CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

21b Bestemming...int Janstraat 64 - 66 te Sprundel

gemeenteraad 12 juni 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan ‘Kom Sprundel, Sint Janstraat 64-66 te Sprundel’32.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

of sh t Ja F

F

RPN

G

F

G RPN

F

G

Si

RPN

RPN

RPN RPN

RPN G

F

F

RPN G

GRPN

F

F

F

G RPN

RPN F

RPN G

F

F

Plangebied

G

RPN

G

G

RPN

F

F

G

Kom Sprundel, Sint Janstraat 64 - 66 te Sprundel

G

G

Enkelbestemmingen G

Groen

V

Verkeer

W

Wonen

t 11,95

hoogteligging vlak (m)

Dubbelbestemmingen

15

maximum aantal wooneenheden

6,5

maximum bouwhoogte (m)

Si t Ja straat

RPN RPN

F

F

V

G

RPN RPN

RPN

F

G RPN

F

RPN

F

G RPN

F

RPN

F

11

WR-A

W

t 11,65 [gs]

RPN

RPN RPN

F

F

(v) RPN

F

G

F

F

6,5

F

vrijwaringszone - obstakelbeheerzone

G

G

RPN

RPN

F

G

RPN

F RPN

G F

F

G

RPN

F

t 11,95

RPN

15

F

G

F

F

G

RPN

F

G

RPN

F

RPN

F

F

G

RPN

F

E

RPN

F

G

F

G

RPN

F

G

RPN

F

G

F

F

G

"Ko

Spru del, Si t Ja straat 64 - 66 te Spru del"

F

G

Proje t r Blad Geteke d S haal Datu Wijz.

: : : : : :

NL.IMRO. A.J. : - --

.

K

-DEF

GEMEENTE RUCPHEN

G

RPN

RPN

aa

C

D

G

BESTEMMINGSPLAN e

F

G

G

Mol

A

G

F

G

RPN

F

verkeer

G

G (v)

RPN

(v)

bouwvlak

G

RPN

(v)

parkeergarage

G

RPN

(v)

G

(pg)

Bouwvlakken

(v) RPN

F

RPN

RPN

[gs]

G

vrijwaringszone - molenbiotoop

A F

W

F

overige zone - waarde archeologie 3

G

Functieaanduidingen RPN

(v)

RPN

F

G

G

RPN

G

overige zone - waarde archeologie 2

G

RPN RPN

RPN

t 11,65 15 [gs]

F

F

G

6,5 W

RPN

gevellijn

G

G

RPN

G

F

aa

V

Figuren

overige zone - voorwaardelijke verplichting waterberging

(v)

G WR-A

G

G

e

F

F

Mol

RPN

RPN

RPN

11

Waarde - Archeologie

luchtvaartverkeerzone - 11

(v)

22

Maatvoeringen

Gebiedsaanduidingen

G (pg)

F

G

(v)

[gs]

G

G

RPN

F

G

(v)

G

t 11,65

- A

F

A

G

gestapeld

[gs]

A

-

- A

Bouwaanduidingen

G

Molenzicht 2 |4881 BW Zundert |076-5990340 | www.schoenmakersadvies.nl

Regels

bestemmingsplan Kom Sprundel, Sint Janstraat 64 - 66 te Sprundel

Planstatus: Datum: Plan identificatie:

vastgesteld 2024-04-29 NL.IMRO.0840.2583K0020-DEF1

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Regels Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 2 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Inhoud Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels .................................................................................................................... 4 Begrippen ...................................................................................................................................... 4 Wijze van meten ........................................................................................................................... 9

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels .............................................................................................................. 10 Groen .......................................................................................................................................... 10 Verkeer ....................................................................................................................................... 10 Wonen ........................................................................................................................................ 11 Waarde – Archeologie ................................................................................................................ 13

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels .................................................................................................................. 15 Antidubbeltelregel ...................................................................................................................... 15 Algemene bouwregels ................................................................................................................ 15 Algemene gebruiksregels ............................................................................................................ 15 Algemene aanduidingsregels ...................................................................................................... 16 Algemene afwijkingsregels ......................................................................................................... 17 Algemene wijzigingsregels .......................................................................................................... 17 Overige regels ............................................................................................................................. 18

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels ...................................................................................................... 19 Overgangsrecht ........................................................................................................................... 19 Slotregel ...................................................................................................................................... 19

Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 3 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het beste i gspla Kom Sprundel, Sint Janstraat 64 - 66 te Sprundel met identificatienummer NL.IMRO.0840.2583K0020-DEF1 van de gemeente Rucphen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de planregels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aaneengebouwd blokken van meer dan twee aaneengebouwde hoofdgebouwen; 1.6 aan huis verbonden bedrijf het bedrijfsmatig verlenen van diensten dan wel het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk, waarvan de omvang in een woning met bijbehorende gebouwen past en waarbij de woonfunctie blijft behouden; 1.7 aan huis verbonden beroep een beroep dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar hoofdfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.8 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.9 achtergevel van een

gebouw het meest achterwaarts gelegen deel van een hoofdgebouw; 1.10 afgewerkt bouwterrein de gemiddelde hoogte van de omringende grond van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.11 afwijken afwijken als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, onderdeel 1 van de Wabo; 1.12 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten; 1.13 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.14 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen;

Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 4 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.15 begane grond de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau; 1.16 beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis het bedrijfsmatig verlenen van diensten dan wel het uitoefenen van bedrijvigheid waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet-publieksaantrekkend zijn en die door de bewoner van de woning als ondergeschikte activiteit in of in een bijbehorend bouwwerk bij de woning wordt uitgeoefend. 1.17

bestaand 1. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, mits dat bouwwerk legaal tot stand is gekomen, dan wel nadien kan worden gebouwd, krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding van het plan is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; 2. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat, mits dat gebruik legaal tot stand is gekomen, tenzij in de regels anders is bepaald;

1.18 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.19 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.20 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk met een dak; 1.21 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.22 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.23 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.24 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan; 1.25 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.26 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.27 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of

op de grond; 1.28 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw of overkapping;

Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 5 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.29 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.30 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.31 erker de grondgebonden uitbreiding van één bouwlaag aan de voor- of zijgevel; 1.32 escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of van omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte (van een seksinrichting) wordt uitgeoefend; 1.33 extensieve recreatie die vormen van recreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen; 1.34 garage een gebouw dat bedoeld is voor het stallen van motorvoertuigen; 1.35 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.36 gestapeld een hoofdgebouw waarin meerdere woningen zijn ondergebracht, zodanig dat deze boven dan wel beneden elkaar zijn gesitueerd, waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid gewaarborgd is; 1.37 gevellijn

denkbeeldige dan wel op de verbeelding aangegeven lijn die strak langs de gevel van een gebouw loopt tot aan de bouwperceelsgrenzen; 1.38 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen, ligging of functie dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken; 1.39 huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.40 kap een constructie van één of meer dakvlakken; 1.41 KNA – conform archeologisch onderzoeksrapport een rapport dat verslag doet van het archeologisch onderzoek en voldoet aan de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; 1.42 NAP Normaal Amsterdams Peil, denkbeeldig horizontaal vlak over het hele land, vastgelegd in geregistreerde meetpunten. Vanuit het NAP wordt de hoogte van bouwwerken bepaald;

Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 6 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.43 nevenactiviteit een ondergeschikte activiteit waarvan de omvang zodanig is dat deze, met behoud van de hoofdfunctie, naast de hoofdfunctie kan worden uitgeoefend; 1.44 nutsvoorziening voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie; 1.45 omgevingsvergunning vergunning als bedoeld in artikel 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); 1.46 ondergeschikte activiteit een activiteit van zeer beperkte beroepsmatige, bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft; 1.47 opslag het bewaren van goederen, materialen en stoffen, al dan niet in combinatie met de productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard; 1.48 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.49 overkapping een bouwwerk voorzien van een gesloten dak en van maximaal twee wanden; 1.50 peil de gemiddelde hoogtemaat ten opzichte van NAP, welke op de verbeelding is aangeduid met 'hoogteligging vlak

(m)'; 1.51 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.52 raamprostitutie een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostitué/prostituee tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen met als doel het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.53 seksautomatenhal een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of live-shows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.54 seksbioscoop en/of -theater een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door vertoningen van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.55 seksinrichting de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotischmassagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 7 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.56 straatprostitutie het zich op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte bevindend voertuig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.57 voorgevel van een gebouw het meest naar de wegzijde gekeerde deel van een hoofdgebouw; 1.58 voorgevellijn de gevellijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan; 1.59 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen, die het waterhuishoudkundige belang dienen, waaronder voorzieningen voor waterberging, aanvoer en -afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop; 1.60 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.61 zijgevel van een gebouw een gevel van een hoofdgebouw, die niet een voorgevel of een achtergevel is.

Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 8 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstanden van gebouwen onderling, alsmede afstanden van gebouwen tot de bouwperceelsgrens worden gemeten vanaf de zijgevel van een gebouw; 2.2 het bebouwde oppervlakte van een bouwperceel of een ander terrein door de oppervlakten van alle op een bouwperceel/terrein gelegen gebouwen en overkappingen bij elkaar op te tellen, tenzij in deze regels anders is bepaald; 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de breedte en diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.5 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, ondergeschikte bouwdelen, zoals goten van dakkapellen niet meegerekend; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7 het bewoonbaar vloeroppervlak binnen de afgewerkte omtrekwanden (in voorkomende gevallen binnen de balustrade) onder aftrek van de in de ruimte inspringende onderdelen van het gebouw als schoorsteenstoelen, kanalen en kasten, maar zonder aftrek van plinten en vast meubilair als aanrechten en verwarmingslinten.

Vloeroppervlak waarboven minder dan 1,50 meter hoogte aanwezig is wordt hierbij buiten beschouwing gelaten; 2.8 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.9 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.10 ondergeschikte bouwdelen bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, portalen, balkons en overstekende daken, worden bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,00 meter bedraagt.

Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 9 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

3.1.1 Bestemming De oor Groe aa ge eze gro de zij beste d oor: a. park, plantsoen, bermstroken, bermsloten, paden, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, waterberging; b. extensief recreatief gebruik; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. ter plaatse van de aanduiding 'verkeer', tevens voor parkeervoorzieningen, een langszaamverkeesverbinding en een calamiteitenontsluiting; e. andere tot de bestemming behorende voorzieningen. 3.1.2 Toelaatbare bestemming Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 3.1.1 genoemde bestemmingen worden opgericht: a. gebouwen; b. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Gebouwen Gebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regel: a. de oppervlakte bedraagt maximaal 15 m²; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter. 3.2.2 Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van speeltoestellen en pilaren bedraagt maximaal 2,00 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 2,00 meter. 3.3

Afwijken van de gebruiksregels

3.3.1 Afwijking Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 voor het aanleggen van parkeervoorzieningen op de gronden niet gelegen ter plaatse van de aanduiding 'verkeer', mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. het stedenbouwkundig beeld wordt niet in onevenredige mate geschaad; b. het aanleggen van parkeervoorzieningen noodzakelijk is vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid en bereikbaarheid; c. de aanleg van de parkeervoorzieningen heeft geen zodanige invloed op de aanwezige groenvoorziening, dat deze groenstructuur daardoor onevenredige schade wordt toegebracht en de gebruiksmogelijkheden ervan in overwegende mate wordt beperkt; d. er wordt rekening gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding (waterkwaliteit en kwantiteit.

Artikel 4 4.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 10 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

4.1.1 Bestemming De oor Verkeer aa ge eze gro de zij beste d oor: a. straten, voet- en fietspaden, woonerven, rabatten, parkeerterreinen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen, terrassen, waterhuishoudkundige voorzieningen, taluds, oevers, bruggen en nutsvoorzieningen; b. overige tot de bestemming behorende voorzieningen. 4.1.2 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1.1 genoemde bestemming worden opgericht: a. gebouwen; b. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Gebouwen Gebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte bedraagt maximaal 15 m²; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter. 4.2.2 Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte bedraagt: 1. antennes maximaal 5,00 meter; 2. openbare nutsvoorzieningen maximaal 3,00 meter; 3. speeltoestellen maximaal 2,00 meter; 4. masten maximaal 8,00 meter; 5. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 2,00 meter.

Artikel 5 5.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

5.1.1 Bestemming De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met per woning de huisvesting van één huishouden; b. wegen, paden, pleinen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 5.1.2 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 5.1.1 genoemde bestemmingen worden opgericht: a. hoofdgebouwen; b. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Hoofdgebouwen Hoofdgebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag ten hoogste het aangegeven aantal woningen worden gebouwd; c. ter plaatse a de aa duidi g gestapeld oge uitsluite d gestapelde hoofdgebou e orde opgericht;

Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 11 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

d. de hoofdgebouwen worden met de voorgevel gebouwd in de (verlengde van de) gevellijn, daar waar een dergelijke lijn is opgenomen. Indien voor een bouwperceel twee gevellijnen zijn bepaald, dient zowel de voor- als de zijgevel hierin te worden gebouwd; e. de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt maximaal de op de verbeelding ter plaatse van de aa duidi g axi u bou hoogte aangegeven maat; 5.2.2 Ondergrondse parkeergarage / stallingsruimte Voor het bouwen van een ondergrondse stallingsruimte geldt, dat de ondergrondse stallingsgarage inclusief inen uitrit uitsluitend binnen de daarvoor aangegeven aanduiding 'parkeergarage' mag worden gebouwd. 5.2.3 Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen in het achtererfgebied worden opgericht, waarbij de maximale bouwhoogte 2,00 meter bedraagt. 5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 5.2.1, sub d, voor het oprichten van maximaal 50% van de voorgevel achter de (verlengde van de) gevellijn; b. lid 5.2.1, sub e, mits deze maat met maximaal 1,00 meter zal worden overschreden. 5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1 Strijdig gebruik Tot het verboden gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. aan huis verbonden bedrijven; b. het gebruik van gronden voor andere vormen van wonen dan de huisvesting van één afzonderlijk huishouden per woning, zoals bedrijfsmatige kamerverhuur of de huisvesting van (groepen) personen die geen huishouden vormen; c. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning of als afhankelijke woonruimte. 5.5

Afwijken van de gebruiksregels

5.5.1 Beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.4.1 sub a voor de uitoefening van beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten in een woning en/of bijbehorende bouwwerken, met inachtneming van de volgende regels: a. het gebruik een kleinschalig karakter heeft en behoudt; b. door de uitoefening van de activiteiten wijzigt het uiterlijk van de woning niet zodanig, dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest; c. de vloeroppervlakte van de activiteiten in de woning en bijbehorende bouwwerken bedraagt gezamenlijk maximaal 50 m²; d. de activiteiten zijn niet vergunnings- of meldingsplichtig op grond van milieuwetgeving; e. degene die de activiteiten in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitvoert is tevens de bewoner van de woning; f. het geen verkeersaantrekkende activiteiten betreffen die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer en er geen onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte plaatsvindt; g. de uitoefening van detailhandel niet is toegestaan, uitgezonderd als ondergeschikte nevenactiviteit en gerelateerd aan de desbetreffende activiteit; h. de uitoefening van horeca activiteiten en seksinrichtingen zijn niet toegestaan; i. er mag geen buitenopslag plaatsvinden; j.

gebruik mag niet leiden tot afbreuk en belemmering van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of bebouwing. Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 12 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Artikel 6 6.1

Waarde – Archeologie

Bestemmingsomschrijving

6.1.1 a.

Bestemming De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding, bescherming en het behoud van archeologische waarden of verwachtingswaarden; b. in geval van strijdigheid van regels gaan de regels van dit artikel voor de regels die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

6.2

Bouwregels

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen dan wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde, waarbij de verstoorde oppervlakte, voor zover gelegen op of onder maaiveld, niet wordt uitgebreid en/of gebruik wordt gemaakt van de diepte van de bestaande fundering zonder daarbij de bestaande fundering dieper uit te graven; b. gebouwen dan wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die niet leiden tot een verstoring dieper dan 0,50 meter ten opzichte van het maaiveld en: 1. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – waarde archeologie 2' met een oppervlakte kleiner dan 100 m2; 2. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – waarde archeologie 3' met een oppervlakte kleiner dan 500 m2. 6.3

Afwijken van de bouwregels a.

b.

c.

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 en toestaan dat ten behoeve van de andere bestemming gebouwen, dan wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits de indiener bij de omgevingsvergunningaanvraag ter beoordeling een archeologisch rapport overlegt van een ter zake deskundige die hiervoor gecertificeerd is conform de Erfgoedwet, waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: 1. indien dit een gravend archeologisch onderzoek betreft, het verplicht is om een Programma van Eisen conform de vigerende KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag, en; 2. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, of; 3. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, of; 4. geen archeologische waarden te verwachten zijn of kunnen worden geschaad. In de situatie als bedoeld in lid 6.3 sub a, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, of; 2.

de verplichting tot het doen van opgravingen, (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht); of; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA, namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid. Deze vorm van onderzoek kan alleen in uitzonderlijke situaties worden toegepast zoals verwoord in de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht; Bij de beoordeling van archeologische rapporten, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen.

Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 13 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

c.

d.

e.

Het is verboden om op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ontgronden, ontginnen, vergraven, afgraven, verwijderen van bestaande funderingen, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen van gronden; 2. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen en het aanbrengen van drainage; 3. het verlagen of verhogen van het waterpeil; 4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen; 5. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen van gronden en het vellen van bos of andere houtgewassen waarbij de stobben worden verwijderd; 6. het doen van opgravingen in het kader van archeologisch onderzoek, mits verricht door een ter zake deskundige, namelijk een hiertoe gecertificeerde archeologische instantie conform de Erfgoedwet, die in het bezit is van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; Het verbod als bedoeld in sub a geldt niet werken en/of werkzaamheden, die: 1.

niet leiden tot een verstoring dieper dan 0,50 meter ten opzichte van het maaiveld en: ▪ ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – waarde archeologie 2' met een oppervlakte kleiner dan 100 m2; ▪ ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – waarde archeologie 3' met een oppervlakte kleiner dan 500 m2; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 4. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop lid 10.1 van toepassing is; 5. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; 6. worden uitgevoerd op de plaats van een verwijderde of nog te verwijderen fundering waarbij geen diepere verstoringen worden veroorzaakt; Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sub a mits de indiener bij de omgevingsvergunningaanvraag een archeologisch rapport overlegt van een ter zake deskundige, namelijk een hiertoe gecertificeerde archeologische instantie conform de Erfgoedwet waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: 1. indien dit een gravend archeologisch onderzoek betreft, het verplicht is om een Programma van Eisen conform de vigerende KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag, en; 2.

het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, of; 3. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, of; 4. geen archeologische waarden te verwachten zijn of kunnen worden geschaad zijn. In de situatie als bedoeld in lid 6.4 sub c, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht); of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige, namelijk een hiertoe gecertificeerde archeologische instantie conform de Erfgoedwet, die in het bezit is van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen.; Bij de beoordeling van archeologische rapporten, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen.

Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 14 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Antidubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8 8.1

Algemene bouwregels

Nadere eisen

8.1.1 Beeldkwaliteitsplan Voor de inrichting van de planlocatie en het bouwen van gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken geldt dat er wordt voldaan aan de beeldkwaliteitseisen zoals opgenomen in de bijlage bij de regels. 8.1.2 Afwijken Beeldkwaliteitsplan Het bevoegd gezag kan afwijken van het beeldkwaliteitsplan, ten behoeve van treffen van andere beeldkwaliteitseisen en/of gebruik van materialen/kleuren, zoals bepaald in het bijgevoegd plan in bijlage 1 bij deze regels. 8.1.3 Plaatsbepaling, straatbeeld en dakhelling Het bevoegd gezag kan, bij het verlenen van een omgevingsvergunning tot bouwen, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de bouwperceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de plaatsing en vormgeving van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. de samenhang in straat- en bebouwingsbeeld; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; e. de dakhelling en nokrichting van hellende dakvlakken van gebouwen. 8.1.3 Voorwaarden De in lid 8.1.3 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en gronden in verband met calamiteiten. 8.2

Ondergronds bouwen

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn toegestaan binnen de contouren van opgerichte hoofdgebouwen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a geldt dat een ondergrondse parkeergarage toegestaan is ter plaatse a de aa duidi g parkeergarage ; c. de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5 meter onder peil.

Artikel 9 9.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Het is verboden de in dit plan begrepen gronden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde te gebruiken, te doen of laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming. Tot het strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a.

het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming;

Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 15 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

b. het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de exploitatie van een seksinrichting, een escortbedrijf en raam- en straatprostitutie.

Artikel 10 10.1

Algemene aanduidingsregels

Luchtvaartverkeerzone

Al dan niet in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone (met nummer)' dat ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten de bouwhoogte van een bouwwerk niet meer mag bedragen dan de bouwhoogte die wordt verkregen door lineaire interpolatie van: a. ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone - 11' van 84.14 m en 94.14 m boven NAP; in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen. 10.2

Vrijwaringszone - molenbiotoop

10.2.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, tevens bestemd voor de bescherming van de functie van de molen als werktuig en zijn waarde als landschapsbepalend element. 10.2.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 gelden ten aanzien van de maximale bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' de volgende regels: a. binnen een afstand van 100 meter van de molen, bouwwerken niet worden gebouwd voor zover de bouwhoogte hoger is dan de hoogte van het onderste punt van de verticaal staande molenwiek; b. de hoogte van bouwwerken mag tussen de 100 en 400 meter van de molen niet hoger zijn dan 1/100 van de afstand tussen het bouwwerk dan wel de beplanting en de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande molenwiek; c. in afwijking van het bepaalde in sub a en sub b mogen bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding maximaal de aangegeven bouwhoogte bedragen. 10.2.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2.2 sub a en sub b voor het bouwen overeenkomstig het bepaalde in de andere bestemmingen, met dien verstande dat: a.

het functioneren en de zichtbaarheid van de molen niet in onevenredige mate worden of kunnen worden aangetast; b. advies is verkregen van de eigenaar en de beheerder van de molen. 10.2.4 Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden a Omgevingsvergunningvereiste Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanplanten van bomen, houtgewas en/of beplanting met een hoogte die meer bedraagt dan is toegestaan op grond van lid 10.2.2. b Uitzonderingsregel Het in lid 10.2.4 sub a vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden die: a. behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; b. reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. c Voorwaarden

Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 16 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Een omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden als bedoeld in 10.2.4 sub a wordt door het bevoegd gezag niet eerder verleend dan nadat schriftelijk advies is verkregen van een molendeskundige instantie omtrent de mogelijke gevolgen voor de windvang van de molen. 10.3

Vrijwaringszone - obstakelbeheerzone

10.3.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - obstakelbeheerzone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van het radarverstoringsgebied van Vliegbasis Woensdrecht en radarstation Herwijnen, teneinde de verstoring van het radarbeeld te voorkomen en bescherming van de obstakelbeheerzones van Vliegbasis Woensdrecht. 10.3.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikelen 3 tot en met 6): a. mogen geen bouwwerken worden gebouwd met een hoogte van meer dan 88 meter; b. geldt voor windturbines, in aanvulling op het bepaalde onder a en naast de bouwregels zoals opgenomen in de artikelen 3 tot en met 6, dat geen windturbines mogen worden opgericht met een tiphoogte hoger dan 90 m + NAP. 10.3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.3.2 voor het bouwen overeenkomstig het bepaalde in de andere bestemmingen, met dien verstande dat: a. het functioneren van de radar niet in onevenredige mate wordt of kan worden aangetast; b. de Minister van Defensie ingestemd heeft met de ontwikkeling.

Artikel 11 11.1

Algemene afwijkingsregels

Algemeen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels in dit plan voor: a. het afwijken van de in het plan voorgeschreven maatvoering met maximaal 10%; b. het oprichten van licht- en vlaggenmasten, respectievelijk antennes en overige masten met een bouwhoogte van maximaal 10,00 respectievelijk 15,00 meter; c. geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijke of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen van de bouwgrens met maximaal 2,50 meter toelaatbaar. 11.2

Voorwaardelijke verplichting

11.2.1 overige zone - voorwaardelijke verplichting waterberging Ter plaatse van de gronden met de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting waterberging' geldt dat: a. Bij verharding dient voldaan te worden aan de regels conform de Keur van het waterschap de Brabantse Delta. Er dient te worden voorzien in de aanleg van voldoende waterberging op basis van de rekenregel: Benodigde retentiecapaciteit (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06; b. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het eerste lid als het realiseren van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is.

Artikel 12 12.1

Algemene wijzigingsregels

Algemene wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de regels in dit plan te wijzigen voor: a. geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, geen gebouwen zijnde of die noodzakelijk zijn in verband met de

Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 17 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen van de bestemmingsgrens met maximaal 3,00 meter toelaatbaar. b. de wijziging geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid.

Artikel 13 13.1

Overige regels

Parkeerregeling

Met betrekking tot het voorzien in voldoende parkeergelegenheid geldt de volgende regeling: a.

bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of afwijken, dient tenminste voldaan te worden aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen Rucphen 2017' d.d. 31 mei 2017; b. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a. indien wordt voorzien in parkeervoorziening, die gelet op de parkeerbelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is als bedoeld in sub a; c. indien de 'Nota Parkeernormen Rucphen 2017' als bedoeld onder sub a gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan wordt gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning getoetst aan deze wijziging. d. parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden.

Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 18 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 4 Artikel 14 14.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken a.

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2

Overgangsrecht gebruik a.

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 15

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Kom Sprundel, Sint Janstraat 64 - 66 te Sprundel".

Bestemmingsplan regels 200510 | 29-04-2024

Pagina 19 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Bijlagen

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Bijlage 1: Beeldkwaliteitsplan

Toelichting

bestemmingsplan Kom Sprundel, Sint Janstraat 64 - 66 te Sprundel Planstatus: Datum: Plan identificatie:

vastgesteld 2024-04-22 NL.IMRO.0840.2583K0020-DEF1

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Colofon

Titel:

Bestemmingsplan Kom Sprundel, Sint Janstraat 64 - 66 te Sprundel

Ontwerp: Molenzicht 2 4881 BW ZUNDERT Tel: 076-5990340 www.schoenmakersadvies.nl Projectnummer:

200510

Rapportnummer

200510.01

Datum:

22 april 2024

Status:

vastgesteld

Definitief:

--

Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024

Pagina 2 van 65

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Toelichting Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024

Pagina 3 van 65

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................................. 6 1.1 Aanleiding & doel .................................................................................................................................. 6 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ......................................................................................................... 6 1.3 Vigerend bestemmingsplan ................................................................................................................... 7 1.4 Planvorm................................................................................................................................................ 7 1.5 Leeswijzer .............................................................................................................................................. 8 Hoofdstuk 2 De huidige situatie ................................................................................................................. 9 2.1 Beschrijving plangebied ......................................................................................................................... 9 2.2 Ruimtelijke structuur ...........................................................................................................................

10 2.3 Functionele structuur .......................................................................................................................... 11 2.4 Verkeer ................................................................................................................................................ 12 Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie ............................................................................................................ 14 3.1 Ruimtelijke structuur ........................................................................................................................... 14 3.2 Functionele structuur .......................................................................................................................... 15 3.3 Stedenbouwkundige verantwoording ................................................................................................. 17 3.4 Bouwplan ............................................................................................................................................. 18 Hoofdstuk 4 Beleidskader......................................................................................................................... 20 4.1 Algemeen .............................................................................................................................................

20 4.2 Europees- en Rijksbeleid ..................................................................................................................... 20 4.3 Provinciaal beleid ................................................................................................................................ 23 4.4 Gemeentelijk beleid............................................................................................................................. 31 Hoofdstuk 5 Relevante (Milieu)aspecten .................................................................................................. 40 5.1 Algemeen ............................................................................................................................................. 40 5.2 Cultuurhistorie en archeologie ............................................................................................................ 40 5.3 Bodem ................................................................................................................................................. 44 5.4 Water ................................................................................................................................................... 45 5.5 Ecologie ...............................................................................................................................................

47 5.6 Wegverkeerslawaai ............................................................................................................................. 50 5.7 Bedrijven en milieuzonering ................................................................................................................ 51 5.8 Luchtkwaliteit ...................................................................................................................................... 54 5.9 Externe Veiligheid ................................................................................................................................ 55 5.10 Kabels en leidingen .............................................................................................................................. 58 5.11 Besluit milieueffectrapportage ............................................................................................................ 58 Hoofdstuk 6 Juridische aspecten .............................................................................................................. 60 6.1 Inleiding ............................................................................................................................................... 60 6.2 Algemene toelichting verbeelding .......................................................................................................

60 6.3 Algemene toelichting regels ................................................................................................................ 60 Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid ................................................................................................................... 63 7.1 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................................. 63 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...................................................................................................... 63

Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024

Pagina 4 van 65

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Afzonderlijke bijlagen: 1. Beeldkwaliteitsplan 2. Ecologische quickscan, Brabant Eco, rapportnummer 2022-BE-0306, 16 mei 2022 3. Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming, Brabant Eco, rapportnummer 2022-BE-0306, 29 september 2022 4. Visuele beoordeling bomen Fatimapark, MijnTuin, 17 juli 2021 5. Akoestisch onderzoek, Kraaij Akoestisch Adviesbureau, rapportnummer VL.2113.R01, 15 juni 2021 6. Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Moerdijk Bodemsanering B.V., rapportnummer 2410.60.211.r1, 13 juli 2021 7. Nader asbestonderzoek, Moerdijk Bodemsanering B.V., rapportnummer 2410.60.222.r1, 15 juli 2022 8. Archeologisch onderzoek, Transect, rapportnummer 21020141, 25 augustus 2021 9. Verslag overleg Molen De Hoop 10. Standaardadvies Brandweer 2021 11. Standaard Verantwoording Groepsrisico 12. Stikstofberekening 13. Omgevingsdialoog 14. Verslag Tweede Omgevingsdialoog 15. Nota van beantwoording 16. Klimaatstresstest, Roelofs, 21 maart 2024 17. Nader onderzoek Eekhoorn, Brabant Eco, rapportnummer 2024-BE-0306, 22 maart 2024 18. Nota van Zienswijzen

Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024

Pagina 5 van 65

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding & doel

In het centrum van Sprundel staan op de locatie Sint Janstraat 64, 64a en 66 drie woonhuizen met achterliggend grasland. De locatie is gelegen tussen het gebied van de kerk Sint Janskapel met pastorie, het Fatimapark en de molen De Hoop. Op de planlocatie wordt de huidige bebouwing gesloopt en is het voornemen om vier nieuwe appartementencomplexen te realiseren. De voorste twee gebouwen bestaan samen uit 22 appartementen, verdeelt over drie bouwlagen. Onder deze gebouwen wordt een parkeerkelder/stallingsruimte voorzien. Het programma van de achterste twee gebouwen omvat 30 appartementen. De doelgroep betreft senioren/alleenstaanden. Door de toevoeging van deze 52 appartementen kan invulling gegeven worden aan de actuele vraag naar woonbehoefte in de kern van Sprundel en komt er ruimte voor doorstroom. Het bovenstaande initiatief draagt bij aan de gestelde doelstellingen omtrent het behoud van de leefbaarheid in de dorpskernen. Door woningen voor deze doelgroep te realiseren. Dit is voor Sprundel een belangrijk item. Dit blijkt onder andere uit de omgevingsvisie van de gemeente Rucphen. De planlocatie staat al circa 20 jaar bij de gemeente bekend als mogelijke locatie voor herontwikkeling. Op de pla lo atie igeert het este i gspla Ko “pru del . Op het oorste gedeelte a de pla lo atie rust de este i g Maats happelijk et ou lak.

Op dit gedeelte geldt ee aat oeri g a i u e ou i gsper e tage % e a i ale ou hoogte e a i ale goothoogte . Het a hterste gedeelte heeft de este i g Wo e et de ou aa duidi g ijge ou e uitgeslote . Het vigerende bestemmingsplan Kom Sprundel staat de gewenste ruimtelijke ontwikkeling niet toe. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te kunnen maken is gekozen voor een bestemmingsplanprocedure ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, waarmee het ter plaatse vigerende bestemmingsplan partieel wordt herzien. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch kader. 1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Figuur 1: Topografische kaart met de planlocatie (bron: pdok)

Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024

Pagina 6 van 65

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Het plangebied is gelegen in de kern Sprundel. Sprundel maakt onderdeel uit van de gemeente Rucphen. De gemeente Rucphen is gelegen in de provincie Noord-Brabant. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de achtertuinen van de woningen aan de Molenbaan en aan noordzijde aan de Sint Janstraat. Aan de westzijde grenst het plangebied aan het Fatimapark. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de begraafplaats en agrarische grond. De locatie is bekend onder de kadastrale gemeente RPN, sectie f, nummer 1732, 3787, 4587, 5964 en 5966.

Figuur 2: Luchtfoto planlocatie (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied ligt i het este vastgesteld. 1.4

i gspla

Kom Sprundel . Op 19 oktober 2018 is het bestemmingsplan

Planvorm

Het bestemmingsplan Sint Janstraat 64-66 te Sprundel is vervat in een verbeelding, regels en gaat vergezeld met een toelichting. Verbeelding Op de verbeelding, met het nummer NL.IMRO.0840.2583K0020-VO01, zijn onder meer de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven met bijbehorende verklaringen, het zogenaamde renvooi. De verbeelding legt de verbinding tussen de bestemmingen die op de kaart aanwezig zijn aangegeven en de regels. De kaart is getekend op schaal 1:1000. Regels De regels bevatten juridische regeling betreffende het gebruik en de bebouwingsmogelijkheden van de gronden die in het plan zijn inbegrepen. De regels zijn ingedeeld in 4 hoofdstukken: inleidende regels,

Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024

Pagina 7 van 65

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

bestemmingsregels, algemene regels en overgang- en slotregels. De regels worden conform landelijke richtlijnen SVBP2012 en IMRO2012 toegepast en het gemeentelijk handboek. Toelichting In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van de in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichtte onderzoeken opgenomen. Daarnaast dient een rapportering van de inspraak en de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 van het Bro bedoelde overleg, deel uitmaken van de toelichting. 1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de omschrijving van het plan. De toekomstige situatie wordt in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 van de onderbouwing wordt het vigerende beleid op Europees, Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau beschreven dat voor de ontwikkeling van het plangebied relevant is. De relevante (milieu)aspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Hierbij worden onder andere de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van geluid, bodemgesteldheid, milieuzonering, luchtkwaliteit, externe veiligheid en ecologie beschreven. In hoofdstuk 6 komen de juridische aspecten aan bod. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 de uitvoerbaarheid beschreven.

Bestemmingsplan toelichting 200510 | 22-04-2024

Pagina 8 van 65

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14246848/1