CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

10b B1.3 t NL.IMRO.0840.9000B0073-DEF01 2024-01-30 1

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 6 maart 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2020, Klein Zundertseweg 15 te Sprundel’23.067 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Uit figuur 10 blijkt dat er sprake is aan een verscheidenheid aan functies rondom de wegen in de omgeving (Klein Zundertseweg, Zurendonksestraat, Waterstraat, gedeeltelijk Kolkstraat, de Heikant en gedeeltelijk de Hogestraat). Richting het achterliggende landschap, in de richting van de grens met gemeente Zundert en de natuurgebieden Pannenhoef, wordt dit vanzelfsprekend minder. In het landschapsontwikkelingsplan van de gemeente Rucphen is het gebied dan ook gelegen binnen het ‘Grensgebied Zundert’. Dit gebied kenmerkt zicht door een open, grootschalige, agrarische uitstraling. De agrarische sector, meer specifiek de boomteeltsector en glastuinbouwsector, heeft een grote impact op het grondgebruik in de directe omgeving van de planlocatie. Deze sector is in het buitengebied van gemeente Rucphen een grote ruimtelijke en economische speler. Van oudsher zijn deze bedrijven dan ook veelvuldig aanwezig. De verwevenheid van de burgerwoningen, agrarische bedrijven, voormalige agrarische bedrijven en overige niet-agrarische bedrijfsactiviteiten zorgt voor een dynamisch gemengd gebied. Het bedrijf van initiatiefnemer, wat een relatie heeft met de agrarische economie van het buitengebied maar tevens zorgt voor een dynamische verscheidenheid in functies, is dan ook passend binnen dit gebied.

Figuur 10: Omgeving bestaat uit een gemengd dynamisch gebied Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 25 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De omgevingsvisie van Rucphen beschrijft dat ze streven naar een goed functionerende lokale economie en dat daarvoor een goed functionerende samenleving essentieel is. Om eigen initiatief te stimuleren neemt de gemeente steeds vaker een faciliterende rol aan. Dit betekent dat particulieren en ondernemers zelf met oplossingen en ideeën naar de gemeente komen om uit te breiden en hun bedrijven te laten floreren. Hierdoor wil de gemeente een gunstig ondernemersklimaat ontwikkelen door ondernemers te faciliteren. Tevens beschrijft de gemeente in haar visie (Vrijetijds) Economie dat de gemeente lokaal gebonden bedrijvigheid stimuleert en hiervoor samen wil werken met de ondernemers, waardoor het ook voor de bedrijven aantrekkelijk blijft om te ondernemen en te werken in de gemeente. De ontwikkeling binnen het plangebied betreft een initiatief die vanuit eigen rol is ontstaan. Initiatiefnemer is voornemens een uitbreiding en herinrichting van het bedrijfsterrein op de planlocatie mogelijk te maken. Er grenzen momenteel al gronden aan het bedrijf die in het bezit zijn van initiatiefnemer, dit biedt dan ook een uitgelezen kans om deze te betrekken tot het bedrijf. Gelet op deze aangrenzende en beschikbare ruimte is het niet aantrekkelijk om te verhuizen naar een locatie elders.

Binnen de gemeente Rucphen is het zichtbaar dat er ruimte wordt geboden aan het uitbreiden van bestaande niet-agrarische bedrijven in het buitengebied. Zo is recentelijk ook ruimte geboden aan het bedrijf aan de Rijksweg-Zuid 51 middels een bestemmingsplanprocedure. Dit toont de faciliterende rol van de gemeente dan ook aan, waar deze ontwikkeling ook gebruik van wenst te maken. Uitbreiding van het bedrijf is noodzakelijk, anders heeft het niet de mogelijkheden om op een werkbare manier te blijven ondernemen. Het verplaatsen naar een industrieterrein is gelet op de courante bebouwing niet wenselijk en financieel niet haalbaar. Daarnaast zou dit op locatie juist leegstaande bebouwing tot gevolg hebben, wat in het buitengebied allerminst wenselijk is. Het bedrijf is afhankelijk van de buitenruimte, wat op een industrieterrein minder inpasbaar is. Binnen het plangebied is geen sprake van overtollige bebouwing of leegstaand vastgoed, al de bestaande en beoogde bebouwing wordt ingezet voor het agrarisch technisch hulpbedrijf. Het initiatief op de locatie Klein Zundertseweg 15 past binnen het beleid van de Interim omgevingsverordening. Aanduiding: Stalderingsgebied De planlocatie ligt binnen de aanduiding ‘Stalderingsgebied’. Binnen de verordening zijn regels opgenomen in artikel 3.52 voor het stalderingsgebied.

De beoogde ontwikkeling op de planlocatie heeft geen betrekking op nieuwe ontwikkelingen (vestiging of omschakeling naar) van een veehouderij. De regels van het stalderingsgebied hebben geen betrekking op het beoogde initiatief. Aanduiding: Attentiezone stiltegebied De planlocatie is gelegen in de Attentiezone, maar buiten het stiltegebied. De bedrijfsactiviteiten kunnen voor een zekere geluidbelasting in het stiltegebied zorgen. Om dit te begrenzen zijn in artikel 2.4.2 van de Interim omgevingsverordening grenswaarden opgenomen voor de externe werking op het stiltegebied. Middels een akoestisch onderzoek is bekeken wat de geluidbelasting is van de bedrijfsactiviteiten binnen de inrichting. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ruimschoots onder de grenswaarde van 50 dB(A) blijft en dat daarmee het stiltegebied vanuit akoestisch oogpunt geen belemmerende factor is voor de ontwikkelingen binnen het plangebied. Deze rapportage is in bijlage 1 bij de toelichting toegevoegd. Algemene regels: Bevordering ruimtelijke kwaliteit Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar een concrete invulling.

Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie;

Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 26 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik: Een plan moet een verantwoording bevatten dat het plan bijdraagt aan de zorg voor het behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, waaronder in ieder geval een goede landschappelijke inpasbaarheid en toepassing is gegeven aan het principe zorgvuldig ruimtegebruik. Doel van zorgvuldig ruimtegebruik is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in: ▪ dat een ruimtelijke ontwikkeling in beginsel plaatsvind binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, tenzij in de verordening uitdrukkelijk anders is bepaald; ▪ ingeval van stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); ▪ een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied bepaalt dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen binnen het bouwperceel worden opgericht en daarbinnen worden geconcentreerd.

De gronden waarbinnen het bedrijf uitbreidt met het bestemmingsvlak zijn in eigendom van initiatiefnemer en direct aangrenzend aan het bestaand ruimtebeslag. De perceelindeling in de omgeving wordt met de inrichting van het terrein niet aangetast, de bekende perceelstructuur blijft dus behouden. De nieuwe bebouwing wordt tegen de bestaande bebouwing aangebouwd, waarmee de situering van de bebouwing centraal geconcentreerd op het terrein is. Daarnaast wordt de planlocatie landschappelijk ingepast in de omgeving. Er wordt met voorgaande invulling gegeven aan het principe zorgvuldig ruimte gebruik. Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. In hoofdstuk 5 ‘Relevante (Milieu)aspecten’ worden effecten op bovenstaande waarden beschreven. Hieruit blijkt dat de relevante waarden op het plangebied en het gebied niet worden aangetast.

Artikel 3.8 meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Het initiatief is om het bedrijf gedeeltelijk te voorzien in nieuwe bedrijfsbebouwing. Tevens wordt de bebouwing dusdanig gepositioneerd zodat de interne verkeersbewegingen zo efficiënt mogelijk over het terrein kunnen bewegen. Twee aangrenzende stukken grond aan het bedrijf worden in gebruik genomen, waardoor er in ruimtelijke en bedrijfseconomische zin meerwaarde wordt gegeven aan de ruimte. Verder voorziet de ontwikkeling in de aanplant van landschappelijke inpassing en de aanleg van natuurlijke hemelwateropslag. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied mogelijk maakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. De toelichting bij een bestemmingsplan bevat een motivering: a. van de wijze waarop de bedoelde verbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd; b.

dat de verbetering past binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied. Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 27 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De bedoelde verbetering kan mede betreffen: a. de landschappelijke inpassing van bebouwing, voor zover expliciet vereist op grond van deze verordening; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. activiteiten, gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. een fysieke bijdrage aan de realisering van de het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Om de kwaliteit van het landschap te versterken heeft de provincie Noord-Brabant in haar “Structuurvisie ruimtelijke ordening” en de “Interim omgevingsverordening” het principe van ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ geïntroduceerd. Over de uitvoering van kwaliteitsverbetering verdiende het aanbeveling dat regionaal eenduidige afspraken werden gemaakt. Deze regeling is de resultante van het regionale overleg hoe om te gaan met deze kwaliteitsverbetering.

De notitie biedt: ▪ een eenduidig beleidskader voor de West-Brabantse gemeenten met instemming van de provincie NoordBrabant; ▪ de mogelijkheid tot maatwerk voor gemeenten blijft mogelijk om de ‘couleur locale’ te behouden, niet alles wordt dicht getimmerd; ▪ een eenduidige regionale methodiek; ▪ duidelijkheid over hoe de rood-met-groen koppeling kan worden opgenomen in te ontwikkelen bestemmingsplannen in overeenstemming met de Interim omgevingsverordening. In de notitie zijn een drietal categorieën opgesteld: ▪ Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist. ▪ Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief. ▪ Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. Bepaling categorie Het initiatief op de planlocatie Klein Zundertseweg 15 te Sprundel voorziet in de uitbreiding van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ en bouwvlak.

Binnen dit bestemmingsvlak wordt gedeeltelijk voorzien in nieuwe bedrijfsgebouwing. Het voornemen is om het bestaande bestemmingsvlak van circa 5.535 m2 uit te breiden naar circa 9.768 m2. Daarnaast is het voornemen om het bouwvlak uit te breiden van circa 5.535 m2 naar circa 7.790 m2. In het afsprakenkader ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’ is voor uitbreidingen van agrarisch technische hulpbedrijven in gemengd landelijk gebied de volgende ontwikkeling benoemd: Vergroten bouwvlak voor agrarisch verwant of agrarisch-technisch hulpbedrijf tot 1 ha, gelegen in zowel gemengd landelijk gebied, als de groenblauwe mantel. De beoogde ontwikkeling aan de Klein Zundertseweg 155 behoort tot categorie 2. In bijlage 1 van de regels is de landschappelijke inpassing toegevoegd aan onderhavig plan. Hierin wordt het beleidskader kwaliteitsverbetering van het landschap beschreven. Daarnaast wordt een motivatie gegeven over de toegepaste landschapspakketten voor de landschappelijke inpassing.

Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 28 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Doordat landschappelijke inpassing plaatsvindt op de planlocatie voldoet de beoogde ruimtelijke ontwikkeling aan de voorwaarde kwaliteitsverbetering van het landschap. Het plan is hierdoor niet in strijd met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 4.3.4

Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant

De Omgevingsverordening bevat alle regels op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving, zoals over milieu, natuur, ruimtelijke ordening, wegen, water en bodem. De omgevingsverordening is een voor de provincie verplicht instrument uit de Omgevingswet, die in 2023 in werking gaat treden. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Met ingang van 9 april tot en met 20 mei heeft het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant ter inzage gelegen. In figuur 11 is de uitsnede van de kaart behorende bij de Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant weergegeven voor de planlocatie. Uit figuur 11 blijkt dat de planlocatie is gelegen in het ‘Landelijk gebied’ en binnen het ‘stalderingsgebied’ en ‘attentiezone stiltegebied’. Het plangebied ligt dus binnen dezelfde werkingsgebieden zoals die gelden binnen de Interim omgevingsverordening. Voor een nadere toetsing aan het beleid wordt verwezen naar de voorgaande paragraaf.

Figuur 11: Uitsnede planlocatie Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Toekomstvisie Puur Rucphen 2030

In de toekomstvisie 'Puur Rucphen 2030', vastgesteld op 23 september 2015, worden de maatschappelijke opgaven van de gemeente voor de komende jaren benoemd. De toekomstvisie bouwt voort op bestaand beleid en is geen aanleiding geweest tot een inhoudelijke koerswijziging. Wel zijn de perspectieven op deelterreinen en de onderlinge dwarsverbanden verder versterkt, zodat de inzet van de gemeente effectiever kan zijn. De toekomstvisie is opgesteld in intensieve samenspraak met bewoners, ondernemers en vertegenwoordigers van Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 29 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

maatschappelijke organisaties. Radicaal anders wordt de rol van de overheid en de invulling van regionale samenwerking: van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie, en van samenwerking omdat 't moet, naar samenwerking omdat 't loont. De inhoudelijke en bestuurlijke keuzes zijn uitgewerkt in de volgende perspectieven: ▪ Aantrekkelijk wonen; ▪ Vrijetijdseconomie; ▪ Zorgzame en zelfredzame gemeenschappen; ▪ Overheidsparticipatie; ▪ Regionale samenwerking. De gemeente Rucphen wil haar aantrekkingskracht versterken voor mensen die graag rustig en landelijk willen wonen, maar wel dichtbij (groot)stedelijke voorzieningen en werk. De gemeente Rucphen handelt vanuit de overtuiging dat de meeste inwoners goed in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun huidige en toekomstige woon- en leefsituatie. Meegroeien met de samenleving is het uitgangspunt. Voor bedrijvigheid is bedrijfsterrein De Nijverhei het centrale punt. Nieuwe bedrijven krijgen aldaar de ruimte. Voor wat betreft bestaande bedrijfslocaties met uitbreidingswensen wordt geen specifieke doelstelling benoemd. Enige relevante voorwaarde kan zijn is dat als ondernemers aan groene inpassing van hun bedrijf werken, ze op extra ondersteuning van de gemeente kunnen rekenen.

De uitbreiding en herinrichting van het bestaand bedrijf binnen het plangebied gaat gepaard met de aanleg diverse groene en blauwe elementen. Daarmee zorgt het bedrijf voor een vergroening van het terrein aan de Klein Zundertseweg 15 en sluit het aan bij de Toekomstvisie Puur Rucphen 2030. 4.4.2

Omgevingsvisie Rucphen

De gemeenteraad van Rucphen heeft bij besluit van 2 november 2022 de ‘Omgevingsvisie Rucphen 1.0’ vastgesteld. In de ‘Omgevingsvisie Rucphen’ geeft de raad zijn visie op de ruimtelijke ontwikkelingen. In de omgevingsvisie Rucphen komt al het beleid dat gaat over de leefomgeving samen. Het gaat over bouwen, milieu, gezondheid, natuur, veiligheid en water. In de omgevingsvisie heeft de gemeente Rucphen de koers voor de komende 20 tot 30 jaar uitgestippeld. Vanuit het verleden en het heden heeft de gemeente Rucphen drie ambities beschreven voor de toekomst van Rucphen rond 2040. Dit betreffen de ambities: ‘duurzaam samenleven’, ‘prettig samenleven’ en ‘ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding’. Duurzaam samenleven Om zoveel mogelijk maatregelen te nemen moet het aanpassen van de leefomgeving aan het veranderende klimaat een vanzelfsprekendheid worden. Bij nieuwe initiatieven vanuit de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties en bij het inrichten van de openbare ruimte moet altijd bekeken worden of er maatregelen getroffen kunnen worden. Bij de beoogde ontwikkeling wordt voorzien in de aanleg van groenelementen en wordt voorzien in een geleidelijke afvoer van hemelwater in een waterberging. Daarnaast voorziet de groen- en waterzone in een ecologische meerwaarde.

Ruime mogelijkheden voor werken en vrijetijdsbesteding Voor een goed functionerende lokale economie is een goed functionerende samenleving essentieel. Om eigen initiatief te stimuleren neemt de gemeente steeds vaker een faciliterende rol aan. Dit betekent dat particulieren en ondernemers zelf met oplossingen en ideeën naar de gemeente komen om uit te breiden en hun bedrijven te laten floreren. Hierdoor wil de gemeente een gunstig ondernemersklimaat ontwikkelen door ondernemers te faciliteren. Op de planlocatie is een eigen initiatief ontstaan bij de initiatiefnemer. Initiatiefnemer is voornemens een uitbreiding en herinrichting van het bedrijfsterrein op de planlocatie mogelijk te maken. De herinrichting van het bedrijfsterrein vindt plaats binnen de bestaande bedrijfsbestemming en aan de gronden aansluitend wordt tevens een uitbreiding mogelijk gemaakt. De continuïteit van het bedrijf is hiermee gewaarborgd en kan het de klantenkring in de directe regio goed van dienst blijven. Dit draagt bij aan een goed functionerende lokale economie.

Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 30 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

4.4.3

Landschapsontwikkelingsplan (LOP)

Het LOP is een plan om sturing te kunnen geven aan komende (voorzienbare) ontwikkelingen in het buitengebied. Tegelijkertijd geeft het een handvat om de wenselijkheid van onvoorzienbare ontwikkelingen te kunnen beoordelen. Het landschapsontwikkelingsplan is een uitwerking van de Structuurvisie Plus, ook dit plan heeft een globaal karakter. De hoofd- en deelkeuzes die de gemeente voorstaat zijn in het plan verwoord en verbeeld. Bij de verdere uitwerking van het landschapsontwikkelingsplan dient steeds onderzocht te worden hoe deze keuzes vertaald kunnen worden naar concrete uitvoering in het veld. Het buitengebied van Rucphen bestaat uit deelgebieden met elk eigen gebiedskenmerken, dynamiek en landschapsopgaven. In het kader van het LOP zijn deze deelgebieden benoemd en zijn de kernmerken en opgaven nader uitgewerkt. Deze landschapswaarden en doelstellingen vormen de basis voor ‘Zorg om kwaliteit’ van het buitengebied.

Figuur 12: Uitsnede kaart 'Grensgebied Zundert'

Deelgebied Grensgebied Zundert Karaktersitiek Het grensgebied met Zundert valt door de scherpe gemeentegrens uiteen in twee delen, een noordelijk en een zuidelijk deel. Het grootste van het grensgebied maakte oorspronkelijk deel uit van de oude besloten zandontginningen, maar daar is nu nog weinig van terug te zien in het landschap. Enkele oude zandpaden resteren nog. Het gebied heeft hoofdzakelijk een open, grootschalige agrarische uitstraling. Er is onder andere glastuinbouw te vinden. Incidenteel zijn nog restanten van de oorspronkelijke beplanting terug te vinden. Hierbij gaat het onder andere om de historische laanbeplanting langs de Schijfse Baan, die bestaat uit beuken en een enkele eik. Aan de uiteinden van dit deelgebied ligt een deel coulisselandschap dat de overgang vormt naar de vochtige landschappen en het voormalige hoogveengebied in de gemeente Zundert. Door het grensgebied loopt een kleine waterloop, de Blikloop. Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 31 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Opgave voor het landschap De noordelijke kant is aangewezen als attentiegebied in de Verordening Waterhuishouding. Daar hangen het zoekgebied voor extensivering van de melkveehouderij en extensiveringsgebied voor intensieve veehouderij mee samen. De aanwezige functies moeten afgestemd zijn op waterkwaliteit en –kwantiteit. In het zuidelijk deel is sprake van een leefgebied van kwetsbare soorten. Het biedt mogelijkheden voor extensieve recreatie in samenhang met de landschappelijke kwaliteiten van de natuurgebieden Pannenhoef, De Moeren en Wallsteyn, en de waterlopen Moersloot, Kleine Beek en Aa of Weerijs. Visie Op dit moment is het grensgebied naar Zundert nog een gezond agrarisch gebied, dat ook wat betreft inrichting en schaal voldoende uitgangspunten heeft om dat te blijven. In het gebied spelen echter ook andere belangen die niet altijd goed te combineren zijn met een de agrarische sector. De nabijheid van de natte natuurparel in de gemeente Zundert brengt beperkingen met zich mee, die zich met name in het noordelijk deel doen gelden. Dit gebied is aangeduid als zoekgebied extensivering melkveehouderij. Dit heeft tot gevolg dat er weinig tot geen toekomst is voor nieuwe of groeiende agrarische bedrijven. Het zuidelijk deel is verwevingsgebied, maar draagt ook de aanduiding leefgebied kwetsbare soorten.

Dit betekent dat onder de voorwaarde dat andere functies in het gebied niet in het gedrang komen, er mogelijkheden zijn voor de agrarische sector. In dit geval zal dus met name de aanwezigheid van beschermde soorten een beperking zijn. De beoogde ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast. In de bijlage van dit plan is een landschappelijk inpassingsplan toegevoegd. Dit is een combinatie van groene- en blauwe elementen. Het voorliggend initiatief heeft geen negatieve invloed op het in het LOP geformuleerde beleid. 4.4.4

Groenbeleidsplan Groen R, 2022

De gemeente Rucphen mag zich met recht een groene gemeente noemen. En dat wil de gemeente ook graag blijven. Dat doen zij door meer, beter en bereikbaar groen. Hierbij spelen een groot aantal factoren een rol, zoals (be)leefbaarheid, klimaatadaptatie, duurzaamheid, gezondheid, biodiversiteitsherstel, landbouw etc. Op basis van kansen en bedreigingen worden keuzes gemaakt in prioritering van uitvoer. Met Groen R streeft de gemeente de komende jaren naar een duurzame ontwikkeling van het groen en landschap. Wanneer het gaat om het behoud en versterken van het leefklimaat in de dorpen en het buitengebied is groen belangrijk. Dit geldt voor zowel mensen als dieren. Gemeente Rucphen is zich bewust van de bijdrage die groen levert aan een goede leefomgeving. Denk aan natuurwaarde, gezondheid, een betere luchtkwaliteit, klimaatadaptieve omgeving, recreatiewaarde, esthetische waarde, cultuurhistorische waarde en ook economische waarde. Groen biedt een plek voor ontmoeting en beweging en draagt bij aan een goed woon- en werkklimaat en een gezonde levensstijl. Bij het inpassen van bestaand groen en nieuw groen bij ontwikkelingen, tot het goed onderhouden, zodat groen volwassen wordt en bomen monumentaal. Hoe vanzelfsprekend de aanwezigheid van groen ook lijkt, een duidelijke borging is voor behoud en ontwikkeling van belang.

Dit groenbeleidsplan sluit aan en bouwt voort op landelijke wettelijke kaders en verschillende gemeentelijke beleidskaders (waaronder: Visie Groenbeleid 2008 en Groenstructuurplan gemeente Rucphen 2009). Om te komen tot Groen R zijn de volgende zes bouwstenen van belang. De bouwstenen geven inzicht in de verschillende verschijningsvormen en relaties van groen. Het geeft per bouwsteen de huidige situatie weer en daarnaast ook de noodzakelijke opgaven. De bouwstenen zijn: ▪ Groen en identiteit; ▪ Groen en natuur; ▪ Groen en de gezondheid; ▪ Groen en klimaatadaptatie; ▪ Groen en de CO2 opgave; ▪ Groen en de landbouw. In de visie werkt de gemeente aan de verbinding en de verbetering van het groen in de kernen en het buitengebied, met als doel een sterke groenstructuur. De structuur moet bestaan uit een gevarieerd groenpalet van bloemen tot bomen, van rustige tot drukkere gebieden, van ecologisch groen tot speelgroen. Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 32 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Door het verbinden van groene gebieden ontstaan meer mogelijkheden voor dieren en voor planten om te leven en voor onze inwoners om daarvan te genieten. Geleidelijk ontstaat zo in de publieke (en in de private) buitenruimte een samenhangend groen netwerk. Die groenstructuur wordt gerealiseerd door waardevol groen te behouden, groen toe te voegen waar dat kan en groen zo aan te leggen dat het een meerwaarde heeft voor mensen en dieren. De gemeente Rucphen ontwikkeld de groene ruimte in de gemeente met aandacht voor gezondheid, natuur, klimaatadaptatie en sociaal welzijn. Een ruimtelijke visie voor de hele gemeente die gebaseerd is op de ruimtelijke kenmerken en rekening houdt met dynamiek en ontwikkelingen binnen de gemeente. Het groenplan is niet per definitie een blauwdruk maar geeft richting aan ontwikkelingen in het groen, en biedt kaders voor niet-groenprojecten. Groen R bestaat uit de genoemde bouwstenen. Als er groene ruimtes worden toegevoegd, verbeterd, beheerd of ontworpen, doet de gemeente dat door het inzetten van een aantal principes die de basis vormen onder deze visie. Alle vier zijn ze gericht op het doel van een leefbare gemeente voor mens en dier.

▪ Principe 1 We zorgen voor genoeg en gevarieerd groen voor iedereen; ▪ Principe 2 We zorgen voor groen dat bijdraagt aan verschillende opgaven; ▪ Principe 3 De gemeente wordt natuurinclusief aangelegd en beheerd; ▪ Principe 4 Aan groen werken we samen. De visie Groen R gaat over de invulling van openbaar groen binnen de gemeente Rucphen. De beoogde ontwikkeling geeft geen aantasting aan de kwaliteit of kwantiteit van het groen in de gemeente Rucphen.

Figuur 13: Groenstructuurkaart kern Sprundel, Groenbeleidsplan Groen R

De planlocatie ontsluit aan de Klein Zundertseweg. De Klein Zundertseweg is in de groenstructuurkaart aangemerkt als een hoofdstructuur met bomen. Deze aanwezige bomen worden niet belemmerd door het initiatief. In de nabijheid van het plangebied zijn geen verdere groenstructuren aangemerkt. De ontwikkeling voorziet niet in het kappen van bestaande groenstructuren. Rondom het plangebied worden bomen in bomenrijen aangeplant. Verder voorziet de ontwikkeling in de aanleg van een wadi, wat bijdraagt aan het klimaatbestendig maken van solitaire bedrijven. De ontwikkeling past binnen het groenbeleidsplan. 4.4.5

Visiedocument Groenbeleid, Groene kaart

De gemeente Rucphen streeft de komende jaren naar een duurzame ontwikkeling van het bomenbestand. De aspecten gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde zijn de drie bepalende pijlers. Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 33 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Het behouden en versterken van de boomstructuur, het vergroten van de biodiversiteit en klimaatadaptief maken van de gemeente zijn daarbij uitgangspunt. Door het benoemen van de essentiële groenstructuur van de dorpen kan gericht worden gewerkt aan het groene geraamte. Dit wordt tevens bereikt door het stellen van heldere inrichtings- en beheereisen. De gemeente Rucphen is zich als groene gemeente bewust van het belang van een goede biodiversiteit. Waarbij we inzetten op goede robuuste en fijnmazige netwerken, een duidelijke en passende soortkeuze en het stimuleren van milieu- en natuureducatie. Het draait bij de waardering van de bomen over de beleving door de gebruikers. Van de Rucphense Bossen tot de kleine landschapselementen in het buitengebied en van de bomenlanen tot de bomen in de woonstraten binnen de dorpen. Met een bomenbestand van circa 14.000 bomen is er gemiddeld 0,6 boom per inwoner, dat is vergelijkbaar met het landelijke gemiddelde van 0,5 boom per inwoner. Een groot aantal van de bomen binnen de gemeente is aangewezen als waardevol, deze bomen zijn opgenomen op de groene kaart. Ze dragen op een bijzondere manier bij aan de groene uitstraling van de gemeente. De planlocatie ontsluit aan de Klein Zundersteweg. De Klein Zundertseweg is aangemerkt als hoofdstructuur gemeentelijke bomen.

De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op eventueel in de omgeving gelegen groenstructuren. Het groenstructuurplan heeft geen gevolgen voor de ontwikkeling op de planlocatie of andersom.

Figuur 14: Uitsnede kaart boomstructuren, Boombeleid gemeente Rucphen

De Groene Kaart toont en beschrijft de meest waardevolle bomen en houtopstanden binnen de gemeente. Deze mogen niet zonder omgevingsvergunning worden gekapt. Ter plaatse van het plangebied is volgens de kaart één lijnvormig element aanwezig. Dit was een bosschage/struweelhaag. Deze is echter al meerdere jaren niet meer aanwezig. Met dit plan wordt een landschapsplan opgesteld waarbij rondom het plangebied nieuwe robuuste lijnelementen en vlakelementen worden aangebracht. Dit draagt dan ook bij aan het groen in de omgeving en compenseert dit lijnelement in ruimte mate.

Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 34 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 15: Uitsnede groenkaart Buitengebied

4.4.6

Waterplan Rucphen, visie en maatregelen

De gemeente Rucphen wil samen met het Waterschap Brabantse Delta, de Provincie Noord-Brabant en Brabant Water het watersysteem in Rucphen op orde brengen en op orde houden. Het waterplan Rucphen geeft met de watervisie voor 2050 aan hoe dat eruit gaat zien. Daarnaast geeft het waterplan inzicht in de verschillende waterthema’s die spelen en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de wateropgave. In het waterplan wordt het watersysteem en de waterketen beschreven en wordt ingegaan op de (bekende) knelpunten en de punten die goed zijn of potentie hebben. Daarna wordt ingegaan op de watervisie voor de gemeente Rucphen in 2050. De drie hoofdthema’s zijn de waterstructuur, water in de omgeving en waterbeleving in het groen. Ten slotte worden maatregelen beschreven. De maatregelen kunnen van verschillende aard zijn: communiceren, organiseren (werkafspraken) en feitelijke aanpassingen aan het watersysteem. Het plangebied is niet gelegen binnen een ontwikkeling in het kader van het Waterplan Rucphen. In paragraaf 5.4 komt het aspect water aan bod voor het plangebied. 4.4.7

Nota Archeologie Gemeente Rucphen

Het tijdig identificeren en meewegen van archeologische (verwachtings-)waarden kan een bijdrage leveren aan het behoud en versterking van de historische identiteit en kwaliteit van de leefomgeving (inclusief het landschap). Daarom is door de gemeente Rucphen de Nota Archeologie Gemeente Rucphen opgesteld. De beleidsnota en bijbehorende archeologische beleidskaart is het centrale instrument dat alle betrokken partijen bij planvorming is staat stelt om vooraf inzicht te krijgen in de nog aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Het aspect archeologie is in paragraaf 5.2 verder uitgewerkt. 4.4.8

Nota uiterlijk van bouwwerken

De gemeenteraad heeft op 18 september 2019 de ‘Nota uiterlijk van bouwwerken Rucphen 2019’ vastgesteld. Per 1 oktober 2019 is welstandstoetsing voor nagenoeg de gehele gemeente afgeschaft. In de nota is opgenomen dat enkel nog voor rijksmonumenten, cultuurhistorische waardevolle panden en Leisuregebied Binnentuin welstandsregels gelden. Daarnaast is een excessenregeling van kracht zodat tegen excessen

Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 35 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

opgetreden kan worden. Met het nieuwe beleid krijgen inwoners en bedrijven ruimte om zelf invulling te geven aan hun bouwwerken (kwaliteit). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zal worden getoetst of welstandsregels van toepassing zijn. Voor voorliggend plan zijn geen welstandsregels van toepassing. 4.4.9

Visie (Vrijetijds) Economie gemeente Rucphen 2020-2025

Op 5 februari 2020 heeft de gemeenteraad de Visie (Vrijetijds) Economie gemeeente Rucphen 2020-2025 vastgesteld. Voor vrijetijdseconomie is in de toekomstvisie aangegeven wat de gemeente wil bereiken. Met deze visie wordt hier verder op voortgebouwd en staan de volgende thema’s centraal: detailhandel en horeca, toerisme, samenwerking economie, arbeidsmarkt, vestiging bedrijven in de kernen, veilig ondernemen en bedrijventerrein Nijverhei. Deze thema’s zijn de bouwstenen voor de gemeente waar het goed ondernemen en recreëren is. De gemeente wil dat het aantrekkelijk blijft om in de gemeente te ondernemen en te werken. In de kernen is detailhandel en horeca aanwezig en er is een bedrijventerrein de Nijverhei. Dit kenmerkt zich door lokaal gebonden bedrijvigheid. De gemeente wil een goed ondernemersklimaat waarvoor zij samen wilt werken met ondernemers. De gemeente heeft een toeristisch aanbod met de Rucphense bossen, fiets- en wandelpaden, religieus erfgoed en voor de avonturiers is er genoeg te beleven in de Binnentuin en bij de recreatieve ondernemers. De gemeente wil dit aanbod in samenwerking met de ondernemers verder uitbreiden en op de kaart zetten. Zodat de bekendheid van gemeente Rucphen groter wordt en we meer bezoekers trekken voor een langer verblijf.

Een goed ondernemersklimaat en het aantrekken van recreanten biedt als voordeel dat het draagvlak onder voorzieningen ook voor eigen inwoners wordt versterkt, bijvoorbeeld horeca, zwembad en detailhandel. Zo draagt een sterke vrijetijdseconomie bij aan de leefbaarheid van onze dorpen. In de visie staan weinig relevante uitgangspunten die van toepassing zijn op voorliggend initiatief. Wel draagt het bedrijf in zekere zin bij aan een lokale versterking door regionale samenwerking. Het bedrijf is voornamelijk actief bij klanten in de gemeente Rucphen en aangrenzende gemeenten. De sector is in deze regio sterk vertegenwoordigd. De werkzaamheden die Traycon Projecten B.V. uitvoert draagt dan ook in wezen bij aan een toekomstbestendige sector en continuering van samenwerking in de agrosector in de regio. Tevens kan worden benadrukt dat de werknemers van Traycon Projecten B.V. voornamelijk uit de directe regio komen, de binding van werknemers met de gemeente is dan ook sterk. 4.4.10

Visie Duurzaamheid 2019-2030 en Duurzaamheidsagenda 2019-2030

De gemeente Rucphen heeft de Visie Duurzaamheid 2019-2030 vastgesteld. Dit document biedt het kader voor het duurzaamheidsbeleid van gemeente Rucphen. Het is tot stand gekomen met inbreng inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen, de gemeenteraad en andere betrokkenen vanuit de gemeente en diverse afdelingen van de gemeente. Achterliggende gedachte is om duurzaamheid niet te zien als een geïsoleerd beleidsterrein maar op te pakken als een integrale opgave binnen de gemeentelijke organisatie en de samenleving. De Visie Duurzaamheid is de basis voor de Duurzaamheidsagenda met daarin opgenomen een meerjarenprogramma en een jaarlijks uitvoeringsplan. In de Visie Duurzaamheid staan de ambities van de gemeente Rucphen op het gebied van duurzaamheid. Deze ambities hebben betrekking op de thema’s: Klimaat, Energie en Wonen/ Groen en Water/ Afval en Grondstoffen/ Mobiliteit/ Landbouw/ Gemeente. De Duurzaamheidsagenda is het instrument dat de activiteiten van de gemeente en haar omgeving bundelt en structureert. De agenda is gevuld met concrete activiteiten. De agenda kan worden aangepast als zich verdere kansen voor verduurzaming voordoen of voortschrijdend inzicht daarom vraag (adaptief). Duurzaam ondernemen is een van de ambities binnen de visie. De gemeente is samenwerking met bedrijven een platform Duurzaamheid aan het ontwikkelen ter bevordering van duurzaam ondernemen.

Hierbij liggen bijvoorbeeld kansen om op grote bedrijfsdaken zonnepanelen te plaatsen. Voor duurzaam bouwen is de ambitie om bestaande bedrijfsgebouwen aan Energielabel B te laten voldoen. Een duurzame samenleving heeft hoge natuurwaarden en een goede waterkwaliteit.

Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 36 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt nadrukkelijk ingezet op meer groen en ruimte voor water. Dit versterkt de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente als aantrekkelijke woongemeente. Daarnaast zorgt meer groen voor een betere leefbaarheid en gezondheid in de kernen. Door voorafgaand aan ruimtelijke ontwikkelingen nadrukkelijker te sturen op voldoende groen en water is het mogelijk om deze ambitie waar te maken. Circulaire economie In 2014 heeft de gemeente Rucphen het Convenant Duurzaam Bouwen West-Brabant ondertekend. In het convenant is aangegeven wat de deelnemende gemeenten belangrijk vinden. Voor het verduurzamen van de nieuwe woningbouw, de bestaande woningvoorraad, bestaande utiliteitsgebouwen en het gemeentelijk vastgoed, moeten, in samenspraak met de partners, uitvoeringsprogramma’s worden opgesteld en mogelijk ook kaders worden vastgesteld om de uitvoering van concrete activiteiten te bevorderen. Deze concrete activiteiten hebben grotendeels te maken met isoleren en duurzame energieopwekking, maar ook het gebruik maken van duurzame materialen en het onderwerp circulaire economie zijn hierbij van belang. De toenemende schaarste van grondstoffen en het belang van een duurzame samenleving vraagt om een circulaire benadering van grondstoffen.

Het ultieme doel is dat er helemaal geen sprake meer is van afval, maar dat al het afval opnieuw als grondstof wordt ingezet. Dit wordt ook wel circulaire economie genoemd. Hooguit blijft een restfractie over waar geen betere toepassing voor is dan verbranding ten behoeve van energieopwekking. De gemeente heeft het doel gesteld van een afvalscheiding van 75% in 2024 met als ultieme doel een afvalloze samenleving. Voor de korte termijn streeft de gemeente het doel na van 100 kg restafval per inwoner in 2024. Beoordeling In de Visie Duurzaamheid is onder andere opgenomen dat wordt gestreefd om bij nieuwbouwplannen te voorzien in 75 m2 openbaar groen per nieuwe woning. Dit uitgangspunt is niet één op één toe te passen bij dit desbetreffende plan daar het uiteraard geen woningbouw betreft. Met onderhavig plan wordt invulling gegeven aan de duurzaamheidsvisie door zoveel mogelijk groen aan de randen van het gebied te realiseren. Verder biedt het plan ruimte voor duurzame energieoplossingen (bijvoorbeeld plaatsing van zonnepanelen op de nieuwe daken van de nieuwe gebouwen) en klimaatadaptatie in de vorm van een wadi (voldoende ruimte voor waterberging tegen overlast bij extreme weersomstandigheden en hittestress). Onderhavig plan voldoet aldus aan de Visie Duurzaamheid. 4.4.11

Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020

Het bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020 is op 16 december 2020 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Rucphen. Het bedrijf beschikt over een bouwvlak en bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ met een oppervlakte van circa 5.535 m2, met functieaanduiding voor ‘aannemersbedrijf’ en functieaanduiding ‘bedrijfswoning’. Binnen het bouwvlak zijn enkele maatvoeringen aanwezig, namelijk ‘maximum bebouwd oppervlak – 847 m2’ en ‘maximum bouwhoogte: 6,75 m’ en ‘maximum goothoogte: 4 m’. De aangrenzende gronden hebben de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijk’. Daarnaast gelden binnen het gehele plangebied de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – openheid’ en ‘vrijwaringszone – obstakelbeheerzone’. Zie onderstaande figuur voor een uitsnede van het bestemmingsplan. Het initiatief is om de bestaande erfverharding aan de westzijde van de loods te legaliseren, nieuwe erfverharding aan de achterzijde van het bedrijf aan te leggen en de uitbreiding van de bedrijfsbebouwing in de vorm van een kantoor en bedrijfsloods mogelijk te maken. Daarnaast wordt er ruimte gemaakt voor een landschappelijke inpassing rondom de planlocatie. Aan de zuidzijde van het terrein wordt een wadi aangelegd voor de opslag van het hemelwater afkomstig van het bedrijfsterrein en de bebouwing.

Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken wordt het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ vergroot van circa 5.535 m2 naar circa 9.768 m2. Ook het bouwvlak wordt van 5.535 m2 vergroot naar circa 7.790 m2. Daarnaast wordt de functieaanduiding gewijzigd van ‘specifieke vorm van bedrijf – aannemersbedrijf’ naar ‘specifieke vorm van

Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 37 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

bedrijf – agrarisch-technisch hulpbedrijf’. Als laatste wordt de oppervlakte aanduiding ter plaatse van het bouwvlak van ‘maximum bebouwd oppervlak 847 m2’ naar ‘maximum bebouwd oppervlak: 1658 m2’. Het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2020’ staat de gewenste ruimtelijke ontwikkeling niet toe. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te kunnen maken wordt het bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied partieel herzien.

Figuur 16: Uitsnede plankaart behorend bij Bestemmingsplan 'Buitengebied Rupchen 2020’

Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 38 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 5 5.1

Relevante (Milieu)aspecten

Algemeen

Op de locatie Klein Zundertseweg 15 te Sprundel is het bedrijf Traycon Projecten B.V gevestigd. Initiatiefnemer is voornemens om het bedrijf gedeeltelijk te voorzien in nieuwe bedrijfsbebouwing en een herinrichting van het bedrijfsterrein. Voor deze uitbreiding en herinrichting van het bedrijfsterrein is uitbreiding van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ benodigd, inclusief een uitbreiding van het bouwvlak. 5.2

Cultuurhistorie en archeologie

5.2.1

Cultuurhistorie

Wettelijk toetsingskader Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen.

Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend.

Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2019 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleid provincie Noord-Brabant Voor het bepalen van de cultuurhistorische elementen van het plangebied is de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 39 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven. Deze kaart is eveneens via de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant een verplicht te raadplegen onderdeel. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart (figuur 17) van de provincie Noord-Brabant is de planlocatie aangegeven. Hieruit blijkt dat de planlocatie onderdeel uitmaakt van de regio ‘West-brabantse Venen’. Daarnaast is de Klein Zundertseweg gemarkeerd als ‘historische geografie – lijnen van redelijk hoge waarde’.

Figuur 17: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart (Provincie Noord-Brabant)

Regio West-Brabantse Venen De planlocatie valt binnen de regio ‘West-Brabantse Venen’. De winning en het transport van turf heeft het landschap eeuwenlang beheerst. Hieraan herinneren de (relicten van) turfvaarten en de turfhoofden. De ontginning van het veen heeft de ontwikkeling van het gebied mogelijk gemaakt. Op de afgeveende gronden werden nieuwe dorpen gesticht, landgoederen, landbouwgronden en productiebossen aangelegd. De planlocatie betreft geen landgoed. In de nabijheid zijn geen turfvaarten of landgoederen aanwezig. Op de

Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 40 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

planlocatie vinden geen ontwikkelingen plaats die van invloed kunnen zijn op de cultuurhistorische landschappen in het gebied. Historische geografie De Klein Zundertseweg is aangeduid als historische geografie (lijn) van redelijk hoge waarde. Het betreft hier herkenbare en relatief gave elementen van het historisch landschap. De lijnen zijn representatief voor de diverse soorten lijnvormige landschapselementen in Noord-Brabant. De provincie wil de geografische lijnen, net als de overige cultuurhistorische waarden, behouden, verder ontwikkelen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Het initiatief voorziet niet in een wijziging die van invloed is op de aanwezige structuren er vinden geen wijzigingen plaats die van invloed kunnen zijn op de historische geografie van de Klein Zundertseweg 5.2.2

Archeologie

Gemeentelijk beleid Het tijdig identificeren en meewegen van archeologische (verwachtings-)waarden kan een bijdrage leveren aan het behoud en versterking van de historische identiteit en kwaliteit van de leefomgeving (inclusief het landschap). Daarom is door de gemeente Rucphen de Nota Archeologie Gemeente Rucphen opgesteld. De beleidsnota en bijbehorende archeologische beleidskaart is het centrale instrument dat alle betrokken partijen bij planvorming is staat stelt om vooraf inzicht te krijgen in de nog aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Op de archeologische waarden‐ en verwachtingskaart wordt onderscheid gemaakt tussen archeologische verwachtingen en waarden. In figuur 19 is ter plaatse van het plangebied een uitsnede van de Archeologische beleidskaart van de gemeente Rucphen weergegeven. Hieruit blijkt dat het plangebied is gelegen in ‘lage archeologische verwachting (eventueel met kans op veenwinningsresten)’. Conform de verwachtingskaart gelden er geen grenswaarden binnen de ‘lage archeologische verwachting’.

Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 41 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 18: Uitsnede Archeologische beleidskaart Rucphen

Toetsing Het bouwvoornemen, waarbij grondroerende werkzaamheden zullen plaatsvinden, bestaat twee onderdelen. De nieuw te bouwen loods heeft een oppervlakte van circa 411 m2. Deze wordt geheel gebouwd op gronden welke momenteel niet zijn bebouwd. De nieuw te bouwen kantoorruimte, met een oppervlakte van circa 360 m2 wordt geheel gebouwd ter hoogte van bestaande verharding. Ter plaatse van het plangebied geldt geen grenswaarde voor bouwen of het uitvoeren van grondwerkzaamheden. Het aspect archeologie vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 5.3

Bodem

Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient de bodemkwaliteit ter plaatse te worden onderzocht. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Initiatiefnemer is voornemens om het bedrijf gedeeltelijk te voorzien in nieuwe bedrijfsbebouwing en een herinrichting van het bedrijfsterrein. Voor deze uitbreiding en herinrichting van het bedrijfsterrein is uitbreiding van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ benodigd, inclusief een verandering van het bouwvlak. Gelet op de uitbreiding van het bestemmingsvlak is er gedeeltelijk sprake van een functiewijziging. Ook wordt er een nieuw gebouw gerealiseerd waarbinnen een kantoor en kantine wordt gerealiseerd. Om deze redenen is er ten behoeve van het bestemmingsplan een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage is toegevoegd aan de bijlage van dit plan. Beoordeling De onderzoekslocatie beperkt zich enkel tot de te ontwikkelen. De locatie is in het verleden gedeeltelijk in gebruik geweest als boomkwekerij-/boomgaard.

Op de locatie is een olie- /waterafscheider aanwezig. Ter plaatse wordt de bestaande loods en kantoor uitgebreid en wordt een stallingsterrein gerealiseerd. Uit de resultaten van het vooronderzoek (inclusief locatie-inspectie) blijkt dat de locatie als onverdacht beschouwd dient te worden ten aanzien van bodemverontreiniging. Als extra aandachtspunt is het (mogelijk) voormalig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aangemerkt. De oliewaterafscheider is beschouwd als verdacht ten aanzien van minerale olie in grond en grondwater. Uit de veld- en analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk (geur, kleur en samenstelling) geen afwijkingen waargenomen. Er zijn visueel in de bodem en het puingranulaat geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen.

Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 42 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

-

In de bovengrondmengmonsters M01 en M02 zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. In ondergrondmengmonster M02 zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. In ondergrondmengmonster M04 is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetroffen. De nader onderzoekswaarde wordt niet benaderd. In grondwatermonster GW01 is een licht verhoogde concentratie aan molybdeen aangetroffen. Aangenomen wordt dat de verhoging aan molybdeen een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde betreft.

Olie-/waterafscheider: - In ondergrondmengmonster M05 is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetroffen. De nader onderzoekswaarde wordt niet benaderd. - In grondwatermonster GW02 zijn licht verhoogde concentraties aan benzeen en xylenen aangetroffen. De nader onderzoekswaarden worden niet benaderd. De tevoren gestelde hypothese ‘verdachte’ locatie dient formeel gezien te worden geaccepteerd. De verhogingen in de grond en het grondwater zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden. Nader onderzoek en/of nadere maatregelen worden ten aanzien van deze deellocatie derhalve niet noodzakelijk geacht. De resultaten van het verrichte onderzoek dienen geen belemmering te vormen voor de voorgenomen functiewijziging in dit bestemmingsplan en de toekomstige aanvraag van een omgevingsvergunning voor de nieuwbouw op de locatie. 5.4

Water

5.4.1

Beleid waterschap Brabantse Delta

Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer In de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) 'Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving'. In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in die periode uitvoert. Het waterschap bepaalt hiermee de koers voor de komende zes jaar. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Brabantse Delta met de 'watertransitie'; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk dient in 2050 de waterhuishouding in het hele beheergebied toekomstbestendig te zijn. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen.

Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Het waterschap hanteert daarbij drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt; • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan; • Wat schoon is moet schoon blijven. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de Legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 43 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'.

Figuur 19: Uitsnede leggerkaart Waterschap Brabantse Delta

Figuur 20: Uitsnede Keurkaart Waterschap Brabantse Delta

In het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn regels opgenomen ten aanzien van onder andere het lozen van afvalwaterstromen. Afvalwater mag tot een maximum van 1 kuub per uur worden geloodst op de drukriolering. Het bedrijf dient hier aan te voldoen. Uit informatie van het bedrijf blijkt dat het bedrijf relatief weinig afvalwater loodst, het gaat hier enkel om wat water van sanitaire voorzieningen. Daarnaast worden circa 2 á 3 Bestemmingsplan toelichting 210090 | 30-01-2024

Pagina 44 van 62

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

keer per week een aantal machines of werktuigen afgespoten. Dit water wordt opgevangen en geloodst op de drukriolering. Hierbij blijft de hoeveelheid onder de 1 kuub per uur. Ten tijde van de melding Activiteitenbesluit milieubeheer zal uitgebreider worden aangegeven op welke manier de afvalwaterstromen zijn geregeld binnen het bedrijf. 5.4.2

Grondwaterbeschermingsgebied en waterlopen

Het plangebied is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied en/of waterwingebied en is gelegen buiten het Natura 2000 invloedsgebied. In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen relevante waterlopen aanwezig. 5.4.3

Riolering en infiltratie

Uitgangspunt voor de waterhuishouding in met name nieuwbouwprojecten, is een duurzaam gescheiden systeem. Dit betekent dat schoon hemelwater, wat valt op daken en terreinverharding, zoveel mogelijk in het gebied opgevangen en geïnfiltreerd dient te worden en alleen het vervuilde afvalwater via het riool wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. De hoeveelheid afvalwater, die getransporteerd wordt naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie zal hiermee afnemen, wat uit het oogpunt van milieu een positieve ontwikkeling betekend. Het waterschap is geen voorstander van het toepassen van uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Bij voorkeur het gebruik hiervan reguleren door middel van een privaatrechtelijke overeenkomst. Voor de geprojecteerde bebouwing op het plangebied geldt derhalve dat het realiseren van een gescheiden stelsel uitgangspunt is, het huishoudelijke afvalwater van de geprojecteerde bebouwing wordt aangesloten op het bestaande rioolstelsel. Afvalwater mag tot een maximum van 1 kuub per uur worden geloosd op de drukriolering. Regenwater mag niet worden geloosd op de drukriolering. Bij het toepassen van verharding en bebouwing dient voldaan te worden aan de regels conform de Keur van het waterschap de Brabantse Delta.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13831213/1