CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

10. OMWB Begroting 2025

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 16 oktober 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Ingekomen stukken EROM19.156 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Maatregelen: Het uitvoeren van een correct en zorgvuldig personeelsbeleid, waaronder een adequaat opleidingsprogramma. Daarnaast steeds verdere doorontwikkeling van de organisatie en onderliggende systemen. 6. Problematiek arbeidsmarkt In aanvulling op punt 4 wordt het volgende opgemerkt. Omdat de vaste formatie nog niet op het juiste peil is in relatie tot de toenemende werkprogramma's, werkt de OMWB naast inhuur ook met trainees en net-afgestudeerden. De OMWB leidt de jonge nieuwe collega’s ‘on the job’ op, in een periode van ongeveer twee jaar. In de eerste twee jaar zijn deze collega’s nog niet volledig declarabel; de begeleiding verloopt via directe 24

collega's van de dienst. In verband met deze noodzakelijke aanpak heeft de OMWB een tijdelijk productietekort in termen van declarabiliteit. Het maximale risico in verband hiermee is ongeveer € 700.000. 9. Bovenmatig verzuim In de begroting van 2024 wordt gerekend met een verzuimpercentage van 5,5%. Het werkelijke percentage over 2023 bedraagt 5,5%. Het verzuim in de eerste zeven maanden van kalenderjaar 2024 bedraagt daarentegen 6,2%. Het blijft lastig te bepalen hoe het verzuimpercentage zich de komende periode ontwikkelt. We schatten in dat een verzuimpercentage van 6% over heel 2024 reëel is. Het verschil tussen het rekenpercentage en het verwachte percentage wordt aangemerkt als risico en bedraagt afgerond € 315.000. Bij een kans van 80% betekent dit een gewogen risico van € 252.000. 11. Invoering Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De invoering van de wet betekent een ingrijpende verandering voor de taakuitvoering. Ondanks gedegen voorbereidingen is de exacte impact van de invoering, ook financieel, nog onvoldoende duidelijk. Uit onderzoek van adviesbureau KokxDeVoogd naar het Integraal Financieel Beeld Stelselherziening Omgevingswet (zoals gepubliceerd op de website van Binnenlands Bestuur op 7 juni 2023), valt de Omgevingswet een miljard euro duurder uit. Een deel van deze kosten zal voor rekening van de OMWB komen.

Hoe hoog deze kosten zullen zijn, is op dit moment nog lastig in te schatten. De eerste ervaringen tonen aan dat er een neerwaarts effect is op de kengetallen (waaronder doorlooptijden) waardoor het risico bestaat dat de werkprogramma's niet volledig gerealiseerd kunnen worden. Gezien de grote onduidelijkheden die er op dit moment nog zijn, wordt de risicoinschatting en de kans van optreden gehandhaafd op het niveau van de 2e Bestuursrapportage 2023 en Begroting 2024. 12. Kosteneffectiviteit Volgend uit het kosteneffectiviteitsonderzoek is een intern besparingspotentieel van € 1,7 miljoen opgehaald. In de jaren 2022 tot en met 2024 zijn de verschillende maatregelen doorgevoerd in de begroting respectievelijk meerjarenraming. De afhankelijkheid van derden maakt een volledige realisatie van afzonderlijke maatregelen onzeker. Per jaareinde 2023 is reeds een bedrag van afgerond € 1,3 miljoen gerealiseerd; er resteert daarom een maximaal schadebedrag van ongeveer € 400.000 (€ 1,7 miljoen -/- € 1,3 miljoen). Om tegemoet te komen aan het geraamde potentieel is 60% van de totale waarde als risico aangemerkt, per saldo € 240.000. Dit betreft met name het potentieel van het deelproject met betrekking tot de archivering, waarbij realisatie mede afhankelijk is van de inzet van deelnemers om hun archieven te digitaliseren.

Op basis van het voorgaande en een actuele inschatting van de huidige risico’s is het eindbeeld voor de Begroting 2025 als volgt: Maximaal bedrag schade

Kans op optreden risico

Gewogen risico

4. Inhuur versus vast personeel

380.000

75%

285.000

5. Transitie mens en systeem

600.000

50%

300.000

6. Problematiek arbeidsmarkt

700.000

75%

525.000

Risico's

25

Maximaal bedrag schade

Kans op optreden risico

Gewogen risico

9. Bovenmatig verzuim

315.000

80%

252.000

11. Invoering Omgevingswet

1.000.000

60%

600.000

400.000

60%

240.000

Risico's

12. Kosteneffectiviteit Totaal

3.395.000

2.202.000

In aanvulling op bovenstaande tabel blijft er aandacht voor het volgende. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet verschuift het bevoegd gezag voor bodem en ondergrond en de daaraan verbonden VTH-(basis)taken voor een groot deel van de provincie naar de gemeenten. Voor de Begroting 2024 is van de impact hiervan op het werkprogramma van de OMWB een inschatting gemaakt en zijn bedragen opgenomen in de bijdrage van de deelnemers. Het is nog niet volledig duidelijk of deze bijdrage voldoende is om de kosten van de overgekomen taken volledig te dekken. In de Bestuursrapportages in 2024 wordt hier verder op ingegaan. Beschikbaar weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt eind 2023 € 2.492.000 (na resultaatbestemming 2023). Uitgaande van het actuele risicoprofiel van € 2.202.000 is de weerstandsratio 1,13. Dit wordt volgens de waarderingstabel van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) gekwalificeerd als ‘voldoende’. In de jaarrekening 2022 bedroeg de weerstandsratio 1,10 (‘voldoende’). Voor de normering van het weerstandsvermogen in relatie tot de deelnemers komt het weerstandsvermogen op 4,6% van het begrotingstotaal uit.

Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat een aantal verplichte financiële kengetallen moet worden opgenomen. Doel daarvan is inzicht te geven in de financiële positie van de organisatie. De trend van de voor de OMWB relevante kengetallen wordt in onderstaande tabel weergegeven.

Financiële kengetallen

Jaarrekening 2023

Begroting 2024*

Begroting 2025

Netto schuldquote

-9,5%

-4,8%

-1,5%

Solvabiliteitsratio

34,7%

35,1%

28,3%

26

Financiële kengetallen Structurele exploitatieruimte

Jaarrekening 2023

Begroting 2024*

Begroting 2025

6,7%

0,1%

0.0%

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe verder deze ratio onder de 1,0 ligt, hoe beter het is. Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de OMWB in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio geeft het aandeel van het eigen vermogen in het balanstotaal weer. Hoe hoger deze ratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. Structurele exploitatieruimte Door het zuiveren van de incidentele lasten en baten en de mutaties in reserves, ontstaat er een beeld van de mate waarin sprake is van een structureel sluitende begroting. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt als een percentage van de totale baten (voor mutaties reserves) van het betreffende jaar. Een positief percentage is wenselijk, aangezien dit betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Onderlinge verhouding kengetallen Ten opzichte van de jaarrekening 2023 en de 2e begrotingswijziging 2024 vertonen de ratio’s een wisselend beeld; de overall conclusie is echter dat de balanspositie van de OMWB solide is.

Financiering In aansluiting op de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) is in het Besluit Begroting en Verantwoording neergelegd dat de financieringsparagraaf de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille uiteenzet. De grondslag voor de aan de portefeuille verbonden Treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut. Het beheer van de OMWB is risicomijdend en mede gericht op het voldoen aan de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Treasurybeleid De doelstellingen van het treasurybeleid van de OMWB zijn: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s, zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; 3. het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut. 27

Onder risico’s worden zowel renterisico’s (vaste schuld en vlottende schuld), kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s als valutarisico’s verstaan. Met betrekking tot risicobeheer geldt het volgende algemene uitgangspunt: “Bij het uitzetten of aantrekken van middelen worden de bepalingen zoals neergelegd in de Wet fido en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) in acht genomen.” Renterisicobeheer 1. De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido; 2. de renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido; 3. nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning; 4. de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; 5. binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de OMWB naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen. Met de inwerkingtreding van de Wet fido is de term ‘Renterisiconorm’ geïntroduceerd. De norm schrijft voor dat in enig jaar de aflossing van een langlopende schuld niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De OMWB kent momenteel geen langlopende leningen en voldoet daarmee automatisch aan de norm.

De huidige financieringspositie en dito -behoeften vanuit de investeringsbegroting geven thans geen verdere aanleiding tot aanwending van een dergelijke lening. Kredietrisicobeheer Met betrekking tot het kredietrisicobeheer geldt het uitgangspunt dat overtollige middelen op voorhand worden aangehouden in de schatkist. Intern liquiditeitsbeheer De OMWB beperkt zijn interne liquiditeitsrisico’s door zijn treasury-activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning. Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden door de OMWB uitgesloten. Leningen worden uitsluitend aangegaan of gegarandeerd in de Europese geldeenheid (de euro). Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet stelt de Wet fido een norm voor het maximumbedrag voor de financiering van de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar). De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen betreft 8,2% van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet bedraagt € 3.885.000 voor de OMWB op basis van de Begroting 2025. Aangezien het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen op € 9,0 miljoen wordt geschat, is de ruimte onder de kasgeldlimiet gelijk aan de kasgeldlimiet.

Wet open overheid (Woo) Inleiding De Wet Open Overheid (Woo) is ingegaan op 1 mei 2022 en legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen is het geven van een impuls aan openbaarheid. De wet vereist dat in begroting en jaarrekening wordt aangegeven 28

hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. De Wet Open Overheid kent een viertal belangrijke aspecten: 1. De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo contactfunctionaris aan te wijzen. 2. Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking. 3. Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking. 4. Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo contactfunctionaris De OMWB heeft een contactpersoon aangesteld. Op deze wijze is voldaan aan de wettelijke verplichting. Passieve openbaarmaking De Wet Open Overheid is de opvolger van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). De Woo kent op dit gebied de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob, onder meer is de toegestane doorlooptijd voor het beantwoorden van Woo-verzoeken aangepast. Deze aanpassingen zijn in 2023 doorgevoerd in onze processen. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om elf benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat overheidsorganisaties hun digitale informatiehuishouding binnen acht jaar (vanaf 1 mei 2022) op orde brengen.

29

Financiële begroting Inleiding De exploitatiebegroting bevat de verwachte baten en lasten voor het boekjaar 2025, inclusief meerjarenraming 2026-2028. Daarbij is de Kaderbrief 2025 als uitgangspunt gehanteerd. Aangezien de Begroting 2025 in dezelfde periode is opgesteld als de Jaarrekening 2023 is zoveel als mogelijk met deze actuele kennis rekening gehouden.

Financiële uitgangspunten De uitgangspunten voor de Begroting 2025 zijn door het Dagelijks Bestuur vastgesteld d.d. 24 januari jl. en gedeeld met de deelnemers in de Kaderbrief 2025.

Algemene uitgangspunten De OMWB hanteert de volgende algemene financiële uitgangspunten: 1. De Begroting 2025 gaat uit van het bestaande beleid, rekening houdend met de financiële effecten van de genoemde beleidsontwikkelingen in hoofdstuk Beleidsbegroting; 2. de Begroting 2025, inclusief de meerjarenraming 2026-2028, is sluitend; 3. de Begroting 2025 wordt opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

Financieel technische uitgangspunten De volgende financieel-technische uitgangspunten zijn in de begroting inclusief meerjarenraming gehanteerd: Baten 

 

Voor 2025 wordt vanuit de extrapolatie van de werkprogramma’s 2024, de formatieve uitbreiding van 8,54 fte, zoals opgenomen in paragraaf 4.6 ‘Financiële impact 2025 en later’ in de Kaderbrief 2025, de bijdragen voor bodemtaken (Wbb), de projecten 'Van inrichting naar MBA' en 'Energie - Persoonsgebonden mobiliteit' en de Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten, een werkaanbod verwacht van ca. 381.000 declarabele uren; er geldt een kostendekkend, gemiddeld tarief, dat gelijk is voor deelnemers en niet-deelnemers; basis voor het financieringsmodel voor de deelnemende gemeenten is de MWBnorm. Conform de bestuurlijke afspraak zou de MWB-norm tot en met 2024 gelden. Echter, doordat de uitwerking van het GUK langer op zich laat wachten, blijft de MWB-norm een jaar langer als basis van de financiering gelden.

Lasten 

Conform de september-circulaire 2023 d.d. 19 september 2023 is rekening gehouden met een gemiddelde loonkostenstijging van 5,8% ten opzichte van de 2e begrotingswijziging 2024;

30

    

  

conform de september-circulaire 2023 d.d. 19 september 2023 is rekening gehouden met een gemiddelde prijsstijging van 1,6% ten opzichte van de 2e begrotingswijziging 2024; het hiervoor, onder 'Baten', beschreven werkaanbod vraagt een benodigde formatie voor het primaire proces van circa 296 fte; de personeelsformatie voor het primaire proces bedraagt 274 fte, De ‘overbrugging’ naar 296 fte gebeurt met inhuur van derden; er wordt rekening gehouden met een declarabiliteitsnorm van 1.295 uur per fte; het BBV schrijft voor dat kosten van bedrijfsvoering (in BBV-termen ‘Overhead’) afzonderlijk worden begroot en verantwoord. Volgens de definitie van het BBV worden tot de bedrijfsvoering gerekend “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”; de formatieomvang van bedrijfsvoering bedraagt 68 fte eigen medewerkers en 2,0 fte inhuur externe medewerkers; om mogelijke tegenvallers adequaat te kunnen opvangen, wordt rekening gehouden met een post onvoorzien van € 150.000. Deze post staat ter beschikking van het Dagelijks Bestuur; de structurele effecten van de cao SGO 2024-2025 zijn verwerkt.

Kosteneffectiviteitsonderzoek ‘Van goed naar beter’ Het kosteneffectiviteitsonderzoek 'Van goed naar beter' is afgerond in 2024. Het bestuur wordt via andere kanalen geïnformeerd over de afronding van dit programma. Teneinde de besparingen structureel binnen de dienst te verankeren, zijn structurele 'investeringen' noodzakelijk. Van het jaarlijks terugkerende budget van € 200.000 is € 144.000 opgenomen in het budget voor lonen & salarissen en € 56.000 in het automatiseringsbudget.

Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Het overzicht van baten is als volgt: Baten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming

Realisati e 2023

Begrotin g* 2024

Begrotin g 2025

2026

2027

2028

Programmadeel 1: Vergunningverlening , Toezicht en Handhaving

22.572

25.035

28.278

29.45 5

30.53 9

31.66 3

Programmadeel 2: Advies en Projecten

10.376

12.926

14.013

14.59 6

15.13 3

15.69 0

Programmadeel 3: Collectieve taken

1.824

1.834

1.988

2.071

2.147

2.226

Programmadeel 4: Buiten werkprogramma

3.389

1.844

1.802

1.831

1.861

1.890

31

Baten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming

Realisati e 2023

Begrotin g* 2024

Begrotin g 2025

2026

2027

2028

Programmadeel 4: Overige exploitatiebaten

548

610

610

610

610

610

Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten

549

1.588

672

672

-

-

39.257

43.837

47.365

49.23 5

50.29 0

52.07 9

Diverse baten

65

-

-

-

-

-

Rentebaten

499

250

450

450

450

450

2

-

-

-

-

-

566

250

450

450

450

450

39.823

44.087

47.815

49.68 5

50.74 0

52.52 9

-83

-42

-

-

-39

-41

-

-

218

9

-

-

-83

-42

218

9

-39

-41

Totaal lasten

38.097

44.045

48.033

49.69 5

50.70 0

52.48 8

Gerealiseerd resultaat

1.643

-

-

-

-

-

Subtotaal

Overige baten

Vennootschapsbelast ing Subtotaal

Totaal baten

Stortingen reserves Onttrekkingen reserves Totaal reserves

32

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Het overzicht van de lasten Primair proces is als volgt: Lasten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming

Realisati e 2023

Begrotin g* 2024

Begrotin g 2025

2026

2027

2028

21.463

25.566

27.837

29.17 3

30.39 9

31.67 5

Reiskosten

304

290

294

299

304

309

Opleidingskosten

241

319

368

374

380

386

Overige personeelskosten

140

168

131

133

136

138

Personeel niet in loondienst

3.172

2.421

2.422

2.411

1.762

1.729

Detacheringsinkoms ten

-116

-

-

-

-

-

25.203

28.762

31.052

32.39 1

32.98 0

34.23 7

Afschrijvingskosten

78

141

493

282

190

172

Totaal afschrijvingskoste n

78

141

493

282

190

172

78

86

90

92

93

95

-

44

45

45

46

47

Automatisering

19

20

20

21

22

23

Algemeen beheer

38

34

40

41

41

42

Primair Proces Personele kosten Lonen & salarissen

Totaal personele kosten Afschrijvingskosten

Huisvesting en organisatiekosten Huisvesting en facilitaire kosten Tractie

33

Lasten Bedragen x € 1.000

Totaal Huisvestiging en organisatiekosten

Meerjarenraming

Realisati e 2023

Begrotin g* 2024

Begrotin g 2025

2026

2027

2028

135

184

195

199

203

206

Kosten primaire werkzaamheden verricht door derden Laboratoriumkosten

1.635

1.844

1.802

1.831

1.861

1.890

494

610

610

610

610

610

Totaal Kosten primaire werkzaamheden verricht door derden

2.129

2.454

2.412

2.441

2.471

2.500

Totaal lasten primair proces

27.546

31.542

34.153

35.31 3

35.84 4

37.11 6

Milieumetingen

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024

Het overzicht van de lasten Bedrijfsvoering is als volgt: Lasten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming

Realisati e 2023

Begrotin g* 2024

Begrotin g 2025

2026

2027

2028

5.192

6.344

7.587

7.952

8.286

8.634

Reiskosten

168

219

222

226

230

233

Opleidingskosten

211

311

359

365

370

376

Overige personeelskosten

527

643

517

525

533

542

Bedrijfsvoering Personele kosten Lonen & salarissen

34

Lasten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming

Realisati e 2023

Begrotin g* 2024

Begrotin g 2025

2026

2027

2028

Personeel niet in loondienst

284

293

362

379

395

412

Detacheringsinkomst en

-26

-

-

-

-

-

6.356

7.809

9.047

9.446

9.814

10.19 7

Afschrijvingskosten

86

129

317

283

261

261

Totaal Afschrijvingskoste n

86

129

317

283

261

261

1.208

1.213

1.244

1.264

1.284

1.305

Tractie

72

56

37

38

38

39

Algemeen beheer

443

481

438

445

452

459

Automatisering

2.347

2.659

2.641

2.751

2.852

2.957

Totaal Huisvesting en organisatiekosten

4.070

4.409

4.360

4.498

4.627

4.760

10.512

12.348

13.724

14.22 7

14.70 2

15.21 8

39

-

-

-

-

-

Onvoorzien

-

150

150

150

150

150

Vennootschapsbelast ing

-

5

5

5

5

5

Totaal personele kosten Afschrijvingskosten

Huisvesting en organisatiekosten Huisvesting en facilitaire kosten

Totaal lasten Bedrijfsvoering

Overig Diverse lasten

35

Lasten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming

Realisati e 2023

Begrotin g* 2024

Begrotin g 2025

2026

2027

2028

Subtotaal

39

155

155

155

155

155

Totaal lasten overig

39

155

155

155

155

155

38.097

44.045

48.033

49.69 5

50.70 0

52.48 8

Totaal lasten

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Op grond van het BBV wordt inzicht verschaft in de structurele en incidentele baten en lasten voor de OMWB. In het volgende overzicht wordt dit weergegeven (bedragen x € 1.000):

2025

2026

2027

2028

Baten

Laste n

Baten

Laste n

Baten

Laste n

Baten

Laste n

Structure el

47.81 5

47.837

49.68 5

49.695

50.74 0

50.700

52.52 9

52.488

Incidentee l

-

196

-

-

-

-

-

-

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024

36

Toelichting op de begroting In dit onderdeel wordt een toelichting gegeven op de belangrijkste verschillen tussen de 2e begrotingswijziging 2024 en de Begroting 2025. Aan het einde van dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de beschikbare declarabiliteit en de te hanteren functionele tarieven voor het begrotingsjaar 2025.

Toelichting op de baten De baten van de OMWB bestaan voor het voornaamste deel uit bijdragen van onze deelnemers voor diensten en producten die zij afnemen. De baten zijn in beginsel gebaseerd op de omvang van de vastgestelde werkprogramma’s 2024. Daarnaast is de formatieve uitbreiding, zoals beschreven in paragraaf 4.6 'Financiële impact 2025 en verder' in de baten verwerkt. Op basis van de formatieve uitbreiding zijn extra baten geraamd voor een waarde van € 1,3 miljoen. Deze extra baten zijn verdeeld over P1 en P2, op basis van de beschreven ontwikkelingen. In de baten is ook rekening gehouden met de bijdragen voor bodemtaken (Wbb), het project ‘Van inrichting naar MBA’ en het project ‘Energie - persoonsgebonden mobiliteit’. Tenslotte zijn de Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten meegenomen in de baten. In bijlage 1 zijn de bijdragen voor 2025 en verder per deelnemer gespecificeerd. Conform de bestuurlijke afspraak zou de MWB-norm tot en met 2024 gelden. Echter, doordat de uitwerking van het GUK langer op zich laat wachten, blijft de MWB-norm een jaar langer als basis van de financiering gelden. Rentebaten De rentebaten voor 2025 zijn in de begroting opgenomen omdat verwacht wordt dat de baten een structureel karakter krijgen.

Toelichting op de lasten Voor de Begroting 2025 worden de ramingen van de kosten vergeleken met die van de 2e begrotingswijziging 2024. Waar nodig zijn de verschillen nader toegelicht. Hierna wordt allereerst ingegaan op de lasten voor het primair proces, daarna volgen de lasten bedrijfsvoering en de overige lasten.

Primair proces Personele lasten Personeelslasten Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

Primair proces

37

Personeelslasten Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

25.566

27.837

Reiskosten

290

294

Opleidingskosten

319

368

Overige personeelskosten

168

131

Personeel niet in loondienst

2.421

2.422

-

-

28.762

31.052

Personele kosten Lonen & salarissen

Detacheringsinkomsten Totaal Personele kosten * dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024

Lonen & salarissen: De mutatie in het budget voor lonen & salarissen wordt als volgt gespecificeerd:   

De benodigde personele capaciteit vanuit de baten 2025, de bezetting begin 2024 en de daarmee verwachte salariskosten voor 2024 vormen de basis voor deze post; de in de Kaderbrief 2025 beschreven formatieve uitbreiding van 8,54 fte is verwerkt in de budgetten voor lonen & salarissen voor het primair proces; voor de indexering is rekening gehouden met een toename van 5,8% ten opzichte van de begrote kosten voor lonen & salarissen in de 2e begrotingswijziging 2024.

Reiskosten: 

Indexering: 1,6%.

Opleidingskosten: 

In beginsel bedraagt het budget voor opleidingskosten voor het primair proces en bedrijfsvoering gezamenlijk 2% (€ 708.000) van de kosten lonen & salarissen. Als totale opleidingsbudget is € 726.000 opgenomen. Hiervan heeft € 358.000 betrekking op het decentrale opleidingsbudget van de teams van het primair proces. Aanvullend is een budget van € 10.000 opgenomen voor opleidingskosten voor de werkzaamheden in het kader van de Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten. Het opleidingsbudget voor het primair proces bedraagt in totaal € 368.000.

Overige personeelskosten: 

Budgetten die hieronder geschaard worden, betreffen onder andere budgetten voor arbo, werving & selectie, personeelsvereniging, vergader- en verblijfkosten en werkkleding; 38

 

op een de budgetten van overige personele kosten en vergader- en verblijfkosten zijn budgetreducties doorgevoerd om te komen tot een realistische begroting; indexering: 1,6%.

Personeel niet in loondienst: 

De formatie eigen medewerkers is gebaseerd op 274 fte. Het werkaanbod ligt circa 28.000 uur hoger dan met deze formatie bewerkstelligd kan worden; dit betreft circa 22 fte. Voor dit aantal fte is budget opgenomen voor de inhuur van externen; voor de indexering is rekening gehouden met een toename van 5,0% ten opzichte van de begrote kosten voor personeel niet in loondienst in de 2e begrotingswijziging 2024.

Afschrijvingskosten Afschrijvingskosten Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

Afschrijvingskosten

141

493

Totaal afschrijvingskosten

141

493

Primair proces

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Afschrijvingskosten:  

Meerjarig zijn de afschrijvingskosten in beeld gebracht bij het meerjareninvesteringsprogramma; door een herziening van de afschrijvingstermijn voor technische apparatuur vindt er een inhaalafschrijving plaats in 2025 en zijn de jaarlijkse afschrijvingslasten hoger dan voorgaande jaren. In de paragraaf 'Afschrijvingstermijnen' wordt dit verder toegelicht.

Huisvesting en organisatie Huisvestiging en organisatie Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

Huisvesting en facilitaire kosten

86

90

Tractie

44

45

Automatisering

20

20

Primair proces

39

Huisvestiging en organisatie Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

34

40

184

195

Algemeen beheer Totaal Huisvesting en organisatie * dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Huisvesting en organisatie: 

Indexering van 1,6%.

Overige kosten Overige kosten Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

1.844

1.802

Milieumetingen

610

610

Totaal Overige kosten

2.454

2.412

Primair proces Laboratoriumkosten

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 De Overige kosten worden als volgt gespecificeerd:  

De budgetten voor luchtkwaliteitsmetingen/e-Noses zijn onder deze post opgenomen; de budgetten voor milieumetingen worden gecompenseerd door de provincie Noord-Brabant en hebben derhalve een resultaatneutraal effect.

Bedrijfsvoering De kosten van bedrijfsvoering worden conform het BBV afzonderlijk in de begroting verantwoord. Hierna een toelichting op de kosten van bedrijfsvoering. Lasten Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

Bedrijfsvoering

40

Lasten Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

6.344

7.587

Reiskosten

219

222

Opleidingskosten

311

359

Overige personeelskosten

643

517

Personeel niet in loondienst

293

362

-

-

7.809

9.047

Afschrijvingskosten

129

317

Totaal Afschrijvingskosten

129

317

Huisvesting en facilitaire kosten

1.213

1.244

Algemeen beheer

481

438

Automatisering

2.659

2.641

56

37

4.409

4.360

12.348

13.724

Personele kosten Lonen & salarissen

Detacheringsinkomsten Totaal personele kosten Afschrijvingskosten

Huisvesting en organisatie

Tractie Totaal Huisvesting en organisatiekosten

Totaal lasten Bedrijfsvoering * dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Lonen & salarissen: 

Voor de indexering is rekening gehouden met een toename van 5,8% ten opzichte van de begrote kosten voor lonen & salarissen in de 2e begrotingswijziging 2024; 41

 

in het budget is € 144.000 opgenomen voor een kwaliteitsmanager als structurele 'investering' in het kwaliteitsmanagementsysteem; de in paragraaf 4.6 ‘Financiële impact 2025 en later’ in de Kaderbrief 2025 beschreven formatieve uitbreiding in de tabel 'Tarief verhogende maatregelen', is verwerkt in de budgetten voor lonen & salarissen voor bedrijfsvoering.

Opleidingskosten: 

In beginsel bedraagt het budget voor opleidingskosten voor het primair proces en bedrijfsvoering gezamenlijk 2% (€ 708.000) van de kosten lonen & salarissen. Als totale opleidingsbudget is € 726.000 opgenomen. Hiervan heeft € 273.000 betrekking op het centrale opleidingsbudget en € 78.000 op de decentrale opleidingsbudget van de clusters van Bedrijfsvoering. Aanvullend is een budget van € 8.000 opgenomen voor kosten van het gezamelijke opleidingsprogramma vanuit Omgevingsdienst Nederland. Het opleidingsbudget voor bedrijfsvoering bedraagt in totaal € 359.000.

Overige personeelskosten:  

Indexering van 1,6%; op een aantal budgetten, o.a. kosten organisatie-ontwikkeling, duurzame inzetbaarheid en overige personele kosten, zijn budgetreducties doorgevoerd om te komen tot een realistische begroting.

Personeel niet in loondienst: Voor de verdere doorontwikkeling van datamanagement en -beheer is inhuur van specialistische kennis en ervaring essentieel. De kosten hiervan worden voor 2025 geschat op € 362.000. Afschrijvingskosten: In de Kaderbrief 2025 en deze begroting is een investering in huisvesting van € 2.000.000 opgenomen. Deze investering betreft de inrichting van de werkplekken. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het onderdeel 'Bedrijfsvoering' in het hoofdstuk 'Stategische agenda'. De jaarlijkse afschrijvingslast van deze investering bedraagt € 200.000 en is meegenomen in de afschrijvingskosten vanaf 2025. Huisvesting en facilitaire kosten:  

Voor de indexering van huur- en servicekosten is rekening gehouden met actuele ontwikkelingen, wat heeft geleid tot een indexatie van 2,9%; de overige kosten zijn geïndexeerd met 1,6%.

Automatisering:   

Op het budget voor licenties is een indexering van 4,96% toegepast; in het budget is € 56.000 opgenomen als structurele 'investering' in het kwaliteitsmanagementsysteem; de daling van het budget voor automatisering ten opzichte van de 2e begrotingswijziging 2024 is het gevolg van het feit dat er voor 2025 lagere kosten voor implementaties, transities en ontwikkelingen worden verwacht.

De overige kosten van bedrijfsvoering zijn geïndexeerd met 1,6% (reiskosten, algemeen beheer en tractie).

42

Overige lasten Hierna volgt een toelichting op de overige lasten. Overige lasten Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

-

-

150

150

Vennootschapsbelasting

5

5

Totaal Overige lasten

155

155

Overige lasten Diverse lasten Onvoorzien

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Onvoorzien Voor de verplichte post ‘Onvoorzien’ is vanuit het Dagelijks Bestuur in de begroting een bedrag opgenomen van € 150.000. Dit bedrag is ongewijzigd ten opzichte van de 2e begrotingswijziging 2024 en wordt toereikend geacht.

Declarabiliteit De basis voor het werkaanbod 2025 wordt gevormd door:     

de met de deelnemers afgestemde werkprogramma’s 2024; de MWB norm 2025; de formatieve uitbreiding van 8,54 fte, zoals opgenomen in paragraaf 4.6 'Financiële impact 2025 en later' in de Kaderbrief 2025 (pagina 25 en 26); de bijdragen voor bodemtaken (Wbb), de projecten 'Van inrichting naar MBA' en 'Energie - persoonsgebonden mobiliteit' en de Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten.

In totaliteit bedraagt het werkaanbod maximaal 381.000 declarabele uren. In de begroting is rekening gehouden met een formatie van 342 fte eigen medewerkers, waarvan 274 fte in het primaire proces. Rekening houdend met een declarabiliteit van 1.295 uur per fte, is ca. 353.000 uur beschikbaar aan declarabele uren. De declarabiliteitsnorm van 1.295 uur per fte kent de volgende opzet: Bruto-netto-berekening Beschikbare uren

Totaal uren 1.872

Verlof en feestdagen

279

Verzuim

94 43

Bruto-netto-berekening

Totaal uren

Niet-declarabele uren (o.a. overleg, opleiding, kwaliteitsmanagement, uren key users, OR/BHV)

204

Totaal declarabele uren

1.295

De ruimte tussen zowel werk- als additioneel aanbod en beschikbare urencapaciteit wordt gerealiseerd met inzet van externe inhuur.

Tarief ontwikkeling De OMWB hanteert in de begroting een gemiddeld, voorcalculatorisch uurtarief voor de geraamde bijdragen van deelnemers. De facturatie (afrekening ten opzichte van de bevoorschotting) vindt plaats tegen de gedifferentieerde nacalculatorische tarieven, gebaseerd op de functionele inschaling van de uitgevoerde werkzaamheden. Het voorcalculatorische gemiddelde tarief voor 2025 is met 8,4% gestegen ten opzichte van het tarief voor 2024. Uitgangspunt voor de tariefbepaling 2025 is het tarief van € 108,75, zoals vastgesteld in de begroting 2024. Op dit tarief is een correctie doorgevoerd voor het streefpercentage voor ziekteverzuim. Daarna is het tarief aangepast met de indexaties voor 2025 volgens de september-circulaire 2023 d.d. 19 september 2023 (loon- en prijspeil). Ook de tarief verhogende maatregelen, zoals beschreven in paragraaf 4.6 ‘Financiële impact 2025 en later’ in de Kaderbrief 2025, zijn verwerkt. Tenslotte is het tarief gecorrigeerd voor de extra verlofrechten uit de cao SGO 20242025 die abusievelijk niet zijn meegenomen in de berekening van het tarief, zoals opgenomen in de Kaderbrief 2025. Het gemiddelde, voorcalculatorische, tarief voor 2025 bedraagt afgerond € 117,90 (gemiddeld tarief van de begroting 2024 bedraagt € 108,75). Omschrijving

Effect op het tarief

Tarief 2024 Aanpassing ziekteverzuim van 5,5% naar 5,0%

Bedrag per uur € 108,75

-0,56 %

Subtotaal

- € 0,61

€ 108,14

Indexatie 2025

4,96%

€ 5,36

Impact voorstellen kaderbrief 2025*

3,12%

€ 3,37

44

Omschrijving

Effect op het tarief

Bedrag per uur

Correctie extra verlof

0,94%

€ 1,02

Tarief 2025

8,4%

€ 117,90

* Dit betreft de impact van de maatregelen vanuit bedrijfsvoering met een tarief verhogen effect ad. € 1.145.000, zoals uitgewerkt in paragraaf 4.6 'Financiële impact 2025 en later' in de Kaderbrief 2025. In onderstaande tabel zijn de functionele, voorcalculatorische tarieven voor het begrotingsjaar 2025 opgenomen, in vergelijking met de 2e begrotingswijziging 2024. Aanpassing van de tarieven heeft plaatsgevonden aan de hand van de tariefwijzigingen uit bovenstaande tabel. Functioneel voorcalculatorische uurtarieven

Begroting 2025 uurtarief

Begroting 2024 * uurtarief

MBO

€ 93,95

€ 86,00

HBO

€ 114,35

€ 105,50

Specialisten

€ 134,65

€ 124,80

Milieu

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Tarieven buiten kantoortijd: Als kantoortijden hanteren we de maandagen tot en met de vrijdagen van 7.00 tot 22.00 uur. Alle overige tijdstippen zijn buiten kantoortijd. We hanteren een opslagpercentage van 30% op de tarieven voor werkzaamheden buiten kantoortijd.

45

Uiteenzetting financiële positie Op grond van het BBV dient in de begroting en jaarrekening een uiteenzetting van de financiële positie van de dienst opgenomen te worden. Hierna wordt zowel de geprognosticeerde balans gepresenteerd als inzicht in verwachte investeringen en gehanteerde afschrijvingstermijnen. Ook wordt het verloop van de reserves weergegeven. In bijlage 2 is het overzicht per taakveld opgenomen.

Geprognosticeerde balans In onderstaand overzicht is de geprognosticeerde begin- en eindbalans weergegeven voor zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming. In deze meerjarige geprognosticeerde balans is primair uitgegaan van bestaand beleid, aangevuld met verwachte (vervangings)investeringen. Activa Bedragen x € 1.000

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Materiële vaste activa

2.821

2.331

1.880

1.447

Totaal vaste activa

2.821

2.331

1.880

1.447

Vorderingen op openbare lichamen

887

887

887

887

Uitzettingen rijksschatkist

8.112

8.112

8.112

8.112

Uitzettingen met looptijd < 1 jaar

8.999

8.999

8.999

8.999

Liquide middelen (banksaldi)

161

161

161

161

Overige en overlopende

4.139

4.312

4.470

4.635

46

Activa Bedragen x € 1.000

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

16.120

15.803

15.510

15.241

vlottende activa

TOTAAL ACTIVA

Passiva Bedragen x € 1.000

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

2.492

2.492

2.492

2.492

929

919

959

1.000

Resultaat boekjaar vóór bestemming

-

-

-

-

Eigen vermogen

3.421

3.411

3.451

3.492

Voorzieningen

1.344

1.344

1.344

1.344

Vaste schulden

-

-

-

-

453

453

453

453

Overlopende passiva

10.903

10.594

10.262

9.953

TOTAAL PASSIVA

16.120

15.803

15.510

15.241

Algemene reserve Bestemmingsreserve meetstations

Vlottende schulden < 1 jaar

(Vervangings-)investeringen 2025

47

In 2025 zal een investering in huisvesting plaatsvinden van € 2.000.000. Deze investering betreft de inrichting van de werkplekken. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het onderdeel 'Bedrijfsvoering' in de paragraaf 'Stategische agenda'. Het uitgangspunt is dat het Algemeen Bestuur met het vaststellen van de Begroting 2025 goedkeuring verleent aan het onderstaande overzicht van (vervangings-)investeringen. Het resterende investeringskrediet van 2023 (in totaal € 847.000) is toegevoegd aan de voorgenomen investeringen in 2024. In de Begroting 2024 was reeds € 100.000 opgenomen, € 50.000 bij ‘Huisvesting’ en € 50.000 bij ‘Automatisering’. Bij het vaststellen van de begroting 2024 is reeds toestemming verleend voor deze voorgenomen investeringen. Investeringen Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

2028

Huisvesting

201

2.000

-

-

-

Automatisering

59

-

-

-

-

Communicatiemiddelen

6

-

-

-

-

Wagenpark

226

-

-

-

-

Technische apparatuur

455

-

75

-

-

Totaal

947

2.000

75

-

-

Bij vervanging van activa wordt nut en noodzaak afgewogen. Niet altijd kan vervanging plaatsvinden tegen de geraamde aanschafwaarden, wat betekent dat de werkelijke lasten kunnen afwijken van de in de tabel opgenomen bedragen. Substantiële afwijkingen melden we bij de bestuursrapportages. Voor activering van investeringen wordt vanaf 2022 een ondergrens van € 1.000 (was voorheen € 10.000) gehanteerd. Vervangingen of aanschaffingen onder deze grens verantwoorden we in de exploitatie. Met het vaststellen van de begroting worden ook de vermelde afschrijvingstermijnen voor investeringen vastgesteld. De afschrijvingen vinden - eveneens vanaf 2022 - plaats bij ingebruikname van het actief (was het jaar volgend op activering). Het financiële beleid is overeenkomstig aangepast.

Afschrijvingstermijnen Met ingang van 2025 vindt er een herziening plaats van de gehanteerde afschrijvingstermijn van technische apparatuur. Deze wordt gewijzigd om een betere aansluiting tussen economische en technische levensduur te realiseren. In de praktijk blijkt dat de gebruiksduur van de betreffende apparatuur circa 5 jaar is in plaats van 15 jaar waar voorheen mee gerekend werd. In 2025 vindt er een inhaalafschrijving (€ 196.000) plaats op de technische apparatuur die voor 2025 reeds aanwezig was. De inhaalafschrijving is verwerkt in de afschrijvingen van het primair proces. Van de inhaalafschrijving heeft € 179.000 betrekking op afschrijvingen op meetstations. Dit bedrag wordt ten laste van de reserve meetstations gebracht.

48

Door de herziening van de afschrijvingstermijn van technische apparatuur zijn de afschrijvingskosten van technische apparatuur in 2025 € 75.000 hoger dan zonder deze herziening. Bij investeringen worden vanaf 2025 de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd: Tabel met de gehanteerde afschrijvingstermijnen

Jaren

Huisvesting

10

Automatisering

5

Communicatiemiddelen

3

Wagenpark

7

Technische apparatuur

5

Staat van reserves Het verwachte verloop van de reserves is als volgt: Staat van reserves 2025 2028 Bedragen x€ 1.000

Algemene Reserve

Reserve Meetstations

Stand per 1-1-2025

2.492

1.147

-

-218

2.492

929

-

-9

2.492

919

-

39

2.492

959

Mutatie 2025 Stand per 1-1-2026 Mutatie 2026 Stand per 1-1-2027 Mutatie 2027 Stand per 1-1-2028

49

Staat van reserves 2025 2028 Bedragen x€ 1.000 Mutatie 2028 Stand per 1-1-2029

Algemene Reserve

Reserve Meetstations

-

41

2.492

1.000

Algemene reserve De stand van de Algemene Reserve bedraagt per 1-1-2025 € 2.492.000 (na resultaatbestemming 2023). Reserve Meetstations De stand van de reserve meetstations bedraagt naar verwachting per 1-1-2025 € 1.147.000. Het saldo van opbrengsten en kosten van de meetstations wordt per jaareinde toegevoegd (bij een positief saldo) of onttrokken (bij een negatief saldo) aan de reserve. In 2025 en 2026 neemt het saldo af door de inhaalafschrijving en de gestegen afschrijvingslast door de herziene afschrijvingstermijn van technische apparatuur. De jaren daarna loopt dit saldo jaarlijks eerst nog op; daarna zal de reserve teruglopen en wordt een evenwicht in kosten en opbrengsten verwacht. Oorzaak hiervan is dat kosten als gevolg van investeringen pas in latere jaren via de afschrijvingen ten laste van de reserve worden gebracht.

50

Bijlages Bijlage 1. Specificatie bijdrage per deelnemer

Specificatie bijdrage 2025 Gemeente

P1

P2

P3

Totaal

Alphen-Chaam

366.323

108.504

48.130

522.958

Altena

986.772

222.161

87.197

1.296.130

Baarle-Nassau

422.922

89.318

42.342

554.581

Bergen op Zoom

1.034.856

825.828

63.166

1.923.850

Breda

1.895.390

846.534

148.375

2.890.299

Dongen

402.341

132.749

39.103

574.193

Drimmelen

468.742

276.691

68.560

813.992

Etten-Leur

549.505

113.427

56.637

719.569

Geertruidenberg

446.123

155.130

40.663

641.915

Gilze en Rijen

417.938

136.220

54.864

609.022

Goirle

248.352

66.263

28.701

343.316

Halderberge

563.022

276.386

63.595

903.003

Heusden

527.688

302.337

47.805

877.829

Hilvarenbeek

522.116

255.102

52.649

829.867

Loon op Zand

331.131

194.275

48.915

574.321

Moerdijk

1.315.972

763.443

85.536

2.164.951

Oisterwijk

616.643

351.304

61.835

1.029.782

Oosterhout

929.996

320.954

89.944

1.340.894

Roosendaal

978.287

621.418

99.457

1.699.162

Rucphen

354.447

144.999

42.510

541.956

Steenbergen

497.364

196.535

58.112

752.011

51

Specificatie bijdrage 2025 Gemeente

P1

P2

P3

Totaal

Tilburg

2.191.194

1.319.337

161.806

3.672.338

Waalwijk

839.172

283.732

64.106

1.187.010

Woensdrecht

341.229

175.314

35.094

551.637

Zundert

621.909

320.150

76.895

1.018.955

Totaal gemeenten

17.869.433

8.498.112

1.665.997

Provincie

10.409.021

5.514.956

725.630

16.649.607

Totaal bijdrage 2025

28.278.454

14.013.068

2.391.626

44.683.149

28.033.542

Algemene toelichtingen bijlage 1:   

De bedragen zijn in beginsel gebaseerd op de bestuurlijk vastgestelde werkplannen voor 2024. Deze werkplannen zijn geïndexeerd op basis van het gemiddelde uurtarief 2025; in de bedragen is rekening gehouden met de bijdragen voor bodemtaken (Wbb) en de bijdragen voor het project ‘Van inrichting naar MBA’ en het project ‘Energie - persoonsgebonden mobiliteit’; in de bijdragen is rekening gehouden met de extra geraamde baten ter waarde van € 1,3 miljoen als gevolg van de formatieve uitbreiding zoals omschreven in paragraaf 4.6 'Financiële impact 2025 en later' in de Kaderbrief 2025 en in deze begroting in het hoofdstuk 'Beleidsbegroting'; de bedragen voor programma 3 betreffen de bijdragen van de deelnemers inclusief SSIB (in totaliteit € 403.457). De uitvoering van SSIB vindt plaats door de ODBN. De OMWB draagt derhalve deze vaste bijdrage af aan de collegaomgevingsdienst; de definitieve invulling van deze bijdragen per deelnemer vindt plaats aan de hand van de bestuurlijk vast te stellen werkprogramma’s. Bij de 1e bestuursrapportage 2025 wordt dit financieel vertaald en vastgelegd door middel van een begrotingswijziging als daar aanleiding toe is.

De bijdrage per deelnemer, met inbegrip van de formatieve uitbreiding zoals omschreven in paragraaf 4.6 'Financiële impact 2025 en later' in de Kaderbrief 2025, ziet er meerjarig als volgt uit:

52

Meerjarige bijdrage deelnemers Gemeente

2025

2026

2027

2028

522.958

544.713

564.758

585.541

1.296.130

1.350.049

1.399.731

1.451.241

Baarle-Nassau

554.581

577.652

598.909

620.949

Bergen op Zoom

1.923.850

2.003.882

2.077.625

2.154.082

Breda

2.890.299

3.010.535

3.121.323

3.236.188

Dongen

574.193

598.079

620.089

642.908

Drimmelen

813.992

847.854

879.055

911.405

Etten-Leur

719.569

749.503

777.085

805.682

Geertruidenberg

641.915

668.619

693.224

718.735

Gilze en Rijen

609.022

634.357

657.702

681.905

Goirle

343.316

357.598

370.757

384.401

Halderberge

903.003

940.568

975.181

1.011.068

Heusden

877.829

914.347

947.995

982.881

Hilvarenbeek

829.867

864.389

896.199

929.179

Loon op Zand

574.321

598.213

620.227

643.051

Moerdijk

2.164.951

2.255.013

2.337.998

2.424.036

Oisterwijk

1.029.782

1.072.621

1.112.093

1.153.018

Oosterhout

1.340.894

1.396.675

1.448.073

1.501.362

Roosendaal

1.699.162

1.769.847

1.834.978

1.902.505

Rucphen

541.956

564.502

585.276

606.814

Steenbergen

752.011

783.294

812.120

842.006

Tilburg

3.672.338

3.825.107

3.965.871

4.111.815

Waalwijk

1.187.010

1.236.390

1.281.889

1.329.062

551.637

574.585

595.730

617.653

1.018.955

1.061.343

1.100.401

1.140.895

Alphen-Chaam Altena

Woensdrecht Zundert

53

Meerjarige bijdrage deelnemers Gemeente

2025

Totaal gemeenten

28.033.542

Provincie

16.649.607

Totaal bijdrage

44.683.149

2026

2027

2028

29.199.737

30.274.287

31.388.381

17.342.231

17.980.425

18.642.104

46.541.968

48.254.712

50.030.485

Bijlage 2. Overzicht van geraamde baten en lasten per taakveld

Baten en lasten per taakveld (Alle bedragen x € 1000)

Taakvelden

0.

Baten

Lasten

Bestuur en ondersteuning

-

-

0.4

Bedrijfsvoering

-

13.724

0.5

Treasury

450

-

0.8

Overige baten en lasten

-

150

0.9

Vennootschapsbelasting

-

5

0.10

Mutaties reserves

218

-

0.11

Resultaat van de rekening van baten en lasten

-

-

7.

Volksgezondheid en milieu

-

-

7.4

Milieubeheer

47.365

34.153

54

Baten en lasten per taakveld (Alle bedragen x € 1000) Saldo van baten en lasten op taakvelden

Taakvelden

Baten

Lasten

48.033

48.033

55

Bijlage 3. Lijst van veel gebruikte afkortingen en termen binnen de OMWB Lijst van veel gebruikte afkortingen AB =

Algemeen Bestuur

DB =

Dagelijks Bestuur

AO =

Ambtelijk Overleg

MT =

Management Team

ATO =

Afdelingsteam Overleg

MD =

Management Development

SSiB =

Samen Sterk in Brabant

BRZO =

Bedrijf Risico Zware Ongevallen

GR =

Gemeenschappelijke Regeling

Burap =

Bestuursrapportage

Marap =

Maandrapportage

T1 (ect.) =

Termijnrapportages

OD =

Omgevingsdienst

RUD =

Regionale Uitvoeringsdienst

WP =

Werkprogramma

CT =

Collectieve Taken

VTH =

Vergunningverlening Toezicht & Handhaving

VV =

Vergunningverlening

T&H =

Toezicht & Handhaving

P1 =

Wettelijke basistaken

P2 =

Verzoektaken

P3 =

Collectieve Taken

P4 =

Buiten Werkprogramma

BOR =

Besluit Omgevingsrecht

GUK =

Gemeenschappelijk Uitvoeringskader

FAG =

Financiële Adviesgroep

ROK =

Regionaal Operationeelkader

RUN =

Regionaal Uitvoeringsniveau

IOV =

Impuls Omgevingsveiligheid

OW =

Omgevingswet

IPO =

Interprovinciaal provinciaal overleg

BPO =

Brabants Programma Omgevingsveiligheid

3D =

3-Directeuren Overleg

OR =

Ondernemingsraad

GO =

Georganiseerd Overleg

PNB =

Provincie Noord-Brabant

AM =

Accountmanagement

TM =

Teammanagers

TB =

Technisch Beraad

HoO =

Huis op Orde

P&C =

Planning & Control

NIG =

Niet-inrichtinggebonden taken

MWB-norm =

Midden- en West-Brabant Norm

SBK =

Sociaal Beleidskader

VVGB =

Verklaring van geen Bedenkingen

LPF =

Level Playing Field

VTHKA =

Vergunningverlening, Toezicht, Handhaving, Klachten, Advies

IB =

Inrichtingenbestand

WNT =

Wet Normering Topinkomens

BBV =

Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten

BV =

Bedrijfsvoering

Wgr =

Wet Gemeenschappelijk Regeling

56

DVO =

Dienstverleningsovereenkomst

ODBN =

Omgevingsdienst Brabant Noord

ODZOB =

Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant

ITV =

Intensieve Veehouderij

57

58

Reactienota zienswijzen Ontwerp programmabegroting 2025 Inleiding Zoals u van ons gewend bent, ontvangt u een reactie op de ingediende zienswijzen bij een Ontwerp programmabegroting. Voorheen werd hierbij per zienswijze een reactie opgenomen door het Dagelijks Bestuur. Voor de Ontwerp programmabegroting 2025 hebben wij ervoor gekozen u van een reactienota te voorzien, waarbij de zienswijzen gecategoriseerd worden naar thema’s. In deze nota zijn de reacties van alle deelnemers op de Ontwerp programmabegroting 2025 onverkort verwerkt. Alle deelnemers hebben tijdig een zienswijze ingediend. Enkele deelnemers maken geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen, dit betreft de gemeenten Goirle, Geertruidenberg, Loon op Zand en Altena. Een aanzienlijk deel van de zienswijzen kent een focus op de matiging van de deelnemersbijdragen, voortvloeiend uit de ontwikkelingen en onzekerheden rondom toekomstige bijdragen van gemeentelijke deelnemers uit het Gemeentefonds. Een tweede, voornaam thema betreft de verduidelijking en duiding van de tariefstijging en toename van het werkpakket, verwerkt in de Ontwerp programmabegroting 2025. Een volledig overzicht van de onderkende thema’s treft u hieronder aan. De zienswijzen, die naar onze interpretatie niet direct toe te wijzen zijn aan één van de eerdere thema’s zijn opgenomen onder de categorie ‘Overig’.

Thema’s volgend uit de ingediende zienswijzen: - Matiging deelnemersbijdrage 2026 e.v. - Tariefstijging en toename werkpakket 2025 - Structurele versus incidentele bijdragen - Omzetting naar MBA’s en effecten Omgevingswet - Financiële verordening - Onderbouwing deelnemersbijdragen - Overig Hierna worden de verschillende thema’s verder toegelicht en van een reactie voorzien. Mocht deze reactienota verdere vragen bij u oproepen, neem dan contact op met Edwin van Dongen, Afdelingshoofd Bedrijfsvoering.

Matiging kostenstijgingen 2026 e.v. Onderstaande zienswijzen gaan in op de ontwikkelingen en onzekerheden voortkomend uit het Rijksbeleid gericht op het korten van bijdragen van gemeenten uit het Gemeentefonds. Ontvangen zienswijzen De wethouders van de gemeente Heusden en Dongen hebben een brief gestuurd om aandacht te vragen voor het onder druk staan van de financiële positie van veel gemeenten vanaf 2026. Dan wordt namelijk een bezuiniging van circa 3 miljard op het gemeentefonds verwacht. Nadat deze brief is verzonden, is bekend geworden dat het Rijk de druk iets verlicht door vanaf 2026 de opschalingskorting van € 675 miljoen te schrappen. Hier staat een eenmalige korting tegenover. Een groot deel van de eerdere korting blijft daar echter nog mee staan. Gemeenten ontvangen hierdoor aanzienlijk minder inkomsten waardoor bezuinigingen noodzakelijk zijn. Verdere besluiten over de resterende korting worden aan het nieuwe kabinet overgelaten. Daarmee blijft de financiële onzekerheid vanaf 2026 nog

groot. Vanwege deze grote financiële onzekerheden en gegeven de financiële positie waarin ook Dongen na 2025 terecht komt, moet extra kritisch gekeken worden naar onze uitgaven en vanaf 2026 maatregelen nemen om tot een sluitende gemeentebegroting te komen. Gezien de eerdere brief uit naam van de wethouders van de gemeenten Dongen en Heusden aan de OMWB over de financiële positie van veel gemeenten vanaf 2026 is het logisch dat de OMWB een kritische benadering hanteert bij het opstellen van de begrotingen voor de komende jaren en na 2025 geen verhoging van de deelnemersbijdrage doorvoert. De stijging in de meerjarenraming is onduidelijk en de onderbouwing hiervoor ontbreekt, maar ook de noodzaak, de bestuurlijke keuzemogelijkheden en de gevolgen van keuzes; hier dient kritisch naar gekeken te worden. De huidige meerjarenbegroting van de gemeente Waalwijk vertoond als gevolg van Rijksbeleid tekorten. Vanwege deze grote financiële onzekerheden van de gemeentelijke begroting is het noodzakelijk om kritisch te kijken naar de uitgaven. Vanuit dit perspectief is het logisch om de OMWB te vragen om ook kritisch naar de uitgaven te kijken en terughoudend te zijn in het verhogen van de gemeentelijke bijdragen na 2025.

We verwachten dat de OMWB bij het opstellen van de begrotingen voor de komende jaren terughoudendheid betracht bij het verhogen van de gemeentelijke bijdragen en alleen de verhogingen doorvoert die wettelijk strikt noodzakelijk zijn. Aangezien de tekorten van de jaarlijkse begroting, zullen we met u in gesprek gaan over bezuinigingsmaatregelen. De gemeenteraad merkt op dat alle gemeenten momenteel te maken krijgen met financieel uitdagende tijden. Hierdoor moeten stevige keuzes gemaakt worden. Daar waar gemeenten moeten bezuinigen, vraagt onze gemeenteraad ook aan verbonden partijen om inzicht te geven in keuzemogelijkheden die er zijn om de bijdrage van de deelnemers te verlagen, en hierover in gesprek te gaan met de deelnemers (Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen). Gezien de toekomstige financiële onzekerheden van, onder andere, de gemeente Hilvarenbeek is het belangrijk dat er buiten de begroting om, geen financiële middelen worden gevraagd. Het is voor de gemeente Hilvarenbeek niet mogelijk om gedurende het jaar extra middelen beschikbaar te stellen, tenzij daar in de begroting expliciet dekking voor is. Provinciale Staten reageren instemmend op de ontwerpbegroting 2025 van de OMWB én spreken hun zorg uit over de kostenstijgingen in de ontwerpbegroting 2025.

Provinciale Staten verzoeken de OMWB om verdere maatregelen te treffen om kostenstijgingen te beperken en op die wijze tot een sluitende begroting te komen (Provincie Noord-Brabant). De raad van Oisterwijk verzoekt u nadrukkelijk (nog meer) in te zetten op slimmer werken, stroomlijnen van processen en gebruik van (nieuwe) technieken en daarmee de kosten verder te reduceren. Er wordt kritisch gekeken naar de uitvoering van het beleid en mogelijke bezuinigingsopties o.a. door het prioriteren van uitvoering (Drimmelen). Blijf kritisch op de stijging van de tarieven. De Omgevingsdienst moet over voldoende geld beschikken, maar ook niet meer dan nodig is (Breda). Reactie Dagelijks Bestuur: Wij volgen de ontwikkelingen rondom het Gemeentefonds nauwlettend en begrijpen de onzekerheid waarmee onze deelnemers te maken hebben. Momenteel worden diverse scenario's uitgewerkt. In het najaar worden deze uitwerkingen in oktober besproken met het Dagelijks Bestuur en in december met het Algemeen Bestuur.

2

De programmabegroting 2025 inclusief meerjarenraming 2026 - 2028 is op basis van de afspraken vastgelegd in de Financiële verordening opgesteld. Er zijn geen verdere (beleidsrijke) aanpassingen doorgevoerd in de meerjarenraming. Tenslotte merken we op dat vanaf 2020 meerdere maatregelen getroffen zijn om de stijging van kosten te beperken. Dit heeft in totaliteit reeds een dempend effect gehad van € 3.000.000.

2022 – 2024

Programma ‘Van Goed naar Beter’

2024

Neutrale verwerking van bijgestelde macro-economische indices (1e Begrotingswijziging 2024)

€ 900.000

2025

Diverse kostenreducties doorgevoerd om te komen tot een sluitende begroting (Begroting 2025)

€ 400.000

Totaal

€ 1.700.000

€ 3.000.000

Daarnaast heeft de dienst bij de resultaatbestemming jaarrekening van 2023 een groot gedeelte van het positieve resultaat aan de deelnemers teruggestort. En ook in de komende jaren zal de dienst actief gericht zijn op kostenbeheersing.

Tariefstijging en toename werkpakket 2025 De zienswijzen gericht op verduidelijking van de tariefstijging en toename van het werkpakket opgenomen in de Ontwerp programmabegroting 2025 worden hierna van reactie voorzien. Ontvangen zienswijzen In de berekende deelnemersbijdrage 2025 zijn volgens de gemeenten Roosendaal, Etten-Leur, Woensdrecht, Moerdijk, Rucphen, Drimmelen, Steenbergen, Bergen op Zoom, Halderberge, Oosterhout en Zundert bedragen doorberekend die gebaseerd zijn op de in de kaderbrief opgenomen

uitbreiding van 8,54 fte (pag. 26). De doorberekening vindt plaats op basis van een verdeelsleutel en niet op grond van feitelijke toezeggingen. De inhoud en omvang van het werkprogramma 2025, en dan met name de eventuele verhoging van budgetten, is op dit moment niet concreet. Het doorberekenen van deze structurele uitgaven naar deelnemers vinden wij in deze fase prematuur. Hierin zien wij een risico voor de dienst. Wij vragen u de uitbreiding van de hierboven genoemde formatieplaatsen alleen in te vullen wanneer de afname van deze uren structureel geborgd is in de werkprogramma’s van deelnemers. Wij vragen u hiertoe met ons in overleg te treden voorafgaand aan het definitief vaststellen van de begroting in het algemeen bestuur. De gemeente Tilburg verzoekt de toegevoegde fte’s in het werkproces te verdelen op basis van beoogde inhoudelijke afname per deelnemer in plaats van huidige omzet. De gemeente Heusden vraagt om toelichting bij de begroting hoe de 8,4% tariefstijging tot stand gekomen is en daarbij in het bijzonder de indexering. Ook moet kritisch gekeken worden of de volumegroei van ruim 7% realistisch is; hierbij wordt een onderbouwing gevraagd van de omzet én de bijbehorende onderliggende kosten, maar ook een toelichting op de noodzaak, de bestuurlijke keuzemogelijkheden en de gevolgen van keuzes.

Reactie Dagelijks Bestuur: De organisatie heeft gepoogd om (toekomstig) landelijk beleid en ontwikkelingen te vertalen in een toename van werk en daarmee fte's. In voorgaande jaren gebeurde 3

dit pas bij de totstandkoming van het werkprogramma. Het bedrag van het werkprogramma werd dan opgehoogd en het resultaat hiervan was dat deelnemers gedwongen waren met een begrotingswijziging naar de raad te gaan. In het Dagelijks Bestuur is besproken om deze extra gang naar de raad zoveel mogelijk te voorkomen. Bij de totstandkoming van de werkprogramma’s 2025 vindt in overleg met de deelnemers de daadwerkelijke verdeling plaats. Het opstellen van de werkprogramma’s is ook het moment om eventuele budgetten bij te stellen. In 2025 zal tijdens de reguliere P&C momenten verantwoording afgelegd worden over de uiteindelijke inzet. De ophoging van fte’s wordt in de gewijzigde programmabegroting 2025 gedempt door correcties voor de ‘Omzetting naar MBA’s en effecten van de Omgevingswet’. Zie ook de reactie in het gelijknamige thema verderop in deze reactienota. Voor een inhoudelijke toelichting op de tariefstijging van 8,4% verwijzen we naar bladzijde 9 van de Ontwerp programmabegroting 2025.

Structurele versus incidentele uitgaven Enkele zienswijzen gaan in op de dekking van structurele kosten met incidentele (SPUK) gelden. Deze zienwijzen en de bestuurlijke reactie daarop treft u hierna aan. Ontvangen zienswijzen De gemeenten Roosendaal, Etten-Leur, Woensdrecht, Moerdijk, Rucphen, Drimmelen, Steenbergen, Bergen op Zoom, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Gilze en Rijen, Halderberge, Oosterhout en Zundert geven aan dat de meerjarenbegroting 2024 bij nader inzien niet structureel sluitend is. Structurele uitgaven (personele uitbreiding) worden (gedeeltelijk) gedekt uit incidentele middelen (SPUKuitkeringen). Dit is niet overeenkomstig de financiële richtlijnen die deelnemers hebben gegeven. Dit heeft een effect op de begroting 2025 waar deze structurele uitgaven nu ook leiden tot een structurele ophoging van de deelnemersbijdrage. De begrotingswijziging 2024 waarin deze aanpassingen zijn doorgevoerd is niet voorgelegd aan de deelnemers waardoor wij er ook geen zienswijzen op in konden dienen. Wij vragen u in het vervolg alleen incidentele uitgaven te dekken uit incidentele middelen.

De gemeente Heusden verzoekt om transparant te maken dat de rente-inkomsten (2025: € 250.000) in de tweede begrotingswijziging 2024 zijn ingezet om structurele extra (personeels)kosten te kunnen opvangen in het Interbestuurlijke Programma om de robuustheid van omgevingsdiensten te vergroten; daarbij is het ook gewenst om opleidingskosten expliciet zichtbaar te maken. Reactie Dagelijks Bestuur: Vast personeel aannemen gedekt door incidentele gelden heeft nooit onze voorkeur. Echter in dit specifieke geval is het volgens de voorwaarden van de specifieke uitkering een absolute vereiste dat de medewerkers die uitvoering geven aan de betreffende werkzaamheden, een vast dienstverband krijgen. Over een eventueel niet gevolgde zienswijze procedure: de SPUK gelden zijn een extra dekkingsbron vanuit het rijk en leiden niet tot een verhoging van de deelnemersbijdrage, vandaar dat er geen zienswijzeprocedure is gevolgd. De opleidingskosten worden vanaf deze begroting apart inzichtelijk gemaakt.

Omzetting naar MBA’s en effecten Omgevingswet In de conceptbegroting 2025 zijn bij de bepaling van de deelnemersbijdragen abusievelijk een correctie voor het ‘omzetten van inrichtingen naar MBA’s’ en ‘effecten vanuit de Omgevingswet’ doorgevoerd. In de aanbiedingsbrief bij de conceptbegroting is hierover reeds melding gedaan van een nader te verrichten onderzoek. Ter ondersteuning hiervan hebben een aantal deelnemers hiervoor een zienswijze ingediend. 4

Ontvangen zienswijzen Op grond van de Omgevingswet zijn verzoektaken verplichte basistaken geworden. Bij de berekening van de deelnemersbijdrage voor de gemeenten Roosendaal, Etten-Leur, Woensdrecht, Moerdijk, Rucphen, Drimmelen, Steenbergen, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Gilze en Rijen, Oosterhout en Zundert is hiermee onvoldoende rekening gehouden waardoor een correctie moet plaatsvinden op de berekening van de bijdrage voor programma 2. Bedragen zijn nu dubbel in de berekening opgenomen. Wij vragen u hiertoe met ons in overleg te treden voorafgaand aan het definitief vaststellen van de begroting in het algemeen bestuur. De gemeente Breda ziet graag de resultaten van het onderzoek naar het effect over de omzetting van de MBA ’s en de verschuiving van P2 naar P1 tegemoet en wat het positieve effect daarvan is op het begrote bedrag specifiek voor de gemeente Breda. Door de positieve ontwikkelingen en voortgang van het project ‘omzetten van inrichting naar MBA’ kan voor de gemeente Heusden de deelnemersbijdrage voor 2025 en verder, met € 20.000 naar beneden worden bijgesteld. De financiële toevoeging voor de overgang van bedrijven van verzoektaken naar verplichte taken corrigeren daar waar dit bedrijven betreft die eerder al waren opgenomen in het Werkprogramma onder de verzoektaken (Tilburg). Reactie Dagelijks Bestuur: We erkennen dit punt.

In de aanbiedingsbrief bij de Ontwerp programmabegroting 2025 is hier reeds aandacht aan besteed. In de gewijzigde programmabegroting 2025 worden de resultaten van deze correctie ad. € 1.253.000 en de gevolgen voor de begrotingen voor de afzonderlijke deelnemers verwerkt.

Financiële verordening In 2023 is de Financiële verordening van de OMWB aangepast in overeenstemming met de Wet Gemeenschappelijke Regelingen en in afstemming met andere gemeenschappelijke regelingen binnen het werkgebied. Op de toepassing van de Financiële verordening, met name op het vlak van indexatie, hebben deelnemers zienswijzen ingediend. Ontvangen zienswijzen De gemeenten Roosendaal, Etten-Leur, Moerdijk, Rucphen, Drimmelen, Steenbergen, Bergen op Zoom, Halderberge, Oosterhout en Zundert stellen dat er onduidelijkheid is ontstaan over de uitleg van artikel 3 van de Financiële verordening OMWB 2023 (hierna: de verordening) en de toe te passen indexering in de afgelopen periode bij het aanpassen van het uurtarief 2024. Gevraagd wordt de omissie in de verordening te herstellen door duidelijker in de verordening vast te leggen hoe en op welke momenten het voorcalculatorisch tarief wordt berekend en herzien. Dit vraagt om een aanpassing van de verordening. Aanpalend wordt door de gemeenten Roosendaal, Etten-Leur, Moerdijk, Rucphen, Drimmelen, Steenbergen, Bergen op Zoom, Halderberge, Oosterhout en Zundert verzocht de Kaderbrief 2026 e.v. te agenderen voor het algemeen bestuur en de financiële verordening op dit onderdeel aan te passen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14592803/1