14b Bestemmingsplan Schijfsebaan 17 te Schijf NL.IMRO.0840.9000B0040-ON01 2021-08-02 1
Tekst van het document
‘Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Schijfsebaan 17 te Schijf’ Planstatus: Datum: Plan identificatie:
ontwerp 2021-08-02 NL.IMRO.0840.9000B0040-ON01
Toelichting
‘Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Schijfsebaan 17 te Schijf’ Planstatus: Datum: Plan identificatie:
ontwerp 2021-08-02 NL.IMRO.0840.9000B0040-ON01
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Colofon
Titel:
‘Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Schijfsebaan 17 te Schijf’
Ontwerp: Molenzicht 2 4881 BW ZUNDERT Tel: 076-5990340 www.schoenmakersadvies.nl Projectnummer:
180920
Rapportnummer:
180920.01
Datum:
02 augustus 2021
Status:
ontwerp
Voorontwerp:
20 januari 2020
Ontwerp:
02 augustus 2021
Definitief:
--
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 3 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Toelichting Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 4 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding .................................................................................................................................. 6 1.1 Aanleiding .............................................................................................................................................. 6 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied ............................................................................................ 7 1.3 Vigerend bestemmingsplan ................................................................................................................... 7 1.4 Planvorm................................................................................................................................................ 8 1.5 Leeswijzer .............................................................................................................................................. 8 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie .................................................................................................................. 9 2.1 Ruimtelijke structuur ............................................................................................................................. 9 2.2 Functionele structuur ..........................................................................................................................
10 Hoofdstuk 3 Beleidskader ......................................................................................................................... 12 3.1 Algemeen ............................................................................................................................................. 12 3.2 Beleid Europees en rijksniveau ............................................................................................................ 12 3.3 Beleid provinciaal niveau ..................................................................................................................... 14 3.4 Beleid gemeentelijk niveau ................................................................................................................. 23 Hoofdstuk 4 Planuitgangspunten .............................................................................................................. 31 4.1 Ruimtelijke structuur ........................................................................................................................... 31 4.2 Functionele structuur .......................................................................................................................... 31 4.3 Archeologie en cultuurhistorie ............................................................................................................
32 4.4 Milieu- en overige aspecten ................................................................................................................ 34 Hoofdstuk 5 Planbeschrijving ..................................................................................................................... 44 5.1 Bouwplan ............................................................................................................................................. 44 5.2 Uitgangspunten bouwregels................................................................................................................ 45 5.3 Beeldkwaliteit ...................................................................................................................................... 45 5.4 Landschappelijke inpassing ................................................................................................................. 45 Hoofdstuk 6 Juridische aspecten ............................................................................................................... 46 6.1 Algemeen ............................................................................................................................................. 46 6.2 Algemene toelichting verbeelding .......................................................................................................
46 6.3 Algemene toelichting regels ................................................................................................................ 46 Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid .................................................................................................................... 48 7.1 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................................ 48 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 48 Afzonderlijke bijlagen 1. Akoestisch onderzoek, rapportnummer BL.1842.R01, d.d. 8 oktober 2019, Kraaij Akoestisch Adviesbureau 2. Archeologisch vooronderzoek, rapportnummer 2971, d.d. 21 september 2020, Transect b.v. 3. Verkennend bodem- en asbestonderzoek, rapportnummer 2410.09.201.r1, d.d. 26 augustus 2020, Moerdijk Bodemsanering B.V 4. Ecologische quickscan, rapportnummer 2007-1, d.d. 3 augustus 2020, Maassen ecologisch advies en onderzoek 5. Vooroverleg reactie Waterschap Brabantse Delta, 28 februari 2020 6. Inspraakreactie Natuurwerkgroep Rucphen, 12 februari 2020 7. Omgevingsdialoog Schijfsebaan 17 Vaststellingsbesluit -
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 5 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Binnen het vigerend bestemmingsplan heeft de locatie Schijfsebaan 17 te Schijf de bestemming ‘Wonen’ met een bouwvlak van circa 1.627 m². Op de locatie Schijfsebaan 17 is in de huidige situatie een hoveniersbedrijf gevestigd. Het initiatief is om op de locatie Schijfsebaan 17 de woonbestemming te wijzigen naar een niet-agrarisch bedrijf, zodat het hoveniersbedrijf planologisch verankerd wordt en geoptimaliseerd kan worden. Er staan meerdere verouderde schuren op het perceel. Op dit moment vindt er veel buitenopslag plaats. Door een nieuw bedrijfsgebouw te realiseren kunnen oude gebouwen worden gesaneerd en vind opslag zo veel mogelijk in het nieuwe bedrijfsgebouw plaatst. Het voorgenomen initiatief past niet binnen het vigerend bestemmingsplan. Om af te wijken van het bestemmingsplan is een principeverzoek ingediend, met het verzoek aan het college van burgemeester en wethouders om medewerking te verlenen aan het voorgenomen initiatief. Op 25 september 2018 is het bovengenoemde initiatief behandeld in de collegevergadering. In deze vergadering is besloten om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan de herzieningsprocedure van het bestemmingsplan voor het mogelijk maken van een hovenier en het bouwplan aan de Schijfsebaan 17 te Schijf.
Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te kunnen maken is gekozen voor een bestemmingsplanprocedure ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, waarmee het ter plaatse vigerende bestemmingsplan partieel wordt herzien. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch kader.
Figuur 1: Planlocatie aangegeven op de topografische kaart
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 6 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 2: Planlocatie aangegeven op luchtfoto
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
De planlocatie ligt aan de Schijfsebaan 17 te Schijf. De planlocatie behoort tot de gemeente Rucphen. De gemeente Rucphen ligt in de provincie Noord-Brabant. De locatie is bekend onder de kadastrale gemeente RPN, sectie R met nummers 388 en 389. 1.3
Vigerend bestemmingsplan
Figuur 3: Uitsnede Geconsolideerde versie Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 7 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Ter plaatse van de planlocatie vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 29 maart 2012. Daarover ligt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012, 4e herziening’, dit bestemmingsplan is van toepassing op de wijzigingsgebieden. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 8 februari 2017. De planlocatie heeft de bestemming ’Wonen’. Over de planlocatie liggen de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – boringvrije zone’, ‘overige zone – archeologische verwachtingswaarde – hoog’, ‘overige zone – archeologische verwachtingswaarde – middelhoog’ ‘overige zone – beperkingen veehouderij’ en ‘vrijwaringszone – radar’. Het achterste gedeelte van het bestaande erf ligt in de bestemming ‘Agrarisch’. De initiatiefnemer is voornemens om de woonbestemming te wijzigen naar een niet-agrarisch bedrijf, zodat het hoveniersbedrijf planologisch verankerd wordt en geoptimaliseerd kan worden. De huidige bestemming ‘Wonen’ dient gewijzigd te worden in de beoogde bestemming ‘Bedrijf’ met daarbij de functieaanduiding ‘hovenier’ om daarmee een hoveniersbedrijf op deze locatie mogelijk te maken. 1.4
Planvorm
Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012, Schijfsebaan 17 te Schijf’ is vervat in een verbeelding, regels en gaat vergezeld met een toelichting. 1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige situatie van de planlocatie, waarbij onder andere de ruimtelijke en functionele structuur wordt beschreven. In hoofdstuk 3 van de toelichting wordt het vigerende beleid op Europees, Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau beschreven dat voor ontwikkeling van de planlocatie relevant is. Hoofdstuk 4 beschrijft vervolgens de uitgangspunten en randvoorwaarden, die van belang zijn voor de ontwikkeling van de planlocatie. Hierbij worden onder andere de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van water, natuur, luchtkwaliteit, archeologie en bodem beschreven. Hoofdstuk 5 geeft de beschrijving van het voorgenomen plan weer. De juridische aspecten komen in hoofdstuk 6 aan bod. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid beschreven.
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 8 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 2 2.1
Ruimtelijke structuur
2.1.1
Bebouwingsstructuur
Bestaande situatie
In de omgeving van de planlocatie zijn diverse agrarische bedrijven, woningen en bedrijven aanwezig. De agrarische bedrijven, woningen en bedrijven worden afgewisseld met boselementen en weilanden. De woningen zijn vrijstaand gepositioneerd en vormen gezamenlijk een bebouwingslint met doorzichten naar het achterliggende landschap. Binnen de locatie Schijfsebaan 17 is een woning aanwezig met een bijbehorende schuur (circa 159 m²). Daarnaast zijn er nog een aantal kleine schuren aanwezig van in totaal circa 81 m². In figuur 5 is een schematisch overzicht weergegeven van de bestaande situatie. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van 1.627 m². 2.1.2
Wegenstructuur
De locatie aan de Schijfsebaan is gelegen in het buitengebied van Schijf. De Schijfsebaan is een verbindingsweg welke de kern Schijf verbind met de N638 (Rucphenseweg), die van kern Rucphen naar de kern Zundert gaat. De Schijfsebaan heeft een maximum snelheidsregime van 60 km/h. De Schijfsebaan kruist ter plaatste van de planlocatie (aan de rechterzijde) met de Canadapolderstraat. De Canadapolderstraat is een doodlopende straat.
Figuur 4: Foto's bestaande situatie
2.1.3
Groen- en waterstructuur
De omgeving van de planlocatie bestaat vooral uit cultuurgronden afgewisseld met boselementen. Langs de Schijfsebaan en Canadapolderstraat zijn categorie-B waterlopen aanwezig. Het groen op de planlocatie bestaat voornamelijk uit tuinbeplanting, graszoden en boompartijen.
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 9 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 5: Overzicht bestaande situatie
2.2
Functionele structuur
2.2.1
Wonen
De functie wonen komt in de omgeving van de planlocatie diverse malen voor. Zowel (agrarische)bedrijfswoningen (behorende bij de bedrijven uit paragraaf 2.2.3) en burgerwoningen komen voor. Hoofdzakelijk zijn de woningen vrijstaand gesitueerd en bestaan ze uit één tot anderhalve bouwlaag met een kap. 2.2.2
Maatschappelijke voorzieningen
In de directe omgeving van de planlocatie is een corsobouwplaats aanwezig als maatschappelijke voorziening. Voor overige maatschappelijke voorzieningen is de planlocatie aangewezen op de voorzieningen in de dorpskern Schijf en de grotere kernen zoals Rucphen en Zundert. 2.2.3
Bedrijven, horeca en detailhandel
In de omgeving van de planlocatie zijn diverse bedrijven aanwezig waaronder een agrarisch bedrijf in de vorm van een boomkwekerij. Daarnaast is er in de nabije omgeving een minicamping en aannemersbedrijf gevestigd. Er is in de directe omgeving geen horeca of detailhandel gevestigd. Zie voor een overzicht van de omliggende functies, figuur 6. Hoveniersbedrijf Momenteel is hoveniersbedrijf ‘Mijn Tuin’ gevestigd op de locatie Schijfsebaan 17.
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 10 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 6: Functiekaart
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 11 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Algemeen
Bij het opstellen van een bestemmingsplan worden de beleidskaders van het rijk, provincie en gemeente uiteengezet. In het onderhavige bestemmingsplan is het relevante ruimtelijke beleid voor de locatie Schijfsebaan 17 opgenomen. 3.2
Beleid Europees en rijksniveau
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. In 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het de ruimtelijke doelen en uitspraken in de PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de agenda landschap, de agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. Het Rijk laat de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. De veranderde behoefte aan wonen en werken legt daarbij een extra druk op een markt waar de totale vraag afneemt: kwaliteit voor kwantiteit. De ambitie is dat in 2040 de woon- en werklocaties in steden en dorpen aansluiten op de (kwalitatieve) vraag en dat locaties voor transformaties en herstructurering zoveel mogelijk worden benut. In het SVIR zijn 13 nationale belangen opgenomen, hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.
Het Rijk zal bestemmingsplannen niet (tijdens de vaststellingsprocedure) toetsen op een correcte doorwerking van nationale ruimtelijke belangen. Wel zal het Rijk door middel van systeem- of themagerichte onderzoeken achteraf nagaan of bestemmingsplannen aan nationale wet- en regelgeving voldoen. Ter plaatse van de planlocatie zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequentie voor de planlocatie. 3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordering (Barro) in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van Rijksbelang zijn, met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. In het Barro zijn zes projecten beschreven: ▪ Mainport ontwikkeling Rotterdam. ▪ Kustfundament. ▪ Grote rivieren. ▪ Waddenzee en Waddengebied. ▪ Defensie. ▪ Erfgoederen van uitzonderlijk universele waarde. Inmiddels is het aantal projecten uitgebreid met: ▪ Rijksvaarwegen. ▪ Hoofdwegen en landelijke spoorwegen.
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 12 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Elektriciteitsvoorziening. Ecologische hoofdstructuur. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Veiligheid rond Rijksvaarwegen. Verstedelijking in het IJsselmeer. Toekomstige rivierverruiming van de Maastakken.
Ter plaatse van de planlocatie zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequentie voor de planlocatie. 3.2.3
Water
Het Nationaal Waterplan (NWP) In december 2009 heeft het kabinet het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan (NWP) is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet die met ingang van 22 december 2009 van kracht is. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Watertoets Met het ondertekenen van het Nationaal Bestuursakkoord Water (juli 2003) hebben de betrokken partijen (het Rijk, IPO, VNG en UvW) afgesproken de watertoets toe te passen bij alle nieuwe ruimtelijke waterhuishoudkundig relevante- plannen en besluiten op alle bestuursniveaus. De watertoets is met ingang van 1 november 2003 wettelijk verplicht voor structuurvisies, bestemmingsplannen, van de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) regelt een verplichte waterparagraaf in de toelichting bij de genoemde ruimtelijke plannen en het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 Bro met het waterschap.
De watertoets omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water is sinds december 2000 van kracht en is gericht op het realiseren van duurzaam waterbeheer. De Europese Kaderrichtlijn Water beoogt de bescherming van aquatische ecosystemen en het duurzaam gebruik van water. Daarvoor wordt de Kaderrichtlijn eerst in landelijke wet- en regelgeving omgezet. Momenteel wordt hier hard aan gewerkt. De Europese Kaderrichtlijn heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. In paragraaf 4.4.4 komt het aspect water aan bod voor de planlocatie. 3.2.4
Ecologie
Vanuit Europa is de bescherming van (plant en dier) soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. In Nederland is de natuurwetgeving verankerd in de Wet Natuurbescherming. Europese Vogel- en Habitatrichtlijn De Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn hebben tot doel de bescherming van (vogel)soorten en hun natuurlijke habitats. Elke lidstaat is verplicht om speciale beschermingszones (SBZ’s) aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: “Natura 2000”. Wanneer in een gebied bepaalde soorten voorkomen, of een bepaald percentage van de Europese populatie herbergt, dan komt dit gebied in aanmerking voor plaatsing onder de betreffende richtlijnen. De planlocatie valt in zijn geheel niet binnen de aangewezen Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijngebieden.
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 13 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Wet Natuurbescherming Vanaf 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. De wet natuurbescherming biedt bescherming aan het merendeel van de inheemse dieren en planten in Nederland. De nieuwe Wet natuurbescherming regelt niet alleen de ‘ruimtelijke ingrepen’, maar ook de andere onderwerpen zoals overig bezit en handel, gebiedsbescherming, houtopstanden, klacht en beheer en schadebestrijding. Een verandering ten opzichte van de oude Natuurbeschermingswet 1998 is dat de provincies voor hun gebied bepalen wat wel en niet mag in de natuur. Zij zijn verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid is enkel nog verantwoordelijk voor de ontheffingsaanvragen en de gedragscodes. De beschermingsstatus van de inheemse dier- en plantensoorten houdt onder meer in dat in geval van voorgenomen activiteiten zoals aanleg van infrastructuur of bouwprojecten, het plangebied moet worden getoetst op de aanwezigheid van beschermde soorten: de ‘natuurtoets’. Het aspect Flora en Fauna komt in paragraaf 4.4.8 aan bod. 3.2.5
Cultuurhistorie
In de nota belvedère staat de instandhouding, versterking en verdere ontwikkeling van de cultuurhistorische identiteit bij ruimtelijke aanpassingen centraal. Hiertoe wordt een ontwikkelingsgerichte benadering voorgestaan, die bestaande kwaliteiten als vertrekpunt hanteert en deze combineert met een beschrijving van de recente cultuurgeschiedenis, dynamiek en ontwikkelingspotenties van een gebied. Het plangebied is niet gelegen in een gebied aangewezen binnen de nota belvedère. Het Europese verdrag betreffende de bescherming van het archeologische erfgoed is in 1992 in Valletta (Malta) ondertekend door de ministers van Cultuur van de landen aangesloten bij de Raad van Europa. Dit verdrag wordt het ‘Verdrag van Malta’ genoemd. Het verdrag van Malta heeft als hoofddoel archeologische resten in Europa te beschermen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed. In Nederland heeft het rijk dit Verdrag in 2007 verankerd in nationale wet- en regelgeving middels de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is geen zelfstandige wet, maar een Wijzigingswet en betreft onder meer een herziening van de Monumentenwet 1988. De belangrijkste wijziging voor gemeenten is het feit dat archeologie sinds de invoering van de wet archeologie moet verankeren in het bestemmingsplan. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016).
Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld. De Omgevingswet zal naar verwachting in 2021 in werking treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Om invulling te geven aan deze gemeentelijk zorgtaak heeft de gemeente Rucphen de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeente inzichtelijk gemaakt door een gemeentelijke archeologiekaart op te stellen samen met de beleidsnota archeologie. Deze vormen samen het beleidsinstrumentarium dat als onderlegger voor elk bestemmingsplan geldt. Archeologie wordt behandeld in paragraaf 4.3. 3.3
Beleid provinciaal niveau
3.3.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant 2018
Op 14 december 2018 stelde Provinciale Staten van Noord-Brabant de Brabantse Omgevingsvisie vast. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet, welke in 2021 in werking zal treden. De Brabantse Omgevingsvisie beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Er wordt vanuit meerdere invalshoeken gekeken naar een ontwikkeling door de provincie:
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 14 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
▪
▪
▪
Een 'diepe' manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. Een 'ronde' manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen people, planet en profit. Een 'brede' manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen.
In de omgevingsvisie is één basisopgave benoemd: het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Daarnaast zijn er vier hoofdopgaven benoemd: ▪ werken aan de Brabantse energietransitie; ▪ werken aan een klimaatproof Brabant; ▪ werken aan Brabant als slimme netwerkstad; ▪ werken aan een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Concrete doelen voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nog in de bestaande plannen van de provincie, bijvoorbeeld in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en het provinciale verkeers- en vervoersplan. De kwaliteit van de omgeving voor mens en natuur staat onder druk in verschillende delen van het landelijk gebied door meerdere factoren. Er is er sprake van een toenemende leegstand en bevolkingskrimp. Dat leidt tot economische, sociaal-culturele en ecologische schade. Er is extra aandacht voor een steeds verder toenemende leegstand doordat boeren stoppen, de leegkomende gebouwen verpauperen of een bron voor criminaliteit zijn. De sociale cohesie komt in het gedrang in het landelijk gebied. Het planologisch verankeren van de feitelijke situatie op de planlocatie Schijfsebaan 17 draagt bij aan een verbetering van de fysieke leefomgeving.
Er wordt voorkomen dat de planlocatie leeg komt te staan. 3.3.2
Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 Noord- Brabant
Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 (hierna: SVRO) in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De SVRO geeft aan welke ambities de provincie heeft en hoe zij deze wil realiseren. In de SVRO geeft de provincie aan hoe zij omgaat met de ruimtelijke opgave voor de periode tot 2025, met een doorkijk naar 2040. De provincie heeft als sturingsfilosofie ‘samenwerken aan kwaliteit’: samen met andere overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties vormgeven aan een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant. Daarbij respecteert de provincie ieders rol. De provincie onderscheidt de volgende vijf rollen: 1. Ontwikkelen De provincie focust in haar ontwikkelingsgerichte rol op een aantal thematische opgaven en op een aantal gebieden. In gebieden waar sprake is van grote ruimtelijke dynamiek, botsende belangen en waar de ontwikkelingen een (inter)provinciale impact hebben, kiest de provincie voor een actieve rol. 2. Ordenen De provincie wil de duurzame ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant ordenen in robuuste ruimtelijke structuren. Dit zijn de groenblauwe-, de agrarische-, de stedelijke- en de infrastructuur. 3. Beschermen De provincie wil belangrijke en onvervangbare waarden beschermen.
Voor de Ecologische Hoofdstructuur, de cultuur- en aardkundige waarden en de bescherming van de kernkwaliteiten in de nationale landschappen in Noord-Brabant stelt de provincie een beschermingsregiem op. 4. Regionaal samenwerken
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 15 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
De provincie kiest voor regionale samenwerking en afstemming in vier regio’s. De provincie stimuleert de samenwerking tussen de gemeenten, Rijk en waterschappen in deze regio’s en legt afspraken vast in een strategische regionale agenda. 5. Stimuleren Bij ruimtelijke ontwikkelingen gaat het niet alleen om de vraag waar welke ontwikkelingen gewenst zijn. Het gaat daarbij ook om de balans tussen de verschillende belangen, functies en kwaliteiten in een gebied. De provincie wil dat ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van NoordBrabant.
Figuur 7: Uitsnede structurenkaart locatie Schijfsebaan 17, Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant
In figuur 7 is een uitsnede van de structurenkaart van de SVRO weergegeven. Uit figuur 7 blijkt dat de planlocatie gelegen is in het landelijk gebied, gemengd landelijk gebied. Landelijk gebied – Gemengd landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur zoals steden, dorpen en bedrijventerreinen. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw,
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 16 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie wil het volgende bereiken in het landelijke gebied: 1. Ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie. 2. Ruimte voor agrarische ontwikkeling. 3. Een duurzame land- en tuinbouw. 4. Versterking van het landschap. Binnen het landelijk gebied onderscheidt de provincie twee perspectieven: 1. gemengd landelijk gebied; 2. accent agrarisch ontwikkeling. De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is. De mate van menging varieert daarbij van de gebieden waarbinnen meerdere functies in evenwicht naast elkaar bestaan tot gebieden waar de land- en tuinbouw de dominante functie is. Binnen het ‘Gemengd landelijk gebied’ is naast ruimte voor de land- en tuinbouw ook ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, bijvoorbeeld op vrijkomende locaties. Door het beëindigen van de agrarische bedrijfsvoering komen er bedrijfslocaties vrij. Binnen het gemengd landelijk gebied is de ontwikkeling van woon-, recreatie- en werkfuncties mogelijk. Bestaande bezoekers intensieve recreatieve voorzieningen kunnen zich in beginsel verder ontwikkelen.
In de gebieden rondom steden en dorpen is daarbij meer ruimte voor de ontwikkeling van functies die zich richten op de inwoners van die kernen, in de gebieden rondom de Groenblauwe mantel is de ontwikkeling van functies meer afgestemd op het ondernemen in een groene omgeving en de versterking van natuur- en landschapswaarden. Binnen gemengd landelijk gebied zijn sterke agrarische clusters aanwezig zoals voor de intensieve veehouderij, glasconcentratiegebieden, boomteelt en vollegrondsgroente. Bestaande ontwikkelingsmogelijkheden worden in beginsel gerespecteerd. In deze clusters wil de provincie de aanwezige agrarische functie behoeden voor verstoring. Daarom wil de provincie dat de menging van functies in deze agrarische clusters beperkt blijft. De ontwikkeling op de planlocatie Schijfsebaan 17 sluit aan op de toenemende vraag vanuit de samenleving om het buitengebied meer te kunnen gebruiken voor andere functies naast de landbouw. Aangezien de planlocatie gelegen is binnen het gemengd landelijk gebied is de beoogde ontwikkeling, het planologisch vastleggen van een agrarisch aanverwant bedrijf in de vorm van een hoveniersbedrijf in het gemengd landelijk gebied, niet in strijd met de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant. 3.3.3
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
In 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening. Dit zijn de: - Provinciale milieuverordening, gebaseerd op artikel 1.2 Wet milieubeheer; - Verordening natuurbescherming, gebaseerd op diverse artikelen uit de Wet natuurbescherming; - Verordening Ontgrondingen, gebaseerd op artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Ontgrondingenwet; - Verordening Ruimte, gebaseerd op artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening; - Verordening Water, gebaseerd op diverse artikelen in de Waterwet; - Verordening wegen, gebaseerd op artikel 57 Wegenwet en artikel 2a Wegenverkeerswet. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. Er heeft daarom ook geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 17 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moet worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. Deze beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er helemaal geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Op hoofdlijnen gaat het om: - een meer gebruiksvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minder losse bijlagen; - aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de omgevingswet, bijvoorbeeld voor de grondwaterbeschermingsgebieden; - aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit. De Provinciale Staten heeft de Interim omgevingsverordening op 25 oktober 2019 vastgesteld.
Figuur 8: Uitsneden kaarten behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 18 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
In figuur 8 zijn de uitsneden van de kaarten behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant weergegeven voor de planlocatie Schijfsebaan 17 te Schijf. De planlocatie is gelegen in het ‘Landelijk gebied Gemengd landelijk gebied’. Op de locatie zijn daarnaast de aanduidingen ‘Stalderingsgebied’, ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘Boringsvrije zone’ van toepassing. Landelijk gebied – Gemengd Landelijk gebied Binnen de afdeling ‘Vitaal platteland’ zijn de ontwikkelingsmogelijkheden geschetst voor het Landelijk gebied. In het landelijk gebied stimuleert de provincie het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen. Het landelijk gebied omvat een onderverdeling in de sub zones ‘Gemengd landelijk gebied’ en ‘Groenblauwe mantel’. In veel gevallen bestaan er voor beide zones gelijke ontwikkelingsmogelijkheden. In die gevallen wordt gesproken over ‘Landelijk gebied’. Alleen als het nodig is onderscheid te maken, wordt in de betreffende regel gesproken over de sub zones. Een bestemmingsplan gelegen in gemengd landelijk gebied onderscheidt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening gebieden waar een gemengde plattelandseconomie en/of een in hoofdzaak agrarische economie wordt nagestreefd met daarbij passende bestemmingen.
Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen. Bij het aanwijzen van de bestemmingen dient de bestemming een uitwerking te zijn van de voorgenomen ontwikkeling en het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied en dient tevens bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit als bedoelt paragraaf 3.1.2 van de Interim omgevingsverordening. De planlocatie Schijfsebaan 17 is gelegen in het landelijk gebied binnen de subzone ‘Gemengd landelijk gebied’. In de directe omgeving van Schijfsebaan 17 kan gesteld worden dat er een gemengde plattelandseconomie wordt nagestreefd. Diverse functies zoals wonen, landbouw, bedrijvigheid en recreatie komen in de directe omgeving van de planlocatie afwisselend voor. Op de locatie Schijfsebaan 17 is in de huidige situatie een hoveniersbedrijf gevestigd. Vestiging van een nietagrarisch bedrijf in het gemengd landelijk gebied is mogelijk op een bestaand bouwperceel van ten hoogste 1,5 hectare omvang. Als er sprake is van een kleinschalige ontwikkeling die past in een gemengde omgeving is vestiging binnen de kaders van ‘artikel 3.73 vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied’ mogelijk. Onderstaand is artikel 3.73 weergegeven.
Artikel 3.73 vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. b. er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; c. overtollige bebouwing wordt gesloopt; d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. Lid 2 Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; d.
dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Lid 3 Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; c. een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare.
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 19 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
De beoogde ontwikkeling omvat het omzetten van de woonbestemming naar een agrarisch aanverwant bedrijf ten behoeve van het planologisch verankeren van het hoveniersbedrijf wat op dit moment op de planlocatie aanwezig is. Het bouwvlak van de woonbestemming bedraagt 1.627 m² en wordt vergroot naar een nietagrarisch bouwvlak van circa 4.875 m². Daarnaast wordt circa. 240 m² aan verouderde schuren gesloopt. Hiervoor in de plaatst wordt een nieuw duurzaam bedrijfsgebouw terug gebouwd van circa 600 m². Qua aard en schaal past het hoveniersbedrijf binnen de beschrijving van het gemengd landelijk gebied. Het hoveniersbedrijf is een agrarisch verwant bedrijf. Het hoveniersbedrijf is gericht op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het toepassen van land-, bosof natuurbouwkundige methode. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan een gemengde plattelandseconomie en past qua aard en schaal in de omgeving en het gemengd landelijk gebied. De ontwikkeling draagt bij aan het vitaal platteland van de gemeente Rucphen. De beoogde ontwikkeling op de locatie Schijfsebaan 17 leidt niet tot een grootschalige ontwikkeling. Er is sprake van een grootschalige ontwikkeling als het te verwachten aantal bezoekers en overnachtingen samen genomen meer dan 150.000 per jaar bedraagt.
Op de locatie wordt een hoveniersbedrijf gevestigd, de werkzaamheden vinden hoofdzakelijk plaats op de locatie van derden. Het bedrijf heeft geen publiek aantrekkende werking. De ontwikkeling op de planlocatie past op langere termijn binnen de op grond van de verordening toegestane oppervlakte van het bouwvlak. Het betreft een hoveniersbedrijf. In totaal omvat het nieuwe bouwvlak ‘bedrijf’ een oppervlakte van 4.875 m². Deze oppervlakte is redelijkerwijs voldoende om in de toekomst de bedrijfsvoering voort te zetten. Een uitbreiding van deze omvang is niet wenselijk in het buitengebied. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een zelfstandige kantoorvoorziening met een baliefunctie of tot een detailhandel voorziening in het buitengebied. Het bedrijf, op de locatie Schijfsebaan 17, valt in de VNG-publicatie binnen ‘Dienstverlening ten behoeve van de landbouw: plantsoendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. >500 m²’. En heeft een bijbehorende milieucategorie 3.1. Daarbij is de grootste richtafstand volgens de VNG-publicatie het aspect ‘geluid’ (50 meter). Het bedrijf op de planlocatie betreft een hoveniersbedrijf waarbij de werkzaamheden hoofdzakelijk plaats vinden op locaties van derden. Door het hoveniersbedrijf vinden er geen extra publiek aantrekkende werkzaamheden plaats op de planlocatie. Op de planlocatie wordt een bedrijfsloods van circa 600 m² mogelijk.
Door het bouwen van een nieuwe bedrijfsloods wordt ernaar gestreefd om buitenactiviteiten zoals buitenopslag van materialen zoveel mogelijk te beperken op de planlocatie. Omdat buitenopslag van bijvoorbeeld zand of planten niet geheel uitgesloten kan worden voor een hoveniers bedrijf wordt de locatie van buitenopslag planologisch vastgelegd op de verbeelding van het bestemmingsplan. Enkel binnen de aanduiding ´buitenopslag´ mogen tijdelijke materialen die niet in de loods opgeslagen kunnen worden, buiten opgeslagen worden. Voor het overige terrein is buitenopslag uitgesloten. Hierdoor wordt de buitenopslag tot een minimum beperkt. Daarnaast is voor de planlocatie een akoestisch onderzoek verricht. Het onderzoek is verricht om te onderzoeken of het hoveniersbedrijf voor het aspect geluid kan voldoen aan de normen voor een milieucategorie 2 bedrijf. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de uitvoering van het hoveniersbedrijf te vergelijken is met een milieucategorie 2 bedrijf. De richtafstand met betrekking tot geluid kan hierdoor terug gebracht worden naar 30 meter. Het akoestisch onderzoek is als afzonderlijke bijlage toegevoegd aan onderhavig plan. Voor de ruimtelijke uitstraling is de planlocatie landschappelijk zo ingepast dat de bedrijfsloods en eventuele buitenopslag uit het zicht onttrokken worden.
Aanduidingen: ‘Stalderingsgebied’ en ‘beperkingen veehouderij’ De planlocatie ligt binnen de aanduidingen ‘Stalderingsgebied’ en ‘beperkingen veehouderij’. Binnen de aanduidingen gelden extra randvoorwaarden aan de ontwikkeling van veehouderijen De beoogde ontwikkeling op de planlocatie heeft geen betrekking op de ontwikkeling van een veehouderij, het betreft het omzetten van de woonbestemming naar een agrarisch aanverwant bedrijf in de vorm van een hoveniersbedrijf. De regels van het stalderingsgebied en beperkingen veehouderij hebben geen betrekking op het beoogde initiatief. Aanduiding: ‘Boringsvrije zone’ Ter plaatse van de aanduiding 'Boringsvrije zone' strekt een plan mede tot het behoud van de beschermende kleilaag in de bodem. In het vigerend bestemmingsplan, wat van kracht is op de planlocatie, zijn specifieke regels opgenomen voor de ‘Boringsvrije zone’. Deze worden in acht genomen met het voorliggende bestemmingsplan.
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 20 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Ter plaatse van de planlocatie geldt dat de verticale diepte van een bouwwerk net meer dan 10 meter mag bedragen. Het verrichten van werkzaamheden in de bodem tot 10 meter onder het maaiveld is toegestaan op de planlocatie. De boringsvrije zone vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Algemene regels, Bevordering ruimtelijke kwaliteit Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik: Een plan moet een verantwoording bevatten dat het plan bijdraagt aan de zorg voor het behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, waaronder in ieder geval een goede landschappelijke inpasbaarheid en toepassing is gegeven aan het principe zorgvuldig ruimtegebruik. Doel van zorgvuldig ruimtegebruik is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten.
Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in: a. dat een ruimtelijke ontwikkeling in beginsel plaatsvind binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, tenzij in de verordening uitdrukkelijk anders is bepaald; b. ingeval van stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied bepaalt dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen binnen het bouwperceel worden opgericht en daarbinnen worden geconcentreerd. Er wordt gebruik gemaakt van het bestaande bouwperceel aan de Schijfsebaan 17. Daarbij wordt overtollige en verouderde bebouwing op de planlocatie gesloopt. Er wordt daarmee invulling gegeven aan het principe zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c.
de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. In hoofdstuk 4 ‘Relevante (milieu)aspecten’ worden effecten op bovenstaande waarden beschreven. Hieruit blijkt dat de relevante waarden op de planlocatie en het gebied niet worden aangetast. Artikel 3.8 meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 21 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, zoals bedoelt in artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap maakt deel uit van de meerwaardecreatie ter plaatse. De gehele planlocatie wordt herzien. Daarnaast wordt de planlocatie landschappelijk ingepast waarbij gekeken wordt naar de bestaande ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied mogelijk maakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. De toelichting bij een bestemmingsplan bevat een motivering: a. van de wijze waarop de bedoelde verbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd; b. dat de verbetering past binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied. De bedoelde verbetering kan mede betreffen: a. de landschappelijke inpassing van bebouwing, voor zover expliciet vereist op grond van deze verordening; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. activiteiten, gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f.
een fysieke bijdrage aan de realisering van de het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. De uitvoering van kwaliteitsverbetering van het landschap heeft regio West-Brabant vastgelegd in het ‘Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’. Deze notitie geeft aan hoe de gemeenten in de regio West-Brabant naast de toepassing van artikel 3.1 van de Verordening ruimte, ook toepassing geven aan artikel 3.2 van de Verordening ruimte De notitie biedt: ▪ een eenduidig beleidskader voor de West-Brabantse gemeenten met instemming van de provincie NoordBrabant; ▪ de mogelijkheid tot maatwerk voor gemeenten blijft mogelijk om de ‘couleur locale’ te behouden, niet alles wordt dicht getimmerd; ▪ een eenduidige regionale methodiek; ▪ duidelijkheid over hoe de rood-met-groen koppeling kan worden opgenomen in te ontwikkelen bestemmingsplannen in overeenstemming met de Verordening Ruimte. In de notitie zijn een drietal categorieën opgesteld: ▪ Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist.
▪ Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief. ▪ Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. Bepaling categorie Het initiatief bestaat uit het omzetten van de bestemming ‘Wonen’ naar de bestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘hovenier’. Het huidige bouwvlak is niet toereikend voor de bedrijfsvoering van het Hoveniersbedrijf, het bouwvlak dient hierdoor vergroot te worden. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen behorende bij het hoveniersbedrijf worden geconcentreerd binnen het bouwvlak, daarbij wordt zorgvuldig gekeken naar het plaatsen van de nieuwe loods en de locatie van buitenopslag.
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 22 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
In het afsprakenkader ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’ is een onderverdeling gemaakt in drie categorieën. Binnen de categorie 1 en 2 zijn specifieke ruimtelijke ontwikkelingen benoemd, die onder die categorie vallen. Alle overige ruimtelijke ontwikkelingen die niet specifiek benoemd zijn, vallen onder categorie 3. De voorgenoemde ontwikkeling is niet vergelijkbaar met de specifiek benoemde ontwikkeling onder categorie 1 of 2. De ontwikkeling op de planlocatie valt hierdoor in categorie 3. Landschappelijke inpassing In de bijlage aan de regels is het landschapsplan voor de kwaliteitsverbetering van het landschap toegevoegd voor de locatie Schijfsebaan 17. Hierin wordt het beleidskader kwaliteitsverbetering van het landschap beschreven. Daarnaast wordt een motivatie gegeven voor de gekozen landschappelijke inpassing. Het plan dient bij te dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving. De landschappelijke inpassing moet een kwaliteitsverbetering zijn voor het landschap. Op de planlocatie Schijfsebaan is voornamelijk lintbebouwing waar rondom landbouwgronden met open ruimtes en vergezichten aanwezig zijn. Gemeente Rucphen heeft in zijn structuurvisie landschapspakketten opgesteld voor ‘Grensgebied Zundert’, deze pakketten versterken het landschap.
Op planlocatie Schijfsebaan 17 is het landschappelijke elementen ‘Bossingel’ aanwezig. Dit landschapselement wordt aan de westelijke perceelsgrens uitgebreid naar twaalf meter breed zodat het gehele perceel wordt afgeschermd door een ‘Bossingel’. Met dit element blijft niet alleen de bestaande privacy gewaarborgd maar is de nieuw te realiseren schuur landschappelijk kwalitatief verantwoord ingepast. Tevens is er aansluiting met de al bestaande omringde landschapselementen. Achter de schuur wordt het landschapselement ‘Amfibieënpoel’ aangelegd met daar omheen ‘Knotbomen’ . Buiten dat het een verrijking is voor de biodiversiteit wordt de poel ook gebruikt als waterretentie van het terrein. Voor het borgen van het behoud en onderhoud van de toegepaste landschapspakketten is op de planlocatie de bestemming ‘Groen – Landschapselement’ toegevoegd. De beoogde ruimtelijke ontwikkeling voldoet hiermee aan de voorwaarde kwaliteitsverbetering van het landschap. Het plan is hierdoor niet in strijd met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3.4
Provinciaal Milieu- Waterplan Noord-Brabant 2016-2021
Het provinciaal Milieu- Waterplan Noord-Brabant 2016-2021 is eind 2015 in werking getreden. De zorg voor een duurzaam schone en veilige fysieke leefomgeving staat centraal in het Provinciaal Milieu- en Waterplan (PMWP). De Agenda van Brabant plaatst provinciaal beleid in dienst van gezondheid, biodiversiteit, sociale ontwikkeling en een innovatieve, duurzame economie. Het Provinciaal Milieuplan 2012-2015 en het Provinciaal Waterplan 2010-2015 gaven hieraan de afgelopen jaren invulling. Het Provinciaal Milieu- en Waterplan 20162021 integreert de milieu- en de wateropgave. Het zet de nieuwe koers uit voor de provinciale inzet met betrekking tot water, bodem, lucht en de overige milieuaspecten. In paragraaf 4.4.4 komt het aspect water aan bod voor de planlocatie. 3.4
Beleid gemeentelijk niveau
3.4.1
Structuurvisie Rucphen 2030
De gemeenteraad van Rucphen heeft bij besluit van 11 december 2013 de ‘Structuurvisie Rucphen 2030’ vastgesteld. In de ‘Structuurvisie Rucphen 2030’ geeft de raad zijn visie op de ruimtelijke ontwikkelingen. De visie gaat over de leefruimte van het gehele grondgebied van Rucphen. De structuurvisie is het richtinggevende ruimtelijke relevante afwegingskader. De Structuurvisie bestaat uit twee delen: 1. Deel A, de beleidsvisie, bevat onze voornemens en ambities met betrekking op de toekomstige ruimte van Rucphen. 2. De projecten en de haalbaarheid ervan worden behandeld in deel B: het projectenplan. De visie heeft een looptijd tot 2030. Het projectenplan wordt regelmatig geactualiseerd.
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 23 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Visie - Landelijk gebied In het gevarieerd landelijk gebied van de gemeente Rucphen zijn landbouw, extensieve recreatie en beleefbare natuur de hoofdfuncties. Behoud en versterking van het gevarieerd landschap staat voorop. In figuur 9 is een uitsnede van de visiekaart behorende bij de structuurvisie Rucphen 2030 getoond. De planlocatie ligt in het ‘Agrarisch gebied met recreatief medegebruik, behoud cultuurhistorische landschappelijke en natuurwaarden’. In dit gebied zijn hoofdzakelijk de uitgangspunten dat er ruimte is voor de agrarische sector inclusief verbrede landbouw, mogelijkheden voor extensieve recreatie, behoud en herstel cultuurhistorische waarden en bebouwing, instandhouding van de bijzondere historisch structuur, behoud van zandpaden, aanleg van ecologisch verbindingen en het versterken van turfvaarten met ruigtestroken. Voor nieuwe ontwikkelingen geldt dat deze moeten passen binnen de koers van de structuurvisie en het beleid voor het bestemmingsplan Buitengebied. Daarnaast zullen nieuwe initiatieven gepaard moeten gaan met kwaliteitsverbetering van het buitengebied.
Figuur 9: Uitsnede structuurvisie, structuurvisie Rucphen 2030
De beoogde ontwikkeling op de locatie Schijfsebaan 17 draagt bij aan de versterking van gevarieerd landschap. De planlocatie krijgt een passende herbestemming in de vorm van een agrarisch aanverwant bedrijf in de vorm van een hoveniersbedrijf, de huidige oude bedrijfsbebouwing wordt gesaneerd. Hiervoor in de plaats komt een geoptimaliseerd bedrijfsgebouw wat voldoet aan de bouw- en duurzaamheidsaspecten van deze tijd zoals deze nu voorgeschreven worden. Voor de planlocatie is een plan opgesteld in het kader van kwaliteitsverbetering van het landschap. De landschappelijke inpassing is toegevoegd in de bijlage van onderhavig plan. 3.4.2
Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012
Ter plaatse van de planlocatie vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012’ met de daarop volgende herzieningen. De vigerende bestemmingsplannen zijn samengevoegd in het bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Geconsolideerde versie. De planlocatie heeft de bestemming ’Wonen’ met bouwvlak. Over de planlocatie liggen de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – boringvrije zone’, ‘overige zone – archeologische verwachtingswaarde – hoog’, ‘overige zone – archeologische verwachtingswaarde – middelhoog’, ‘overige zone – beperkingen veehouderij’ en ‘vrijwaringszone – radar’. Een gedeelte van het erf ligt in de bestemming ‘Agrarisch’. Het initiatief is om de woonbestemming te wijzigen naar een agrarisch aanverwant bedrijf, in de vorm van ‘hovenier’. Binnen de bestemming ‘Wonen’ is er geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het wijzigen van de bestemming naar ‘bedrijf’ ten behoeve van het hoveniersbedrijf. Omdat het beoogde initiatief niet past binnen de regels van het vigerend bestemmingsplan wordt er gebruik gemaakt van een partiële bestemmingsplanherziening. Voor de uitwerking van het initiatief is zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 3.7.11 van het vigerende bestemmingsplan. Onderstaand is de wijzigingsbevoegdheid weergegeven.
Bestemmingsplan toelichting 180920 | 02-08-2021
Pagina 24 van 50
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
3.7.11 Bedrijf ten behoeve van agrarisch technische hulpbedrijven en/of agrarisch verwante bedrijven Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij de beëindiging van een agrarisch bedrijf de bestemming 'Agrarisch' met de aanduiding 'bouwvlak' te wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' voor het vestigen van een agrarisch technisch hulpbedrijf en/of een agrarisch verwant bedrijf, met dien verstande dat: a. de omvang van een bestemmingsvlak voor een agrarisch technisch hulpbedrijf en/of een agrarisch verwant bedrijf maximaal 1,5 ha bedraagt; b. de activiteiten dienen te passen binnen de bestaande legale vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen; c. overtollige bebouwing, met uitzondering van cultuurhistorische waardevolle bebouwing, dient te worden gesloopt; d. advies ten aanzien van de volwaardigheid van het te vestigen bedrijf wordt gevraagd aan de AAB; e. uitsluitend bedrijven zijn toegestaan die behoren tot de categorieën 1 en 2 van de in bijlage 1 van de regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten; f. wijziging ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie - Ecologische hoofdstructuur' of de aanduiding 'Groenblauwe mantel' niet is toegestaan; g. wijziging ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie - Verbindingszone' is slechts toegestaan wanneer het functioneren van de ecologische verbindingszone niet wordt geschaad; h. buitenopslag niet is toegestaan; i.