CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

11. BWB Definitieve Jaarstukken BWB 2023 en controleverklaring

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 4 september 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken ABM19.698 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

inhuur) Om tot een oordeel te komen over de rechtmatigheid van de aanbestedingen is een volledige spendanalyse uitgevoerd over de inkoop 2020-2023. Alle inkoopdossiers boven de Europese aanbestedingsgrens zijn gecontroleerd. Op basis van deze controle zijn geen aanbestedingsfouten geconstateerd. Salarissen Voor de controle op de rechtmatigheid van de salarislasten zijn de mutaties in het personeelsbestand gecontroleerd. Hierbij is een ruime steekproef op de in- en uitdiensttreding van personeel gecontroleerd. Op basis van deze controle zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd. Proceskostenvergoedingen waardebezwaren Voor de controle op de rechtmatigheid proceskostenvergoedingen is een ruime steekproef op uitgekeerde proceskostenvergoedingen gecontroleerd. Op basis van deze controle zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd. Misbruik en oneigenlijk gebruik Van misbruik en oneigenlijk gebruik kan sprake zijn als mensen of organisaties bewust of onbewust gebruik maken van de voorzieningen van de BWB, terwijl ze er geen recht op hadden of het proces van belastingheffing of -inning beïnvloeden om voordeel te verkrijgen.

Jaarstukken 2023

38

De BWB heeft een risicoanalyse opgesteld voor de belastingprocessen en ondersteunende processen waarin de frauderisico’s zijn opgenomen. Jaarlijks worden deze geactualiseerd. Voor de BWB zijn de voornaamste risicogebieden: inkoop en aanbesteding, betalingen, salarissen en declaraties. Op deze processen heeft de BWB beheersingsmaatregelen getroffen, met name op het gebied van functiescheiding en het vier-ogenprincipe. Deze beheersingsmaatregelen worden aangescherpt in 2024 naar aanleiding van de aanbevelingen van de accountant. Om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen heeft de BWB de volgende preventieve componenten opgenomen in het integriteitsbeleid: -

De gedragscode integriteit Het hoofddoel van deze gedragscode is om medewerkers een richtlijn te bieden bij het hanteren van de normen en waarden van de BWB. De code verduidelijkt welke normen en waarden de BWB belangrijk vindt en wat wel en niet acceptabel is voor medewerkers.

-

Screening Bij de beoordeling van nieuwe medewerkers besteden de leidinggevende en de HR-adviseur standaard aandacht aan integriteit door het verifiëren van het curriculum vitae, referenties, diploma’s en cijferlijsten van de sollicitant. Bij gevoelige functies (gebaseerd op een risicoanalyse van de functie) kan een diepere screening plaatsvinden.

-

Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) Voor alle indiensttredingen is een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) vereist. Ook externe medewerkers en stagiaires zijn verplicht om bij aanvang van hun werkzaamheden een VOG te leveren voordat ze kunnen beginnen. Hierbij wordt de inhoud van de verklaring afgestemd op de functie.

-

Artikel 4 Eed en Belofte Bij aanvang van het dienstverband moet een ambtenaar een eed of belofte afleggen. In deze Eed of Belofte verklaart men ook dat men kennis heeft genomen van de Gedragscode Integriteit. Externe medewerkers en stagiaires zijn verplicht om bij aanvang van hun werkzaamheden de integriteits- en geheimhoudingsverklaring te ondertekenen. Hierin wordt verklaard dat zij zich aan de integriteitsregels zullen houden.

-

Melden van nevenwerkzaamheden Een medewerker is verplicht om alle nevenwerkzaamheden te melden die de belangen van de organisatie kunnen beïnvloeden en die in verband staan met zijn of haar functie.

-

Melding van financiële belangen Medewerkers zijn verplicht om financiële belangen aan te geven. Het betreft financiële belangen die de belangen van de organisatie kunnen beïnvloeden, voor zover deze relevant zijn voor de uitvoering van de functie van de betrokken medewerkers. Het hoofddoel hiervan is om het risico van financiële belangenverstrengeling te minimaliseren.

Jaarstukken 2023

39

Naast preventieve elementen in de voorkoming van fraude heeft de BWB repressieve elementen zoals controle achteraf en sanctionering. De BWB heeft de voor fraude risicovolle processen in de verbijzonderde interne controle betrokken. Bij de uitvoering van deze controles zijn geen onregelmatigheden geconstateerd. Fraude Uit de interne beheersing en controles zijn er geen bevindingen ten aanzien van fraude. Voor 2023 heeft het dagelijks bestuur geen bevindingen ontvangen die duiden op fraude.

Jaarstukken 2023

40

Paragraaf 4: Niet van toepassing zijnde paragrafen Binnen de BWB zijn de onderstaande, in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) vermelde paragrafen, niet van toepassing: -

Paragraaf lokale heffingen

-

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen

-

Paragraaf verbonden partijen

-

Paragraaf grondbeleid

De BWB verzorgt de uitvoering van de belastingtaken voor een aantal deelnemers (waterschap en gemeenten). De aspecten die in beeld gebracht moeten worden bij de paragraaf lokale heffingen vallen daar niet onder. Het heffingenbeleid, lastendruk en dergelijke vallen onder de verantwoording van de deelnemers. De BWB heeft verder geen kapitaalgoederen in eigendom. Zij huurt het kantoorpand op basis van een meerjarig huurcontract van derden. Bij het onderdeel “niet in de balans opgenomen verplichtingen” is een en ander toegelicht.

Jaarstukken 2023

41

II JAARREKENING 2023

Jaarstukken 2023

42

1. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Programma

Begroting 2023 primair Baten

Begroting 2023 na wijziging

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Realisatie 2023 Baten

Lasten

Saldo

Waarderen

-

4.840.000

-4.840.000

-

6.052.000

-6.052.000

-

5.805.000

-5.805.000

Heffen

-

2.146.000

-2.146.000

-

2.367.000

-2.367.000

-

2.360.000

-2.360.000

Invordering

-

2.165.000

-2.165.000

-

2.226.000

-2.226.000

-

2.069.000

-2.069.000

Subtotaal programma's

-

9.151.000

-9.151.000

-

10.645.000

-10.645.000

-

10.234.000

-10.234.000

255.000

8.888.000

-8.633.000

340.000

9.941.000

-9.601.000

397.000

9.095.000

-8.698.000

-

-

-

-

-

-

-

-

-

255.000

8.888.000

-8.633.000

340.000

9.941.000

-9.601.000

397.000

9.095.000

-8.698.000

17.871.000

-

17.871.000

19.933.000

-

19.933.000

19.933.000

-

19.933.000

Treasury

-

7.000

-7.000

320.000

7.000

313.000

357.000

7.000

350.000

Post onvoorzien

-

80.000

-80.000

-

-

-

-

-

-

Subtotaal dekkingsmiddelen

17.871.000

87.000

17.784.000

20.253.000

7.000

20.246.000

20.290.000

7.000

20.283.000

Saldo baten en lasten voor bestemming

18.126.000

18.126.000

-

20.593.000

20.593.000

-

20.687.000

19.336.000

1.351.000

-

-

-

-

-

-

-

-

-

18.126.000

18.126.000

-

20.593.000

20.593.000

-

20.687.000

19.336.000

1.351.000

-

-

-

-

-

-

30.000

-

30.000

18.126.000

18.126.000

-

20.593.000

20.593.000

-

20.657.000

19.336.000

1.321.000

Overhead Vennootschapsbelasting Subtotaal overhead en overig Bijdrage deelnemers

Mutaties reserves Saldo baten en lasten na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten Structureel jaarrekeningsaldo

43

2. TOELICHTING OVERZICHT BATEN EN LASTEN Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn de baten en lasten verdeeld per programma en is er een afzonderlijke post ‘overhead’ inzichtelijk gemaakt. In dit hoofdstuk worden de gepresenteerde baten en lasten per programma en de afzonderlijke post overhead inzichtelijk gemaakt en verder uitgediept. Per programma wordt ingegaan op de afwijkingen ten opzichte van de begroting. Afwijkingen van € 100.000 worden individueel toegelicht. Kleinere wijzigingen worden weergegeven onder ‘overige kleine verschillen’.

Programma Waarderen

€ 247.000 V

Het programma Waarderen is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2022

Begroting 2023 primair

Begroting 2023 na wijziging

Jaarrekening 2023

Loonkosten personeel

2.860.900

3.675.000

4.059.000

3.185.000

874.000

Inhuur personeel

1.097.700

-

-

1.159.000

-1.159.000

Beheer WOZ-administratie

316.900

325.000

350.000

336.000

14.000

Taxeren en herwaarderen

172.600

140.000

175.000

184.000

-9.000

Griffie- en proceskosten Waarderen

1.003.000

700.000

1.468.000

941.000

527.000

Subtotaal lasten

5.451.100

4.840.000

6.052.000

5.805.000

247.000

Bijdrage waarderen

-

-

-

-

-

Subtotaal baten

-

-

-

-

-

5.451.100

4.840.000

6.052.000

5.805.000

247.000

Omschrijving

Resultaat Waarderen

Verschil

Verschillen (> € 100.000) Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen het programma Waarderen een nadeel zien van € 285.000. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten. Proceskostenvergoedingen (inclusief griffierechten) Het onderdeel griffie- en proceskosten resulteert in een voordeel van € 527.000. Dit wordt veroorzaakt door lagere lasten voor proceskostenvergoedingen in 2023 en een incidentele vrijval uit de voorziening proceskostenvergoedingen voor bezwaren en beroepen ontvangen tot en met 2022.

Jaarstukken 2023

44

Lagere lasten proceskostenvergoedingen belastingjaar 2023, € 475.000 V Bij de tweede bestuursrapportage konden, door een beperkte realisatie in uitbetaalde proceskostenvergoedingen en een veranderde werkwijze, de uitgangspunten voor de budgetraming maar in beperkte mate worden getoetst. Het budget is om deze reden gelijk gehouden. Gedurende 2023 is afgerond € 491.000 uitbetaald aan proceskostenvergoedingen voor afgehandelde waardebezwaren en beroepen. Voor de ontvangen bezwaren en beroepen welke nog niet zijn afgehandeld wordt rekening gehouden met een verplichting van afgerond € 502.000. Afgezet tegen het budget voor 2023 (€ 1.468.000) levert dit een voordeel op van € 475.000. Ten opzichte van deze gehanteerde uitgangspunten voor de raming van het budget zien we de volgende verschillen: -

Het toekenningspercentage voor waardebezwaren is significant gedaald: 13,4% ten opzichte van 25% gemiddeld in de periode 2020-2022. Het budget is voor 84% bestemd voor waardebezwaren;

-

De gemiddelde kosten per uitbetaalde vergoeding voor bezwaren en beroepen zijn hoger, vooral bij de beroepen.

De daling van het toekenningspercentage wordt slechts gedeeltelijk veroorzaakt door een verandering in de werkprocessen. Het hoge aantal ingediende bezwaren lijkt vooral ingegeven door het gevoel dat de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld (iets waaraan de NCNP-bureaus appelleerden in hun reclamecampagnes). Uit de afdoening van de bezwaren blijkt dat de waarde grotendeels juist is vastgesteld waardoor het toekenningspercentage is gedaald. Met name door het lagere toekenningspercentage bezwaren zijn de lasten (als gevolg van uitbetalingen) in 2023 lager. Het effect voor 2024 wordt blijvend gemonitord. Er is een risico dat het aantal beroepen in 2024 hoger uitvalt als gevolg van het lagere toekenningspercentage. Dit risico is opgenomen in de risico-paragraaf in de bijlage. Vrijval uit voorziening proceskostenvergoeding belastingjaar 2022, € 52.000 V Bij de jaarrekening 2022 is een voorziening gevormd voor de proceskosten die voortvloeien uit de openstaande waardebezwaren (en beroepen) per balansdatum. De status is als volgt: -

97% van de waardebezwaren afgehandeld;

-

57% van de beroepen afgehandeld.

De beperkte afloop van de beroepen is het gevolg van de achterstanden bij de rechtbank.

Jaarstukken 2023

45

In de tweede bestuursrapportage werd al rekening gehouden met een iets te hoge waardering, dit is nog verder doorgezet. De voorziening is bij de jaarrekening 2022 bepaald door de openstaande bezwaren en beroepen te vermenigvuldigen met de gemiddelde kosten. De afloop per balansdatum is als volgt: -

795 bezwaren afgehandeld (97%) voor afgerond € 80.000;

-

188 beroepen afgehandeld (57%) voor afgerond € 97.000.

Uit de afloopcontrole blijkt dat de gemiddelde kosten van beroepen in 2023 lager zijn (het gemiddelde bij de jaarrekening 2022 was € 773 uit de afloop in 2023 blijkt een gemiddelde van € 515), de voorziening wordt hierop aangepast voor de nog restende verplichting. Als gevolg hiervan valt € 51.000 vrij ten gunste van het budget voor proceskostenvergoedingen. Overige kleine verschillen De overige kleine afwijkingen zijn gezamenlijk € 1.000 voordelig en bevatten geen bijzonderheden.

Jaarstukken 2023

46

Programma Heffen

€ 7.000 V

Het programma Heffen is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2022

Begroting 2023 primair

Begroting 2023 na wijziging

Jaarrekening 2023

1.667.100

1.956.000

2.157.000

1.924.000

233.000

Inhuur personeel

319.400

-

-

173.000

-173.000

Kosten BAG

32.400

45.000

35.000

34.000

1.000

(Controle)kosten gegevensbeheer

110.000

125.000

158.000

213.000

-55.000

Griffie- en proceskosten Heffen

14.100

20.000

17.000

16.000

1.000

2.143.000

2.146.000

2.367.000

2.360.000

7.000

Bijdrage heffen

-

-

-

-

-

Subtotaal baten

-

-

-

-

-

Resultaat Heffen

2.143.000

2.146.000

2.367.000

2.360.000

7.000

Omschrijving Loonkosten huidig personeel

Subtotaal lasten

Verschil

Verschillen (> € 100.000) Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen programma Heffen een voordeel zien van € 60.000. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten. Overige kleine verschillen De overige kleine afwijkingen zijn gezamenlijk € 53.000 nadelig. De afwijking bestaat voornamelijk uit een overschrijding van het budget (controle)kosten gegevensbeheer. Deze afwijking is ontstaan als gevolg van een eenmalige hogere uitvraag binnen het berichtenverkeer BRP. Hierdoor is de BWB binnen het contract in een hogere staffel komen te vallen.

Jaarstukken 2023

47

Programma Invordering

€ 157.000 V

Het programma Invordering is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2022

Begroting 2023 primair

Begroting 2023 na wijziging

Jaarrekening 2023

1.768.900

1.971.000

2.008.000

1.905.000

103.000

Inhuur personeel

204.500

-

-

-

-

Financiële invordering

163.600

137.000

159.000

110.000

49.000

Dwanginvordering

27.200

57.000

59.000

54.000

5.000

Subtotaal lasten

2.164.200

2.165.000

2.226.000

2.069.000

157.000

Bijdrage invordering

-

-

-

-

-

Subtotaal baten

-

-

-

-

-

2.164.200

2.165.000

2.226.000

2.069.000

157.000

Omschrijving Loonkosten huidig personeel

Resultaat Invordering

Verschil

Verschillen (> € 100.000) Het onderdeel loonkosten en inhuur personeel laat binnen programma Invordering een voordeel zien van € 103.000. Dit resultaat geeft op programmaniveau een vertekend beeld, omdat de begrotingscijfers per programma niet tussentijds zijn aangepast. Het loonbudget wordt als geheel gestuurd en de verschillen worden bij de jaarstukken totaal toegelicht. Bij het onderdeel overhead wordt een integrale toelichting gegeven op de totale personele kosten. Overige kleine verschillen De overige kleine afwijkingen zijn gezamenlijk € 54.000 voordelig. De afwijking bestaat voornamelijk uit een lager verbruik van het financiële invorderingsbudget. Dit is het gevolg van een aanbestedingsvoordeel bij het bankcontract.

Jaarstukken 2023

48

Overhead

€ 903.000 V

Het programma Overhead en financiering is als volgt te specificeren: Jaarrekening 2022

Begroting 2023 primair

Begroting 2023 na wijziging

Jaarrekening 2023

2.541.800

3.131.000

3.479.000

3.046.000

433.000

Inhuur derden

564.700

625.000

650.000

449.000

201.000

Overige personele kosten

335.900

380.000

610.000

611.000

-1.000

Bedrijfsvoering

188.100

231.000

364.000

326.000

38.000

Kantoorkosten

715.500

599.000

648.000

549.000

99.000

1.788.500

1.975.000

2.010.000

1.923.000

87.000

949.800

867.000

930.000

948.000

-18.000

Door te schuiven BTW

1.238.000

1.080.000

1.250.000

1.243.000

7.000

Subtotaal lasten

8.322.300

8.888.000

9.941.000

9.095.000

846.000

Bijdrage loonkosten

93.100

-

100.000

140.000

40.000

Bijdrage garantiesalarissen

143.300

130.000

130.000

124.000

-6.000

Bijdrage print en portokosten

79.800

115.000

25.000

-5.000

-30.000

Bijdrage overige goederen en diensten

61.800

10.000

85.000

138.000

53.000

Subtotaal baten

378.000

255.000

340.000

397.000

57.000

7.944.300

8.633.000

9.601.000

8.698.000

903.000

Omschrijving Personeel

Informatisering/automatisering Huisvesting

Resultaat Overhead

Verschil

Verschillen (> € 100.000) Personeelslasten De salariskosten en de inhuurkosten personeel zijn in de jaarrekening rechtstreeks verantwoord binnen de diverse programma’s waar ze betrekking op hebben. Voor een totaaloverzicht van de gerealiseerde personeelslasten (loonkosten inclusief inhuur) wordt hieronder een totaalbeeld gegeven, waarbij onderscheid is gemaakt tussen personeelslasten binnen de programma’s en als gevolg van overhead. Salariskosten van het personeel en inhuurkosten worden als geheel beoordeeld. In onderstaande tabel en in de toelichting worden ze daarom ook in samenhang gezien.

Jaarstukken 2023

49

Loonkosten

Woonwerkverkeer

Garantiesalarissen

Gratificaties & uitkeringen

Waarderen

3.185.000

49.000

83.000

Heffen

1.924.000

28.000

Invordering

1.905.000

Overhead

Personeelslasten

Inhuur

Totaal

19.000

1.159.000

4.495.000

3.000

13.000

173.000

2.141.000

30.000

12.000

9.000

-

1.956.000

2.713.000

34.000

25.000

28.000

449.000

3.249.000

Totale lasten

9.727.000

141.000

123.000

69.000

1.781.000

11.841.000

Begroot na wijziging 2023

11.373.000

140.000

130.000

60.000

650.000

12.353.000

Resultaat personeelslasten

1.646.000

-1.000

7.000

-9.000

-1.131.000

512.000

In de reguliere exploitatie resteert een voordeel van € 512.000 op de totale personeelslasten. Dit bestaat voor een deel uit een overschrijding van € 3.000 op de posten woon-werkverkeer inclusief thuiswerkvergoeding, garantiesalarissen en gratificaties. Het voordeel ten behoeve van de salarissen en inhuur komt neer op € 515.000. Deze onderschrijding heeft meerdere oorzaken, welke hieronder worden toegelicht. 1. Tijdelijk niet opengestelde vacatures (€ 260.000 V) Er is voor gekozen om enkele functies binnen invordering en ondersteuning (nog) niet in te vullen om te beoordelen of invulling structureel benodigd is. Eind 2023 is besloten dat deze functies, sommige al dan niet in een andere vorm, alsnog worden ingevuld. Hierdoor is er nog geen bezetting aanwezig in 2023, wat leidt tot een voordeel van € 260.000. 2. Later ingevulde formatieruimte / inhuurruimte (€ 189.000 V) In 2023 is een formatiestijging doorgevoerd voor de toetreding Loon op Zand, een dalende arbeidsproductiviteit door de verruiming van het bijzonder verlof, extra behoefte aan ondersteuning, extra taken op het gebied van informatiebeveiliging en afstemming op de productie. In totaal kwam deze stijging neer op 7,8 fte, terwijl de bezetting pas in de loop van het jaar is opgevuld. Vooral binnen de teams heffen en ondersteuning is pas in de loop van het jaar invulling gevonden.

Doordat deze vacatures later in het jaar zijn ingevuld is de last in 2023 niet volledig gerealiseerd. Ook de inhuurkrachten welke zijn geworven voor vervanging voor ziekte of overproductie valt uiteindelijk lager uit dan vooraf ingeschat. Dit komt doordat er minder uren zijn gemaakt dan vooraf ingeschat of sommige opdrachten pas later in het jaar zijn ingevuld. Dit leidt tot een voordeel van € 189.000. 3. Mutaties voorzieningen (€ 66.000 V) In 2023 hebben mutaties omtrent de voorzieningen verlof (spaar- en bovenwettelijk verlof) en de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) plaats gevonden met per saldo een voordeel van € 66.000. Voor de toelichting wordt verwezen naar onderdeel II Jaarrekening – 6. Toelichting op de balans.

Jaarstukken 2023

50

Overige kleine verschillen De overige kleine afwijkingen in lasten zijn gezamenlijk € 212.000 voordelig en zijn uit te splitsen in: Overige personeelskosten

€

1.000 N

Bedrijfsvoering

€

38.000 V

Kantoorkosten

€

99.000 V

Informatisering/automatisering

€

87.000 V

Huisvesting

€

18.000 N

Door te schuiven BTW

€

7.000 V

De afwijking bestaat hoofdzakelijk uit lagere kosten print- en portokosten binnen kantoorkosten. Dit als gevolg van aanbesteding van het contract print- converteer- en mailingsdiensten. Ook zijn de aantallen te verzenden stukken lager zoals onder andere ook beschreven bij de programma’s en paragraaf overhead in het jaarverslag. Ook de kosten onderhoud, beheer en beveiliging informatisering/ automatisering zorgen voor een voordelig resultaat, doordat verschillende verwachte uitgaven alsnog niet zijn gerealiseerd of lager zijn uitgevallen. Deze twee afwijkingen zijn samen al verantwoordelijk voor 75% van het gehele voordelige resultaat van € 212.000. De overige kleine afwijkingen in baten zijn gezamenlijk € 57.000 voordelig en zijn uit te splitsen in: Bijdrage loonkosten

€

40.000 V

Bijdrage garantiesalarissen

€

6.000 N

Bijdrage print- en portokosten

€

30.000 N

Bijdrage overige goederen en diensten

€

53.000 V

De afwijkingen bestaan voornamelijk uit de niet begrote vergoeding KOTA (KinderOpvangToeslagAffaire), hogere inkomsten als gevolg van ouderschapsverlof en een lager aantal verzonden bijsluiters voor deelnemers.

Jaarstukken 2023

51

Treasury

€ 37.000 V

De post treasury is te specificeren in de volgende onderdelen: Jaarrekening 2022

Begroting 2023 primair

Begroting 2023 na wijziging

Jaarrekening 2023

Rentelasten

8.100

7.000

7.000

7.000

-

Subtotaal lasten

8.100

7.000

7.000

7.000

-

Renteopbrengsten

21.200

-

320.000

357.000

37.000

Subtotaal baten

21.200

-

320.000

357.000

37.000

Resultaat Treasury

-13.100

7.000

-313.000

-350.000

37.000

Omschrijving

Verschil

De rentelasten bestaat voornamelijk uit de rente die betaald wordt volgend uit de afgesloten langlopende geldlening. De renteopbrengsten komen voort uit het bankrekeningsaldo van de rekeningcourantverhouding van het Rijk.

Onvoorzien

€0

De post onvoorzien is te specificeren in de volgende onderdelen: Jaarrekening 2022

Begroting 2023 primair

Onvoorzien

-

80.000

-

-

-

Resultaat Onvoorzien

-

80.000

-

-

-

Omschrijving

Begroting 2023 na wijziging

Jaarrekening 2023

De post onvoorzien is in de eerste bestuursrapportage 2023 ingezet als dekkingsmiddel.

Jaarstukken 2023

52

Verschil

Bijdrage deelnemers

€0

De post bijdrage deelnemers is te specificeren in de volgende onderdelen: Jaarrekening 2022

Begroting 2023 primair

Begroting 2023 na wijziging

Jaarrekening 2023

Bijdrage deelnemers

18.125.900

17.871.000

19.933.000

19.933.000

-

Resultaat Deelnemersbijdrage

18.125.900

17.871.000

19.933.000

19.933.000

-

Omschrijving

Verschil

Conform de Gemeenschappelijke Regeling (GR) BWB artikel 33, lid 1 wordt het rekeningresultaat per deelnemer opgenomen in de jaarrekening op grond van de vastgestelde berekeningswijze. Deze berekeningswijze is per 2021 in overeenstemming met de deelnemers herzien. Na vaststelling van de jaarstukken 2023 door het algemeen bestuur zal conform artikel 33, lid 2 van de GR een verrekening plaats vinden op basis van de vastgestelde bestemming van het resultaat. Hierbij kan worden gedacht aan een verrekening met de deelnemers of aan een reserve volgens de vastgestelde nota reserves en voorzieningen. In de volgende tabel is de berekening van de bijdrage op basis van nacalculatie weergegeven. In kolom 1 staat de werkelijke bijdrage van de jaarrekening 2022. In kolom 2 is de begrote bijdrage volgens de tweede bestuursrapportage van 2023 weergegeven. De bijdrage van 2023 op nacalculatorische basis is weergegeven in kolom 3 van de tabel. In kolom 4 wordt vervolgens de werkelijk ontvangen bijdrage weergegeven. In de laatste kolom wordt weergegeven welke bedrag moet worden bestemd.

Jaarrekening nacalc. 2022

Begroot na wijziging 2023

Bergen op Zoom

1.612.900

1.789.000

1.680.000

1.774.000

-94.000

Breda

3.965.700

4.003.000

3.794.000

3.977.000

-183.000

Dongen

507.400

612.000

566.000

603.000

-37.000

Etten-Leur

968.700

981.000

934.000

983.000

-49.000

Halderberge

636.900

727.000

665.000

718.000

-53.000

Loon op Zand

-

670.000

634.000

662.000

-28.000

Moerdijk

940.200

1.212.000

1.104.000

1.186.000

-82.000

Oosterhout

1.216.900

1.476.000

1.396.000

1.469.000

-73.000

Roosendaal

1.731.200

1.999.000

1.877.000

2.020.000

-143.000

Rucphen

436.300

509.000

479.000

484.000

-5.000

Woensdrecht

492.800

585.000

540.000

567.000

-27.000

Omschrijving

Zundert

Bijdrage nacalc. 2023

Ontvangen 2023*

Te bestemmen 2023

641.200

702.000

664.000

693.000

-29.000

Brabantse Delta

4.539.300

4.668.000

4.249.000

4.797.000

-548.000

Totaal deelnemers

17.689.500

19.933.000

18.582.000

19.933.000

-1.351.000

*Dit bedrag komt overeen met de bijdrage zoals gesteld in de eerst bestuursrapportage 2023.

Jaarstukken 2023

53

In onderstaande tabel wordt naast de bruto deelnemersbijdrage, de compensabele btw-component afzonderlijk in beeld gebracht. Bijdrage inclusief compensabele BTW Omschrijving

Begroot na wijziging 2023 Bijdrage

Bijdrage nacalculatie 2023

Comp. BTW

Bijdrage

Comp. BTW

Bergen op Zoom

1.789.000

112.000

1.680.000

112.000

Breda

4.003.000

251.000

3.794.000

254.000

Dongen

612.000

38.000

566.000

38.000

Etten-Leur

981.000

62.000

934.000

62.000

Halderberge

727.000

46.000

665.000

44.000

Loon op Zand

670.000

42.000

634.000

42.000

Moerdijk

1.212.000

76.000

1.104.000

74.000

Oosterhout

1.476.000

93.000

1.396.000

93.000

Roosendaal

1.999.000

125.000

1.877.000

126.000

Rucphen

509.000

32.000

479.000

32.000

Woensdrecht

585.000

37.000

540.000

36.000

Zundert

702.000

44.000

664.000

44.000

Brabantse Delta

4.668.000

-

4.249.000

-

Totaal deelnemers

19.933.000

958.000

18.582.000

957.000

Toelichting afwijking Hieronder is weergegeven wat de wijziging is ten opzichte van de tweede bestuursrapportage 2023 in percentages. Het gemiddelde over alle deelnemers bedraagt 6,8%. Bergen op Zoom

6,1%

Oosterhout

5,4%

Breda

5,2%

Roosendaal

6,1%

Dongen

7,5%

Rucphen

5,9%

Etten-Leur

4,8%

Woensdrecht

7,7%

Halderberge

8,5%

Zundert

5,4%

Loon op Zand

5,4%

Brabantse Delta

9,0%

Moerdijk

8,9%

De gemiddelde afwijking voor gemeenten bedraagt 6,4%. Gemeenten wijken maximaal 2,5%-punt van dit gemiddelde af. De gemeente Etten-Leur heeft de laagste afwijking van 4,8% ten opzichte van de tweede bestuursrapportage en de gemeente Moerdijk heeft de hoogste afwijking met 8,9%. De onderlinge verschillen zijn relatief dus niet heel groot.

Jaarstukken 2023

54

De verschillen tussen de gemeenten onderling hebben ook geen eenduidige oorzaak. Voor een beeld wordt verwezen naar de specificatie in de totale kostenverdeelstaat. Er zijn voor de gemeenten drie zaken die in het oog springen: -

Voor de gemeente Moerdijk kan gesteld worden dat de afwijking onder andere het gevolg is van een lager producttarief BAG;

-

Voor alle gemeenten toont de werkelijke productie heffingsbezwaren diverse verschillen ten opzichte van de verwachte productie. Zo valt de productie van de gemeente Rucphen 25,5% lager uit terwijl de productie van de gemeente Roosendaal 8,5% hoger uitvalt. Deze afwijking in de productieverhouding zorgt voor een andere kostenverdeling.

-

Voor alle gemeenten toont de werkelijke productie dwangbevelen diverse verschillen ten opzichte van de verwachte productie. Zo valt de productie van de gemeente Moerdijk 16,7% lager uit terwijl de productie van de gemeente Etten-Leur 36,7% hoger uitvalt. Deze afwijking in de productieverhouding zorgt voor een andere kostenverdeling.

De teruggave van het Waterschap Brabantse Delta bestaat bijna volledig uit verschillen in producttarieven. Vooral de processen gegevensbeheer basis en dwanginvordering zorgen voor een groot deel van de totale teruggave.

Resultaatbestemming Het BBV gaat uit van een resultaat vóór en een resultaat ná bestemming. Resultaat ná bestemming Het resultaat vóór bestemming geeft het saldo aan van de baten en lasten. Vervolgens wordt het resultaat bestemd in de zin van toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Daarna volgt het resultaat ná bestemming. Bij de resultaatbestemming wordt onderscheid gemaakt tussen resultaatbestemming in de zin van de reeds geplande mutaties in reserves en de “echte” resultaatbestemming die ter besluitvorming wordt voorgelegd. Dit laatste wordt het voorstel tot resultaatbesteding genoemd. De BWB heeft geen reserves waardoor het resultaat vóór en ná bestemming gelijk is. De Jaarstukken 2023 sluiten met een voordelig saldo van € 1.351.000. Op pagina 5 is een toelichting gegeven op dit positieve resultaat. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. Vaststelling van deze jaarstukken betekent dat het algemeen bestuur van de BWB het dagelijks bestuur decharge verleent voor het in de jaarrekening verantwoorde financieel beheer.

Jaarstukken 2023

55

Resultaatbesteding Als onderdeel van de resultaatbesteding wordt het algemeen bestuur voorgesteld het jaarrekeningresultaat na bestemming zijnde € 1.351.000 als volgt te besteden: € 200.000 voor de vorming van een beperkte algemene reserve en € 1.151.000 te verrekenen met de deelnemers op basis van de vastgestelde kostenverdeelsystematiek. De voorwaarden voor de reserve zijn opgenomen als bijlage bij het voorstel aan het algemeen bestuur.

Omschrijving

Te bestemmen resultaat

Verhouding jaarrekening

Bestemming reserve

Bestemming te verrekenen deelnemers

Bergen op Zoom

-94.000

9,0%

-18.000

-76.000

Breda

-183.000

20,4%

-41.000

-142.000

Dongen

-37.000

3,0%

-6.000

-31.000

Etten-Leur

-49.000

5,0%

-10.000

-39.000

Halderberge

-53.000

3,6%

-7.000

-46.000

Loon op Zand

-28.000

3,4%

-7.000

-21.000

Moerdijk

-82.000

5,9%

-12.000

-70.000

Oosterhout

-73.000

7,5%

-15.000

-58.000

Roosendaal

-143.000

10,1%

-20.000

-123.000

Rucphen

-5.000

2,6%

-5.000

-

Woensdrecht

-27.000

2,9%

-6.000

-21.000

Zundert

-29.000

3,6%

-7.000

-22.000

Brabantse Delta

-548.000

22,9%

-46.000

-502.000

-1.351.000

100,0%

-200.000

-1.151.000

Totaal deelnemers

Jaarstukken 2023

56

Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten

Begroot 2023

Realisatie 2023

Verschil

KinderOpvangToeslagAffaire (KOTA)

-

29.600

29.600

Bijdrage afwikkeling

-

29.600

29.600

Kosten afwikkeling

-

-

-

Totalen incidentele baten en lasten

-

29.600

29.600

Zie voor de verdere specificatie: Verantwoording gederfde inkomsten en uitvoeringskosten KinderOpvangToeslagAffaire.

Jaarstukken 2023

57

3. WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT) Beloningen van bestuurders en overige topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector dienen wettelijk genormeerd, respectievelijk gemaximeerd te worden. Dit heeft geresulteerd in de wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De WNT voorziet in een democratisch gelegitimeerd instrument waarmee normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd voor de bezoldiging van bestuurders en andere topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector. Het bezoldigingsmaximum voor 2023 is bepaald op een bedrag van € 223.000 op jaarbasis. In 2023 hebben geen bezoldigingen boven deze norm plaatsgevonden. In onderstaand overzicht zijn de topfunctionarissen op naam van persoon opgenomen.

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling Boekjaar

2023

2022*

Dhr. P. Stoffelen

Dhr. P. Stoffelen

Directeur

Directeur

Aanvang en einde functievervulling boekjaar

01 jan – 31 dec

01 jan – 31 dec

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

1,0

Dienstbetrekking

Ja

Ja

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

117.048

108.537

Beloningen betaalbaar op termijn

19.539

20.258

Subtotaal beloning

136.587

128.795

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

223.000

216.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

N.v.t.

Bezoldiging

136.587

128.795

N.v.t. / N.v.t.

N.v.t. / N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Leidinggevende topfunctionaris Functiegegevens

Bezoldiging

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

*Gewijzigd ten opzichte van de, in de jaarrekening 2022 gepresenteerde WNT. De aanpassing heeft betrekking op een rekeningkundige wijziging ten behoeve van de pensioenpremies.

Jaarstukken 2023

58

1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.900 of minder Gegevens 2023 Naam topfunctionaris

Functie

Mutatie

Dhr. Th.J.J.M. Schots

Voorzitter DB - AB

geëindigd 31-03-2023

Dhr. C.J.A. van Dorst

Voorzitter DB - AB

nieuw per 07-07-2023

Dhr. C.J.A. van Dorst

DB – AB

geëindigd 07-07-2023

Dhr. I.C.H. Jansen

DB – AB

Mevr. C.E.A.H. Kranenborg – van Eerd

DB – AB

Mevr. K. van den Berg

DB - AB

nieuw per 07-07-2023

Dhr. D.F.J. Melsen

AB

Dhr. G.J.A.M. de Weert

AB

Dhr. J.A.A. Pals

AB

Dhr. J.C.G.M. Brekelmans

AB

nieuw per 27-01-2023

Dhr. J.H.A. Mollen

AB

geëindigd 07-07-2023

Dhr. J.M.A. van Agtmaal

AB

Dhr. M.J.A.J. Lazeroms

AB

Dhr. P.C.H.A. Schouw

AB

Dhr. R.C.A.L. Bogers

AB

Mevr. E.G.A. van der Star – Deijkers

AB

nieuw per 27-10-2023

2. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hiervoor vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2023 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2023 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden. Sinds 2018 is de zogenaamde anticumulatiebepaling in werking getreden. Dit houdt in dat, indien een leidinggevende topfunctionaris bij meerdere WNT-instellingen een leidinggevende topfunctie vervult, de instelling in de WNT-verantwoording vermeldt welke topfunctionaris en welke WNT-instellingen het betreft. Voor de BWB is geen sprake van een leidinggevende topfunctionaris die bij meerdere WNTinstellingen een leidinggevende topfunctie vervult.

Jaarstukken 2023

59

4. BALANS PER 31 DECEMBER 2023 VOOR BESTEMMING ACTIVA

Balans per 31-12-2023

Balans per 31-12-2022

VASTE ACTIVA 1.190.000

6.1 Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut

1.190.000

Totaal vaste activa

1.178.200 1.178.200

1.190.000

1.178.200

5.735.000

5.265.800

VLOTTENDE ACTIVA 6.2 Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courantverhouding met het Rijk

89.000

106.800

5.646.000

5.159.000

3.001.000

6.3 Liquide middelen Kassaldi Banksaldi*

2.489.100

1.000

1.100

3.000.000

2.488.000

251.000

6.4 Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

251.000

314.300 314.300

Totaal vlottende activa

8.987.000

8.069.200

TOTAAL ACTIVA

10.177.000

9.247.400

-

-

Recht op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969

*Gewijzigd ten opzichte van de, in de jaarrekening 2022 gepresenteerde balans per 31-12-2022. De aanpassing heeft betrekking op het toevoegen van het banksaldo BNG (belastingen). De wijziging is verwerkt ten behoeve van vergelijkbaarheid van de beide balansstanden.

Jaarstukken 2023

60

PASSIVA

Balans per 31-12-2023

Balans per 31-12-2022

VASTE PASSIVA 1.351.000

6.5 Eigen vermogen Gerealiseerde resultaat

1.351.000

436.400 436.400

659.000

6.6 Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

659.000

424.000 424.000

750.000

6.7 Vaste schulden looptijd langer dan één jaar Onderhandse leningen van binnenlandse banken

750.000

Totaal vaste passiva

900.000 900.000

2.760.000

1.760.400

4.137.000

3.289.400

VLOTTENDE PASSIVA 6.8 Netto-vlottende schulden korter dan één jaar Overige schulden

1.135.000

790.100

Banksaldi

3.002.000

2.499.300

3.280.000

6.9 Overlopende passiva Overige nog te betalen en de vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen*

3.280.000

4.197.600 4.197.600

Totaal vlottende passiva

7.417.000

7.487.000

TOTAAL PASSIVA

10.177.000

9.247.400

*Gewijzigd ten opzichte van de, in de jaarrekening 2022 gepresenteerde balans per 31-12-2022. De aanpassing heeft betrekking op het toevoegen van het banksaldo BNG (belastingen). De wijziging is verwerkt ten behoeve van vergelijkbaarheid van de beide balansstanden.

Jaarstukken 2023

61

5. WAARDERINGSGRONDSLAGEN JAARREKENING De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de Gemeenschappelijke Regeling. Programmarekening De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Balans De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen.

De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend volgens de lineaire afschrijvingsmethode. Er wordt afgeschreven vanaf de eerste maand van het boekjaar, na het boekjaar van ingebruikneming, met uitzondering van materiële vaste activa die deel uitmaken van een groter geheel. Voor deze activa wordt deze regeling pas toegepast als 50% van de activering heeft plaats gevonden. Afschrijvingen vinden plaats conform het gestelde in de ‘Nota Waarderen en Afschrijven’ zoals deze door het Algemeen Bestuur is vastgesteld in de vergadering van 21 oktober 2022. De waardering van de overige activa en passiva geschiedt in het algemeen tegen nominale waarden. Wanneer hiervan wordt afgeweken, is dit in de toelichting bij de desbetreffende post vermeld. Er is geen voorziening opgenomen voor oninbaarheid van vorderingen.

Jaarstukken 2023

62

De volgende voorzieningen zijn opgenomen op de balans, waarbij de opbouw van de voorzieningen is toegelicht in paragraaf 6.6: -

Voorziening materiële kosten (griffie en proceskosten waarderen) Bij de jaarrekening 2022 is een voorziening getroffen voor de proceskosten die voortvloeien uit de afhandeling van de openstaande bezwaren en beroepen die openstaan per balansdatum (31 december) van het boekjaar. Op grond van het BBV moet een voorziening worden getroffen voor verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten. Dit is een structurele voorziening die jaarlijks wordt geactualiseerd. De opbouw 2023 is toegelicht in paragraaf 6.6 waarbij onderscheid is gemaakt in de voorziening die is getroffen voor 2022 en 2023.

-

Voorziening verlof (bovenwettelijk- en spaarverlof) Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moet een voorziening worden opgenomen met betrekking tot bovenwettelijk- en spaarverlof. De voorziening voor bovenwettelijk verlof omvat het bovengemiddelde aantal uren bovenwettelijk verlof, berekend op basis van het 5-jarige gemiddelde inclusief de gekochte verlofuren uit het individuele keuzenbudget (IKB). Daarnaast wordt de voorziening gevormd voor het saldo aan verlofsparen per balansdatum (31 december). Beide voorzieningen worden gewaardeerd tegen een geïndexeerd gemiddeld uurloon inclusief werkgeverslasten.

-

Voorziening Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) De Regeling Vervroegde Uittreding zoals opgenomen in de cao leidt ertoe dat ambtenaren het recht hebben maximaal twee jaar eerder te stoppen met werken. Overeenkomstig de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moet een voorziening worden gevormd voor de medewerkers die 1 januari 2024 gebruik gaan maken van de regeling. Hierbij wordt de bruto uitkering over de looptijd van deze regeling als uitgangspunt genomen.

Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals vastgesteld in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2023. Dat betekent dat: -

De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties.

-

De financiële rechtmatigheid, waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik (M&O) criterium omvat: > voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals deze op 26 januari 2024 door het algemeen bestuur is vastgesteld; > voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal situaties in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en

Jaarstukken 2023

63

onderschrijdingen van baten, onderschrijding van lasten en onderschrijding van investeringskredieten geldt dat ze onrechtmatig zijn waarbij voor een aantal situaties in de financiële verordening is beschreven wanneer deze over- en onderschrijdingen acceptabel zijn. -

Ten aanzien van het M&O criterium is het M&O-beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten

of

onduidelijkheden

boven

de

verantwoordingsgrens)

opgenomen

in

de

rechtmatigheidsverantwoording. -

De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: > een verantwoordingsgrens van 1% (zijnde € 193.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; > een rapporteringstolerantie van € 50.000 gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

Jaarstukken 2023

64

6. TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 2023 ACTIVA

6.1 Materiële vaste activa

€ 1.190.000

In onderstaande tabel wordt het verloop van de materiële vaste activa over 2023 weergegeven. Boekwaarde 01-01-2023

Investering

153.000

35.000

Overige materiële vaste activa

1.025.000

Totaal materiële vaste activa

1.178.000

Omschrijving Bedrijfsgebouwen

Desinvestering

Afschrijvingen

Boekwaarde 31-12-2023

-

27.000

161.000

255.000

-

251.000

1.029.000

290.000

-

278.000

1.190.000

Bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief zijn niet van toepassing en om deze reden niet opgenomen in het bovenstaande verloopoverzicht. De post bedrijfsgebouwen heeft betrekking op aanpassingen in het bedrijfsgebouw. De investering bestaat hierbij uit het installeren van de zonnepanelen op het dak van het bedrijfsgebouw. De afschrijving bestaat uit een lineaire afschrijving van 10 jaar. De post overige materiële vaste activa bestaat uit inventaris en automatisering. Binnen beide componenten is geïnvesteerd, zoals het vervangen van de reeds afgeschreven bureaustoelen uit de inventaris. De automatisering bestaat uit de kosten voor de afronding implementatie van de belastingapplicatie, de implementatie van de RPA-tool, aanschaf headsets en het vervangen van beeldschermen, muizen en toetsenborden. De afschrijving bestaat uit een lineaire afschrijving tussen de 5 en 10 jaar.

6.2 Uitzettingen korter dan één jaar

€ 5.735.000

De in de balans opgenomen post uitzettingen korter dan een jaar per eind 2023 heeft betrekking op: 89.000

•

Vorderingen op openbare lichamen

•

Rekening-courantverhouding met het Rijk

5.646.000

De afwikkeling van de vorderingen op openbare lichamen naar de toestand per 1 maart 2024 geeft het volgende beeld: Vorderingen 01-01-2023

Vorderingen 31-12-2023

Ontvangsten in 2024

Vorderingen 01-03-2024

Vorderingen op openbare lichamen

107.000

89.000

89.000

-

Totaal uitzettingen korter dan één jaar

107.000

89.000

89.000

-

Omschrijving

Jaarstukken 2023

65

De in de balans opgenomen vorderingen op openbare lichamen zijn uit te splitsen in: •

Renteopbrengsten Ministerie van Financiën

85.000

•

Overige bijdrage deelnemers

4.000

Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 89.000 aan openstaande vorderingen per 31 december 2023. Schatkistbankieren •

5.646.000

Saldo rekening-courantverhouding met het Rijk

Vanuit de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden zijn regels vastgesteld voor de uitvoering van het verplicht schatkistbankieren voor de decentrale overheden. Het bedrag boven de drempel van 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal of alles boven € 1.000.000 dient gestort te worden bij het Rijk als zijnde een rekeningcourant verhouding. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Met betrekking tot alle liquide middelen dient alles boven het drempelbedrag gestort te worden in de schatkist. In 2023 hebben geen overschrijdingen van het drempelbedrag plaats gevonden.

Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren, verslagjaar 2023 (x € 1.000) Berekening drempelbedrag a. Begrotingstotaal verslagjaar

18.126

b. Deel van begrotingstotaal onder € 500 miljoen

18.126

c. Drempel is 0,75% van begrotingstotaal onder sub b

-

1. Drempelbedrag (Minimaal: € 1.000.000)

1.000

Berekening kwartaalcijfers buiten ‘s Rijksschatkist

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

9.664

1.194

542

258

e. Dagen in het kwartaal

90

91

92

92

2. Kwartaalcijfers op dag basis buiten schatkist

107

13

6

3

Berekening benutting drempelbedrag schatkist bankieren

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

1.000

1.000

1.000

1.000

2. Kwartaalcijfers op dag basis buiten ‘s Rijk schatkist

107

13

6

3

3. Ruimte onder het drempelbedrag

893

987

994

997

-

-

-

-

d. Som van de per dag buiten ’s Rijksschatkist aangehouden middelen (negatief tellen nihil)

1. Drempelbedrag voor BWB

4. Overschrijding van het drempelbedrag

Jaarstukken 2023

66

6.3 Liquide middelen

€ 3.001.000

De in de balans opgenomen post liquide middelen per eind 2023 is als volgt te specificeren: •

Kassaldo bedrijfsvoering

•

Saldo bankrekening BNG (belastingen)

•

Saldo bankrekening ING

1.000 2.997.000 3.000

Het kassaldo bedrijfsvoering en het banksaldo ING staan vrij ter beschikking. Voor het beheer van de ingevorderde belastingen houdt de BWB conform artikel 34 van de Gemeenschappelijke Regeling een uitsluitend daartoe bestemde rekening aan. Deze middelen staan daarmee niet vrij ter beschikking van de bedrijfsvoering van de BWB. Aan de passivazijde van de balans is dit saldo verwerkt als overlopend passief.

6.4 Overlopende activa

€ 251.000

De in de balans opgenomen post overlopende activa per eind 2023 is als volgt te specificeren: •

Nog te ontvangen bedragen

32.000

•

Vooruitbetaalde bedragen

219.000

Nog te ontvangen bedragen De post nog te ontvangen bedragen per eind 2023 is als volgt te specificeren: •

Uitvoeringsbijdrage KOTA 2023

30.000

•

Overige bijdrage

2.000

Vooruitbetaalde bedragen De post vooruitbetaalde bedragen per eind 2023 is als volgt te specificeren: •

Huisvesting

113.000

•

Programma Waarderen

38.000

•

Programma Heffen

29.000

•

Automatisering

22.000

•

Overige overheadkosten

15.000

•

Programma Invordering

2.000

Jaarstukken 2023

67

PASSIVA 6.5 Eigen vermogen

€ 1.351.000

De in de balans opgenomen post eigen vermogen per eind 2023 is als volgt te specificeren: •

1.351.000

Gerealiseerd rekeningresultaat

Rekeningresultaat 2023 Artikel 42 van het Besluit Begroting en Verantwoording bepaalt dat het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Het Algemeen Bestuur beslist over de afhandeling van dit resultaat. De jaarrekening 2023 sluit met een positief resultaat van € 1.351.000. In de toelichting baten en lasten 2023 wordt weergegeven hoe dit positieve resultaat tot stand is gekomen.

6.6 Voorzieningen

€ 659.000

De in de balans opgenomen post voorzieningen per eind 2023 is als volgt te specificeren: •

Voorziening personeel

78.000

•

Voorziening materieel

581.000

Voorziening personeel Het verloop van de voorzieningen personeel in 2023 geeft het volgende beeld: Voorziening personeel

Voorziening bovenwettelijk verlofsaldo

Boekwaarde 01-01-2023

116.000

-

-

116.000

Toevoegingen

-

17.000

11.000

28.000

Aanwending

-

-

-

-

Ten gunste baten en lasten vrijgevallen

66.000

-

-

66.000

Boekwaarde 31-12-2023

50.000

17.000

11.000

78.000

Voorziening spaarverlof

Totale voorziening personeel

Voorziening RVU

Voorziening verlof (bovenwettelijk- en spaarverlof) Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is de Belastingsamenwerking wettelijk verplicht twee voorzieningen op te nemen met betrekking tot verlof. De voorziening voor bovenwettelijk verlof omvat het bovengemiddelde aantal uren bovenwettelijk verlof, berekend op basis van het 5-jarige gemiddelde. Hieronder vallen ook de gekochte verlofuren uit het individuele keuzebudget (IKB). Op 31 december 2023 bedraagt dit bovengemiddelde aantal 1.089 uur. Dit deel wordt aangemerkt als verlof met geen gelijke omvang.

Jaarstukken 2023

68

Daarnaast wordt de voorziening voor spaarverlof gevormd voor volledig opgenomen verlofuren. Op 31 december 2023 bedraagt het aantal spaarverlof 368 uur. Beide voorzieningen worden gewaardeerd tegen een tarief van € 45,90, resulterend in bedragen van respectievelijk € 50.000 voor bovenwettelijk verlof en € 17.000 voor spaarverlof. Voorziening Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) Overeenkomstig de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient de Belastingsamenwerking wettelijk een voorziening te treffen voor de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU). Deze regeling stelt enkele medewerkers in staat eerder uit dienst te treden en daarbij alsnog een uitkering van de werkgever te ontvangen. Tot op heden heeft slechts één medewerker binnen de BWB aangegeven gebruik te zullen maken van deze regeling. De bruto uitkering over de volledige looptijd van deze regeling bedraagt € 11.000, welke integraal wordt geboekt als voorziening. Voorziening materieel Het verloop van de voorzieningen materieel in 2023 geeft het volgende beeld: Voorziening materieel

Voorziening griffie- Voorziening griffieen proceskosten en proceskosten waarderen 2022 waarderen 2023

Totale voorziening materieel

308.000

-

308.000

-

502.000

502.000

Aanwending

177.000

-

177.000

Ten gunste baten en lasten vrijgevallen

52.000

-

52.000

Boekwaarde 31-12-2023

79.000

502.000

581.000

Boekwaarde 01-01-2023 Toevoegingen

Voorziening griffie en proceskosten waarderen 2022 Voor de proceskosten die voortvloeien uit de afhandeling van de openstaande bezwaren en beroepen 2022 is een voorziening gevormd van € 79.000. Deze is als volgt opgebouwd: •

21 openstaande bezwaren per 31-12-2023 (tarief: € 105)

2.000

•

143 openstaande beroepen per 31-12-2023 (tarief: € 538)

77.000

Voorziening griffie en proceskosten waarderen 2023 Voor de proceskosten die voortvloeien uit de afhandeling van de openstaande bezwaren en beroepen 2023 is een voorziening gevormd van € 502.000. Deze is als volgt opgebouwd: •

570 openstaande bezwaren per 31-12-2023 (tarief: € 658)

375.000

•

135 openstaande beroepen per 31-12-2023 (tarief: € 945)

127.000

Jaarstukken 2023

69

Het tarief is bij de bepaling van de voorziening 2023 aangepast ten opzichte van de voorziening 2022. In 2023 is gebruik gemaakt van het toekenningspercentage zoals dat is opgetreden. Alleen bij toekenning worden proceskostenvergoedingen toegekend. In 2022 werd gebruik gemaakt van een gemiddeld

bedrag

per

openstaand

bezwaar

en

beroep

zonder

gebruikmaking

van

het

toekenningspercentage.

6.7 Vaste schulden langer dan één jaar Omschrijving

€ 750.000

Boekwaarde 01-01-2023

Toevoegingen Onttrekkingen

Boekwaarde 31-12-2023

Geldlening 2018

900.000

-

150.000

750.000

Totaal onderhandse leningen

900.000

-

150.000

750.000

Met betrekking tot de geldleningen is in 2023 een bedrag van € 7.000 aan rente betaald, welke ten laste van de exploitatie 2023 is gebracht.

6.8 Netto vlottende schulden korter dan één jaar

€ 4.137.000

De in de balans opgenomen post uitzettingen korter dan een jaar per eind 2023 heeft betrekking op: •

Overige schulden

1.135.000

•

Saldo bankrekening BNG (bedrijfsvoering)

3.002.000

De afwikkeling van de overige schulden naar de toestand per 1 maart 2024 geeft het volgende beeld: Omschrijving

Schulden 01-01-2023

Schulden 31-12-2023

Betaald in 2024

Schulden 01-03-2024

Overige schulden

790.000

1.135.000

1.135.000

-

Totaal netto vlottende schulden

790.000

1.135.000

1.135.000

-

De in de balans opgenomen netto vlottende schulden korter dan een jaar zijn uit te splitsen in: •

Schulden op openbare lichamen

617.000

•

Proceskostenvergoeding

31.000

•

Overige crediteuren

487.000

Binnen de administratie is een specificatie aanwezig van het bedrag van € 1.135.000 aan openstaande schulden per 31 december 2023. Daarnaast is er nog een openstaand banksaldo aanwezig op de BNG-bank. Dit saldo moet gezien worden in combinatie met de rekening-courant van het Rijk en liquide middelen aan de activakant van de balans. •

3.002.000

Saldo bankrekening BNG (bedrijfsvoering)

Jaarstukken 2023

70

6.9 Overlopende passiva

€ 3.280.000

De in de balans opgenomen post overlopende passiva per eind 2023 is als volgt te specificeren: •

Nog te betalen bedragen

•

Vooruitontvangen bedragen

3.276.000 4.000

Nog te betalen bedragen De post nog te betalen bedragen per eind 2023 is als volgt te specificeren: 2.997.000

•

Belastingrekening

•

Inhuur derden

157.000

•

Programma Heffen

55.000

•

Automatisering

20.000

•

Overige personeelskosten

20.000

•

Overige overheadkosten

12.000

•

Programma Waarderen

9.000

•

Salarissen

5.000

•

Aangifte omzetbelasting

1.000

De post nog af te dragen ontvangsten bestaat uit het saldo op de belastingrekening. Conform artikel 34 lid 2 van de Gemeenschappelijke Regeling West-Brabant De BWB houdt de administratie van de opgelegde aanslagen en de ingevorderde belastingen gescheiden van de administratie voor de bedrijfsvoering van de BWB. Vooruitontvangen bedragen De post vooruitontvangen bedragen per eind 2023 is als volgt te specificeren: •

4.000

Verhuur parkeerplaatsen

6.10 Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum.

Jaarstukken 2023

71

7. NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt in de toelichting op de balans inzicht gegeven in de financiële verplichtingen waaraan de BWB is verbonden, voor zover die verplichtingen financiële consequenties hebben voor de toekomstige jaren en deze niet zijn opgenomen in een balanspost. Deze verplichtingen hebben betrekking op meerjarige contracten boven de EU-aanbestedingsgrens van € 55.250 per jaar en worden meegenomen voor de verplichting ten aanzien van de gehele looptijd exclusief verlengingsmogelijkheden. Hierbij is gebruik gemaakt van het contractenregister en de spendanalyse over de periode 2020 tot en met 2023. Er wordt hierbij rekening gehouden met de indexering voor toekomstige uitgave op basis van de, in de kadernota 2025, opgenomen indexatie. Overhead Met betrekking tot de overheadlasten zijn er vier contracten welke aan de eerder gestelde voorwaarde voldoen. Alleen de huur van het bedrijfspand en de ICT-dienstverlening gelden als uitzondering op de voorwaarde aangezien dit geen aanbesteding betreft. De ingangsdata, bijbehorende bedragen en einddata (exclusief verlenging) van deze contracten zijn als volgt. Betreft

Onderdeel van

Ingangsdata

Gemiddeld bedrag

Einddata

Belastingapplicatie

Automatisering

01-01-2021

879.000

01-01-2027

ICT-dienstverlening

Automatisering

01-01-2024

660.000

31-12-2024

Print- converteer- en mailingsdiensten

Kantoorkosten

01-01-2023

1.621.000

01-01-2027

Huur bedrijfspand

Huisvesting

01-09-2023

1.377.000

31-08-2030

Schoonmaakdienst

Huisvesting

01-02-2018

75.000

31-12-2024

Accountantscontrole

Bedrijfsvoering

01-12-2022

225.000

30-11-2026

Programma Waarderen Met betrekking tot het programma Waarderen zijn er twee contracten welke aan de eerder gestelde voorwaarde voldoen. Dit betreft de waarderingsapplicatie welke een looptijd heeft van 01-01-2021 tot 01-01-2027 en een contractwaarde van € 379.000. Het tweede contract betreft beeldmateriaal met een looptijd van 01-01-2019 tot 31-12-2024 en een contractwaarde van € 160.000. Programma Invordering Met betrekking tot het programma Invordering zijn er twee contracten welke aan de eerder gestelde voorwaarde voldoen. Dit betreft de bankapplicatie welke een looptijd heeft van 01-01-2023 tot 31-122026 en een contractwaarde van € 287.000. Het tweede contract betreft de inzet van een externe deurwaarder voor het betekenen van hernieuwde bevelen met een looptijd van 01-04-2019 tot 31-032025 en een contractwaarde van € 136.000.

Jaarstukken 2023

72

8. BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD Nr.

Begroting 2023 na wijziging

Naam taakveld

Realisatie 2023

Lasten 0.10

Mutaties reserves

-

-

0.11

Resultaat van de rekening van baten en lasten

-

-

0.4

Overhead

9.941.000

9.095.000

0.5

Treasury

7.000

7.000

0.64

Belastingen overig

10.645.000

10.234.000

0.8

Overige baten en lasten

-

-

20.593.000

19.336.000

Totale lasten

Baten 0.10

Mutaties reserves

-

-

0.11

Resultaat van de rekening van baten en lasten

-

-1.351.000

0.4

Overhead

340.000

397.000

0.5

Treasury

320.000

357.000

0.64

Belastingen overig

19.933.000

19.933.000

0.8

Overige baten en lasten

-

-

20.593.000

19.336.000

Totale baten

Saldo 0.10

Mutaties reserves

-

-

0.11

Resultaat van de rekening van baten en lasten

-

-1.351.000

0.4

Overhead

-9.601.000

-8.698.000

0.5

Treasury

313.000

350.000

0.64

Belastingen overig

9.288.000

9.699.000

0.8

Overige baten en lasten

-

-

-

-

Totaal saldo

Jaarstukken 2023

73

9. VERANTWOORDING GEDERFDE INKOMSTEN EN UITVOERINGSKOSTEN KINDEROPVANGTOESLAG 1. Algemeen Het Rijk heeft toegezegd dat de gemeenten en waterschappen de verschuldigde belastingen van gedupeerde ouders en hun toeslagpartner die zij kwijtschelden volledig vergoed krijgen. Daarnaast wordt er ook compensatie verleend voor de uitvoeringskosten die in het kader van de operatie door gemeenten en waterschap worden gemaakt. In 2023 zal de BWB namens de deelnemers hiervan gebruik maken. De uitvoering van de regeling is voor gemeenten vastgelegd in het VNG-rapport¹ en voor het Waterschap is een aparte regeling opgesteld door de Unie van Waterschappen². Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voorziet in de bekostiging met twee componenten: •

De kwijtgescholden bedragen van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen (gederfde inkomsten);

•

Een eenmalige vergoeding voor de kosten die samenhangen met het proces van kwijtschelding (uitvoeringskosten).

Onderstaand worden de componenten toegelicht en een specificatie van de kosten weergegeven.

2. Kwijtgescholden bedragen (gederfde inkomsten) De hoogte van de kwijtgescholden bedragen van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen betreft de hoogte van het kwijtgescholden bedrag, inclusief de ophogingskosten en de bedragen van restitutie. Deze bedragen zijn onderdeel van de eindverantwoording belastingopbrengsten 2023. In onderstaand overzicht worden de kwijtgescholden bedragen en de ophogingskosten voor 2023 per deelnemer weergegeven. Omschrijving

Gemeentelijke belastingen / waterschapslasten

Ophogingskosten

Totaal

Bergen op Zoom Breda Dongen Etten-Leur Halderberge Loon op Zand Moerdijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Woensdrecht Zundert Brabantse Delta

7.100 5.200 100 2.700 3.600 3.900 9.300 700 1.300 11.900

400 400 300 400 200 600 1.600

7.500 5.600 100 3.000 4.000 4.100 9.900 700 1.300 13.500

Totaal deelnemers

45.800

3.900

49.700

¹SPUK en financiële verantwoording kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen voor gedupeerden. ²Afspraken Rijk- Hersteloperatie kinderopvangtoeslag voor Waterschappen.

Jaarstukken 2023

74

3. Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten is een eenmalige vergoeding voor de kosten die samenhangen met het proces van kwijtschelding. Voor gedupeerde per gemeente en voor de gedupeerde waarvoor een Belastingsamenwerking gecombineerde aanslagen oplegt kan een bedrag van € 150 in rekening worden gebracht. Voor een gedupeerde per waterschap kan € 100 per gedupeerde in rekening worden gebracht, indien aan gedupeerde zelfstandige aanslagen waterschapsbelasting worden opgelegd. Om de uitvoeringskosten te kunnen bepalen voorziet de Belastingdienst elke gemeente van een lijst met het aantal gedupeerden op jaarbasis. In onderstaand overzicht worden het aantal dossiers en de uitvoeringskosten van 2023 per deelnemer als volgt weergegeven: Omschrijving

Aantal dossiers

Bedrag

Bergen op Zoom

28

4.200

Breda

51

7.650

Dongen

3

450

Etten-Leur

13

1.950

Halderberge

9

1.350

Loon op Zand

5

750

Moerdijk

7

1.050

Oosterhout

12

1.800

Roosendaal

28

4.200

Rucphen

5

750

Woensdrecht

1

150

Zundert

2

300

Brabantse Delta

50

5.000

Totaal deelnemers

214

29.600

Deze uitvoeringskosten zijn in de jaarrekening verwerkt onder de incidentele baten en lasten op pagina 57.

Jaarstukken 2023

75

10. RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur op 26 januari 2024 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 193.000.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14448075/1