13b Ontwerpbegroting 2025 Werkplein Hart van West-Brabant 2
Tekst van het document
26
Programma Inburgering
Jaarrekening 2023
Lasten Inburgeringsvoorzieningen Leerroutes Arbeid en begeleiding Arbeid en begeleiding gezinsmigranten Reservering inburgeringsvoorzieningen Totaal lasten inburgeringsvoorzieningen Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten Resultaat te bestemmen
394.880 596.869 6.000
Begroting 2024
Begroting 2025
Mutaties
997.749
2.309.892 1.000.786 103.744 -118.455 3.295.967
3.798.912 1.322.292 34.270 612.236 5.767.710
1.489.020 321.506 -69.474 730.691 2.471.743
997.749
3.295.967
5.767.710
2.471.743
460.997 321.646 375.422 804.587 236.706 235.640 2.434.998 1.437.249
617.266 430.922 524.094 1.083.127 326.103 314.456 3.295.967
1.084.146 756.961 922.259 1.877.130 573.748 553.466 5.767.710
466.880 326.039 398.165 794.003 247.645 239.010 2.471.744
Tabel: Geraamde kosten voor inburgering 2025
Toelichting begroting 2025 t.o.v. begroting 2024
Inburgeringsvoorzieningen Voor deze voorzieningen krijgen de gemeenten een specifieke uitkering van het Rijk (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen. Het gaat om de volgende inburgeringsvoorzieningen: de leerroutes, PVT, maatschappelijke begeleiding, MAP en de inzet van tolken.
Leerroutes De raming van de kosten voor de leerroutes is gebaseerd op ervaringscijfers van de jaren 2022 en 2023. De verwachting is dat 60% instroomt in de B1-route, 10% in de Onderwijsroute en 30% in de Zroute. Voor de B1- en de Z-route is gerekend met een bedrag van maximaal € 9.000 per traject. Dit traject moet in een periode van maximaal 3 jaar afgerond worden. De rijksvergoeding wordt in drie jaar vergoedt (jaar 1; 61%, jaar 2; 31% en jaar 3; 8%). Voor de kosten van de leerroutes is ook deze verdeling in drie jaar tijd toegepast. Voor de Onderwijsroute is gerekend met € 16.500 per traject. Deze leerroute duurt maximaal 1,5 jaar.
Arbeid en begeleiding De maatschappelijke begeleiding en het Participatieverklaringstraject (PVT) wordt beiden ingekocht bij Vluchtelingenwerk. De MAP wordt door het Werkplein zelf uitgevoerd middels de inzet van klantmanagers, werkgeversadviseurs en trainers. Ook werkgevers hebben hierin een rol. Een tolkvoorziening wordt veelal ingezet middels de zogenaamde tolkentelefoon. Naast taallessen bestaat de inburgeringsroute ook uit een participatiecomponent. Wanneer dit een betaald traject is, wordt dit veelal via WVS en Kringloper ingezet. De kosten voor deze trajecten komen uit het Participatiebudget. Wanneer het gaat om vrijwilligerswerk bij lokale organisaties en verenigingen dan staan hier geen kosten tegenover.
27
Voor gezins- en overige migranten hoeft geen taalonderwijs, participatietrajecten en maatschappelijke begeleiding ingezet te worden. Voor de MAP, PVT en tolkvoorziening ontvangen gemeenten, net als voor de asielmigranten, een Rijksbijdrage.
Extra taken Vluchtelingenwerk Voordat de Wet inburgering 2021 van kracht werd, leverde Vluchtelingenwerk al extra diensten om een zo goed mogelijke begeleiding van inburgeraars mogelijk te maken. Het betreft de taken maatschappelijk spreekuur, juridisch spreekuur, taakstelling huisvesting en taalcoaching. Formeel horen deze taken niet onder de nieuwe Wet inburgering. Gemeenten ontvangen hiervoor dan ook geen Rijksbijdrage. In 2024 start het Werkplein een aanbesteding op om de diensten die nu door Vluchtelingenwerk worden uitgevoerd opnieuw aan te besteden. We kijken kritisch naar de noodzaak van deze extra taken en de financiering die dit met zich meebrengt.
Inburgering extra taken Vluchtelingenwerk Lasten Extra taken Vluchtelingenwerk Maatschappelijk spreekuur Juridisch spreekuur Taakstelling huisvesting Taalcoaching Cursus omgaan met geld Totaal extra taken Vluchtelingenwerk Totaal baten Saldo van lasten en baten Bijdragen gemeenten Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal bijdragen gemeenten
Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Mutaties
108.207 54.172 36.015 37.500 6.796 242.690
108.207 54.171 22.085 37.500
120.439 67.596 41.340 46.875
12.232 13.425 19.255 9.375
221.963
276.250
54.287
242.690
221.963
276.250
54.287
48.240 32.365 42.438 74.400 25.083 20.164 242.690
40.969 34.244 38.165 67.056 20.484 21.045 221.963
51.034 42.479 46.659 83.998 26.235 25.845 276.250
10.065 8.235 8.494 16.942 5.751 4.800 54.287
28
7. Begroting
Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven inzicht te geven in de algemene dekkingsmiddelen. Onder algemene dekkingsmiddelen wordt verstaan die middelen die niet aan een programma toegeschreven kunnen worden en algemeen inzetbaar zijn.
• •
•
Binnen de gemeenschappelijke regeling van het Werkplein kennen we de volgende algemene dekkingsmiddelen: De bijdragen van de deelnemende gemeenten in de uitvoeringskosten. Deze kosten worden omgeslagen naar de deelnemende gemeenten, via een in de begroting vastgesteld percentage. De bijdrage van de gemeenten in de programmakosten. Bij programma Inkomen, Inkomensondersteuning en Inburgering worden de lasten per gemeente bijgehouden en in rekening gebracht.
Algemene dekkingsmiddelen
Jaarrekening 2023 Baten
Begroting 2024 Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Begroting 2025 Baten
Saldo
Lasten
Saldo
Programma's : Gemeentelijke bijdrage bedrijfsvoering Bijdrage plustaken gemeenten Bijdrage gemeenten uitvoering Energietoeslag Bijdrage gemeenten uitvoering leefgeld Oekrainers Vrijval reservering uitvoeringskosten Tozo Baten overig Doorberekende loonkosten Vrijval reserve DIV/archief Vrijgevallen jaarresultaat org.ontw.
17.076.546 132.382 406.462 12.582 171.140 287.918 2.236.483 70.981 87.593
17.076.546 132.382 406.462 12.582 171.140 287.918 2.236.483 70.981 87.593
18.532.134
18.532.134
19.607.898
19.607.898
2.236.483
2.236.483
2.236.483
2.236.483
Totaal algemene dekkingmiddelen
20.482.087
20.482.087
20.768.617
20.768.617
21.844.380
21.844.380
Tabel: Algemene dekkingsmiddelen
De productkosten worden toegelicht in hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 programma Werk en Participatie, Inkomen, Inkomensondersteuning en Inburgering. De bedrijfsvoeringkosten worden toegelicht in hoofdstuk 9 Financiële begroting. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven welke paragrafen moeten worden opgenomen in de begroting. De onderdelen lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor deze gemeenschappelijke regeling. De volgende verplichte paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: a.
financiering
b.
bedrijfsvoering.
c.
weerstandsvermogen en risico’s.
29
7.1 Paragraaf financiering In de wet financiering decentrale overheden, Wet fido, zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Deze regeling geeft een uiteenzetting van de kaders, waarbinnen het treasurybeleid wordt vormgegeven. Belangrijk daarbij is dat het financieel beheer zo beheersbaar en transparant mogelijk wordt uitgevoerd.
Rentevisie Voor het voeren van een verantwoorde financieringsbehoefte is een actueel beeld van de renteontwikkeling noodzakelijk. Om dit te garanderen wordt minimaal één keer per jaar - indien daartoe aanleiding is vaker - een rentevisie opgesteld op basis van de gegevens van de huisbankiers dan wel andere vooraanstaande bancaire instellingen. Deze dienen minimaal een AA- rating te hebben. De rentevisie baseren wij op die van de Bank Nederlandse Gemeenten (december 2023). Gelet op de zwakke conjunctuur en de daardoor afnemende inflatieverwachtingen zal de ECB de rente naar verwachting niet verder verhogen. In de tweede helft van 2024 zal de centrale bank het depositotarief verlagen. De ECB zal vooralsnog doorgaan met het verminderen van de effectenportefeuille.
Renterisico De renterisico's bij het aantrekken en uitzetten van gelden beperken wij zoveel mogelijk door de overeengekomen rentepercentages bij de transacties te baseren op de actuele rentestand en de rentevisie. Op dit moment zijn wij nog geen langlopende geldlening aangegaan. De financiering van onze in de hoofdzaak ICT-investeringen zullen wij binnen de rekening-courant overeenkomst opvangen. In de begroting houden wij rekening met beperkte rentekosten. Voor het renterisico worden twee normen onderscheiden; de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Er dient binnen deze normen geopereerd te worden.
Renterisiconorm Met de renterisiconorm wordt beoogd de renterisico’s te beheersen op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage (20%) te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal. Voor de begroting 2025 geldt een norm van € 25,1 mln. Het Werkplein heeft geen vaste geldleningen.
Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rente typische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido (evenals in de Wet filo) de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,2%) van het totaal van de jaarbegroting. Dit percentage is vastgelegd in de UFDO. Voor de begroting 2025 bedraagt de kasgeldlimiet € 10,2 mln.
30
Rentekosten Wij streven ernaar om onze renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat wij geen middelen onbenut laten, maar streven naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s. Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido en het treasurystatuut kan desondanks worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten.
Schatkistbankieren Op 16 november 2015 heeft het Werkplein een kredietfaciliteit met de Bank voor Nederlandse gemeenten (BNG) afgesloten. Dit betekent dat het Werkplein in voorkomend gevallen tot maximaal een bedrag van € 2.000.000 rood mag staan. Deze kredietfaciliteit is door de gemeenten gegarandeerd.
7.2 Paragraaf bedrijfsvoering Zoals reeds is aangegeven, is de omgeving van de Gemeenschappelijke Regeling volop in beweging. Dit betekent dat de interne organisatie hierop zo ingericht moet zijn dat op veranderingen flexibel ingespeeld kan worden. De flexibiliteit wordt onder andere gerealiseerd door de onderstaande punten.
Personeel Door het algemeen bestuur is de visie Werkplein 2024 vastgesteld en is besloten de nieuwe organisatiestructuur door te voeren. Per saldo nam de formatie toe tot 192,4 fte. Daarvan was momenteel nog 7,81 fte ondersteunende diensten die door de gemeente Etten-Leur worden geleverd. Inmiddels is het secretariaat en een financieel ondersteuner overgegaan naar het Werkplein en is de formatie in de herziene DVO herschikt (AB 29-02-2024).
31
Startformatie 2015
122,2
Taakstelling 2017
-1,5
Taakstelling 2018
-2,6
Taakstelling 2019
-2,0
Toelichting
Taakstelling 2020
-2,0
Nieuwe taken participatiewet (besluit AB 19-01-2017)
6,0
(was 7,2 besloten)
Uitbreiding ondersteunende diensten inclusief directiesecretaris (besluit AB 19-01-2017)
1,0
(was 0,5 besloten)
Integratie DIV (besluit AB 29-11-2018)
6,4
(7,5 fte wordt richting 2021 afgebouwd naar 5,75)
Taakstelling 2020 vervallen ivm uitvoering Jaarplan 2020 (besluit AB 27-01-2020)
2,0
Incorporeren PPS/Randstad WSP (besluit AB 29-09-2020)
5,9
Positionering van Werkplein Actief bij het Werkplein (AB 23-9-2021)
5,3
Uitvoeren taken Wet inburgering
10,4
Formatie 2022
151,2
Nieuw organisatiestructuur 2023
192,4
Uitbreiding applicatie- en functioneel beheer (AB 29-012024) Overheveling secretariaat/fin ondersteuner naar werkplein
4,0
Formatie 2024
-1,8 194,6
Met ingang van 2024 voert het Werkplein de voorzieningenwijzer voor de zes gemeenten uit. De daarvoor beschikbaar gestelde formatie van 3 fte zit niet in bovenstaande formatie opgenomen. De insteek van het Werkplein is om zoveel mogelijk formatie via reguliere dienstverbanden in te vullen. Dit om stabiliteit en behoud van kennis in de organisatie te bewerkstelligen om zo optimaal mogelijk de inwoners van dienst te kunnen zijn. Er wordt wel een kleine flexibele formatie van circa 5% aangehouden.
Ziekteverzuim Ons doel is het ziekteverzuim zo laag mogelijk te houden, door actief te sturen op ons verzuimbeleid. Belangrijk hierbij is dat we zorgdragen voor een goede balans aan inzet van het personeel. Gestuurd wordt op kort verzuim en op de verzuim frequentie. Bij langdurig zieken zal indien nodig worden ingehuurd, zodat de direct betrokken collega’s niet nog eens extra werkzaamheden krijgen waardoor de druk bij hen ook te veel wordt verhoogd. Afgelopen jaar (2023) lag het verzuimpercentage op 7,38% en was het langdurig verzuim 6,2%. In de begroting voor 2025 is met 2% van de loonsom rekening gehouden voor vervanging.
Informatievoorziening/veiligheid In 2025 hebben inwoners inzicht in hun eigen inwonerdossier. Daarin kunnen ze zien wat de status is van hun aanvraag of hun ontwikkeling. Met het inwonerdossier hebben de inwoner en de contactpersoon van het Werkplein dezelfde informatie als ze in contact komen met elkaar. Dat helpt hen bij het voeren van een gesprek op basis van gelijkwaardigheid. Het inwonerdossier wordt 32
automatisch geactualiseerd met informatie uit diverse applicaties via een gegevensmagazijn. Het inwonerdossier voldoet aan alle AVG-vereisten. Inwoners loggen in met behulp van DigiD en medewerkers van het Werkplein hebben de juiste autorisatie om het inwonerdossier in te zien.
Financieel beheer Naast de zorg om uitkeringen op tijd uit te betalen aan klanten, is het ook onze verplichting om op periodieke wijze verantwoording af te leggen over het gevoerde (financieel) beleid. Deze verantwoording vindt plaats via de bestuursrapportages en in de diversie gremia. Naast de begroting en jaarrekening worden er drie bestuursrapportages na elk kwartaal aan het bestuur voorgelegd.
Huisvesting Het Werkplein heeft vanaf 2023 formeel nog één hoofd locaties, Etten-Leur. Vanaf september 2022 werken wij meer gebiedsgericht, daar werken waar het voor de inwoner het beste is en de aansluiting zoeken met het sociaal domein. Dat betekent dat onze medewerkers vaker in of een gemeentehuis of in buurthuizen of daar waar onze partners zitten zullen gaan werken. Momenteel werken wij in de zes gemeentehuizen. De vervolgstap is om ook in buurthuizen e.d. onze dienstverlening op een veilige manier te gaan verrichten. De huisvestingslasten zijn in 2024 verlaagd met € 215.584.
7.3 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheer Om weerstand te kunnen bieden tegen substantiële tegenvallers, zonder aantasting van het uit te voeren beleid, is een bepaald weerstandsvermogen onontbeerlijk. Dit vormt een buffer om onverwachte en onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen.
Bepaling weerstandsvermogen Bij het bepalen van het weerstandsvermogen en de omvang daarvan wordt gekeken naar de algemene reserve en de post onvoorzien. Deze twee tezamen bepalen het weerstandsvermogen. Het Werkplein beschikt niet over een algemene reserve, wel over een post onvoorziene uitgaven van € 50.000. Het Werkplein is een gemeenschappelijke regeling waarvoor de gemeenten garant staan. Het aanhouden van een eigen vermogen om risico’s te kunnen opvangen is derhalve niet strikt noodzakelijk.
Reserve en Voorzieningen Het Werkplein beschikt in principe niet over reserves. Er is echter vanaf 2022 een reserve inburgering per gemeente gevormd. Dit omdat zowel de uitgaven als inkomsten (van het Rijk) voor een inburgeraar over een periode van maximaal drie jaar plaatsvinden. Daarnaast is één voorziening gevormd voor de regeling spaarverlof die in de cao voor medewerkers mogelijk is gemaakt.
Risicoparagraaf Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, moet de beschikbare weerstandscapaciteit worden afgezet tegen de risico’s. Bij het inventariseren van de risico’s is de volgende definitie van risico’s gehanteerd: ‘het betreft risico’s die een financieel gevolg kunnen hebben en die (nog) niet op een andere manier zijn ondervangen, bijvoorbeeld door het afsluiten van een verzekering, het treffen van een voorziening of het nemen van een beleidsmaatregel’. Onderstaand zijn de volgende risico’s te 33
benoemen en te kwantificeren: indien het risico zich voordoet, komt dit ten laste van de deelnemende gemeente omdat het Werkplein geen algemene reserve kent.
Risico
Oorzaak
Kans
Gevolg
Financieel gevolg
Beheersmaatregel
Hoger ziekteverzuim dan geraamd
Ziekteverzuim wordt hoger door blijvend hoge werkdruk, niet optimale arbeidsomstandigheden en persoonlijke omstandigheden (langdurig zieken)
Hoog
€ 200.000. Uitgaand van meer dan 5% ziekteverzuim.
Vanuit HR en leidinggevenden wordt extra aandacht gegeven worden aan het ziekteverzuimbeleid, waardoor vroegtijdig preventieve maatregelen genomen kunnen worden.
Informatielek
Onvoldoende kennis en capaciteit in de organisatie
Hoog
Moeten/gaan meer inhuren dan geraamd, omdat niet inhuren i.r.t. continuïteit en kwaliteit dienstverlening niet meer verantwoord is. De uitvoeringskosten zullen stijgen Gevolgen bij misbruik en/of verlies van privacygevoelige informatie kan geldboete zijn van autoriteit persoonsgegevens of naam schade.
Hogere kosten BUIG en BB/Minimabeleid
Sneller oplopende Beperkt klantenaantallen dan geraamd en effect voorzieningenwijzer
Hogere uitvoeringskosten
Sneller oplopende Gemiddeld klantenaantallen dan geraamd
Participatiemiddelen niet toereikend om cliënten naar werk te begeleiden
Niet alle participatiemiddelen Gemiddeld zijn door gemeenten aan het Werkplein HvWB overgedragen. Druk op kosten ketensamenwerking.
ESF-subsidie
Door onvolledige of onvoldoende verantwoording
Beperkt
Maximale boete € 820.000
Informatieveriligheid en privacy heeft sterke aandacht in onze organisatie. Tweemaal per jaar wordt hierover gerapporteerd, ook naar het dagelijlks bestuur.In 2024 gaan we bewustwording via het Leerplein een vaste plaats geven. Meer uitkeringen en Hogere kosten Buig en In de begroting voor 2025 is inkomensoverdrachten minimabeleid, deze worden realistisch begroot en rekening doorbelast aan de gemeenten gehouden met de prognoses van het CPB qua stijging van het bestand in 2024 en 2025. Daarnaast zijn we gestart met een aantal maatregelen om de toename bestand te keren. Meer personeel nodig Extra inhuurkosten De huidge rekenregel is per 1-1respectievelijk extra 2023 vervallen. De formatie voor loonkosten. de nieuwe organisatie is gebaseerd op het huidge bestand. Mocht het bestand sterk gaan toenemen dan zullen wij dit bespreken met de gemeenten. Uitkeringslasten zijn Extra kosten worden doorbelast Instrumenten worden periodiek hoger dan nodig; deel naar de gemeenten, Inwoners getoetst op hun effectiviteit. klanten participeert blijven in de bijstand. Daarnaast worden nu de minder (naar vermogen) benodigde middelen begroot, dan mogelijk onafhankelijk van de vergoedingen vanuit het Rijk. Minder subsidie waardoor P.M. Vooraf subsidie afstemmen met kosten niet meer gedekt regio en zijn. verantwoordingsafspraken intern vantevoren vastleggen. Wordt nu geen gebruik van gemaakt.
Financiële kengetallen
Financiële kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd
2023 -3,90% -3,90%
2024 -6,92% 0,00%
2024 -6,92% 0,00%
Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
19,91% 3,52%
0,00% 0,00%
0,00% 0,00%
Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Het Werkplein heeft geen geldleningen afgesloten. Voor het Werkplein is het risico dat niet voldaan kan worden aan de terugbetaling van de lening dus niet aanwezig.
34
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft een indicatie in de mate waarin een gemeenschappelijke regeling in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Het Werkplein heeft in principe geen eigen vermogen. Vanwege de bekostigingssystematiek voor de Inburgeringstaken (zowel baten als laten worden over een periode van drie jaar toegekend) worden er toch bedragen voor inburgeringsvoorzieningen gereserveerd. Daardoor bedraagt de solvabiliteitsratio in 2023 19,91%. Voor de begroting houden we de reserves op nihil en bedraagt de solvabiliteitsratio 0%.
Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Dit kengetal geeft een indicatie welke structurele ruimte aanwezig is om de lasten te dragen. De uitkomst van 0% geeft aan dat de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Dit is een gevolg van de financieringsconstructie die het Werkplein hanteert. De deelnemende gemeenten staan garant om alle kosten (dus ook eventuele tekorten) van het Werkplein af te dekken en indien er sprake is van een overschot wordt dit ook verrekend met de deelnemers.
Beoordeling kengetallen De waarde van de kengetallen van het Werkplein is enigszins beperkt vanwege de afspraken die in de gemeenschappelijke regeling zijn gemaakt over de financiering van het Werkplein. Zo worden eventuele overschotten of tekorten direct verrekend met de bijdragen van de deelnemende gemeenten en mogen geen reserves worden opgebouwd.
35
8. Financiële begroting
8.1 Staat van baten en lasten per programma Overzicht van baten en lasten
Programma's : Programma Werk en Participatie Programma Inkomen Programma Inkomensondersteuning Programma Inburgering Inburgering onderwijsroute 2022 Inburgering extra taken Vluchtelingenwerk Tozo Leefgeld Oekrainers Energietoeslag
Subtotaal programma’s
Jaarrekening 2023 Baten
Begroting 2024 Lasten
0 875.579 787.781
38.946 50.124
1.752.430
Bedrijfsvoering: Loonkosten Overige loonkosten Overige personeelskosten Organisatiekosten Ondersteunende diensten Huisvestingskosten Facilitaire kosten Financiën Communicatie Juridische kosten ICT kosten Onvoorzien
Saldo 5.553.534 72.144.157 9.771.033 997.749 175.111 242.690
Baten
Lasten 0 1.014.962 618.705
650.397 14.477.300
5.553.534 71.268.578 8.983.252 997.749 175.111 242.690 -38.946 600.273 14.477.300
104.011.971
102.259.541
1.633.667
16.071.197 328.770 378.182 192.910 633.133 472.422 389.642 -41.613 72.842 14.883 1.223.479
16.071.197 328.770 378.182 192.910 633.133 472.422 389.642 -41.613 72.842 14.883 1.223.479 0
Begroting 2025 Baten
Saldo
5.909.886 70.392.642 9.250.354 3.295.967
5.909.886 69.377.680 8.631.649 3.295.967
221.963
221.963
89.070.812
87.437.145
16.855.098 379.344 342.949 133.939 647.909 434.200 336.857 72.761 17.500 13.670 1.484.390 50.000
16.855.098 379.344 342.949 133.939 647.909 434.200 336.857 72.761 17.500 13.670 1.484.390 50.000
Lasten
1.135.943 715.000
1.850.943
Saldo
6.967.111 79.385.364 10.247.234 5.767.710
6.967.111 78.249.421 9.532.234 5.767.710
276.250
276.250
102.643.669
100.792.726
18.184.467 386.633 384.444 180.544 416.583 494.966 353.475 98.261 25.000 13.717 1.527.887 50.000
18.184.467 386.633 384.444 180.544 416.583 494.966 353.475 98.261 25.000 13.717 1.527.887 50.000
Subtotaal bedrijfsvoering
0
19.735.848
19.735.848
0
20.768.617
20.768.617
0
22.115.976
22.115.976
Totaal lasten en baten
1.752.430
123.747.820
121.995.390
1.633.667
109.839.429
108.205.762
1.850.943
124.759.645
122.908.702
17.076.546 5.553.534
17.076.546 5.553.534
18.532.134 5.909.886
18.532.134 5.909.886
19.607.898 6.967.111
19.607.898 6.967.111
71.268.578 8.983.252
71.268.578 8.983.252
69.377.679 8.631.649
69.377.679 8.631.649
78.249.421 9.532.234
78.249.421 9.532.234
2.434.998
2.434.998
3.295.967
3.295.967
5.767.710
5.767.710
242.690
242.690
221.963
221.963
276.250
276.250
175.111 -38.946 600.273 14.477.300 132.382 406.462 12.582 171.140
175.111 -38.946 600.273 14.477.300 132.382 406.462 12.582 171.140
2.236.483
2.236.483
2.236.483
2.236.483
271.596
271.596
Algemene dekkingsmiddelen: Gemeentelijke bijdrage bedrijfsvoering Gemeentelijke bijdrage programma Werk en Participatie Gemeentelijke bijdrage programma Inkomen Gemeentelijke bijdrage programma Inkomensondersteuning Gemeentelijke bijdrage Programma Inburgering Gemeentelijke bijdrage extra taken Vluchtelingenwerk Inburgering onderwijsroute 2022 Tozo Leefgeld Oekrainers Energietoeslag Bijdrage plustaken gemeenten Bijdrage gemeenten uitvoering Energietoeslag Bijdrage gemeenten uitvoering leefgeld Oekrainers Vrijval reservering uitvoeringskosten Tozo Bijdrage plustaak voorzieningenwijzer Baten overig Doorberekende loonkosten Vrijval reserve DIV/archief Vrijgevallen jaarresultaat org.ontw.
287.918 2.236.483 70.981 87.593
287.918 2.236.483 70.981 87.593
Subtotaal algemene dekkingsmiddelen
124.178.876
0
124.178.876
108.205.760
0
108.205.760
122.908.702
0
122.908.702
Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten
125.931.306
-123.747.820
2.183.487
109.839.427
109.839.429
0
124.759.645
124.759.645
0
125.931.306
-123.747.820
2.183.487
109.839.427
109.839.429
0
124.759.645
124.759.645
0
Toevoeging/onttrekking aan reserves Saldo
36
Verschillenanalyse begroting 2025 t.o.v. begroting 2024 In vergelijking met de begroting 2024 zijn de programmakosten € 13.355.581 hoger. Bij de programma’s is dit verschil nader toegelicht. De kosten bedrijfsvoering in de voorliggende begroting 2025 zijn € 1.347.360 hoger dan in de begroting van 2024 is opgenomen. Dat is een stijging van 6,5%. Dit bestaat voornamelijk door gestegen loonkosten.. Dit kan als volgt worden verklaard:
a. Hogere loonkosten € 1.329.369. De hogere kosten komt met name door: •
• •
•
• • •
de gevolgen van de nieuwe cao € 860.877. De gevolgen van de cao voor 2024 was een stijging van 5,06%. Dat is 0,86% meer dan geraamd. Dat is nog niet in de begroting voor 2024 verwerkt. Daarnaast is een percentage van 4,35% aangehouden voor loonstijging in 2025. De formatie van applicatiebeheer en functioneel beheer is onlangs met 4 fte uitgebreid. Dit kost € 353.040. In juli is door het algemeen bestuur besloten dat het secretariaat en een financieel ondersteuner qua formatie overgaan van Etten-Leur naar het Werkplein. De loonkosten ad € 250.162 zijn nu in de loonkosten opgenomen. Bij het onderdeel ondersteunende diensten leidt dit tot hetzelfde bedrag aan lagere kosten. In maart 2024 is een start gemaakt met de Voorzieningenwijzer. Dit is een plustaak voor de gemeenten. Voor de uitvoering is 3 fte beschikbaar gesteld. De loonkosten ad € 271.596 zijn opgenomen in de loonkostenbegroting. Aan de batenkant is hiervoor een bijdrage van gemeenten opgenomen. Per 1 juli 2023 is het Werkplein eigen risicodrager ziektewet geworden. De premies die voorheen werden betaald vervallen hiermee. Dit leidt tot € 146.250 lagere kosten. De pensioenpremie is ten opzichte van de begroting 2024 0,90% verlaagd. Dit betekent € 142.666 aan lagere kosten. In de afgelopen twee jaren zijn er behoorlijk wat personele wisselingen geweest.
Deels door interne doorstroming en deels vanwege vertrekt (pensioen, ander werk). Gevolg hiervan is vaak een lagere inschaling met als gevolg lagere loonkosten. Bij de overgang naar het Werkplein waren er behoorlijk wat medewerkers met uitloopschalen. Die vervallen na vertrek van deze medewerkers. Bij elkaar leidt dit tot circa € 150.000 aan lagere loonkosten.
b. Overige personeelskosten zijn € 41.495 hoger dan in 2024. Dit komt doordat we als eigen risicodrager ziektewet een deel externe begeleiding hebben ingekocht (kosten jaarlijks € 14.300) en door een hoger opleidingsbudget (€ 19.938) vanwege gestegen loonkosten (budget is 1,5% van de loonsom).
c.
De organisatiekosten zijn € 46.605 hoger. Vanwege het eigen risicodragerschap ziektewet is besloten een deel van de besparing (€ 50.000) van voorheen betaalde premies te bestemmen voor maatregelen voor duurzame inzetbaarheid (preventie ziekteverzuim ed.).
d. De kosten ondersteunende diensten zijn € 231.326 lager dan in 2024. Dit komt door de overgang secretariaat en financieel ondersteuner van Etten-Leur naar het Werkplein (€ 250.162). Verder zijn de kosten door prijsstijgingen (loonkostenstijging) met € 18.836 toegenomen.
37
e. De huisvestingskosten zijn € 60.766 hoger dan in 2024. Dit komt door prijsstijgingen vanaf 2023. Die zijn nu in de huursom verwerkt.
f.
De facilitaire kosten zijn € 16.618 hoger. Dit komt door de aanschaf van module Inburgering van Schulinck voor documenten, verordeningen, jurisprudentie en advies (€ 15.735). Dit zat voorheen in de uitvoeringskosten inburgering. Die zijn vanaf 2024 in de reguliere bedrijfsvoering opgenomen.
g. De financiële kosten zijn met € 25.500 toegenomen. Dit komt vanwege de kosten van een nieuwe accountant. Na de aanbesteding heeft dit tot hogere tarieven geleidt.
h. Hogere ICT kosten ad € 43.497. Dit komt door de volgende zaken: • binnen de ICT WBW is besloten te gaan samenwerking op informatievoorziening. Om dit in gang te zetten is een projectleider aangetrokken en zal er voor projecten capaciteit aangetrokken moeten worden, indien dit niet door de reguliere i-adviseurs kan worden opgepakt. Dit leidt in 2024 tot maximaal € 88.000 aan kosten en in 2025 € 80.000. • de gebruikersondersteuning is in de loonkosten opgenomen. De ICT kosten zijn met € 63.960 verlaagd. • voor de bijdrage aan de ICT WBW is een verhoging van € 65.000 geraamd. Voor de bedrijfsvoeringskosten is de stijging van de cao doorgerekend. Dit vooruitlopend op de begroting 2025 van de ICT WBW. • de licentiekosten voor power BI, sharepoint en E5 licenties zijn € 35.124 lager geraamd. Power BI zit in de licentiekosten van Centric applicaties opgenomen en de E5 licentie was een eenmalig bedrag in 2024.
Verdeelsleutel De organisatie- en uitvoeringskosten worden door de deelnemende gemeenten gedragen op basis van een reeds overeengekomen verdeelsleutel, gewogen gemiddelde van aandeel van Pwet-klanten in totaal klantenbestand van de zes gemeenten (85%) en aandeel inwoners (15%). De verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners en klanten per 1-1-2024 wordt voor de begroting van 2025 gehanteerd.
Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage voor de programmakosten zijn bij de programma’s opgenomen. De gemeentelijke bijdrage in de bedrijfsvoeringskosten voor 2025 zijn in onderstaande tabel opgenomen. De geraamde bijdrage voor 2026-2028 is in de bijlage opgenomen. Ook de bijdrage in de programmakosten is in de bijlagen opgenomen.
38
Gemeentelijke bijdrage uitvoeringskosten 2025
Overige bedrijfsvoering
Uitvoeringskoste Totaal n Participatiewet
Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert
3.498.791 2.240.270 2.566.059 8.213.189 1.628.053 1.039.080
77.252 52.186 53.187 174.439 40.334 25.057
3.576.043 2.292.457 2.619.246 8.387.628 1.668.387 1.064.137
Totaal
19.185.443
422.455
19.607.898
Voorzieningenwijzer De zes gemeenten hebben inmiddels besluitvorming gehad over de invoering van de Voorzieningenwijzer. In maart 2024 is gestart met de Voorzieningenwijzer. De Voorzieningenwijzer wordt als plustaak uitgevoerd. Daarvoor is 3 fte beschikbaar. De bijdrage van gemeenten in 2025 is €271.596. De bedragen zijn meerjarig opgenomen. Het besluit van de gemeente is geweest om het voorlopig voor twee jaar bij het Werkplein te beleggen. De ramingen vanaf 2026 zijn dus nog afhankelijk van verlenging door de gemeenten. In 2025 zal een besluit worden genomen over het vervolg.
Voorzieningenwijzer Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Totaal
2025 49.530 31.714 36.326 116.269 23.047 14.710 271.596
2026 51.908 33.236 38.070 121.850 24.154 15.416 284.633
2027 54.088 34.632 39.669 126.967 25.168 16.063 296.587
2028 56.359 36.087 41.335 132.300 26.225 16.738 309.044
8.2 Meerjarenprognose per programma De tabel meerjarenprognose per programma presenteert de baten en lasten voor het meerjarig perspectief. Hierbij vallen enkele zaken op die enige toelichting behoeven. 1. Het meerjarig perspectief programma Inkomen (Buig uitgaven) is gebaseerd op de ramingen van 2025. Voor 2026-2028 is uitgegaan van een toename met 1,4% voor 2026 en een gelijkblijvend bestand daarna (conform prognose CPB). Daarnaast wordt rekening gehouden met een prijscorrectie van 2,7% per jaar voor 2026 en 2,5% voor de jaren daarna. 2. Bij Inkomensondersteuning is rekening gehouden met een jaarlijkse indexatie van respectievelijk 2,7% voor 2026 en daarna 2,5%. Dit vanwege aanpassingen aan normbedragen als gevolg van stijging minimumloon. 3. In het meerjarig perspectief zijn de participatiemiddelen op basis van de gehanteerde prijsindex van 2,7% voor 2026 en daarna 2,5% opgenomen. Alleen de begeleidingsvergoeding beschut werk is geraamd op bsais van toename van de taakstelling beschut werk. 4. Bij Inburgering zijn de lasten gebaseerd op de door het Rijk verstrekte vergoeding voor de inburgeringsvoorzieningen en de uitvoeringskosten. 5. De loonkosten zijn gebaseerd op de begrotingscijfers van 2025.
Voor de jaren daarna is rekening gehouden met indexatie van de loonkosten voor 2026, 2027 en 2028 met respectievelijk 4,8%, 4,2% en 4,2% (septembercirculaire 2023-gemiddelde loonvoetontwikkeling sector overheid) en de jaarlijkse periodieken.
39
Meerjarenprognose Programma's : Programma Werk en Participatie Programma Inkomen Programma Inkomensondersteuning Programma Inburgering Inburgering Extra taken Vluchtelingenwerk Subtotaal programma’s Bedrijfsvoering: Loonkosten Overige loonkosten Overige personeelskosten Organisatiekosten Ondersteunende diensten Huisvestingskosten Facilitaire kosten Financiën Juridische kosten Communicatie ICT kosten Onvoorzien Subtotaal bedrijfsvoering Totaal meerjarenbegroting Algemene dekkingsmiddelen: Gemeentelijke bijdrage bedrijfsvoering Vergoeding personeelskosten P-budget Gemeentelijke bijdrage Voorzieningenwijzer Gemeentelijke bijdrage programma Werk en Participatie Gemeentelijke bijdrage programma Inkomen Gemeentelijke bijdrage programma Inkomensondersteuning Gemeentelijke bijdrage programma Inburgering Gemeentelijke bijdrage extra taken Vluchtelingenwerk Subtotaal algemene dekkingsmiddelen Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves Saldo
Baten
Begroting 2026 Lasten Saldo Baten 6.853.361 6.853.361 82.525.249 81.345.808 10.523.910 9.789.605 5.567.502 5.567.502 276.250 276.250 1.913.746 105.746.272 103.832.526 1.179.441 734.305
Begroting 2027 Begroting 2028 Lasten Saldo Baten Lasten Saldo 7.023.559 7.023.559 7.173.002 7.173.002 84.614.261 83.407.209 1.235.354 86.760.825 85.525.471 10.787.007 10.034.344 771.479 11.056.682 10.285.203 5.567.502 5.567.502 5.567.502 5.567.502 276.250 276.250 276.250 276.250 1.959.715 108.268.579 106.308.864 2.006.833 110.834.261 108.827.428 1.207.052 752.663
19.060.122 386.834 399.946 185.419 436.257 507.790 363.019 100.914 25.675 14.087 1.437.156 50.000 22.967.218
19.060.122 386.834 399.946 185.419 436.257 507.790 363.019 100.914 25.675 14.087 1.437.156 50.000 22.967.218
19.827.039 386.819 412.443 190.054 454.312 519.986 362.312 100.718 25.625 14.060 1.514.047 50.000 23.857.413
19.827.039 386.819 412.443 190.054 454.312 519.986 362.312 100.718 25.625 14.060 1.514.047 50.000 23.857.413
128.713.490
126.799.744
1.959.715
132.125.993
130.166.278
20.446.103 2.236.483 284.633 6.853.361
20.446.103 2.236.483 284.633 6.853.361
21.324.344 2.236.483 296.587 7.023.559
21.324.344 2.236.483 296.587 7.023.559
22.264.697 2.236.483 309.044 7.173.002
22.264.697 2.236.483 309.044 7.173.002
81.345.808 9.789.605
81.345.808 9.789.605
83.407.209 10.034.344
83.407.209 10.034.344
85.525.471 10.285.203
85.525.471 10.285.203
5.567.502
5.567.502
5.567.502
5.567.502
5.567.502
5.567.502
276.250
276.250
276.250
276.250
276.250
126.799.744
130.166.278
-
130.166.278
133.637.652
-
133.637.652
1.913.746
126.799.744
-
-
-
20.716.284 387.025 428.151 194.805 473.118 532.485 372.094 103.437 26.317 14.439 1.512.068 50.000 24.810.223
20.716.284 387.025 428.151 194.805 473.118 532.485 372.094 103.437 26.317 14.439 1.512.068 50.000 24.810.223
2.006.833
135.644.485
133.637.652
276.250
128.713.490
128.713.490
-
132.125.993
132.125.993
-
135.644.485
135.644.485
-
128.713.490
128.713.490
-
132.125.993
132.125.993
-
135.644.485
135.644.485
-
8.3 Incidentele baten en lasten Bij het opstellen van de begroting 2025 en het meerjarenperspectief, zijn geen posten opgenomen.
8.4 Verantwoording taakvelden begroting 2025 In de herziening van het BBV wordt voorgeschreven dat de colleges (bestuur gemeenschappelijke regeling) de ramingen en realisatiecijfers die zij moeten leveren voor de begrotingsuitvoering, indelen aan de hand van taakvelden, waaraan de bijbehorende baten en lasten moeten worden toegerekend. De gegevens dienen ook gebruikt te worden voor de financiële informatie die gemeenten/Werkplein aan het CBS moeten aanleveren om te voorzien in de informatiebehoefte van het Rijk, de EU en het CBS in verband met landelijke statistieken en ten behoeve van onderzoeksdoeleinden. Onderstaand zijn de cijfers van 2025 verdeeld naar taakvelden. Uitgangspunten zijn de volgende: •
•
alle directe kosten worden aan een taakveld toegerekend, denk hierbij aan de kosten van uitkeringen, minimabeleid maar ook re-integratie activiteiten. De kosten van programma Werk en Participatie en programma Inburgering zijn geheel toegerekend aan Taakveld Arbeidsparticipatie (6.5). De kosten van programma Inkomen en Inkomensondersteuning zijn geheel toegerekend aan Taakveld Inkomensregelingen (6.3). van de bedrijfsvoeringskosten vallen alle kosten onder overhead tenzij een directe relatie met een taakveld hebben. Voor het Werkplein zijn de loonkosten van medewerkers die direct met de uitvoering van de taken arbeidsparticipatie en inkomensregelingen aan die taakvelden toegerekend. De overige loonkosten vallen onder overhead. 40
Taakveld Overhead (0.4)
Programma's : Programma Werk en Participatie Programma Inkomen Programma Inkomensondersteuning Programma Inburgering Inburgering Extra taken Vluchtelingenwerk Subtotaal programma’s Bedrijfsvoering: Loonkosten Overige loonkosten Overige personeelskosten Organisatiekosten Ondersteunende diensten Huisvestingskosten Facilitaire kosten Financiën Juridische kosten Communicatie ICT kosten Onvoorzien Subtotaal bedrijfsvoering Totaal lasten en baten
Begroting Taakveld 2025 Overhead (0.4)
6.967.111 78.249.421 9.532.234 5.767.710 276.250 100.792.726
Taakveld Taakveld Inkomens Arbeids regelingen (6.3) participatie (6.5)
Taakveld Overige baten en lasten (0.8)
6.967.111 78.249.421 9.532.234
0
87.781.655
5.767.710 276.250 13.011.071
18.184.467 386.633 384.444 180.544 416.583 494.966 353.475 98.261 25.000 13.717 1.527.887 50.000 22.115.976
8.893.556 386.633 384.444 180.544 416.583 494.966 353.475 98.261 25.000 13.717 1.527.887
3.301.992
5.988.919
12.775.065
3.301.992
5.988.919
50.000 50.000
122.908.702
12.775.065
91.083.647
18.999.990
50.000
8.5 Financiële richtlijnen begroting 2025 Begrotingsrichtlijn van de gemeenteraad wordt één op één overgenomen
Begrotingsrichtlijn van de gemeenteraad kan niet één op één worden overgenomen omdat er of een beperking op van toepassing is of een nuancering. Dit wordt dan kort toegelicht.
41
Nr.
1. 2. 3.
4.
Richtlijn begroting Financieel
We verwachten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling dat zij uiterlijk 15 april 2024, maar bij voorkeur vóór 1 april 2024, een structureel sluitende meerjarenbegroting voor komende vier jaar aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de inhoudelijke en financiële uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer.
Opnemen in begroting
Motivatie
Het algemeen bestuur is gepland op 8 april 2024. Op dezelfde dag als het algemeen bestuur van de WVS. Dit in kader van de ketensamenwerking. Voor 15 april wordt de begroting aangeleverd.
De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken opgenomen, behalve als dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten.
De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen.
De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente Rijkscirculaire voor zowel de loon- als de prijsindex.
Voor de kosten van bedrijfsvoering gelden deze uitgangspunten. Voor Inkomen, Inkomensondersteuning en Inburgering zijn de uitgaven afhankelijk van het gebruik. Qua uitgaven Buig zijn al onze inspanningen er op gericht om inwoners zodanig te ontwikkelen dat zij geheel of gedeeltelijk uitkeringsonafhankelijk worden. (Zie ook punt 6).
42
5. 6. 7.
Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd.
Voor de begroting bedrijfsvoeringskosten hanteren we de in de meest recente gepubliceerde (septembercirculaire) prijsontwikkeling BBP en loonvoetsector overheid. Bij een afwijking van 1% gaat het dan al gauw om ruim 2 ton. Wat is een beperkte reserve? Bovendien is deze systematiek niet van toepassing op de overige programma’s. De vraag is dus of een begrotingswijziging en daarmee zienswijzeprocedure kan worden voorkomen. (Zie punt 6).
Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen.
Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het Algemeen Bestuur.
8
8.
8
In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit.
Aanvullende financiële richtlijnen begroting 2025
1.
De op het Werkplein HvWB betrekking hebbende ramingen en effecten van de ketensamenwerking worden herkenbaar in een afzonderlijke paragraaf in de begroting 2025 opgenomen. Het Werkplein HvWB zorgt ervoor dat haar begroting op dit punt aansluit bij de begrotingen van WVS en de ISD Brabantse Wal.
43
2. 3. 4.
Het Werkplein maakt een onderbouwde meerjarige prognose van het aantal bijstandsontvangers per gemeente.
Het Werkplein neemt in de bijlagen van de begroting een overzicht op met het verloop van de vaste en tijdelijke formatie sinds 2015. Hieruit blijkt welke mutaties er sinds 2015 in de formatie zijn doorgevoerd en met welke reden en de besluitvorming hierover.
Het Werkplein verschaft in de P&C-documenten inzicht in de stand van de vorderingen en de voorziening dubieuze debiteuren.
8.6 Beleidsmatige richtlijnen begroting 2025
Nr.
1. 2.
Inhoudelijke richtlijnen begroting 2024
Opnemen in begroting
Motivatie
Het Werkplein HvWB stelt een begroting voor het jaar 2025 op waarin de ambities van de deelnemende gemeenten tot uitdrukking komen met betrekking tot duurzame uitstroom van uitkeringsgerechtigden, het beperken van uitkeringslasten, het bieden van inkomensondersteuning en armoedebestrijding en het integraal samenwerken binnen het Sociaal Domein.
De begroting 2025 dient een duidelijke onderbouwing te bevatten van de manier waarop het Werkplein HvWB de hiervoor genoemde vastgestelde beleidsmatige ambities gaat realiseren, alsmede de lasten die daarmee gepaard gaan.
44
3. 4. 5.
De onderbouwing begroting 2025 bevat concrete maatregelen die afdoende zijn om aanspraak te kunnen maken op een uitkering in het kader van de vangnetregeling mocht er voor 2025 uiteindelijk onverhoopt toch sprake zijn van een overschrijding van de BUIGbudgetten.
De begroting 2025 van het Werkplein HvWB is opgesteld in lijn met de ambities en doelstellingen van de integrale ketensamenwerking met WVS en de ISD Brabantse Wal. De ketenpartners dienen hun activiteiten en inspanningen in samenhang te bezien, waarbij het resultaat van de organisaties tezamen optimaal dient te zijn. Het Werkplein geeft aan welke concrete stappen er komend jaar worden gezet.
De begroting 2024 van het Werkplein HvWB is opgesteld in lijn met de in 2023 te formuleren ambities en doelstellingen van de integrale ketensamenwerking met WVS en de ISD Brabantse Wal. De ketenpartners dienen hun activiteiten en inspanningen in samenhang te bezien, waarbij het resultaat van de organisaties tezamen optimaal dient te zijn. Het Werkplein geeft aan welke concrete stappen er komend jaar worden gezet.
45
Staat van personele sterkte BEGROTING 2025 Organisatie-eenheid
Huidig personeel
Aantal personeelsleden 2024
Directeur Directiestaf Gebiedsverbinders Team Diagnose Team Ontwikkeling Team Werkpunt Team Kwaliteit Team Bedrijfsondersteuning
1 10 3 42 40 33 39 45
Totaal huidig personeel
213
2025 1 5 3 41 42 32 42 47
Aantal formatieplaatsen 2024 1,00 9,13 3,00 38,10 37,70 28,90 35,70 38,88
213
192,41
2025 1,00 6,65 3,00 38,10 37,70 28,90 39,70 39,53 194,58
Personeelsleden betreft vast personeel inclusief ondersteunende diensten en inhuur Formatie is met 2,17 fte toegenomen. Dit betreft 4 fte uitbreidingapplictiebeheer en 1,83 fte minder ondersteunende diensten.
STAAT VAN PERSONELE LASTEN Organisatie-eenheid Huidig personeel Directeur Werkplein Inhuur vanwege ziekte Totaal huidig personeel
BEGROTING 2025 Netto salariskosten 2024
2025 Verschil
154.587 159.815 5.228 16.370.018 17.354.239 984.221 330.492 350.281 19.789 16.855.097 17.864.335 1.009.238
Voormalig personeel
Totaal voormalig personeel
TOTAAL GENERAAL
16.855.097
17.864.335 1.009.238
46
Staat van geactiveerde kapitaaluitgaven Omschrijving
Aanschafwaard Afgeschreven e begin jaar t/m vorig jaar
Boekwaarde Investeringen Investeringsbegin jaar bijdragen
Afschrijvin g/ aflossing jaar
Boekwaard Boekwaard Boekwaar Boekwaard e eind jaar e eind de eind e eind 2026 2027 2028 Bedrag
Vervanging scanners (div) 2023
17.063
6.826
10.237
5
3.412
6.825
3.412
Laptops 2023 (43 stuks)
58.704
39.136
19.568
3
19.568
0
-19.568
Smartphones 2023 (150 stuks)
52.000
34.667
17.333
3
17.333
0
-17.333
Laptops 2024 (140 stuks)
191.100
63.700
127.400
3
63.700
63.700
0
Beeldschermen 2024 (40 stuks)
7.200
2.400
4.800
3
2.400
2.400
0
Smartphones 2024 (65 stuks)
22.750
7.583
15.167
3
7.584
7.584
0
0
24.000
Persoonlijke interpagina 2025
25.000
5
5.000
20.000
15.000
10.000
20.000
Cliëntvolgsysteem 2025
30.000
5
6.000
24.000
18.000
12.000
24.000
Laptops 2025 (40 stuks)
54.600
3
18.200
36.400
18.200
0
Beeldschermen 2025 (40 stuks)
7.200
3
2.400
4.800
2.400
0
Smartphones 2025 (65 stuks)
22.750
3
7.583
15.167
7.583
0
Laptops 2026 (40 stuks)
3
36.400
Beeldschermen 2026 (140 stuks)
3
16.800
Smartphones 2026 (65 stuks)
3
15.167
Laptops 2027 (140 stuks)
3
Beeldschermen 2027 (140 stuks)
3
4.800
Smartphones 2027 (65 stuks)
3
15.167
Totaal Werkplein
348.817
154.312
194.505
139.550
0
127.400
153.180
180.875
27.695
90.367
215.367
47
8.7 Gemeentelijke bijdrage programma- en bedrijfsvoeringskosten 2025-2028 Gemeentelijke bijdrage 2025
Productkosten
Etten-Leur
Halderberge
Moerdijk
Roosendaal
Rucphen
Zundert
Totaal
1.079.205
771.956
647.245
3.539.989
717.612
211.103
6.967.110
WERK & PARTICIPATIE: P-Budget: WWB klassiek INKOMEN: Bijstandsverlening/P-wet
12.635.195
7.969.569
8.844.944
32.174.319
5.775.801
3.329.679
70.729.506
Pwet vorderingen debiteuren
189.528-
119.544-
132.674-
482.615-
86.637-
49.945-
1.060.943-
IOAW bestedingen
420.195
343.318
538.518
1.146.716
196.192
163.826
2.808.766
Verhaal normen IOAW
4.407-
2.913-
3.251-
10.869-
2.062-
1.497-
25.000-
IOAZ bestedingen
23.794
53.998
29.668
91.897
51.458
40.419
291.234
BBZ uitkeringen
73.779
40.007
87.121
93.866
7.832
47.395
350.000
BBZ baten
4.407-
2.913-
3.251-
10.869-
2.062-
1.497-
25.000-
4.407-
2.913-
3.251-
10.869-
2.062-
1.497-
25.000-
BBZ uitkeringen Declarabel
-
BBZ baten Declarabel Invorderingskosten Buig
4.407
2.913
3.251
10.869
2.062
1.497
25.000
Externe controlekosten (sociaal rechercheur)
24.866
29.117
27.881
88.799
22.023
7.314
200.000
Onderzoekskosten
17.628
11.653
13.006
43.476
8.247
5.989
100.000
Loonkostensubsidie
945.450
495.918
575.427
1.873.037
424.623
374.550
4.689.005
Studietoeslag
103.653
22.738
12.067
35.408
10.548
7.439
191.853 6.500.000
INKOMENSONDERSTEUNING: Bijzondere bijstand
1.247.990
721.495
799.082
2.832.912
565.995
332.526
Vorderingen debiteuren bijzondere bijstand
137.279-
79.364-
87.899-
311.620-
62.259-
36.578-
715.000-
Collectieve ziektekosten
794.270
350.991
308.751
1.231.638
235.318
161.767
3.082.734
Uitkering maatsch. Part. Webshop
287.330
150.804
105.172
61.823
-
44.871
650.000
2.556
1.690
1.886
6.304
1.196
868
14.500
1.084.146
756.961
922.259
1.877.130
573.748
553.466
5.767.710
51.034
42.479
46.659
83.998
26.235
25.845
276.250
Totaal programmakosten Uitvoerings- en organisatiekosten
18.455.471
11.557.959
12.732.609
44.365.340
8.463.807
5.217.540
100.792.726
Bedrijfsvoeringskosten
3.498.791
2.240.270
2.566.059
8.213.189
1.628.053
1.039.080
19.185.442
77.252
52.186
53.187
174.439
40.334
25.057
Totaal bedrijfsvoeringskosten
3.576.043
2.292.456
2.619.246
8.387.628
1.668.387
1.064.137
422.455 19.607.897
Totaal gemeentelijke bijdrage 2025 Voorschot btw
22.031.514 125.302
13.850.415 80.096
15.351.856 90.923
52.752.968 309.343
10.132.194 59.962
6.281.676 41.084
120.400.623 706.710
Totaal gemeentelijke voorschot incl. btw 2025
22.156.816
13.930.511
15.442.779
53.062.311
10.192.156
6.322.760
121.107.333
Externe adviezen INBURGERING: Inburgeringsvoorzieningen Inburgering extra taken Vluchtelingenwerk
Uitvoeringskosten Participatiewet
Productkosten
€ 18.455.471 € 11.557.959 € 12.732.609 € 44.365.340 €
8.463.807 €
5.217.540 € 100.792.726
Uitvoeringskosten
€
1.668.387 €
1.064.137 € 19.607.897
Totaal 2025
€ 22.031.514 € 13.850.415 € 15.351.856 € 52.752.968 € 10.132.194 €
6.281.676 € 120.400.623
3.576.043 €
2.292.456 €
2.619.246 €
8.387.628 €
Bevoorschotting begroting 2025: Te betalen maandbijdrage productkosten
€ 1.537.956
€ 963.163
€ 1.061.051
€ 3.697.112
€ 705.317
€ 434.795
€ 8.399.394
Te betalen kwartaalbijdrage bedrijfsvoering
€ 894.011
€ 573.114
€ 654.812
€ 2.096.907
€ 417.097
€ 266.034
€ 4.901.974
Te betalen kwartaalbijdrage voorschot btw
€ 31.326
€ 20.024
€ 22.731
€ 77.336
€ 14.990
€ 10.271
€ 176.678
Voorzieningenwijzer
49.530
31.714
36.326
116.269
23.047
14.710
271.596
Totaal kosten plustaken 2025
49.530
31.714
36.326
116.269
23.047
14.710
271.596
Te betalen kwartaalbijdrage plustaken
16.510
10.571
12.109
38.756
7.682
4.903
90.532
Bijdrage Plustaken 2025:
48
Bevoorschotting gewijzigde begroting 2026 specificatie gemeentelijke bijdrage Productkosten
Etten-Leur
Halderberge
Moerdijk
Roosendaal
Rucphen
Zundert
Totaal
1.061.586
759.352
636.677
3.482.193
705.896
207.657
6.853.361
WERK & PARTICIPATIE: P-Budget: WWB klassiek INKOMEN: Bijstandsverlening/P-wet
13.153.238
8.296.321
9.207.586
33.493.466
6.012.608
3.466.196
73.629.416
Pwet vorderingen debiteuren
197.299-
124.445-
138.114-
502.402-
90.189-
51.993-
1.104.441-
IOAW bestedingen
386.681
324.509
498.820
989.715
210.932
155.616
2.566.273
Verhaal normen IOAW
4.407-
2.913-
3.251-
10.869-
2.062-
1.497-
25.000-
IOAZ bestedingen
6.428
26.822
46.273
55.455
48.116
50.633
233.727
BBZ uitkeringen
73.779
40.007
87.121
93.866
7.832
47.395
350.000
BBZ baten
4.407-
2.913-
3.251-
10.869-
2.062-
1.497-
25.000-
4.407-
2.913-
3.251-
10.869-
2.062-
1.497-
25.000-
BBZ uitkeringen Declarabel
-
BBZ baten Declarabel Invorderingskosten Buig
4.407
2.913
3.251
10.869
2.062
1.497
25.000
Externe controlekosten (sociaal rechercheur)
24.866
29.117
27.881
88.799
22.023
7.314
200.000
Onderzoekskosten
17.628
11.653
13.006
43.476
8.247
5.989
100.000
Loonkostensubsidie
1.041.268
558.718
645.388
2.103.308
467.670
404.762
5.221.114
107.903
23.670
12.561
36.859
10.981
7.744
199.719 6.675.499
Studietoeslag INKOMENSONDERSTEUNING: Bijzondere bijstand
1.281.686
740.975
820.657
2.909.400
581.277
341.504
Vorderingen debiteuren bijzondere bijstand
140.985-
81.507-
90.272-
320.034-
63.940-
37.565-
734.303-
Collectieve ziektekosten
815.715
360.468
317.087
1.264.892
241.672
166.134
3.165.968
Uitkering maatsch. Part. Webshop
295.088
154.876
108.011
63.492
46.082
667.549
2.625
1.735
1.937
6.474
1.228
892
14.891
1.048.935
731.283
888.990
1.809.694
556.928
531.672
5.567.502
51.034
42.479
46.659
83.998
26.235
25.845
276.250
Totaal programmakosten Uitvoerings- en organisatiekosten
19.021.363
11.890.207
13.123.766
45.680.914
8.743.392
5.372.883
103.832.525
Bedrijfsvoeringskosten
3.651.652
2.338.147
2.678.169
8.572.021
1.699.183
1.084.477
20.023.648
77.252
52.186
53.187
174.439
40.334
25.057
Totaal bedrijfsvoeringskosten
3.728.904
2.390.333
2.731.356
8.746.460
1.739.516
1.109.534
422.455 20.446.103
Totaal gemeentelijke bijdrage 2026 Voorschot btw
22.750.267 125.302
14.280.540 80.096
15.855.123 90.923
54.427.374 309.343
10.482.908 59.962
6.482.416 41.084
124.278.628 706.710
Totaal gemeentelijke voorschot incl. btw 2026
22.875.569
14.360.636
15.946.046
54.736.717
10.542.870
6.523.500
124.985.338
Externe adviezen INBURGERING: Inburgeringsvoorzieningen Inburgering extra taken Vluchtelingenwerk
Uitvoeringskosten Participatiewet
Productkosten
€ 19.021.363 € 11.890.207 € 13.123.766 € 45.680.914 €
8.743.392 €
5.372.883 € 103.832.525
Uitvoeringskosten
€
1.739.516 €
1.109.534 € 20.446.103
Totaal 2026
€ 22.750.267 € 14.280.540 € 15.855.123 € 54.427.374 € 10.482.908 €
6.482.416 € 124.278.628
3.728.904 €
2.390.333 €
2.731.356 €
8.746.460 €
Bevoorschotting begroting 2026: Te betalen maandbijdrage productkosten
€ 1.585.114
€ 990.851
€ 1.093.647
€ 3.806.743
€ 728.616
€ 447.740
€ 8.652.710
Te betalen kwartaalbijdrage bedrijfsvoering
€ 932.226
€ 597.583
€ 682.839
€ 2.186.615
€ 434.879
€ 277.383
€ 5.111.526
Te betalen kwartaalbijdrage voorschot btw
€ 31.326
€ 20.024
€ 22.731
€ 77.336
€ 14.990
€ 10.271
€ 176.678
Voorzieningenwijzer
51.908
33.236
38.070
121.850
24.154
15.416
284.633
Totaal kosten plustaken 2026
51.908
33.236
38.070
121.850
24.154
15.416
284.633
Te betalen kwartaalbijdrage Plustaken
17.303
11.079
12.690
40.617
8.051
5.139
94.878
Bijdrage Plustaken 2026:
49
Bevoorschotting gewijzigde begroting 2027 specificatie gemeentelijke bijdrage Productkosten
Etten-Leur
Halderberge
Moerdijk
Roosendaal
Rucphen
Zundert
Totaal
1.087.949
778.210
652.489
3.568.670
723.427
212.814
7.023.559
WERK & PARTICIPATIE: P-Budget: WWB klassiek INKOMEN: Bijstandsverlening/P-wet
13.482.069
8.503.729
9.437.776
34.330.803
6.162.924
3.552.851
75.470.151
Pwet vorderingen debiteuren
202.231-
127.556-
141.567-
514.962-
92.444-
53.293-
1.132.052-
IOAW bestedingen
345.251
289.740
445.375
883.674
188.332
138.943
2.291.315
Verhaal normen IOAW
4.407-
2.913-
3.251-
10.869-
2.062-
1.497-
25.000-
IOAZ bestedingen
5.739
23.948
41.315
49.513
42.961
45.208
208.684
BBZ uitkeringen
73.779
40.007
87.121
93.866
7.832
47.395
350.000
BBZ baten
4.407-
2.913-
3.251-
10.869-
2.062-
1.497-
25.000-
4.407-
2.913-
3.251-
10.869-
2.062-
1.497-
25.000-
BBZ uitkeringen Declarabel
-
BBZ baten Declarabel Invorderingskosten Buig
4.407
2.913
3.251
10.869
2.062
1.497
25.000
Externe controlekosten (sociaal rechercheur)
24.866
29.117
27.881
88.799
22.023
7.314
200.000
Onderzoekskosten
17.628
11.653
13.006
43.476
8.247
5.989
100.000
Loonkostensubsidie
1.139.098
622.836
716.817
2.338.415
511.622
435.609
5.764.397
110.600
24.262
12.876
37.781
11.255
7.938
204.712 6.842.388
Studietoeslag INKOMENSONDERSTEUNING: Bijzondere bijstand
1.313.728
759.500
841.174
2.982.135
595.809
350.042
Vorderingen debiteuren bijzondere bijstand
144.510-
83.545-
92.529-
328.035-
65.539-
38.505-
752.663-
Collectieve ziektekosten
836.108
369.480
325.014
1.296.514
247.713
170.288
3.245.117
Uitkering maatsch. Part. Webshop
302.465
158.748
110.712
65.080
47.234
684.239
2.691
1.779
1.985
6.636
1.259
914
15.264
1.048.935
731.283
888.990
1.809.694
556.928
531.672
5.567.502
51.034
42.479
46.659
83.998
26.235
25.845
276.250
Totaal programmakosten Uitvoerings- en organisatiekosten
19.486.386
12.169.843
13.408.591
46.814.319
8.944.460
5.485.264
106.308.863
Bedrijfsvoeringskosten
3.811.814
2.440.698
2.795.634
8.947.991
1.773.709
1.132.042
20.901.888
77.252
52.186
53.187
174.439
40.334
25.057
Totaal bedrijfsvoeringskosten
3.889.066
2.492.884
2.848.821
9.122.430
1.814.043
1.157.099
422.455 21.324.343
Totaal gemeentelijke bijdrage 2027 Voorschot btw
23.375.451 125.302
14.662.728 80.096
16.257.413 90.923
55.936.749 309.343
10.758.503 59.962
6.642.362 41.084
127.633.206 706.710
Totaal gemeentelijke voorschot incl. btw 2027
23.500.754
14.742.824
16.348.336
56.246.092
10.818.465
6.683.446
128.339.916
Externe adviezen INBURGERING: Inburgeringsvoorzieningen Inburgering extra taken Vluchtelingenwerk
Uitvoeringskosten Participatiewet
Productkosten
€ 19.486.386 € 12.169.843 € 13.408.591 € 46.814.319 €
8.944.460 €
5.485.264 € 106.308.863
Uitvoeringskosten
€
1.814.043 €
1.157.099 € 21.324.343
Totaal 2027
€ 23.375.451 € 14.662.728 € 16.257.413 € 55.936.749 € 10.758.503 €
6.642.362 € 127.633.206
3.889.066 €
2.492.884 €
2.848.821 €
9.122.430 €
Bevoorschotting begroting 2027: Te betalen maandbijdrage productkosten
€ 1.623.865
€ 1.014.154
€ 1.117.383
€ 3.901.193
€ 745.372
€ 457.105
€ 8.859.072
Te betalen kwartaalbijdrage bedrijfsvoering
€ 972.266
€ 623.221
€ 712.205
€ 2.280.608
€ 453.511
€ 289.275
€ 5.331.086
Te betalen kwartaalbijdrage voorschot btw
€ 31.326
€ 20.024
€ 22.731
€ 77.336
€ 14.990
€ 10.271
€ 176.678
Voorzieningenwijzer
54.088
34.632
39.669
126.967
25.168
16.063
296.587
Totaal kosten plustaken 2027
54.088
34.632
39.669
126.967
25.168
16.063
296.587
Te betalen kwartaalbijdrage plustaken
18.029
11.544
13.223
42.322
8.389
5.354
98.862
Bijdrage Plustaken 2075:
50
Bevoorschotting gewijzigde begroting 2028 specificatie gemeentelijke bijdrage Productkosten
Etten-Leur
Halderberge
Moerdijk
Roosendaal
Rucphen
Zundert
Totaal
1.111.098
794.769
666.372
3.644.602
738.819
217.342
7.173.002
WERK & PARTICIPATIE: P-Budget: WWB klassiek INKOMEN: Bijstandsverlening/P-wet
13.819.121
8.716.322
9.673.720
35.189.073
6.316.997
3.641.672
77.356.905
Pwet vorderingen debiteuren
207.287-
130.745-
145.106-
527.836-
94.755-
54.625-
1.160.354-
IOAW bestedingen
303.821
254.971
391.930
777.634
165.732
122.270
2.016.358
Verhaal normen IOAW
4.407-
2.913-
3.251-
10.869-
2.062-
1.497-
25.000-
IOAZ bestedingen
5.051
21.074
36.357
43.572
37.805
39.783
183.642
BBZ uitkeringen
73.779
40.007
87.121
93.866
7.832
47.395
350.000
BBZ baten
4.407-
2.913-
3.251-
10.869-
2.062-
1.497-
25.000-
4.407-
2.913-
3.251-
10.869-
2.062-
1.497-
25.000-
BBZ uitkeringen Declarabel
-
BBZ baten Declarabel Invorderingskosten Buig
4.407
2.913
3.251
10.869
2.062
1.497
25.000
Externe controlekosten (sociaal rechercheur)
24.866
29.117
27.881
88.799
22.023
7.314
200.000
Onderzoekskosten
17.628
11.653
13.006
43.476
8.247
5.989
100.000
Loonkostensubsidie
1.238.983
688.302
789.747
2.578.459
556.496
467.104
6.319.091
113.365
24.869
13.197
38.725
11.537
8.136
209.830 7.013.447
Studietoeslag INKOMENSONDERSTEUNING: Bijzondere bijstand
1.346.571
778.487
862.203
3.056.689
610.704
358.793
Vorderingen debiteuren bijzondere bijstand
148.123-
85.634-
94.842-
336.236-
67.177-
39.467-
771.479-
Collectieve ziektekosten
857.011
378.717
333.139
1.328.927
253.906
174.545
3.326.245
Uitkering maatsch. Part. Webshop
310.027
162.717
113.479
66.707
48.415
701.345
2.758
1.823
2.035
6.802
1.290
937
15.645
1.048.935
731.283
888.990
1.809.694
556.928
531.672
5.567.502
51.034
42.479
46.659
83.998
26.235
25.845
276.250
Totaal programmakosten Uitvoerings- en organisatiekosten
19.959.825
12.454.384
13.699.386
47.965.214
9.148.495
5.600.126
108.827.429
Bedrijfsvoeringskosten
3.983.304
2.550.503
2.921.406
9.350.551
1.853.506
1.182.972
21.842.242
77.252
52.186
53.187
174.439
40.334
25.057
Totaal bedrijfsvoeringskosten
4.060.555
2.602.689
2.974.594
9.524.990
1.893.840
1.208.028
422.455 22.264.697
Totaal gemeentelijke bijdrage 2028 Voorschot btw
24.020.380 125.302
15.057.073 80.096
16.673.980 90.923
57.490.204 309.343
11.042.334 59.962
6.808.154 41.084
131.092.126 706.710
Totaal gemeentelijke voorschot incl. btw 2028
24.145.682
15.137.169
16.764.903
57.799.547
11.102.296
6.849.238
131.798.836
Externe adviezen INBURGERING: Inburgeringsvoorzieningen Inburgering extra taken Vluchtelingenwerk
Uitvoeringskosten Participatiewet
Productkosten
€ 19.959.825 € 12.454.384 € 13.699.386 € 47.965.214 €