08c bijlage LOP DaaRbuiten 26 januari 2025 def
Tekst van het document
Een perspectief voor het landschap
4.1.
Cascobenadering
Als gemeente hebben we de laatste jaren de waardering voor ons landschap herijkt. We zetten in op de herbeleving van het typische streekeigen Brabantse landschap, maar vertaald naar het huidige gebruik en de toekomstige opgaven. Het landschap fungeert als een ‘gesamtkunstwerk’; we zetten in op een multifunctioneel landschap. Waarin ambitie en traditie, werken en recreëren, cultuur en natuur met elkaar samengaan. Om dit te bereiken maken we gebruik van de cascobenadering (Klaas Kerkstra, WUR). Dit is een manier van kijken naar het landschap en de ruimte, waarbij uitgegaan wordt van een duurzaam en robuust basisraamwerk (het casco), waarbinnen veranderingen en ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Uitgegaan wordt van laag- en hoogdynamische functies. Laagdynamische functies zijn bijvoorbeeld natuurontwikkeling en waterzuivering en -berging. Deze functies hebben een lange ontwikkelingstijd en zijn gebaat bij continuïteit en stabiliteit. Het zijn functies die sterk verbonden zijn met de abiotische ondergrond: geologie, bodem, grond- en oppervlaktewater. Hoogdynamische functies zijn
59
60
Afbeelding 35. Kansenkaart
bijvoorbeeld landbouw, industrie en wonen. Deze functies kennen een grote economische dynamiek en de ruimtelijke impact kan in de tijd snel veranderen. Hierin zijn wel gradaties te onderscheiden. De landbouw is immers ook sterk afhankelijk van de ondergrond. Het casco, ook wel landschappelijk raamwerk genoemd, bestaat dus uit relatief stabiele landschappelijk structuren met een lage ontwikkelingssnelheid. Binnen en rondom dit casco is ruimte voor dynamische functies.
Wat betekent dit in de praktijk?
Het casco / landschappelijk raamwerk wordt beschermd en versterkt, omdat het de identiteit, biodiversiteit en klimaatrobuustheid van het landschap draagt. Ontwikkelingen zijn mogelijk als deze aansluiten op het landschap, het casco niet aantasten en bijdragen aan kwaliteitsverbetering. Functies worden niet strikt gescheiden, maar slim gecombineerd, zodat ze elkaar versterken. Deze menging van functies is ook verankerd in het groenbeleidsplan Groen R. Natuurlijke processen mogen hierbij niet verstoord worden. Water- en bodemsturend is geheel in lijn met deze benadering. Samengevat: de cascobenadering beschermt wat traag verandert en stuurt wat snel verandert, zodat ontwikkeling mogelijk blijft zonder het landschap haar kwaliteit en samenhang te laten verliezen.
Een perspectief voor het landschap
4.2. Landschappelijk Raamwerk
Een robuust groen casco (landschappelijk raamwerk) versterkt de kenmerken van het landschap en is toegesneden op de wensen van de gebruikers van het landschap. Het landschappelijke raamwerk kunnen we versterken door de inzet van verschillende soorten landschapselementen en structuren. We zien de volgende kansrijke mogelijkheden in het landschap: • De aanleg van ecologische verbindingen; • Het realiseren van een bijenlandschap; • De aanleg van een klimaatbuffer; • Groenblauwe mantel versterken • Het ontwikkelen en versterken van de ecologische ring Rucphen; • Toevoegen en versterken van zandpaden; • Het creëren van een aantrekkelijk agrarisch landschap voor mens en dier. Hieronder gaan we nader in op deze landschapselementen en structuren die op de kansenkaart staan.
Ecologische verbindingszones
Zoals in het vorige hoofdstuk bij Natuur aangegeven is er voor de ecologische verbindingszones een restopgave. In het landschappelijk raamwerk maken we alle aangewezen EVZ’s af (eventueel met een alternatieve ligging). Daarnaast stellen we ook twee nieuwe EVZ’s voor, namelijk 1. de verbinding tussen Landgoed Visdonk en de Rucphense Bossen via Nederheide en 2. De verbinding tus-
61
Afbeelding 36. Kaart met analyse voor het bijenlandschap in Rucphen (bron: WUR) 62
Afbeelding 37. Kaart met aanvullende aanbevelingen voor het bijenlandschap in Rucphen (bron: WUR)
sen de Rucphense Bossen en Pannenhoef / De Lange Maten via Scherpenberg. Wel kunnen een aantal nog nu geïsoleerde, kleinere EVZ’s onderdeel uit gaan maken van deze nieuwe grote EVZ’s. Dit geldt voor de verbindingen bij het Rozenven, Scherpenberg en Oud Kerkpad. Overigens staan de nieuwe EVZ’s al wel als te versterken groenverbindingen op de kaart gemeentelijke groenstructuur in het groenbeleidsplan Groen R. De nieuwe EVZ’s zijn tegelijkertijd ook belangrijke robuuste verbindingen in het bijenlandschap.
Bijenlandschap
Bijen en andere bestuivers zijn essentieel voor het ecosysteem en het voedselsysteem. De gemeente wil, als onderdeel van het bijenlandschap WestBrabant, bijdragen aan het herstel van deze sterk afnemende populaties. Dit doen we door het ontwikkelen van een bijenlandschap. Dit is een samenhangend netwerk van leefgebieden, dat jaarrond duurzaam voldoende voedsel en nestgelegenheid (B&B-gebieden) biedt. Bijen en andere bestuivers zijn gebaat bij een kleinschalig, gevarieerd en extensief beheerd landschap. Gebaseerd op de aanbevelingen van Wageningen Environmental Research maken we een bijenlandschap met behulp van drie bouwstenen: • Bed & Breakfast-gebieden (B&B-gebieden); • Verbindend landschap; • Bij-tankstations.
Een perspectief voor het landschap
De waardevolle B&B-gebieden bevinden zich in de natuurgebieden de Rucphense Bossen, Landgoed Visdonk en het gebied Pannenhoef, Lange Maten, Turfvaart en Bijloop. Binnen de gemeente Rucphen versterken we twee B&B-gebieden, namelijk de Rucphense Heide en het (heide)gebied bij het Rozenven. Om te zorgen dat het een gesloten netwerk is voor de bijen, maken we verbindend landschap tussen de B&B-gebieden. Het verbindend landschap bestaat uit een netwerk van kleinere landschapselementen en stapstenen. Een stapsteen is een kleiner gebied (minimaal 0,5 ha.) waar bestuivers ook voldoende voedsel en nestelgelegenheid kunnen vinden. Tussen de stapstenen mag maximaal een kilometer afstand zitten. Tussen deze stapstenen zijn bestuiver-vriendelijke landschapselementen nodig. Wilde bestuivers hebben namelijk maar een beperkte actieradius t.o.v. hun nest. Onderbrekingen tussen de verschillende landschapselementen mogen niet meer dan 100 meter zijn. Afhankelijk van de soort is dit de maximale afstand die ze af kunnen leggen voor het verzamelen van voedsel (100 tot 500 m.) en het verzamelen van nestmateriaal (100-200 m.). De derde bouwsteen zijn bij-tankstations. Dit zijn kleine bij-vriendelijke plekken, zoals tuinen, balkons en kleine parkjes.
Vanuit het Coördinatiepunt Landschapsbeheer Brabants Landschap en Bijenlandschap WestBrabant zijn nog drie waardevolle, gebiedsspecifieke aanvullingen gegeven op het beschreven bijenlandschap, namelijk:
63
64
Afbeelding 38. Klimaatonderlegger
•
Stimuleren bij-vriendelijk beheer zandwegen en aanleg bijenranden langs zandwegen; • Stimuleren bij-vriendelijk beheer ecologische verbindingszones; • Voorkeursgebieden voor de aanleg van bijenranden op landbouwgronden. Uiteraard zijn deze aanbevelingen onderdeel van het bijenlandschap Rucphen.
Zandpaden
Zandpaden hebben een hoge natuurwaarde, vooral voor insecten die afhankelijk zijn van open, schrale en warme plekken. De onverharde paden bieden nestgelegenheid voor wilde bijen (en andere insecten), die hun nest in de grond maken. De bermen langs deze zandpaden leveren voedsel en schuilplaatsen voor insecten, kleine zoogdieren en vogels. Daarnaast versterken zandpaden de ecologische verbindingen tussen natuurgebieden, agrarische percelen en ereven. Behoud en zorgvuldig beheer is belangrijk voor de biodiversiteit én voor het herkenbare landschap(stype).
Klimaatbuffer
Op de klimaatonderlegger van de Provincie Noord-Brabant staat een hittelint globaal tussen Roosendaal en de dorpen Rucphen, Sint Willebrord en Sprundel getekend. Een hittelint is een zone waarbij de warmte als gevolg van uitstraling door het aardoppervlak in de overheersende windrichting wordt opgebouwd. Dit gebeurt vooral boven hoge droge zandgronden en warmte
Een perspectief voor het landschap
uitstralende grote oppervlakten als wegen, bedrijventerreinen en sterk versteende dorpen en steden. Om de hittestress in de dorpen Rucphen, Sint Willebrord en Sprundel te verminderen, creëren we een klimaatbuffer tussen de Rucphense Bossen en opgaande groenstructuren van het bijzondere landschap Heimolen. Door ook hier robuuste, opgaande beplanting te ontwikkelen, wordt het hittelint onderbroken en zo de opbouw van warmte richting de dorpen gestopt.
Groenblauwe Mantel
In de groenblauwe mantelgebieden maken we het landschap aantrekkelijker, robuuster en klimaatbestendig. Dit doen we door landschapselementen, zoals houtwallen, bomenrijen, poelen, sloten en kruidenrijke randen, toe te voegen. Ook kijken we kritisch naar functies en ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij zien we mogelijkheden voor recreatie, extensieve vormen van landbouw en multifunctioneel landgebruik. Alle functies worden hier gecombineerd met een verbetering op het gebied van biodiversiteit, landschap, bodem- en watersysteem. Intensieve ontwikkelingen, die een negatieve invloed hebben op natuur, landschap, bodem en/of water, zijn hier niet passend.
Ecologische ring rondom Rucphen
De ecologische ring rondom Rucphen is deels aanwezig en wordt deels aangevuld met nieuwe onderdelen. Rondom Rucphen liggen vier
65
66
verschillende kleinere boscomplexen, namelijk Molenberg, De Posthoorn, Landgoed St. Elektoor en De Heimolen. Ook de noordelijke kop van de Rucphense Bossen maakt onderdeel uit de ecologische ring rondom Rucphen. Een nieuw onderdeel is het gedenkbos nabij de Binnentuin. In het overgangsgebied tussen Rucphen en Sprundel komen in de aanwezige kleine bosjes veel eekhoorns voor. Deze bosjes met hoofdzakelijk sparren zijn aangetast door de letterzetter en verdwijnen hierdoor. De ontwikkeling van het gedenkbos met als doelsoort eekhoorn zorgt op den duur voor het in stand houden van het leefgebied voor o.a. deze dieren. Vanuit de Rucphense Bossen is door middel van de droge EVZ De Posthoorn en de natte EVZ De Zwarte Sloot een verbinding met de boscomplexen rondom Bosschenhoofd. Het landschap van de Binnentuin verbindt het toekomstige gedenkbos met de boscomplexen van de Molenberg en verder naar de Rucphense Bossen. In de Binnentuin nabij het toekomstige gedenkbos zijn enkele poelen/ retentiegebieden ontwikkeld. Hier liggen kansen om een bredere basis voor doelsoorten zoals de bruine kikker en de Alpenwatersalamander te leggen. Wellicht dat hier de watergang parallel aan de Canadastraat voor gebruikt kan worden.
Een perspectief voor het landschap
Aantrekkelijk agrarisch landschap voor mens en dier We zorgen voor een aantrekkelijk agrarisch landschap voor mens en dier. We versterken de contrasten tussen de open, grootschalige landschappen en de besloten, kleinschalige landschappen. Dit doen we door in de oude zandontginningen de landschapselementen te behouden, te versterken en vooral ook aanzienlijk uit te breiden. We zorgen voor een aantrekkelijk leefgebied voor de patrijs met kruidenrijke akkerranden, behoud van zandwegen, houtige landschapselementen en extensiever beheer. We versterken dus de kleinschaligheid van de oude ontginningen. De openheid van de jonge ontginningen behouden we. Hier zijn o.a. de kievit en andere weidevogels bij gebaat. Tevens wordt het landschap daardoor beter leesbaar, wat bijdraagt aan het gevoel van verbondenheid bij de inwoners. We faciliteren de recreanten in het agrarisch landschap met mooie routes en leuke plekken om te ontdekken, bijvoorbeeld bij de boer. Ook is een aantrekkelijk agrarisch landschap interessant voor recreanten. Nu zijn de natuurgebieden de trekpleister voor recreanten. Door het agrarisch landschap recreatief aantrekkelijk te maken, verlichten we de recreatieve druk op de (kwetsbare) natuurgebieden.
67
68
Afbeelding 39. Landschappenkaart
4.3. Gewenst toekomstbeeld per landschap(stype) Het landschap wordt weer leesbaar en herkenbaar door de verschillende landschapstypen en bijzondere landschappen te versterken. Dit doen we door de typische landschapskarakteristieken te behouden en te versterken. In de oude zandontginningen zetten we in op het kleinschalige landschap en in de jonge zandontginningen op de openheid. De bossen hebben hun eigen unieke besloten karakter en hier zijn ook de overgangen naar het agrarisch landschap belangrijk.
Oude zandontginnningen
De visueel-ruimtelijke kwaliteiten van de oude ontginningen in het akker-/ kampenlandschap zijn voor een belangrijk deel gelegen in de verwevenheid van de diverse ruimtelijke elementen zoals bosjes, bossingels en struweelhagen. Samen met het reliëfverschil en de open ruimtes ontstaat hierdoor een gevarieerd landschapsbeeld van een besloten tot halfopen landschap. Het landschap vormt een duidelijk contrast naar de open landschappen van de heide- en broekontginningen, maar kent een zachte overgang naar het boslandschap. Duidelijke laanbeplantingen zorgen voor verbinding en leesbaarheid.
Landschappelijke karakteristiek •
•
• •
Jonge zandontginningen
In dit landschap bepaald de openheid met zijn rechte wegen en het ontbreken van beplanting het karakter. Het gebied is in de 19e en 20e eeuw ontgonnen wat heeft geresulteerd in een uitgesproken ontginningslandschap. De openheid wordt gekoesterd, maar er is ruimte om accenten aan te geven om het contrast met de meer besloten landschappen te versterken.
Landschappelijke karakteristiek •
• •
Een perspectief voor het landschap
Een landschap verdicht door landschapselementen, waarbij een afwisseling van verdichte en open ruimtes; verrassende doorkijkjes; Wegen zijn beplant. Daar waar kan tweezijdig. De beplanting is aangepast naar de aard van de weg en zijn betekenis; Reliëf in het landschap wordt versterkt; Beeldbepalende landschapselementen: klein bosje, hakhoutsingel, bossingel, struweelhaag, bomenrijen (in natte situaties vnl. knotwilgen), solitaire bomen.
Een open landschap waarin weg- en erfbeplantingen de belangrijkste ruimtevormende elementen zijn; Watergangen, zoals de relicten van de turfvaarten, worden benadrukt; Beeldbepalende landschapselementen sluiten aan op de situatie (nat/ droog): struweelhagen, bomenrijen (in natte situaties vnl. knotwilgen), solitaire bomen;
69
Houtwal en - singel
Elzensingel
Bossingel
Hakhoutbosje
Bomenrij
Knotbomenrij
Struweelhaag
Struweelrand
Wintervoedselrand
70
•
Voor de erven zijn de beeldbepalende landschapselementen: bossingel, struweelhaag, bomenrijen (geen knotwilgen), solitaire bomen.
Boslandschap
Zowel de Rucphense Bossen als de Molenheide zijn herkenbaar door hun massa. Hier spelen de dennen die veelvuldig zijn aangeplant een belangrijke rol. Om de bossen klimaatrobuuster te maken worden de bossen omgevormd naar een meer afwisselend bos waarin meer loofhout te vinden is. Waar de bossen een zachte overgang hebben naar het akker-/ kampenlandschap zo kennen ze een harde overgang naar ontginningslandschap.
Landschappelijke karakteristiek •
•
•
De overgang naar het zand-/ kampenlandschap is zacht en wordt vormgegeven door landschapselementen en kleine bosjes. De overgang naar het ontginningslandschap kent een harde grens; Beeldbepalende landschapselementen: klein bosje, hakhoutsingel, bossingel, struweelhaag, bomenrijen (geen knotwilgen), solitaire bomen.
Bijzondere landschappen
In het Rucphense landschap zijn drie gebieden aan te duiden met een bijzonder karakter. Dit zijn: de historische veenontginning rondom Zegge, de oude droogmakerij De Oude Zoek en het gebied Weipolder – Heimolen. Alle drie hebben ze unieke historische eigenschappen.
Een besloten landschap waarin wegen en ontwikkelingen ondergeschikt zijn aan het bos;
Afbeelding 40. Tabel met geschikte landschapselementen per landschapstype of per bijzonder landschap. Een perspectief voor het landschap
71
Poel en klein historisch water
Natuurvriendelijke oever
Infiltratiegreppel
Waterbergingsvoorziening
Botanische weiderand
Botanische hooilandrand
Wilde bijenrand bouwland
Patrijzenrand
Bloemblok voor akkervogels
72
Historische veenontginning rondom Zegge
Het landschap rondom Zegge wordt bepaald door een duidelijk landschappelijk raamwerk van bomenlanen en bossingels in een open landschap. De rationele structuur laat zich hierdoor duidelijk lezen en hierdoor is het verhaal van de ‘verdwenen venen’ goed te vertellen. Het raamwerk vormt een groene barrière tussen het dorp Zegge en het bedrijventerrein Borchwerf/ Majoppeveld in de gemeente Roosendaal en Halderberge. Landschappelijke karakteristiek • Een open tot halfopen landschap waarin wegbeplantingen en lijnvormige landschapselementen de belangrijkste ruimtevormende elementen zijn; • Watergangen, zoals de relicten van de turfvaarten, worden benadrukt; • Beeldbepalende landschapselementen: bossingel, struweelhaag, bomenrijen, solitaire bomen.
De Oude Zoek
Brabants enige droogmakerij heeft een uniek karakter in de vorm van een orthogonaal stelsel dat met bomenlanen aangeduid is. Ondanks het intensieve gebruik van de landbouwgrond is het cultuurhistorisch waardevolle karakter behouden. Behoud, versterking en uitbreiding van dit lanenstelsel is dan ook de opgave voor de Oude Zoek. Ontwikkelingen in het gebied moeten zich voegen naar de kenmerkende cultuurhistorische uitstraling.
Een perspectief voor het landschap
Landschappelijk karakteristiek • • •
Ronde vorm Orthogonaal stelsel met bomenlanen Historische groenstructuren
Weipolder – Heimolen
Dit gebied van slechts vier vierkante kilometer is bijzonder vanwege de variëteit in landschappen, de unieke relicten uit de landschapsgeschiedenis en de behoorlijk gaafheid (onaangetast) van het landschap. Vanwege de unieke uitstraling van het landschap gaan we terughouden om met ontwikkelingen in het gebied. Ontwikkelingen dienen zich te voegen naar de omgeving en kennen een goede inpassing. Doordat één van de belangrijkste invalswegen naar onze gemeente vanaf de snelweg het gebied doorkruist, worden bezoekers meegenomen in het verhaal van het typische Rucphense Brabantse landschap.
Landschappelijke karakteristiek • • • • •
Grote variëteit in landschappen Unieke contrasten tussen hoog en laag en open en gesloten. Historische groenstructuren Unieke relicten uit de geschiedenis van het landschap Gaafheid (onaangetast) van het landschap
73
74
Afbeelding 41. Kaart Linten in het landschap
4.4. Linten in het landschap
In de geschiedenis van het Rucphense landschap vertelt elke periode zijn eigen verhaal. Met dit LOP werken we actief aan het landschap en maken we de landschapsgeschiedenis beleefbaar. Naast de bestaande recreatieve mogelijkheden doen we dit via vijf thematische linten in het landschap. Deze linten volgen bestaande wegen en sluiten aan op bestaande fiets- en wandelroutes. Het zijn vijf routes met elk een eigen verhaal: Het oude lint ontstond op een oost-west zandrug waar de eerste bewoning lag en waaruit Sprundel en Rucphen zijn ontstaan. Deze route verbond eeuwenlang de dorpen en maakte deel uit van de weg tussen Breda en Bergen op Zoom. De Vlettevaart laat zien hoe in de late middeleeuwen turf via smalle vaarten werd vervoerd naar steden in Vlaanderen en Holland. De vaart markeert de overgang van lokaal naar grootschalig gebruik van het landschap, waarvan de sporen nog zichtbaar. De Postbaan was een middeleeuwse route waarlangs mensen en berichten tussen Antwerpen en Dordrecht reisden. De Postbaan laat zien hoe het landschap zich ontwikkelde van woeste grond tot een aaneengesloten landbouwgebied. Het Vincent van Gogh lint vertelt het verhaal van Vincent van Gogh, die hier in 1877 te voet door het landschap trok en de heide, bossen en moerassen beschreef. Langs dezde route is te zien hoe het
Een perspectief voor het landschap
landschap veranderde van woeste gronden naar het landschap van nu. Het nieuwe lint is de omleidingsweg tussen Rucphen, Sprundel en Sint Willebrord, aangelegd om de dorpen beter te verbinden. Tegelijk maken we het landschap aantrekkelijk bijen en andere wilde bestuivers. Hieronder gaan we dieper op de verschillende linten in het landschap in.
Het oude lint
Vroege bewoning vond plaats op hogere gronden. Door middel van kleine ontginningen ontstonden clusters van boerderijen, waaruit Sprundel en Rucphen ontstaan. Beide kernen liggen op een oost-west lopende zandrug die de overgang vormde tussen de woeste gronden in het zuiden (bossen en veenmoerassen) en het noordwaarts aflopende landschap. Op deze rug ontstond een verbinding tussen de dorpen als onderdeel van de doorgaande route tussen Breda en Bergen op Zoom. De weg is op de kaart goed herkenbaar en bestaat, van oost naar west, uit de Bredasebaan, St. Janstraat, Rucphensebaan, Sprundelseweg, Raadhuisstraat, Kade en Posthoorn.
Wat speelt er
Ook in fysieke zin buiten is dit lint nog als doorgaande lijn te herkennen, maar door de verschillende wegfuncties is er geen uniformiteit in de uitstra-
75
76
ling van dit lint. De lintstructuur is aan de oostzijde nog het beste te herkennen. De Bredasebaan en St. Janstraat kennen een duidelijke laanstructuur bestaande uit eiken en sierperen en vormen hiermee één verhaal. In Rucphen zorgt de bebouwing voor een doorlopende lijn van de Raadhuisstraat en Kade. De pleinvormige ruimtes rondom het oude raadhuis zorgen er voor dat hier tijdelijk een duidelijke structuur ontbreekt. In het centrum van Rucphen zorgen honingbomen voor een losse begeleiding. De Kade is nagenoeg boomloos waar de structuur van de bebouwing komt. De tussen de dorpen gelegen Rucphensebaan en Sprundelseweg kennen weliswaar een duidelijk begrenzing aan de zuidzijde door een bossingel, maar de wegen hebben voornamelijk de uitstraling van een weg op een bedrijventerrein door de dominante aanwezigheid van de bedrijven aan de noordzijde. Het lint wordt hiermee een naamloze verbindingsweg. Aan de zijde van de Posthoorn loopt het lint weg in het landschap van de Rucphense Bossen.
Ambitie
Het lint als duidelijke en herkenbare structuur terug brengen in het landschap en de dorpen. Hiermee kan het verhaal vertelt worden van de eerste bewoning en de verbondenheid van de dorpen met het landschap en elkaar. Daarnaast draagt de laanstructuur bij aan klimaat- en biodiversiteitsopgave.
Hoe bereiken we dat •
•
•
•
We realiseren een doorgaande laanstructuur vanaf de Bredasebaan (bestaande eikenlaan) tot aan de Rucphense Bossen. Hierbij worden de bestaande boomstructuren van de Bredasebaan, St. Janstraat en Raadhuisstraat versterkt. Aan de Rucphensebaan, Sprundelseweg en Kade worden bomen aangeplant. De structuur en te kiezen boomsoorten sluiten aan bij de uitgangspunten zoals opgenomen in Groen R. Daar waar al bomen staan wordt aangesloten bij de aanwezige soorten. Er wordt rekening gehouden met de ondergrondse infrastructuur. Deze zal aangepast worden voor de realisatie van de laanstructuur. Door aan te sluiten bij de herinrichting van de straten wordt werk met werk gemaakt; Op bijzondere locaties langs het lint wordt het verhaal vertelt van dit lint en de eerste geschiedenis van de gemeente Rucphen. Voor de locaties valt te denken aan De Trapkes, kruising van de St. Janstraat met de Noorderstraat/ Vorenseindseweg, Markt Rucphen en de kruising van de Kade met de Posthoorn. Er wordt hiervoor samenwerking gezocht met Dorpswerk Sprundel en Stichting Rucphen Toen en Nu.
De Vlettevaart
In de late middeleeuwen is in West-Brabant het hoogveen afgegraven om als brandstof (turf) te dienen voor de Vlaamse steden. Deze ontginningen hebben het landschap herschikt. Verkavelingsstructuren van deze ontginningsperiode zijn nog duidelijk herkenbaar in het landschap, bijvoorbeeld rondom Zegge. Op veel locaties verwijzen benamingen of de vaarten aan de ontginningsgeschiedenis. De vaarten werden gebruikt enerzijds voor de ontwatering van het hoogveen maar ook voor het transport van de turf naar de havens van Roosendaal en Oudenbosch. Vandaar werd het verder gebracht naar de Vlaamse en, later ook, Hollandse steden. Dat gebeurde per turfvlet, een schip van 15 meter lang en 2,5 meter breed, getrokken door vier personen. De turfvaarten waren niet veel breder dan de vletten. De vaart is dan ook eerder een brede sloot dan een brede watergang. De naam Vlettevaart verwijst dan ook naar zowel de gebruikte boten als de watergang. De periode van de veenontginning vormt een kantelpunt in de geschiedenis van het landschap. Relatief kleine ontginningen gericht op eigen of lokaal gebruik maakt plaats voor ontginningen op grote schaal voor gebruikers buiten de eigen kern. Het recreatief programma ‘verdwenen venen’ sluit hier goed op aan.
Een perspectief voor het landschap
Wat speelt er
Door de topografische aanduidingen zijn de vaarten op kaart goed te herkennen. Door de geringe breedte van de vaarten zijn deze in het landschap nauwelijks te herkennen. Ze ogen eerder een brede sloot dan een watergang met een roemruchte geschiedenis. De vaarten krijgen hierdoor niet de waardering die zij verdienen.
Ambitie
We maken de Vlettevaart weer zichtbaar in het landschap en vertellen het verhaal van de ‘verdwenen venen’ in het landschap.
Hoe bereiken we dat •
•
We maken de Vlettevaart zichtbaar door het waar mogelijk te verbreden en/ of terug te brengen in het landschap. Daar waar dit niet mogelijk is markeren we de aanwezigheid van de vaart. Een voorbeeld is hiervan te zien op de Markt in Rucphen waar een cortenstalen band de ligging van de Vlettevaart aanduid; Op bijzondere locaties langs het lint wordt het verhaal vertelt van de Vlettevaart en de ontginningsgeschiedenis. Voor de locaties valt te denken aan het Oud Kerkpad, de Markt in Rucphen en de Langendijksestraat. Er wordt hiervoor samenwerking gezocht met Stichting RucphenToen en Nu.
77
78
De postbaan
In vroeger tijden vond het personen- en berichtenverkeer plaats via een netwerk van water- en wegverbindingen. In Brabant bestond dit uit een netwerk van zogenaamde postbanen. In de gemeente Rucphen liep vroeger de postbaan van Antwerpen naar Dordrecht (en verder naar Rotterdam). Deze postbaan, ontstaan in de middeleeuwen, was de oudste landverbinding en bleef bestaan tot het midden van de 18e eeuw. De baan liep vanaf Horendonk door de Rucphense Bossen (vroeger over de heide) via de Heimolen naar Bosschenhoofd. In de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd worden de veenontginningen opnieuw voor landbouw in gebruik genomen. De aangrenzende woeste gronden (vaak hoger gelegen) worden op kleine schaal ontgonnen. Er ontstaat hiermee een doorlopend landschap dat een agrarisch gebruik kent in plaats van verschillende agrarische enclaves in een gebied van woeste gronden. Eén van de locaties in onze gemeente is het gebied rondom de Heimolen waar de postbaan doorheen loopt.
Wat speelt er
De aanwezigheid van de postbaan is enkel in topografische naamgeving te herleiden. Maar is in het buitengebied niet al dusdanig te herkennen. In Rucphen staat op de kruising van de Raadhuisstraat en Kerkstraat het kunstwerk ‘De Posthoorn’. Dit kunstwerk heeft daarvoor bij het voormalige raadhuis gestaan. De postbaan zelf heeft echter nooit
Een perspectief voor het landschap
door Rucphen gelopen. In de Rucphense Bossen is de postbaan verdwenen en niet geheel bereikbaar vanwege de aanwezigheid van het oefenterrein van defensie.
Ambitie
We brengen de postbaan terug in het landschap en vertellen hiermee het verhaal van de verbindingen in het landschap tussen de grote steden in de gouden eeuw van de Nederlanden. Daarnaast vertellen we ook het verhaal van de ontwikkeling van het buitengebied van landbouwenclaves naar een meer aaneengesloten agrarisch landschap.
Hoe bereiken we dat
We ontsluiten de postbaan als fiets- en wandelroute in het landschap en sluiten deze aan op het bestaande fiets- en wandelroutenetwerk (knooppunten). Daar waar de route verdwenen is, brengen we deze terug: • Door samenwerking met andere gemeenten langs deze route brengen we de oude postbaan terug in het landschap als recreatieve route. Hierbij wordt in eerste instantie samenwerking gezocht met de buurgemeenten Halderberge en Essen; • Op het terrein van defensie in de Rucphense Bossen en het buitengebied in de Heipolder, brengen we de route terug met een onverhard wandelpad.
79
•
•
•
We verplaatsen het kunstwerk ‘De Posthoorn’ naar een locatie langs de oude postbaan. Hiermee wordt het kunstwerk aan de route gekoppeld; Op bijzondere locaties langs de postbaan wordt het verhaal vertelt en de bijhorende geschiedenis van de gemeente Rucphen. Voor de locaties valt te denken aan de Rucphenseweg, kruising Kade – Postbaan en de kruising Achtmaalsebaan - Antwerpsebaan. Er wordt hiervoor samenwerking gezocht met het Stichting Rucphen Toen en Nu.
Vincent van Gogh 80
Vincent maakte op 7 april 1877 een wandeling van Station Oudenbosch naar Zundert. Hij schrijft vanuit Etten (-Leur) op 8 april 1877 aan Theo:
den aan het einde van de 19e eeuw is hij via de Rucphenseweg van Oudenbosch naar Rucphen gelopen en vanuit daar over de Zundertseweg richting De Moeren en verder door naar Zundert. In de periode (eind 19e en in de loop van de 20e eeuw) dat de uitgestrekte heivlakten met moerassen op grote schaal worden ontgonnen. De landschappen van toen zijn nu te herkennen als grootschalige ‘lege’ landschappen met een rationele verkaveling. In de brief van Van Gogh zijn de eerste tekenen van ontginning van de zogenoemde ‘woeste gronden’ al te ontdekken. De ‘mastboschen’ (dennenbossen) worden aangeplant voor de houtopbrengst of als steunhout te dienen in de mijnen. De boomsoort is nog veel aanwezig in een bosgebied als de Rucphense Bossen of Molenheide of als verwijzing qua naam in de Mastpolder.
‘Zaterdagavond vertrok ik met den Sinds 2019 is de gemeente Rucphen onderdeel laatsten trein uit Dordrecht naar den van het Van Gogh Nationaal Park (VGNP) en werkt Oudenbosch en wandelde van daar het nauw samen met verschillende stakeholders naar Zundert. Daar in de hei was het aan het realiseren van de doelstellingen van het zoo mooi, al was het donker kon men VGNP zoals het versterken van natuur, recreatie en erfgoed. toch onderscheiden hoe die heivlakte en mastboschen en moerassen zich Wat speelt er heinde en ver uitstrekten…’ Gelegen tussen Etten-Leur en Zundert is ons buiBaserend op zijn omschrijving van de reis heeft hij een groot deel van onze huidige gemeente doorkruist. Gebruikmakend van de gebaande pa-
tengebied bezocht door Vincent van Gogh en heeft hij hier geschetst. Naast de genoemde wandeling is bekend dat hij in
St. Willebrord (’t Heike) tekeningen gemaakt heeft. Toch is de aanwezigheid van Van Gogh in de gemeente niet bij het grote publiek bekend.
Ambitie
Aan de hand van de wandelroute die Vincent van Gogh gemaakt heeft vertellen we zijn verhaal in relatie tot onze gemeente. We gebruiken de route om het landschap te versterken en het contrast tussen het relatief kleinschalige kampenlandschap en de grootschalige ontginningen te versterken.
Hoe bereiken we dat •
•
•
We markeren de route die Vincent van Gogh heeft afgelegd door onze gemeente door op diverse locaties enkele informatiepanelen te plaatsen. Hiermee vertellen we zijn levensverhaal en de relatie tot onze gemeente in het bijzonder. Locaties waar hierbij aan gedacht kan worden zijn de kruising Rucphenseweg – Gastelsebaan, centrum Rucphen en de kruising Zundertseweg – Moervenstraatje; We sluiten aan op het bestaande fiets- en wandelroutenetwerk (knooppunten) en de aanwezige Van Gogh fiets- en wandelroutes; We vernieuwen de in het verleden vanuit Oudenbosch georganiseerde nachtwandeling. De wandeling volgt de route die Vincent heeft afgelegd. Hiervoor werken we samen met het VGNP, onze buurgemeenten Halderberge en Zundert en andere stakeholders.
Een perspectief voor het landschap
Het nieuwe lint
Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn de dorpen explosief gegroeid en is het landschap door middel van ruilverkaveling geoptimaliseerd. Oude verbindingen voldeden niet meer en er moest een nieuwe ontsluitingsstructuur worden gerealiseerd. In 2022 is deze in de vorm van de ‘Omleidingsweg Rucphen – Sprundel – St. Willebrord’ gereedgekomen. Dit nieuwe lint ligt parallel aan het oude lint dat de verbinding tussen Sprundel en Rucphen vormde. Het nieuwe lint mag een eigen gezicht krijgen. Bestuivers, zoals wilde bijen, zijn het boegbeeld geworden in de trend om anders om te gaan met het landschap. De gemeente Rucphen is aangesloten bij het Bijenlandschap West-Brabant en was daarnaast in 2018 was Rucphen de eerste bijvriendelijke gemeente van West-Brabant. Door gerichte soort- en beheerkeuzes te maken richten we onze openbare ruimte en het landschap bijvriendelijk in.
Wat speelt er
Bij de realisatie van de omleidingsweg is er zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van de bestaande wegenstructuur. Toch zijn er ook een groot aantal nieuwe wegen gerealiseerd zoals de Vosdonkseweg, Bernhardstraat (tussen de Gebrande Hoefstraat en Rucphenseweg en tussen de Vosdonkseweg en Hazelaarstraat) en Commandoweg. Op de Commandoweg na lag de focus voornamelijk op het civieltechnisch karakter. Hierdoor zijn ze landschappelijk niet goed ingebed.
81
82
Ambitie
We realiseren een doorgaand bijenlint van west naar oost door onze gemeente. Naast het creeren van deze snelweg voor bestuivers verfraaien we hiermee het nieuwe landschap en vertellen we het verhaal van het natuurinclusief werken.
Hoe bereiken we dat •
•
•
We passen de gerealiseerde wegen, Vosdonkseweg (tussen de Luienhoeksestraat en de Bernhardstraat/Helakkerstraat) en de Bernhardstraat (tussen de Gebrande Hoefstraat en Rucphenseweg en tussen de Vosdonkseweg en Hazelaarstraat) landschappelijk in; De bermen worden ingezaaid met een bijvriendelijk mengsel en kennen een bijvriendelijk maaibeheer; Op enkele locaties wordt uitleg gegeven over de meerwaarde van bestuivers. Deze locaties zijn de kruising Gebrande Hoefstraat, Gastelseweg, de ovonde en de kruising Vosdonkseweg-Noorderstraat.
Een perspectief voor het landschap
4.5. Leidraden
Naast het bouwen aan het landschap richt DaaRbuiten zich op vier inhoudelijke leidraden, namelijk: • Toekomstperspectief voor de agrariërs • Ontwikkelen aantrekkelijk en verbindend landschap • Recreatie en toerisme als kans • Perspectief voor (voormalige) erven Deze leidraden geven samen richting aan de ontwikkeling van het buitengebied. Bij de uitwerking is nadrukkelijk gekeken naar samenhang en onderlinge versterking.
Leidraad: agrariërs
Toekomstperspectief
Uitgangspunten
voor
de
De agrarische sector is en blijft de belangrijkste drager van het buitengebied. Als gemeente zetten we ons in om die agrarische functie te behouden en toekomstbestendig te maken. Het buitengebied kent echter ook natuurgebieden en uiteenlopende bodem- en watercondities, die invloed hebben op de agrarische mogelijkheden. Op hoger gelegen gronden is de kans op verdroging groot en lager gelegen gronden kunnen te maken krijgen met te natte omstandigheden. Binnen deze beperkingen zijn wel mogelijkheden voor agrarisch gebruik, maar niet elke vorm van landbouw is overal mogelijk. We zoeken samen met de grondgebruikers naar een balans tussen agrarisch gebruik en natuurwaarden.
83
Het belonen van het beheer van het landschap en bijdragen aan groenblauwe waarden staat hierbij centraal. Hierin werken we nauw samen met alle betrokkenen.
84
De uitgangspunten hiervoor zijn: • Agrarische percelen worden niet kleiner dan strikt noodzakelijk. Opgaven op het gebied van klimaat, duurzaamheid en biodiversiteit op basis van wettelijke kaders of zoals o.a. genoemd in de Omgevingsvisie kunnen zorgen voor een ander gebruik van de gronden. De opgaven vragen om maatwerk en om in overleg keuzes te maken; • We zetten in op adaptieve landbouw. Teelten passen bij het bodem- en watersysteem zonder dat hiervoor grote aanpassingen nodig zijn om land te vernatten of droog te maken (op basis van het principe bodem en water sturend). Hierbij ontwikkelt deze zich naar meer grondgebondenlandbouw met een meer gesloten kringloop; • Bestaande agrariërs ondersteunen we door onder andere ruimte te bieden voor Teeltondersteunende Voorzieningen (TOV’s, hier zijn wel voorwaarden aan verbonden). • Waar het passend is in het landschap bieden we ruimte aan innovatieve ontwikkelingen; • Verbreding van de activiteiten op een erf is wenselijk en hoeft niet ondergeschikt te zijn aan het agrarisch bedrijf, zolang het agrarisch aanverwant is of hiermee is te combineren en past in de omgeving;
•
Het gesprek met elkaar en de samenwerking met de ondernemers en inwoners in het buitengebied, gebruik makende van hun expertise, vormt de basis voor het uitwerken van initiatieven.
Wat speelt er
Veel agrariërs zijn best tevreden over hun huidige bedrijfsvoering, maar staan tegelijkertijd voor grote opgaven. Klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en maatschappelijke verwachtingen vragen om aanpassingen, zoals extensivering, aanleg van landschapselementen, emissiereductie en het sluiten van kringlopen. De vermindering van de emissie van stikstof is ook een belangrijke opgave. Het waterschap wil het watersysteem aanpassen om het klimaatrobuuster te maken, hiervoor wordt samengewerkt binnen een Gebiedsgerichte Aanpak (GGA). Deze ontwikkelingen zijn zo groot, dat veel agrariërs het als bedreigend ervaren. De gevraagde ingrepen en maatregelen zijn kostbaar voor de grondgebruikers. Als daar weinig of geen compensatie tegenover staat, komt het inkomen op het spel te staan. Aanvulling van inkomsten door verbreding van de bedrijfsactiviteiten kan helpen, maar is niet voor iedere ondernemer interessant.
Ambities
De hoofdambitie is het behouden van een vitaal agrarisch gebied met een goed toekomstperspectief voor de agrarische ondernemers. We streven naar een duurzaam agrarisch systeem dat economisch levensvatbaar is en tegelijkertijd bijdraagt
aan landschap en natuur. Bodem en water zijn zoveel mogelijk leidend voor het agrarisch gebruik en de gewaskeuze. In natte laagtes passen bijvoorbeeld grasland en/of natte teelten, terwijl op de drogere gronden droogtebestendige gewassen passend zijn. Ondernemers krijgen de tijd om hierop te anticiperen. Om de drogere gronden geschikt te houden voor agrarisch gebruik ondersteunen we oplossingen die aansluiten bij het principe water en bodem sturend en tegelijkertijd het landbouwkundig gebruik mogelijk houden/maken.
Richting
We willen adaptieve landbouw bevorderen. Dit is landbouw die meebeweegt met de natuurlijke omstandigheden in plaats van hier tegenin te werken. Dit betekent een ontwikkeling richting grondgebonden landbouw met meer gesloten kringlopen. Verbreding van activiteiten op erven is mogelijk, zolang deze verenigbaar zijn met de landbouw en passen bij het landschap. Initiatieven die hieraan bijdragen, ondersteunen we waar mogelijk via pilots.
Hoe bereiken we dat
Via gebiedsgerichte processen, zoals de Gebiedsgerichte Aanpak (GGA), geven we uitvoering aan natuur- en waterdoelen. We werken hierbij nauw samen met de verschillende stakeholders, zoals grondeigenaren, ondernemers en inwoners. We streven naar behoud van agrarische percelen (grootte en vorm), zodat het land zo optimaal moge-
Een perspectief voor het landschap
lijk in gebruik blijft voor landbouw. Binnen ecologische verbindingszones zoeken we naar oplossingen die agrarisch gebruik mogelijk houden, bijvoorbeeld via het cascolandschap. Wanneer agrarisch gebruik echt niet meer mogelijk is, worden verplaatsing of ruil bespreekbaar gemaakt. Daarbij speelt wel het provinciaal beleid: nieuwvestiging is verboden (ook voor verplaatsing) en bij een eventuele functieverandering moet het bouwvlak verkleind worden en overtollige bebouwing gesloopt. Activiteitenverbreding op erven, zoals kleinschalige recreatie of educatieve projecten, blijft mogelijk als aanvulling op de landbouw en indien de activiteiten ook op de lange termijn passend zijn binnen het karakter van het gebied.
Leidraad: Ontwikkelen verbindend landschap
aantrekkelijk
en
De verschillende landschapstypen zijn moeilijk herkenbaar en kennen hierdoor een scherp contrast met de omliggende natuurgebieden. Door het grotendeels ontbreken van karakteristieke landschapselementen zijn de biodiversiteit en belevingswaarde vrij laag. Veel erven zijn ook niet of nauwelijks omgeven door landschapselementen, waardoor de schuren erg opvallen en het landschap ontsieren. Door te werken aan de verzachting van de overgang van de Rucphense Bossen naar het omliggende landschap en een doorweven groen agrarisch landschap (cascolandschap) verfraaiien we het landschap en laten we dit een verbinding zijn tussen de
85
86
omliggende natuurgebieden. Met het doorweven van het landschap doelen we op het aanleggen van landschapselementen (groenblauwe dooradering). Dat zorgt niet alleen voor een fraaier landschap, het is ook goed voor de biodiversiteit. De uitgangspunten hiervoor zijn: • Respecteren van de ontginningskarakteristiek van het landschapstype door behoud van de structuur van het landschap; • Nieuwe ontwikkelingen moeten passen binnen de kenmerkende landschapsstructuur en karakteristiek; • Bodem en water zijn sturend voor keuzes voor de inrichting en het gebruik van het landschap; • Het realiseren van meer landschapselementen en agrarische natuur. Hierbij wordt rekening gehouden met aanwezige doelsoorten zoals bijvoorbeeld weidevogels. • Bestaande erven en nieuwe ontwikkelingen inpassen met erfbeplanting, om de schuren buiten het zicht te brengen en daarmee de ruimtelijke kwaliteit te versterken. Hiermee wordt het zicht verzacht. Inpassen betekent dan ook niet inpakken; • Natuurlijke laagtes klimaatrobuust inrichten, zodat ze water kunnen opvangen en ruimte bieden voor natuurontwikkeling; • Realiseren van ecologische verbindingszones zodat de verschillende omliggende natuurgebieden met elkaar verbonden worden.
Een perspectief voor het landschap
•
Als er sprake is van grootschalige energieopwekking, zoals bijvoorbeeld zonneparken, dan kennen deze een goede inpassing. We zijn terughoudend als het gaat over het plaatsen van windmolens.
Wat speelt er
Het overgrote deel van het buitengebied kent een open en wijds landschap. Vaak liggen de erven kaal in het landschap en ontsieren ze het landschap omdat ze vrijwel niet ingepast zijn door landschapselementen. De verschillende landschapstypen zijn kenmerkend voor onze streek. De cultuurhistorische waarde hiervan wordt steeds vaker gewaardeerd. Het zegt wat over de periode van landgebruik en dus is zichtbaarheid van deze fase van landgebruik vanuit cultuurhistorisch oogpunt wel een punt van aandacht. Door de grootschalige openheid en ontbreken van landschapselementen is de biodiversiteit er beperkt. In het landschap zijn nog relicten van het oude landschap over gebleven, dit zijn veelal landschapselementen. Deze liggen meestal los van elkaar in het verder kale landschap, waardoor ze niet verbonden zijn met elkaar en de natuur eromheen.
Agrarische percelen
In het gebied zijn twee verschillende soorten percelen te vinden; de hoger gelegen percelen op de zandgronden en voormalige heidegronden en de
87
lagergelegen percelen in de broek- en veenontginningen. De hoger gelegen percelen kenmerken zich door een vrij arme bodem en hebben lage grondwaterstanden. Hierdoor is de bodem relatief minder vruchtbaar voor het telen van gewassen. Agrariërs maken daarom gebruik van beregening en (kunst-) mest voor een goede opbrengst. De lagergelegen gronden hebben ook een arme grond, maar kennen een relatief hoge grondwaterstand. In natte periodes stijgt hier het grondwater flink en kan dit zorgen voor langdurige natheid.
Een robuust waterbeheer
88
Het huidige watersysteem is gericht op het zo snel mogelijk afvoeren van het water. Dit is gegeven komt voort uit de ruilverkaveling toen het waterhuishoudkundige systeem geoptimaliseerd werd. Een kentering is gaande. Onder aanvoering van het waterschap wordt er met verschillende betrokkenen gewerkt aan een robuust en veerkrachtig watersysteem dat beter om kan gaan met de (weers-) extremen zoals hevige regenval en langdurige droogte.
Ontbrekende verbinding natuurgebieden
tussen
de
Door de huidige inrichting van het buitengebied met zijn grootschalige openheid, lage biodiversiteit en een gebrek aan (verbindende) landschapselementen rond erven en akkers kunnen dieren zich moeilijk van het ene naar het andere (natuur-) gebied verplaatsen. Op enkele plaatsen zijn ecolo-
gische verbindingszones gerealiseerd. Op provinciaal niveau worden doelen gesteld voor het versterken van de biodiversiteit en landschap in het buitengebied. Het streven hierbij is het verbeteren en vergroten van het leefgebied van diverse diersoorten en de natuurgebieden beter met elkaar te verbinden. Het in het groenbeleidsplan Groen R genoemde cascolandschap geeft invulling aan het beter onderling verbinden van de verschillende natuurgebieden. Door middel van het realiseren van een fijnmazig netwerk van landschapselementen ontstaat er een robuust systeem wat voor verbinding zorgt. Daarnaast zorgt de realisatie van nieuwe natuur, bijvoorbeeld door aanplant van bos, rondom de bestaande natuurkernen zoals de Rucphense Bossen voor een betere inbedding van deze.
Slecht ingepaste erven
De (overwegend agrarische) erven in het gebied zijn vaak niet voorzien van een goede landschappelijke inpassing van (inheemse) bomen en struiken. Hierdoor zijn de schuren en andere opstallen bepalend en staat de ruimtelijke kwaliteit onder druk. Door het ontbreken van beplanting rondom de erven kunnen dieren hier geen voedsel, schuil- en nestgelegenheid vinden, wat bijdraagt aan de lage biodiversiteit in het gebied.
Ambities •
• •
•
•
We behouden en versterken de unieke landschappen. Dit doen we door het herkenbaar maken van de kenmerken van de verschillende landschapstypen. Nieuwe landschapselementen moeten hierbij passen; We behouden en versterken de cultuurhistorisch waardevolle (landschaps)elementen; We streven naar de realisatie van 10% groenblauwe dooradering van het landschap. Dit betekent dat in de toekomst 10% van het areall van het landelijk gebied groenblauw dooraderd is. (Nu is dit landelijk 2 a 3%.); We streven naar een klimaatrobuust ingericht landschap dat naast agrarisch gebruik ruimte biedt aan waterberging, natuurwaarden en recreatieve paden; We streven naar het aanbrengen van landschapselementen en naar de aanleg van agrarische natuur op de perceelsgrenzen. Deze voegen zich naar de rationele agrarische percelen en zit het landbouwkundig gebruik niet in de weg. De ambitie is om met nieuwe beplanting de veerkracht van de agrarisch percelen te verhogen door het verbeteren van de bodemkwaliteit (hoger humusgehalte en beter vochtvasthoudend vermogen), waterbeschikbaarheid en tegengaan van verdroging door wind;
Een perspectief voor het landschap
•
We werken samen met de provincie om het huidige voorstel voor de aanleg van natuurnetwerk te veranderen in een nieuw voorstel, met als doel het behouden van vruchtbare landbouwgrond en het optimaal met elkaar verbinden van de omliggende natuurgebieden.
Welke richting slaan we in
Behouden van vruchtbare landbouwgrond
We vinden het belangrijk dat vruchtbare landbouwgrond duurzaam ingezet kan blijven voor de landbouw en dat het landschap een agrarisch karakter houdt. Het aanleggen van kleinere landschapselementen tussen de percelen verbetert de biodiversiteit en zorgt ook voor het verbeteren van het bodemleven/kwaliteit, gaat verdroging door wind tegen, draagt bij aan plaagdierbestrijding en biedt schaduw voor vee. Hierdoor levert de aanleg een positieve bijdrage op de (bodem)kwaliteit van de agrarische percelen. De landschapselementen hebben dan ook een permanent karakter.
Herschikking gronden ten behoeve van aan te leggen EVZ’s
In het buitengebied zijn nog enkel ecologische verbindingszones die ingericht moeten worden. Deze zijn aangeduid als ´NNB – nog in te richten´. Deze aanduiding ligt op percelen die aantrekkelijk zijn voor agrarisch gebruik en/ of over bebouwingsclusters liggen. Hierdoor is het niet wenselijk of mogelijk om deze te transformeren naar natuur. Gekeken wordt om in de nabijheid van de gewenste ecologi-
89
90
sche verbindingszone alternatieve verbindingen te realiseren (waarbij het areaal NNB hetzelfde blijft) en/ of te werken aan het cascolandschap. Door het realiseren van een cascolandschap draagt de massa van landschapselementen bij aan het realiseren van een verbinding tussen de natuurgebieden. De landschapselementen hoeven niet op elkaar aan te sluiten, maar werken als, in de nabijheid van elkaar liggende, stepping stones.
Aanleg van landschapselementen die de omliggende natuurgebieden en bestaande bosjes verbinden
Naast de (nog te realiseren) ecologische verbindingszones (EVZ’s) versterken we het landschap door nieuwe landschapselementen aan te leggen, die passend zijn in het bijhorende landschapstype. Bijvoorbeeld houtwallen, bomenrijen en bossingels. Deze landschapselementen verbinden de omliggende natuurgebieden en bestaande bosjes in het gebied met elkaar, zodat een netwerk ontstaat voor planten en dieren. Door middel van een toolbox worden per landschapstype de toe te passen landschapselementen en de bijhorende soorten in beeld gebracht. Hiermee bouwen we gericht aan het landschap en ondersteunt initiatiefnemers om hun landschapselementen, vaak vanuit de verplichting om een inpassingen en/ of kwaliteitsverbetering toe te passen, te vereenvoudigen.
Een perspectief voor het landschap
Een klimaatrobuust landschap
We willen samen met het waterschap en de provincie het landschap veerkrachtiger maken. We denken hierbij aan het realiseren van het vergoten van het bergend vermogen van de bodem en het realiseren van bergingsruimte voor natte periodes. We vinden het belangrijk dat de uitwerking hiervan opgepakt wordt in gebiedsprocessen, samen met grondeigenaren, inwoners en lokale belanghebbenden. Het beleid van waterschap is hierin leidend, maar het maken van keuzes gebeurt in samenspraak met het gebied.
Inpassen erven met erfbeplanting
We willen de ruimtelijke kwaliteit van het agrarische landschap versterken door het inzetten op een goede landschappelijke inpassing van de (agrarische) erven in het gebied. Hierdoor wordt het rommelige beeld van schuren, stallen, opslag en andere elementen verzacht. Daarnaast biedt erfbeplanting veel kansen voor het vergroten van de biodiversiteit en voedsel, nest- en schuilgelegenheid voor dieren. Om de biodiversiteit te stimuleren dient alle erfbeplanting te bestaan uit inheemse (streekeigen) soorten. Dit kan als inpassingen bij initiatieven, maar ook met het programma ErvenPlus van het Brabants Landschap.
Leidraad: Recreatie en toerisme als kans
Er is veel rust en ruimte in het agrarisch buitengebied en het ligt gunstig ten opzichte van de steden in de regio en Randstad. Dit biedt kansen voor recreatie en toerisme.
91
92
Naast de bestaande vormen van toerisme en recreatie zijn er mogelijkheden voor ondernemers die willen verbreden of omschakelen. De uitgangspunten hiervoor zijn: • Recreatief-toeristische ontwikkeling moet passen bij het karakter van het buitengebied en heeft bij voorkeur een koppeling met het agrarisch bedrijf of het landschap; • Focus op kleinschalige functies, geen grootschalige recreatieve ontwikkelingen; • De nieuwe ontwikkeling kan zowel als bedrijfsverbreding en als nieuwe erfinvulling worden ingezet; • Recreatieve ontwikkelingen zijn natuurinclusief en alleen mogelijk als de natuurwaarden van het gebied niet onder druk komen te staan; • Recreatieve ontwikkelingen houden rekening met de huidige agrarische bedrijfsvoering; • Bestaande fiets- en wandelroutes verbeteren en uitbreiden om de recreatieve verbindingen met de omliggende (natuur-)gebieden te versterken.
faciliteiten bieden voor kleinschalig toerisme. Bijkomend voordeel is dat de recreatiedruk in natuurgebieden, zoals de Rucphense Bossen, hierdoor wat afneemt.
Ambities •
•
•
•
Wat speelt er
De gemeente Rucphen heeft veel mogelijkheden voor recreatie dankzij het afwisselende landschap. De ligging in de Brabantse stedenrij en de relatieve nabijheid van de Randstad versterken dit. In de omgevingsvisie wordt dit benadrukt. De transitie van het buitengebied kan bijdragen aan het mooier maken van de omgeving en hiermee
We zien naast het huidige agrarsich gebruik recreatie en toerisme als de belangrijkste ontwikkelrichting voor het gebied. Een nieuwe recreatieve activiteit mag geen negatieve invloed hebben op de bestaande agrarische bedrijfsvoering; We willen de focus leggen op kleinschalige recreatie, die past bij het agrarische landschap. Voorbeelden zijn o.a. een minicamping, boerderijbeleving, speelboerderij, theetuin, landwinkel of daghoreca; We willen toeristische en recreatieve activiteiten mogelijk maken op en rondom de bestaande erven. Deze activiteiten hoeven niet ondergeschikt te zijn aan een eventueel aanwezig agrarisch bedrijf op hetzelfde erf; We willen het gebied beter toegankelijk maken voor recreanten en inwoners, dat zij ommetjes kunnen maken in het gebied en het omliggende gebied en het beter verbonden is met de omliggende gebieden.
Welke richting slaan we in • • •
Stimuleren (neven-)activiteiten op erven; Verbeteren recreatieve ontsluiting gebied; Verbeteren landschappelijke kwaliteit.
Stimuleren (neven-)activiteiten op erven
We willen kleinschalige recreatieve of toeristische initiatieven op de boerderij stimuleren. Dit kan als extra activiteit bij bestaande (agrarische) bedrijven of als nieuwe activiteit na het beëindigen van het agrarisch bedrijf. Hierbij ligt de focus op het bestaande erf, waarbij het omliggende landschap eventueel onderdeel kan zijn indien dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering en een brede meerwaarde biedt voor de ontwikkeling van het visiegebied als geheel.
Verbeteren recreatieve ontsluiting gebied
Om de recreatieve ontsluiting van het gebied te verbeteren willen we enerzijds een fijnmazig netwerk met wandel- en fietspaden ontwikkelen binnen het gebied en anderzijds dit netwerk verbinden met de omliggende (natuur-)gebieden.
Verbeteren landschappelijke kwaliteit
Een succesvol recreatief gebied vraagt om een fraaie landschappelijke setting om in te recreëren. Daarom willen we de landschappelijke kwaliteit verbeteren. Bij de ontwikkeling van een recreatief of toeristisch bedrijf in het gebied vragen we een bijdrage aan de verbetering van de omgeving, bijvoorbeeld door het aanleggen van landschapselementen of recreatieve routes.
Hoe bereiken we dat
Wenselijke verbindingen binnen het gebied (ommetjes) In het buitengebied speelt de wens voor het realiseren van ommetjes. Om dit te realiseren willen we een fijnmazig netwerk van struinpaden Een perspectief voor het landschap
ontwikkelen binnen het gebied. Deze paden kunnen enerzijds onderdeel zijn van natuurontwikkeling, zoals door deze bijvoorbeeld te koppelen aan landschapselementen. Anderzijds kunnen de paden aangelegd worden op private percelen als onderdeel van het creëren van maatschappelijke meerwaarde en landschapsontwikkeling bij ontwikkeling op de erven.
Leidraad: perspectief agrarische erven
In het buitengebied zijn vele agrarische erven aanwezig, die echter steeds minder in agrarisch gebruik zijn doordat bedrijven stoppen, verplaatsen, willen verbreden of geen opvolging hebben. We willen meewerken aan nieuwe of verbrede bestemmingen voor deze erven die een bijdrage leveren aan de leefbaarheid en dynamiek van het buitengebied. De uitgangspunten hiervoor zijn: • Andere functies zijn afweegbaar, mits ze bijdragen aan de gebiedsdoelen, passen in de omgeving en het karakter van het gebied niet aantasten; • Geen bedrijvigheid die het karakter van het gebied aantast. We willen voornamelijk ruimte geven aan agrarisch aanverwante bedrijven, recreatie, toerisme en maatschappelijke functies; • Ook als het agrarisch bedrijf nog bestaat willen we ruimte geven voor de ontwikkeling van nieuwe functies die als verbreding maar ook als (toekomstige) hoofdbestemming ingezet kunnen worden.
93
Wat speelt er
In het buitengebied bevinden zich talrijke agrarische erven, waarvan er steeds meer hun oorspronkelijke agrarische functie (deels) verliezen. Veel agrarische bedrijven stoppen of hebben geen opvolging, waardoor deze erven vrijkomen. Op andere erven zoeken agrariërs met toekomstperspectief naar bedrijfsverbreding. Dit creëert een uitdaging, maar biedt ook kansen om nieuwe bestemmingen te vinden die bijdragen aan de leefbaarheid en dynamiek van het buitengebied.
Ambities •
94
•
•
De ambitie is om (vrijkomende) erven een nieuw perspectief te bieden door ruimte te creëren voor transformatie naar andere invullingen; Deze nieuwe functies moeten niet alleen passen in de omgeving, maar ook bijdragen aan de doelen van het gebied, zonder het karakter en de waarden van het landschap aan te tasten; We willen vooral ruimte geven aan agrarisch aanverwante bedrijven, recreatie, toerisme, en sociaal-maatschappelijke functies, die het buitengebied vitaal en levendig houden.
Welke richting slaan we in
Multifunctionele erven
We willen de mogelijkheid bieden om de (agrariërs) erven multifunctioneel te maken, waarbij nieuwe functies naast of in plaats van de traditionele agra-
rische activiteiten kunnen ontstaan. Dit biedt agrariërs de kans om een divers verdienmodel op te bouwen, minder afhankelijk te zijn van één inkomstenbron en geleidelijk te kunnen overschakelen naar een nieuwe functie. We willen deze ontwikkeling ondersteunen door op een flexibele manier naar agrarische erven te kijken, waarbij een strikte scheiding tussen hoofd- en nevenactiviteiten niet meer vanzelfsprekend is.
Wonen
We willen ruimte geven aan sociaal maatschappelijke woonvormen, zoals een mantelzorgwoning en/ of zorgboerderij, en perspectief bieden aan agrariërs die hun bedrijfsactiviteiten beëindigen. Te denken valt aan agrariërs die door deelname aan de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties verplicht zijn de bestemming op locatie te wijzigen. Niet al deze locaties zullen overschakelen op een ander type bedrijfsvoering. Dit biedt mogelijkheden om, zonder afbreuk te doen aan het landelijke karakter, beperkt woonruimte toe te voegen. Binnen de bestaande beleidskaders bestaan reeds de volgende mogelijkheden om beperkt woonruimte toe te voegen; • Het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning; • Het onder voorwaarden splitsen van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen; • Het realiseren van een mantelzorgwoning.
Aandacht voor een goed woon- en leefklimaat voor toekomstige burgerwoningen en aandacht voor bedrijven die wel actief blijven is hierbij in alle gevallen vereist. We willen nadrukkelijk geen grote aantallen nieuwe woningen toevoegen in dit gebied.
Hoe bereiken we dat
Basiskader bij transformatie of uitbreiding
Bij transformatie of uitbreiding van bestaande bedrijfsbestemmingen gelden de gemeentelijke algemene uitgangspunten. Hiernaast willen we medewerking verlenen aan maatwerk, mits het bedrijf aantoonbaar bijdraagt aan de gebiedsdoelen, de leefbaarheid en omgevingskwaliteit. De gemeente staat daarbij open voor maatwerk bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat plannen die bijdragen aan het verbeteren of versterken van de kwaliteit van de leefomgeving onder voorwaarden kunnen rekenen op een positief uitgangspunt. Hiervoor dient echter wel inzichtelijk te worden gemaakt wat die kwalitatieve bijdrage dan precies is en hoe zich dat verhoudt tot de gebiedsvisie. Dit betekent dat de initiatiefnemer moet onderbouwen wat de bijdrage van het plan is op landschappelijke, natuurlijke en sociaal/economische kwaliteiten. Dit vraagt om maatwerk per casus.
Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering Erftransformaties of uitbreidingen dienen gepaard te gaan met landschappelijke inpassing van het erf
Een perspectief voor het landschap
en kwaliteitsverbetering van het landschap door realisatie van delen van het landschappelijk raamwerk of financiële bijdrage volgens de landschapsinvesteringsregeling in de reserve landschapsfonds. De vrijkomende ruimte biedt kansen om nog ontbrekende EVZ’s in te richten of te werken aan de groenblauwe dooradering van het landschap.
4.6. Landschappelijke inpassing
Initiatieven zijn belangrijk voor de ontwikkeling van het buitengebied. Voor zover deze ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk zijn, kan dat ten koste gaan van de kwaliteit van het landschap. Omdat de provincie Noord-Brabant versterking van het landschap nastreeft, kent de provincie het principe van ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ geïntroduceerd. Ten behoeve van deze kwaliteitsverbetering zijn werkafspraken met de gemeenten vastgelegd. De kwaliteitsverbetering kent een tweedeling van een inspannings-verplichting gebaseerd op drie categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen, te weten: