09c Buitengebied Rucphen 2020 De Berg 5-7 te Schijf Toelichting 3
Tekst van het document
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5-7 te Schijf
Datum: december 2022 Status: ontwerp
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
6 6 7 9
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
10
2.1 2.2
Bestaande situatie Toekomstige situatie
10 10
Hoofdstuk 3
Beleid & regelgeving
14
3.1 3.2 3.3 3.4
Nationaal beleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
14 15 20 20
Hoofdstuk 4
Milieu- & omgevingsaspecten
23
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Milieu Waterhuishouding Natuur Archeologie en cultuurhistorie Leidingen
23 33 35 38 42
Hoofdstuk 5
Juridische planopzet
43
5.1 5.2 5.3
Algemeen Systematiek Bestemmingen
43 43 43
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
46
Hoofdstuk 7
Overleg & inspraak
47
7.1 7.2 7.3
Omgevingsdialoog Vooroverleg en inspraak Tervisielegging
47 47 47
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 3
4 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 5
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Op de locatie bevindt zich momenteel een voormalige agrarische bedrijfslocatie, waar in het verleden een melkveehouderij was gevestigd. In de jaren 80 zijn de melkvee-activiteiten reeds beëindigd, maar de vleesveehouderij activiteiten zijn toen gecontinueerd. Na het overlijden van de eigenaar zijn de voormalige bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen in verval geraakt. De gemeente heeft de erfgenamen medio 2018 verzocht de planologisch-juridische situatie van de locatie aan te passen aan de gewijzigde feitelijke situatie, om hiermee de bestaande milieukundige en planologische belemmeringen voor de gewenste realisering van een nieuwbouwproject ten noordwesten van de kern van Schijf op te kunnen heffen. Het voornemen betreft de algehele herontwikkeling van de locatie. Aan de zuidzijde wordt de voormalige agrarische bedrijfslocatie omgezet in een reguliere woonbestemming, waar 2 burgerwoningen zijn toegestaan. De vervallen voormalige bedrijfswoning (de Berg 5) wordt hiertoe herbouwd, in de directe nabijheid van de huidige situering. Herbouw is voorzien ter plaatse van voormalig aan het woonhuis verbonden stalgedeelte, dat medio 2015 is gesloopt. Daarnaast wordt in de cultuurhistorisch waardevolle Vlaamse schuur een extra, zelfstandige burgerwoning gerealiseerd. Hiertoe moeten de vervallen ligboxenstal en voormalige kuilvoerplaten worden gesloopt.
Aan de noordzijde wordt de bestaande burgerwoning (de Berg 7) omzet in een agrarische bedrijfslocatie, om de bestaande agrarische bedrijfsactiviteiten te kunnen continueren en in de toekomst verder uit te kunnen breiden tot een volwaardig natuurinclusief grondgebonden agrarisch bedrijf, te weten een vleesveehouderij met zoogkoeien en jongvee, ten behoeve van de toekomstwensen voor hun zoon. Hiertoe wordt onder meer voorzien in de oprichting van een extra loods, sleufsilo en een 5-tal trekkershutten alsmede op termijn mogelijk een extra veestal. Omdat de voorgestane herontwikkeling niet past binnen het huidige bestemmingsplan, moet een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld.
1.2 Ligging plangebied De planlocatie is gelegen in het buitengebied ten noordoosten van de kern Schijf, onderdeel van de gemeente Rucphen, zie onderstaande afbeelding.
Uitsnede van de topografische kaart
6 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
Het plangebied omvat navolgende kadastrale percelen: gemeente Rucphen, sectie Q, nr 263, 264, 265, 779 en sectie I, nr. 2095. Daarnaast bevat het plangebied tevens ook delen van navolgende kadastrale percelen: gemeente Rucphen, sectie Q, nr. 668 en 778 en sectie I, nr. 2152, 2180 en 2181.
Globale begrenzing plangebied
De gezamenlijke omvang van het plangebied bedraagt 2,0 ha.
1.3 Geldend bestemmingsplan De geldende planologische situatie van de beide locaties is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2020’, dat op 16 december 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld.
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 7
Uitsnede geldende bestemmingsregeling met planlocatie bij marker
De gronden ter plaatse van de Berg 5 zijn bestemd als “Agrarisch met waarden – landschappelijk” en voorzien van een agrarisch ‘bouwvlak’. De gronden van de voormalige bedrijfslocatie zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik en de uitoefening van een (vollegronds)teeltbedrijf. De uitoefening van een bedrijfsmatige volwaardige veehouderij is ter plaatse niet (meer) direct toegestaan. De gronden ter plaatse van de Berg 7 zijn in dit bestemmingsplan bestemd als “Wonen”. Daarnaast is het plangebied grotendeels voorzien van de archeologische dubbelbestemming 'Waarde -Archeologie' met de nadere gebiedsaanduiding 'overige zone - waarde archeologie 2'. Bovendien loopt dwars door het agrarisch bouwvlak een waterleiding, die is voorzien van de dubbelbestemming 'Leiding - Water'. Tenslotte gelden voor de planlocatie diverse gebiedsaanduidingen, waaronder : 'milieuzone boringsvrije zone', 'vrijwaringszone - obstakelbeheerzone', 'overige zone - beperkingen veehouderij', 'overige zone - bebouwingsconcentratie', 'overige zone - kernrandzone' en 'overige zone beslotenheid'. Het bestemmingsplan kent wel een wijzigingsbevoegdheid voor het college om bij beëindiging van het agrarisch bedrijf de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijk’ te wijzigen naar ‘Wonen’.
Het geldend plan voorziet evenwel niet in een gelijktijdige vormverandering van het bouwvlak en wijziging van de woonbestemming in een agrarisch bouwvlak ten behoeve van de voortzetting van de agrarische activiteiten van De Berg 7. Om het planvoornemen planologisch-juridisch mogelijk te maken is een wijziging bestemmingsplan noodzakelijk. Met voorliggend bestemmingsplan wordt hierin voorzien.
van
het
Er hebben in het voortraject al diverse gesprekken plaatsgevonden met gemeente en provincie. Beiden hebben aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan het voornemen. Ten behoeve van de realisering van een extra woning in de Vlaamse schuur op de Berg 5 heeft de gemeente in een eerder stadium al een positief principe besluit ingenomen. Aanvullend heeft het college van B&W van de gemeente op 21 februari 2021 besloten onder voorwaarden in principe medewerking te verlenen aan de voorgenomen algehele herontwikkeling op de locatie, met burgerbewoning op de Berg 5 en uitoefening van de agrarische bedrijfsactiviteiten op de Berg 7.
8 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
1.4 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie en het voorgenomen plan beschreven; in hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het ruimtelijke beleidskader van de diverse overheden dat van toepassing is op het bestemmingsplan; in hoofdstuk 4 worden de effecten van het voornemen op de relevante milieu- en omgevingsaspecten getoetst; in hoofdstuk 5 volgt een toelichtende beschrijving van de juridische aspecten van het plan en de planregels; in hoofdstuk 6 komt de economische uitvoerbaarheid aan bod; in hoofdstuk 7 tenslotte worden de resultaten uit overleg en inspraak besproken en behandeld.
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 9
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het voor de beeldvorming goed dat de uitgangspositie in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk volgt daarom eerst een beschrijving van bestaande situatie. Daarna wordt het plan toegelicht, waardoor duidelijk wordt hoe het plangebied er in de toekomst uit gaan zien.
2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Plangebied Het plangebied betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie (de Berg 5) alsmede een burgerwoning (de Berg 7). De agrarische bedrijfslocatie betreft een voormalige melkvee- en vleesveehouderij. Op de locatie bevinden zich een voormalige bedrijfswoning, Vlaamsche schuur, ligboxenstal, vloerplaten en erfverharding. In het noordoosten van de planlocatie zijn een werktuigenloods en potstal gerealiseerd. De sterk in verval geraakte voormalige bedrijfswoning (de Berg 5) alsmede de naastgelegen historisch waardevolle Vlaamse schuur en de deels vervallen ligboxenstal staan leeg. De meer recente potstal en werktuigenloods zijn in gebruik voor het houden van vleesvee (20 zoogkoeien en 20 jongvee), maar deze behoren feitelijk bij naastgelegen burgerwoning de Berg 7. Hier bevinden zich naast de woning ook een tweetal bijgebouwen, enige erfverharding en omliggende privé tuin. Dwars door de bedrijfslocatie loopt ter ontsluiting van de locatie de weg de Berg. Ter hoogte van de planlocatie betreft dit een privé weg, die uitsluitend benut mag worden voor bestemmingsverkeer. Aan de westzijde sluit de privé weg aan op het openbaar toegankelijk gedeelte van de Berg, die ontsluit op de Molendreef en het Oud Kerkpad. Aan de oostzijde ontsluit de privé weg de Berg via een erfdienstbaarheid aan op de Scherpenbergsebaan.
2.1.2 Omgeving plangebied Ten zuidwesten van de planlocatie is de kern Schijf gelegen. Direct ten westen van de Berg 5 is een nieuwbouwwijk voorzien. Het hiertoe opgestelde bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen 2012, De Berg' is reeds op 19 juni 2019 vastgesteld door de gemeenteraad en op 6 oktober 2021 onherroepelijk geworden. Het plan behelst realisering van een uitbreidingslocatie ter noordelijke afronding van de kern Schijf met circa 22 woningen voor starters en doorstromers. Rondom de planlocatie bevinden zich nog enkele agrarische bedrijven, waaronder een melkveehouderij op de Molendreef, een glastuinder en sierkwekerij ten zuidoosten van de planlocatie. Daarnaast zijn ten oosten van de planlocatie een tweetal recreatiewoningen gesitueerd, alsmede diverse solitaire burgerwoningen. Ten noordoosten van het plangebied bevindt zich een aannemersbedrijf en verder noordelijk is een recreatieterrein voor verblijfsrecreatie gesitueerd.
2.2 Toekomstige situatie Het voornemen heeft betrekking op gehele herontwikkeling van de planlocatie, zie onderstaande stedenbouwkundige en landschappelijke inrichtingsschets, die ook als bijlage 1 bij de regels is opgenomen.
10 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
Uitsnede stedenbouwkundige en landschappeljike inrichtingschets
Ter plaatse van de Berg 5 is voorzien in een woonbestemming, waarbij de mogelijkheid gecreëerd wordt om de huidige vervallen woning te herbouwen. Herbouw zal plaats vinden ter plaatse van het in 2015 afgebroken stalgedeelte, dat aan de voormalige bedrijfswoning was aangebouwd. Hiermee zal de woning iets verder van de Vlaamse schuur af komen te staan. De woning zal conform de huidige en historische situering parallel aan de weg worden gesitueerd. Daarnaast wordt de cultuurhistorische waardevolle Vlaamse schuur zodanig gerestaureerd, dat hierin tevens een extra woning kan worden gerealiseerd. Het overtollige gedeelte van de bebouwing (waaronder de ligboxenstal) en de bestaande sleufsilo’s bij nr 5 zullen worden gesloopt. Het geheel zal worden voorzien van een robuuste landschappelijke inpassing op de perceelsgrenzen. Aanvullend op de bestaande groenstrook aan de westzijde wordt aan de zuidzijde een nieuwe groenstrook gerealiseerd ter afscherming en afscheiding. Hiermee wordt aangesloten bij de historische perceelgrensbeplanting, dat zorgt voor een besloten en kleinschalige karakter en waarmee het bebouwingsensemble (Vlaamse schuur en bedrijfswoning) wordt versterkt. De gronden ten noorden van de Berg zullen uitsluitend worden benut voor tuindoeleinden. Oprichting van bouwwerken wordt hier niet toegestaan.
Ter plaatse van de Berg 7 wordt het bestaande vleesveehouderijbedrijf (met momenteel 20 stuks zoogkoeien en 20 stuks jongvee) voortgezet. Hiertoe zal het bestaande agrarische bouwvlak zodanig van vorm worden gewijzigd, dat de bestaande woning op nr. 7 alsmede de bestaande bebouwing (waaronder de werktuigenloods en potstal) binnen het agrarische bouwvlak zijn gesitueerd en tevens binnen het te vormen agrarische bouwvlak nog ontwikkelruimte is om het bedrijf verder uit te kunnen bouwen tot een kleinschalig natuurinclusief, grondgebonden veehouderijbedrijf. Hiertoe zal op termijn een nieuwe loods worden opgericht ten oosten van de bestaande woning, alsmede een nieuwe sleufsilo. Op langere termijn wordt mogelijk een nieuwe veestal opgericht ten ten noorden van de bedrijfswoning
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 11
ten behoeve van een eventuele uitbreiding van de dieraantallen, mits dit in het kader van met name stikstofregelgeving dan haalbaar is. De Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen heeft in haar advies (kenmerk: BA-9761, dd 22 juni 2022) geconcludeerd dat op grond van de huidige omvang van de bedrijfsvoering en rekening houdend met een verdere ontwikkeling daarvan een substantiële uitbreiding van stalruimte en van opslagruimte noodzakelijk is om de agrarische bedrijfsvoering te faciliteren. Met het toe te kennen bouwvlak zoals opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan kan de gewenste bedrijfsontwikkeling worden gefaciliteerd en behoort de ontwikkeling van een grondgebonden en volwaardig agrarisch bedrijf tot de mogelijkheden. Ter plaatse wordt de verkoop van streekeigenproducten en/of biologische producten aan huis conform de huidige situatie voortgezet en op termijn beperkt uitgebreid (tot max. 200 m 2) binnen bestaande bebouwing. Daarnaast worden aan de oostzijde maximaal 5 trekkershutten danwel maximaal 5 reguliere toeristische standplaatsen (voor tenten, caravans of campers) binnen het bouwvlak gerealiseerd. Het agrarische bouwvlak wordt aan de zuid- en oostzijde reeds van de omgeving afgeschermd door bestaande groenelementen.
De groenstrook aan de oostzijde is weliswaar niet gelegen op eigen grond, maar op basis van subsidies aangelegd, waarmee een duurzame instandhouding is geborgd. De reeds bestaande bosaanplant en struweellaag ten noordwesten van de bedrijfslocatie zal verder worden aangevuld en worden voorzien van een onderlaag van inheemse struiken, zoals lijsterbes en hazelaar. De bestaande groenstrook ten westen van het perceel blijft eveneens behouden en zal nader worden aangevuld. Deze strook wordt op 2 plaatsen onderbroken door een dam ten behoeve van een vee-doorgang, zoals nu ook reeds als zodanig wordt benut. Aansluitend wordt ter hoogte van de voormalige ligboxenstal op de perceelsgrens een nieuwe struweelhaag aangeplant ter verbinding tussen het bosperceel in het noorden en de bestaande groenstrook ten zuiden van de Berg. De onbebouwde agrarische gronden ten westen van het bouwvlak zijn aan de zuidzijde ter plaatse van de Berg voorzien van een begeleidende rij knotwilgen (ca 50 stuks), die bijdragen aan de landschappelijke inpassing van het agrarisch bedrijf en in stand gehouden zullen worden. De nieuwe (inpandige) woning op de Berg wordt via een eigen oprit direct ontsloten op de Berg, die aansluit op de Scherpenbergsebaan in het oosten en de Molendreef en Oud Kerkpad in het westen. De ontsluiting en bereikbaarheid van de woningen zijn daarmee gegarandeerd.
De toevoeging van 1 extra (inpandige) woning, waarbij de bestaande woonbestemming en de agrarische bedrijfsbestemming worden omgewisseld, heeft nauwelijks effect op de (zeer geringe) verkeersbewegingen van de Berg. Het planvoornemen genereert, op basis van de gemeentelijke parkeernota normering, maximaal 9 verkeersbewegingen per etmaal extra. Toevoeging van maximaal 5 trekkershutten leidt tot maximaal 2 verkeersbewegingen per etmaal extra. Deze bewegingen zullen via de Berg en vervolgens de Molendreef en het Oud Kerkpad danwel de Scherpenbergsebaan worden afgewikkeld. Er is voldoende capaciteit op het omliggend wegennet om deze verkeersbewegingen te kunnen afwikkelen. Met betrekking tot parkeren worden de parkeerkencijfers conform de gemeentelijke parkeernota aangehouden. Voor vrijstaande koopwoningen in het buitengebied geldt een minimale parkeernorm van 2,4 per woning (waarvan 0,3 parkeerplaatsen voor bezoekers). Op het eigen perceel is voor de nieuwe woning aan de Berg 5 fysiek voldoende ruimte aanwezig om te voldoen aan deze minimale parkeernorm ten behoeve van de toekomstige bewoners. Voor de te realiseren trekkershutten geldt een parkeernorm van 1,2 per trekkershut. Bij realisering van 5 trekkershutten zijn in totaal 6 parkeerplaatsen noodzakelijk. Deze zullen binnen het bouwvlak van de Berg 7 gerealiseerd worden.
Voor het verkooppunt van eigen vlees zijn geen specifieke parkeernormen. Voor een kantoor met baliefunctie/ commerciele dienstverlening geldt een parkeernorm van 3,55 parkeerplaatsen per 100 m 2 , voor tuin- en bouwmarkten geldt een parkeernorm van 2,85 parkeerplaats per 100 m 2. Voor 200 m 2 zijn dus 6 tot 8 parkeerplaatsen noodzakelijk. Direct ten noorden van de voormalige sleufsilo's is momenteel reeds (eigen) verharding aanwezig, die conform de feitelijke situatie wordt benut als parkeervoorziening. Deze strook biedt ruimte aan 8 tot 10 parkeerplaatsen. Daarmee kan worden voorzien in voldoende parkeervoorzieningen op het eigen terrein.
Teneinde te waarborgen dat daadwerkelijk wordt voorzien in de aanleg en het behoud van voldoende parkeergelegenheid is conform de generieke gemeentelijke regels hiervoor in de regels een bepaling opgenomen.
12 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
Hieruit kan worden geconcludeerd dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering vormt voor het planvoornemen.
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 13
Hoofdstuk 3
Beleid & regelgeving
3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving en vervangt enkele ruimtelijke doelen en uitspraken uit andere documenten. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Anders dan in de Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol.
Relatie met voorliggend plan Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedsfeer van de geformuleerde nationale belangen. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte richt zich op een dusdanig schaalniveau en is als gevolg daarvan ook van een zeker (hoog) abstractieniveau, dat hieruit geen concrete beleidskaders voortkomen voor dit bestemmingsplan. Door decentralisatie van bevoegdheden wordt het relevante afwegingskader gevormd door het beleid van de provincie Noord-Brabant en de gemeente Rucphen. Het beleid zoals vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte heeft geen gevolgen voor de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. Voor deze ontwikkeling vindt de afweging of wordt voldaan aan de principes van een goede ruimtelijke ordening décentraal plaats.
3.1.2 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het Rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die naar verwachting per 1 januari 2023 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen een richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied.
Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het Rijk de volgende drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Relatie met voorliggend plan Het planvoornemen betreft een lokale ontwikkeling. De aard en omvang van het planvoornemen is dusdanig gering, dat de kaders geschetst in het NOVI hiermee niet botsen. Met het realiseren van het planvoornemen is er sprake van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Hierbij wordt er een 'zachte' overgang naar het buitengebied gerealiseerd. Het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle Vlaamse Schuur en de landschappelijke inpassing geven invulling aan de versterking van de identiteit en landschappelijke waarden van het gebied. Hiermee is het voornemen in lijn met de
14 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
NOVI.
3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) vormen de juridische vertaling van de kaderstellende uitspraken die in de SVIR zijn geformuleerd. Het Besluit en de Regeling bevatten regels ter bescherming van de 13 nationale belangen. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen, zodat ze doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming.
Relatie met voorliggend plan Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het rijk een ander nationaal belang heeft aangewezen, derhalve heeft het Barro verder geen consequenties voor voorliggend plan. Zodra de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro zullen dan worden vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving.
3.1.4 Ladder duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is per 1 oktober 2012 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'ladder duurzame verstedelijking' opgenomen. Deze ladder stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De ladder voor duurzame verstedelijking richt zich op substantiële veranderingen en bouwplannen, die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd zou kunnen worden. Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren. Per 1 juli 2017 zijn een aantal wijzigingen op de eerdere ladder van kracht geworden. Op basis van deze gewijzigde tekst geldt in het geval dat het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dat de toelichting een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte tevens een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen.
Relatie met voorliggend plan Het planvoornemen betreft naast wisseling van de bestaande woonbestemming en agrarische bedrijfsbestemming, slechts toevoeging van 1 extra woning. Het voornemen voorziet niet in verdere toename van bebouwing of andersoortig ruimtebeslag, met uitzondering van oprichting van agrarische gebouwen en voorzieningen binnen het toegekende agrarische bouwvlak, (waaronder een loods, sleufsilo en 5 trekkershutten). Nadere toetsing aan de ladder is niet noodzakelijk.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Vooruitlopend op de in werking treding van de Omgevingswet, hebben Provinciale Staten op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Met deze Omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 15
concurrerende, duurzame economie. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie zal komende jaren nader worden uitgewerkt in diverse programma's.
Relatie met voorliggend plan De Omgevingsvisie bevat geen specifieke ambities voor het plangebied.
3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de omgevingsvisie. De beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er in het geheel geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Belangrijke uitgangspunten vanuit de Omgevingsvisie zijn verwerkt. De nieuwe manier van werken met diep, rond en breed kijken is opgenomen en er wordt vaker een koppeling gelegd met omgevingskwaliteit door bijvoorbeeld sanering van leegstaand vastgoed elders.
De nadruk op omgevingskwaliteit komt ook tot uitdrukking bij de kwalitatieve benadering voor hergebruik van leegstaand vastgoed in het landelijk gebied en duurzame verstedelijking. De Interim omgevingsverordening wil goede initiatieven ondersteunen. Daarvoor sluit de Interim omgevingsverordening aan bij de nieuwe manier van werken uit de Brabantse omgevingsvisie en worden meer mogelijkheden geboden voor maatwerk. Hiertoe zijn in de omgevingsverordening in plaats van middelvoorschriften doelvoorschriften opgenomen en wordt uitgegaan van een 'ja, mits benadering'. De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die wordt bepaald door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde
Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies dient een bestemmingsplan invulling te geven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met : 1.
zorgvuldig ruimtegebruik;
De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag. Met onderhavig initiatief is hiervan sprake. Er wordt met het planvoornemen voorzien in herbouw van een bestaande woning, alsmede realisering van een extra woning in een bestaand, cultuurhistorisch waardevol pand. Daarnaast wordt een bestaand agrarisch bouwvlak van vorm veranderd. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen (zoals de op te richten nieuwe werktuigloods, sleufsilo, trekkershutten en mogelijk toekomstig de extra veestal) dienen te worden geconcentreerd binnen het bouwvlak. Overtollige bebouwing wordt gesloopt. 2. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; Met betrekking tot de effecten op de netwerklaag kan worden vastgesteld dat voor onderhavig initiatief geen nieuwe infrastructuur behoeft te worden aangelegd. Voor het overige heeft het planvoornemen geen effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. De afwikkeling van het verkeer vindt plaats op de bestaande infrastructuur. Wat betreft de effecten op de bovenste laag zijn de effecten op het milieu beschreven in hoofdstuk 4. Er wordt geen effect verwacht op de bovenste laag. 3. meerwaarde-creatie.
16 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
Met onderhavig initiatief wordt invulling gegeven aan meerwaardecreatie door herontwikkeling van een vervallen agrarische bedrijfslocatie, die zich op verdere afstand van de kern duurzaam kan ontwikkelen. Door toevoeging van een woning kan een cultuurhistorisch waardevol pand worden hersteld. De locatie wordt in zijn geheel voorzien van een gedegen landschappelijke inpassing. Het plan draagt hierdoor bij aan het verbeteren van de leefbaarheid vanwege de ruimtelijke kwaliteitsverbetering door herontwikkeling van een voormalig agrarische bedrijfslocatie, inclusief sloop van overtollige, vervallen bebouwing. Daarnaast kan met de voorgestane ontwikkeling tevens de nog bestaande planologisch-juridische belemmering ten opzichte van een voorgenomen nieuwbouwwijk ten zuidwesten van de planlocatie worden opgeheven.
Zonering Belangrijk voor de planlocatie is de zonering van het agrarisch gebied, de groenblauwe mantel en het natuurnetwerk Brabant (voorheen EHS). Aan de zonering zijn de ontwikkelingsmogelijkheden gekoppeld voor de agrarische en niet-agrarische functies. De planlocatie maakt geen onderdeel uit van het natuurnetwerk Brabant of de groenblauwe mantel, maar is gelegen in gemengd landelijk gebied. Daarnaast is het plangebied gelegen binnen de aanduiding 'Beperkingen veehouderij'. Het gemengd landelijk gebied betreft agrarische gronden, gelegen buiten de groenblauwe structuur (groenblauwe mantel of natuurnetwerk brabant). Het gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. In het gebied worden de agrarische functies in samenhang met de andere functies uitgeoefend. In de Interim Omgevingsverordening zijn algemene regels opgenomen met betrekking tot niet-agrarische ontwikkelingen in het buitengebied. De regels zijn erop gericht om een kader te geven voor de aard en omvang van de ontwikkelingen, waarbij de gemeente haar eigen ruimtelijke afweging kan maken.
Veehouderijbeleid De beleidsregels voor de veehouderij komen voort uit de eerder vastgestelde denklijn 'Ontwikkelruimte moet je verdienen en is niet onbegrensd' (maart 2013). Er is daarbij besloten dat er alleen nog ontwikkelruimte wordt geboden aan veehouderijen, als daarmee de ontwikkeling naar een zorgvuldige veehouderij in gang wordt gezet. Ter plaatse van de aanduiding 'Beperkingen veehouderij' is uitbreiding van bestaande bebouwing en permanente voorzieningen ten behoeve van een agrarisch bedrijf niet meer toegestaan. Hoofdregel is dat het bouwperceel van veehouderijbedrijven niet groter mag groeien dan 1,5 ha. Bovendien is het gebruik van etagestallen verboden, behoudens in geval van legkippen. Daarnaast worden randvoorwaarden gesteld aan de toename van de bestaande bebouwingsoppervlakte van dierenverblijven (ook binnen het agrarisch bouwperceel) of het in gebruik nemen van bebouwing die eerder niet voor de veehouderij in gebruik was. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen categorieën dieren die tot de intensieve of niet-intensieve veehouderij worden gerekend. Een dierenverblijf betreft een gebouw van het houden van landbouwhuisdieren, inclusief de daarbij behorende voorzieningen. Voor gebieden rondom kernen en natuur gelden bovendien nog extra beperkingen. Hiervoor is de aanduiding 'Beperkingen veehouderij ' opgenomen in de IOV.
De begrenzing van deze aanduiding komt overeen met de voormalige begrenzing 'extensiveringsgebied' uit het voormalige reconstructieplan. Binnen deze aanduiding is iedere uitbreiding van bestaande bebouwing en voorzieningen (peildatum 21 september 2013) van veehouderijen niet toegestaan, tenzij sprake is van een 'grondgebonden veehouderij', zoals opgenomen in nadere regels van de IOV. Voor hokdierhouderijen (= een veehouderij met uitzondering van nertsenhouderij, melkrundveehouderij en schapenhouderij) gelden conform de IOV aanvullende stalderingseisen. Staldering betekent dat een ondernemer die een dierenverblijf wil oprichten danwel uitbreiden of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen binnen het bestaand bouwperceel, bewijs moet overleggen dat er elders 120% bestaand dierenverblijf is gesaneerd bij sloop respectievelijk 200% bij herbestemming. De regeling geldt in alle gevallen waarbij de oppervlakte dierenverblijf van de hokdierhouderij toeneemt, dus ook als een bestaande stal wordt vergroot qua oppervlakte of met een aanbouw. Op een bouwperceel voor een veehouderij is uitsluitend mestbewerking mogelijk van ter plaatse geproduceerde mest. De bewerking van ter plaatse geproduceerde mest maakt deel uit van de agrarische bedrijfsvoering.
Mestbewerking van niet ter plaatse geproduceerde mest (of mestbewerking voor derden) moet plaats vinden op een daartoe geschikt middelzwaar tot zwaar bedrijventerrein.
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 17
Het voornemen voorziet in vormverandering van een bestaand agrarisch bouwvlak (ca 1 ha), waarbij de bestaande oppervlakte aan dierenverblijven van de bestaande vleesveehouderij blijft gehandhaafd. Binnen het opgenomen bouwvlak is tevens de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' opgenomen. Hiermee wordt nader geborgd dat ter plaatse uitsluitend een grondgebonden veehouderij is toegestaan, conform de hiertoe gestelde voorwaarden dcor de provincie, zoals opgenomen in de Nadere regels Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij. Uitbreiding van de bestaande oppervlakte aan dierenverblijven is uitsluitend mogelijk via een binnenplanse afwijking, waarmee dient te worden voldaan aan de provinciale veehouderij regels alsmede de geldende stikstofregeling. Op de verbeelding is een specifieke aanduiding opgenomen binnen het toegekende bouwvlak (specifieke vorm van agrarisch - uitgesloten dierenverblijf), waarbinnen oprichting van dierenverblijven wordt uitgesloten, teneinde ook in de toekomst inachtneming van normafstanden in het kader van geur en overige milieuzonering te kunnen borgen. Oprichting van overige bedrijfsgebouwen en voorzieningen is hier wel toegestaan, mits voldaan wordt aan de hiervoor geldende voorwaarden.
Het betreft een grondgebonden veehouderij, die momenteel ruimschoots voldoet aan de provinciale norm qua veebezetting (zoals opgenomen in artikel 8 van de Nadere regels Zorgvuldige Veehouderij versie 2.1) te weten, een veebezetting die niet meer bedraagt dan 2,75 GVE/ha. Het bedrijf beschikt immers over 40 dieren en 37,5 ha grond (conform de gecombineerde opgave 2021), binnen 15 km van de bedrijfslocatie. De dieren worden hierbij mede ingezet voor het agrarisch natuurbeheer van nabij gelegen natuurgronden (momenteel in samenwerking met Natuurmonumenten in het natuurgebied de Oude Buisse Heide in Zundert). Rondom het agrarisch bouwvlak is tenslotte voorzien in een landschappelijke groenstrook aan de westzijde (ca 1.250 m 2 , > 10% van het bouwvlak) van het bouwperceel. Reeds bestaande groenvoorzieningen zullen worden aangevuld en vervolgens nader planologisch worden geborgd mede op basis van de opgestelde landschappelijk en stedenbouwkundige inrichtingsschets. In de regels is de realisering en instandhouding van deze landschappelijke inpassing nader geborgd. Op het bedrijf vindt geen mestbewerking plaats. Hiermee is het voornemen in overeenstemming de gestelde provinciale randvoorwaarden.
Natuur De planlocatie is niet gelegen in of nabij het Natuurnetwerk Brabant . Ook ligt de locatie niet in of nabij een ecologische verbindingszone. Bovendien maakt de locatie geen onderdeel uit van de Groenblauwe mantel.
Water De planlocatie is niet gelegen in een waterbergingsgebied, grondwaterbeschermingsgebied of zoekgebied voor behoud en herstel van beeksystemen, maar is wel gelegen binnen de boringsvrije zone rondom de waterwinlocatie van Brabant Water, in de Rucphense bossen. Voor de ‘boringvrije zone’ is conform de geldende planologische regeling de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – boringvrije zone’ opgenomen met daaraan gekoppeld een vergunningstelsel ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater.
Cultuurhistorie De planlocatie is niet gelegen in een door de provincie aangeduid cultuurhistorisch waardevol gebied. De provinciale belangen met betrekking tot natuur, water en cultuurhistorie worden derhalve met onderhavig voornemen niet aangetast en leiden dus niet tot een belemmering voor onderhavig voornemen.
Vestiging niet-agrarische functies Conform artikel 3.69 kan in afwijking van het beleidsuitgangspunt, dat alleen bestaande woningen zijn toegestaan, vestiging van een woonfunctie in cultuurhistorische bebouwing worden toegestaan, als dat bijdraagt aan het behoud en/of herstel van deze bebouwing. Daarnaast kan conform artikel 3.69 tevens worden voorzien in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning, als is verzekerd, dat overtollige bebouwing wordt gesloopt. Met het voornemen wordt de bestaande voormalige bedrijfswoning herbouwd en voorzien van een
18 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
burgerwoonbestemming, waarbij de vervallen ligboxenstal evenals voerplaten wordt gesloopt. Daarnaast wordt door realisering van een extra woonfunctie de restauratie van de cultuurhistorisch waardevolle Vlaamse Schuur mogelijk gemaakt. De cultuurhistorische waarde van de schuur wordt nader gemotiveerd in de redengevende omschrijving, die als Bijlage 1 bij de toelichting van dit plan is opgenomen. Conform artikel 3.73 kan een boerderij winkel worden toegestaan met een omvang van max. 200 m 2 vloeroppervlakte. Op basis van het geldend bestemmingsplan buitengebied was bij recht verkoop van eigen vervaardigde producten toegestaan tot maximaal 100 m 2. Via een binnenplanse afwijking kon aanvullend tevens verkoop van streekeigen en/of biologische producten worden toegestaan, mits sprake is van een winkel die aan de agrarische functie is verbonden. Met het voornemen wordt de bestaande (bij recht toegestane) vleesverkoop aan huis binnen bestaande bebouwing nader planologisch geborgd, waarbij tevens wordt voorzien in een beperkte inpandige uitbreidingsruimte, in aansluiting op het provinciaal beleid. Op de locatie wordt voorzien in voldoende parkeervoorzieningen, aansluitend aan de Berg, zie ook paragraaf 2.2. Het voornemen leidt verder niet tot aantasting van aanwezige omgevingswaarden danwel aantasting van belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden en bedrijven.
Daarnaast kunnen conform artikel 3.73 verblijfsrecreatieve voorzieningen worden gerealiseerd in het landelijk gebied, mits qua aard en omvang passend in het gebied. Op basis van het geldend bestemmingsplan buitengebied kan via een binnenplanse afwijking oprichting van maximaal 5 trekkershutten (met een maximale oppervlakte van 40 m 2 per trekkershut) worden toegestaan. Dit voornemen voorziet in een rechtstreekse regeling voor de toekomstige oprichting van maximaal 5 trekkershutten danwel 5 reguliere toeristische standplaatsen voor mobiele kampeermiddelen op het noordoostelijk gedeelte van het aangeduide bouwvlak. Op eigen terrein kan tevens worden voorzien in afdoende parkeervoorzieningen (maximaal 6). De locatie is landschappelijk reeds ingepast. Het voornemen leidt verder niet tot aantasting van aanwezige omgevingswaarden danwel aantasting van belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden en bedrijven.
Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit en kwaliteitsverbetering landschap. In de Interim Omgevingsverordening zijn de principes van zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit en kwaliteitsverbetering landschap verwoord. Een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebed, dient onder meer bij te dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, en in het bijzonder aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. De uitgangspunten zijn verder uitgewerkt in de provinciale 'Handreiking kwaliteitsverbetering van het landschap'. De vereiste kwaliteitsverbetering koppelt ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied aan een concrete tegenprestatie gericht op een verbetering van de kwaliteit van het landschap. In het bestemmingsplan kan ontwikkelingsruimte worden geboden aan functies, mits dit gepaard gaat met maatregelen die het landschap versterken. Dit kan onder andere door landschapselementen aan te leggen, maar ook door specifieke aandacht te schenken aan de kwaliteit van de op te richten bebouwing en/of door behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen.
De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op vormverandering van een bestaand agrarisch bouwvlak, wijziging naar wonen en toevoeging van een extra woning ter behoud en herstel van een cultuurhistorisch waardevol pand. Op het gewijzigde bouwvlak wordt een loods, sleufsilo en trekkershutten gesitueerd en wordt daarnaast in de toekomst mogelijk een extra dierenverblijf toegevoegd. In totaal leidt het voorgenomen plan tot een afname aan bebouwing, als gevolg van de sloop van de ligboxenstal en bestaande voerplaten. Het nieuwe agrarische bouwperceel wordt evenals de woonbestemming voorzien van een robuuste landschappelijke inpassing op basis van de opgestelde stedenbouwkundige en landschappelijke inrichtingsschets. Reeds bestaande groenvoorzieningen zullen worden aangevuld en vervolgens nader planologisch worden geborgd mede op basis van de opgestelde landschappelijk en stedenbouwkundige inrichtingsschets. Deze schets is als Bijlage 1 aan de regels van dit plan toegevoegd. Hiermee voldoet het voornemen aan de vereiste kwaliteitsverbetering, zie ook
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 19
paragraaf 3.3.1.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Landschapsinvesteringsregeling West-Brabant Op basis van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant moet elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. In West-Brabant hebben de gemeenten gezamenlijk afspraken gemaakt over de wijze waarop hier invulling aan gegeven wordt. in de notitie ‘Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio WestBrabant’ is verwoord hoe wordt omgegaan met kwaliteitsverbetering van het landschap. De notitie is opgesteld in samenwerking met de provincie. Op deze manier geldt een eenduidig beleidskader voor de West-Brabantse gemeenten.
In de notitie wordt uitgegaan van drie categorieën: Categorie 1: ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist; Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met relatief weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing; Categorie 3: alle ruimtelijke ontwikkelingen welke mogelijk worden gemaakt via een wijzigingsplan of een bestemmingsplanherziening, tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie. Hierbij moet de ontwikkeling voldoen aan een kwaliteitsverbetering van het landschap van 20% van de bestemmingswinst of een compensatie die dezelfde waarde vertegenwoordigt.
Relatie met voorliggend plan Het planvoornemen kan worden beschouwd als een categorie 2 ontwikkeling. Het betreft immers de vormverandering van een bestaand agrarisch bouwvlak, toevoeging van een extra woning ten behoeve van herstel van een cultuurhistorisch waardevol pand en omzetting van een voormalige agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. De gehele planlocatie wordt daarbij voorzien van een robuuste landschappelijke inpassing. Reeds bestaande groenvoorzieningen zullen worden aangevuld en vervolgens nader planologisch worden geborgd mede op basis van de opgestelde landschappelijk en stedenbouwkundige inrichtingsschets. Deze schets is als Bijlage 1 bij de regels opgenomen, zie ook paragraaf 3.2.2. In de planregels is geborgd dat de aanvullende landschappelijke inpassing daadwerkelijk gerealiseerd wordt en vervolgens duurzaam in stand zal worden gehouden.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Toekomstvisie 'Puur Rucphen 2030' In de toekomstvisie 'Puur Rucphen 2030', vastgesteld op 23 september 2015, zijn de maatschappelijke opgaven van de gemeente voor de komende jaren benoemd. De toekomstvisie bouwt voort op bestaand beleid en is geen aanleiding geweest tot een inhoudelijke koerswijziging. Wel zijn de perspectieven op deelterreinen en de onderlinge dwarsverbanden verder versterkt, zodat de inzet van de gemeente effectiever kan zijn. De toekomstvisie is opgesteld in intensieve samenspraak met bewoners, ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. De inhoudelijke en bestuurlijke keuzes zijn uitgewerkt in de volgende perspectieven: Aantrekkelijk wonen; Vrijetijdseconomie; Zorgzame en zelfredzame gemeenschappen; Overheidsparticipatie Regionale samenwerking. Relatie met voorliggend plan De Toekomstvisie bevat geen specifieke ambities voor het plangebied of specifieke randvoorwaarden
20 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
voor het planvoornemen.
3.4.2 Structuurvisie Rucphen 2030 Op 11 december 2013 is door de gemeenteraad van Rucphen de Structuurvisie Rucphen 2030 vastgesteld. Met de nieuwe visie wordt richting gegeven aan de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De viste betreft een herijking van de StructuurvisiePlus van 2003.
Uitsnede visiekaart structuurvisie Rucphen 2030 In haar structuurvisie geeft de gemeente Rucphen aan de aantrekkingskracht van de gemeente te willen versterken voor mensen die graag rustig landelijk willen wonen, maar wel dichtbij voorzieningen en werk willen zijn. De gemeente wenst de relatie tussen de kernen met het buitengebied te herstellen door het terugbrengen van groen; een groene dooradering, een groen hart en groene randen. Ten aanzien van de woningvoorraad wordt gestreefd naar afstemming op de wensen van de bewoners. De opgave bestaat uit voldoende betaalbare (starters)woningen, voldoende geschikte woningen voor ouderen, kavels voor eigen bouw en landgoedwonen. De voorkeur gaat uit naar inbreiding in plaats van uitbreiding en naar nieuwe bouwlocaties aan de randen van de bestaande kernen.
Relatie met voorliggend plan Het planvoornemen betreft de vormverandering van een bestaand agrarisch bouwvlak, toevoeging van een extra woning ten behoeve van herstel van een cultuurhistorisch waardevol pand en omzetting van een voormalige agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning. De gehele planlocatie wordt daarbij voorzien van een robuuste landschappelijke inpassing, mede op basis van het nog op te stellen landschapsplan, dat als bijlage bij deze toelichting wordt opgenomen.
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 21
3.4.3 Visie Duurzaamheid 2019 - 2030 Dit document biedt een kader voor het duurzaamheidsbeleid van gemeente Rucphen. Achterliggende gedachte is om duurzaamheid als een integrale opgave binnen de gemeentelijke organisatie en de samenleving op te pakken.
Relatie met voorliggend plan In overeenstemming met de gemeentelijke visie voorziet het voornemen in ontwikkeling van een natuurinclusieve veehouderij. Hemelwater wordt gescheiden afgevoerd en het gehele plangebied wordt voorzien van een robuuste groene landschappelijke inpassing. Hiermee draagt het voornemen bij aan realisering van de duurzame ambities van de gemeente.
3.4.4 Nota parkeernormen Op 31 mei 2017 heeft de gemeenteraad de Nota Parkeernormen 2017, vastgesteld. In dit plan zijn de gemeentelijke parkeernormen voor nieuwe ruimtelijke plannen en projecten in de gemeente Rucphen vastgesteld, om in de toekomstig in een parkeerbehoefte te kunnen voorzien. Waar mogelijk wordt hiermee de bereikbaarheid en leefbaarheid van de gemeente gewaarborgd. De parkeernota is bedoeld als normenkader van de gemeente waarin voor de gehele gemeente parkeernormen zijn opgenomen voor ruimtelijke plannen en projecten, niet zijnde bestaande situaties.
Relatie met voorliggend plan In voorliggend plan wordt conform de vastgestelde gemeentelijke voldoende parkeercapaciteit, zie ook paragraaf 2.2.
22 te Schijf
parkeernormen
voorzien
in
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
Hoofdstuk 4
Milieu- & omgevingsaspecten
4.1 Milieu 4.1.1 Bodem Het landelijk beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Met andere woorden, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient door middel van een bodemonderzoek in beeld te worden gebracht of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Op het zuidelijk gedeelte van de planlocatie is momenteel een agrarische bestemming van toepassing, die met het planvoornemen wordt omgezet in een burgerwoonbestemming. Hiermee wordt er een gevoeligere functie aan het plangebied toegevoegd. In dit kader is er derhalve een bodemonderzoek noodzakelijk om vast te kunnen stellen of de bodem ter plaatse geschikt is voor woondoeleinden. Daarnaast is ter plaatse van de toekomstige realisering van enkele trekkershutten een indicatief bodemonderzoek uitgevoerd. Ten behoeve van de planontwikkeling is derhalve een verkennend bodemonderzoek alsmede een verkennend onderzoek naar het voorkomen van asbest uitgevoerd op de planlocatie. Dit onderzoek is als Bijlage 2 toegevoegd aan deze toelichting.
In het onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: Op basis van de in het vooronderzoek verzamelde gegevens is de locatie als niet-verdacht beschouwd. Veld- en laboratoriumwerkzaamheden zijn derhalve uitgevoerd conform de strategie onverdacht uit de NEN 5740 en NEN 5707. Op 1 locatie is sprake van overschrijding van de onderzoeksnorm in relatie tot het gehalte aan asbest. Het betreft naar verwachting een verontreiniging met een beperkte omvang. Dit dient echter bevestigd te worden middels een nader onderzoek; Dit nader onderzoek is inmiddels uitgevoerd en bijbehorende notitie is als Bijlage 3 toegevoegd aan deze toelichting. Hierin wordt geconcludeerd: 1. Uit de resultaten volgt dat noch op het maaiveld noch in de grove en fijne fractie van de inspectiesleuven asbest is aangetoond. Op basis hiervan is vastgesteld dat ter plaatse van het onderzochte terreindeel geen sprake is van een bodemverontreiniging met asbest en dat sprake was van een zeer beperkte spot, welke bij het verkennend onderzoek naar asbest is verwijderd. 2. Ter plaatse van het resterend terrein was bij voorgaand verkennend onderzoek naar asbest reeds afdoende vastgesteld dat geen sprake was van een bodemverontreiniging met asbest.
Op basis van het geheel aan onderzoeksresultaten van voorgaand en onderhavig onderzoek behoeven er ons inziens dan ook geen restricties gesteld te worden aan de beoogde herontwikkeling van de locatie. Voor het overige, behoeve op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld te worden aan bestemmingswijziging van de onderzochte locatie; De lichte verontreiniging met PAK's in de bovengrond van het resterend terrein vormt geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek conform de Circulaire Bodemsanering. De aanwezigheid van bovengenoemde componenten vormt, gezien de concentraties, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen bezwaar; Gelet op de aangetroffen concentratie aan koper en zink in het grondwater is het uitvoeren van een nader onderzoek naar de herkomst volgens de Circulaire Interventiewaarden Bodem-sanering niet noodzakelijk. Aangezien direct contact met het grondwater niet te verwachten is blijft het risico uit oogpunt van volksgezondheid en milieuhygiëne beperkt; Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden of wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit; Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het aspect bodem geen belemmering
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7 te Schijf 23
vormt voor het planvoornemen.
4.1.2 Geluid Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidgevoelig object moet worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In de Wet geluidhinder is bepaald hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. In de Wet geluidhinder (Wgh) is geregeld dat bepaalde wegen, spoorwegen en bedrijven(terreinen) een zone hebben. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen.
Wegverkeerslawaai Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) heeft elke weg een geluidszone, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. De planlocatie wordt ontsloten door De Berg. De Berg betreft een doodlopende weg, die enkel wordt benut door bestemmingsverkeer van de planlocatie zelf. Dit betekent dat de verkeersintensiteiten hier dermate laag zijn dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is niet noodzakelijk. Ter plekke is een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling.
Industrielawaai De planlocatie is niet gelegen in de buurt van een gezoneerd industrieterrein. Er is geen sprake van een belemmering in het kader van industrielawaai.
Railverkeerslawaai Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van een spoorlijn. Het plangebied is dan ook niet gelegen binnen de geluidzone van een spoorlijn. Het aspect railverkeerslawaai is dan ook niet aan de orde op onderhavig plan.
Conclusies De aspecten wegverkeer-, industrie-, spoorweg- en luchtvaartlawaai vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Gesteld kan worden dat een goed akoestisch woon- en leefklimaat is gewaarborgd.
4.1.3 Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wmb), zijn de belangrijkste bepalingen inzake luchtkwaliteit opgenomen. Om deze reden staat dit hoofdstuk ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van deze titel is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Indien een project aangeduid kan worden als Niet in betekende mate (NIBM) vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex artikel 5.16 Wmb. In het besluit NIBM (niet in betekenende mate) wordt gesteld dat een project NIBM is wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 1.500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijnstof en stikstofdioxide in de lucht.
Met het planvoornemen wordt feitelijk slechts 1 extra woning mogelijk gemaakt, waarbij geen wezenlijke toename van verkeersbewegingen wordt verwacht.
24 te Schijf
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2020, De Berg 5 - 7
Rekening houdend met de maximale mogelijkheden van het plan voor de veehouderij binnen het stikstofdepositieplafond, zien de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan toe op maximaal 26 zoogkoeien en 26 jongvee, ofwel 26 zoogkoeien x 86 g/dier/jaar + 26 jongvee x 38 g/dier/jaar = 3.224 g/jaar aan PM10 emissie (de uitbreiding t.o.v. bestaand bedraagt slechts 744 g/jaar aan PM10 emissie). In mei 2010 is de 'Handreiking fijn stof voor veehouderijen' door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu gepubliceerd. Deze handreiking is opgesteld door InfoMil in samenwerking het Ministerie van I&M en gaat in op de regelgeving over luchtkwaliteit, waarbij ook wordt ingegaan op de regeling 'Niet in betekenende mate' (ook wel: Regeling NIBM). Door veehouderijen wordt fijn stof in de vorm van PM10 uitgestoten. In de handreiking wordt beschreven hoe om te gaan met de beoordeling van emissie van fijn stof vanuit veehouderijen in het geval sprake is van een beperkte toename of een afname van de emissie. Hieronder is een tekstfragment uit paragraaf 2.2 van de handreiking overgenomen (cursieve gedeelte met tabel), waar specifiek ingegaan wordt op luchtkwaliteit bij veehouderijen: Vuistregel voor veehouderijen: Veehouderijen zijn niet opgenomen in de Regeling NIBM. Toch is het niet altijd noodzakelijk om met behulp van een berekening vast te stellen of er sprake is van NIBM.
Dit kan ook gedaan worden met een motivering, bijvoorbeeld op basis van ervaring. Er zijn genoeg projecten die namelijk overduidelijk NIBM zijn en waar een berekening niets toevoegt aan de conclusie. Als hulpmiddel bij de motivering is een vuistregel opgesteld waarmee aangetoond kan worden dat een uitbreiding/oprichting NIBM is. Deze staan in de onderstaande tabel, die gebaseerd is op de 3% NIBM grens, dus van na de inwerkingtreding van het NSL. In de tabel kan bij de betreffende afstand de hoeveelheid emissie worden afgelezen waarmee een veehouderij nog kan uitbreiden om 'niet in betekende mate' bij te dragen. Met behulp van de emissiefactorenlijst op www.vrom.nl kan uitgerekend worden of de totale toename in emissie onder de NIBM grens blijft. Indien bij een bepaalde afstand niet méér wordt geëmitteerd dan is opgenomen in de tabel dan is de oprichting/uitbreiding zeker NIBM. Wanneer de toename in emissie in grammen hoger is dan in de tabel opgenomen is het project mogelijk IBM. Er zal dan een berekening met ISL3a uitgevoerd moeten worden om aan te tonen dat geen grenswaarden worden overschreden ofwel de uitbreiding bij precieze berekening toch NIBM blijkt te zijn.
Uit bovenstaand tekstfragment en tabel kan afgeleid worden dat een maximale fijnstof emissie van 3.224 g/jaar NIBM bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse van omliggende woningen en tevens de nieuwe woonbestemmingen. Op basis hiervan kan worden gesteld dat het plan kan worden geduid als NIBM. Het plan leidt niet tot extra bronnen van uitstoot van luchtverontreinigende stoffen dan wel tot een toename hiervan. Het effect van het plan op de luchtkwaliteit van het gebied is dan ook nihil. De heersende achtergrondconcentratie PM10 bedraagt volgens de Grootschalige Concentratiekaart Nederland (GCN) in het plangebied en de omgeving ongeveer 15 µg/m3. De achtergrondconcentratie PM10 ligt ruim onder de wettelijke waarde van 40 µg/m3 en ook onder de gezondheidskundige advieswaarde van 25 µg/m3. Ter plaatse is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Uitgaande van de achtergrondconcentraties die gelden binnen de gemeente kan gesteld worden dat de luchtkwaliteit voldoet aan de normen die gesteld zijn in de Wmb. De Wmb staat derhalve de realisering van het voornemen niet in de weg. Daarnaast geldt het kader van het aspect luchtkwaliteit het Besluit gevoelige bestemmingen. Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen.