CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

15 VNG lbr. 25-066 Wijziging Model Marktverordening

commissie Algemeen Bestuur en Middelen 29 januari 2026, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken18.685 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Als gemeenten dat doen, moeten zij er scherp op zijn dat deze keuzes in lijn zijn met de verplichtingen die volgen uit de Omgevingswet en andere relevante wet- en regelgeving. Verder moeten zij de was-wordt-tabel, de toelichting en het raadsbesluit in verband hiermee aanpassen. En ook de nummering van de artikelen en de verwijzingen in de verordening vragen dan aandacht. Artikelsgewijze toelichting Enkel die bepalingen die bij de implementatie verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 3. Inrichtingsplan Vereniging van Nederlandse Gemeenten

1

vng.n l

Artikel 3 ziet op het inrichtingsplan voor de markt. Dit inrichtingsplan bevat een kaart van de markt waarop in de regel ook de grenzen van de markt staan. Op grond van de Omgevingswet moeten de grenzen van de markt echter in het omgevingsplan worden vastgelegd. Om die reden wordt in dit artikel voor wat betreft de grenzen van de markt dus naar het omgevingsplan verwezen. Daarnaast kunnen gemeenten ervoor kiezen om ook de indeling van de markt en de vaste standplaatsen in het omgevingsplan op te nemen. Als gemeenten dat doen, dan kan het tweede lid van artikel 3 vervallen en moet aan het eerste lid, onderdeel b, de zinssnede ‘met daarop aangegeven de vaste standplaatsen’ worden toegevoegd. Als gemeenten ervoor kiezen in het omgevingsplan alleen de grenzen van de markt op te nemen en de indeling van de markt en de vaste standplaatsen in het inrichtingsplan te laten staan, dan moet artikel 3, tweede lid, blijven staan inclusief de verwijzing naar het omgevingsplan. Het verdient overigens aanbeveling om de grenzen van de markt in het omgevingsplan op te nemen en de indeling van de markt en de vaste standplaatsen in het inrichtingsplan. Het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) kan dan op grond van de Marktverordening dan de indeling van de markt en de standplaatsen vaststellen binnen de grenzen die in het omgevingsplan zijn vastgesteld.

Anders is daarvoor een besluit van de gemeenteraad nodig. Tot slot is van belang dat het derde lid facultatief is. Als het tweede lid vervalt en gemeenten hebben geen aanleiding gezien het derde lid op te nemen (en zien daar met de wijziging niet alsnog aanleiding toe), dan moet de aanduiding ‘1’ voor het eerste lid dus komen te vervallen. Artikel 4. Vergunningplicht Derde lid In deze bepaling staat welke documenten vereist zijn voor het aanvragen van een marktvergunning. Als de gemeente ook werkt met een bedienvergunning (een vergunning voor het verstrekken van voedsel en drank aan degenen die op de markt staan), dan moet de zinsnede ‘of bedienvergunning’ aan deze bepaling worden toegevoegd. Vierde lid Het vierde lid is facultatief. Als een gemeente dit lid opneemt, dan zijn bij een aanvraag aanvullende stukken vereist. Deze stukken kunnen worden gebruikt om de aanvraag inhoudelijk te beoordelen en dus punten toe te kennen bij een verdeling middels selectie. Daarbij is wel van belang dat de stukken aansluiten op de criteria die op grond van artikel 9 bij een verdeling middels selectie worden gebruikt. Denkbaar is bijvoorbeeld dat een aanvrager moet ingaan op de invulling die wordt gegeven aan maatschappelijk verantwoord en consumentvriendelijk ondernemen. Artikel 8.

Kennisgeving en verlening zonder verdeelprocedure Eerste lid In het eerste lid moet worden ingevuld binnen welke termijn het college een openbare kennisgeving moet doen als er een vaste-standplaatsvergunning beschikbaar komt. Als voorbeeld is een termijn van acht weken opgenomen. Verder moet ook worden ingevuld via welk medium het college de openbare kennisgeving moet doen. Tot slot moet de zinsnede ‘en welke branche en artikelgroep’ alleen worden opgenomen als de gemeente heeft besloten de markt te brancheren. Tweede lid Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2

In het tweede lid, onder a, moet de termijn worden ingevuld voor het kenbaar maken van belangstelling voor de vaste-standplaatsvergunning. Deze termijn geldt als de verwachting is dat het aantal gegadigden lager is dan of gelijk is aan het aantal vergunningen dat beschikbaar komt. Hiervoor is een voorbeeld gegeven van vier weken na de openbare kennisgeving. In het tweede lid, onder b, moet een termijn worden ingevuld voor het indienen van een aanvraag voor de vaste-standplaatsvergunning. Deze termijn geldt als de verwachting is dat het aantal gegadigden hoger is dan het aantal vergunningen dat beschikbaar komt. Hiervoor is een voorbeeld gegeven van zes weken na de openbare kennisgeving. Uiteraard kan zowel onder a als onder b voor een andere redelijke termijn worden gekozen. Artikel 11. Verdeling beschikbare dagplaatsvergunningen In dit artikel moet de zinsnede ‘die binnen de door burgemeester en wethouders daarvoor vastgestelde termijn zijn gedaan’ worden toegevoegd, als de gemeente een termijn wil stellen waarbinnen een dagplaatsvergunning moet worden aangevraagd. Artikel 14. Algemene bepalingen vaste-standplaatsvergunning In de marktverordening moet een vergunningsduur voor de vaste-standplaatsvergunnning worden vastgelegd. Hierbij kan een keuze worden gemaakt tussen ‘[termijn]’ of ‘[termijn (bijvoorbeeld acht of elf jaar)]’.

Als de gemeente voor de eerste optie kiest en besluit om zelf een termijn te bepalen, dan moet een gemeente die termijn ook zelf kunnen onderbouwen. Als een gemeente voor de tweede optie kiest en een termijn van acht of elf jaar invult, dan is vanzelfsprekend ook een onderbouwing nodig, maar kan voor die onderbouwing worden aangesloten bij het SEO-rapport ‘Terugverdientijd in de ambulante handel, een update van het SEO-rapport uit 2021’. Voor de verdere toelichting op de termijn van acht of elf jaar wordt hier ook naar dat rapport verwezen. Artikel 24. Marktterrein schoonhouden Artikel 24 bevat de schoonmaakplicht. Deze schoonmaakplicht mag een gemeente echter ook opnemen in het omgevingsplan. Als een gemeente dat doet, dan kan de schoonmaakplicht in de marktverordening vervallen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16491828/1