09 b2 Toelichting NL.IMRO.0840.9000B0047-ON01
Tekst van het document
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed Havikshorst
Datum: 21-12-2020 Status: ontwerp
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
6 6 7 8
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
9
2.1 2.2 2.3 2.4
Inleiding Historie van het plangebied Huidige situatie plangebied Beoogde situatie
9 9 10 12
Hoofdstuk 3
Beleidskader
17
3.1 3.2 3.3 3.4
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
17 17 20 29
Hoofdstuk 4
Milieuhygiënische aspecten
35
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Natuurbescherming Flora en fauna Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling
35 35 36 38 39 41 43 44 45 46 49 50 51
Hoofdstuk 5
Juridische planopzet
53
5.1 5.2 5.3
Inleiding Opbouw van de regels Regels
53 53 53
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
57
6.1
Inleiding
57
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed Havikshorst 3
6.2
Kostenverhaal
57
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
58
7.1 7.2 7.3 7.4
Vooroverleg Omgevingsdialoog Zienswijzen Tervisielegging
58 58 58 58
4 avikshorst
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed H
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed Havikshorst 5
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens om ten westen van Schijf, gelegen tussen de Hoeksestraat in het zuiden en de Nederheidsebaan in het noorden, een nieuw landgoed van 10 hectare (in juridisch-planologische zin) te realiseren. De naam van het landgoed wordt “Landgoed Havikshorst”. Gelet op deze aaneengesloten oppervlakte kan gebruik worden gemaakt van de provinciale en gemeentelijke landgoedregeling. Op basis van deze landgoedregelingen kan nieuwe bebouwing worden toegevoegd. Initiatiefnemer is voornemens nieuwe bebouwing toe te voegen aan de zuidoostzijde van het landgoed, ter plaatse wordt één nieuwe wooneenheid gerealiseerd. Ten behoeve van de ontwikkeling van het landgoed dient eveneens nieuwe natuur te worden ontwikkeld, alsmede aanleidingen voor extensieve recreatie. Voor het landgoed is reeds een inrichtingsvoorstel opgesteld.
De gemeente Rucphen heeft het landgoederenbeleid 'Landgoederen, vandaag en morgen' vastgesteld. In dit beleidsdocument, vastgesteld op 3 januari 2017 door het college van Burgemeester en Wethouders, zijn de beleidsuitgangspunten voor landgoederen binnen de gemeente Rucphen geformuleerd. Deze beleidsuitgangspunten zijn een aanvulling op de provinciale regeling 'Nieuwe landgoederen' als opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant. Per brief d.d. 17 juli 2017 heeft de gemeente Rucphen een positief principestandpunt ingenomen ten aanzien van het initiatief.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied bestaat uit een deel van de oostelijke bosrand van de 'Rucphense Bossen' ter hoogte van Schijf, liggend tussen de Nederheidsebaan en de Hoeksestraat. Westelijk van het plangebied bevinden zich de bossen, oostelijk van het plangebied liggen velden en akkers. In het noorden van het plangebied is binnen het bosgebied een open grasland met een poel aanwezig. In het zuiden van het plangebied is binnen het bosgebied agrarisch grondgebruik aanwezig.
6 avikshorst
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed H
Luchtfoto met afgebakend het plangebied van bestemmingsplan 'Havikshorst'
Het plangebied bestaat uit de percelen kadastraal bekend als gemeente Rucphen, sectie K, nrs. 2135, 2137, 2139, 2141, 2143 (het zuidelijk deel van) 2133 en (het zuidelijk deel van) 1382. Ook tot het plangebied behoren de kavels bekend als de gemeente Rucphen, sectie Q, nr. 304, 475, 476, 329, 477, 330 en 480. Het landhuis wordt ontwikkeld op perceel Q329.
1.3 Vigerend bestemmingsplan Toetsingskader
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed Havikshorst 7
Voor de gronden vigeert het bestemmingsplan "Buitengebied Rucphen 2012" van de gemeente Rucphen zoals vastgesteld door de raad d.d. 29 maart 2012 en de daarop volgende herzieningen. De gronden zijn bestemd als 'Wonen', 'Bos' en 'Agrarisch met Waarden - Landschappelijk'.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan "Buitengebied Rucphen 2012" met rood omkaderd het plangebied. Bron: ruimtelijkeplannen, 2019.
Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van een landgoed met één nieuwe woning en nieuwe natuur strijdig is met het vigerende bestemmingsplan. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling ter realisatie van de beoogde ontwikkeling.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de bestaande situatie en het planvoornemen beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een omschrijving van de vigerende ruimtelijke beleidskaders gegeven, waarna in hoofdstuk 4 de milieuhygiënische aspecten aan bod komen. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Hoofdstuk 6 en 7 beschrijven tenslotte respectievelijk de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
8 avikshorst
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed H
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
2.1 Inleiding Voor het formuleren van het beleid en het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten van de huidige situatie en de gewenste situatie van het plangebied goed in beeld worden gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk worden de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven, daarbij wordt mede ingegaan op de aspecten verkeer en parkeren.
2.2 Historie van het plangebied Op de historische kaart van omstreeks 1850 is te zien dat de huidige Rucphense Bossen voornamelijk bestonden uit (half)open, reliëfrijke gronden op een hogere dekzandrug. De planlocatie maakt onderdeel uit van het kleinschalige kampenlandschap van Mesthoek. De historsiche kaart van omstreeks 1900 laat het opkomende boslandschap zien. De naald- en loofbossen hebben een strak geordend patroon, met een overwegende noord-zuid richting van de bospercelen. De planlocatie maakt onderdeel uit van het fijmazige netwerk aan houtopstanden. Gedurende de 20ste eeuw neemt de aanplant van bos toe, waardoor de heide vrijwel geheel verdwijnt. Tegelijkertijd verdwijnt er juist veel beplanting in het kampenlandschap. Het fijnmazige patroon aan beplantingen verandert in een half-open landschap met een ruimer opgezette verkaveling.
Uitsnede historische kaart 1900. Bron: Topotijdreis.nl, 2019.
Een gedeelte van de bospercelen die onderdeel zijn van de plannen voor het nieuwe landgoed Havikshorst hebben van 1920 tot 2011 onderdeel uitgemaakt van landgoed Jachthuis Schijf, dat ook wel bekend stond als het 'landgoed van C arlier'. Op onderstaande figuur is het Jachthuis linksonder
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed Havikshorst 9
aangegeven.
Uitsnede historische kaart 1955. Bron: Topotijdreis.nl, 2019.
2.3 Huidige situatie plangebied De 'natuur' in de huidige staat bestaat grotendeels uit (voormalig) productiebos met soorten als grove den, eik en beuk. Op de open plekken in en rondom het bos staat voornamelijk jong opschot dat onregelmatig verwijderd wordt. Het veld centraal in het bos is enkele jaren geleden opgeschoond, het veld aan de zuidkant staat echter nog vol met redelijk hoog opschot (4-5m hoog). Van oudsher is dit echter een agrarisch perceel, dat al zeker sinds 1850 in gebruik is als bos.
Het oostelijke deel van het plangebied is meer open (minder begroeiïng) en is gelegen op de overgang van bos naar het landelijk gebied.
Het belangrijkste relict van het landgoed Jachthuis Schijf op het nieuwe landgoed Havikshorst is de voormalige schietberg. Deze is in het begin van de 20e eeuw aangelegd als schietbaan waar werd geoefend met geweren door militairen. De schietberg is volledig overwoekerd.
10 avikshorst
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed H
Vogelperspectief op het zuidoostelijk deel van het plangebied. Op de centraal gelegen akker in de figuur komt de nieuwe vrijstaande woning. Bron: globespotter cyclomedia, 2019.
Zicht op het perceel waar de woning wordt gerealiseerd. Bron: globespotter cyclomedia, 2019.
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed Havikshorst 11
Zicht op de Rucphense bossen met de kenmerkende rechthoekige indeling van percelen. Bron: globespotter cyclomedia, 2019.
2.4 Beoogde situatie In het zuidoosten van het plangebied wordt één nieuw landhuis gerealiseerd (zie de figuur hierna). Het hoofdgebouw mag worden uitgevoerd met een maximale inhoud van 1.500 m³. Het landhuis mag tot 10 meter hoog worden gebouwd. Het landhuis krijgt allure in een eigentijds karakter en met landelijke eigenschappen. Belangrijk is om in detail dit karakter te bewerkstelligen en te bewarken. Dit betekent dat qua hoofdvorm, typologie, materialen en clusterwerking wordt uitgegaan van agrarische bebouwing, doorontwikkeld naar een verschijningsvorm van de 21e eeuw. Een bijgebouw van 200 m 2 met een maximale hoogte van 8 meter wordt mogelijk gemaakt voor opslag van machines voor onderhoud van het landgoed. Een landgoed van allure heeft veel onderhoud nodig. De verschijningsvorm is groter én ook hoger dan gebruikelijk, omdat het totale ensemble van het landhuis allure verdient en omdat sommige onderhoudsmachines hoogte innemen.
Het bijgebouw kan als los bouwvolume gebouwd worden of in het hoofdgebouw geïntegreerd worden. Het gebouw is niet georiënteerd op de perceelsrichting, maar op de hoogtelijnen en neemt daardoor een zelfstandige, maar logische positie in in het landschap. Door de ligging op de overgang in het landschap is er vanaf het gebouw een ver zicht mogelijk over het half-open landschap. Qua hoofdvorm, typologie, materiaalkeuze en clusterwerking wordt uitgegaan van typerende kenmerken van agrarische bebouwing.
In het landgoed 'Havikshorst' wordt drie hectare nieuwe natuur ontwikkeld. Het landgoed wordt openbaar toegankelijk door de aanleg van openbare wandelpaden (zie onderstaande figuur).
12 avikshorst
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed H
Ligging percelen nieuwe natuur. Bron: Compositie 5 stedenbouw, 2019.
Binnen het zuidelijk deel van het plangebied zijn 4 percelen voor de ontwikkeling van nieuwe natuur aangewezen (zie bovenstaand). Op perceel A wordt een bosrand verzacht met mantel-zoom vegetatie. De huidige harde bosrand wordt uitgebreid met (lagere) struiken en bomen. Op perceel B wordt het nieuwe landhuis gebouwd. Dit wordt landschappelijk ingepast, waarbij historische landschappen en kenmerken worden gebruikt, zoals een bloemrijke akker met rogge, een amfibieënpoel in bloemrijk nat grasland, een zachte houtwal en een boomgaard in de privé tuin. Op perceel C wordt een bloemrijke akker aangelegd met een dichte houtwal naar de omgeving. Op perceel D wordt de schietbaan/berg
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed Havikshorst 13
weer zichtbaar gemaakt en wordt eveneens invulling gezocht met bloemrijk grasland en robuuste houtwallen, aangevuld met de aanplant van enkele solitaire bomen.
C ompositie 5 stedenbouw bv heeft een beeldkwaliteitplan opgesteld. Daarin wordt de inrichting van het landschap en de architectuur van het landhuis besproken. De beeldkwaliteit van het landhuis zal worden gebaseerd op een boerderijensemble. Te denken valt aan een moderne interpretatie van een langgevelboerderij of een Vlaamse schuur. Het beeldkwaliteitplan is toegevoegd als Bijlage 1 bij de toelichting. Onderstaand is een afbeelding van de eindsituatie opgenomen na de inrichting en natuurontwikkeling ten behoeve van het nieuwe landgoed.
14 avikshorst
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed H
Inrichting landgoed Havikshorst. Bron: Compositie 5 stedenbouw, 2019.
Met de ontwikkeling van het landgoed wijzigt het planologisch regime voor diverse gronden. Vigerende bestemmingen 'Bos' en 'Agrarisch met waarden - Landschappelijk' en 'Agrarisch met waarden - Natuur' worden omgezet tot drie hectare bestemming 'Natuur' en 2.000 m 2 bestemming 'Wonen'. In navolgende figuur is een vergelijking gemaakt tussen het huidige - en nieuwe planologische regime (na de planontwikkeling).
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed Havikshorst 15
Plangebied Landgoed Havikshorst: een vergelijking tussen het huidige- en nieuwe planologische regime. Bron: Compositie 5 stedenbouw, 2019.
16 avikshorst
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed H
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale, en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.
3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), 2012 Toetsingskader Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze structuurvisie vormt de uitwerking van de ambities van het Rijk, op basis van haar verantwoordelijkheden, in Rijksdoelen en daarmee samenhangende nationale belangen op het gebied van een samenhangend ruimtelijk en mobiliteitsbeleid. Het Rijk heeft tot doel Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken in een periode van economische conjunctuurschommelingen, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen. Aanleiding voor het vaststellen van de visie is de constatering dat het voorheen geldende ruimtelijke Rijksbeleid onvoldoende bijdroeg aan het behalen van deze doelen, onder meer door het veroorzaken van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving en een te sectorale blik op vraagstukken. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk onderscheidt thans nog dertien nationale belangen; uitsluitend op basis van deze belangen intervenieert het Rijk in de ruimtelijke ordening. Een groot deel van deze belangen leidt tot het reserveren van ruimte voor functies.
Dit betreft dan bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor waterberging, militaire activiteiten en de uitbreiding van het hoofdwegennet. Deze belangen zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Eén van de belangen die niet leidt tot een ruimtereservering is het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. In het kader van dit belang heeft het Rijk besloten om, ten behoeve van het verminderen van de bestuurlijke drukte en het neerleggen van verantwoordelijkheden bij decentrale overheden, de verstedelijkingsstrategie te wijzigen. Dit houdt in dat het bundelingsbeleid, verdichtingsbeleid, locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen, beleid voor basiskwaliteit, stedelijke netwerken, nationale landschappen en rijksbufferzones is afgeschaft en dat daar slechts één beleidslijn voor terug komt: de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder' heeft tot doel het principe van vraaggericht programmeren en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bindend voor te schrijven bij de afwegingen van gemeenten en provincies. Dit belang is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Grondgedachte van de 'ladder' is dat een activiteit op meerdere locaties zou kunnen plaatsvinden en dat vervolgens de planologisch meest juiste locatie gekozen moet worden. Dat gaat uit van de activiteit. Hiermee wordt beoogd om de voorheen bestaande praktijk, waarbij in veel gevallen een bestemming wordt gezocht voor een bepaalde locatie (bv. herbestemmen van een voormalige vuilstortplaats), om te vormen.
Beoordeling Het voorliggende plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een ruimtereservering geldt (met uitzondering van de ligging in een radarverstoringsgebied). Uitsluitend het nationale belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten', als vervat in de 'ladder voor duurzame verstedelijking', is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plangebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van Rijkswege een relevante ruimtereservering geldt. Aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed Havikshorst 17
navolgend getoetst.
3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.
Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).
Beoordeling Op 1 juli 2016 is een wijziging van het Rarro (periodieke actualisatie en herstel van enkele gebreken, 6e wijziging) in werking getreden. Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van het radarstation op de locatie Herwijnen en Woensdrecht. In een gebied rondom deze radarstations moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Objecten binnen 15 nautische mijl (circa 28 km) van een radarstation met een grotere hoogte dan 63 meter boven NAP kunnen aanleiding geven tot verstoring van het radarbeeld. In het onderhavige plan wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat en er wordt ook geen planologisch kader geboden voor het oprichten van windturbines. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor de radarstations Herwijnen en Woensdrecht.
18 avikshorst
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed H
Ligging van Rucphen binnen het radarverstoringsgebied van Herwijnen en Woensdrecht. Met de gele ster wordt het plangebied aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2020.
Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.
3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro), 2012 Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (EC LI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat 'de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als een 'open norm' is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.
Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde 'overzichtsuitspraak' gedaan (EC LI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' concreet worden toegepast. Toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder)
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed Havikshorst 19
van toepassing dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. a. b. c. d. e.
Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?
Beoordeling a.
Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling?
Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. De ontwikkeling is daarom gelet op de omvang niet als 'stedelijke ontwikkeling' te classificeren. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' hoeft niet verder te worden doorlopen.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling niet is aan te merken als een 'stedelijke ontwikkeling'. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving', 2018 Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. Voor wat betreft sectorale beleidsdoelen blijven de huidige plannen, waaronder de SVRO, vooralsnog gelden. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn.
Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Het bereiken van een gezonde leefomgeving is essentieel. Om die doelstelling kracht bij te zetten wordt de Brabantse Omgevingsscan vanaf de vaststelling van de Omgevingsvisie geïmplementeerd in de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet. Deze omgevingsscan is een instrument om invulling te geven aan de positie van gezondheid in de nieuwe bestuurspraktijk onder de Omgevingswet. Beoordeling Met de omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Het voorliggend initiatief betreft de ontwikkeling van een landgoed met de realisatie van natuur. Derhalve is met het initiatief sprake van een bijdrage aan een duurzame omgevingskwaliteit. C onclusie Het onderhavige plan is passend binnen de in de Omgevingsvisie Noord-Brabant gestelde doelen.
20 avikshorst
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed H
3.3.2 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) – partiële herziening 2014 Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 (SVRO 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014. Deze structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie in de partiële herziening is doorvertaald in de regels van de Verordening ruimte Noord-Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Het doel dat centraal staat in de SVRO is een goede woon-, werk- en leefomgeving voor inwoners en bedrijven in Noord-Brabant. Het Natuur Netwerk Brabant (NNB) bestaat uit het samenhangende netwerk van bestaande en te ontwikkelen bossen en natuurgebieden in Brabant. Deze gebieden hebben de hoofdfunctie natuur.
De gebieden binnen het NNB waar de natuurwaarden afhankelijk zijn van de hydrologische situatie krijgen bijzondere aandacht. Rondom deze natte natuur liggen hydrologische beschermingszones, de zogenaamde attentiegebieden NNB. Het ruimtelijke beleid is gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten. Er is geen ruimte voor (grootschalige of intensieve) ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstellingen voor het NNB en beheer/herstel van de waterstructuren. Bestaande functies en bestaand gebruik binnen de groenblauwe kern worden gerespecteerd.
Beoordeling Op de structurenkaart van de SVRO 2014 is het plangebied gelegen binnen de structuur 'Groenblauwe mantel' en 'Kerngebied groenblauw' (zie onderstaande figuur).
Uitsnede Structurenkaart uit Structuurvisie Ruimtelijke Ordening met het plangebied aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
De mantel bestaat overwegend uit gemengd landelijk gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. Het zijn gebieden grenzend aan het kerngebied natuur en water die bijdragen aan de bescherming van de waarden in het kerngebied. Het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, water (-beheer) en landschap is in de groenblauwe mantel een belangrijke opgave.
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed Havikshorst 21
Op de structurenkaart zijn de belangrijkste gebieden van het Natuur Netwerk Brabant (voorheen: Ecologische Hoofd Structuur (EHS)) inclusief de ecologische verbindingen en de gebieden voor watersysteemherstel weergegeven als kerngebied groenblauw. De natuurontwikkelingen ten behoeve van het landgoed zijn deels gelegen in de groenblauwe mantel en deels in het kerngebied groenblauw. Bij dit plan zijn een beeldkwaliteitplan (bijlage 1 toelichting) en landschappelijk inrichtingsplan (bijlage 1 regels) gevoegd, waaruit de versterking van de landschapskwaliteiten blijkt. Daarmee is het initiatief passend binnen de provinciale structuurvisie.
Conclusie De gewenste ontwikkeling is passend binnen de provinciale structuurvisie en doet niets af aan de waarden die de structuurvisie beoogd te beschermen.
3.3.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (2019) 3.3.3.1 Toepassingskader regelgeving voor plangebied Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma's en waarden worden beschermd via een de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov N-B) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet per 2021 ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening Noord-Brabant. De regels zijn eenvoudiger opgeschreven en omgezet naar een nieuw digitaal systeem, met een meer gebruiksvriendelijke opbouw. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze.
Waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen. Beoordeling Het plangebied is ten eerste deels gelegen binnen de 'Groenblauwe mantel'.
22 avikshorst
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed H
Uitsnede
kaartbeeld
'Instructieregels
gemeenten:
basiskaart
Landelijk
gebied'
van
de
Interim
omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is aangeduid met een rode contour. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
Binnen de kaart 'Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden' is hetp langebied deels gelegen in een stiltegebied en binnen het 'Natuur Netwerk Brabant'. Tevens is de locatie deels gelegen in het gebied 'Attentiezone stiltegebied' en 'Attentiezone waterhuishouding'.
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed Havikshorst 23
Uitsnede kaartbeeld 'Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden' van de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is aangeduid met een rode contour. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
Voor het plangebied zijn verder 'Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen' van toepassing. Het plangebied is gelegen in een boringsvrije zone van een grondwaterbeschermingsgebied.
24 avikshorst
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed H
Uitsnede kaartbeeld 'Instructieregels gemeenten: grondwaterbeschermingsgebieden' van de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is aangeduid met een rode contour. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019.
Hierna worden achtereenvolgens Noord-Brabant behandeld.
alle
toetsingskaders
van
de
Interim
omgevingsverordening
3.3.3.2 Instructieregels gemeenten: landgoederen Artikel 3.79 Landgoederen Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de ontwikkeling van een landgoed onder de volgende voorwaarden: a.
de omvang bedraagt ten minste 10 hectare;
Het aangewezen landgoed heeft een omvang van 10 hectare. b.
het landgoed kan mede bestaande agrarische bedrijven, bestaande woningen en gronden binnen het Natuur Netwerk Brabant omvatten;
Gronden gelegen binnen het Natuur Netwerk Brabant maken hiervan deel uit. Om misverstanden te voorkomen wordt op de verbeelding van het bestemmingsplan het landgoed aangeduid. Dit wordt gedaan met een gebiedsaanduiding 'overige zone - landgoed' binnen de aangewezen (hoofd-)bestemmingen. Het nieuwe landhuis 'Havikshorst' krijgt een woonbestemming. c.
de nieuwvestiging van één of meer woongebouwen is toegestaan als: 1. de woongebouwen een karakteristieke verschijningsvorm van allure hebben en de situering en omvang passen bij de aard en het karakter van het landgoed;
Binnen het landgoed wordt er één hoofdgebouw opgenomen, namelijk het nieuw op te richten landhuis 'Havikshorst'. Gelet op het wezenlijke kenmerk van een landgoed moet een woongebouw een karakteristieke verschijningsvorm van allure hebben. Met het begrip 'allure' wordt in essentie bedoeld dat de woonbebouwing van een aangewezen landgoed een geheel eigen verschijningsvorm heeft dat afwijkt van reguliere woonbebouwing. Dit dient in dit bijzonder te geschieden in de context van andere in de verordening opgenomen voorwaarden met betrekking tot de natuurlijke en landschappelijke kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant en de groenblauwe mantel.
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed Havikshorst 25
Landhuis 'Havikshorst' ligt op de overgang van bosgebied naar weide- en akkerland. Vanwege de aansluiting op de bestaande infrastructuur is het logisch om in dit gebied het nieuwe landhuis te situeren. Het landhuis krijgt een verschijningsvorm met een eigentijds karakter. Qua hoofdvorm, typologie, materialen en clusterwerking wordt uitgegaan van typerende kenmerken van boerderijwoningen. Onderstaand twee moderne interpretaties van boerderijen ter inspiratie voor een landgoed van allure. De uitstraling van de woning wordt vooral bepaald door het uiterlijk van de toegepaste materialen en de wijze waarop ze verwerkt worden. Omdat het hier een bestemmingsplan voor één ontwikkeling betreft waarvan het ontwerp nog niet duidelijk is, is er voor gekozen om de criteria als onderdeel van de beeldkwaliteit als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan op te nemen en deze vervolgens met een zogenoemd oplegdocument op de welstandsnota door de raad als beleidsregel te laten vaststellen op grond van artikel 12a van de Woningwet.
Links een moderne interpretatie van een Vlaamse schuur, rechts een moderne variant van een langgevelboerderij. Bron: beeldkwaliteitplan, Compositie 5 stedenbouw bv, 2019
2.
per 1500 m 3 woongebouw ten minste 5 hectare landgoed wordt aangewezen, waarop ten minste 2,5 hectare nieuwe natuur wordt gerealiseerd;
Met het nieuwe landgoed wordt 10 hectare landgoed aangewezen en er wordt 3,0 hectare nieuwe natuur gerealiseerd. Er vindt expliciet omvorming van 2,5623 hectare landbouwgrond naar natuur plaats. Daarmee wordt dus voldaan aan deze voorwaarde. Daar bovenop nog een extra kwaliteitsimpuls middels revitalisering van 0,5109 hectare bos. 3.
per 750 m 3 woongebouw maximaal één woonfunctie wordt toegelaten.
Er wordt maximaal één woonfunctie toegelaten. d.
de bebouwing op het landgoed wordt zoveel als mogelijk geconcentreerd, waarbij het oprichten van nieuwe bebouwing in het Natuur Netwerk Brabant is uitgesloten;
Het nieuwe landhuis wordt gesitueerd binnen de groenblauwe mantel. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. e.
in afwijking van het bepaalde onder c. is binnen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing de vestiging van een woonfunctie of splitsing in meerdere woonfuncties toegestaan als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing;
Met onderhavig plan is splitsing van bestaande cultuurhistorisch waardevolle bebouwing niet aan de orde. f.
het bestemmingsplan kan voorzien in de vestiging van een (vollegronds)teeltbedrijf of een veehouderij die blijvend beschikt over voldoende grond voor een veebezetting van 2 GVE per hectare of minder;
26 avikshorst
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed H
Met het plan is vestiging van een teeltbedrijf niet aan de orde. g.
de nodige voorzieningen worden getroffen voor extensieve recreatie, waarbij feitelijk en juridisch is verzekerd dat deze voorzieningen openbaar toegankelijk zijn;
Het landgoed wordt ingericht voor extensieve recreatie. De paden op landgoed Havikshorst zullen, op het erf rond de privé woning na, volledig opengesteld worden voor bezoekers. De padenstructuur is opgenomen in het beeldkwaliteitplan. In de planregels wordt een regeling opgenomen die waarborgt dat dit netwerk van paden openbaar toegankelijk is. h.
de aanleg en duurzame instandhouding van het landgoed zijn verzekerd.
De aanleg en duurzame instandhouding van het landgoed is verzekerd in de regels. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. Lid 2 a.
De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een verantwoording waaruit blijkt dat de op grond van het eerste lid toegelaten ontwikkeling leidt tot een duurzame verrijking van de aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke, ecologische en waterhuishoudkundige waarden en kenmerken.
Met de aanleg van een combinatiemengsel van granen en een mengsel van akkerbloemen voor historische akkers, aangevuld met enkele poelen, wordt een haast verdwenen maar zeer waardevol ecosysteem teruggebracht in het landschap. Het plan sluit aan bij de historische landschappelijke waarden en kenmerken. Een beschrijving van de landschappelijke kenmerken en waarden en de versterking ervan is opgenomen in paragraaf 2.4 van de toelichting en het beeldkwaliteitplan, welke is toegevoegd als bijlage 1 bij de toelichting. Met een quickscan flora & fauna is aangetoond dat er geen beschermde soorten voorkomen binnen het plangebied. De quickscan flora & fauna is toegevoegd als Bijlage 2. Het plan heeft geen effecten op Natura 2000-gebieden, zoals blijkt uit NNB-effectenonderzoek (zie Bijlage 3). De natuur die ontwikkeld wordt op de aangewezen percelen is passend op de bodemkundige kenmerken. Het bodemkundig rapport is toegevoegd als Bijlage 4.
3.3.3.3 Instructieregels gemeenten: landschappelijke waarden groenblauwe mantel Toetsingskader Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a.
strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken;
Zie de toetsing aan artikel 3.79, lid 2 (landgoederen). b.
stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied;
Zie de toetsing aan artikel 3.79, lid 2 (landgoederen). c.
borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.
Zie de toetsing aan artikel 3.79, lid 2 (landgoederen).
Lid 2 De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Zie de toetsing aan artikel 3.79, lid 2 (landgoederen).
3.3.3.4 Instructieregels gemeenten: Natuur Netwerk Brabant Artikel 3.15 bescherming natuur netwerk brabant
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed Havikshorst 27
1.
Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant: a. strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken; Onderhavig bestemmingsplan herstelt op één perceel de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant. b. bevat regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken; c. staat, zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toe.
Regels ter bescherming van de ecologische waarden en kenmerken zijn opgenomen in derhavig bestemmingsplan. Door middel van onderzoek is inzichtelijk gemaakt wat deze waarden zijn. Deze waarden worden niet geschaad. Onderhavig bestemmingsplan herstelt op één perceel de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant. De regels strekken ertoe dat bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten zijn toegelaten ter plaatse van het NNB. 2.
Als ecologische waarden en kenmerken gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan.
In het landschappelijk inpassingsplan zijn de beheertypenkaart en ambitiekaart van het natuurbeheerplan opgenomen. Uitvoering van het inpassingsplan wordt verplicht in de planregels van onderhavig bestemmingsplan. Het gebruik van het nieuwe landhuis is uitsluitend toegestaan als het landschappelijke inpassingsplan, zoals opgenomen in Bijlage 1 van de regels, is uitgevoerd. 3.
Als de inrichting en beheer van het Natuur Netwerk Brabant binnen een gebied is verzekerd, stelt de gemeente binnen negen maanden een bestemmingsplan vast overeenkomstig het eerste lid.
Onderhavig plan voorziet in de verzekering van de natuurbestemming en instandhouding van de natuur. Zie ook de toetsing aan artikel 3.79, lid 2 (landgoederen).
3.3.3.5 Instructieregels gemeenten: stiltegebieden Artikel 3.13 toedeling activiteiten en functies in stiltegebied 1.
Een bestemmingsplan van toepassing op Stiltegebied strekt mede tot behoud van stilte en rust in het gebied en houdt daarmee rekening bij de toedeling van functies en activiteiten.
Met onderhavig initiatief wordt de stilte en rust in het gebied niet verstoord. 2.
Het eerste lid is niet van toepassing op activiteiten die behoren tot het normale gebruik, beheer en onderhoud van binnen het gebied aanwezige functies en gronden.
Het onderhoud van de te realiseren natuur is aan te wijzen als activiteiten die behoren tot het beheer en onderhoud van de aanwezige natuurfunctie.
Artikel 3.14 externe werking [stiltegebied] 1.
Een bestemmingsplan houdt bij een evenwichtige toedeling van activiteiten en functies in de Attentiezone Stiltegebied rekening met het behoud van de stilte en rust in het daarbinnen gelegen Stiltegebied.
De nieuwe woning wordt in de 'attentiezone stiltegebied' gerealiseerd. Het wonen is geen activiteit waarmee mogelijk de rust en stilte in het stiltegebied wordt verstoord.
Conclusie Het landgoed voldoet aan alle eisen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (2019).
3.3.3.6 Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming Artikel 3.11 grondwaterbeschermingsgebied 1.
Een bestemmingsplan van toepassing op Grondwaterbeschermingsgebied strekt mede tot bescherming van de kwaliteit van het grondwater en de bodem.
Voor de grondwaterbeschermingsgebieden geldt dat de kwaliteit van het grondwater bescherming vraagt. Daarom geldt binnen deze gebieden dat in de regels geborgd moet zijn dat er bij (het toelaten van een) ruimtelijke ontwikkeling een zorgvuldige afweging plaatsvindt dat de risico's voor de kwaliteit van het grondwater niet toenemen. Een advies van het waterwinbedrijf ten aanzien van de risico's is opgevraagd.
28 avikshorst
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed H
2.
Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt regels die: a. functies en activiteiten beperken die risico’s geven voor de kwaliteit van het grondwater, zoals stedelijke ontwikkeling, het houden van evenementen en milieubelastende activiteiten die (potentieel) schadelijke stoffen gebruiken; b. het risico op schade aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater voorkomen; c. het gebruik van schadelijk uitloogbaar bouwmateriaal verbieden.
Bovenstaande instructieregels zijn reeds vertaald naar beschermende regels in het bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen' en worden met onderhavig plan overgenomen. 3.
Als schadelijk uitloogbaar bouwmateriaal wordt in ieder geval aangemerkt: a. zink, lood, koper; b. gewolmaniseerd hout; c. teerbitumen.
Voor zover bekend worden geen uitloogbare bouwmaterialen gebruikt voor de bouw van het landhuis.
Artikel 3.12 boringsvrije zone 1.
Een bestemmingsplan van toepassing op Boringsvrije Zone strekt mede tot het behoud van de weerstandbiedende bodemlagen.
Van opname in het bestemmingsplan van de boringsvrije zone gaat dan vooral een signalerende functie uit. Er wordt met het plan één woning gerealiseerd binnen een oppervlakte van 10 hectare. Het plan heeft geen effect op de waterkwaliteit in de bodem. 2.
Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt regels die het risico op schade aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater voorkomen.
Bovenstaande instructieregels zijn reeds vertaald naar beschermende regels in het bestemmingsplan 'Buitengebied Rucphen' en worden met onderhavig plan overgenomen.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Landgoederen Toetsingskader Op 3 januari 2017 is door de gemeenteraad de visie 'Landgoederen, vandaag en morgen' opgesteld. Om de ruimtelijke kwaliteit van te ontwikkelen landgoederen te borgen is dit toetsingskader opgesteld. Dit toetsingskader schept duidelijkheid voor initiatiefnemers zodat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan een gevarieerd landschap met contrasten. In het Landschapsontwikkelingsplan als onderdeel van het landgoederenbeleid is een zone opgenomen waar landgoederen ontwikkeld kunnen worden. De zone tussen de Rucphense Bossen en landgoed de Wildert is een karakteristiek gebied. Twee bossen met daar tussen een deels open landschap waar kansen liggen voor het verder versterken van de verbinding tussen deze twee bossen. Nieuwe landgoederen die grenzen aan het historisch landgoed Jachthuis Schijf dienen wat betreft bouwstijl, massa en beeldkwaliteit zich te onderscheiden van het historisch landgoed zodat geen afbreuk gedaan wordt aan het oorspronkelijk historisch landgoed. De welstandscommissie brengt hierover een advies uit. Qua vegetatie en natuurontwikkeling wordt aangesloten bij het historisch landgoed en de oorspronkelijke vegetatie. De gemeente Rucphen heeft een aantal algemene uitgangspunten genoemd ten aanzien van locatie-eisen, recreatieve mogelijkheden en openstelling en inrichting, natuur en beeldkwaliteit.
In het beoordelingskader hieronder zijn deze eisen nader uitgewerkt en is gemotiveerd waarom aan de eisen wordt voldaan.
Beoordeling Onderstaand is beoordeeld of de ontwikkeling van landgoed 'Havikshorst' voldoet aan de Rucphense, algemene en specifieke locatie-eisen, recreatieve mogelijkheden en openstelling en inrichting, natuur en beeldkwaliteit.
Locatie-eisen: Het landgoed moet in de zone tussen de Rucphense Bossen en landgoed de Wildert gelegen zijn
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed Havikshorst 29
zoals aangeduid op de kaart van het Landschapsontwikkelingsplan. Het landgoed ligt niet in de zone tussen de Rucphense Bossen en landgoed de Wildert. Dit is niet persé noodzakelijk, omdat het beleid ook nieuwe landgoederen naast een historisch landgoed toestaat. Het landgoed 'Havikshorst' ligt namelijk vlak ten oosten van het historisch landgoed 'Jachthuis Schijf'. Het landgoed moet een aantoonbare meerwaarde opleveren ten aanzien van cultuurhistorische, landschappelijke, ecologische, recreatieve en waterhuishoudkundige waarden. In onderhavig rapport is met een beeldkwaliteitplan en landschappelijke inpassingsplan gemotiveerd op welke wijze de natuurontwikkeling en openstelling meerwaarde oplevert ten aanzien van de landschappelijke, ecologische en recreatieve waarde van het gebied. Bestaande of voorziene agrarische bedrijvigheid ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt.
in
de
directe
omgeving
mag
niet in
de
De ontwikkeling van het landhuis ligt op voldoende afstand van omliggende agrarische bedrijven. Deze agrarische bedrijven worden niet onevenredig in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt.
Recreatieve mogelijkheden en openstelling: Recreatieve functies die de belevening van het landgoed en de natuur verder sterken; Het landgoed wordt overdag opengesteld voor extensieve recreatie. Er wordt binnen het landgoed op drie plekken nieuwe natuur aangelegd en op één plek worden de bestaande natuurwaarden versterkt. Voor een exacte beschrijving van de natuurontwikkeling wordt verwezen naar het landschappelijk inpassingsplan. Er is sprake van een ruime openstelling van het landgoed (tenzij dit op basis van de Natuurschoonwet anders is bepaald), het gehele jaar door, via het voor wandelaars toegankelijk maken van paden en wegen, die tot het landgoed behoren. Een groot deel van het landgoed wordt het gehele jaar opengesteld voor bezoekers. In het landgoed worden wandelpaden aangelegd. Op de verbeelding worden de paden opgenomen, zodat de toegankelijkheid juridisch is geborgd.
Inrichting, natuur en beeldkwaliteit Zowel de beeldkwaliteit van de bebouwing als het landschap dient vastgelegd te worden in een beeldkwaliteitplan met landschapsinrichtingsplan. De beeldkwaliteit van de bebouwing moet voldoen aan de welstandsnota, waar het beeldkwaliteitplan onderdeel van wordt, en wordt door de welstandscommissie op de gebruikelijke manier getoetst. De beeldkwaliteit van de bebouwing en het landschap is vastgelegd in een beeldkwaliteitplan en een landschapsinrichtingsplan. Deze bescheiden zijn opgenomen in de bijlagen. Het plan zal worden getoetst door de welstandscommissie.
Uitgangspunten nieuwe landgoederen naast een historisch landgoed Aanvullend worden eisen genoemd voor nieuwe landgoederen naast een historisch landgoed. Onderstaande specifieke uitgangspunten worden aanvullend meegenomen bij de toetsing van initiatieven voor nieuwe landgoederen grenzend aan of gelegen in het gebied van het historisch landgoed. De wijze waarop gebieden die vroeger onderdeel uitmaakten van het landgoed betrokken worden bij de ontwikkeling; De afstemming van vegetatie en natuurontwikkeling op het historisch landgoed en oorspronkelijke vegetatie; De bouwstijl, massa en beeldkwaliteit is karakteristiek en onderscheidt zich van het historisch landgoed zodat geen afbreuk gedaan wordt aan het oorspronkelijk historisch landgoed; Bestaande vegetatie en te ontwikkelen natuur wordt afgestemd op het historisch landgoed. Indien er sprake is van nieuwe natuur waarbij geen historische context bekend is wordt de natuurontwikkeling gebaseerd op het Natuurbeheerplan Brabant aangeduid in een beheertype. De huidige bosgronden op landgoed 'Havikshorst' hebben van ca. 1928 (oprichting landgoed Jachthuis Schijf) tot 2011 onderdeel uitgemaakt van het landgoed behorende bij het jachthuis. Het jachthuis is gebouwd midden op de (voormalige) Langendijksche heide.
Tijdens de bouw van het jachthuis was het centrale deel van de heide al bebost en voorzien van een orthogonale padenstructuur met
30 avikshorst
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed H
brandgangen. De randen van het landgoed bestonden in die tijd nog uit heidevelden met een onregelmatige padenstructuur, waar onder meer de voormalige schietberg op werd aangelegd. In de jaren '50 van de 20e eeuw zijn de heidevelden rondom het jachthuis ontgonnen en omgevormd tot productiebos met voornamelijk naaldbomen. De overgang van de voormalige heide/productiebos naar het agrarische gebied rondom Schijf (Mesthoek) bestaat uit oude houtwallen en kleine velden, waardoor de structuur hiervan sterk afwijkt in vorm en plantsoorten. De kenmerkende orthogonale padenstructuur rondom het jachthuis is op deze gronden echter niet doorgezet, het voormalige heideterrein werd ontsloten vanaf de Mesthoek en stond niet in verbinding met de overige paden op het landgoed. Hierdoor werd dit deel een randgebied en maakte het ruimtelijk gezien geen onderdeel uit van het landgoed Jachthuis Schijf. De schietberg raakte hierdoor ook in onbruik, omdat dichter bij het jachthuis een nieuwe schietberg werd aangelegd. De gronden waar Landgoed Havikshorst opgericht wordt liggen deels in dit voormalige heidegebied en deels in het oude kampenlandschap rondom Schijf (Mesthoek). De bestaande bosopstanden zoals deze zijn opgericht in de jaren '50 blijven behouden en maken daardoor onderdeel uit van de bosstructuur van het grote landgoed rondom het jachthuis.
Historisch gezien is er sinds de heideontginning geen directe verbinding geweest tussen dit deel en de padenstructuur rondom het jachthuis. In de nieuwe situatie blijft dit gehandhaafd, waardoor de ontsluiting van dit bosperceel gericht blijft op de Mesthoek/Hoeksestraat. De voormalige schietberg wordt als cultuurhistorisch relict weer zichtbaar gemaakt in het landschap. Voor de onderbouwing van de afstemming van vegetatie en natuurontwikkeling op het historisch landgoed en oorspronkelijke vegetatie, de bouwstijl, massa en beeldkwaliteit, wordt verwezen naar het beeldkwaliteitplan.
Uitgangspunten nieuwe landgoederen Indien er een aanvraag komt voor een nieuw landgoed wordt naast de Verordening ruimte het initiatief getoetst aan: De bouwstijl, massa en beeldkwaliteit is karakteristiek en onderscheidt zich; Bestaande vegetatie en te ontwikkelen natuur wordt afgestemd op het omliggende gebied. Indien er sprake is van nieuwe natuur waarbij geen historische context bekend is wordt de natuurontwikkeling gebaseerd op het Natuurbeheerplan Brabant aangeduid in een beheertype. Voor de onderbouwing van deze uitgangspunten wordt verwezen naar het beeldkwaliteitplan in bijlage 1 bij onderhavige toelichting.
3.4.2 Structuurvisie Rucphen 2030 Toetsingskader Op 11 december 2013 is door de gemeenteraad de Structuurvisie Rucphen 2030 vastgesteld. Met de nieuwe visie wordt richting gegeven aan de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De visie betreft een herijking van de StructuurvisiePlus van 2003. Rucphen wil de aantrekkingskracht versterken voor mensen die graag rustig landelijk willen wonen, maar wel dichtbij voorzieningen en werk. De belangrijkste opgave voor de gemeente is het verbeteren van de uitstraling van de grootste kernen. Om deze aantrekkelijker te maken voor inwoners en recreanten, wil de gemeente de relatie van de kernen met het buitengebied herstellen door het terugbrengen van groen, een groene dooradering, een groen hart en groene randen. Algemeen uitgangspunt voor de drie grootste kernen, waaronder St. Willebrord, is meer kwaliteit en levendigheid door ruimte voor maatschappelijke voorzieningen zoals multifunctionele centra, horeca met terrassen en ruimte voor wonen. De woningvoorraad moet worden afgestemd op de wensen van de inwoners. De opgave is breed: voldoende betaalbare (starters)woningen, voldoende geschikte woningen voor ouderen, kavels voor eigen bouw, e.d. De voorkeur van de gemeente Rucphen gaat uit naar het invullen van deze woningbouwbehoefte via inbreiding en nieuwe bouwlocaties aan de randen van de bestaande kernen.
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed Havikshorst 31
Uitsnede van Schijf en de Rucphense Bossen, zoals opgenomen op de visiekaart behorend bij de Structuurvisie Rucphen 2030. Het plangebied is met rood aangeduid.
Beoordeling Blijkens de visikaart is het plangebied gelegen op de overgang tussen de 'Rucphense bossen' en de 'EHS - Groenblauwe mantel'. Ter plaatse wordt voorzien in natuurontwikkeling in de vorm van een landgoed. De Rucphense Bossen hebben een belangrijke recreatieve en natuurfunctie. De nadruk in de visie ligt op het beschermen en versterken van de natuurwaarden en op de infiltratiefunctie. Recreatief medegebruik is een belangrijke nevenfunctie. In beginsel zijn geen rode ontwikkelingen toegestaan, tenzij er sprake is van een economische drager met een aantoonbare meerwaarde voor de cultuurhistorische- en natuurwaarden in het gebied. De ontwikkellocatie ligt in het zuidelijke deel van de Rucphense bossen. In het zuidelijke deel ligt de meeste nadruk op de natuur en is op kleine schaal ook extensieve recreatie mogelijk. Het zuidelijke deel van de Rucphense Bossen is privé-eigendom. Zowel aan de westelijke rand van de Rucphense Bossen als de oostelijke bosrand richting Schijfse Vaart is een geleidelijker overgang wenselijk, in de vorm van extra kavelbeplantingen en houtwallen. Het gebied maakt eveneens deel uit van de aanduiding 'EHS - Groenblauwe mantel'. De Rucphense bossen maken onderdeel uit van de ecologische hoofdstructuur. Het verknopen en versterken van de natuurfunctie en extensieve recreatie is gewenst.
De groenblauwe mantel heeft een bufferfunctie rond natuurgebieden en bestaat overwegend uit agrarisch gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur, water en (extensieve) recreatie. In de groenblauwe mantel is het beleid gericht op behoud én ontwikkeling van natuur en water(-beheer), waarmee wordt bijgedragen aan de bescherming van de waarden in het aangrenzende natuurgebied. Het is gewenst om een geleidelijkere overgang tussen agrarisch gebied en natuurgebied te creëren. Bij de ontwikkeling van landgoed Havikshorst zijn een beeldkwaliteitplan en landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitplan en landschappelijk inpassingsplan zijn gericht op natuurontwikkeling, natuurbeheer, het creëren van een geleidelijker overgang tussen bosgebied en landbouwgebied en vervult bovendien de belangrijke recreatieve functie met de openstelling van het
32 avikshorst
bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, Landgoed H
landgoed.
Conclusie Het voorgenomen plan voldoet aan de geformuleerde uitgangspunten uit de Structuurvisie.
3.4.3 Woonvisie gemeente Rucphen 2013 - 2018 Toetsingskader De Woonvisie gemeente Rucphen 2013 – 2018 is door de gemeenteraad vastgesteld op 11 december 2013. Hierin zijn de woningbouwopgaven samengebracht. Verder is beschreven welke aanpassingen van de bestaande voorraad en van het nieuwbouwprogramma nodig zijn in de periode 2013 - 2023 om in de woonbehoefte van inwoners van Rucphen te voorzien. Het actieprogramma van de gemeente bevat diverse punten waarmee het woningbouwprogramma beter kan worden afgestemd op de behoefte. Zo kijkt de gemeente naar mogelijkheden om prioriteit te geven aan woningbouwinitiatieven die een belangrijke bijdrage leveren aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
Beoordeling Het initiatief voorziet in de realisatie van één landhuis van maximaal 1.500 m2. In de woonvisie 2013 2018 is voor de behoeftebepaling naar een bepaald type woning gebruik gemaakt van een woonenquête, welke is ingevuld door 71 mensen. Uit de enquête bleek dat 16% van de geënquêteerden een vrijstaande woning zoekt. Qua prijsklasse heeft 20% van de geënquêteerden een voorkeur voor woningen in de prijsklasse duurder dan € 275.000,-. Uit de woonvisie blijkt dat vrijstaande woningen niet zijn oververtegenwoordigd in het bestaande aanbod en dat doorstroming naar een grotere woning voor een groot deel van de geënquêteerden een logische vervolgstap is. Met het planvoornemen wordt slechts één landhuis gerealiseerd, waardoor de verhouding tussen dure en overige koopwoningen niet scheef groeit.
Conclusie Onderhavig initiatief is passend binnen de woonvisie van Rucphen.
3.4.4 Groenstructuurplan Rucphen, 2010 Toetsingskader Met het Groenstructuurplan Gemeente Rucphen “Rucphen ‘Landschap onthuld’” zet de gemeente een beleidslijn uit voor de toekomst van het groen in de vijf kernen. Door de relatie met het landschap buiten de bebouwde kom te herstellen en meer variatie te bieden op wijkniveau wordt een duurzaam ‘frame’ aangelegd met een lange levensduur. Door groenstructuren te ontwikkelen die gerelateerd en ontleend zijn aan en geïnspireerd zijn op de ontstaansgeschiedenis, het omliggende landschap, de stedenbouwkundige opbouw en de verkeer- en ontsluitingsstructuur houden de dorpskernen hun ‘eigen’ verhaal overeind. De dorpen worden daarmee authentiek, herkenbaar en vertrouwd en antwoorden op de vraag naar een aantrekkelijke en recreatieve woon- en werkgemeente.