14 RWB Trendverkenning RWB en REWIN DEF
Tekst van het document
Aan de 16 colleges en raden van de RWB-gemeenten
Uw kenmerk: Ons kenmerk: Betreft: Bijlage:
RWB/SB/EK/2021-063 Trendverkenning Eindrapportage trends en scenario’s
Datum: Contactpersoon: Telefoon: E-mail:
28 april 2021 Erik Kiers 06 31973894 Erik.kiers@west-brabant.eu
Beste college- en raadsleden, Regio West-Brabant (RWB) heeft als doel het economisch vestigingsklimaat te versterken. Dit doen we vanuit verschillende rollen, waaronder kennisontwikkeling en strategische advisering. In dit kader delen we graag bijgevoegde verkenning naar trends en scenario’s rond de economische ontwikkeling met u. Voor ons als strategisch beraad (SB) is dit een belangrijke onderlegger bij de uitwerking van de opgaven in de diverse programma’s waar we regionaal samen aan werken. De rapportage is geen glazen bol met een hard toekomstbeeld, maar helpt bij het gesprek om tot de juiste programmakeuzes te komen. Lokale relevantie Het lijkt ons zinvol om de opgedane kennis breder te delen in de regio. De gesignaleerde trends zijn immers ook interessant voor uw lokale, dan wel subregionale opgaven, buiten de samenwerking in RWB-verband. In afstemming met de betrokken wethouders van de deelnemende gemeenten delen we deze rapportage zowel met de colleges als de gemeenteraden. Corona als versneller De bijgevoegde verkenning is uitgevoerd naar aanleiding van een opdracht die REWIN en RWBprogrammabureau hebben gekregen van de Economic Board West-Brabant en het strategisch beraad. Om in beeld te brengen wat de gevolgen van corona voor de langere termijn kunnen zijn op onze economie en op ons economisch vestigingsklimaat.
In deze verkenning is een trendanalyse uitgevoerd om te laten zien wat de betekenis is van grote invloedrijke trends en ontwikkelingen in de regio voor de opgaven van de EBWB. In de praktijk merken we dat corona werkt als een versneller van trends die we al waarnamen.
Regio West-Brabant I Postbus 503 I 4870 AM Etten-Leur Tel: (076) 502 72 00 e-mail: info@west-brabant.eu I www.west-brabant.eu Inschrijvingsnr. KvK: 51448122 I IBAN NL31BNGH0285150308
Gespreksstof Voor de trendanalyse is gebruik gemaakt van de Rabobank Post-Corona-Scenario’s en de PostCorona-scenario’s van de provincie Noord-Brabant. Alle geselecteerde ontwikkelingen zien we als relevant en hebben impact op de economische en maatschappelijke opgaven van de regio. Het belangrijkste doel van de trendanalyse is het gesprek te voeren over de betekenis van de trends en ontwikkelingen met diverse stakeholders. Dit is geen eenmalige activiteit, maar een onderdeel van de strategische samenwerking tussen partijen op de gemeenschappelijke maatschappelijke uitdagingen. Inzichten die wij hier verder uit opdoen delen wij graag weer met u. Doe er uw voordeel mee! Vragen Mocht u verder nog vragen hebben naar aanleiding van deze brief en bijgevoegde rapportage dan kunt u contact opnemen met Erik Kiers, directeur-secretaris Regio West-Brabant, 06 31973894. Met vriendelijke groet, het strategisch beraad Regio West-Brabant
Paul Depla voorzitter
Erik Kiers directeur-secretaris
Regio West-Brabant I Postbus 503 I 4870 AM Etten-Leur Tel: (076) 502 72 00 e-mail: info@west-brabant.eu I www.west-brabant.eu Inschrijvingsnr. KvK: 51448122 I IBAN NL31BNGH0285150308
Trendanalyse en scenario’s West-Brabant Freija van Duijne, FutureMotions November 2020
Samenvatting Opzet De Economic Board West-Brabant (EBWB) zet in op een duurzame en krachtige West-Brabantse regio die ook in de toekomst weerbaar is. Daarom is het zaak om nu al zicht te hebben op trends en ontwikkelingen de bepalend kunnen zijn voor de toekomst van de regio. Hiermee kunnen kansen vroegtijdig worden gesignaleerd en kunnen toekomstbestendige keuzes worden gemaakt. De hier gepresenteerde verkenning is uitgevoerd naar aanleiding van de opdracht die REWIN en RWB hebben gekregen van de EBWB en het SB om inzichtelijk te maken hoe om te gaan met de gevolgen van Corona voor de langere termijn op onze economie en op ons economisch vestigingsklimaat. In deze verkenning is een trendanalyse uitgevoerd om te duiden wat de betekenis is van grote invloedrijke trends en ontwikkelingen in de regio voor de opgaven van de EBWB. Voor de trendanalyse is gebruik gemaakt van de Rabobank Post-CoronaScenario’s en de Post-Corona-scenario’s van de provincie NoordBrabant. Alle geselecteerde ontwikkelingen zien we als relevant en hebben impact op de economische en maatschappelijke opgaven van de regio. Er zijn allerlei dwarsverbanden en onderlinge relaties tussen bijvoorbeeld ruimtelijke, maatschappelijke en technologische trends. Gezien de relevantie van alle trends zou er een illusie ontstaan als de focus enkel komt te liggen op een aantal
1 / 62 / Samenvatting
geprioriteerde trends. De meerwaarde van deze brede blik op de trends en ontwikkelingen zit in het doorgronden van de impact en de dwarsverbanden.
Trends Voor de identificatie van de trends is gekeken naar trends met een impact op: de economie (m.n. ‘productiefactoren’), de diverse sectoren, demografische & maatschappelijke ontwikkelingen, arbeidsmarkttrends, wonen & werken, mobiliteit en een tweetal algemenere ontwikkelingen. Bij de economische trends gaat het met name om trends met impact op de ‘productiefactoren’ bodem, water, lucht, natuur en de energietransitie. Voor de sectoren gaat het voor landbouw met name om verduurzaming en eiwittransitie en bij de sectoren logistiek en maintenance vooral over de mogelijkheid tot het flexibel aanpassen van de schaal van productie, de onderlinge samenwerking en logistieke vraagstukken als verdozing en de effecten van andere supply chain concepten. Nieuwe ontwikkelingen worden gezien bij creatieve dienstverlening, vrijetijdseconomie en het onderwijs van morgen. Het onderwijs van morgen sluit aan bij de arbeidsmarkttrends die gaan over de krapte en mismatch, flexibilisering van het werk, arbeidsmigratie en daaraan gekoppelde huisvestingsvraagstukken, veranderende bevolkingssamenstelling en het effect van radicale innovaties op arbeid. Bij de demografisch en maatschappelijke trends gaat het over vergrijzing, mondigheid van burgers en de aantrekkingskracht van
steden. In het verlengde van de aantrekkingskracht van steden ontstaan trends op het gebied van wonen en werken als de woningbouwopgave en inrichting van kantoren en bedrijventerreinen. Tot slot zijn er de trends rondom mobiliteit die enerzijds gaan over een lagere emissie of emissieloos, concepten als thuiswerken en ‘mobiliteit as a service’ en de rol van de (elektrische) fiets en de trein. In totaal zijn er 37 verschillende trends geïdentificeerd. Die trends hangen met elkaar samen en dat maakt het complex en een ‘wicked problem’ (zie figuur hiernaast). Daarnaast hebben al deze trends effect op het ‘wensbeeld’ van West-Brabant als groen hart te midden van stedelijke netwerken. Daarom zijn deze twee ontwikkelingen ook meegenomen als extra trends.
2 / 62 / Samenvatting
Scenario’s De manier waarop de regio om kan of wil gaan met de trends hangt af van welk ‘post-corona-scenario’ wordt gevolgd. Het tijdsbeeld dat de economie zich lineair ontwikkelt ligt, door Corona versneld, achter ons. Daarom zijn er nu meerdere scenario’s denkbaar in hoe de economie zich, na Corona, verder gaat ontwikkelen. De scenario’s moeten helpen om een inschatting te maken op welke manier (combinaties van) trends impact hebben op de economie. In deze trendanalyse werken we met de scenario’s van de Rabobank. Die bestaan uit vier verschillende scenario’s. Bij ieder scenario is gekeken naar de diverse handelingsperspectieven die dat scenario biedt en wat de impact van Corona daarop is. De Onverzadigde Staat gaat er, basaal gezien, vanuit dat de maatschappij na corona weer terugveert naar de economie zoals we die kennen. Een economie dus gefixeerd op economische groei. Om verduurzaming te bereiken (handelingsperspectief) zal vooral ingezet moeten worden op afdwingen via wet- & regelgeving en de bijbehorende schaalvergroting van de economische activiteiten zal druk zetten op de ruimtelijk kwaliteit. Het effect van corona is, in dit scenario, dat maatregelen die tot verduurzaming leiden zeer moeizaam tot stand komen. Het levert te weinig economische groei op.
De Competitieve Staat gaat ook uit van economische groei maar heeft als belangrijkste verschil dat de overheid een dominante(re) rol krijgt / houdt in de economische ontwikkeling. Het handelingsperspectief in dit scenario is dat er meer focus ligt op de regionale gebiedsgerichte strategieën, waarbij de overheid niet
3 / 62 / Samenvatting
meer subsidieert maar eerder investeert. Echter zal ook hier, door corona, de realisatie van de gebiedsgerichte strategieën pas tot stand komen als de effecten van corona zijn ondervangen. De focus ligt immers op economische herstel van de groei.
Bij de Vastberaden Staat gaat het niet meer om sec economische groei, maar juist om het creëren van robuuste welvaart. In dat scenario blijft de overheid wel een dominante speler in de economische ontwikkelingen. Economische stimulering verloopt ‘missiegedreven en via transitie-opgaven’. De transities geven het inhoudelijk kader waaraan publieke middelen worden gealloceerd. Corona wordt in dit scenario gezien als een moment om veranderingen te realiseren. Veranderingen in de lange productieketens en naar een andere manier van leven. Tot slot is er de Zelfbewuste Samenleving waar ook de robuuste welvaart centraal staat, maar de overheid een veel minder dominante rol heeft. De burgers en belangengroeperingen zijn hier prominenter aanwezig. Het handelingsperspectief ligt hier met name in het faciliteren van ontwikkelingen die vanuit de samenleving komen. Door Corona worden de verschillende reactie van de diverse groepen versterkt. Hierdoor ontstaat ook polarisatie en politisering van vraagstukken waardoor kwetsbare groepen in de samenleving meer risico lopen.
Doorontwikkeling Het belangrijkste doel van de trendanalyse is het gesprek te voeren over de betekenis van de trends en ontwikkelingen met diverse stakeholders. Dit is geen eenmalige activiteit, maar een onderdeel van de strategische samenwerking tussen partijen op de gemeenschappelijke maatschappelijke uitdagingen. Daarom hebben REWIN en RWB de vraag vanuit zowel EBWB als Strategisch Beraad opgepakt, voortbouwend op het gedachtegoed van Dynamic Strategic Foresight. Hierbij is toekomstverkenning
4 / 62 / Samenvatting
een continu strategisch proces dat ondersteunend is aan de reguliere jaarplancyclus, strategische mijlpalen en andere ijkpunten voor strategische besluitvorming. Advies aan de regio is dan ook om dit gedachtegoed in de regio te borgen en te verbreden met andere vertegenwoordigers vanuit de Triple Helix.
Kort overzicht trends. Verduurzaming van de economie Gezonde Bodem
Gezonde bodem als voeding voor een gezonde regio. Bedreigingen via verzilting, verdroging, inklinking, intensieve landbouw, gewasbescherming, meststoffen, monoculturen, zware machines, grondwaterpeil, gevaarlijke stoffen, microplastics, etc. Impact op onderhouds- en beheerkosten.
Verbeteren waterkwaliteit
Door wetgeving afgedwongen. Vraagt om een integrale aanpak van landbouw, industrie en huishoudens. Vergt coördinatie, afstemming en integratie van waterbeleid op alle overheidsniveaus.
Historische zoetwaterstelsels
Herstel van de natuurlijke waterloop zoals kreken en beken. Herinrichting van het landschap. Erfgoed en historische kennis als basis voor technische hydrologische en ecologische maatregelen.
Verbeteren beschikbaarheid zoet water
Zoet water als bron voor productieprocessen en samenleving. Beschikbaarheid van zoet water staat steeds vaker onder druk, voor zowel bedrijfsmatige afnemers als consumenten.
Gezamenlijk inzetten op klimaatadaptatie
Water als spil. Hittebestrijding & afvoer van hoosbuien. Groen, waterberging, vitale en kwetsbare functies als energie en drinkwater. Koppelkansen naar kwaliteit fysieke leefomgeving en energietransitie
Belang van schone lucht
Inzetten op verduurzaming van industriële processen en verminderen van uitstoot (incl mobiliteit). Regionale uitdaging is de eigen regionale uitstoot + die van omliggende industriële gebieden.
Natuur en biodiversiteit
Allerlei soorten bedrijfsactiviteiten en infrastructurele voorzieningen hebben een ongunstige impact op natuurkwaliteit en biodiversiteit. Bindende instandhoudingsdoelstellingen natuur en biodiversiteit. Betrekken burger en maatschappelijke organisaties.
Energietransitie
Omgaan naar andere zero-emission energiebronnen als wind en zon. Daarnaast reductie van energiegebruik. Grootste transitieopgave van deze tijd.
Verduurzaming sectoren Aanpassende schaal van productie
5 / 62 / Kort overzicht trends.
Schaalvergroting en slimme, geautomatiseerde systemen. Inzet op grootschalige gerobotiseerde productie en distributie. Duurzame circulaire ketens. Verschillende schaalniveaus van nabijheid van ketenpartners. Flexibilisering proces noodzaak.
Samenwerken in ecosystemen
Risico: Het wegtrekken van spelers en talentvolle medewerkers, door concurrentie van buiten. Toekomstbestendige business ecosystemen innoveren sterk zijn, duurzamen, kostenefficiëntie, bieden aantrekkelijke werkgevers en zijn maatschappelijke ingebed.
Interregionale logistiek
Toename van interregionale logistiek. Consumentgericht distributieketens gericht op welvarende afzetmarkten. Industriegerichte distributieketens gestimuleerd door reshore/multishore (voorkomen onderbreking in de keten)
Just-in-Case (reshoring)
Van ‘just in time’, naar ‘just in case’. Reshoring is met name relevant voor de Zeehaven- en het Industrieterrein Moerdijk. Goede relaties met meerdere toeleveranciers, bij voorkeur regionaal. Mogelijk grotere ruimte- en emissievraag.
Versnippering & verodzing
Grootschaligheid van bedrijventerreinen en andere productielocaties en infrastructuur hebben gevolgen voor de beleving van het landschap (versnippering en verdozing) en de ruimtelijke transitieopgaven.
Eiwittransitie
Transitie in het voedselsysteem van dierlijke eiwitten naar plant gebaseerde eiwitten. Diervriendelijk geproduceerd voedsel.
Biobased ketens
Innovaties die inzetten op hoogwaardig gebruik van grondstoffen en biomassa. Dit leidt tot nieuwe verdienmodellen en nieuwe samenwerkingsverbanden
Grootschalig & hyperefficiënt
Schaalvergroting als manier om kostenefficiëntie, innovatiekracht en verduurzaming samen te laten gaan. Kringlooplandbouw als schaalvergroting vanuit meer natuurinclusieve werkmethode. Verminderen overlast (geur, uitstoot, …).
Alternatieve verdienmodellen
Niche landbouw als boerschappen en voedselabonnementen. Meerdere verdienmodellen als onderdeel van één inkomen. Combinatie met andere sectoren en burgercollectieven.
Verbreding sectoren Creatieve industrie
De creatieve industrie is samen de ICT-sector de belangrijkste aanjager geweest van de economie in de afgelopen jaren. Vooral in steden. Dit pleit voor verdere inzet op verstedelijking in en rondom Breda. De landsgrens lijkt geen grote drempel voor samenwerking
Groeiend belang vrijetijdseconomie
Erfgoed is een belangrijk thema voor bezoek. Investeren in erfgoed, onderhoud en toegankelijkheid voor publiek, lonen zich in termen van toeristische bezoeken. Ook natuur en landschap trekt toeristen.
Onderwijs van (over)morgen
De toekomst van werk gaat veranderen door robotisering en digitalisering. De huidige vraag naar laaggeschoolde arbeid gaat afnemen. Leven lang leren. Slag maken naar een vernieuwde kennisinfrastructuur.
6 / 62 / Kort overzicht trends.
Demografie en maatschappij Dubbele vergrijzing
De bevolking wordt steeds ouder. De levensverwachting van ouderen wordt steeds hoger. West-Brabant vergrijst zonder extra (inzet op) groei van inwonertal sneller dan het landelijk gemiddelde.
Krimpende beroepsbevolking
Het aantal volwassenen onder de 65 neemt sterk af. De verhouding werkenden en niet-werkenden wordt daarmee extra ongunstig beïnvloed, hetgeen versterkt wordt door de ’trek naar de steden’.
Mondige burgers
Burgers slaan vaker de handen ineen voor oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken in hun eigen buurt. Burgers als onderdeel van de Triple Helix aanpak. Ook polarisatie en verruwing.
Aantrekkingskracht steden
Het landelijk gebied in de regio West-Brabant is aantrekkelijk voor forensen. Jongeren trekken weg naar de steden vanwege opleidingen en goede baanbereikbaarheid. Gezinnen komen nauwelijks terug naar het landelijke gebied. Waardoor dit gebied extra hard vergrijsd. Arbeidsmarkt
Krapte & mismatch
Krappe arbeidsmarkt. Deels is dit conjunctureel bepaald. Deels spelen er structurele factoren zoals vergrijzing, krimpende beroepsbevolking. De vraag naar allerlei arbeidskrachten en voor technisch geschoolde arbeidskrachten neemt toe. Leven Lang Leren.
Flexibilisering werk
Het aantal flexwerkers in de afgelopen vijftien jaar toegenomen van 1,1 naar 2 miljoen mensen. De WRR signaleert dat nieuwe technologie, flexibilisering en intensivering van werk (werkdruk) grote gevolgen gaat hebben voor de arbeidsmarkt.
Arbeidsmigratie
De onmisbaarheid van arbeidsmigranten zal toenemen naarmate de vergrijzing voortschrijdt en de demografische ontwikkelingen al maar ongunstiger wordt. Verschuiving van arbeidsmigranten uit Oost-Europa naar Midden-Oosten en Afrika.
Huisvesting arbeidsmigranten
Op dit moment zijn er onvoldoende verblijfsplekken voor arbeidsmigranten. Het tekort aan woonruimte beïnvloedt het aanbod van arbeidskrachten negatief. Migranten vestigen zich liever in regio’s waar wel passende woonruimte beschikbaar is.
Diversiteit bevolkingssamenstelling
De diversiteit van de bevolking en het aantal inwoners met een migratieachtergrond zullen richting 2050 verder toenemen. Tegen gaan van arbeidsmarktdiscriminatie. Talent zoekt goed regionaal woon- en leefmilieu als vestigingsplaats.
Impact radicale innovatie
Grote verandering door de snelle ontwikkeling in digitale technologie en kunstmatige intelligentie. Door digitalisering verandert de vraag naar arbeid (minder vraag of vaker een hoger niveau van kennis en vaardigheden nodig).
7 / 62 / Kort overzicht trends.
Wonen en werken Woningen en woningbouw-opgave
Het woningentekort is een urgent aandachtspunt. Belangrijke strategische opgave. Beschikbare, betaalbare en courante woningen vergroten de aantrekkingskracht van de regio. Door verstedelijking focus op inbreiding in plaats van uitbreiding.
Kantoren en bedrijventerreinen
Mogelijke transformatie van bedrijfsruimte naar woningen, maar ook herstructurering en ruimte voor nieuwe bedrijven. Fysieke winkels staan onder druk. Meer vraag naar logistieke centra door online winkelen. Uitgifte terreinen is integraal en gebiedsgericht vraagstuk. Trends in mobiliteit
Logistiek met lagere emissies
EU emissiereductiedoelstellingen voor nieuwe vrachtwagens: in 2025 15% minder CO2 mogen uitstoten en in 2030 30% (tov 2019). Samenwerking tussen verschillende stakeholders in de infrastructuur nog te organiseren. Stimulans tot innovatie.
Mobiliteit ‘as a service’
Mobiliteit as a service biedt mensen meer mogelijkheden om zich te verplaatsen zonder een eigen voertuig te bezitten. Diversiteit aan deelconcepten (fiets, scooter, auto) of mobiliteitskaart.
Thuiswerken
Structureel meer thuis werken heeft gevolgen voor de drukte op de weg en in het ov, de reiskosten van de werkgever en reistijd van de werknemer, gebruik van kantoorruimte, conferentielocaties, en de hospitality sector die hieraan ondersteunend is.
Trein voor lange afstand
Onderdeel van de Green Deal van de EU is een Europees treinnetwerk dat concurrerend is met het vliegtuig. Voor de West-Brabant is de aansluiting op het Europees treinnetwerk via Rotterdam of Antwerpen. Deze verbindingen gaan belangrijker worden.
Electrische fiets (regionaal en last mile)
De elektrische fiets is het meest verkochte type fiets. Nieuwe bakfietsen en transportfietsen zijn veel al elektrisch, waardoor ze geschikt zijn als last mile solution in pakketbezorging en maaltijdbezorging.
Overige ontwikkelingen Wicked problems
Een veelvoud aan maatschappelijke opgaven voor de regio heeft een ruimtelijke component. Vaker dan eens is er sprake van conflicterende belangen. Steeds vaker wordt er gepleit voor een gebiedsgerichte aanpak, wat aansluit op de strategie van het prioriteren van hotspots.
Identiteit als groene hart
Het landelijke karakter van West-Brabant biedt kansen om als groen hart met hoogwaardig erfgoed te fungeren, tussen grootstedelijke clusters. Dit legt extra nadruk op het belang van een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving, zowel in stedelijk als landelijk gebied.
8 / 62 / Kort overzicht trends.
4.3
Inhoudsopgave
Aanpassende schaal van productie ................................ 24
4.4 Samenwerken in business ecosystemen en interregionale logistiek....................................................................................... 25 Samenvatting ................................................................................... 1
Trends ........................................................................................... 1
4.5 Van ‘just in time’, naar ‘just in case’: reshoring, in house design, nieuwe circulaire ketens en interregionale samenwerkingsverbanden ......................................................... 26
Scenario’s ..................................................................................... 3
4.6
Opzet ............................................................................................ 1
Doorontwikkeling ......................................................................... 4 Kort overzicht trends. ....................................................................... 5 1
5 Verbreding van economische sectoren, beroepen van de toekomst......................................................................................... 28 5.1 Creatieve dienstverlening als katalysator voor allerlei sectoren ...................................................................................... 28
Inleiding & opbouw ................................................................ 11 1.1
Strategische koers voor de regio West-Brabant ............ 11
5.2
1.2 Toekomstverkenning om vraagstuk gevolgen Corona te duiden 12 2
Trendverkenning .................................................................... 14 2.1
3
Focus en indeling trendanalyse ...................................... 14
6 Demografische en maatschappelijke trends met impact op de economie ........................................................................................ 31 6.1
Verduurzaming van de economie .......................................... 15
4.1
Verduurzaming van de landbouw .................................. 22
4.2
Eiwittransitie: plant-based innovatie, regionale ketens 22
9 / 62 / Kort overzicht trends.
Dubbele vergrijzing plus krimpende beroepsbevolking . 31
6.2 Mondigheid van burgers, burgerschap en energieke samenleving, maar ook polarisatie van meningen en ruwe omgangsvormen ......................................................................... 31
3.2 Energietransitie: terugdringen energiegebruik, zero emission energiebronnen .......................................................... 21 Verduurzaming sectoren ........................................................ 22
Groeiend belang van vrijetijdseconomie ........................ 28
5.3 Onderwijs: voorbereiden op de beroepen voor (over)morgen .............................................................................. 29
3.1 Trends m.b.t. verduurzamingsopgaven en impact op de economie .................................................................................... 15
4
Ruimtelijke risico’s van ‘verdozing’ ................................ 26
6.3 7
Aantrekkingskracht van steden, gevolgen Coronacrisis . 32
Arbeidsmarkttrends................................................................ 34 7.1
Krapte en mismatch op de arbeidsmarkt ....................... 34
7.2 Flexibilisering van werk: toename zzp’ers, vaste baan minder vanzelfsprekend, scholing en nieuwe vaardigheden van belang voor een ieder ................................................................ 34
10.1 Verduurzaming, woningbouw, recreatie en economische ambities concurrerend in de ruimte: wicked problems vragen om zorgvuldig proces en een gebiedsgerichte aanpak .............. 44
7.3 Arbeidsmigratie en buitenlandse seizoenswerkers, vergrijzing in de EU ..................................................................... 35
10.2 West-Brabantse identiteit: groen hart ten midden van stedelijke netwerken .................................................................. 44
7.4 Huisvesting van arbeidsmigranten, een slepend vraagstuk .................................................................................... 35
11
Analyse Post-Corona-Scenario’s ......................................... 45
11.1
Inleiding .......................................................................... 45
7.5 Toenemende diversiteit bevolkingssamenstelling, arbeidsmarktdiscriminatie en actieve jacht op kenniswerkers.. 36
11.2
De onverzadigde samenleving ........................................ 49
7.6 Radicale innovatie, kunstmatige intelligentie en verwachte impact op arbeid ...................................................... 37
11.3
De competitieve staat .................................................... 51
11.4
De vastberaden staat...................................................... 54
11.5
De zelfbewuste samenleving .......................................... 57
8
Wonen en Werken ................................................................. 39 8.1
Woningen en woningbouwopgave ................................ 39
8.2
Kantoren en bedrijventerreinen .................................... 40
9
Trends mobiliteit .................................................................... 42 9.1
Logistiek met lagere emissies ......................................... 42
9.2
Mobiliteit as a service .................................................... 42
9.3
Thuiswerken, online meetings en events....................... 42
9.4 Trein voor de lange afstand, verbinding van de regio met Rotterdam en Antwerpen .......................................................... 43 9.5 Elektrische fiets voor regionaal vervoer en last mile logistiek ...................................................................................... 43 10
Overige ontwikkelingen...................................................... 44
10 / 62 / Kort overzicht trends.
12 Strategische noties in aanloop naar verdere visieontwikkeling ............................................................................ 61
1 Inleiding & opbouw 1.1 Strategische koers voor de regio West-Brabant De Economic Board West-Brabant (EBWB) zet in op een duurzame en krachtige West-Brabantse regio die ook in de toekomst weerbaar is. Daarom is het zaak om nu al zicht te hebben op trends en ontwikkelingen de bepalend kunnen zijn voor de toekomst van de regio. Hiermee kunnen kansen vroegtijdig worden gesignaleerd en kunnen toekomstbestendige keuzes worden gemaakt. West-Brabant heeft een gunstige ligging tussen de mainports van Rotterdam en Antwerpen. De West-Brabantse economie is vitaal en divers. De regio kent een aantal belangrijke sectoren en waardeketens. Dit zijn agro-food en bio-based economy, logistiek, high-tech systems en creatieve dienstverlening. Daarnaast groeit het belang van vrijetijdseconomie. Op dit moment zijn er veel goedlopende bedrijven, maar is de groei en het innovatiepotentieel nog niet erg hoog. Ook liggen er kansen in het versterken van onderlinge netwerken in termen van waardeketens. Zowel de ligging als de diversiteit in ondernemerschap bieden kansen voor West-Brabant als hub voor vernieuwend ondernemerschap. De RWB en REWIN werken op dit moment aan de uitwerking van de visie op de West-Brabant, vanuit de strategie van verbinden, verslimmen en verduurzamen. Deze vormen de rode draden van de aanpak.
Via de stuurgroepen, agrofood biobased, logistiek, high-tech maintenance en creatieve dienstverlening zijn op deze
11 / 62 / Inleiding & opbouw
thema’s programma’s geagendeerd met concrete initiatieven en acties. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de samenwerking tussen de overheid, bedrijfsleven en onderwijsinstituten in de Triple Helix te versterken. Via het actieprogramma van de RWB (2019-2023) wordt gewerkt aan het randvoorwaardelijk systeem. Dit is onder andere vertaald in de versteviging van de stedelijke dynamiek in het programma Sterke Steden. Ander onderdeel van het actieprogramma is het thema Vitaal Platteland, dat vanuit een ruimtelijk perspectief werkt aan de economische kansen in het licht van de transities op gebied van o.a. energie en klimaatadaptatie. Veel van de daar te ontwikkelen praktijken houden verband met het programma Circulaire economie. Tot slot is een belangrijk thema vanuit de Triple Helix, de aansluiting van onderwijs en arbeidsmarkt. Deze is geagendeerd in de Human Capital Agenda. Dit zijn voorbeelden van aanpakken waarmee overheden kunnen sturen op het creëren van de randvoorwaarden voor een krachtige regionale economie.
In deze fase van het actieprogramma zijn de grootste prioriteiten in de visie van de RWB en REWIN: 1) stedelijke ontwikkeling in combinatie met het aanpakken van mobiliteitsvraagstukken en economische vooruitgang (die niet enkel op monetaire groei hoeft te zijn gebaseerd), 2) zorgvuldig kwalitatief hoogwaardig ruimtegebruik gericht op economische functies, zoals agro en bedrijventerreinen inclusief toekomstbestendige logistieke locaties en 3) vanuit juridische kaders of vanuit andere beweegredenen, verduurzaming, verminderen overlast (geur, geluid, horizonvervuiling), versterken gezondheid.
Terwijl de diverse Triple Helix partijen actief werken aan een krachtige regio en stevig koerst op de doelen van de Economische Agenda West-Brabant, wordt de wereld -en dus ook de regio West-Brabant- geconfronteerd met de COVID19-pandemie. Dit heeft evidente economische en maatschappelijke gevolgen voor de korte- en middellange termijn. Tegelijkertijd brengt het extra onzekerheid voor de veranderingen op de wat langere termijn. Bepaalde trends, zoals digitalisering en werken op afstand, zouden erdoor versterkt kunnen worden evenals de gevolgen voor het vestigingsklimaat en de bouwopgave. Economische gevolgen zouden impact kunnen hebben op investeringen die te maken hebben met verduurzaming. Daarmee kan het impact hebben op de waardeketens van bedrijven en de ambities voor de topsectoren agrofood & biobased en logistiek.
1.2 Toekomstverkenning om vraagstuk gevolgen Corona te duiden vanuit Dynamic Strategic Foresight De hier gepresenteerde verkenning is uitgevoerd naar aanleiding van de opdracht die REWIN en RWB hebben gekregen van de EBWB en het SB om inzichtelijk te maken hoe om te gaan met de gevolgen van Corona voor de langere termijn op onze economie en op ons economisch vestigingsklimaat. Deze vraag hebben REWIN en RWB opgepakt vanuit de het gedachtegoed van Dynamic Strategic Foresight. Hierbij is toekomstverkenning een doorlopend strategisch proces dat ondersteunend is aan de reguliere jaarplancyclus, strategische mijlpalen en andere ijkpunten voor strategische besluitvorming.
12 / 62 / Inleiding & opbouw
De inzet is om vanuit dialoog met o.a. mede-overheden samenhang te organiseren op beleidsthema’s en inzicht te ontwikkelen in prioriteiten voor de lange termijn. Van belang is ook de synergie met kortetermijnbeleid en uitvoeringsagenda’s om conflicterende maatregelen en ongewenste prikkels te voorkomen. Dynamic Strategic Foresight voorziet in de continuïteit van dit dialoogproces voor het duiden van de impact van invloedrijke trends op de belangrijkste maatschappelijke opgaven, en de kansen voor strategie en beleid om te koersen richting een duurzame, welvarende en succesvolle toekomst.
1.2.1 Post-Corona-Scenario’s In deze verkenning is een trendanalyse uitgevoerd om te duiden wat de betekenis is van grote invloedrijke trends en ontwikkelingen in de regio voor de opgaven van de EBWB. Uiteraard spelen daar ook de gevolgen van de Coronacrisis. Het belangrijkste doel van de trendanalyse is het gesprek te voeren over de betekenis van de trends en ontwikkelingen met diverse stakeholders. Even als t.a.v. de dialoog over trends is dit geen eenmalige activiteit, maar een onderdeel van de strategische samenwerking tussen partijen op de gemeenschappelijke maatschappelijke uitdagingen. Met kennis en inzichten over de trends is het gesprek verder ingezoomd op de gevolgen van de Coronacrisis. Daartoe zijn de Rabobank Post-Corona-Scenario’s gebruikt. Deze beschrijven vier Nederlanden na Corona. Aanvullend is gereflecteerd op de PostCorona-Scenario’s van Provincie Noord-Brabant. Het gesprek ging over de implicaties van de scenario’s en de
handelingsperspectieven om te bouwen aan de opgaven van de regio. Vanuit dit gesprek is een verdere vingeroefening gedaan rondom de visie, missie en belangrijkste governance-vragen voor de regio.
13 / 62 / Inleiding & opbouw
2 Trendverkenning
2.1 Focus en indeling trendanalyse
Deze trendverkenning gaat in op de belangrijkste trends en ontwikkelingen voor de regio West-Brabant. Het beschrijft het algemene beeld bij deze trends en aanvullend (voor zo ver mogelijk) geeft het specificering van de trend voor West-Brabant. Het doel van deze verkenning is om een dialoog te kunnen voeren over de impact van deze trends op de regio en de betekenis daarvan voor de doelen in de huidige Economische Agenda WestBrabant en de daaraan gelieerde Uitvoeringsagenda van REWIN en het Actieprogramma van de RWB. In het project zijn meerdere dialoogsessies gevoerd met medewerkers van RWB en REWIN. De uitkomsten van deze gesprekken over de trends zijn verwerkt in de analyse. Aanvullend zou deze trendverkenning kunnen worden gebruikt om op gelijke wijze de dialoog met de stakeholders te voeren en gezamenlijk de impact van trends op de opgaven scherper te formuleren.
Deze trendanalyse richt zich op de trends en ontwikkelingen die direct en indirect belang hebben voor de economische waardeketens in de regio West-Brabant (sectoren), de impact op de strategische thema’s van verbinden, verslimmen en verduurzamen en de randvoorwaarden hiervoor in termen van de opgaven economie, arbeidsmarkt, mobiliteit en ruimte.
Alle geselecteerde ontwikkelingen zijn relevant en hebben impact op de economische en maatschappelijke opgaven van de regio. Er zijn allerlei dwarsverbanden en onderlinge relaties tussen bijvoorbeeld ruimtelijke, maatschappelijke en technologische trends. Gezien de relevantie van alle trends zou er een illusie ontstaan als de focus enkel komt te liggen op een aantal geprioriteerde trends. De meerwaarde van deze brede blik op de trends en ontwikkelingen zit in het doorgronden van de impact en de dwarsverbanden. Daartoe is het van belang om vanuit een 360o-blik integraal het gesprek te voeren over de drijvende krachten van verandering.
14 / 62 / Trendverkenning
3 Verduurzaming van de economie Het thema economie in de Economische Agenda van West-Brabant en het daarbij horende Actieprogramma van de RWB en Uitvoeringsprogramma van REWIN heeft betrekking op het bevorderen van sterke business ecosystemen, de transitie naar verduurzaming van de regio in termen van circulair (biobased) grondstof- en materiaalgebruik, digitalisering en robotisering in een innovatieve economie, en het stimuleren en faciliteren van toekomstbestendige bedrijventerreinen. Trends die van impact zijn op de economie hebben allereerst te maken met de grote integrale verduurzamingsopgaven. Denk aan de energietransitie, klimaatadaptatie, emissiereductie, bodemkwaliteit en natuur-inclusief ondernemen. Gezien de juridisch bindende doelstellingen en de hoge beheer- en onderhoudskosten van vertraagde inzet op verduurzaming, hebben deze verduurzamingsopgaven sterk in urgentie gewonnen en zullen een belangrijk thema zijn in de komende jaren. Specifiek voor de regio West-Brabant heeft verduurzaming te maken met verdere ontwikkeling van circulaire en biobased productieketens. Dit sluit aan bij de sectoren waar REWIN zich op richt. Het ontwikkelen van circulaire waardeketens is een transitie ten opzichte van gangbare lineaire waardeketens, waarbij duiding van trends en ontwikkelingen kan helpen om kansen te ontdekken en bevorderen.
Eveneens is in de regio grote aandacht voor de eiwittransitie en het groeiende belang van plantaardige, lokale eiwitten voor food en feed.
15 / 62 / Verduurzaming van de economie
3.1 Trends m.b.t. verduurzamingsopgaven en impact op de economie Ontwikkelingen ten aanzien van de kwaliteit van de leefomgeving zijn sterk onderling verbonden. In dit hoofdstuk bespreken we ontwikkelingen in de bodemkwaliteit, water (waterkwaliteit, landschappelijke kwaliteit en zoetwaterbeschikbaarheid), schone lucht, en natuur en biodiversiteit.
3.1.1 Gezonde bodem als voeding voor een gezonde regio Bedreigingen via verzilting, verdroging, inklinking, intensieve landbouw, gewasbescherming, meststoffen, monoculturen, zware machines, grondwaterpeil, gevaarlijke stoffen, microplastics, etc. leiden tot toenemende onderhouds- en beheerskosten. Bodems in Nederland staan al jaren onder druk. Een slechte bodemkwaliteit heeft diverse ongunstige gevolgen. Het bemoeilijkt de haalbaarheid van juridisch bindende doelstellingen op gebied van natuur en biodiversiteit. Het leidt tot toenemende onderhouds- en beheerskosten (voor overheden en bedrijven). De problemen als gevolg van een slechte bodemkwaliteit leiden tot een gedaalde landschappelijke beleving en zijn ongunstig voor de vrijetijdseconomie. Richtlijnen en beleidsmaatregelen om verbeteringen aan te brengen hebben maar ten dele resultaat opgeleverd, waardoor
veel gestelde milieu- en natuurdoelen niet worden gehaald.1 De Rli wijst op het intensieve gebruik door landbouw die steeds hogere productiviteit heeft weten te behalen. Gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen, hoog salderende gewassen, monoculturen, grote zware machines en verlaging van het grondwaterpeil dragen allemaal bij aan dalende bodemkwaliteit. Gevaarlijke stoffen, zoals PFAS, microplastics en medicijnresten zijn een andere reden tot zorg. Problemen van landbouwbodems zijn o.a. de verstoorde bodemstructuur die leidt tot inklinking, vernatting en verdroging, en een verstoorde biodiversiteit wat de opbouw van organische stoffen bemoeilijkt. Problemen van bos- en natuurbodems zijn verstoring van de biochemie en biodiversiteit door depositie van stikstof en zwavel, waardoor ze vatbaarder zijn voor droogte, plagen en ziekte. Verlaging van het grondwaterpeil speelt eveneens parten. Klimaatverandering verergert de bestaande problemen vanwege stijgende bodemtemperatuur en snellere afbraak van organische stof. Droogte van bodems draagt bij aan snellere verzilting. Het bewustzijn in Nederland over de problemen en kwetsbaarheden van bodems lijkt te zijn gegroeid in de afgelopen jaren. Daardoor is het mogelijk dat deze trends door richtlijnen en beleidsmaatregelen in de komende jaren wél kan keren.
Vanuit de Omgevingswet kunnen provincies sturen op bodembeheer via gebiedsgerichte processen. De Rli adviseert het principe ‘functie volgt bodem’ in de Omgevingswet onder te brengen. Dit geeft
1
RLI, 2020. De bodem bereikt?!
16 / 62 / Verduurzaming van de economie
extra aandacht aan vraagstukken rondom bodemkwaliteit bij ruimtelijke ordeningsprocessen. Ook de EU onderkent het belang van een gezonde bodem en heeft daarom zeer recentelijk ‘Gezonde Grond’ tot één van de vijf Europese missies gemaakt.
3.1.2 Water Door intensief gebruik van watersystemen is waterkwaliteit een continu aandachtspunt met economisch impact. De beschikbaarheid van zoet water staat steeds vaker onder druk. Dit heeft gevolgen voor bedrijfsmatige afnemers van zoet water, als ook voor consumenten. De droogte van de afgelopen jaren heeft ertoe geleid dat we anders naar de inrichting van ons landschap en het waterpeil zijn gaan kijken. Dit heeft gevolgen voor de leefbaarheid en brengt andere opgaven en economische kansen met zich mee bij business development en uitwerking van het randvoorwaardelijke systeem. Tegelijkertijd ontstaan hier kansen voor innovatie en voor samenwerking tussen bedrijven en sectoren. Verbetering waterkwaliteit Door wetgeving afgedwongen. Vraagt om een integrale aanpak van landbouw, industrie en huishoudens. Vergt coördinatie, afstemming en integratie van waterbeleid op alle overheidsniveaus.
Verbetering van waterkwaliteit wordt door wetgeving afgedwongen en heeft prioriteit in het actieprogramma van de RWB. De huidige en voorgenomen beleidsmaatregelen voor het verbeteren van de waterkwaliteit lijken volgens het PBL het gewenste effect te gaan bereiken.2 Het PBL wijst op het belang van een integrale aanpak, aangezien watersystemen voor gebruik door landbouw, industrie en huishoudens met elkaar verband houden. Coördinatie, afstemming en integratie van waterbeleid door Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten helpen om gemeenschappelijke doelenkaders te ontwikkelen en verdere verbeterplannen door te voeren. Bijvoorbeeld t.a.v. de vrijwillige maatregelen van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW). Nu leidt dat nog niet tot het behalen van alle gestelde doelen. De rol van historische zoetwaterstelsels bij de integrale landschappelijke kwaliteit Herstel van de natuurlijke waterloop zoals kreken en beken. Herinrichting van het landschap. Erfgoed en historische kennis als basis voor technische hydrologische en ecologische maatregelen. Een integrale kijk op leefomgevingsvraagstukken komt o.a. tot uiting bij natuurlijk waterloopherstel, zoals de inrichting van beken en kreken. De krekenstelsels in de kleigebieden van West-Brabant geven een karakteristiek landschapsbeeld en zijn van belang voor de waterhuishouding.
In het langetermijnbeleid bij de Krekenvisie wordt ingezet op meer differentiatie tussen de krekenstelsels en 2
PBL, 2020. Nationale analyse waterkwaliteit. – Onderdeel van de Deltaaanpak waterkwaliteit. 3 Waterschap Brabantse Delta en RWB, 2012. Kreken als de motor van de watermachine. “De Krekenvisie”.
17 / 62 / Verduurzaming van de economie
daardoor meer kansen voor flora en fauna.3 Beekdalen zoals dat van de Aa, de Weerijs en de Mark bieden veel potentieel voor het tegen gaan van verdroging en diversificatie van soorten. Erfgoed en historische kennis over de loop van beekstromen bieden nuttige aanknopingspunten voor technische, hydrologische en ecologische maatregelen om droogteproblematiek tegen te gaan.4 Verbeteren beschikbaarheid zoet water Zoet water als bron voor productieprocessen en samenleving. Beschikbaarheid van zoet water staat steeds vaker onder druk, voor zowel bedrijfsmatige afnemers als consumenten. De uitzonderlijke droogte van 2018, en de daarop volgende droge voorjaren en zomers van 2019 (en 2020) onderstrepen volgens de Deltacommissaris de noodzaak van een Deltaplan zoetwater.5 In de Zuidwestelijke Delta, inclusief West-Brabant zijn niet op ieder moment voldoende garanties voor zoet water. Hoewel de omzetting van zoet naar zout in het Volkerak-Zoommeer (bedoeld om blauwalg terug te dringen en de ecologie te verbeteren) voorlopig niet door gaan, betekent uitstel hiervan dat bij de plannen voor verbetering zoetwater hier alsnog adaptief op moeten worden ingespeeld. Het waterschap Brabantse Delta en de provincie Noord-Brabant werken aan een gebiedsproces voor zoet water met de gebruikers rondom het Volkerak-Zoommeer. Met de
4
Zie ook opinie-artikel Joks Janssen: De weg vooruit, is de weg terug. Brabants Dagblad 11 augustus 2020. 5 Deltacommissaris, 2019. Voortgangsrapportage werken aan zoetwater in de Delta, terugblik 2018 en vooruitblik 2019 en 2020.
droge zomers is wel gebleken hoe afhankelijk boeren zijn van deze zoetwaterbron, in een steeds zilter wordend Zeeland.6
de inrichting, beheer en gebruik van klimaatadaptieve landschappen.9
Met name op de hogere zandgronden treedt een watertekort op wanneer de aanvoer van water via de beken stagneert. Dit heeft gevolgen voor de regionale sector agrofood & biobased. En natuurlijk voor de natuur. In 2016 is vanuit het Deltaplan Hoge Zandgronden een werkprogramma gestart voor Oost en Zuid Nederland om te leren zuinig om te gaan met de voorraden zoet water.7 Hier wordt gewerkt vanuit de zoetwaterstrategie 2050 uit 2015 die in 2021 zal worden herijkt vanuit de lessen die zijn getrokken na de droge zomers in de jaren 2018 en 2019.8 Voor de hoge zandgronden is de aanpak voornamelijk gericht op zuinig gebruik, conservering van water en optimalisatie van de wateraanvoer. Klimaatadaptatie, aanpassingen aan de gevolgen van klimaatverandering zoals droogte en wateroverlast, is daarnaast een belangrijk onderdeel van de strategie. Dit zal ook in regionaal beleid aan belang winnen.
Gezamenlijke inzet op klimaatadaptatie, leefbaarheid en economische kansen Water als spil. Hittebestrijding & afvoer van hoosbuien. Groen, waterberging, vitale en kwetsbare functies als energie en drinkwater. Koppelkansen naar kwaliteit fysieke leefomgeving en energietransitie
Incidenteel hogere afvoeren bij hoosbuien zorgen voor overbelasting van het systeem met gevolgen voor het verstedelijkt gebied dat op de overgang tussen zand en klei ligt en waar het teveel aan water moeilijk kan worden afgevoerd. De WUR is in 2020 praktijkonderzoek gestart om meer te leren over klimaatadaptieve inrichting van hoge zandgronden in Nederland om aan de hand van ontwikkelpaden te werken aan de transitie in 6
Zie nieuwsbericht NOS 12 augustus 2020: Zeeuwse boeren denken aan stoppen met fruit- en uienteelt om zoetwatertekort. 7 Werkprogramma Zoetwatervoorziening hoge zandgronden 2016-2021. 8 Deltabeslissing zoetwaterstrategie.
18 / 62 / Verduurzaming van de economie
In 2018 is vanuit de Deltacommissie de Nationale Klimaatadaptatiestrategie gelanceerd.10 Inmiddels werken alle Nederlandse overheden aan klimaatadaptatie. Aandachtspunten zijn o.a. het tegen gaan van hitte-eilanden door groen en water aan te leggen, waterberging om de gevolgen van hoosbuien te beperken en extra capaciteit te genereren bij de droogte. Speciale aandacht is er voor klimaatbestendigheid van vitale en kwetsbare functies, zoals energievoorziening en drinkwater. Het kennisnetwerk Platform Samen Klimaatbestendig helpt overheden, bijvoorbeeld via praktijkgericht onderzoek, om stappen voorwaarts te zetten met de klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van Nederland richting 2050. De vraag naar groene kennis en groene arbeidskrachten zal hierdoor toenemen. Juist omdat alle overheden bezig zijn met klimaatadaptatieplannen liggen er kansen voor samenwerking en dwarsverbanden. Hierdoor 9
WUR, nieuwsbericht 11 juni 2020: Meerjarig onderzoek naar klimaatadaptieve inrichting hoge zandgronden. 10 Deltacommissaris, 2018. Nationale Klimaatadaptatiestrategie.
is het mogelijk om de komende jaren te versnellen met klimaatadaptatie. Een van de manieren is om actief in te zetten op meekoppelkansen met andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals de energietransitie.11 De RWB heeft in 2015 een klimaatatlas voor West-Brabant ontwikkeld, als stap richting een ruimtelijke adaptatiestrategie. Er zijn lokale klimaatrisico’s vastgesteld die om een lokale oplossing vragen. Ook zijn er knelpunten gesignaleerd op locaties waar de ambities voor een sterke agrofoodsector, circulaire economie en energietransitie samenvallen met plekken waar watertekorten en wateroverlast valt te verwachten. Hoewel de economische schade groot zal zijn als er geen actie wordt ondernomen, constateerde de RWB in 2017 dat de urgentie voor een ruimtelijke adaptatiestrategie bestuurlijk en ambtelijk nog niet wordt gevoeld.12
3.1.3 Toenemend bewustzijn van het belang van schone lucht Inzetten op verduurzaming van industriële processen en verminderen van uitstoot (incl. mobiliteit). Regionale uitdaging is de eigen regionale uitstoot, plus die van omliggende industriële gebieden. De groeiende aandacht voor schone lucht zet druk op verduurzaming van industriële processen. Het terugdringen van luchtvervuiling en de uitstoot van (ultra)fijnstof door agrarische bedrijven, andere industriële sectoren, logistiek en mobiliteit gaat 11
Deltacommissaris, 2020. Deltaprogramma 2020.
19 / 62 / Verduurzaming van de economie
doorgaans gepaard met emissiereductie van broeikasgassen en stikstof. Daarmee wordt dus ingezet op meerdere doelstellingen en maatschappelijke opgaven. De ligging van West-Brabant als onderdeel van de verstedelijkte Delta brengt met zich mee dat de lucht belast wordt vanuit industrie en mobiliteit uit de eigen regio. Daarbij zorgen de overheersende zuidwestenwinden ervoor dat de regionale luchtkwaliteit door de uitstoot vanuit Antwerpen aanvullend negatief wordt beïnvloed. Waar het gaat om stikstof zijn er overschrijdingen op de Brabantse Wal, rond Krammer-Volkerak, rond het Ulvenhoutse Bos en in de Biesbosch. De aandacht voor schone lucht groeit en naar verwachting zal komende jaren deze trend zich doorzetten. De acceptatie van luchtvervuiling neemt af en er wordt meer waarde gehecht aan verbetering van de luchtkwaliteit en het verminderen of beëindigen van activiteiten die luchtvervuiling met zich meebrengen. Het Longfonds agendeert dit namens de patiëntenverenigingen van diverse longziektes. Bij de Coronauitbraak lijkt er een verband te zijn tussen luchtvervuiling en vatbaarheid voor deze ziekte. Op dit moment lopen wereldwijd diverse onderzoeken om dit verder uit te zoeken. De vermoedelijke impact van luchtkwaliteit op Corona-uitbraken ondersteunt de maatschappelijke behoefte voor verdere verbetering aan de luchtkwaliteit.
12
RWB, 2017. Klimaatatlas West-Brabant.
Vanuit het Schone Lucht Akkoord wordt met decentrale overheden gewerkt aan een gebiedsgerichte aanpak.13 Interregionale samenwerking zou de inzet kunnen zijn om de kwaliteit van de aangevoerde lucht uit de regio Antwerpen te verbeteren. De maatregelen uit het Klimaatakkoord zouden eveneens moeten bijdragen aan de verbetering van de luchtkwaliteit.14
3.1.4 Werken aan Natuur Netwerk Nederland voor in stand houding natuur en biodiversiteit, en een hoogwaardige leefomgeving voor wonen en werken Ongunstige impact van bedrijfsactiviteiten en infrastructurele voorzieningen op natuurkwaliteit en biodiversiteit. Bindende instandhoudingsdoelstellingen natuur en biodiversiteit. Betrekken burger en maatschappelijke organisaties. Allerlei soorten bedrijfsactiviteiten en infrastructurele voorzieningen hebben een ongunstige impact op natuurkwaliteit en biodiversiteit. Dat heeft geleid tot jarenlange achteruitgang van natuur, zowel in natuurgebieden als in agrarisch cultuurlandschap. Bindende nationale en Europese instandhoudingsdoelstellingen zijn ingesteld om het tij te keren. De provincies hebben in de doelstellingen voor natuur vastgelegd in het Natuur Netwerk Nederland (NNN) dat in 2027 gerealiseerd moet zijn. Die doelen zijn beschreven in het Natuurpact uit 2013 dat de verantwoordelijkheden en de samenwerking tussen het Rijk en de provincies benoemt.15 De evaluatie in 2020 toont aan dat de 13
Ministerie van Infrastructuur en Waterschap, 2019. Schone lucht akkoord. 14 Ministerie van Economische Zaken, 2019. Klimaatakkoord.
20 / 62 / Verduurzaming van de economie
provincies bij de uitbreiding van het areaal natuur achter lopen op schema.16 Het blijkt lastiger te zijn dan gedacht om agrariërs bereid te vinden hun land in te zetten voor een combinatie van landbouw en natuur, omdat zij de extra investeringen niet terug verdienen. Schadeloosstelling of onteigening zou een oplossing kunnen bieden. Wat wel goed lukt is burgers en maatschappelijke partijen bij natuur te betrekken, al gebeurt dit vooral in kleinschalige lokale projecten. Het Natuur Netwerk Nederland is van belang voor de instandhoudingsdoelstellingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Ook om de stikstofcrisis op te lossen is verbetering van natuurkwaliteit cruciaal, evenals daling van de stikstofemissies onder meer in de landbouw. Het PBL doet in zijn lerende evaluatie aanbevelingen voor samenwerking tussen Rijk en provincies bij een gebiedsgerichte aanpak. Juist in de overgangszones tussen natuur en gebieden met andere gebruiksfunctionaliteiten kunnen meerdere opgaven integraal worden aangepakt. Via gebiedspilots kan ervaring worden opgedaan voor een structurele aanpak. In Noord-Brabant is sinds 2014 het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) de partij voor samenwerking tussen ondernemers, organisaties, overheden en particulieren voor een robuust en aaneengesloten natuurnetwerk in Brabant. Vanuit de filosofie “ondernemen met natuur” werkt het GOB samen met gemeenten
15
Ministerie van Economische Zaken, 2013. Natuurpact ontwikkeling en beheer van natuur in Nederland. 16 PBL, 2020. Lerende evaluatie van het Natuurpact 2020.
en met niet voor de hand liggende netwerken om bijvoorbeeld gebiedsgerichte pilots vorm te geven. De nabijheid van natuur- en groene recreatiegebieden wordt zeer gewaardeerd door bewoners en recreanten. Een groene leefomgeving voegt waarde toe aan woningen en trekt economische activiteit aan. Investeringen betalen zich dus niet alleen terug in verbeterde prestaties op natuurdoelen en betere bestendigheid tegen extreme droogte en hoosbuien, maar ook in de economische waardering van de regio.
3.2 Energietransitie: terugdringen energiegebruik, zero emission energiebronnen Omgaan naar andere zero-emission energiebronnen als wind en zon. Daarnaast reductie van energiegebruik. Grootste transitieopgave van deze tijd. De energietransitie is een van de grootste transitieopgaven in deze tijd. Het vraagt enerzijds om reductie van energiegebruik, door isolatie, door energie-efficiënte systemen en processen en door gedragsverandering. En anderzijds om vervanging van fossiele energiebronnen voor hernieuwbare bonnen. De Klimaatagenda benoemt stevige doelstellingen voor 2030 en voor 2049, die qua kennis, kosten en draagvlak lang niet allemaal eenvoudig te halen zijn en extra aandacht vragen in strategische agenda’s. De weg vooruit in een transitieaanpak is altijd gebaseerd op maatwerk en leren van (gebiedsgerichte) praktijkervaring. Overheden spelen een belangrijke rol bij het stimuleren van koplopers en faciliteren van pioniersnetwerken, zodat nieuwe
21 / 62 / Verduurzaming van de economie
duurzame praktijken kunnen ontstaan om van te leren en aanzet te geven tot vervolgstappen. De Triple Helix aanpak helpt te versnellen door kennis en kunde samen te brengen bij concrete initiatieven samen met ondernemers en overheden. Via duurzaam inkopen is de overheid stimulerend voor innovatieve marktpartijen. Door niet-duurzame praktijken (vanuit wettelijke kaders) af te bouwen, bijvoorbeeld in (inkoop)afspraken en het toekennen van middelen, verschaft de overheid helderheid over de ingezette weg van verduurzaming. Door langetermijninvesteringen in duurzame infrastructuur ter ondersteuning van toekomstbestendige gebiedsinrichting. Door dialoog te organiseren met betrokkenen over de toekomst en de veranderingen die allen treffen. Door meekoppelkansen zichtbaar te maken en in de uitvoering te faciliteren.
4 Verduurzaming sectoren Verduurzaming van alle industriële sectoren is een noodzakelijke ontwikkeling, die ook op de korte termijn steeds zwaarder zal wegen. De wettelijke doelen vanuit het Rijk en de EU en maatschappelijke akkoorden op gebied van emissiereductie van broeikasgassen, stikstof, en (ultra)fijnstof, verbetering van de waterkwaliteit, waterbeschikbaarheid en bodemkwaliteit, bijdragen aan in stand houding van natuur en verbetering biodiversiteit, en klimaatadaptatie raken aan de productie en bedrijfsvoering van alle industrieën. Hierdoor zullen nieuwe waardeketens gaan ontstaan. Digitalisering, robotisering en dataficering spelen een belangrijke rol in de verandering van processen. Het begrip Licence to operate zal steeds letterlijker gaan bepalen voor welke soort bedrijven en activiteiten ruimte is, en welke niet passen binnen de bindende kaders van verduurzaming.
4.1 Verduurzaming van de landbouw De agrarische sector heeft een grote verduurzamingsopgave in het terugdringen van emissies en het verbeteren van de ecologische kwaliteit van het landschap. Dit wordt erkend in het nationaal landbouwbeleid dat verder inzet op verduurzaming en de transitie naar kringlooplandbouw. Het Realisatieplan Kringlooplandbouw richt zich op voortdurende verlaging van het verbruik van grondstoffen (in lijn met Circulaire Economie) en vermindering van 17
Ministerie van LNV, 2019. Realisatieplan LNV visie. Op weg met een nieuw perspectief.
18
Provincie Noord-Brabant, 2020. Uitvoeringsagenda eiwittransitie 2020.
22 / 62 / Verduurzaming sectoren
de druk op de leefomgeving.17 Samenwerking tussen Rijk en de regio brengt synergie in de gekozen aanpak.
4.2 Eiwittransitie: plant-based innovatie, regionale ketens Transitie in het voedselsysteem van dierlijke eiwitten naar plantgebaseerde eiwitten. Diervriendelijk geproduceerd voedsel. De eiwittransitie is een belangrijk thema voor het voedselsysteem van de toekomst. Noord-Brabant wil de provincie in zijn kracht zetten met hoogwaardige plantaardige eiwitten (waaronder nieuwe teelten), en diervriendelijk geproduceerd voedsel dat positief bijdraagt aan de gezondheid.18 De provincie zet in op het beperken van de uitstoot van broeikasgassen en wil bijdragen aan een goede gezondheid met duurzaam geproduceerde producten. Daarmee is de eiwittransitie cruciaal voor het voedselsysteem van de toekomst. Voor West-Brabant met een zwaartepunt van agrofood & biobased en chemie, biedt de inzet op deze transitie kansen voor innovatieve eiwitten, zoals uit bietenblad.19 WestBrabant kan de problemen en het negatieve imago van grootschalige intensieve veehouderij van zich afschudden en een innovatieve, duurzame “plantbased” regio worden. West-Brabant zou een hub kunnen zijn van plant-gebaseerd voedsel, diervoeder en non-food grondstoffen.
19
Cosun Beet Company werkt hieraan vanuit een strategisch programma voor eiwitinnovatie.
Kenmerkend in Brabant is de goed gewortelde Triple Helix aanpak waarbij de HAS Den Bosch helpt zijn kennis in praktijk te brengen op thema’s van kringlooplandbouw, klimaatadaptatie en natuurherstel, alternatieve eiwitten, robuustere productiesystemen, en waarde(n)creatie. Het LIB is een unieke partij in Brabant die samen met de sector aan werkt aan (pionierende) initiatieven voor innovatie en verduurzaming.20
4.2.1 Nieuwe biobased ketens Innovaties die inzetten op hoogwaardig gebruik van grondstoffen en biomassa. Dit leidt tot nieuwe verdienmodellen en nieuwe samenwerkingsverbanden. In de verdere ontwikkeling van de biobased economy spelen regio’s een belangrijke rol. De nationale strategie op biobased economy is erop gericht regio’s aantrekkelijker te maken door inzet op een sterke bio-economy.21 Innovaties, en innovatieve ketenverbanden hebben geregeld een link met eiwitinnovaties. Innovaties die inzetten op hoogwaardig gebruik van grondstoffen en biomassa. Dit leidt tot nieuwe verdienmodellen en nieuwe samenwerkingsverbanden. De Triple Helix aanpak om ontwikkeling van en de transitie naar biobased ketens te versnellen lijkt daarom op wat hierboven is vermeld t.a.v. de eiwittransitie.
20
Landbouw Innovatie Brabant, 2020. Landbouw innovatie NoordBrabant. Activiteitenprogramma 2020-2023.
23 / 62 / Verduurzaming sectoren
4.2.2 Grootschalig, hyper-efficiënt Schaalvergroting als manier om kostenefficiëntie, innovatiekracht en verduurzaming samen te laten gaan. Kringlooplandbouw als schaalvergroting vanuit meer natuurinclusieve werkmethode. Verminderen overlast (geur, uitstoot, …). Op dit moment zijn in West-Brabant twee stromingen in de landbouw te herkennen. Enerzijds richten bedrijven zich op schaalvergroting als manier om kostenefficiëntie, innovatiekracht en verduurzaming samen te laten gaan. Deze schaalvergroting, zowel in de akkerbouw als in de veehouderij, is inherent verbonden is met de technische en digitaliseringstransitie. In de akkerbouw zien we die met name bij bieten en granen, maar ook in zacht fruit speelt schaalvergroting in gaarden en vanuit verdere verglazing en bebouwing. Grootschaligheid biedt voordeel bij het invoeren van geavanceerde digitale en gerobotiseerde systemen. Allerlei vormen van smart farming worden in praktijk gebracht. Dit vraagt om een grote kapitaalinvestering die via grote volumes moet worden terugverdiend. Denk aan alternatieve landbouwvoertuigen in combinatie met GPS en drones om verdichting en overmatig gebruik van bemesting, gewasbeschermingsmiddelen en bewatering tegen te gaan. De beleidsambitie rondom kringlooplandbouw is om deze schaalvergrotende bedrijven vanuit meer natuurinclusieve werkmethoden te laten opereren en hun bedrijf hierop aanpassen.