13 b&w Raadsbrief Evaluatie Vraag- en Aanbodpunten
Tekst van het document
Gemeenteraad Rucphen Postbus 9 4715 ZG RUCPHEN
Onze referentie:
Z22/062390-D23/1202340
Uw referentie:
Rucphen,
2 0 SEP 2023
Onderwerp:
Evaluatie Vraag- en Aanbodpunten
Behandelaar:
E. van Trijp
Telefoonnummer:
0165-349917
Beste raad, Op 21 september 2021 heeft uw raad ingestemd met een plan van aanpak voor het oprichten van vraag en aanbodpunten in onze dorpen. In 2022 is in iedere dorpskern een vraag- en aanbodpunt opgezet door vrijwillige coordinatoren. Deze vraag- en aanbodpunten worden volledig door vrijwilligers gedraaid en passen ieder bij de identiteit en het netwerk van het dorp. De vraag- en aanbodpunten zijn geëvalueerd In 2023 zijn deze vraag- en aanbodpunten een jaar actief, en heeft de gemeente de opdracht gegeven deze te evalueren. De evaluatie brengt in kaart hoeveel er gebruik wordt gemaakt van de punten, wat voor soort vragen er binnen komen, en of/hoe er wordt doorverwezen. Voor de evaluatie was het echter vooral van belang om het gesprek aan te gaan met de vrijwillige coordinatoren en verwijzers over wat er goed gaat en wat beter kan. In de afgelopen maanden is daarom ook intensief gesproken met vrijwilligers, maatschappelijk werkers, schuldhulpverleners, Wmo consulenten, meedenkcoaches, het mantelzorgsteunpunt, beheerders/agogen/sociaalcultureel werkers van de dorpshuizen, buursportcoaches, de wijkagent, boa's, het thuisadministratie loket, jongerenwerk, de kledingbank en de vrijwillige cliëntondersteuning. Het resultaat is bijgevoegd rapport.
Er is behoefte aan voorziening zoals het vraag- en aanbodpunt Één van de belangrijkste conclusies dat er gebruik wordt gemaakt van de vraag- en aanbodpunten. Het vraag- en aanbodpunt blijkt een laagdrempelige voorziening voor inwoners om een hulpvraag te stellen. Dit merken we ook in het aantal en het type vragen wat binnenkomt. In Sprundel: 53 vragen, Rucphen: 47 vragen, Zegge: 7 vragen, St. Willebrord: 18 vragen, Schijf: 0 vragen. In het evaluatierapport vindt u terug wat soort vragen dit zijn en hoeveel hiervan is opgelost of doorverwezen. Belangrijkste aanbevelingen uit de evaluatie Graag nemen wij u mee in de belangrijkste aanbevelingen uit het rapport: 1. Bied ondersteuning en begeleiding aan de vrijwilligers in de vorm van een professional: Om de vrijwillige coordinatoren en de overige vrijwilligers van de vraag- en aanbodpunten goed te ondersteunen, te laten functioneren en kwaliteit te borgen, is gebleken dat hierbij professionele ondersteuning nodig en gewenst is. Deze vrijwilligers zetten zich belangeloos Binnentuin 1 Postbus 9 4715 ZG Rucphen T: 0165 34 95 00 F: 0165 34 13 75 Banknummer: 2850 07 319 IBAN: NL37BNGH0285007319 KvK-nr. 20164997 Gemeente Rucphen
Rucphen
Schijf
Sprundel
St. Willebrord
Zegge
gemeente@rucphen.nl www.rucphen.nl
2
in voor onze inwoners, en zijn een belangrijk onderdeel van het voorliggend veld. Door deze inzet worden vragen van inwoners vroegtijdig en preventief opgepakt, waar mogelijk samen met het sociaal netwerk. Dit leidt tot minder hulpvragen bij onze gemeentelijke integrale toegang en hierdoor kunnen problemen wellicht vroegtijdig gesignaleerd worden. Een professional kan de coordinatoren (en hun vrijwilligers) ondersteunen en zorgen dat er een goede verbinding is met de professionele hulpverlening. 2. Verschaf meer duidelijkheid voor de vrijwilligers en de coordinatoren over het werk dat ze uitvoeren. Bijv. beschrijving van de doelgroep, criteria voor het aannemen van een hulpvraag, taakomschrijving voor een vrijwilliger. 3. We merken een toenemende vraag naar hulp bij tuinonderhoud, hiervoor is echter nu geen oplossing voorhanden. Er wordt geadviseerd om dit verder uit te werken. 4.
Kijk samen met de vrijwillig coordinatoren of de visie van het Vraag-en Aanbodpunt nog steeds toepasselijk is voor hoe de Vraag-en Aanbodpunten er nu voor staan. Als gemeente hebben we de vrijwillige coordinatoren gestimuleerd om het vraag- en aanbodpunt in hun dorp op te zetten hoe het past bij henzelf en bij de netwerken die er al in het dorp zijn. Zo is het laagdrempelig voor inwoners. Dit betekent wel dat er verschillen zijn per dorp.
5. Promoot de Vraag-en Aanbodpunten op de juiste manieren De meeste hulpverleners kennen het Vraag-en Aanbodpunt wel, maar ze weten niet goed wat er precies wordt aangeboden. De vrijwillig coordinatoren geven aan ook meer promotie te willen maken voor het vraag- en aanbodpunt richting hulpvragers en mogelijke vrijwilligers. Graag ontwikkelen wij de vraag- en aanbodpunten door Uiteraard gaan we aan de slag met de aanbevelingen. We zijn hierin echter afhankelijk van de inzet van financiële middelen en mensen. We nemen hier als gemeente, samen met onze betrokken partners en vrijwilligers, verdere stappen in.
Met vriendelijke groet, Bur emeester en -thouders van Rucphen, de ecretaris, de burgemees -r
Marjolein van der Meer Mohr
Evaluatie Vraag-en Aanbodpunten Gemeente Rucphen
Datum: 18 augustus 2023 Opdrachtgever: Gemeente Rucphen Onderzoeker: Bram van der Linden
3
Inleiding Aanleiding van het evaluerend onderzoek Vanuit de Gemeente Rucphen is de onderzoeker benaderd om een evaluatie te schrijven over de zogenaamde Vraag-en Aanbodpunten. Op 21 september 2021 heeft de gemeenteraad besloten tot het oprichten van vraag- en aanbodpunten in de vijf dorpskernen van de gemeente en heeft ingestemd met een plan van aanpak in deze. De Vraag-en Aanbodpunten zijn volgens het aangeleverde plan van aanpak bedoeld om vragen en aanbod in de dorpskernen te inventariseren en om de koppeling tussen beiden te coordineren. In 2022 is in iedere dorpskern een vraag- en aanbodpunt opgezet. In 2023 zijn deze vraag- en aanbodpunten een jaar actief, en heeft de gemeente de onderzoeker de opdracht gegeven deze te evalueren voor verdere doorontwikkeling. De context van het evaluerend onderzoek De evaluatie van de Vraag-en Aanbodpunten vindt plaats in de Gemeente Rucphen. Volgens het aangeleverde plan van aanpak zijn de Vraag-en Aanbodpunten zowel fysiek als online vindbaar. De coordinatie van de Vraag-en Aanbodpunten ligt volgens het plan van aanpak in handen van de vrijwilligers die ook wel vrijwillig coordinatoren genoemd worden. De gemeente speelt in de aanpak van de Vraag-en Aanbodpunten een faciliterende rol. In de praktijk houd dit in dat de Vraag-en Aanbodpunten per dorp verschillen in werkwijze.
De Vraag-en Aanbodpunten gaan te werk op de volgende manieren: In Sprundel is volgens de vrijwillig coordinator het Vraag-en Aanbodpunt bereikbaar middels het inloopspreekuur, een mailadres, een telefoonnummer en een brievenbus waar mensen hun vragen in kwijt kunnen. Wanneer een vraag binnenkomt zorgt de vrijwillig coordinator, soms in samenwerking met het maatschappelijk werk of sociaal-cultureel werk, dat de vraag gekoppeld wordt aan een passend aanbod. De coordinator heeft volgens zijn aangeleverde data 9 vrijwilligers tot zijn beschikking; In Zegge is het Vraag-en Aanbodpunt bereikbaar middels een prikbord waar mensen hun vragen op kunnen hangen en middels een mailadres. De vrijwillig coordinator draagt in Zegge de verantwoordelijkheid over het koppelen van vragen en passend aanbod.. Er waren op het moment van het gesprek geen vaste vrijwilligers bij het punt in Zegge betrokken; In Sint Willebrord is het Vraag-en Aanbodpunt volgens de vrijwillig coordinator bereikbaar doormiddel van een brievenbus, mailadres, telefoonnummer en Nextdoor. Als er een vraag binnenkomt pakt de vrijwillig coordinator dit op.
De coordinator gaf aan geen vaste vrijwilligers te hebben, waardoor hij veel probeert te netwerken doormiddel van bijvoorbeeld Nextdoor en de "Lezers helpen lezers" rubriek in BN de Stem; In Rucphen is het Vraag-en Aanbodpunt volgens de vrijwillig coordinator en zijn vrijwilligers bereikbaar via een mailadres en een inloopspreekuur. Wanneer er een vraag binnenkomt gaat de vrijwillig coordinator aan de slag met de beantwoording. De coordinator doet dit alleen of in samenwerking met een van zijn vrijwilligers. In Schijf is het Vraag-en Aanbodpunt volgens de beheerder van dorpshuis D'n Hoge Dries bereikbaar via een brievenbus. Daarnaast beschikt de vrijwillig coordinator van Schijf over een mailadres. Tot op heden is er geen vraag binnengekomen in Schijf. Door het verschil in context per kerkdorp is er besloten om de Vraag-en Aanbodpunten eerst apart van elkaar te evalueren om daarna een globale evaluatie te schrijven over thema's die gemeente breed relevant zijn. De onderzoeksdoelen van het evaluerend onderzoek De onderzoeksdoelen van de evaluatie zijn tot stand gekomen tijdens een gesprek met verschillende beleidsmedewerkers van de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling (MO) en tijdens een gesprek met wethouder Breedveld. Het doel van deze gesprekken was om uit te vinden wat de beleidsmedewerkers wilden bereiken doormiddel van de evaluatie.
Uit dit gesprek zijn 4 onderzoeksdoelen voortgekomen: 1.
Deze evaluatie heeft als doel om een overzicht in cijfers te geven over de ontwikkelingen die de Vraag-en Aanbodpunten het afgelopen jaar hebben doorgemaakt.
4
2. Deze evaluatie heeft als doel om uit te vinden welke richtlijnen de vrijwillig coordinatoren hanteren als het gaat om het aannemen van hulpvragen. 3. Deze evaluatie heeft als doel om uit te vinden aan wat voor soort begeleiding en ondersteuning de vrijwillig coordinatoren behoefte hebben. 4. Deze evaluatie heeft als doel om te bekijken of en hoe de samenwerking tussen de Vraagen Aanbodpunten en andere organisaties in het sociaal domein van de gemeente Rucphen verbeterd zou kunnen worden. De hoofd-en deelvragen van het evaluerend onderzoek Op basis van de geformuleerde onderzoeksdoelen zijn er 4 hoofdvragen geformuleerd. De eerste hoofdvraag heeft betrekking tot onderzoeksdoel 1. De eerste hoofdvraag luidt: "Hoe heeft het Vraag-en Aanbodpunt zich in het afgelopen jaar ontwikkelt?". De deelvragen die bij deze hoofdvraag gesteld worden zijn:
-
Wat voor vragen komen er op de Vraag-en Aanbodpunten af?; Hoeveel vragen zijn er sinds de start van de Vraag-en Aanbodpunten binnengekomen?; Welke vragen worden er het meest beantwoordt?; Welke vragen zijn, ook met genoeg vrijwilligers, moeilijk of niet te beantwoorden?; Wat voor personen maken op dit moment gebruik van de Vraag-en Aanbodpunten?; Wat voor aanbod komt er op de Vraag-en Aanbodpunten af?; Welk aanbod moet zeker aangeboden blijven worden?; Heeft het verschil in bereikbaarheid van de Vraag-en Aanbodpunten invloed op het aantal vragen dat binnenkomt?
De tweede hoofdvraag komt voort uit onderzoeksdoel 2. De tweede hoofdvraag luidt: "Welke richtlijnen hanteren de vrijwillig coordinatoren bij het aannemen van een hulpvraag?". De deelvragen die bij deze hoofdvraag gesteld worden zijn: Wanneer neemt een vrijwillig coordinator wel een casus aan en wanneer niet?; Wat zijn concrete grenzen van de vrijwillig coordinator?; Wat voor criteria hanteren de vrijwillig coordinatoren bij het aannemen van een vraag? De derde hoofdvraag richt zich op onderzoeksdoel 3 en luidt: "Hoe kan de begeleiding en ondersteuning van de vrijwillig coordinatoren het beste worden vormgegeven?". De deelvragen die gesteld worden bij deze hoofdvraag zijn: -
-
Waar lopen vrijwillig coordinatoren tegenaan in hun werk?; Weten de vrijwillig coordinatoren waar ze terecht kunnen met hun vragen?; Hebben de vrijwillig coordinatoren behoefte aan ondersteuning en begeleiding van een professionele kracht?; Wat is volgens de vrijwillig coordinatoren het nut van professionele ondersteuning?; Hoe zien de vrijwillig coordinatoren de samenwerking met een professionele kracht voor zich?; Voelen de vrijwillig coordinatoren zich gewaardeerd?;
De laatste hoofdvraag heeft betrekking tot onderzoeksdoel 4 en luidt: "Hoe staat het op dit moment met de samenwerking tussen de Vraag-en Aanbodpunten en andere samenwerkingspartners in het sociaal domein van de Gemeente Rucphen?". De deelvragen die gesteld worden bij deze hoofdvraag zijn:
-
Wat vinden de vrijwillig coordinatoren van de huidige samenwerkingsverbanden tussen hen en andere organisaties in het sociaal domein van de gemeente Rucphen?; Naar welke organisaties binnen het sociaal domein van de gemeente Rucphen verwijzen de coordinatoren door?; Met welke organisaties in het sociaal domein van de gemeente Rucphen zouden de coordinatoren (meer) willen samenwerken?; Zijn de gedefinieerde samenwerkingspartners bekend met het Vraag-en Aanbodpunt?; Wat vinden de samenwerkingspartners van de Vraag-en Aanbodpunten (meerwaarde)?;
5
-
-
Welke samenwerkingspartners binnen het sociaal domein van de gemeente Rucphen verwijzen door naar de Vraag-en Aanbodpunten?; Wat voor vragen verwijzen samenwerkingspartners op dit moment door naar de Vraag-en Aanbodpunten?; Naar welke samenwerkingspartners verwijzen de Vraag-en Aanbodpunten door?; Wat voor aanbod missen de Vraag-en Aanbodpunten volgens de samenwerkingspartners?; Hoe zien de vrijwillig coordinatoren het Vraag-en Aanbodpunt voor zich in 5 jaar?
6
Onderzoekaanpak Onderzoeksactiviteiten Om de hoofdvragen van het evaluerend onderzoek te beantwoorden zijn gestructureerde interviews (Van der Donk & Van Lanen, 2019) gehouden met de vrijwillig coordinatoren en andere relevante stakeholders die direct of indirect te maken hebben met de Vraag-en Aanbodpunten. Naast de interviews is er gekeken naar de inventarisatie van binnengekomen hulpvragen die de vrijwillig coordinatoren hebben bijgehouden volgens de samenwerkingsafspraken. Waar nodig werden de interviews en data aangevuld worde met relevante literatuur. Hieronder wordt beschreven welke onderzoeksactiviteiten er per deelvraag uitgevoerd zijn. Hoofdvraag 1: "Hoe heeft het Vraag-en Aanbodpunt zich in het afgelopen jaar ontwikkelt?" Om hoofdvraag 1 te kunnen beantwoorden is er gekeken worden naar de data die de vrijwillig coordinatoren middels een inventarisatie van de vragen zullen aanleveren. De verwachting was dat er een verschil zal zijn in de verwerking van deze data, omdat er in de samenwerkingsafspraken geen vaste vorm staat beschreven waarin de vrijwillig coordinatoren de inventarisatie in bij horen te houden. De inventarisaties die de vrijwilligers aanleveren zijn verwerkt in een Excelbestand, zodat de data geanalyseerd kan worden.
Doordat de inventarisatie van de hulpvragen geen vaste vorm heeft werd er ook verwacht dat de data mogelijk niet kan voorzien in de beantwoording van de hoofdvragen. Om dit te ondervangen zijn de deelvragen die beantwoordt moeten worden doormiddel van de data ook worden meegenomen in de gestructureerde interviews. De personen die geïnterviewd zijn voor de beantwoording van deze hoofdvraag zijn:
-
De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel; De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Zegge; De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord; De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Schijf; De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Rucphen en zijn vrijwilligers.
Hoofdvraag 2: "Welke richtlijnen hanteren de vrijwillig coördinatoren bij het aannemen van een hulpvraag" Om hoofdvraag 2 te kunnen beantwoorden zijn er vragen omtrent de grenzen van de vrijwillig coordinatoren meegenomen worden in de gestructureerde interviews. De personen die geïnterviewd zullen worden voor de beantwoording van hoofdvraag 2 zijn: -
De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel; De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Zegge; De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord; De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Schijf; De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Rucphen en zijn vrijwilligers.
Hoofdvraag 3: "Hoe kan de begeleiding en ondersteuning van de vrijwillig coördinatoren het beste worden vormgegeven?" Om hoofdvraag 3 te kunnen beantwoorden is er aan de vrijwillig coordinatoren de vraag gesteld wat hun behoeften zijn qua ondersteuning en begeleiding. Daarnaast zijn er ook gestructureerde interviews gehouden met stakeholders die actief zijn in het voorliggend veld van de Gemeente Rucphen. De stakeholders die geïnterviewd zijn, zijn geselecteerd in samenspraak met de beleidsmedewerkers van de afdeling Maatschappelijke Ondersteuning van de Gemeente Rucphen, de vrijwillig coordinatoren en een van de wethouders. De personen die geïnterviewd zullen worden voor de beantwoording van hoofdvraag 3 zijn:
-
De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel; De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Zegge; De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord; De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Schijf; De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Rucphen en zijn vrijwilligers;
7
-
-
3 maatschappelijk werkers van Wijzijn Rucphen; De sociaal professional die betrokken is bij de Kledingbank van Rucphen; Een sociaal professional van schuldhulpverlening en het Vroeg Eropaf team; Een buurtsportcoach van Sport Service Noord-Brabant (SSNB); Een meedenkcoach van MEE West-Brabant; Een vrijwilliger van het Thuisadministratieloket van Humanitas; Een handhaver; Een wijkagent; Een professional van Thuisvester; Een vrijwillig cliëntondersteuner; Een WMO-consulent; Een jongerenwerker; Een mantelzorgconsulente van het Mantelzorgsteunpunt Rucphen; De sociaal-cultureel werkster van Stichting Dorpswerk Sprundel; De beheerder van Dorpshuis de Nieuwenbergh; De beheerder van Agora Rucphen; De beheerder van Dorpshuis de Lanteern; De beheerder van Dorpshuis D'n Hoge Dries; De voorzitter van SKW Zegge.
Hoofdvraag 4: "Hoe staat het op dit moment met de samenwerking tussen de Vraag-en Aanbodpunten en andere samenwerkingspartners in het sociaal domein van de Gemeente Rucphen?" Om hoofdvraag 4 te kunnen beantwoorden zijn er in de gestructureerde interviews aan de vrijwillig coordinatoren en de andere stakeholders vragen verwerkt worden in het kader van de samenwerking. De personen die geïnterviewd zijn voor de beantwoording van hoofdvraag 4 zijn:
-
-
De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel; De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Zegge; De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord; De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Schijf; De vrijwillig coordinator van het Vraag-en Aanbodpunt in Rucphen en zijn vrijwilligers 3 maatschappelijk werkers van Wijzijn Rucphen; De sociaal professional die betrokken is bij de Kledingbank van Rucphen; Een sociaal professional van schuldhulpverlening en het Vroeg Eropaf team; Een buurtsportcoach van Sport Service Noord-Brabant (SSNB); Een meedenkcoach van MEE West-Brabant; Een vrijwilliger van het Thuisadministratieloket van Humanitas; Een handhaver; Een wijkagent; Een professional van Thuisvester; Een vrijwillig cliëntondersteuner; Een WMO-consulent; Een jongerenwerker; Een mantelzorgconsulente van het Mantelzorgsteunpunt Rucphen; De sociaal-cultureel werkster van Stichting Dorpswerk Sprundel; De beheerder van Dorpshuis de Nieuwenbergh; De beheerder van Agora Rucphen; De beheerder van Dorpshuis de Lanteern; De beheerder van Dorpshuis D'n Hoge Dries; De voorzitter van SKW Zegge.
Naast dat er gekeken is naar de verworven data uit de gestructureerde interviews is er ook een blik geworpen op de data die voortkomt uit de inventarisaties van de hulpvragen die de vrijwillig coordinatoren aanleveren. Deze blik richt zich op welke samenwerkingspartners er doorverwijzen naar de Vraag-en Aanbodpunten en naar welke samenwerkingspartners er doorverwezen wordt door de coordinatoren van de Vraag-en Aanbodpunten.
8
De tijdsplanninq Voor de beschrijving van de tijdsplanning is er gebruik gemaakt van een Gantt-diagram (Van der Donk & Van Lanen, 2019, pp. 164-167). Het diagram is opgedeeld in de verschillende fasen van de regulatieve cyclus die volgens Van der Donk en Van Lanen (2019) toegepast wordt bij praktijkonderzoek in zorg en welzijn. Richten Onderzoeksactiviteiten Juni 2023 Werkbijeenkomst met de vrijwillig coordinatoren Vraag-en Aanbodpunten en de wethouder. Werkbijeenkomst met de betrokken beleidsmedewerkers van MO. Het formuleren van het onderzoeksdoel. Het formuleren van de onderzoeksvragen. Het identificeren van relevante respondenten voor de evaluatie. Plannen Onderzoeksactiviteiten Juni 2023 Inventarisatie van de hulpvragen opvragen bij de vrijwillig coordinatoren. Interviewvragen voorbereiden voor de evaluatie Verzamelen Hoofdvraa • Onderzoeksactiviteiten Juli 2023 Hoofdvraag 1 Inventarisaties van de vrijwillig coordinatoren inzien en verwerken. Gestructureerde interviews met de vrijwillig coordinatoren. Hoofdvraag 2 Gestructureerde interviews met de vrijwillig coordinatoren. Hoofdvraag 3 Gestructureerde interviews met de vrijwillig coordinatoren. Gestructureerde interviews met stakeholders. Hoofdvraag 4 Gestructureerde interviews met de vrijwillig coordinatoren. Inventarisaties van de vrijwillig coordinatoren inzien en verwerken.
Analyseren en concluderen Onderzoeksactiviteiten Juli 2023 Horizontaal vergelijken van de opbrengsten van de gestructureerde interviews met de vrijwillig coordinatoren Horizontaal vergelijken van de opbrengsten van de gestructureerde interviews met de stakeholders. Concluderen en aanbevelingen schrijven Rapporteren en presenteren Eindpresentatie 1 1 1
Juli 2023
Juli 2023
Au • ustus 2023
Au • ustus 2023
1
I
I
Randvoorwaarden Er zijn in samenspraak met de Gemeente Rucphen enkele randvoorwaarden opgesteld voor het uitvoeren van het onderzoek.
9
Tijdsinvestering Met de Gemeente Rucphen is afgesproken dat er minimaal 24 uur per week geïnvesteerd wordt in de evaluatie. Mochten er meer uren nodig geacht worden dan is dit bespreekbaar. Begeleiding Met een van de beleidsmedewerkers van de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling van de Gemeente Rucphen is de afspraak gemaakt om met de onderzoeker begeleidingsmomenten in te plannen. Tijdens deze begeleidingsmomenten zal er ruimte zijn voor vragen die de beleidsmedewerkster en de onderzoeker voor elkaar hebben. Indeling van het evaluerend onderzoek Door het verschil in context per kerkdorp is er besloten om de dorpen eerst apart van elkaar te evalueren. Op het einde van het onderzoek zal er ook een evaluatie beschreven worden over thema's die gemeente breed relevant zijn.
10
Vraag-en Aanbodpunt Sprundel "Op dit moment ben ik heel tevreden met de samenwerking met het Vraag-en Aanbodpunt Sprundel" - Maatschappelijk werkster van Wijzijn Rucphen. "Ik sta er nog steeds van te kijken dat ik Thuisvester zo ver heb gekregen dat ze opdracht hebben gegeven aan een hoveniersbedrijf om een tuin te gaan snoeien" - Vrijwillig coördinator Vraag-en Aanbodpunt Sprundel Inleiding Het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel bevind zich hoofdzakelijk in en rond Dorpshuis de Trapkes. Volgens de aangeleverde samenwerkingsafspraken is de Gemeente Rucphen samen met Stichting Dorpswerk Sprundel verantwoordelijk voor het Vraag-en Aanbodpunt van het dorp. De vorm van gedeelde verantwoordelijkheid waar in Sprundel voor getekend is, is een apart geval vergeleken met de andere Vraag-en Aanbodpunten. Bij de andere Vraag-en Aanbodpunten heeft namelijk de vrijwillig coordinator namens zijn of haar eigen persoon getekend, terwijl er in Sprundel namens een stichting getekend is. Het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel is volgens de vrijwillig coordinator bereikbaar via een wekelijks inloopspreekuur, een mailadres, WhatsApp, Nextdoor en een brievenbus die in het dorpshuis te vinden is. Wanneer er een vraag of aanbod binnenkomt is het de taak van de vrijwillig coordinator om hiermee aan de slag te gaan.
Bij het werk dat de vrijwillig coordinator uitvoert voor het punt krijgt hij ondersteuning van de sociaal-cultureel werkster van Stichting Dorpswerk Sprundel en van een van de maatschappelijk werksters van Wijzijn Rucphen. Op dit moment bevalt de rol van vrijwillig coordinator de heer Smulders goed, hij geeft aan dat het een goed gevoel geeft als hij iemand kan helpen. Daarentegen vertelt de vrijwillig coordinator ook dat vragen die hij niet oplost aan hem blijven knagen en dat hij daarom de sparringmomenten die hij heeft met de maatschappelijk werkster zeer waardeert. Hoofdvraag 1: "Hoe heeft het Vraag-en Aanbodpunt Sprundel zich het afgelopen jaar ontwikkelt?" Wat voor vragen komen er op het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel af? In de aangeleverde samenwerkingsafspraken die de Gemeente Rucphen en Stichting Dorpswerk Sprundel hebben gemaakt zijn er kaders afgesproken wat betreft de vragen die behandeld worden door het Vraag-en Aanbodpunt. Volgens de samenwerkingsafspraken hebben het soort vragen dat gesteld kunnen worden betrekking op klusjes, lichte tuinklussen of eenzaamheid. Desondanks is terug te zien in figuur 1 dat de meeste vragen die binnenkomen niet te maken hebben met een van de bovengenoemde categorieën, maar juist behoren tot de overige vragen. Aantal vragen dat binnen is gekomen bij het Vraag-en Aanbodpunt Sprundel 25
12
10 6
To,' dei
Figuur 1: Het aantal vragen dat binnen is gekomen bij het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel (Data aangeleverd op 27 juli 2023)
11
Hoeveel vragen zijn er sinds de start van de Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel binnengekomen? In totaal zijn er tussen mei 2022 en juli 2023, 53 vragen binnengekomen bij het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel. Van deze 53 vragen gingen 12 vragen over klusjes, 6 vragen over tuinonderhoud, 10 vragen over maatjescontact (eenzaamheid) en 25 vragen waren overige vragen. De inhoud van de overige vragen is zeer divers, mensen benaderen het Vraag-en Aanbodpunt Sprundel bijvoorbeeld voor vragen over de WMO tot aan vragen omtrent het terugsturen van online bestelde producten. Welke vragen worden er het meest beantwoordt? Volgens de aangeleverde data van de vrijwillig coordinator wordt 71,70% van de vragen die binnenkomen bij het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel beantwoordt, doordat deze door het Vraagen Aanbodpunt zelf worden opgelost of doordat het Vraag-en Aanbodpunt de hulpvrager doorverwijst naar een andere hulpinstantie. De hulpvragen die het meest beantwoordt worden zijn de hulpvragen met betrekking tot klusjes. Van deze hulpvragen omtrent klusjes wordt 91,67% beantwoordt doormiddel van hulp van een vrijwilliger van het Vraag-en Aanbodpunt of door een doorverwijzing. Naast de klusjes is het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel ook in staat om 76,00% van alle overige vragen te beantwoorden.
Welke vragen zijn, ook met genoeg vrijwilligers, moeilijk of niet te beantwoorden? De vragen die volgens de aangeleverde data lastiger zijn om te beantwoorden zijn de vragen omtrent tuinonderhoud en maatjescontact. Van beide categorieën weet het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel 50% te beantwoorden doormiddel van een vrijwilliger of een doorverwijzing. Wat daarbij opvalt is dat er in de categorie tuinonderhoud 0 keer doorverwezen is naar een andere instantie, terwijl dit bij andere Vraag-en Aanbodpunten wel vaak gebeurd. Het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel beschikt volgens de vrijwillig coordinator over één vrijwilliger die zich inzet voor tuinonderhoud en in zijn eentje 50% van deze hulpvragen heeft beantwoordt. De vrijwillig coordinator geeft tijdens het interview aan dat de vragen rondom tuinen het lastigst zijn om op te lossen. Hij vertelt dat hij merkt dat de behoefte voor ondersteuning bij tuinonderhoud toeneemt, omdat dit een van de klussen is die thuiswonende ouderen het snelst niet meer alleen uit kunnen voeren. In latere interviews blijkt dat ook sociaal professionals, zoals 2 maatschappelijk werkers, deze visie met de coordinator delen. Wat voor personen maken op dit moment gebruik van het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel? De vrijwillig coordinator geeft aan dat met name ouderen gebruik maken van het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel.
Daarnaast ontvangt de coordinator vaak via de maatschappelijk werkster en sociaal-cultureel werkster hulpvragers die niet goed weten waar ze terecht kunnen met een vraag. De coordinator vertelt dat hij deze dan ook vaak doorverwijst. De aangeleverde data levert een iets wat vertekend beeld op van de doelgroep van het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel. Van sommige hulpvragers was de leeftijd onbekend voor de vrijwillig coordinator, waardoor ervoor is gekozen om zowel naar de percentages met de onbekende leeftijden als de percentages zonder de onbekende leeftijden te kijken. Wat opvalt is dat het aantal 65-plussers in zowel situatie 1 als situatie 2 domineert. In situatie 1 is het aantal 65-plussers 48,08% en in situatie 2 is het aantal 65-plussers zelfs 68,00%.
12
[Situatie 1] Leeftijd hulpvragers Vraag-en Aanbodpunt Sprundel met onbekende leeftijden 25-45
dil Onbekende Onbekend 29%
,' 45-65 4%
11,
65+ 48% • 25-45 • 45-65 • 65+
Onbekend
Figuur 2: Situatie 1 (Data aangeleverd op 27 juli 2023) [Situatie 2] Leeftijd hulpvragers Vraag-en Aanbodpunt Sprundel zonder onbekende leeftijden 25-45 27%
45-65 1 5%
II> 65+ 68% ;
• 25 45
45 65
• 65+
Figuur 3: Situatie 2 (Data aangeleverd op 27 juli 2023) Wat voor aanbod komt er op het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel af? Tijdens het interview vertelt de vrijwillig coordinator dat hij van mening is dat het aanbod op dit moment achterloopt op het aantal vragen dat binnen is gekomen. Zo nu en dan probeert de coordinator hulpvragers met elkaar te koppelen op het gebied van vragen omtrent eenzaamheid. Dit lukt echter niet altijd volgens de codrdinator. De vrijwillig coordinator vertelt dat hij op dit moment beschikt over:
-
Een vrijwillige tuinman; Een vrijwillige elektricien; Een vrijwilliger die ondersteunt bij de administratie; 3 vrijwilligers voor maatjescontacten.
De aangeleverde data van de coordinator voegt daar nog 3 vrijwilligers aan toe, namelijk: Een vrijwilliger voor klusjes in het algemeen; Een vrijwillige timmerman; Een vrijwilliger voor maatjescontacten.
13
Samenvattend beschikt het Vraag-en Aanbodpunt Sprundel op dit moment over 9 vrijwilligers die diverse vragen kunnen oppakken. De vrijwillig coordinator geeft aan dat hij het liefst al het huidige aanbod wil blijven aanbieden. Hij geeft aan zich hierbij comfortabel te voelen, omdat hij korte lijntjes heeft met de sociaal-cultureel werkster en de betrokken maatschappelijk werkster. Deze korte lijntjes ervaart de coordinator als fijn, omdat hij het gevoel heeft altijd terug te kunnen vallen op 2 professionals. Hoe ziet de vrijwillig coordinator van Sprundel het Vraag-en Aanbodpunt over 5 jaar voor zich? Op dit moment is de basis van het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel gelegd volgens de coordinator. De vrijwillig coordinator hoopt dat het punt over 5 jaar hetzelfde werkt als op dit moment. De coordinator heeft daarbij de wens dat er wat meer vrijwilligers bijkomen die ook de rol van vrijwillig coordinator op zich zouden willen nemen, zodat wanneer hij wegvalt het Vraag-en Aanbodpunt gewoon door kan blijven gaan. Om dit doel te bereiken heeft de vrijwillig coordinator de Gemeente Rucphen nodig. Hij vertelt dat het misschien goed is om de sociale media kanalen van de Gemeente Rucphen meer te benutten in het kader van de Vraag-en Aanbodpunten. De gemeente zou volgens de vrijwilliger bijvoorbeeld succesverhalen kunnen delen uit de verschillende kerkdorpen.
De betrokken sociaal-cultureel werkster zit op een lijn met de vrijwillig coordinator. De sociaalcultureel werkster vertelt dat de coordinator een hele goede vrijwilliger is, maar dat het punt hem veel werk oplevert en dat dit alleen nog maar meer gaat worden. De sociaal-cultureel werkster ziet in de toekomst een werkgroep van vrijwilligers voor zich die het Vraag-en Aanbodpunt draaien. Tot slot vreest ook de betrokken maatschappelijk werkster dat het beroep op vrijwilligers in de toekomst alleen nog maar groter wordt. Zij is van mening dat deze vrijwilligers daarom een goede steun in de rug nodig hebben. Deze steun zou volgens de beroepskrachten en de vrijwillig coordinator in vorm van een professional aangeboden moeten worden. De maatschappelijk werkster suggereert ook nog dat een vergoeding kan helpen om meer vrijwilligers aan te trekken. Hoofdvraag 2: "Welke richtlijnen hanteert de vrijwillig coordinator van Sprundel bij het aannemen van een hulpvraag?" Wanneer neemt de vrijwillig coordinator uit Sprundel wel een casus aan en wanneer niet? De vrijwillig coordinator van Sprundel geeft aan dat hij in principe elke vraag het luisteren waard vindt, maar dat hij wel altijd aan de hulpvragers aangeeft dat hij geen pasklare oplossing heeft voor de vragen en dat het kan zijn dat hij de vraag niet opgelost krijgt of gaat oppakken.
Door dit van begin af aan, aan te geven aan de hulpvragers hoopt hij realistische verwachtingen te scheppen. Verder is de coordinator erop gefocust om de zelfredzaamheid van de hulpvrager een grote rol te laten spelen. Dit probeert hij door ook het sociaal netwerk van de hulpvrager te betrekken bij het oplossen van de hulpvraag. Wat zijn de concrete grenzen van de vrijwillig coordinator in Sprundel? De grenzen die de coordinator stelt zijn gebaseerd op de criteria die hij meeneemt bij de beoordeling van het wel of niet aannemen van een hulpvraag. De vrijwillig coordinator beschrijft 2 concrete grenzen tijdens het interview: 1. De vraag wordt niet opgepakt als iemand uit het netwerk van de hulpvrager ondersteuning kan bieden. 2. De hulpvraag wordt niet opgepakt als de hulpvrager de vraag ook nog zelf kan oplossen. Voor het handhaven van deze grenzen werkt de vrijwillig coordinator veel samen met het maatschappelijk werk. De vrijwillig coordinator geeft aan dat als hij een vraag heeft waarvan hij twijfelt of deze door een vrijwilliger uitgevoerd moet worden, hij deze kwijt kan bij de betrokken maatschappelijk werkster tijdens haar spreekuur in Dorpshuis de Trapkes.
De vrijwillig coordinator heeft expres het spreekuur van het Vraag-en Aanbodpunt Sprundel op hetzelfde moment gepland als het spreekuur van het maatschappelijk werk, zodat hij de maatschappelijk werkster wekelijks kan spreken.
14
Wat voor criteria hanteert de vrijwillig coordinator in Sprundel bij het aannemen van een vraag? Wanneer er aan de vrijwillig coordinator gevraagd wordt welke criteria hij hanteert benoemt hij criteria die gebaseerd zijn op de grenzen die hij heeft gesteld. De 2 criteria die hij omschrijft tijdens het interview zijn: 1. De vrijwillig coordinator neemt een hulpvraag aan als diegene de vraag zelf niet opgelost krijgt. 2. De vrijwillig coordinator neemt een hulpvraag aan als niemand in het netwerk van de hulpvrager kan helpen met het oplossen van de vraag. Hoofdvraag 3: "Hoe kan de begeleiding en ondersteuning van de vrijwillig coordinatoren het beste worden vormgegeven? Waar loopt de vrijwillig coordinator uit Sprundel tegenaan in zijn werk? De vrijwillig coordinator uit Sprundel geeft aan dat hij een gebrek aan aanbod ervaart. De coordinator zou in de toekomst graag nog meer vrijwilligers aan zijn vrijwilligersbestand willen toevoegen. Verder loopt de coordinator op dit moment nergens tegenaan, maar dit kan in de toekomst wel veranderen volgens hem. Binnen de huidige indeling van het Vraag-en Aanbodpunt Sprundel is er namelijk een zeer sterke samenwerking ontstaan tussen de vrijwillig coordinator en de maatschappelijk werkster die het inloopspreekuur verzorgd in Sprundel.
De vrijwillig coordinator geeft tijdens het gesprek aan dat hij zeer fijn met de maatschappelijk werkster kan sparren over vragen waar hij zelf niet uitkomt en geeft daarbij ook voorbeelden. Deze sparringmomenten zijn zelfs zo goed bevallen dat de vrijwillig coordinator het inloopspreekuur van het Vraag-en Aanbodpunt tegelijkertijd inplant met het inloopspreekuur van het maatschappelijk werk in Sprundel. Echter zal per 4 september 2023 het inloopspreekuur van het maatschappelijk werk in Dorpshuis de Trapkes komen te vervallen in verband met de komst van de Integrale Toegang. De aanwezigheid van de maatschappelijk werkster in het gemeenschapshuis zal verdwijnen, waardoor de vrijwillig coordinator aangeeft vanaf dan te gaan verzuipen in de vragen die hij binnen krijgt. Waar kan de vrijwillig coordinator van Sprundel op dit moment met zijn vragen terecht? Zoals eerder beschreven vindt de vrijwillig coordinator veel steun bij de maatschappelijk werkster en de sociaal-cultureel werkster. De vrijwillig coordinator geeft aan dat de maatschappelijk werkster hem vooral ondersteunt bij de inhoud van de vragen, terwijl de sociaal-cultureel werkster hem meer helpt met het organisatorische deel van het Vraag-en Aanbodpunt, zoals het vinden van vrijwilligers of het kenbaar maken van het Vraag-en Aanbodpunt binnen Sprundel.
De sociaalcultureel werkster is daarnaast vaker aanwezig in het dorpshuis, waardoor zij ook als sparringpartner omtrent hulpvragen fungeert als de maatschappelijk werkster afwezig is ondanks dat dit niet in haar taakbeschrijving past. Naast de ondersteuning van de professionele krachten geeft de vrijwillig coordinator aan dat hij beschikt over een sociale kaart die afgestemd is op stakeholders in Sprundel. Deze kaart is ontworpen door de sociaal-cultureel werkster en wordt ook bijgehouden door deze beroepskracht. De coordinator raadpleegt deze kaart vaak, zodat hij mogelijk zelf al hulpvragers kan doorverwijzen naar een hulporganisatie. Heeft de vrijwillig coordinator uit Sprundel behoefte aan ondersteuning van een professionele kracht? Wanneer er aan de vrijwillig coordinator wordt gevraagd of hij behoefte heeft aan meer ondersteuning en begeleiding antwoordt hij dat hij na de komst van de Integrale Toegang graag een sparringpartner zou willen die de taken van de maatschappelijk werkster zou kunnen overnemen. Wanneer er aan de sociaal-cultureel werkster wordt nagevraagd waarom zij deze taak niet op zich kan nemen geeft zij aan dat 1 op 1 begeleiding niet in de opdracht valt die zij van het bestuur van Stichting Dorpswerk Sprundel heeft gekregen. De taak van de sociaal-cultureel werkster is meer gericht op het aansturen van het grotere geheel aan vrijwilligers.
Verder geeft de sociaal-cultureel werkster aan dat zij niet de toegang heeft tot informatie over casussen binnen Sprundel. De kracht van de maatschappelijk werkster is volgens de sociaal-cultureel werkster dat zij toegang heeft tot informatie over verschillende hulpverleningstrajecten binnen Sprundel en
15
hiermee ervoor kan zorgen dat de vrijwilligers van het Vraag-en Aanbodpunt niet zonder overleg zichzelf gaan mengen in casussen waarbij andere hulpverleners al betrokken zijn. Wat is volgens de vrijwillig coordinator van Sprundel het nut van professionele ondersteuning? De vrijwillig coordinator geeft aan dat professionele ondersteuning van nut voor hem zou kunnen zijn, omdat hij door deze ondersteuning een professionele partner krijgt waarmee hij kan sparren over de zwaardere hulpvragen. De coordinator vertelt dat hij voor driekwart van de vragen geen hulp inroept van de professionals om hem heen, maar dat hij graag wilt sparren over meer complexe hulpvragen. Daarnaast legt de vrijwillig coordinator uit dat een professional ook vaak toegang heeft tot systemen waarin hulpverleningstrajecten worden bijgehouden. Op deze manier weet de coordinator ook zeker dat hij zijn vrijwilligers niet op te heftige casussen afstuurt en op deze manier kan er ook beter gekeken worden naar of de hulp van een vrijwilliger wel aansluit bij de hulpverleningstrajecten die al ingezet worden bij hulpvragers. Naast de vrijwillig coordinator zijn de betrokken sociaal-cultureel werkster en de betrokken maatschappelijk werkster van mening dat ondersteuning door een professional nuttig zou kunnen zijn voor het Vraag-en Aanbodpunt.
Volgens de sociaal-cultureel werkster zou een professional niet het werk moeten overnemen van de vrijwilliger, maar juist met hem mee moeten denken. Een professional zou volgens de twee beroepskrachten de vrijwillig coordinator kunnen ondersteunen doormiddel van: -
-
-
Het geven van tools om een bepaalde hulpvraag aan te vliegen; Het geven van aandacht en complimenten, zodat de coordinator een gevoel van waardering behoudt; Het werpen van een kritische blik op de hulpvragen; Het bewaken van de grenzen van de vrijwillig coordinator en zijn vrijwilligers; Het aanspreken van zorginstanties op hun verantwoordelijkheid bij het aanpakken van een vraag, omdat er nu ervaren wordt dat deze instanties makkelijk hulpvragen afschuiven naar het Vraag-en Aanbodpunt; Het bekend maken van het Vraag-en Aanbodpunt onder zorgprofessionals en inwoners; Taken omtrent het screenen van vrijwilligers, zoals het aanvragen van een VOG; Het houden van themabijeenkomsten over thema's die de vrijwillig coordinatoren en hun vrijwilligers tegenkomen in het werkveld; Het overnemen of doorverwijzen van een hulpvraag wanneer deze te zwaar blijkt zijn voor vrijwilligers.
Hoe ziet de vrijwillig coördinator van Sprundel de samenwerking met een professional voor zich? De vrijwillig coordinator geeft aan dat hij met een professional op basis van gedeelde verantwoordelijkheid zou willen samenwerken. Dit houd in dat de vrijwilliger en professional dezelfde taken uitvoeren, maar dat de vrijwilliger zich op een beperkt scala aan minder complexe hulpvragen richt (Van Bochove et al., 2014 ; Hoïng & Heemskerk, 2019). In de praktijk zou de vrijwillig coordinator willen dat de professional op huisbezoek gaat wanneer er een hulpvraag binnenkomt. De coordinator vindt dit belangrijk, omdat een professional volgens hem beter kan kijken naar hoe een situatie van een hulpvrager er precies voor staat. Vervolgens zou er tijdens bijvoorbeeld een wekelijks sparringmoment een bespreking van de binnengekomen • hulpvragen kunnen plaatsvinden waarin de vrijwillig coordinator en de professional afspraken maken over de verdeling van taken en verantwoordelijkheden. De vrijwillig coordinator hoopt dat een professional hem tijdens een sparringmoment ook kan ondersteunen in het bewaken van zijn grenzen. Tot slot heeft de vrijwillig coordinator behoefte aan meer sparringmomenten met de andere coordinatoren.
Op dit moment vinden deze momenten 1 keer per 6 maanden plaats, maar de Sprundelse coordinator hoopt dat deze 1 keer in de 3 maanden plaats zullen gaan vinden en dat een professional hier een rol in gaat spelen.
16
Voelt de vrijwillig coordinator van Sprundel zich op dit moment gewaardeerd? Over het algemeen geeft de vrijwillig coordinator aan zich gewaardeerd te voelen, maar dat dit wel afhangt van de persoon of organisatie waar hij mee te maken heeft. Binnen Stichting Dorpswerk Sprundel zijn er volgens de vrijwillig coordinator personen die negatief zijn over het Vraag-en Aanbodpunt en hier kan hij niet goed tegen. Op zo'n moment vindt hij steun bij de sociaal-cultureel werkster die hem motiveert om door te gaan en actief met hem meedenkt over wat hem kan helpen. Door de deelnemers van het zorgnetwerk van Sprundel voelt de vrijwillig coordinator zich gewaardeerd. Richting de Gemeente Rucphen heeft de coordinator gemengde gevoelens. De coordinator geeft aan dat hij het gevoel heeft dat de gemeente niet is ingesteld op het Vraag-en Aanbodpunt, waardoor hij soms het idee heeft dat het punt meer een buitenbeentje is. Een voorbeeld hiervan is het feit dat het Vraag-en Aanbodpunt niet welkom is bij de Open Deurendag van de Gemeente Rucphen. Daarentegen heeft de coordinator ook goede ervaringen met de Gemeente Rucphen, zoals het feit dat hij een telefoon heeft mogen ontvangen voor het Vraag-en Aanbodpunt.
Aantal keer doorverwezen naar het Vraag-en Aanbodpunt Sprundel door samenwerkingspartners
Wijkverpleegkundigen (TWB)
Vrijwillig cliëntondersteuners
Sociaal-cultureel werk (Dorpswerk Sprundel)
Maatschappelijk werk (Wijzijn Rucphen)
0
1
?
3
4
5
6
7
S
9
Figuur 4: Samenwerkingspartners die hebben doorverwezen naar het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel. (Data aangeleverd op 27 juli 2023)
Hoofdvraag 4: "Hoe staat het OP dit moment met de samenwerking tussen de Vraag-en Aanbodpunten en andere samenwerkingspartners in het sociaal domein van de Gemeente Rucphen?" Wat vindt de vrijwillig coördinator uit Sprundel op dit moment van de samenwerkingsverbanden met andere organisaties uit het sociaal domein van de Gemeente Rucphen? De vrijwillig coordinator geeft aan dat hij blij is om betrokken te zijn bij het zorgnetwerk in Sprundel, omdat hij door zijn lidmaatschap bekend is bij de professionele zorgaanbieders binnen het dorp. De coordinator geeft aan dat de partners in het dorp hem weten te vinden en naar hem doorverwijzen. In de aangeleverde data over het Vraag-en Aanbodpunt van Sprundel is terug te zien dat 26,42% (14 vragen) van de vragen die binnenkomen afkomstig zijn van diverse samenwerkingspartners. In figuur 4 is te zien welke samenwerkingspartners dit zijn en hoe vaak zij hebben doorverwezen naar het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel.
17
Het soort vragen waarvoor samenwerkingspartners het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel benaderen.
Overige
Maatjescontact
Tuinonder houd
Klusjes
0
1
2
4
3
5
6
7
8
9
Figuur 5: Het soort vragen waarvoor samenwerkingspartners het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel benaderen. (Data aangeleverd op 27 juli 2023)
Wat voor vragen verwijzen samenwerkingspartners op dit moment door naar het Vraagen Aanbodpunt in Sprundel? In de aangeleverde data is te zien dat 53,33% (8 vragen) van de vragen waarvoor wordt doorverwezen naar het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel te plaatsen is in de overige categorie. Naast de overige categorie verwijzen samenwerkingspartners in 26,67% van de gevallen door naar het Vraag-en Aanbodpunt Sprundel voor maatjescontacten. Het soort vragen waarvoor wordt doorverwezen door samenwerkingspartners naar het Vraag-en Aanbodpunt Sprundel is terug te zien in figuur 5. Naar welke organisaties binnen het sociaal domein van de gemeente Rucphen verwijst de vrijwillig coordinator uit Sprundel door? Uit de aangeleverde data komt naar voren dat er door het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel doorverwezen wordt naar een breed spectrum van organisaties. Er wordt niet alleen gekeken naar organisaties binnen het sociaal domein van de Gemeente Rucphen, maar ook daarbuiten. Bij organisaties buiten het sociaal domein van de Gemeente Rucphen kan er bijvoorbeeld gedacht worden aan Autohopper Etten-Leur, waarnaar is doorverwezen bij een vraag omtrent een busje om te verhuizen. In figuur 6 is een overzicht te zien van de organisaties waarnaar is doorverwezen door het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel.
Samenwerkingspartners waarnaar is doorverwezen De Dorpsbus Timmers Medizorg Autohopper Etten-Leur T&E Verdaas Witgoed Rucphen Thuisvester Humanitas Digi-Taalhuis Vrijwillig cliéntondersteuners Coronasteunpunt De Zonnebloem Taalcafé
0
1
2
3
Figuur 6: Organisaties waarnaar is doorverwezen door het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel. (Data aangeleverd op 27 juli 2023)
18
Met welke organisaties in het sociaal domein van de gemeente Rucphen zou de coordinator uit Sprundel (meer) willen samenwerken? De vrijwillig coordinator benoemd de WMO-consulenten als partners waarmee hij meer zou willen samenwerken. Hij vertelt dat bij de opening van het Vraag-en Aanbodpunt in Sprundel er toegezegd is dat er korte lijntjes zouden zijn met de WMO, maar dat hij dit niet zo ervaart. De coordinator vertelt dat hij graag zou willen leren hoe de WMO te werk gaat en wat ze precies aanbieden. Daarnaast zou hij de WMO-consulenten graag een keer willen ontmoeten, zodat hij een beeld krijgt van deze mensen. Waar mogelijk zou de vrijwilliger graag nummers uitwisselen met de WMO-consulenten, zodat hij een keer kan sparren als hij twijfelt over het doorverwijzen naar de WMO. Verder geeft de coordinator aan dat hij wat meer verwacht van de samenwerking met de Gemeente Rucphen. Hij vertelt dat in de samenwerkingsafspraken staat genoteerd dat de gemeente zorgt voor scholing, bijeenkomsten en korte lijntjes met professionals, maar dat hij dit alleen heeft teruggezien in de 2 bijeenkomsten die zijn gehouden afgelopen jaar. Wanneer er naar de aangeleverde samenwerkingsafspraken gekeken wordt, is inderdaad te lezen dat de Gemeente Rucphen ervoor zorgt dat de vrijwilligers in contact worden gebracht met relevante samenwerkingspartners en doorverwijzers.
Daarnaast is er in de samenwerkingsafspraken genoteerd dat de teamleider WMO als aanspreekpunt voor de vrijwillig coordinatoren fungeert en dat er met deze persoon elk kwartaal een overleg door de gemeente wordt georganiseerd, tenzij anders afgesproken. Over scholing is er in dit document niks genoteerd.
19
Vraag-en Aanbodpunt Sint Willebrord "Je krijgt de grootste waardering van de mensen die je hebt geholpen" - Vrijwillig coördinator Vraag-en Aanbodpunt Sint Willebrord Inleiding Het Vraag-en Aanbodpunt van Sint Willebrord bevind zich vooral online. Volgens de aangeleverde samenwerkingsafspraken is de vrijwillig coordinator samen met de Gemeente Rucphen verantwoordelijk voor het functioneren van het Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord. De Gemeente Rucphen speelt hierin een faciliterende rol. Het Vraag-en Aanbodpunt is volgens de vrijwillig coordinator bereikbaar via een brievenbus die hangt in de Lanteern, een mailadres, een telefoonnummer en via het online platform Nextdoor. Als er een vraag binnenkomt gaat de vrijwillig coordinator aan de slag met de hulpvraag. De coordinator maakt eerst contact via de telefoon, mail, nextdoor of middels een huisbezoek om vervolgens de vraag op te pakken. Volgens de vrijwillig coordinator is het heel belangrijk om mensen niet het bos in te sturen, maar te helpen of door te verwijzen naar een andere instantie. Hoofdvraag 1: "Hoe heeft het Vraag-en Aanbodpunt Sint Willebrord zich het afgelopen jaar ontwikkelt?" Wat voor vragen komen er op het Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord af? In figuur 7 is te zien dat de meeste vragen die binnengekomen zijn bij het Vraag-en Aanbodpunt van Sint Willebrord te maken hebben met maatjescontact.
Aantal vragen dat binnen is gekomen bij het Vraagen Aanbodpunt Sint Willebrord 8
7
7 6 5
5 4
3
2
2 1 0 Klusjes
Tuinonderhoud
Maatjescontact
Overige
Figuur 7: Het aantal vragen dat is binnengekomen bij het Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord. ((Data aangeleverd op 21 juli 2023)
Hoeveel vragen zijn er sinds de start van de Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord binnengekomen? In totaal zijn er tussen juni 2022 en juli 2023, 18 vragen binnengekomen bij het Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord. Van deze 18 vragen gingen 4 vragen over klusjes, 2 vragen over tuinonderhoud, 7 vragen over maatjescontact en 5 vragen waren overige vragen. Welke vragen worden er het meest beantwoordt? Volgens de verwerkte data wordt 72,22% van de vragen die binnenkomen bij het Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord beantwoordt, doordat deze door het Vraag-en Aanbodpunt zelf worden opgelost of doordat het Vraag-en Aanbodpunt de hulpvrager doorverwijst naar een andere hulpinstantie.
20
De hulpvragen die het meest beantwoordt worden zijn de hulpvragen met betrekking tot tuinonderhoud. Van deze hulpvragen wordt 100% beantwoordt doormiddel van doorverwijzingen naar de Helpende Hand. Naast tuionderhoud is het Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord ook in staat om 80,00% van alle overige vragen te beantwoorden. Welke vragen zijn, ook met genoeg vrijwilligers, moeilijk of niet te beantwoorden? De vragen die volgens de verwerkte data lastiger zijn om te beantwoorden zijn de vragen omtrent klusjes en maatjescontact. Het Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord weet 50,00% van alle vragen over klusjes en 71,43% van alle vragen over maatjescontact op te lossen. Wat opvalt bij de vragen omtrent maatjescontact is dat er 0 keer doorverwezen is naar een andere instantie. De vrijwillig coërdinator ervaart ook dat de lastigste vragen gaan over klusjes. Hij geeft aan geen vaste kring van vrijwilligers te hebben en nooit echt aanbod te hebben gekregen voor het doen van klusjes. Als het gaat over maatjescontact spreken de data en de vrijwillig coërdinator elkaar tegen. Volgens de vrijwillig coërdinator zijn de vragen die gaan over een keertje koffie met iemand drinken namelijk het makkelijkst op te lossen.
Wat voor personen maken op dit moment gebruik van het Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord De vrijwillig coërdinator geeft aan dat vooral ouderen gebruik maken van het Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord. De coërdinator heeft eens een keer van een jeugdprofessional een vraag ontvangen, maar hij had op het moment van het gesprek nog geen beeld van de hulpvrager. De aangeleverde data van de coërdinator bevatte geen informatie over de leeftijd van de hulpvragers. Wat voor aanbod komt er op het Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord af? Tijdens het interview vertelt de vrijwillig coërdinator dat er geen vaste vrijwilligers betrokken zijn bij het Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord. De coërdinator vertelt dat hij ervaart dat mensen in Sint Willebrord wel wat willen doen, maar dan voor personen in hun eigen kring en geen vreemden. De ervaring van de vrijwillig coordinator is dat de personen die zich aanbieden vaak niet in Sint Willebrord opgegroeid zijn. De coërdinator probeert mensen die willen helpen bij de ondersteuning van een hulpvrager te bereiken doormiddel van het activeren van zijn eigen netwerk, door het plaatsen van oproepen op het online platform Nextdoor en door advertenties in in de rubriek "Lezers helpen lezers" van BN de Stem te plaatsen.
Hoe ziet de vrijwillig coordinator van Sint Willebrord het Vraag-en Aanbodpunt over 5 jaar voor zich? Wanneer er aan de vrijwillig coordinator gevraagd wordt hoe hij de Vraag-en Aanbodpunten over 5 jaar voor zich ziet vertelt hij dat hij denkt dat deze er niet meer zijn. De coërdinator vindt het een goed initiatief vanuit de gemeente, maar denkt dat het niet levensvatbaar genoeg is. De coërdinator heeft ideeën over hoe het Vraag-en Aanbodpunt in de toekomst in een andere vorm gegoten kan worden. Zo denkt hij dat een buurt BBQ in elke wijk veel meer effect zou kunnen hebben dan het Vraag-en Aanbodpunt, omdat mensen elkaar middels een BBQ veel makkelijker leren kennen en de drempel lager wordt om elkaar aan te spreken wanneer er problemen zijn. Daarnaast is de coërdinator met een pilot begonnen bij de steunpunten van de Gemeente Rucphen. De coërdinator heeft bij deze pilot als doel gesteld dat hij alle steunpunten in de Gemeente Rucphen af wilt gaan om uit te zoeken wat de behoeftes zijn van de bewoners en om te kijken hoe de bewoners kunnen voorzien in elkaars behoefte. De vrijwillig coërdinator is gestart bij het steunpunt in Sprundel waar na zijn komst bewoners boodschappen doen voor elkaar en fietstochten organiseren voor elkaar. Om het benoemde doel te bereiken heeft de coordinator veel flyers nodig, waarvoor hij de hulp van de Gemeente Rucphen wilt inschakelen.
Verder verwacht de coërdinator van de Gemeente Rucphen dat zij komende 5 jaar net zoveel betrokkenheid tonen als dat er nu gedaan wordt.
21
Hoofdvraag 2: "Welke richtlijnen hanteert de vrijwillig coordinator uit Sint Willebrord bij het aannemen van een hulpvraag?" Wanneer neemt de vrijwillig coordinator uit Sint Willebrord wel een casus aan en wanneer niet? De coordinator van Sint Willebrord vertelt dat het aannemen van een hulpvraag voor hem een gevoelsmatige kwestie is. Personen met financiële of relationele problemen zou de coordinator niet zelf helpen, maar deze personen wilt hij zo goed mogelijk doorverwijzen. In principe neemt de coordinator dus elke vraag aan, tenzij een hulpvrager bot gaat doen of in de ogen van de coordinator niet reëel is. Een voorbeeld van wanneer een hulpvrager volgens de coordinator niet reëel was, was toen hij een eenzame vrouw hielp die niks goed of leuk vond wat hij aanbood. Op dat moment is de coordinator gestopt met het ondersteunen van de vrouw. Als de coordinator zelf een vraag niet kan oplossen wilt hij de hulpvrager zo goed mogelijk doorverwijzen. Doordat de coordinator moet door kunnen verwijzen is de sociale kaart zeer belangrijk voor hem. Hij vertelt dat de sociale kaart echter niet compleet is en dat deze lastig is door te lezen. De vrijwillig coordinator uit Sint Willebrord zou de kaart liever op de website van de Gemeente Rucphen willen bekijken.
Het zou volgens hem het handigst zijn als je ergens steekwoorden kan intypen en dat je vervolgens alle instanties voor je krijgt die je kunnen helpen. Wat zijn concrete grenzen van de vrijwillig coordinator in Sint Willebrord? De vrijwillige hulpverlening stopt volgens de coordinator wanneer een hulpvrager bot is of niet reëel is wat betreft de hulp die hij of zij krijgt aangeboden. Tijdens het gesprek kon de coordinator geen verdere grenzen bedenken die hij hanteert in zijn werk. Wat voor criteria hanteert de vrijwillig coordinator in Sint Willebrord bij het aannemen van een vraag? De vrijwillig coordinator vertelt dat hij geen criteria heeft waar mensen aan moeten voldoen. Hij legt uit dat hij op het moment van het gesprek eigenlijk alleen nog maar sociale vragen heeft binnengekregen en dat hij het nog nooit heeft meegemaakt dat mensen die naar het Vraag-en Aanbodpunt komen ook ergens anders nog naartoe kunnen. Bij de vragen over klusjes en tuinonderhoud durft hij dit niet met zekerheid te zeggen. Dit komt mede, omdat hij veel vragen omtrent klusjes en tuinonderhoud doorverwijst naar Stichting de Helpende Hand.
Hoofdvraag 3: "Hoe kan de begeleiding en ondersteuning van de vrijwillig coordinatoren het beste worden vormgegeven? Waar loopt de vrijwillig coordinator uit Sint Willebrord tegenaan in zijn werk? De vrijwillig coordinator vertelt dat er weinig vraag en weinig aanbod op het Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord afkomt, ondanks de promotie die is gedaan. De coordinator heeft het idee dat de inwoners van Sint Willebrord bekend zijn met het Vraag-en Aanbodpunt, maar dat de drempel nog mogelijk te hoog ligt. Waar kan de vrijwillig coordinator uit Sint Willebrord op dit moment met zijn vragen terecht? De coordinator geeft aan dat hij de sociale kaart raadpleegt wanneer hij bij de beantwoording van een hulpvraag ergens tegenaan loopt. Wanneer de sociale kaart niet helpt gaat de vrijwillig coordinator zelf op zoek naar een manier om de hulpvraag te beantwoorden. De vrijwillig coordinator geeft daarnaast aan dat hij altijd met de betrokken beleidsmedewerkster kan bellen als hij vragen heeft. Heeft de vrijwillig coördinator uit Sint Willebrord behoefte aan ondersteuning van een professionele kracht? De vrijwillig coordinator geeft aan op het moment van het gesprek geen ondersteuning nodig te hebben, doordat hij al goede ondersteuning vanuit de gemeente krijgt. De coordinator geeft aan dat hij van de betrokken beleidsmedewerkster goede ondersteuning ontvangt.
De beleidsmedewerkster ondersteunt de coordinator bij bijvoorbeeld de promotie van het Vraag-en Aanbodpunt en wanneer hij vragen heeft kan hij haar bellen. Daarnaast houdt de beleidsmedewerkster de vrijwillig coordinator op de hoogte van belangrijke ontwikkelingen binnen het sociaal domein van de Gemeente Rucphen. Als er professionele ondersteuning zou komen ziet
22
de coordinator deze meer voor zich als een aanvulling op de ondersteuning van de beleidsmedewerkster. De beleidsmedewerkster geeft echter aan dat de ondersteuning van de vrijwillig coordinatoren echter niet in haar takenpakket thuis hoort, waardoor zij denkt dat een professional ter ondersteuning beter zou passen bij de Vraag-en Aanbodpunten. Wat is volgens de vrijwillig coordinator van Sint Willebrord het nut van professionele ondersteuning? De vrijwillig coordinator vertelt dat een professional zou kunnen helpen met het vergroten van de bekendheid van het Vraag-en Aanbodpunt in Sint Willebrord. Als een professional overkoepelend over alle Vraag-en Aanbodpunten werkt zouden er ook vragen tussen de punten uitgewisseld kunnen worden. Tot slot zou een professional ook een rol kunnen spelen in het werven van vrijwilligers. Hoe ziet de vrijwillig coordinator van Sint Willebrord de samenwerking met een professional voor zich? In de samenwerking zou een professional volgens de coordinator een toevoeging kunnen zijn in: Het vergroten van de bekendheid van het Vraag-en Aanbodpunt; Het spelen van een overkoepelende rol, waardoor hulpvragen tussen Vraag-en Aanbodpunten uitgewisseld kunnen worden; Het werven van vrijwilligers.
Een professional moet volgens de vrijwillig coordinator niet dermate veel taken gaan overnemen dat de vrijwilliger overbodig wordt, maar juist samen met de vrijwilliger kijken naar wat de goede weg vooruit is. In de literatuur wordt er een samenwerkingsvorm tussen professional en vrijwilliger genoemd die past bij de visie van de vrijwillig coordinator, namelijk gedeelde verantwoordelijkheid. Gedeelde verantwoordelijkheid houdt in dat professionals en vrijwilligers vrijwel dezelfde taken uitvoeren. Het enige verschil tussen een professional en vrijwilliger is in dit geval dat een vrijwilliger zich richt op een doelgroep met wat minder complexe problematiek (Van Bochove et al., 2014 ; Hoïng & Heemskerk, 2019). Voelt de vrijwillig coordinator van Sint Willebrord zich op dit moment gewaardeerd? De vrijwillig coordinator geeft aan dat hij zich zeker gewaardeerd voelt in het werk dat hij doet. De coordinator vertelt dat hij de bijeenkomsten met de wethouder belangrijk en leuk vindt, maar dat hij zich vooral gewaardeerd voelt wanneer hij de mensen die hij helpt blij kan maken.