10b2 toelichting NL.IMRO.0840.9000B0056.ON01 2022-03-16
Tekst van het document
Vervolgens is een wijze van beoordeling uitgewerkt (‘het stappenplan’) om tot een zorgvuldige, praktische en uniforme beoordeling te komen of er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat advisering vanuit de GGD wenselijk is. Op deze manier wordt gestreefd om in Brabant, totdat er meer duidelijkheid is over een toe te passen (wettelijk) beoordelingskader, dan wel dat zich andere ontwikkelingen voordoen, gezamenlijk tot een breed gedragen werkwijze te komen die recht doet aan het belang van de volksgezondheid voor de burgers in de provincie. Inmiddels is de handreiking van maart 2016 geactualiseerd in de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0. In het stappenplan zijn aspecten meegenomen in de afweging of voor een specifieke situatie er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat advisering vanuit de GGD wenselijk is. Dit stappenplan is in principe ook te gebruiken voor ruimtelijke plannen. In het stappenplan wordt onder andere getoetst aan de aspecten geur en fijnstof zoals deze staan beschreven in paragraaf 5.7.2 en 5.9. Daarnaast wordt er aan de hierboven benoemde afstanden getoetst of er binnen deze afstanden bepaalde veehouderijen zijn gelegen Beoordeling De planlocatie Hoeksestraat ong. tussen nr. 15a en 17 is niet gelegen binnen een cirkel van 2 km van een geitenhouderij of binnen een cirkel van 1 km van een pluimvee.
Daarnaast laat het onderhavig bestemmingsplan overigens geen nieuwe ontwikkelingen toe in de vorm van meer of ander type veehouderijen dan reeds in het vigerend bestemmingsplan bestemd die eventueel zouden kunnen bijdragen aan een
Bestemmingsplan toelichting 202040 I 16-03-2022
Pagina 48 van 57
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
verslechtering van het bestaande gezondheidsklimaat ter plaatse van de planlocatie. Het betreft het toevoegen van één woning. De ontwikkeling op de planlocatie kent een beperkte omvang. In het voorliggend bestemmingsplan zijn de gezondheidsrisico’s naar verwachting niet groot. Er is geen sprake van een hoge concentratie van veehouderijen in de directe omgeving. Daarnaast spelen de grootste gezondheidsrisico’s bij de intensieve veehouderijen. De bestaande intensieve veehouderijen hebben in het vigerende bestemmingsplan slechts beperkt de ruimte om uit te breiden, namelijk alleen binnen hun geldende bouwvlak. Gezondheid en duurzame ontwikkeling zijn daarbij belangrijke voorwaarden, die al in de BZV zijn verwerkt. Ook voor de melkveehouderijen geldt dat deze moeten voldoen aan de BZV. In geval van twijfel over eventuele gezondheidsrisico’s wordt de Handreiking veehouderij en volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht gehanteerd en de daarin opgenomen stappenplan. De ontwikkeling op de planlocatie Hoeksestraat ong. tussen nr. 15a en 17 kent een beperkte omvang. Alles in ogenschouw nemende en de ruime afstand tot aan de bedrijven wordt het toevoegen van één woning op de planlocatie in het kader van een goede ruimtelijke ordening passend geacht. 4.4.8
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s voor personen ten gevolge van het gebruik van de infrastructuur of het uitvoeren van activiteiten, waarbij het voornamelijk gaat om de gevaren die de directe omgeving loopt, als er iets mis gaat bij de productie, de behandeling en/of het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het Bevi en de bijbehorende regeling externe veiligheid inrichtingen (REVI) zijn op 27 oktober 2004 in werking getreden. Het BEVI legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Vastgesteld dient te worden of het plangebied is gelegen binnen de veiligheidscontour van bestaande inrichtingen. In figuur 20 is de uitsnede van de risicokaart getoond. Uit figuur 20 blijkt dat er op een afstand van circa 740 meter een risicovolle inrichting is gelegen. De risicocontour van deze inrichting is veel kleiner dan 740 meter. In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen activiteiten aanwezig die gevaar opleveren voor de ontwikkeling van een woning. Er zijn geen beperkingen met betrekking tot de veiligheid van het te realiseren bouwplan. Voor de ruimtelijke ontwikkeling kan het standaardadvies van de Brandweer gebruikt worden voor de verantwoording van het groepsrisico. In bijlage 5 is het Standaardadvies Brandweer toegevoegd.
Figuur 20: Zone indeling standaard verantwoording groepsrisico
Bestemmingsplan toelichting 202040 I 16-03-2022
Pagina 49 van 57
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
4.4.9
Kabels en leidingen
In de directe nabijheid van de locatie, is een buisleiding (gasleidingen) gelegen, welke realisatie van de nieuwe woning niet kan belemmeren. Middels een KLIC- melding zullen de overige kabels en leidingen in beeld gebracht worden.
Bestemmingsplan toelichting 202040 I 16-03-2022
Pagina 50 van 57
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 5 5.1
Planbeschrijving
Situering
Op de locatie Hoeksestraat ong. tussen nr. 15a en 17 wordt een ruimte voor ruimte woning opgericht. De woning wordt in het bestaande bebouwingslint gesitueerd en ontsluit aan de Hoeksestraat. De kavel heeft een frontbreedte van circa 34 meter. De woning is aan te merken als individuele bouw. De woning dient op minimaal 15 meter uit het hart van de weg te liggen. In de onderstaande figuur 21 is de situering van de woning en het bijgebouw indicatief weergegeven op het perceel. 5.2
Uitgangspunten bouwregels
Voor het realiseren van de ruimte voor ruimte woning dient de woning aan een aantal bouwregels te voldoen, de bouwregels worden opgenomen in de regels van het onderhavig bestemmingsplan. De uitgangspunten zijn: ▪ de oppervlakte van het bouwperceel bedraagt minimaal 1.000 m²; ▪ de breedte van het bouwperceel bedraagt minimaal 30 meter; ▪ de voorgevelbreedte van de nieuwe woning bedraagt maximaal 20 meter; ▪ de afstand van de nieuwe woning tot de as van de weg bedraagt minimaal 15 m; ▪ de afstand van de nieuwe woning tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3 m; ▪ maximale woninginhoud 1.000 m³; ▪ maximale goothoogte hoofdgebouw van 5 meter; ▪ maximale nokhoogte hoofdgebouw van 9 meter; ▪ de dakhelling bedraagt bij toepassing van hellende dakvlakken minimaal 30° en maximaal 65°; ▪ (vrijstaande) bijgebouwen toegestaan tot een gezamenlijk maximum van 100 m²; ▪ maximale goot- en nokhoogte van bijgebouwen respectievelijk 3,5 en 6 meter. ▪ de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de voorgevellijn van de woning bedraagt minimaal 1 m; ▪ de afstand tussen gebouwen onderling, indien deze niet aaneengesloten zijn gebouwd, bedraagt minimaal 3 m.
Figuur 21: Situering woning op perceel (indicatief) Bestemmingsplan toelichting 202040 I 16-03-2022
Pagina 51 van 57
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
5.3
Beeldkwaliteit
De gemeente acht zich mede verantwoordelijk voor de zorg voor de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Aandacht voor beeldkwaliteit wordt dan ook bij de uitwerking van dit plan van wezenlijk belang geacht. In algemene termen betreft de beeldkwaliteit alle aspecten, welke van invloed zijn op de voorstelbaarheid en beleving van de ruimtelijke omgeving. De beeldkwaliteit van de ruimte voor ruimte woning dient aan een bepaalde kwaliteit te voldoen. De eisen aan de beeldkwaliteit dienen als kader voor de welstandstoets. Passendheid in het landschap Het belangrijkste criterium is dat de woning past in het landschap. Er zijn 2 aspecten waarin dit tot uitdrukking dient te komen: 1. De situering en de vormgeving van de woning, de kavel en de tuin dienen het landschap, de directe omgeving, maar ook elkaar te versterken. 2. De keuze van de architectuur en het materiaalgebruik van de woning, maar ook de vormgeving en beplanting van de tuin dienen aan te sluiten op het betreffende landschap. Typologie De huidige typologie van nagenoeg alle bestaande burgerwoningen aan de linten in het buitengebied is hierbij maatgevend. In het gehele buitengebied treft men burgerwoningen aan die bestaan uit slechts één of anderhalve bouwlaag met een kap. Architectuur Bij voorkeur wordt gestreefd naar het realiseren van architectuur afgestemd op de directe omgeving.
Bij voorkeur worden de gevels opgetrokken uit baksteen of hout. Typologie en architectuur tuin ‘Vertuining’ van het platteland dient te worden voorkomen. Daarom is het opstellen van een tuinontwerp verplicht. In het tuinontwerp wordt duidelijk dat de tuin door een landschappelijke erfbeplanting dient te zijn ingepast in het omringde landschap. Aan beide zijdelingse- en achterste perceelgrenzen dient een opgaande beplantingsstrook van minimaal 5 meter te worden voorzien. Er dient streekeigen inheemse beplanting te worden toegepast. De voortuin dient daarnaast voor 60% uit groen te bestaan. Stedenbouwkundige randvoorwaarden Voor de woning geldt de volgende stedenbouwkundige randvoorwaarden: ▪ 1 of anderhalve bouwlaag met kap; ▪ bij voorkeur langskap toepassen; ▪ het bijgebouw dient ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw; ▪ het bijgebouw dient te worden voorzien van een zadeldak. 5.4
Landschappelijke inpassing
De nieuwe ruimte voor ruimte woning dient te passen in het landschap. Door middel van situering en vormgeving van de woning, de kavel en de tuin wordt het landschap en de directe omgeving versterkt. Ook van belang is de keuze van architectuur en het materiaalgebruik van de ruimte voor ruimte woning, maar ook de vormgeving en beplanting van de tuin dienen aan te sluiten op het landschap. Voor passendheid in het landschap dient een beplantingsplan te worden ingediend. Op de planlocatie worden de landschapselementen ‘Knip- scheerheg’, ‘Hoogstamfruitbomen’ en ‘Struweelhaag’ toegepast. Aan de noordoost- en noordwestzijde van het perceel wordt een ‘knip- en scheerheg aangeplant. Aan de zuidoostzijde wordt een struweelhaag en een aantal hoogstamfruitbomen aangeplant. Dit niet alleen om de perceelsgrenzen aan te geven maar ook om de privacy te waarborgen.
Bestemmingsplan toelichting 202040 I 16-03-2022
Pagina 52 van 57
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Doordat de architectuur en de situering van de woning nog niet bekend zijn, zal het perceel wordt ingericht naar eigen voorkeur, waarbij rekening moet worden gehouden dat de voortuin uit 60% uit groen moet bestaan. In bijlage 1 is van de regels de landschappelijke inpassing bijgevoegd, kortheidshalve wordt voor de landschappelijke inpassing naar bijlage 1 van de regels verwezen.
Bestemmingsplan toelichting 202040 I 16-03-2022
Pagina 53 van 57
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische aspecten
Algemeen
Het onderhavige bestemmingsplan is, in navolging van het vigerende bestemmingsplannen ‘Buitengebied Rucphen 2020’, een gedetailleerd bestemmingsplan. In de regels behorende bij de onderhavige herziening, is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de juridische regelgeving, zoals deze in dat plan is gehanteerd. In paragraaf 6.2 zal een algemene toelichting van de verbeelding worden gegeven. Daarna wordt in paragraaf 6.3 een algemene toelichting van de regels beschreven. 6.2
Algemene toelichting verbeelding
De verbeelding is getekend uitgaande van het rapport ‘Digitaal Uitwisselbare Ruimtelijke Plannen’ (DURP) en het rapport ‘Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012’ (SVBP2012). Hierdoor wordt het mogelijk met toevoeging van een codering de plannen digitaal uit te wisselen. De verbeelding is getekend op een kadastrale ondergrond. Op de verbeelding zijn vrijwel alle functies apart bestemd, waardoor het direct mogelijk is om met het bijbehorende renvooi te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen de planlocatie gegeven zijn. In de bijbehorende regels zijn de bestemmingsomschrijving en de bouwregels te vinden. 6.3
Algemene toelichting regels
De regels zijn gebaseerd op het rapport ‘Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen’ (SVBP) van 2012. Hierin zijn afspraken en aanbevelingen opgenomen met betrekking tot de opbouw en de presentatie van het bestemmingsplan (digitaal en analoog). De bestemmingsplanregels bestaan uit vier hoofdstukken: ▪ Hoofdstuk 1 Inleidende regels; ▪ Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; ▪ Hoofdstuk 3 Algemene regels; ▪ Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 6.3.1
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen die van toepassing zijn op de regels verklaard. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde begrippen. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'wijze van meten' is een regeling opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden 6.3.2
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
Artikel 3 Groen - Landschapselement De gronden met de bestemming ‘Groen - Landschapselement’ zijn bestemd voor de instandhouding van natuurlijke en/of cultuurhistorisch en/of landschappelijk waardevolle landschapselementen. Daarnaast voor extensief recreatief gebruik, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, bijbehorende wegen, paden en verhardingen en andere tot de bestemming horende voorzieningen. De landschappelijke inpassing is binnen deze bestemming gelegen. Binnen deze bestemming mag niet worden gebouwd. In de regels zijn specifieke gebruiksregels opgenomen. Artikel 4 Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, met per woning de huisvesting van één huishouding, wegen, paden, pleinen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten Bestemmingsplan toelichting 202040 I 16-03-2022
Pagina 54 van 57
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
diensten van de bestemming. In de regels is bepaald dat woningen dienen te worden opgericht in het op de verbeelding aangegeven bouwvlak. Ook zijn regels gegeven voor het plaatsen van bouwwerken geen gebouwen zijnde en bijgebouwen. Ter plaatse van de bestemmeing ‘Wonen’ is één woning toegestaan met een maximuminhoud van 1000 m3. 6.3.3
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 6 Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden, zoals een regeling voor ondergronds bouwen. Artikel 7 Algemene gebruiksregels In dit artikel een algemeen gebruiksverbod gegeven voor gebruik in strijd met de bestemming. Artikel 8 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn regels gegeven ten behoeve van de op de verbeelding opgenomen gebiedsaanduidingen. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Artikel 10 Algemene procedureregels In dit artikel zijn de algemene procedureregels opgenomen voor het afwijken van het bestemmingsplan, omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, wijzigingsbevoegdheid en de nadere eisen. Artikel 11 Overige regels In dit artikel zijn de regels opgenomen die niet onder een andere regel zijn te vatten. 6.3.4
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 12 Overgangsrecht In de overgangsrechtregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Artikel 13 Slotregel In de slotregel wordt de officiële naam van het plan weergegeven. Onder deze naam kan het bestemmingsplan aangehaald worden.
Bestemmingsplan toelichting 202040 I 16-03-2022
Pagina 55 van 57
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 7 7.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
De ontwikkeling op de locatie Hoeksestraat ong. tussen nr. 15a en 17 te Schijf is een particulier initiatief. De in deze toelichting beschreven ontwikkeling zullen dan ook volledig vanuit particulier initiatief gerealiseerd en gefinancierd worden. Het gehele terrein is particulier eigendom. Investeringen vanuit de gemeente zijn derhalve niet noodzakelijk. De gemeente Rucphen sluit ten behoeve van het voorgestane plan een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer alvorens het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd wordt. 7.2
Omgevingsdialoog
Een omgevingsdialoog is een zorgvuldige afstemming tussen de initiatiefnemer van een (bouw)plan en de omgeving. Met de ‘omgeving’ wordt bedoeld iedereen waarop het plan effect kan hebben, zoals bijvoorbeeld omwonenden, scholen en aangrenzende bedrijven. De omgevingsdialoog is er specifiek op gericht om alle wensen, belangen en bezwaren van de omgeving te kunnen betrekken in het verdere ontwerp van het plan. Doel van de omgevingsdialoog is niet om ‘overeenstemming’ over het plan te verkrijgen. Aanleiding voor het starten van een (omgevings)dialoog is het moment dat een initiatiefnemer een ruimtelijk ontwikkelingsproject wil uitvoeren dat niet past in het geldende bestemmingsplan. Bij het initiatief op de locatie Hoeksestraat ong. tussen nr. 15a en 17 te Schijf is gekozen voor het toepassen van een mondelinge omgevingsdialoog. Er is aan de bewoners van de benaderde adressen een informatieblad verstrekt met daarop onder andere in het kort een uitleg over het initiatief en de te lopen procedure. De initiatiefnemer heeft de plannen mondeling toegelicht. Er werd positief gereageerd op de beoogde planontwikkelingen. De omwonenden hadden enkele vragen over de bouwstijl van de woning en of er geen bedrijfsmatige- of industriële activiteiten op de locatie gaan plaats vinden. De initiatiefnemer heeft deze vragen beantwoord.
De bouwstijl wordt landelijk/modern, in de regels is vastgelegd dat de woning van een kap voorzien dient te worden. Daarnaast gaan er geen industriële activiteiten plaatsvinden op de planlocatie. De initiatiefnemer is enkel voornemens een thuiswerkplek in de vorm van een kantoorruimte in de woning te realiseren. Dit geeft geen aanleiding om het beoogde plan aan te passen. In verband met de privacy is de omgevingsdialoog geanonimiseerd en is deze versie toegevoegd als bijlage (bijlage 6) aan onderhavig plan. 7.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.3.1
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 van het Bro wordt bij de voorbereiding van een bestemminsplan overleg gepleegd met het waterschap, diensten van het rijk en provincie die betrokken zijn bij de ruimtelijke ordening en eventueel andere gemeenten. Het plan is in het kader van het vooroverleg beschikbaar gesteld aan de volgende partners: ▪ Provincie Noord-Brabant. ▪ Waterschap Brabantse Delta. ▪ Brandweer Midden- en West-Brabant. Reactie provincie Noord-Brabant Op 4 november 2021 heeft de Provincie Noord-Brabant in het kader van het vooroverleg een reactie gegeven op het bestemmingsplan Hoeksestraat ong. tussen nr. 15a en 17 te Schijf. Provincie laat weten dat het plan in overeenstemming is met de provinciale belangen zoals verwoord in de Brabantse Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Wel wordt aangegeven dat de ruimte voor ruimte titel nog ontbreekt, deze dient in ieder geval voor de vaststelling van het plan aanwezig te zijn. De vooroverlegreactie is in bijlage 7 toegevoegd aan de bijlagen.
Bestemmingsplan toelichting 202040 I 16-03-2022
Pagina 56 van 57
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
7.3.2
Voorontwerp
Het voorontwerpbestemmingsplan ´Buitengebied Rucphen 2020, bestemmingsplan Hoeksestraat ong. tussen nr. 15a en 17 te Schijf’ met planidentificatie NL.IMRO.0840.9000B0056-VO01 is voor een ieder ter inzage gelegd met ingang van 21 oktober 2021 voor een periode van zes weken in het Raadshuis van de gemeente Rucphen. Daarnaast is het plan digitaal raadpleegbaar via de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl. Belanghebbende (overheid)instanties zijn voorts separaat op de hoogte gebracht van de terinzagelegging. 7.3.3
Ontwerp
p.m. 7.3.4
Vaststelling
p.m.
Bestemmingsplan toelichting 202040 I 16-03-2022
Pagina 57 van 57