20. WVS Agenda openbare vergadering 143-04-2026 met bijbehorende stukken
Tekst van het document
De leden van het algemeen bestuur van WVS c.c. de raden van de 9 aangesloten gemeenten en de leden van het ambtelijk overleg WVS
Onderwerp Ons kenmerk Bijlagen
uitnodiging en agenda openbare vergadering 2C div.
Roosendaal, 2 april 2026 Geachte leden, Hierbij nodig ik u uit voor het bijwonen van een openbare vergadering van het algemeen bestuur van WVS, die zal worden gehouden op
maandag 13 april 2026 om 13.30 uur
in het gebouw van WVS, Bosstraat 81, Roosendaal. Agenda 1. Opening. 2. Resumé van de openbare vergadering van het algemeen bestuur op 26 januari 2026 (ontwerp resumé is bijgevoegd). Aard: ter vaststelling. 3. Ontwerp jaarrekening 2025 WVS (voorstel is bijgevoegd, inclusief het ontwerpaccountantsverslag; de accountant zal tijdens de vergadering een toelichting geven). Aard: ter accordering (naar de deelnemende gemeenten; de jaarrekening 2025 wordt vastgesteld op 6 juli 2026).
4. Ontwerp begroting 2027 en meerjarenraming t/m 2030 WVS (voorstel is bijgevoegd). Aard: ter accordering (naar de deelnemende gemeenten; de begroting 2027 wordt vastgesteld op 6 juli 2026). 5. Voorstel tot vaststelling van het Overdrachtsdocument WVS (voorstel is bijgevoegd). Aard: ter vaststelling. 6. Rondvraag / mededelingen. 7. Sluiting.
Hoogachtend,
P.F.J.M. Havermans, secretaris.
pagina 2 van 2
Overdrachtsdocument
WVS 2026 Algemeen Bestuur, 13 april 2026
2
Inhoud Inleiding
1
1. Schets van het bedrijf
2
2. Ontwikkelingen als gevolg van de Participatiewet
8
3. Toekomstige ontwikkelingen
12
1
Inleiding Met dit overdrachtsdocument wil het huidige Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling WVS (hierna: WVS) het nieuwe bestuur informeren over een aantal zaken met betrekking tot WVS. In dit document komt het volgende aan de orde: Schets van het bedrijf Ontwikkelingen als gevolg van de Participatiewet Toekomstige ontwikkelingen
2
1 Schets van het bedrijf In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het bedrijf, de juridische structuur en de financiën op hoofdlijnen.
3
Mensenontwikkeling is leidend In de afgelopen jaren heeft WVS zich ontwikkeld van een traditioneel SW-bedrijf tot een werk ontwikkel bedrijf. Naast deze ontwikkeling is sinds de invoering van de Participatiewet (per 1 januari 2015) de doelgroep niet meer uitsluitend SW-medewerkers, maar verbreed met andere doelgroepen. Daarop wordt in hoofdstuk 2 nader ingegaan. Het aantal SW-dienstverbanden bij WVS bedroeg per ultimo 2025 1.478. Daarnaast zijn per ultimo 2025 232 reguliere medewerkers bij WVS werkzaam, alsmede 276 medewerkers in het kader van beschut werk en 16 medewerkers met de indicatie Landelijk Doelgroep Register.
Na de komst van de Participatiewet heeft WVS zijn missie en visie ‘herijkt’ met het oog op de vele veranderingen die inmiddels zijn doorgevoerd en de veranderingen die nog op stapel staan.
Onze visie WVS is hét werkontwikkelbedrijf in de regio waarbij de deuren open staan voor samenwerkingspartners en waar we verder bouwen aan duurzame samenwerkingen. We spelen flexibel in op een bredere doelgroep en creëren nieuwe kansen voor iedereen.
Onze missie WVS laat mensen meedoen door werk centraal te stellen als bron van betekenis, eigenwaarde en ontwikkeling. We begeleiden mensen op basis van hun talenten en mogelijkheden, met persoonlijke aandacht en oog voor wat iemand wél kan.
De activiteiten die door WVS worden ontwikkeld zijn zeer divers: beschermd werk (industriële productie), werken op locatie (onder leiding van WVS), groepsdetachering (onder leiding van de inlener), groenvoorziening, post- en pakketbezorging, schoonmaak en individuele detachering. Daarnaast vinden diverse participatieactiviteiten plaats. Per ultimo 2025 was 57% van de SW-medewerkers ‘buiten’ werkzaam tegen 43% beschut. WVS beschikt over een hoofdkantoor (Bosstraat 81 te Roosendaal) en 3 industriële vestigingen (Vaartveld 12, Roosendaal / Ravelstraat 145, Bergen op Zoom / Munnikenheiweg 46, Etten-Leur). Het bedrijfsonderdeel Arbeids-ontwikkeling en Bemiddeling, alsmede diverse ondersteunende diensten zijn gehuisvest in het pand Bosstraat 48 te Roosendaal.
Juridische structuur is verlengd lokaal bestuur WVS is een openbaar lichaam / rechtspersoon / gemeenschappelijke regeling conform de Wet gemeenschappelijke regelingen. De eigendom van WVS berust bij 9 gemeenten: Bergen op Zoom, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht en Zundert. Het Algemeen Bestuur van WVS wordt gevormd door een lid van het college van elke deelnemende gemeente en bestaat dus uit 9 personen. De colleges wijzen uit hun midden ook een plaatsvervangend AB-lid aan. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit 5 leden, te weten 3 leden die door en uit het Algemeen Bestuur worden gekozen en 2 externe leden. De 2 externe DB-leden zijn momenteel de heren Bas van ‘t Wout en Geert van der Horst. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van het Algemeen Bestuur zijn qualitate qua voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van het Dagelijks Bestuur.
4
WVS heeft ook een private tak. WVS is 100% eigenaar van Propeople Holding BV. De aandeelhoudersrechten van deze holding BV worden uitgeoefend door het Dagelijks Bestuur van WVS en het bestuur van de holding BV ligt in handen van de algemeen directeur van WVS. Propeople Holding BV heeft 2 dochteronderne-mingen waarvan het 100% eigenaar is, te weten: Flexkompaan BV en WVS Facilitair BV. Flexkompaan BV fungeert als een zogenaamde dienstverbanden BV. Sinds 2005 wordt het reguliere personeel van WVS bij Flexkompaan BV in dienst genomen op basis van een arbeidscontract en gedetacheerd bij WVS. Ditzelfde geldt ook (sinds 2016) voor mensen met een indicatie ‘beschut werk’ en (sinds 2018) voor andere doelgroepers op basis van de Participatiewet die bij WVS te werk worden gesteld.
De medewerkers Flexkompaan regulier vallen, evenals de ‘ambtenaren’ die vóór 2005 rechtstreeks in dienst zijn gekomen van WVS, onder de werking van de Cao SGO, de medewerkers Flexkompaan doelgroep vallen onder de werking van de Cao Aan de Slag. Flexkompaan BV wordt derhalve vooral gebruikt voor de verloning van medewerkers.
Door nieuwe wetgeving is de rechtspositie van het ambtelijk personeel en het reguliere personeel van Flexkompaan BV inmiddels geüniformeerd. WVS Facilitair BV is de dochteronderneming van WVS die voor 50% als vennoot participeert in de joint venture met Vebego International BV in ‘WVS Schoonmaak Vof’. WVS en Vebego zijn op deze wijze beiden voor 50% vennoot in deze joint venture.
5
WVS Schoonmaak Vof voert schoonmaakwerkzaamheden uit. Aan Propeople Holding BV is een Raad van Commissarissen verbonden die toezicht uitoefent. Momenteel bestaat de Raad van Commissarissen uit de heren Martin Groffen (voorzitter) en Paul van Oorschot. Naast Flexkompaan BV worden de Stichting Werkwijs West-Brabant en de Stichting Op Weg Naar Werk gebruikt voor de in dienst name en detachering (verloning) van medewerkers (niet zijnde regulier personeel) waarvoor geen no risk polis geldt.
wvs.nl Meer weten? Op wvs.nl vind je nog meer informatie over WVS, wie we zijn en wat we doen.
Via de geschetste juridische structuur is het mogelijk om de huidige bedrijfsactiviteiten goed uit te voeren en mensen vanuit verschillende doelgroepen in dienst te nemen. Het organogram van WVS is hieronder terug te vinden.
Organogram WVS Gemeenschappelijke regeling
Algemeen bestuur
Uitoefenen aandeelhoudersrechten
Dagelijks bestuur
Propeople Holding BV
Bestuurssecretariaat Stichting Werkwijs West-Brabant OR
Propeople Holding BV 100% aandeelhouder
Directie Stichting Op Weg Naar Werk
Functionaris Gegevensbescherming
Flexkompaan BV
Financiën, ICT en Audit
Dienstencentrum P&O
Gebouwenbeheer
Projectleider Werkgeversdienstverlening
Groenvoorziening
Industrie
Post
Flexkompaan Personeel
WVS Facilitair BV
Flexkompaan Participatie
WVS Facilitair BV 50% vennoot
WVS Schoonmaak VOF
Arbeidsontwikkeling en Bemiddeling
Schoonmaak Detacheringen
6
Financiële stromen, opbouw en risico’s De belangrijkste financiële stromen betreffen de rijksvergoedingen waaronder de belangrijkste, zijnde de rijksbijdrage Wsw, de gemeentelijke bijdragen, de bedrijfsopbrengsten, de loonkosten van de SW- en reguliere medewerkers, de opbrengsten van de ontwikkeltrajecten, de loonkostensubsidies en de bedrijfskosten.
Planning & Controlecyclus afgestemd op die van de gemeenten Voor wat betreft de financiën is sprake van een begrotingscyclus die, omdat WVS een gemeenschappelijke regeling is, wat afwijkt van gemeenten. Op grond van de geldende regelgeving moet de begroting van WVS voor het nieuwe jaar al in een vroeg stadium (in maart) worden opgesteld en vervolgens (in april) worden voorgelegd aan de deelnemende gemeenten om een zienswijze. Vaststelling van de begroting (inclusief de meerjarenraming) vindt begin juli plaats door het Algemeen Bestuur. Omdat de belangrijkste wijzigingen in de rijksvergoedingen bekend worden gemaakt via de mei- en september circulaire van het ministerie van SoZaWe, is de kans groot dat de begroting naderhand moet worden herzien. Dit gebeurt dan in de 2e helft van het jaar. De jaarrekening wordt, tegelijk met de begroting, in april aan de deelnemende gemeenten toegezonden. De vaststelling van de jaarrekening vindt eveneens begin juli plaats in het Algemeen Bestuur. Tevens wordt in het 2e kwartaal van het jaar een online (digitaal) jaarverslag gepubliceerd. Vier maal per jaar wordt een kwartaalrapportage gepubliceerd met financiële informatie en veel kengetallen.
Qua bedrijfsvoering (bedrijfskosten, verhouding SW / regulier personeel en inverdiencapaciteit) behoort WVS tot de 5 best presterende SW-bedrijven in Nederland. Echter, de exploitatie van WVS wordt zwaar belast door de relatief (veel) hogere SW-loonkosten. De SW-loonkosten van WVS liggen gemiddeld per Standaard Eenheid (SE) Wsw € 3.000,- hoger dan het landelijk gemiddelde. Dat scheelt op jaarbasis € 4 miljoen! Dit verschil in loonkosten wreekt zich vooral als er door het Rijk wordt bezuinigd op de rijksbijdrage Wsw. Vanaf 2020 wordt er niet meer bezuinigd op de rijksbijdrage Wsw. Voor de financiering van de Wsw wordt vanuit het Rijk (via de gemeenten) subsidie ontvangen (dat is de rijksbijdrage Wsw). De rijksbijdrage Wsw maakt deel uit van het Participatiebudget. Het verschil tussen de rijksbijdrage Wsw en de SW-loonkosten wordt het subsidieresultaat genoemd. Aangezien de SW-loonkosten aanzienlijk hoger zijn dan de rijksbijdrage is sprake van een negatief subsidieresultaat. Dit is overigens ook een landelijk beeld, maar bij WVS is het verschil een stuk hoger door de relatief hoge SW-lonen. Omdat de instroom in de Wsw per 1 januari 2015 is gestopt vindt via natuurlijk verloop een afbouw plaats van het aantal SW-medewerkers. Het aantal SW-medewerkers daalt met zo’n 130 personen per jaar.
Gemiddeld stromen meer oudere (en duurdere) SW-medewerkers uit, maar het negatieve effect van de hoge SW-loonkosten zal nog zeker jarenlang een zware wissel trekken op de exploitatie van WVS. Overigens beschikt WVS over (meer dan) voldoende werk in alle bedrijfsonderdelen.
7
De rijkbijdrage Wsw is een macro budget. Vanwege de uitstroom in de Wsw (na de komst van de Participatiewet is de instroom in de Wsw gestopt) daalt het macro budget jaarlijks. Het ministerie gaat bij de toekenning van het budget uit van een prognose van de uitstroom. Is de uitstroom in werkelijkheid hoger, dan blijft er dus subsidie over en heb je een voordeel. Echter, als de uitstroom in werkelijkheid lager is, dan is er een tekort aan subsidie en heb je een nadeel dat je zelf moet opvangen. WVS kan dit dus niet beïnvloeden. Voor de financiering van de nieuwe doelgroep ‘beschut werk’ wordt van de ISD Brabantse Wal en het Werkplein Hart van West-Brabant een loonkostensubsidie ontvangen, alsmede een begeleidingsvergoeding. Voor de uitvoering van de ontwikkeltrajecten wordt door de ISD Brabantse Wal en het Werkplein Hart van West-Brabant een vergoeding betaald. Als het nodig is om onderzoeken arbeidsontwikkelinstrumenten in te zetten, wordt hier separaat een vergoeding voor in rekening gebracht.
Vanaf 2022 is een nieuwe financiering ingevoerd met betrekking tot de loonkostensubsidies. Volgens de nieuwe verdeelsystematiek van het Rijk krijgen gemeenten voortaan op basis van realisatie in het jaar t-1 een vergoeding voor verstrekte loonkostensubsidies. Dit betekent dat gemeenten de loonkosten-subsidies voortaan één jaar voorfinancieren (voor het gedeelte van de uitbreiding op het jaar daarvoor). Het Rijk wil met deze nieuwe verdeelsystematiek het gebruik van loonkostensubsidies stimuleren. Ondanks de goede bedrijfsmatige prestaties heeft WVS, als gevolg van de relatief hoge SW-loonsom, jaarlijks een gemeentelijke bijdrage nodig om het tekort in de exploitatie aan te vullen. Het gemeentelijke aandeel in de gemeentelijke bijdragen wordt, conform het bepaalde in de gemeenschappelijke regeling, bepaald aan de hand van het aantal in dienst zijnde SW-medewerkers, medewerkers met een indicatie beschut werk en overige participanten uit de betreffende gemeenten in het jaar t-1.
Samenwerking in de regio West-Brabant WVS is actief in de 9 deelnemende gemeenten. Daarnaast wordt samengewerkt Regionaal Werkcentrum en het UWV, alsmede met de andere werk ontwikkel bedrijven in de regio: Atea (Breda) en MidZuid (Oosterhout).
8
2 Ontwikkelingen als gevolg van de participatiewet ISD Brabantse Wal, het Werkplein en WVS werken samen aan de uitvoering van de Participatiewet in de regio West-Brabant West. Het doel van deze samenwerking is om samen met inwoners die een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt hebben een passende vorm van participatie te vinden.
9
Dit kan arbeidsmatige dagbesteding, beschut werk, een baan via de banenafspraak, regulier werk of een andere vorm van participeren zijn, zoals via een ontwikkeltraject. De meerwaarde van deze samenwerking is het kunnen voortborduren op de bestaande infrastructuur van WVS en het samenbrengen van jarenlange kennis die is opgebouwd in de drie uitvoeringsorganisaties.
De medewerkers werken steeds vaker samen met andere domeinen en maatschappelijke partners. Denk aan Wmo, Jeugd, welzijn en het onderwijs om zo een nog adequatere dienstverlening te bieden aan de meest kwetsbare inwoners.
Programma WegWijzer In de gezamenlijke bestuursvergadering van 30 juni 2025 hebben de wethouders van de 9 gemeenten de koers en richting bepaald van de toekomst van de Participatiewet in West-Brabant West. Met een unaniem akkoord op het advies van de directeuren van WVS, Werkplein en ISD Brabantse Wal is daarmee het programma WegWijzer van start gegaan. In september/oktober 2025 is hierover gecommuniceerd met de 9 colleges van B&W en gemeenteraden via een informatiebulletin.
Visie De visie waar het programma op gebaseerd is, is de visie die ten grondslag ligt aan de samenwerking tussen Werkplein, ISD Brabantse Wal en WVS, die luidt:
Iedereen doet mee Wij geloven in de talenten van onze inwoners en stimuleren hen deze te ontwikkelen. Ons doel is dat inwoners actief meedoen in de samenleving, waar mogelijk door te werken. Door hechte samenwerking, zowel binnen en tussen onze organisaties als met partners in het sociaal domein, zorgen we dat iedereen de ondersteuning krijgt die nodig is. Zo maken we samen maatschappelijke impact.
De 7 uitgangspunten vormen het kompas in de samenwerking en zijn het houvast bij het ontwikkelen v an gezamenlijke dienstverlening: 1
De mens centraal (niet geld, processen en procedures)
2
Werken vanuit vertrouwen
3
Ieder zijn eigen oplossing (maatwerk)
4
Nabij (inwoners en bedrijven)
5
Samen met partners (sociaal domein, werkgevers, opleiders et cetera)
6
Leren en ontwikkelen
7
Werken met data
10
Strategie Op 30 juni 2025 heeft de gezamenlijke bestuursvergadering ook de spelregels vastgesteld die gelden voor alle 3 de organisaties. De besturen hebben toegezegd hier alle 3 op dezelfde wijze op te sturen richting de directeuren. Deze spelregels zijn: “Zoek eerst naar een oplossing binnen de samenwerking tussen Werkplein, ISD en WVS alvorens je extern zoekt naar oplossingen.” “Stuur op het vermogen van de inwoner en op maatschappelijke meerwaarde in plaats van op aantallen.”
Elk jaar wordt door de gezamenlijke bestuursvergadering een set van indicatoren vastgesteld die bijdraagt aan het bereiken van de strategische doelstelling. Hiermee meten we het succes van het programma WegWijzer. In 2026 zijn de indicatoren van WegWijzer: Kwantitatief: 40% van het bestand in beeld via Spreekkamer met integraal plan van aanpak o.b.v. perspectief (= iedereen doet mee) Meer opstap- en vangnetbanen realiseren dan in 2025
“Er mag nog maar 1 intake plaatsvinden binnen de samenwerking tussen Werkplein, ISD en WVS.”
Meer nieuw ingezette beschut werkplekken realiseren dan in 2025
“De motivatie van de inwoner staat centraal bij de keuze van het maatwerktraject. De kansrijke beroepen op de arbeidsmarkt bieden daarbij een kader.”
Meer nieuw ingezette LKS realiseren dan in 2025
“De samenwerking in de keten is een investering in mensen die anders niet meedoen in de samenleving. Niet de taak (bijv. groenvoorziening), maar het zorgen voor en de ontwikkeling van inwoners is de feitelijk opdracht.”
Meer nieuwe inburgeraars naar werk dan in 2025 Meer inzet van ontwikkeltrajecten (incl. Startpunt) dan in 2025 Stijging % doorstroom VSO/PrO-leerlingen met uitstroomprofiel werk naar werk dan in 2025 Stijging % bemiddeling naar werk vanuit een ontwikkeltraject dan in 2025
Doelstellingen en indicatoren 2026 De strategische doelstelling van WegWijzer is: Elk jaar zorgen wij ervoor dat we meer inwoners samen helpen actief mee te doen in de samenleving, waar mogelijk door te werken. In 2030 bieden wij passende dienstverlening aan alle inwoners vallend onder de Participatiewet. Iedereen doet mee.
Kwalitatief: Inwoners voelen zich serieus genomen (= menselijke maat) Cultuurverandering (= verbetering samenwerking tussen WVS, Werkplein, ISD Brabantse Wal) Projectmatig werken medewerkers, managers en directeuren uit de 3 organisaties samen aan verbetering van dienstverlening waar de inwoner en werkgever direct voordeel van heeft. Via de WegWijzer monitor worden de gezamenlijke bestuursvergadering, colleges en raden elk kwartaal actief geïnformeerd over de voortgang van het programma, de projecten en de realisatie.
11
Randvoorwaarden In de komende jaren zijn er veel mogelijkheden om via een programmatische aanpak meer uit de samenwerking te halen en ervoor te zorgen dat iedereen mee kan doen. Belangrijke randvoorwaarden hierbij zijn het organiseren van een effectieve samenwerking met/in de stevige lokale teams en een verbinding tussen beleid en uitvoering van ‘economie’ en ‘sociaal’ van de 9 gemeenten. Als het gaat om alle inwoners met een bijstandsuitkering ondersteuning te bieden die nodig is om mee te kunnen doen, dan is ook beschikbaarheid van voldoende capaciteit een belangrijk thema.
Het is een gezamenlijke zoektocht van gemeenten en de 3 uitvoeringsorganisaties van de Participatiewet om de middelen zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten en door samenwerking iedereen te bieden wat hij nodig heeft. Landelijk zien we dat een deel van de gemeenten / regio’s kiest voor een fusie van de sociale dienst en het werkontwikkelbedrijf. Het samengaan van de organisaties zien wij niet als doel op zich. Wanneer we na uitvoering van onze gezamenlijke, individuele ontwikkelopgaves en verbetering van de samenwerking qua mensbeeld, cultuur en uitvoeringspraktijk dermate overeenkomsten signaleren, brengen wij in kaart wat nodig is om een eventuele stap tot fusie te zetten. In het jaar 2028 zien we een ijkmoment om eventueel samengaan te heroverwegen.
12
3 Toekomstige ontwikkelingen In deze paragraaf wordt ingegaan op een aantal zaken die nu en in de (nabije) toekomst spelen. Hoewel sprake is van vele ontwikkelingen wordt hierna met name ingezoomd op onderwerpen die bestuurlijk voor WVS van belang zijn.
13
Samenwerken of samengaan In juni 2025 is, na een uitgebreid verkennend onderzoek, besloten dat er vooralsnog geen inzet wordt gepleegd op een samengaan tussen de 3 samenwerkingspartners (ISD, Werkplein en WVS). De focus wordt gelegd op de inhoud en de opgave, vóór de structuur en dus vooral op samenwerken en samen doen. Het is raadzaam nu eerst verder te investeren op het inrichten c.q. verbeteren van de samenwerking, waarin de focus ligt op de ontwikkeltrajecten en de uitvoering van het programma WegWijzer 2025 - 2027. De ‘structuurdiscussie’ wordt voor dit moment geparkeerd. Binnen de regio West-Brabant wordt momenteel op directie en uitvoerings-niveau al nauw samengewerkt tussen de 3 werk ontwikkel bedrijven (Breda Werkt, MidZuid Oosterhout en WVS).
Ontwikkeling rijksbijdrage Wsw In de eerste paragraaf is op hoofdlijnen op de financiën ingegaan. Daaruit is naar voren gekomen dat de systematiek van de rijksbijdrage Wsw kan zorgen voor financiële meevallers of tegenvallers en dat dit door WVS niet is te beïnvloeden. Voor de organisatie is het een uitdaging om de hoogte van de gemeentelijke bijdragen zoveel mogelijk te beperken via het realiseren van omzet en het voortdurend alert zijn op verbeteringen en efficiëntie in de bedrijfsvoering. De tekorten bij WVS worden voornamelijk veroorzaakt door de hogere SW-lonen (zie hiervoor op pagina 5). De hogere SW-lonen zijn een gevolg van bestuurlijke besluitvorming in de negentiger jaren. Inmiddels zijn in 2013 met de vakbonden en de OR afspraken gemaakt om het SW-beloningsbeleid te versoberen. Het zal echter nog jaren duren voordat het effect van deze maatregel zodanig is dat de SW-loonsom relatief enigszins in de pas loopt met de gemiddelde landelijke loonsom. Deze uitgave post is verder uit een oogpunt van rechtszekerheid niet te beïnvloeden.
Doelgroep beschut werk Bij de invoering van de Participatiewet is een doelstelling geformuleerd ten aanzien van de te realiseren plekken nieuw beschut (beschut werk). In de daarop volgende jaren is gebleken dat deze doelstelling niet werd gehaald. Om die reden is met ingang van 2017 door het Rijk een taakstelling per gemeente ingevoerd. Per ultimo 2025 waren in totaal 276 mensen met een indicatie ‘beschut werk’ aan de slag (de taakstelling voor alle 9 gemeenten gezamenlijk lag per ultimo 2025 op 248). Tot nu toe kunnen alle inwoners met een indicatie ‘beschut werk’ snel worden geplaatst. Het streven is om dit in de komende jaren zo te continueren.
Terugloop SW-medewerkers en inzet nieuwe doelgroepen Het aantal SW-medewerkers zal de komende jaren geleidelijk verder teruglopen. De ervaring leert dat de beschut werkplekken en de ontwikkeltrajecten onvoldoende soelaas bieden om de vrij vallende SW-werkplekken in te vullen. Aangepast werk is er genoeg. Datzelfde geldt ook voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, hetgeen gebleken is uit het verkennend onderzoek in 2025. Het inzetten van nieuwe doelgroepen bij WVS past in het streven om inwoners te ontwikkelen naar de arbeidsmarkt en draagt bij aan het maatschappelijk rendement van onze gemeenten. Eén van de bedrijfsonderdelen waar het aantal SW-medewerkers jaarlijks afneemt is WVS Groen. Op dit moment is de verwachting dat deze uitstroom helaas niet (volledig) kan worden opgevangen met de inzet van nieuwe doelgroepen. WVS Groen is een belangrijke partner voor de 9 deelnemende gemeenten qua uitvoering van het gemeentelijk groenonderhoud. Verwacht wordt dat met de huidige uitstroom in de SW en de (beperkte) instroom van nieuwe doelgroepen medio 2029 het punt bereikt wordt dat WVS Groen niet meer kan voldoen aan de door de gemeenten gewenste inzet bij het gemeentelijk groenonderhoud. Dit is zorgelijk, met name voor de 9 gemeenten.
14
Ontwikkeltrajecten Door de 3 samenwerkingspartners worden afspraken gemaakt over het aantal bij WVS af te nemen ontwikkeltrajecten. Op dit moment ligt het aantal afgesproken ontwikkeltrajecten op 380 per jaar. Hoewel het belangrijk is de bestaande infrastructuur bij WVS zoveel mogelijk in te zetten en te benutten, ligt de focus bij de uitvoering van de ontwikkeltrajecten meer in de kwaliteit (Wat leveren de trajecten in de praktijk op?) dan in de kwantiteit (Behalen we het afgesproken aantal trajecten?).
WVS Academie Naast de ‘eigen’ bedrijfsonderdelen van WVS, waar vooral de focus ligt op werk en productie, is ten behoeve van de ontwikkeling van inwoners uit onze regio die geen arbeidskwalificatie hebben de WVS Academie opgericht. WVS Academie bestaat uit diverse leerroutes (productie, logistiek, techniek, groen, schoonmaak, post- & pakketbezorging en horeca). Via zo’n leerroute worden mensen opgeleid richting een branche waar voldoende werkgelegenheid is om een duurzame inzet mogelijk te maken. Middels praktijkcertificaten, die erkend worden door het MBO en werkgevers, kan een kandidaat aantoonbaar maken dat hij of zij beschikt over kwalificaties om bepaalde werkzaamheden uit te kunnen voeren. WVS Academie werkt nauw samen met de ISD en het Werkplein, het UWV, onderwijsinstellingen en werkgevers.
15
“De omwegen in het leven maken jou juist uniek!” Nick Goorden
16
Tot slot WVS vervult van oudsher een belangrijke maatschappelijke rol in de regio West-Brabant. Niet alleen omdat WVS aan 2.000 inwoners van onze regio (aangepast) werk biedt, maar ook vanwege de opgebouwde kennis, kunde en infrastructuur. De 9 deelnemende gemeenten hebben hier in de afgelopen tientallen jaren heel veel in geïnvesteerd. En dan bedoelen we niet alleen financieel. WVS is dé partner van gemeenten en de ISD en het Werkplein voor het ontwikkelen van mensen met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt. Het is aan de deelnemende gemeenten om slimme keuzes te maken in het belang van de mensen die (veelal structureel) zijn aangewezen op aangepast werk, ook nu de instroom in de Wsw per 1 januari 2015 is gestopt. De samenwerking van de ISD, het Werkplein en WVS verdient een bijzondere bestuurlijke aandacht. De samenhang van de samenwerking is bepalend voor de totale ontwikkeling van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het resultaat van de samenwerking dient te zijn dat WVS meer mensen met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt structureel aan betaald werk kan helpen zodat dit leidt tot directe besparingen (op de uitkeringen) bij de ISD en het Werkplein. Vastgesteld door het Algemeen Bestuur in de openbare vergadering op 13 april 2026, De secretaris, De voorzitter, P.F.J.M. Havermans T.C. Melisse
17
HAAL ERUIT WAT ERIN ZIT WVS | Bosstraat 81 | 4704 RL Roosendaal | Tel. 088 031 20 00 | info@wvs.nl
Onderwerp: voorstel tot vaststelling van het Overdrachtsdocument WVS
Dos. 2 A
Aan het algemeen bestuur.
Na de gemeenteraadsverkiezingen treedt straks een nieuw algemeen bestuur aan. Uit een oogpunt van een warme overdracht is het bijgaande Overdrachtsdocument WVS opgesteld waarin het nieuwe bestuur geïnformeerd wordt over de belangrijkste zaken die momenteel spelen met betrekking tot WVS en de samenwerking met de ISD en het Werkplein. Wij stellen u voor het bijgaande Overdrachtsdocument vast te stellen conform het bijgaande ontwerp besluit. Na vaststelling door uw bestuur zal het Overdrachtsdocument worden geagendeerd tijdens de vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling.
Roosendaal, 30 maart 2026. Het dagelijks bestuur van WVS, de secretaris,
de voorzitter,
P.F.J.M. Havermans
T.C. Melisse.
Het algemeen bestuur van WVS; gezien het voorstel van het dagelijks bestuur dd. 30 maart 2026, no. 2 A; gelet op de Gemeentewet en de gemeenschappelijke regeling WVS; besluit: vast te stellen het bijgaande en als zodanig gewaarmerkte Overdrachtsdocument WVS.
Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van WVS op 13 april 2026. De secretaris,
De voorzitter,
P.F.J.M. Havermans
T.C. Melisse.
pagina 2 van 2
Ontwerp begroting 2027 Meerjarenraming 2028 - 2030
Inhoudsopgave
1. Voorwoord Algemeen Directeur
3
2. Financiële begroting en meerjarenraming
6
2.1 Uitgangspunten begroting 2027 en meerjarenraming 2.2 Samenwerking met Werkplein en ISD 2.3 Overzicht van baten en lasten 2025 - 2030 2.4 Financiële positie 2.5 Risicoparagraaf
6 10 12 13 14
3. Overige begrotingsinformatie
18
3.1 Weerstandsvermogen 3.2 Wet Open Overheid
18 18
Bijlagen 1. Resultatenrekening 2027 - 2030 Overhead 2. Balans per ultimo 2025 - 2027 3. Overzicht lang- en kortlopende leningen 4. Overzicht reserves en voorzieningen 5. Overzicht van investeringen in vaste activa 6. Gemeentelijke bijdrage 2027 7. Specificatie Rijksbijdrage per gemeente 2027
WVS - Ontwerpbegroting 2027
19 20 21 22 23 24 25
2
1. Voorwoord Algemeen Directeur WVS WVS is nog steeds één van de grootste werkgevers in West-Brabant met meer dan tweeduizend werknemers woonachtig in onze deelnemende gemeenten. WVS werkt, als werkontwikkelbedrijf van West-Brabant, samen met de ISD Brabantse Wal en het Werkplein, om een steeds groter wordende groep inwoners die aan de zijlijn staan weer een betere toekomst te bieden. Gezamenlijk gaan we de uitdaging aan om zoveel als mogelijk de groep inwoners die al langer aan de zijlijn staan, te laten participeren en te ontwikkelen naar liefst loonvormende arbeid. Wij geloven dat we door meer samen te werken, in staat zijn om de maatschappelijke kosten te laten dalen en het maatschappelijke rendement te laten stijgen. Voor u ligt de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028 tot en met 2030 van WVS. Deze begroting is gebaseerd op de gegevens die we weten vanuit de mei- en septembercirculaire 2025. De acties voortkomend uit het programma WegWijzer c.q. de samenwerking met de ISD en het Werkplein zijn, voor zo ver als mogelijk, meegenomen in deze begroting en zijn met beide partijen afgestemd. De begroting moet dan ook in samenhang worden bekeken met de begrotingen van de ISD en het Werkplein. WVS voert vanuit de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening en het beschut werken uit. Daarnaast ontwikkelt WVS mensen die de route naar werk niet zelfstandig kunnen maken.
Het gezamenlijke doel van de samenwerking met de ISD en het Werkplein voor 2027 en de meerjarenraming 2028 tot en met 2030, is om meer inwoners in ontwikkeling te zetten. Mede hiervoor is in 2024 ‘Startpunt’, het centrum voor een verdiepende diagnose, opgericht om inwoners gerichter te kunnen ontwikkelen op basis van hun vaardigheden. Hierdoor kunnen we onze bijstandsgerechtigde inwoners waaronder jongeren en statushouders nog beter in hun kracht zetten. Alle projecten in het programma WegWijzer bieden een vergaande verbetering van de samenwerking tussen ISD, Werkplein en WVS met als doel om meer kwetsbare inwoners in West-Brabant te ontwikkelen. WVS heeft vanuit het verleden te maken met hogere loonkosten t.o.v. het landelijk gemiddelde terwijl de bedrijfskosten en de verhouding reguliere medewerkers versus doelgroepmedewerkers lager liggen. Het inverdienvermogen ligt echter weer hoger t.o.v. het landelijk gemiddelde. WVS zit daarmee in de top van best presterende werkontwikkelbedrijven in Nederland zoals blijkt uit het onderzoek dat door Berenschot is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van SZW en de benchmark van de branchevereniging Cedris. In deze meerjarenraming is goed nagedacht over de financieel lastige jaren die onze deelnemende gemeenten voor de boeg hebben.
Wij blijven qua uitgaven scherp aan de wind zeilen en streven door intensievere samenwerking met ISD en Werkplein meer inwoners aan de slag te helpen dan wel geactiveerd te krijgen. ( x € 1.000)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Operationeel resultaat
2.014
2.028
2.161
2.899
4.280
7.145
Incidentele baten en lasten
4.140
1.833
-879
-248
-17
-3.187
Gemeentelijke bijdrage
8.058
5.593
7.532
7.700
8.135
4.866
Subsidieresultaat*
-10.076
-8.740
-7.746
-7.634
-6.880
-7.994
Totaal resultaat
4.136
714
1.068
2.717
5.518
830
* Het subsidieresultaat is het verschil tussen de rijksbijdrage/loonkostensubsidie en de loonkosten doelgroep. In 2020, 2021 en 2022 heeft WVS te kampen gehad met Covid-19. De compensatie vanuit het Rijk is verantwoord onder de incidentele baten en lasten. In 2025 zijn de verlofsaldi van Flexkompaan BV doorbelast aan WVS (1,4 mln) en is er een RVU voorziening Wsw gevormd (2,2 mln).
3
WVS - Ontwerpbegroting 2027
Factoren die een bepalende rol spelen bij het al dan niet realiseren van de begroting van 2027 zijn: 1. Subsidies 2. Kostenbeheersing 3. Algemene economische situatie 4. Opbrengsten, toegevoegde waarde 5. Invulling van de regie- en opdrachtgeversrol door de gemeenten 6. De rol van WVS binnen de Participatiewet i.s.m. de werkpleinen 7. Uitstroom SW en leidinggevend SW-kader 8. WAADI (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs) 9. Cao SW 10. Cao Aan de Slag (Wet Arbeidsmarkt in Balans) 11. Compensatie transitievergoeding Ad 1. Subsidies De begroting is gebaseerd op het voorlopig toegekende Wsw-participatiebudget voor 2027 o.b.v. de meicirculaire 2025 zijnde € 43.140,- en met 3 % LPO € 45.767,-. Dit is inclusief de compensatie voor het wegvallen van de LIV. Het is op dit moment nog niet duidelijk welke invloed de landelijke realisatiecijfers hebben op de P-budgetten SW voor de komende jaren. Deze worden jaarlijks in de meicirculaire aangepast voor het lopende en de komende jaren. Naast de hoogte van het bedrag speelt ook de toekenning van de (fictieve) taakstelling een steeds belangrijkere rol. Door het Rijk is besloten om de begeleidingsvergoeding beschut werk per 2026 te verhogen naar € 12.485,- per taakstelling. Het Rijk heeft onderkend dat de loonwaardebepaling van beschut werk lastig is vanwege deeltaken.
Hierdoor wordt de loonwaarde vaak te hoog gewaardeerd en loopt de uitvoerende instantie (WVS) loonkostensubsidie mis. Er is een wetswijziging in de maak waarbij er sprake is van een forfaitaire loonkostensubside voor beschut werk van 68 %. Vooruitlopend op deze wijziging heeft het Rijk middelen vrijgemaakt om het verschil tussen de landelijke gemiddelde loonwaarde en de reële loonwaarde te compenseren. De wetswijziging wordt verwacht op 01-01-2028. Ad 2. Kostenbeheersing WVS scoort in de benchmark goed in kostenbeheersing. Echter, met de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) zijn de kosten voor het begeleidend en ondersteunend regulier personeel flink gestegen. De flinke stijging van het WML en secundaire arbeidsvoorwaarden zorgen voor een verhoging van de loonkosten van de doelgroep werkende onder de Cao Aan de Slag. Daarnaast zijn er positieve effecten van de arbeidsontwikkeling van de doelgroep voor de werkpleinen. Deze zijn niet opgenomen in de begroting van WVS. De financiële effecten hiervan zie je terug bij de ISD en het Werkplein. Daarom moeten de resultaten in samenhang worden gezien met die van het Werkplein en de ISD. Ad 3. Algemene economische situatie De economische groei lijkt gestagneerd te zijn. Ad 4.
Opbrengsten, toegevoegde waarde In de huidige economische ontwikkeling is het zaak om het nivo van de opbrengsten en toegevoegde waarde per medewerker te behouden. Het inrichten van de organisatie op basis van lean en het realiseren van een betere prijsvorming is de basis voor een gezonde toekomst. Ad 5. Invulling van de regie- en opdrachtgeversrol door gemeenten Een goede samenwerking met de gemeenten, ISD en Werkplein zorgt er voor dat meer mensen aan loonvormende arbeid kunnen deelnemen. Door opdrachten vanuit gemeenten te verstrekken voor werkzaamheden die bij de doelgroep passen, kunnen mensen op basis van hun ontwikkelmogelijkheden getraind worden binnen deze werkzaamheden. De druk op de financiële situatie bij de gemeenten is merkbaar in de opdrachtverstrekking. Dit heeft impact op het resultaat. Bij geschiktheid vindt er doorstroom plaats naar reguliere arbeid, maar inmiddels is er ook een vangnet voor die groep die deze stap niet kan maken. We zijn gestart met een pilot t.b.v. de ontwikkeling van statushouders. Samen WVS - Ontwerpbegroting 2027
4
met de ISD en het Werkplein is de afgelopen jaren een nieuwe werkwijze geïmplementeerd waarbij de ontwikkeling van de inwoner centraal staat. De komende jaren wordt er geïnvesteerd in mensen die meer begeleiding nodig hebben en het zelfstandig niet redden om in ontwikkeling te komen. Mocht het niet haalbaar zijn dat onze inwoners uit het Landelijk Doelgroep Register (LDR) kunnen aansluiten op de arbeidsmarkt, dan biedt WVS de mogelijkheid voor een (tijdelijk) dienstverband. WVS ondersteunt ook personen die met LKS aan de slag willen, maar het (tijdelijk) niet kunnen. Ad 6. De rol van WVS binnen de Participatiewet i.s.m. de werkpleinen De uitvoering van de Participatiewet vraagt om intensieve samenwerking met de werkpleinen en het werkgeversveld. Op arbeidsmarktregioniveau zijn er vanuit het Rijk participatiegelden beschikbaar voor de regio, t.b.v. de ontwikkeling van de doelgroep. Ad 7. Uitstroom SW personeel en leidinggevend SW kader In de begroting is opgenomen dat leidinggevend kader in SW-dienstverband wordt vervangen door reguliere krachten. Hierin is echter niet de volledige vervanging meegenomen die door uitstroom vanwege pensioenleeftijd is ingeschat. Door de invoering van de RVU regeling voor SW-personeel, is er een snellere uitstroom van SW-leidinggegevenden. Ad 8.
WAADI (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs) Er ligt een wetsvoorstel bij de Eerste Kamer om de Wet WAADI aan te passen. In de basis dienen medewerkers ingezet via detachering of uitzending betaald te worden volgens de Cao van de inlenende partij. In het nieuwe wetsvoorstel zal er net als onder de huidige Wet WAADI een uitzondering worden gemaakt voor de medewerkers vallend onder de Cao SW en de beschut werk-geïndiceerden vallend onder de Cao aan de Slag. Voor deze groepen is er vrijstelling. Met het huidige wetsvoorstel zal wel de vrijstelling voor de doelgroep met de indicatie banenafspraak komen te vervallen en kan er alleen sprake zijn van een tijdelijke vrijstelling. Dit zal negatief uitwerken voor medewerkers met een banenindicatie binnen de werkontwikkelbedrijven. • Werknemers krijgen dan te maken met een fluctuerend inkomen met gevolgen voor aanvullende bijstands- en WIA uitkering en eventuele toeslagen. • Het succesvolle instrument van detachering van mensen met een ondersteuningsvraag wordt onaantrekkelijker (duurder) voor werkgevers. • Bureaucratische rompslomp voor werkontwikkelbedrijven omdat er afgestemd moet worden met een veelvoud aan Cao’s van werkgevers waar mensen met begeleiding werken. • De banenafspraak komt hierdoor onder druk te staan vanwege de betaalbaarheid. Ad 9.
Cao SW De Cao SW volgt de stijgingen van het WML en de LPO ontwikkeling van het IUSD-WSW. De Cao loopt nog tot eind 2028. Ad10. Cao Aan de Slag (beschutwerken en LDR) De Cao Aan de Slag volgt de stijgingen van het WML. Ad 11. Compensatie transitievergoeding In de wetgeving staat dat bij vertrek van een medewerker uit de organisatie, anders dan ‘op eigen verzoek’ of ‘verwijtbaar’, er een transitievergoeding betaald dient te worden. Dit geldt ook voor medewerkers die na 2 jaar ziekte de organisatie verlaten. Voor de laatste categorie wordt er vanuit het Rijk compensatie verstrekt. Deze compensatie komt per 1-7-2026 te vervallen. Het gaat om een bedrag in de begroting van € 500.000,-, welke is komen te vervallen. Omdat de werkontwikkelbedrijven in verhouding veel uitstroom na 2 jaar ziekte hebben, worden zij extra financieel geraakt door deze maatregel. Het is inmiddels duidelijk dat er geen compensatie vanuit het Rijk te verwachten is voor het wegvallen van deze vergoeding. L.G.M. van der Beek, Algemeen Directeur WVS 5
WVS - Ontwerpbegroting 2027
2. Financiële begroting en meerjarenraming 2.1 Uitgangspunten begroting 2027 Bij het opstellen van de begroting zijn naast de werkelijke resultaten over 2025, de mei- en septembercirculaire 2025, de interne werkbudgetten voor 2026 als uitgangspunt gehanteerd. Toegevoegde waarde Voor de berekening van de toegevoegde waarde (TW) zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
• •
De TW voor WVS is uit verschillende zaken opgebouwd. De TW per fte SW wordt constant verondersteld. Daarnaast is rekening gehouden met de TW voor de nieuwe beschut werk-medewerkers. Voor nieuwe medewerkers met structurele loonkostensubsidie wordt een TW nivo van de huidige SW-populatie verwacht. Hierbij gaan we uit van een loonwaarde van gemiddeld 50 %. Daarnaast zullen er ontwikkeltrajecten voor de ISD en het Werkplein uitgevoerd worden. Voor mensen in een ontwikkeltraject wordt geen toegevoegde waarde meegenomen omdat de focus ligt op leren i.p.v. werken. De formatie SW is gebaseerd op de prognose komende uit de mei- en septembercirculaire 2025. Per type contract (SW, beschut werk, participatie) wordt een andere inzetbaarheid over de verschillende werksoorten zoals groen, postbezorging en industriële activiteiten verwacht. In de begroting is rekening gehouden met een omzet vanuit de deelnemende gemeenten ten opzichte van de werkelijke omzet 2025 met een afname i.v.m. daling fte SW.
Rijksbijdrage Wsw Begroting 2027
Werkelijk 2025
Herz. begr. 2026
Begroting 2027
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
Aantal SE
1.374
1.294
1.197
1.126
1.046
973
Rijksbijdrage per SE
40.680
41.752
43.140
44.443
45.913
47.435
3,0 %
3,0 %
3,0 %
3,0 %
3,0 %
Rijksbijdrage (€ x 1.000) incl. LPO
55.887
56.454
54.791
54.685
54.044
53.519
Het is op dit moment nog niet duidelijk welke invloed de landelijke realisatiecijfers hebben op de P-budgetten SW voor de komende jaren. Deze worden jaarlijks in de meicirculaire aangepast voor het lopende en de komende jaren. Rijksbijdrage Impuls en infrastructuur Begroting 2027 Werkelijk 2025
Herz. begr. 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
Impulsbudget
614.601
533.634
533.634
533.634
533.634
533.634
Basis financiering
331.529
358.771
386.047
413.356
440.716
470.453
91
99
106
114
121
129
946.130
892.405
919.681
946.990
974.350
1.004.087
Aantal (per persoon 3600) Totaal bijdrage
Het impulsbudget moet een bijdrage leveren aan het oplossen van één van de knelpunten die Berenschot in zijn onderzoek in 2023 naar de infrastructuur van werkontwikkelbedrijven heeft geïdentificeerd. Het impulsbudget wordt via een decentralisatie-uitkering (DU) uitgekeerd aan gemeenten. Het impulsbudget wordt beschikbaar gesteld per samenwerkingsverband van gemeenten op het terrein van sociaal ontwikkelbedrijven. Uitkering zal plaatsvinden aan de grootste gemeente binnen het samenwerkingsverband, in onze regio is dat de gemeente Roosendaal. Eind 2023 heeft het kabinet een extra financiële bijdrage aangekondigd voor de banen van mensen die niet vallen onder beschut werk, maar die tijdelijk aangewezen zijn op de infrastructuur van werkontwikkelbedrijven (de zgn. ’10.000 banen van Schouten’). Het betreft mensen zonder een indicatie beschut werk, die baat hebben bij de intensieve begeleiding WVS - Ontwerpbegroting 2027
6
en ondersteuning die vanuit een werkontwikkelbedrijf wordt geboden. Het gaat onder meer om een tegemoetkoming in de kosten van overhead, huisvesting e.d. De extra bijdrage moet het daarnaast ook beter mogelijk maken om de vangnetfunctie als een van de arbeidsmarktfunctionaliteiten in te vullen. Het budget is in de meicirculaire 2025 apart zichtbaar opgenomen in de Integratieuitkering Participatie. Het betreft een oplopende reeks van € 19,8 miljoen in 2025 tot structureel € 35,9 miljoen vanaf 2035. In de oploop van deze middelen wordt uitgegaan van een groei van het aantal banen van zo’n 5.000 (nu) tot 10.000 (2035). De rijksbijdrage sociale infrastructuur wordt aan alle gemeenten uitgekeerd. Het budget wordt landelijk verdeeld op basis van de maatstaf ‘doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep’. In de regio is afgesproken om het impulsbudget en de integratieuitkering sociale infrastructuur in samenspraak met de ISD en het Werkplein in te zetten via het ontwikkelbedrijf WVS. Dit draagt bij aan de noodzakelijke transitie van de sociale infrastructuur en sluit aan bij de regionale toekomstvisie.
In onze regio wordt als uitvloeisel van het verkennend onderzoek naar de doorontwikkeling van de samenwerking tussen de ISD, het Werkplein en WVS, in samenspraak met de gemeenten, een toekomstvisie gepresenteerd op de sociale infrastructuur en de positie van het werkontwikkelbedrijf hierbinnen. Voor de besteding van de budgetten is in samenspraak met de ISD, het Werkplein, WVS en de deelnemende gemeenten een (project)plan opgesteld. Bijdrage deelnemende gemeenten Basis is het aantal geplaatste doelgroep medewerkers (SW + participatie) op 1 januari van het voorafgaande jaar aan het rapportagejaar (zie bijlage 6 per gemeente). Begroting 2027
Werkelijk 2025
Aantal SW/participatie-medewerkers Gem. bijdrage per SW/participant in € Gem. bijdr. (€ x 1.000)
4.866
Herz. begr. 2026
Herz. begr. 2027
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
1.787
1.785
1.726
1.657
1.586
3.073
3.507
3.428
3.332
3.201
5.492
6.260
5.916
5.522
5.077
Overige subsidies overheid Beschut Werk In de begroting is opgenomen dat er beschut werk wordt ingezet en dat deze zal worden uitgevoerd door WVS conform gemaakte afspraken. Voor deze doelgroep is uitgegaan van 70 % loonkostensubsidie en gemiddeld 28 uur per persoon. De begeleidingsvergoeding voor beschut werk wordt vanuit het ministerie BZK geraamd. In de begroting 2026 is een bedrag opgenomen van € 12.485,- per persoon conform de meicirculaire 2025. WVS neemt in haar begroting reeds een loonwaarde van 30 % (loonkostensubsidie 70 %) mee. Echter, de gemiddelde loonkostensubsidie is lager. De compensatie van het Rijk is verwerkt in de begroting.
Ontwikkeltrajecten Er zijn aannames gemaakt m.b.t. de afname van ontwikkeltrajecten door de ISD en het Werkplein. In de begroting en de meerjarenraming is uitgegaan van de met Werkplein en ISD afgestemde gegevens. De tariefstelling van de trajecten is o.b.v. het gemiddelde van afgelopen jaren met een indexering conform afspraak. Er wordt gerekend met een gemiddelde looptijd van een traject van 4 maanden. Overige bedrijfsopbrengsten Dit betreft de doorberekening van de kosten van dienstverlening van WVS aan de verbonden partijen, zoals Flexkompaan BV, WVS Schoonmaak Vof en Propeople Holding BV, alsmede derdenpartijen zoals de Stichting Werkwijs West-Brabant en de Stichting Op Weg Naar Werk. In de begroting is verondersteld dat de dienstverlening op hetzelfde niveau gehandhaafd blijft. De aanpassing van de opbrengst is op basis van het aantal fte’s dat gedetacheerd wordt.
7
WVS - Ontwerpbegroting 2027
Personeelskosten SW Voor de berekening van de indexering van de lonen SW is rekening gehouden met de huidige loonafspraken. De LPO op het participatiebudget SW wordt verondersteld op 3 % voor 2027. De loonsverhoging voor de SW is op 4 % gesteld. Voor de jaren 2027 e.v. is eveneens 4 % stijging aangehouden. Door uitstroom van in verhouding duurdere werknemers wordt daarnaast een algemene daling van de loonkosten per SW-fte verondersteld, die de loonkosten in positieve zin beïnvloedt. Overige personeelskosten SW De overige personeelskosten zijn gebaseerd op de gerealiseerde kosten 2025 en het budget 2026. Tevens is hier rekening gehouden met de uitstroom van SW-medewerkers conform de prognose vanuit de rijksoverheid. Loonkostensubsidie Begeleid Werken Het aantal BW-plaatsingen wordt constant verondersteld. Salariskosten regulier personeel Leidinggevende SW-medewerkers worden vanwege uitstroom gedeeltelijk vervangen door regulier Flexkompaan personeel. Verder wordt uitstromend leidinggevend kader ambtelijk en Flexkompaan vervangen door nieuwe Flexkompaan krachten. De omvorming tot werkontwikkelbedrijf heeft tot gevolg dat er ook nieuwe functies ontstaan die met regulier personeel moeten worden ingevuld. Begroting 2027
Werkelijk 2025
Herz. begr. 2026
Begroting 2026
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
Fte ambt. pers.
32,0
33,0
31,0
29,0
27,0
25,0
Gem. loonsom (€)
97.749
98.892
104.810
107.704
110.685
113.756
Tot. Sal. kst. (€ x 1.000)
3.126
3.263
3.249
3.123
2.989
2.844
Fte Flexkompaan
185,8
193,0
199,0
201,0
203,0
205,0
Gem. loonsom (€)
82.396
83.961
86.955
89.564
92.251
95.018
Tot. Sal. kst. (€ x 1.000)
15.305
16.177
17.304
18.002
18.727
19.479
Totaal Fte regulier
217,8
226,0
230,0
230,0
230,0
230,0
Totaal Sal. kst. regulier (€ x 1.000)
18.431
19.440
20.553
21.125
21.716
22.323
Voor de berekening van de salarissen ambtelijk personeel is rekening gehouden met de verhoging van 3 % van de kosten voor 2027 en verder. Dit is voor Cao-stijgingen en wijzigingen in werkgeverslasten. Met de invoering van de WAB zijn de personeelsleden in Flexkompaan qua salariëring gelijk getrokken met de ambtelijke collega’s. Bij het uitwerken van de projectplannen van de impulsgelden is naar voren gekomen dat er inzet van extra (specifiek geschoold) personeel (tijdelijk) nodig is. Vanaf 2026 is voor vervanging bij WVS Schoonmaak 1 fte opgenomen, welke zal worden doorbelast aan WVS Schoonmaak. Loonkosten beschut werk In de Cao was sprake van een 37-urige werkweek, een pensioenvoorziening en extra secundaire arbeisvoorwaarden zoals bijv. reiskosten. Vanaf 2027 (nog onderhandelingsakkoord) is er afgesproken dat de contracturen worden teruggebracht naar 36 uur. Tevens is er een eindejaarsuitkering afgesproken van 350 per fte. Dit heeft een kostenverhogend effect. Loonkosten Participanten In de begroting wordt uitgegaan van dezelfde kostenstructuur als bij beschut werk.
WVS - Ontwerpbegroting 2027
8
Afschrijvingen De afschrijvingskosten in 2027 zijn gebaseerd op een duurzamer en een behoudend investeringsbeleid. Overige bedrijfskosten Deze zijn min of meer constant verondersteld.
9
WVS - Ontwerpbegroting 2027
2.2 Samenwerking met Werkplein en ISD De intensieve samenwerking binnen de keten van ISD Brabantse Wal (ISD), het Werkplein en WVS gaat onverminderd door. Het bleek dat een groot deel van de inwoners dat langer dan 2 jaar een bijstandsuitkering heeft niet goed in beeld is en daardoor geen passende dienstverlening kon of werd geboden. Dit is aanleiding geweest om een aantal onderzoeken te doen. Onderzoek A, over de nut en noodzaak, B, een maatschappelijke kosten-batenanalyse, en C, een toekomstperspectief voor de gezamenlijke uitvoering voor inwoners in de Participatiewet. Op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken hebben wij een advies opgesteld voor de besturen van de drie organisaties. Op 30 juni 2025 is dit gezamenlijke eindadvies unaniem vastgesteld door de negen portefeuillehouders in de gezamenlijke bestuursvergadering. Het resultaat: een breed gedragen koers voor een toekomstbestendige uitvoering van de Participatiewet, waarin de inwoner centraal staat. Uitgangspunten voor deze samenwerking (uit eindadvies) • • • • •
Zoek eerst naar een oplossing binnen de samenwerking tussen Werkplein, ISD en WVS alvorens je extern zoekt naar oplossingen. Stuur op het vermogen van de inwoner en op maatschappelijke meerwaarde in plaats van op aantallen. Er mag nog maar 1 intake plaatsvinden binnen de samenwerking tussen Werkplein, ISD en WVS. De motivatie van de inwoner staat centraal bij de keuze van het maatwerktraject. De kansrijke beroepen op de arbeidsmarkt bieden daarbij een kader. De samenwerking in de keten is een investering in mensen die anders niet meedoen in de samenleving. Niet de taak (bijv. groenvoorziening), maar het zorgen voor en de ontwikkeling van inwoners is de feitelijk opdracht.
Uitgangspunten dienstverlening (uit eindadvies) • • • • • • •
De mens centraal (niet geld, processen en procedures) Werken vanuit vertrouwen Ieder zijn eigen oplossing (maatwerk) Nabij (inwoners en bedrijven) Samen met partners (sociaal domein, werkgevers, opleiders et cetera) Leren en ontwikkelen Werken met data
De visie voor de samenwerking is: Iedereen doet mee “Wij geloven in de talenten van onze inwoners en stimuleren hen deze te ontwikkelen. Ons doel is dat inwoners actief meedoen in de samenleving, waar mogelijk door te werken. Door hechte samenwerking, zowel binnen en tussen onze organisaties als met partners in het sociaal domein, zorgen we dat iedereen de ondersteuning krijgt die nodig is. Zo maken we samen maatschappelijke impact”. Voor 2026 hebben we de volgende strategische doelstelling vastgesteld: Elk jaar zorgen wij ervoor dat we meer inwoners samen helpen actief mee te doen in de samenleving, waar mogelijk door te werken. In 2030 bieden wij passende dienstverlening aan alle inwoners vallend onder de Participatiewet. Iedereen doet mee. Om de strategische doelstelling te realiseren hebben we het programma Wegwijzer opgezet. Dit bestaat uit 11 adviezen op het gebied van de dienstverlening, de omgeving en systeem en cultuur.
WVS - Ontwerpbegroting 2027
10
Aantallen De ontwikkeling van onze inwoners staat voorop. Het doel is dat iedereen meedoet in de samenleving, waar mogelijk door te werken. In onze samenwerking streven we ernaar om zoveel mogelijk inwoners te ondersteunen met bij hun behoefte passende dienstverlening. Een leerroute zoals techniek, groen, logistiek, schoonmaak, productie, catering of post kan daar onderdeel van uitmaken. Uitbreiding naar nieuwe werkgebieden wordt onderzocht. Elk jaar willen we meer inwoners passende dienstverlening bieden. De focus ligt dus zowel op de kwaliteit als op de kwantiteit. Aantallen activiteiten 2027
11
Werkplein
ISD BW
Totaal
Ontwikkeltrajecten
255
125
380
Loonwaardemetingen
100
50
150
Jobcoaching
50
5
55
WVS - Ontwerpbegroting 2027
2.3 Overzicht van baten en lasten 2025 - 2030 bedragen x € 1.000 Begroting 2027 Netto omzet derden
Werkelijk 2025
Herz. begr. 2026
Begroting 2027
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
28.2359
26.772
28.280
28.622
29.071
29.377
Netto omzet deelnemende gemeenten
9.252
10.000
9.000
8.500
8.000
7.500
Grond- en hulpstof uitbesteed werk
-11.568
-11.822
-11.466
-11.418
-11.402
-11.342
Toegevoegde waarde
26.043
24.950
25.814
25.704
25.669
25.535
Rijksbijdrage Wsw
55.887
56.454
54.791
54.685
54.044
53.519
947
869
920
947
974
1.004
Loonkostensubsidie
4.758
4.855
5.658
6.304
6.993
7.613
Overige subs. overheid
5.344
4.457
5.791
6.224
6.678
7.125
Totaal bijdr. overheden
66.936
66.635
67.160
68.160
68.689
69.261
Overige bedrijfsopbr.
3.447
3.052
3.102
3.044
2.954
2.871
Totaal baten
96.426
94.637
96.076
96.908
97.312
97.667
Loonkosten SW
-58.624
-56.747
-55.849
-54.641
-52.797
-51.114
Overige pers. kstn SW
-2.778
-2.786
-2.664
-2.512
-2.396
-2.290
Verstrekte subsidies
-308
-275
-320
-320
-320
-320
Totaal pers. kstn SW
-61.710
-59.808
-58.833
-57.473
-55.512
-53.724
Kosten regulier pers.
-21.069
-21.210
-23.103
-23.675
-24.266
-24.873
Kosten beschut werk
-7.004
-7.376
-8.414
-9.275
-10.190
-11.165
Kosten participanten
-631
-1.431
-2.032
-2.465
-2.930
-3.047
Afschrijvingskosten
-2.208
-2.590
-2.430
-2.430
-2.430
-2.430
Overige bedr. kosten
-6.902
-7.327
-7.367
-7.347
-7.345
-7.345
Financieringskosten
-92
-387
-157
-160
-160
-160
Rijksbijdrage infrastructuur
Incidentele baten en lasten
-846
Sub-totaal overige bedr. kstn
-38.752
-40.321
-43.503
-45.352
-47.321
-49.020
Totaal bedrijfskosten
-100.462
-100.129
-102.336
-102.824
-102.834
-102.744
Result. voor gem. bijdr. en dividend
-4.036
-5.492
-6.260
-5.916
-5.522
-5.077
Gem. bijdrage
4.866
5.492
6.260
5.916
5.522
5.077
830
0
0
0
0
0
Totaal expl. result.
WVS - Ontwerpbegroting 2027
12
2.4 Financiële positie De afgelopen jaren is een bijdrage van de gemeenten noodzakelijk om de exploitatie sluitend te maken. In bijlage 6 is een overzicht opgenomen van de gemeentelijke bijdragen voor 2027. In bijlage 2 is de balans per ultimo opgenomen voor de jaren 2025 - 2030. In paragraaf 3.1 Weerstandsvermogen is een overzicht gegeven van ‘jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen’. Deze verplichtingen hebben een nadelige invloed op de financiële positie van WVS. Ultimo 2025 bedroegen de langlopende leningen € 6.200.000,-. In 2026 wordt hierop € 1.200.000,- afgelost. Om aan haar financieringsbehoefte te kunnen voldoen sluit WVS rekening-courantkredieten en kasgeldleningen af. De behoefte aan krediet is afgenomen vanwege de stortingen in de Algemene Reserve. WVS maakt gebruik van langlopendeen kasgeldleningen. Met deze financieringswijze voldoet WVS zowel aan de kasgeldlimiet als aan de norm voor het renterisico. In bijlage 3 is een overzicht van de langlopende en de kortlopende leningen gegeven voor de jaren 2025 - 2027. De voorzieningen die WVS heeft gevormd hebben het karakter van een toekomstige financiële verplichting. Sinds 2018 wordt er een voorziening gecreëerd voor het 3e WW-jaar ambtelijk. Dit is een verplichting. Deze wordt gevormd uit een bijdrage van het ambtelijk personeel zelf.
In 2022 is de voorziening spaarverlof gecreëerd voor de tegoeden die vanuit de Cao-regelingen SW en SGO worden gespaard. De toevoegingen aan en opnames uit deze voorziening hebben een onvoorspelbaar karakter. In 2025 is er een voorziening RVU Wsw en SGO gecreerd vanwege een aanpassing in de zienswijze van de Commissie BBV. In bijlage 4 is een overzicht gegeven van het verloop van de reserves en de voorzieningen voor de jaren 2025 - 2030.
13
WVS - Ontwerpbegroting 2027
2.5 Risicoparagraaf Als risico’s worden beschouwd alle redelijke voorzienbare risico’s die niet in de begroting zijn verwerkt en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de omvang van de exploitatie, het exploitatieresultaat en het eigen vermogen van WVS. Ondernemersrisico WVS opereert op de commerciële markt door producten en diensten aan derden te leveren. Hierdoor heeft WVS te maken met het normale ondernemersrisico zoals het debiteuren- en voorraadrisico. Omvang: Het achterblijven van de TW van bijvoorbeeld 5 % levert direct een verlies op aan exploitatieresultaat van ruim € 1.200.000,-. Maatregelen: Via de interne P&C cyclus, waardoor snel achterblijvende resultaten zichtbaar zijn, spreiden van risico’s o.b.v. werksoorten, klanten en branches. Tevens werk blijven acquireren ook al is er geen stilstand. Dit vangt leegstand op, of biedt mogelijkheden voor betere rendementen. Opdrachten van deelnemende gemeenten De deelnemende gemeenten zijn belangrijke opdrachtgevers voor WVS. De gemeentelijke opdrachten vormen voor WVS ook een belangrijke inkomstenbron, maar belangrijker nog is dat gemeenten veel werk hebben waar mensen uit de doelgroep op zijn aangewezen. Door een jaarlijkse krimp in het aantal SW-medewerkers en de beperkte instroom, komt de uitvoering van gemeentelijke opdrachten onder druk te staan.
Een tijdelijke plaatsing van inwoners met een LDR-indicatie kan hier een oplossing in bieden. Omvang: De gemeentelijk omzet beslaat om en nabij een derde van de omzet van WVS. Als er door de financiële druk op de begrotingen van de gemeenten, wellicht bezuinigd wordt op opdrachten m.b.t. detacheringen en groenvoorziening, verdwijnen hierdoor banen en werk voor de doelgroep. 5 % Van de omzet van de gemeenten staat voor een bedrag van € 450.000,-. Met de geplande indienstname van inwoners uit het LDR hebben we het werk hard nodig. Maatregelen: Samen met de gemeenten bekijken waar de mogelijkheden liggen. Zorgen dat er een goede orderportefeuille is. Risico rijksbijdrage Wsw In de begroting is uitgegaan van de afbouw SW zoals het Rijk die voorziet. Voorspellen wat de ontwikkeling van de rijksbijdrage gaat doen, is lastig. Er zijn veel landelijke factoren die van invloed zijn op de rijksbijdrage per SE. Indien er grote afwijkingen zijn t.o.v. de begroting zal dit worden gemeld, en indien nodig zal een begroting worden ingediend. In de begroting is uitgegaan van een compensatie van LPO van 3 %. Indien deze niet wordt ontvangen heeft dat impact op de begroting. Door de koppeling met de Cao SW (op dit moment) is de impact beperkt. Omvang: WVS ontvangt vanuit de gemeenten de volledige subsidie Wsw. Bij overschrijding van de taakstelling is het financiële risico geheel voor WVS.
Bij 10 SE is dit een risico van € 400.000,-. Maatregelen: Dit ligt buiten de invloedssfeer van WVS. Rente risico’s De totale activa bedragen ultimo 2025 € 27.482.000,-. Hiervan is ruim 70 % gefinancierd met vreemd vermogen. Een groot deel van dit vreemde vermogen is rentedragend. De aan het vreemde vermogen verbonden rentelasten leggen een claim op de exploitatiebegroting. Alle langlopende leningen hebben een vast rentepercentage over de gehele looptijd WVS - Ontwerpbegroting 2027
14
van de lening. Derhalve is het renterisico met betrekking tot de langlopende leningen nihil. Wijzigingen in de rentestand hebben derhalve geen gevolgen voor het exploitatieresultaat. Anders ligt dit voor de kortlopende leningen. De rente hierop is variabel en de kosten hiervan fluctueren met wijzigingen in de rentestand. Momenteel is de rente stijgende. Omvang: Het renterisico op korte termijn ligt vooral bij de kasgeldleningen. Er is ultimo 2025 € 3.000.000,- aangetrokken. Daarnaast moet i.v.m. de aflossingsverplichting elk jaar € 1.200.000,- geherfinancierd worden. Stijging van het rentepercentage met 1 % heeft een impact van € 60.000,- op de exploitatie per jaar. Maatregelen: Zorgen dat het werkkapitaal op orde is. Het aanhouden van een eigen vermogen binnen WVS verlaagt de behoefte aan vreemd vermogen. Daarnaast het goed bewaken van de renterisiconorm en wetgeving vanuit Fido. RVU-regeling Cao SW In de Cao SW is een RVU-regeling opgenomen. Twee jaar vóór pensioen kan een SW-medewerker ervoor kiezen om te stoppen met werken. De medewerker ontvangt dan een aangepast salaris ter hoogte van ongeveer € 2.400 bruto per maand (bij fulltime dienstverband). De medewerker is dan vrijgesteld van werk tot de pensioendatum en blijft in dienst zodat de aanspraak op de rijksbijdrage blijft bestaan. Er is echter geen inverdienvermogen.