12b3 Bijlage 2 - Buitengebied Rucphen 2020 Oosteindseweg 77 te Sprundel - Toelichting
Tekst van het document
Het initiatief voorziet in de herbestemming van een agrarische bedrijfswoning naar een reguliere woonfunctie met hobbymatige paardenhouderij, waardoor het plan zelf geen risico's voor de omgeving oplevert. Voorliggend bestemmingsplan maakt geen nieuwe kwetsbare objecten mogelijk. Door het plan vindt geen toename van het groepsrisico plaats. De bereikbaarheid blijft gelijk en ook de
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, O osteindseweg 77 te Sprundel 23
zelfredzaamheid van de personen blijft onveranderd, waardoor kan worden volstaan met de standaard verantwoording groepsrisico. Deze standaardadvisering is opgeleverd door de Veiligheidsregio Middenen West-Brabant. De brief waarin deze advisering is aangeboden aan het college van de gemeente Rucphen is tevens als bijlage toegevoegd bij deze toelichting. Conclusie Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er personen in het plangebied worden blootgesteld aan externe veiligheidsrisico's, ook na het treffen van maatregelen. De besproken maatregelen dragen wel bij aan het verminderen van de gevolgen die zich voordoen bij één van de beschreven scenario's. De Veiligheidsregio is voldoende ingericht om tijdig de noodzakelijke hulpverleningscapaciteit van de beschreven scenario's te leveren. Op basis van de beschouwde scenario's en het gelijkblijvende groepsrisico acht de gemeente het voorliggende plan verantwoord. Ter plaatse van het plangebied gelden geen beperkende belemmeringen wat betreft externe veiligheid.
4.7 Water Toetsingskader Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijstwateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. Waterschapsbeleid Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente Rucphen op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2022-2027, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio.
Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater'. Het waterschap maakt bij het beoordelen van plannen met een toenemend verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen.
Voor plannen met een bijkomend verhard oppervlak kleiner dan 2.000 m 2 gold vanuit het waterschap een vrijstelling tot realisatie van compensatie. Per 26 maart 2021 is dit gewijzigd naar 500 m². Grondwaterbeschermingsgebied en waterlopen Uit de beoordeling van de keurkaart blijkt dat de planlocatie valt in een attentie zone van Brabantse Delta, dit is ook verwerkt in het bestemmingsplan. In art. 10.1 van de regels van dit bestemmingsplan is een bepaling opgenomen ter bescherming van de waterhuishouding van gronden gelegen binnen het Natuur Netwerk Brabant. Voor het uitvoeren van werkzaamheden geldt een vergunningsplicht.
24 weg 77 te Sprundel
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, O osteindse
Figuur 10: Keur kaart Brabantse Delta Beoordeling Voorliggend bestemmingplan voorziet in de omvorming van een agrarisch bedrijfsperceel naar een regulier woonperceel. In de huidige situatie is de locatie bebouwd met een woning en enkele agrarische schuren met een gezamenlijk oppervlak van 667m2. Daarnaast is op de locatie enkele honderd m2 erfverharding aangebracht. Met de omvorming van de het agrarisch bedrijfsperceel naar een reguliere woonfunctie worden alle agrarische opstallen gesloopt. Daarvoor in de plaats wordt een schuur met een omvang van maximaal 400m2 herbouwd. Ook de bedrijfswoning wordt gesloopt en herbouwd. In totaliteit blijft het verharde oppervlak ten gevolge van het plan vrijwel gelijk, waardoor de ontwikkeling geen negatief effect heeft op de waterhuishouding. Op basis van de Algemene Regel is er geen verplichting tot aanleg van een retentievoorziening vanuit het waterschap Brabantse Delta. Het regenwater kan direct worden geïnfiltreerd of worden afgevoerd op het oppervlaktewater. Het perceel biedt voldoende ruimte om het afstromend regenwater ter plaatse te infiltreren. De perceeleigenaar dient dit op eigen terrein te realiseren. Advies behandeling regenwater (RWA) Het hemelwater dient te worden geloosd op de sloot of verwerkt te worden op eigen terrein indien de toename verhard oppervlak meer dan 500 m2 bedraagt.
Ten aanzien van het materiaalgebruik dienen geen uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink, zachte PVC en geïmpregneerde materialen te worden toegepast. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Advies behandeling vuilwater (DWA) Het agrarisch bedrijfsperceel wordt omgevormd tot een regulier woonperceel. Het waterschap Brabantse Delta is bevoegd gezag in de behandeling van vuilwater. Aangezien de plannen niet resulteren in een wijziging in de afvalwaterproductie, zijn geen belemmeringen aanwezig. Conclusie Het plan leidt niet tot een toename aan verharding en heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding. Het aspect water vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.8 Flora en fauna Toetsingskader De natuurwet- en regelgeving kent twee sporen, namelijk een soortgericht spoor en een gebiedsgericht spoor. De bescherming van deze twee sporen is geregeld in de Wet natuurbescherming. Ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen, worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, O osteindseweg 77 te Sprundel 25
aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de natuurwetgeving. Door Veldbiologische Werken is een QuickScan Flora- en Faunawetgeving uitgevoerd. Doel van deze QuickScan is het inzichtelijk maken of beschermde natuurwaarden in het plangebied aanwezig zijn en welke betekenis deze hebben voor de verdere uitvoering van het initiatief. Verder wordt inzichtelijk gemaakt of door de geplande ontwikkeling negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden. De onderzoeksrapportage is als separate bijlage aan voorliggend bestemmingsplan toegevoegd. De resultaten van het onderzoek zijn hier kort samengevat. Beoordeling en conclusie Uit de bevindingen van het veldonderzoek, het literatuur- en bronnenonderzoek en toetsing van de resultaten van dit onderzoek aan de Wet natuurbescherming en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, blijkt dat bij uitvoering van de ingreep mogelijk schade aan vaste rust- en verblijfplaatsen van marterachtigen, alsmede jaarrond beschermde nest, rust- en verblijfplaats van Steenuil in de schuur niet kan worden uitgesloten. Daarnaast dient voorafgaand aan de sloop van de vervallen woning dient aanvullend onderzoek naar aanwezigheid en functioneel gebruik van deze woning door gebouwgebonden vleermuizen uit te worden gevoerd. In algemene zin moet ook de Zorgplicht in acht worden genomen.
Deze Zorgplicht geldt met name ten aanzien van broedgevallen van alle vogelsoorten. Aangezien alle vogels tijdens het broeden zijn beschermd, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Waarbij wordt opgemerkt dat er geen vaste periode in het jaar voor het broedseizoen kan worden aangegeven. Voor aanvang van de werkzaamheden dient het plangebied gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedende vogels. Ook tijdens de werkzaamheden dient regelmatige controle op aanwezigheid van broedende vogels plaats te vinden. Voorkom verstoring bij aan- en afvoer van materieel. Plaats geen materiaal tegen beplanting. Ook voor mogelijke aanwezigheid van Egel, Huisspitsmuis en Rosse woelmuis dient Zorgplicht in acht te worden genomen. Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen gaan verblijven. Als deze soorten worden waargenomen dienen zij zichzelf in veiligheid te kunnen brengen.
4.9 Cultuurhistorie Toetsingskader In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden (artikel 3.1.6, lid 5 Bro). De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De C ultuurhistoriekaart van de gemeente Rucphen (2016) biedt een overzicht van de aanwezige cultuurhistorische aspecten, structuren en gebieden in de gemeente. Een belangrijke kwaliteit in het buitengebied wordt gevormd door de panden en elementen/gebieden met cultuurhistorische waarde. Het betreft onder meer monumenten en andere karakteristieke objecten. De cultuurhistorie zit verweven in het huidige landschap. Veel elementen zijn nog steeds terug te vinden in het landschap. Verder hebben ontwikkelingen in het landschap geleid tot cultuurhistorische elementen zoals landgebruik en cultivering van de heide. Ook elementen als kerkepaden, landschapselementen en oude laanbeplanting zijn cultuurhistorisch waardevol.
Op grond van het geldende beleid moeten gemeenten bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen van meet af aan aantonen op welke manier er rekening is gehouden met landschappelijke en cultuurhistorische (landschaps)waarden. Bij cultuurhistorische (landschaps)waarden van bovenlokaal belang en met name in historisch landschappelijke vlakken met hoge en zeer hoge waarde zijn alleen ruimtelijke ingrepen gericht op de voortzetting of herstel van de historische functie of die leiden tot behoud of versterking van de cultuurhistorische (landschaps)waarden toegestaan. Behoud en herstel, beheer en versterking van deze cultuurhistorische waarden staat voorop. Beoordeling en conclusie
26 weg 77 te Sprundel
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, O osteindse
In het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Rupchen 2020'zijn in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waardevolle elementen beschermd. De karakteristieke cultuurhistorisch waardevolle elementen als groenstructuren en vormen in het landschap zijn bijvoorbeeld bestemd als 'Groen – Landschapselement' met daaraan gekoppeld een vergunningenstelsel. De bossingel ten noorden van het plangebied is als dergelijk landschapselement bestemd. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het beschermingsregime voor deze bossingel verder doorgetrokken naar het westen. Daarnaast is in het landschappelijk inpassingsplan opgenomen dat de bossingel binnen het plangebied op enkele plekken wordt aangevuld met nieuw plantmateriaal. Verder bevinden zich geen cultuurhistorische waarden in het plangebied. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de haalbaarheid.
4.10
Archeologie
Toetsingskader Met de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz 2007) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro 2008) hebben gemeenten de rol gekregen van bevoegd gezag. Hiermee is de zorg voor archeologische belangen een verantwoordelijkheid van de gemeente geworden. Met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet op 1 juli 2016 is het behoud en beheer van het erfgoed geregeld in één integrale wet. De Erfgoedwet gaat per 1 januari 2023 op in de Omgevingswet. Op 18 september 2019 heeft de gemeente Rucphen de Nota Archeologie vastgesteld waarin het archeologisch beleid is opgenomen, en waarin op basis van nieuw kaartmateriaal en uitgevoerde onderzoeken het beleid is vastgesteld. Beoordeling Het gemeentelijk archeologiebeleid is in het geldend bestemmingsplan vertaald naar een dubbelbestemming Waarde – Archeologie, met een aanduiding 'overige zone – waarde archeologie 2'. Hiermee geldt een archeologische onderzoeksplicht voor grondverstoringen met een oppervlak groter dan 100m2 en dieper dan 50cm. Ten behoeve van de planontwikkeling, mede de bouw van een woning en een loods, zijn bodemingrepen voorzien, die de grond verstoren. Het uitvoeren van nader archeologisch onderzoek is dan op termijn ook noodzakelijk. De onderzoeksplicht wordt doorgeschoven naar de fase voor de aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouwen.
De archeologische dubbelbestemming blijft gehandhaafd. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de planvorming. Met de voortzetting van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' en de aanduiding 'overige zone – waarde archeologie 2' wordt de bescherming van archeologische waarden in het bestemmingsplan geborgd.
4.11
M.e.r-beoordeling
Toetsingskader Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten het betreft.In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling verplicht is als deze de daarin genoemde grenswaarde overschrijden. Voor activiteiten beneden de grenswaarde geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. De m.e.r.-beoordelingsplicht is van toepassing zodra: De activiteit onder één van de categorieën van activiteiten in kolom 1 van onderdeel D van de bijlage valt, ongeacht de omvang van de activiteit en Sprake is van een aangewezen besluit in kolom 4 van onderdeel D Beoordeling Woningbouw is geen activiteit die voorkomt in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Er geldt daarom geen rechtstreekse plicht tot het maken van een milieueffectrapport. In het geval van
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, O osteindseweg 77 te Sprundel 27
woningbouw kan sprake zijn van een activiteit als bedoeld in categorie 11.2, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit m.e.r., namelijk een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor een stedelijk ontwikkelingsproject zijn in het Besluit m.e.r. drie indicatieve drempelwaarden opgenomen: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. De beoogde ontwikkeling die met dit plan wordt mogelijk gemaakt overschrijdt deze drempelwaarden niet. Of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. hangt af van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Eerder oordeelde de Raad van State bij de uitspraak van 201807060/1/R1 dat de realisatie van twee eengezinswoningen in het buitengebied niet kan worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject. Voorliggend plan voorziet in het wijzigen van een agrarisch bedrijfsperceel inclusief bedrijfswoning naar een reguliere woonfunctie met een hobbymatige paardenhouderij. Gezien de aard en de beperkte omvang van het plan en de omgeving van het plangebied is er geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie 11.2, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit m.e.r.
Conclusie Het plan kan niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. en voorziet niet in activiteiten met belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het maken van een milieueffectrapport of een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is niet aan de orde.
28 weg 77 te Sprundel
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, O osteindse
Hoofdstuk 5
Juridische planbeschrijving
5.1 Inleiding Een bestemmingsplan bestaat uit planregels, een verbeelding, vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. In de toelichting is gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). De systematiek van de regels sluit aan bij de systematiek zoals deze wordt gehanteerd in de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2020'. Voor het overige is de plansystematiek gebaseerd op en sluit aan bij SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) en IMRO2012 (Informatie Model Ruimtelijke Ordening).
5.1.1 Algemene toelichting verbeelding Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee wordt ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld met andere overheden en samenwerkingspartners. Verder maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen. De digitale verbeelding is juridisch bindend.
5.1.2 Algemene toelichting planregels De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1 (inleidende regels), met daarin een aantal regels die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de regels in de overige hoofdstukken en de wijze van meten; Hoofdstuk 2 (bestemmingsregels), met daarin per bestemming onder meer bestemmingsregels, bouwregels en afwijkingsmogelijkheden; Hoofdstuk 3 (algemene regels), met daarin algemene afwijkings-, bouw-, gebruiks-, aanduidings-, afwijkings- en wijzigingsregels; Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels), met daarin de overgangsregels en de slotregel.
5.2 Toelichting bestemmingen Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende bestemmingen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten" opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Artikel 3: Groen - Landschapselement Om de bestaande houtwal aan de noordzijde te respecteren is deze bestemd als 'Groen-Landschapselement'. De bestemming voorziet in het behoud, herstel en ontwikkeling van natuurlijke en/of cultuurhistorisch en/of landschappelijk waardevolle landschapselementen. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor extensief recreatief medegebruik en ondergeschikte voorzieningen. Ten behoeve van de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassingsmaatregelen zoals opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan is ten noorden van het perceel tevens over de gehele lengte van het kavel een bestemming 'Groen - Landschapselement' opgenomen.
Binnen deze bestemming is het bouwen van gebouwen en/of het opslaan, storten of bergen van
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, O osteindseweg 77 te Sprundel 29
materialen, alsmede het gebruik van de gronden voor het grazen van dieren niet toegestaan. Artikel 4: Wonen De met 'wonen' bestemde gronden zijn bestemd voor woondoeleinden, waarbij per bouwvlak één woning is toegestaan. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen het opgenomen bouwvlak, met een maximale inhoud van 750m3. De afstand van de voorgevel van de woning tot de wegas van de openbare weg dient minimaal 15 meter te bedragen. In de bouwregels zijn regels opgenomen omtrent de maatvoering. Aansluiting is gezocht bij het vigerende bestemmingsplan, waarbij ten aanzien van hoofd- en bijgebouwen de minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 3 meter bedraagt. Goot- en bouwhoogtes voor hoofdgebouwen zijn in het plan standaard in de regels bepaald op maximaal 5,5 c.q. 9 meter. Voor bijbehorende bouwwerken bedraagt de bouwhoogte van de bebouwing maximaal 6 meter en bedraagt de maximale goothoogte 3,5 meter. De gronden en bouwwerken binnen de bestemming 'wonen' mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van wonen indien de landschappelijke inpassingsmaatregelen zoals opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan zijn gerealiseerd, beheerd en in stand worden gehouden.
Ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – paardenstal' specifieke bouwregels ten behoeve van het oprichten van een dierenverblijf. Artikel 5: Leiding – Gas De op de verbeelding tot 'Leiding – Gas' aangewezen gronden zijn, naast de primaire bestemming, mede bestemd voor de aanwezige gasleiding die bescherming behoeft. Binnen de zone van 5 meter rondom de ligging van de gasleiding is een belemmeringenzone waarbinnen geen bouwwerkzaamheden en aanlegwerkzaamheden mogen plaatsvinden zonder dat advies is verkregen van de leidingbeheerder. De leidingbeheerder beoordeelt of de veiligheid van de in de belemmeringenstrook gelegen buisleiding niet wordt geschaad en of er geen kwetsbaar object wordt toegelaten. De leidingbeheerder geeft daarmee advies over een aanvaardbaar woon- en leefklimaat dat daarmee wordt gegarandeerd. Artikel 6: Waarde – Archeologie De voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden zijn, naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, bestemd voor het behoud van archeologische waarden. Hierbinnen gelden de volgende gebiedsaanduidingen: 'overige zone - waarde archeologie 2': bekende vindplaatsen, historische kernen, hoge verwachting voor vindplaatsen van jagers-verzamelaars.
'overige zone - waarde archeologie 3': hoge verwachting en kans op resten gerelateerd aan de natte context. 'overige zone - waarde archeologie 4': middelhoge verwachting. 'overige zone - archeologisch monument': archeologische monumenten. Wanneer zich een ontwikkeling voordoet met een bodemroerende activiteit die groter en dieper is dan de genoemde maten in de regels, dient archeologisch onderzoek plaats te vinden om de ter plaatse aanwezige archeologische waarden inzichtelijk te maken. Dit bestemmingsplan betreft een conserverend bestemmingsplan. Om deze reden heeft ten behoeve van dit bestemmingsplan geen nader archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Hoofdstuk 2 Algemene regels In dit hoofdstuk worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, aanvullende algemene regels gesteld. Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen dat voor alle bestemmingen kan gelden. Het gaat bijvoorbeeld om extra bouwregels voor afstand van geluidsgevoelige bebouwing tot de weg en voor ondergronds bouwen.
Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is een algemeen verbod op strijdig gebruik opgenomen.
30 weg 77 te Sprundel
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, O osteindse
Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn een aantal regelingen voor de opgelegde aanduidingen opgenomen. Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone – attentiezone waterhuishouding' zijn regels opgenomen voor de bescherming tegen negatieve effecten op de waterhuishouding van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. In het gehele plangebied is de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone – obstakelbeheerzone' van toepassing. Ter plaatse van deze aanduiding mag de maximaal toelaatbare hoogte van objecten in, op of boven de grond niet meer bedragen dan 88 m + NAP. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. In het artikel is een aantal algemene afwijkingen opgenomen, dat middels een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan bij een omgevingsvergunning mogelijk te maken. Het gaat bijvoorbeeld om een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte en bestemmingsgrenzen. Ook is een afwijkingsregel opgenomen voor een kleinere afstand van bouwwerken tot de weg. Algemene proceduregels Bij toepassing van de nadere eisen regeling, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Overige regels In de overige regels is een strafbepaling opgenomen ten aanzien van het niet nakomen van de voorwaardelijke verplichting voor het uitvoeren beheren en in standhouden van landschappelijke inpassingsmaatregelen zoals is opgenomen binnen art. 9.2 van de regels. Daarnaast is bepaald dat bij nieuwe ontwikkelingen of wijzigingen voldaan moet worden aan de Nota Parkeernormen Rucphen 2017 of diens rechtsopvolger. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, O osteindseweg 77 te Sprundel 31
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
6.1 Economische uitvoerbaarheid De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Alle voorbereidings- en uitvoeringskosten komen voor rekening van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente Rucphen en de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Het plan is voor de gemeente Rucphen derhalve een kostenneutrale ontwikkeling. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het opstellen van een exploitatieplan achterwege kan blijven. De economische uitvoerbaarheid is hiermee gewaarborgd.
6.2 Juridische uitvoerbaarheid 6.2.1 Omgevingsdialoog Naast de wettelijke procedures, besteedt de initiatiefnemer nadrukkelijk aandacht aan de communicatie met de belanghebbenden. De plannen zijn dan ook tot stand gekomen na afstemmingsmomenten waarbij hen de gelegenheid is geboden om bezwaren en suggesties naar voren te brengen. Volgens de richtlijn van de gemeente heeft er een omgevingsdialoog plaatsgevonden. De initiatiefnemer heeft de plannen kenbaar gemaakt aan de directe omgeving van de Oosteindseweg 77. De directe omgeving is op de hoogte gesteld van de plannen en er heeft geen bezwaar plaatsgevonden.
6.2.2 Procedure Vooroverleg In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is het onderhavige bestemmingsplan aan de daarvoor in aanmerking komende instanties toegezonden. Het plan is voorgelegd aan de provincie Noord-Brabant en het waterschap Brabantse delta. Beiden hebben aangegeven dat het plan hun belangen niet schaadt. Ontwerp bestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan is ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening vanaf 17 november 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende de termijn van terinzagelegging heeft een ieder over het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze, naar keuze schriftelijk of mondeling, naar voren kunnen brengen bij de gemeenteraad. De geboden mogelijkheid heeft geleid tot één schriftelijke zienswijze, die heeft geleid tot enkele aanpassingen van het bestemmingsplan. De zienswijze is beoordeeld in de Nota van zienswijzen zoals opgenomen in Bijlage 8.
32 weg 77 te Sprundel
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, O osteindse