie en van de omgevingsdienst.
In het Uitvoeringsprogramma VTH 2023 en Jaarverslag VTH 2022 hoofdstuk 7 wordt beschreven hoe de gemeente het monitoren en registeren heeft ingevuld om o.a. te voldoen aan de wettelijke eis, maar ook voor hun interne sturing, zowel voor de eigen organisatie als voor de Omgevingsdienst. Rapportage
16. Rapporteren B&W periodiek over de uitvoering van de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden? (Bor 7.7, lid 1, onder b) Toelichting wetgever: De rapportages moeten worden uitgebracht aan de gemeenteraad. Het is belangrijk dat de beleidsmakers, vergunningverleners en andere handhavende organisatieonderdelen van het bestuursorgaan van de rapportages kennis kunnen nemen. Voorlopig oordeel: Voldoet niet In het Uitvoeringsbeleid VTH paragraaf 3.3 wordt aangegeven dat de gemeente afspraken maakt met haar netwerkpartners om samen de veiligheid en de leefbaarheid te waarborgen en waar mogelijk te bevorderen, waarbij een aantal uitgangspunten worden geformuleerd. In paragraaf 7.2.3 wordt ingegaan op samenwerking bij de vergunningverlening, paragraaf 7.3.11 samenwerking bij toezicht en handhaving. Hierin wordt aangegeven dat er een structureel overleg plaatsvindt met de omgevingsdienst en de veiligheidsregio. In paragraaf 7.4.1 wordt aangegeven dat door de gemeente de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) voor alle toezicht- en handhavingstaken met betrekking tot de omgevingstaken is vastgesteld.
In het Uitvoeringsprogramma VTH 2023 en Jaarverslag VTH 2022 hoofdstuk 5 wordt aangegeven dat er afstemming plaats vindt over elkaars prioriteiten en aanpak, dat in 2023 in beeld gebracht wordt welke samenwerkingen er zijn, dat dit overzicht zal vanaf dan onderdeel zal uitmaken van het Uitvoeringsprogramma VTH en dat ook in het eerstvolgende VTH-beleid de gemeente Rucphen de samenwerking en afstemming met strafrecht nadrukkelijker zal benoemen. Tekortkomingen: Er wordt niet gerapporteerd over de uitvoering van de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden. Deze tekortkoming hebben wij al geconstateerd in onze beoordeling van 2022. Verbeterpunten: 9
• rovincie Noord-Brabant
Wij zijn verheugd te constateren dat deze tekortkoming wordt opgepakt en zien de uitwerking hiervan graag terug is het nieuwe beleidsplan en uitvoeringsprogramma. Reactie Gemeente: Wij hebben de indruk dat OM/Politie nagenoeg geen prioriteit toekennen aan Wabo-overtredingen, waardoor er niet wordt doorgepakt op mogelijke strafbare feiten, vooral bij overtredingen die bestuursrechtelijk kunnen worden aangepakt. Dit is geen onwil, maar veeleer een gevolg van noodgedwongen prioritering bij formatiekrapte. Vanuit dat oogpunt wordt ook getracht om bepaalde overtredingen aan gemeenten over te dragen. Wij hebben de LHS onderschreven. Dat betekent dat wij het proces van de LHS (matrix) uitvoeren en zaken voorleggen aan politie/OM indien het proces dat voorschrijft. Dat is waar wij ons aan hebben gecommitteerd. In onze verslaglegging dienen wij dus aan te geven hoe vaak de LHS aanleiding gaf op zaken voor te leggen aan het OM. Wat het OM daarmee doet is vervolgens aan het OM die daar zelf ook verantwoording voor moet afleggen (via verslaglegging). Uiteraard ga wij er daarbij vanuit dat het OM rekening houdt met de gestelde prioriteiten in het met hen afgestemde VTH-beleidsplan. Als ze dat niet doen, zouden ze daar bij de afstemming al een punt van gemaakt moeten hebben. In het komende verslag zal een overzicht worden opgenomen over de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke zaken.
Verwerking reactie: Met u hebben wij de indruk dat OM/Politie nagenoeg geen prioriteit toekennen aan Waboovertredingen. Of dit komt omdat er weinig gevallen worden voorgedragen van bestuursrecht naar strafrecht is ons nog niet helder. Tijdens de regiobijeenkomsten van het vorige jaar gaf het OM/Politie aan dat bij hun weinig gevallen bekend waren maar ook dat hun prioriteiten zich niet richten op Wabo-activiteiten en hiervoor dus geen capaciteit beschikbaar hebben. Een aantal gemeenten hebben tijdens de bijeenkomst hun ongenoegen over deze werkwijze ook aangegeven. Wij zijn blij te horen dat dit onderwerp in het komende jaarverslag wordt openomen, waarbij aandacht wordt gevraagd voor uitvoering van de afspraken over gestelde wabo-prioriteiten. Uw toelichting is voor ons aanleiding om het voorlopige oordeel te herzien naar voldoet. Definitief oordeel: Voldoet
17. Evalueren B&W jaarlijks of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma's VTH voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen? (Bor 7.7, lid 2) Toelichting wetgever: Een cyclisch verlopend uitvoeringsproces wordt door middel van evaluatie afgesloten met een rapportage over en verantwoording van de uitgevoerde activiteiten aan de gemeenteraad. Daarbij wordt getoetst of de geleverde inspanningen ook het bereiken van de uitvoeringsdoelstellingen hebben opgeleverd. Indien deze doelstellingen zijn bereikt, zal dit in algemene zin leiden - indirect tot positieve effecten op de omgevingskwaliteit. Indien deze doelstellingen niet zijn bereikt, kan dit leiden tot conclusies en aanbevelingen over aanpassingen van het VTH-beleid, het uitvoeringsprogramma of de uitgevoerde VTH-activiteiten. Voor input voor het uitvoeringsprogramma van het komende jaar is het belangrijk dat de interne evaluatie voorafgaand aan het opstellen van het uitvoeringsprogramma wordt gedaan. Definitief oordeel: Voldoet In het VTH-beleidsplan hoofdstuk 7.7 wordt aangegeven dat de gemeente jaarlijks evalueert of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma's zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen? 10
• rovincie Noord-Brabant In het Uitvoeringsprogramma VTH 2023 en Jaarverslag VTH 2022 hoofdstuk 13 evalueert de gemeente of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma's zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen. 18.Gaan B&W in het evaluatieverslag VTH ook in op de uitvoering en handhaving van de Monumentenwet 1988 voor zover van kracht overeenkomstig artikel 9.1 van de Erfgoedwet? (Wabo 5.1 en Bor 7.7) Toelichting wetgever: De Erfgoedwet bepaalt in artikel 9.1 welke onderdelen van de Monumentenwet 1988 van toepassing blijven tot het tijdstip waarop de Omgevingswet tot wet is verheven en in werking is getreden. De Monumentenwet 1988 bepaalt in artikel 63 lid 3 dat de wettelijke procescriteria VTH van toepassing zijn op de uitvoering en de handhaving van het onderdeel 'vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering'. Het gaat daarbij mede om de manier waarop is omgegaan met klachten en verzoeken van burgers. Definitief oordeel: Voldoet In het VTH-beleid bijlage 2 wordt bij het onderdeel bouwen voor monumenten een hoge prioriteit toegekend. In het VTH-beleid paragraaf 7.1 wordt aangegeven dat de hiertoe verschillende strategieën (landelijke strategieën aangevuld met regionale afspraken en gemeentelijke werkwijze) worden ingezet voor uitvoering en handhaving.
Aan vergunningverlening en handhaving van de Monumentenwet wordt een hoge prioriteit toegekend met toetsingsniveau 3. In het Uitvoeringsprogramma VTH 2023 en Jaarverslag VTH 2023 hoofdstuk 8 en 9 wordt ingegaan op de uitvoering en handhaving, de hiervoor benodigde uren en het bereiken van gestelde doelen met het gewenste resultaat. 19.Doen B&W jaarlijks verslag aan de gemeenteraad van de wijze waarop in het voorafgaande jaar uitvoering is gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de Wet ruimtelijke ordening en de verlening van omgevingsvergunningen voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, b, c en g, van de Wabo? (Wro 10.1 lid 2) Toelichting wetgever: De regering zegt dat het verslag kan worden uitgebracht in het kader van de jaarlijkse begroting. Het gaat daarbij mede om de wijze waarop is omgegaan met klachten en verzoeken van burgers. Een dergelijke rapportage kan leiden tot een publiek en politiek debat over het gevoerde handhavingsbeleid en tot verbeteringen daarvan.
De genoemde omgevingsvergunningen gaan over de Wabo activiteiten bouwen van een bouwwerk, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheerverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheerverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet en het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheerverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald. Definitief oordeel: Voldoet In het VTH-beleid bijlage 2 worden de bestuurlijke handhavingstaken met hun prioriteiten aangegeven. Hierin zijn ook de Wro- en Wabo-activiteiten opgenomen waarbij aan de afzonderlijke taken een prioritering is toegekend. In het VTH-beleid paragraaf 7.1 wordt aangegeven dat de hiertoe verschillende strategieën (landelijke strategieën aangevuld met regionale afspraken en gemeentelijke werkwijze) worden ingezet voor uitvoering en handhaving. 11
• rovincie Noord-Brabant In het integraal VTH-jaarverslag 2022 en VTH-uitvoeringsprogramma 2023 hoofdstuk 7 en hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de toezichtstrategie en worden de hiervoor benodigde uren inzichtelijk gemaakt. 20.Stellen B&W het evaluatieverslag VTH jaarlijks v66r 1 mei vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant art. 3, lid 1 en lid 2, onder d, en lid 5) Toelichting wetgever: Jaarlijks evalueert een gemeente of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma's zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de vastgestelde beleidsdoelen. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Definitief oordeel: Voldoet Zie vraag 12. 21.Maken B&W het evaluatieverslag VTH bekend aan de gemeenteraad? (Bor 7.7, lid 3) Toelichting wetgever: Zie toelichting bij vraag 13. Definitief oordeel: Voldoet Zie vraag 13
Eindoordeel Op basis van de behaalde scores en conform de vastgestelde beoordelingscriteria en normen, is het eindoordeel: Voldoet
Toetsingsvragen Score Voldoet (2 punten) Score Voldoet gedeeltelijk (1 punt) Score Voldoet niet (0 punten) Totaal aantal punten Eindoordeel o.b.v. punten Toelichting eindoordeel:
Aantal Punten 21 42 21 0 0 0 0 42 42/42 x 100% = 100% = Voldoet ≥ 80 ≥ 60 en < 80 = Voldoet gedeeltelijk = Voldoet niet < 60
12