12b.1 Bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2012 Achtmaalsebaan ong. naast 26 te Schijf' (1)
Tekst van het document
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
29
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bpreg-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
13 02 2024
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 15 Overgangsrecht 15.1 Overgangsrecht bouwwerken a.
b. c.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
15.2 Overgangsrecht gebruik a.
b.
c.
d.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
30
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bpreg-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
13 02 2024
Artikel 16 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2012, Achtmaalsebaan ong. naast 26 te Schijf'
Bijlage: Landschapsplan tegenover 25/27 Schijf’.
‘Landschappelijke
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
inpassing
RvR
Achtmaalsebaan
31
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
15 04 2024
GEMEENTE RUCPHEN
BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED RUCPHEN 2012, ACHTMAALSEBAAN NAAST NR. 26 TE SCHIJF TOELICHTING INHOUD 1
INLEIDING ................................................................................................. 3 1.1 Aanleiding en doel ............................................................................. 3 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ....................................................... 3 1.3 Vigerend bestemmingsplan ................................................................ 4 1.4 Leeswijzer ..........................................................................................5 2 BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE ......................................................... 6 2.1 Inleiding ............................................................................................ 6 2.2 Gemeente Rucphen............................................................................ 6 2.3 Schijf ................................................................................................. 6 2.4 Huidige situatie plangebied ................................................................6 3 BELEIDSKADER .......................................................................................... 8 3.1 Inleiding ............................................................................................ 8 3.2 Rijksbeleid .........................................................................................
8 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 ................... 8 3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 .................................................................... 8 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 201210 3.3 Provinciaal beleid............................................................................. 11 3.3.1 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.......................... 11 3.4 Gemeentelijk beleid ......................................................................... 12 3.4.1 Structuurvisie Rucphen ............................................................. 12 3.4.2 Visiedocument Groenbeleid Rucphen en Rucphen 'Landschap onthuld' 13 3.4.3 Groenstructuurplan ‘Landschap onthuld’, 2010 ......................... 14 3.4.4 Woonvisie Rucphen 2013-2018 ................................................. 15 3.4.5 Visie duurzaamheid 2019-2030 ................................................. 15 3.4.6 Beleidsnota Ruimte voor ruimte 2020 ....................................... 16 3.4.7 Overige beleidsstukken............................................................. 17 4 RANDVOORWAARDEN, ONDERZOEK EN VERANTWOORDING ................... 18 4.1 Inleiding ..........................................................................................
18 4.2 Bodem ............................................................................................. 18 4.3 Water .............................................................................................. 20 4.4 Cultuurhistorie ................................................................................. 23 4.5 Archeologie ..................................................................................... 26 4.6 Natuur ............................................................................................. 26 4.7 Bedrijven en milieuzonering ............................................................. 28 4.8 Geluid .............................................................................................. 29 4.9 Externe veiligheid ............................................................................ 29
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
1
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
15 04 2024
4.10 Luchtkwaliteit .................................................................................. 31 4.11 Geurhinder ...................................................................................... 33 4.12 Kabels en leidingen .......................................................................... 34 4.13 Milieueffectrapportage .................................................................... 34 5 PLANBESCHRIJVING ................................................................................. 36 5.1 Inleiding .......................................................................................... 36 5.2 Ruimtelijke structuur ....................................................................... 36 5.3 Verkeer en parkeren ........................................................................ 37 5.4 landschappelijke inpassing ............................................................... 37 6 JURIDISCHE ASPECTEN ............................................................................. 38 6.1 Plangrens......................................................................................... 38 6.2 De verbeelding................................................................................. 38 6.3 De regels..........................................................................................
38 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ......................................................... 39 7.1 Financieel-economische haalbaarheid .............................................. 39 7.2 Grondexploitatie .............................................................................. 39 8 OVERLEG EN INSPRAAK ........................................................................... 40 Bijlagen bij de toelichting: Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Milieukundig bodemonderzoek Quickscan flora en fauna Geluidonderzoek Landschapsplan Verslaf buurtdialoog Nota van Beantwoording Certificaat bouwtitel
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
2
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
15 04 2024
GEMEENTE RUCPHEN
BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED RUCPHEN 2012, ACHTMAALSEBAAN NAAST NR. 26 TE SCHIJF 1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
De initiatiefnemer is eigenaar van een perceel aan de Achtmaalsebaan te Schijf. Deze locatie maakt deel uit van het buurtschap Langeschouw in het buitengebied van Schijf, vlak tegen de Belgische grens. Betrokkene wil graag een ruimte voor ruimtewoning bouwen op het betreffende perceel. De locatie is gelegen in het bestemmingsplan "Buitengebied Rucphen 2012" en heeft daarin de bestemming 'Agrarisch gebied met waarden - Natuur'. Binnen de huidige regels mag er geen woning gebouwd worden. Daarom is een aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk om de beoogde ruimte voor ruimtewoning mogelijk te maken.
Figuur 1 - Situering plangebied - De locatie ligt in het buurtschap Langeschouw aan de Achtmaalsebaan, vlak tegen de Belgische grens.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen op een afstand van zo'n 2 km van de kern Schijf in de gemeente Rucphen (zie Figuur 1). Voorliggend plangebied is gelegen ten westen van de Achtmaalsebaan, de oude verbinding tussen de kernen Roosendaal en Achtmaal. Aan de westzijde van het perceel ligt de staatsgrens met België.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
3
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
15 04 2024
Figuur 2 - Begrenzing plangebied - de begrenzing van het plangebied volgt de perceelsgrenzen (blauwe lijn).
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Binnen het plangebied vigeert thans het bestemmingsplan "Buitengebied Rucphen 2020", vastgesteld 16 12 2020. Het plangebied heeft de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur'. Daarnaast geldt de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie”. Verder zijn er de volgende gebiedsaanduidingen aangegeven: 'Overige zone - bebouwingsconcentratie', 'Overige zone - beperkingen veehouderij', 'Overige zone - groenblauwe mantel', Gebiedsaanduiding overige zone – waarde archeologie 3’, en de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone obstakelbeheerzone'. Een kleine stroon aan de noordoostzijde van het perceel heeft daarnaast de dubbelbestemming ‘Waarde – Ecologie – Natuur Netwerk Brabant.’
Figuur 3 - Vigerend bestemmingsplan; het plangebied heeft de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur'; verder zijn er nog diverse dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen aangegeven (zie tekst).
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
4
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
15 04 2024
De gewenste situatie omvat het gedeeltelijk omzetten van de agrarische bestemming in een woonbestemming (voor de nieuwe ruimte voor ruimtewoning. Deze verandering kan alleen plaatsvinden door middel van een herziening van dit deel van het bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het gebiedsprofiel beschreven van de omgeving waarin het planvoornemen plaats gaat vinden. Allereerst wordt de gemeente Rucphen en de kern Schijf nader toegelicht, waarna ingezoomd wordt op het huidig gebruik van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het projectprofiel van het planvoornemen toegelicht. In hoofdstuk 4 is het planvoornemen getoetst aan het beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 5 heeft betrekking op de planologisch relevante (milieu)aspecten. In hoofdstuk 6 wordt het juridisch plan kort beschreven en in Hoofdstuk 7 de haalbaarheidsaspecten.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
5
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
2
BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE
2.1
Inleiding
15 04 2024
In dit hoofdstuk wordt de ruimtelijke structuur van het plangebied beschreven, aan de hand van een korte beschrijving van de huidige inrichting en het gebruik van het plangebied.
2.2 Gemeente Rucphen Het plangebied is gelegen in de gemeente Rucphen, een landelijke gemeente in het westen van de provincie Noord-Brabant. De gemeente telt 22.399 inwoners (CBS, 2017). De gemeente bestaat uit de kernen Rucphen, Sprundel, Schijf, Rucphen en Schijf. Binnen de gemeente Rucphen zijn veel verschillen in het ruimtelijk structuurbeeld aanwezig; iedere dorpskern heeft zijn eigen karakter.
2.3
Schijf
In de middeleeuwen was de omgeving van wat nu wordt aangeduid als Schijf, nog onbebouwd en vrijwel onbewoond. Het gebied bestond uit venen en arme, woeste gronden. Het lag in het grensgebied tussen Breda en het daarvan afgesplitste Bergen op Zoom. Vóór 1400 begon men met de ontgraving van het hoogveen. Vervolgens werd een turfvaart gegraven die via Rucphen naar Oudenbosch liep. Het afgegraven hoogveen werd in stukken verdeeld (turven) en gedroogd. Vervolgens werd het via de turfvaart verscheept om uiteindelijk via Oudenbosch of Bergen op Zoom naar de Hollandse en Vlaamse steden te worden vervoerd. De turfschepen namen stadsmest mee als retourlading. Deze werd gebruikt om de overblijvende zandgronden te bemesten en zo enige landbouw mogelijk te maken. De economische activiteiten deden een nederzetting ontstaan, die in 1556 een eigen kapel kreeg, de Sint-Antoniuskapel. Schijf bleef een kleine nederzetting. Toen in de zeventiende eeuw de veenlagen uitgeput raakten, bleef het grootste deel van het dorpsareaal als woeste zandgrond over. Slecht op bescheiden schaal was akkerbouw mogelijk. In 1810 had Schijf ongeveer 240 inwoners. Pas in 1882 werd Schijf een afzonderlijke parochie die afgesplitst werd van die van Rucphen. In 1940 kwam de nieuwe, huidige, kerk gereed. Het dorp telde in 2016: 1.965 inwoners (CBS).
Het onderhavige plangebied ligt ten westen van de kern, tegen de Belgische grens aan.
2.4
Huidige situatie plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Achtmaalsebaan te Schijf, tussen deze straat en de rijksgrens met België in. In de omgeving bevinden zich meerdere burgerwoningen. Bebouwingsstructuur Het plangebied vormt een open plek temidden van bosjes en burgerwoningen aan de Achtmaalsebaan. De bebouwing vormt een bebouwingslint langs deze straat. In het vigerende bestemmingsplan wordt dit bebouwingslint aangemerkt als 'bebouwingsconcentratie'.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
6
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
15 04 2024
Figuur 4 - Bestaande situatie in het plangebied, gezien vanaf de Achtmaalsebaan (bron: Google Streetview, oktober 2009).
Figuur 5 - Bestaande situatie - straatbeeld Achtmaalsebaan in zuidoostelijke richting; aan de rechterzijde is nog juist een deel van het plangebied zichtbaar (bron: Google Streetview, oktober 2009).
Ontsluitingsstructuur en parkeren Het bestaande terrein waarop de ruimte voor ruimtewoning is geprojecteerd, wordt ontsloten via de Achtmaalsebaan, een tweebaansweg die de verbinding vormt tussen Roosendaal en Achtmaal. Langs deze weg zijn in twee richtingen fietssuggestiestroken aangegeven. Het parkeren voor de omliggende woningen vindt geheel op eigen terrein plaats.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
7
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
3
BELEIDSKADER
3.1
Inleiding
15 04 2024
De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.
3.2 Rijksbeleid 3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012
Toetsingskader In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit van de rijksoverheid beschreven. Het kabinet schetst in de SVIR hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. De provincies en gemeenten krijgen in het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid meer bevoegdheden, bijvoorbeeld op het gebied van landschappen, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. Deze overheden zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies. Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Beoordeling Voorliggend plangebied is gesitueerd in het buitengebied en buiten een gebied waar van rijkswege een ruimtereservering geldt. Het planvoornemen betreft het oprichten van één nieuwe ruimte voor ruimtewoning. Dat is niet strijdig met het rijksbeleid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plangebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van rijkswege een relevante ruimtereservering geldt.
Aan de ‘ladder voor duurzame verstelijking’ wordt navolgend getoetst. 3.2.2
Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012
Toetsingskader Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van lagere overheden is het Barro opgesteld. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
8
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
15 04 2024
Op 1 oktober 2012 is aan het Barro een aantal onderwerpen toegevoegd. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Ecologische Hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is op 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. Dit artikel bepaalt dat de toelichting bij een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een verantwoording dient te bevatten dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte.
Figuur 6 - Radarverstoringsgebieden; het plangebied (aangeduid met een rood sterretje) is gelegen binnen het gebied ex art. 2.2, lid 1.
Beoordeling In het vigerende bestemmingsplan zijn reeds regels opgenomen voor de bescherming van het radarverstoringsgebied van Vliegbasis Woensdrecht teneinde de verstoring van het radarbeeld te voorkomen. Binnen de vrijwaringszone moeten bouwwerken lager zijn dan 48 m +NAP, oplopend met 0,25 graden tot een hoogte van 113 m op een afstand van 15 km van de radarantenne (4,33 m/km). Het plangebied ligt ongeveer 14,5 km van het radarstation Woensdrecht. De maximale bouwhoogte bedraagt er dus 111 m +NAP. Het terrein ligt op 15,485 m +NAP (bron: AHN3). Dat wil dus zeggen dat de maximale bouwhoogte voor de vrijwaringszone 95,50 m is. In de bestemmingsvoorschriften is de maximale bouwhoogte gesteld op 10,00 m minder zonder ontheffingsmogelijkheid. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan deze regel. De vrijwaringszone moet wel in het bestemmingsplan worden opgenomen. Conclusie De maximaal toegestane bouwhoogtes vanuit het radarverstoringsgebied vormen geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied. Geconcludeerd kan worden dat onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en het Rarro.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
9
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
3.2.3
15 04 2024
Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2012
Toetsingskader De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goede ruimtelijke ordening. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De huidige definities worden niet gewijzigd. De uitgezette lijn in de jurisprudentie blijft hiermee in stand. -
De begrippen 'actuele' en 'regionale' zijn geschrapt. De nieuwe Ladder bevat geen treden meer. De treden 1 en 2 zijn samengevoegd en trede 3 is geschrapt. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht. Er is een nieuw artikellid toegevoegd voor de Laddertoets bij uitwerkingsen bestemmingsplannen. De Laddertoets kan dan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het bestemmings- of uitwerkingsplan.
De ladder houdt in dat er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en indien blijkt dat sprake is van een behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Beoordeling In de definitiebepaling voor ‘stedelijke ontwikkeling’, als opgegeven in art. 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro, luidende een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’ is geen ondergrens opgenomen. Hieruit volgt dat elke stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, in beginsel onderworpen zou zijn aan de toepassing van de ladder. De ABRvS heeft daarentegen ten aanzien van een aantal typen (kleinschalige) ontwikkelingen een ondergrens aangenomen. De ondergrens hangt daarbij af van de ‘omstandigheden van het geval’ en wordt mede bepaald op basis van de aard en omvang van de ontwikkeling, de structuur van de omgeving en de ruimtelijke uitstraling van de ontwikkeling. Recente jurisprudentie toont aan dat een ruimtelijke ontwikkeling van tien nieuwe woningen, niet dient te worden aangemerkt als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’.
Dat betekent dat het oprichten van één nieuwe woning zeker niet is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in het kader van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3542). Conclusie De planontwikkeling is getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking en voldoet aan de uitgangspunten.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
10
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
3.3 3.3.1
15 04 2024
Provinciaal beleid Omgevingsverordening Noord-Brabant
In de Omgevingsverordening is ten aanzien van de onderhavige beoogde ontwikkeling het volgende geregeld:
Paragraaf 5.1.3 Versterken van omgevingskwaliteit Artikel 5.15 Ruimte-voor-ruimtekavel Lid 1 Een omgevingsplan kan voorzien in een of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels in Stedelijk gebied of Landelijk gebied als deze ontwikkeling: a. door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit; b. op een passende locatie plaatsvindt als bedoeld in Artikel 5.14, vierde lid; en c. past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 5.12. Lid 2 Als uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat de in het verleden gedane investering in omgevingskwaliteit is terugverdiend, is het eerste lid niet meer van toepassing. Lid 3 Bij de toepassing dit artikel zijn de volgende bepalingen niet van toepassing: a. Artikel 5.8, eerste lid, onder a en e; b. Artikel 5.11; en c. Artikel 5.77, eerste lid onder a. Er is volgens Artikel 5.14, vierde lid, sprake van een passende locatie voor de toevoeging van een woning, zoals bedoeld in Lid 1 onder b, als: a. de ontwikkeling in een bebouwingsconcentratie ligt; b. de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied, Bebouwd gebied of een bebouwingsconcentratie; of c.
de woning inpandig wordt gerealiseerd binnen karakteristieke bebouwing.) Er is volgens artikel 5.12 sprake van een passende ontwikkelingsrichting als bedoeld in Lid 1 onder c. als: Artikel 5.12 Ontwikkelingsrichting Lid 1 Een omgevingsplan dat de uitbreiding mogelijk maakt van een bestaande activiteit of dat een nieuwe functie of activiteit toedeelt in Landelijk gebied, bevat een onderbouwing dat die ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in Paragraaf 5.1.2 , en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: a. welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving;
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
11
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
15 04 2024
b. welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving , de te beschermen waarden, bedoeld in Afdeling 5.2 , mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; c. op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap ; en d. op welke wijze de sloop van leegstaande of overtollige bebouwing wordt gerealiseerd. Lid 2 Bij het opstellen van een ontwikkelingsrichting worden deskundigen betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is. Opmerking: In het onderhavige geval wordt het bouwrecht gekocht van de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte, zodat voldaan wordt aan de voorwaarde in artiekel 5.15, lid 1 onder a.. Zoals uit de rest van deze toelichting blijkt, wordt voldaan aan de overige genoemde criteria. Conclusie De beoogde ontwikkeling in het plangebied past binnen de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
‘Omgevingsvisie Rucphen 1.0, een blik op de toekomst’
Toetsingskader In deze omgevingsvisie maakt de gemeente keuzes voor de lange termijn. Het gaat om een periode van ongeveer 30 jaar. Er wordt daarom regelmatig vooruit geblikt naar het jaar 2040. De gemeente beschrijft een toekomstbeeld aan de hand van de volgende ambities: 1) Duurzaam samenleven 2) Ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding 3) Prettig samenleven Ruimtelijke kwaliteit is daarbij een uitgangspunt. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen staat het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit voorop. Ruimtelijke kwaliteit kan bijvoorbeeld door een nieuwe functie verbeteren. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten passen bij de maat en schaal in de dorpen en het buitengebied. Zo worden de unieke waarden behouden. Ontwikkelingen moeten passen in het straatbeeld. Vanwege leefbaarheid en duurzaamheid is het belangrijk om bij de ruimtelijke opzet te gaan voor kwaliteit. Om die reden wordt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen per woning minimaal 75 m2 groen (inclusief waterberging) gerealiseerd. Ontwikkelingen worden getoetst aan de Beleidsregel groennorm gemeente Rucphen. Beoordeling Het plangebied ligt in de directe omgeving van de Rucphense bossen, die het westelijk deel van de gemeente domineren. Bij alle ontwikkelingen in de Rucphense bossen moet rekening worden gehouden met andere gebruikers en de aanwezige natuurwaarden.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
12
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
15 04 2024
Figuur 7 – Kaart van de gemente Rucphen, Omgevingsvisie Rucphen, p. 10.
De oprichting van een enkele ruimte voor ruimtewoning past in het beleid ten aanzien van de omgeving van de Rucphense bossen. Omdat de geprojecteerde ruimte voor ruimtewoning wordt voorzien van een deugdelijke landschappelijke inpassing, is de oprichting ervan niet negatief ten aanzien van de landschappelijke aspecten. Conclusie De voorgenomen oprichting van een ruimte voor ruimtewoning is niet strijdig met de Omgevingsvisie Ruphen. 3.4.2
Visiedocument Groenbeleid Rucphen en Rucphen 'Landschap onthuld'
Toetsingskader Rucphen is een gevarieerde landelijke en groene gemeente, waar de landbouw een economisch belangrijke functie heeft en bovendien een belangrijke beheerder is van het buitengebied. Door het aantrekkelijke landschap is het ook een mooi recreatiegebied. Het centrale doel van het visiedocument is herstel en versterking van het landelijke karakter van de kernen en kansen aan te grijpen om het landschap en de dorpen met elkaar te verbinden, zodat een meerwaarde wordt gecreëerd voor de woon-, werk-, verblijfs- en recreatiekwaliteiten in de dorpen. De hoofdkeuze die met het landschapsontwikkelingsplan wordt gemaakt is het behouden en versterken van de karakteristieke verschijningsvorm van de verschillende bestaande landschapstypen en cultuurhistorie en het verder ontwikkelen van een goede omgevingskwaliteit. Er is dus bewust niet gekozen voor een complete metamorfose van het landschap, maar ook niet voor het strikt vasthouden aan het bestaande landschapsbeeld.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
13
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
15 04 2024
Figuur 8 - Visiekaart landschapsontwikkelingsplan; het plangebied (omgeven met een dikke rode cirkel) maakt deel uit van de groenblauwe zone langs de Schijfsevaart en het gebied De Oude Zoek.
Beoordeling De locatie van de beoogde ruimte voor ruimtewoning ligt in een gebied zonder specifieke belidsinformatie. Daardoor kan ervan worden uitgegaan dat de oprichting van de ruimte voor ruimtewoning niet strijdig is met de uitgangspunten van de landschapsvisie. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het planvoornemen niet strijdig is met de landschapsvisie.. 3.4.3
Groennorm gemeente Rucphen
Toetsingskader Op 20 juli 2021 is de beleidsregel groennorm gemeente Rucphen vastgesteld. Daarin is vastgelegd dat per woning minimaal 75 m² groen (incl. retentie) in de openbare ruimte wordt gerealiseerd. Dit geldt ook voor appartementen. Het moet gaan om de realisatie van nieuw openbaar groen. Het totaal aantal te realiseren woningen wordt vermenigvuldig met 75 m2. De uitkomst is het totaal aantal m2 dat voor openbaar groen ingevuld moet worden. Is het plan echter gelegen buiten de bebouwde kom? Dan zijn er specifieke afspraken over de kwaliteitsverbetering van het landschap en de landschappelijke inpassing. Om die reden is het buiten de bebouwde kom niet noodzakelijk om 75 m2 openbaar groen per woning te realiseren. De landschaps-/ groenstructuur wordt al versterkt. De groenladder hoeft verder niet doorlopen te worden. Beoordeling Het plangebied is gelegen buiten de bebouwde kom. Voor dit plan is een apart groenplan opgesteld, waarin 3 hoogstambomen, 180 m2 bossingel en 220 m2 bloemenmengsel is opgenomen.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
14
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
15 04 2024
Conclusie De groennorm is niet van toepassing op het onderhavige plan. 3.4.4
Woonvisie Rucphen 2013-2018
Toetsingskader In de woonvisie komen de actuele ontwikkelingen op volkshuisvestelijk gebied aan bod en wordt er beschreven hoe de gemeente Rucphen hiermee om wil gaan. Tevens worden de kaders gesteld voor het woonbeleid van de gemeente. Een actieprogramma waarin een aantal uit te werken sturingsinstrumenten, onderverdeeld naar nieuwbouwprogramma, bestaande woningvoorraad, doelgroepen en overleg en samenwerking maakt eveneens deel uit van de Woonvisie. Fricties tussen vraag en aanbod in de bestaande woningvoorraad kunnen worden ondervangen door selectieve nieuwbouw van woningen die minder goed zijn vertegenwoordigd in de bestaande voorraad. In het nieuwbouwprogramma moeten accenten liggen bij: sociale huurwoningen voor de primaire doelgroep en duurdere huurwoningen (bijvoorbeeld voor senioren en starters) en goedkope koopwoningen voor de groep middeninkomens; differentiatie van het aanbod voor senioren geschikte woningen; het tegemoetkomen aan de vraag van de bovengenoemde groepen van beleid alsmede aan de vraag van derden, bijvoorbeeld door (collectief) particulier opdrachtgeverschap. Beoordeling Ruimte voor ruimtewoningen worden niet meegeteld in de woningbouwprogrammering, contingentering e.d. Dat betekent dat deze woning buiten het gereguleerde woningmarktbeleid om gerealiseerd kan worden.
De toevoeging van één ruimte voor ruimtewoning aan de woningvoorraad heeft dus geen negatieve invloed op het volkshuisvestingsbeleid zoals dat in de woonvisie is vastgelegd. Conclusie Het planvoornemen heeft geen negatieve invloed op het volkshuisvestingsbeleid zoals dat in de woonvisie is vastgelegd. 3.4.5
Visie duurzaamheid 2019-2030
De Visie Duurzaamheid 2019-2030 geeft aan hoe de gemeente Rucphen de komende tijd duurzaamheid vorm wil geven, welke thema’s aandacht krijgen en wie de gemeente daarbij wil betrekken. Vanuit de rijksoverheid wordt de implementatie van duurzaamheid gepromoot. Ook in verband met de Omgevingswet wordt van gemeenten verwacht om duurzaamheid vorm te geven in ruimtelijke plannen en beleid over de fysieke leefomgeving. Rucphen kiest er voor om aandacht te geven aan de volgende thema’s over duurzaamheid: Energie en Klimaat, Groen en Water, Afval en Grondstoffen, Duurzame mobiliteit, Landbouw en Gemeentelijke organisatie. Over deze thema’s staan de volgende ambities verwoord: aansluiten bij de (inter)nationale en regionale ambities op het gebied van Energie en Klimaat: Energieneutraal in 2050 en een CO2 reductie van 49 procent in 2030; aansluiten bij de ambities van het Groen Blauw stimuleringskader en aansluiten bij de ambities van het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie; 75% afvalscheiding en 100 kg restafval per inwoner per jaar in 2020;
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
15
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
-
15 04 2024
verminderen van de CO2 uitstoot van het verkeer met 60% in 2050 en met 30% in 2020; volwaardig meenemen van duurzaamheid bij alle relevante gemeentelijke besluiten.
Het planvoornemen omvat de bouw van een nieuwe woning. Dit brengt tijdens de bouwperiode en daarna verkeersbewegingen met zich mee, waardoor de uitstoot van CO2 waarschijnlijk wordt vergroot, maar in ieder geval niet wordt verkleind. In de visie wordt beperking van de woningbouw echter niet als middel gezien om de beperking van CO2-uitstoot te bewerkstelligen, maar moet de oplossing elders gezocht worden. Daarom is het planvoornemen in beginsel niet strijdig met de Visie Duurzaamheid 2019-2030. 3.4.6
Beleidsnota Ruimte voor ruimte 2020
In de nota Beleidsuitgangspunten Ruimte voor Ruimte van de gemeente Rucphen is op basis van het huidige gemeentelijk beleid de actualisatie van het Ruimte voor Ruimte beleid verder uitgewerkt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de ontwikkelingskaart uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied 1998’ waarin de diverse bebouwingsconcentraties, bebouwingslinten en bebouwingsclusters zijn aangegeven. Hierbij wordt wel rekening gehouden met de ontwikkelingen de laatste jaren en eventuele ontstane bebouwingsconcentraties. Zo is er onderzocht of de bestaande bebouwingsconcentraties, zoals die op de bestemmingsplankaart zijn aangegeven, nog uitgebreid zouden moeten worden (dat blijkt niet het geval). Wel zijn de mogelijkheden binnen de aangegeven bebouwingsconcentraties verruimd. Zo zijn er, onder voorwaarden, meerdere woningen mogelijk op een locatie.
Zo komt de gemeente tot de volgende specifieke voorwaarden voor ruimte voor ruimtewoningen: Kavel · minimaal 30 meter breed; · bebouwing maximaal 20 meter breed; · maximaal 50% bebouwen; · lengte variabel, afstemming op aangrenzende percelen; · minimale oppervlak 1.000 m2; · het is mogelijk meerdere woningen op te richten op een bouwlocatie wanneer per woning voldaan wordt aan alle voorwaarden voor een Ruimte voor Ruimte woning; · indien gebruik gemaakt wordt van (een deel van) een bestaand bouwvlak, dient deze een breedte van minimaal 30 meter te behouden. Situering woning · oriëntatie op de weg; · voorste rooilijn achter die van aangrenzende bebouwing in directe omgeving; · achterste rooilijn niet verder dan die van bebouwing in directe omgeving; · minimaal 5 meter uit de zijdelingse perceelsgrens of erfbeplanting (landschappelijke inpassing). Beplanting · opgaande robuuste beplantingsstrook van minimaal 5 meter breedte op beide zijdelingse en achterste perceelsgrenzen; · streekeigen inheemse beplanting toepassen, maak gebruik van de Stika pakketten voor een diversiteit van invulling van de beplantingsstrook;
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
16
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
·
15 04 2024
aan de voorzijde van het perceel dient een groene afscheiding geplaatst te worden als afscheiding met de openbare ruimte .
Parkeren · volledig op eigen terrein; · hierbij moet voldaan worden aan de ‘Nota parkeernormen Rucphen 2017’ en eventueel daarop volgend beleid met een minimale ruimte voor 2 parkeerplaatsen. Bouwvorm · goothoogte maximaal 5 meter; · kap verplicht; · dakhelling bij hellende dakvlakken minimaal 30° en maximaal 65°; · voorkeur langskap; · nokhoogte maximaal 9 meter; · inhoud maximaal 750 m3, tenzij een kavel groter is dan 1000m2. Dan is een grotere inhoud mogelijk. Per 100m2 extra mag 50m3 extra wordt opgericht tot een maximale inhoud van 1000m3. (Het onderhavige perceel is 3067 m2 groot, hetgeen betekent dat de ruimte voor ruimtewoning een inhoud van 1000 m3 mag hebben). Architectuur · afstemming op directe omgeving; · voorkeur voor baksteen of hout voor gevels; · dak voorkeur gebakken pannen of riet; · geen lichte kleuren en geglazuurde materialen toepassen; · plan dient te voldoen aan regels in het kader van duurzaam bouwen; · natuurinclusief bouwen (in het gebouw zelf nest, rust en/of schuilgelegenheden voor fauna) · materiaalkeuze in overleg met de gemeente. Zichtlijnen Een zichtlijn heeft een minimale breedte van 150 meter binnen bebouwingsconcentraties. Conclusie Het onderhavige bouwvoornemen voldoet aan alle gestelde eisen. De locatie is in het vigerende bestemmingsplan aangegeven als 'Overige zone bebouwingsconcentratie', en voldoet ook op dat punt aan de regelgeving.
3.4.7
Overige beleidsstukken
Overige relevante beleidsstukken zijn: de ‘Nota Parkeernomen Rucphen’, die is behandeld in paragraaf 3.3 en het vigerende bestemmingsplan, dat is behandeld in paragraaf 1.3. Verder zullen hierna de volgende beleidsstukken aan de orde komen: het waterbeleid, het erfgoedbeleid , het archeologiebeleid en het geurbeleid.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
17
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
4
RANDVOORWAARDEN, ONDERZOEK EN VERANTWOORDING
4.1
Inleiding
15 04 2024
Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: ‘bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen’. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Tevens moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van de voorgenomen realisatie van het beoogde planvoornemen heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Met het planvoornemen wordt aangesloten op de al gerealiseerde ruimtelijke en functionele structuur, zoals de ontsluitingsstructuur, groenstructuur en de waterhuishouding. In hoofdstuk Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. zijn deze in hun samenhang toegelicht. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. Eventuele onderzoeksrapporten zijn als (separate) bijlagen gevoegd bij dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens worden behandeld: bodem; waterhuishouding; natuur; cultuurhistorie; archeologie; flora en fauna; akoestiek; bedrijven en milieuhinder; externe veiligheid; luchtkwaliteit; kabels en leidingen. Vervolgens wordt ingegaan op de toetsing aan het Besluit me.r.
4.2
Bodem
Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
18
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
15 04 2024
verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Onderzoek Gelet op de functiewijziging naar wonen moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem geschikt is voor de beoogde functie en moet worden nagegaan of er sprake is van gevallen van ernstige verontreiniging waarvoor saneringsmaatregelen moeten worden getroffen. Vanuit dat oogpunt is voor het projectgebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (bijlage 1) In de rapportage betreffende het ingestelde bodemonderzoek1 wordt het volgende gesteld: “Doel van het onderzoek is het verkrijgen van een inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de voorgenomen bouwplannen ter plaatse. Het veldwerk is uitgevoerd in januari en april 2019. Bij de uitgevoerde grondboringen en het graven van de gaten zijn op basis van zintuiglijke beoordeling geen relevante bijzonderheden en/of afwijkingen aangetroffen. Wet bodembescherming Geconcludeerd kan worden dat zowel de bovengrond als de ondergrond niet verontreinigd is. Geconcludeerd kan worden dat in de grond ter hoogte van de druppellijnen asbest is aangetroffen in een maximale gewogen concentratie van 14,3 mg/kg d.s. De berekende asbestconcentratie blijkt echter onder de norm voor nader onderzoek (= 50 mg/kg d.s.).
Het grondwater is niet onderzocht, omdat het grondwater zich dieper dan 5 m-mv bevindt. Besluit bodemkwaliteit Geconcludeerd kan worden dat zowel de bovengrond als de ondergrond voldoet aan de eisen voor achtergrondwaarde grond. Voor een formeel oordeel van de toepassingsmogelijkheden van de vrijkomende grond (hergebruik) dient voldaan te worden aan hetgeen wat beschreven staat in de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit (aanwezigheid bodemfunctiekaart en/of AP04 onderzoek). Vooralsnog dienen voor de overtollige grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, de eisen van het binnen de gemeente van toepassing zijnde beleid in acht genomen te worden. Toetsing hypothese Gezien de verkregen resultaten van het verkennend bodemonderzoek dient de gestelde hypothese "verdachte locatie" formeel gezien verworpen te worden. Ondanks dat ter plaatse van de druppellijnen asbest is aangetroffen, geeft het gehalte geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Algemeen Op basis van het historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond en de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek kan gesteld worden dat binnen de huidige functieklasse vooralsnog geen gebruiksbeperkingen hoeven te worden gesteld aan de onderzoekslocatie. Advies De resultaten van het onderzoek vormen geen belemmering de voorgenomen bouwplannen ter plaatse te realiseren.
Geadviseerd wordt de resultaten van het onderzoek bij de aanvraag om omgevingsvergunning te voegen.”
11
Wematech Bovem Adviseurs: Verkennend bodemonderzoek Achtmaalsebaan ong., Schijf.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
19
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
15 04 2024
Conclusie Uit het ingestelde bodemonderzoek kan geconcludeerd worden dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de realisering van het onderhavige plan.
4.3 Water Toetsingskader Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. Bij het tot stand komen van deze paragraaf is overleg gevoerd met de waterbeheerder. Waterschapsbeleid Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio.
Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater'.
Waterbeheerplan Grenzeloos verbindend 2016-2021 In het waterbeheerplan 2016-2021 heeft het Waterschap Brabantse Delta de doelen en maatregelen voor de periode van 2016 tot en met 2021 geformuleerd. Ook beschrijft het waterschap hoe wordt ingespeeld op de veranderende omstandigheden, zoals het klimaat. In vijf jaar tijd kan er veel veranderen. Daarom controleert het waterschap tijdens de planperiode regelmatig of doelen
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
20
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
15 04 2024
en maatregelen nog steeds goed gekozen zijn of dat aanpassing nodig is. Het Waterbeheerplan geeft de basis voor dit continue proces van plannen. Het Waterbeheerplan beschrijft de hoofdlijnen van het beheer van water- en zuiveringssysteem voor de periode 2016-2021. Het is een inhoudelijk vernieuwend plan, dat in dialoog met partners is opgesteld. In de uitvoering van ons werk wordt rekening gehouden met de toekomst: klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging. Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot nieuwe accenten: ● ● ● ● ●
● ●
het nationale Deltaprogramma voor waterveiligheid en de versterking van de dijken langs de Rijkswateren en de regionale rivieren; het optimaliseren van de zoetwatervoorziening met het oog op de toenemende droogte; inzet op bewustwording van watergebruikers zodat hun inzicht groeit over wat ze zelf aan waterbeheer kunnen bijdragen; helderheid over zowel beperkingen als mogelijkheden voor de gebruiksfuncties van het watersysteem; het verbeteren van de waterkwaliteit in een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie (combineren van verbeteren van de waterstanden, onderhouden van sloten en treffen van inrichtingsmaatregelen); afvalstoffen steeds meer inzetten als waardevolle grondstoffen zoals terugwinning van fosfaat en productie van bioplastic uit afvalwater een duurzame energiewinning;
Beleid provincie Noord-Brabant en Waterschap Brabantse Delta Op regionaal niveau is de provincie verantwoordelijk voor het beleidsveld water. Vigerend is het Provinciale Waterplan 2016-2021 (PWP). Het PWP is de structuurvisie voor het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat de verplichte onderdelen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water. Behalve dat het PWP de uitgangspunten aangeeft voor het waterbeleid van waterschappen en gemeenten, toetst de provincie aan de hand van dit plan ook of de plannen van de waterschappen passen in het provinciale beleid. Als algemene uitgangspunten zijn onder andere te noemen de scheiding van relatief schone en vuile waterstromen en het benutten van mogelijkheden voor infiltratie en/of conservering van hemelwater. Voor het beheer van het oppervlaktewater is in onderhavig plangebied het Waterschap Brabantse Delta verantwoordelijk. Uniformering Keuren De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de Noord-Brabantse Waterschapsbond besloten om de Keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde Keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend.
De nieuwe uniforme Keuren zijn gezamenlijk in werking getreden op 1 maart 2015. In de nieuwe Keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning hemelwater door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: a. het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; b. de toename van verhard oppervlak maximaal 2.000 m² is, of; c. de toename van verhard oppervlak bestaat uit een sedum dak.
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
21
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
15 04 2024
de toename van verhard oppervlak tussen de 2.000 m2 en 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel: Benodigde retentiecapaciteit ( in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x Gevoeligheidsfactor x 0,06. De norm voor de retentie bedraagt 600 m3/hectare).
d.
Waterplan Rucphen, 2007 De gemeente Rucphen heeft samen met het Waterschap Brabantse Delta, de provincie Noord-Brabant en Brabant Water het Waterplan opgesteld ten behoeve van het op orde brengen en houden van het watersysteem in de gemeente Rucphen. De wateropgave tot 2050 voor de gemeente is divers. Het varieert van het bestrijden van wateroverlast in de kernen tot het werken aan een betere waterkwaliteit en ecologie. Onderzoek Gebiedsbeschrijving De locatie is gelegen ten zuidwesten van de kern Schijf. De locatie is als agrarisch perceel in gebruik. De locatie is gelegen op de zandgronden aan de rand van het Brabantse zand (fluvioperiglaciaal zand, Formatie van Kedichem). Daarop zijn dekzanden afgezet (formatie van Twente, dunner dan 2 m) (gegevens ontleend aan de Geologische kaart van Nederland, Haarlem, 1980). De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Hoewel voor zover bekend in de directe omgeving geen particuliere grondwateronttrekking plaatsvindt, is gezien de landelijke omgeving een particuliere onttrekking van grondwater niet uit te sluiten. Gegevens hieromtrent zijn echter niet beschikbaar.
Figuur 9 - Leggerkaart Waterschap Brabantse Delta; aan de noordrand van het perceel is een waterloop gelegen, maar deze is niet van overwegend belang voor de waterhuishouding.
Bodem en grondwater Volgens de Bodemkaart (Stiboka: Bodemkaart van Nederland, blad 49 Oost, 1982) bestaat de bodem ter plaatse uit veldpodzolgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand. Deze gronden hebben een dunne humeuze bovenlaag. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is Grondwatertrap VI aanwezig. Daar ligt de gemiddelde hoogste grondwaterstand 40-80 cm onder maaiveld, de gemiddelde
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
22
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
15 04 2024
laagste grondwaterstand meer dan 120 cm onder maaiveld. Er zijn in de bestaande situatie geen gevallen van wateroverlast bekend. Oppervlaktewater Blijkens de leggerkaart is er aan de noordzijde van het bouwperceel, op de grens met het buurperceel een waterloop gelegen, die aansluit op de bermsloot van de Achtmaalsebaan. Er is geen onderhoudsplicht opgenomen. Geplande veranderingen Het beoogde plan voorziet in de bouw van een ruimte voor ruimtewoning op een voorheen onbebouwd perceel. De locatie is thans geheel onverhard. De bouw van de nieuwe woning gaat gepaard met enige vergroting van het verhard oppervlak. Deze ruimte voor ruimtewoning dient ter compensatie van eerder elders afgebroken agrarische bedrijfsruimte. Per saldo neemt de bebouwde oppervlakte op Brabantse schaal daardoor af. Tabel 1 – verharding plangebied Oppervlakte (m2)
Woning
bestaand -
Oppervlakte (m2)
nieuw +
Bijgebouw (max.)
250 100
Overige terreinverharding (toeritten, paden, parkeervoorzieningen), schatting
150
Hoofdgebouw (woning) (max.)
500
Totaal Toename/afname
2
500 m
Uit de tabel blijkt, dat de totale verharde oppervlakte in het plangebied in de toekomst zal toenemen tot 500 m2. In het bestemmingsplan is geen maximale oppervlakte voor de woning opgenomen, wel de maximale inhoud (750 m3 na ontheffing 1000 m3). Daarbij hoort een oppervlakte van 250 m2 of minder. Van de bijgebouwen is wel een maximale oppervlaktemaat vastgelegd: 100 m2. Gezien de omvang van de verharding (500 m2 is minder dan de grenswaarde 2000 m2) zijn geen extra voorzieningen vereist. Huishoudelijk afvalwater (vuil water) Het huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd middels de bestaande aansluiting op de aanwezige riolering in de Achtmaalsebaan, overeenkomstig de voorwaarden van en in overleg met de rioolbeheerder. Watertoets Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde Watertoets verplicht. Dat wil zeggen dat in elk ruimtelijk plan (dus ook in een bestemmingsplan) gemotiveerd moet worden aangegeven hoe met het water in het gebied wordt omgegaan en wat de ruimtelijke veranderingen voor het water betekenen. In het voorafgaande is al aangegeven dat de beoogde planherziening een verandering op watergebied inhoudt en op welke wijze dit gepland is. Het overleg met de waterbeheerder(s) is onderdeel van deze watertoets. De watertoets wordt uitgevoerd tijdens het overleg met het waterschap.
4.4
Cultuurhistorie
Toetsingskader In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om
PROJECTBUREAU RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
23
NL.IMRO.0840.9000B0043-ON01 08042-bptoe-achtmaalsebaan-naast-26-schijf-v4-3
15 04 2024
breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Beleid provincie In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, ruimtelijke plannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven. De Cultuurhistorische waardenkaart is al vanaf 2002 een belangrijke pijler van het provinciale beleid voor behoud, herstel en ontwikkeling van ruimtelijk erfgoed en versterking van de regionale identiteit. In de Cultuurhistorische waardenkaart 2010 (CHW 2010) benoemt de provincie haar provinciaal cultuurhistorisch belang en geeft ze informatie over cultuurhistorische waarden van bovenlokaal belang. De CHW 2010 is opgebouwd uit meerdere groepen kaartlagen. Deze kaartlagen zijn een uitwerking van het provinciaal cultuurhistorisch belang zoals verwoord in de Structuurvisie RO en de Verordening ruimte. Het plangebied wordt niet aangemerkt als een gebied met cultuurhistorische waarden van provinciaal niveau.
Beleid gemeente De provincie Noord-Brabant gaat ervan uit dat de informatie afkomstig uit de kaartlaag ‘overige cultuurhistorische waarden: informatie van CHW 2006’ op gemeentelijk niveau wordt geactualiseerd. De Cultuurhistoriekaart van de gemeente Rucphen biedt een overzicht van de aanwezige cultuurhistorische aspecten, structuren en gebieden in de gemeente Rucphen. Op de gemeentelijke cultuurhistoriekaart is onder andere de locatie van bouwkunst binnen de gemeente weergegeven. Eveneens is op de cultuurhistoriekaart de karakteristieke bebouwing van de diverse kernen in kaart gebracht. Beoordeling Ondergrond Kenmerkend voor het landschap rondom de kern Schijf is de ligging op relatief arme dekzanden. In het verleden waren deze zanden op diverse plaatsen bedekt met veengronden. Het veen is sinds de middeleeuwen geleidelijk afgegraven en de onderliggende zandgronden werden in gebruik genomen als landbouwgrond. De veld- en laarpodzolgronden die in deze omgeving liggen2, zijn in het algemeen ontstaan na het afgraven van de veenlagen. Ontwikkeling van het gebied Schijf is ontstaan door de turfwinning gedurende de middeleeuwen. De veenlagen werden afgegraven en er bleven arme zandgronden over. Op sommige plaatsen was de turflaag dikker en bleef er na de turfwinning een gat over dat volliep met water. De Oude Zoek was zo'n gat.
Dit gat was ontstaan tijdens de IJstijd, toen grondwater bevroor en ijsheuvels vormde (zg. pingo's). Na de IJstijd smolt het ijs en bleef er een gat met een hogere rand van aarde over (een zg. pingo-ruïne). Dit gat vulde zich met grondwater en groeide als snel dicht met waterplanten, waaruit veen ontstond. Dit veen werd in de middeleeuwen afgegraven, waardoor het gat weer tevoorschijn kwam. Op oude kaarten is de Oude Zoek dan ook herkenbaar als een meer. Dit werd rond het begin van de twintigste eeuw drooggelegd en in gebruik genomen als landbouwgrond. 2