14 RWB Trendverkenning RWB en REWIN DEF
Tekst van het document
De extra kosten die hiermee gepaard gaan zullen deels vanuit het
21
Ministerie van EZK, 2018. De positionering van de bio-economie in Nederland.
Europese gemeenschappelijke landbouwbeleid moeten worden gefinancierd, en deels vanuit nationale en provinciale middelen. Ondanks de sterk verbeterende milieuprestaties van hyperefficiënte landbouwbedrijven lijkt de weerstand tegen met name grootschalige veehouderijen te groeien. Geuroverlast en fijnstof blijven een overlastfactor. De industriële schaal roept ongemak op. Mensen redeneren als volgt: “diervoeders worden geïmporteerd, vlees geëxporteerd en de overlast is voor de regio.” Het risico op zoönoses met de onzekerheid daarover maakt mensen ongerust. Daarbij zijn mensen extra alert op zoönoses door de huidige pandemie.
gecombineerd met fruitteelt zoals cranberry bij vernatting van weilanden, of in voedselbossen. Dit zijn voorbeelden van polyculturen, waarbij alle onderdelen van het bedrijf een verdienmodel kennen en samen een ecologisch geheel vormen. Deze manieren van ondernemen zijn allen pionierend. Bedrijven zoeken naar wegen om te verduurzamen buiten het traditionele systeem. Dat trekt ondernemers die open staan voor een onzekere route. Wellicht mede daardoor zoeken deze ondernemers naar alternatieve ketenverbanden en samenwerking met andere sectoren en burgercollectieven.
4.3 Aanpassende schaal van productie 4.2.3 Alternatieve agrarische verdienmodellen en nieuwe ketenverbanden Niche landbouw als boerschappen en voedselabonnementen. Meerdere verdienmodellen als onderdeel van één inkomen. Combinatie met andere sectoren en burgercollectieven. Anderzijds zijn er agrarisch ondernemers die kijken naar alternatieve verdienmodellen. Dit kan zijn via niche landbouw, gericht op kwaliteit en nabijheid, met een afzetmarkt in kosmopolitische steden. Dergelijke niche landbouw kan zijn opgezet als zogenaamde boerschappen met een coöperatiestructuur en voedselabonnementen. Ook zijn er bedrijven met een tak in de congressen- en vrijetijdseconomie of in de zorg. Alternatieve verdienmodellen kunnen worden gezocht in experimenten met lichtgewicht melkvee (Jersey’s, Lakevelders) 22
“Does it scale?” is dé vraag die tech-investeerders stellen.
24 / 62 / Verduurzaming sectoren
Schaalvergroting en slimme, geautomatiseerde systemen. Inzet op grootschalige gerobotiseerde productie en distributie. Duurzame circulaire ketens. Verschillende schaalniveaus van nabijheid van ketenpartners. Flexibilisering proces noodzaak. Slimme, geautomatiseerde systemen zijn bij uitstek bedoeld om schaalvergroting mogelijk te maken.22 Robotisering is in opmars in de distributiecentra en maakt het onder andere mogelijk om de factor arbeid sterk terug te dringen, het aantal vierkante meters optimaal te benutten en / of uit te breiden en zo doende meer klanten te kunnen bedienen. Deze inzet op grootschalige gerobotiseerde productie en distributie is van belang voor de regionale concurrentiepositie van de provincie Noord-Brabant en de regio West-Brabant in noordwest Europa.
Daarnaast zien we bij duurzame circulaire ketens bovendien het voordeel van regionale nabijheid van ketenpartners. Hier speelt het aspect van pionieren en al doende leren hoe een duurzame circulaire keten optimaal kan functioneren. Dan is het aantrekkelijk om de hele keten van innovatie, design, product, verwerking en distributie bijeen te brengen, waarbij grote en kleine spelers elkaar aanvullen wat betreft (productie)mogelijkheden en wendbaarheid. Digitalisering en nabijheid helpen om schakels in de ketens optimaal op elkaar aan te sluiten. Hierbij dient te worden opgemerkt dat verschillende schaalniveaus van nabijheid denkbaar zijn. Naast (inter)regionaal kan dit ook provinciaal, landsdelig of zelfs vanuit hechte samenwerking tussen regio’s in de EU. Bij al deze ontwikkelingen zien we een toegenomen noodzaak om flexibel productie te kunnen op- en afschalen. De Cononacrisis heeft dit besef nog sterker doen groeien. Mogelijke onderbrekingen in de voorziening van water, energie, grondstoffen en andere materialen zijn in een onzekere wereld steeds realistischer te noemen. Ook de beschikbaarheid van arbeidskrachten is een onzekerheid, waardoor het gunstig is om werknemers te trainen op brede inzetbaarheid. Dergelijke ontwikkelingen pleiten voor verder gaande flexibilisering en bedrijven die deze trend oppakken zijn in een voordeel.
4.4 Samenwerken in business ecosystemen en interregionale logistiek Risico: Het wegtrekken van spelers en talentvolle medewerkers, door concurrentie van buiten. Toekomstbestendige business
25 / 62 / Verduurzaming sectoren
ecosystemen innoveren, verduurzamen, zijn kosteneffectief, bieden aantrekkelijke werkgevers en zijn maatschappelijke ingebed. Het wegtrekken van spelers en talentvolle medewerkers, door concurrentie van buiten, is een risico voor verzwakking van het business ecosysteem. Dit geldt niet alleen voor de sector logistiek, maar voor allerlei sectoren en ook cross-sectoraal. Schaalvergroting gaat samen met een toename van de interregionale logistiek. Grootschaligheid draagt bij aan verbetering van efficiëntie en effectiviteit van waardeketens. De consumentgerichte distributieketens zijn gericht op de welvarende metropolitane afzetmarkten ten noorden (Rotterdam), ten oosten (Brabantse steden) en ten zuiden (Antwerpen) van West-Brabant. De industriegerichte distributieketens worden gestimuleerd door reshoring en multischoring, om onderbreking van de aanvoerketens te verminderen. Deze ontwikkelingen in de processen van grote bedrijventerreinen en hun logistiek kunnen alleen tot stand komen dankzij innovatieve technologieën. Toekomstbestendige business ecosystemen en (inter)regionale ketens in agrofood & biobased, logistiek en chemie hebben met elkaar gemeen dat ze sterk innoveren om te verduurzamen, kosteneffectiviteit te bereiken, aantrekkelijke werkgevers te zijn, en maatschappelijke ingebed te zijn.
4.5 Van ‘just in time’, naar ‘just in case’: reshoring, in house design, nieuwe circulaire ketens en interregionale samenwerkingsverbanden Toename van interregionale logistiek. Consumentgerichte distributieketens voor welvarende afzetmarkten. Industriegerichte distributieketens gestimuleerd door reshore/multishore (voorkomen onderbreking in de keten) Vraagstukken rondom reshoring zijn met name relevant voor de Zeehaven- en het Industrieterrein Moerdijk als regionale hotspot in de shortsea-strategie. Wanneer meer wordt ingezet op reshoring van bepaalde productieketens heeft dat gevolgen voor de inzet van RWB en REWIN om dit op allerlei manieren te faciliteren. Om efficiëntie in de productieketen te bewerkstellingen en kosten te verlagen is sinds de jaren zestig de ‘just in time’ methode in zwang. Ieder bedrijf, als schakel in een productieketen, levert net voldoende om aan de vraag te voldoen, waardoor bedrijven minimale voorraden hoeven aan te houden en het risico op cashflow-problemen beperkt kunnen houden. De Coronacrisis heeft laten zien dat bedrijven kwetsbaar zijn als ze te sterk op deze methode leunen en met een beperkt aantal toeleveranciers samenwerken. Vooral bij de medische hulpmiddelen zijn de nadelen (tijdelijk) evident geweest. Het alternatieve principe ‘just in case’ bevoorrading werd hierdoor aantrekkelijker.
Hier gaat men uit van goede relaties met meerdere toeleveranciers, bij voorkeur regionaal.
26 / 62 / Verduurzaming sectoren
De problemen die in China waren ontstaan door tijdelijke sluiting van productiefaciliteiten vanwege Corona heeft velen nog nadrukkelijker doen beseffen dat afhankelijkheid van intercontinentale toeleveranciers risicovol is. Robotisering en digitalistering van productie brengt de kosten van de factor arbeid omlaag en reduceert het risico op een tekort aan arbeidskrachten. Door eigen ontwerp van bijvoorbeeld onderdelen is men minder afhankelijk van een specifieke leverancier en kan de productie aan een breder aantal fabrikanten worden uitbesteed. In de maakindustrie biedt dit voordelen en kan er sneller worden ingespeeld op veranderingen in vraag en aanbod. Reshoring kan betekenen dat bijvoorbeeld chemische industrie een grotere ruimtevraag en emissievraag zou kunnen krijgen. Dit stelt weer nieuwe uitdagingen voor het uitwerken van circulaire waardeketens en interregionale samenwerking met o.a. de Smart Resource Delta.
4.6 Ruimtelijke risico’s van ‘verdozing’ Grootschaligheid van bedrijventerreinen en andere productielocaties en infrastructuur hebben gevolgen voor de beleving van het landschap (versnippering en verdozing) en de ruimtelijke transitieopgaven. De keerzijde van grootschaligheid van bedrijventerreinen en andere productielocaties en infrastructuur is dat het, net als windmolens, zonneweides en andere energie-infrastructuur, gevolgen heeft voor de beleving van het landschap (versnippering en verdozing) en de ruimtelijke transitieopgaven. De beleving van het landschap heeft impact op de aantrekkelijkheid van het gebied
voor wonen en recreatie, en daarmee op de economie van de regio. Het al dan niet tijdig en doeltreffend aanpakken van transitieopgaven heeft gevolgen voor de kosten die als nog moeten worden gemaakt voor doelen zoals klimaatadaptatie, emissies terugdringen (o.a. stikstof en broeikasgassen), de beschikbaarheid van zoet water en instandhouding van natuur.
27 / 62 / Verduurzaming sectoren
5 Verbreding van economische sectoren, beroepen van de toekomst De samenleving en economie zijn aan het veranderen. Behalve de traditionele sectoren, zoals agro-food en high-tech systems, zijn meer mensen geïnteresseerd in allerlei vormen van creatieve dienstverlening. Vrijetijdseconomie en belevingseconomie worden steeds belangrijker. Digitale technologie krijgt een steeds grotere rol in ons leven, zowel privé als in alle economische sectoren. Dit heeft gevolgen voor beroepen in de nabije toekomst en de opleidingen die mensen daarop voorbereiden.
5.1 Creatieve dienstverlening als katalysator voor allerlei sectoren De creatieve industrie is samen de ICT-sector de belangrijkste aanjager geweest van de economie in de afgelopen jaren. Vooral in steden. Dit pleit voor verdere inzet op verstedelijking in en rondom Breda. De landsgrens lijkt geen grote drempel voor samenwerking. De creatieve industrie is samen de ICT-sector de belangrijkste aanjager geweest van de economie in de afgelopen jaren.23 Ondanks dat Breda niet in de Top 10 staat van hoogste percentage banen in de creatieve industrie, is de banengroei in die sector in Breda de afgelopen tien jaar wel een van de hoogste geweest.24 Dit pleit voor verdere inzet op verstedelijking in en rondom Breda. Vooral op gebied van digital design vindt, in Nederland en in de 23
Stichting Media Perspectives, 2019. Monitor creatieve industrie. Deze trend wordt ook genoemd in de Agenda Binnenstad Breda 20162018.
regio Breda, veel innovatie en groei plaats. De regio wil actief kruisbestuivingen tussen creatieve sectoren en bestaande industrie stimuleren om nieuwe energie los te woelen.25 In lijn met de strategie van verslimmen is creatieve dienstverlening als regionale activiteit daarmee onderdeel van de Economische Agenda. Daarbij valt op dat de creatieve industrie een belangrijke aanjager van innovaties in andere sectoren van de economie is. Regionale samenwerking en kruisbestuiving gebeurt o.a. op basis van nabijheid, zoals in het geval van Breda en Tilburg, maar ook Breda en Rotterdam. De landsgrens lijkt voor creatieve dienstverleners geen grote drempel voor samenwerking, zoals blijkt voor de regio’s Breda en Antwerpen. Onduidelijk is nog wat de gevolgen van de Coronamaatregelen zullen zijn voor samenwerking. Wellicht wordt digitale samenwerking intensiever. Afhankelijk van maatregelen op gebied van thuiswerken zouden ontmoetingsplekken (als hub waar creatieve en ondernemende mensen uit allerlei sectoren elkaar ontmoeten) tijdelijk minder bezocht kunnen worden.
5.2 Groeiend belang van vrijetijdseconomie Erfgoed is een belangrijk thema voor bezoek. Investeren in erfgoed, onderhoud en toegankelijkheid voor publiek, lonen zich in termen van toeristische bezoeken. Ook natuur en landschap trekt toeristen.
25
24
28 / 62 / Verbreding van economische sectoren, beroepen van de toekomst
Agenda Binnenstad Breda 2016-2018
De vrijetijdseconomie en het aantal toeristische overnachtingen en vakanties in de provincie Noord-Brabant is de laatste jaren toegenomen.26 Dit betreft zowel short breaks, familievakanties, buitenlandse bezoeken, congressen en festivals. De Coronacrisis zal mogelijk de laatste twee / drie categorieën in de weg staan, maar daarentegen hebben de reisbeperkingen vakantie in eigen land extra populair gemaakt. De warme zomers van de laatste jaren staan fris in het geheugen, wat een extra impuls kan zijn voor vakantie in West-Brabant. Bovendien is de populariteit van korte tripjes in eigen land toegenomen doordat meer mensen flexibele werktijden hebben. West-Brabant trekt van oudsher bezoekers uit de zuidelijke Randstad die voor een groot deel overnachten op campings en vakantieparken. Onderzoek laat zien dat de vitaliteit van de vakantieparken beter kan.27 Een nog aantrekkelijker aanbod zou wellicht nieuwe segmenten van bezoekers en grotere aantallen kunnen aantrekken. Ook zouden meer hotelkamers kunnen helpen bij de groei van het aantal toeristen. Vanuit de landelijke visie op toerisme 2030 wordt ingezet op regionale spreiding en ‘bestemmingenmanagement’, buiten de meest bekende toeristische hotspots.28 Aansprekende thema’s zoals ‘Van Gogh’ helpen om mensen de weg te vinden en nieuwe plekken te ontdekken. Door samenwerking tussen Zeeland en 26
Bureau voor Ruimte en Vrije tijd, 2018. Kwantitatieve gegevens monitoring vrijetijdseconomie Noord-Brabant. 27 ZKA Leisure Consultants, 2018. Vitaliteitsonderzoek verblijfsrecreatie Noord-Brabant. 28 NBTC, 2019. Perspectief 2030. Bestemming Nederland.
West-Brabant kunnen de regio’s samen bezoekers inspireren bij het plannen van hun bezoek. Erfgoed is een belangrijk thema voor bezoek. Investeren in erfgoed, onderhoud en toegankelijkheid voor publiek, lonen zich in termen van toeristische bezoeken.29 De Zuiderwaterlinie, biedt kansen voor het aantrekken van toerisme.30 Via samenwerking tussen gemeenten en ondernemers zou de toeristische waarde van de Zuiderwaterlinie meer onder de aandacht kunnen worden gebracht. Al dan niet in combinatie met erfgoed zijn natuur en landschap toeristentrekkers, van de Biesbos-Haringvliet tot de Brabantse wal. Via fietsroutes en Natuurpoorten kunnen mensen het landschap verkennen. Tot slot, de Coronacrisis maakt ontwikkelingen op gebied van festivals en evenementen uiterst onzeker.
5.3 Onderwijs: voorbereiden op de beroepen voor (over)morgen De toekomst van werk gaat veranderen door robotisering en digitalisering. De huidige vraag naar laaggeschoolde arbeid gaat afnemen. Leven lang leren. Slag maken naar een vernieuwde kennisinfrastructuur. De toekomst van werk gaat veranderen door robotisering en digitalisering. De huidige vraag naar laaggeschoolde arbeid is in
29
Dynamic Concepts Consultancy, 2017. Regio West-Brabant. Bijdragepotentie VTE sector. 30 De Zuiderwaterlinie is de oudste waterlinie van Nederland en verbindt elf Brabantse vestingsteden en hun ommeland.
29 / 62 / Verbreding van economische sectoren, beroepen van de toekomst
West-Brabant met name groot in de agrofood en de logistiek.31 Deze arbeidsbehoefte zal door digitalisering veranderen richting een groeiende vraag naar middelbaar geschoolde arbeid. Dat vraagt om andere vaardigheden op alle opleidingsniveaus. Werkenden zullen het “leven lang ontwikkelen” moeten omarmen. De provincie heeft in 2020 geconstateerd dat opleidingen op dit moment nog niet bieden wat het bedrijfsleven nodig heeft.32 Het actieplan van de provincie zet in op flexibel onderwijsaanbod dat aansluit op de leer- en ontwikkelbehoefte en op de vraag op de arbeidsmarkt. Voor de toekomst van talent zijn creatieve en culturele opleidingen interessant, aangezien ze afstudeerders leveren die wendbaar zijn en in allerlei segmenten van de economie en samenleving bijdragen aan innovaties en vernieuwende oplossingen.33 HBO-instellingen, zoals de HAS Den Bosch, hebben de afgelopen jaren actief samenwerking gezocht met de regio voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. De ambitie van landelijke en regionale Human Capital Agenda’s is om drempels weg te nemen waardoor samenwerking tussen bedrijven en beroepsgerichte opleidingen op MBO en HBO sterk is verbeterd. Om deze doelen tijdig te behalen en economisch impact te maken lijkt extra inzet van de Triple Helix nodig te zijn om de slag te maken naar een vernieuwde kennisinfrastructuur.
op afstand volledig doorgebroken. Echter, praktijkgericht onderwijs is hier nauwelijks mee gebaat. Langdurende Coronamaatregelen zouden daarom negatief kunnen uitpakken voor de doorstroom van praktijkgerichte leerlingen naar de werkvloer, waarbij deze praktisch geschoolde krachten steeds meer te maken krijgen met digitalisering en robotisering in hun werkzaamheden. Digitalisering draagt bij aan flexibele vormen van onderwijs, denk aan het volgen van lesmodules met streams die kunnen worden terug gekeken. Ook voor gastdocenten, uit het bedrijfsleven en de overheid, is die flexibiliteit gunstig voor hun inzetbaarheid in het onderwijs. Dit is onder andere het resultaat van een succesvolle Triple Helix aanpak in het onderwijs waar inmiddels al meer dan een decennium ervaring mee is opgedaan.
Digitalisering van het onderwijs maakt dat er meer varianten van Blended Learning mogelijk worden. Door de Coronacrisis is leren 31
Wise up consultancy, 2019. Internationale werknemers in de toekomstige arbeidsmarkt van regio West-Brabant.
32
Provincie Noord-Brabant, 2020. Talent voor de kenniseconomie van morgen. Actieplan arbeidsmarkt 2020 – 2023. 33 Stichting Media Perspectives, 2019. Monitor creatieve industrie.
30 / 62 / Verbreding van economische sectoren, beroepen van de toekomst
6 Demografische en maatschappelijke trends met impact op de economie De bevolking is aan het veranderen, ook in West-Brabant. Hier benoemen we enkele demografische en maatschappelijke trends die economische gevolgen hebben.
6.1 Dubbele vergrijzing plus krimpende beroepsbevolking De bevolking wordt steeds ouder. De levensverwachting van ouderen wordt steeds hoger. West-Brabant vergrijst zonder extra (inzet op) groei van inwonertal sneller dan het landelijk gemiddelde. Het aantal volwassenen onder de 65 neemt sterk af. De verhouding werkenden en niet-werkenden wordt daarmee extra ongunstig beïnvloed, hetgeen versterkt wordt door de ’trek naar de steden’. In de provincie Noord-Brabant zet de vergrijzing door tot ongeveer 2040. West-Brabant vergrijst zonder extra (inzet op) groei van inwonertal sneller dan het landelijk gemiddelde. De levensverwachting stijgt waardoor het aantal ouderen, en vooral in de hoogste leeftijdsgroepen, zal toenemen. Tegelijkertijd zal ook het aantal volwassenen onder de 65 sterk afnemen.34 De verhouding werkenden en niet-werkenden wordt daarmee extra ongunstig beïnvloed, hetgeen versterkt wordt door de ‘trek naar de steden’ (zie verder). Nu al lijkt de instroom van schoolverlaters op de arbeidsmarkt te zijn gestagneerd.35 Hierdoor hebben we te 34
Provincie Noord-Brabant, 2017. De bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant Actualisering 2017.
maken met een krimpende beroepsbevolking. Deze trends en prognoses onderstrepen de urgentie van investeren in groei van inwoners, verstedelijking en economie. Als arbeidsplaatsen niet vervuld worden heeft dat immers impact op de economie van West-Brabant. Robotisering kan op sommige plekken antwoord bieden. Daarnaast zal dit de discussie over het aantrekken van (tijdelijke) arbeidsmigranten en kenniswerkers aanwakkeren. Tot slot verscherpt het krimpende arbeidsaanbod de noodzaak om opleidingen beter op de arbeidsmarkt te doen aansluiten, nu en in de nabije toekomst.
6.2 Mondigheid van burgers, burgerschap en energieke samenleving, maar ook polarisatie van meningen en ruwe omgangsvormen Burgers slaan vaker de handen ineen voor oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken in hun eigen buurt. Burgers als onderdeel van de Triple Helix aanpak. Ook polarisatie en verruwing. De platform-economie, sociale media en het hogere opleidingsniveau zijn factoren die maken dat burgers vaker de handen ineen slaan (strategie van verbinden) om oplossingen uit te werken voor maatschappelijke vraagstukken in hun eigen buurt. Overheden stimuleren burgers bovendien actief om zelf zaken aan te pakken. Overheden ondersteunen en faciliteren burgers bij buurtprojecten bijvoorbeeld met kleine subsidies, expertise en het 35
Zie: Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Project Onderwijs-Arbeidsmarkt (POA)
31 / 62 / Demografische en maatschappelijke trends met impact op de economie
(tijdelijk) beschikbaar stellen van grond of gebruiksruimtes. Het zogenaamde right to challenge, in het Nederlands uitdaagrecht, is door overheden aangegrepen om burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties taken van de overheid te laten overnemen als ze denken dat ze het beter kunnen. Burgers worden actief betrokken in het meedenken bij subsidieaanvragen. Ook in de context van EU projecten en programma’s wordt er meer gekeken naar burgers als actieve actoren bij transitieopgaven. In de praktijk zijn burgers onderdeel geworden van de Triple Helix aanpak, die inmiddels dus Quadruple Helix genoemd kan worden. De ontwikkeling van actief burgerschap en een oplossingsgerichte aanpak van betrokken burgers wordt door het PBL de Energieke Samenleving genoemd en kan een rol spelen bij het versnellen van de transitieopgaven.36 De mondigheid van burgers kent ook een donkere zijde. Meningen op emotioneel gevoelige onderwerpen staan steeds vaker lijnrecht tegenover elkaar. De omgangsvormen, online en offline, zijn harder geworden. Ernstige bedreigingen richting politici, ondernemers in de intensieve veehouderij en anderen lijken gewoner te worden. In een onzeker tijdperk waarin veel staat te veranderen is het des te belangrijker geworden om mensen mee te nemen en aandacht te geven aan hun zorgen en onzekerheden.
Polarisatie en verruwing van de omgangsvormen leidt niet alleen tot verslechtering van het sociale klimaat, maar ook tot vertraging van maatregelen en besluiten over bijvoorbeeld infrastructuur.
36
PBL, 2011. Signalenrapport ‘De energieke samenleving. Op zoek naar sturingsfilosofie voor een schone economie’.
6.3 Aantrekkingskracht van steden, gevolgen Coronacrisis Het landelijk gebied in de regio West-Brabant is potentieel aantrekkelijk voor forensen. Jongeren trekken weg naar de steden vanwege opleidingen en goede baanbereikbaarheid. Gezinnen komen nauwelijks terug naar het landelijke gebied. Waardoor dit gebied extra hard vergrijsd. Het landelijk gebied in de regio West-Brabant is potentieel aantrekkelijk voor forensen, vooral wanneer die maar een paar dagen per week op locatie hoeven te zijn. De regio ligt midden tussen Rotterdam-Antwerpen en Brabantstad, waardoor de baanbereikbaarheid relatief hoog is. Dit biedt kansen voor beleid om inwoners aan te trekken en vergrijzing en leegloop te voorkomen. Vergrijzing in West-Brabant speelt het sterkste in landelijke gebieden, zoals West-Brabant Noord. Jongeren trekken weg naar de steden vanwege opleidingen en goede baanbereikbaarheid. Gezinnen komen nauwelijks terug.37 De toenemende gelijkheid tussen mannen en vrouwen maakt dat banenkansen voor beide partners meewegen in de woonplaatskeuze, waardoor landelijk gebied eerder afvalt. In dergelijke vergrijsde gebieden daalt de arbeidsparticipatie en stijgt de zorgbehoefte. Mogelijk ontstaat als gevolg van de Coronacrisis een trendbreuk t.a.v. de aantrekkelijkheid van steden als woonplaats voor gezinnen. Nu het voor mensen met een kantoorbaan niet meer 37
Rabobank, 2018. Regioscan West-Brabant Noord.
32 / 62 / Demografische en maatschappelijke trends met impact op de economie
nodig is om dagelijks op kantoor te zijn, wordt het aantrekkelijk om in het landelijk gebied te wonen waar de huizen doorgaans beter betaalbaar zijn. Mensen die vanwege een opleiding zijn verhuisd naar een stad, hebben in de volgende levensfase (een jong gezin) de behoefte aan groter wonen, vaak bij voorkeur in de buurt van hun eigen ouders. Deze groep zal het meest geneigd zijn om vanuit de stad terug te verhuizen naar het landelijk gebied. Deze leeftijdsgroep is doorgaans digitaal ervaren en maakt, zowel professioneel als sociaal, gebruik van de kansen van online connectiviteit. Voor mensen die wel in de stad willen wonen heeft Breda, naast de overige Brabantse steden oostelijk van Breda, een eigen brede basis in werkgelegenheid en heeft zich de laatste jaren niet voor niets heel succesvol ontwikkeld als woonstad voor hoogopgeleide professionals waarvan een van de partners (soms ver) buiten Breda werkt. Mogelijk neemt het aantal professionals die in Breda wonen en buiten de stad werken de komende jaren verder toe.
33 / 62 / Demografische en maatschappelijke trends met impact op de economie
7 Arbeidsmarkttrends 7.1 Krapte en mismatch op de arbeidsmarkt Krappe arbeidsmarkt. Deels is dit conjunctureel bepaald. Deels spelen er structurele factoren zoals vergrijzing, krimpende beroepsbevolking. De vraag naar allerlei arbeidskrachten en voor technisch geschoolde arbeidskrachten neemt toe. Leven Lang Leren. West-Brabant kent een krappe arbeidsmarkt. Deels is dit conjunctureel bepaald. Deels spelen er structurele factoren zoals vergrijzing, krimpende beroepsbevolking en een mismatch op de arbeidsmarkt. De vraag naar allerlei arbeidskrachten en voor technisch geschoolde arbeidskrachten neemt toe in West-Brabant. Het aanbod was al langer krap en dit heeft geleid tot een groeiend aantal openstaande vacatures bij een breed spectrum van beroepen en sectoren.38 De Coronacrisis brengt maar beperkt verschil in de regionale mismatch op de arbeidsmarkt. Die zou zelfs kunnen toenemen omdat in sommige sectoren, zoals in de logistiek, het werk niet afneemt en zelfs groeit.39
crisisprogramma / bijscholingsprogramma “Nederland leert door” is onderdeel van het verlengde maatregelenpakket40 tijdens de Coronacrisis.
7.2 Flexibilisering van werk: toename zzp’ers, vaste baan minder vanzelfsprekend, scholing en nieuwe vaardigheden van belang voor een ieder Het aantal flexwerkers in de afgelopen vijftien jaar toegenomen van 1,1 naar 2 miljoen mensen. De WRR signaleert dat nieuwe technologie, flexibilisering en intensivering van werk (werkdruk) grote gevolgen gaat hebben voor de arbeidsmarkt. Volgens het CBS en TNO is het aantal flexwerkers in de afgelopen vijftien jaar toegenomen van 1,1 miljoen naar 2 miljoen mensen.41 Flexwerkers hebben geen vast contract of een contract met variabele uren. Er zijn verschillende vormen van flexwerk en dat kunnen zowel werknemers zijn als zelfstandigen. Technologisering vraagt om nieuwe vaardigheden. Flexwerkers zijn veelal op zichzelf aangewezen voor scholing en de juiste werkervaring om nieuwe vaardigheden te leren beheersen.
De Commissie regulering van werk, o.l.v. Hans Borstlap, benoemt het belang van bijscholing als oplossingsrichting voor de problemen op de arbeidsmarkt. Het Ministerie van OCW ziet Leven Lang Leren als belangrijke trend voor de toekomst. Het
De WRR signaleert dat nieuwe technologie, flexibilisering en intensivering van werk (werkdruk) grote gevolgen gaan hebben voor de arbeidsmarkt.42 De Raad stelt dat goed werk voor iedereen essentieel is voor de brede welvaart. Volgens de WRR zou dit dé
38
41
39
42
Regio in beeld, 2019. West-Brabant perspectief op werk. ABN-AMRO, 2020. Economisch Bureau & Sector Research | 5 juni 2020. 40 Rijksoverheid, 20 mei 2020. Verlenging en aanpassing regeling tegemoetkoming loonkosten (NOW).
34 / 62 / Arbeidsmarkttrends
CBS / TNO, 2019. Flexbarometer. WRR, 2020. Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht.
belangrijke maatschappelijke opdracht moeten zijn voor bedrijven, instellingen, sociale partners en de overheid.
7.3 Arbeidsmigratie en buitenlandse seizoenswerkers, vergrijzing in de EU De onmisbaarheid van arbeidsmigranten zal toenemen naarmate de vergrijzing voortschrijdt en de demografische ontwikkelingen al maar ongunstiger wordt. Mogelijke verschuiving van arbeidsmigranten uit Oost-Europa naar Midden-Oosten en Afrika. In sommige gemeenten wonen nu al relatief veel arbeidsmigranten. Deze mensen werken voornamelijk in de agrofood en logistiek. De vraag naar arbeidsmigranten zal in de toekomst niet minder worden. De onmisbaarheid van arbeidsmigranten zal toenemen naarmate de vergrijzing voortschrijdt en de demografische druk (door de daling in het aantal mensen in de leeftijdscategorie van werkenden) al maar ongunstiger wordt. Ondanks robotisering is er in de agrofood en tuinbouw, en op distributielocaties een grote behoefte aan praktische arbeidskrachten. Die behoefte lijkt nog verder te gaan toenemen. Aangezien de vergrijzing in Midden- en Oost-Europa eveneens doorzet, en arbeidskrachten kunnen kiezen welke lidstaat voor hen meest aantrekkelijk is om te werken, is een oplopend tekort aan arbeidskrachten niet ondenkbaar. De Coronacrisis heeft laten zien dat bepaalde segmenten zoals de fruitteelt in problemen kunnen komen als er onvoldoende
43
Universiteit Tilburg, 2019. Arbeidsmigratie in Noord-Brabant, de markt en de mensen(handel).
35 / 62 / Arbeidsmarkttrends
buitenlandse arbeidskrachten tijdens de oogstperiode kunnen worden aangetrokken. Als door vergrijzing en de aantrekkingskracht van andere regio’s structureel onvoldoende Midden- en Oost-Europese arbeidskrachten kunnen worden geworven, dan zouden Nederland en andere lidstaten mogelijk verder naar het Midden Oosten en Aziatische landen kunnen gaan kijken voor tijdelijke arbeidsmigranten. Dergelijke tekorten zouden ook de discussie over tijdelijke Afrikaanse arbeidsmigranten kunnen veranderen. Nu zijn tijdelijk arbeidsvisa voor hen nagenoeg onmogelijk.
7.4 Huisvesting van arbeidsmigranten, een slepend vraagstuk Op dit moment zijn er onvoldoende verblijfsplekken voor arbeidsmigranten. Het tekort aan woonruimte beïnvloedt het aanbod van arbeidskrachten negatief. Migranten vestigen zich liever in regio’s waar wel passende woonruimte beschikbaar is. Op dit moment slaagt West-Brabant er onvoldoende in om verblijfsplekken te realiseren voor arbeidsmigranten.43 Het draagvlak bij gemeenten is wisselend. Sommige gemeenten zetten zich actief in voor betere (tijdelijke) huisvesting, maar ervaren soms druk van inwoners om geen woningen voor arbeidsmigranten in hun nabije omgeving te bouwen. Dit soort spanningen laten zien dat arbeidsmigratie ook gaat over een plek vinden in Nederland, en over samenleven met verschillende
bevolkingsgroepen. Gemeenten kunnen daarop actief beleid maken, zodat in de toekomst dergelijke problemen wel kunnen worden opgelost. Ondermaatse huisvesting van arbeidsmigranten is als probleem al langere tijd erkend, vooral voor shortstay en midstay. In 2012 was de ambitie om in 2020 alle arbeidsmigranten te huisvesten en te laten participeren in de regio.44 Dat is niet gelukt. Onder de uitzendbureaus die als werkgever ook voor de huisvesting zorgen, blijken nog altijd geregeld voorbeelden te zijn van bureaus die hun zaken niet op orde hebben. Midden- en Oost Europese arbeidsmigranten worden de laatste jaren mondiger en schakelen de media in om verhaal te doen, zodat dit vraagstuk regelmatig aandacht krijgt. Vanwege de emoties die hierbij gepaard gaan, draagt de extra media-aandacht bij aan het risico op polarisering rond dit thema. Het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, o.l.v. Emile Roemer, adviseert om de eisen aan uitzendbureaus te verhogen. Gemeenten zouden een vergunning kunnen invoeren voor verhuurders van woonruimte om te kunnen ingrijpen bij ondermaatse huisvesting. Ook zouden zij in bestemmingsplannen meer ruimte kunnen geven voor de bouw van woningen voor arbeidsmigranten.45
wel passende woonruimte beschikbaar is. Gezien de structurele aard van het huisvestingsvraagstuk en het belang van arbeidsmigranten voor de regionale economie adviseren onderzoekers dat de gemeentelijke afdelingen economie en wonen de beleidsdomeinen samennemen. Arbeidsmigranten hebben immers vanuit hun werk een relatie met de gemeente.47
7.5 Toenemende diversiteit bevolkingssamenstelling, arbeidsmarktdiscriminatie en actieve jacht op kenniswerkers De diversiteit van de bevolking en het aantal inwoners met een migratieachtergrond zullen richting 2050 verder toenemen. Tegen gaan van arbeidsmarktdiscriminatie. Talent zoekt goed regionaal woon- en leefmilieu als vestigingsplaats.
Het huidige tekort aan woonruimte beïnvloedt het aanbod van arbeidskrachten negatief.46 Zij vestigen zich liever in regio’s waar
De diversiteit van de bevolking en het aantal inwoners met een migratieachtergrond zullen richting 2050 verder toenemen.48 Mogelijke uitbreiding van de EU, de instroom van arbeids- en studiemigranten en kenniswerkers, o.a. uit Latijns Amerika en Azië, en vluchtelingen uit het Midden-Oosten maken dat de diversiteit van migratieachtergronden toeneemt. Anno 2020 is er nog sprake van discriminatie op de arbeidsmarkt, al tonen diverse
44
46
Den Haag, 28 maart 2012. Nationale Verklaring van partijen betrokken bij de (tijdelijke) huisvesting van EU-Arbeidsmigranten. 45 Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, 30 oktober 2020. Geen tweederangsburgers. Aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland tegen te gaan.
36 / 62 / Arbeidsmarkttrends
Wise up consultancy, 2019. Internationale werknemers in de toekomstige arbeidsmarkt van regio West-Brabant. 47 Het Pon & Telos, 2020. Arbeidsmigratiecijfers in Brabant. 48 CBS, 2020. Verkenning bevolking 2050.
onderzoeken geen eenduidig beeld.49 Het kabinet heeft het Actieplan Arbeidsmarktdiscriminatie ontwikkeld, bedoeld om discriminatie op de arbeidsmarkt tegen te gaan en een inclusieve werkomgeving te stimuleren. Naarmate de werkende bevolking steeds meer cultureel divers wordt, zullen de discriminatievraagstukken wellicht veranderen en discriminatie tegen specifieke groepen meer of minder in het oog springen. Sommige regio’s, zoals Eindhoven, werven actief kenniswerkers met schaarse expertise van over de hele wereld. Zij geven niet alleen een economische boost aan de regio, ze brengen ook meer diversiteit onder de bevolking. Dit is de essentie van de Regiodeal met de Rijksoverheid die als doel heeft te zorgen dat voorzieningen op concurrerend niveau komen met andere Europese high-tech regio’s zoals de regio München. Een goed regionaal woon- en leefmilieu is cruciaal om aantrekkelijk te zijn als vestigingsplaats. Hoogopgeleide internationale kenniswerken hebben het voor het kiezen en vestigen zich graag in een gebied met een prettig cultureel klimaat, een mooie leefomgeving, goede scholen en voorzieningen. Daarnaast helpt het expats bij hun keuze voor een regio als ze welkom worden geheten en op weg worden geholpen door een regionaal Expat Center.
7.6 Radicale innovatie, kunstmatige intelligentie en verwachte impact op arbeid
verandert de vraag naar arbeid (minder vraag of vaker een hoger niveau van kennis en vaardigheden nodig). De RWB heeft laten onderzoeken op welke manier digitalisering en automatisering de beroepen gaat veranderen in de sectoren logistiek, agrofood & biobased, maintenance en zorg.50 De snelle ontwikkeling in digitale technologie en kunstmatige intelligentie is een van de invloeden die voor grote veranderingen zorgen. Door digitalisering is op sommige vlakken minder arbeid nodig. Maar op veel andere vlakken verandert de rol van de medewerker en in vaker een hoger niveau van kennis en vaardigheden nodig. De ambities op de energietransitie en biobased economy hebben eveneens invloed, net als de eerder besproken veranderde verhoudingen tussen werkgevers en werknemers. De nadruk op digitale vaardigheden maakt bovendien dat werknemers gemakkelijker dan voorheen tussen sectoren kunnen wisselen. Al deze ontwikkelingen hebben implicaties voor de kennisinfrastructuur om te zorgen dat bij de transitie naar verregaande digitalisering een goede match is met kennis- en vaardigheden van arbeidskrachten. Bij logistiek kan automatisering in distributiecentra een hoge vlucht nemen, maar is voorlopig nog beperkt flexibel waardoor arbeid nog steeds een belangrijke factor is.
Voor vrachtwagenchauffeurs zou platooning kunnen betekenen dat een deel van de vrachtwagens binnen een aantal jaar meer autonoom
Grote verandering door de snelle ontwikkeling in digitale technologie en kunstmatige intelligentie. Door digitalisering 49
Panteia, 2020. Herhaling virtuele praktijktests arbeidsmarktdiscriminatie.
37 / 62 / Arbeidsmarkttrends
50
Wise up consultancy, 2019. Internationale werknemers in de toekomstige arbeidsmarkt van regio West-Brabant.
zou kunnen rijden. Echter, de infrastructuur is daar nog lang niet klaar voor. De agrofoodsector is een van de meest innovatieve sectoren in de Nederlandse economie. Onder smart farming worden allerlei innovaties verstaan, veel al gericht op precisie en efficiëntie met oog voor verduurzaming en dierenwelzijn. Hogere opbrengsten met minder energie, inputs (voer, diergeneesmiddelen, gewasbescherming, etc.) en arbeid. Drones kunnen worden ingezet ter vervanging van tractoren om daarmee verdichting van de bodem te voorkomen. Specifieke oogstmachines maken het mogelijk om teelten in Nederland te behouden, zonder al te sterk afhankelijk te zijn van de factor arbeid. Zacht fruit lijkt echter voorlopig nog te delicaat om door robots en oogstmachines geoogst te worden. De maintenance industrie is sterk aan het digitaliseren. De technische beroepen in deze sector veranderen hierdoor. Opleidingen die hierop inspelen, elektrotechniek, werktuigbouwkunde en meet- en regeltechniek, noemen zich “mechatronica”. Er is op dit moment flinke schaarste aan werknemers in deze sector. Afstudeerders in mechatronica hebben het voor het kiezen. Ze kunnen in allerlei sectoren en regio’s aan de slag.
In de zorg wordt steeds meer domotica gebruikt, bijvoorbeeld om cliënten te helpen zelfstandig te zijn, ter verlichting van fysieke handelingen met cliënten en bij diagnostiek en monitoring van gezondheidsindicatoren. Toch zal dit maar beperkt invloed hebben op de vraag naar arbeid. In algemene zin stuwt de vergrijzing de behoefte aan zorgpersoneel. Daarnaast betekenen meer
38 / 62 / Arbeidsmarkttrends
mogelijkheden voor behandeling en verbetering van de gezondheid en levensverwachting van mensen dat in de praktijk meer behandelingen worden uitgevoerd, ook bij patiënten in de hoogste leeftijdsgroepen. Tot slot zou de Coronapandemie ook structureel kunnen leiden tot een grotere vraag naar zorgpersoneel, bijvoorbeeld voor mensen met chronische klachten.
8 Wonen en Werken 8.1 Woningen en woningbouwopgave Het woningentekort is een urgent aandachtspunt en belangrijke strategische opgave voor de regio West-Brabant. Beschikbare, betaalbare en courante woningen vergroten de aantrekkingskracht van de regio, waardoor de beroepsbevolking en het leerlingenaanbod toenemen. Meer inwoners betekent uiteraard ook meer economische activiteit, en bijvoorbeeld een grotere zorgvraag. Meer inwoners betekent ook meer mobiliteitsbewegingen en andere activiteiten met ruimtelijk impact en gevolgen voor andere ruimtelijke functies. Daarom is het van belang om het woningbouwvraagstuk in samenhang met andere vraagstukken te zien. Sinds 2015 is er een stijging in het aantal nieuw opgeleverde woningen in de provincie Noord-Brabant. Dit geldt ook voor WestBrabant, al groeit de woningvoorraad daar iets minder snel dan in bijvoorbeeld Midden-Brabant.51 Naast nieuwbouw is er een toename van woningen door functieverandering van bedrijfspanden, zoals kantoren. De woningbouwopgave is nog steeds groot vanwege de groeiende Brabantse bevolking, waaronder de eerder besproken arbeidsmigranten. Daarnaast is er ook een stijgende vraag naar woningen voor ouderen, zoals zorgwoningen, groepswoningen, hofjes en kangoeroewoningen. Bovendien stijgt, net als in heel Nederland, het aantal 51
Provincie Noord-Brabant, 2020. Brabantse agenda wonen.
39 / 62 / Wonen en Werken
eenpersoonshuishoudens. Daardoor stijgt het aantal huishoudens sneller dan de bevolking als geheel. Deze ontwikkelingen maken dat de provincie van mening is dat er tempo is geboden met het aanvullen van de huidige woningvoorraad. Het merendeel van de geplande woningen heeft betrekking op het binnenstedelijk aanbod. De focus op inbreiding in plaats van uitbreiding heeft te maken met onzekerheid over gebiedsontwikkeling in het landelijk gebied. De transitieopgaven, zoals energie, klimaatadaptatie en natuurdoelen, zijn nog niet allemaal uitgekristalliseerd, wat maakt dat met in algemene zin terughoudend is met woningbouwplannen op dergelijke plekken. De Coronacrisis tempert de bevolkingsgroei. De buitenlande migratiesaldo’s zijn flink teruggelopen door de maatregelen in Nederland en de meeste herkomstlanden. In de eerste golf van de pandemie is Noord-Brabant in Nederland het hardste getroffen door de COVID-19 pandemie, wat geleid heeft tot een sterfteoverschot van 3000 mensen, voornamelijk ouderen, in vier maanden tijd.52 Wat betreft het aantal opgeleverde woningen in 2020 lijkt de Coronacrisis daar nauwelijks invloed op te hebben en is er nog groei in het aantal opgeleverde woningen. Verder is het nog te vroeg om te kunnen aangeven wat de gevolgen zijn van de crisis voor de vraag naar woningen en de woningbouw in de komende jaren.
De thuiswerktrend als gevolg van Corona doet mensen beseffen dat ze meer werkplekken in huis nodig hebben,
52
Provincie Noord-Brabant, juni 2020. Kwartaal beeld Woningmarkt Noord-Brabant.
en wellicht dus meer kamers of een tuinhuisje dat als werkplek kan worden ingericht. Woningen zijn een belangrijk aspect van vraagstukken over gebiedsinrichting. De stem van inwoners bij oplossingen voor een toekomstbestendige gebiedsinrichting (duurzaam, innovatief, klimaatadaptief, economisch en cultureel bruisend) is niet alleen de stem van belanghebbenden, maar ook de stem van actoren die de toekomst van de regio gaan maken.
8.2 Kantoren en bedrijventerreinen De STEC groep heeft in 2018 nieuwe prognoses gemaakt voor de kantoren en bedrijfsterreinen in Noord-Brabant.53 De provincie wil dit gebruiken om regionale afspraken te maken. Onderdeel van de afspraken kan zijn mogelijke transformatie van bedrijfsruimte naar woningen, maar ook herstructurering en ruimte voor nieuwe bedrijven. Hier liggen allerlei kansen voor circulair gebruik van materialen, en het opdoen van kennis en ervaring op gebied van circulair bouwen. Vóór de Coronacrisis werd geconstateerd dat de voorraad kantoren in Noord-Brabant kwantitatief voldoende is. Sinds Corona werken mensen grotendeels thuis en worden kantoren minimaal gebruikt. Ook is inmiddels duidelijk dat de hoogste verdiepingen van hoogbouw niet bruikbaar zijn vanwege beperkte mogelijkheden om afstand te houden in liften. Daarnaast is het 53
STEC groep, 2018. Prognose bedrijventerreinen en kantoren NoordBrabant. 54 CBS, 18-12-2019 (nieuwsbericht). In tien jaar tijd ruim 11 procent minder winkels.
40 / 62 / Wonen en Werken
nog onzeker wanneer organisaties hun medewerkers weer grotendeels op kantoor gaan verwachten. Mogelijk is in de toekomst meer behoefte aan kleinschalige kantoren en flexibele huur van vloeroppervlak. Vervangingsnieuwbouw zal naar verwachting niet leiden tot een uitbreiding van de voorraad. De kantorenmarkt valt uiteen in kansrijke locaties, die in allerlei opzichten een positieve impuls geven aan de omgeving, en kansarme locaties waar leegstand toeneemt, verduurzamingsinitiatieven niet lonen en huren dalen. Kansrijke locaties in West-Brabant zijn vooral te vinden in het centrum en stationslocatie van Breda. Voor de kantoren naast snelwegen is in West-Brabant meer planaanbod dan verwachte vraag. Door de Coronamaatregelen heeft het online winkelen een nog grotere vlucht genomen, waardoor fysieke winkels nog verder onder druk zijn komen te staan. Vóór Corona, in 2019, was het aantal fysieke winkels 11% gedaald ten opzichte van een decennium eerder.54 Naast winkelstraten hebben ook buitenstedelijke woonboulevards en shopping-malls het moeilijk. Gemeenten die actief inzetten op de leefbaarheid van winkelgebieden, zoals bijvoorbeeld Assen,55 lijken er wel in te slagen om publiek aan te trekken. Een belangrijke succesfactor is actieve betrokkenheid van ondernemersvereniging en andere initiatiefnemers.
Ut samenwerking met partners in het gebied, zoals zorginstellingen, verenigingen, allerlei ondernemers,
55
Zie Binnenlands Bestuur week 37, 2020. Beweging in de binnenstad. Hoe Assen profiteert van Corona.
overheidsloketten, kunnen mooie activiteiten ontstaan en een kantelpunt voor een winkelgebied.
productieruimtes. De zeehaven Moerdijk heeft een specifieke ruimtebehoefte voor natte, zeehavengebonden kavels.
Online winkelen legt druk op het wegverkeer in de bebouwde kom. Naast bestelbusjes is daar bovendien ook een toename aan scooters en elektrische fietsen voor maaltijdbezorging. Pakketbezorgers, start-ups en andere partijen hebben de laatste jaren allerlei innovatieve oplossingen uitgewerkt om de last mile bezorging efficiënter en duurzamer te maken.56 Uit de verkenning van de ACM blijkt dat verschillen tussen gemeentelijkbeleid voor pakketvervoer een van de knelpunten te zijn, evenals ruimtelijk beleid t.a.v. vergunningen voor pakketkluizen.
De grootste vraag in West-Brabant komt vanuit logistiek & groothandel en de chemische industrie. In West-Brabant is het aanbod van (droge) kavels op zich voldoende. Voor de uitgifte zal echter, in lijn met de Omgevingsvisie, integraal en gebiedsgericht gekeken moeten worden naar de opgaven van het gebied. Voor de bestaande bedrijvenlocaties ligt een opgave in het verduurzamen, in termen van energie, circulariteit, emissies en klimaatadaptiviteit. Vanuit circulariteit geredeneerd is het zinnig om bepaalde bedrijven lokaal en regionaal in elkaars nabijheid te vestigen, zodat ze gebruik kunnen maken van elkaars grondstofstromen voor productiedoeleinden en energievoorziening. Bedrijven die volledig van het gas af gaan zullen mogelijk daardoor ook keuzes met implicaties voor de locatie moeten maken. Stillere en schonere bedrijfsruimtes bieden wel meer vestigingsmogelijkheden dicht op kavels met andere gebruiksfuncties.
Het toegenomen online winkelgedrag van consumenten stuwt de vraag naar grote logistieke vestigingen. Bedrijventerreinen zijn belangrijk voor de West-Brabantse economie. Ze beslaan (in 2019) 3% van het oppervlak in de regio, leveren 40% van de werkgelegenheid en circa 45% van het bruto regionaal product.57 Het aantal nieuw uitgegeven hectares bedrijventerreinen is de afgelopen jaren gestaag gegroeid. In verschillende groeiscenario’s zal de groei (in meer of mindere mate) aanhouden en op ten duur afzwakken. De groei betreft met name XXL-vestigingen (zowel voor B2B als voor B2C), maar ook de industrie kent een toenemende ruimtebehoefte van kleine en grote ruimtevragers (MKB en multinationals). Robotisering in de logistiek en e-commerce betekent in de praktijk vaak dat men dit wil realiseren op grotere
56
ACM, 2020. Marktstudie last mile pakketbezorging.
41 / 62 / Wonen en Werken
57
RWB, 2019. Regionale afspraken bedrijventerreinen West-Brabant 2019-2023.
9 Trends mobiliteit 9.1 Logistiek met lagere emissies Eind 2019 heeft de EU besluit genomen over emissiereductiedoelstellingen voor nieuwe vrachtwagens. In vergelijking met 2019 zullen die in 2025 15% minder CO2 mogen uitstoten en in 2030 30%. Deze doelstellingen zullen een stimulans zijn voor de innovatie in vrachtwagenontwerp en truckfabrikanten. Er wordt onder meer gewerkt aan vrachtwagens die zijn voorzien van flinterdunne, flexibele zonnepanelen voor de energievoorziening van de elektronica van vrachtwagens. Laadpalen door heel Europa is nog een uitdaging, maar bedrijven zoals Albert Heijn en Jumbo installeren deze al wel zelf op hun terreinen om logistiek binnen de bebouwde kom zo veel mogelijk elektrisch te laten plaatsvinden. Een alternatief voor laadpalen is de trolleytruck. Fabrikant Siemens experimenteert op verschillende snelwegtrajecten in Duitsland met bovenleidingen. Een belangrijk aspect van de test is leren hoe de samenwerking tussen verschillende stakeholders in de infrastructuur te organiseren. Overige technieken die de sector hanteert om tot emissiereductie te komen zijn zuiniger brandstof en aandrijftechniek, en het aanleren van een zuiniger rijstijl.
9.2 Mobiliteit as a service Het ‘as a service’ concept is al ruim een decennium in opmars. Consumenten zijn bekend met deelauto’s en deelfietsen.
42 / 62 / Trends mobiliteit
Werkgevers bieden steeds vaker een integrale mobiliteitskaart aan, waarbij werknemers per reis hun modaliteiten kunnen samenstellen. Steden zien deelconcepten voor fiets, scooter en soms ook auto, als een belangrijke oplossingsrichting voor knelpunten en het vastlopen van wegen en het vollopen van ov. Het aanbieden van scooters en bakfietsen voor collectief gebruik beperkt bovendien privé-aankopen van deze voertuigen, die steeds meer ruimte vragen op stoepen en parkeerplekken. Mobiliteit as a service biedt mensen meer mogelijkheden om zich te verplaatsen zonder een eigen voertuig te bezitten. Dit maakt het gemakkelijker om ergens heen te gaan bijvoorbeeld voor werk, mantelzorg, winkelen en recreatie. Mobiliteit as a service kan daarom worden ingezet als nudging factor om burgers te stimuleren bepaalde activiteiten te ondernemen.
9.3 Thuiswerken, online meetings en events Sinds de Coronapandemie zijn de meeste mensen voor een bepaalde tijd gedwongen om thuis te werken. Dankzij het feit dat laptops, tablets en smartphones al ingeburgerd waren, konden de meeste mensen vrij gemakkelijk omschakelen naar online werken. Uiteraard heeft fysieke aanwezigheid mogelijkheden die niet of nauwelijks kunnen worden gecompenseerd online. Desondanks zijn de voordelen van thuiswerken (af en toe of regelmatig) evident en is de verwachting dat na het opheffen van de Coronamaatregelen mensen nog steeds vaker thuis zullen werken. Structureel meer thuis werken heeft gevolgen voor de drukte op de weg en in het ov, die minder snel toeneemt dan de prognoses van voor Corona. Het heeft gevolgen voor reiskosten van de
werkgever en reistijd van de werknemer. Maar ook voor het gebruik van kantoorruimte, conferentielocaties, en de hospitality sector die hieraan ondersteunend is.
9.4 Trein voor de lange afstand, verbinding van de regio met Rotterdam en Antwerpen De EU-ministers willen dat grensoverschrijdend treinverkeer in Europa gemakkelijker wordt. Dit zou een bijdrage kunnen leveren aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Onderdeel van de Green Deal van de EU is een Europees treinnetwerk dat concurrerend is met het vliegtuig. De EU wil dat de lidstaten werk maken van het aansluiten van de binnenlandse spoormarkt op het internationaal treinverkeer. Het doel is om een groter aandeel reizigers per spoor te vervoeren voor afstanden van 300km tot 800km. Voor de regio West-Brabant gebeurt de aansluiting op het Europees treinnetwerk via Rotterdam of Antwerpen. De verbinding met deze twee internationale treinstations gaat belangrijker worden.
9.5 Elektrische fiets voor regionaal vervoer en last mile logistiek De elektrische fiets is de laatste jaren steeds populairder. De verkoopcijfers laten recordaantallen zien. Voor het tweede jaar op rij is de elektrische fiets het meest verkochte type fiets. Nieuwe bakfietsen en transportfietsen zijn veel al elektrisch, waardoor ze geschikt zijn als last mile solution in pakketbezorging en maaltijdbezorging. Elektrische fietsen maken het mogelijk om 43 / 62 / Trends mobiliteit
langere afstanden met de fiets te doen, waardoor de fiets op bepaalde trajecten qua reistijd en reiskosten concurrerender wordt ten opzichte van de auto of het ov. Mogelijk leidt het extra fietsgedrag ook tot een gezondheidswinst.
10 Overige ontwikkelingen
10.2 West-Brabantse identiteit: groen hart ten midden van stedelijke netwerken
10.1 Verduurzaming, woningbouw, recreatie en economische ambities concurrerend in de ruimte: wicked problems vragen om zorgvuldig proces en een gebiedsgerichte aanpak
De regio West-Brabant staat er niet alleen voor. De kracht van de regio is o.a. de inbedding tussen Rotterdam, Antwerpen, Zeeland en Brabantstad. Daarmee is West-Brabantse kennis en kunde ingebed in ketenpartners en aanvullende of complementaire kennis en kunde uit de omringende regio’s. Het landelijke karakter van West-Brabant biedt kansen om als groen hart met hoogwaardig erfgoed te fungeren, tussen grootstedelijke clusters. Dit legt extra nadruk op het belang van een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving, zowel in stedelijk als landelijk gebied. Gezien de concurrentie met andere regio’s is profilering als regio en gebied belangrijk om mensen aan te spreken. Het leveren van kwaliteit is essentieel om mensen te binden.
Een veelvoud aan maatschappelijke opgaven voor de regio heeft een ruimtelijke component. Vaker dan eens is er sprake van conflicterende belangen, zoals ten aanzien van het grondwaterpeil of bij de plaatsing van windmolens. De verdeling van investeringskosten en van de voortijdige afschrijving van infrastructuur leidt tot discussies en vraagt de nodige tijd voordat beslissingen ten uitvoer kunnen worden gebracht. De urgentie van maatschappelijke opgaven maakt dat er veel aandacht nodig is voor deze zogenaamde ‘wicked problems’ om tot een bevredigende oplossing te komen. Steeds vaker wordt er gepleit voor een gebiedsgerichte aanpak, zoals bij de Regionale Energie Strategie (RES). De rol van de RWB en REWIN zou kunnen zijn dat ze hierin als aanjager, bemiddelaar en facilitator fungeren om voortgang en samenwerking te bevorderen. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de Omgevingsvisie, die expliciet vraagt om een gedragen proces met betrokken stakeholders bij ruimtelijke inrichtingsvraagstukken.
44 / 62 / Overige ontwikkelingen
Thuis komen en thuis voelen in een regio heeft te maken met de eigenheid en uniciteit. Sommigen hebben het gevoel dat deze regio over een weinig uitgesporen eigen regionale identiteit beschikt. Het verwoorden en koesteren van de regionale identiteit kan een manier zijn om bij te dragen aan zaken die het gebied aantrekkelijker kunnen maken, voor inwoners en voor bedrijven. Het samenspel tussen economie, arbeidsmarkt en het functioneren van dorpen en steden is relevant en biedt aanknopingspunten voor toekomstgericht strategisch beleid.
11 Analyse Post-Corona-Scenario’s 11.1 Inleiding Trends geven een beeld van de belangrijkste drijvende krachten van verandering. Aanvullend daarop helpen scenario’s om een voorstelling te maken hoe van de wereld er in de toekomst uit zou kunnen gaan zien. Scenario’s zijn beschrijvingen van de wereld om ons heen, zaken die ons raken maar waar we niet of nauwelijks invloed op hebben. We kunnen dus niet kiezen welk scenario we zouden willen. We kunnen wel duiden en beredeneren dat het een bepaalde kant op lijkt te gaan richting een of meerdere scenario’s. Scenario’s zijn ontwikkelrichtingen, die bewust uitvergroot zijn om onderling onderscheidend te zijn. Dit maakt het mogelijk om nauwgezet de consequenties en implicaties van de scenario’s te analyseren. Dat helpt ons strategieën te formuleren om dichter bij bepaalde doelen te komen en ongewenste ontwikkelingen af te wenden.
11.1.1 Rabobank Post-Corona-Scenario’s De Rabobank heeft begin april 2020 zijn Post-Corona-Scenario’s gepubliceerd.59 Hierin is gekeken naar een verschillende invulling van de rol van de overheid en naar een afruil tussen robuuste welvaart en efficiënte groei (zie volgende pagina). De onderste twee scenario’s staat efficiënte groei centraal en lijken daarmee het meest op het economisch narratief van de naoorlogse periode. De bovenste twee scenario’s gaan uit van robuuste welvaart, duurzame en sociale waardenketens. Daarmee vertolken ze het transitieperspectief dat sinds eind jaren negentig is opgekomen. In de linker twee scenario’s wordt veel initiatief aan de samenleving overgelaten, en rechts is de overheid meer sturend.
In dit project is gewerkt met de Post-Corona-Scenario’s van de Rabobank. Aanvullend is gekeken naar de Post-Corona-Scenario’s van de Provincie Noord-Brabant. In meerdere dialoogsessies met RWB en REWIN is getracht de implicaties van de scenario’s voor de regio West-Brabant en de handelingsperspectieven58 uit te werken.
58
Handelingsperspectieven worden hier gezien als strategische oplossingsrichtingen die verder kunnen worden geconcretiseerd in beleidslijnen aangevuld met het benodigde sturingsinstrumentarium.
45 / 62 / Analyse Post-Corona-Scenario’s
59
ESB, 3 april 2020, Coronacrisis vraagt om een nieuwe inrichting van de Nederlandse samenleving.
46 / 62 / Analyse Post-Corona-Scenario’s
11.1.2 Provincie Noord-Brabant Post-Corona-Scenario’s Begin April 2020 heeft de provincie op basis van de CPB scenario’s zelf een set Post-Corona-Scenario’s uitgewerkt. De intentie van de provincie is om met deze scenario’s de effecten van de Coronacrisis kunnen duiden, visie ontwikkelen op het Brabant na Corona, en om te verbinden en partijen de hand te reiken. De twee gekozen assen zijn de mate waarin de crisis voortduurt, en de veranderbereidheid om als gevolg van de crisis tot een ‘nieuwe’ vorm van samenleven te komen. Hierdoor ontstaan vier scenario’s. Als de verticale as gespiegeld zou worden, dan zijn de overeenkomsten met de Rabobank Post-Corona-Scenario’s evident.
47 / 62 / Analyse Post-Corona-Scenario’s
Scenario 1 “Status Quo” In dit scenario blijft de recessie beperkt en zet herstel snel in. Sectoren die het zwaar hadden krabbelen snel op, met uitzondering van de bedrijven en sectoren die er al voor de crisis zwak voor stonden. De samenleving gaat door met gewoonten van voor de Coronacrisis, waardoor het snel business-as-usual is. Internationalisering keert terug en thuiswerken verdwijnt weer.
Scenario 3 “Kansen pakken” In dit scenario blijft de recessie beperkt en zet herstel snel in. Mensen reageren verschillend op de crisis. Bij sommigen blijft de angst hangen. Anderen zien kansen voor verandering van de economie en de samenleving. Beiden kijken anders en opnieuw naar mondialisering en internationalisering. Er komt meer aandacht voor de menselijke maat en lokale ketens.
Provinciale opgaven blijven ongewijzigd. Steunmaatregelen zorgen voor een beperktere financiële armslag bij de provincie het Rijk en de EU. Herwaardering van vitale beroepen leidt tot grotere uitgaven in het publieke domein.
Dit scenario heeft middelen en momentum voor verandering. Maar het is ook een sterk gepolitiseerd scenario. Er zal anders worden gekeken naar de maatschappelijke opgaven. De uitgaven in het sociale domein nemen toe, mede door herwaardering van vitale beroepen.
Scenario 2 “Wederopbouw” Hier heeft de Coronacrisis verregaande economische gevolgen. De crisis duurt lang en het herstel gaat traag. De samenleving wil zo snel mogelijk door met het gewone leven, zoals voor de Coronacrisis, al is de welvaart duidelijk achteruit gegaan. Internationalisering keert terug en thuiswerken verdwijnt weer. De economie heeft te lijden gehad. Bedrijven investeren minder en ook bij burgers zijn de consumptiebestedingen omlaag gegaan. De werkloosheid stijgt en het aantal voorzieningen zal dalen. De tweedeling neemt toe. Het vestigingsklimaat gaat achteruit. De provincie wil sturen op herstel van voorzieningen en de basisinfrastructuur. Maar zal keuzes moeten maken gelet op de beperktere financiële armslag.
48 / 62 / Analyse Post-Corona-Scenario’s
Scenario 4 “Het roer om” Dit scenario heeft verregaande economische gevolgen. De economische crisis beïnvloedt o.a. ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur. Mensen reageren verschillend op de crisis. Bij sommigen blijft de angst hangen. Anderen zien kansen voor verandering van de economie en de samenleving. Beiden kijken anders en opnieuw naar mondialisering en internationalisering. Er komt meer aandacht voor de menselijke maat en lokale ketens. In dit scenario is de kans op verandering en de creativiteit die daarbij wordt ingezet het grootste. Er zijn minder middelen beschikbaar, maar de angst voor crisis zet aan tot nieuwe initiatieven zoals voor regionale productieketens. Centraal staat de vraag hoe de schade op een toekomstbestendige manier te herstellen met aandacht voor brede welvaart.