10b Nota van zienswijzen
Tekst van het document
Zij hebben vernomen dat het doel van deze zone is: 'het creëren van een natuurlijke overgang en het verbeteren van een gezonde leefomgeving door de impact van industriële activiteiten op het dorp te minimaliseren'. Dit doel kan volgens ZLTO uitstekend worden behaald met het huidig gebruik. Zij zien de meerwaarde van een aanvullende bufferzone niet en willen hierover graag in gesprek. 9.6 ZLTO onderschrijft het belang van een goede waterkwaliteit. In de visie is sprake van het inrichten van een robuust watersysteem, met zo weinig mogelijk technische ingrepen. ZLTO wijst op de noodzaak van een stuurbaar watersysteem voor zowel de land- en tuinbouw, als de leef-, woon- en werkomgeving. 9.7 Het begrip 'kleinschaligheid' is niet passend bij de opgave waar de land- en tuinbouwsector voor staat. Eenzijdige nadruk op kleinschaligheid leidt tot verpaupering, omdat bedrijven de kost niet meer kunnen verdienen. De sector werkt actief aan verduurzaming via verschillende transitiepaden: ‘hightech gesloten, hightech open, biologisch plus, multifunctioneel en natuur & landschap’. ZLTO wil hierover graag in gesprek. 9.8 Op pagina 12 wordt gesteld dat uitbreiding van agrarische activiteiten in het buitengebied onder voorwaarden mogelijk wordt gemaakt.
ZLTO vraagt expliciet om ruimte voor ontwikkeling en verduurzaming, zodat wij ons met behulp van de transitiepaden, waaronder innovaties, kunnen aanpassen aan veranderende marktomstandigheden en regelgeving. 9.9 Teeltondersteunende voorzieningen (TOV's) dragen bij aan het beter omgaan met klimaatverandering, het verbeteren van de waterkwaliteit en -kwantiteit en het reduceren van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen. Voldoende ruimte voor maatwerk en flexibiliteit in TOV beleid is hierbij essentieel. U hebt ons geconsulteerd in het TOV beleid. Wij willen graag als volwaardige partner participeren in dit traject. 9.10 Agrarische ondernemers willen graag investeren in goede huisvesting voor internationale werknemers, maar vragen wel voldoende beleidsruimte. Flexibel gebruik van huisvesting, bijvoorbeeld door het mogelijk te maken om in rustige periodes werknemers van andere bedrijven te huisvesten. Dit maakt investeringen rendabel en draagt bij aan optimale woonomstandigheden. ZLTO denkt graag mee over verdere uitwerking van dit beleid. 9.11 ZLTO waardeert dat wordt gekeken naar nieuwe vormen van plattelandseconomie. Wel vragen zij om realiteitsbesef voor een fatsoenlijk verdienmodel. Zonder economisch perspectief, is en blijft er geen duurzame land- en tuinbouwsector.
9.12 ZLTO wil graag betrokken worden bij het onderzoek naar de mogelijkheden van het verwerken van mest tot groen gas. In Etten-Leur loopt op dit moment een dergelijk onderzoek in samenwerking met belangenorganisaties. Werkt de gemeente Rucphen samenwerkt met gemeente Etten-Leur? 9.13 ZLTO wil geen nieuwe zonneparken op land meer en gaan er vanuit dat prioriteit wordt gegeven aan zon op daken. Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
19
9.14
9.15
Zij onderschrijven de inzet tegen ondermijning en verpaupering van het buitengebied. Tegelijkertijd vragen ze om maatwerk bij functieverandering van agrarisch vastgoed. Dit vraagt om een reëel, werkbaar en toekomstgericht beleid. Daarbij is het belangrijk om rekening te houden met de gevolgen van functieveranderingen voor omliggende agrarische bedrijven. In het kader van een verkeersveilige leefomgeving vraagt ZLTO specifiek aandacht voor de situatie aan de Langendijksestraat. Deze weg is bedoeld voor landbouw- en bestemmingsverkeer. De verkeersveiligheid zou daar aanzienlijk verbeteren wanneer de fietsroute duidelijker wordt gemarkeerd, zodat het fietsverkeer beter gescheiden wordt van het overige verkeer.
Beantwoording: 9.1 Naar aanleiding van deze zienswijze is er een aanvulling opgenomen in het hoofdstuk buitengebied onder het thema ‘Ruimte voor wonen, werken en vrije tijd’. De tekst zal als volgt worden aangepast: ‘Het buitengebied wordt hoofdzakelijk ingezet voor adaptieve landbouw en we blijven ruimte bieden aan onze agrariërs. De land- en tuinbouwsector is een van de belangrijkste gebruikers van het buitengebied en nemen hun verantwoordelijkheid op het gebied van werkgelegenheid, recreatie, zorg, educatie, landschap en ontmoeting. We ondersteunen bestaande agrariërs door onder andere het bieden van ruimte voor Teeltondersteunende Voorzieningen (TOV’s) waar passend in het landschap en ruimte te bieden innovatieve ontwikkelingen. 9.2 De SWOT-analyse is naar aanleiding van deze zienswijze aangevuld. 9.3 De gemeente Rucphen onderschrijft deze zienswijze ‘. Zie reactie en aanpassing tekst 9.1. 9.4 Naar aanleiding van deze zienswijze is de interactieve kaart opnieuw bekeken en daar waar nodig aangepast. 9.5 De `landschappelijke bufferzone' moet er voor zorgen dat het bedrijventerrein Majoppeveld in Roosendaal en de kom van Zegge fysiek gescheiden blijven. Dit was al bepaald in de omgevingsvisie 1.0 en had als zodanig bekend kunnen zijn bij de ZLTO Rucphen.
Het doel van deze zone is: 'het creëren van een natuurlijke overgang en het verbeteren van een gezonde leefomgeving door de impact van de bedrijfsmatige activiteiten op het dorp te minimaliseren'. Wij onderschrijven de zienswijze van de ZLTO dat met het huidig gebruik wordt voldaan aan het doel. In één van de volgende overleggen met de gemeente en ZLTO Rucphen kan de meerwaarde van de bufferzone worden besproken. 9.6 De gemeente onderschrijft deze zienswijze van de ZLTO omtrent een stuurbaar watersysteem en zal in voorkomende gevallen de ZLTO betrekken als er op dit gebied ontwikkelingen zijn die de landbouwsector raken. 9.7 Het begrip ‘kleinschaligheid’, zoals gehanteerd in de omgevingsvisie 2.0 heeft indirect betrekking op land- en tuinbouwsector. Het is niet zo dat de gemeente Rucphen eenzijdig de nadruk wil leggen op kleinschaligheid. Dit is afhankelijk van onder meer de ligging en de fysieke omgeving van de agrarische bedrijven. De gemeente zet er op in om de sector als zodanig te steunen. 9.8 Zoals de ZLTO constateert laat de Omgevingsvisie 2.0 uitbreiding van agrarische activiteiten in het buitengebied onder voorwaarden toe. Dit biedt naar onze mening voldoende ruimte voor ontwikkeling en verduurzaming. 9.9 De ZLTO blijft betrokken blijven/worden bij de totstandkoming van het TOV-beleid.
9.10 De huisvesting van arbeidsmigranten in het buitengebied beperken we tot kleinschalige, tijdelijke huisvestingsmogelijkheden voor seizoensarbeiders. Het buitengebied is primair bestemd voor agrarisch gebruik, natuur en recreatie. Volgens de omgevingsverordening Noord-Brabant kan enkel de toevoeging van een incidentele woning(en) aanvaardbaar zijn onder voorwaarden. Het buitengebied achten we dus niet geschikt voor permanente bewoning op grotere schaal. In het regionaal afsprakenkader arbeidsmigranten WestBrabant is afgesproken dat huisvesting van short- en midstay arbeidsmigranten onder voorwaarden enkel mogelijk is op het terrein van de agrariër waar de arbeidsmigranten werkzaam zijn. Dit is ook opgenomen in het tijdelijk omgevingsplan van de gemeente. Het uitgangspunt van het tijdelijk omgevingsplan buitengebied is dat het huisvesten van seizoensarbeiders niet is toegestaan, tenzij wordt voldaan aan de voorwaarden om af te wijken onder artikel 3.5.3. Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
20
9.11 9.12
9.13
9.14
9.15
Wij vinden het niet wenselijk dat, naast de huisvesting van seizoensarbeiders voor maximaal 8 maanden per jaar, ook buiten het seizoen arbeiders van andere (nietagrarische) bedrijven in het buitengebied worden gehuisvest. Dit leidt tot permanente bezetting van tijdelijke huisvesting in het buitengebied. Dit past niet bij de agrarische en recreatieve doeleinden van het buitengebied. Ondernemers hebben zelf een verantwoordelijkheid om goede huisvesting te bieden. Hiermee is er beter zicht op de woonomstandigheden. Bij langdurig verblijf van buitenlandse arbeidskrachten komen zij in aanmerking voor huisvesting in de reguliere woningvoorraad. Deze zienswijze wordt onderschreven, maar leidt niet tot aanpassingen. Onze gemeente is onderdeel van de De6-gemeenten en werkt dus ook samen met de gemeente Etten-Leur. We zijn echter niet betrokken bij deze specifieke casus. We zijn benieuwd naar de resultaten van het lopende onderzoek en gaan hiertoe contact opnemen met de gemeente Etten-Leur. Mogelijk kunnen de resultaten ook door ons worden gebruikt We willen op voorhand zonne-energie op land niet uitsluiten. De gemeente bekijkt, naast zon op daken, per casus of een nieuwe zonnepark op land wel of niet tot de mogelijkheden behoort. Hierbij wordt het algemeen belang afgewogen tegen eventuele specifieke belangen.
Hiervoor zullen onderzoeken plaatsvinden, waarbij belanghebbenden in het kader van participatie worden betrokken. Deze zienswijze wordt onderschreven. Functieverandering van agrarisch vastgoed is nagenoeg altijd maatwerk, waarbij uiteraard rekening wordt gehouden met de regels van de provinciale verordening, (directe) omgeving, waaronder omliggende agrarische bedrijven. Deze zienswijze gaat in op een specifieke verkeerssituatie en wordt ambtelijk verder opgepakt en afgehandeld.
Conclusie: 9.1 De omgevingsvisie wordt naar aanleiding van dit onderdeel aangepast. 9.2 De omgevingsvisie wordt naar aanleiding van dit onderdeel aangepast. 9.3 De omgevingsvisie wordt naar aanleiding van dit onderdeel aangepast. 9.4 De omgevingsvisie wordt naar aanleiding van dit onderdeel aangepast. 9.5 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 9.6 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 9.7 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 9.8 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 9.9 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 9.10 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 9.11 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 9.12 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 9.13 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 9.14 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 9.15 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. Zienswijze 10 (SV Sprundel) Inhoud ingediende zienswijze: 10.1 De indiener geeft een beschrijving van de vereniging en geeft aan wat de huidige planologische (on)mogelijkheden zijn.
In de zienswijze worden ook de renovatie en de bijbehorende kosten benoemd. Naar aanleiding van een passage uit omgevingsvisie (bij de afweging voor nieuwe woningbouwlocaties ook wordt gekeken naar de bestaande voorzieningen zoals sportparken. Er wordt daarbij de afweging gemaakt of er in de huidige situatie sprake is van een duurzame, toekomstbestendige locatie, of dat er kansen liggen om (eventueel gecombineerd met woningbouw) naar alternatieve locaties te kijken) geeft de indiener aan bereid te zijn het gesprek met de gemeente aan te gaan, wanneer er vanuit de visie van de gemeente op korte termijn woningbouw op de locatie wenselijk is. Daarbij mag het niet zo zijn dat renovatie uitgesteld wordt vanwege een ontwikkeling welke nog heel onzeker of niet noodzakelijk is voor het halen van de woningbouwdoelen die de gemeente zichzelf heeft gesteld.
Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
21
Reactie: 10.1 Door middel van deze zienswijze is het standpunt van SV Sprundel kenbaar gemaakt. De gemeente zal hierover op constructieve wijze in overleg blijven met de verenigingen. Conclusie 10.1 Geen aanpassing van de omgevingsvisie benodigd Zienswijze 11 (GGD West-Brabant) Inhoud ingediende zienswijze 11.1 De indiener complimenteert de gemeente met de ontwerp Omgevingsvisie en wil de gemeente middels de zienswijze wijzen op de kansen die zij zien om gezondheid middels de Omgevingsvisie te beschermen of zelfs te bevorderen. Per ambitie geven zij concrete adviezen om op te nemen in de omgevingsvisie. Dit heeft geresulteerd in een hoog aantal adviezen. Reactie 11.1 De gemeente waardeert de inspanning van de GGD West-Brabant en de wijze waarop concrete adviezen worden gegeven. Wij vinden het belangrijk dat er sprake is van een veilige en gezonde leefomgeving. Het is daarom ook opgenomen als één van de uitgangspunten bij Duurzaam Samenleven. Een aantal adviezen zijn al verwerkt in ons beleid. Zoals bijvoorbeeld het advies om zorg te dragen voor voldoende groen. Dit bereiken we door onze beleidsregel groennorm waarbij het streven is om binnen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, per woning, 75 m² groen in de openbare ruimte te realiseren.
Een groot aantal adviezen die in de zienswijze worden gegeven zijn dusdanig concreet dat deze niet aansluiten op het abstractieniveau van de omgevingsvisie, maar een goede handreiking vormen voor de doorwerking van de omgevingsvisie in de (on)verplichte programma’s en het nog op te stellen definitieve omgevingsplan. We gaan met de GGD West-Brabant in overleg over de wijze waarop de effecten van de publieke gezondheid op een positieve manier betrokken kunnen worden bij (gebieds)ontwikkelingen, het opstellen van de (on)verplichte programma’s en het nog op te stellen definitieve omgevingsplan. Conclusie 11.1 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van deze zienswijze. Zienswijze 12 Inhoud ingediende zienswijze 12.1 Een aantal percelen zijn als bosgebied of als natuurgebied ingetekend terwijl hier agrarisch gebruik plaatsvindt. Dit blijkt bij meerdere boomtelers het geval te zijn. Indiener verzoekt dit aan te passen naar agrarisch gebruik. Tevens wordt verzocht het symbool ‘gebiedsentree’ anders te positioneren. Beantwoording: 12.1 Naar aanleiding van deze reactie is de verbeelding gecontroleerd voor de gehele gemeente Rucphen en wordt deze op een aantal locaties voor dit onderdeel aangepast. Daarbij moet vermeld worden dat het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2020’ het juridisch kader vormt voor de gebruiksmogelijkheden van de percelen.
Conclusie 12.1 De visiekaart wordt op dit onderdeel aangepast
Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025