CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

13. RWB Jaarstukken 2025 en ontwerpbegroting 2027 Regio West Brabant

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 27 mei 2026, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken21.754 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

-2,74%

-5,75%

Dit kengetal geeft een indicatie van de hoogte van de schuld in relatie tot de baten van RWB. De VNG (Vereniging van Nederlandse gemeenten) geeft aan dat als dit percentage boven de 130% uitkomt, de organisatie in de gevarenzone zit. Een percentage van -5,75% is dus gezond. Solvabiliteitsratio Kengetal

Verslag 2024

Begroting 2025

Verslag 2025

Solvabiliteitsratio

22,00%

12,00%

15,00%

Dit kengetal geeft aan in hoeverre RWB in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteit hoe beter. 30

Structurele exploitatieruimte Kengetal

Verslag 2024

Begroting 2025

Verslag 2025

Structurele exploitatieruimte

-1,65%

-0,03%

-2,48%

Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

Jaarstukken 2025

31

4.2. Financiering

4.3. Bedrijfsvoering

In deze paragraaf wordt ingegaan op hoe RWB omgaat met zijn financieringsrisico’s.

Deze paragraaf gaat in op de belangrijkste ontwikkelingen en de stand van zaken binnen de bedrijfsvoering van RWB.

KASGELDLIMIET De kasgeldlimiet is het maximale bedrag waarmee een financieringstekort met een kortlopende lening gefinancierd mag worden (Wet fido). De tabel hieronder geeft de kasgeldlimiet voor 2025 weer.

RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op de drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium.

2025

(bedragen x €) Begrotingstotaal

29,6 miljoen

Toegestane kasgeldlimiet (8,5%)

2,5 miljoen

RENTERISICONORM De renterisiconorm beperkt het renterisico op de vaste schuld. De norm bepaalt dat de jaarlijkse verplichte aflossing en de rente niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. RWB heeft geen leningen, waardoor een overschrijding van deze norm niet aan de orde is. LIQUIDITEITSPLANNING / FINANCIERINGSBEHOEFTE De jaarlijkse lasten worden gefinancierd door de jaarlijkse bijdragen van gemeenten, provincie en derden. Bij tijdige ontvangst van deze bijdragen, zorgt RWB ervoor dat er geen liquiditeitsprobleem ontstaat. RENTEKOSTEN EN RENTEOPBRENGSTEN RWB heeft geen aangetrokken, verstrekte leningen, investeringen en/of grondexploitaties. Daaraan gerelateerde rentelasten en/of baten zijn voor RWB niet van toepassing.

Jaarstukken 2025

In de jaarrekening worden de volgende afwijkingen verantwoord: Geconstateerde rechtmatiheidsafwijkingen Begrotingscriterium

Bedragen x € 1.000

1A. Overschrijding lasten programma's

-

2. Ongeautoriseerde reservemutaties Totaal begrotingsonrechtmatigheden 4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid. In de rechtmatigheidsverantwoording wordt verwezen naar dit vooraf vastgestelde beleid. De niet-acceptabele begrotingsonrechtmatigheden worden inhoudelijk in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht. Voorwaardencriterium

-

5. Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed.

-

-

-

M&O criterium Geen bevindingen

-

Totaal van onrechtmatigheden

-

Waarvan acceptabel

-

Waarvan niet-acceptabel

-

BEGROTINGSRECHTMATIGHEID De begrotingsrechtmatigheid betreft het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Dit wordt formeel als volgt omschreven: “Financiële beheershandelingen die ten grondslag liggen 32

aan de baten en lasten (exploitatie), alsmede de balansposten (investeringen), dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium). In de begroting zijn de maxima voor de lasten vermeld die door het algemeen bestuur zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, de toereikendheid van het begrotingsbedrag alsmede het begrotingsjaar van belang zijn.” Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) dienen de afwijkingen in de jaarrekening herkenbaar te worden opgenomen en van een toelichting te worden voorzien. Als blijkt dat de gerealiseerde uitgaven op programmaniveau hoger zijn dan geautoriseerd, is er sprake van begrotingsonrechtmatigheid. Voor 2025 zijn er geen begrotingsonrechtmatigheden geconstateerd. VOORWAARDENCRITERIUM Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. Met onze interne controles sluiten we aan bij de goedkeurings- en rapporteringstoleranties die de accountant hanteert.

In nauwe samenspraak met de accountant hebben we de omvang van de steekproeven en de uit te voeren controles bepaald. De controles zijn uitgevoerd op de volgende processen: inkoop en aanbesteding, subsidieverstrekkingen, lonen en salarissen, subsidieontvangsten en reserves en voorzieningen. Voor 2025 zijn er geen onrechtmatigheden geconstateerd.

Jaarstukken 2025

MISBRUIK EN ONEIGENLIJK GEBRUIK CRITERIUM Onder misbruik wordt verstaan: het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel om bijvoorbeeld ten onrechte subsidies te verkrijgen. Onder oneigenlijk gebruik wordt verstaan: het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van overheidsbijdragen, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking daarvan. Het is aan RWB om effectieve maatregelen te nemen om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Naast misbruik en oneigenlijk gebruik kan er sprake zijn van fraude. In 2025 zijn er geen constateringen op misbruik en oneigenlijk gebruik. FRAUDERISICOANALYSE Er zijn verschillende vormen van fraude. Fraude van buitenaf en fraude van eigen medewerkers. Voorbeelden van fraude zijn: valsheid in geschrifte, diefstal, boekhoudfraude, corruptie (vriendjespolitiek) en misbruik & oneigenlijk gebruik. Fraude kan zich zowel intern voordoen (door medewerkers) als extern (leveranciers, subsidienemers). Op de belangrijkste financiële processen zitten beheersmaatregels die zorgen ervoor dat het risico dat zich kan voordoen laag is. Binnen RWB zijn algemene zaken ingeregeld die verbandhouden met fraudepreventie: • Screening van personeel (verklaring omtrent gedrag).

• Personeel legt bij indiensttreding een ambtseed of belofte af. • Er is een klokkenluidersregeling. • Er is een vertrouwenspersoon. 33

•

• • •

Er is een integriteitsbeleid en een gedragscode integriteit, tevens expliciet onderdeel van het gesprek tussen leidinggevende en medewerker in gesprekkencyclus. Medewerkers tekenen bij indiensttreding een geheimhoudingsverklaring. Personeel dient nevenwerkzaamheden op te geven. Er is een Functionaris gegevensbescherming.

CONCLUSIE Samenvattend kan uit deze nadere uitwerking van de frauderisicoanalyse geconcludeerd worden dat er binnen RWB beheersmaatregels zijn om de risico’s te verlagen. PERSONEEL Op 31 december 2025 staan er 64,9 fte op de loonlijst bij RWB. De totale loonsom in 2025 bedraagt € 6,2 miljoen. De 64,9 fte (13,3 fte vacatureruimte) in 2025 is verdeeld over de volgende programma’s: 9,5 fte Strategische Agenda (3,1 fte vacatureruimte); 1,7 fte KCV (1,0 vacatureruimte); 2,4 fte Regioarcheologie (0,2 fte vacatureruimte); 6,7 fte MBC; 27,4 fte MBC Flexpool (6,9 fte vacatureruimte) en 8,9 fte MBC Flex West-Brabant (0,9 fte vacatureruimte); 8,5 fte Overhead (1,3 fte vacatureruimte). In 2025 huurde RWB bij 29 verschillende organisaties voor € 1,1 mln aan capaciteit in. Het gemiddeld ziekteverzuimpercentage lag in 2025 op 5,6% (2024: 4,7%).

Jaarstukken 2025

INFORMATIEVEILIGHEID (IB) EN GEGEVENSBESCHERMING (AVG) In 2025 is gewerkt aan acties die nodig zijn om aan de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) te voldoen. Er is nieuw IB-beleid opgesteld, en de rollen en taken van personeel op zowel IB, AVG als archiefgebied zijn beschreven en begin 2025 belegd. Ook het AVGbeleid is geactualiseerd. Adviezen zijn uitgebracht over het gebruik van AI en de beveiliging van bedrijfstelefoons. Tools zijn ontwikkeld om de bedrijfsomgeving in Teams verdergaand te beveiligen. Aan de bewustwording van huidige en nieuwe werknemers is gestructureerd gewerkt via mondelinge toelichtingen, trainingen en publicaties via intranet. Phishingtesten laten een groter bewustzijn zien. In 2025 is er een datalek geweest. Er is melding gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Er is geen schade geconstateerd. Vanwege de nieuwe vervoersovereenkomst en de ingebruikname van een dataportal gaven de Functionaris Gegevensbeheer (FG) en de Privacy Officer (PO) veel aandacht aan een heldere afbakening van de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen. Diverse verwerkersovereenkomsten werden opgesteld en het verwerkingsregister werd bijgewerkt. ICT De RWB-organisatie werkt volledig in de cloud. Medewerkers beschikken over een RWB-laptop. Er is een nieuwe ICT-dienstverlener gekozen via een Europese aanbesteding, dat is Bevio.

In 2025 zijn voorbereidingen getroffen voor het vernieuwen van alle ict-devices. Dit staat gepland voor begin 2026. Bevio verzorgt het technisch beheer van de apparatuur. Functioneel beheer ligt bij RWB zelf (eerstelijns).

34

ARCHIEF In 2025 is het digitale archief verder uitgebreid. In 2025 is gewerkt aan de aandachtspunten uit de tweejaarlijkse KPI-rapportage van het WBA ten behoeve van het Interbestuurlijk Toezicht dat de provincie NoordBrabant op de informatiehuishouding uitoefent. In 2025 is RWB vrijgesteld van controle door het WBA, in 2026 volgt een nieuwe KPIrapportage.

4.4

Wet open overheid

Per 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) gedeeltelijk in werking getreden. Deze vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Overheden hebben zowel een passieve als actieve informatieplicht. Vanuit het Rijk zal fasegewijs duidelijkheid verschaft worden over de onderscheiden categorieën waarbij sprake is van een actieve informatieplicht. In 2025 zijn er twee Woo verzoeken afgehandeld. RWB volgt het Rijk bij de verdere invulling van de actieve informatieplicht.

4.5 Klachten Beschrijvingen over ontvangen klachten over RWB/-medewerkers die RWB in 2025 ontving.

Deelnemingen Belang

Eigenvermogen Vreemdvermogen 31-12-2025 31-12-2025

Resultaat 2025

(bedragen x € 1.000) B.V. Rewin West-Brabant

12% 40.000 aandelen

n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

Totaal

4.7 Subsidies ONDERZOEK EN ONTWIKKELFONDS (O&O) Over de beschikte projecten in 2025 kunt u meer informatie lezen in de bijlage. SUBSIDIEREGELING REWIN De economische ontwikkelmaatschappij B.V. REWIN West-Brabant is in 1986 opgericht door de overheid, en de overheden zijn als aandeelhouder formeel eigenaar van B.V. REWIN. Jaarlijks wordt er aan REWIN een bijdrage verstrekt die bedoeld is voor (een deel van) de kosten die REWIN maakt voor de uitvoering van haar activiteiten.

4.6 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn organisaties waarin RWB een bestuurlijke en een financieel belang heeft. We spreken over bestuurlijk belang wanneer RWB een zetel heeft in het bestuur van die organisatie of wanneer RWB stemrecht heeft. RWB heeft op die manier zeggenschap in de organisatie. We spreken over financieel belang wanneer RWB de kosten draagt als de organisatie failliet gaat of als de organisatie haar verplichtingen niet nakomt. Of als de organisatie risico draagt over inleg kapitaal, zoals bij het bezit van aandelen. Jaarstukken 2025

35

5 Jaarrekening 5.1

Balans per 31 december 2025

Activa (in duizenden euro's)

31 december 2025 31 december 2024

VASTE ACTIVA Investeringen met een economisch nut

22

24

Totaal materiële vaste activa

22

24

TOTAAL VASTE ACTIVA

22

24

Vorderingen op openbare lichamen

1.003

715

Overige vorderingen Uitzetting in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

1.274

539

5.800

4.000

8.078

5.254

Bank- en girosaldi

111

489

Totaal liquide middelen

111

489

- Nog te ontvangen bedragen - Vooruitbetaalde bedragen

225 2.478

1.793 451

Totaal overlopende activa

2.703

2.417

TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

10.892

8.160

TOTAAL ACTIVA

10.914

8.184

VLOTTENDE ACTIVA

De voors chotbedra gen di e onts taa n door voorfi na nci eri ng op ui tkeri ngen met een s peci fi ek bes tedi ngs doel , nog te ontva ngen va n: - Overi ge Nederl a nds e overhei ds l i cha men

Jaarstukken 2025

174

36

Passiva (in duizenden euro's)

31 december 2025 31 december 2024

VASTE PASSIVA Algemene reserve

200

Bestemmingsreserves

864

Rekeningsaldo

975

579

808

1.643

1.782

48

21

1.691

1.803

Overige schulden

1.286

710

Totaal netto-vlottende schulden

1.286

710

Nog te betalen bedragen

3.748

3.905

Van Europese of Nederlandse overheidslichamen ontvangen, nog te besteden specifieke uitkeringen

3.036

785

Overige vooruitontvangen bedragen

1.152

981

Totaal overlopende passiva

7.936

5.672

TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA

9.222

6.381

TOTAAL PASSIVA

10.914

8.184

Totaal eigen vermogen Voorzieningen TOTAAL VASTE PASSIVA VLOTTENDE PASSIVA

Jaarstukken 2025

37

5.2 Overzicht baten en lasten in de jaarrekening (bedra gen x € 1.000)

Programma:

Begroting 2025

Begroting na wijziging 2025

Realisatie 2025

Afwijkingen

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Algemeen

356

567

-211

321

437

-116

336

425

-89

15

-12

27

Algemeen

356

367

-11

321

237

84

336

236

101

15

-1

17

-

200

-200

200

-200

189

-189

-

-11

11

Nieuwe economie

4.719

4.719

-

6.322

5.962

360

5.468

4.963

505

-854

-999

145

Strategische agenda

1.484

1.484

-

1.519

1.126

393

1.530

1.100

429

11

-26

36

-

-

-

1.568

1.581

-13

826

731

95

-742

-850

108

Transitiebudget

Projecten O&O fonds

469

469

-

469

469

-

346

346

-

-123

-123

-

REWIN

2.766

2.766

-

2.766

2.786

-20

2.766

2.786

-20

-0

-0

-0

Regionale dienstverlening

23.210

22.921

289

21.823

21.299

525

19.426

18.965

461

-2.398

-2.334

-64

KCV

13.915

13.965

-50

13.915

13.806

109

11.714

11.574

140

-2.201

-2.232

31

321

291

30

321

291

30

323

266

57

2

-25

27

- Algemeen

1.093

1.074

19

1.195

1.170

25

1.281

1.214

67

86

44

42

- Flexpool

4.753

4.635

118

2.770

2.581

189

2.624

2.598

26

-146

17

-163

- Flex West-Brabant

3.128

2.957

172

3.622

3.451

172

3.484

3.312

172

-139

-138

-0

Totaal programma's

28.285

28.207

78

28.466

27.698

769

25.230

24.353

877

-3.237

-3.345

108

Saldo van de financieringsfunctie

200

-

200

120

-

120

164

-

164

44

-

44

Totaal algemene dekkingsmiddelen

200

-

200

120

-

120

164

-

164

44

-

44

Kosten van de overhead

1.402

1.741

-339

1.402

1.944

-542

1.412

1.923

-511

10

-21

31

Totaal saldo van baten en lasten

29.887

29.948

-61

29.988

29.642

347

26.806

26.276

530

-3.183

-3.366

183

61

-

61

49

49

49

-

49

-

-

-

29.948

29.948

-

30.037

396

26.855

26.276

579

-3.183

-3.366

183

Regioarcheologie Mobiliteitscentrum

Algemene dekkingsmiddelen

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Jaarstukken 2025

29.642

38

5.3 Toelichting op de balans Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). ALGEMENE GRONDSLAGEN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE JAARREKNING Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkosten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord op hun brutobedrag. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden opgenomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaats vindt.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht.

Jaarstukken 2025

ALGEMENE GRONDSLAGEN VOOR DE RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: - De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; - De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: 1. Voor het voorwaardecriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 3 juli 2025 is vastgesteld door het Algemeen Bestuur; 2. Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld. 3. Ten aanzien van het Misbruik & Oneigenlijk beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven 39

verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: - Een verantwoordingsgrens van 2 % (zijnde € 525.511) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; - Een rapporteringstolerantie van € 52.551 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen. ALGEMEEN Hieronder wordt bij de diverse onderdelen van de vaste activa een toelichting gegeven. Alle bedragen in de tabellen van deze paragraaf zijn gedeeld door € 1.000. MATERIËLE VASTE ACTIVA Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. Het BBV kent de volgende soorten materiële vaste activa: - investeringen met een economisch nut; - investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; - investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut > € 10.000 worden conform de financiële verordening geactiveerd. Jaarstukken 2025

De op de oorspronkelijke verkrijgingswaarde toegepaste jaarlijkse afschrijvingen corresponderen met een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur de geactiveerde objecten en voorzieningen. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de financiële verordening, zoals laatstelijk vastgesteld door de Het algemeen bestuur in haar vergadering d.d. 3 juli 2025. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en starten in het boekjaar volgend op het jaar waarin het activum in gebruik is genomen. Afschrijvingen geschieden daarnaast onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Eventuele boekwinsten bij inruil of afstoting van een kapitaalgoed zijn als incidentele bate in de jaarrekening verwerkt UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald. LIQUIDE MIDDELEN De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. OVERLOPENDE ACTIVA De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. EIGENVERMOGEN In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn.

De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van het algemeen bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en 40

bestemmingsreserves. Zodra het algemeen bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Mutaties in reserves zijn enkel mogelijk op basis van een besluit dat is genomen door het algemeen bestuur voor het einde van het betreffende begrotingsjaar. De reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

VOORZIENINGEN Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden) van RWB. Om die reden kunnen voorzieningen naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. NETTO-VLOTTENDE SCHULDEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR De netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Vaste activa MATERIËLE VASTE ACTIVA Het onderstaande overzicht heeft het verloop weer van de materiële vaste activa gedurende het jaar 2025: (in duizenden euro's)

Boekwaarde 1 januari 2025

InvesDesteringen investeringen

Afschrijvingen

Bijdragen van derden

Boekwaarde Afwaar- 31 december deringen 2025

Investeringen met economisch nut Overige materiele vaste activa

24

-

-

2

-

-

22

Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

24

-

-

2

-

-

22

Jaarstukken 2025

41

Vlottende activa UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR De post uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar wordt onderscheiden in: (in duizenden euro's)

Stand 31 december 2025

Voorziening Boekwaarde Boekwaarde oninbaarheid 31 december 2025 31 december 2024

Vorderingen op openbare lichamen

1.003

-

1.003

715

Overige vorderingen Uitzetting in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

1.274

-

1.274

539

5.800

-

5.800

4.000

8.078

-

8.078

5.254

Schatkistbankieren Drempelbedrag In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden. Er is echter een aantal uitzonderingen. Eén daarvan is het drempelbedrag. Dat is een minimum bedrag dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor RWB geldt voor 2023 een drempelbedrag van € 1.000.000 per kwartaal. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Het drempelbedrag is bedoeld om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen: niet elke laatste euro hoeft in de schatkist te worden aangehouden. In principe hoeven dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. In 2023 hebben geen overschrijdingen plaatsgevonden van het drempelbedrag. In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen 2023 is geweest:

Jaarstukken 2025

42

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) (1)

Drempelbedrag

Verslagjaar 2025 1.000 Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

404

399

338

311

(3a) = (1) > (2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag

596

601

662

689

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

-

-

-

-

(1) Berekening drempelbedrag (4a) Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat (4b) kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen

Verslagjaar 2025 28.391

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

36.392

36.303

31.136

28.649

90

91

92

92

404

399

338

311

(2)

28.391

Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

(4c)

(1) = (4b)*0,02 met Drempelbedrag een minimum van €1.000.000

1.000

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal

(5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

LIQUIDE MIDDELEN De post liquide middelen wordt onderscheiden in: 31 december 2025 31 december 2024 Bank- en girosaldi

111

489

Totaal

111

489

OVERLOPENDE ACTIVA De post overlopende activa wordt onderscheiden in:

Jaarstukken 2025

43

31 december 2025 31 december 2024 De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Overige Nederlandse overheidslichamen - Overige nog te ontvangen bedragen

225

174 1.793

- Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

2.478

451

Totaal

2.703

2.417

Saldo 1 januari 2025

Toevoegingen

Nog te ontvangen bedragen - Fee Flex West-Brabant

Ontvangen Saldo 31 december bedragen 2025

1.029

78

1.029

78

- Flexpool

297

43

297

43

- MBC Algemeen

15

15

0

- Rente

52

34

52

34

- KCV Malus

117

43

117

43

9

29

9

28

- Overig - BTW / BCF Totaal overige nog te ontvangen bedragen

275 1.793

226

275

-

1.793

225

Vaste passiva EIGENVERMOGEN De post eigen vermogen wordt onderscheiden in: 31 december 2025 31 december 2024 Reserves, gespecificeerd naar: - Algemenereserve - bestemmingsreserves Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Totaal eigen vermogen

200 864

975

579

807

1.643

1.782

RESERVES In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt Jaarstukken 2025

44

vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van het algemeen bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra het algemeen bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de reserves gedurende het jaar 2025:

(bedragen x € 1.000)

Saldo 1 januari 2025

Resultaatbestemming 2024

Toevoegingen

Onttrekkingen

-

19 19

-

-

Algemene reserve Algemene reserve RWB Totaal algemene reserve

Overheveling Saldo 31 2025 december 2025 181 181

200 200

Bestemmingsreserves 100

Reserve knelpuntenpot Reserve Strategische Agenda

-

40

60

110

110

Reserve bijdrage apparaatskosten

9

Reserve KCV

75

Reserve Regioarcheologie

123

-23

100

Reserve Mobiliteitscentrum

250

-80

170

Reserve Flexpools Totaal bestemmingsreserves

418

-78

340

975

120

-

49

-181

865

Totaal reserves

975

139

-

49

-

1.065

ALGEMENE RESERVE Jaar vorming: Jaar opheffing: Maximale omvang: Mutaties 2025:

Jaarstukken 2025

9

-

10

85

2025 n.v.t. € 200.000 Dotatie van € 19.000 vanuit het rekeningresultaat 2024, € 181.000 vanuit overheveling bestemmingsreserves.

45

RESERVE KNELPUNTENPOT Jaar vorming: 2017 Jaar opheffing: n.v.t. Maximale omvang: € 100.000 Bestemming: Opvangen van niet begrote onverwachte kosten als gevolg van bijvoorbeeld personele fricties, hogere CAO ontwikkeling dan begroot. Mutaties 2025: € 40.000 voor aanbesteding ICT dienstverlener RESERVE BIJDRAGE APPARAATKOSTEN Jaar vorming: 2021 Jaar opheffing: 2025 Maximale omvang: n.v.t. betreft eenmalige dotatie Bestemming: Dekken van het tekort aan bijdragen door uittreden van gemeente Tholen. Mutaties 2025:

Onttrekking: € 9.000 ter dekking tekort als gevolg van uittreding gemeente Tholen

RESERVE STRATEGISCHE AGENDA Jaar vorming: 2025 Jaar opheffing: n.v.t. Maximale omvang: € 110.000 Bestemming: Servicearrangement Mobiliteit 2024 Mutaties 2025:

Jaarstukken 2025

Dotatie: € 110.000 vanuit het jaarrekeningresultaat 2024. 46

RESERVE KLEINSCHALIG COLLECTIEF VERVOER Jaar vorming: 2012 Jaar opheffing: n.v.t. Maximale omvang: € 80.000 Bestemming: Weerstandscapaciteit Dekking voor lasten waar geen structurele dekking voor is, zoals kosten voor aanbesteding van vervoerscontract. Mutaties 2025: Dotatie: € 10.000 vanuit het jaarrekeningresultaat 2024.

RESERVE REGIOARCHEOLOGIE Jaar vorming: 2021 Jaar opheffing: € 100.000 Maximale omvang: Nog te bepalen Bestemming: Buffer om continuïteit van de dienstverlening te waarborgen. Mutaties 2025:

Overheveling naar algemene reserve van € 23.000.

RESERVE MOBILITEITSCENTRUM Jaarstukken 2025

47

Jaar vorming: Jaar opheffing: Maximale omvang: Bestemming:

2019 n.v.t. € 170.000 Buffer om continuïteit van de dienstverlening te waarborgen.

Mutaties 2025:

Overheveling naar algemene reserve van € 80.000

RESERVE FLEXPOOL Jaar vorming: Jaar opheffing: Maximale omvang: Bestemming: Mutaties 2025:

2018 n.v.t. € 340.000 Buffer om continuïteit van de dienstverlening te waarborgen.. Overheveling van € 78.000 naar algemene reserve

VOORZIENINGEN De post voorzieningen wordt onderscheiden in: Boekwaarde 31 december 2025 Voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is Totaal voorzieningen

Boekwaarde 31 december 2024 48

21

48

21

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de voorzieningen gedurende het jaar 2025: Jaarstukken 2025

48

(bedragen x € 1.000) Voorziening verlofsparen

Saldo 1 januari 2025 21

Vrijgevallen bedragen -

21

-

Totaal voorzieningen

Saldo 31 Toevoegingen Aanwendingen december 2025 27 48 27

-

48

Voorziening verlofsparen Medewerkers kunnen sinds 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie uren sparen conform de CAO SGO. Met “verlofsparen” kunnen medewerkers bovenwettelijke vakantie uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carriereplanning. Deze vakantie uren verjaren niet. Als gevolg hiervan kan dit leiden tot verlofstuwmeren die bijvoorbeeld ingezet gaan worden om eerder met pensioen te gaan. Doordat er bij verlofsparen sprake is van arbeidskostengerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare op- en afbouw kennen, hiervoor is deze voorziening getroffen.

Vlottende passiva NETTO-VLOTTENDE SCHULDEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR De post netto vlottende schulden wordt onderscheiding in: 31 december 2025 31 december 2024 Overige schulden

1.286

710

Totaal netto vlottende schulden

1.286

710

OVERLOPENDE PASSIVA De post overlopende passiva wordt onderscheiden in: 31 december 2025 31 december 2024 Nog te betalen bedragen Van Europese of Nederlandse overheidslichamen ontvangen, nog te besteden specifieke uitkeringen Overige vooruitontvangen bedragen Totaal overlopende passiva

3.748

3.905

3.036

785

1.152

981

7.936

5.672

De in de balans opgenomen van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Jaarstukken 2025

49

(bedragen x € 1.000)

Saldo 1 januari 2025

Ontvangen bedragen

Vrijgevallen bedragen

Terugbetalingen

Saldo 31 december 2025

8

-

Overige Nederlandse overheidslichamen Pilot Bravoflex

15

7

Mentale toegankelijkheid 2023

52

52

-

Mentale toegankelijkheid 2024

19

19

-

Werkpakket 2 A27 aanpak

697

150

547

464

103

361

659

248

411

1.846

204

1.642

Regiodeal Van Plant naar Pand Regiodeal Samenwerken aan Talent Regiodeal Energie van Onderop

75

Cofinanciering Regiodeal West-Brabant Overig Totaal van Europese of Nederlandse overheidslichamen ontvangen, nog te besteden specifieke uitkeringen

Jaarstukken 2025

75

2 785

3.045

783

2

-

10

3.036

50

NIET IN DE BALANS OPGENOMEN BELANGRIJKE FINANCIËLE VERPLICHTINGEN WAARAAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING VOOR TOEKOMSTIGE JAREN IS VERBONDEN

Overeenkomst

Wijze van aanbesteding

Opdrachtnemer(s) Contractduur

Vervoerscontract

Europees

PZN

Arbeidsmarktplatform Flexibele arbeid Perceel 1, Uitzenden Flexibele arbeid Perceel 2, Payrolldienstverlening

Europees

Present Driessen, Start People en Randstad

Europees

Bedrijfsvoeringspakket Dienstverleningsovereenkomst Bedrijfsvoering Dienstverleningsovereenkomst Bedrijfsvoering

Jaarstukken 2025

Europees

Financiële verplichting

van 2016 t/m 2019 met mogelijkheid tot verlenging van 4 jaar van 2019 t/m 2023 € 57.500 per jaar van 2023 t/m 2027

Geen

Driessen

van 2023 t/m 2027

Geen

Europees

Netive

van 2019 t/m 2023

€ 150.000 per jaar + € 1.000 per 1 miljoen omzet

n.v.t.

Gemeente Etten-Leur

van 2021 t/m 2025

€ 346.500 per jaar

n.v.t.

ICT-WBW

van 2021 t/m 2023

€ 55.000 per jaar

51

5.4. Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Hierna wordt een toelichting gegeven op diverse aspecten van het overzicht baten en lasten. Achtereenvolgens wordt ingegaan op: • Een analyse van afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de realisatie per programma; • Een overzicht van de incidentele baten en lasten per programma, waarbij per programma ten minste de belangrijkste posten afzonderlijk worden gespecificeerd; • Analyse ten aanzien van de begrotingsrechtmatigheid; • De informatie in het kader van Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). Alle bedragen in de tabellen van deze paragraaf zijn gedeeld door € 1.000. Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening wordt vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de jaarstukken en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het bedoelde inzicht.

Jaarstukken 2025

52

Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Hierna is per onderdeel zoals opgenomen in het overzicht van baten en lasten een analyse opgenomen van de belangrijkste afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de jaarstukken. Afwijkingen ten opzichte van de begroting groter dan € 25.000 worden afzonderlijk toegelicht. PROGRAMMA ALGEMEEN

(bedragen x € 1.000)

Begroting na wijziging

Rekening 2025

Verschil

Programma Algemeen

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Algemeen

321

237

84

336

236

101

15

-1

17

-

200

-200

-

189

-189

-

-11

11

321

237

84

336

236

101

15

-12

27

-

-

-

-

-

-

-

-

-

321

237

84

336

236

101

15

-12

27

Transitiebudget Totaal saldo baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Het verschil tussen de begroting na wijziging en het werkelijke saldo van baten en lasten is € 27.000 voordelig. De belangrijkste afwijkingen zijn de volgende:

Jaarstukken 2025

53

(in duizenden euro's)

Programma Algemeen

Baten

Lasten

Bedrag

15

15

-

(Algemeen) Minder uitgegeven aan communicatie

-16

16

(Transitiebudget) minder personele inzet

-11

11

-12

27

(Algemeen) Project kring gemeentesecretarissen

Totaal afwijking

15

(Algemeen) Project kring gemeentesecretarissen (Neutraal) RWB organiseert jaarlijks bijeenkomsten voor gemeentesecretarissen. Deze lasten worden doorbelast aan de deelnemende gemeenten. Deze baten en lasten zijn bij de tweede bestuursrapportage niet begroot. (Algemeen) Minder uitgaves Evenementen en Communicatie ( € 16.000 positief) Vanwege het transitiejaar naar een nieuwe strategische agenda zorgde voor minder uitgaves op evenementen en communicatie.

Jaarstukken 2025

(Transitiebudget) minder personele inzet ( € 11.000 positief) In 2025 is er € 200.000 geraamd voor uitgaves voor de overdracht van de mobiliteitstaken. Hiervan is € 170.000 beschikbaar gesteld voor de stedelijke regio’s. Er was € 30.000 geraamd voor personele inzet om de overdracht te organiseren, voor de overdracht bleek minder tijd voor nodig te zijn.

54

PROGRAMMA NIEUWE ECONOMIE (bedragen x € 1.000)

Begroting na wijziging

Rekening 2025

Verschil

Programma Nieuwe economie

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Strategische agenda

1.519

1.126

393

1.530

1.100

429

11

-26

36

Projecten

1.568

1.581

-13

826

731

95

-742

-850

108

O&O fonds

469

469

-

346

346

-

-123

-123

-

REWIN

2.766

2.786

-20

2.766

2.786

-20

-0

-0

-0

Totaal saldo baten en lasten

6.322

5.962

360

5.468

4.963

505

-854

-999

145

-

-

-

-

-

-

-

-

-

6.322

5.962

360

5.468

4.963

505

-854

-999

145

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Het verschil tussen de begroting na wijziging en het werkelijke saldo van baten en lasten is € 145.000 voordelig. De belangrijkste afwijkingen zijn de volgende:

Jaarstukken 2025

55

(in duizenden euro's)

Programma Nieuwe economie

Baten

(Strategische Agenda) Personele inzet en werkbudget

Lasten

Saldo

-26

26

(Strategische Agenda) Overig

11

(Projecten) Realisatie Regiodeal

-264

-381

117

(Projecten) SmartWayz A27

-483

-483

-

5

14

(O&O fonds) Toegekende subsidies

-123

-123

-

Saldo baten en lasten

-854

-999

145

(Projecten) Overig

11

(Strategische Agenda) Personele inzet en werkbudget ( € 26.000 positief) Op de strategische agenda is een deel van het budget niet besteedt en zijn de personele lasten iets lager uitgevallen. Dit tensamen zorgt voor een positief resultaat van € 26.000 (Projecten) Realisatie Regiodeal ( € 117.000 positief) De projecten binnen de Regiodeal worden uitgevoerd door de RWB. De verplichte eigen bijdrage (co-financiering) van de RWB bestaat uit de inzet van eigen personeel. Omdat de loonkosten van dit personeel al zijn opgenomen in de reguliere begroting (via de bijdrage per inwoner) en er in 2025 geen extra directe kosten zijn gemaakt, ontstaat er onder de streep een positief resultaat van € 117.000.

(Projecten) SmartWayz A27 (Neutraal) De afronding van de projecten binnen SmartWayz A27 verschuift van 2025 naar 2026. Voor deze vertraging is inmiddels uitstel aangevraagd en verleend. Financieel heeft dit geen gevolgen voor het resultaat van dit jaar: de lagere uitgaven worden volledig gecompenseerd door het later ontvangen van de bijbehorende inkomsten. (O&O fonds) Toegekende subsidies (Neutraal) De subsidies uit het O&O-fonds hebben verschillende looptijden. Omdat de inkomsten en uitgaven pas definitief worden verwerkt zodra de projecten zijn afgerond, ontstaan er jaarlijkse schommelingen in de cijfers. Dit heeft echter geen invloed op het resultaat, omdat de lasten altijd gedekt zijn door de bijbehorende baten.

DEELPROGRAMMA KLEINSCHALIG COLLECTIEF VERVOER (KCV) Jaarstukken 2025

56

. (bedragen x € 1.000)

Deelprogramma KCV

Begroting na wijziging

Rekening 2025

Verschil

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

KCV

13.915

13.806

109

11.714

11.574

140

-2.201

-2.232

31

Totaal saldo baten en lasten

13.915

13.806

109

11.714

11.574

140

-2.201

-2.232

31

-

-

-

-

-

-

-

-

-

13.915

13.806

109

11.714

11.574

140

-2.201

-2.232

31

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Het verschil tussen de begroting na wijziging en het werkelijke saldo van baten en lasten is € 31.000 voordelig. De belangrijkste afwijkingen zijn de volgende:

(in duizenden euro's)

Deelprogramma KCV

Baten

Lasten

Saldo

(KCV) Loonlasten en werkbudget

12

-19

31

(KCV) OV advies vervallen

-25

-25

-

-2.068

-2.068

-

60

60

-

-2.021

-2.052

31

(KCV) Realisatie vervoerskosten (KCV) Malus 2025 Saldo baten en lasten

Jaarstukken 2025

57

Loonlasten en werkbudget ( € 31.000 positief) Op de posten voor KTO en klant- en datasystemen is minder uitgegeven dan oorspronkelijk begroot. Omdat de geplande onderzoeken en advieskosten niet zijn gemaakt, sluit dit onderdeel het jaar af met een overschot van € 31.000.

Realisatie vervoerskosten (neutraal) De vervoerskosten worden begroot op basis van de daadwerkelijk gereden ritten. Hoewel de uiteindelijke ritaantallen kunnen afwijken van de prognose, heeft dit geen effect op het resultaat. De werkelijke kosten worden namelijk één-op-één doorbelast aan de deelnemende partijen.

OV advies vervallen (neutraal) De geplande activiteiten voor het OV-advies zijn komen te vervallen. Aangezien deze kosten volledig zouden worden doorbelast aan de deelnemende gemeenten, vallen nu zowel de uitgaven als de inkomsten weg. Per saldo heeft dit geen effect op het resultaat

Malus 2025 (neutraal) Vanwege het niet volledig nakomen van de overeengekomen prestatieafspraken door de vervoerder, is er over 2025 een boete (malus) opgelegd van € 60.000. Dit bedrag wordt conform de afspraken verdeeld over de deelnemende partijen.

Jaarstukken 2025

58

DEELPROGRAMMA REGIOARCHEOLOGIE (bedragen x € 1.000)

Begroting na wijziging

Rekening 2025

Verschil

Deelprogramma Regioarcheologie

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Regioarcheologie

321

291

30

323

266

57

2

-25

27

Totaal saldo baten en lasten

321

291

30

323

266

57

2

-25

27

-

-

-

-

30

323

57

2

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

321

291

266

-25

27

Het verschil tussen de begroting na wijziging en het werkelijke saldo van baten en lasten is € 27.000 voordelig. De belangrijkste afwijkingen zijn de volgende: (in duizenden euro's)

Deelprogramma Regioarcheolgie

Baten

Minder externe capaciteit Overig

2

Saldo baten en lasten

2

Lasten

Saldo

-25

25 2

-25

27

Minder externe capaciteit (€ 25.000 positief) Bij de begroting is rekening gehouden met een post externe capaciteit (flexibele schil.) Omdat de werkzaamheden in 2025 volledig door eigen personeel kon worden opgevangen, is deze extra capaciteit niet ingezet. Dit leidt tot een besparing van € 25.000.

Jaarstukken 2025

59

DEELPROGRAMMA MOBILITEITSCENTRUM (MBC) (bedragen x € 1.000)

Begroting na wijziging

Rekening 2025

Verschil

Deelprogramma Mobiliteitscentrum

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Algemeen

1.195

1.170

25

1.281

1.214

67

86

44

42

Flexpool

2.770

2.581

189

2.624

2.598

26

-146

17

-163

Flex West-Brabant

3.622

3.451

172

3.484

3.312

172

-139

-138

-0

Totaal saldo baten en lasten

7.587

7.202

386

7.389

7.125

265

-198

-77

-121

-

-

-

-

-

-

-

-

-

7.587

7.202

386

7.389

7.125

265

-198

-77

-121

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Jaarstukken 2025

60

Het verschil tussen de begroting na wijziging en het werkelijke saldo van baten en lasten is € 121.000 nadelig. De belangrijkste afwijkingen zijn de volgende: (in duizenden euro's)

Deelprogramma Mobiliteitscentrum (MBC)

Afwijkingen Baten

Lasten

Saldo

(Algemeen) Meer opbrengst trajecten

48

10

38

(Algemeen) Meer opbrengst leren en ontwikkelen

38

24

14

10

-10

(Algemeen) Overig (Flexpool) Minder declarabel

-146

(Flexpool) Overig

-146 17

-17

(Flex West-Brabant) Minder omzet Fee

-138

-138

-

Saldo baten en lasten

-198

-77

-121

(Algemeen) Meer opbrengst trajecten ( € 38.000 positief) In het laatste kwartaal van 2025 is de vraag naar trajecten gestegen dan vooraf was ingeschat. Door deze hogere afname zijn de inkomsten uit deze trajecten hoger uitgevallen dan begroot. (Algemeen) Meer opbrengst leren en ontwikkelen ( € 14.000 positief) n het laatste kwartaal van het jaar zijn er meer opleidingen en trainingen afgenomen dan oorspronkelijk begroot. Deze extra vraag heeft geleid tot een positief resultaat van € 14.000.

Jaarstukken 2025

(Flexpool) Minder declarabel (€ 146.000 negatief) De omzet van de Flexpool is in 2025 lager uitgevallen dan begroot. Dit negatieve resultaat heeft twee hoofdoorzake, enerzijds zorgde langdurig verzuim voor een lagere inzetbaarheid van personeel, en anderzijds was er sprake van een terugloop in het aantal opdrachten. Hierdoor kon er minder capaciteit worden gedeclareerd. (Flex West-Brabant) Minder omzet fee (neutraal) De begrote omzet fee zijn gebaseerd op de werkelijk gerealiseerde omzet van de eerste maanden van het jaar. Hoewel de uiteindelijke omzet afwijkt van de eerdere prognose, heeft dit geen gevolgen voor het nettoresultaat.

61

SALDO VAN DE FINANCIERINGSFUNCTIE (bedragen x € 1.000)

Begroting na wijziging

Rekening 2025

Verschil

Algemene dekkingsmiddelen

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Saldo van de financieringsfunctie

120

-

120

164

-

164

44

-

44

Totaal algemene dekkingsmiddelen

120

-

120

164

-

164

44

-

44

Het verschil tussen de begroting na wijziging en het werkelijke saldo van baten en lasten is € 44.000 voordelig. De belangrijkste afwijkingen zijn de volgende: (in duizenden euro's)

Algemene dekkingsmiddelen

Baten

Rente schatkistbankieren

35

Saldo baten en lasten

35

Lasten

Saldo 35

-

35

Rente schatkistbankieren (€ 35.000 positief) In 2025 zijn de ontvangen rentes op schatkistbankieren gunstiger uitgevallen dan geraamd. Dit komt doordat de verwachte daling van de marktrente trager verliep, waardoor de effectieve rentevergoeding hoger bleef. Daarnaast heeft een hoger gemiddeld kassaldo bijgedragen aan deze extra opbrengst.

Jaarstukken 2025

62

KOSTEN VAN DE OVERHEAD (bedragen x € 1.000)

Begroting na wijziging

Rekening 2025

Verschil

Kosten van de overhead

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Kosten van de overhead

1.402

1.944

-542

1.412

1.923

-511

10

-21

31

Totaal saldo baten en lasten

1.402

1.944

-542

1.412

1.923

-511

10

-21

31

-

-

-

-

-542

1.412

-511

10

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

1.402

1.944

1.923

-21

31

Het verschil tussen de begroting na wijziging en het werkelijke saldo van baten en lasten is € 31.000 voordelig. De belangrijkste afwijkingen zijn de volgende: (in duizenden euro's)

Overhead

Baten

Lasten

Saldo

Overig

10

-21

31

Saldo baten en lasten

10

-21

31

Jaarstukken 2025

63

Jaarstukken 2025

64

Verantwoordelijkheid strategisch beraad De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het strategisch beraad toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur op 6 december 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 525.520.

De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV.

Bedragen x € 1.000

Geconstateerde rechtmatiheidsafwijkingen Begrotingscriterium 1A. Overschrijding lasten programma's

-

2. Ongeautoriseerde reservemutaties Totaal begrotingsonrechtmatigheden 4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid. In de rechtmatigheidsverantwoording wordt verwezen naar dit vooraf vastgestelde beleid. De niet-acceptabele begrotingsonrechtmatigheden worden inhoudelijk in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht. Voorwaardencriterium

-

5. Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed.

-

-

M&O criterium Geen bevindingen

-

Totaal van onrechtmatigheden

-

Waarvan acceptabel

-

Waarvan niet-acceptabel

-

Bevinding Het strategisch beraad stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Jaarstukken 2025

-

65

5.5 De bijlage met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen ocw

Ontvanger

E103B

Juridische grondslag

Uitkeringscode

IenW

Specifieke uitkering

Verstrekker

SiSa bijlage verantwoordingsinformatie 2025 op grond van artikel 3 van de Regeling informatieverstrekking sisa - d.d. 07-01-2026

Tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur 2023-2027

Indicator Indicator Projectcategorie Hieronder per regel één provincie(code) en/of gemeente(code) uit (jaar T) selecteren en in de kolommen ernaast de verantwoordingsinformatie voor die provincie of gemeente invullen

Indicator Besteding (jaar T)

Indicator Indicator Cumulatieve besteding (t/m jaar Eindverantwoording (Ja/Nee) T)

Indicator

SiSa tussen medeoverheden

VRO

J4B

Regiodeals 5e tranche

Aard controle n.v.t. Aard controle n.v.t. Aard controle R Aard controle n.v.t. Aard controle n.v.t. Indicator: E103B/05 Indicator: E103B/04 Indicator: E103B/03 Indicator: E103B/02 Indicator: E103B/01 Nee € 299.784 € 299.784 1 030010 Provincie Noord-Brabant C2322404/5391769 Kenmerk/ beschikkingsnummer Naam actielijn/ programmalijn/ Besteding van de Rijksbijdrage Besteding regionale financiering Hieronder per regel één code (jaar T) per actielijn/ per actielijn/ programmalijn/ pijler selecteren en in de kolommen programmalijn/ pijler. pijler (jaar T) ernaast de verantwoordingsinformatie voor die medeoverheid invullen

SiSa tussen medeoverheden Aard controle n.v.t. Aard controle n.v.t. Aard controle n.v.t. Indicator: J4B/03 Indicator: J4B/02 Indicator: J4B/01 € 204.033 0.1 Energie van Onderop 5657966 1 060758 Gemeente Breda € 102.890 2.a.2 Van Plant naar Pand 5093992 2 060758 Gemeente Breda € 248.169 1.1 Samenwerken aan talent 5449881 3 060758 Gemeente Breda Toelichting Totale cumulatieve besteding Totale cumulatieve besteding Hieronder verschijnt de code regionale financiering (t/m jaar van de Rijksbijdrage per conform de keuzes gemaakt bij T) per actielijn/ programmalijn/ actielijn/ programmalijn/ pijler indicator C96B/01 pijler. (t/m jaar T) In de kolommen hiernaast de verantwoordingsinformatie voor die medeoverheid invullen Aard controle R Aard controle n.v.t. Indicator: J4B/07 Indicator: J4B/06 € 204.033 € 204.033 1 060758 Gemeente Breda € 102.890 € 102.890 2 060758 Gemeente Breda € 248.169 € 248.169 3 060758 Gemeente Breda Eindverantwoording (Ja/Nee) Totale compensabele BTW (t/m jaar T) deel rijksbijdrage

Jaarstukken 2025

€ 204.033 € 102.890 € 248.169

Aard controle n.v.t. Indicator: J4B/09

Aard controle R Indicator: J4B/08 n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Aard controle n.v.t. Indicator: J4B/11

Aard controle R Indicator: J4B/10 €0

Aard controle R Indicator: J4B/05

Aard controle R Indicator: J4B/04

Nee

66

De bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld Begroting na wijziging Taakveld (bedragen x € 1.000)

Realisatie 2025

Baten

Lasten

Baten

Lasten

0.1 Bestuur

321

437

336

425

0.4 Overhead

1.402

1.944

1.412

1.923

0.5 Treasury

120

164

-

7.389

7.124

0 Bestuur en ondersteuning

0.8 Overige baten en lasten 0.10 Mutaties reserves

7.587

7.202

49

49

Economie 3.1 Economische ontwikkeling

3.556

3.176

2.702

2.177

3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen

2.766

2.786

2.766

2.786

321

291

323

266

13.915

13.806

11.714

11.574

30.037

29.642

26.855

26.276

5 Sport, cultuur en recreatie 5.5 Cultureel erfgoed 6 Sociaal domein 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) Saldo van baten en lasten op de taakvelden

Jaarstukken 2025

67

5.8. Overige gegevens: Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Jaarstukken 2025

68

6. Bijlagen Bijlage 1 Gemeentelijke bijdrage 2025 Bedra gen i n €

Realisatie 2 0 2 5

Bijdrage apparaatkosten

Bijdrage O &O fonds Bijdrage REWIN

Regioarc heologie

Alphen-Chaam

49.794

6.801

40.082

36.430

Altena

274.722

37.522

221.140

43.993 17.165

MBC Algemene Bijdrage bijdrage bureaukosten K CV

Careernet

Totaal

1.730 31.286

9.543

42.168

134.837 6.072

624.278

11.385

8.184

698.035

Baarle-Nassau

33.651

4.596

27.088

Bergen op Zoom

327.728

44.762

263.808

Breda

887.271

121.185

714.218

153.586

30.821

29.808

1.936.889

Drimmelen

133.225

18.196

107.241

25.377

12.984

4.628

2.520

304.171

Etten-Leur

212.150

28.976

170.772

23.494

22.692

7.370

4.404

469.858

Geertruidenberg

105.171

14.364

84.658

12.428

3.653

2.412

222.687

Halderberge

147.726

20.177

118.914

22.938

15.643

5.132

2.796

333.325

Moerdijk

179.469

24.512

144.466

18.215

20.280

6.234

3.936

397.112

Oosterhout

273.289

37.326

219.987

28.032

37.098

9.494

7.200

612.426

Roosendaal

369.365

50.448

297.325

36.480

12.831

7.080

773.529

Rucphen

112.485

15.363

90.546

11.129

3.908

2.160

267.514

Steenbergen

117.121

15.997

94.278

12.799

4.069

2.484

246.747

Woensdrecht

105.608

14.424

85.011

9.707

3.669

1.884

220.303

Zundert

107.165

14.637

86.263

24.791

10.511

3.723

2.040

249.130

25.721

4.992

30.713

50.570

215.172

23.532

289.274

322.927

669.684

111.504

7.894.497

31.922

ABG-gemeenten Overig (derden) 3.435.940

Jaarstukken 2025

469.286

2.765.798

1.169

119.359

83.669

69

Bijlage 2 Kleinschalig Collectief Vervoer

Realisatie 2025

Verreden Ritten Kosten vervoer Klantbijdrage Vaste kosten Totale kosten vervoer

Al phen-Cha a m

4.387

87.678

-16.866

32.425

103.236

Al tena

29.899

564.312

-108.546

221.157

676.923

Ba a rl e-Na s s a u

3.623

80.697

-15.511

26.936

92.121

Bergen op Zoom

76.131

916.853

-186.341

563.949

1.294.460

Breda

157.745

2.040.716

-405.651

1.168.302

2.803.367

Dri mmel en

18.609

322.992

-63.085

137.988

397.895

Etten-Leur

34.923

512.924

-100.601

258.708

671.030

Geertrui denberg

20.987

407.072

-76.368

155.453

486.157

Ha l derberge

21.875

360.197

-70.569

162.005

451.634

Moerdi jk

25.520

534.703

-102.412

189.078

621.370

Oos terhout

58.427

847.005

-165.109

432.686

1.114.582

Roos enda a l

91.801

1.110.012

-223.206

679.487

1.566.292

Rucphen

13.982

232.914

-45.347

103.641

291.208

Steenbergen

11.992

256.622

-48.370

88.856

297.109

Woens drecht

12.960

236.431

-45.209

96.020

287.241

Zundert

9.535

188.205

-36.289

70.781

222.697

Wmo - Gemeenten

592.396

8.699.331

-1.709.479

4.387.471

11.377.323

OV - Provi nci e NB

2.768

34.829

-17.552

20.307

37.583

595.164

8.734.160

-1.727.032

4.407.778

11.414.906

Totaal

Jaarstukken 2025

70

Bijlage 3 Onderzoek en Ontwikkelfonds 2025 Dotatie O&O fonds 2025 Bijdrage O&O 2025 (€ 0,65/inwoner)

469.286

Vrijval projecten O&O fonds voorgaande jaren

26.795

Totaal O&O fonds 2025

496.081

O&O fonds 2025 (19.514)

Aanwending O&O fonds 2025 (Projecten) Aanmaak inhoudsstoffen Jack Bean Industriële SIP buitenschil Slim. Samen. Actief. Beweging Hernieuwbare methanol naar melkzuur Verkenning Dual-Use - West-Brabant Inhoudsstoffen aardbeien Bergse buiten en binnen bodem Passieve Kas Green Vitamins Aircraft Structure Center of Excellence B'BOT Shared Startup facility Van Faam naar Faamkwartier 2e voorschot Totaal beschikt Nog te beschikken saldo

Jaarstukken 2025

Jaar 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025

Status vlp vlp vlp vlp vlp vlp vlp vlp vlp vlp vlp vlp

Stand 31/12/2025 31.000 37.420 46.125 30.750 50.000 47.425 50.000 50.000 50.000 47.750 50.000 25.125

515.595

Totaal beschikt

Nog te beschikken saldo

515.595 -19.514

71

Definitief beschikte projecten O&O fonds voorgaande jaren Projecten Samen werken aan een Circulaire Toekomst De Makersplaats Breda Verkenning haalbaarheid Maritieme Campus Werkendam Venture Café Plantbased Seafood Verbetering biodiversiteit haven Oudenbosch Optimalisatie Groeicondities van Jack Bean Agroforestry DTIV Vezelorganisatie West-Brabant Bietengrond in de boomteelt

Jaar 2023 2024

Status def def

2022 2022 2023 2024 2024 2023 2023 2024 2023

def def def def def def def def def

Totaal definitief beschikt

Voorlopig beschikt 19.000 37.450

Definitief beschikt 19.000 37.450

Vrijval tbv subsidiepl. -

50.000

50.000

-

15.000 43.612 25.200 30.000 49.786 60.225 18.000 24.547

7.500 43.612 25.200 30.000 32.454 60.225 18.000 22.584

7.500 17.332 1.963

372.820

346.025

26.795

Voorlopig beschikte projecten O&O fonds voorgaande jaren Projecten (semi) Rurale Energy Hubs Van Faam naar Faamkwartier Goederenvervoer digitaal op weg Lasertechniek in zaaibedden Technische toekomst voor jongeren Aanjagen verticale landbouw Circulaire Werkplaats Optimale beregening in de boomteelt Circulair Energy Hub Online Talent Community West-Brabant Klimaatbestendige Brabantse Thee Totaal voorlopig beschikt Jaarstukken 2025

Jaar 2023 2024 2024 2023 2024 2024 2024 2023 2024 2024 2023

Status vlp vlp vlp vlp vlp vlp vlp vlp vlp vlp vlp

Voorlopig beschikt 50.000 50.250 69.000 22.773 21.280 49.975 25.000 57.358 54.400 52.300 60.007 512.343

1.027.938

513.969 ova klopt

72

Jaarstukken 2025

73

Bijlage 2

Uitkering resultaat 2025 De positieve resultaten van Regioarcheologie en Mobiliteitscentrum worden uitgekeerd aan de afnemende eigenaren op basis van verhouding afname in 2025. Gemeente Alphen-Chaam

Regioarcheologie

Mobiliteitscentrum Totaal uitkering resultaat

3.568

-

3.568

Altena

4.309

3.309

7.618

Baarle-Nassau

1.681

-

1.681

Bergen op Zoom

-

4.459

4.459

Breda

-

16.242

16.242

Drimmelen

2.486

1.373

3.859

Etten-Leur

2.301

2.400

4.701

-

1.314

1.314

Halderberge

2.247

1.654

3.901

Moerdijk

1.784

2.145

3.929

Oosterhout

2.746

3.923

6.669

Roosendaal

-

3.858

3.858

3.127

1.177

4.304

Steenbergen

-

1.354

1.354

Woensdrecht

-

1.027

1.027

2.428

1.112

3.540

-

2.720

2.720

26.676

48.066

74.742

Geertruidenberg

Rucphen

Zundert ABG organisatie Totaal

Uitkeren saldi O&O fonds In 2025 hebben de deelnemende gemeenten 65 cent per inwoner bijgedragen aan het O&O fonds. Als er aan het einde van het jaar geld overblijft wordt dit teruggestort naar de deelnemers. Saldo Flex West-Brabant Als er een positief saldo overblijft aan het einde van het jaar wordt dit saldo verdeeld over de deelnemers van Flex West-Brabant naar gelang hun aandeel in de inhuur via Flex West-Brabant. Gemeente Alphen-Chaam Altena

O&O fonds Saldo Flex West-Brabant

Totaal saldi

281

-

281

1.564

125.771

127.336

Baarle-Nassau

190

-

190

Bergen op Zoom

1.871

173.410

175.281

Breda

5.048

434.409

439.457

Drimmelen

757

52.758

53.514

Etten-Leur

1.214

31.862

33.076

Geertruidenberg

592

47.116

47.709

Halderberge

837

32.781

33.618

Moerdijk

1.022

101.704

102.726

Oosterhout

1.555

168.320

169.875

Roosendaal

2.082

122.215

124.297

Rucphen

642

35.047

35.689

Steenbergen

657

40.500

41.157

Woensdrecht

596

20.263

20.859

Zundert

605

28.633

29.239

140.156

140.156

ABG organisatie Overige organisaties Totaal

19.514

314.268

314.268

1.869.213

1.888.727

Voorwoord voorzitter De samenwerking in Regio West-Brabant (RWB) krijgt in 2027 een ander gezicht. Vanaf 2027 worden de economische taken niet meer door RWB uitgevoerd, maar door de regio's de Baronie, Stedelijke Regio WestBrabant en Regionale Ontwikkelorganisatie REWIN B.V. De focus van RWB verschuift van beleidsrijk naar beleidsarme uitvoering en dienstverlening op het vlak van Kleinschalig Collectief Vervoer (KCV), Regioarcheologie en HR-dienstverlening vanuit het Mobiliteitscentrum (MBC). In deze begroting lichten we de financiële en beleidsmatige inzet voor 2027 toe. De begroting is opgesteld op basis van ongewijzigd beleid en de richtlijnen die door de 16 deelnemende gemeenten zijn meegegeven. De voorgenomen doorontwikkeling waarover de 16 gemeenten in 2026 besluiten, is van betekenis voor het begrotingsjaar 2027. De inwonerbijdrage van gemeenten aan de RWB zal met ingang van 1 januari 2027 dalen. We kunnen dat in deze ontwerpbegroting echter nog niet direct verwerken omdat de formele besluitvorming hierover in de 16 gemeenten nog niet heeft plaatsgevonden. Wel geven we inzicht aan de deelnemers: we benoemen welke financiële lasten direct gerelateerd zijn aan de economische onderdelen van de RWB (middelen en personele inzet). Daarmee is voor de gemeenten ook de toekomstige inwonerbijdrage duidelijk in beeld.

Nadat de besluitvorming in de gemeenten is afgerond zullen we de budgetten in onze begroting aanpassen met een begrotingswijziging.

DIENSTVERLENING DOOR RWB Onze inspanningen voor gemeenten op kleinschalig collectief vervoer, regio archeologie en HR-dienstverlening (MBC) leest u in het programma Regionale Dienstverlening. Ook in 2027 zetten deze onderdelen zich in voor een vooruitstrevende en kostenefficiënte service aan de deelnemers. Omdat RWB zich door ontwikkelt tot een primair dienstverlenende organisatie, vraagt dit om een aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling en onderlinge samenwerkingsafspraken. We zetten ons in om dat proces in 2027 af te ronden, zodat we vanaf 2028 een toekomstbestendige samenwerking en dienstverleningsorganisatie hebben staan. Ik wens u veel leesplezier!

Paul Depla, voorzitter Regio West-Brabant

Inhoudsopgave Organisatie van RWB en financiële uitgangspunten .....................................4 1. Programma Algemeen ......................................................................... 5 1.1 Algemene inzet op inhoud, bestuur en organisatie ................. 6 2.

Programma Nieuwe Economie ............................................................ 7 2.1 Inleiding en ontvlechting ......................................................... 7

3.

Regionale dienstverlening ................................................................... 9 3.1 Kleinschalig Collectief Vervoer ................................................. 9 3.1.1 Ontwikkeling en beheer Deeltaxi West-Brabant ...................... 9 3.1.2 Kostenbeheersing ................................................................... 10 3.1.3 Toekomstbestendig collectief vervoer .................................... 10 3.1.4 Samenwerking......................................................................... 10 3.2 Regioarcheologie en cultuurhistorie (R&C).............................. 11 3.2.1 Ondersteuning gemeenten ...................................................... 11 3.2.2 Bewustzijn, kennis en dienstverlening ..................................... 12 3.3 Mobiliteitscentrum ................................................................... 13 3.3.1 Pijler Mobiliteit......................................................................... 13 3.3.2 Pijler Leren en ontwikkelen - West-Brabant Academie ........... 14 3.3.3 Pijler Flexibele arbeidsmarkt .................................................... 15 3.3.4 Regievoering HR thema’s ......................................................... 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16943379/1