CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

16. WVS Uitnodiging en agenda openbare vergadering

commissie Maatschappelijke Aangelegenheden 3 september 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken27.631 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

De leden van het algemeen bestuur van WVS c.c. de raden van de 9 aangesloten gemeenten en de leden van het ambtelijk overleg WVS

Onderwerp Ons kenmerk Bijlagen

uitnodiging en agenda openbare vergadering 4/2 C div.

Roosendaal, 20 juni 2024 Geachte leden, Hierbij nodig ik u uit voor het bijwonen van een openbare vergadering van het algemeen bestuur van WVS, die zal worden gehouden op

maandag 1 juli 2024 om 13.00 uur

in het gebouw van WVS, Bosstraat 81, Roosendaal. Agenda 1. Opening. 2. Resumé van de openbare vergadering van het algemeen bestuur op 8 april 2024 (ontwerp resumé is bijgevoegd). Aard: ter vaststelling. 3. Lijst van ingekomen en uitgegane stukken (bijgevoegd). 4. Jaarverslag 2023 WVS (wordt tijdens de vergadering gepresenteerd). Aard: ter informatie.

5. Voorstel tot vaststelling van de spelregels met betrekking tot de algemene reserve van WVS / reactie op zienswijzen m.b.t. de ontwerp jaarstukken (voorstel wordt nagezonden). Aard: ter besluitvorming. 6. Voorstel tot vaststelling van de jaarrekening 2023 WVS (voorstel no. 5 - 2024 is bijgevoegd, evenals de controleverklaring en het accountantsverslag). Aard: ter vaststelling. 7. Voorstel tot vaststelling van de begroting 2025 en de meerjarenraming t/m 2028 WVS (voorstel no. 6 - 2024 is bijgevoegd). Aard: ter vaststelling. 8. Voorstel inzake aanbesteding accountantsdiensten 2025 e.v. jaren (voorstel no. 7 2024 is bijgevoegd). Aard: ter besluitvorming. 9. Voorstel tot vaststelling van het KPI verslag archiefbeheer 2023 en het verbeterplan (voorstel no. 8 - 2024 is bijgevoegd). Aard: ter vaststelling. 10. Rondvraag. 11. Sluiting.

Hoogachtend,

P.F.J.M. Havermans, secretaris.

pagina 2 van 2

Afdeling:

bestuurssecretariaat

Verslag 3/2 D

Betreft:

resumé van de openbare vergadering van het algemeen bestuur, gehouden op 8 april 2024 bij WVS, Bosstraat 81 Roosendaal

Bladno.

–1-

kopieën aan: aan- en afwezigen aangesloten gemeenten

Aanwezig namens de gemeente: Bergen op Zoom de heer D.P.E. Hopmans MSc, wethouder Etten-Leur de heer M.J. Verwijmeren, wethouder Halderberge de heer T.C. Melisse, wethouder, voorzitter Moerdijk de heer mr. drs. G.J.M. Blom, wethouder Roosendaal de heer M.A.C.M.J. van Ginderen, wethouder Rucphen mevrouw L.F.E.A. Matthijssen-de Jong, wethouder Steenbergen de heer N. Baali MSc, wethouder Woensdrecht de heer L.G.M. van der Beek, wethouder Zundert de heer J.M.J.C. van Steen, wethouder Aanwezig namens het dagelijks bestuur: de heer B. van ‘t Wout, lid DB de heer mr. J.G.F.W. van der Horst, MFE, lid DB Voorts aanwezig:

de heer J.H.G. Koopman, algemeen directeur WVS de heer P.F.J.M. Havermans, secretaris WVS mevrouw W.C.C.J. Faijaars, concerncontroller WVS de heer I. Wetters MSc RA, namens Deloitte Accountants BV (bij agendapunt 5)

Afwezig met kennisgeving: -

1. Opening. De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom, in het bijzonder de heer Van der Horst die vandaag voor het eerst de ABvergadering bijwoont. 2. Resumé van de openbare vergadering van het algemeen bestuur op 29 januari 2024. Het resumé wordt, zonder beraadslaging en hoofdelijke stemming, goedgekeurd en vastgesteld. 3. Voorstel tot vaststelling van de definitieve ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling WVS. Het algemeen bestuur besluit, zonder beraadslaging en hoofdelijke stemming, conform het voorstel van het DB tot vaststelling van de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling WVS. 4. Rapportage 4e kwartaal 2023 WVS. De secretaris licht toe dat de kwartaalrapportage vanaf het 1e kwartaal 2024 digitaal op de website van WVS gepubliceerd zal gaan worden. De bestuursleden zullen een bericht ontvangen wanneer de kwartaalgegevens online zijn in te zien. Het algemeen bestuur neemt hierna de rapportage 4e kwartaal 2023 voor kennisgeving aan. 5. Ontwerp jaarrekening 2023 WVS. De voorzitter stelt de ontwerp jaarrekening 2023 en het concept accountantsverslag 2023 aan de orde. Hij geeft het woord aan de heer Wetters van Deloitte Accountants BV. De heer Wetters deelt mede dat Deloitte aan WVS een goedkeurende verklaring zal afgeven over het boekjaar 2023.

Er is op dit moment nog geen definitieve duidelijkheid over de tekst van de goedkeurende verklaring. De besturen van de NBA en de AFM moeten hierover nog hun goedkeuring geven. De heer Wetters verwacht dat dit in april zal gebeuren. De heer Wetters merkt op dat er sprake is van een begrotingsonrecht-

pagina 2 van 5

matigheid van € 1,6 miljoen. Het licht toe dat deze onrechtmatigheid acceptabel is. Er is een positief resultaat geboekt in 2023. Het DB stelt voor om van dit positieve resultaat € 1 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve. Op persoonlijke titel heeft de heer Wetters het DB medegedeeld dat hij het verstandig vindt om deze dotatie te doen teneinde onverwachte risico’s snel op te kunnen vangen. Hij verwijst hierbij ook naar de onafhankelijke rapportage die een collega van Deloitte hierover heeft opgesteld. De heer Wetters deelt mede dat bij de controle van de boeken enkele kleine afwijkingen zijn geconstateerd. Die zijn in het verslag toegelicht. Voor wat betreft de frauderisico’s merkt de heer Wetters op dat die bij WVS in voldoende mate onder controle zijn. Hij bedankt de medewerkers en het bestuur van WVS voor de prettige samenwerking. De voorzitter merkt op dat WVS ook altijd goed met Deloitte heeft samengewerkt. Hij brengt hiervoor namens het bestuur zijn dank over. De heer Van der Beek (wethouder van Woensdrecht) betreurt het dat Deloitte met zijn controlewerkzaamheden bij WVS stopt. Op een vraag van de heer Blom (wethouder van Moerdijk) antwoordt de heer Wetters dat de risico’s bij WVS op grond van kansen en impact op dezelfde wijze zijn bepaald als bij de gemeenten. De voorzitter licht toe dat door Deloitte een rapportage is opgesteld over de risico’s van WVS.

Dit resulteert in een advies om bij WVS een algemene reserve / weerstandsvermogen aan te houden van € 7 miljoen. Hij merkt op dat het DB nog aanvullende uitgangspunten zal opstellen over de wijze waarop de algemene reserve kan worden aangewend en hoe de reserve in de loop van de tijd zal worden gevuld. De heer Baali (wethouder van Steenbergen) merkt op dat de raden kritisch zijn op de vorming van reserves bij verbonden partijen. Hij zet in dit verband vraagtekens bij het gebruiken van de term ‘weerstandsvermogen’. De voorzitter onderkent dit. Hij deelt mede dat WVS zich onderscheidt van de meeste verbonden partijen vanwege de extra risico’s die WVS loopt bij het zakendoen in de markt. Als zich onverwachts ontwikkelingen voordoen dient WVS snel te kunnen schakelen en daarvoor is echt een reserve nodig, aldus spreker. Een bijkomend punt is de liquiditeit, zo vervolgt hij. WVS wordt in grote mate gefinancierd met vreemd vermogen. Op het

pagina 3 van 5

moment dat de rente stijgt, stijgen ook de kosten, aldus de voorzitter. Ook dit een niet de onderschatten risico, aldus spreker. Hij merkt op dat WVS, met een reserve van € 7 miljoen, binnen de marges blijft van de Nota Verbonden Partijen. De heer Baali (wethouder van Steenbergen) is van mening dat het argument dat WVS snel moet kunnen schakelen bij onverwachte situaties het meest valide argument is om een reserve aan te houden. De heer Van der Beek (wethouder van Woensdrecht) merkt op dat in de Nota Verbonden Partijen alleen gesproken wordt over de vorming van een reserve ingeval er sprake is van een onverwachte stijging van de prijzen en / of lonen. De voorzitter antwoordt dat WVS zich als verbonden partij in dit opzicht echt onderscheidt van andere verbonden partijen vanwege het uitvoeren van opdrachten in de markt en de (grote) risico’s die hierbij worden gelopen. Het algemeen bestuur stemt hierna in met het toezenden van de ontwerp jaarrekening 2023 en het voorstel tot vaststelling van de jaarrekening 2023 aan de deelnemende gemeenten. De voorzitter dankt hierna de heer Wetters voor zijn toelichting en de prettige samenwerking. 6. Ontwerp begroting 2025 & meerjarenraming t/m 2028 WVS. De voorzitter licht toe dat na het verschijnen van de mei- en septembercirculaire dit najaar een herziene begroting 2025 zal worden opgesteld.

Het algemeen bestuur stemt hierna in met het toezenden van de ontwerp begroting 2025, de meerjarenraming t/m 2028 en het voorstel tot vaststelling van de begroting 2025 aan de deelnemende gemeenten. 7. Rondvraag. De heer Baali (wethouder van Steenbergen) deelt mede dat in het door het externe adviesbureau opgestelde profiel voor de nieuwe algemeen directeur van WVS enkele storende fouten stonden. Hij vindt dit niet bevorderlijk voor het vertrouwen in dit adviesbureau.

pagina 4 van 5

De voorzitter erkent dat er enkele fouten stonden in het gepubliceerde profiel. Het adviesbureau is hierop aangesproken en de fouten zijn inmiddels hersteld. Eind april worden de cv’s gepresenteerd aan de Selectie- en Adviescommissie, aldus spreker. Vanaf dat moment zijn beide commissies volledig in de lead, zo vervolgt hij. 8. Sluiting. De voorzitter sluit hierna de vergadering en dankt de aanwezigen voor hun inbreng.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van WVS, gehouden op 1 juli 2024. De secretaris,

De voorzitter,

P.F.J.M. Havermans

T.C. Melisse.

pagina 5 van 5

No. 5/2 C Bijlage, behorende bij agendapunt 3 van de openbare vergadering van het algemeen bestuur van WVS op 1 juli 2024.

Afzender en korte inhoud:

datum brief/besluit:

voorstel DB:

a. Vergaderrooster AB WVS 2025

mei 2024

ter vaststelling

Roosendaal, 20 juni 2024.

Onderwerp:

voorstel tot vaststelling van de jaarrekening 2023

No. 5 - 2024 Dos. 5/49 A

Aan het algemeen bestuur. Bijgaand bieden wij u aan de ontwerp jaarrekening 2023 van WVS. De jaarrekening 2023 is door de accountant (Deloitte Accountants BV) gecontroleerd. Het accountantsverslag 2023 is ter informatie bijgevoegd. De accountant heeft ten aanzien van de jaarrekening 2023 nog geen goedkeurende verklaring afgegeven. Dit heeft te maken met een landelijke discussie over de rechtmatigheidsverantwoording. De jaarrekening 2023 sluit met een voordelig exploitatieresultaat van € 2.717.000,- (2022: € 1.068.000,- positief). Het totale resultaat van WVS komt tot stand uit drie hoofdactiviteiten, te weten het subsidieresultaat, het operationeel resultaat en de bijzondere baten en lasten. Het positieve resultaat is voor een groot deel te danken aan niet bedrijfsvoerings gerelateerde zaken. Hierbij moet met name worden gedacht aan een hogere stijging van de rijksbijdrage Wsw (begroot 2,5 %, werkelijk 7,04 %). Het subsidieresultaat (de subsidie doelgroep minus de personeelskosten doelgroep) was in 2023 € 3.531.000,- voordeliger dan begroot. Het subsidieresultaat is met name positief beïnvloed door de hogere rijksbijdrage Wsw per SE. Het operationeel resultaat is € 566.000,- lager dan begroot. In 2022 is al voorzien dat een tekort van € 600.000,- zou gaan ontstaan als gevolg van aangekondigde loonsverhogingen in de Cao SGO. Hiervoor is een bestemmingsreserve gevormd.

Verder hadden we in 2023 enerzijds te maken met de sterke daling van medewerkers (groen) en anderzijds met lastige marktomstandigheden (industrie). Aan begeleidingsvergoedingen is € 55.000,- minder ontvangen dan begroot als gevolg van een gemiddeld lagere instroom dan begroot. De incidentele baten en lasten bedroegen in 2023 € 248.000,- negatief. Dit betreft afrekeningen van UWV-gelden (€ 70.000,-) en de kosten van een overrealisatie van 5,29 fte SW (€ 178.000,-). In 2023 werden door WVS in opdracht van de deelnemende gemeenten in totaal 1538,40 SE (Standaard Eenheden SW) gerealiseerd (2022: 1634,92 SE). In 2023 was sprake van een overrealisatie van 5,29 SE SW. Hierdoor hadden we meer loonkosten ten opzichte van de ontvangen rijksbijdrage. Bij de vaststelling van de jaarrekening 2022 is vorig jaar, vanwege de forse salarisverhogingen in de Cao SGO, besloten ten laste van het resultaat 2022 een bedrag van € 600.000,- te reserveren in een bestemmingsreserve ter dekking van de extra kosten van de Cao SGO in 2023. Deze reserve zal volledig vrijvallen en worden uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten. In 2024 bestaat WVS officieel 50 jaar. Dit zal op vrijdag 21 juni 2024 op gepaste wijze worden gevierd. Vanaf de jaarrekening 2018 is jaarlijks ten laste van het resultaat een bedrag van € 50.000,- gereserveerd in de bestemmingsreserve ’Viering 50-jarig WVS’. Voorgesteld wordt

om (ditmaal voor de laatste maal) ten laste van het resultaat 2023 opnieuw € 50.000,- te reserveren in deze bestemmingsreserve. Ter oriëntatie: op het totale werknemersbestand van WVS betekent dit een jaarlijkse reservering van plusminus € 20,- per medewerker, waarbij er op wordt gewezen dat op de jubileumdag diverse activiteiten worden georganiseerd voor verschillende doelgroepen. In de begroting 2025 hebben wij aangegeven dat we, afhankelijk van de jaarlijkse resultaten, de algemene reserve c.q. het weerstandsvermogen van WVS willen laten groeien tot 7 % van de jaarlijkse lasten. Dat komt neer op een bedrag van € 7 miljoen. Dat is het bedrag dat door de accountant wordt aangemerkt als zijnde het bedrag waarover WVS risico’s loopt. Het gaat hierbij dan met name om risico’s die onvoorzien zijn en waarvoor op korte termijn dekking gevonden dient te worden. Per ultimo 2023 bedraagt de algemene reserve van WVS € 3 miljoen. Gelet op het resultaat stellen wij voor om ten laste van het resultaat een bedrag van € 1.000.000,- toe te voegen aan de algemene reserve. Na aftrek van de vorengenoemde reserveringen resteert er nog een positief saldo van € 1.667.000,-.

Voorgesteld wordt ook dit bedrag uit te keren aan de deelnemende gemeenten naar rato van het aantal Wsw-werknemers, beschut werkers en overige participanten dat uit iedere gemeente afkomstig is per 1 januari 2022 (dit is conform de berekening van de gemeentelijke bijdrage 2022). Resumerend stellen wij u voor: 1. de ontwerp jaarrekening 2023 vast te stellen, overeenkomstig het bijgevoegde ontwerp besluit; 2. ten laste van het voordelig saldo een bedrag van € 50.000,- te reserveren in een bestemmingsreserve ‘viering 50 jaar WVS’; 3. ten laste van het voordelig saldo een bedrag van € 1.000.000,- toe te voegen aan de algemene reserve; 4. een bedrag van € 600.000,-, zijnde de bestemmingsreserve ter dekking van de extra kosten van de Cao SGO in 2023, te laten vrijvallen en uit te keren aan de deelnemende gemeenten naar rato van het aantal Wsw-werknemers, beschut werkers en participanten dat uit iedere gemeente afkomstig is per 1 januari 2022; 5. het resterende voordelig saldo, zijnde een bedrag van € 1.667.000,-, uit te keren aan de deelnemende gemeenten naar rato van het aantal Wsw-werknemers, beschut werkers en participanten dat uit iedere gemeente afkomstig is per 1 januari 2022. Roosendaal, 25 maart 2024 Het dagelijks bestuur van WVS, de secretaris,

de voorzitter,

P.F.J.M. Havermans

T.C. Melisse.

pagina 2 van 3

Het algemeen bestuur van WVS; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur dd. 25 maart 2024, no. 5 - 2024; gelet op de gemeenschappelijke regeling WVS;

besluit:

1. de ontwerp jaarrekening 2023 van WVS vast te stellen, overeenkomstig de gewaarmerkte bijlage; 2. ten laste van het voordelig saldo een bedrag van € 50.000,- te reserveren in een bestemmingsreserve ‘viering 50 jaar WVS’; 3. ten laste van het voordelig saldo een bedrag van € 1.000.000,- toe te voegen aan de algemene reserve; 4. een bedrag van € 600.000,-, zijnde de bestemmingsreserve ter dekking van de extra kosten van de Cao SGO in 2023, te laten vrijvallen en uit te keren aan de deelnemende gemeenten naar rato van het aantal Wsw-werknemers, beschut werkers en participanten dat uit iedere gemeente afkomstig is per 1 januari 2022; 5. het resterende voordelig saldo, zijnde een bedrag van € 1.667.000,-, uit te keren aan de deelnemende gemeenten naar rato van het aantal Wsw-werknemers, beschut werkers en participanten dat uit iedere gemeente afkomstig is per 1 januari 2022.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van WVS op 1 juli 2024.

De secretaris,

De voorzitter,

P.F.J.M. Havermans

T.C. Melisse.

pagina 3 van 3

Deloitte Accountants B.V. Flight Forum 1 5657 DA Eindhoven Postbus 376 5600 AJ Eindhoven Nederland Tel: 088 288 2888 www.deloitte.nl

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan het algemeen bestuur van Gemeenschappelijke Regeling WVS

Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2023 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2023 van Gemeenschappelijke Regeling WVS te Roosendaal gecontroleerd. Naar ons oordeel geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2023 en van het vermogen van Gemeenschappelijke Regeling WVS op 31 december 2023 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De jaarrekening bestaat uit: •

Het overzicht van baten en lasten over 2023.

•

De balans per 31 december 2023.

•

De toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen, waaronder de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur over de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties over 2023.

•

De bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld.

De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol en het normenkader voor de financiële rechtmatigheid die zijn vastgesteld door het algemeen bestuur op 18 december 2023 en het Controleprotocol WNT 2023 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van Gemeenschappelijke Regeling WVS zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Informatie ter ondersteuning van ons oordeel Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.

24045E93FB/LK/1

Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 990.000. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado en het controleprotocol vastgesteld met bestuursbesluit d.d. 18 december 2023. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2023. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen relevant zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan het algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 100.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve of WNT-redenen relevant zijn. Controleaanpak frauderisico's Wij hebben risico's geïdentificeerd en ingeschat op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg is van fraude.

Wij hebben tijdens onze controle inzicht verkregen in de gemeenschappelijke regeling en haar omgeving, de componenten van het interne-beheersingssysteem, waaronder het risico-inschattingsproces en de wijze waarop het dagelijks bestuur inspeelt op frauderisico's en het interne-beheersingssysteem monitort en de wijze waarop het algemeen bestuur toezicht uitoefent, alsmede de uitkomsten daarvan. Wij constateren dat het dagelijks bestuur beschikt over een actuele frauderisicoanalyse. Wij hebben de opzet en de relevante aspecten van het interne-beheersingssysteem en in het bijzonder de frauderisicoanalyse geëvalueerd alsook de gedragscode. Wij hebben de opzet en het bestaan geëvalueerd, en voor zover wij noodzakelijk achten, de werking getoetst van interne-beheersmaatregelen gericht op het mitigeren van frauderisico's. Als onderdeel van ons proces voor het identificeren van risico's op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg is van fraude, hebben wij frauderisicofactoren overwogen met betrekking tot frauduleuze financiële verslaggeving, oneigenlijke toe-eigening van activa en omkoping en corruptie. Wij hebben geëvalueerd of deze factoren een indicatie vormden voor de aanwezigheid van het risico op afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude. De door ons geïdentificeerde frauderisico's en uitgevoerde specifieke werkzaamheden zijn als volgt: a)

Het risico het risico van het doorbreken van interne-beheersmaatregelen door het management: het toetsen of specifieke journaalposten en andere aanpassingen die tijdens het opstellen van de financiële overzichten zijn aangebracht aanvaardbaar zijn; het toetsen of specifiek (op basis van fraudekarakteristieken) geselecteerde journaalboekingen die gedurende het boekjaar en tijdens het opstellen van de financiële overzicht zijn aangebracht aanvaardbaar zijn; het beoordelen van significante transacties buiten het kader van de normale bedrijfsvoering van gemeenschappelijke regeling WVS.

24045E93FB/LK/2

b)

Het verantwoorden van significante facturen (inkooptransacties met een zekere omvang) waarvoor geen prestatie is verkregen: - het uitvoeren van een statistische steekproef met een significante risicoclassificatie op de populatie significante facturen in de administratie. Van deze facturen hebben wij vastgesteld dat prestaties overeenkomstig factuur zijn verkregen door gemeenschappelijke regeling WVS.

In onze controle bouwen wij een element in van onvoorspelbaarheid. Ook hebben wij de uitkomst van andere controlewerkzaamheden beoordeeld en overwogen of er bevindingen zijn die een aanwijzing geven voor fraude of het niet-naleven van wet- en regelgeving. Wij hebben kennis genomen van de beschikbare informatie en om inlichtingen gevraagd bij leden van het dagelijks bestuur, management en het algemeen bestuur. Hieruit volgden geen signalen van fraude die kunnen leiden tot een afwijking van materieel belang. Controleaanpak naleving van wet- en regelgeving Wij hebben een algemeen inzicht verworven in het wet- en regelgevingskader dat van toepassing is op de gemeenschappelijke regeling door inlichtingen in te winnen bij het management, het lezen van notulen van de vergaderingen van het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur. Voor zover materieel voor de gerelateerde financiële overzichten, hebben wij op basis van onze risicoanalyse, en rekening houdende met het feit dat het effect van niet-naleving van wet- en regelgeving aanzienlijk varieert, de wet- en regelgeving overwogen die is opgenomen in het controleprotocol als wet- en regelgeving met een directe invloed op de financiële overzichten.

Wij hebben voldoende en geschikte controle-informatie verkregen omtrent het naleven van de bepalingen van die wet- en regelgeving die gewoonlijk wordt geacht van directe invloed te zijn op de financiële overzichten. Daarnaast is de gemeenschappelijke regeling onderworpen aan overige wet- en regelgeving waarvan de gevolgen van niet-naleving een van materieel belang zijnde invloed kunnen hebben op de financiële overzichten, bijvoorbeeld ten gevolge van boetes of rechtszaken. Gezien de aard van de activiteiten van de gemeenschappelijke regeling en de complexiteit van WSW wet- en regelgeving bestaat het risico dat niet wordt voldaan aan de vereisten van deze wet- en regelgeving. Ten aanzien van de wet- en regelgeving die geen direct effect heeft op de vaststelling van de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening, zijn onze werkzaamheden beperkter. Naleving van wet- en regelgeving kan van fundamenteel belang zijn voor de operationele aspecten van de gemeenschappelijke regeling dan wel voor het voorkomen van sancties van materieel belang (bijv. het naleven van de voorwaarden van een vergunning voor het uitvoeren van een activiteit, of het naleven van regelgeving betreffende het milieu); niet-naleving van dergelijke wet- en regelgeving kan daarom van materieel belang zijnde invloed hebben op de financiële overzichten.

Onze verantwoordelijkheid is beperkt tot het uitvoeren van gespecificeerde controlewerkzaamheden ter bevordering van het identificeren van niet-naleving van wet- en regelgeving die een invloed van materieel belang kan hebben op de financiële overzichten. Onze werkzaamheden ter bevordering van het identificeren van gevallen van niet-naleving van overige wet- en regelgeving die een invloed van materieel belang kan hebben op de financiële overzichten, zijn beperkt tot (i) het management en het dagelijks bestuur, en, in voorkomend geval, het algemeen bestuur vragen of de entiteit dergelijke wet- en regelgeving naleeft; (ii) de eventuele correspondentie met de desbetreffende vergunningverlenende of regelgevende of toezichthoudende instanties inspecteren.

24045E93FB/LK/3

Uiteraard zijn wij gedurende de controle alert op indicaties van (vermoedens) van niet-naleving van wet- en regelgeving. Ten slotte hebben wij een schriftelijke bevestiging verkregen dat alle bekende gevallen van niet-naleving of vermoede niet-naleving van wet- en regelgeving, ons ter kennis zijn gebracht. Controleaanpak veronderstellingen inzake financiële risico’s in relatie tot de financiële positie Onze verantwoordelijkheden inzake het beoordelen van de door de gemeenschappelijke regeling gehanteerde veronderstellingen inzake haar financiële risico’s in relatie tot de financiële positie zijn beschreven in het hoofdstuk "Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening". Bij het invullen van onze verantwoordelijkheden hebben wij – rekening houdend met de materialiteit voor de jaarrekeningcontrole ad € 990.000 – een aantal werkzaamheden uitgevoerd, waaronder: -

Het kennis nemen van de financiële uitgangspunten zoals opgenomen in de gemeenschappelijke regeling alsmede de aangegane overeenkomsten met haar deelnemende gemeenten.

-

Het kennis nemen van de primaire begroting 2024 teneinde vast te stellen dat voldaan wordt aan de financiering van de gemeenschappelijke regeling door de deelnemende gemeenten.

-

Het inwinnen van inlichtingen bij het dagelijks en algemeen bestuur en het management over hun kennis van eventuele significante risico’s die zijn ontstaan na de periode van de door het dagelijks en algemeen bestuur verrichte werkzaamheden in het kader van het opstellen van de risicoparagraaf. Op basis van onze werkzaamheden hebben wij geen bevindingen ten aanzien van de risicoinschattingen zoals opgenomen in de risico-paragraaf. Conform de gemeenschappelijke regeling worden financiële tekorten aangevuld door de deelnemende gemeenten. De aard en diepgang van de risico-paragraaf en risico-inschattingen achten wij passend voor de financiële situatie van de gemeenschappelijke regeling WVS.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2023 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6 sub a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie De jaarstukken omvatten andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij. De andere informatie bestaat uit: •

Het jaarverslag, waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie: •

Met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat.

•

Alle informatie bevat die op grond van het BBV voor het jaarverslag is vereist.

24045E93FB/LK/4

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV.

Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV. Het dagelijks bestuur is ook verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het controleprotocol (hierna: het normenkader), en voor het getrouw toelichten van de financiële rechtmatigheid in de jaarrekening. In dit kader is het dagelijks bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur de veronderstellingen inzake de financiële risico’s in relatie tot de financiële positie onderbouwen, en afwegen of de gemeenschappelijke regeling in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers financieel op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de financiële risico’s kunnen worden opgevangen, toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het vaststellen van het normenkader voor de financiële rechtmatigheid en het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling. Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fouten of fraude en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

24045E93FB/LK/5

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel-kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, het controleprotocol en het normenkader voor de financiële rechtmatigheid die zijn vastgesteld door het algemeen bestuur op 18 december 2023, het Controleprotocol WNT 2023, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: •

Het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.

•

Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling.

•

Het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan.

•

Het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde veronderstellingen aanvaardbaar zijn inzake de afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers financieel op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de gemeenschappelijke regeling haar financiële risico’s kan opvangen. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen echter van materiële betekenis zijn voor de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling.

•

Het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen.

•

Het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

24045E93FB/LK/6

Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. Eindhoven, 24 april 2024 Deloitte Accountants B.V.

I. Wetters MSc RA

24045E93FB/LK/7

Onderwerp: voorstel tot vaststelling van de begroting 2025 en de meerjarenraming t/m 2028

No. 6 - 2024 Dos. 3/45 A

Aan het algemeen bestuur.

Voor u ligt de ontwerp begroting 2025 (en de meerjarenraming t/m 2028) van WVS. Deze ontwerp begroting is gebaseerd op de (voorlopige) cijfers (o.a. voorlopige Participatiebudgetten) uit de mei- en septembercirculaire van 2023. De aannames voor het jaar 2025 zullen ongetwijfeld nog wijzigen. Dit zal blijken uit de mei- en september circulaire van 2024. In verband hiermee zullen wij in het najaar van 2024 een herziene begroting 2025 presenteren. De ontwerp begroting 2025 is gebaseerd op de volgende pijlers: • een (verdere) daling van het aantal Wsw-dienstverbanden omdat a.g.v. de in werking treding van de Participatiewet geen nieuwe instroom meer plaatsvindt van Wswdienstverbanden per 1 januari 2015; • de aan de deelnemende gemeenten toe te kennen Particpatiebudgetten / Wsw 2025 waarbij er vanuit wordt gegaan dat deze budgetten volledig aan WVS zullen worden overgemaakt; in de begroting is uitgegaan van de gemiddelde rijksbijdrage SW ad € 36.265,- per arbeidsjaar (SE), inclusief de door het Rijk te verstrekken loonprijscompensatie (3 %); • de door het ministerie in het vooruitzicht gestelde ‘rijksbijdrage infrastructuur’; deze gelden zijn bedoeld voor het creeëren van landelijk 10.000 extra banen; voor het werkgebied van WVS zou het gaan om 150 tot 175 extra banen waarmee (voor 2025) een bedrag gemoeid is van € 1,6 miljoen; • het door het Rijk toegekende lage inkomens voordeel

(LIV) is vanaf 2025 vervallen; dit was een financieel voordeel voor de loonkosten SW; onduidelijk is of er iets voor in de plaats komt; • instroom van medewerkers / cliënten vanuit de Participatiewet (met behoud van uitkering, met en zonder loonkostensubsidie, alsmede instroom van beschut werk conform de landelijke berekeningen); • een lichte stijging van het aantal regulier personeel vanwege uitstroom van SWmedewerkers (die vervangen dienen te worden door regulier personeel), alsmede de invulling van nieuwe functies in verband met de omvorming tot ontwikkelbedrijf; • een stijging van de omzet / toegevoegde waarde van derden; hierbij wordt rekening gehouden met een verbetering van de door te berekenen prijzen (indexering) en een instroom van medewerkers / cliënten vanuit de Participatiewet (met behoud van uitkering, met en zonder loonkostensubsidie, alsmede beschut werkers); de gemeentelijke omzet zal jaarlijks iets afnemen; • een behoudend investeringsbeleid waarbij wel rekening moet worden gehouden met het voldoen aan een CO2 neutrale organisatie hetgeen een uitdaging is; vanwege de onvoorspelbaarheid van eventuele (forse) prijsstijgingen wordt hierbij wel een marge van 10 % aangehouden;

•

in de begroting 2025 is ook een meerjarenraming t/m 2028 opgenomen; in deze meerjarenraming zijn de aantallen medewerkers / cliënten vanuit de Participatiewet gebaseerd op de aantallen die zijn opgenomen in de ketenbegroting (= gecomprimeerd overzicht van de begrotingen van de ISD Brabantse Wal, het Werkplein en WVS); wij wijzen u er op dat er sprake is van een aantal onzekere factoren, hetgeen afbreuk doet aan de reële ‘waarde’ van de meerjarenramingen.

De begroting 2025 sluit met een tekort van € 7.431.000,- (herziene begroting 2024: verlies van € 8.135.000,-). Wij wijzen u er op dat u het (negatieve) resultaat van WVS dient te beoordelen tegen het totale financiële resultaat wat in de ketensamenwerking (met het Werkplein en de ISD Brabantse Wal) wordt behaald. WVS heeft zich ontwikkeld tot een leerwerkbedrijf voor de ketenpartners. Mede dankzij de activiteiten die WVS voor het Werkplein en de ISD uitvoert is in 2023 in ons werkgebied een besparing (maatschappelijke - schadelastbeperking) gerealiseerd van € 660.000,- (2022: € 553.500,-). In de begroting wordt uitgegaan van één bedrag aan gemeentelijke bijdrage. Het verlies in de begroting 2025 ad € 7.431.000,- zal gedekt moeten worden uit de gemeentelijke bijdragen (€ 3.887,- per geplaatste Wsw-medewerker, beschut werker en participant, zie bijlage 6 van de begroting). U kunt er van uit gaan dat WVS er alles aan zal doen om de verliezen zoveel mogelijk te beperken. Hierbij geldt dat de deelnemende gemeenten ook zelf kunnen bijdragen in het terugdringen van het verlies door de mogelijkheden van inbesteding optimaal te benutten. Dit laatste staat wel in toenemende mate onder druk vanwege de krimp van de SW-populatie. In de ketensamenwerking met de ISD Brabantse Wal en het Werkplein zijn de laatste jaren belangrijke stappen gezet.

Binnen de keten vervult WVS de rol van ontwikkelbedrijf voor de inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Daartoe is een gezamenlijke routekaart opgesteld waarlangs inwoners (via onderzoek en / of leerroute) worden begeleid naar betaald werk. Begin dit jaar is een gezamenlijk centrum voor verdiepende analyse ingericht en in gebruik genomen. Er wordt continue gewerkt aan een verbetering van de ontwikkeltrajecten, medewerkers van de ketenorganisaties maken gebruik van gezamenlijke huisvesting en er wordt gewerkt aan nieuwe dienstverlening in het kader van sociale activering. Dankzij de ketensamenwerking bieden we inwoners weer perspectief op een betaalde baan en vindt een besparing plaats aan maatschappelijke kosten. Door slim te opereren in de ketensamenwerking kunnen we tevens zorgen voor het behoud van vooral laaggeschoold werk voor de (grootste) doelgroep van de Participatiewet. WVS opereert volop in de open Nederlandse economie met alle voor- en nadelen van dien. WVS is kwetsbaar voor mondiale ontwikkelingen (denk bijvoorbeeld aan de energieprijzen). Deze ontwikkelingen hebben niet alleen financiële gevolgen maar ook gevolgen voor de beschikbaarheid van voldoende en passend werk voor onze doelgroep. Dit is een continue punt van aandacht en zorg. Om goed en betrouwbaar te kunnen opereren dient WVS te beschikken over een adequate algemene reserve.

Wij hebben aan onze accountant gevraagd hierover een actueel advies te geven. Uit dit advies komt naar voren dat, wil WVS het hoofd kunnen bieden aan de meest

pagina 2 van 4

significante risico’s, WVS dient te beschikken over een algemene reserve / weerstandsvermogen van 7 % van de begrote lasten. Op basis van de begroting 2025 komt dit neer op een weerstandsvermogen van € 7.000.000,-. Dat is het bedrag dat door de accountant wordt aangemerkt als zijnde het bedrag waarover WVS risico’s loopt. Het gaat hierbij dan met name om risico’s die onvoorzien zijn en waarvoor op korte termijn dekking gevonden dient te worden. De rapportage van de accountant is voor u ter informatie bijgevoegd (./.). Per ultimo 2023 bedraagt het weerstandsvermogen € 3.000.000,-. Voorgesteld wordt derhalve om, mits de financiële resultaten dit toelaten, jaarlijks een deel van het jaarresultaat toe te voegen aan de algemene reserve tot het niveau van 7 % van de jaarlijkse lasten bereikt is. Voor een uitgebreide toelichting op de cijfers verwijzen wij u kortheidshalve naar de bijgevoegde begroting en de daarin opgenomen informatie. Voorafgaand aan de vaststelling van de begroting en meerjarenraming zullen de deelnemende gemeenten in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze in te dienen.

Voorstel Wij stellen u voor: - de ontwerp begroting 2025 en de meerjarenraming t/m 2028 vast te stellen, één en ander overeenkomstig het bijgevoegde ontwerpbesluit; - de gemeentelijke bijdrage voor het jaar 2025 vast te stellen op € 3.887,- per geplaatste Wswmedewerker, beschut werker en participant (per 1 januari 2024); - jaarlijks, mits de financiële resultaten dit toelaten, een deel van het jaarresultaat toe te voegen aan de algemene reserve tot het niveau van 7 % van de jaarlijkse lasten in de begroting bereikt is.

Roosendaal, 25 maart 2024.

Het dagelijks bestuur van WVS, de secretaris,

de voorzitter,

P.F.J.M. Havermans

T.C. Melisse.

pagina 3 van 4

Het algemeen bestuur van WVS; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur dd. 25 maart 2024, no. 6 – 2024, no. 3/45 A; gelet op de gemeenschappelijke regeling WVS;

besluit:

1. de ontwerp begroting 2025 en de meerjarenraming t/m 2028 van WVS vast te stellen, overeenkomstig de gewaarmerkte bijlage; 2. de gemeentelijke bijdrage in het exploitatieresultaat van WVS op basis van de begroting 2025 van WVS vast te stellen op € 3.887,- per geplaatste Wsw-medewerker, beschut werker en participant (peildatum 1 januari 2024) (overeenkomstig de verdeelsleutel zoals die is bepaald in de gemeenschappelijke regeling); 3. te bepalen dat de gemeentelijke bijdragen door de gemeenten per maand worden betaald (uiterlijk de 15e van de maand). 4. jaarlijks, mits de financiële resultaten dit toelaten, een deel van het jaarresultaat toe te voegen aan de algemene reserve tot het niveau van 7 % van de jaarlijkse lasten in de begroting is bereikt.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van WVS op 1 juli 2024.

De secretaris,

De voorzitter,

P.F.J.M. Havermans

T.C. Melisse.

pagina 4 van 4

Rapportage onderzoek Weerstandsvermogen WVS Definitieve rapportage, 27 maart 2024

Weerstandsvermogen WVS Gemeenschappelijke regeling WVS

Auteurs: Dhr. M.C. Capelle Dhr. Drs. W. Veldhuis RA In opdracht van: Gemeenschappelijke regeling WVS

Plaats, datum: Breda, 27 maart 2024

Kenmerk:

Status: Definitief

© 2024 2021 Deloitte The Netherlands

2 21-311525108 | Onderzoek weerstandsvermogen WVS

Inhoudsopgave

Pagina 1.

Inleiding

1.1 Achtergrond

5

1.2 Vraagstelling

5

1.3 Aanpak uitvoering onderzoek

6

1.4 Leeswijzer

6

2.

Risicomanagement bij WVS

3.

Risico-inventarisatie en -kwantificering

4.

5.

8

3.1 Inleiding

10

3.2 Risicogebieden

10

3.3 Wijze kwantificering risico’s

10

3.4 Onderkende risico’s per gebied

11

3.5 Kwallitatieve waardering risicogebieden

14

3.6 Nadere onderbouwing berekende weerstandsvermogen

15

Beschikbare weerstandscapaciteit 4.1 Inleiding

18

4.2 Beschikbare capaciteit

18

Financiële analyse weerstandsvermogen 5.1 Uitkomsten confrontatie aanwezige en benodidgde weerstandsvermogen

21

5.2 Observaties bij deze uitkomsten

21

Bijlage 1. Reikwijdte van onze opdracht

23

Bijlagen

© 2024 2021 Deloitte The Netherlands

3 21-311525108 | Onderzoek weerstandsvermogen WVS

1. Inleiding

© 2024 Deloitte The Netherlands

21-311525108 | Onderzoek weerstandsvermogen WVS

4

1. Inleiding 1.1. Achtergrond WVS is een gemeenschappelijke regeling, die wordt gevormd door negen gemeenten in de provincie NoordBrabant. Voor deze gemeenten voert WVS onder meer de voormalige regeling Sociale Werkvoorziening (nu onderdeel van de Participatiewet) uit. WVS opereert in een hybride omgeving. Voor de financiering van de activiteiten is WVS in belangrijke mate afhankelijk van de rijksbijdrage en de aanvullende gemeentelijke bijdragen. Tegelijkertijd verkrijgt WVS inkomsten uit commerciële opdrachten. WVS loopt net als andere organisaties risico’s die een financiële impact kunnen hebben. WVS probeert deze risico’s zo goed als mogelijk te beheersen (zie verder hoofdstuk 2 van deze rapportage). Het dagelijks bestuur en de directie van WVS vinden het als onderdeel van het risicomanagement echter ook van belang te beschikken over voldoende middelen, i.c. een weerstandsvermogen, om risico’s te kunnen opvangen als deze zich voordoen. Wij begrijpen dit uitgangspunt. Het is naar onze mening ook voor de deelnemende gemeenten van belang dat WVS in staat is om tegenvallers te kunnen opvangen, zonder daarbij een beroep behoeven te doen op extra gemeentelijke bijdragen. Daarbij speelt ook dat de gemeentebegrotingen onder druk staan en er niet of nauwelijks ruimte is voor incidentele tegenvallers, bijvoorbeeld bij verbonden partijen.

De Herijkte Nota Verbonden Partijen geeft gemeenschappelijke regelingen als WVS ook de mogelijkheid een algemene reserve (= weerstandsvermogen) aan te houden, mits voldoende gemotiveerd en onderbouwd. In dat kader is ons gevraagd om, in samenwerking met WVS, op basis van zo objectief en specifiek mogelijke gegevens van WVS, een berekening te maken van het benodigde weerstandsvermogen van WVS. Daarbij is afgesproken dezelfde methodiek te hanteren als bij soortgelijke onderzoek in 2021. 1.2. Vraagstelling Op basis van onze aanpak (zie paragraaf 1.3.) hebben wij samen met WVS de risico’s zo adequaat mogelijk in beeld gebracht en vervolgens gekwantificeerd. Wij kunnen echter geen zekerheid bieden over de juistheid en volledigheid van de uitkomsten van de risico-inventarisatie en -kwantificering, aangezien wij ons hierbij hebben gebaseerd op de input en waardering van onze gesprekpartners. Door het stellen van kritische vragen, het bestuderen van documentatie en onze branchekennis hebben wij het de directie en management van WVS uitgedaagd de risico’s zo veel mogelijk te onderbouwen. Deze opdracht betreft een adviesopdracht en valt daarom niet onder de bepalingen volgens de Controle- en overige standaarden. Op de gehanteerde en de in deze rapportage gepresenteerde cijfers is door ons geen controle- of beoordelingsopdracht uitgevoerd.

Dit betekent dat er geen zekerheid kan worden ontleend aan de in de in dit rapport opgenomen cijfers. De reikwijdte van de opdracht is verder uiteengezet in Bijlage 1 bij deze rapportage.

© 2024 2021 Deloitte The Netherlands

21-311525108 | Verbijzonderde IC Gemeentefonds

5

1. Inleiding 1.3. Aanpak uitvoering onderzoek Om de geïdentificeerde risico’s te actualiseren en te komen tot deze eindrapportage zijn de volgende werkzaamheden verricht: • Bestuderen van relevante brondocumenten zoals de concept-jaarrekening 2023, de begroting 2024 en de meerjarenbegroting 2025 -2027 en overige relevante documenten. • Houden van interviews met en stellen van kritische vragen aan de directie en management van WVS om de risico-inschatting in beeld te krijgen en tevens te bepalen wat de grondslag voor kwantificering van de risico’s zou moeten zijn. • Samenstellen van de conceptrapportage. • Bespreken van de conceptrapportage met de algemeen directeur en de concerncontroller. 1.4. Leeswijzer De eindrapportage is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 gaan wij kort in op de wijze waarop WVS risiciomanagement georganiseerd heeft. In hoofdstuk 3 beschrijven wij de geïnventariseerde risico’s en de kwantificering daarvan. In hoofdstuk 4 wordt de beschikbare weerstandscapaciteit benoemd en in hoofdstuk 5 volgt op basis van de uitkomsten van de voorgaande hoofdstukken de financiële analyse.

© 2024 2021 Deloitte The Netherlands

21-311525108 | Verbijzonderde IC Gemeentefonds

6

2. Risicomanagement bij WVS

© 2024 Deloitte The Netherlands

21-311525108 | Onderzoek weerstandsvermogeen WVS

7

2. Risicomanagement bij WVS

Risicomanagement bij WVS Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) neemt de gemeenschappelijke regeling WVS in haar begroting en jaarrekening een paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing op. In deze paragraaf worden de risico’s en de wijze waarop deze worden beheerst benoemd. Deze in de begroting en de jaarrekening opgenomen informatie is gebaseerd op een interne risicoinventarisatie inclusief een financiële vertaling daarvan. Het zicht krijgen en houden op de risico’s en het beschrijven daarvan vindt echter niet alleen plaats bij het opmaken van de begroting en de jaarrekening, maar is een continu proces. Uit de gehouden interviews leiden wij af dat het risicobewustzijn bij WVS groot is. De risico’s zijn in beeld, worden gevolgd en er wordt gereageerd op nieuwe ontwikkelingen. Hierbij kan worden gedacht aan wijzigingen in de rijksfinanciering, een andere tempo van uitstroom uit de sociale werkvoorziening dan verwacht, maar ook aan commerciële ontwikkelingen en onverwachte kostenstijgingen. Van belang is nog het volgende op te merken: Structurele effecten van ontwikkelingen worden, als deze voldoende hard zijn en betrouwbaar zijn in te schatten, verwerkt in de begroting en de meerjarenbegroting van WVS. Voor dergelijke effecten is het weerstandsvermogen niet benodigd.

Het weerstandsvermogen is bestemd voor het opvangen van tegenvallers, ontwikkelingen die dus niet al in de (meerjaren)begroting zijn verwerkt. Tegelijkertijd is het vaak lastig in te schatten of het effect van een risico structureel of incidenteel is. Voor het bepalen van het weerstandsvermogen gaan we uit van het totaal aan risico’s, ook al omdat structurele risico’s niet altijd direct in de begroting kunnen worden verwerkt.

© 2024 2021 Deloitte The Netherlands

8

3. Risico-inventarisatie en -kwantificering

© 2024 Deloitte The Netherlands

21-311525108 | Onderzoek weerstandsvermogen WVS

9

3. Risico-inventarisatie en -kwantificering

3.1 Inleiding In dit hoofdstuk lichten wij de door ons gehanteerde kwantificeringsmethodiek nader toe en werken wij uit welke risico’s wij op basis van de uitgevoerde risico-inventarisatie hebben onderkend. De onderkende risico’s hebben wij in een 5-tal risicogebieden gerubriceerd. Op basis van de vastgestelde kwantificeringsmethodiek heeft vervolgens een kwantificering van de geïdentificeerde risico’s plaatsgevonden. 3.2 Risicogebieden In overleg met de directie en conform onze eerdere onderzoeken rubriceren wij de risico’s naar de volgende risicogebieden: Risicogebied

1.

Bijdrage overheden

2.

Netto-omzet en overige opbrengsten

3.

Personeelskosten Cao (SGO*)

4.

Personeelskosten doelgroep

*SGO = Samenwerkende gemeentelijke organisaties

5.

Bedrijfskosten

3.3 Wijze kwantificering risico’s Risicokaart Bij het financieel kwantificeren van risico’s zijn twee elementen van belang: 1. de kans/waarschijnlijkheid van het risico. 2. de impact van het risico. Bij kans/waarschijnlijkheid van het optreden van het risico gaat het om de vraag hoe groot de kans is dat de gebeurtenis zich gaat voordoen. Bij impact gaat het om de vraag hoe groot de impact is als het risico zich daadwerkelijk voordoet.

© 2024 2021 Deloitte The Netherlands

10

3. Risico-inventarisatie en -kwantificering

Kwantificeringsmethodiek De kwantificering van risico’s heeft in overleg met de algemeen directeur en de concerncontroller van WVS plaatsgevonden middels de volgende kwantificeringsmethodiek. Onderscheid is gemaakt in een 6-tal risicoprofielen. Per risicoprofiel is een percentage minimaal benodigd weerstandsvermogen bepaald. Dit percentage wordt berekend op het bedrag waarop het betreffende risicogebied betrekking heeft. Hiervoor zijn de cijfers uit de herziene begroting 2024 gebruikt. Evenals bij de risico-inventarisatie van WVS in eerdere onderzoeken zijn de volgende percentages gehanteerd: risicoprofiel

Benodigde omvang in %

Zeer laag

0

Laag

2,5%

Laag-gemiddeld

5%

Gemiddeld

10%

Gemiddeld-hoog

15%

Hoog

20%

3.4 Onderkende risico’s per gebied Hieronder zijn de belangrijkste risico’s per risicogebied opgenomen. Bijdrage overheden • Onzekerheid over bijdrage per SE door toepassing macrobudget (omvang macrobudget en tempo van uitstroom). • Overrealisatie SE’s door WVS (wel loonkosten, geen rijksbijdrage). • Onzekerheid over realisatie aanvullende rijksbijdrage Behoud infrastructuur, ingerekend in de begroting vanaf 2025. • CAO verhogingen worden niet volledig gecompenseerd door subsidieverhogingen.

© 2024 2021 Deloitte The Netherlands

11

3. Risico-inventarisatie en -kwantificering

Netto-omzet en overige opbrengsten • Krimp als gevolg van beëindiging WSW, minder WSW-medewerkers beschikbaar voor productie en dienstverlening. Minder dekking vaste kosten. • Door een hogere gemiddelde leeftijd wordt het lastiger de gemiddelde productie per medewerker op peil te houden. • Minder maatschappelijke, meer zakelijke houding van een aantal grote afnemers, leidend tot prijsdruk en veranderende eisen. Dit leidt mogelijk tot verlies aan afzet. • Afhankelijkheid afnemers van de prijs en beschikbaarheid van grondstoffen, met als risico een lagere vraag naar WVS-productie.

• Eisen gemeenten op duurzaamheidsgebied (bij groenonderhoud), die leiden tot niet door te berekenen extra kosten, omdat opdrachtgevers hier niet altijd rekening mee hebben gehouden in hun budget en geen middelen beschikbaar hebben.. • Financiële druk op begroting van gemeenten, waardoor er mogelijk bezuinigd gaat worden op opdrachten WVS. • Het minder kunnen uitvoeren van opdrachten waar machinaal werk van toepassing is doordat sprake is van een steeds kleiner wordende groep personeelsleden die machines kunnen bedienen. • Imagoschade als gevolg van het herhaaldelijk niet kunnen invullen van uitvragen. • Afnemend gemiddeld arbeidsniveau van de medewerkers door uitstroom WSW-ers en instroom op lager niveau en stijgende kosten van het begeleidingsapparaat doordat meer begeleiding nodig is. • Nieuwe medewerkers uit beschut werk moeilijker op individuele basis te detacheren. • Een lager inverdienvermogen van de categorie C bijstandsgerechtigden die mogelijk via WVS aan het arbeidsproces gaan deelnemen. • De voor de gemeenten uitgevoerde trajecten op het gebied van participatie en ontwikkeling leveren veel inzichten en ervaringen op maar zijn nog niet kostendekkend voor WVS. • Meer focus op het ontwikkelen van mensen betekent hogere begeleidingskosten. • Contractduur is veelal beperkt, ook met grotere afnemers (maximaal drie jaar).

© 2024 2021 Deloitte The Netherlands

12

3. Risico-inventarisatie en -kwantificering

• Toenemend aantal bedrijven met financiële problemen met daardoor een debiteurenrisico voor WVS. • WVS is risicodrager voor ziekte en geen werk Personeelskosten SGO • Sprake is van een niet uit de balans blijkende verplichting voor vakantiegeld en verlof (relatief hoog) voor ambtelijk personeel. In het verlof zit een component van spaarverlof wat sowieso in de toekomst tot uitstroom van middelen leidt. • Door een zwakkere populatie aan medewerkers is een zwaarder niveau nodig aan begeleiding wat leidt tot hogere personeelskosten SGO. Verhouding SGO personeel/ personeel doelgroep verandert. • Hetzelfde geldt ook tav bijvoorbeeld statushouders/ inburgeraars. De begeleiding kost veel tijd. • Loonkosten SGO stijgen door krappe arbeidsmarkt. • Risico’s dat bepaalde vacatures in de productie/ dienstverlening niet kunnen worden ingevuld waardoor sprake is van hogere kosten als gevolg van externe inhuur.

Personeelskosten doelgroep • Sprake is van een niet uit de balans blijkende verplichting voor vakantiegeld en verlof (relatief hoog). In het verlof zit een component van spaarverlof wat sowieso in de toekomst tot uitstroom van middelen leidt. • De CAO-ontwikkelingen zijn vaak pas laat bekend en zijn daardoor niet verwerkt in de met afnemers gemaakte prijsafspraken. • Hoger ziekteverzuim door een hogere leeftijdsopbouw. • Kosten van de RVU: medewerkers blijven in loondienst, maar verrichten geen werkzaamheden meer. • Gevolgen van mogelijke wijziging Wet Waadi voor omvang personeelskosten, alsmede hoge kosten van uitvoering van deze Wet.

© 2024 2021 Deloitte The Netherlands

13

3. Risico-inventarisatie en -kwantificering

Bedrijfskosten • Mogelijk risico fiscale naheffingen in verband met lopend BTW-onderzoek. • Inflatierisico. • Blijvend hoge energiekosten. • Inflexibiliteit kostenstructuur (relatief veel vaste kosten) versus korte termijn contractafspraken met gemeenten (relatief hoge frictiekosten bij aanpassen organisatie aan veranderende omstandigheden). • Extra investeringen om te kunnen blijven voldoen aan mogelijk veranderende (brand)veiligheidseisen, milieuvoorschriften, Arbo-voorschriften. • Renterisico op vreemd vermogen.

3.5 Kwantificering risico’s per risicogebied Op basis van de besprekingen met de directie en management van WVS hebben wij de vijf risicogebieden als volgt gewaardeerd: Risicogebied

Omvang (kans * impact)

percentage

1.

Bijdrage overheden

Laag

2,5%

2.

Netto-omzet en overige opbrengsten

Gemiddeld

10%

3.

Personeelskosten SGO

Laag-gemiddeld

5%

4.

Personeelskosten doelgroep

Laag

2,5%

5.

Bedrijfskosten

Laag

2,5%

Toelichting classificatie risico’s:

• De risicogebieden bijdrage overheden en personeelskosten doelgroep zijn niet of nauwelijks beïnvloedbaar door WVS. Tegelijkertijd zullen de effecten veelal structureel zijn en moeten worden ingerekend in de (meerjaren)begroting van WVS en niet in het benodigde weerstandsvermogen. Vooralsnog zijn er geen indicaties dat daadwerkelijk sprake zal zijn van lagere bijdrage van overheden. Om deze redenen is daarom gekozen voor een laag percentage. • Voor het risicogebied netto-omzet onderkennen we belangrijke risico’s van diverse aard, zoals een mindere arbeidskwaliteit van de doelgroep, klantverlies door EU-aanbestedingen etc. Daarom is het percentage op gemiddeld gesteld. • Voor de personeelskosten SGO en bedrijfskosten komen we op basis van de geïdentificeerde risico’s op laag-gemiddeld respectievelijk laag.

© 2024 2021 Deloitte The Netherlands

14

3. Risico-inventarisatie en -kwantificering

Op basis van het onderkende risiconiveau en om omvang op basis van de herziene begroting 2024 per risicogebied is het bedrag van het benodigde weerstandsvermogen als volgt inzichtelijk gemaakt: Risicogebied

omvang X € 1.000

percentage

gekwantificeerd risico X € 1.000

1.

Bijdrage overheden

€ 58.184

2,5%

€ 1.455

2.

Netto-omzet en overige opbrengsten*

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14450519/1