12 BWB Zienswijze 1e begrotingswijziging BWB 2023 gemeente Rucphen
Tekst van het document
1e Bestuursrapportage 2023
Pagina 23
Verschillen 1e bestuursrapportage ten opzichte van de primaire begroting 2023 In de verdere toelichting is inzicht gegeven op de belangrijkste verschillen tussen de primaire begroting 2023 en de eerste bestuursrapportage 2023. In de toelichting wordt alleen ingegaan op wijzigingen van meer dan 0,5% ten aanzien van de gehele begroting. Dit betreft in absolute getallen alleen wijzigingen groter dan € 100.000. Kleinere wijzigingen worden weergegeven onder ‘overige kleine verschillen’.
Wijzigingen (> € 100.000) Loonkosten (€ 1.110.000 N) De salarislasten exclusief garantiesalarissen, gratificaties en dergelijke worden verhoogd met € 1.110.000 over de verschillende programma’s. Dit totaalbeeld is als volgt opgebouwd: 1. Toetreding Loon op Zand (€ 197.000 N) In de begroting was nog geen rekening gehouden met de deelname van Loon op Zand. Het gevolg van de deelname is dat er 2,5 fte extra benodigd is ter waarde van € 197.000, waarvan € 82.000 betrekking heeft op het programma waarderen en € 115.000 op het programma heffen. 2. Formatiestijging (€ 271.000 N) Per 2023 wordt de formatie verhoogd met 5,3 fte naar 143,3 fte. Dit geeft een stijging van € 441.000. Deze stijging vindt met name plaats binnen de programma’s overhead en heffen. We zien enerzijds dat de arbeidsproductiviteit daalt als gevolg van de verruiming van het bijzonder verlof in de CAO. De formatie op overhead is aangepast als gevolg van de extra behoefte aan ondersteuning (de overhead is de voorbij jaren niet aangepast aan de formatie in de productieteams) en extra taken op het gebied van informatiebeveiliging. Verder is de formatie afgestemd op de productie. Door het later opvullen van de benodigde formatieruimte wordt echter een voordeel genomen van € 170.000. 3. Indexatie cao-akkoord (642.000 N) In de primaire begroting 2023 is rekening gehouden met een indexatie van 2,6%.
Op basis van het cao-akkoord 2023 wordt er rekening gehouden met een salarisstijging van € 240 per fte en 2% indexatie. Dit levert een extra last op van € 642.000. Proceskosten waardebezwaren (€ 768.000 N) De prognose van de proceskostenvergoeding waardebezwaren wordt bijgesteld van € 700.000 naar € 1.468.000. Deze wijziging bestaat voor € 300.000 uit de eerder geschetste uitspraak van de Hoge Raad. Daarnaast is € 468.000 toegevoegd voor de productietoename van 14.000 naar 21.000 waardebezwaren en de toetreding van Loon op Zand. Kantoorkosten (€ 139.000 N) De raming van de post kantoorkosten is verhoogd met € 139.000. Deze stijging is met name het gevolg van de aanbesteding print- en portokosten (en verwerking correspondentie via ‘Mijn overheid’)
1e Bestuursrapportage 2023
Pagina 24
welke resulteert in een nadeel van € 125.000. De aanbesteding is doorlopen in 2022 en het contract is ingegaan per 1 januari 2023. Deze resultaten van de aanbesteding waren niet beschikbaar bij het opstellen van de begroting 2023. Het toetreden van Loon op Zand en de verwachte tariefstijging zoals beschreven in de kadernota zorgen voor de overige wijziging van € 14.000. Bedrijfsvoering (€ 123.000 N) De raming van de post bedrijfsvoering is verhoogd met € 123.000. Dit is met name het gevolg van het introduceren van het onderzoeks- en ontwikkelingsbudget (R&D), ter waarde van € 110.000. Dit budget is bedoeld om processen te verbeteren en vernieuwen. Deze inspanningen moeten ertoe leiden dat kostenstijgingen worden voorkomen. Daarnaast zijn nog enkele andere budgetten gewijzigd, wat resulteert in een nadeel van € 13.000. Renteopbrengsten (€ 240.000 V) De renteopbrengsten (treasurybaten) zijn de verwachte opbrengsten in 2024 over het saldo van de schatkistbankierenrekening. Er is een voorzichtige inschatting gemaakt op basis van een gemiddeld rentepercentage van 2,5%, dit resulteert in € 240.000, rentebaten in 2023.
Overige kleinere verschillen (< € 100.000) Diverse kleinere verschillen op de lasten per saldo € 177.000.
1e Bestuursrapportage 2023
Pagina 25
5.3
Aandachtspunten waarmee (financieel) nog geen rekening is gehouden.
Naast de huidige cijfers zijn er echter nog enkele aandachtspunten c.q. risicofactoren waarvoor in deze 1e bestuursrapportage nog geen financiële vertaling plaatsvindt. KinderOpvangToeslagAffaire (KOTA) De afspraken over de compensatie van de kosten die gemeenten in het kader van de hersteloperatie maken, zijn opgenomen in zogenaamde specifieke uitkeringen. Deze zijn vorm gegeven in ministeriële regelingen, deze regelingen zijn gepubliceerd. In deze bestuursrapportage is nog geen rekening gehouden met de kwijtgescholden (waterschaps)belastingen en compensatie van uitvoeringskosten. Functiewaardering Op het moment van opstellen is de functiewaardering omtrent de WOZ-taxateur afgerond en de coördinerende C nog niet afgerond. Deze wijziging in functiewaardering brengt mogelijk een formatiewijziging met zich mee en daarbij ook wijziging van de salarisbudgetten. Gezien de status van de waardering is besloten deze nog niet te verwerken. De verwachting is dat de financiële effecten worden verwerkt in de tweede bestuursrapportage. Uitvoeringskosten afhandeling waardebezwaren Het aantal verwachte waardebezwaren is vastgesteld op 21.000. De personele bezetting is echter verwerkt op basis van 14.000 waardebezwaren welke primair werd begroot inclusief Loon op Zand. De extra personele inzet kan echter niet tot nauwelijks geworven worden.
Daarom is besloten deze uitbreiding van personele inzet niet te verwerken in de eerste bestuursrapportage. Dit in combinatie met een mogelijk voordelig resultaat binnen de personele budgetten. Ziekteverzuim Het gemiddelde ziekteverzuim bedraagt in de eerste vier maanden 10,4%. Het primair vastgestelde inhuurbudget is echter gebaseerd op een gemiddeld ziekteverzuimpercentage van 5,0%. Dit hogere verzuimpercentage wordt in de eerste bestuursrapportage echter niet verwerkt binnen het inhuurbudget. Dit in combinatie met een mogelijk voordelig resultaat binnen de personele budgetten.
1e Bestuursrapportage 2023
Pagina 26
5.4
Deelnemersbijdrage
Zoals in paragraaf 4.1 is aangegeven stijgt de deelnemersbijdrage met een bedrag van € 2.062.000. De effecten hiervan voor de individuele deelnemers zijn in onderstaande tabel weergegeven. Herziene bijdrage 2023 De deelnemersbijdrage wijziging is hieronder weergegeven. De eerste kolom bevat de oorspronkelijke bijdrage uit de primaire begroting. De tweede kolom bevat de herziene bijdrage inclusief de begrotingswijziging. In kolom drie wordt de wijzig per deelnemer in bedrag en percentage getoond.
Bijstelling
Oorspronkelijke bijdrage incl. BTW
Herziene bijdrage incl. BTW
Bergen op Zoom
1.669.800
1.774.000
104.200 N
6,2%
Breda
4.019.100
3.977.000
42.100 V
-1,0%
Dongen
526.300
603.000
76.700 N
14,6%
Etten-Leur
904.100
983.000
78.900 N
8,7%
Halderberge
650.000
718.000
68.000 N
10,5%
Loon op Zand
-
662.000
662.000 N
-
Moerdijk
1.009.900
1.186.000
176.100 N
17,4%
Oosterhout
1.266.700
1.469.000
202.300 N
16,0%
Roosendaal
1.823.400
2.020.000
196.600 N
10,8%
Rucphen
427.500
484.000
56.500 N
13,2%
Woensdrecht
539.700
567.000
27.300 N
5,1%
Zundert
536.200
693.000
156.800 N
29,2%
Brabantse Delta
4.498.300
4.797.000
298.700 N
6,6%
Totaal deelnemers
17.871.000
19.933.000
2.062.000 N
11,5%
Deelnemers
Bedrag
%
NB: De verschillen in de deelnemersbijdragen ten opzichte van 2023 zijn weergegeven met een N (nadeel) of een V (voordeel). Dit nadeel c.q. voordeel moet gelezen worden vanuit het perspectief van de deelnemer. Een hogere bijdrage betekent uiteraard voor de BWB een voordeel.
1e Bestuursrapportage 2023
Pagina 27
Specificatie deelnemersbijdrage 2023 Deelnemers
Primaire begroting 2023
Mutatie A
Mutatie B
Mutatie C
Begroting na wijziging
Bergen op Zoom
1.669.800
-29.800
-43.000
177.000
1.774.000
Breda
4.019.100
-392.100
-83.000
433.000
3.977.000
Dongen
526.300
30.700
-15.000
61.000
603.000
Etten-Leur
904.100
14.900
-23.000
87.000
983.000
Halderberge
650.000
16.000
-17.000
69.000
718.000
Loon op Zand
-
-
584.000
78.000
662.000
Moerdijk
1.009.900
95.100
-20.000
101.000
1.186.000
Oosterhout
1.266.700
92.300
-38.000
148.000
1.469.000
Roosendaal
1.823.400
53.600
-44.000
187.000
2.020.000
Rucphen
427.500
23.500
-12.000
45.000
484.000
Woensdrecht
539.700
-12.700
-15.000
55.000
567.000
Zundert
536.200
97.800
-19.000
78.000
693.000
Brabantse Delta
4.498.300
10.700
4.000
284.000
4.797.000
Totaal deelnemers
17.871.000
-
259.000
1.803.000
19.933.000
De wijziging van de deelnemersbijdrage bestaat uit drie componenten. Deze componenten zijn hierboven één voor één in beeld gebracht. Dit resulteert in een totale deelnemersbijdrage van € 19.933.000. De componenten zijn als volgt: A. De eerste mutatie bestaat uit de productiewijzigingen in de kostenverdeelstaat. Op basis van de totale bijdrage in de primaire begroting 2023 is een nieuwe doorrekening gemaakt met de begrote productiekwantiteiten en personeelsinzet per 2023. Dit zorgt voor een interne verschuiving van bijdrage. B. De tweede mutatie bestaat uit de deelname van Loon op Zand. De toetreding zorgt voor een bijdrage van € 584.000 voor Loon op Zand en een besparing van € 325.000 voor de overige deelnemers dankzij een herverdeling binnen de overheadlasten. C. De derde mutatie bestaat uit de indexatiecorrectie 2023 vanuit de kadernota 2024-2027. De bijdragewijziging van € 1.803.000 bestaat voor een deel uit het cao-akkoord 2023, griffie en proceskosten waardebezwaren, 7% personeelslasten stijging en 9,9% materiële indexatie.
1e Bestuursrapportage 2023
Pagina 28
Analyse verschillen per deelnemer De mutaties van de deelnemersbijdragen laten onderling grote verschillen zien. Zoals ook te zien in de voorgaande tabel, ontstaat dit effect vooral door de productiewijziging ten opzichte van de primaire begroting (mutatie A). De overige componenten hebben over alle deelnemers ongeveer hetzelfde procentuele effect. Hieronder wordt de procentuele afwijking van de bijdrage uit mutatie A weergegeven: Bergen op Zoom
1,8%
Oosterhout
-7,3%
Breda
9,8%
Roosendaal
-3,0%
Dongen
-5,9%
Rucphen
-5,4%
Etten-Leur
-1,7%
Woensdrecht
2,4%
Halderberge
-2,5%
Zundert
-18,3%
Moerdijk
-9,4%
Brabantse Delta
-0,2%
De wijziging van de deelnemersbijdrage onderling vindt voornamelijk zijn oorsprong binnen de verwachte ingediende waardebezwaren. De overige productie-aantallen zorgen voor kleinere onderlinge effecten. De forse stijging van de bijdrage van de diverse gemeente is hieronder verklaard aan de hand van de verwachte productie waardebezwaren. De gemeente met procentueel het hoogste verschil zoals Zundert en Moerdijk krijgen te maken met de hoogste procentuele bijdrage stijging. Deelnemers met een lage stijging zoals Breda krijgt te maken met een daling van de bijdrage door het dalende producttarief aangezien de extra uitvoeringskosten niet zijn verwerkt. Productie
Productie na
begroot 2023*
wijziging 2023*
Bergen op Zoom
1.670
Breda
Gemeente
Verschil
Verschil %
2.360
690
29%
5.580
6.440
860
13%
Dongen
490
840
350
42%
Etten-Leur
710
910
200
22%
Halderberge
560
850
290
34%
Loon op Zand
-
1.230
1.230
-
Moerdijk
780
1.680
900
54%
Oosterhout
1.080
1.950
870
45%
Roosendaal
1.450
2.340
890
38%
Rucphen
300
520
220
42%
Woensdrecht
530
680
150
22%
Zundert
530
1.200
670
56%
Totaal
13.680
21.000
7.320
35%
*Dit zijn de verwachte aantallen WOZ-bezwaren per deelnemer over 2023.
1e Bestuursrapportage 2023
Pagina 29
BIJLAGEN Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2023 en volgende jaren Risico
Toelichting
I(ncidenteel) S(tructureel)
Financiële omvang
Kans
Berekend risico
I
Verschil ‘midden’ en ‘hoog’
25%
€ 35.000
I/S
€ 100.000
30 %
€ 30.000
S
€ 200.000
75 %
€ 150.000
S
€ 50.000
30 %
€ 15.000
S
€ 750.000
7,5%
€ 75.000
Risico’s primaire proces Het budgettaire effect van de stijging van het aantal WOZbezwaren is in kaart gebracht met 3 scenario’s Hogere dan geraamde (hoog/midden/laag). De lasten voor begroting 2023 wordt proceskostenvergoeding aangepast op basis van het scenario ‘midden’. Er is een kans dat dit niet toereikend zal zijn. Voor het juist en volledig opleggen is het beschikken over tijdige en juiste informatie Niet tijdige en/of onjuiste een basisvoorwaarde. Onjuiste informatie data-aanlevering en koppelingen zorgen voor een risico voor het juist op kunnen leggen van aanslagen. Risico’s m.b.t. bedrijfsvoering De economie zorgt voor een krapte op de arbeidsmarkt. Invullen vacatures Hierdoor is het moeilijker en vergt het meer tijd om cruciale functies ingevuld te krijgen. Veranderende werkzaamheden binnen de BWB -door zowel interne als Flexibiliteit externe ontwikkelingenpersoneelsbestand zorgen voor andersoortige functies dan wel voor een flexibele invulling hiervan in de toekomst. Risico’s m.b.t. automatisering De uitvoering van de AVG is voor een data gestuurde organisatie als de BWB extra Aansprakelijkheid i.v.m. risicogevoelig. Ondanks AVG getroffen maatregelen blijft het risico van bijvoorbeeld een datalek aanwezig. Totaal benodigde weerstandscapaciteit
1e Bestuursrapportage 2023
Pagina 30
€ 305.000