09b bijlagen bij toelichting tb NL.IMRO.0840.9000B0040-ON01 2021-08-02 1
Tekst van het document
Bijlagen bij de Toelichting
‘Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Schijfsebaan 17 te Schijf” Planstatus: Datum: Plan identificatie:
ontwerp 2021-08-02 NL.IMRO.0840.9000B0040-ON01
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Inhoud 1. Akoestisch onderzoek, rapportnummer BL.1842.R01, d.d. 8 oktober 2019, Kraaij Akoestisch Adviesbureau 2. Archeologisch vooronderzoek, rapportnummer 2971, d.d. 21 september 2020, Transect b.v. 3. Verkennend bodem- en asbestonderzoek, rapportnummer 2410.09.201.r1, d.d. 26 augustus 2020, Moerdijk Bodemsanering B.V 4. Ecologische quickscan, rapportnummer 2007-1, d.d. 3 augustus 2020, Maassen ecologisch advies en onderzoek 5. Vooroverleg reactie Waterschap Brabantse Delta, 28 februari 2020 6. Inspraakreactie Natuurwerkgroep Rucphen, 12 februari 2020 7. Omgevingsdialoog Schijfsebaan 17
Bestemmingsplan bijlagen 180920 | 02-08-2021
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
1. Akoestisch onderzoek, rapportnummer BL.1842.R01, d.d. 8 oktober 2019, Kraaij Akoestisch Adviesbureau.
Bestemmingsplan bijlagen 180920 | 02-08-2021
Akoestisch onderzoek Mijn Tuin Hoveniers Schijfsebaan 17 te Schijf
Akoestisch onderzoek Mijn Tuin Hoveniers Schijfsebaan 17 te Schijf
Projectnummer
: BP.1842.R01
Revisie
:1
Rapportdatum
: 8 oktober 2019
Auteur
: D. Kraaij
Opdrachtgever
: Schoenmakers Advies Achtmaal BV Minnelingsebrugstraat 4a 4885 KP Achtmaal
Contactpersoon
: mevrouw A. Jochems
Kraaij Akoestisch Adviesbureau Frisodonk 5 4707 VG Roosendaal T: 0165-544833 M: 06-10078854 E: info@kraaijbv.nl
Akoestisch onderzoek Schijfsebaan 17 in Schijf
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 4
2
TOETSINGSKADER ..................................................................................................................................... 5
3
OMSCHRIJVING OMGEVING ...................................................................................................................... 6
4
UITGANGSPUNTEN ONDERZOEK ............................................................................................................... 8
5
DE MODELLERING...................................................................................................................................... 9 5.1 BODEMGEBIEDEN EN OBJECTEN ........................................................................................................................ 9 5.2 TOETSPUNTEN............................................................................................................................................... 9 5.3 GELUIDBRONNEN ........................................................................................................................................... 9 5.3.1 Mobiele geluidbronnen .................................................................................................................... 10 5.3.2 Puntbronnen .................................................................................................................................... 10 5.3.3 Maximale geluidniveaus .................................................................................................................. 10 5.3.4 Bedrijfsduurcorrecties ...................................................................................................................... 10
6
REKENRESULTATEN EN CONCLUSIE ......................................................................................................... 11 6.1 6.2 6.3
LANGTIJDGEMIDDELD BEOORDELINGSNIVEAU .................................................................................................... 11 MAXIMAAL GELUIDNIVEAU ............................................................................................................................ 11 INDIRECTE HINDER........................................................................................................................................ 12
Bijlagen: Bijlage I : Bijlage II : Bijlage III :
Modelgegevens Rekenresultaten langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Rekenresultaten maximaal geluidniveau
Figuren: Figuur 1 : Figuur 2 : Figuur 3 :
BP.1842.R01.rev 1
Modellering bodemgebieden en objecten Modellering toetspunten Modellering geluidbronnen
pagina 3
08-10-2019
Akoestisch onderzoek Schijfsebaan 17 in Schijf
1
INLEIDING
In opdracht van Schoenmakers Advies Achtmaal BV is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek verricht in verband met een wijzigingsplan aan de Schijfsebaan 17 in Schijf. Het plan omvat de nieuwbouw van een bedrijfsloods ter vervanging van de bestaande opstallen direct aan en achter de woning. De bedrijfsloods wordt ten zuidoosten van de woning gebouwd, op 30 meter van de achtergevel van de woning. Door middel van een partiële bestemmingsplan wijziging wil de initiatiefnemer de bestemming van het perceel wijzigen naar een niet-agrarisch bedrijf (hoveniersbedrijf), waarbij het bouwvlak wordt vergroot. Hierdoor kan het bouwplan worden gerealiseerd. Een hoveniersbedrijf met een bedrijfsoppervlakte > 500 m2 is minimaal ingeschaald in milieucategorie 3.1. De gemeente Rucphen is bereid om mee te werken aan een bestemmingsplanwijziging, mits aangetoond wordt dat het bedrijf voor wat betreft het aspect geluid vergelijkbaar is met een milieucategorie 2 bedrijf. Voorliggend akoestisch onderzoek is uitgevoerd om te onderzoeken of het hoveniersbedrijf vanuit akoestisch oogpunt gelijk te stellen is aan een milieucategorie 2 bedrijf. In hoofdstuk 2 van dit rapport is opgenomen op welke wijze dit vanuit het toetsingskader is vormgegeven. De omgevingstypering van de nieuwe locatie is opgenomen in hoofdstuk 3.
Een beschrijving van de uitgangspunten voor de representatieve bedrijfssituatie is opgenomen in hoofdstuk 4. Voor de berekening van de geluidbelasting is gebruik gemaakt van een rekenmodel. De opbouw van dit rekenmodel is beschreven in hoofdstuk 5. De rekenresultaten en de conclusie zijn opgenomen in hoofdstuk 6. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (VROM 1999).
BP.1842.R01.rev 1
pagina 4
08-10-2019
Akoestisch onderzoek Schijfsebaan 17 in Schijf
2
TOETSINGSKADER
Door middel van een partiële bestemmingsplanwijziging kan een hoveniersbedrijf zich op de onderzoekslocatie vestigen indien aangetoond wordt dat het hoveniersbedrijf naar aard en omvang voor wat betreft de milieubelasting naar de omgeving gelijk kan worden gesteld aan een milieucategorie 2 bedrijf. Op grond van de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ bedraagt de richtafstand voor een milieucategorie 2 bedrijf 30 meter. Een bedrijf is voor het aspect geluid gelijk te stellen aan een milieucategorie 2 bedrijf, als de geluidbelasting op 30 meter van de grens van de inrichting de richtwaarden uit de VNG-brochure niet overschrijdt. Deze richtwaarden zijn: • 45 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; • 65 dB(A) in de dag-, 60 dB(A) in de avond- en 55 dB(A) in de nachtperiode voor het maximaal geluidniveau (piekgeluiden); • 50 dB(A) etmaalwaarde voor de geluidbelasting vanwege de verkeersaantrekkende werking.
BP.1842.R01.rev 1
pagina 5
08-10-2019
Akoestisch onderzoek Schijfsebaan 17 in Schijf
3
OMSCHRIJVING OMGEVING
De planlocatie bevindt zich aan de oostkant van Schijf, in het buitengebied. De Schijfsebaan vormt de verbindingsweg tussen Schijf en de Zundertseweg (N638) tussen Rucphen en Zundert. De meest nabijgelegen woning bevindt zich op circa 65 meter ten noordoosten van de onderzoekslocatie aan de Schijfsebaan 2B. Ten westen bevindt zich op ruim 130 meter een woning aan de Schijfsebaan 19. Op circa 70 meter ten zuiden van de onderzoekslocatie bevindt zich een woning aan de Canadapolderstraat 2. De directe omgeving is te kenmerken als ‘agrarisch’. In onderstaande figuur is een luchtfoto opgenomen van de planlocatie en de directe omgeving. De planlocatie is rood omcirkeld.
Woning
Woning
Schijf
Figuur 3.1: Luchtfoto planlocatie en omgeving
Het bedrijf bevindt zich aan de zuidzijde van de Schijfsebaan. De nieuwe te bouwen bedrijfsloods is ten zuiden van de huidige bedrijfslocatie geprojecteerd en zal worden ontsloten via de Canadapolderstraat. Voor de loods zal een bouwhoogte van maximaal 10 meter in het bestemmingsplan worden opgenomen. In de loods wordt een stalling gecreëerd voor maximaal vijf bedrijfswagens, opslag van meststoffen e.d., een kantoor en een kantine. Op het buitenterrein kan opslag plaatsvinden van zand, grond en planten en/of bomen. In onderstaande figuur is een plattegrond van de nieuwe situatie opgenomen.
BP.1842.R01.rev 1
pagina 6
08-10-2019
Akoestisch onderzoek Schijfsebaan 17 in Schijf
Figuur 3.2: Plattegrond planlocatie
BP.1842.R01.rev 1
pagina 7
08-10-2019
Akoestisch onderzoek Schijfsebaan 17 in Schijf
4
UITGANGSPUNTEN ONDERZOEK
Op 1 maart 2019 is een bedrijfsbezoek gebracht aan Mijn Tuin Hoveniers. Tijdens dit bedrijfsbezoek is de representatieve bedrijfssituatie van het hoveniersbedrijf geïnventariseerd. Mijn Tuin Hoveniers heeft 9 personeelsleden in dienst. Alle personeelsleden komen ’s ochtends rond 06.45 uur met de auto naar het bedrijf. Na 07.00 uur rijden de mensen weg met een bus met aanhangwagen. Indien noodzakelijk wordt gebruik gemaakt van de kleine shovel om zand of grond op de aanhangwagen te laden. Het gaat hierbij dan vaak om één of enkele scheppen zand of grond. Overdag is er op het terrein nauwelijks sprake van akoestisch relevante activiteiten. Per dag komt er maximaal 1 vrachtwagen om zand, grond o.i.d. te laden of te lossen. Eén of twee personeelsleden zijn aanwezig voor administratieve werkzaamheden. Tussen 16.00 en 17.00 uur komen de personeelsleden terug van de werkzaamheden op locatie en rijden de bestelbus met aanhangwagen in de bedrijfshal. Eventueel wordt de aanhanger nog gelost. Zand of grond wordt dan handmatig in de opslaglocaties gelost. De akoestisch relevante activiteiten zijn derhalve: 1. Voertuigbewegingen met maximaal vijf bestelbussen met aanhanger, in totaal 10 bewegingen tussen 07.00 en 19.00 uur; 2. Negen personenauto’s, waarbij negen bewegingen vóór 07.00 uur plaatsvinden en negen tussen 07.00 en 19.00 uur; 3.
Eén vrachtwagen (twee bewegingen) tussen 07.00 en 19.00 uur voor het laden en lossen van grond, zand e.d.; 4. Het lossen van zand of grond met de kraan van de vrachtwagen gedurende maximaal 15 minuten; 5. Het gebruik van de (kleine) shovel voor het laden van een aanhangwagen. De gebruiksduur bedraagt 15 minuten tussen 07.00 en 19.00 uur.
BP.1842.R01.rev 1
pagina 8
08-10-2019
Akoestisch onderzoek Schijfsebaan 17 in Schijf
5
DE MODELLERING
Op basis van de beschreven uitgangspunten is met behulp van de software Geomilieu, versie V4.50, van DGMR Raadgevende Ingenieurs een overdrachtsmodel gemaakt om de geluidbelasting in de omgeving te berekenen. In onderstaande paragrafen is de modelvorming toegelicht. De output van het rekenmodel is in numerieke vorm opgenomen in bijlage I van dit rapport. 5.1
Bodemgebieden en objecten
In de berekening wordt rekening gehouden met de mate van absorptie door, reflectie tegen en verstrooiing aan de bodem. Een harde bodem bestaat uit asfalt, bestrating, water of beton en wordt gemodelleerd met een bodemfactor 0,0. Een zachte bodem bestaat uit grasland, bossen of tuinen en wordt gemodelleerd met een bodemfactor 1,0. De mate van absorptie kan tussen de 0 en 1 liggen, afhankelijk van de verhouding harde/zachte bodemgebieden in het overdrachtsgebied. De directe omgeving van de onderzoekslocatie kenmerkt zich door de aanwezigheid van veel grond voor agrarisch gebruik. Het rekenmodel is daarom default ingesteld op een overdracht met zachte bodem (Bf = 1,0). De wegen en het erf van het bedrijf zijn verhard en dus als hard bodemgebied (Bf=0,0) in het rekenmodel ingevoerd. Vanwege de aanwezige verharding in combinatie met groen is de tuin van de woning aan de Schijfsebaan 17 als half harde bodem ingevoerd (Bf=0,5). Alle objecten zijn als reflecterende object (reflectiefactor =0,8) gemodelleerd. De hoogte van nieuwe bedrijfsloods is gesteld op 10 meter. De woning is ingevoerd met een (standaard) hoogte van 8 meter. Figuur 1 omvat een weergave van de gemodelleerde bodemgebieden en objecten. Het kavel van de onderzoekslocatie is met een oranje lijn omkaderd.
5.2
Toetspunten
Om te bepalen of het bedrijf in werking kan zijn overeenkomstig een milieucategorie 2 bedrijf, zijn op de richtafstand van 30 meter van de perceelsgrens toetspunten ingevoerd. Omdat de woning aan de Schijfsebaan 17 zich precies op de richtafstand bevindt, is ook hier een toetspunt gemodelleerd. Voor wat betreft de toetshoogte is aangesloten bij het gestelde in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Deze Handreiking beveelt aan om per geval te bezien op welke hoogte geluidhinder ondervonden kan worden. Dit is afhankelijk van de te beschermen verblijfsruimten en de periode van het etmaal. Als algemene regel wordt geadviseerd voor de dagperiode een toetshoogte van 1,5 meter aan te houden, aangezien de buitenruimte en de woonkamers dan de te beschermen ruimten zijn. In de avond- en nachtperiode wordt een hoogte van 5 meter geadviseerd, ter bescherming van slaapruimten. Op 30 meter afstand, waar geen te beschermen verblijfsruimten aanwezig zijn, is de standaard toetshoogte van 5 meter gehanteerd. Voor het toetspunt op de achtergevel is een toetshoogte van 1,5 en 5 meter aangehouden. In figuur 2 zijn de gemodelleerde toetspunten grafisch weergegeven.
5.3
Geluidbronnen
Op basis van de in hoofdstuk 4 beschreven uitgangspunten zijn de akoestisch relevante geluidbronnen ingevoerd in het rekenmodel. De geluidbronnen zijn beschreven in de onderstaande paragrafen. Alle ingevoerde geluidbronnen zijn weergegeven in de figuur 3.
BP.1842.R01.rev 1
pagina 9
08-10-2019
Akoestisch onderzoek Schijfsebaan 17 in Schijf 5.3.1
Mobiele geluidbronnen
In het rekenmodel zijn met mobiele bronnen de rijlijnen ingevoerd voor: 1. Het aan- en afrijden van de bestelbussen met aanhangwagen. Voor het rijden van de bestelbussen is een bronvermogen van 95 dB(A) aangehouden; 2. De vrachtwagen die komt laden en/of lossen. Voor het rijden van de vrachtwagens is een bronvermogen van 104 dB(A) aangehouden. 3. Het rijden met personenauto’s van het personeel. Voor het rijden van de personenauto’s is een bronvermogen van 90 dB(A) aangehouden. De rijsnelheid is gesteld op 10 km/ uur. 5.3.2 Puntbronnen Het laden en lossen met de shovel en de kraan van een vrachtwagen is gemodelleerd met één puntbron met een bronvermogen van 100 dB(A). Deze activiteiten kunnen in één puntbron worden gebundeld, omdat de activiteit op dezelfde plaats uitgevoerd wordt en het bronvermogen gelijk is. De totale bedrijfsduur van deze activiteiten bedraagt 0,5 uur. 5.3.3 Maximale geluidniveaus Maximale geluidniveaus (‘piekniveaus’) treden op door het laden en lossen of het starten/optrekken van de vrachtwagen. Het bronvermogen bedraagt 110 dB(A). Op de meest kritische posities zijn geluidbronnen gemodelleerd. 5.3.4 Bedrijfsduurcorrecties Het gehanteerd bronvermogen wordt gecorrigeerd voor de tijd dat de bron binnen de inrichting ‘in bedrijf’ is.
De bedrijfsduurcorrectieterm Cb brengt de periode Tb in rekening zolang de bedrijfstoestand tijdens de beoordelingsperiode T0 blijft bestaan en wordt berekend volgens de volgende formule: Cb = -10*log(Tb/T0) De beoordelingsperiode T0 bedraagt voor: • de dagperiode: 07.00 – 19.00 uur = 12 uur • de avondperiode: 19.00 – 23.00 uur = 4 uur • de nachtperiode: 23.00 – 07.00 uur = 8 uur Voor het rijden van voertuigen is het aantal bronnen waarmee de rijlijn wordt gemodelleerd, de af te leggen weg binnen de inrichtingsgrenzen alsmede de rijsnelheid van belang om de Cb te bepalen. Hiervoor wordt de volgende formule gehanteerd: Cb (dB) =-10*log(L*n/v*To*N) Cb = bedrijfsduurcorrectie (dB) T0 = periodeduur n = aantal voertuigbewegingen N = aantal bronnen over de rijlijn gemodelleerd v = rijsnelheid in km/uur L = lengte van de rijlijn In de modellering van de geluidbronnen wordt de bedrijfsduurcorrectie automatisch berekend per rijlijn, gegeven de bovenstaande parameters. De rijsnelheid op het terrein is gesteld op 10 km/uur. Om het maximaal geluidniveau te berekenen is voor de desbetreffende puntbron de bedrijfsduurcorrectie op 99 dB(A) gesteld.
BP.1842.R01.rev 1
pagina 10
08-10-2019
Akoestisch onderzoek Schijfsebaan 17 in Schijf
6
REKENRESULTATEN EN CONCLUSIE
Op basis van de in hoofdstuk 4 beschreven uitgangspunten en hoofdstuk 5 beschreven modellering, is het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximaal geluidniveau berekend op de toetspunten op 30 meter van de perceelsgrens en op de achtergevel van de woning aan de Schijfsebaan 17. 6.1
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
In bijlage II zijn de rekenresultaten van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau opgenomen. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bedraagt ten hoogste 44 dB(A) in de dag- en 23 dB(A) in de nachtperiode op 30 meter van de perceelsgrens. Deze geluidbelasting wordt berekend op toetspunt 13. Op de gevel van de woning aan de Schijfsebaan 17 bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ten hoogste 42 dB(A) in de dagperiode (toetshoogte 1,5 meter) en 25 dB(A) in de nachtperiode (toetshoogte 5 meter). Omdat er in de avondperiode geen akoestisch relevante activiteiten plaatsvinden, wordt er ook geen geluidbelasting berekend. Hiermee wordt voldaan aan de richtwaarde van 45 dB(A) in de dag- en 35 dB(A) in de nachtperiode. Vanuit akoestisch oogpunt is het bedrijf qua aard en omvang gelijkwaardig aan een milieucategorie 2 bedrijf. 6.2
Maximaal geluidniveau
In bijlage III zijn de rekenresultaten van het maximaal geluidniveau opgenomen. Het maximaal geluidniveau bedraagt ten hoogste 68 dB(A) in de dag- en 49 dB(A) in de nachtperiode op de richtafstand van 30 meter. De richtwaarde van 65 dB(A) in de dagperiode wordt overschreden met maximaal 3 dB(A) in de dagperiode. De richtwaarde van 55 dB(A) in de nachtperiode wordt niet overschreden. Op de gevel van de woning aan de Schijfsebaan 17 bedraagt het maximaal geluidniveau ten hoogste 66 dB(A) in de dagperiode (toetshoogte 1,5 meter) en 50 dB(A) in de nachtperiode (toetshoogte 5 meter). De richtwaarde van 65 dB(A) wordt met 1 dB(A) in de dagperiode overschreden. De richtwaarde van 55 dB(A) in de nachtperiode wordt niet overschreden. Naar aanleiding van de rekenresultaten wordt het volgende opgemerkt: • Een overschrijding van het maximaal geluidniveau op een richtafstand van 30 meter is altijd te verwachten met het starten/optrekken van een vrachtwagen, ook bij een willekeurig milieucategorie 2 bedrijf waar een vrachtwagen rijdt. Het rigide toetsen aan de richtafstand voor een bedrijf in een lage milieucategorie met transportbewegingen zal altijd leiden tot een weigering van de aanvraag. Het is aannemelijk dat dit niet de bedoeling van de wetgever kan zijn. • Om de geluidbelasting op 30 meter te beperken zouden geluidschermen rondom het perceel geplaatst moeten worden.
Dit is vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst. Overigens is dit ook geen complete oplossing, omdat ter plaatse van een in/uitrit altijd een opening in het geluidscherm moet zijn. Op die plaats zal de richtwaarde dus altijd worden overschreden. • Binnen de richtafstand van 30 meter kunnen zonder bestemmingsplanwijziging (en dus zonder toetsing) geen nieuwe geluidgevoelige objecten worden geprojecteerd, omdat de woonbestemming en een bouwblok ontbreekt. Eventuele (toekomstige) bestemmingsplanwijzigingen dienen dan rekening te houden met de geluidbelasting van het hoveniersbedrijf. • Op 30 meter ten noorden van de onderzoekslocatie bevindt zich de woning aan de Schijfsebaan 17. Hier wordt de richtwaarde met 1 dB(A) in de dagperiode overschreden. In deze woning woont de eigenaar van het bedrijf. Gelet op de koppeling van het bedrijf en de woning, wordt een overschrijding van 1 dB(A) aanvaardbaar geacht. Te meer deze overschrijding in het milieuspoor (toetsing Activiteitenbesluit milieubeheer; norm Lmax=70 dB(A)) niet optreedt. Het maximaal geluidniveau op 30 meter van de grens van de inrichting wordt om deze redenen aanvaardbaar geacht.
BP.1842.R01.rev 1
pagina 11
08-10-2019
Akoestisch onderzoek Schijfsebaan 17 in Schijf
6.3
Indirecte hinder
De verkeersintensiteit van de Schijfsebaan bedraagt 1.211 motorvoertuigen per etmaal voor het prognosejaar 2026. Dit gegeven is gebaseerd op het akoestisch onderzoek “Scherpenbergsebaan te Schijf’ van AGEL Adviseurs, rapport 20160168 d.d. 15 juli 2016. Dit rapport behoort bij een omgevingsvergunning ‘Scherpenbergsebaan (ong) tussen 8a en 10 te Schijf d.d. 12-2-2018. De voertuigbewegingen van en naar de bedrijfsloods leveren geen wezenlijke bijdrage op het totaal aantal voertuigbewegingen. Het verkeer van het hoveniersbedrijf is dus niet te onderscheiden van het overige verkeer. Bovendien vinden de voertuigbewegingen van en naar het hoveniersbedrijf nu al plaats, zodat er geen sprake is van toename van het verkeer. Toetsing aan de richtwaarde voor indirecte hinder heeft derhalve niet plaatsgevonden. De voertuigen rijden via de Canadapolderstraat. Vanaf de in-/uitrit van de bedrijfslocatie tot aan de aansluiting met de Schijfsebaan passeren de voertuigen geen woning van derden. Toetsing aan de richtwaarde voor indirecte hinder kan daarom achterwege blijven.
BP.1842.R01.rev 1
pagina 12
08-10-2019
Akoestisch onderzoek Schijfsebaan 17 in Schijf
BIJLAGEN
BP.1842.R01.rev 1
pagina 13
08-10-2019
Akoestisch onderzoek Schijfsebaan 17 in Schijf
BIJLAGE I
Modelgegevens
Bijlage I Modelgegevens Model: Groep:
Naam MB_01 MB_02 MB_03
eerste model versie van Schijf - Schijf (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - IL Omschr. Vertrek en aankomst bussen met aanhangers Personenauto's personeel Vrachtauto laden of lossen
Geomilieu V4.50
Hdef. Relatief Relatief Relatief
Aantal(D) 10 9 2
Aantal(A) ----
Aantal(N) -9 --
Cb(D) 34,06 34,65 40,81
Cb(A) ----
Cb(N) -32,89 --
Gem.snelheid 10 10 10
Max.afst. 5,00 5,00 5,00
Lw 63 80,00 75,00 76,00
Lw 125 82,00 77,00 87,00
Lw 250 84,00 79,00 91,00
7-3-2019 17:07:58
Bijlage I Modelgegevens Model: Groep:
Naam MB_01 MB_02 MB_03
eerste model versie van Schijf - Schijf (hoofdgroep) Lijst van Mobiele bron, voor rekenmethode Industrielawaai - IL Lw 500 88,00 83,00 97,00
Lw 1k 90,00 85,00 101,00
Geomilieu V4.50
Lw 2k 88,00 83,00 97,00
Lw 4k 85,00 80,00 89,00
Lw 8k 75,00 70,00 81,00
Lw Totaal 94,94 89,94 104,04
7-3-2019 17:07:58
Bijlage I Modelgegevens Model: Groep:
Naam B_01 B_02 B_03
eerste model versie van Schijf - Schijf (hoofdgroep) Lijst van Puntbronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - IL Omschr. Shovel en vrachtwagen laden/lossen Vrachtwagen laden/lossen Lmax Vrachtwagen optrekken Lmax
Geomilieu V4.50
Hoogte 1,00 1,00 1,00
Maaiveld 0,00 0,00 0,00
Hdef. Relatief Relatief Relatief
Type Normale puntbron Normale puntbron Normale puntbron
Richt. 0,00 0,00 0,00
Hoek 360,00 360,00 360,00
Cb(D) 13,80 99,00 99,00
Cb(A) ----
Cb(N) ----
GeenRefl. Nee Nee Nee
GeenDemping Nee Nee Nee
Lwr 63 72,00 82,00 82,00
Lwr 125 82,00 92,00 92,00
7-3-2019 17:07:58
Bijlage I Modelgegevens Model: Groep:
Naam B_01 B_02 B_03
eerste model versie van Schijf - Schijf (hoofdgroep) Lijst van Puntbronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - IL Lwr 250 87,00 97,00 97,00
Lwr 500 93,00 103,00 103,00
Geomilieu V4.50
Lwr 1k 95,00 105,00 105,00
Lwr 2k 95,00 105,00 105,00
Lwr 4k 89,00 99,00 99,00
Lwr 8k 78,00 88,00 88,00
Lwr Totaal 99,94 109,94 109,94
7-3-2019 17:07:58
Bijlage I Modelgegevens Model: Groep:
eerste model versie van Schijf - Schijf (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Industrielawaai - IL
Naam T_01 T_02 T_03 T_04 T_05
Omschr. Woning Schijfsebaan 17 Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter
Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Hoogte A 1,50 5,00 5,00 5,00 5,00
Hoogte B 5,00 -----
Hoogte C ------
Hoogte D ------
Hoogte E ------
Hoogte F ------
Gevel Ja Ja Ja Ja Ja
T_06 T_07 T_08 T_09 T_10
Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
------
------
------
------
------
Ja Ja Ja Ja Ja
T_11 T_12 T_13
Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter
0,00 0,00 0,00
Relatief Relatief Relatief
5,00 5,00 5,00
----
----
----
----
----
Ja Ja Ja
Geomilieu V4.50
7-3-2019 17:07:58
Bijlage I Modelgegevens Model: Groep:
Naam 1 2
eerste model versie van Schijf - Schijf (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Industrielawaai - IL Omschr. verharding erf Canadapolderstraat Schijfsebaan
Geomilieu V4.50
Bf 0,00 0,00 0,00 0,50
7-3-2019 17:07:58
Bijlage I Modelgegevens Model: Groep:
Naam
eerste model versie van Schijf - Schijf (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Industrielawaai - IL Omschr. Nieuwe loods Schijfsebaan 17
Geomilieu V4.50
Hoogte 10,00 8,00
Maaiveld 0,00 0,00
Hdef. Relatief Relatief
Functie
Cp 0 dB 0 dB
Refl. 31 0,80 0,80
Refl. 63 0,80 0,80
Refl. 125 0,80 0,80
Refl. 250 0,80 0,80
Refl. 500 0,80 0,80
Refl. 1k 0,80 0,80
Refl. 2k 0,80 0,80
Refl. 4k 0,80 0,80
Refl. 8k 0,80 0,80
7-3-2019 17:07:58
Bijlage I Modelgegevens Rapport: Model:
Lijst van model eigenschappen eerste model
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
eerste model Dennis #2|Industrielawaai|IL|
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
Dennis op 1-3-2019 Dennis op 7-3-2019 Geomilieu V4.50
Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Meteorologische correctie Standaard bodemfactor Absorptiestandaarden Dynamische foutmarge Clusteren gebouwen Verwijderen binnenwanden
07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Etmaalwaarde Max(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4 Bronresultaten Groepsresultaten Toepassen standaard, 5,0 1,0 HMRI-II.8 -Ja Ja
Geomilieu V4.50
7-3-2019 17:08:37
Akoestisch onderzoek Schijfsebaan 17 in Schijf
BIJLAGE II
Rekenresultaten langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
Bijlage II Rekenresultaten langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel eerste model LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee
Naam Toetspunt T_01_A T_01_B T_02_A T_03_A T_04_A
Omschrijving Woning Schijfsebaan 17 Woning Schijfsebaan 17 Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter
Hoogte 1,50 5,00 5,00 5,00 5,00
Dag 42 44 41 39 40
Avond ------
Nacht 23 25 25 23 22
Etmaal 42 44 41 39 40
T_05_A T_06_A T_07_A T_08_A T_09_A
Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
28 31 24 41 43
------
20 16 13 6 7
30 31 24 41 43
T_10_A T_11_A T_12_A T_13_A
Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter
5,00 5,00 5,00 5,00
41 43 43 44
-----
14 20 21 23
41 43 43 44
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V4.50
5-3-2019 14:08:52
Akoestisch onderzoek Schijfsebaan 17 in Schijf
BIJLAGE III
Rekenresultaten maximaal geluidniveau
Bijlage III Rekenresultaten maximaal geluidniveau Rapport: Model: Groep:
Resultatentabel eerste model LAmax totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep)
Naam Toetspunt T_01_A T_01_B T_02_A T_03_A T_04_A
Omschrijving Woning Schijfsebaan 17 Woning Schijfsebaan 17 Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter
Hoogte 1,50 5,00 5,00 5,00 5,00
Dag 66 68 67 68 68
Avond ------
Nacht 48 50 49 48 49
T_05_A T_06_A T_07_A T_08_A T_09_A
Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
67 67 65 65 63
------
47 45 45 36 34
T_10_A T_11_A T_12_A T_13_A
Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter Toetspunt op 30 meter
5,00 5,00 5,00 5,00
64 67 66 68
-----
44 45 47 49
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V4.50
5-3-2019 14:09:30
Akoestisch onderzoek Schijfsebaan 17 in Schijf
FIGUREN
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
2. Archeologisch vooronderzoek, rapportnummer 2971, d.d. 21 september 2020, Transect b.v.
Bestemmingsplan bijlagen 180920 | 02-08-2021
Transect-rapport 2971 Schijf, Schijfsebaan 17 Gemeente Rucphen (NB) Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase
Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein
T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl
Colofon Titel
Rapportnummer
Schijf, Schijfsebaan 17, gemeente Rucphen (NB). Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Transect-rapport 2971
Auteur
J. (Jurgen) Rap MA
Versie
Concept
Datum
21-09-2020
Projectnummer
20070008
Onderzoeksmelding
4892800100
Opdrachtgever
Schoenmakers Advies Molenzicht 2 4881 BW Zundert
Uitvoerder
Transect b.v. Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein
Bevoegde overheid
Gemeente Rucphen
Adviseur namens bevoegde overheid Archeologen Regiodienst West-Brabant (RWB) Status rapportage
Nog niet goedgekeurd
Beheer en plaats documentatie
Transect b.v., Nieuwegein Foto van de zuidzijde van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek op 16-09-2020 (Fotograaf: J. Rap)
Omslagafbeelding
Autorisatie Naam Drs. T. Nales Senior KNA Prospector
Datum 29-09-2020
Paraaf
ISSN: 2211-7067 © Transect b.v., Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein
T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl
Samenvatting In opdracht van Schoenmakers Advies heeft Transect b.v. in september 2020 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Schijfsebaan 17 in Schijf (gemeente Rucphen). De aanleiding van het onderzoek vormt de voorgenomen sloop van een aantal bijgebouwen van de bestaande woning (circa 250 m²), waarna een nieuw bedrijfsgebouw met een oppervlakte van circa 600 m² gebouwd zal worden. Voor deze ingrepen is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk in het plangebied (circa 1,0 ha). Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), verkennende fase, om antwoord te kunnen geven op de volgende vragen: • • • •
Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog?
Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat in het plangebied sprake is van een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Neolithicum. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied op een dekzandwelving aan de rand van een ven. In de directe omgeving van het plangebied is reeds een groot aantal vuurstenen artefacten uit deze periode aangetroffen tijdens veldkarteringen. Gedurende de Bronstijd is het dekzandlandschap overgroeid geraakt met veen, waardoor het plangebied ongunstige omstandigheden voor bewoning heeft gekregen tot het moment van de turfwinning. De turfwinning is in het plangebied gestart in 1553 en gedurende de late 18e eeuw afgerond, waarna het gebied weer bewoonbaar wordt, omdat door de aanleg van een systeem van greppels en turfvaarten de algehele grondwaterstand in het gebied was verlaagd. Het plangebied bleef echter na de turfwinning ongebruikt en verandert in heide, die pas in de 20e eeuw ontgonnen wordt. Daarom is voor de periode Bronstijd – Nieuwe tijd sprake van een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is de ligging van het plangebied op een dekzandwelving en in een voormalig ven vastgesteld.
In het westelijk deel van het plangebied is in de top van het dekzand sprake van inspoelingshorizonten (Bh-horizonten). Deze horizonten zijn een aanwijzing dat de top van het archeologisch relevante niveau, het dekzand, nog intact is. In het zuidoosten van het plangebied is aangetoond dat sprake is van een dichtgestoven of dichtgeschoven. Op basis van deze resultaten geldt daarom in navolging van het bureauonderzoek in het westelijk en zuidoostelijk deel van het plangebied een hoge verwachting op het aantreffen van intacte vondstconcentraties uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum (bijlage 8). Centraal in het plangebied is de bodemopbouw aangetast tot in de BC-horizont. Hier worden daarom geen intacte vondstconcentraties verwacht. De verstoorde vondstconcentraties die hier nog kunnen worden aangetroffen vertegenwoordigen archeologisch gezien nog weinig waarde. Advies In het gehele plangebied is sprake van een twee verwachtingen op het aantreffen van archeologische resten in een verschillende mate van intactheid (bijlage 8). Ten behoeve van de voorgenomen ingrepen in het plangebied adviseren wij het volgende:
•
De voorgenomen sloopwerkzaamheden tot een diepte van 70 cm -Mv (12,2 m +NAP) vinden plaats waar geen intacte vondstconcentraties meer verwacht worden, wegens het ontbreken van een intacte bodemopbouw. Daarom adviseren wij om deze ingrepen plaats te laten vinden zonder archeologisch vervolgonderzoek.
•
De voorgenomen nieuwbouw zal deels plaatsvinden op die locatie waar geen intacte vondstconcentraties meer worden verwacht (bijlage 8; blauwe zone) en deels ter plaatse van het ven. Ter plaatse van het ven zal het maaiveld echter opgehoogd (vanaf 11,0 m +NAP) worden en zal de top van het dekzand (10,7-10,9 m +NAP) niet worden aangetast. Daarom kunnen ook de ingrepen ten behoeve van nieuwbouw plaatsvinden zonder archeologisch vervolgonderzoek. Wel willen wij de initiatiefnemer en de uitvoerder van de werkzaamheden wijzen op de wettelijke plicht om eventuele toevalsvondsten direct te melden bij de bevoegde overheid (Erfgoedwet 2016, artikel 5.10).
•
Ter plaatse van de westelijke zone met een hoge verwachting adviseren wij om bij toekomstige ingrepen in de ondergrond een aanvullend karterend onderzoek uit de voeren naar de aard en aanwezigheid van eventuele vondstconcentraties. Gezien de verwachting op het aantreffen van hoofdzakelijk vondstconcentraties, kan dit onderzoek het beste worden uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek volgens methode A4 van de Leidraad voor Karterend Booronderzoek.
Het bovenstaande vormt een advies. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Rucphen, om op basis van de resultaten van dit rapport een selectiebesluit te nemen over de daadwerkelijke omgang met eventuele archeologische resten in het plangebied.
Inhoud 1.
Aanleiding.............................................................................................................................. 5
2.
Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek ............................................................. 6
3.
Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied ................................................................... 7
4.
Planvorming en consequenties toekomstig gebruik ............................................................. 9
5.
Beleidskader ........................................................................................................................ 10
6.
Landschap, geomorfologie en bodem ................................................................................. 11
7.
Archeologische verwachtingen, waarden en onderzoeken ................................................ 13
8.
Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen ............................................... 15
9.
Gespecificeerde archeologische verwachting ..................................................................... 20
10.
Resultaten veldonderzoek ................................................................................................... 22
11.
Beantwoording onderzoeksvragen ..................................................................................... 25
12.
Conclusies en advies............................................................................................................ 26
13.
Geraadpleegde bronnen ..................................................................................................... 28
Archeologische periode-indeling voor Nederland .............................................................. 30 Archeologiebeleid ............................................................................................................... 31 Geomorfologie .................................................................................................................... 33 Maaiveldhoogte .................................................................................................................. 34 Bodem ................................................................................................................................. 36 Archeologische waarden en onderzoeken .......................................................................... 37 Boorpuntenkaart ................................................................................................................. 38 Resultatenkaart ................................................................................................................... 39 Foto’s van boringen ............................................................................................................. 40 Boorbeschrijvingen.............................................................................................................. 42
1. Aanleiding In opdracht van Schoenmakers Advies heeft Transect b.v.1 in september 2020 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Schijfsebaan 17 in Schijf (gemeente Rucphen). De aanleiding van het onderzoek vormt de voorgenomen sloop van een aantal bijgebouwen van de bestaande woning (circa 250 m²), waarna een nieuw bedrijfsgebouw met een oppervlakte van circa 600 m² gebouwd zal worden. Voor deze ingrepen is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk in het plangebied (circa 1,0 ha). In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen’ (2020) heeft het plangebied een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2. Bij een dergelijke dubbelbestemming hebben ingrepen in de ondergrond groter dan 100 m² en dieper dan 50 cm -Mv een archeologische onderzoeksplicht. In het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging is het noodzakelijk om de archeologische verwachting van het plangebied vast te stellen, waardoor sprake is van een archeologische onderzoekplicht. Dit rapport beschrijft de resultaten van het archeologisch vooronderzoek in het plangebied en voorziet in die plicht. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1) en het Plan van Aanpak (Rap, 2020).
1
Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.
5
2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting. Aan de hand van beschikbare informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik binnen en rondom het plangebied, wordt de kans bepaald dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiertoe is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis3) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin ook de Archeologische MonumentenKaart (AMK) en de lijst van Archeologische Rijksmonumenten zijn opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologischgeomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. Deze informatie is aangevuld met relevante informatie uit achtergrondliteratuur. Een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen is opgenomen in hoofdstuk 13. Heemkundekring Swerter Scive heeft geen informatie verstrekt (per e-mail contact opgenomen met de secretaris op 15-09-2020).
Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting. De verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek richt zich voornamelijk op de bodemopbouw en de mate van verstoring binnen het plangebied. Op basis van deze gegevens kan het bevoegd gezag kansrijke zones selecteren voor vervolgonderzoek en kansarme zones te vrijwaren voor aanvullend onderzoek. De werkwijze is toegelicht in hoofdstuk 10. Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: • Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? • Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? • In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? • Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegd gezag een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure.
Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het onderzoek is uitgevoerd conform protocollen 4002 (bureauonderzoek) en 4003 (inventariserend veldonderzoek) van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1).
6
3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Plaats
Schijf
Toponiem
Schijfsebaan 17
Gemeente
Rucphen
Provincie
Noord-Brabant
Kaartblad
49F
Perceelnummer(s)
RPN00-R-388 en R-389
Centrumcoördinaat
98.393 / 390.468
Oppervlakte
Circa 1,0 ha
Binnen het archeologisch onderzoek is onderscheid gemaakt tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen de bodemingrepen worden uitgevoerd. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied, in een straal van circa 500 m, dat bij het onderzoek wordt betrokken om tot een beter inzicht te komen in de landschappelijke, archeologische en (cultuur)historische situatie in het plangebied. Het plangebied bevindt zich aan de Schijfsebaan 17 in Schijf (gemeente Rucphen). Het beslaat het de volledige kadastrale percelen RPN00-R-388 en R-389 en heeft een oppervlakte van circa 1,0 ha. De noordgrens van het plangebied wordt gevormd door de Schijfsebaan, de oostelijke grens door de Canadapolderstraat. De westelijke en zuidelijke grens van het plangebied wordt gevormd door de kavelgrenzen met de aanliggende percelen. Het plangebied was ten tijde van het onderzoek in gebruik als erf van een hoveniersbedrijf. Het was bebouwd (circa 700 m²), bestraat met klinkers (circa 2000 m²) en in gebruik als tuin of grasland (circa 7300 m²). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.
7
Figuur 1. Ligging van het plangebied op een topografische kaart uit 2018. Bron topografische kaart: www.pdok.nl.
8
4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Planvorming
Bestemmingsplanwijziging
Aard bodemverstoringen
Sloop bestaande bebouwing, nieuwbouw
Verstoringsoppervlakte
Circa 850 m²
Verstoringsdiepte
Nieuwbouw: circa 40-100 cm -Mv Ophoging/grondverbetering vanaf 11,0-11,9 m +NAP Sloop: circa 70 cm -Mv (circa 12,2 m +NAP)
In het plangebied bestaat het voornemen tot herontwikkeling van het bestaande hoveniersbedrijf, waarvoor een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk is. In dit kader zal bestaande bebouwing gesloopt worden en zal een nieuw bedrijfsgebouw tot stand worden gebracht. De locatie van de voorgenomen ingrepen is weergegeven in figuur 2. •
Met de voorgenomen sloop zal de ondergrond over een oppervlakte van circa 250 m² geroerd worden tot een diepte van circa 70 cm -Mv (circa 12,2 m +NAP; bron: Schoenmakers Advies).
•
Ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw wordt uitgegaan van een peilwaarde (onderzijde funderingen) van circa 11,95 m +NAP. Hiertoe moet grond worden opgebracht en ontgraven, evenals grondverbetering worden toegepast vanaf een diepte van 11,0 m +NAP. De fundering zal bestaan uit betonstroken en -poeren, waarvoor tot diepte van 40-100 cm ontgraven moet worden. Tussen de stroken en poeren zal een nieuwe betonvloer of schoon zand worden aangelegd, waarvoor tot een diepte van 45-56 cm -Mv (circa 12,2 m +NAP) ontgraven zal worden (bron: Schoenmakers Advies).
Figuur 2. Locatie van de voorgenomen ingrepen. In het blauw de te slopen gebouwen, in het bruin de te handhaven gebouwen en met de roze omlijning de voorgenomen locatie van nieuwbouw. Naar: tekeningen Schoenmakers Advies.
9
5. Beleidskader Onderzoekskader
Bestemmingsplanwijziging
Beleidskader
Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen (2020)
Onderzoeksgrens
> 100 m2, dieper dan 50 cm –mv.
In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Met ingang van juli 2016 is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die (naar verwachting) in 2021 in werking zal treden. Volgens het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen’ (2020) heeft het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Dit betekent dat in het plangebied een archeologische onderzoeksplicht geldt bij bodemingrepen groter dan 100 m 2 en dieper dan 50 cm –Mv. De dubbelbestemming is gebaseerd op de archeologische beleidskaart van de gemeente Rucphen, waarop het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft (bijlage 2; Weterings-Korthorst, e.a., 2019 en Timmermans e.a., 2019).
Aangezien de voorgenomen ingrepen met een oppervlakte van 850 m² en een diepte van 80 cm -Mv de onderzoeksgrenzen overschrijden, is volgens het huidige bestemmingsplan sprake van een archeologische onderzoeksplicht. In het kader van de bestemmingsplanwijziging dient de aanvrager een rapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen en/of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan, afhankelijk van de uitkomsten van het bureauonderzoek, worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNA-waarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt.
10
6. Landschap, geomorfologie en bodem Geologie
Zuidelijk zandgebied
Geomorfologie
Terrasafzettingswelvingen en terrasafzettingsvlakte met dekzand
Maaiveldhoogte
11,6-13,2 m +NAP
Bodem
Veldpodzolgronden in zwak tot matig siltig fijn zand
Grondwatertrap
V-VI
Landschap Het plangebied ligt in het westelijke deel van het zuidelijke zandgebied, op het Kempisch Hoog (Berendsen, 2005; Tebbens; in Ball en Van Heeringen, 2006). Hier liggen aan of nabij het maaiveld afzettingen van de Formatie van Stramproy (de Mulder et al., 2003; TNO, 2010). Deze sedimenten zijn in het Vroeg- en Midden-Pleistoceen voornamelijk afgezet door kleine rivieren die vanuit België in noordelijke en oostelijke richting afwaterden. Een deel van de afzettingen heeft een eolische oorsprong. Door de pleistocene zeespiegelbewegingen zijn rivierterrassen in de afzettingen ontstaan. In het Laat-Glaciaal (13000 – 10000 jaar geleden), is een dun pakket eolisch dekzand afgezet op de rivierterrassen (Stouthamer et al., 2015). Dit dekzand vormt het Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel en vormt een potentieel archeologisch niveau, evenals de oudere terrassen van de Formatie van Stramproy. In geologische boringen op 450 m ten westen en 300 m ten oosten van het plangebied is tot een diepte van 0,8-1,7 m -Mv (10,5-11,6 m +NAP) het Laagpakket van Wierden aangetroffen, dat overgaat in de Formatie van Stramproy aangetroffen (bron: DINOloket; www.dinoloket.nl; boringen B49F0789 en B49F0794). In het dekzand waren beekdalen aanwezig (Leenders, 2013). Volgens Vos en De Vries (2015) en Timmermans e.a. (2019) lag het plangebied rond 9000 voor Chr.
in een vlakte, in de nabijheid van een beekdal. Dit beekdal bevond zich ongeveer 600 m ten zuiden en zuidoosten van het plangebied en waterde in noordoostelijke richting af. In het eerste deel van het Holoceen (vanaf circa 9700 v. Chr.) trad bodemvorming op in de pleistocene afzettingen, maar vanaf het Atlanticum is veen gevormd op het dekzand. In eerste instantie vond de veenvorming plaats in de beekdalen, maar rond 600 voor Chr. waren grote delen van West-Brabant bedekt door veen (Leenders, 2013). Alleen de hogere rivierterrassen bleven vrij van veen. Hierdoor werden grote delen van Noord-Brabant onaantrekkelijk voor bewoning. Volgens de paleogeografische kaarten van de gemeente Rucphen (opgenomen in Timmermans et al., 2019) is het plangebied tussen 1500 en 500 v. Chr. overgroeid geraakt met veen (vanaf de Bronstijd). Dit is ook opgenomen op de Turfdatabank van de provincie Antwerpen 2. Het veen in het plangebied maakt onderdeel uit van de Leur-Nieuwmoer, waar het veen is gestoken vanaf 1553 (de 228½ bunder ontginning; Leenders, 2013), vanuit de Hesselvaart (eerste aanleg 1398) op ongeveer 350 m ten westen van het plangebied. Hierdoor is het oudere dekzand en terrasafzettingen weer aan het maaiveld komen te liggen. Opvallend is dat een gebied direct ten noorden van het plangebied in de Turfdatabank niet is gekarteerd als veengebied.
Mogelijk heeft het veen de pleistocene afzettingen hier niet afgedekt. Geomorfologie Op de geomorfologische kaart is het plangebied grotendeels gekarteerd als een terrasafzettingswelving met dekzand (kaartcode 3L41d; bijlage 3; bron: Alterra, 2017), de zuidoostpunt van het plangebied ligt op een terrasafzettingsvlakte met dekzand (kaartcode 2M41d). De terrasafzettingswelving vormt een relatief hoog punt in een verder vrij vlak landschap dat is 2
https://www.provincieantwerpen.be/aanbod/dict/gis/digitale-kaarten.html
11
doorsneden door beekdalen en waarin veen vennen aanwezig, zoals rondom het plangebied het geval is. Daarmee heeft het plangebied gunstige omstandigheden voor bewoning vanaf het LaatPaleolithicum, totdat het plangebied tussen 1500 en 500 v. Chr. overgroeid raakt met veen. Afhankelijk van de dikte van het veenpakket en de hoogte van de welvingen kunnen de pleistocene afzettingen nog “droog” zijn geweest. Actueel Hoogtebestand Nederland De maaiveldhoogte in het plangebied ligt op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN versie 3; www.ahn.nl) rond de 11,6-13,2 m +NAP (bijlage 4). Het laagste deel van het plangebied bevindt zich aan de zuidoostzijde, waar het maaiveld circa 11,6 m +NAP bedraagt. Deze laagte vormt een continuering van een laagte buiten het plangebied, waar een ven aanwezig is. Rondom de bestaande bebouwing is sprake van een maaiveldhoogte van 12,7-13,2 m +NAP, waar het maaiveld geëgaliseerd oogt. Vanaf het erf daalt het maaiveld geleidelijk richting de noordoost- en zuidwestgrenzen van het plangebied tot een hoogte van circa 12,5 m +NAP. Bodem en grondwatertrap Volgens de bodemkaart zijn in het plangebied veldpodzolgronden in zwak siltig fijn zand (kaartcode Hn21) en in matig tot sterk siltig fijn zand aanwezig (kaartcode Hn23; bijlage 5, bron: Alterra, 2015).
Veldpodzolgronden vormen zich in mineralogisch arme zandgronden met relatief hoge grondwaterstanden. Ze kenmerken zich door een dunne humus- en ijzerinspoelingshorizont (Bh- of Bhs-horizont). Een duidelijke uitspoelingshorizont (E-horizont) is niet altijd aanwezig. De bodems zijn ontstaan in lemig fijn zand (De Bakker en Schelling, 1989). Wanneer er sprake is van een hoge mate van intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw zijn in de top van het zand sporen van horizonten nog aanwezig. De grondwatertrap binnen het plangebied is gekarteerd als V in ter plaatse van de matig tot sterk siltige veldpodzolen en als VII ter plaatse van de zwak siltige veldpodzolen. • Ter plaatse van de grondwatertrap VII ligt de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstrand (GHG; winterpeil) altijd beneden 80 cm -Mv, er is geen Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG; zomerpeil) gekarteerd voor deze grondwatertrap. • Ter plaatse van de grondwatertrap V ligt de GHG altijd boven de 40 cm -Mv, de GLG ligt altijd boven de 120 cm -Mv. De verschillen in grondwatertrap duiden mogelijk op sterke fluctuaties van het grondwaterpeil in het plangebied, waardoor onverbrande organische resten zoals hout, leer, bot- of plantmateriaal binnen 120 cm –Mv waarschijnlijk niet bewaard zijn gebleven. Deze zullen als gevolg van oxidatie en zure omstandigheden in de bodem waarschijnlijk al zijn afgebroken.
Binnen 120 cm –Mv kunnen wel anorganische resten zoals vuursteen en aardewerk, of verbrande organische resten worden aangetroffen. Beneden 120 cm –Mv kunnen onverbrande organische resten wel bewaard zijn gebleven.
12
7. Archeologische verwachtingen, waarden en onderzoeken Wettelijk beschermde monumenten
Nee
AMK-terreinen
Nee
Archeologische waarden
Ja
Archeologische verwachtingen Het plangebied valt op de gemeentelijke beleids- en verwachtingskaart in een gebied met een hoge archeologische verwachting (bijlage 2; Weterings-Korthorst e.a., 2019). Deze verwachtingskaart is gebaseerd op de geomorfologische kaart in combinatie met de historisch-geografische gebiedselementen. De verwachting van het plangebied is gebaseerd op de relatief hoge ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving en verschillende vondstmeldingen in de directe omgeving van het plangebied. Bekende waarden Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis3) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status en is ook niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK; bijlage 6). In het plangebied is niet eerder archeologisch onderzoek verricht en zijn niet eerder waarnemingen gemeld. Ten westen van het plangebied is een aantal onderzoeken uitgevoerd, in de omgeving van het plangebied zijn diverse vondsten gemeld (bijlage 6; Archis3). Onderzoeken • Op ongeveer 250 m ten noordwesten van het plangebied, aan de Scherpenbergsebaan 8a, is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Uit het bureauonderzoek blijkt reeds dat sprake is van een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten, gebaseerd op een vrij laaggelegen landschappelijke ligging.
Er zijn op basis van de historische kaarten geen aanwijzingen voor ontginningssporen, anders dan de turfvaart ten oosten van het plangebied. Uit het veldonderzoek is gebleken dat de ondergrond tot in de C-horizont verstoord is geraakt. Vanaf maaiveld is een gebrokte geroerde laag aangetroffen tot een diepte van 10-45 cm -Mv. De C-horizont bestaat uit goed gesorteerd dekzand. Er is geen nader onderzoek aanbevolen (Kerkhoven en Pape, 2014; onderzoeksmelding 2438808100). • Op ongeveer 300 m ten westen van het plangebied, aan de Scherpenbergsebaan 4, is een bureauen booronderzoek uitgevoerd. In het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied alleen een hoge verwachting heeft voor de periode Laat-Paleolithicum en Mesolithicum, gedurende het Neolithicum en de Nieuwe tijd heeft het plangebied waarschijnlijk onder dusdanig vochtige omstandigheden verkeerd dat bewoning onmogelijk is geweest. Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat het plangebied tot een diepte van 60-90 cm ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld is afgegraven. Hoewel in drie boringen een zeer dunne BC-horizont is aangetroffen, wordt deze BC-horizont als zodanig zwak beschouwd dat deze waarschijnlijk is gevormd na afloop van het afgraven. Er is geen nader onderzoek aanbevolen (Schorn en Nillesen, 2016; onderzoeksmelding 3981064100).
• Op ongeveer 400 m ten westen van het plangebied, ten noorden van de Scherpenbergsebaan 2, is een bureau- en boordonderzoek uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek is vastgesteld dat het dekzand tot een diepte van circa 35-60 cm -Mv verstoord is geraakt, hoewel aan de onderzijde van de bouwvoor verploegde restanten van een E- en Bhs-horizont zijn aangetroffen. De verstoring is waarschijnlijk het gevolg van zandwinning. Op basis van deze bodemopbouw is geen nader onderzoek aanbevolen (Schorn, 2016; onderzoeksmelding 4002999100).
13
Vondstmeldingen • Op ongeveer 100 m ten zuidwesten van het plangebied, op akkers aan de Schijfsebaan 19, zijn verschillende vondstmeldingen gedaan van vuurstenen artefacten uit het Laat-Paleolithicum B (vondstmeldingen 3272313100; 3272305100; 3207335100), Mesolithicum (vondstmeldingen 3272524100; 3272313100; 3272305100; 3207335100) en het Neolithicum (vondstmelding 3207335100). Het grootste deel van de artefacten is te relateren aan een verwerkings- of productiekamp van de Federmesser- of Tjonger-traditie. Getuige de aanwezigheid van denneboom-spitsen is de locatie echter tot in het Neolithicum in gebruik geweest (Deeben e.a., 2011). •
Ook op 100 m ten oosten van het plangebied, in akkers aan de Canadapolderweg, zijn verschillende vuursteen-artefacten uit het Laat-Paleolithicum B en het Mesolithicum aangetroffen (vondstmelding 3266458100).
•
Op ongeveer 150 m ten zuidwesten van het plangebied, ter plaatse van de zuidzijde van het Staartven, is tijdens veldkarteringen in de periode 1980-1982 en in 2011 een aantal vuursteenafslagen uit het Laat-Paleolithicum B tot en met het Neolithicum aangetroffen. Ook is hier een rugmes uit het Laat-Paleolithicum aangetroffen, evenals een aantal paleolithische lange klingen van Grand Pressigny-vuursteen (vondstmeldingen 3289162100; 3266482100; 3277166100). Aan de zuidelijke rand van de depressie van het Staartven is tevens een gekerfde kling uit het Mesolithicum gevonden (vondstmelding 3266466100).
•
Aan de noordzijde van het Staartven, op ongeveer 200 m ten noordoosten van het plangebied, is eveneens een aantal fragmenten bewerkt vuursteen aangetroffen. Deze fragmenten zijn breed gedateerd in het Laat-Paleolithicum B tot en met het Laat Neolithicum (vondstmelding 3270134100) Tijdens veldkarteringen in de jaren ’60 van de 20e eeuw zijn verschillende stukken bewerkt vuursteen uit het Mesolithicum aangetroffen, waarschijnlijk tijdens het afgraven van het gebied voor zandwinning (vondstmelding 2903456100).
Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de directe omgeving van het plangebied bewoond is geweest gedurende het Laat-Paleolithicum B tot en met het Neolithicum. Alle vondsten zijn aangetroffen tijdens veldkarteringen, waardoor de oorspronkelijke context en diepteligging van in-situ vondsten nog onbekend is.