11b2 motivering TAM-IMRO 2026-04-22 1
Tekst van het document
Motivering
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” Planstatus: Datum: Plan identificatie:
vaststelling 22-04-2026 NL.IMRO.0840.7001V0010-DEF1
Colofon
Titel:
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen”
Projectnummer:
251190
Datum:
22 april 2026
Status:
Vaststelling
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 2 van 51
Motivering TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 3 van 51
Inhoudsopgave Samenvatting 5 Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................................. 6 1.1 Inleiding en aanduiding projectgebied .................................................................................................. 6 1.2 Risicoanalyse nadeelcompensatie ......................................................................................................... 8 1.3 Leeswijzer .............................................................................................................................................. 8 Hoofdstuk 2 Huidige situatie en nieuwe situatie ........................................................................................ 9 2.1 Beschrijving huidige situatie .................................................................................................................. 9 2.2 Beschrijving nieuwe situatie ................................................................................................................ 12 Hoofdstuk 3 Toetsing aan beleid .............................................................................................................. 13 3.1 Algemeen .............................................................................................................................................
13 3.2 Rijksbeleid ............................................................................................................................................ 13 3.3 Provinciaal beleid ................................................................................................................................ 15 3.4 Regionaal beleid .................................................................................................................................. 19 3.5 Gemeentelijk beleid............................................................................................................................. 20 Hoofdstuk 4 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu ............................................................................. 27 4.1 Archeologie, cultuurhistorie en erfgoed .............................................................................................. 27 4.2 Wegverkeerslawaai ............................................................................................................................. 30 4.3 Activiteiten en milieuzonering ............................................................................................................. 30 4.4 Geur .....................................................................................................................................................
33 4.5 Gezondheid en veehouderijen ............................................................................................................ 36 4.6 Bodemkwaliteit.................................................................................................................................... 37 4.7 Luchtkwaliteit ...................................................................................................................................... 38 4.8 Spuitzones ........................................................................................................................................... 38 4.9 Trillingen .............................................................................................................................................. 39 4.10 Water en watersystemen .................................................................................................................... 39 4.11 Omgevingsveiligheid ............................................................................................................................ 42 4.12 Ecologie ............................................................................................................................................... 44 4.13 Milieueffectrapportage .......................................................................................................................
45 4.14 Gezondheid .......................................................................................................................................... 46 Hoofdstuk 5
Participatie ........................................................................................................................... 47
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid ................................................................................................................... 48 6.1 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................................. 48 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...................................................................................................... 49 Hoofdstuk 7
Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties ................................................. 51
Afzonderlijke bijlagen: 1. 2.
Nader bodemonderzoek, Geofoxx, 6 juni 2024, 20230190_a1RAP Omgevingsdialoog
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 4 van 51
Samenvatting Voorliggende motivering betreft het juridisch-planologisch vastleggen van de bestaande woonwagenlocatie aan de Helakkerstraat 22-48 te Rucphen. Op de locatie zijn sinds begin jaren ’80 vergunde woonwagens aanwezig. In totaal gaat het om 14 standplaatsen, waarvan er momenteel 9 in gebruik en voorzien van een woonwagen. In het tijdelijk omgevingsplan heeft de locatie momenteel een bedrijfsbestemming, waardoor het bestaande gebruik niet planologisch is verankerd. Met dit TAM-omgevingsplan wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Wonen’ met een specifieke aanduiding voor ‘Woonwagenstandplaats’ en een maatvoering die aansluit bij de bestaande situatie. Het initiatief sluit aan bij nationale en internationale ontwikkelingen waarbij woonwagens erkend zijn als volwaardige woonvorm. De gemeente heeft eerder besloten af te zien van ontmanteling van de locatie en kiest nu voor formalisering van het gebruik. Dit gebeurt binnen de bestaande ruimtelijke en fysieke situatie: er vindt geen uitbreiding of functieverandering plaats, waardoor het initiatief als zorgvuldig ruimtegebruik kan worden aangemerkt. Uit de voorafgaande uitgevoerde risicoanalyse blijkt dat er geen sprake is van een risico op nadeelcompensatie voor omliggende bedrijven. Milieukundige aspecten, zoals geluid, geur, bodemkwaliteit en verkeersdruk, blijven ongewijzigd.
Ook is de ontwikkeling in lijn met het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Binnen de gemeentelijke beleidskaders draagt het plan bij aan het bevorderen van inclusiviteit, rechtszekerheid en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.’ Met dit plan wordt de woonwagenlocatie op een zorgvuldige wijze planologisch-bestuurlijk geborgd, passend binnen de uitgangspunten van de Omgevingswet en het streven naar een leefbare, inclusieve en toekomstbestendige woonomgeving.
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 5 van 51
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Inleiding en aanduiding projectgebied
Bedrijventerrein Nijverhei is gelegen tussen de kernen Rucphen, St. Willebrord en Sprundel. Het bedrijventerrein heeft een omvang van circa 50 ha. Het terrein is sinds de begin jaren ‘60 gegroeid vanuit de eerste vestiging van bedrijven langs de Sprundelseweg/Rucphensebaan. Op het bedrijventerrein is een woonwagenlocatie aanwezig ter plaatse van de Helakkerstraat 22-48. In de huidige situatie zijn er 14 woonwagenstandplaatsen aanwezig, waarvan er 9 bezet zijn met woonwagens en 5 standplaatsen leeg staan. In het verleden zijn er voor deze woonwagens bouwvergunningen verleend d.d. 25 januari 1981, 12 december 1984 en 16 april 1993. Voorheen kende de locatie het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Nijverhei’, dat op 29 april 1997 door de gemeenteraad van Rucphen is vastgesteld. Ter plaatse van de woonwagenstandplaatsen vigeerde de bestemming ‘Woonwagenstandplaatsen’. Burgemeester en wethouders hebben in 2004 besloten de woonwagenlocatie Helakkerstraat te ontmantelen, omdat objectief gezien de locatie niet meer voldeed aan de eisen van de tijd. Vervolgens heeft het toenmalige gemeentebestuur de bestemming gewijzigd en vervat in het huidige vigerende bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Nijverhei 2009’. De locatie heeft op dit moment in het tijdelijk omgevingsplan de enkelbestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.1’ en een ‘maximum bouwhoogte 12 m’.
Vanaf 2014/2015 zijn er een tweetal belangrijke nationale ontwikkelingen geweest met betrekking tot de woonwagenlocaties. Allereerst is in artikel 1 van de Woningwet behalve de woning ook de standplaats en woonwagen als een erkende woonvorm opgenomen. Verder heeft het College voor de Rechten van de Mens in diverse geschillen bepaald, dat gemeenten discrimineren, als zij een zogenaamd "Uitsterfbeleid" hanteren. De gemeenteraad heeft mede naar aanleiding van bovengenoemde ontwikkelingen op 9 november 2018 een motie aangenomen. In deze motie is het college opgedragen om met voorstellen te komen over de toekomst van de woonwagenlocatie aan de Helakkerstraat. Op 26 februari 2019 heeft het college op basis hiervan besloten om af te zien van de ontmanteling van de woonwagen-locatie. De gemeente heeft op basis daarvan het voornemen om het omgevingsplan, waarvan het bestemmingsplan Bedrijventerrein Nijverhei 2009 onderdeel uitmaakt, te herzien. Daarbij wordt de enkelbestemming ‘Bedrijf’ omgezet naar ‘Wonen’ met een aanduiding voor ‘Woonwagenstandplaats’. Daarnaast wordt er een aanduiding beoogd van maximaal 14 wooneenheden, zoals nu in de huidige situatie aanwezig op de planlocatie. Ook wordt er een maatvoering beoogd van een maximale goothoogte van 3 meter, en een maximum bouwhoogte van 7 meter.
Voorafgaand aan de planuitwerking is een risicoanalyse nadeelcompensatie uitgevoerd om globaal te beoordelen of omliggende bedrijven mogelijk in hun ontwikkelingsruimte worden beperkt, bijvoorbeeld op het gebied van geluid, geur of stof. Uit de beoordeling volgt dat het risico op nadeelcompensatie als nihil wordt ingeschat. De bestaande legale en feitelijke situatie is daarbij maatgevend: op de locatie zijn al sinds lange tijd woonwagens toegestaan en aanwezig, waardoor de milieuruimte van omliggende bedrijven in de huidige situatie al is bepaald. Met het omgevingsplan verandert er feitelijk niets aan deze situatie; het betreft uitsluitend een bestemmingswijziging. Hierdoor blijven ook hindercontouren en aanwendingsmogelijkheden van omliggende bedrijven ongewijzigd. Het nadeelcompensatierisico wordt daarom als verwaarloosbaar beschouwd. Het perceel is kadastraal bekend onder de gemeente Rucphen, sectie D, nummers 6627, 8445, 8446, 8447, 8448, 8451, en voor een gedeelte 8578. In figuur 1 is een luchtfoto met begrenzing van de planlocatie opgenomen.
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 6 van 51
Figuur 1: Luchtfoto planlocatie Helakkerstraat 22-48 te Rucphen
Ter plaatse van de planlocatie is het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Nijverhei 2009’ van toepassing in het tijdelijk omgevingsplan. Ter plaatse van de planlocatie geldt de enkelbestemming ‘Bedrijf’. Daarnaast is er over een gedeelte van de planlocatie een bouwvlak gelegen met een functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.1’ en een maatvoering ‘maximum bouwhoogte 12 m’. Daarnaast is er ten zuiden op de planlocatie een dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ gelegen.
Figuur 2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Nijverhei 2009’
De beoogde ontwikkeling op de planlocatie is binnen het vigerend bestemmingsplan niet rechtstreeks mogelijk. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient er een afwijking van het omgevingsplan plaats te vinden. In onderhavig plan wordt dit middels een TAM-IMRO plan doorlopen. TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 7 van 51
1.2
Financiële en economische uitvoerbaarheid
De ontwikkeling is financieel en economisch uitvoerbaar. De gemeente is eigenaar van de gronden en heeft daarmee volledige regie over de realisatie en instandhouding van de locatie. De exploitatie van de standplaatsen en het dagelijks beheer worden belegd bij Thuisvester, waarmee structurele afspraken zijn gemaakt over verhuur, onderhoud en gebruik. Er is geen sprake van complexe grondverwerving of bovenplanse kosten. De ingreep betreft in hoofdzaak een planologische actualisering van een reeds lang bestaande situatie, waardoor geen aanvullende investeringen of risico’s te verwachten zijn die de uitvoerbaarheid kunnen beperken. 1.3
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteit die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige ruimtelijkfunctionele situatie. Daarnaast wordt ook ingegaan op de gewenste situatie en de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt er getoetst aan het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 wordt er getoetst op relevante aspecten van de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op participatie en de resultaten die hieruit hebben gevolgd. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan. En tot slot wordt er in hoofdstuk 7 beschreven of het plan bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 8 van 51
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie en nieuwe situatie
Beschrijving huidige situatie
Ter plaatse van de planlocatie Helakkerstraat 22 t/m 48 zijn er in de huidige situatie thans 14 woonwagenstandplaatsen aanwezig, waarvan er 9 bezet zijn met woonwagens en er 5 standplaatsen leeg staan. Voor deze woonwagens zijn er bouwvergunningen verleend op 25 januari 1981, 12 december 1984 en 16 april 1993. Er is daarmee sprake van een legale situatie. Aan de noordelijke en oostelijke begrenzing van het terrein bevindt zich een aanzienlijke groenstructuur in de vorm van bomen. Deze bomen zorgen voor afscherming met het omliggende gebied. De planlocatie heeft een grootte van ca. 6.100 m². In figuur 3 zijn foto’s van de planlocatie weergegeven.
Figuur 3: Foto’s planlocatie (april 2024)
In figuur 4 is een luchtfoto weergegeven waarop de historische situatie inzichtelijk is gemaakt. Hieruit kan worden opmerkt dat de huidige situatie rond 2009 al aanwezig was.
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 9 van 51
Figuur 4: Planlocatie omstreeks 2009
Ruimtelijke structuur Het bebouwingsbeeld langs de Helakker en de Korte Hei bestaat voornamelijk uit gebouwen die ten dienste staan bij de aanwezige bedrijvigheid. Binnen het bestemmingsplan bestaan de bedrijven met name uit bedrijven tot en met categorie 3.1 en 3.2 met een maximum bouwhoogte van 12 tot 15 meter. In figuur 5 is de bebouwing in de omgeving schematisch weergegeven.
Figuur 5: Bebouwingsstructuur rondom planlocatie
2.1.1
Verkeer en parkeren
Verkeerstructuur De planlocatie bevindt zich aan de Helakkerstraat. De Helakkerstraat en Korte Lei kent een snelheidsregime van 50 km/h en betreft een lokale verbindingsweg binnen het industrieterrein Nijverhei ten oosten van Sprundel.
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 10 van 51
Parkeren Voor de parkeernormen zijn de normen uit de Nota Parkeernormen Rucphen 2017 bekeken en vergeleken met de huidige situatie. Binnen de Nota zijn er geen parkeernormen voor woonwagens opgenomen. Een woonwagen sluit het beste aan bij de categorie ‘goedkoop koop’ of ‘sociale huur’. Dit is met name door de lagere WOZ-waarde in tegenstelling tot een regulieren koopwoning. Vaak zijn de woonwagens ook niet in eigendom van de grond en vallen ze qua prijssegment en oppervlakte in een lagere categorie. De parkeervraag van woonwagenbewoner zijn vergelijkbaar met die van een sociale huurwoning of een goedkope koopwoning. Binnen de Nota Parkeernormen Rucphen 2017 is de parkeernorm voor ‘koop etage goedkoop’ en huurhuis, sociale huur, gelijkgesteld (1,6). Voor onderhavig initiatief wordt uitgegaan van deze parkeernorm per woonwagen. Tabel 1: Parkeernormen, Nota Parkeernormen Rucphen 2017 Parkeren naar stedelijkheidsgraad: ‘Overige bebouwde kom’ Eenheid Woonwagen Per woonwagen
Overige bebouwde kom 1,6
Tabel 2: Berekening benodigde bruto aantal parkeerplaatsen Berekening aantal bruto benodigde parkeerplaatsen naar aanleiding van de uitgangspunten Eenheid Norm Aantal pp Woonwagen 14 1,6 22,4 Totaal
23
Binnen de planlocatie is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in de benodigde 23 parkeerplaatsen, conform de geldende parkeernorm. Iedere woonwagen beschikt over de mogelijkheid om 2 (in sommige gevallen 3) voertuigen op eigen terrein te parkeren. De woonwagens zijn geclusterd in een hofstructuur, waarbij voldoende ruimte over blijft om langs de Korte Hei te parkeren. Dit wordt in de huidige situatie al veelvuldig gedaan. De aanwezige parkeerplaatsen worden in de huidige situatie uitsluitend gebruikt door de bewoners en bezoekers van de woningen. Er is geen sprake van dubbelgebruik met omliggende bedrijven, aangezien deze beschikken over eigen parkeervoorzieningen op het eigen perceel. Omdat sprake is van een reeds bestaande situatie die ongewijzigd wordt voortgezet, ontstaat er geen nieuwe of aanvullende parkeerbehoefte. Ook het openbaar gebied wordt daardoor niet extra belast. Daarmee wordt aantoonbaar voldaan aan de gestelde parkeernorm. Verkeersgeneratie Voor de beoogde ontwikkeling is de verkeersgeneratie berekend op basis van de Nota Parkeernormen Rucphen 2017. Ook hier is de verkeersgeneratie aangehouden van een goedkope koopwoning en een sociale huurwoning. De planlocatie is gelegen in de overige bebouwde kom, deze norm wordt dan ook aangehouden. Tabel 3: Berekening verkeersgeneratie Beoogde verkeersintensiteit Woonwagens
Eenheid 14
Norm 5,6
Aantal pp 78,4 Totaal
79
In de huidige en toekomstige situatie bedraagt de verkeersgeneratie 79 verkeersbewegingen per etmaal. De herbestemming van de woonwagenstandplaats naar een passende woonbestemming brengt geen verandering in de feitelijke situatie op locatie. De woonwagenstandplaats is reeds jarenlang in gebruik en maakt onderdeel uit van het bestaande ruimtelijk beeld. Omdat het gebruik ongewijzigd blijft, verandert ook de verkeersgeneratie in de praktijk niet. Er is geen sprake van een functiewijziging die leidt tot een toename in verkeersbewegingen of andere mobiliteitsbehoefte ten opzichte van de bestaande situatie. De verkeersintensiteit blijft op hetzelfde, beperkte niveau als voorheen. Hierdoor worden omliggende wegen en de verkeersstructuur niet extra belast en blijven de bestaande verkeerskundige randvoorwaarden onverminderd van toepassing.
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 11 van 51
2.2
Beschrijving nieuwe situatie
2.2.1
Initiatief
De gemeente is voornemens om, gezien de gewijzigde inzichten en mede door nationale en internationale ontwikkelingen ten aanzien van woonwagenbewoners, de woonwagenlocatie weer een passende functie te geven zoals de overige woonwagenlocaties in de gemeente Rucphen ook hebben. Om te voorzien in een passende functie dient de vigerende bedrijfsbestemming hersteld te worden in een woonbestemming met een specifieke aanduiding voor woonwagenstandplaatsen.
Figuur 6: Verbeelding nieuwe situatie op luchtfoto
Een schematische weergave van de toekomstige situatie is opgenomen in figuur 6. Binnen het plangebied geldt de enkelbestemming ‘Wonen’ met een bouwvlak waarop de functieaanduiding ‘woonwagenstandplaats’ van toepassing is. In de planregels is vastgelegd dat maximaal 14 wooneenheden zijn toegestaan, met een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale bouwhoogte van 7 meter. De nadere inrichting van de standplaatsen wordt in afstemming met de gemeente Rucphen en Thuisvester bepaald, waarbij de regels van dit omgevingsplan richtinggevend zijn.
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 12 van 51
Hoofdstuk 3 3.1
Toetsing aan beleid
Algemeen
Bij het opstellen van een TAM-omgevingsplan worden de beleidskaders van het rijk, provincie en gemeente uiteengezet. In het onderhavige plan is het relevante ruimtelijke beleid voor de locatie Helakkerstraat 22-48 te Rucphen weergegeven. 3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequenties voor het planvoornemen. 3.2.2
Instructieregels Rijk (AMvB’s)
De algemene regels staan verspreid over de Omgevingswet, de vier algemene maatregelen van bestuur en de Omgevingsregeling. Kort gezegd zijn de volgende vier AMvB’s van toepassing: • Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) • Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) • Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) • Het Omgevingsbesluit (Ob) De instructieregels binnen het Bkl vormen het beoordelingskader van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl staat dat de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan;
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 13 van 51
c.
de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.
De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de algemene regels uit de Omgevingswet. In de hierop volgende hoofdstukken wordt dit nader toegelicht. 3.2.3
Water
Het Nationaal Waterplan (NWP) Het Nationaal Waterplan (NWP) bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Het kabinet actualiseert het waterbeleid op een aantal terreinen. Het Nationaal Water programma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen. Het NWP geeft het integrale kader voor het waterbeleid en -beheer van het Rijk voor de periode 2022-2027 (inclusief het Noordzeebeleid). Weging van het waterbelang Met het ondertekenen van het Nationaal Bestuursakkoord Water (juli 2003) hebben de betrokken partijen (het Rijk, IPO, VNG en UvW) afgesproken de watertoets toe te passen bij alle nieuwe ruimtelijke waterhuishoudkundige relevante- plannen en besluiten op alle bestuursniveaus. De weging van het waterbelang is het rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. De weging van het waterbelang omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen.
Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water is sinds december 2000 van kracht en is gericht op het realiseren van duurzaam waterbeheer. De Europese Kaderrichtlijn Water beoogt de bescherming van aquatische ecosystemen en het duurzaam gebruik van water. Daarvoor wordt de Kaderrichtlijn eerst in landelijke wet- en regelgeving omgezet. Momenteel wordt hier hard aan gewerkt. De Europese Kaderrichtlijn heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. In paragraaf 4.10 komt het aspect water aan bod voor de planlocatie. 3.2.4
Archeologie
Wettelijk toetsingskader In Europees verband was het zogenaamde ‘Verdrag van Malta (Valletta)’ tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag was het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Sindsdien geldt dat waar dit niet mogelijk is, het bodemarchief met zorg ontsloten dient te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. In Nederland heeft dit geleid tot een herziening van de Monumentenwet 1988 alsmede een aanvulling op of wijziging van bepaalde artikelen in enkele andere wetten. Deze wijzigingswet is beter bekend als de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ), die op 1 september 2007 van kracht werd. Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet in 2016. Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale wet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving is sinds 2024 in de nieuwe Omgevingswet geregeld. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Gemeentelijk beleidskader
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 14 van 51
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) artikel 5.130, lid 1 is bepaald dat in een (tijdelijke) omgevingsplan rekening wordt gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed met inbegrip van bekende en/of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. De gemeente kan in het belang van archeologische monumentenzorg regels stellen in het omgevingsplan over behoud van archeologische vindplaatsen in de bodem of archeologisch onderzoek. Om invulling te geven aan deze gemeentelijk zorgtaak heeft de gemeente Rucphen de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeente inzichtelijk gemaakt door een gemeentelijke archeologiekaart op te stellen samen met de beleidsnota archeologie. Deze vormen samen het beleidsinstrumentarium dat als onderlegger voor elk bestemmingsplan geldt. Archeologie en cultuurhistorie worden behandeld in paragraaf 4.1. 3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant 2018
Op 14 december 2018 stelde Provinciale Staten van Noord-Brabant de Brabantse Omgevingsvisie vast. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet, welke op 1 januari 2024 in werking is getreden. De Brabantse Omgevingsvisie beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Er wordt vanuit meerdere invalshoeken gekeken naar een ontwikkeling door de provincie: ▪ Een 'diepe' manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. ▪ Een 'ronde' manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen People, Planet en Profit. ▪ Een 'brede' manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. In de omgevingsvisie is één basisopgave benoemd: het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Daarnaast zijn er vier hoofdopgaven benoemd: ▪ werken aan de Brabantse energietransitie; ▪ werken aan een klimaatproof Brabant; ▪ werken aan Brabant als slimme netwerkstad; ▪ werken aan een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Concrete doelen voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nog in de bestaande plannen van de provincie, bijvoorbeeld in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en het provinciale verkeers- en vervoersplan. 3.3.2
Omgevingsverordening Noord-Brabant
De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. De provincie heeft nu nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. Deze omgevingsverordening is, met het oog op de doelen van de wet en de Brabantse omgevingsvisie 'De Kwaliteit van Brabant', gericht op: a. een goede, veilige en gezonde leefomgeving; b. het in stand houden of verbeteren van een goed omgevingskwaliteit; c. een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving; en d. het realiseren van maatschappelijke opgaven. De TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant is op 5 december 2023 vastgesteld. TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 15 van 51
Figuur 7: Uitsnede van de kaart behorende bij TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant
In figuur 7 is de uitsnede van de kaart behorende bij de Omgevingsverordening Noord-Brabant weergegeven voor de planlocatie Helakkerstraat 22-48. Uit de bovenste kaart blijkt dat de planlocatie is gelegen binnen het ‘Stedelijk gebied´. Over de locatie ligt tevens de aanduiding ‘Beperking grootschalige logistiek’. Stedelijk gebied Het initiatief betreft het herbestemmen van het woonwagenpark aan de Helakkerstraat 22-48 te Rucphen. In artikel 5.55 van de TAM-omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor het mogelijk maken van stedelijke ontwikkelingen voor wonen. Artikel 5.55 is hieronder weergegeven. Artikel 5.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een omgevingsplan dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor wonen, werken of voorzieningen, wijst daarvoor een locatie aan binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken; en b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen als: a. een goede omgevingskwaliteit wordt bevorderd, met een veilige en gezonde leefomgeving; b. toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c.
optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. rekening wordt gehouden met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit worden benut; en f. wordt bijgedragen aan een duurzame, concurrerende economie. Lid 3 Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen op een bedrijventerrein, stelt het omgevingsplan regels over: a. een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang; en b. het tegengaan van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, zoals: 1. bedrijfswoningen;
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 16 van 51
2. 3.
bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden, tenzij die bedrijven concept-versterkend werken en geclusterd worden; voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden, tenzij deze concept-versterkend werken en geclusterd worden.
Het onderhavige initiatief betreft het herbestemmen van een reeds lang bestaande woonwagenstandplaats binnen een bestaand bedrijventerrein. De fysieke situatie op locatie blijft ongewijzigd; het gaat om een juridisch-planologische correctie waarbij de feitelijk aanwezige woonfunctie een passende woonbestemming krijgt in plaats van een bedrijfsbestemming. Daarmee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, waarbij geen nieuw ruimtebeslag optreedt, en bestaande functies op juiste wijze planologisch worden verankerd. Het initiatief past binnen de stedelijke contouren van de gemeente Rucphen en sluit aan bij het principe van inbreiding in plaats van uitbreiding. Daarmee wordt recht gedaan aan de uitgangspunten van duurzame stedelijke ontwikkeling. Er is sprake van een goede omgevingskwaliteit omdat de vertrouwde en sociale woonomgeving blijft behouden. De herbestemming verandert niets aan de feitelijke leefomstandigheden ter plaatse. De herbestemming geeft de mogelijkheid om op termijn toekomstbestendige duurzaamheidsmaatregelen toe te passen. Omdat daarnaast de fysieke situatie niet wijzigt blijven de groenvoorzieningen, verhardingsgraden en waterhuishouding gelijk. Zoals beschreven blijft ook de verkeersdruk gehandhaafd, zowel op gebied van parkeren als de verkeersafwikkeling.
Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse nadeelcompensatie kan gesteld worden dat er geen sprake is van functieverlies of beperkingen van omliggende bedrijven. De locatie is door haar ligging en indeling niet doelmatig inzetbaar voor reguliere bedrijfsfuncties, waardoor voortzetting van het woongebruik een zorgvuldige en realistische invulling van de ruimte vormt. De ontwikkeling beperkt het effectief functioneren van het bedrijventerrein niet en vormt geen belemmering voor omliggende bedrijven. Het initiatief sluit aan bij de duurzame stedelijke ontwikkeling zoals wordt gesteld in de Omgevingsverordening. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit paragraaf 5.1.2 ‘Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies’ gekeken naar een concrete invulling. Artikel 5.7 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b.
de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie; Artikel 5.8 zorgvuldig ruimtegebruik Doel van zorgvuldig ruimtegebruik is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in: • dat een ruimtelijke ontwikkeling in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, tenzij in de verordening uitdrukkelijk anders is bepaald; • in geval van stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (ladder voor duurzame verstedelijking); • een omgevingsplan buiten bestaand stedelijk gebied bepaalt dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen binnen het bouwperceel worden opgericht en daarbinnen worden geconcentreerd.
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 17 van 51
Het onderhavige initiatief betreft het herbestemmen van een reeds lang bestaande woonwagenstandplaats binnen een bestaand bedrijventerrein. De fysieke situatie op locatie blijft ongewijzigd; het gaat om een juridisch-planologische correctie waarbij de feitelijk aanwezige woonfunctie een passende woonbestemming krijgt in plaats van een bedrijfsbestemming. Daarmee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, waarbij geen nieuw ruimtebeslag optreedt, en bestaande functies op juiste wijze planologisch worden verankerd. Het initiatief past binnen de stedelijke contouren van de gemeente Rucphen en sluit aan bij het principe van inbreiding in plaats van uitbreiding. Daarmee wordt het bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk benut.
Artikel 5.9 toepassing van de lagenbenadering De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals het bodem- en watersysteem, aardkundige- en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving. In het kader van de lagenbenadering is gekeken naar de effecten van het initiatief op de ondergrond, de netwerklaag en de bovenste laag. Het initiatief betreft het herbestemmen van een bestaande woonwagenstandplaats die zich reeds lange tijd op deze locatie bevindt binnen het stedelijk gebied van de gemeente Rucphen. De fysieke situatie wijzigt niet, wat betekent dat de impact op de omgeving in alle lagen beperkt tot nihil is. Er vinden geen graafwerkzaamheden, bodemverstoringen of nieuwe bouwwerkzaamheden plaats. Daarmee blijft de bestaande bodem- en watersituatie ongewijzigd. Eventuele aanwezige aardkundige of archeologische waarden worden niet aangetast, omdat er geen fysieke ingrepen plaatsvinden in de ondergrond.
De woonwagenstandplaats maakt gebruik van bestaande infrastructuur en voorzieningen binnen het bedrijventerrein. De verkeersgeneratie verandert niet ten opzichte van de bestaande feitelijke situatie. Er is geen sprake van extra belasting op het lokale wegennet. Ook het energie- en waternetwerk wordt niet extra belast. Daarmee blijft een goede afwikkeling van personen- en goederenvervoer onverminderd gewaarborgd en is er geen belemmering voor de netwerken op het gebied van mobiliteit, energie of water. De omvang van de functie en de bebouwing blijft gelijk, waardoor geen aantasting plaatsvindt van cultuurhistorische of landschappelijke waarden. Ook zijn er geen negatieve effecten te verwachten op luchtkwaliteit, milieubelasting of veiligheid. De woonfunctie is legaal en wordt juridisch-planologisch geborgd, wat bijdraagt aan een duidelijke en ordentelijke ruimtelijke ordening. De gezondheid en leefbaarheid van de directe omgeving worden niet negatief beïnvloed. In hoofdstuk 4 ‘Fysieke leefomgeving’ wordt nader ingegaan op mogelijk effecten op bovenstaande waarden. Hieruit blijkt dat de relevante milieuhygiënische aspecten in het plangebied niet worden aangetast. Artikel 5.10 meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a.
de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Het initiatief tot herbestemming van een bestaande woonwagenstandplaats binnen het stedelijk gebied van de gemeente Rucphen draagt op meerdere fronten bij aan het realiseren van meerwaarde. Hoewel het plan geen fysieke wijzigingen met zich meebrengt, zorgt het juridisch-planologisch vastleggen van het bestaande gebruik voor duidelijkheid, rechtszekerheid en maatschappelijke meerwaarde.
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 18 van 51
Economisch gezien wordt het bedrijventerrein niet nadelig beïnvloed, omdat het gebruik van de locatie feitelijk al lange tijd als woonfunctie is ingevuld en daarmee geen extra beperkingen oplegt aan omliggende bedrijven. De uitgevoerde risicoanalyse nadeelcompensatie bevestigt dat. Sociaal draagt het initiatief bij aan maatschappelijke waarden door woonruimte voor een specifieke doelgroep op passende wijze juridischplanologisch te borgen. Zo wordt woonruimte geformaliseerd binnen bestaand stedelijk gebied, wat aansluit bij de bredere woningbouwopgave, terwijl tegelijkertijd het functioneren van het bedrijventerrein behouden blijft. Door een woonwagenstandplaats te bestemmen, wordt erkenning gegeven aan een legitieme woonvorm en wordt de positie van de bewoners versterkt binnen de gemeente Rucphen. Uit voorgaande blijkt dat de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de regels uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.4
Regionaal beleid
3.4.1
Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030
De Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030 beschrijft, met een doorkijk naar 2040, de koers van de regio WestBrabant in een ruimtelijk casco. Het casco biedt een gemeenschappelijk kader voor de samenwerkingspartners in de aanpak van opgaven die uiteengezet zijn in de ruimtelijke agenda. Het is de koers van West-Brabant, waarin bestaande ambities gekoppeld zijn aan strategische keuzes ten aanzien van structurele veranderingen op langere termijn. De Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030 ziet de streek als een aantrekkelijke woonregio die zich actief openstelt voor nieuwe inwoners. Hiermee wordt vooralsnog ingezet op groei van de bevolking. De bijbehorende woningbouwopgave wordt gezien als een kwalitatieve marktvraag, waarbij het onderscheid in verschillende subregionale woningmarkten met een eigen, herkenbaar karakter van belang is. Voor het plangebied betekent het dat er vanuit de regio West-Brabant geen eisen of restricties geformuleerd zijn waar de nieuwe ontwikkeling aan moet voldoen. 3.4.2
Brabantse Agenda Wonen
In paragraaf 2.4 van de Brabantse Agenda Wonen wordt ingegaan op het feit dat steeds meer essentiële processen rond het wonen zich steeds meer voor een belangrijk deel afspelen op regionaal schaalniveau. Meer en meer moet het wonen dan ook gezien worden als een regionale opgave. En gelet op de (toekomstige) vraagstukken en opgaven wordt het belang van regionale afstemming, afweging en afspraken alleen maar groter. Dit vraagt om (verdere) versterking van de regionale samenwerking en vernieuwing van het regionale afsprakenkader. Het onderzoek naar de behoefte van woningen wordt door de provincie Noord-Brabant strak geregisseerd. Dit is verankerd in Afdeling 7.2 ‘Regionaal samenwerken’ van de Omgevingsverordening. In Afdeling 7.2 is bepaald dat er ten minste tweemaal per jaar een regionaal omgevingsoverleg plaats vindt tussen gedeputeerde Staten, gemeenten, regio’s en waterschappen. De gemeente Rucphen is ingedeeld bij de regio West-Brabant. Volgens de Afdeling 7.2 ‘Regionaal samenwerken’ plegen de deelnemers aan het RRO regionale afstemming en maken afspraken over de programmering en planologische voorbereiding van de bouw van woningen, informeren elkaar over de voortgang van hiervoor bedoelde voornemens en afspraken, en hebben een monitoringssysteem waarin de voortgang van de woningbouw wordt bijgehouden.
Het voornemen is om het bestemmingsplan op de locatie Helakkerstraat 22-48 te herzien en de bedrijfsbestemming om te zetten naar woonbestemming. Via de RRO's geven de Brabantse gemeenten jaarlijks inzicht in hun woningbouwplannen. Hiertoe actualiseren de gemeenten jaarlijks hun 'overzicht woningbouwcapaciteiten per gemeente', kortweg de matrix genoemd. Sinds 1 december 2016 is de Regionale Agenda Wonen 2017 van toepassing, waarin de meest actuele regionale woningbouwafspraken zijn opgenomen.
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 19 van 51
De provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose 2016 t/m 2025 laat een behoorlijke regionale woningbouwopgave zien van circa 33.000 woningen (39.000 inclusief sloop) tot 2030. De groei van de woningvoorraad is de afgelopen jaren echter achter blijven lopen ten opzichte van de geprognosticeerde woningbehoefte. De regio West- Brabant heeft op basis van de toekomstige bevolkingsontwikkelingen, de bevolkings- en woningbehoefteprognose en de gemeentelijke woningbouwontwikkelingen de regionale woningvoorraad en woningbouwopgave per gemeente voor de periode 2016 t/m 2025 bepaalt. In de Regionale Agenda Wonen is de woningbouwcapaciteit en -opgaven per gemeente opgenomen.
Tabel 4: Woningbouwopgaven en plancapaciteiten gemeenten 2016 t/m 2025
Voor de gemeente Rucphen wordt de benodigde capaciteit aan nieuwe woningen bepaald op 515 woningen t/m 2025. Ten tijde van het opstellen van de Regionale Agenda Wonen, waren 663 woningen opgenomen binnen de harde plancapaciteit van de gemeente Rucphen. Dit betekent dat 50% van het vereiste aantal woningen is opgenomen binnen een bestemmingsplan. Met dit initiatief wordt de bestaande woonwagenlocatie, bestaande uit 14 standplaatsen, juridischplanologisch bestemd. In de huidige situatie zijn deze 14 plaatsen reeds aanwezig, waarvan er op dit moment 9 daadwerkelijk in gebruik zijn. Het plan voorziet niet in een uitbreiding of toevoeging van nieuwe woonplaatsen, maar betreft het formaliseren van het bestaande gebruik. Omdat de locatie zich binnen het bestaand stedelijk gebied bevindt, is sprake van inbreiding. Daarmee wordt invulling gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. 3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1
Omgevingsvisie gemeente Rucphen
De gemeenteraad van Rucphen heeft bij besluit van 2 november 2022 de ‘Omgevingsvisie Rucphen 1.0’ vastgesteld. In de ‘Omgevingsvisie Rucphen’ geeft de raad zijn visie op de ruimtelijke ontwikkelingen. In de omgevingsvisie Rucphen komt al het beleid dat gaat over de leefomgeving samen. Het gaat over bouwen, milieu, gezondheid, natuur, veiligheid en water. In de omgevingsvisie heeft de gemeente Rucphen de koers voor de komende 20 tot 30 jaar uitgestippeld. Vanuit het verleden en het heden heeft de gemeente Rucphen drie ambities beschreven voor de toekomst van Rucphen rond 2040. Dit betreffen de ambities: ‘duurzaam samenleven’, ‘prettig samenleven’ en ‘ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding’. Prettig samenleven Het initiatief sluit aan bij de gemeentelijke ambitie ‘Prettig samenleven’, zoals verwoord in de Omgevingsvisie van Rucphen. Deze ambitie richt zich op het bevorderen van een inclusieve, veilige en leefbare woonomgeving, waarin voor iedere inwoner plek is om prettig te wonen en deel te nemen aan de samenleving.
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 20 van 51
Door het juridisch-planologisch bestemmen van een al lang bestaande woonwagenstandplaats, wordt het feitelijke gebruik erkend en verankerd binnen het omgevingsplan. Hiermee wordt niet alleen bijgedragen aan rechtszekerheid voor de bewoners, maar ook aan het bevorderen van sociale stabiliteit en gelijkwaardigheid. Het initiatief geeft erkenning aan een woonvorm met een eigen cultuur en draagt daarmee bij aan het streven van de gemeente om ruimte te bieden aan verschillende leefstijlen en woonbehoeften. Daarnaast blijft de bestaande situatie fysiek ongewijzigd, waardoor het karakter van de omgeving behouden blijft en de woonfunctie is ingepast binnen het stedelijk gebied. Dit draagt bij aan sociaal evenwichtige leefomgeving, waarbinnen prettig samenleven centraal staat. 3.5.2
Woonvisie gemeente Rucphen
De woningmarkt is steeds in beweging en verandert in een hoog tempo als gevolg van maatschappelijke en economische ontwikkelingen en wijziging van wet- en regelgeving. Belangrijke uitdagingen zijn er zoals op het gebied van betaalbaarheid van woonlasten voor starters, het uitgangspunt van langer thuis blijven wonen door ouderen, verduurzaming van de woningvoorraad en de toewijzing van passende sociale huisvesting voor onze inwoners. Het is dan ook noodzaak om deze ontwikkelingen nauwlettend te volgen en het woningmarktbeleid daarop aan te passen. De Woningwet 2015 gaat er van uit dat tussen de gemeente, de woningcorporaties en de huurdersorganisaties zogenaamde prestatieafspraken gemaakt worden, die gebaseerd zijn op een actuele gemeentelijke woonvisie. Hiermee is de noodzaak van een actuele eigentijdse woonvisie helder, waarbij het de uitdaging blijft om binnen de wet- en regelgeving te blijven zoeken naar lokale optimalisatie van visie en ambities. Traditioneel is de woonvisie een belangrijk instrument in de woningbouwopgave voor de gemeente. Dat geldt zeker ook voor deze woonvisie. Echter wordt in deze woonvisie naast het perspectief van het bouwen tevens het perspectief van het wonen belicht. Daarmee heeft deze woonvisie zich ontwikkeld tot een brede WOONvisie voor de periode 2020-2024.
In de gemeentelijke Woonvisie wordt de actuele informatie over de woningmarkt vertaald naar speerpunten voor het gemeentelijk beleid. Hierbij gaat het onder andere om ruimtelijke ordening, woningbouwplanning, transformatie, grond(prijs)beleid, betaalbaarheid, kwaliteit, duurzaamheid, woonruimteverdeling (beschikbaarheid/ doelgroepen), wonen, leefbaarheid en zorg etc. Deze vertaalslag zorgt ervoor dat de Woonvisie 2020-2024 het woonkompas bij uitstek is, gebaseerd op onder andere de Toekomstvisie Puur Rucphen 2030 en de Structuurvisie Rucphen 2030. Het uiteindelijke doel is hiermee vitale gemeenschappen en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat te behouden en te versterken in de vijf kernen van de gemeente Rucphen. Binnen de Woonvisie is het woonwagenstandplaatsenbeleid (zoals omschreven in paragraaf 3.2.3) vastgelegd, nader uitgewerkt en toegepast. Daarin heeft de gemeente Rucphen vastgelegd dat de woonwagenlocatie aan de Helakkerstraat gehandhaafd blijft. Na de gesprekken met de bewoners aan de Helakkerstraat is onderhavig plan opgesteld om de huidige locatie opnieuw in te richten, zoals vastgelegd in de woonvisie. Het initiatief past binnen de Woonvisie van Rucphen. Door de woonwagenstandplaatsen te herbestemmen wordt dit juridisch-planologisch verankerd in het bestemmingsplan.
De huidige situatie blijft ongewijzigd gehandhaafd waardoor het woon- en leefklimaat blijft behouden. 3.5.3
Groenbeleidsplan Groen R, 2022
De gemeente Rucphen mag zich met recht een groene gemeente noemen. En dat wil de gemeente ook graag blijven. Dat doen zij door meer, beter en bereikbaar groen. Hierbij spelen een groot aantal factoren een rol, zoals (be)leefbaarheid, klimaatadaptatie, duurzaamheid, gezondheid, biodiversiteitsherstel, landbouw etc. Op basis van kansen en bedreigingen worden keuzes gemaakt in prioritering van uitvoer. Met Groen R streeft de gemeente de komende jaren naar een duurzame ontwikkeling van het groen en landschap. Wanneer het gaat om het behoud en versterken van het leefklimaat in de dorpen en het buitengebied is groen belangrijk. Dit geldt voor zowel mensen als dieren. Gemeente Rucphen is zich bewust van de bijdrage die groen levert aan een goede leefomgeving. Denk aan natuurwaarde, gezondheid, een betere luchtkwaliteit, klimaatadaptieve omgeving, recreatiewaarde, esthetische waarde, cultuurhistorische waarde en ook TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 21 van 51
economische waarde. Groen biedt een plek voor ontmoeting en beweging en draagt bij aan een goed woon- en werkklimaat en een gezonde levensstijl. Bij het inpassen van bestaand groen en nieuw groen bij ontwikkelingen, tot het goed onderhouden, zodat groen volwassen wordt en bomen monumentaal. Hoe vanzelfsprekend de aanwezigheid van groen ook lijkt, een duidelijke borging is voor behoud en ontwikkeling van belang. Dit groenbeleidsplan sluit aan en bouwt voort op landelijke wettelijke kaders en verschillende gemeentelijke beleidskaders (waaronder: Visie Groenbeleid 2008 en Groenstructuurplan gemeente Rucphen 2009). Om te komen tot Groen R zijn de volgende zes bouwstenen van belang. De bouwstenen geven inzicht in de verschillende verschijningsvormen en relaties van groen. Het geeft per bouwsteen de huidige situatie weer en daarnaast ook de noodzakelijke opgaven. De bouwstenen zijn: ▪ Groen en identiteit; ▪ Groen en natuur; ▪ Groen en de gezondheid; ▪ Groen en klimaatadaptatie; ▪ Groen en de CO2 opgave; ▪ Groen en de landbouw. In de visie werkt de gemeente aan de verbinding en de verbetering van het groen in de kernen en het buitengebied, met als doel een sterke groenstructuur. De structuur moet bestaan uit een gevarieerd groenpalet van bloemen tot bomen, van rustige tot drukkere gebieden, van ecologisch groen tot speelgroen.
Door het verbinden van groene gebieden ontstaan meer mogelijkheden voor dieren en voor planten om te leven en voor onze inwoners om daarvan te genieten. Geleidelijk ontstaat zo in de publieke (en in de private) buitenruimte een samenhangend groen netwerk. Die groenstructuur wordt gerealiseerd door waardevol groen te behouden, groen toe te voegen waar dat kan en groen zo aan te leggen dat het een meerwaarde heeft voor mensen en dieren. De gemeente Rucphen ontwikkeld de groene ruimte in de gemeente met aandacht voor gezondheid, natuur, klimaatadaptatie en sociaal welzijn. Een ruimtelijke visie voor de hele gemeente die gebaseerd is op de ruimtelijke kenmerken en rekening houdt met dynamiek en ontwikkelingen binnen de gemeente. Het groenplan is niet per definitie een blauwdruk maar geeft richting aan ontwikkelingen in het groen, en biedt kaders voor niet-groenprojecten. Groen R bestaat uit de genoemde bouwstenen. Als er groene ruimtes worden toegevoegd, verbeterd, beheerd of ontworpen, doet de gemeente dat door het inzetten van een aantal principes die de basis vormen onder deze visie. Alle vier zijn ze gericht op het doel van een leefbare gemeente voor mens en dier.
▪ Principe 1 We zorgen voor genoeg en gevarieerd groen voor iedereen; ▪ Principe 2 We zorgen voor groen dat bijdraagt aan verschillende opgaven; ▪ Principe 3 De gemeente wordt natuurinclusief aangelegd en beheerd; ▪ Principe 4 Aan groen werken we samen. De visie Groen R gaat over de invulling van openbaar groen binnen de gemeente Rucphen. De planlocatie maakt geen deel uit van het openbaar gebied. De beoogde ontwikkeling geeft geen aantasting aan de kwaliteit of kwantiteit van het groen in de gemeente Rucphen. De planlocatie ontsluit aan de Korte Hei en de Helakkerstraat. De Korte Hei is in de groenstructuurkaart aangemerkt als een nevenstructuur met bomen. De Helakkerstraat is aangeduid als een hoofdstructuur met bomen. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op eventueel in de omgeving gelegen groenstructuren. Het groenstructuurplan heeft geen gevolgen voor de ontwikkeling op de planlocatie of andersom. De bestaande situatie blijft ongewijzigd gehandhaafd.
TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 22 van 51
Figuur 8: Groenbeleidsplan Groen R (Groen R Groenbeleid gemeente Rucphen, z.d.)
3.5.4
Groene kaart
De Groene Kaart toont en beschrijft de meest waardevolle bomen en houtopstanden binnen de gemeente. Deze mogen niet zonder omgevingsvergunning worden gekapt.
Figuur 9: Uitsnede Groene Kaart (Boombeleid gemeente Rucphen, z.d.)
Volgens de uitsnede van de Groene Kaart, weergegeven in figuur 9 zijn er geen gemeentelijke houtopstanden op de planlocatie aanwezig. Groenelementen in de omgeving blijven ongewijzigd gehandhaafd. Daarnaast zijn er geen gemeentelijke bomen in de omgeving aanwezig. De voorwaarden die zijn opgesteld in het Visiedocument Groenbeleid vormen daarom geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 3.5.5
Nota Parkeernormen Rucphen
De Nota parkeernormen Rucphen is een bijlage van het Gemeentelijk Verkeers‐ en Vervoerplan. In de Nota parkeernormen Rucphen worden de gemeentelijke parkeernormen voor nieuwe ruimtelijke plannen en projecten in de gemeente Rucphen vastgesteld. De normen zijn vastgesteld om in de toekomst te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte en de bereikbaarheid en leefbaarheid van de verschillende kernen van de gemeente Rucphen te waarborgen. Het aspect parkeren komt in paragraaf 2.2.2 aan bod, het parkeren voldoet aan de nota parkeernormen. TAM-omgevingsplan “Woonwagencentrum Helakkerstraat 22-48 te Rucphen” | 22-04-2026
Pagina 23 van 51
3.5.6
Waterplan Rucphen, visie en maatregelen
De gemeente Rucphen wil samen met het Waterschap Brabantse Delta, de Provincie Noord-Brabant en Brabant Water het watersysteem in Rucphen op orde brengen en op orde houden. Het waterplan Rucphen geeft met de watervisie voor 2050 aan hoe dat eruit gaat zien. Daarnaast geeft het waterplan inzicht in de verschillende waterthema’s die spelen en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de wateropgave. In het waterplan wordt het watersysteem en de waterketen beschreven en wordt ingegaan op de (bekende) knelpunten en de punten die goed zijn of potentie hebben. Daarna wordt ingegaan op de watervisie voor de gemeente Rucphen in 2050. De drie hoofdthema’s zijn de waterstructuur, water in de omgeving en waterbeleving in het groen. Ten slotte worden maatregelen beschreven. De maatregelen kunnen van verschillende aard zijn: communiceren, organiseren (werkafspraken) en feitelijke aanpassingen aan het watersysteem. Het plangebied is niet gelegen binnen een ontwikkeling in het kader van het Waterplan Rucphen. In paragraaf 4.10 komt het aspect water aan bod voor het plangebied.
3.5.7
Nota Archeologie Gemeente Rucphen
Het tijdig identificeren en meewegen van archeologische (verwachtings-)waarden kan een bijdrage leveren aan het behoud en versterking van de historische identiteit en kwaliteit van de leefomgeving (inclusief het landschap). Daarom is door de gemeente Rucphen de Nota Archeologie Gemeente Rucphen opgesteld. De beleidsnota en bijbehorende archeologische beleidskaart is het centrale instrument dat alle betrokken partijen bij planvorming is staat stelt om vooraf inzicht te krijgen in de nog aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Het aspect archeologie is in paragraaf 4.1.1 verder uitgewerkt. 3.5.8