1 b&w Treasurystatuut 2023
Tekst van het document
Gemeenteraad Rucphen Postbus 9 4715 ZG RUCPHEN
Onze referentie:
Z23/065109-D23/1188487
Uw referentie: Behandelaar:
D. van Dijk
Telefoonnummer:
0165-349654
Rucphen, Onderwerp:
Treasurystatuut 2023
Geachte raad, Op 7 februari 2023 heeft ons college het 'Treasurystatuut Rucphen 2023'vastgesteld. Het treasurystatuut is een nadere uitwerking van artikel 14, Financieringsfunctie, uit de 'Financiële verordening Rucphen 2018'. Hierbij bieden wij u het 'Treasurystatuut 2023'ter kennisneming aan. Het statuut is vereenvoudigd en geactualiseerd In het 'Treasurystatuut Rucphen 2023'zijn zo veel mogelijk artikelen / bepalingen geschrapt die ook al wettelijk zijn vastgelegd. Daarbij is aansluiting gezocht bij de bepalingen uit de 'Financiële verordening Rucphen 2018'. Dit bevordert de leesbaarheid van het statuut. Dit statuut vervangt het Treasurystatuut 2017, vastgesteld op 22 augustus 2017 Beide documenten vindt u ter kennisneming terug in de bijlagen bij deze brief.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Rucphen, de sec ,etaris, de burgemeester,/
^ Marjolein van zier Meer Mohr
Sandor Michielse
Bijlage 1: Treasurystatuut Rucphen 2023 Bijlage 2: Treasurystatuut 2017 gemeente Rucphen
Binnentuin 1 Postbus 9 4715 ZG Rucphen T: 0165 34 95 00 F: 0165 34 13 75 Banknummer: 2850 07 319 IBAN: NL37BNGH0285007319 KvK-nr. 20164997 Gemeente Rucphen
Rucphen
Schijf
Sprundel
St. Willebrord
Zegge
gemeente©rucphen.ni www.rucphen.ni
Treasurystatuut Rucphen 2023 Intitulé Treasurystatuut Rucphen 2023 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen; Gelet op de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen; artikel 212 van de Gemeentewet, tweede lid, aanhef en onder c; artikel 14 uit de Financiële verordening Rucphen 2018; Besluit: Vast te stellen het navolgende 'Treasurystatuut Rucphen 2023',
Artikel 1: Doelstellingen van de treasuryfunctie 1. Het verkrijgen en handhaven van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele voorwaarden zodat te allen tijde in de behoefte aan financiële middelen kan worden voorzien; 2. Het beheersbaar houden van financiële risico's zoals renterisico's, koersrisico's, kredietrisico's, (interne) liquiditeitsrisico's en valutarisico's; 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden en binnen de bepalingen van dit treasurystatuut; 5. Het realiseren van de informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het treasurybeleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording daarvan.
Artikel 2. Randvoorwaarden treasurybeleid 1. Bij de uitvoering van de treasuryfunctie dienen de regels en bepalingen van het wettelijk kader en het Treasurystatuut 2023 in acht te worden genomen; 2. De treasuryfunctie wordt alleen uitgeoefend in het kader van de door de raad geformuleerde publieke taken in lijn met artikel 2, eerste lid van de Wet financiering decentrale overheden; 3. Het aantrekken van financieringen met het enkele doel de aangetrokken gelden tegen een hoger rendement uit te zetten is niet toegestaan, zoals bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden.
Artikel 3: Uitgangspunten risicobeheer Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut; 2. Er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden; 3. Het uitzetten van geldmiddelen in de vorm van deelnemingen in rechtspersonen, maatschappen en verenigingen, zoals opgenomen in artikel 160 van de Gemeentewet, is alleen toegestaan op basis van een besluit van het college. Voordat het college een definitief besluit neemt, moet de raad in de gelegenheid worden gesteld om wensen en bedenkingen te uiten; 4. De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico's door haar treasury-activiteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitsprognose (looptijd tot één jaar), alsmede een meerjarige liquiditeitsplanning die aansluit op het meerjaren investeringsprogramma. De op basis van bovenstaande gegevens berekende financieringsbehoefte maakt onderdeel uit van de paragraaf Financiering van de programmabegroting;
5.
Valutarisico's worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro's.
Artikel 4: Renterisicobeheer 1. 2. 3. 4.
Het renterisico op de netto vlottende schuld bedraagt maximaal de kasgeldlimiet, gemiddeld over een kwartaal, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet financiering decentrale overheden; Het renterisico op de vaste schuld bedraagt maximaal de renterisiconorm, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet financiering decentrale overheden; De raad van de gemeente Rucphen stelt jaarlijks in de programmabegroting een rentevisie vast gebaseerd op de rentevisie van de Bank Nederlandse Gemeenten; Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie, de liquiditeitsprognose en de rentevisie.
Artikel 5: Koersrisicobeheer 1.
2.
De gemeente beperkt de koersrisico's op uitzettingen uit hoofde van treasury door daarbij uitsluitend de volgende producten te hanteren: rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito's, obligaties en garantieproducten die tenminste 100% van de hoofdsom uitkeren; Tevens beperkt de gemeente de koersrisico's door de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitsplanning.
Artikel 6: Kredietrisicobeheer 1.
Het risico op uitzettingen conform artikel 2a tweede lid van de Wet financiering decentrale overheden wordt beperkt door slechts middelen uit te zetten bij financiële instellingen die: a. gevestigd zijn in Nederland die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door ten minste twee ratingbureaus; en; voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze ten minste over een A-rating beschikken, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus; Het eerste lid is niet van toepassing op uitzettingen tegen waardepapieren waarvoor een solvabiliteitsratio b.
2. 3.
van 0 procent geldt; Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden zoveel mogelijk zekerheden of garanties geëist.
Artikel 7: Leningen en garanties 1. 2.
3. 4. 5.
Het verstrekken van leningen of garanties is op basis van artikel 160 lid 1 onder e van de Gemeentewet voorbehouden aan het college van de gemeente Rucphen; Het college mag leningen of garanties uitsluitend uit hoofde van de publieke taak verstrekken aan derde partijen, tegen acceptabele voorwaarden, waarbij de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij vooraf gecontroleerd worden; Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden; Indien de gemeente met het verstrekken van een lening of garantie risico loopt, wordt een voorziening ten laste van de begroting gevormd ter grootte van dat risico; Voor nadere richtlijnen en voorwaarden voor de verstrekking van leningen en garanties wordt verwezen naar bijlage 2;
Artikel 8: Financiering Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de uitgangspunten: 1. Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; 2. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne liquiditeiten te gebruiken teneinde de renterisico's te minimaliseren en het renteresultaat te 3.
optimaliseren; Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse leningen;
2
4.
De gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen, waaronder de Bank Nederlandse Gemeenten, alvorens een financiering wordt aangetrokken. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd.
Artikel 9: Uitzetten overtollige middelen 1. Overtollige middelen mogen, met inachtneming van het tweede en derde lid van dit artikel en artikel 2 derde en vierde lid van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) uitsluitend worden aangehouden in 's Rijks schatkist; 2. Uitgezonderd van de verplichting om overtollige liquide middelen bij de schatkist onder te brengen zijn opgenomen in artikel 7 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden; 3. In afwijking van het eerste lid mogen overtollige liquide middelen in de vorm van leningen uitgezet worden bij andere decentrale overheden, met dien verstande dat de gemeente geen leningen mag verstrekken aan de toezichthoudende provincie.
Artikel 10: Langlopende uitzettingen Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar of langer gelden de volgende uitgangspunten: 1. Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 3, 4, 5, 6, 7 en 9 genoemde voorwaarden; 2. De gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen, waaronder de Bank Nederlandse Gemeenten, voordat een langlopende uitzetting wordt gedaan. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd.
Artikel 11: Relatiebeheer De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. nnarktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: 1. Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel 6; 2. Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht (Europese Economische Ruimte) te vallen, zoals De Nederlandse Bank en de Verzekeringskamer; 3. Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben verkregen.
Artikel 12: Geldstromenbeheer Voor het geldstromenbeheer gelden de volgende uitgangspunten: 1. De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij haar huisbankier; 2. Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd bij de huisbankier; 3. Uitgangspunt is dat de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) de huisbankier is. Indien de condities van de BNG niet meer marktconform zijn of de dienstverlening niet meer naar wens verloopt zal een offerteronde ten aanzien van het huisbankierschap uitgevoerd worden; 4. Contante geldstromen worden zoveel mogelijk beperkt.
Artikel 13: Saldo- en liquiditeitenbeheer Bij het aantrekken en uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode korter dan een jaar gelden voor het saldobeheer en het liquiditeitsbeheer de volgende specifieke richtlijnen: 1. De gemeente Rucphen heeft voor onbeperkte duur een rekening courant overeenkomst afgesloten bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Voor het saldo- en liquiditeitenbeheer maakt de gemeente Rucphen primair gebruik van deze overeenkomst; 2. Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt de kasgeldlimiet, conform artikel 4 lid 1, niet overschreden; 3. Toegestane financieringsinstrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen voor een periode kleiner of gelijk aan twaalf maanden zijn daggeldleningen en kasgeldleningen;
3
4.
5.
Toegestane financieringsinstrumenten bij het extern uitzetten van gelden voor een periode kleiner of gelijk aan twaalf maanden zijn daggeldleningen aan derden, deposito's, spaarrekeningen en krediet in rekening courant; De gemeente vraagt bij minimaal twee instellingen offertes op alvorens middelen worden uitgezet met een looptijd korter dan één jaar. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd.
Artikel 14: Administratieve organisatie en interne controle In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle: 1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasury-activiteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk 2. 3.
vastgelegd; Bevoegdheden kunnen verder gemandateerd worden. Dit mandaat wordt schriftelijk vastgelegd; Bij de uit te voeren treasury-activiteiten inclusief de gemandateerde activiteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: a. minimaal twee functionarissen autoriseren iedere transactie (het vier ogenprincipe); b. de uitvoering en controle gebeurt door afzonderlijke functionarissen; c. de uitvoering en registratie in de financiële administratie gebeurt door afzonderlijke functionarissen.
Artikel 15: Verantwoordelijkheden treasuryfunctie De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd. Functie Gemeenteraad
Verantwoordelijkheden • Het vaststellen van het treasurybeleid door middel van de financiële verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet; • Het stellen van kaders voor en het houden van toezicht op de uitvoering van het treasurybeleid aan de hand van de paragraaf Financiering in de programmabegroting en de programmaverantwoording als onderdeel van de planning en control cyclus.
College
• • •
Treasurer
• •
• • • • •
Het vaststellen van de beleidskaders en limieten voor de treasuryfunctie in een treasurystatuut (afgestemd op de financiële verordening); Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid); Het rapporteren aan de Gemeenteraad bij de planning en control cyclus over de uitvoering van het treasurybeleid in de financieringsparagraaf (o.a. kasgeldlimiet en renterisiconorm). Het uitvoeren van de aan hem/haar opgedragen treasury-activiteiten conform het treasurystatuut en de paragraaf Financiering; Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten moeten conform het treasurystatuut en de paragraaf Financiering in de begroting worden uitgevoerd; Het aantrekken en uitzetten van gelden voor het saldo- en liquiditeitsbeheer; Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen; Het schriftelijk vastleggen van de treasury-transacties, inclusief meerdere offertes; Het zorgdragen voor de liquiditeitenplanning; Het rapporteren en het afleggen van verantwoording aan het college over de uitvoering van het treasury-beheer.
Budgethouders en kredietbeheerders
•
Het zorg dragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen aan de afdeling Bedrijfsvoering met het oog op de liquiditeitsplanning.
Afdelingsmanager
•
Het uitvoeren van de aan hem of haar opgedragen treasury-activiteiten conform het treasurystatuut en de paragraaf Financiering.
•
Het uitvoeren van de aan hem of haar opgedragen treasury-activiteiten conform
Bedrijfsvoering Administrateur
4
•
het treasurystatuut en de paragraaf Financiering; Het autoriseren van betalingsvoorstellen.
Kassier
• • • •
Het beheren van de geldstromen; Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen; Het afhandelen van het betalingsverkeer; Het incasseren van openstaande vorderingen.
Financieel adviseurs
•
Het adviseren van de budgethouders en kredietbeheerders over de financiële gevolgen/geldstromen van hun activiteiten en projecten.
Financiële administratie
•
Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de financiële administratie.
Afdeling Concerncontrol
•
Het controleren van de volledigheid, betrouwbaarheid en de rechtmatigheid van
Accountant
•
treasury-activiteiten en hierover rapporteren aan betrokkenen. In het kader van haar reguliere controletaak adviseren over en controleren van treasury-aangelegenheden.
Artikel 16: Bevoegdheden De bevoegdheden, alsmede de daarbij behorende autorisatie, met betrekking tot treasury-activiteiten zijn opgenomen in onderstaande tabel. Activiteit
Uitvoering
Autorisatie
Het extern uitzetten van middelen via daggeldleningen aan derden, deposito's, spaarrekeningen en krediet in rekening courant;
Treasurer
Administrateur
Het aantrekken van middelen via daggeldleningen en kasgeldleningen;
Treasurer
Administrateur
Het voorbereiden en versturen van betalingsopdrachten.
Kassier
Administrateur
Kassier
Afdelingsmanager Bedrijfsvoering/ College
Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer tot één jaar
Bankrelatiebeheer Het openen, sluiten en wijzigen van uankrekeningen;
Het afspreken van bankcondities en tarieven.
_ Treasurer
College
Treasurer
College
Het aantrekken van middelen via onderhandse geldleningen;
Treasurer
College
Het uitzetten van langlopende middelen;
Treasurer
College
Het beleggen van middelen in garantieproducten;
Treasurer
College
Het aan- en verkopen van obligaties;
College
Gemeenteraad
Het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties
Treasurer
College
Risicobeheer Het afsluiten van derivatentransacties. Financiering en uitzetting (looptijd langer dan 1 jaar)
Artikel: 17 Informatievoorziening Om de uitvoering van het treasurybeleid en de daarbij behorende transparantie te optimaliseren moeten de betrokkenen de informatie juist en tijdig aanleveren. De beheersmatige informatievoorziening richten wij hiervoor in op basis van het navolgende schema. Omschrijving
Frequentie
Informatie verstrekker
Informatie ontvanger
Gegevens voor toekomstige uitgaven en ontvangsten voor de liquiditeitsplanning (korte- en lange termijn)
Jaarlijks ( tussentijds bij afwijkingen)
Kredietbeheerders / Budgethouders
Treasurer
(Meerjaren)liquiditeitsprognose
Programmabegroting Kadernota
Treasurer / College
Gemeenteraad
Opstellen van de paragraaf Financiering bij de programmabegroting
Programmabegroting
Treasurer / College
Gemeenteraad
5
Afwijkingen op treasury-activiteiten uit de paragraaf Financiering van de programmabegroting
Bestuursrapportages
Treasurer / College
Gemeenteraad
Verantwoording treasury-activiteiten in paragraaf Financiering van de programmarekening
Programmarekening
Treasurer / College
Gemeenteraad
Rapportage debiteurenpositie en invorderingsbeleid
Bestuursrapportages Programmarekening
Kassier / Treasurer / College
Gemeenteraad
Informatie voor derden (IV3) volgend uit de treasury
Per kwartaal
Financieel Adviseur
CBS
Artikel 18: Inwerkingtreding 1. 2. 3.
Dit treasurystatuut treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang is 1 januari 2023; Het 'Treasurystatuut 2017 gemeente Rucphen', vastgesteld bij collegebesluit van 22 augustus 2017, wordt ingetrokken per 1 januari 2023.
Artikel 19: Citeertitel Dit treasurystatuut wordt aangehaald als 'Treasurystatuut Rucphen 2023'.
Besloten in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 7 februari 2023 de burgemeester, ,
mr. Ivi. van der Esti-eer Ivlohr
6
Bijlage 1 Begrippenlijst Administrateur
Door het college aangewezen medewerker van de afdeling Bedrijfsvoering die de finale handtekening zet bij de betalingsopdrachten.
Derivaten
Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico's te sturen en financieringskosten te minimaliseren.
Fido (Wet)
Wet Financiering decentrale overheden.
Financiering
Activiteiten die gericht zijn op het beheren van de liquiditeitsposities voor een termijn vanaf één jaar en het voorzien in de benodigde liquiditeiten voor de realisatie van voorgenomen investeringen en activiteiten alsmede het onderhouden van relatie met financiële instellingen.
Garantie
Borgstelling waarbij de gemeente zich tegenover een geldverstrekker verbindt één of meerdere vorderingen van een geldverstrekker op een debiteur te voldoen indien de debiteur niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoet.
Garantieproduct
Beleggingsproducten waarbij de uitgevende (financiële) instelling garandeert dat op de afloopdatum de hoofdsom wordt uitgekeerd.
Geldstromenbeheer
Omvat al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten over te boeken zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).
Kasbeheer
Beheer van de geldstromen en daaruit voortvloeiende saldi en liquiditeitsposities tot één jaar.
Kasgeldlening
Opname of uitzetting van geldmiddelen voor korte termijn (tot 12 maanden).
Kasgeldlimiet
Maximum van de kortlopende financieringspositie op basis van de Wet Fido (Dit wordt berekend aan de hand van een wettelijk vastgesteld percentage van het begrotingstotaal aan het begin van het jaar).
Kassier
Door het college aangewezen medewerkers van de afdeling Bedrijfsvoering die verantwoordelijk zijn voor het dagelijkse beheer van tegoeden van de gemeente en het genereren van betalingsvoorstellen.
Koersrisicobeheer
Beheersen van de risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij. Beheersen van de risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve
• Kredietrisicobeheer
koersontwikkelingen. Liquiditeitenbeheer
Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.
Liquiditeitsbehoefte
De behoefte aan geldmiddelen.
Liquiditeitenplanning
Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven.
Liquiditeitsprognose
Een meerjarige prognose van in- en uitgaande geldstromen, voortvloeiende uit de gemeentelijke investeringen, verstrekking van leningen aan derden en de financiering daarvan en de belegging van overtollige middelen.
(intern) Liquiditeitsrisicobeheer
Beheersen van de risico's van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en nneerjaren investeringsplanning waardoor als gevolg daarvan de financieringskosten hoger kunnen uitvallen. Leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de
Onderhandse geldlening
geld gevende partij worden vastgesteld. Publieke taak
De Wet Fido geeft aan het begrip publieke taak een beperkte invulling. Bankachtige activiteiten worden hiertoe niet gerekend en zijn verboden. Overigens is het de raad van de gemeente Rucphen die het kader van de publieke taak, binnen de normen van de Wet Fido, bepaalt.
Rating
Classificatie van de kredietwaardigheid van een persoon of bedrijf.
Rekening-courant
Lopende rekening bij een bank.
Relatiebeheer
Het onderhouden van de relaties met financiële instellingen.
7
Renterisicobeheer
Beheersen van de risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid dat in de toekomst de rentelasten van het vreemd vermogen hoger respectievelijk dat de renteopbrengsten van activa lager zullen zijn dan een bestuurlijk wenselijk geacht niveau, c.q. het in de meerjarenraming en begroting geraamde niveau.
Renterisiconorm
Maximumbedrag conform de Wet Fido waarover in enig jaar renterisico mag worden gelopen als gevolg van aflossing en renteherziening gebaseerd op een wettelijke vastgesteld percentage van het totaal van de vaste schuld bij
Rentevisie
Toekomstverwachting over de renteontwikkeling.
Risicobeheer
Alle activiteiten die zich richten op het beheersen van financiële risico's te weten: renterisico's, kredietrisico's, koersrisico's, (interne) liquiditeitsrisico's en valutarisico's.
Saldobeheer
Beheer van de dagelijkse saldi.
Schatkistbankieren
Schatkistbankieren is bedoeld voor instellingen die een wettelijke of publieke taak uitvoeren en hiervoor gelden van het Rijk ontvangen. Dit houdt in dat zij de publieke gelden aanhouden bij het ministerie van Financiën. Publiek geld verlaat de schatkist niet eerder dan noodzakelijk is
aanvang van het jaar.
voor de uitvoering van die publieke taak. Solvabiliteit
De mate waarin de organisatie op lange termijn aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen.
Solvabiliteitsratio van 0%
Status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER, lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend.
Treasurer
Aangewezen medewerker van de afdeling Bedrijfsvoering die zorg draagt voor de uitvoering van alle treasury-activiteiten.
Treasurybeheer
Beleidsuitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het treasurystatuut. De beleidsuitvoering vindt zijn weerslag in specifieke beleidsplannen zoals financierings- en liquiditeitsplanning of het
Treasurybeleid
Uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie.
Treasuryfunctie
Alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over, en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarde, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's.
Valutarisicobeheer
Beheersen van risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment.
incassobeleid.
Uitzetting
Beheren van het eigen vermogen en andere financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Uitzettingen kunnen intern en extern plaatsvinden. Externe uitzettingen kunnen bestaan uit het uitzetten van financieringsmiddelen bij financiële instellingen en andere externe partijen. Het uitzetten van financiële middelen voor een periode tot één jaar behoort tot het liquiditeitenbeheer
Vaste schuld
Gezamenlijk bedrag van de schuld uit hoofde van geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer, en de voor een termijn van één jaar of langer ontvangen waarborgsommen.
Vlottende schuld
het gezamenlijk bedrag van: de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van korter dan één jaar, de schuld in rekeningcourant, de voor een termijn van korter dan één jaar ter bewaring in de kas gestorte gelden van derden, en overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van de vaste schuld; verminderd met het gezamenlijk bedrag van de contante gelden in kas, de tegoeden in rekening-courant, en de overige uitstaande gelden met een rente typische looptijd van korter dan één jaar.
8
Bijlage 2 Voorwaarden voor leningen en garanties Wanneer de gemeente aanvragen ontvangt om een geldlening te verstrekken of een gemeentegarantie af te geven moet hierover een besluit worden genomen. Om deze afweging te kunnen maken is het van belang dat er beleidsregels zijn waaraan het verzoek getoetst kan worden. Hieronder leest u deze beleidsregels: Algemene voorwaarden • Het verstrekken van leningen of garanties is op basis van artikel 160 lid 1 onder e van de Gemeentewet voorbehouden aan het college van de gemeente Rucphen; • Het college mag leningen of garanties uitsluitend uit hoofde van de publieke taak verstrekken aan derde partijen, tegen acceptabele voorwaarden, waarbij de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij vooraf gecontroleerd worden; • Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden; • Indien de gemeente met het verstrekken van een lening of garantie risico loopt, wordt een voorziening ten laste van de begroting gevormd ter grootte van dat risico; Voorwaarden voor de geldnemer en het verzoek tot lening of garantie • Een verzoek tot lening of garantie dient gemotiveerd ingediend te worden gericht aan het college van burgemeester en wethouders; • Het doel van de lening of garantie moet passen binnen de regelgeving en het
gemeentelijke beleid uit hoofde van de publieke taak en moet in overwegende mate ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Rucphen; • De exploitatie van de geldnemer moet de jaarlijkse kapitaallasten kunnen dragen; • De lening moet worden bestemd voor het doel waarvoor deze is aangegaan; • De geldnemer verbindt zich al die maatregelen te nemen welke het college nuttig en nodig acht ter waarborging van de financiële belangen van de gemeente; • Er kunnen aanvullende zekerheden worden gevraagd. Bij onroerende zaak kan dat het recht van hypotheek of recht van opstal zijn. Bij een roerende zaak kan dat het recht van pand zijn. • Het onroerend goed moet voldoende, d.w.z. tegen herbouw-/vervangingswaarde, verzekerd zijn. • Het college kan vooraf eisen stellen ten aanzien van de administratie en de controle daarop; • Het college kan vooraf voorwaarden stellen ten aanzien van de kredietverstrekker; • Het college dient direct te worden geïnformeerd indien substantiële financiële tegenvallers in de exploitatie dreigen op te treden. • Indien de gemeente als borg wordt aangesproken voor de betaling van rente en aflossing van de geborgde lening, blijft deze betaling als schuld op de geldnemer rusten, vermeerderd met de op het moment van aanspraak geldende rente.
• Zonder toestemming van het college is de geldnemer niet toegestaan nieuwe geldleningen, rekening courantovereenkomsten of borgtochten aan te gaan dan wel gelden uit te lenen. • Zonder voorafgaande toestemming van het college is het de geldnemer niet toegestaan onroerende zaken te vervreemden, te bezwaren dan wel te veranderen van bestemming. Voorwaarden voor het aangaan van een rekening-courantovereenkomst 1. Garanties voor het aangaan van een rekening-courantovereenkomst voor in de gemeente Rucphen werkzame instellingen teneinde over voldoende werkkrediet te beschikken dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a. De instelling ontvangt van de gemeente Rucphen een exploitatiesubsidie; b. Het te garanderen krediet in rekening-courant mag niet meer bedragen dan 25 procent van het geraamde subsidiebedrag in het jaar waarop de rekening-courantovereenkomst betrekking heeft. Indien het geraamde subsidiebedrag nog niet bekend is wordt uitgegaan van 25 procent van het subsidiebedrag van voorafgaand jaar; c. Een garantiebesluit heeft een geldigheidsduur van maximaal 1 jaar en zal nimmer het kalenderjaar overschrijden. In het besluit tot garantieverlening dient de bepaling opgenomen te worden dat de garantieverlening eindigt indien en op het moment dat de geldnemer de activiteit(en) waarvoor de garantie is verstrekt, beëindigt.
Indien de instelling na afloop van het kalenderjaar wederom voor gemeentegarantie in aanmerking wenst te komen, moet opnieuw een verzoek daartoe worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders.
9
Weigeringsgronden Leningen en garanties worden niet verstrekt aan: • Instellingen waarvoor een waarborgfonds bestaat, tenzij het doel niet te realiseren is zonder gemeentelijke borgtocht. Indien het waarborgfonds voor een borgstelling de voorwaarde heeft dat de gemeente eveneens borg staat voor (een deel van) een lening dan gelden hiervoor de eerder genoemde voorwaarden. Voor de beoordeling zal gebruik gemaakt worden van de expertise van het betreffende waarborgfonds; • Instellingen welke louter een garantie vragen op basis van rentabiliteitsafwegingen (goedkoper lenen en risico afschuiven op gemeente); • Instellingen welke over voldoende alternatieven beschikken om in de financiering te kunnen voorzien, •
bijvoorbeeld het eigen vermogen; Instellingen waarvan de lening dusdanig hoog is dat de hieraan verbonden risico's in alle redelijkheid voor de gemeente niet meer verantwoord zijn;
Voorwaarden voor de geldgever •
• • •
De geldgever is verplicht zijn bestaande of toekomstige zekerheden eerst uit te winnen, alvorens de gemeente aan te spreken. Ten behoeve van een eventuele toekomstige regresvordering zal de gemeente in de rechten van de geldgever tegen de schuldenaar treden. De gemeente wordt van rechtswege bevrijd van alle uit de borgtocht voortvloeiende verplichtingen, wanneer de geldgever een of meer van die zekerheden geheel of gedeeltelijk prijsgeeft, tenzij en voor zover het college hiervoor vooraf schriftelijke toestemming verleent aan de geldgever. De geldgever dient erop toe te zien, dat, indien het object waarvoor de financiering is aangetrokken wordt vervreemd, de betreffende geldlening wordt afgelost en de garantie daardoor komt te vervallen. De geldgever dient aan de gemeente jaarlijks een opgave te verstrekken van het schuldrestant van de lening. Bij ingebrekestelling van de schuldenaar dient de schuldeiser hiervan tegelijkertijd aan het college mededeling te doen. De geldgever zal de faciliteiten betreffende de geldlening niet verhogen zonder dat het college vooraf schriftelijk toestemming heeft verleend.
10
Treasurystatuut 2017 van de gemeente Rucphen
INHOUD Inleiding
3
Hoofdstuk 1
Begrippenkader en doelstellingen
Artikel 1
Begrippenkader
4
Artikel 2
Algemene doelstellingen van de treasuryfunctie
5
Hoofdstuk 2
Risicobeheer
5
Artikel 3
Algemene uitgangspunten treasuryfunctie en risicobeheer
5
Artikel 4
Renterisicobeheer
5
Artikel 5
Koersrisicobeheer
6
Artikel 6
Kredietrisicobeheer
6
Artikel 7
Intern liquiditeitsbeheer
6
Artikel 8
Valutarisicobeheer
6
Hoofdstuk 3
Gemeentefinanciering
6
Artikel 9
Aantrekken van lang vermogen
6
Artikel 10a
Uitzetten overtollige middelen
6
Artikel 10b
Langlopende uitzettingen
7
Artikel 11
Leningen en garanties
7
Artikel 12
Relatiebeheer
7
Hoofdstuk 4
Kasbeheer
8
Artikel 13
Geldstromenbeheer
8
Artikel 14
Saldo- en liquiditeitenbeheer
8
Hoofdstuk 5
Administratieve organisatie en interne controle
8
Artikel 15
Administratieve organisatie en interne controle
8
Artikel 16
Verantwoordelijkheden treasuryfunctie
9
Artikel 17
Bevoegdheden
10
Hoofdstuk 6
Informatievoorziening
10
Artikel 18
Informatievoorziening
10
Hoofdstuk 7
Inwerkingtreding en citeertitel
11
Artikel 19
Inwerkingtreding en slotbepaling
11
Hoofdstuk 8
Besluitvorming
Artikel 20
Besluitvorming
4
Bijlagen
12
Bijlage 1
Wettelijk kader
12
Bijlage 2
Credit ratings
12
Bijlage 3
Begrippenlijst
13
Bijlage 4
Voorwaarden voor borgstellingen
15
2
Inleiding Het treasurystatuut is een nadere uitwerking van artikel 14 Financieringsfunctie uit de "Financiële verordening Rucphen 2017". Op basis van artikel 14, lid 4 dient het college regels op te stellen ter uitvoering van de taken en bevoegdheden en de bijbehorende informatievoorziening omtrent de financieringsfunctie. In het treasurystatuut wordt een nadere uitwerking gegeven aan de uitvoering van de financieringsfunctie. Het treasurystatuut is één van de twee treasury-instrumenten welke binnen onze gemeente worden gehanteerd. Het andere instrument is de paragraaf 'Financiering', conform de voorschriften van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV: art. 9 en art. 26), opgenomen in de programmabegroting en in de programmarekening. De paragraaf 'Financiering'geeft de uitvoering in of over het begrotingsjaar aan van het beleid dat in het treasurystatuut is vastgelegd. Sinds de laatste vaststelling van het treasurystatuut in 2012 zijn er ontwikkelingen geweest die een update noodzakelijk maken. De belangrijkste ontwikkeling is de invoering van het schatkistbankieren per 15 december 2013. De bepalingen omtrent het verplicht schatkistbankieren zijn opgenomen in de Wet Financiering decentrale overheden (Fido).
De Wet Fido regelt daardoor de hoofdlijnen van het verplicht schatkistbankieren: de verplichting om overtollige middelen in de schatkist aan te houden en de mogelijkheid om overtollige middelen onderling uit te lenen. In het 'Treasurystatuut 2017'zijn de ontwikkeling met betrekking tot het schatkistbankieren nu ook vastgelegd. Daarnaast is gehele document geactualiseerd en geredigeerd om de leesbaarheid te bevorderen. In het 'Treasurystatuut 2017'worden allereerst het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie geformuleerd. Deze worden vervolgens geconcretiseerd voor de verschillende deelgebieden van treasury: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer. Daarna komen de administratieve organisatie en interne controle aan de orde. Daarbij ligt het accent op de helderheid omtrent de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Tot slot worden in het statuut de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te maken en te houden. Omdat er in het treasurystatuut veel begrippen gebruikt worden uit de financiële wereld, is een bijlage opgenomen met de meest gebruikte begrippen en een korte omschrijving daarvan.
3
Hoofdstuk 1
Begrippenkader en doelstellingen
ARTIKEL 1 Begrippenkader 1.
Algemene begrippen treasuryfunctie: a.
De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarde, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's;
b.
Het treasurybeleid bestaat uit de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie. Het beleid leggen wij vast in een treasurystatuut;
c.
Het treasurybeheer is de (beleids-)uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het treasurystatuut. De beleidsuitvoering vindt zijn weerslag in specifieke beleidsplannen zoals financierings- en liquiditeitsplanning of het incassobeleid. Deze en de realisaties daarvan komen aan de orde in de financieringsparagraaf van achtereenvolgens de programmabegroting en de programmarekening.
2.
De treasuryfunctie bestaat uit drie treasurydeelfuncties: Risicobeheer omvat alle activiteiten die zich richten op het beheersen van financiële risico's te weten
a.
renterisico's, kredietrisico's, koersrisico's, intern liquiditeitsrisico's en valutarisico's. •
renterisicobeheer is het beheersen van de risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid dat in de toekomst de rentelasten van het vreemd vermogen hoger respectievelijk dat de renteopbrengsten van activa lager zullen zijn dan een bestuurlijk wenselijk geacht niveau, c.q. het in de meerjarenraming en begroting geraamde niveau;
•
koersrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van de risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij;
•
kredietrisicobeheer is het beheersen van de risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;
•
intern liquiditeitsrisicobeheer is het beheersen van de risico's van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor als gevolg daarvan de financieringskosten hoger kunnen uitvallen;
•
valutarisicobeheer is het beheersen van risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment. (Dit is alleen aan de orde indien de gemeente transacties afsluit in niet-Euro-valuta). Gemeentefinanciering (corporate finance) omvat de activiteiten die gericht zijn op het beheren
b.
van de liquiditeitsposities voor een termijn vanaf één jaar en het voorzien in de benodigde liquiditeiten (minimaal 1 jaar) voor de realisatie van voorgenomen investeringen en activiteiten alsmede het onderhouden van relatie met financiële instellingen. •
financiering omvat het aantrekken van de benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. Het aantrekken van financiële middelen voor een periode tot één jaar behoort tot het liquiditeitenbeheer;
•
uitzetting omvat het beheren van het eigen vermogen en andere financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Uitzettingen kunnen intern en extern plaatsvinden. Externe uitzettingen kunnen bestaan uit het uitzetten van financieringsmiddelen bij financiële instellingen en andere externe partijen. Het uitzetten van financiële middelen voor een periode tot één jaar behoort tot het liquiditeitenbeheer;
•
relatiebeheer omvat het onderhouden van de relaties met financiële instellingen.
4
c.
Kasbeheer omvat het beheer van de geldstromen en daaruit voortvloeiende saldi en liquiditeitsposities tot één jaar. •
geldstromenbeheer omvat al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten over te boeken zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);
•
saldobeheer omvat het beheer van de dagelijkse saldi;
•
liquiditeitenbeheer is het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;
ARTIKEL 2 Algemene doelstellingen van de treasuryfunctie De treasuryfunctie van de gemeente Rucphen dient tot: 1
Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
2.
Het beschermen van de gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risi-
3.
Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen
4.
Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en
5.
Het realiseren van de informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het treasurybeleid, de
co's zoals renterisico's, koersrisico's, kredietrisico's, (interne) liquiditeitsrisico's en valutarisico's; en financiële posities; richtlijnen van het treasurystatuut; uitvoering van het beleid en de verantwoording daarvan.
Hoofdstuk 2
Risicobeheer
ARTIKEL 3 Algemene uitgangspunten treasuryfunctie en risicobeheer Met betrekking tot de treasuryfunctie en het risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1.
Het college van de gemeente Rucphen mag rekening courantverstrekkingen of garanties uitsluitend uit hoofde van de "publieke taak" verstrekken aan derde partijen, tegen acceptabele voorwaarden, waarbij de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij vooraf gecontroleerd worden;
2.
De gemeente Rucphen kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut;
3.
Het uitzetten van geldmiddelen in de vorm van aandelen is verboden;
4.
1-let gebruik van derivaten is toegestaan, maar uitsluitend ter beperking van financiële risico's. Dit houdt in dat geen open posities worden ingenomen. Alvorens de derivatentransactie wordt afgesloten, wint de ambtelijke organisatie het advies in bij een externe ter zake kundige adviseur;
5.
Het uitzetten van geldmiddelen in de vorm van deelnemingen in rechtspersonen, maatschappen en verenigingen, zoals opgenomen in artikel 160 van de Gemeentewet, is alleen toegestaan op basis van een besluit van het college dat de vereiste goedkeuring heeft van de provincie. Voordat het college een definitief besluit neemt, moet de raad in de gelegenheid worden gesteld om wensen en bedenkingen te uiten;
6.
Het uitzetten van geldmiddelen in de vorm van obligaties is onder voorwaarden toegestaan; Uitgangspunt moet zijn een belegging in staatsobligaties of bij instellingen die voldoen aan de eisen die worden gesteld in de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) zoals ministerieel vastgelegd op grond van artikel 2, lid 2, van de Wet Fido.
ARTIKEL 4 Renterisicobeheer De gemeente Rucphen voert het renterisicobeheer als volgt uit: 1.
De raad van de gemeente Rucphen stelt jaarlijks in de programmabegroting een rentevisie vast. Deze
2.
Het te voeren en gevoerde beleid met betrekking tot het renterisicobeheer wordt toegelicht in de financie-
rentevisie is gebaseerd op de rentevisie van de Bank Nederlandse Gemeenten; ringsparagraaf van de programmabegroting, de programmaverantwoording en indien relevant de bestuursrapportages; 3.
Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de financiële positie van de gemeente Rucphen en de
4.
Het renterisico op de korte schuld (netto vlottende schuld) bedraagt maximaal de kasgeldlimiet, zoals be-
opgestelde liquiditeitsprognose; doeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet financiering decentrale overheden; 5.
Het renterisico op de lange schuld (vaste schuld) bedraagt maximaal de renterisiconorm, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet financiering decentrale overheden.
5
ARTIKEL 5 Koersrisicobeheer 1.
De gemeente Rucphen beperkt de koersrisico's op uitzettingen uit hoofde van treasury door daarbij uitsluitend de volgende producten te hanteren: rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito's, obligaties, medium term notes (MTN) en garantieproducten die tenminste 100% van de hoofdsom uitkeren;
2.
Tevens beperkt de gemeente Rucphen de koersrisico's door conform artikel 7 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitsplanning.
ARTIKEL 6 Kredietrisicobeheer 1.
Het risico op uitzettingen conform artikel 2a tweede lid van de Wet financiering decentrale overheden wordt beperkt door slechts middelen uit te zetten bij financiële instellingen die: a.
gevestigd zijn in Nederland met ten minste een AA-rating opgesteld door ten minste twee ratingsbureaus; en
b.
voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze ten minste over een A-rating beschikken, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus;
2.
Lid 1 is niet van toepassing op uitzettingen tegen waardepapieren waarvoor een solvabiliteitsratio van 0
3.
Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden, indien mogelijk, zekerheden of
procent geldt. garanties geëist. ARTIKEL 7 Intern liquiditeitsrisicobeheer De gemeente Rucphen beperkt haar interne liquiditeitsrisico's door haar treasury-activiteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitsprognose (looptijd tot één jaar) en het meerjarige investeringsprogramma. De op basis van bovenstaande gegevens berekende financieringsbehoefte maakt onderdeel uit van de financieringsparagraaf van de programmabegroting. ARTIKEL 8 Valutarisicobeheer Valutarisico's worden in de gemeente Rucphen uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro's.
Hoofdstuk 3
Gemeentefinanciering
ARTIKEL 9 Aantrekken van lang vermogen Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de uitgangspunten: 1.
Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak bin-
2.
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn: vaste geldleningen, obligaties en
3.
Het aantrekken van financieringen met het oogmerk deze winstgevend weg te zetten is niet toegestaan;
4.
De treasurer vraagt offertes op bij minimaal twee financiële instellingen, waaronder de Bank Nederlandse
nen de voorwaarden en limieten zoals aangegeven in de financieringsparagraaf van de begroting; medium term notes (MTN);
Gemeenten, voordat een financiering wordt aangetrokken. Deze offertes worden schriftelijk vastgelegd; 5.
Voordat de treasurer besluit tot het aantrekken van middelen toetst de afdelingsmanager middelen het voorgenomen besluit;
6.
Het aantrekken van middelen op lange termijn is voorbehouden aan het college;
7.
Afwijkingen van bovenstaande punten dienen door het college te worden goedgekeurd.
ARTIKEL 10a Uitzetten overtollige middelen 1.
Overtollige middelen mogen, met inachtneming van het tweede en derde lid van dit artikel en artikel 2 derde en vierde lid van de Wet financiering decentrale overheden uitsluitend worden aangehouden in 's Rijks schatkist;
2.
Uitgezonderd van de verplichting om in 's Rijks schatkist te worden aangehouden, zijn: a. middelen voor zover deze, gerekend over een kwartaal gemiddeld het drempelbedrag niet te boven gaan, zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden; b. middelen op een G-rekening als bedoeld in artikel 1, onder k, van de Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004;
3.
In afwijking van het eerste lid mogen overtollige liquide middelen in de vorm van leningen uitgezet worden bij andere decentrale overheden, met dien verstande dat de gemeente geen leningen mag verstrekken aan de toezichthoudende provincie.
6
ARTIKEL 10b Langlopende uitzettingen Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar of langer gelden de volgende uitgangspunten: 1.
Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5, 6, 8 en 10a genoemde voorwaarden;
2.
De treasurer vraagt offertes op bij minimaal twee financiële instellingen, waaronder de Bank Nederlandse Gemeenten, voordat een langlopende uitzetting wordt gedaan. Deze offertes worden schriftelijk vastgelegd,
3.
Het uitzetten van middelen op lange termijn is met uitzondering van de aan- en verkoop van obligaties voorbehouden aan de treasurer;
4.
Voordat de treasurer besluit tot het uitzetten van middelen toetst de afdelingsmanager middelen het voor-
5.
De aan- en verkoop van obligaties is voorbehouden aan de raad van de gemeente Rucphen;
6.
In de programmarekening legt het college finale verantwoording af over de uitvoering van het uitzettings-
genomen besluit;
beleid. ARTIKEL 11 Leningen en garanties Voor te verstrekken leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak gelden de volgende specifieke uitgangspunten en richtlijnen: 1.
Het verstrekken van garanties is op basis van artikel 160 lid 1 onder e van de Gemeentewet voorbehouden
2.
Leningen en garanties worden niet verstrekt aan:
aan het college van de gemeente Rucphen; a.
instellingen waarvoor een waarborgfonds bestaat, tenzij het doel niet te realiseren is zonder gemeen-
b.
instellingen welke louter een garantie vragen op basis van rentabiliteitsafwegingen (goedkoper lenen
c.
instellingen welke over voldoende alternatieven beschikken om in de financiering te kunnen voorzien,
tegarantie; en risico afschuiven op gemeente); bijvoorbeeld het eigen vermogen; d.
instellingen waarvan de lening dusdanig hoog is dat de hieraan verbonden risico's in alle redelijkheid voor de gemeente niet meer verantwoord zijn;
3.
Garanties voor het aangaan van een rekening-courantovereenkomst voor in de gemeente Rucphen werkzame instellingen teneinde over voldoende werkkrediet te beschikken dienen aan de volgende bepalingen te voldoen: a.
De instelling ontvangt van de gemeente Rucphen een exploitatiesubsidie;
b.
Het te garanderen krediet in rekening-courant mag niet meer bedragen dan 25 procent van het geraamde subsidiebedrag in het jaar waarop de rekening-courantovereenkomst betrekking heeft. Indien het geraamde subsidiebedrag nog niet bekend is wordt uitgegaan van 25 procent van het subsidiebedrag van voorafgaand jaar;
c.
Een garantiebesluit heeft een geldigheidsduur van maximaal 1 jaar en zal nimmer het kalenderjaar overschrijden. In het besluit tot garantieverlening dient de bepaling opgenomen te worden dat de garantieverlening eindigt indien en op het moment dat de geldnemer de activiteit(en) waarvoor de garantie is verstrekt, beëindigt. Indien de instelling na afloop van het kalenderjaar wederom voor gemeentegarantie in aanmerking wenst te komen, moet opnieuw een verzoek daartoe worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders.
ARTIKEL 12 Relatiebeheer De gemeente Rucphen beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervobr gelden de volgende uitgangspunten: 1.
Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld
2.
Financiële instellingen (banken, kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzeke-
in artikel 6; raars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands toezicht te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer; 3.
Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben verkregen.
7
Hoofdstuk 4
Kasbeheer
ARTIKEL 13 Geldstromenbeheer Voor het geldstromenbeheer gelden de volgende uitgangspunten: 1.
De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is de huisbankier. Indien de condities van de BNG niet meer marktconform zijn of de dienstverlening niet meer naar wens verloopt zal een offerteronde ten aanzien van het huisbankierschap uitgevoerd worden;
2.
Het betalingsverkeer van de gemeente Rucphen wordt zoveel mogelijk ondergebracht bij de huisbankier;
3.
Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd bij de huisbankier;
4.
Bij maximaal 2 bankinstellingen worden rekeningen in rekening courant geopend, waaronder de huisbankier;
5.
Contante geldstromen worden zoveel mogelijk beperkt;
6.
Het openen en opheffen van bankrekeningen is een bevoegdheid van het college.
ARTIKEL 14 Saldo- en liquiditeitenbeheer Voor het saldo- en liquiditeitenbeheer gelden de volgende uitgangspunten: 1.
De gemeente Rucphen heeft voor onbeperkte duur een rekening courant overeenkomst afgesloten bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Voor het saldo- en liquiditeitenbeheer maakt de gemeente Rucphen primair gebruik van deze overeenkomst;
2.
Op het aantrekken van vermogen anders dan gebruik makende van de rekening courant overeenkomst met de Bank Nederlandse Gemeenten, voor een periode groter of gelijk aan twaalf maanden, zijn de bepalingen van artikel 9 van toepassing;
3.
Op het uitzetten van vermogen anders dan gebruik makende van de rekening courant overeenkomst met de Bank Nederlandse Gemeenten, voor een periode groter of gelijk aan twaalf maanden, zijn de bepalingen en limieten van artikel 10b van toepassing;
4.
Toegestane financieringsinstrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen voor een periode kleiner of gelijk aan twaalf maanden zijn:
5.
a.
daggeld;
b.
kasgeldleningen.
Toegestane financieringsinstrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode kleiner of gelijk aan twaalf maanden zijn: a.
6.
rekening-courant;
b.
daggeld;
c.
spaarrekeningen;
d.
deposito's
Voor het aangaan van een transactie worden minimaal twee offertes gevraagd bij verschillende partijen, waaronder de Bank Nederlandse Gemeenten;
7.
Als gevolg van de met de Bank Nederlandse Gemeenten overeenkomst tot financiële dienstverlening dienen heeft de huisbankier een voorkeurspositie bij gelijke aanbiedingen;
8.
Periodiek rapporteert de treasurer in de bestuursrapportages over het saldo- en liquiditeitenbeheer;
9.
Jaarlijks rapporteert het college in de financieringsparagraaf van de programmaverantwoording over het saldo- en liquiditeitenbeheer.
Hoofdstuk 5
Administratieve organisatie en interne controle
ARTIKEL 15 Administratieve organisatie en interne controle In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle: 1.
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasury-activiteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk
2.
Bevoegdheden kunnen verder gemandateerd worden. Dit mandaat wordt schriftelijk vastgelegd;
3.
Bij de uit te voeren treasury-activiteiten inclusief de gemandateerde activiteiten is functiescheiding doorge-
vastgelegd;
voerd met als belangrijkste voorwaarden: a.
minimaal twee functionarissen autoriseren iedere transactie (het vier ogenprincipe);
b.
de uitvoering en controle gebeurt door afzonderlijke functionarissen;
c.
de uitvoering en registratie in de financiële administratie gebeurt door afzonderlijke functionarissen.
8
ARTIKEL 16 Verantwoordelijkheden treasuryfunctie De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente Rucphen staan in onderstaande tabel gedefinieerd. Functie
Verantwoordelijkheden
Gemeenteraad
•
het vaststellen van treasurydoelstellingen, beleidskaders en limieten;
•
het jaarlijks vaststellen van de financieringsparagraaf in de programmabegroting
•
het houden van toezicht op de uitvoering van het treasurybeleid;
en programmarekening; •
het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van het treasurybeleid;
College
•
het uitvoeren van de niet aan het college overgedragen treasury-activiteiten.
•
het vaststellen en uitvoeren van het treasurybeleid;
•
het uitvoeren van de niet aan de ambtelijke organisatie overgedragen treasury-
•
het rapporteren en afleggen van verantwoording aan de raad van de gemeente
activiteiten; Rucphen over de uitvoering van het treasurybeleid. Treasurer
•
het uitvoeren van de aan hem of haar opgedragen treasury-activiteiten conform het treasurystatuut en de financieringsparagraaf;
•
het zorgdragen voor de liquiditeitenplanning;
•
het rapporteren en het afleggen van verantwoording aan het college over de
•
het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun afdeling
uitvoering van het treasur_ybeheer. Afdelingsmanagers
aanlevert aan de afdeling Middelen met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten. Afdelingsmanager Midde-
•
Administrateur
het uitvoeren van de aan hem of haar opgedragen treasury-activiteiten conform het treasurystatuut en de financieringsparagraaf.
len •
het uitvoeren van de aan hem of haar opgedragen treasury-activiteiten conform het treasurystatuut en de financieringsparagraaf;
•
het autoriseren van betalingsvoorstellen.
•
het beheren van de geldstromen;
•
het overboeken van saldi tussen bankrekeningen;
•
het afhandelen van het betalingsverkeer;
•
het incasseren van openstaande vorderingen.
Financieel adviseurs
•
het adviseren van de budgethouders over de financiële gevolgen/geldstromen
Financiële administratie
•
het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, rechten, ver-
Concernadviseur financi-
•
het bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen;
en
•
het uitvoeren van de interne controle op de uitgevoerde treasurytransacties;
•
het controleren en bewaken van de volledigheid en betrouwbaarheid van de
Kassier
van hun activiteiten en projecten. plichtingen, inkomsten en uitgaven in de financiële administratie.
informatievoorziening van de treasuryfunctie en hierover rapporteren aan het college. Accountant
• •
controleren van de feitelijke naleving van het treasurystatuut; controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie en hierover rapporteren aan het college en de raad van de gemeente Rucphen.
9
ARTIKEL 17 Bevoegdheden In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot treasury-activiteiten weergegeven. Uitvoering
Omschrijving
Autorisatie (tweede handtekening) /
(eerste handtekening)
Fiattering Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer tot één jaar • het uitzetten van geld;
treasurer
administrateur
• het aantrekken van geld;
treasurer
administrateur/college
• het voorbereiden en versturen van betalingsop-
kassier
administrateur
drachten. • etati ,
_...._.- -- sf {.—san. •ek. -e—e•"-- '5"-er-ww.,. -. "-.-",e' • het openen, sluiten en wijzigen van bankrekeningen; kassier
college
• het afspreken van bankcondities en tarieven.
treasurer
college
treasurer
college
• het aantrekken van langlopende middelen;
treasurer
college
• het uitzetten van langlopende middelen;
treasurer
administrateur
• het beleggen in garantieproducten;
treasurer
college
• aan- en verkoop van obligaties;
college
gemeenteraad
• het verstrekken van garanties anders dan instellin-
treasurer
college
Risico. • het afsluiten van derivatentransacties. Gemeentefinandering
gen waarvoor een waarborgfonds bestaat.
Hoofdstuk 6 Informatievoorziening ARTIKEL 18 Informatievoorziening Om de uitvoering van het treasurybeleid en de daarbij behorende transparantie te optimaliseren moeten de betrokkenen de informatie juist en tijdig aanleveren. De beheersmatige informatievoorziening richten wij hiervoor in op basis van het navolgende schema. Frequentie
Verstrekker
Ontvanger
Gegevens met betrekking tot toekom-
programmabegroting
afdelingsmanagers
treasurer
stige uitgaven en inkomsten
bestuursrapportages
budgethouders
programmabegroting
treasurer
Omschrijving 1.
2.
Liquiditeitenplanning
directie college
kadernota
gemeenteraad 3.
Rapportage over liquiditeitspositie
programmabegroting
treasurer
programmarekening
directie college gemeenteraad
4. 5.
programmabegroting
college
gemeenteraad
Rapportage debiteurenpositie en in-
bestuursrapportages