12b TAM-omgevingsplan - Rucphen - Rucphense Vaartkant 11-13 ontwerp
Tekst van het document
Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is vooruitlopend op de Omgevingswet opgenomen op de archeologische beleidskaart en de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst. 4.8.1
Archeologie
Toetsingskader In het tijdelijk deel van het omgevingsplan, het bestemmingsplan 'Herontwikkeling centrum Rucphen' heeft het projectgebied een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 3'. Ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3' is archeologisch onderzoek noodzakelijk indien de oppervlakte van de bodemverstoring meer dan 100 m2 en meer dan 50 centimeter diep bedraagt. In het Paraplubestemmingsplan Cultuurhistorie en Archeologie heeft het projectgebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' en de gebiedsaanduiding 'overige zone - waarde - archeologie 2'. Op basis van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' en 'overige zone - waarde archeologie 2' is archeologisch onderzoek noodzakelijk indien de oppervlakte van de bodemverstoring meer dan 100 m2 en meer dan 50 centimeter diep bedraagt. Toetsing Aangezien de omvang en diepte van de bodemverstoring de vrijstellingsgrenzen uit het omgevingsplan overstijgt, is een archeologisch onderzoek noodzakelijk.
37/101
In 2015 is een vooronderzoek uitgevoerd in de vorm van een bureauonderzoek. Hieruit bleek dat in het projectgebied een middelhoge verwachting op archeologische resten heeft. Aan de hand van de voorgenomen bouwplannen heeft het bevoegd gezag besloten dat archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek in het projectgebied noodzakelijk is. Proefsleuvenonderzoek Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek, karterende en waarderende fase (KNA 4.1, protocol 4003). Het onderzoek is opgenomen in bijlage 3. In totaal is circa 130 m2 aan proefsleuven aangelegd. Het onderzoek had als doel om de gespecificeerde archeologische verwachting te toetsen en aan te vullen door het opsporen en het waarderen van eventueel aanwezige archeologische resten. Het onderzoek moet, voor zover mogelijk, inzicht geven in de aard, datering, omvang, gaafheid, conservering van de mogelijk aanwezige archeologische resten. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn 65 archeologische grondsporen en zes vondsten aangetroffen. Deze vormen gezamenlijk één vindplaats die in ieder geval dateert in de Midden en Late Nieuwe Tijd. Het is mogelijk dat de vindplaats ook al in de Vroege Nieuwe Tijd dateert. De vindplaats bestaat uit sporen van bewoning. Op basis hiervan is de vindplaats behoudenswaardig bevonden.
In de omgeving van het projectgebied zijn dergelijke vindplaatsen ten tijde van het uitvoeren van het proefsleuvenonderzoek nog niet aangetroffen. De realisatie van een appartementengebouw zal zorgen voor een dusdanige roering van de bodem dat de archeologische resten verstoord zullen worden op plekken waar onvoldoende buffer is (bijvoorbeeld minder dan 30 cm) tussen de onderzijde van de grondroerende werkzaamheden en de bovenkant van de archeologische resten. Daarom heeft de bevoegd gezag besloten dat vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving noodzakelijk is om de archeologische resten in het projectgebied veilig te stellen. De opgraving vond plaats van 30 mei tot en met 7 juni 2022. Het onderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de bevoegde overheid en de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. In bijlage 4 is het evaluatie- en selectierapport van dit onderzoek opgenomen. Hierin is het volgende geconcludeerd. Tijdens de opgraving zijn sporen aangetroffen uit de Nieuwe tijd. Zowel in het veld als tijdens het opstellen van het evaluatierapport konden geen duidelijke structuren worden onderscheiden, zoals bijvoorbeeld (bij)gebouwplattegronden. Er kunnen naar verwachting wel een kleine structuren worden onderscheiden in het projectgebied, zoals spiekers, kleine bijgebouwen en hekwerk.
Om deze structuren te identificeren, wordt geadviseerd om alle keramiekvondsten uit de sporen te laten analyseren door een materiaalspecialist. Zodoende kunnen de sporen waaruit keramiekvondsten afkomstig zijn nauwkeuriger worden gedateerd/gefaseerd. Wanneer de resultaten van de specialistische analyse van het aardewerk worden gecombineerd met de spoordieptekaart, kan worden achterhaald welke sporen tot dezelfde structuur behoren. Momenteel kunnen niet met zekerheid structuren worden aangewezen in het projectgebied. Op basis van dit onderzoek kan op onderbouwde wijze informatie worden verkregen over de bebouwing en activiteiten in het projectgebied en de ontwikkeling hiervan in het verleden.
38/101
Advies regio archeoloog De eerder uitgevoerde onderzoeken zijn beoordeeld door de regioarcheologen van Programmabureau Regio West-Brabant. Dit advies is opgenomen in bijlage 5. Conclusie Het advies is om een deel van het projectgebied vrij te geven van archeologische waarden. Het gaat om het deel dat in de toekomstige situatie de functie 'Wonen' heeft. De in het projectgebied aanwezige vindplaats is volledig onderzocht en veiliggesteld. Hoewel conform het PvE en de KNA nog wel een rapport van de opgravingsresultaten moet worden opgesteld, gelden vanuit de archeologie geen belemmeringen meer om de werkzaamheden in het projectgebied te starten. Voor de toekomstige functie 'Verkeer' dient de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' gehandhaafd blijven. 4.8.2
Cultuurhistorie
Cultuurhistorische waarden kunnen betrekking hebben op bebouwde cultuurhistorie (monumenten), cultuurhistorische landschappen en archeologische waarden van een gebied. Op basis van de Cultuurhistorische kaart van provincie Noord-Brabant is bepaald welke cultuurhistorische waarden of elementen binnen of in de nabijheid van het projectgebied aanwezig zijn. Ook zijn historische topografische kaarten beschouwd. Toetsing Uit de provinciale Cultuurhistorische kaart blijkt dat ter plaatse van het projectgebied geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig zijn. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.9
Ecologie: gebiedsbescherming
Toetsingskader Natura 2000-gebieden Een ontwikkeling kan gevolgen hebben voor een Natura 2000-gebied. Denk hierbij aan de depositie van stikstof in een Natura 2000-gebied maar ook aan andere gevolgen, bijvoorbeeld door geluid en licht die door de activiteit worden veroorzaakt. Als een ontwikkeling plaatsvindt in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied, dan moet onderzoek uitwijzen of de ontwikkeling significante gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Een ontwikkeling kan gevolgen hebben voor NNN-gebieden. De gebieden die het NNN vormen zijn aangewezen in de provinciale omgevingsverordening. In de provinciale omgevingsverordening worden de wezenlijke kenmerken en waarden vastgesteld van deze gebieden. Deze wezenlijke kenmerken en waarden moeten worden beschermd, in stand worden gehouden, verbeterd en ontwikkeld worden. Hiertoe zijn in de provinciale omgevingsverordening instructieregels opgenomen.
39/101
Onderzoek Gebiedsbescherming Natura 2000 Het projectgebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied (zie figuur 4.1). Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden is de 'Brabantse Wal' en bevindt zich op circa 13 kilometer ten westen van het projectgebied. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De gevolgen voor verzuring en vermesting zijn niet op voorhand uit te sluiten. Om de eventuele toename van stikstofdepositie op de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden te bepalen is met het programma AERIUS Calculator een berekening voor de aanleg- en gebruiksfase uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen. De memo en berekeningen zijn opgenomen in bijlage 6. Hierbij kan geconcludeerd worden dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jr. voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Op grond van de Omgevingswet voor het onderdeel Natura 2000-gebieden zijn er qua stikstofdepositie geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit project.
Figuur 4.1 Ligging projectgebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebied 'Brabantse Wal' (lichtblauwe vlak) (Bron: Rho Basisviewer)
40/101
Natuurnetwerk Brabant Het projectgebied ligt niet in een gebied dat begrensd is in het kader van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) (zie figuur 4.2). Het dichtstbijzijnde gebied ligt op ongeveer 600 meter afstand ten oosten van het projectgebied. Dit is natuurgebied N16.03 Droog bos met productie. Op ongeveer 800 meter afstand ten westen van het projectgebied bevindt zich ook het NNB gebied N16.03 Droog bos met productie. De geplande activiteit ligt op voldoende afstand van deze gebieden en heeft geen negatief effect op de natuurwaarden van de gebieden die zijn begrensd in het kader van het Natuurnetwerk Brabant.
Figuur 4.2 Ligging projectgebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natuurnetwerk Brabant (Bron: Provincie Noord-Brabant, bewerking Rho adviseurs) Conclusie De beoogde ontwikkeling leidt niet tot directe effecten op Natura 2000-gebieden. Er is daarnaast sprake van een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jr. op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Het projectgebied maakt geen deel uit van het Natuur Netwerk Brabant en heeft hier ook geen invloed op.
4.10 Ecologie: soortenbescherming Toetsingskader In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het nodig om te onderzoeken of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van beschermde soorten op de locatie waar de omgevingsplanactiviteit zal worden verricht of in de directe nabijheid daarvan. Dit is de quickscan ecologie. Is het resultaat van de quickscan ecologie dat er aanwijzingen zijn dat specifieke beschermde soorten voorkomen, dan is aanvullend onderzoek nodig. De uitkomst van het onderzoek kan aanleiding geven tot een vergunningplicht. De vergunningplicht is geregeld in het Bal, in § 11.2.2 (omgevingsvergunning soorten vogelrichtlijn), § 11.2.3 (omgevingsvergunning soorten Habitatrichtlijn), § 11.2.4 (omgevingsvergunning andere soorten) en § 11.2.5 (overige bepalingen omgevingsvergunning).
41/101
Er geldt een specifieke zorgplicht voor het verrichten van een flora- en fauna-activiteit waarbij maatregelen moeten worden getroffen om nadelige gevolgen voor beschermde soorten te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken (artikel 11.27 Bal). Toetsing Quickscan flora en fauna Voor de ontwikkeling is een quickscan flora en fauna op 17 september 2025 uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 7. De conclusies van deze quickscan worden hierna kort weergegeven. Houtopstanden Er zijn binnen het projectgebied geen houtopstanden die middels het planvoornemen zullen verdwijnen. Er bestaan dan ook geen verdere verplichtingen aangaande houtopstanden binnen de Omgevingswet. Flora Er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot de flora. Vogels Een aantal vogelsoorten benut het projectgebied als foerageer- en broedgebied. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen. Het projectgebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soorten en het gebied kan bovendien deels als foerageergebied in gebruik blijven. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen broeden binnen en in de directe omgeving van het projectgebied. Er mogen geen verstorende werkzaamheden zoals sloop- en bouwwerkzaamheden of verwijdering van beplanting plaatsvinden wanneer er broedende vogels aanwezig zijn in de nabije omgeving.
Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden tussen begin oktober en half februari worden er eveneens geen nadelige effecten verwacht voor vogels. Grondgebonden zoogdieren Binnen het projectgebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd via de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er daarom geen negatieve effecten te verwachten voor grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen Binnen het projectgebied zijn geen locaties aangetroffen die geschikt zijn als vaste verblijfplaats voor gebouw- of boombewonende vleermuizen. Direct grenzend aan het projectgebied zijn echter wel potentiële verblijfplaatsen aanwezig voor gebouwbewonende vleermuizen. Aanvullend onderzoek is alleen nodig wanneer het planvoornemen leidt tot verstoring van verblijfplaatsen of het blokkeren van aanvliegroutes. Om te voorkomen dat vleermuizen tijdens de gebruiksfase hinder ondervinden van licht, kan een lichtplan worden opgesteld.
42/101
Mogelijk wordt er door vleermuizen gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het projectgebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Indien de geplande werkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het projectgebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd via de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten, zoals bijvoorbeeld de gewone pad en de bruine kikker, zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor deze soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen. Ongewervelden Er zijn geen negatieve effecten te verwachten van dit planvoornemen met betrekking tot ongewervelde fauna. Conclusie Het aspect soortenbescherming levert geen belemmeringen op voor de beoogde ontwikkeling. Hierbij moet rekening worden gehouden met de algemene aanbevelingen die in de quickscan flora en fauna zijn opgenomen.
4.11 Luchtkwaliteit Toetsingskader Het aspect luchtkwaliteit is om meerdere redenen relevant. In de eerste plaats omdat woningen worden gerealiseerd en luchtkwaliteit een gezondheidsaspect is voor de toekomstige bewoners. In de tweede plaats omdat de woningbouwontwikkeling een toename van de verkeersintensiteit veroorzaakt op wegen die van invloed kan zijn op de luchtkwaliteit. Voor luchtkwaliteit zijn de instructieregels in § 5.1.4.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving relevant. Deze zijn met name relevant als het projectgebied is gelegen in een aandachtsgebied luchtkwaliteit, locaties met hogere concentraties luchtverontreinigende stoffen. Het projectgebied ligt niet in een aandachtsgebied. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet worden afgewogen of de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan aanvaardbaar is voor de gewenste ontwikkeling. Toetsing Aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) is onderzocht wat de (indicatieve) luchtkwaliteit is ter plaatse van het projectgebied. Maatgevend is het toetspunt aan de Rucphense Vaartkant , direct ten noorden van het projectgebied. Uit de kaart blijkt dat in 2024 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de omgevingswaarden lagen.
De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2024; 14,6 µg/m³ voor NO2, 14, µg/m³ voor PM10 en voor 8,0 PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen.
43/101
Het projectgebied bevindt zich niet in de in artikel 5.51 Bkl vermeldde aandachtsgebieden voor stikstofdioxide en fijnstof. Het initiatief valt onder de standaardgevallen niet in betekenende mate luchtkwaliteit, zoals vermeld in artikel 5.54 van het Bkl. Om deze reden is nader onderzoek niet noodzakelijk. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
4.12 Bodemkwaliteit Toetsingskader Bij iedere ontwikkeling met betrekking tot de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect bodem. Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Besluit kwaliteit leefomgeving. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. Toetsing Op 22 september 2025 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 8. Het volgende kan geconcludeerd worden.
Visueel zijn op het maaiveld en in de opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen waargenomen; Analytisch is in de licht puinhoudende bovengrond geen asbest aangetoond; Over het algemeen zijn in de grond ten hoogste licht verhoogde concentraties aan zware metalen en PAK aangetoond; De bovengrond voldoet aan de generieke hergebruiksnormen voor Achtergrondwaarden zoals omschreven in het 'handelingskader PFAS'; In het grondwater zijn ten hoogste licht verhoogde concentraties aan enkele zware metalen aangetoond; De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek; De locatie is geschikt voor het beoogde toekomstige (bodemgevoelige) woongebruik.
Op basis van het bovenstaande worden de volgende aanbevelingen gedaan: Geadviseerd wordt om de resultaten van onderhavig bodemonderzoek mee te nemen in de onroerend goedtransactie en de betrokken partijen te informeren met betrekking tot de onderzoeksresultaten; Voorafgaand aan de voorgenomen graafwerkzaamheden dient een melding te worden ingediend via het Omgevingsloket, ten behoeve van de milieubelastende activiteit graven in de bodem > 25 m3 met kwaliteit kleiner of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit; Onderhavig rapport kan worden gebruikt voor het hergebruiken van de bij werkzaamheden vrijkomende puin en grond op de locatie of ten behoeve van eventuele afvoer naar een erkende verwerkingslocatie;
44/101
Bij de voorgenomen werkzaamheden in de bodem dient de 'basishygiëne' conform de CROW 400 te worden gehanteerd; Tot slot wordt geadviseerd om tijdens vervolgwerkzaamheden alert te zijn op eventuele onvoorziene bodemverontreiniging.
Conclusie Vanuit het aspect bodem is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
4.13 Geluid door activiteiten Toetsingskader Geluid door activiteiten speelt in twee spiegelbeeldige situaties een rol: 1. de situatie waarin een ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt die geluid veroorzaakt op een geluidgevoelig gebouw; 2. de situatie waarin een geluidgevoelig gebouw gerealiseerd zal worden waarop geluid wordt veroorzaakt door een bestaande activiteit die geluid veroorzaakt. Dat kan al snel leiden tot het beperken van de milieuruimte van deze bestaande activiteit (en bijvoorbeeld het beperken van een bedrijfsactiviteit). Bij de wijziging van een omgevingsplan moet rekening worden gehouden met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Daarnaast zal het omgevingsplan moeten waarborgen dat het geluid door een activiteit aanvaardbaar is. Toetsing De ontwikkeling betreft de realisatie van 11 appartementen. Om te bepalen of de beoogde ontwikkeling de omliggende functies belemmert in hun bedrijfsvoering, is gebruik gemaakt van het tijdelijke deel van het omgevingsplan dat onder meer bestaat uit de bestemmingsplannen 'Herontwikkeling Centrum Rucphen', vastgesteld op 15 juni 2016 en Bestemmingsplan 'Kom Rucphen', vastgesteld op 25 juni 2013.
Omdat er geen gemeentelijke geluidzone is vastgesteld, wordt voor de inschatting of de beoogde woonfuncties de nabijgelegen functies beperkt in hun bedrijfsvoering gebruikt gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (2009). Worden hierbij de richtafstanden voor 'gemengd gebied' (er wordt uitgegaan van een gemengd gebied, omdat er naast woningen ook andere functies zich bevinden in de buurt van het projectgebied) aangehouden, dan is dit een goede indicatie dat de bedrijven kunnen voldoen aan de geluidnorm die is opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan (de bruidsschat). Deze norm geldt voor het geluidniveau op de gevel van geluidgevoelige gebouwen, zoals woningen. In dat geval beperkten de beoogde woningen de omliggende functies niet. Worden de richtafstanden niet in acht genomen, dan is dit een indicatie dat het bedrijf mogelijk niet aan de geluidnorm kan voldoen. Het bedrijf zal dan mogelijk geluidbeperkende maatregelen moeten nemen. Dit kan leiden tot een belemmering in de bedrijfsvoering. Het projectgebied bevindt zich in het centrum van de kern Rucphen. In een centrum is vaak sprake van functiemenging, waarbij winkels, bedrijven van lage categorieën (1 en 2) en maatschappelijke voorzieningen
45/101
voorkomen. Uit het bestemmingsplan 'Herontwikkeling Centrum Rucphen' blijkt dat deze functies ook daadwerkelijk rondom het projectgebied toegestaan zijn. In een centrumgebied wordt over het algemeen een hogere mate van functiemenging geaccepteerd. Dit betekent dat verschillende functies, zoals detailhandel, horeca van lichte categorie, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en wonen, naast elkaar kunnen bestaan. De nabijheid van dergelijke voorzieningen draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Het realiseren van woningen in dit gebied sluit aan bij het bestaande karakter van functiemenging en draagt bij aan de vitaliteit van het centrum. Bewoners profiteren van de nabijheid van voorzieningen, terwijl de aanwezigheid van woningen zorgt voor sociale controle en een continue bezetting van het gebied. Daarnaast passen woningen in milieutechnisch opzicht goed in een centrum met hoofdzakelijk functies van lage milieucategorieën waardoor er geen belemmeringen ontstaan op het gebied van geluid. De gronden ten noorden van het projectgebied kennen de activiteit Bedrijf. Hier zijn uitsluitend bedrijven van milieucategorie 1 en 2 toegestaan. Voor deze categorieën geldt volgens de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering een maximale richtafstand van 10 meter tot een gevoelige functie, zoals wonen.
De afstand tussen het dichtstbijzijnde bedrijf en het projectgebied bedraagt circa 12 meter. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstand. Tussen de overige functies in de omgeving en het projectgebied bevinden zich reeds bestaande woningen. Dit betekent dat deze functies al in hun bedrijfsvoering rekening houden met de aanwezigheid van gevoelige gebouwen. Gezien de aard van deze functies en het bestaande woonmilieu wordt geen relevante geluidhinder verwacht voor de beoogde nieuwe woningen. Conclusie Het geluid door activiteiten is aanvaardbaar. Er is geen reden om m.b.t. dit aspect aanvullende regels op te nemen.
4.14 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Toetsingskader Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. De instructieregels uit afdeling 3.5 (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Het rijk stelt voor een aantal gebouwen specifieke regels. Deze instructieregels van het Bkl voor geluid zijn gericht op aangewezen geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'.
46/101
Toetsing Ten behoeve van de ontwikkeling is een een onderzoek verricht naar de geluidbelastingen ten gevolge van het wegverkeer op het plan Ruchpense Vaartkant in Rucphen. Rondom en in het plan zijn diverse verkeerswegen gelegen, waarvan het gezamenlijk geluid op de gevoelige bestemmingen in het plan optreedt. Er is onderzoek verricht naar het geluid vanwege de rondom en in het plan gelegen wegen. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 9. Uit het onderzoek blijkt dat: De standaardwaarde voor de geluidbronsoort gemeentewegen wordt overschreden maar de grenswaarde niet; Het vervangen van het asfalt door stiller asfalt SMA/NL8 G+ op de Rucphense Vaarkant zorgt voor een reductie van maximaal 4 dB waardoor de standaardwaarde nog steeds wordt overschreden. Deze maatregel is niet doelmatig en financieel niet wenselijk; Er is geen sprake van indirecte akoestische effecten; Het gecumuleerde geluid wordt beoordeeld als zeer goed tot tamelijk slecht; Het gezamenlijk geluid is bepaald. Deze dient te worden vastgelegd in de regels van het omgevingsplan en is uitgangspunt voor het bepalen van de gevelgeluidwering. Er kan worden voldaan aan de instructieregels van het Bkl en daarmee wordt het geluid van wegen als aanvaardbaar beoordeeld.
Wel is het nodig om in de wijziging van het omgevingsplan regels op te nemen voor geluid die zich richten op: De geluidwering dient te worden bepaald op basis van het gezamenlijk geluid. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de instructieregels voor geluid door wegen. In de regels is opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding 'overschrijding standaardwaarde' het geluid maximaal 63 Lden mag bedragen.
4.15 Trillingen Beleid en normstelling In § 5.1.4.4 van het Bkl zijn de instructieregels met betrekking tot trillingen opgenomen. Daarbij gaat het onder andere om het toelaten van een trillinggevoelig gebouw waarop trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz worden veroorzaakt door een activiteit. Volgens artikel 5.80, eerste lid, Bkl is een trillinggevoelig gebouw een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: a. woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfuncties met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. De instructieregels gelden niet voor trillingen door doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen. Gemeenten kunnen in die gevallen zelf bepalen of en zo ja, welke regels zij voor trillingen van activiteiten in het omgevingsplan opnemen in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De instructieregels van het Bkl zijn wel van toepassing als in het omgevingsplan een trillingaandachtsgebied langs het spoor is vastgelegd.
47/101
Toetsing en conclusie Het projectgebied ligt niet binnen een trillingaandachtsgebied van een spoorlijn. Het omgevingsplan bevat geen lokale regels voor trillinghinder. Geconcludeerd kan worden dat het aspect trilling geen negatieve invloed zal hebben op de beoogde ontwikkeling.
4.16 Geur Toetsingskader In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur opgenomen (§ 5.1.4.6 van het Bkl). De algemene regels met betrekking tot geur zijn op grond van artikel 5.90 van het Bkl van toepassing op het toelaten: op een locatie van een activiteit, anders dan het wonen, die geur veroorzaakt op een geurgevoelig gebouw; of van een geurgevoelig gebouw waarop geur wordt veroorzaakt door een (bestaande) activiteit, anders dan het wonen In artikel 5.91 Bkl is vastgelegd welke gebouwen in ieder geval als geurgevoelig worden beschouwd (woonfuncties, onderwijsfuncties, gezondheidsfuncties met bedgebied, bijeenkomstfuncties voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties van voorgenoemde functies). Toetsing en conclusie In de dichte nabijheid van het projectgebied zijn geen intensieve veehouderijen gevestigd. Vanuit het aspect geur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
4.17 Luchthavens Toetsingskader Op 17 mei 2013 hebben Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant de ‘Verordening luchthavenbesluit luchthaven Seppe Noord-Brabant’ (verder: het luchthavenbesluit) vastgesteld. Dit luchthavenbesluit geldt voor luchthaven Seppe (Breda International Airport) en is in werking getreden op 4 september 2013. Op 11 april 2014 is een eerste wijziging op het luchthavenbesluit vastgesteld, die in werking is getreden op 23 augustus 2014. In het luchthavenbesluit zijn zones vastgesteld ter bescherming van de werking van de luchthaven. Dit luchthavenbesluit geldt ook onder de Omgevingswet. In hoofdstuk 10 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn hierover regels opgenomen. Toetsing Het projectgebied ligt nabij vliegbasis Woensdrecht. Ten behoeve van de ontwikkeling wordt woningbouw buiten een straal van 15 km (circa 18 km hemelsbreed) gerealiseerd. Om die reden gelden er vanuit het Bkl geen aanvullende bepalingen ten aanzien van vliegbasis Woensdrecht. Voor Breda International Airport gelden rond het vliegveld obstakelbeheervlakken, waar in verband met de vliegveiligheid hoogtebeperkingen gelden voor het oprichten van bebouwing. Het projectgebied bevindt zich op circa drie kilometer van Breda International Airport. De bouwhoogte van het appartementengebouw heeft geen negatief effect op de vliegveiligheid.
48/101
Gezien de afstand tot geluid.
tot de dichtstbijzijnde luchthaven zijn er geen negatieve gevolgen te verwachten met betrekking
Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling vanwege de nabijgelegen vliegvelden.
4.18 Duurzaamheid en klimaatadaptatie Toetsingskader Er is geen specifiek toetsingskader voor het aspect duurzaamheid. Vanuit de doelen van de Omgevingswet is duurzaamheid een thema waarmee bij het wijzigen van het omgevingsplan rekening moet worden gehouden. Duurzaamheid is een veelomvattend begrip waar veel aspecten onder vallen zoals onder andere de energietransitie, herbruikbaarheid, klimaatadaptief en biodiversiteit. Toetsing Bij de ontwikkeling van nieuwe woningen moet met verschillende energiebehoeftes rekening gehouden worden. Het betreft energie ten behoeve van het verwarmen en koelen van de woningen als ook voor het bereiden van warm water. Verder is er behoefte aan elektriciteit voor huishoudelijk gebruik en in toenemende mate ook voor mobiliteit. Het appartementengebouw wordt gebouwd volgens de eisen van 'Bijna Energieneutraal Gebouw' (BENG), die sinds 2021 als norm gelden. Daarnaast heeft de gemeente Rucphen de visie Duurzaamheid 2019-2030. Hierin is opgenomen dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen nadrukkelijk wordt ingezet op meer groen en ruimte voor water. Dit versterkt de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente als aantrekkelijke woongemeente. Daarnaast zorgt meer groen voor een betere leefbaarheid en gezondheid in de kernen.
Op basis van deze doelstelling heeft het college de 'Beleidsregel groennorm gemeente Rucphen' vastgesteld, waarbij de invulling van de benodigde groenopgave wordt bepaald via de groenladder. Het planvoornemen betreft, na de sloop van de bestaande (woon)panden, een herontwikkeling binnen de bebouwde kom. Op basis van de groenladder uit de groennorm wordt in het kader van maatwerk beoordeeld op welke wijze de groene kwaliteit door deze ontwikkeling kan worden verbeterd. De gemeente zal bij de aanbesteding aan marktpartijen aanvullende eisen stellen ten aanzien van klimaatadaptieve maatregelen en de inrichting van groen binnen het nieuwbouwplan. Daarnaast zal de gemeente het omliggende openbaar gebied, het parkeerterrein, kwalitatief groen uitwerken. Conclusie Het aspect duurzaamheid is voldoende meegenomen in de planvorming.
49/101
4.19 Gezondheid Toetsingskader Doel van de Omgevingswet is ook het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b). In lid 4 benadrukt de wet dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening gehouden dient te worden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Een deel van de hiervoor beschreven omgevingsaspecten heeft een gezondheidscomponent, waarbij het in de meeste gevallen gaat om gezondheidsbescherming. Bij de afweging van de gezondheidsgevolgen kunnen ook gezondheid bevorderende aspecten een rol spelen, zoals bijvoorbeeld een groene leefomgeving, ruimte voor beweging, beschikbaarheid/ toegankelijkheid van voorzieningen en sociale cohesie. Toetsing Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve effecten op de gezondheid heeft. Tijdens de bouwfase kan het beoogde ontwerp tijdelijke verstoringen veroorzaken in luchtkwaliteit, geluid, trillingen en bodem. Deze gezondheidseffecten zijn minimaal gelet op de tijdelijkheid en de maatregelen die worden genomen om de hinder zoveel mogelijk te beperken. Groen zal zo veel als mogelijk behouden blijven en waar mogelijk toegevoegd worden. Groen heeft namelijk een positief effect op de gezondheid van mensen.
Nieuwbouwwoningen kunnen daarnaast bijdragen aan de groei van de gemeenschap door het aantrekken van nieuwe bewoners, maar zorgen ook voor de doorstroming van doelgroepen. Dit kan leiden tot een toename van de economische activiteit, nieuwe banen en een grotere diversiteit binnen de gemeenschap. Daarnaast bevinden de woningen zich nabij een park, en zijn voorzieningen zoals winkels, MFA en horecagelegenheden aanwezig. Conclusie Gelet op het voorgaande is bij de voorgenomen ontwikkeling voldoende rekening gehouden met het aspect gezondheid.
50/101
Hoofdstuk 5 5.1
Participatie
Algemeen
In artikel 10.2 van het Omgevingsbesluit is aangegeven dat bij de wijziging van een omgevingsplan moet worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken. En ook wat er met de resultaten is gedaan. Wie bij de participatie worden betrokken, hangt af van het type omgevingsplanwijziging, de aard, de omvang en de invloed op de fysieke leefomgeving voor belanghebbenden. Goede participatie maakt een plan of initiatief beter. Deze samenwerking tussen belanghebbenden, gemeente en initiatiefnemer kan het plan inhoudelijk verbeteren en verrijken, bijvoorbeeld door lokale kennis te benutten. Daarbij draagt het bij aan de besluitvorming, door alle belangen in beeld te brengen en hierdoor beter rekening kan worden gehouden met deze belangen. Dit kan bijdragen aan het draagvlak van het plan.
5.2
Omgevingsdialoog
Op dinsdag 11 november 2025 vond er van 19:00 tot 20:30 uur een inloopavond plaats. Tijdens deze bijeenkomst zijn direct omwonenden en andere belangstellenden geïnformeerd over het planvoornemen. Op de avond waren circa 50 bezoekers aanwezig. De sfeer was overwegend gemoedelijk. In het algemeen kan gesteld worden dat het plan goed is ontvangen. Een verslag van de avond is weergegeven in bijlage 10.
5.3
Afstemming overlegpartners
Op 23 oktober 2025 is het plan besproken op de Omgevingstafel, waarbij externe partijen zoals de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, het Waterschap Brabantse Delta en de provincie Noord-Brabant zijn uitgenodigd. De reacties van de veiligheidsregio en het waterschap zijn in het plan verwerkt.
5.4
Procedure
Het ontwerp TAM-omgevingsplan wordt voor zes weken ter visie gelegd voor het indienen van zienswijzen. De gemeenteraad betrekt deze zienswijze bij haar besluit tot vaststelling van het TAM-omgevingsplan. Na vaststelling van het wijzigingsbesluit wordt het plan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het plan treedt in werking 4 weken na de terinzagelegging. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk.
51/101
52/101
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Voor wat betreft de financieel-economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld of de ontwikkeling financieel haalbaar is. Als op voorhand duidelijk is dat de beoogde functie om financiële redenen op langere termijn niet zal worden gerealiseerd, behoort de functie niet mogelijk te worden gemaakt. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling ziet toe op de realisatie van appartementen in de kern Rucphen door de gemeente Rucphen. De gemeente is de initiatiefnemer en realiseert deze ruimtelijke ontwikkeling voor eigen rekening en risico. Daarbij zorgt de gemeente voor het bouw en woonrijp maken van het openbare gebied. Het bouwperceel c.q. functievlak “Wonen”, waarop het appartementengebouw wordt gerealiseerd, wordt in een tender aan reeds geselecteerde marktpartijen aangeboden. De gemeente heeft middelen beschikbaar om de ontwikkeling te realiseren. De concept grondexploitatie laat een positieve balans zien. Omdat de opbrengsten naar verwachting hoger zijn dan de kosten, is er geen verdere dekking nodig. Daarmee is aan de eerste vereiste voldaan. Kostenverhaal Indien met een wijziging van het omgevingsplan nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt is kostenverhaal aan de orde.
Een plan is financieel onuitvoerbaar als het kostenverhaal van door het plan mogelijk gemaakte kostenverhaalplichtige bouwactiviteiten en gebruikswijzigingen als aangewezen in artikel 8.13 Omgevingsbesluit niet is geregeld. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling ziet op de realisatie van woningen in de kern Rucphen. De realisatie van één of meerdere woningen is op grond van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit aangewezen als kostenverhaalplichtige activiteit. Op grond van artikel 13.12 Ow is het verboden kostenverhaalplichtige activiteiten uit te voeren voordat de hiervoor geldende kostenverhaalbijdrages zijn betaald. Dit verbod geldt niet in het geval dat het kostenverhaal is verzekerd. In dit geval is de gemeente Rucphen eigenaar van de gronden waar de kostenverhaalplichtige activiteit plaatsvindt. Omdat de gemeente zelf alle gronden waarop de kostenverhaalplichtige activiteit mogelijk wordt gemaakt in eigendom heeft, is kostenverhaal niet aan de orde. In het geval dat de gemeente zelf exploitant is, blijven de kosten namelijk voor rekening van de gemeente. De gemaakte kosten worden bij grondverkoop via de grondprijs verhaald. Hiermee is ook aan de tweede vereiste voldaan en hieruit volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is.
53/101
54/101
Hoofdstuk 7
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er balans bestaat tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Het bevoegd gezag moet beoordelen of bij realisering van de beoogde activiteit(en) sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover die betrekking hebben op de beoogde activiteit) zorgvuldig onderzocht en afgewogen in hoofdstuk 4. Om te waarborgen dat het project niet in strijd is met de beleidsdoelen, is het planvoornemen in hoofdstuk 3 getoetst aan het relevante rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid. In de hoofdstukken 5 en 6 is daarnaast ingegaan op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid. Op basis van deze toetsing wordt geconcludeerd dat het project in overeenstemming is met de beleidsdoelen en geen onaanvaardbare effecten heeft op de fysieke leefomgeving. Alles overwegende is de ontwikkeling aanvaardbaar.
55/101
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
Bijlage 1 Parkeeronderzoek
PARKEERONDERZOEK RUCPHENSE VAARTKANT EN OMGEVING, RUCPHEN NOVEMBER 2025
VERANTWOORDING
INHOUD
Titel:
Parkeeronderzoek Rucphense Vaartkant en omgeving, Rucphen
Dataverzameling ____________________________________________________________ 3
Subtitel:
November 2025
Versie:
26-11-2025
Opdrachtgever:
Gemeente Rucphen
Dataverwerking _____________________________________________________________ 5
Resultaten __________________________________________________________________ 6 Kaarten en datavisualisatie __________________________________________________ 19
Erik Schets Opdrachtnemer:
Dufec Poststraat 66, 5038DH Tilburg 013 460 9981 www.dufec.nl, www.basec.nl
Auteur:
Mark Mulders mark.mulders@dufec.nl
Projectleider:
Noury Verwijst noury.verwijst@dufec.nl
2
D U FE C
DATAVERZAMELING
Ligging onderzoeksgebied en sectie-indeling
In opdracht van Gemeente Rucphen heeft onderzoeksbureau Dufec in november 2025 een parkeeronderzoek uitgevoerd in de omgeving van de Rucphense Vaartkant in Rucphen. Met dit onderzoek krijgt de opdrachtgever inzicht in de beschikbare parkeercapaciteit en de parkeerdruk.
ONDERZOEKSGEBIED Het parkeeronderzoek is uitgevoerd in de Rucphense Vaartkant en omgeving in Rucphen. Dit gebied is aan de noordzijde begrensd door de Krijntjes, aan de oostzijde door de Markt, aan de zuidzijde door de Trekvaart en aan de westzijde door de Sint Martinusstraat. In het onderzoek zijn enkel openbaar toegankelijke parkeerplaatsen meegenomen. In het onderzoeksgebied is sprake van gratis parkeren.
3
D U FE C
METHODE
De metingen zijn uitgevoerd met een interval van één uur tijdens de volgende
De parkeercapaciteit is voorafgaand aan de metingen geïnventariseerd. Hiervoor is
perioden:
een sectie-indeling gemaakt. Een sectie is doorgaans een wegvak van hoek tot hoek.
•
Vrijdag 7 november 2025: 17:00 - 21:00 uur
Binnen een sectie is maximaal één parkeerregime mogelijk. De geïnventariseerde
•
Zaterdag 8 november 2025: 17:00 - 21:00 uur
parkeercapaciteit is toegekend aan een GIS-laag. In de bijlage is een kaart met de
•
Zondag 9 november 2025: 13:00 - 17:00 uur
sectie-indeling opgenomen.
•
Dinsdag 11 november 2025: 18:00 - 24:00 uur
Binnen een sectie zijn de volgende categorieën openbare parkeerplaatsen afzonderlijk
Tijdens de meetmomenten zijn per sectie de geparkeerde voertuigen geregistreerd op
geïnventariseerd:
het volgende detailniveau:
•
Buiten voorzieningen (langsparkeren)
•
Goed geparkeerd
•
In voorzieningen (parkeerhavens en vakken)
•
Fout geparkeerd (op het trottoir, buiten de vakken e.d.)
•
Invalide (op kenteken en algemeen)
•
Obstakel (container, aanhanger, caravan e.d.)
•
Oplaadpunt
•
Op een bijzondere plaats geparkeerd
•
Laden en lossen
•
Overige doelgroep / gereserveerd (deelauto, taxi, e.d.)
WEER EN BIJZONDERHEDEN De weersomstandigheden waren als volgt:
Bij bijzondere plaatsen is geregistreerd of er een venstertijd van toepassing is. Bij
•
Vrijdag 7 november 2025: droog, helder, 18 °C
laad- en losplaatsen kan bijvoorbeeld een venstertijd gelden van “maandag t/m
•
Zaterdag 8 november 2025: droog, zwaar bewolkt, 15 °C
zaterdag 08:00 - 18:00 uur”. Bij metingen in de avond en nacht gelden deze plaatsen
•
Zondag 9 november 2025: droog, bewolkt, 15 °C
als reguliere plaatsen en niet als bijzondere plaatsen. Hierdoor kan de capaciteit per
•
Dinsdag 11 november 2025: droog, geheel bewolkt, 13 °C
meetmoment verschillen.
(KNMI weerstation Woensdrecht)
Het onderscheid tussen parkeervakken en -havens enerzijds en langsparkeren
Er hebben zich tijdens het onderzoek geen bijzonderheden voorgedaan. De metingen
anderzijds wordt bepaald door het feit of er een voorziening is aangelegd (vak of
hebben niet plaatsgevonden tijdens evenementen of andere verstorende momenten.
haven) of niet (op de rijbaan langsparkeren). Het verschil tussen vakken en havens wordt bepaald door de aanwezigheid van een vorm van vakindeling. Voor de benodigde ruimte van een personenauto is 6 meter gehanteerd. Bij langsparkeren op de rijbaan is rekening gehouden met het wegprofiel. Uitgangspunt hierbij is dat (grote) voertuigen en veiligheidsdiensten in één richting ongehinderd de straat door kunnen rijden.
4
D U FE C
DATAVERWERKING De dataverwerking bestaat uit verificatie, validatie en analyse. Tijdens de eerste stap is gekeken of de data van de metingen compleet is. Zijn metingen uitgevoerd tijdens alle meetmomenten en in alle secties? Vervolgens zijn de volgende controles uitgevoerd: •
Is de parkeerbezetting hoger dan de capaciteit? Zo ja, is dat verklaarbaar?
•
Is het verloop van de parkeerbezetting logisch?
•
Liggen de resultaten in lijn met eerdere tellingen (indien beschikbaar)?
De parkeerdruk is berekend door het aantal goed en fout geparkeerde voertuigen en het aantal obstakels op openbare parkeerplaatsen te delen door de capaciteit van de sectie. De resultaten zijn opgenomen in de bijlage met daarbij: •
Capaciteit per meetmoment, per sectie/gebied en per categorie
•
Parkeerbezetting/parkeerdruk per meetmoment
•
Informatie over het onderzoeksgebied en de meting
•
Kaarten en datavisualisatie maatgevende momenten
5
D U FE C
RESULTATEN
PARKEERONDERZOEK
RUCPHENSE VAARTKANT EN OMGEVING, RUCPHEN
Motorvoertuigen
Totaal BEZETTING EN PARKEERDRUK
Onderzoeksgebied Rucphense Vaartkant en omgeving, Rucphen Meting Meetperiode: 7 t/m 11 november 2025 Methodiek: Parkeerdrukmeting In opdracht van: Gemeente Rucphen Uitgevoerd door: Dufec
Meetmoment Vr 17:00 - 18:00u Vr 18:00 - 19:00u Vr 19:00 - 20:00u* Vr 20:00 - 21:00u Za 17:00 - 18:00u Za 18:00 - 19:00u Za 19:00 - 20:00u* Za 20:00 - 21:00u Zo 13:00 - 14:00u* Zo 14:00 - 15:00u Zo 15:00 - 16:00u Zo 16:00 - 17:00u Di 18:00 - 19:00u Di 19:00 - 20:00u Di 20:00 - 21:00u* Di 21:00 - 22:00u Di 22:00 - 23:00u Di 23:00 - 24:00u
7-11 7-11 7-11 7-11 8-11 8-11 8-11 8-11 9-11 9-11 9-11 9-11 11-11 11-11 11-11 11-11 11-11 11-11
Cap 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207 207
Goed 115 115 118 118 118 108 138 137 129 120 101 101 108 111 113 110 95 97
Algemeen Fout Obstakel 3 0 6 0 13 0 10 0 9 0 15 0 18 0 16 0 5 0 8 0 6 0 7 0 4 0 3 0 2 0 2 0 2 0 2 0
Totaal 118 121 131 128 127 123 156 153 134 128 107 108 112 114 115 112 97 99
% 57% 58% 63% 62% 61% 59% 75% 74% 65% 62% 52% 52% 54% 55% 56% 54% 47% 48%
Invalide Cap Bezetting 3 1 3 1 3 1 3 1 3 1 3 1 3 1 3 1 3 0 3 0 3 0 3 0 3 1 3 1 3 1 3 1 3 1 3 1
Oplaadpunt Cap Bezetting 2 1 2 2 2 1 2 1 2 0 2 0 2 0 2 0 2 2 2 2 2 2 2 2 2 0 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2
Gereserveerd Cap Bezetting 1 0 1 1 1 1 1 0 1 0 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 0 1 0 1 0 1 0 1 0 1 0
L&L Cap 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Vrijdag
17-18u 18-19u 19-20u 20-21u Zaterdag 17-18u 18-19u 19-20u 20-21u Zondag 13-14u 14-15u 15-16u 16-17u Dinsdag 18-19u 19-20u 20-21u 21-22u 22-23u 23-24u
VERLOOP PARKEERDRUK Legenda Parkeerdruk n = Hoogste n = Laagste Maatgevend moment * Maatgevend moment per dag
100% 90% 80% 70%
75%
60% 50%
57%
58%
63%
62%
61%
59%
40%
74%
65%
62%
52%
52%
54%
55%
56%
54%
47%
48%
30% 20%
10% 0%
17-18u 18-19u 19-20u 20-21u 17-18u 18-19u 19-20u 20-21u 13-14u 14-15u 15-16u 16-17u 18-19u 19-20u 20-21u 21-22u 22-23u 23-24u
Vrijdag
7
Zaterdag
Zondag
Dinsdag
DUFEC
PARKEERONDERZOEK
RUCPHENSE VAARTKANT EN OMGEVING, RUCPHEN
Motorvoertuigen
Secties SECTIES
Onderzoeksgebied Rucphense Vaartkant en omgeving, Rucphen Meting Meetperiode: 7 t/m 11 november 2025 Methodiek: Parkeerdrukmeting In opdracht van: Gemeente Rucphen Uitgevoerd door: Dufec
Sectie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Totaal
Straatnaam Raadhuisstraat Raadhuisstraat Trekvaart Trekvaart Trekvaart Trekvaart Raadhuisstraat Raadhuisstraat Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Sint Martinusstraat Sint Martinusstraat Van Boutershemstraat Van Boutershemstraat Auvergnestraat Julianastraat
BEZETTING Regime G G G G G G G G G G G G G G G G G
Cap 19 21 10 4 9 11 7 12 18 4 16 17 14 7 7 8 23 207
SECTIES Legenda Parkeerdruk n = 0 - 70% n = 70 - 85% n = 85 - 100% n = ≥ 100% n = geen capaciteit Maatgevend moment * Maatgevend moment per dag Regime G = Gratis B = Betaald V = Vergunning BZ = Blauwe zone
8
Sectie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Totaal
Straatnaam Raadhuisstraat Raadhuisstraat Trekvaart Trekvaart Trekvaart Trekvaart Raadhuisstraat Raadhuisstraat Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Sint Martinusstraat Sint Martinusstraat Van Boutershemstraat Van Boutershemstraat Auvergnestraat Julianastraat
Vrijdag Zaterdag Zondag Dinsdag 17-18u 18-19u 19-20u* 20-21u 17-18u 18-19u 19-20u* 20-21u 13-14u* 14-15u 15-16u 16-17u 18-19u 19-20u 20-21u* 21-22u 22-23u 23-24u 6 6 6 6 8 7 13 12 14 12 7 5 9 6 4 4 4 4 7 5 6 7 7 4 13 13 17 11 8 7 8 8 5 4 4 4 2 2 2 2 5 5 7 7 6 4 4 3 5 6 4 4 4 4 2 3 4 4 5 4 5 6 5 5 5 6 4 3 2 2 2 2 6 7 7 7 7 8 7 7 9 9 9 9 10 10 10 10 10 10 6 8 8 7 10 10 6 7 8 7 6 6 9 8 6 9 9 9 2 0 1 2 4 2 5 3 4 2 3 2 3 2 3 1 1 1 6 4 6 5 9 5 5 10 4 7 4 5 1 5 5 3 1 1 11 13 14 16 12 13 18 19 13 13 12 11 13 14 14 14 14 14 4 4 3 3 3 3 3 3 2 3 4 1 0 2 4 2 1 1 6 6 4 4 7 6 4 6 4 6 4 4 3 4 4 4 4 4 7 5 4 5 2 3 3 2 3 5 4 7 4 4 4 5 5 6 15 16 16 15 9 8 14 11 7 7 7 9 9 10 11 11 8 9 2 3 4 3 3 3 3 3 4 4 2 3 5 4 4 4 4 4 7 6 4 4 3 2 5 3 3 3 3 3 5 5 6 7 6 6 6 7 9 9 5 6 8 8 8 6 6 6 7 7 7 7 8 8 23 26 33 29 28 34 37 33 23 24 19 21 17 16 22 21 12 12 118 121 131 128 127 123 156 153 134 128 107 108 112 114 115 112 97 99
PARKEERDRUK Regime G G G G G G G G G G G G G G G G G
Cap 19 21 10 4 9 11 7 12 18 4 16 17 14 7 7 8 23 207
Vrijdag Zaterdag Zondag Dinsdag 17-18u 18-19u 19-20u* 20-21u 17-18u 18-19u 19-20u* 20-21u 13-14u* 14-15u 15-16u 16-17u 18-19u 19-20u 20-21u* 21-22u 22-23u 23-24u 32% 32% 32% 32% 42% 37% 68% 63% 74% 63% 37% 26% 47% 32% 21% 21% 21% 21% 33% 24% 29% 33% 33% 19% 62% 62% 81% 52% 38% 33% 38% 38% 24% 19% 19% 19% 20% 20% 20% 20% 50% 50% 70% 70% 60% 40% 40% 30% 50% 60% 40% 40% 40% 40% 50% 75% 100% 100% 125% 100% 125% 150% 125% 125% 125% 150% 100% 75% 50% 50% 50% 50% 67% 78% 78% 78% 78% 89% 78% 78% 100% 100% 100% 100% 111% 111% 111% 111% 111% 111% 55% 73% 73% 64% 91% 91% 55% 64% 73% 64% 55% 55% 82% 73% 55% 82% 82% 82% 29% 0% 14% 29% 57% 29% 71% 43% 57% 29% 43% 29% 43% 29% 43% 14% 14% 14% 50% 33% 50% 42% 75% 42% 42% 83% 33% 58% 33% 42% 8% 42% 42% 25% 8% 8% 61% 72% 78% 89% 67% 72% 100% 106% 72% 72% 67% 61% 72% 78% 78% 78% 78% 78% 100% 100% 75% 75% 75% 75% 75% 75% 50% 75% 100% 25% 0% 50% 100% 50% 25% 25% 38% 38% 25% 25% 44% 38% 25% 38% 25% 38% 25% 25% 19% 25% 25% 25% 25% 25% 41% 29% 24% 29% 12% 18% 18% 12% 18% 29% 24% 41% 24% 24% 24% 29% 29% 35% 107% 114% 114% 107% 64% 57% 100% 79% 50% 50% 50% 64% 64% 71% 79% 79% 57% 64% 29% 43% 57% 43% 43% 43% 43% 43% 57% 57% 29% 43% 71% 57% 57% 57% 57% 57% 100% 86% 57% 57% 43% 29% 71% 43% 43% 43% 43% 43% 71% 71% 86% 100% 86% 86% 75% 88% 113% 113% 63% 75% 100% 100% 100% 75% 75% 75% 88% 88% 88% 88% 100% 100% 100% 113% 143% 126% 122% 148% 161% 143% 100% 104%
83% 91% 74% 70% 96% 91% 52% 52% 57% 58% 63% 62% 61% 59% 75% 74% 65% 62% 52% 52% 54% 55% 56% 54% 47% 48%
DUFEC
PARKEERONDERZOEK
RUCPHENSE VAARTKANT EN OMGEVING, RUCPHEN
Motorvoertuigen
Details VRIJDAG 17:00 - 18:00u SECTIES
Onderzoeksgebied Rucphense Vaartkant en omgeving, Rucphen Meting Meetperiode: 7 t/m 11 november 2025 Methodiek: Parkeerdrukmeting In opdracht van: Gemeente Rucphen Uitgevoerd door: Dufec
Sectie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Totaal
Straatnaam Raadhuisstraat Raadhuisstraat Trekvaart Trekvaart Trekvaart Trekvaart Raadhuisstraat Raadhuisstraat Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Sint Martinusstraat Sint Martinusstraat Van Boutershemstraat Van Boutershemstraat Auvergnestraat Julianastraat
PARKEERDRUK Regime G G G G G G G G G G G G G G G G G
Cap 19 21 10 4 9 11 7 12 18 4 16 17 14 7 7 8 23 207
Goed 6 7 2 2 6 6 2 6 11 4 6 7 14 2 6 5 23 115
BIJZONDER
Algemeen Fout Obstakel
1 1 1 3
0
Totaal 6 7 2 2 6 6 2 6 11 4 6 7 15 2 7 6 23 118
% 32% 33% 20% 50% 67% 55% 29% 50% 61% 100% 38% 41% 107% 29% 100% 75% 100% 57%
Invalide Cap Bezetting 1
Oplaadpunt Cap Bezetting
Gereserveerd Cap Bezetting
0
1
0
1
1
3
1
2
1
2
1
1 1
0 0
VRIJDAG 18:00 - 19:00u Legenda Regime G = Gratis B = Betaald V = Vergunning BZ = Blauwe zone
9
SECTIES Sectie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Totaal
Straatnaam Raadhuisstraat Raadhuisstraat Trekvaart Trekvaart Trekvaart Trekvaart Raadhuisstraat Raadhuisstraat Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Sint Martinusstraat Sint Martinusstraat Van Boutershemstraat Van Boutershemstraat Auvergnestraat Julianastraat
PARKEERDRUK Regime G G G G G G G G G G G G G G G G G
Cap 19 21 10 4 9 11 7 12 18 4 16 17 14 7 7 8 23 207
Goed 6 5 2 3 7 8 4 13 4 6 5 14 3 6 6 23 115
BIJZONDER
Algemeen Fout Obstakel
2
1 3 6
0
Totaal 6 5 2 3 7 8 0 4 13 4 6 5 16 3 6 7 26 121
% 32% 24% 20% 75% 78% 73% 0% 33% 72% 100% 38% 29% 114% 43% 86% 88% 113% 58%
Invalide Cap Bezetting 1
Oplaadpunt Cap Bezetting
Gereserveerd Cap Bezetting
0
1
0
1
1
3
1
2
2
2
2
1 1
1 1
DUFEC
PARKEERONDERZOEK
RUCPHENSE VAARTKANT EN OMGEVING, RUCPHEN
Motorvoertuigen
Details VRIJDAG 19:00 - 20:00u SECTIES
Onderzoeksgebied Rucphense Vaartkant en omgeving, Rucphen Meting Meetperiode: 7 t/m 11 november 2025 Methodiek: Parkeerdrukmeting In opdracht van: Gemeente Rucphen Uitgevoerd door: Dufec
Sectie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Totaal
Straatnaam Raadhuisstraat Raadhuisstraat Trekvaart Trekvaart Trekvaart Trekvaart Raadhuisstraat Raadhuisstraat Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Sint Martinusstraat Sint Martinusstraat Van Boutershemstraat Van Boutershemstraat Auvergnestraat Julianastraat
PARKEERDRUK Regime G G G G G G G G G G G G G G G G G
Cap 19 21 10 4 9 11 7 12 18 4 16 17 14 7 7 8 23 207
Goed 6 6 2 4 7 8 1 6 14 3 4 4 14 4 4 8 23 118
BIJZONDER
Algemeen Fout Obstakel
2
1 10 13
0
Totaal 6 6 2 4 7 8 1 6 14 3 4 4 16 4 4 9 33 131
% 32% 29% 20% 100% 78% 73% 14% 50% 78% 75% 25% 24% 114% 57% 57% 113% 143% 63%
Invalide Cap Bezetting 1
Oplaadpunt Cap Bezetting
Gereserveerd Cap Bezetting
0
1
0
1
1
3
1
2
1
2
1
1 1
1 1
VRIJDAG 20:00 - 21:00u Legenda Regime G = Gratis B = Betaald V = Vergunning BZ = Blauwe zone
10
SECTIES Sectie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Totaal
Straatnaam Raadhuisstraat Raadhuisstraat Trekvaart Trekvaart Trekvaart Trekvaart Raadhuisstraat Raadhuisstraat Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Sint Martinusstraat Sint Martinusstraat Van Boutershemstraat Van Boutershemstraat Auvergnestraat Julianastraat
PARKEERDRUK Regime G G G G G G G G G G G G G G G G G
Cap 19 21 10 4 9 11 7 12 18 4 16 17 14 7 7 8 23 207
Goed 6 7 2 4 7 7 2 5 16 3 4 5 14 3 4 8 21 118
BIJZONDER
Algemeen Fout Obstakel
1
1 8 10
0
Totaal 6 7 2 4 7 7 2 5 16 3 4 5 15 3 4 9 29 128
% 32% 33% 20% 100% 78% 64% 29% 42% 89% 75% 25% 29% 107% 43% 57% 113% 126% 62%
Invalide Cap Bezetting 1
Oplaadpunt Cap Bezetting
Gereserveerd Cap Bezetting
0
1
0
1
1
3
1
2
1
2
1
1 1
0 0
DUFEC
PARKEERONDERZOEK
RUCPHENSE VAARTKANT EN OMGEVING, RUCPHEN
Motorvoertuigen
Details ZATERDAG 17:00 - 18:00u SECTIES
Onderzoeksgebied Rucphense Vaartkant en omgeving, Rucphen Meting Meetperiode: 7 t/m 11 november 2025 Methodiek: Parkeerdrukmeting In opdracht van: Gemeente Rucphen Uitgevoerd door: Dufec
Sectie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Totaal
Straatnaam Raadhuisstraat Raadhuisstraat Trekvaart Trekvaart Trekvaart Trekvaart Raadhuisstraat Raadhuisstraat Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Sint Martinusstraat Sint Martinusstraat Van Boutershemstraat Van Boutershemstraat Auvergnestraat Julianastraat
PARKEERDRUK Regime G G G G G G G G G G G G G G G G G
Cap 19 21 10 4 9 11 7 12 18 4 16 17 14 7 7 8 23 207
Goed 8 7 5 2 7 9 4 9 12 3 7 2 9 3 3 5 23 118
BIJZONDER
Algemeen Fout Obstakel
3 1
5 9
0
Totaal 8 7 5 5 7 10 4 9 12 3 7 2 9 3 3 5 28 127
% 42% 33% 50% 125% 78% 91% 57% 75% 67% 75% 44% 12% 64% 43% 43% 63% 122% 61%
Invalide Cap Bezetting 1
Oplaadpunt Cap Bezetting
Gereserveerd Cap Bezetting
0
1
0
1
1
3
1
2
0
2
0
1 1
0 0
ZATERDAG 18:00 - 19:00u Legenda Regime G = Gratis B = Betaald V = Vergunning BZ = Blauwe zone
11
SECTIES Sectie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Totaal
Straatnaam Raadhuisstraat Raadhuisstraat Trekvaart Trekvaart Trekvaart Trekvaart Raadhuisstraat Raadhuisstraat Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Sint Martinusstraat Sint Martinusstraat Van Boutershemstraat Van Boutershemstraat Auvergnestraat Julianastraat
PARKEERDRUK Regime G G G G G G G G G G G G G G G G G
Cap 19 21 10 4 9 11 7 12 18 4 16 17 14 7 7 8 23 207
Goed 7 4 5 1 8 9 2 5 13 3 6 3 8 3 2 6 23 108
BIJZONDER
Algemeen Fout Obstakel
3 1
11 15
0
Totaal 7 4 5 4 8 10 2 5 13 3 6 3 8 3 2 6 34 123
% 37% 19% 50% 100% 89% 91% 29% 42% 72% 75% 38% 18% 57% 43% 29% 75% 148% 59%
Invalide Cap Bezetting 1
Oplaadpunt Cap Bezetting
Gereserveerd Cap Bezetting
0
1
0
1
1
3
1
2
0
2
0
1 1
1 1
DUFEC
PARKEERONDERZOEK
RUCPHENSE VAARTKANT EN OMGEVING, RUCPHEN
Motorvoertuigen
Details ZATERDAG 19:00 - 20:00u SECTIES
Onderzoeksgebied Rucphense Vaartkant en omgeving, Rucphen Meting Meetperiode: 7 t/m 11 november 2025 Methodiek: Parkeerdrukmeting In opdracht van: Gemeente Rucphen Uitgevoerd door: Dufec
Sectie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Totaal
Straatnaam Raadhuisstraat Raadhuisstraat Trekvaart Trekvaart Trekvaart Trekvaart Raadhuisstraat Raadhuisstraat Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Sint Martinusstraat Sint Martinusstraat Van Boutershemstraat Van Boutershemstraat Auvergnestraat Julianastraat
PARKEERDRUK Regime G G G G G G G G G G G G G G G G G
Cap 19 21 10 4 9 11 7 12 18 4 16 17 14 7 7 8 23 207
Goed 13 13 7 2 7 5 5 5 18 3 4 3 14 3 5 8 23 138
BIJZONDER
Algemeen Fout Obstakel
3 1
14 18
0
Totaal 13 13 7 5 7 6 5 5 18 3 4 3 14 3 5 8 37 156
% 68% 62% 70% 125% 78% 55% 71% 42% 100% 75% 25% 18% 100% 43% 71% 100% 161% 75%
Invalide Cap Bezetting 1
Oplaadpunt Cap Bezetting
Gereserveerd Cap Bezetting
0
1
0
1
1
3
1
2
0
2
0
1 1
1 1
ZATERDAG 20:00 - 21:00u Legenda Regime G = Gratis B = Betaald V = Vergunning BZ = Blauwe zone
12
SECTIES Sectie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Totaal
Straatnaam Raadhuisstraat Raadhuisstraat Trekvaart Trekvaart Trekvaart Trekvaart Raadhuisstraat Raadhuisstraat Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Sint Martinusstraat Sint Martinusstraat Van Boutershemstraat Van Boutershemstraat Auvergnestraat Julianastraat
PARKEERDRUK Regime G G G G G G G G G G G G G G G G G
Cap 19 21 10 4 9 11 7 12 18 4 16 17 14 7 7 8 23 207
Goed 12 13 7 3 7 6 3 10 18 3 6 2 11 3 3 7 23 137
BIJZONDER
Algemeen Fout Obstakel
3 1
1
1 10 16
0
Totaal 12 13 7 6 7 7 3 10 19 3 6 2 11 3 3 8 33 153
% 63% 62% 70% 150% 78% 64% 43% 83% 106% 75% 38% 12% 79% 43% 43% 100% 143% 74%
Invalide Cap Bezetting 1
Oplaadpunt Cap Bezetting
Gereserveerd Cap Bezetting
0
1
0
1
1
3
1
2
0
2
0
1 1
1 1
DUFEC
PARKEERONDERZOEK
RUCPHENSE VAARTKANT EN OMGEVING, RUCPHEN
Motorvoertuigen
Details ZONDAG 13:00 - 14:00u SECTIES
Onderzoeksgebied Rucphense Vaartkant en omgeving, Rucphen Meting Meetperiode: 7 t/m 11 november 2025 Methodiek: Parkeerdrukmeting In opdracht van: Gemeente Rucphen Uitgevoerd door: Dufec
Sectie 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Totaal
Straatnaam Raadhuisstraat Raadhuisstraat Trekvaart Trekvaart Trekvaart Trekvaart Raadhuisstraat Raadhuisstraat Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Rucphense Vaartkant Sint Martinusstraat Sint Martinusstraat Van Boutershemstraat Van Boutershemstraat Auvergnestraat Julianastraat
PARKEERDRUK Regime G G G G G G G G G G G G G G G G G
Cap 19 21 10 4 9 11 7 12 18 4 16 17 14 7 7 8 23 207
Goed 14 17 6 3 9 7 4 4 13 2 4 3 7 4 2 8 22 129
BIJZONDER
Algemeen Fout Obstakel
2 1
1 1 5