09 b5 Bijlagen Toelichting NL.IMRO.0840.9000B0047-ON01
Tekst van het document
De grondwatertrap in het Rucphense bos is eveneens gelijk aan de onderzoekslocatie. Dit betekent dat de grondwaterstand in het Rucphense bos gelijk is
Rapport 5047.003 versie D2
Pagina 14 van 17
aan in het plangebied zelf. Dit komt overeen met de hoogtekaart. Ook dit gebied behoort tot de beschermde gebieden waterhuishouding verordening water Kaartenbank Brabant, 2018). Conclusie De ingreep zal geen effect hebben op de waterhuishouding of de waterkwaliteit. Het bouwen van de bouwkavel is een relatief kleine ingreep waarvan geen effecten worden verwacht. Door de voorgenomen plannen worden geen veranderingen verwacht. Het grootste deel van het plangebied blijft natuur of zal worden ingericht als natuur, hieruit worden alleen positieve effecten verwacht voor het NNB. 5.5
Rust en stilte
De huidige antropogene invloed op het NNB binnen het plangebied is laag. Het gebied dat behoort tot het NNB behoort tot een stiltegebied. Ten noorden, westen en zuiden is het plangebied omringd door bospassages. Ten oosten zijn akker en weilanden gelegen die enkel gebruikt worden om te zaaien, onderhouden en oogsten of om bij de weides te komen. De noordelijk gelegen Nederheidsebaan zal echter wel een iets hogere geluidsinvloed hebben op bosschages, doordat de wind voornamelijk uit zuidwestelijke richting komt en het verkeer hier 60km/h mag rijden. Ten zuiden van de onderzoekslocatie is een ontsluitingsweg gelegen, de Hoeksestraat, gevolgd door enkele opslagruimtes en boerenbedrijven. Ten zuiden van de onderzoekslocatie zijn grotendeels bospassages aanwezig. De gehele onderzoekslocatie is op de Nederheidsebaan na een plek waar rust en stilte aanwezig is. Daarnaast biedt het gebied op kleine schaal extensieve recreatie mogelijkheden. Conclusie De rust en stilte binnen het plangebied zullen minimaal afnemen. Dit komt doordat het gebied in de toekomstige situatie vaker door wandelaars betreden zal worden. Het noordelijke deel zal ingericht worden als stiltegebied, het zuidelijke deel zal toegankelijk worden voor wandelaars. Daarnaast zal een lichte toename van antropogeen geluid ontstaan door de ontwikkeling van het woonhuis aan de rand van het NNB.
De toename in geluid zal zeer minimaal zijn, hier treedt door de geplande ingreep naar verwachting geen significante negatief effect op. Hierbij wordt wel geadviseerd om het gebied tijdens de kwetsbare nacht periodes niet open te stellen voor publiek. 5.6
Donkerte en openheid
De bospercelen hebben afwisselend een open en gesloten karakter. De bospercelen binnen de onderzoekslocatie betreffen boomopstanden zoals grove den, Amerikaanse en Europese eik en Europese lariks. Ten zuiden van de onderzoekslocatie bevindt zich momenteel een boomkwekerij met jonge opstand van zwarte els, gewone esdoorn en hazelaar. Dit gedeelte heeft een open karakter. Op verschillende plekken binnen het plangebied zijn openplekken in de vorm van grasland aanwezig (zie figuur 3 t/m12). Conclusie Door de voorgenomen plannen zal de donkerte en openheid van het bestaande NNB gebied niet veranderen. De twee percelen (ter plaatse van de schietberg en ter plaatse van de huidige boomkwekerij, alsook het perceel binnen het NNB; zie figuur 8, 9 en 12) die binnen het gebied heringericht zullen worden zullen hun openkarakter behouden en hiermee een positieve bijdragen leveren het NNB. Het oostelijke perceel, waar naast een natuurlijk herinrichting het woonhuis gerealiseerd zal worden, zal mits er geen lichttoename in de richting van het NNB plaatsvindt, een positieve bijdragen leveren aan het naastgelegen NNB. Er wordt op deze locatie aangeraden om alleen met oriëntatie verlichting te werken om op deze manier de donkerte van de bosrand te behouden. Voorkeur hierbij is dat de verlichting alleen gebruikt wordt wanneer de locatie betreden wordt. Wanneer er geen toena-
Rapport 5047.003 versie D2
Pagina 15 van 17
me aan licht plaatsvindt in de richting van het NNB worden er geen significante negatieve effecten verwacht die betrekking hebben op donkerte en openheid. 5.7
Landschapsstructuur
De bospercelen betreffen jonge opstand, met op enkele plekken een duidelijk aanwezige kruid/struiklaag. Daarnaast is er binnen het landschap een afwissend reliëf aanwezig. Het oostelijke deel van de onderzoekslocatie bestaat nu uit een strakke overgang van bos naar akker. In de toekomstige situatie zal dit een meer geleidelijkere overgangskarakter gaan krijgen. Conclusie De landschapsstructuren ter plaatse van het NNB waar zich momenteel bos bevindt zullen door de voorgenomen plannen niet veranderen. De landschapsstructuur ter plaatse van het NNB waar zich momenteel kort gemaaid gras bevindt zal heringericht worden met een amfibieën poel, bloemrijk grasland en een wandelpad dat aansluit op de overige wandelpaden (zie figuur 13) De open landschapsstructuur blijft behouden. De percelen die heringericht zullen worden zullen in de toekomstige situatie een meer natuurlijker karakter krijgen met een afwisselende bosrand. Hierbij zal het agrarisch gebied veranderen in natuurlijk gebied met wonen. De landschapsstructuur bij de onderzoekslocatie zal positief veranderen. Doordat er geen NNB verdwijnt hoeft er ook niet gecompenseerd te worden. 5.8
Belevingswaarde
De belevingswaarde van de bospercelen wordt in de huidige situatie gevormd door een geïsoleerd gelegen klein oppervlak jonge opstand (aanplant), reliëfrijk en met een afwisselend open/gesloten karakter. Deze kenmerken zorgen voor een esthetisch cultuurrijk karakter. De onderzoekslocatie wat heringericht en verbeterd wordt als natuur heeft een diverse karakter en is voorzien van kort gemaaide gras (schietberg en NNB deel binnen de onderzoekslocatie), kweekbomen (bomenkwekerij) en akkerland (ten oosten). Deze kenmerken zullen deels verdwijnen en een positieve bijdragen gaan bieden aan het huidige NNB. Conclusie De belevingswaarde van de bospercelen binnen het NNB zal zijn natuurlijker karakter behouden. De percelen die omgevormd worden tot natuur zullen een aansluitend karakter krijgen met het NNB. Het deel dat momenteel al tot het NBB behoort zal tevens een meer aansluitend karakter krijgen met de omliggende bospercelen. De belevingswaarde van het noordelijke deel zal gelijk blijven met de huidige situatie. Dit deel zal als stiltegebied ingericht worden. Het zuidelijke deel met de vier nog om te vormen percelen krijgen een hogere belevingswaarde voor wandelaars en de toekomstige bewoners van het te realiseren woonhuis.
Rapport 5047.003 versie D2
Pagina 16 van 17
6
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
Econsultancy heeft in opdracht van Compositie 5 stedenbouw een effectenonderzoek Natuurnetwerk Brabant uitgevoerd aan de Hoeksebaan (ong.) te Schijf. Het effectenonderzoek Natuurnetwerk Brabant is uitgevoerd in het kader van een voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie en heeft als doel om de effecten van het beoogd gebruik op de kernkwaliteiten en omgevingencondities van het Brabants Natuurnetwerk te onderzoeken. Initiatiefnemer is voornemens om ten westen van Schijf, gelegen tussen de Hoeksestraat in het zuiden en de Nederheidsebaan in het noorden, een nieuw landgoed te realiseren. Aan de Nederheidsebaan, in het noorden van het gebied waarin wordt voorgenomen het landgoed te realiseren, is thans reeds het “Landgoed Kniphorst” gelegen. Beoogd wordt dit bestaande ‘landgoed’ samen te voegen met gronden die daar ten zuiden van zijn gelegen, zodat één landgoed van circa 13 hectare ontstaat. De naam van het totale landgoed betreft dan “Landgoed Havikshorst”. Gelet op deze aaneengesloten oppervlakte kan gebruik worden gemaakt van de provinciale en gemeentelijke landgoedregeling. Op basis van deze landgoedregelingen kan nieuwe bebouwing worden toegevoegd. Daarnaast heeft de initiatiefnemer voornemens nieuwe bebouwing toe te voegen aan de zuidzijde van het landgoed, ter plaatse wordt één nieuwe wooneenheid gerealiseerd.
Ten behoeve van de ontwikkeling van het landgoed dient eveneens nieuwe natuur te worden ontwikkeld en verbeterd, alsmede aanleidingen voor extensieve recreatie. Voor het landgoed is reeds een Inrichtingsvoorstel opgesteld. Conclusie Uit onderhavig NNB-effectenonderzoek blijkt dat er door de geplande inrichting, zoals deze in de huidige situatie voorzien is, geen significant negatieve effecten te verwachten zijn op wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB. Hierbij dient er wel rekening gehouden te worden met toekomstige verlichting. Met name in de richting van het NNB mag er geen toename aan licht plaatsvinden. Om dit te voorkomen kan er gewerkt worden met oriëntatieverlichting. Daarnaast gaat de voorkeur na het gebruik van verlichting te beperken tot enkel het woonhuis. Wanneer de omgeving rondom het woonhuis verlichten dient te worden, deze alleen gebruiken wanneer deze daadwerkelijk in gebruik is. Daarnaast wordt er geadviseerd om het gebied alleen overdag open te stellen voor publiek, dit om de nachtelijk rust van mogelijk aanwezige fauna te kunnen garanderen. Verder wordt geadviseerd om rekening te houden met de aanwezige flora en fauna vanuit de zorgplicht. Door de toepassing van twee spelregels: de ‘NNB-saldobenadering’ en ‘herbegrenzen NNB’ kunnen zowel ontwikkelingen met en zonder groot openbaar belang binnen de NNB gerealiseerd worden.
Deze twee instrumenten moeten zorgen dat de NNB niet alleen even groot en even waardevol blijft, maar er zelfs beter op wordt. Het NNB-compensatiebeginsel is in deze situatie niet van toepassing. Ter plaatse van de onderzoekslocatie behoren drie locatie momenteel nog niet tot het NNB en één wel. In de toekomstige situatie zullen deze vier locatie heringericht worden als natuur. Dit zal voor een natuurlijke overgang gaan zorgen.
Econsultancy Boxmeer, 25 oktober 2018
Rapport 5047.003 versie D2
Pagina 17 van 17
GERAADPLEEGDE BRONNEN Algemene Literatuur Nationale Database Flora en Fauna (NDFF), uitvoerportaal; https://ndff-ecogrid.nl, zoekgebied Schijf, periode 2008-2018 Nationale Georegister, uitvoerportaal; http://nationaalgeoregister.nl, zoekgebied Schijf, kaart Geomorfologische en aardkundige processen. Geraadpleegd op 23 oktober 2018. Provincie
Brabant. Natuurbeheerplan 2018. Geraadpleegd op 23 oktober https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan, zoekgebied Schijf
2018,
van
Provincie Brabant. Provinciale Ruimtelijke plannen. Geraadpleegd op 23 oktober 2018, van http://ruimtelijkeplannen.brabant.nl/, zoekgebied Schijf Algemene websites www.brabant.nl (EHS en beschermde gebieden in Noord-Brabant) www.rijksoverheid.nl (natuurwetgeving) www.mijn.rvo.nl (natuurwetgeving) www.rvo.nl (nationale natuurwetgeving en soortenstandaarden)
Rapport 5047.003 versie D2
Bijlage 4
94 avikshorst
bodemkundig rapport
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed H
BODEMKUNDIG BUREAUONDERZOEK NEDERHEIDSEBAAN 5 TE SCHIJF
Rapportage bodemkundig bureauonderzoek Nederheidsebaan 5 te Schijf Opdrachtgever
Mevr. R.J.A.M. Lamberti Nederheidsebaan 5 4721 CK Schijf
Contactpersoon
Dhr. T. de Kousenmaeker (Compositie 5 Stedenbouw)
Rapportnummer
5047.001
Versienummer
D1
Status
Eindrapportage
Datum
9 november 2017
Vestiging
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 0485 - 581818 boxmeer@econsultancy.nl
Opsteller
ir. R.W. Isarin
Paraaf
Kwaliteitscontrole
dr. ir. B.A. van de Pas
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2008. Betrouwbaarheid Opgemerkt wordt dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2.
GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................................. 1
3.
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK ................................................ 2
4.
GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE .......................................................................................... 2 4.1 4.2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3
5.
CALAMITEITEN .......................................................................................................................... 4
6.
UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE..................... 4
7.
BELENDENDE PERCELEN/TERREINDELEN .......................................................................... 4
8.
INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN ........................................ 4
9.
BODEMOPBOUW, -EIGENSCHAPPEN EN GEOHYDROLOGIE ............................................. 5 9.1 9.2 9.3
Bodemopbouw .................................................................................................................. 5 Bodemeigenschappen ...................................................................................................... 5 Geohydrologie .................................................................................................................. 6
10.
TERREININSPECTIE ................................................................................................................. 6
12.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ......................................................................................... 8
BIJLAGEN: 1. 2. 3.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Geraadpleegde bronnen
1.
INLEIDING
Econsultancy heeft van Mevr. R.J.A.M. Lamberti opdracht gekregen voor het uitvoeren van een bodemkundig bureauonderzoek aan de Nederheidsebaan 5 te Schijf. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie, alsmede een bestemmingsplanwijziging. Het bodemkundig bureauonderzoek heeft tot doel te bepalen wat de te verwachten algemene bodem-
eigenschappen zijn om eventuele belemmeringen voor de herontwikkeling te kunnen signaleren. Er is specifiek gekeken naar de algemene bodemeigenschappen van de drie delen van de onderzoekslocatie met de toekomstbestemming ‘natuurontwikkeling’ (zie figuur 1). Er is gekeken of de huidige bodemeigenschappen een belemmering vormen voor de geplande natuurontwikkeling.
2.
GERAADPLEEGDE BRONNEN
De informatie over de onderzoekslocatie is gebaseerd op de bij de gemeente Rucphen aanwezige informatie (contactpersoon de heer M. Gijzen) en informatie verkregen uit de op 19 oktober 2017 uitgevoerde terreininspectie. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over:
het historische, huidige en toekomstige gebruik; de lokale/regionale achtergrondgehalten de bodemopbouw; de bodemeigenschappen en toepassingsmogelijkheden; de geohydrology eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken;
Bijlage 3 geeft een overzicht van de geraadpleegde bronnen.
Rapport 5047.001 versie D1
Pagina 1 van 9
3.
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen. De onderzoekslocatie (± 8,8 ha) ligt aan de Nederheidsebaan 5, circa 0,5 kilometer ten westen van de kern van Schijf (zie bijlage 1). De percelen, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, zijn kadastraal bekend gemeente Rucphen, sectie Q, nummers 475, 476, 329, 477, 476, 330, 480, 330 en sectie K, nummers 2139, 2141, 2143. Volgens de topografische kaart van Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte tussen de 12 m en 18 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 96.672, Y = 389.737. Binnen het plangebied zijn 3 deelgebieden (een noordelijk, oostelijk en zuidelijk deelgebied) aangewezen voor natuurontwikkeling (zie figuur 1). Het bodemkundige onderzoek is toegespitst op deze deelgebieden.
Figuur 1. Onderzoekslocatie (rode lijn) met natuurontwikkelinglocaties (groene lijn) (Bron: Nieuw landgoed Havikshorst inrichtingsvoorstel 2017 Eelerwoude)
4.
GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE
4.1
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Volgens historisch kaartmateriaal uit omstreeks 1899 was de locatie, alsmede de omgeving ervan, destijds deels heide en deels in agrarisch gebruik (figuur 2). Vanaf omstreeks 1962 is er bos in de plaats van de heide ontstaan (figuur 3). Door de jaren heen is het aantal agrarische gronden afgenomen en zijn deze percelen tevens bosgebied geworden (figuur 4). Vanaf circa 1995 tot 2006 is het perceel aan de oostzijde van de onderzoekslocatie in gebruik geweest als boomgaard (figuur 4).
Rapport 5047.001 versie D1
Pagina 2 van 9
Figuur 2. 1899
Figuur 3. 1962
Figuur 4. 1995
De onderzoekslocatie is grotendeels bosgebied. Daarnaast zijn een aantal percelen in agrarisch gebruik. Deze percelen hebben voor zover bekend altijd een agrarische bestemming gehad. De delen van de onderzoekslocatie met de toekomstbestemming ‘natuurontwikkeling’ zijn in gebruik als weiland, akkerland en productiebos. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Rucphen bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Wel heeft er ten noorden van de onderzoekslocatie, aan de Roosendaalsebaan 19, een ondergrondse HBO/diesel tank gelegen. Deze tank is in 1998, met kiwa certificering gesaneerd. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Uit bestudering van luchtfoto's en historisch kaartmateriaal blijkt dat de verkaveling sinds 1995 niet veranderd is. Verder blijkt uit de geraadpleegde bronnen geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. De onderzoekslocatie is geheel onbebouwd en onverhard. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie nimmer bebouwd. 4.2
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens op de onderzoekslocatie een nieuw landgoed te realiseren. Ten noorden van de onderzoekslocatie is reeds het “Landgoed Kniphorst” gelegen. Beoogd wordt dit bestaande ‘landgoed’ samen te voegen met de gronden van de onderzoekslocatie, zodat één landgoed van circa 13 hectare ontstaat. De naam van het totale landgoed zal “Landgoed Havikshorst” worden. Voor het nieuwe landgoed is door Eelerwoude een inrichtingsplan gemaakt. De initiatiefnemer is voornemens nieuwe bebouwing toe te voegen aan de oostzijde van de onderzoekslocatie. Hier wordt één nieuwe wooneenheid gerealiseerd. Ten behoeve van de ontwikkeling van het landgoed dient eveneens nieuwe natuur te worden ontwikkeld, alsmede aanleidingen voor extensieve recreatie. In figuur 1 is het inrichtingsvoorstel van Eelerwoude weergegeven. Natuurontwikkeling Het noordelijk deel bestemd voor natuurontwikkeling zal jaarlijks ingezaaid worden met granen (geen maïs) of akkerrandmengsel.
Rapport 5047.001 versie D1
Pagina 3 van 9