10b3 Kom St. Willebrord Lijsterbesstraat ongenummerd naast 23 en 25 Toelichting 2
Tekst van het document
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongenummerd naast 23 en 25
Datum: 5 november 2020 Status: ontwerp
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
6 6 7 8
Hoofdstuk 2
Beschrijving bestaande en beoogde situatie
9
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Inleiding Gemeente Rucphen St. Willebrord Bestaande situatie plangebied Beoogde situatie plangebied Verkeer en parkeren
9 9 9 10 10 10
Hoofdstuk 3
Beleidskader
11
3.1 3.2 3.3 3.4
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
11 11 15 20
Hoofdstuk 4
Planologisch relevante (milieu)aspecten
28
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie Flora en fauna Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Geur en veehouderij Externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling
28 28 29 31 33 34 34 35 36 37 40 43 45 45
Hoofdstuk 5
Juridische plantoelichting
47
5.1 5.2 5.3
Inleiding Opbouw van de regels Regels
47 47 47
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongenummerd naast 2 3 en 2 5 3
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
51
6.1 6.2
Inleiding Kostenverhaal
51 51
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
52
7.1 7.2 7.3 7.4
Vooroverleg Inspraak Omgevingsdialoog Tervisielegging
52 52 52 52
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Archeologisch onderzoek
Bijlage 2
Quickscan Wet natuurbescherming
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 4
Nota van Beantwoording
Bijlage 5
Omgevingsdialoog
4 ummerd naast 2 3 en 2 5
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongen
Toelichting
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongenummerd naast 2 3 en 2 5 5
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Initiatiefnemers wensen op percelen aan de Lijsterbesstraat ongenummerd in St. Willebrord gronden te ontwikkelen, zodanig dat maximaal twee vrijstaande woningen naast de bestaande woningen aan de Lijsterbesstraat 23 en 25 kunnen worden gerealiseerd. Initiatiefnemer heeft hiertoe een verzoek ingediend bij de gemeente Rucphen. De gemeente heeft in haar brief d.d. 14 januari 2019 met het kenmerk AZ18/031019-UA19/879962 aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief.
Het perceel van het plangebied, gelegen tussen en naast de Lijsterbesstraat 23 en 25 en kadastraal bekend als gemeente Rucphen, sectie D, nummers 7414 (ged.) en 8978, is momenteel in gebruik als zijtuinen behorend bij de bestaande woningen. De gronden hebben de bestemming 'Wonen' conform het vigerend bestemmingsplan "Buitengebied Rucphen 2012" en daarop volgende herzieningen. Ter plaatse zijn de twee bestaande woningen toegestaan, woningvermeerdering is op basis van de regels niet mogelijk. Derhalve dient voor de betreffende gronden een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden, waarbij aan de betreffende percelen woningvermeerdering met maximaal twee woningen wordt toegestaan.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Onderhavig plangebied is aan de westelijke rand van de kern St. Willebrord gelegen. Binnen het stedelijk gebied van St. Willebrord valt een onderscheid in vier onderdelen te maken. Ten eerste het historische dorpscentrum rondom het Processiepark en de Onze Lieve Vrouwekerk, centraal in het stedelijke gebied. Direct ten zuiden daarvan is het economische centrum van het dorp gelegen. Rondom deze centra is ten derde het woongebied gelegen waarvan de stedenbouwkundige structuur zijn oorsprong kent in de oude agrarische verkavelingsstructuur. Tot slot zijn daaromheen, rondom de uitwaaierende voormalige landwegen, de uitbreidingsgebieden uit de tweede helft van de vorige eeuw gelegen. Het plangebied is gelegen ten westen van een van de uitbreidingsgebieden van de tweede helft van de vorige eeuw, op de overgang met het buitengebied. Aan de zuidzijde wordt het plangebied omringd door de bebouwing van deze uitbreidingsgebieden. Deze bebouwing ligt met de rug naar het plangebied toe. Ten oosten van onderhavig plangebied ligt de woningbouwontwikkeling 'Hazelaarstraat Lijsterbesstraat St. Willebrord'.
6 ummerd naast 2 3 en 2 5
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongen
Satellietfoto van het plangebied en de directe omgeving. Het plangebied is weergegeven met een rode contour. Bron: streetsmart.cyclomedia.nl, 2019.
Begrenzing Het plangebied wordt in het oosten begrensd door de gronden behorend tot de woningbouwontwikkeling 'Hazelaarstraat - Lijsterbesstraat'. De zuidelijke plangrens wordt gevormd door de achterste perceelsgrenzen van de woningen aan de Hazelaarstraat 24 tot en met 28. In het westen wordt het plangebied begrensd door een groenstructuur. In het noorden wordt het plangebied begrensd door het zandpad Lijsterbesstraat. Het plangebied bestaat uit de kadastrale percelen die bekend staan als gemeente Rucphen, sectie D, nummers 7414 (ged.) en 8978.
1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan "Buitengebied Rucphen 2012", zoals vastgesteld op 29 maart 2012 en de daarop volgende herzieningen. De gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor het 'Wonen'. De realisatie van nieuwe woningen is echter niet mogelijk binnen de woonbestemming, daar woningvermeerdering is uitgesloten. Voorliggend bouwplan is dan ook strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongenummerd naast 2 3 en 2 5 7
Uitsnede van de verbeelding ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving. Het plangebied is weergegeven met een rode contour. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van de bestaande situatie van het dorp en het plangebied gegeven. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan de vigerende ruimtelijke beleidskaders. Hoofdstuk 4 gaat in op de geldende randvoorwaarden en planologisch relevante (milieu)aspecten voor het plan, waarna in het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de toelichting van de bestemmingsplanregels en de verbeelding. Tenslotte wordt in hoofdstuk 6 de economische uitvoerbaarheid van het plan inzichtelijk gemaakt en in hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de resultaten van de planologische procedure.
8 ummerd naast 2 3 en 2 5
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongen
Hoofdstuk 2 Beschrijving bestaande en beoogde situatie 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de ruimtelijke structuur van het plangebied beschreven. De ruimtelijke structuur wordt beschreven aan de hand van een korte (historische) beschrijving van de gemeente Rucphen, de dorpskern St. Willebrord en een beschrijving van de huidige inrichting en gebruik van het plangebied.
2.2 Gemeente Rucphen Het plangebied is gelegen in de gemeente Rucphen, een grote landelijke gemeente in het westen van de provincie Noord-Brabant. De gemeente telt 22.457 inwoners (CBS, 31 mei 2018). De gemeente bestaat uit de kernen Rucphen, Sprundel, Schrijf, Sint Willebrord en Zegge. Binnen de gemeente Rucphen zijn veel verschillen in het ruimtelijk structuurbeeld aanwezig; iedere dorpskern heeft zijn eigen karakter.
2.3 St. Willebrord Ontstaansgeschiedenis De plaats waar nu Sint Willebrord is gelegen was oorspronkelijk voornamelijk bedekt met veenlagen, die moerassig en ontoegankelijk waren. Bepalend voor de ontginning en de ontwikkeling van het gebied is de turfwinning geweest. Na 1250 was voor de groeiende stadsbevolking en voor de stedelijke nijverheid steeds meer brandstof nodig. Het veen werd afgegraven, gedroogd, in turven gesneden en per boot afgevoerd. Het vervoer gebeurde in speciaal gegraven kanaaltjes en vervolgens met grotere schepen over de hoofdkanalen naar de steden. In de omgeving van Sint Willebrord waren fijnmazige vaartenstelsels aanwezig. Nadat het veen was weggegraven, bleven de onderliggende zandgronden over. Er ontstond een vestigingspatroon van boerderijzwermen. De wat hogere gronden waren niet overal geschikt als landbouwgrond. Daar waren slechts kleine vruchtbare ‘landbouweilandjes’ gelegen tussen de heidevelden, afgegraven moeren en andere ‘woeste gronden’. Sint Willebrord is rondom een dergelijk ‘landbouweilandje’ ontstaan. De heidevelden werden gebruikt voor het weiden van schapen. Soms was de beweiding zo intensief, dat plaatselijk de wind vat kreeg op het losse zand en zandverstuivingen ontstonden. Sint Willebrord is, in vergelijking met andere nabijgelegen nederzettingen, de jongste kern. Pas rond 1600 vestigden zich op deze plek de eerste bewoners.
De heidenederzetting die oorspronkelijk ’t Heike werd genoemd, bestond uit een groep verspreid liggende, kleine boerderijen. Nadat in 1842 een parochie werd gesticht en de naam werd gewijzigd in St. Willebrord, trad een verdichting van bebouwing op rond de Sint Willebrorduskerk.
Ruimtelijke structuur Kenmerkend voor de kern St. Willebrord is dat de huidige stedenbouwkundige structuur gedeeltelijk de oude verkavelingsstructuur van het agrarisch cultuurlandschap weerspiegelt. Bij de naoorlogse uitbreiding van het dorp is de bebouwing langs bestaande (land)wegen geplaatst en heeft uitbreiding voor een belangrijk deel kavelsgewijs plaatsgevonden. Het Processiepark van de Onze Lieve Vrouwekerk vormt het ruimtelijke centrum van het dorp. Het onderhavige plangebied is gelegen in de westelijke dorpsrand.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongenummerd naast 2 3 en 2 5 9
2.4 Bestaande situatie plangebied De bestaande woningen worden ontsloten via de Lijsterbesstraat, een zandpad dat een verbinding vormt tussen de Populierenstraat en de Kaaistraat. Aan het zandpad zijn momenteel twee grondgebonden woningen gelegen die ook ontsloten worden via dit zandpad. Het plangebied bestaat uit deze bestaande woningen met bijbehorende erven en tuinen. De gronden zijn gelegen op de overgang van het stedelijk gebied naar het buitengebied. Vanuit het plangebied is er dan ook direct zicht op het open buitengebied. Ter plaatse is sprake van grondgebonden vrijstaande woningen bestaande uit één bouwlaag met kap. De percelen hebben momenteel, vanwege de opgaande begroeiing in de tuin en de aanwezigheid van een erfafscheiding in de voortuin, een relatief ontoegankelijke aanblik.
2.5 Beoogde situatie plangebied Initiatiefnemers zijn voornemens om in de (zij)tuinen behorend bij de bestaande woningen aan de Lijsterbesstraat 23 en 25 ieder één woning te realiseren. Dit betekent dat er binnen de woonbestemming twee grondgebonden woningen worden toegevoegd. Het betreffen beide vrijstaande woningen, bestaande uit één bouwlaag met kap. De nieuwe woningen worden gesitueerd in dezelfde gevellijn als de bestaande woningen. Ter plaatse worden parkeerplaatsen op eigen terrein voorzien.
2.6 Verkeer en parkeren De parkeernormen van de gemeente Rucphen zijn vastgelegd in de Nota Parkeernormen Rucphen 2017. In deze nota is vastgelegd dat voor vrijstaande koopwoningen in een gebied dat is aan te merken als ‘overige bebouwde kom’ minimaal 2,3 parkeerplaats per woning dient te worden aangelegd. In het onderhavige plan wordt ruimschoots aan deze norm voldaan door per woning drie parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Het plangebied wordt ontsloten via de Lijsterbesstraat. Dit betreft een bestaand zandpad, waarlangs de bestaande woningen reeds ontsloten worden. Gezien de intensiteit die vergroot wordt als gevolg van het toevoegen van twee woningen, maar niet dermate groter is dan vergeleken met de bestaande intensiteit, bestaat er voldoende capaciteit om de extra verkeersbewegingen te kunnen verwerken. Bovendien is ter plaatse enkel sprake van bestemmingsverkeer. Om de bereikbaarheid te verbeteren voor zowel bestemmingsverkeer als ook hulpdiensten wordt het bestaande zandpad door de initiatiefnemer voorzien van halfverharding en verbreed tot ten minste 5 meter.
10 ummerd naast 2 3 en 2 5
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongen
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.
3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) 2012 Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies.
Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies. Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.
Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen.
Beoordeling Voorliggend plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt. Uitsluitend het nationale belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten', als vervat in de 'ladder voor duurzame verstedelijking', is van toepassing op onderhavig plan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst.
Conclusie
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongenummerd naast 2 3 en 2 5 11
Het planvoornemen is passend binnen de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk.
3.2.2 Beleid en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen.
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).
Beoordeling Voorliggend plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en het radarstation op vliegbasis Woensdrecht. Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. De maximale toegestane hoogte van bouwwerken in het radarverstoringsgebied van radarstation Woensdrecht bedraagt 113 meter boven N.A.P. In het onderhavige plan wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt boven de genoemde hoogtes. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation.
12 ummerd naast 2 3 en 2 5
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongen
Ligging van het plangebied binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en Woensdrecht. De blauwe aanwijzer toont de ligging van het plangebied. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
Voor het plangebied geldt verder dat er regels zijn opgenomen inzake de uitoefening van het vliegverkeer vanaf luchthaven Breda International Airport. De aanduiding 'luchtvaartverkeerzone - 5' komt hieruit voort en stelt beperkingen aan de hoogtematen ter plaatse van het plangebied. De beoogde situatie ziet echter niet toe op dergelijke hoogtes zoals begrensd. Het is dus niet van invloed op onderhavig planvoornemen.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongenummerd naast 2 3 en 2 5 13
Bijlage 8 bij Verordening luchthavenbesluit luchthaven Breda International Airport.
Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plan geen regels uit het Barro en de Rarro van toepassing, aangezien er bij onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.
3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2017 Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat 'de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als een 'open norm' is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de
14 ummerd naast 2 3 en 2 5
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongen
Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde 'overzichtsuitspraak' gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' concreet worden toegepast.
Beoordeling Toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. a. b. c. d. e.
Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?
a.
Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling?
Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m 2 of in een gebouw met een bruto-oppervlakte groter dan 500 m 2, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt.
Het onderhavige bestemmingsplan maakt ter plaatse van het plangebied de bouw van twee grondgebonden woningen mogelijk. De ontwikkeling is reeds gelet op de kleinschalige omvang niet als 'stedelijke ontwikkeling' te classificeren. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' behoeft niet te worden doorlopen.
Conclusie De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling.
3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving' Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers-en vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie.
In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongenummerd naast 2 3 en 2 5 15
samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
Beoordeling Met de Omgevingsvisie Noord-Brabant kiest de provincie ervoor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Hiermee kiest de provincie een blikveld dat enigszins boven het huidige initiatief uit stijgt. Het voorliggend initiatief is passend binnen de omgeving en zorgt voor een kwalitatieve verdichting van het bestaand stedelijk gebied. Dit past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.
Conclusie De beoogde ontwikkeling is relatief kleinschalig en betreft een inbreidingslocatie in het bestaand stedelijk gebied van St. Willebrord. Het voornemen past binnen de kernwaarden zoals door de provincie Noord-Brabant zijn geformuleerd in haar Omgevingsvisie.
3.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma's en waarden en worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov N-B) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening.
De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen.
Beoordeling Voorliggend plangebied is binnen de Interim omgevingsverordening gelegen binnen het 'Stedelijk gebied'. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Omgevingsverordening. Ten eerste moet worden voldaan aan de regels voor ontwikkeling binnen het 'Stedelijk gebied'. Daarnaast moet worden voldaan aan de algemene regels voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit van de ruimtelijke kwaliteit. De toetsing wordt hierna uitgevoerd.
16 ummerd naast 2 3 en 2 5
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongen
Uitsnede kaartbeeld stedelijke ontwikkeling van de Verordening ruimte van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is aangeduid met de rode contour. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.
Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling Toetsingskader Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. b.
de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.
Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. b. c. d. e. f.
bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.
Beoordeling Onderhavige ontwikkeling betreft het planologisch toevoegen van twee woontitels in het bestaand stedelijk gebied van St. Willebrord. De nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het Stedelijk gebied als bepaald in artikel 3.42 Iov, mits passend binnen de woningbouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald en mits de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. Uit de regionale woningbouwafspraken, gemaakt in het document 'Perspectief op wonen en woningbouw West-Brabant West 2019' volgt dat vanuit zorgvuldig ruimtegebruik in de regio primair ingezet wordt op het bestaand stedelijk gebied en de kansen voor transformatie en herbestemming. In dit document geeft de gemeente Rucphen aan dat 60% van de woningbouwplannen binnen de gemeente op inbreidingslocaties is gelegen.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongenummerd naast 2 3 en 2 5 17
De prognose inzake de woningbouwbehoefte toont dat er tot aan 2028 behoefte is aan de bouw van minimaal 365 en maximaal 525 woningen. Er bestaat in de woningbouwprogrammering een harde plancapaciteit van 295 woningen. Binnen de woningbouwprogrammering bestaat voldoende ruimte om te voorzien in de bouw van twee woningen in onderhavig plangebied. Derhalve past het plan binnen de regionale afspraken.
Onderhavige ontwikkeling betreft voorts een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’: de ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik door gebruikmaking van een inbreidingslocatie. Tevens bevordert het plan een gezonde leefomgeving door woningen te realiseren binnen de kern van St. Willebrord, alwaar voorzieningen per fiets te bereiken zijn. Tot slot wordt de mogelijkheid tot productie en gebruik van duurzame energie niet belemmerd.
Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden in artikel 3.42 Iov.
Artikel 3.12 Boringsvrije
zone
Een bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding 'boringsvrije zone' strekt mede tot het behoud van de beschermende kleilaag in de bodem. Een deel van de noord- en noordwestzijde van het plangebied is gelegen binnen deze zone. Op de verbeelding van het bestemmingsplan is daarom een beschermende gebiedsaanduiding opgenomen.
Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes
voor een evenwichtige toedeling van functies
Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (Paragraaf 3.1.2) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. b. c.
zorgvuldig ruimtegebruik; de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; meerwaardecreatie.
Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1.
Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan;
18 ummerd naast 2 3 en 2 5
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongen
b.
2.
bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel.
Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering: 1. 2.
3.
De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid.
Ad c) - meerwaarderecreatie: 1.
2.
Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie.
in
artikel
3.9
Beoordeling Voorwaarden ad a: a. b. c.
De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Met onderhavig initiatief is hiervan sprake. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van het beoogde bouwvlak en de bestemmingen zijn zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven.
Voorwaarden ad b: a. b.
c.
Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft geen nieuwe infrastructuur te worden aangelegd. Voor het overige heeft het planvoornemen geen effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. De afwikkeling van het verkeer is beschreven in hoofdstuk 2. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag.
Voorwaarden ad c: Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met onderhavig initiatief invulling wordt gegeven aan meerwaardecreatie door te voorzien in de woningbouwopgave binnen bestaand stedelijk gebied. Hierdoor blijft het buitengebied ontlast.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongenummerd naast 2 3 en 2 5 19
Conclusie Er wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Toekomstvisie Puur Rucphen 2030 Toetsingskader In de toekomstvisie 'Puur Rucphen 2030', vastgesteld op 23 september 2015, worden de maatschappelijke opgaven van de gemeente voor de komende jaren benoemd. De toekomstvisie bouwt voort op bestaand beleid en is geen aanleiding geweest tot een inhoudelijke koerswijziging. Wel zijn de perspectieven op deelterreinen en de onderlinge dwarsverbanden verder versterkt, zodat de inzet van de gemeente effectiever kan zijn. De toekomstvisie is opgesteld in intensieve samenspraak met bewoners, ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties.
Radicaal anders wordt de rol van de overheid en de invulling van regionale samenwerking: van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie, en van samenwerking omdat 't moet, naar samenwerking omdat 't loont. De inhoudelijke en bestuurlijke keuzes zijn uitgewerkt in de volgende perspectieven: 1. 2. 3. 4. 5.
Aantrekkelijk wonen; Vrijetijdseconomie; Zorgzame en zelfredzame gemeenschappen; Overheidsparticipatie; Regionale samenwerking.
De gemeente Rucphen wil haar aantrekkingskracht versterken voor mensen die graag rustig en landelijk willen wonen, maar wel dichtbij (groot)stedelijke voorzieningen en werk. De gemeente Rucphen handelt vanuit de overtuiging dat de meeste inwoners goed in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun huidige en toekomstige woon- en leefsituatie. Meegroeien met de samenleving is het uitgangspunt. Zelf bouwen zit in de genen van de inwoners van de gemeente. (Collectief) particulier opdrachtgeverschap wordt dan ook gestimuleerd. Aandachtspunten bij (zelf)realisatie zijn groene inpassing, duurzaamheid (isolatie/energie) en levensloopbestendigheid.
Beoordeling Onderhavige ontwikkeling ziet toe op de bouw van woningen waardoor vooral keuze 1 van belang is. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het toevoegen van twee extra woningen en betreft een particulier initiatief. Dit past binnen het uitgangspunt om mee te groeien met de samenleving en het stimuleren van particulier opdrachtgeverschap.
Conclusie Voorgenomen ontwikkeling past binnen de kaders van de toekomstvisie Puur Rucphen 2030.
3.4.2 Woonvisie gemeente Rucphen 2020 - 2024 Toetsingskader In de Woonvisie 2020 - 2024 van de gemeente Rucphen wordt de actuele informatie over de woningmarkt vertaald naar speerpunten voor het gemeentelijk beleid. Hierbij gaat het onder andere om ruimtelijke ordening, woningbouwplanning, transformatie, grond(prijs)beleid, betaalbaarheid, kwaliteit, duurzaamheid, woonruimteverdeling (beschikbaarheid / doelgroepen), wonen, leefbaarheid en zorg etc. Het uiteindelijke doel is hiermee vitale gemeenschappen en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat te behouden en te versterken in de vijf kernen van de gemeente Rucphen.
Het aantal inwoners van de gemeente Rucphen stijgt nog steeds en groeit in de gemeente Rucphen nog beperkt verder, met een ontgroening aan de onderkant en een sterke vergrijzing aan de bovenzijde. Met name door de afname van de gemiddelde woningbezetting, is er dus een behoefte om het aantal woningen uit te breiden. Door de sterke vergrijzing zal een groot deel van de toe te voegen woningen
20 ummerd naast 2 3 en 2 5
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongen
wel levensloopbestendig moeten worden gerealiseerd. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor met name starterswoningen, om starters/jongeren kansen te bieden in de dorpen binnen de gemeente Rucphen.
In de woonvisie wordt er van uitgegaan dat voor de komende 5 jaar een behoefte bestaat aan 500 nieuwe woningen. Achterblijvende nieuwbouw in de afgelopen jaren door de economische crisis en momenteel juist een verhitte koopmarkt leiden tot een behoefte aan 50-100 nieuwbouwwoningen per jaar. Benadrukt wordt een behoefte aan goedkope en middeldure koopwoningen tot € 300.000,-.
De te realiseren 500 nieuwbouwwoningen van 2020-2024 in de gemeente Rucphen zijn gedifferentieerd naar kern en naar woningtype. Dit zijn de ambities per kern, vraag en aanbod bepalen uiteindelijk de concrete invulling per kern.
Woningbouwambitie per kern. Bron: Woonvisie 2020-2024.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongenummerd naast 2 3 en 2 5 21
Beoordeling Een van de belangrijkste kwaliteiten van de kern St. Willebrord volgens de bewoners is het ruime wonen in een groen woonmilieu. Onderhavige ontwikkeling biedt de mogelijkheid om twee vrijstaande woningen toe te voegen, aan de rand van de kern St. Willebrord. Ter plaatse is sprake van een groen woonmilieu, dat aantrekkelijk kan zijn voor doorstromers. Met het onderhavige initiatief wordt tegemoet gekomen aan de vraag naar het wonen in een groen woonmilieu, nu deze ziet op de realisatie van twee vrijstaande woningen op ruime percelen.
Conclusie Onderhavig initiatief is passend binnen de woonvisie van de gemeente Rucphen.
3.4.3 Structuurvisie Rucphen 2030 Toetsingskader Op 11 december 2013 is door de gemeenteraad de Structuurvisie Rucphen 2030 vastgesteld. Met de nieuwe visie wordt richting gegeven aan de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De visie betreft een herijking van de StructuurvisiePlus van 2003.
Rucphen wil de aantrekkingskracht versterken voor mensen die graag rustig landelijk willen wonen, maar wel dichtbij voorzieningen en werk. De belangrijkste opgave voor de gemeente is het verbeteren van de uitstraling van de grootste kernen. Om deze aantrekkelijker te maken voor inwoners en recreanten, wil de gemeente de relatie van de kernen met het buitengebied herstellen door het terugbrengen van groen, een groene dooradering, een groen hart en groene randen. Algemeen uitgangspunt voor de drie grootste kernen, waaronder St. Willebrord, is meer kwaliteit en levendigheid door ruimte voor maatschappelijke voorzieningen zoals multifunctionele centra, horeca met terrassen en ruimte voor wonen. De woningvoorraad moet worden afgestemd op de wensen van de inwoners. De opgave is breed: voldoende betaalbare (starters)woningen, voldoende geschikte woningen voor ouderen, kavels voor eigen bouw, e.d. De voorkeur van de gemeente Rucphen gaat uit naar het invullen van deze woningbouwbehoefte via inbreiding en nieuwe bouwlocaties aan de randen van de bestaande kernen.
22 ummerd naast 2 3 en 2 5
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongen
Uitsnede structuurvisiekaart Structuurvisie Rucphen 2030. Het plangebied is weergegeven met een rode ster.
Beoordeling Blijkens de visiekaart is het plangebied gelegen in het gebied 'versterken uitstraling dorpskernen'. In het gebeid 'versterken uitstraling dorpskernen' is het uitgangspunt dat versterking van de uitstraling van de grote kernen noodzakelijk is om zo de woonkwaliteit en de recreatieve aantrekkelijkheid van de gemeente te vergroten. De grote kernen zijn stenig en hebben hun relatie met het buitengebied verloren. Het beleid is gericht op herstel van deze relatie. In het groenstructuurplan is aangegeven hoe: landschappelijke dooradering van de dorpen, een groen dorpshart en groene dorpsranden. Het onderhavige initiatief betreft de realisatie van maximaal twee vrijstaande woningen aan de rand van de kern St. Willebrord. Onderhavig plangebied bestaat momenteel uit twee bestaande woningen met tuinen. In deze tuinen worden twee extra woningen toegevoegd. Onderhavige ontwikkeling is kleinschalig van aard, waardoor het voorzien in een landschappelijke dooradering van de kern niet mogelijk is. Wel zal ter plaatse meer relatie ontstaan tussen de kern en het naastgelegen buitengebied. Ten aanzien van het toevoegen van woningen vormt de woonvisie het afwegingskader. Hieraan is reeds in paragraaf 3.4.2 getoetst.
Conclusie De beoogde bouw van maximaal twee woningen is passend binnen de gemeentelijke structuurvisie.
3.4.4 Visiedocument Groenbeleid Rucphen en Groene Kaart, 2008 Toetsingskader Het Visiedocument Groenbeleid Rucphen van oktober 2008 beschrijft de waarden van groen voor luchtkwaliteit, speelruimte, economie, gezondheid, natuur, water, leefbaarheid en ruimtelijke waarde. Het rapport geeft verder aan dat de (beeld)kwaliteit van groen sterk afhankelijk is van het plan- en ontwerpproces van ruimtelijke projecten en dat daarom vroegtijdige afstemming noodzakelijk is. Bij ontwikkelingen in het stedelijk gebied is het van belang dat knelpunten, zoals te weinig groen en een hoge parkeerdruk inzichtelijk worden gemaakt en daar rekening mee wordt gehouden in het plan. Ook dient bekend te zijn of er binnen de invloedssfeer van het plan bomen aanwezig zijn, zodat hier een overwogen keuze in gemaakt kan worden. Als extra toetsingskader is een Groene Kaart (november 2010) opgesteld. Op deze kaart zijn waardevolle particuliere en gemeentelijke bomen plus houtopstanden opgenomen.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongenummerd naast 2 3 en 2 5 23
Uitsnede Groene Kaart. De ligging van het plangebied wordt aangegeven met de blauwe contour.
Beoordeling Uit de Groene Kaart blijkt dat ten noorden van het plangebied waardevolle particuliere houtopstanden aanwezig zijn in de vorm van puntvormige elementen (bomen). Met het planvoornemen worden geen relevante groenstructuren gekapt. De waardevolle groenelementen in de nabijheid van het plangebied blijven dan ook behouden. Enkel zal sprake zijn van beheer in de vorm van dunning. De ontwikkeling voldoet hiermee aan de Groene Kaart.
Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de Groene Kaart. Er zijn vanuit het visiedocument groenbeleid geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.4.5 Groenstructuurplan Rucphen Toetsingskader Met het Groenstructuurplan Gemeente Rucphen ‘Landschap onthuld' zet de gemeente een beleidslijn uit voor de toekomst van het groen in de vijf kernen. Door de relatie met het landschap buiten de bebouwde kom te herstellen en meer variatie te bieden op wijkniveau wordt een duurzaam ‘frame’ aangelegd met een lange levensduur. Door groenstructuren te ontwikkelen die gerelateerd en ontleend zijn aan en geïnspireerd zijn op de ontstaansgeschiedenis, het omliggende landschap, de stedenbouwkundige opbouw en de verkeer- en ontsluitingsstructuur houden de dorpskernen hun ‘eigen’ verhaal overeind.
24 ummerd naast 2 3 en 2 5
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongen
Uitsnede groenstructuurkaart kern St. Willebrord. Het plangebied is aangeduid met de rode ster.
Beoordeling Op de Groenstructuurkaart is het plangebied aangeduid als onderdeel van de dorpskern. Ten noorden van het plangebied is de aanduiding 'dorpsrand' opgenomen, waarin contact met natuur en landschap wordt nagestreefd. Onderhavige gronden zijn gelegen op de overgang van het stedelijk gebied van de kern St. Willebrord naar het buitengebied. Ten noorden van het plangebied is sprake van een groene dorpsrand als overgang naar het buitengebied. Deze dorpsrand blijft behouden met onderhavig plan. Ter plaatse worden geen wijzigingen aan de groenstructuur voorzien.
Conclusie Onderhavig initiatief is passend binnen het Groenstructuurplan van de gemeente Rucphen.
3.4.6 Beleidsregel "Criteria voor particulieren die op eigen grond één woning wensen te bouwen" Toetsingskader In de herijkte woonvisie 2008 - 2012 - vastgesteld door de gemeenteraad op 20 maart 2008 - is aangegeven dat het wenselijk is om de criteria die van toepassing waren in de Woonvisie 2005 - 2010 voor het bouwen van woningen door particulieren op eigen grond, te verruimen. Daarbij heeft de raad de uitgangspunten als volgt geformuleerd: “De gemeente zal op een zorgvuldige wijze onder voorwaarden medewerking verlenen aan woningbouw op particuliere kavels. Uitgangspunt is dat daarbij de gehele bebouwde kom als zoekgebied zal worden beschouwd. De gemeente maakt een voorstel, waarbij een soepele houding wordt aangenomen”. Op basis van deze opdracht heeft het college een beleidskader als toetsingscriterium vastgesteld.
Beoordeling Ter beoordeling of medewerking wordt verleend voor het bouwen van een woning op eigen grond, zijn in de beleidsregel een aantal planologische criteria geformuleerd. Navolgend wordt per criteria ingegaan of wordt voldaan het betreffende criterium.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongenummerd naast 2 3 en 2 5 25
1. De locatie is gelegen in een van de bestemmingsplannen voor de bebouwde kommen. Met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan "Kom St. Willebrord" is hiervan sprake.
2. De locatie betreft de opvulling van een ruimte in het straatbeeld die - in geval van een binnenstedelijke uitbreiding - aan één kant is omgeven door (woon)bebouwing. Met de bestaande woningen aan de Lijsterbesstraat 23 en 25 is hiervan sprake. Het onderhavige initiatief betreft voorts een binnenstedelijke uitbreiding.
3. De locatie heeft een breedte van minimaal 15 meter. Een kleinere stramienmaat dan 15 meter kan worden toegestaan, indien het straatbeeld ter plaatse van de locatie waarvoor een verzoek word gedaan, wordt gekenmerkt door een kleinere stramienmaat. De minimale breedte is alsdan nooit kleiner dan 12 meter. Beide locaties hebben een breedte van meer dan 15 meter.
4. De locatie heeft een diepte van minimaal 25 meter. Het college kan hiervan afwijken als het perceel een oppervlakte van minimaal 400 m² heeft. Beide locaties hebben een diepte van meer dan 25 meter.
5. Invulling van de locatie is passend binnen de stedenbouwkundige opzet van de straat. Aan de Lijsterbesstraat zijn thans enkel vrijstaande woningen gesitueerd. Met de toevoeging van twee vrijstaande woningen wordt dit straatbeeld voortgezet. Het plan is daarmee passend binnen de stedenbouwkundige opzet van de Lijsterbesstraat.
6. De locatie is rechtstreeks gelegen aan de openbare weg. De locatie ligt aan de Lijsterbesstraat. Deze weg is openbaar toegankelijk.
7. De locatie mag niet zijn gelegen binnen milieuhygiënische belemmeringzones. Hiervan is geen sprake. Dit is nader verantwoord in hoofdstuk 4 van deze toelichting.
8. De locatie moet passen binnen de uitgangspunten van de Wet Geluidhinder. Hiervan is sprake. Dit is nader verantwoord in paragraaf 4.8 van deze toelichting.
9. De economische uitvoerbaarheid van realisering van woningbouw op de locatie moet door de aanvrager gewaarborgd worden (exploitatieovereenkomst, bouwrijpmaken, planschade laten onderzoeken en uitbetalen). Het plan is economisch uitvoerbaar. Dit is nader gemotiveerd in hoofdstuk 6 van deze toelichting.
10. De gemeente zal medewerking verlenen in de vorm van een partiële planherziening. De kosten van planontwerp en planprocedure komen voor rekening van de aanvrager. Initiatiefnemers dragen de kosten voor het planontwerp en de planprocedure.
Conclusie Er wordt voldaan aan de beleidsregel "criteria voor particulieren die op eigen grond één woning wensen te bouwen".
3.4.7 Nota uiterlijk van bouwwerken Toetsingskader De gemeenteraad heeft op 18 september 2019 de ‘Nota uiterlijk van bouwwerken Rucphen 2019’ vastgesteld. Per 1 oktober 2019 is welstandstoetsing voor nagenoeg de gehele gemeente afgeschaft. In de nota is opgenomen dat enkel nog voor rijksmonumenten, cultuurhistorische waardevolle panden en
26 ummerd naast 2 3 en 2 5
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongen
Leisuregebied Binnentuin welstandsregels gelden. Daarnaast is een excessenregeling van kracht zodat tegen excessen opgetreden kan worden. Met het nieuwe beleid krijgen inwoners en bedrijven ruimte om zelf invulling te geven aan hun bouwwerken (kwaliteit).
Beoordeling en conclusie Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zal worden getoetst of welstandsregels van toepassing zijn. Voor voorliggend plan zijn geen welstandsregels van toepassing.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongenummerd naast 2 3 en 2 5 27
Hoofdstuk 4 Planologisch relevante (milieu)aspecten 4.1 Inleiding Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r.
Achtereenvolgens worden behandeld: bodem; waterhuishouding; cultuurhistorie; archeologie; ecologie; akoestiek; bedrijven en milieuzonering; geur en veehouderij; externe veiligheid; kabels en leidingen; luchtkwaliteit; milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.
4.2 Bodem Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem.
Beoordeling Ter plaatse van het plangebied is momenteel al sprake van een woonbestemming. De gronden worden dan ook al gebruikt voor het wonen als tuin behorend bij de bestaande woningen. Gesteld kan worden dat de gronden reeds geschikt zijn voor de functie wonen. Ten behoeve van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt te zijner tijd een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd om de bodemkwaliteit ter plaatse inzichtelijk te maken.
Conclusie De bodem is geschikt voor het beoogde gebruik.
28 ummerd naast 2 3 en 2 5
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongen
4.3 Waterhuishouding Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro.
Beleid provincie Noord-Brabant Vigerend is het Provinciale Milieu- en Waterplan 2016 – 2021 (PWMP) van 18 december 2015. Het PMWP is de structuurvisie voor o.a. het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat de verplichte onderdelen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water. Behalve dat het PMWP de uitgangspunten aangeeft voor het waterbeleid van waterschappen en gemeenten, toetst de provincie aan de hand van dit plan ook of de plannen van de waterschappen passen in het provinciale beleid. Als algemene uitgangspunten zijn onder andere te noemen de scheiding van relatief schone en vuile waterstromen en het benutten van mogelijkheden voor infiltratie en/of conservering van hemelwater.
Beleid waterschap Brabantse Delta De projectlocatie is gelegen binnen het stroomgebied van waterschap Brabantse Delta. De visie van waterschap Brabantse Delta is vervat in het Waterbeheerplan 2016 – 2021 en kent een geldigheid vanaf 22 december 2015. Het waterschap richt zich hierbij op een doelmatig waterbeheer als motor voor een economische en ecologisch krachtige regio. Speerpunten uit het waterbeheerplan zijn klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging. Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot nieuwe accenten: het nationale Deltaprogramma voor waterveiligheid en de versterking van de dijken langs de Rijkswateren en de regionale rivieren; het optimaliseren van de zoetwatervoorziening met het oog op de toenemende droogte; inzet op bewustwording van watergebruikers zodat hun inzicht groeit over wat ze zelf aan waterbeheer kunnen bijdragen; helderheid over zowel beperkingen als mogelijkheden voor de gebruiksfunctie van het watersysteem; het verbeteren van de waterkwaliteit in een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie (combineren van verbeteren van de waterstanden, onderhouden van sloten en treffen van inrichtingsmaatregelen); afvalstoffen steeds meer inzetten als waardevolle grondstoffen zoals terugwinning van fosfaat en productie van bioplastic uit afvalwater; een duurzame energiewinning.
Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger. De Keur waterschap Aa en Maas 2015 bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd.
De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de Noord-Brabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongenummerd naast 2 3 en 2 5 29
algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. De nieuwe uniforme keuren zijn gezamenlijk in werking getreden op 1 maart 2015. In de nieuwe keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: a. b. c. d. e.
de waterparagraaf schriftelijke instemming heeft verkregen van het waterschap en de maatregelen in de waterparagraaf zijn uitgevoerd, of voor zover; het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m 2 is, of; de toename van verhard oppervlak maximaal 2.000 m 2 is, of; de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. de toename aan verhard oppervlak tussen 2.000 m 2 en 10.000 m 2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel:
Benodigde retentiecapaciteit (in m 3) = toename verhard oppervlak (in m 2) x gevoeligheidsfactor x 0,06
Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: a. b.
c.
de bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; de afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen.
Uitsnede van de Keurkaart van het waterschap Brabantse Delta waarop het plangebied is aangeduid met een rode ster. Bron: brabantsedelta.webgispublisher.nl, 2019.
30 ummerd naast 2 3 en 2 5
bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongen