10b Nota van zienswijzen
Tekst van het document
Nota van zienswijzen
Ontwerp-omgevingsvisie 2.0 Rucphen
2
Inhoud 1. Inleiding 2. Zienswijzen: Zienswijze 1 Zienswijze 2 Zienswijze 3 Zienswijze 4 Zienswijze 5 Zienswijze 6 Zienswijze 7 Zienswijze 8 Zienswijze 9 Zienswijze 10 Zienswijze 11 Zienswijze 12
Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
3
1.
Inleiding
Voor u ligt de Nota van Zienswijzen van de Omgevingsvisie van de gemeente Rucphen. Voorafgaand aan de totstandkoming van deze nota van zienswijzen heeft de ontwerp omgevingsvisie (2.0) van de gemeente Rucphen met ingang van 4 juni 2025 tot en met 23 juli 2025 gedurende 7 weken ter inzage gelegen. Daarbij werd de mogelijkheid geboden om een zienswijze in te dienen. De terinzagelegging is bekendgemaakt in de Rucphense Bode, het gemeenteblad en de website van de gemeente. De omgevingsvisie was raadpleegbaar via omgevingswet.overheid.nl, de website van de gemeente en in te zien op het gemeentehuis.
Zienswijzen Er zijn 9 zienswijzen ingekomen van inwoners, bedrijven en instanties. Deze zijn allemaal binnen de gestelde termijn ingediend en mede daarom ontvankelijk verklaard. We willen iedereen die een bijdrage heeft geleverd en betrokkenheid bij de gemeente heeft getoond bedanken.
Behandeling zienswijzen De zienswijzen zijn op basis van de belangrijkste kenmerken samengevat en van een reactie voorzien. Bij de behandeling van de zienswijzen is uiteraard wel gekeken naar de volledige tekst van de zienswijzen. De volgorde van de behandeling is bepaald op basis van het moment van ontvangst.
Privacy Gedurende de termijn dat de ontwerp omgevingsvisie ter inzage heeft gelegen, zijn schriftelijke zienswijzen ontvangen. In het kader van de privacywetgeving (AVG) zijn de persoonsgegevens geanonimiseerd in deze nota van zienswijzen.
2.
Zienswijzen en inhoudelijke reactie
Zienswijze 1 Inhoud ingediende zienswijze: Cumela Nederland is een brancheorganisatie van ondernemers werkzaam in de groen- en infrasector. De werkzaamheden van Cumelabedrijven bestaan onder andere uit (agrarisch) loonwerk, grond werkzaamheden, cultuurtechnische werkzaamheden, mestaanwending, infrastructurele projecten, be- en verwerking van meststoffen, compostering en onderhoud van groenvoorzieningen, natuurgebieden en oppervlaktewater. 1.1 Indiener vraagt om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen en ook uit te breiden, alsmede nieuwe vestiging mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de omgevingsvisie vermelde ambities. 1.2 Indiener verzoekt om bij de aanleg, verandering of onderhoud van alle ontsluitingswegen rekening te houden met het materieel van Cumelabedrijven (groen-, groen- en infrasector). 1.3 Indiener verzoekt om bij de bedrijfslocaties van Cumelabedrijven voldoende (buiten)opslag toe te staan en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie. 1.4 Indiener verzoekt om bij de bedrijfslocatie van Cumelabedrijven voldoende mogelijkheden te creëren om energie op te wekken en op te slaan en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie.
Beantwoording: 1.1 In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2020’ is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om bij de beëindiging van een agrarisch bedrijf de diverse agrarische bestemmingen met de aanduiding 'bouwvlak' te wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' voor het vestigen van een agrarisch technisch hulpbedrijf en/of een agrarisch verwant bedrijf. De voorwaarden en uitgangspunten uit deze wijzigingsbevoegdheid blijven voor de gemeente een kader voor de beoordeling van dergelijke aanvragen onder de Omgevingswet. Op deze wijze denken we voldoende invulling te geven aan de ontwikkelmogelijkheden van zogenaamde Cumelabedrijven.
Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
4
1.2
1.3
1.4
In de omgevingsvisie geven we aan dat het buitengebied hoofdzakelijk ingezet wordt voor adaptieve landbouw en we blijven ruimte bieden aan onze agrariërs. De reikwijdte van de omgevingsvisie gaat niet zover dat hierin de aanleg en onderhoud van wegen wordt omschreven. In het Gemeentelijke Verkeers- en Vervoerplan (GVVP) heeft de gemeente Rucphen haar beleid voor verkeer, vervoer en infrastructuur tot 2033 vastgelegd. We zien als gemeente het nut en noodzaak van buitenopslag en hergebruik van afval- en reststromen. Echter het buitengebied blijft ook in de toekomst een waardevol gebied voor recreatie, educatie en ontspanning. Initiatieven voor nevenactiviteiten zoals wonen, natuur en recreatie worden gestimuleerd. Zo behouden en versterken we een levendig buitengebied met bijbehorend landschap. Functies worden zo geplaatst dat ze elkaar niet belemmeren, en de bodem wordt gebruikt waar deze het meest geschikt voor is. Het toestaan van buitenopslag is zeker niet op elke locatie in het buitengebied gewenst vanwege het effect op de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit. Het wel of niet toestaan van buitenopslag vormt om die reden dan ook een onderdeel voor het definitieve omgevingsplan en vanwege de concreetheid niet in de omgevingsvisie. De overstap c.q.
transitie naar een circulaire economie en daarmee een optimale inzet van onder andere energie en grondstoffen betreft een grote maatschappelijke opgave. Binnen het warmteprogramma gaan we samen met inwoners en belanghebbenden keuzes maken voor duurzame warmteoplossingen die passen bij de verschillende buurten en wijken van onze gemeente, waaronder ook het buitengebied. Hoe we in de toekomst omgaan met dit vraagstuk komt terug in dit programma.
Conclusie: 1.1 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 1.2 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 1.3 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 1.4 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel.
Zienswijze 2 Inhoud ingediende zienswijze: 2.1 Indiener verzoekt om de locatie Zegge Noord (ten noorden van de Bosschenhoofdseweg) op de deelgebiedskaart voor de kern Zegge op te nemen als zoek- of ontwikkellocatie ten behoeve van woningbouw. Als aanvulling is door indiener het volgende aangegeven: Een mogelijke ontwikkeling op deze locatie zal volgens de indiener voorzien in de juiste segmentering en doelgroepen aansluitend op de behoefte van de kern Zegge. Beantwoording 2.1 Bij het bepalen van de zoeklocaties voor de kernen is gekeken naar verschillende onderdelen zoals bodem en watersturend, landschap en opbouw van de bestaande kern. Bij de zoeklocaties voor de kern Zegge wordt tot 2030 de Bosschenhoofdseweg op dit moment gezien als de noordelijke grens voor de zoeklocaties voor woningbouw. Met de zoeklocatie zoals deze nu is opgenomen in de omgevingsvisie, aan de noordoostzijde van Zegge, zijn we van mening dat we voldoende woningbouwcapaciteit creëren tot minimaal 2035. Bij nieuwe ontwikkelingen van woningbouwlocaties is het uitgangspunt aan te sluiten bij de doelgroepen zoals genoemd in het VolksHuisvestingsProgramma (VHP).
Voor de langere termijn is het denkbaar dat Zegge Noord (ten noorden van de Bosschenhoofdseweg in beeld komt om nader te onderzoeken, waarbij wordt opgemerkt dat indien zich kansen voordoen voor woningbouw aan de westzijde van Zegge dit de voorkeur heeft boven Zegge-Noord. Bij nieuwe ontwikkelingen van woningbouwlocaties is het uitgangspunt aan te sluiten bij de doelgroepen zoals genoemd in het VolksHuisvestingsProgramma (VHP). voor woningbouwontwikkeling. Bij de actualisatie van het VHP in 2030 zal hierover meer duidelijkheid komen. Conclusie 2.1 De omgevingsvisie wordt tekstueel aangepast naar aanleiding van dit onderdeel.
Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
5
Zienswijze 3 Inhoud ingediende zienswijze: 3.1 Indiener vraagt aan de gemeente om een standpunt over de hindercirkels van het bestaande agrarisch bedrijf in relatie tot de zoeklocatie Woningbouw de Berg in Schijf. 3.2 Indiener vraagt aan de gemeente om een standpunt ten aanzien van een strategische grondruil van gronden die grenzen aan de zoeklocatie woningbouw Schijf noord. 3.3 Indiener vraagt aan de gemeente om een standpunt ten aanzien van de ontwikkelingen zoals de zoeklocaties die zijn aangegeven in de uitwerking van de kern Schijf in relatie tot de uitbreidingsmogelijkheden van het bestaande agrarisch bedrijf. Daarnaast vraagt de initiatiefnemer om met regelmaat op de hoogte gehouden te worden van de ontwikkelingen in de kern Schijf die grenzen aan het bestaande agrarisch bedrijf. Beantwoording: 3.1 Voor de bescherming van onze gezondheid voldoen we aan de wettelijke eisen en gaan we overlast door stank, geluid en luchtverontreiniging zoveel mogelijk tegen. Bij alle ontwikkelingen in onze gemeente houden we dan ook rekening met omgevingsfactoren zoals de aanwezigheid van bijvoorbeeld een agrarisch bedrijf. Dat een locatie is opgenomen als zoeklocatie woningbouw, betekent niet direct dat tot aan de grenzen van een zoeklocatie gebouwd gaat/kan worden. 3.2 De exacte invulling van de zoeklocatie Schijf Noord moet nog gemaakt worden.
We staan nog aan het begin van deze ontwikkeling. Tijdens de planvorming wordt afgewogen of een eventuele grondruil bijdraagt aan de ontwikkeling van Schijf Noord. 3.3 Zoals we bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties rekening houden met de bestaande omgevingsfactoren, is het uitgangpunt ook dat uitbreidingsplannen van het boerenbedrijf geen beperking of belemmering veroorzaken op de omliggende woonbebouwing. Bij ontwikkelingen rondom het agrarisch bedrijf zal er, in het kader van de participatie met regelmaat contact worden opgenomen met de omwonenden. Conclusie: 3.1 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 3.2 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 3.3 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel.
Zienswijze 4 (gemeente Halderberge) Inhoud ingediende zienswijzen: 4.1 Indiener vraagt aan de gemeente hoe wordt omgegaan met de huisvesting van arbeidsmigranten voor bedrijven met een grote behoefte aan arbeidsmigranten, waarbij deze huisvesting niet op eigen terrein plaatsvindt. Hoe verhoudt zich dit tot de druk op de regio en met name op de al overbelaste huizenmarkt? 4.2 De minimale woningbouwopgave wijkt af van de opgave die is opgenomen in de woondeal. In de woondeal staat 475 woningen t/m 2030, in de omgevingsvisie is opgenomen 700 t/m 2040. Daarbij zou meer nadruk gelegd moeten worden op het toevoegen van nultredenwoningen en meergeneratiewoningen (ouderen) en betaalbare kleinere woningen voor starters. Andere doelgroepen krijgen geen tot zeer beperkt aandacht in de omgevingsvisie. 4.3 Meer ruimte voor het MKB is aangeduid tegen het gebied gelegen wat bestemd is voor Leisure. Verdragen deze activiteiten elkaar? 4.4 Indiener vraagt om een standpunt van de gemeente ten aanzien van het toepassen van bestrijdingsmiddelen en dan in het bijzonder over de negatieve gevolgen op de gezondheid en waterkwaliteit, bijvoorbeeld ten gevolge het verwaaien van deze middelen )over de gemeentegrenzen. 4.5 De indiener vraagt om meer toelichting ten aanzien van de zogenoemde Groene Long ten noorden van de A58.
In dit gebied is onder andere Breda International Airport (BIA) gelegen en Maple Farm. Hiermee is het gebied al ver af. Indien het gaat om de verbindingszone Kibbelvaart, dan zou deze zone veel verder ingeperkt moeten worden. Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
6
4.6
Indiener vraagt aan de gemeente waarin kansen worden gezien ten aanzien van de regionale samenwerking.
Beantwoording: 4.1 Arbeidsmigranten zijn niet meer weg te denken als arbeidskrachten bij de bedrijven in onze gemeente. We zetten in op goede huisvesting voor deze doelgroep op de meest geschikte locaties. De grootste groep arbeidsmigranten binnen onze gemeente is als seizoenarbeider werkzaam bij een agrarisch bedrijf. Seizoenarbeiders huisvesten we bij voorkeur bij de desbetreffende agrariër of andere ondernemer. Werknemers uit het buitenland die langdurig in onze gemeente komen wonen, verblijven in de reguliere woningvoorraad. Op dit moment is er geen aanleiding om in een meer grootschalige locatie voor huisvesting van arbeidsmigranten te voorzien omdat er geen sprake is van de komst van nieuwe bedrijven met een grote behoefte aan arbeidsmigranten. 4.2 In 2025 is de regionale woondeal herijkt. Voor Rucphen kwam uit de herijking een behoefte van bruto zo’n 695 woningen tot en met 2039 (de periode van de omgevingsvisie). Dit is gebaseerd op de bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant:
4.3
4.4
4.5
Op de aandachtsgroepen wordt dieper ingegaan in het VolksHuisvestingsProgramma. Wanneer de afspraken in de regionale woonzorgvisie verder zijn uitgewerkt, worden deze aangevuld in het VolksHuisvestingsProgramma. Met de uitbreiding Bedrijventerrein wordt de uitbreiding van bedrijventerrein Nijverhei aan de noordzijde bedoeld. Deze uitbreiding is inmiddels mogelijk gemaakt met een vastgesteld bestemmingsplan en vindt plaats tot aan de Binnentuin. Deze structuur is een logische en natuurlijke begrenzing tussen beide functies. Door de voorzieningen aan de noordzijde van de Nijverhei zoals het gemeentehuis en een fysiotherapiepraktijk is een zachtere overgang tussen beide gebieden gecreëerd. De MKB-activiteiten en Leisure bedrijvigheid in onze gemeente zijn complementair aan elkaar. Daarnaast is het gebied Binnentuin Rucphen volop in ontwikkeling. Dit betekent dat naar verwachting volgend jaar een toekomstbeeld gereed is, welke gerichter invulling gaat geven aan het gebied Binnentuin. Op de uitwerking van het Leisuregebied is de uitbreiding niet correct aangegeven. Voor de bescherming van onze gezondheid voldoen we aan de wettelijke eisen en gaan we overlast door stank, geluid en luchtverontreiniging zoveel mogelijk tegen. De gemeente heeft een faciliterende rol ten aanzien van alle ondernemers in de gemeente.
Voor wat betreft de agrarische ondernemers faciliteren we die binnen de bestaande wet- en regelgeving en de daarop gebaseerde jurisprudentie. De groene long zoals deze is aangegeven op de kaart komt uit voort uit de Novex verstedelijkingsstragie Brabant: Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking. Op de kaart staan groene haken met als verklaring: Te versterken groene buffer tussen de steden, verbinden van landschappen tussen de stedelijke gebieden om zo aaneengroeien van stedelijk gebied te voorkomen en groen uitloopgebied te behouden. Functies zoals Breda International Airport (BIA) en Maple Farm zijn passend binnen dit karakter.
Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
7
4.6
Door regionaal de krachten te bundelen, wordt de kwaliteit van de hele regio vergroot en krijgen we een sterkere positie in de landelijke en provinciale overleggen en wordt de lobbykracht vergroot. Er zijn diverse opgaven waarin meer gezamenlijk kan worden opgetrokken als het gaat om regionale samenwerking. Wanneer we kijken naar gemeente Rucphen en Halderberge dan zijn andere voorbeelden naast de genoemde vrijetijdseconomie samenwerking(en) op het gebied van wonen, energie, defensie, natuur(behoud) en ontwikkelingen buitengebied.
Conclusie: 4.1 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 4.2 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 4.3 De visiekaart wordt op dit onderdeel aangepast. 4.4 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 4.5 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 4.6 De tekst onder ‘Over grenzen, samen sterk’ wordt aangevuld met voorbeelden. Zienswijze 5 (NatuurWerkgroep) Inhoud ingediende zienswijze: De zienswijze bestaat uit een begeleidende brief, een zienswijzen document en een drietal bijlagen. In bijlage 1 zit een voorstel om op te nemen als uitgangspunt voor groenontwikkelingen. In bijlage 2 worden aanvullende maatregelen weergegeven die volgens de NatuurWerkgroep nodig zijn om de het gewenste beeld te bereiken. Er is een begrippenlijst toegevoegd. 5.1 Indiener vraagt zich welke programma’s er zijn en in hoeverre deze worden uitgevoerd. Indiener pleit voor een programma met een budget en een programmaregisseur. Verder wordt aandacht gevraagd voor het gebrek aan handhaving. Indiener pleit voor meer adequate handhaving om verdere teloorgang van natuur en milieu in de gemeente Rucphen te voorkomen. 5.2 Indiener heeft een aantal opmerkingen gemaakt over de begrenzingen en aanduidingen op de kaartbeelden. a. NNB Heimolendreef ontbreekt; b.
Symbool ‘beschermen natuur’ ontbreekt ten oosten van Rucphenseweg; c. Symbool ‘beschermen natuur’ ontbreekt ten zuiden van Nijverhei; d. De beoogde noord-zuid EVZ loopt niet van het NNB ten oosten van de Rucphenseweg naar de Binnentuin, maar van het gedeelte van het NNB rond de Heimolendreef naar het noorden van het gedeelte NNB de Rucphense bossen; e. De gebiedsentree die geprojecteerd is op de hoek van de Achtmaalsebaan en de Schoolstraat hoort daar niet thuis; f. de ingetekende zoekgebieden stemmen niet overeen met die in de Visie Zonne- en Windenergie uit 2021. Is deze visie achterhaald of wijkt de Omgevingsvisie 2.0 daar ten onrechte vanaf? Bovendien is het wenselijk dat de gemeente zich blijft richten op zon op gebouwen; g. Zoekgebied windturbines: in hoeverre is dit zoekgebied reëel?; h. Zoekgebieden voor nieuwe natuur ontbreken. 5.3 Indiener vraagt hoe de gemeente invulling gaat geven aan de doorstroming van ouderen met een verhuiswens. Ze geven aan dat dit niet ten koste mag gaan van het weinige groen dat nog in en rond de kernen aanwezig is. 5.4 Indiener verzoekt om bij ontwikkelingen groen toe te voegen conform de 3-30-300-regel.
5.5 Hoe ziet het landschap van de toekomst eruit en hoe denkt de gemeente dit te bereiken? 5.6 Indiener verzoekt om in het kader van verduurzaming de 3-30-300 regel toe te passen en in de bestemmingsregels voor nieuwbouw beperkingen aan te brengen qua bouwvlak en verhard oppervlak. 5.7 In het kader van bescherming natuur is indiener het niet eens met clustering van recreatie aan de randen van deze gebieden en in de nabijheid van gebiedentrees. Ze verzoeken om in het LandschapsOntwikkelingsProgramma (LOP) rustzones aan te wijzen met onder andere beperkte toegang. Ook wordt gevraagd om bij de gewenste 10 % blauwgroene dooradering in het LOP, extra aandacht besteden aan bedreigde soorten.
Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
8
5.8 5.9 5.10 5.11 5.12
5.13
5.14
5.15
5.16
5.17
5.18
In het kader van een gezonde leefomgeving vraagt de indiener om meer aandacht voor het terugdringen van pesticiden, kunstmest, etc. daarnaast verzoekt de indiener aan de gemeente om bij overtredingen handhavend gaat optreden. De indiener vraagt om een nadere toelichting van de gemeente over de faciliterende rol van de gemeente om agrarische ondernemers te laten komen tot duurzame en circulaire productie. De indiener verzoekt de gemeente om voorrang te verlenen aan de woningbouw in zoekgebied Rucphen Noordwest ten aanzien van Rucphen Noordoost en voldoende afstand aan te houden tot bestaand bos en groen. Indiener geeft aan voorkeur te hebben betreft woningbouw voor het noordelijk deel van de kern St. Willebrord. En het verdient de voorkeur dat het Emmausplein in het kader van de 330-300 regel deels als park wordt ingericht en voor het overige deel als tijdelijk groen. Indiener vraagt aandacht voor de instandhouding van het Natuur Netwerk Brabant (NNB) in het oostelijk zoekgebied van de kern Zegge. Ze hebben de voorkeur voor een uitbreiding in westelijke richting. Ze geven aan graag betrokken te willen worden bij de planvorming van de groen buffer aan de westzijde. Indiener geeft aan dat betreft zoekgebieden voor woningbouw hun voorkeur in de tijd uitgaat naar zoekgebied de Berg en zoekgebied Schijf zuid, gegeven hun centralere ligging.
Zoekgebied Schijf noord vraagt om extra groene uitvoering met benadrukking van de oude turfvaart als groenblauwe dooradering, aansluitend op de te versterken EVZ in het noorden van het gebied. Indiener onderschrijft het belang van landbouw in het buitengebied, maar dan wel milieuvriendelijke landbouw met minder CO2-, stank- en stikstofuitstoot en met minder gebruik van pesticiden, kunstmest en (grond)water. Ons motto: niet minder boeren maar anders boeren. Wat wordt bedoeld met: ‘duurzaamheidsprojecten op vrijkomende terreinen’ en ‘waterlichamen worden gecreëerd’? Bij beëindigingen van agrarische bedrijven zou de gemeente (evt. d.m.v. opleggen van voorkeursrecht) de grond kunnen aankopen, om die vervolgens door te verkopen aan een milieuvriendelijke agrariër, hetzij in te zetten voor nieuwe natuur, hetzij in te zetten voor woningbouw, hetzij in te zetten voor een zonneweide, hetzij anderszins. Recreatie krijgt wat betreft ons en het Groene Platform Rucphen alleen meer ruimte ten noorden van de Rucphense hei en in nieuw aan te leggen natuur. De indiener herinnert de gemeente aan de wens van particulieren uit de bijeenkomst voor het buitengebied om geen uitbreiding van Ruimte voor Ruimte woningen mogelijk te maken, daar die slechts kunnen worden gebouwd door mensen van buiten de gemeente en het landschap er minder landschappelijk op maken.
Indiener vindt de keuze voor de deelgebieden Binnentuin en Industrieterrein Nijverhei tot Leisuregebied vreemd. De uitbreiding van het industriegebied richting Sprundel wijkt af van de kaart Omgevingsvisie Rucphen, waarop de uitbreiding richting Sint Willebrord wordt aangegeven. Uitbreiding richting Sprundel komt niet voor op de kaart van het deelgebied Sprundel. Uitbreiding richting Sprundel komt voor de indiener niet als wenselijk voor. Die uitbreiding gaat namelijk ten koste van het weinige groen dat daar nog over is en dat grotendeels op de Groene kaart staat. Deze groenstrook vormt een essentiële buffer tussen het industriegebied en de kern Sprundel. Indiener verzoekt om het opnemen van een begrippenlijst.
Beantwoording: 5.1 Voor gemeenten is op dit moment, op basis van Europese regels alleen het actieplan geluid verplicht. Daar komen mogelijk het warmteprogramma (Wetsvoorstel ‘Gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en VolksHuisvestingsProgramma (wetsvoorstel regie volkshuisvesting) bij. Daarnaast kan een gemeente een onverplicht programma vaststellen, hierbij kan je denken aan een gemeentelijk rioleringsplan (GRP) zoals die er waren onder de Wet milieubeheer. Daarnaast is vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wet regie volkshuisvesting het ontwerp-VolksHuisvestingsProgramma opgesteld en gelijktijdig met de omgevingsvisie ter inzage gelegd. Dit programma geeft nadere invulling aan de woningbouwopgave, zoals omschreven in de ontwerp-omgevingsvisie 2.0. We geven uitvoering aan de acties in het VolksHuisvestingsProgramma middels een uitvoeringsagenda tot 2030 waarin de prioriteiten en benodigde middelen zijn bepaald De gemeente Rucphen herkent zich niet in het beeld dat sprake zou zijn van inadequate handhaving. De afgelopen twee jaar is het aantal handhavingszaken op het gebied van Groen juist significant toegenomen. Bovendien zijn de samenhangende werkprocessen van de clusters Handhaving en Groen gedurende 2024/2025 opnieuw geëvalueerd en Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
9
gestroomlijnd. Helaas zien we dat de meldingsbereidheid op het gebied van Groenovertreding relatief laag is. De NatuurWerkgroep Rucphen e.o. zet zich hier actief voor in, maar meldingen van inwoners komen sporadisch tot niet voor. Op het gebied van Groen en Milieu hebben bovendien ook andere overheidsinstellingen, zoals de provincie, de omgevingsdiensten of het waterschap, bevoegdheden. Daarnaast hebben rondom het cluster Groen in 2025 een aantal personeelswisselingen gezien. Beide elementen kunnen gedurende procedures leiden tot vertraging. De capaciteit op het gebied van juridische handhaving is in 2025 uitgebreid met 0,8 fte naar in totaal 2,8 fte, omdat we merken dat het aantal handhavingszaken in het algemeen stijgt. Wel is het zo dat kritisch moet blijven worden omgegaan met de beschikbare handhavingscapaciteit. Groen is immers niet het enige thema waarop gehandhaafd moet worden. Een van de doelstellingen is ook om de juristen de komende jaren meer in te zetten voor beleidsontwikkeling op het gebied van Handhaving en Veiligheid, om zo in te zetten op preventie en duidelijke handhavingskaders. Alle doelstellingen op het gebied van inzet en capaciteit van Handhaving wordt jaarlijks vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma VTH. Vanaf 2025 is hierin ook expliciet ruimte in opgenomen voor Groen-handhaving.
In de vierjaarlijkse Uitvoering- & Handhavingsstrategie worden de meerjarige doelstellingen vastgelegd. In het Jaarverslag VTH wordt jaarlijks gereflecteerd op de geraamde doelstellingen en inzet van het vorige jaar. De provincie beoordeelt deze stukken jaarlijks vanuit haar rol als Interbestuurlijk Toezichthouder. In de meest recente beoordeling is door onze gemeente hierop een score behaald van 100%. 5.2 Kaartaanpassingen: a. Tijdens het vervaardigen van de kaarten zijn verschillende ondergronden gebruikt, hierdoor zijn enkele gebieden niet correct weergegeven. Uiteraard blijven de NNN,- en NNB-gebieden zoals opgenomen in de TAM-omgevingsverordening NoordBrabant leidend. De deelgebiedenkaart wordt uitgebreid met de ontbrekende NNBgebieden. b. Eén van de algemene uitgangspunten voor Duurzaam Samenleven is ‘We beschermen natuur’. Dit uitgangspunt geldt voor alle natuur binnen onze gemeente. Het symbool is gebruikt om dat ook visueel aan te geven op de kaart ter plaatse van de Rucphense Bossen, maar dit betekent niet dat alleen de Rucphense Bossen beschermd worden. c. Zie de beantwoording onder b. d. De gewenste ecologische verbindingen zullen worden aangepast en aansluiten op de verbindingszones zoals die zijn opgenomen in het groenbeleidsplan. e. Overeenkomst de zienswijze wordt de aanduiding gebiedsentree ter plaatse van de Achtmaalsebaan-Schoolstraat verwijderd. f.
Deze zone wordt overeenkomstig vastgesteld beleid alsnog opgenomen op de beleidsanalysekaart gemeente Rucphen, duurzaam samenleven. g. In hoeverre dit een reëel zoekgebied betreft wordt in 2030 bekeken. Binnen de Regionale Energiestrategie (RES) dragen we bij aan de doelstelling om vóór 2030 30 GWh grootschalig zonne-energie op te wekken, met een sterke focus op zon-op-dak. We onderzoeken ook de kansen voor zonne-energie op land. Windenergie wordt binnen onze gemeente tot 2030 niet toegepast. In 2030 wordt gekeken of windenergie binnen onze gemeente wel of niet toepasbaar is. Het zoekgebied is overgenomen uit het ‘Regionaal Plan Energiesysteem - West-Brabant Energie in Balans’. h. De zoekgebieden nieuwe natuur zullen worden meegenomen in de uitwerking van de omgevingsvisie in het LandschapsOntwikkelingsPerspectief (LOP). 5.3 Nultredenwoningen (voor ouderen) bouwen we bij voorkeur binnenstedelijk vanwege de nabijheid van voorzieningen. Een inbreiding gaat niet perse ten koste van het groen in de kern, omdat er niet altijd groen aanwezig is op deze locaties. Door in te zetten op doorstroming naar kleinere passende woningen zijn op langere termijn minder grote woningen nodig dan wanneer we blijven inzetten op gezinswoningen. Hiermee sparen we ook het groen in onze gemeente. Per te realiseren woning hanteren we een groennorm voor de aanleg van 75m² openbaar groen.
Per locatie zal een afweging worden gemaakt hoe het groen (in de kern) wordt gecompenseerd.
Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
10
5.4
Vanuit de omgevingsvisie vinden we het belangrijk dat we verschillende soorten woningen toevoegen in een groene en gezonde leefomgeving. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt daarom als één van de uitgangspunten het 3-30-300 principe meegegeven. In het groenbeleid van de gemeente Rucphen worden 4 principes aangehouden: 1. We zorgen voor genoeg en gevarieerd groen voor iedereen; 2. We zorgen voor groen dat bijdraagt aan verschillende opgaven; 3. De gemeente wordt natuurinclusief aangelegd en beheerd; 4. Aan groen werken we samen. Het hanteren van het 3-30-300 principe kan een uitwerking zijn van één van de uitgangspunten zoals die zijn opgenomen in de omgevingsvisie. Dit wordt dan vertaald in een programma of beleid en/of het omgevingsplan. 5.5 Als gemeente hebben we de laatste jaren de waardering voor ons landschap herijkt. Zoals genoemd in het groenbeleidsplan Groen R | Groenbeleid gemeente Rucphen zetten we in op de herbeleving van het typische streekeigen Brabantse landschap maar vertaald naar het huidige gebruik en de toekomstige opgaven. We zetten in op een multifunctioneel landschap. Een landschap waarin ambitie en traditie, werken en recreëren, cultuur en natuur met elkaar samen gaan. Op dit moment wordt gewerkt aan het LandschapsOntwikkelingsPerspectief (hierna LOP). Hierin wordt door middel van een uitvoeringsprogramma aangegeven hoe de doelen bereikt kunnen worden.
5.6 Zie beantwoording onder 5.4. 5.7 Deze zienswijzen zal worden meegenomen in de uitwerking van de omgevingsvisie in het LOP. 5.8 De gemeente houdt in het kader van ruimtelijke procedures rekening met spuitzones rondom agrarische percelen ter bescherming van (burger)woningen. De gemeente is echter niet bevoegd in zaken over de handhaving met betrekking tot bestrijdingsmiddelen. Toezicht en handhaving van bestrijdingsmiddelen in Nederland wordt voornamelijk uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Daarnaast houdt de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) zich bezig met het toezicht op het gebruik van deze middelen, met name in de landbouw en glastuinbouw. 5.9 Als gemeente faciliteren, stimuleren en ondersteunen wij als het gaat om initiatieven in het kader van nevenactiviteiten bij de agrariër. Daarbij hechten wij veel waarde aan het behoud van een levendig en sterk landschap, waarbij ecologie en economie met elkaar in balans is. Denk hierbij aan het aanreiken van subsidiekansen wanneer dit kan, alsmede het stimuleren van adaptieve landbouw. 5.10 Op dit moment wordt door de gemeente samen met de initiatiefnemer gewerkt aan de ontwikkelrichting voor de zoeklocatie Rucphen Noordwest. Het gebied Rucphen Noordwest gaat inderdaad voor op Rucphen Noordoost. Op deze wijze wordt tegemoet gekomen aan de zienswijze.
Bij de planontwikkelingen worden de afstanden tot aan groenelementen, maar ook de invulling van nieuwe openbare ruimte nader uitgewerkt volgens de daarvoor gelden regels. Waarbij het uitgangspunt is dat we een aantrekkelijke woonomgeving voor jong en oud willen creëren. Hierbij is het belangrijk dat we verschillende soorten woningen toevoegen in een groene en gezonde leefomgeving. 5.11 Op de kaarten met de uitwerking van de deelgebieden zijn verschillende zoeklocaties voor woningbouw opgenomen. Dit houdt in dat voor deze locaties onderzocht kan worden of en hoe voor deze locaties een geschikte inpassing voor woningbouw kan plaatsvinden. Hierbij kijken we onder andere naar de omgeving, bodem- en watersturend en de ligging ten opzichte van de bestaande kern en omliggend landschap. In de omgevingsvisie is opgenomen dat het Emmausplein een levendig centrum blijft voor detailhandel en middenen kleinbedrijven. Op dit centrale plein worden jaarlijks unieke evenementen georganiseerd. We proberen de winkels en dienstverlening meer te clusteren zodat de Dorpsstraat en het Emmausplein nog levendiger worden. In het kader van duurzaam samenleven is opgenomen dat het Emmausplein groener mag worden, dus we bekijken voor deze locatie welke groene maatregelen we kunnen nemen.
Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
11
5.12 Deze zone is bestemd als bestemming ‘Natuur’ en maakt geen onderdeel uit van de planontwikkeling ‘Zegge oost’. Er is juist gekozen voor een meer grootschaligere zoeklocatie woningbouw aan de oostzijde van de kern Zegge Aan de westzijde van Zegge ontwikkelen we een landschappelijke bufferzone tussen het industrieterrein Roosendaal en de kom van Zegge. Zo creëren we een natuurlijke overgang, verbeteren we een gezonde leefomgeving door de impact van industriële activiteiten op het dorp te minimaliseren. 5.13 Voor de ontwikkeling van Schijf moet eerst een ontwikkelrichting worden opgesteld. De ontwikkelrichting moet aantonen hoe een uitbreiding of nieuwe functies passen in de beoogde ontwikkeling van het gebied, onderbouwd vanuit verschillende basisprincipes, zoals de lagenbenadering, zorgvuldig ruimtegebruik en de omgevingskwaliteit. Onderdelen zoals de groen blauwe dooradering en de oude Turfvaart maken onderdeel uit van deze ontwikkelrichting. 5.14 Adaptieve landbouw wordt gepromoot, waaronder ook plantbased activiteiten waar WestBrabant om bekend staat. Dit is een landbouwmethode die zich aanpast aan de natuurlijke omstandigheden en gebruik maakt van de natuurlijke veerkracht van de bodem, gewas en biodiversiteit.
5.15 Bij duurzaamheidsprojecten kan men denken aan bijvoorbeeld zonneweiden of compensatie hiervoor, biobased landbouw, voedselbossen en CO2 compenseren voor land- en bosbouw, Maar ook op kleinere schaal t.b.v. biodiversiteit en verblijfplaatsen voor dieren. De waterlichamen die worden bedoeld zijn bijvoorbeeld retentievijvers die worden aangelegd in het buitengebied, als onderdeel van de opgave voor klimaatbestendigheid en het creëren van een robuust watersysteem. Naast het vasthouden van regenwater dragen deze ook bij aan de biodiversiteit van het landschap. Een ander voorbeeld van waterlichamen die we willen behouden zijn de Natte Ecologische Verbindingszones die de gemeente in samenwerking met het waterschap heeft aangelegd. Er zijn verschillende methoden om te kunnen voldoen aan de uitgangspunten van de omgevingsvisie. De gemeente zal per geval bekijken welke methode mogelijk en passend is. Aankopen van gronden kan in sommige gevallen de oplossing zijn. Het buitengebied blijft ook in de toekomst een waardevol gebied voor recreatie, educatie en ontspanning. Initiatieven voor nevenactiviteiten zoals recreatie worden gestimuleerd. Zo behouden en versterken we een levendig landschap. Functies worden zo geplaatst dat ze elkaar niet belemmeren, en de bodem wordt gebruikt waar deze het meest geschikt voor is.
Dit zal een belangrijke rol spelen bij de afweging waar welke recreatie gewenst is of niet. 5.16 De gemeente gaat zorgvuldig om met het toestaan van extra woningen in het buitengebied. De gemeente deelt niet de mening wordt niet gedeeld dat deze woningen slecht gebouwd worden door mensen van buiten de gemeente. In het omgevingsplan zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen, waarin de bevoegdheid is geregeld dat het college van Burgemeester en wethouders een agrarische bestemming kunnen wijzigen naar de bestemming ’Wonen’ al dan niet in combinatie met de bestemming 'Groen Landschapselement'. Enkele voorwaarden hierin zijn dat er sprake moet zijn van een goede landschappelijke inpassing en dat er dient te worden voldaan aan de bepalingen over ruimte voor ruimte zoals opgenomen in de (TAM) Omgevingsverordening Noord-Brabant. Op deze wijze borgen we dat er sprake is van een goede, duurzame landschappelijke inpassing. 5.17 Bij de bepaling van de deelgebieden is gekeken naar een samenhangende, overzichtelijke gebieden. In de omgevingsvisie is het weliswaar aangemerkt als één deelgebied, maar zowel het bedrijventerrein Nijverhei als het leisuregebied Binnentuin kennen inderdaad ieder hun eigen opgave. In de omgevingsvisie worden beide gebieden wel apart beschreven. Het is duidelijker om de titel van het deelgebied aan te passen.
De uitbreiding van bedrijventerrein Nijverhei richting Sprundel is niet correct opgenomen. 5.18 In de digitale versie van de omgevingsvisie worden bepaalde termen verduidelijkt door op het betreffende begrip te gaan staan met de muis. Om het beter toegankelijk te maken nemen we een begrippenlijst op.
Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
12
Conclusie: 5.1 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 5.2 De visiekaart wordt op dit onderdeel aangepast. 5.3 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 5.4 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 5.5 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 5.6 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 5.7 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 5.8 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 5.9 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 5.10 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 5.11 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 5.12 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 5.13 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 5.14 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 5.15 De tekst van deelgebied Buitengebied wordt aangevuld met voorbeelden van duurzaamheidsprojecten en waterlichamen 5.16 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel.
5.17 De titel ‘leisuregebied’ wordt aangepast in bedrijventerrein Nijverhei en leisuregebied Binnentuin. 5.18 De tekst onder wordt aangevuld met een begrippenlijst. Zienswijze 6 (Veiligheidsregio Midden en West-Brabant) Inhoud ingediende zienswijze: 6.1 Indiener pleit voor het opnemen van een speciale passage over een aantal kernwaarden voor fysieke veiligheid. Kunt u explicieter aangeven welk belang u hecht aan het borgen van veiligheid bij het gebruiken, beschermen en ontwikkelen van uw gemeente? Beantwoording: 6.1 Wij vinden het belangrijk dat er sprake is van een veilige leefomgeving. Het is daarom ook opgenomen als één van de uitgangspunten bij Duurzaam Samenleven. Voor de bescherming van onze gezondheid voldoen we aan de wettelijke eisen en gaan we overlast door stank, geluid en luchtverontreiniging zoveel mogelijk tegen. Bij alle ontwikkelingen in onze gemeente wordt rekening gehouden met externe veiligheid. We faciliteren een verkeersveilige omgeving in kernen en het buitengebied. We doen ons best om bedrijventerreinen, het buitengebied en de woongebieden zo veilig en leefbaar mogelijk te maken. Bij de ontwikkelingen van initiatieven betrekken we de veiligheidsregio vroegtijdig als adviesorgaan. Bij de ontwikkeling van onze leefomgeving streven we ernaar om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de kernwaarden en ontwerpprincipes van de veiligheidsregio.
In het belang van een gezonde, maar ook veilige leefomgeving houden we bij initiatieven in de nabijheid van risicobronnen in een vroegtijdig stadium rekening met het veiligheidsrisico. Het gaat daarbij om: • het voorkomen en beperken van veiligheidsrisico’s zoals branden en andere ongevallen, rampen en crises; • het vergroten van de zelf- en samenredzaamheid van mensen die aan deze veiligheidsrisico’s zijn blootgesteld en; • het zorgdragen voor een hulpvaardige en slagvaardige bestrijding van branden en andere ongevallen, rampen en crises. Conclusie: 6.1 De tekst bij het uitgangspunt over een gezonde en veilige leefomgeving wordt aangevuld.
Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
13
Zienswijze 7 (mondeling) Inhoud ingediende zienswijze 7.1 Een aantal percelen zijn als bosgebied ingetekend terwijl hier agrarisch gebruik plaatsvindt. Dit blijkt bij meerdere boomtelers het geval te zijn. Indiener verzoekt dit aan te passen naar agrarisch gebruik. Tevens wordt verzocht het symbool ‘gebiedsentree’ anders te positioneren. Beantwoording: 7.1 Naar aanleiding van deze reactie is de verbeelding voor de gehele gemeente gecontroleerd en wordt deze op een aantal locaties voor dit onderdeel aangepast. Conclusie 7.1 De visiekaart wordt op dit onderdeel aangepast Zienswijze 8 (Provincie Noord-Brabant) Inhoud ingediende zienswijze 8.1 De teksten waarmee de ambities en onderwerpen zijn beschreven, zijn wat algemener van aard dan de toekomstbeelden die op de diverse kaarten staan. Dat vraagt om een nadere duiding van keuzes die gemaakt worden in de deelgebieden. 8.2 Er is goed nagedacht over de zoeklocaties voor woningbouw, clustering van detailhandel en locaties voor teeltondersteunende voorzieningen (TOV’s), maar de denkwijze wordt niet uitgelegd bij de verbeeldingen en daarom ontbreekt er overtuigingskracht. 8.3 Met betrekking tot windturbines, groene dooradering, ecologische verbindingszones, gebiedsentrees en zon op land is de onderbouwing niet duidelijk. 8.4 Het is niet duidelijk hou het nieuwe TOV-beleid zich verhoudt tot de Omgevingsvisie 2.0.
Het inzichtelijk maken van de hiërarchie van beleidsstukken zou de integraliteit van het ruimtelijk beleid van de gemeente Rucphen versterken en meer gevoel geven bij de haalen uitvoerbaarheid van de doelen. 8.5 Er worden in de visie veel ambities en aspecten van omgevingskwaliteit benoemd. Echter wordt in de visie niet concreet gemaakt wat de kwaliteiten precies zijn, op het gebied van landschap, karakteristieke waarden, cultuurhistorie enzovoort. Met name in het buitengebied is het belangrijk dat er inzicht is in de gebiedseigen kwaliteiten. Dit vormt de basis voor nieuwe keuzes. De uitwerking van de visie in deelgebieden biedt een kans om per gebied inzichtelijk te maken wat onder andere de: • Concrete waarden en kwaliteiten van het buitengebied zijn; • Verschillen tussen deelgebieden zijn; • Waarden en kenmerken van het cultuurhistorisch landschap zijn. 8.6 Voor het “Leisuregebied” vragen wij ons af op welke locaties de industriële gebouwen worden omgezet naar nieuwe bestemmingen, welke milieucategorieën er daardoor verdwijnen en of er dan vervangende ruimte vrijkomt op De Nijverhei. We vinden het belangrijk om voldoende ruimte te behouden voor de industrie vanwege de instandhouding van het regionale ecosysteem en het MKB. 8.7 In het kader van het ondernemersklimaat wordt niet gesproken over de toekomstbestendigheid in relatie tot het voorbestaan van ondernemers.
Het is beter om hier transparant over te zijn. 8.8 Gelet op de toekomstbestendigheid ziet de provincie koppelkansen voor adaptieve landbouw. Biobased gewassen kunnen alternatieven bieden voor veehouderijen die willen omschakelen. De gemeente geeft niet aan wat zij hieronder verstaan. 8.9 De zoekgebieden Noordoosten van Zegge, rondom Schijf en gebied Omgangstraat zijn niet eerder op ambtelijk besproken. Het is aan de gemeente om dit alsnog op ambtelijk niveau dit af te stemmen en daarbij een onderbouwing aan te leveren op basis van onze diep, rond en breed-methode. Het zoekgebied Zegge-Noordoost is te groot. 8.10 Op de kaart wordt met symbolen aangegeven waar TOV mogelijk zouden moeten zijn. Beperkingen of voorwaarden worden niet gegeven. Dit hoeft ook niet per se, mits er sprake is van een koppeling met (bestaand) beleid. De provincie maakt een voorbehoud ten
Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
14
8.11
8.12
8.13
8.14
8.15
8.16
8.17 8.18
8.19 8.20 8.21
8.22
8.23
aanzien van de instemming, aangezien de opmerkingen te summier zijn en deze onderwerpen nog volop in ontwikkeling zijn. Er is aandacht voor sturing vanuit bodem en water in planvorming/gebiedsvisies. Het is niet helemaal duidelijk wat hiermee wordt bedoeld en wat het betekent voor concrete gebiedskeuzes. In het kader van water en bodem sturend kan de gemeente gebruik maken van de Watersignaleringskaart. Het Rucphense grondgebied is een wegzijgingsgebied. Het is belangrijk dat dit wegzijgingsvermogen zoveel mogelijk wordt behouden en/of versterkt, zodat het grondwater aangevuld kan worden. In de deelgebiedskaart van het buitengebied is het behouden en versterken van bodem- en waterstructuren alleen opgenomen voor bestaande watergangen. Bij natuur, heide en landbouw lijkt daardoor geen sprake van behouden en versterken van bodem- en waterstructuren. De provincie vraagt zich af of dit ook de intentie is van de gemeente. Daarnaast komen in de visie en op de interactieve kaart de grondwaterbeschermingsgebieden niet terug. Gedeeltelijk over het Natuur Netwerk Brabant (NNB) en rondom de nabijgelegen Natte Natuurparel (NNP), ligt een attentiezone waterhuishouding. Opvallend is dat juist op deze plekken agrarische activiteiten zijn ingetekend. Een aandachtspunt is dat hier niet versneld afgevoerd of gedraineerd mag worden.
Het aspect groenblauwe dooradering zien we niet terug, hoewel we hier wel veel belang aan hechten. Een koppeling met provinciale doelstellingen ten aanzien van natuurbeleid zou waardevol zijn. Daarnaast is het raadzaam om een visie op natuurinclusief en klimaatadaptief ontwikkelen, specifiek voor het buitengebied, op te stellen. Op het grondgebied ligt een ecologische verbindingszone (EVZ) met wateropgaven. Hieromheen ligt een buffer van 10 meter ter bescherming van deze watergang, hierbinnen mogen geen activiteiten plaatsvinden die een negatief effect hebben op de EVZ. Op de plankaart zijn deze watergangen ingetekend, maar niet met de aanduiding EVZ. Het zou goed zijn om deze EVZ’s wel expliciet te benoemen. Geluid wordt onder de Omgevingswet niet meer standaard op nationaal niveau gereguleerd, maar veel op gemeentelijk niveau. Gemeenten staan aan de lat voor geluidsnormen en kunnen die normen aan de lokale situatie aanpassen. Men moet dus een visie opstellen welke geluidniveaus men in een bepaald gebied maximaal wil toestaan. Wij verzoeken u de visie hier op aan te vullen. In de gemeente ligt ook een stiltegebied. Het zou goed zijn als de gemeente aangeeft op welke wijze zij invulling geeft aan het behoud van de stilte in dit gebied. Het aspect circulair bouwen wordt benoemd, echter een toelichting hierop zou verhelderend zijn.
Voorts raden wij ook aan om de landelijke Maatlat klimaatadaptief bouwen te gebruiken. In het kader van de ‘Droogteagenda’ vraagt de provincie aandacht voor het infiltreren van regenwater, zodat het niet allemaal wordt afgevoerd. Het gebruik van biobased bouwmaterialen in zowel woningbouw als infra is een kans om iets te doen tegen bijvoorbeeld hittestress. De gemeente zet voornamelijk in op elektrische oplossingen (all-electric). Echter is het nog niet duidelijk hoe er wordt omgegaan met de totale energiemix (bronnenmix). Die bepaalt mede de ruimtelijke impact. Wij vragen u om extra inzicht te geven in de lokale en regionale energiedragers en hun ruimtelijke consequenties. U kunt in uw omgevingsvisie bijvoorbeeld richting geven aan deze mix door bron- en gebiedspecifieke voorkeursstrategieën te benoemen. Een robuust en toekomstbestendig energiesysteem vraagt in de omgevingsvisie om integrale afwegingen, met specifieke aandacht voor systeemintegratie, flexibiliteit, opslagcapaciteit en de inzet van verschillende energiebronnen. Voorbeelden van systeemintegratie en ruimtelijke keuzes zijn het combineren van warmtenetten met woonverdichting, het afstemmen van laadinfrastructuur op mobiliteitsknooppunten, of het ruimtelijk reserveren van locaties voor transformatorstations, energieopslag en decentrale opwek. Wij zien wij nog onvoldoende hoe geanticipeerd wordt op deze dynamiek.
De provincie beveelt aan om een netcongestieonderzoek uit te (laten) voeren, zowel voor woningbouw als voor bedrijventerreinen. Dit geldt nadrukkelijk voor de Nijverhei, omdat daar de grootste energieverbruikers zitten.
Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
15
8.24
8.25 8.26
8.27
8.28
8.29
8.30
Onder ‘Buitengebied’ staat bij ‘Duurzaam samenleven’: “We benutten zonne-energie door landschappelijk ingepaste zonneweides.” Sinds 1 januari 2025 gelden voor zonneparken in het landelijk gebied aangescherpte regels waaraan moet worden voldaan. Ook gelden de uitgangspunten uit de zonneladder, waarbij nieuwe zonneparken in Landelijk gebied pas als laatste optie worden beschouwd, na het beter benutten van bestaande daken en mogelijkheden binnen de bebouwde kom om zonne-energie op te wekken. De provincie adviseert om cultuurhistorisch waardevolle gebieden, zoals weergegeven op de provinciale CHW-kaart, te vrijwaren van grootschalige zonne- en windturbineparken. Aan paragraaf 1.5.2 “De waarden samengevat” kan meer inhoud worden gegeven. De gemeente wordt doorsneden door diverse turfvaarten, ontginningsgrachten, voormalige turfconcessies, drooggelegde vennen en andere relicten. In de omgeving van Zegge zijn die structuren in het landschap zeer goed herkenbaar. Maar ook de Oude Zoek, kent een rationele inrichting en was een veengebied dat als ven is drooggelegd. Daarnaast ligt de gemeente aan de westzijde van het Vincent van Gogh nationaal park. Erfgoed speelt geen rol op de hoofdkaart en de deelgebiedkaarten. We geven in overweging om de cultuurhistorisch waardevolle gebieden, zoals deze op de provinciale CHW-kaart staan op de hoofdkaart een plaats te geven.
De provincie vraagt om de volgende cultuurhistorisch waardevolle gebieden op te nemen in de visie (paragraaf 3.2.3): • Landgoed Visdonk (gedeeltelijk), (*) • Landgoed Jachthuis Schijf (*) • De Oude Zoek (gedeeltelijk) • Turfwinningslandschap Lange Maten, Ketelmeren en Hazenmeren • Pannenhoef/Lokker (*)tevens complex van cultuurhistorisch belang. De vervening van de Zegge en de Rucphense Bossen staan op de provinciale CHW-kaart als historisch geografisch waardevol aangeduid, ze dragen eveneens bij aan de karakteristiek en kenmerken van deze gemeente. Bij de verdere uitwerking van de omgevingsvisie van de gemeente in concrete Omgevingsplannen of omgevingsvergunningen gelden voor wat betreft de provinciale belangen de regels uit de omgevingsverordening. Het is raadzaam daarover in de omgevingsvisie een verwijzing naar te maken.
Beantwoording: 8.1 en 8.2 Deze opmerking is terecht. De teksten waarmee de ambities en onderwerpen zijn beschreven en de verbeeldingen worden aangepast, zodat er een betere koppeling ontstaat tussen de toekomstbeelden, de denkwijzen in zowel de tekst als bij/op de diverse kaarten. 8.3 De Omgevingsvisie 2.0 is een strategisch beleidsdocument op hoofdlijnen. De groene dooradering en de ecologische verbindingszones worden verder uitgewerkt en onderbouwd in het LandschapsOntwikkelingsPerspectief (hierna LOP). Voor wat betreft de windturbines en zon op land zal dit gebeuren in het kader van de energietransitie. 8.4 Het TOV-beleid is een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie 2.0 en hangt als het ware onder de paraplu van deze visie. In de visie staat aangegeven dat: ‘We streven ernaar om bestaande agrariërs te ondersteunen door onder andere het bieden van ruimte voor Teeltondersteunende Voorzieningen (TOV’s)’. Hieraan zal een zinsnede worden toegevoegd: Het beleid rond TOV’s wordt verder uitgewerkt in het ‘Beleid teeltondersteunende voorzieningen Rucphen 2025’ dat naar verwachting in het laatste kwartaal vastgesteld, waarbij de provincie uitgebreid is betrokken. 8.5 De omgevingskwaliteit zal de komende jaren nader worden beschreven in de verdere uitwerking van het beleid uit de omgevingsvisie. Voor wat betreft de kwaliteiten van het landschap zal dit gebeuren in het LOP.
Ook zijn we voornemens om beleid op te stellen ten aanzien van cultuurhistorie en archeologie. 8.6 Wij vinden het ook belangrijk om voldoende ruimte te (be)houden voor de bedrijvigheid, het regionale ecosysteem en het MKB. Daarnaast hechten we ook veel waarde aan de Binnentuin (Leisuregebied) waar inwoners en bezoekers welkom zijn om te sporten, zwemmen en ontspannen. De functies in het leisuregebied zijn daarom recreatief van aard. Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
16
8.7 8.8
8.9
8.10
8.11
8.12
8.13
8.14
8.15 8.16
Er verdwijnen in het leisuregebied (ten noorden van het bedrijventerrein) geen milieucategorieën. Er komen voldoende mogelijkheden voor bedrijvigheid op de uitbreiding van het bedrijventerrein Nijverhei (Nijverhei 2009, uitbreiding Nijverhei 2022).We spreken in onze gemeente niet van een industrieterrein, maar van een modern bedrijventerrein. We delen deze mening, nemen hier kennis van en zullen bij de verdere uitwerking van ons beleid bezien op welke wijze we dit kunnen opnemen. We benutten zonne-energie door landschappelijk ingepaste zonneweides en duurzaamheidsprojecten op vrijkomende terreinen. Adaptieve landbouw wordt gepromoot, waaronder ook plantbased activiteiten waar West-Brabant om bekend staat. Het beheer van natuur en het landschap richt zich op het versterken van bodem- en waterstructuren, landschapselementen en waardevolle natuur. Het buitengebied biedt groene longen tussen verstedelijkte gebieden. Biobased gewassen zijn gewassen die worden geteeld om grondstoffen te leveren voor niet-voedsel toepassingen, zoals hennep, vlas, koolzaad, zonnebloemen en mais. Deze kunnen worden toegepast als biobrandstof, bouwmateriaal en grondstoffen voor de chemische industrie. De zoekgebieden voor woningbouw worden voor besproken in de plan-teamvergaderingen die op ambtelijk niveau iedere zes weken plaatsvinden.
Een deel van deze gebieden zijn daar wel besproken, maar mogelijk dat daarbij andere benamingen zijn gebruikt. In het vervolg worden eenduidige naamgevingen gebruikt. Het voorgenomen TOV-beleid is inmiddels ter inzage gelegd. Hierop kan een ieder reageren. Het TOV-beleid is een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie 2.0 en zal opvolgend worden vastgesteld. Met aandacht voor sturing vanuit bodem en water in planvorming/gebiedsvisies wordt aangesloten bij hetgeen de provincie verstaat onder bodem- en watersturend. Dit houdt in dat bij initiatieven en toekomstige woningbouwlocaties gekeken wordt naar en rekening gehouden wordt met de bodemgesteldheid en de waterhuishouding. Daar waar nodig worden er (mitigerende) maatregelen getroffen om negatieve gevolgen voor bodem en water te voorkomen. Dit thema wordt voorts binnen de regio verder opgepakt en uitgewerkt, hierbij wordt onder meer de Rijksadviseurs betrokken. Het behouden en versterken van bodem- en waterstructuren wordt onderschreven en hieraan zal onder meer aandacht worden besteed in het TOV-beleid, het LOP en indien wenselijk en nodig, zullen hiervoor regels worden opgenomen in het Omgevingsplan. De grondwaterbeschermingsgebieden zijn ons bekend en zijn aangeven op de ‘Beleidsanalysekaart gemeente Rucphen, thema Duurzaam Samenleven’.
Naar aanleiding van deze zienswijze wordt de attentiezone waterhuishouding opgenomen op kaart ‘Beleidsanalysekaart gemeente Rucphen, thema Duurzaam Samenleven’. en wordt de beperking versneld afvoeren/drainage benoemd. Het aspect groenblauwe dooradering wordt opgenomen en verder uitgewerkt in het LOP waarin wordt voortborduurt op het Groenbeleid van de gemeente Rucphen. Ook wordt in het LOP een koppeling gelegd met het natuurbeleid, waarbij ook een visie op natuurinclusief en klimaatadaptief ontwikkelen in het buitengebied wordt opgenomen. De EVZ’s zullen alsnog op de ‘Beleidsanalysekaart gemeente Rucphen, thema Duurzaam Samenleven’ worden toegevoegd. De Omgevingsvisie 2.0 is een strategisch beleidsdocument op hoofdlijnen. Het voert te ver om hieraan de visie op geluid inclusief geluidsnormen toe te voegen. Een gemeente is op grond van de Omgevingswet niet verplicht om een actieprogramma geluid op te stellen. Wij wilenl bezien of op termijn een onverplicht programma geluid kan worden opgesteld, waarin een visie deel zit voor geluid met daarin opgenomen geluidsnormen voor de verschillende gebieden en een uitvoeringsprogramma. Ook zal met betrekking tot het definitieve omgevingsplan worden bezien welke geluidsnormen opgenomen dienen te worden, zodat ze ook afdwingbaar zijn.
Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
17
8.17, 8.18. en 8.21 t/m 8.29 De omgevingsvisie beschrijft het beleid op hoofdlijnen. De doorwerking zal plaatsvinden via (on)verplichte programma’s en door middel van het nog op te stellen definitieve omgevingsplan. Hierbij zal ook aandacht worden besteed aan de stiltegebieden, circulair bouwen en de energietransitie, waarbij aandacht zal worden besteed aan de bronnenmix, alsmede bron- en gebiedspecifieke voorkeursstrategieën. Hetzelfde geldt voor cultuurhistorie en archeologie. Er is hiervoor bestaand beleid aanwezig, maar gaat bezien of dit gelet op de invoering van de Omgevingswet en de meest recente ontwikkelingen herijkt moet worden. 8.19 De ‘Droogteagenda’ zal zo nodig bij de verdere uitwerking van de visie in thematisch beleid en/of een onverplichte programma worden meegenomen. Tevens zullen in het definitieve omgevingsplan indien nodig normen worden opgenomen ten aanzien van waterretentie. 8.20 Dit standpunt wordt onderschreven en zal bij de verdere uit- en doorwerking van de Omgevingsvisie worden meegenomen. 8.30 Deze aanvulling zal worden opgenomen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie 2.0. onder het hoofdstuk doorwerking, Inleiding na de tekst ‘De visie wordt wanneer nodig bijgesteld en uit deze visie volgen omgevingsprogramma’s en omgevingsplannen.’ Conclusie: 8.1 De omgevingsvisie wordt naar aanleiding van dit onderdeel aangepast.
8.2 De omgevingsvisie wordt naar aanleiding van dit onderdeel aangepast. 8.3 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.4 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.5 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.6 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.7 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.8 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.9 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.10 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.11 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.12 De omgevingsvisie wordt naar aanleiding van dit onderdeel aangepast. 8.13 De omgevingsvisie wordt naar aanleiding van dit onderdeel aangepast. 8.14 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.15 De omgevingsvisie wordt naar aanleiding van dit onderdeel aangepast. 8.16 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.17 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.18 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel.
8.19 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.20 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.21 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.22 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.23 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.24 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.25 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.26 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.27 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.28 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.29 De omgevingsvisie behoeft geen aanpassing naar aanleiding van dit onderdeel. 8.30 De omgevingsvisie wordt naar aanleiding van dit onderdeel aangepast.
Nota van zienswijzen Omgevingsvisie 2.0 versie 21-8-2025
18
Zienswijze 9 (ZLTO Rucphen) Inhoud ingediende zienswijze 9.1 ZLTO constateert dat waardering voor de huidige land- en tuinbouwsector in de visie grotendeels ontbreekt. Zij geven aan verantwoordelijkheid te nemen en vragen om dit in deze visie nadrukkelijker op te nemen. 9.2 In de SWOT-analyse wordt het expliciet benoemen van een sterke, innovatieve land- en tuinbouwsector gemist. 9.3 De formulering ‘streeft ernaar om de bestaande agrariërs te ondersteunen' is te vrijblijvend. Agrariërs hebben behoefte aan duidelijk en betrouwbaar beleid om te kunnen investeren in de toekomst. Wij verzoeken u te formuleren ‘dat de gemeente agrarische ondernemers ondersteunt’. 9.4 Op de interactieve kaart zijn percelen die worden gebruikt in de boomteelt- en zachtfruitsector, aangeduid als 'huidig natuurgebied' terwijl dit op dit moment huidig agrarisch gebied betreft. ZLTO gaat er vanuit dat dit een foutieve aanduiding betreft en dat dit wordt gecorrigeerd en deze percelen gekwalificeerd worden als 'Huidig agrarisch gebied' met aanduidingen 'Ruimte voor agrarische sector' en 'Teeltondersteunende voorzieningen (TOV's)'. 9.5 Er wordt een `landschappelijke bufferzone' tussen industrieterrein Roosendaal en de kom van Zegge beschreven. Deze was bij ZLTO Rucphen niet bekend.