08h Bestemmingsplan Kom St. Willebrord toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
Datum: 8 maart 2023 Status: vastgesteld
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Geldende ruimtelijke plannen en besluiten Leeswijzer
6 7 7 7
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
8
2.1 2.2 2.3
Inleiding Gemeente Rucphen De kern St. Willebrord
8 8 8
Hoofdstuk 3
Beleidskader
11
3.1 3.2 3.3 3.4
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
11 11 14 18
Hoofdstuk 4
Kwaliteit van de leefomgeving
26
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Inleiding Bodem Cultuurhistorie Archeologie Water Natuur Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Kabels en leidingen Vormvrije m.e.r.-beoordeling
26 26 26 29 31 33 33 34 34 35 36 38 39
Hoofdstuk 5
Juridische plantoelichting
40
5.1 5.2 5.3 bestemmingsplan 5.4
Inleiding Opbouw van de regels Vergelijking vigerend bestemmingsplan met onderhavig
40 40
Regels
40 41
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
48
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
3
6.1 6.2
Toepassing grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid
48 48
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
49
7.1 7.2 7.3 7.4
Inleiding Vooroverleg Inspraak Zienswijzen
49 49 49 50
4
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
Toelichting
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding en doel De gemeente Rucphen is voornemens het vigerend bestemmingsplan voor de kern St. Willebrord, vastgesteld d.d. 27 september 2012, te actualiseren. Het bestemmingsplan is nog niet noodzakelijkerwijs toe aan een actualisatie. De actualisatiewens van de gemeente Rucphen is ingegeven door de komst van de Omgevingswet. De Omgevingswet is één van de grootste wettelijke veranderingen in Nederland. De historisch gegroeide veelheid aan wetten, regels en afspraken voor de fysieke leefomgeving wordt geïntegreerd in één nieuw stelsel. De Omgevingswet is op onderdelen nog volop in de maak en de wet treedt naar verwachting op 1 januari 2024 in werking. De gemeente Rucphen wil echter niet te wachten tot het moment van inwerkingtreding van de wet. In de gemeente wordt al gewerkt in de geest van de nieuwe wet, bijvoorbeeld met de Toekomstvisie waarin de kaders voor toekomstige ontwikkelingen in de gemeente zijn uiteengezet.
Voor onderhavige actualisatie is het uitgangspunt dat regels die niet toegepast worden uit het bestemmingsplan worden geschrapt. Omslachtige procedures die verworden zijn tot administratieve handelingen en regels waarvan nu geoordeeld is dat het aan eigenaren zelf is om invulling te geven worden eveneens niet meer opgenomen in het bestemmingsplan. Al bij al dient de regeling in onderhavig bestemmingsplan als basis voor het toekomstig Omgevingsplan. Hiermee wordt aansluiting gevonden op de vastgestelde bestemmingsplannen "Kom Sprundel" en "Kom Zegge".
Verbeelding behorend bij de kern van St. Willebrord en directe omgeving. Met een rode contour is het plangebied aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022.
6
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied voor onderhavig bestemmingsplan betreft de bebouwde kom van de kern St. Willebrord. De begrenzing van het plangebied is gelijk aan het vigerende bestemmingsplan "Bestemmingsplan Kom St. Willebrord" met daaraan toegevoegd de bestemmingsplannen "Buitengebied Rucphen 2012, Hazelaarstraat - Lijsterbesstraat te St. Willebrord", "Kom St. Willebrord, Verlengde Vosdonkseweg", "Bestemmingsplan Kaaistraat" en enkele percelen gelegen binnen het bestemmingsplan "Buitengebied Rucphen 2020".
1.3 Geldende ruimtelijke plannen en besluiten Met deze integrale herziening worden enkele vigerende plannen en besluiten samengevoegd en verwerkt tot één plan. Het betreft de navolgende ruimtelijke plannen en besluiten:
Naam plan / besluit
Vastgesteld
Buitengebied Rucphen 2012, Hazelaarstraat-Lijsterbesstraat te St. Willebrord
24 oktober 2018
Kom St. Willebrord, Irenestraat ongenummerd naast 83a
19 september 2018
Kom St. Willebrord, Emmastraat - Irenestraat, fase 2
19 september 2018
Kom St. Willebrord, Irenestraat ongenummerd tussen 91 en 95
1 februari 2018
Dorpsstraat 71-77 St. Willebrord
31 januari 2018
Kom St. Willebrord, Processiepark e.o.
5 juli 2017
Bestemmingsplan Centrum St. Willebrord, Afwijking bebouwing nabij Sint-Willibrorduskerk
28 mei 2013
Kom St. Willebrord, Irenestraat ongenummerd tussen 67 en 69
23 september 2015
Emmausplein e.o. - St. Willebrord
8 april 2015
Kom St. Willebrord, Kenbelstraatje naast 15 e.o.
25 september 2014
Kom St. Willebrord, Verlengde Vosdonkseweg
11 december 2013
Kom St. Willebrord, Irenestraat ongenummerd, tussen nummer 87 en 89
11 december 2013
Bebouwde kom St. Willebrord, de Gagelrijzen 4
13 december 2012
Bestemmingsplan Kom St. Willebrord
27 september 2012
Bebouwde kom St. Willebrord, Irenestraat ongenummerd, tussen nummer 63 30 juni 2011 en 69 Bestemmingsplan bebouwde kom St. Willebrord, Emmastraat - Irenestraat
19 mei 2011
Kom St. Willebrord, Irenestraat - Clausstraat ongenummerd
5 februari 2020
Kom St. Willebrord, Kaaistraat ongenummerd naast nummer 62
28 september 2021
Kom St. Willebrord, Lijsterbesstraat ongenummerd naast 23 en 25
3 februari 2021
Kom St. Willebrord, Valkendonk ongenummerd naast 38
29 september 2021
Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 91-95 te St. Willebrord
29 september 2021
Bestemmingsplan Kom St. Willebrord, Lindestraat ongenummerd naast huisnummer 16
18 september 2019
1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie. In hoofdstuk 3 wordt het relevante beleid besproken. Hierbij komen achtereenvolgens het nationale, provinciale en gemeentelijke beleid aan bod. In hoofstuk 4 wordt het plan getoets aan de diverse relevante milieuplanologische aspecten. In hoofdstuk 5 worden de diverse milieuplanologische aspecten behandeld. In hoofdstuk 6 komen de juridische aspecten aan de orde en in hoofdstuk 7 de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het achtste en laatste hoofdstuk behandelt de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
7
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie van het plangebied beschreven. Hierbij vindt een beschrijving van de gemeente Rucphen en de kern St. Willebrord plaats.
2.2 Gemeente Rucphen Het plangebied is gelegen in de gemeente Rucphen, een grote landelijke gemeente in het westen van de provincie Noord-Brabant. De gemeente telt 23.351 inwoners (CBS, 1 januari 2022). De gemeente bestaat uit de kernen Rucphen, Sprundel, Schijf, St. Willebrord en Zegge. Binnen de gemeente Rucphen zijn veel verschillen in het ruimtelijk structuurbeeld aanwezig; iedere dorpskern heeft zijn eigen karakter.
2.3 De kern St. Willebrord Ontstaansgeschiedenis De geschiedenis van de dorpen in de gemeente Rucphen gaat terug tot 1125. Het gebied tussen de Rucphense Achterhoek, de Sprundelse Luienhoek, de Ettense Hoge Donk en de Hoevense Heul werd aangeduid als 't Heike. In 1292 werd het oostelijk deel van het gebied door de Heer van Breda uitgegeven ter vervening. Na de beëindiging van de turfwinning omstreeks 1500 werden de vrijkomende gronden benut voor de landbouw. De slechtere gronden raakten begroeid met gagelstruweel en heide. Pas in 1636 werd melding gemaakt van een zekere bewoonde kern op 't Heike, waar geleidelijk meer mensen kwamen te wonen. In 1841 werd de nederzetting met circa 500 inwoners een zelfstandige parochie met de naam St. Willebrord en werd deze afgesplitst van Sprundel. Toen vervolgens de kerk werd gebouwd, trad er verdichting van de bebouwing op tot een echt dorp. Na 1940 is St. Willebrord uitgegroeid tot het grootste kerkdorp in de gemeente Rucphen.
Bebouwingsstructuur In St. Willebrord bestaat er een duidelijke relatie tussen het landschap en het occupatiepatroon. Van oorsprong in de kern St. Willebrord een lintvormige nederzetting. St. Willebrord ontwikkelde zich langs de Dorpsstraat, een oude verbindingsweg. Na de bouw van de kerk in de tweede helft van de 19e eeuw, ontwikkelde het dorp zich rondom de kerk en het kerkhof. De kerk en het kerkhof, met zijn dominante boombeplanting en bijbehorend park, zijn mede door hun hogere ligging vanuit de omgeving duidelijk aanwezig en bepalen voor een belangrijke mate de identiteit van het dorp. De bebouwing langs de Dorpsstraat is het meest karakteristieke element in de ruimtelijke opbouw van St. Willebrord.
8
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
Satellietfoto van de kern St. Willebrord en omgeving. Het plangebied is aangeduid met een rode contour. Bron: Street Smart.nl, 2022.
Rondom het Processiepark en de Dorpsstraat is de bebouwing het dichtst bebouwd. In oostelijke en westelijke richting wordt het lint meer open met ruimere verkavelingen en doorzichten naar het buitengebied. Typerend zijn de lichte hoekverdraaiingen en kleine sprongetjes in de bebouwingslijn, variatie in functies, percelering en bebouwingsdiepte en daarnaast de verschillende kapvormen en gooten bouwhoogten. Langs de historische hoofd- en uitvalswegen zijn in de loop der tijd bebouwingslinten ontstaan, bijvoorbeeld langs de Rucphensestraat en Vijverstraat. Daarnaast ontstond er langs secundaire uitvalswegen ook bebouwing. De bebouwing langs deze linten kenmerkt zich door een gevarieerd bebouwingsbeeld qua bouwperiode, vorm, massa, kleur en materiaalgebruik. De woningen langs deze wegen bestaan hoofdzakelijk uit vrijstaande woningen.
De eerste uitbreidingen van het dorp vonden plaats ten westen van het Processiepark. Hier werd loodrecht op de lintstructuur een aantal woningen gebouwd. Daarmee ontstond een meer blokvormige opzet van het dorp. Na circa 1960 neemt de omvang van het dorp snel toe. Bij deze uitbreidingen werd afgeweken van de bestaande structuur en werden de buurten meer planmatig ontwerp. Dit resulteerde in een opbouw van St. Willebrord in zuidelijke en westelijke richting met een geheel eigen karakter en bestaande uit hofjes onsloten vanuit de Nachtegaalstraat als verzamelstraat. De bouwblokken kunnen worden gezien als ruimtelijke eenheden, waaruit het dorp is opgebouwd. In de jaren '80 heeft de woningbouw voornamelijk in de wijk 'De Gagelrijzen' plaatsgevonden, aan de oostzijde van de Dorpsstraat. De randen van het dorp worden getypeerd door een gemengd karakter met een afwisseling van bebouwing en kleinschalige akker- en weilanden. De bebouwing in het uitbreidingsgebied Den Luienhoek in de zuidoosthoek van de kern St. Willebrord bestaat voornamelijk uit vrijstaande woningen op ruime kavels. De woningen zijn veelal individueel ontworpen en hebben daardoor hun eigen karakter.
Functionele structuur Binnen het plangebied is sprake van een grote verscheidenheid aan functies. Deze functies zijn met name geconcentreerd in het centrumgebied, langs de Dorpsstraat. De meest voorkomende functies in dit gebied betreffen wonen, centrum, horeca, detailhandel, dienstverlening, maatschappelijk en bedrijf. Centraal in het dorp is de kerk met een Lourdesgrot gelegen. Van oorsprong wordt een dergelijke kerk en grot omgeven door een processiepark dat als een halve cirkel is uitgebouwd vanaf de Dorpsstraat. Het park wordt omringd door de Pastoor Bastiaansensingel.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
9
De winkels in St. Willebrord bevinden zich hoofdzakelijk langs de Dorpsstraat. De Dorpsstraat is vrij lang, waardoor winkels verspreid en solitair voorkomen. De variatie in functies sluit zich volledig aan bij de aanwezige variatie in ruimtelijke zin. St. Willebrord heeft, doordat ze de grootste kern is in de gemeente Rucphen, een verzorgingsfunctie. De aanwezige functies zijn dan ook gericht op inwoners van de gehele gemeente Rucphen. Het aanbod horeca betreft in St. Willebrord met name cafés, snackbars en restaurants.
In St. Willebrord wordt, evenals in de andere kernen, een beleid voor het winkelconcentratiegebied gevoerd. Het streven is gericht op het concentreren van detailhandel en horeca in het centrumgebied. Op de verbeelding behorend bij dit bestemmingsplan is dat aangeduid met de bestemming 'Centrum'. Nieuwvestiging van detailhandel of horeca buiten het centrumgebied is niet wenselijk. Binnen de bestemming 'Centrum' is het mogelijk om te wonen. In de regels behorend bij de bestemming 'Centrum' is hierin aansluiting gezocht bij de regels die vigeren voor de andere kernen binnen de gemeente Rucphen.
In de reguliere woongebieden van St. Willebrord heeft de woonfunctie de prioriteit. Desalniettemin komen in de woonwijken enkele verspreide voorzieningen voor, buiten het primaire centrumgebied.
Groenstructuur Het groen in de kern St. Willebrord is vooral aanwezig in de groenelementen van de kerk en het aangrenzende processiepark. Deze vormen de groene structuurdragers van het dorp. Aan de overzijde van de Dorpsstraat is een ander groenelement aanwezig. Het betreft een strook groen met speeltoestellen en een klein park omringd door bomen dat vanaf de Dorpsstraat via De Gagelrijzen, Zwartenburg, Schönemannstraat, Gertrudisstraat en Pavana het buitengebied in loopt. Deze strook zorgt daarmee voor een groene verbinding tussen het buitengebied en het hart van het dorp. Ten noorden van deze groenstrook zijn bovendien sportvelden behorend tot voetbalvereniging R.K.S.V. Rood-Wit gelegen. De sportvelden zorgen voor een overgang van het bestaand stedelijk gebied naar het buitengebied.
Ontsluitingsstructuur St. Willebrord kenmerkt zich door ruime en rustige straten. De Dorpsstraat, Noorderstraat, Poppestraat, Vijverstraat en Vosdonkseweg hebben een ontsluitingsfunctie waardoor ter plaatse, met uitzondering van de Dorpsstraat en Noorderstraat waar veel verblijfsfuncties zijn gelegen, 50 km/u mag worden gereden. De Dorpsstraat en Noorderstraat zijn vanwege de aanwezige verblijfsfuncties ingericht als 30 km/u-zone.
10
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat.
3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie vervangt integraal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tegelijkertijd met het vervallen van de SVIR vervalt ook het Nationaal Milieubeleidsplan.
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Beoordeling en conclusie De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het plangebied van onderhavig conserverend bestemmingsplan overstijgt.
3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
11
Ligging van het plangebied binnen het radarverstoringsgebied van de radarstations Woensdrecht en Herwijnen. De rode aanwijzer toont de ligging van het plangebied. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.
Beoordeling en conclusie Volgens de kaart behorend bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en Woensdrecht. In een gebied rondom deze radarstations dient rekening te worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen worden opgenomen die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied behorend bij radarstation Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gelegd op 90 meer ten opzichte van het NAP. Voor het radarverstoringsgebied behorend bij de radar op het vliegveld Woensdrecht geldt een maximale hoogte van 113 meter ten opzichte van het NAP. In het onderhavige plan wordt geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt. De bestaande maten komen bovendien niet boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat uit en er wordt ook geen planologisch kader geboden voor het oprichten van windturbines. Desondanks is in onderhavig bestemmingsplan wel een regeling opgenomen om de werking van de radar te beschermen in de vorm van de aanduiding 'vrijwaringszone - radar'.
Voor het plangebied geldt verder dat er regels zijn opgenomen inzake de uitoefening van het vliegverkeer vanaf luchthaven Breda International Airport. De aanduiding luchtvaartverkeerzone, zoals opgenomen op de verbeelding, komt hieruit voort. Binnen deze luchtvaartverkeerzones gelden lagere hoogtematen voor op te richten bebouwing.
12
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
Luchtvaartverkeerzones rond Breda International Airport. luchthavenbesluit luchthaven Breda International Airport.
Bron:
Bijlage
8
bij
Verordening
De beperkingen in de hoogtematen zijn overgenomen in de regels binnen de aanduidingen 'Luchtvaartverkeerzone - 3' en 'Luchtvaartverkeerzone - 4'. Verder zijn er vanuit het besluit en de regeling geen belangen die van invloed zijn op onderhavig conserverend bestemmingsplan.
3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking, 2017 Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat 'de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als een 'open norm' is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.
Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde 'overzichtsuitspraak' gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
13
basis van deze jurisprudentielijnen kan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' concreet worden toegepast.
Beoordeling en conclusie Bij toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' dient antwoord gegeven te worden op een aantal vragen. Indien een vraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een vraag niet positief kan worden beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. a. b. c. d. e.
Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied? Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?
a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Onderhavig plan bevat geen mogelijkheden die voorzien in aanvullende bebouwing (hoofdgebouwen) ten opzichte van de voorgaande bestemmingsplannen. Er is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1125). De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is niet van toepassing op onderhavig bestemmingsplan.
3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Structuurvisie ruimtelijk ordening - partiële herziening 2014 Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) is vastgesteld door Provinciale Staten op 1 oktober 2010 en geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040) weer. Belangrijke beleidslijnen in de SVRO zijn het principe van concentratie van verstedelijking, zorgvuldig ruimtegebruik, verantwoord omgaan met de natuurlijke basis en het streven naar robuuste en aaneengeschakelde natuurgebieden. Sinds de vaststelling in 2010 hebben Provinciale Staten diverse besluiten genomen die een verandering brengen in de provinciale rol en sturing, of van provinciaal beleid. Deze besluiten zijn vertaald in de partiële herziening van de structuurvisie in 2014. Op onder andere de volgende onderdelen vindt bijsturing van het beleid plaats: transitie van stad en platteland, intrekken reconstructie- en gebiedsplannen, groenbeleid, samenhangend beleid voor de ondergrond en de transitie naar een zorgvuldige veehouderij. De ongewijzigde provinciale sturingsfilosofie is gebaseerd op vijf rollen: ontwikkelen, ordenen, beschermen, regionaal samenwerken en stimuleren. Twee rollen zijn met name van belang voor onderhavig plan: de ordenende en de beschermende rol.
De ordenende rol gaat uit van het behartigen van ruimtelijke belangen en keuzes. Deze zijn geordend in vier ruimtelijke structuren. De structuren geven een hoofdkoers aan: een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies. Maar ook waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk. De vier onderscheidende structuren zijn de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur.
Het uitgangspunt van de beschermende rol is zorgvuldig ruimtegebruik. Bij ruimtelijke afwegingen betekent dit dat eerst gekeken wordt naar mogelijkheden voor intensivering of hergebruik op of binnen bestaand bebouwd gebied. De provincie wil nieuw ruimtebeslag zoveel mogelijk voorkomen. Bij ontwikkelingen buiten bestaand bebouwd gebied wil de provincie dat de initiatiefnemer zorgt voor een investering in het landschap om daarmee het verlies aan omgevingskwaliteit te beperken.
14
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
Uitsnede van de Structurenkaart behorend bij de Structuurvisie ruimtelijke ordening van de provincie Noord-Brabant. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2019. Beoordeling en conclusie Voor de kern St. Willebrord is met name het uitgangspunt van het provinciaal ruimtelijk beleid ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik van belang. De provincie wil de groei en de spreiding van het stedelijk ruimtebeslag afremmen. Voor de 'kernen in het landelijk gebied', waartoe het grootste deel van de kern van St. Willebrord behoort, betekent dat het voorkomen van verdere aantasting van het buitengebied. Dit houdt in dat het accent op inbreiden en herstructureren ligt.
Het aansnijden van nieuwe ruimte voor verstedelijking is pas aan de orde, als gebleken is dat de bouwopgave voor wonen en werken niet binnen bestaand bebouwd gebied kan worden gerealiseerd. Daarbij dient ook ook gekeken te worden naar mogelijke ruimte in andere kernen of andere bedrijventerreinen binnen de gemeente ten behoeve van wonen of werken. Als toch nieuw ruimtebeslag nodig is, kan dit alleen daar waar, gelet op de ruimtelijke kwaliteiten binnen dat gebied, verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden liggen. Ruimtelijke karakteristieken en kwaliteiten worden dus meer bepalend voor de wijze waarop de (economische) dynamiek in de landelijke regio's haar plek krijgt. Dit heeft tot gevolg dat de bouwmogelijkheden per kern verschillen en dat niet iedere gemeente of iedere kern een nieuwe locatie kan ontwikkelen.
In het voorliggende conserverende bestemmingsplan wordt de provinciale normstelling als genoemd in de structuurvisie ten aanzien van ordening en bescherming vertaald. Hiervoor gelden de regels als opgenomen in de Interim omgevingsverordening die in paragraaf 3.3.3 van deze toelichting aan bod komt.
3.3.2 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving' Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers-en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
15
In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
Beoordeling en conclusie Met de Omgevingsvisie Noord-Brabant kiest de provincie ervoor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Onderhavig conserverend bestemmingsplan legt de bestaande situatie vast en voorziet niet in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen zal worden getoetst of deze passend zijn binnen de provinciale omgevingsvisie.
3.3.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader In de SVRO en de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via de omgevingsverordening. Op 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov N-B) vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet in werking treedt. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening.
De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening Noord-Brabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze, waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen.
16
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
Uitsnede van de kaart 'Stedelijke ontwikkeling en erfgoed' behorend bij de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. De kern St. Willebrord is voor het overgrote deel gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, aangeduid met de rode kleur. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022.
Beoordeling en conclusie Het plangebied is voornamelijk gelegen binnen de structuur 'Stedelijk gebied', aangeduid als landelijke kern. Verder zijn van toepassing de regels die horen bij de aanduiding 'stalderingsgebied', de structuur 'gemengd landelijk gebied' en de aanduiding 'beperking veehouderij'. Onderhavig plan betreft een conserverend bestemmingsplan en legt de bestaande situatie vast. Aangezien ter plaatse niet in een ruimtelijke ontwikkeling wordt voorzien en in het plangebied geen ruimte wordt geboden aan veehouderijen, zijn de overige aanduidingen en structuren niet van invloed op onderhavig bestemmingsplan.
3.3.4 (Ontwerp) Omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader De Omgevingswet verplicht dat de provincie een omgevingsverordening vaststelt. Provinciale Staten stelden de Brabantse Omgevingsverordening in 2022 vast, waarna die gelijk met de Omgevingswet in werking zal treden. De wijzigingen ten opzichte van de huidige Interim omgevingsverordening Noord-Brabant worden hoofdzakelijk veroorzaakt door de eisen die de aankomende Omgevingswet stelt aan de Omgevingsverordening. Verder zijn er een aantal andere inzichten verwerkt. Dit betreft de volgende onderwerpen: Er zijn regels opgenomen voor een maximale boordiepte voor bodemenergiesystemen; Er zijn regels opgenomen voor grondverzet in grondwaterbeschermingszones, inclusief de toepassing voor PFAS-houdende grond; De regels voor het kappen van houtopstanden zijn aangepast aan de Brabantse Bossenstrategie; Omgevingskwaliteit heeft een centrale plek gekregen bij de instructieregels voor het omgevingsplan aan gemeenten. Hierbij is een bouw-sloop regeling vormgegeven en is een ruime maatwerkregeling opgenomen ter versterking van omgevingskwaliteit; De mogelijkheden voor collectieve woonvormen in het buitengebied zijn verruimd; Er zijn wijzigingen doorgevoerd in de gebieden op de kaart die aangeven waar welke regels gelden. Naast actualisaties zijn er ook gebieden vervallen of samengevoegd.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
17
Beoordeling en conclusie Onderhavig conserverend bestemmingsplan legt de bestaande situatie vast en voorziet niet in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen zal worden getoetst of deze passend zijn binnen de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Toekomstvisie 'Puur Rucphen 2030' Toetsingskader In de toekomstvisie 'Puur Rucphen 2030', vastgesteld op 23 september 2015, worden de maatschappelijke opgaven van de gemeente voor de komende jaren benoemd. De toekomstvisie bouwt voort op bestaand beleid en is geen aanleiding geweest tot een inhoudelijke koerswijziging. Wel zijn de perspectieven op deelterreinen en de onderlinge dwarsverbanden verder versterkt, zodat de inzet van de gemeente effectiever kan zijn. De toekomstvisie is opgesteld in intensieve samenspraak met bewoners, ondernemers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Radicaal anders wordt de rol van de overheid en de invulling van regionale samenwerking: van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie, en van samenwerking omdat 'het moet', naar samenwerking omdat 'het loont'. De inhoudelijke en bestuurlijke keuzes zijn uitgewerkt in de volgende perspectieven: 1. 2. 3. 4. 5.
Aantrekkelijk wonen; Vrijetijdseconomie; Zorgzame en zelfredzame gemeenschappen; Overheidsparticipatie; Regionale samenwerking.
De eerste drie perspectieven geven aan wat de gemeente wil bereiken. De laatste twee perspectieven geven aan hoe de ambitie realiteit wordt. Onderstaand wordt ingegaan op de ambities van de gemeente, uitgeschreven in de drie perspectieven, zoals hierboven benoemd.
Aantrekkelijk wonen In de toekomstvisie wordt aangehaald dat de gemeente handelt vanuit de overtuiging dat de meeste inwoners goed in staat zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun huidige en toekomstige woon- en leefsituatie. Meegroeien met de samenleving is het uitgangspunt voor het aantrekkelijk wonen, evenals het inspelen op behoeften van de doelgroepen. Extra aandacht gaat uit naar de jongeren en ouderen, zowel qua voorzieningen- als woningaanbod. Het tegemoetkomen aan de behoeften van deze doelgroepen is van belang voor een evenwichtige bevolkingssamenstelling en vitale gemeenschappen.
Vrijetijdseconomie Rucphen is strategisch gelegen tussen grootstedelijke gebieden in de dynamische economische regio West-Brabant. Actieve en innovatieve ondernemers bouwen verder aan bezoekersintensieve attracties in de vrijetijdseconomie, de gemeente biedt ruimte om te ondernemen in de Binnentuin. In de kernen stimuleert de gemeente de 'economie van het wonen' met ontwikkeling van lokaal verzorgende beroepen. Het aantrekken van recreanten biedt als voordeel dat het draagvlak onder voorzieningen voor eigen inwoners wordt versterkt, bijvoorbeeld horeca, zwembaden en detailhandel.
Zorgzame en zelfredzame gemeenschappen De ambitie is dat alle inwoners op eigen kracht kunnen deelnemen aan de samenleving. Dat geldt voor alle kernen, al is ieder dorp verschillend. De insteek is hierbij 'van zorgen voor naar zorgen dat'. Het sociaal domein dient getransformeerd te worden en de manier van ondersteunen verandert. Daarbij wordt uitgegaan van de eigen kracht van burgers, vanuit de regie van burgers, volgens het principe van één gezin, één plan, één regisseur. De gemeente ontzorgt en het normale leven is leidend.
Beoordeling en conclusie
18
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
Onderhavig plan betreft een conserverend bestemmingsplan en legt de bestaande situatie vast. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zal worden getoetst of deze passend zijn binnen de Toekomstvisie 'Puur Rucphen 2030'.
3.4.2 Structuurvisie Rucphen 2030, 2013 Toetsingskader Op 11 december 2013 is door de gemeenteraad van Rucphen de Structuurvisie Rucphen 2030 vastgesteld. Met de nieuwe visie wordt richting gegeven aan de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De visie betreft een herijking van de StructuurvisiePlus van 2003.
Visiekaart Structuurvisie Rucphen 2030.
In haar structuurvisie geeft de gemeente Rucphen aan de aantrekkingskracht van de gemeente te willen versterken voor mensen die graag rustig landelijk willen wonen, maar wel dichtbij voorzieningen en werk willen zijn. De gemeente wenst de relatie tussen de kernen met het buitengebied te herstellen door het terugbrengen van groen; een groene dooradering, een groen hart en groene randen. Ten aanzien van de woningvoorraad wordt gestreefd naar afstemming op de wensen van de bewoners. De opgave bestaat uit voldoende betaalbare (starters)woningen, voldoende geschikte woningen voor ouderen, kavels voor eigen bouw en landgoedwonen. De voorkeur gaat uit naar inbreiding in plaats van uitbreiding en naar nieuwe bouwlocaties aan de randen van de bestaande kernen.
Voor de kern St. Willebrord zijn aan de oost- en westkant gebieden aangemerkt als zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling. Ontwikkeling van woningbouw is ter plaatse mogelijk zodat het bebouwd gebied van St. Willebrord afgerond kan worden. De voornaamste ontwikkeling voor de kern St. Willebrord die is opgenomen op de visiekaart behorend bij de structuurvisie, betreft de aanleg van een omleidingsweg. De nieuwe omleidingsweg, Verlengde Vosdonkseweg, is inmiddels aangelegd en verbetert het woon- en leefklimaat in de kern St. Willebrord.
Beoordeling en conclusie
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
19
Onderhavig plan betreft een conserverend bestemmingsplan en legt de bestaande situatie vast. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zal worden getoetst of deze passend zijn binnen de Structuurvisie Rucphen 2030, 2013.
3.4.3 Woonvisie gemeente Rucphen 2020 - 2024 Toetsingskader In de Woonvisie 2020 - 2024 van de gemeente Rucphen wordt de actuele informatie over de woningmarkt vertaald naar speerpunten voor het gemeentelijk beleid. Hierbij gaat het onder andere om ruimtelijke ordening, woningbouwplanning, transformatie, grond(prijs)beleid, betaalbaarheid, kwaliteit, duurzaamheid, woonruimteverdeling (beschikbaarheid / doelgroepen), wonen, leefbaarheid en zorg etc. Het uiteindelijke doel is hiermee vitale gemeenschappen en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat te behouden en te versterken in de vijf kernen van de gemeente Rucphen.
Het aantal inwoners van de gemeente Rucphen stijgt nog steeds en groeit in de gemeente Rucphen nog beperkt verder, met een ontgroening aan de onderkant en een sterke vergrijzing aan de bovenzijde. Met name door de afname van de gemiddelde woningbezetting, is er dus een behoefte om het aantal woningen uit te breiden. Door de sterke vergrijzing zal een groot deel van de toe te voegen woningen wel levensloopbestendig moeten worden gerealiseerd. Daarnaast dient er aandacht te zijn voor met name starterswoningen, om starters/jongeren kansen te bieden in de dorpen binnen de gemeente Rucphen.
In de woonvisie wordt er van uitgegaan dat voor de komende 5 jaar een behoefte bestaat aan 500 nieuwe woningen. Achterblijvende nieuwbouw in de afgelopen jaren door de economische crisis en momenteel juist een verhitte koopmarkt leiden tot een behoefte aan 50-100 nieuwbouwwoningen per jaar. Benadrukt wordt een behoefte aan goedkope en middeldure koopwoningen tot € 300.000,-.
De te realiseren 500 nieuwbouwwoningen van 2020-2024 in de gemeente Rucphen zijn gedifferentieerd naar kern en naar woningtype. Dit zijn de ambities per kern, vraag en aanbod bepalen uiteindelijk de concrete invulling per kern.
20
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
Woningbouwambitie per kern
Beoordeling en conclusie Onderhavig plan betreft een conserverend bestemmingsplan en legt de bestaande situatie vast. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zal worden getoetst of deze passend zijn binnen de Woonvisie gemeente Rucphen 2020 - 2024.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
21
3.4.4 Beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten aan huis In dit bestemmingsplan is de regeling voor aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven aangepast naar de standaardregeling die in alle actuele bestemmingsplannen van de gemeente Rucphen wordt gehanteerd. In de begrippen is één begrip 'beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis' opgenomen. Beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis zijn mogelijk als aan de voorwaarden wordt voldaan die genoemd zijn in de afwijking van de gebruiksregels. Als voorwaarden gelden onder meer dat het gebruik een kleinschalig karakter moet hebben en houden, en dat de vloeroppervlakte van de activiteiten in de woning en/of in bijbehorende bouwwerken in totaal maximaal 50 m 2 mag bedragen. Een bed and breakfast zien wij als een beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteit en is dan ook met enkel aanvullende regels specifiek binnen de afwijking voor beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis opgenomen.
Een overzicht van alle wijzigingen die hebben plaatsgevonden ten opzichte van de vigerende regels is opgenomen in bijlage 2 van deze toelichting.
3.4.5 Omgevingsdialoog De gemeenteraad heeft op 19 juni 2019 de Participatie- en Inspraakverordening vastgesteld. De verordening is op 1 juli 2019 in werking getreden. In de verordening zijn regels opgenomen over inspraak en participatie. Een nieuw instrument in de verordening is de omgevingsdialoog. Voor ruimtelijke plannen met ingrijpende effecten voor omwonenden is het goed om de omgeving vroegtijdig te betrekken. Dit wordt de omgevingsdialoog genoemd. De uitkomst van de dialoog kan de initiatiefnemer meenemen bij het verdere proces. Dit kan ervoor zorgen dat betere plannen met meer draagvlak tot stand komen. Het college heeft de 'Richtlijn omgevingsdialoog gemeente Rucphen' vastgesteld met een nadere uitwerking van de omgevingsdialoog.
Het college heeft in de richtlijn vastgesteld dat voor de volgende plannen een omgevingsdialoog nodig is: plannen die niet passen in het bestemmingsplan en waarvoor het bestemmingsplan aangepast moet worden (voor bijvoorbeeld de bouw van een woning, bedrijf, logiesfunctie voor werknemers, winkel of omschakeling van een agrarisch bedrijf); plannen die niet passen in het bestemmingsplan en waarvoor (tijdelijk) afgeweken wordt van het bestemmingsplan (bijlage II, artikel 4, lid 9 en lid 11 van het Bor) (voor bijvoorbeeld de wijziging van een leegstaande winkel naar een woning, grootschalige uitbreiding van een bestaande woning of tijdelijke logiesfunctie voor werknemers). In de bestemmingsplanprocedures van de vastgestelde bestemmingsplannen die zijn meegenomen in het bestemmingsplan 'Kom St. Willebrord' is gehoor gegeven aan een omgevingsdialoog.
3.4.6 Nota uiterlijk van bouwwerken Rucphen 2019 Toetsingskader De gemeenteraad heeft op 18 september 2019 de 'Nota uiterlijk van bouwwerken Rucphen 2019' vastgesteld. Deze nota vervangt de Welstandsnota 2011, inclusief de herziening van 2014. Met de nota wordt meer verantwoordelijkheid gegeven aan haar inwoners en ondernemers. Welstandsregels zijn enkel nog van toepassing voor rijksmonumenten, cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en het Leisuregebied Binnentuin. Overige bouwplannen worden niet meer vooraf beoordeeld op 'redelijke eisen van welstand'. Als bij een bestaand bouwwerk sprake is van ernstige strijdigheid met 'redelijke eisen van welstand' heeft de gemeente de mogelijkheid op te treden middels de excessenregeling.
Beoordeling en conclusie Met onderhavig conserverend bestemmingsplan worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt die getoetst dienen te worden aan deze nota. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient beoordeeld te worden of toetsing aan de Nota uiterlijk van bouwwerken Rucphen 2019 plaats moet vinden.
22
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
3.4.7 Visie (Vrijetijds)Economie Gemeente Rucphen 2020-2025 Toetsingskader In de visie (Vrijetijds)Economie gemeente Rucphen wordt aangegeven hoe economie en toerisme elkaar nog meer kunnen versterken binnen de gemeente. Het doel van de visie betreft een gedragen visie voor (Vrijetijds)Economie zodat economie en toerisme elkaar nog meer kunnen versterken. In de visie wordt ingegaan op de thema's detailhandel en horeca, toerisme, samenwerking economie, arbeidsmarkt, ondernemerschap en het bedrijventerrein Nijverhei. De diverse thema's zijn doorvertaald in beleidsuitgangspunten. Deze zijn bijvoorbeeld toe op een beroep of bedrijf aan huis en op de locatiekeuze van volwaardige bedrijvigheid. Door te sturen op een goede ruimtelijke ordening kan het doel van het beleid beter worden nagestreefd.
Beoordeling en conclusie Met onderhavig conserverend bestemmingsplan worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Zodra zich nieuwe ontwikkelingen voordoen binnen de genoemde thema's dient getoetst te worden aan de Visie (Vrijetijds)Economie van de gemeente Rucphen.
3.4.8 Visie Duurzaamheid 2019-2030 Toetsingskader De Visie Duurzaamheid 2019 - 2030 is het kader voor het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rucphen. In dit document staan de ambities van de gemeente in het kader van duurzaamheid. Met deze visie heeft de gemeente duurzaamheid integraal opgepakt. De ambities zien toe op bijvoorbeeld het klimaat, isoleren, energietransitie, duurzaam bouwen, duurzaam ondernemen, groen en water, afval en grondstoffen, landbouw en mobiliteit. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt nadrukkelijk ingezet op meer groen en ruimte voor water. Dit versterkt de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente als aantrekkelijke woongemeente. Daarnaast zorgt meer groen voor een betere leefbaarheid en gezondheid in de kernen. Een voorbeeld van een ambitie uit de visie duurzaamheid betreft het streven om binnen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen per woning 75 m 2 groen in de openbare ruimte te realiseren.
Beoordeling en conclusie Met onderhavig conserverend bestemmingsplan worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Mochten zich in de toekomst nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voordoen, dan dienen deze getoetst te worden aan de ambities van de visie duurzaamheid van de gemeente Rucphen.
3.4.9 Criteria voor particulieren die op eigen grond één woning wensen te bouwen Toetsingskader In de “Criteria voor particulieren die op eigen grond één woning wensen te bouwen” zijn planologische en volkshuisvestelijke criteria opgenomen waar een bouwkavel aan moet voldoen. De uitgangspunten hiervoor zijn als volgt geformuleerd: “De gemeente zal op een zorgvuldige wijze onder voorwaarden medewerking verlenen aan woningbouw op particuliere kavels. Uitgangspunt is dat daarbij de gehele bebouwde kom als zoekgebied zal worden beschouwd. De gemeente maakt een voorstel, waarbij een soepele houding wordt aangenomen”. Op 24 maart 2009 heeft het college de volkshuisvestelijke en planologische criteria aangevuld op een aantal punten. In deze aanvulling is onder andere opgenomen dat enkel de doelgroepen beschreven in de woonvisie in aanmerking kunnen komen om te bouwen op eigen grond. De doelgroepen zijn in de criteria nader uitgewerkt waarbij per doelgroep een belangrijk aspect is dat men inwoner dient te zijn van de gemeente Rucphen of een sociale binding heeft met de gemeente Rucphen.
Beoordeling en conclusie Met onderhavig conserverend bestemmingsplan worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Mochten zich in de toekomst nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voordoen, dan dienen deze getoetst te worden aan de planologische en volkshuisvestelijke criteria van deze
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
23
beleidsregel van de gemeente Rucphen.
3.4.10
Groen R Groenbeleid gemeente Rucphen
Toetsingskader In het Groen R groenbeleidsplan ambitie voor de groene leefomgeving vastgelegd. Het onderwerp groen, in de breedste zin van het woord, heeft een volwaardige plaats binnen de bestaande omgevingen, projecten en opgaven verworven. Daarmee wordt aangesloten bij landelijke ontwikkelingen op gebied van klimaat, duurzaamheid en biodiversiteit.
De gemeente Rucphen mag zich met recht een groene gemeente noemen. En dat wil de gemeente ook graag blijven. Dit doen we door meer, beter en bereikbaar groen. Hierbij spelen een groot aantal factoren een rol, zoals (be)leefbaarheid, klimaatadaptatie, duurzaamheid, gezondheid, biodiversiteitsherstel, landbouw etc. Op basis van kansen en bedreigingen worden keuzes gemaakt in prioritering van uitvoer. Het behouden en versterken van de groenstructuur (zowel binnen de dorpen als in het buitengebied), het vergroten van de biodiversiteit en klimaatadaptief maken van onze gemeente zijn daarbij uitgangspunten. Door het benoemen van de essentiële groenstructuur kan gericht worden gewerkt aan het groene casco. Dit wordt tevens bereikt door het stellen van heldere inrichtings- en beheereisen. We zijn ons als groene gemeente bewust van het belang van een goede biodiversiteit, waarbij we inzetten op goede robuuste en fijnmazige netwerken en een duidelijke en passende soortkeuze.
Met Groen R streven we de komende jaren naar een duurzame ontwikkeling van het groen en landschap. We gaan daarbij uit van vier basisprincipes: - We zorgen voor genoeg en gevarieerd groen voor iedereen - Groen draagt bij aan de verschillende opgaven - De gemeente wordt natuurinclusief aangelegd en beheerd - Aan groen werken we samen
Beoordeling en conclusie Met onderhavig conserverend bestemmingsplan worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Mochten zich in de toekomst nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voordoen, dan dienen deze getoetst te worden aan het groenbeleid van de gemeente Rucphen.
3.4.11
BOOM Boombeleid gemeente Rucphen
Toetsingskader In het BOOM Boombeleid van de gemeente Rucphen zijn de ambities voor een groot deel van de groene leefomgeving vastgelegd. Komende jaren wordt gestreefd naar een duurzame ontwikkeling van het bomenbestand. De aspecten gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde zijn de drie bepalende pijlers. Het behouden en versterken van de boomstructuur, het vergroten van de biodiversiteit en klimaatadaptief maken van de gemeente zijn daarbij uitgangspunt. Door het benoemen van de essentiële groenstructuur van de dorpen kan gericht worden gewerkt aan het groene geraamte. Dit wordt tevens bereikt door het stellen van heldere inrichtings- en beheereisen. De gemeente Rucphen is zich als groene gemeente bewust van het belang van een goede biodiversiteit. Hierbij wordt ingezet op goede robuuste en fijnmazige netwerken, een duidelijke en passende soortkeuze en het stimuleren van milieu- en natuureducatie.
Beoordeling en conclusie Met onderhavig conserverend bestemmingsplan worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Mochten zich in de toekomst nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voordoen, dan dienen deze getoetst te worden aan het boombeleid van de gemeente Rucphen.
24
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
3.4.12
Beleidsregel groennorm gemeente Rucphen
Toetsingskader De gemeenteraad heeft op 19 juni 2019 de Visie duurzaamheid 2019-2030 vastgesteld. In deze visie zijn ambities opgenomen die bijdragen aan het verbeteren van duurzaamheid. Ook op het gebied van groen is een ambitie opgenomen. Deze ambitie is als volgt: “Het streven om binnen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, per woning, 75 m² groen (incl. retentie) in de openbare ruimte te realiseren”. In de Toekomstvisie Puur Rucphen 2030 zijn ambities opgenomen voor een aantrekkelijke woonomgeving. De belangrijkste opgave is het verbeteren van de uitstraling van de kernen. Dit wordt gedaan door de kernen weer meer onderdeel te laten uitmaken van de landelijke omgeving door de relatie met het buitengebied te herstellen. Dit door het terugbrengen van het groen en natuur in de kernen: groene dooradering, een groen hart en groene randen. De realisatie van 75 m 2 openbaar groen per woning draagt hieraan bij.
Bij grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen waar het openbaar gebied nog ingericht moet worden, wordt deze norm in praktijk vaak gehaald. In het buitengebied is weinig openbare ruimte aanwezig en zijn vanuit de provincie en door regionale afspraken over kwaliteitsverbetering van het landschap al regels gesteld. Bij kleinschaligere ontwikkelingen in de dorpen, bijvoorbeeld het invullen van een leegkomende plek in een bestaand lint, is de ambitie lastig te behalen. Het is op die plekken niet altijd mogelijk, stedenbouwkundig of vanuit het oogpunt van beheer gewenst, om 75 m² openbaar groen te realiseren. In die gevallen is maatwerk gewenst.
Om maatwerk toe te kunnen passen is de ‘Beleidsregel groennorm gemeente Rucphen’ opgesteld. Dit als nadere uitwerking van de ambitie uit de Visie duurzaamheid 2019-2030. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt getoetst aan deze nieuwe beleidsregel.
Beoordeling en conclusie Met onderhavig conserverend bestemmingsplan worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Mochten zich in de toekomst nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voordoen, dan dienen deze getoetst te worden aan de beleidsregel groennorm van de gemeente Rucphen.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
25
Hoofdstuk 4
Kwaliteit van de leefomgeving
4.1 Inleiding Onderhavig conserverend bestemmingsplan laat geen nieuwe ontwikkelingen toe. Hieronder wordt daarom slechts kort en bondig ingegaan op de planologisch relevante milieuaspecten voor het plangebied. Achtereenvolgens worden de volgende milieuhygiënische en planologische aspecten behandeld: bodem; cultuurhistorie; archeologie; water; natuur; verkeer en parkeren; geluid; luchtkwaliteit; bedrijven en milieuzonering; externe veiligheid; kabels en leidingen; vormvrije m.e.r.-beoordeling.
4.2 Bodem Toetsingskader Het landelijk beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Met andere woorden, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient de bodemkwaliteit door middel van een bodemonderzoek in beeld te worden gebracht. Indien op grond van historische informatie blijkt dat in het verleden bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden, dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksresultaten kan vervolgens worden nagegaan of er vervolgmaatregelen getroffen moeten worden, zoals een nader onderzoek of eventueel een (functiegerichte) sanering.
Beoordeling en conclusie In onderhavig bestemmingsplan is de bestaande situatie vastgelegd en de bestemmingsregeling geactualiseerd. Het bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen, waarvoor een onderzoek naar kwaliteit van de bodem en het grondwater uitgevoerd moet worden. Vanuit het aspect bodem zijn er geen belangen die van invloed zijn op onderhavig conserverend bestemmingsplan.
4.3 Cultuurhistorie Toetsingskader In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden (artikel 3.1.6, lid 5 Bro). De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
Beleid provincie Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming,
26
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal. In de provincie dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven.
Uitsnede van de Cultuurhistorisch Waardenkaart. Bron: Provincie Noord-Brabant, 2022.
Beleid gemeente De provincie Noord-Brabant gaat ervan uit dat de informatie afkomstig uit de kaartlaag 'overige cultuurhistorische waarden: informatie van CHW 2006' op gemeentelijk niveau wordt geactualiseerd en waar nodig geacht beschermd. De Cultuurhistoriekaart van de gemeente Rucphen, vastgesteld in 2010, biedt een overzicht van de aanwezige cultuurhistorische aspecten, structuren en gebieden in de gemeente Rucphen.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
27
Uitsnede van de cultuurhistoriekaart van de gemeente Rucphen.
Beoordeling en conclusie In het plangebied bevinden zich diverse beeldbepalende objecten en rijksmonumenten, evenals karakteristieke bebouwing. De rijksmonumenten zijn niet in het bestemmingsplan opgenomen, maar genieten een wettelijke bescherming via de Erfgoedwet. In de gemeente Rucphen is het schildvormige gebied met daarin de H. Willibrorduskerk, het processiepark met Lourdesgrot, het kerkhof, het patronaatsgebouw en de pastorie het enige gebied dat is aan te merken als 'historisch gegroeide ruimtelijke structuur (hoge waarde)'. Vanwege de religieuze functie is dit gebied van oudsher het centrale punt van St. Willebrord. Ten noorden, oosten en westen van het processiepark is het bestaand stedelijk gebied van St. Willebrord aangeduid als 'historisch gegroeide ruimtelijke structuur (lage waarde). In dit gebied weerspiegelt de huidige stedenbouwkundige structuur de oude verkavelingsstructuur van het agrarisch cultuurlandschap. De kenmerkende stedenbouwkundige structuur is in de twintigste eeuw tot stand gekomen. Naast de historisch gegroeide ruimtelijke structuur zijn er diverse aanduidingen opgenomen die toezien op de historische bouwkunst, historische geografie en het historisch groen.
Onderhavig conserverend bestemmingsplan maakt geen ruimtelijke ontwikkeling mogelijk die toeziet op een cultuurhistorisch waardevol object. Bij nieuwe ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met het waarborgen van het cultuurhistorisch belang.
28
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
4.4 Archeologie Toetsingskader In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. De uitgangspunten van dit verdrag dienen te worden vertaald in nationale wetgeving. In Nederland heeft deze vertaling plaatsgevonden in de Erfgoedwet, welke in werking is getreden op 1 juli 2016. Ten aanzien van het aspect 'archeologie' is in art. 9.1, lid 1 van de Erfgoedwet, welk artikel een deel van het overgangsrecht regelt, bepaalt dat tot het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt onder meer Hoofdstuk V, paragraaf 1 van de inmiddels vervallen Monumentenwet 1988 van toepassing blijft. In Hoofdstuk V, paragraaf 1 is vastgelegd dat een gemeente in de ruimtelijke besluitvorming (w.o. bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor planologisch afwijken) rekening dient te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Daartoe kan de gemeente in dat besluit regels stellen, bijvoorbeeld tot het doen van archeologisch onderzoek. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie. Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop archeologische verwachtingswaarden zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld.
Beleid gemeente Om het aspect archeologie goed mee te wegen in een gemeentelijke ruimtelijke besluitvorming heeft de gemeente Rucphen in 2010 een Erfgoedverordening opgesteld. De Erfgoednota bestaat onder andere uit een archeologische verwachtingenkaart en een advies archeologische beleidskaart. In 2019 heeft de gemeente op basis van verschillende nieuwe inhoudelijke bronnen en verschillende archeologische onderzoeken die reeds zijn uitgevoerd besloten haar bestaande archeologiekaart en het bijbehorende beleid te herzien. Het resultaat is de Nota Archeologie met bijbehorende Archeologische Beleidskaart.
bestemmingsplan Kom St. Willebrord
29
Uitsnede Archeologische Waarden- en verwachtingenkaart. Gemeente Rucphen, 2019.
Beoordeling en conclusie Ten behoeve van de bescherming van archeologische waarden is een dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' inclusief gebiedsaanduidingen opgenomen. Wanneer zich een ontwikkeling voordoet met een bodemroerende activiteit groter en dieper dan de genoemde maten, dient archeologisch onderzoek plaats te vinden om de ter plaatse aanwezige archeologische waarden inzichtelijk te maken. Onderhavig