CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

08b Bestemmingsplan 'Kom St. Willebrord Dorpsstraat 186 te St. Willebrord'

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 17 april 2024, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan 'Kom St. Willebrord, Dorpstraat 186 te St. Willebrord'29.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bestemmingsplan toelichting 201390 | 20-02-2024

Pagina 49 van 59

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 22: Zone indeling verantwoording groepsrisico

Inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Het Bevi is van toepassing op vergunningplichtige risicovolle bedrijven en de nabijgelegen al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Op basis van de uitgevoerde risico-inventarisatie blijkt dat de planlocatie niet in een invloedsgebied ligt van een Bevi-bedrijf, waardoor het Bevi niet relevant is en er geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik binnen het plangebied Transportassen Beoordeling van de risico s veroorzaakt door het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, het water en de weg dient plaats te vinden aan de hand van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen langs transportassen die deel uitmaken van het Basisnet Weg, Water en/of Spoor kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven. Hiervoor gelden namelijk de afstanden die in bijlage 2, 3 en 4 van het Bevt zijn opgenomen. Op deze afstanden mag het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen niet meer bedragen dan 10-6 per jaar.

Voor het Basisnet Weg geldt dat daar waar in de tabel van bijlage 2 van het Bevt de afstand 0 is vermeld het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer op het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar.

Bestemmingsplan toelichting 201390 | 20-02-2024

Pagina 50 van 59

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De A58 is een transportroute voor gevaarlijke stoffen op circa 600 meter afstand van de planlocatie. Volgens de referentieaantallen conform de website van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, vinden transporten plaats in de categorie GT4 (zeer toxische gassen), hetgeen een stofgroep is die een invloedsgebied heeft van > 4km. Voor het spoortraject tussen Roosendaal en Etten-Leur, geldt dat deze circa 1,2 kilometer van het plangebied is gelegen en hiero er tra sport plaats i dt a de stof ategorieë B e D et eide ee invloedsgebied van > 4km. Om die reden dient op basis van artikel 7 van het Bevt ingegaan te worden op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Men hoeft uitsluitend rekening te houden met toxische s e ario s. Veiligheids oors hrifte ij toxis he s e ario s zijn opgenomen in het standaard advies van de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Een standaard advies van de veiligheidsregio Midden- en WestBrabant is een afdoe de era t oordi g a de eiligheidsrisi o s. Dit sta daardad ies i lusief de sta daard verantwoording van het groepsrisico is als bijlage 3 en 4 toegevoegd aan de toelichting. Het aspect transport en externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling op de planlocatie.

Transportleidingen Wanneer sprake is van relevante buisleidingen in een gebied, dient er een ruimtelijke reservering opgenomen te worden in het bestemmingsplan voor het plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoording van het groepsrisico (GR). Binnen de PR 10-6 risicocontour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn en zo mogelijk ook geen beperkt kwetsbare objecten. Het invloedsgebied reikt bij brandbare vloeistoffen tot net buiten de 106 contour, voor leidingen met aardgas en chemicaliën moet dat per geval bekeken worden. De voor onderhoud gereserveerde ruimte bedraagt minimaal 5 meter aan beide zijden van de leiding. Uit figuur 25 blijkt dat er op een afstand van circa 1,4 kilometer van de planlocatie enkele gas- en pijpleidingen zijn gelegen. Het invloedsgebied van deze leidingen bedrijft 100 meter. Hiermee wordt voldaan aan de risiconormen van het Bevb. Op basis van figuur 24, kaart )o e i deli g sta daard era t oordi g groepsrisi o blijkt dat de planlocatie is gelegen in het gebied voor toepassing standaard verantwoording (het grijze gebied). Voor de ruimtelijke ontwikkeling zijn het Standaard advies veiligheidsregio en de Standaard Verantwoording Groepsrisico van toepassing, zie bijlage 3 en 4 van onderhavige toelichting. Het planvoornemen wordt niet belemmerd door het aspect buisleidingen en externe veiligheid.

Figuur 23: Uitsnede risicokaart, provincie Noord-Brabant

5.10

Kabels en leidingen

Op of in de directe nabijheid van de locatie, zijn transportleidingen dan wel andere belangrijke kabels en leidingen gelegen. De kabels en leidingen liggen aan op de grens van het openbaar gebied aan de Dorpsstraat Bestemmingsplan toelichting 201390 | 20-02-2024

Pagina 51 van 59

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

en het plangebied. In het bestemmingsplan wordt een gedeelte opgenomen met een verkeersbestemming, waardoor boven, de leidingen/kabels geen bebouwing en/of groen aanwezig zullen zijn. De bestaande situatie is ook al zodanig ingericht. Door de ligging van de leidingen en kabels wordt de realisatie van het bouwplan niet belemmerd. Alvorens het uitvoeren van de werkzaamheden zal een KLIC-melding worden uitgevoerd. 5.11

Besluit milieueffectrapportage

Bij besluit van 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging betreft het meer 'in lijn brengen' van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Dit houdt in dat onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter heeft gekregen. Met dit wijzigingsbesluit is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit ehore de C‐ e D‐lijst zijn opgenomen, altijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat voor activiteiten die ehore tot de C‐lijst ee .e.r.‐pli ht volgt en voor activiteite op de D‐lijst volgt dan wel een m.e.r.‐ eoordelingsplicht dan wel een motivering dat geen m.e.r.(beoordeling) nodig is. Onder lijst D van het Besluit m.e.r. valt een stedelijk ontwikkelingsproject als het een project meer dan 2.000 woningen omvat. Binnen het plangebied omvat de ontwikkeling tien appartementen. Gesteld kan worden dat de milieueffecten gevolgen van de realisatie van tien appartementen van dien aard zijn dat er geen m.e.r.plicht of m.e.r –beoordeling aan de orde is. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben.

In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben beneden de drempelwaarden, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrij m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies komen: belangrijke nadelige milieueffecten kunnen worden uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten. In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-beoordelingsplichtig in het andere geval dient een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure te worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling. Beoordeling Drempelwaarde lijst D Op het plangebied is sprake van de aanleg, wijziging of uitbreiding van een klein stedelijke ontwikkelingsproject. Het toevoegen van tien appartementen valt onder de activiteiten D.11.2. in bijlage II van het Besluit .e.r. aar oor de ter stedelijke o t ikkeli g geldt. De drempelwaarde voor een m.e.r.beoordelingsplichtige activiteiten van D.11.2. in bijlage II van het Besluit vermeld: ▪ Een oppervlakte van 100 ha of meer; ▪ Een aangesloten gebied; ▪ 2000 of meer woningen.

De ontwikkeling ligt ver beneden de drempelwaarde zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Gevoelige gebieden In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Het plangebied is in geen van dergelijke gevoelige gebieden gelegen. Er is dus geen sprake van significante nadelige effecten voor het milieu. Milieugevolgen In voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk zijn de verschillende milieueffecten beschouwd, zoals geluid, luchtkwaliteit etc. Gelet op de kenmerken van het project, het plangebied en de kenmerken van de effecten, kan worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot significante nadelige milieueffecten. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure. Bestemmingsplan toelichting 201390 | 20-02-2024

Pagina 52 van 59

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Conclusie Het uitvoeren van een (vorm-vrije) m.e.r.-beoordeling is niet noodzakelijk.

Bestemmingsplan toelichting 201390 | 20-02-2024

Pagina 53 van 59

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische aspecten

Inleiding

Het onderhavige bestemmingsplan is, in navolging van het vigerende beste i gspla Kom St. Willebrord , een globaal bestemmingsplan. In de regels behorende bij de onderhavige herziening, is zoveel mogelijk aansluiting gezo ht ij de juridis he regelge i g, zoals deze zij geha teerd i het este i gspla Kom St. Willebrord . 6.2

Algemene toelichting verbeelding

De verbeelding is getekend uitgaande van het rapport Digitaal Uit issel are ‘ui telijke Pla e DURP) en het rapport “ta daard Vergelijkbare Bestemmingsplannen “VBP . Hierdoor wordt het mogelijk met toevoeging van een codering de plannen digitaal uit te wisselen. De verbeelding is getekend op een kadastrale ondergrond. Op de verbeelding zijn vrijwel alle functies apart bestemd, waardoor het direct mogelijk is om met het bijbehorende renvooi te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied gegeven zijn. In de bijbehorende regels zijn de bestemmingsomschrijving en de bouwregels te vinden. Bestemmingsvlak en bouwvlak Elke bestemming bestaat doorgaans uit een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied op de verbeelding waarvoor de mogelijkheden om te bebouwen in de bestemmingsregels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden op de verbeelding doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering en/of functie. Aanduidingen De letteraanduiding van de bestemmingen zijn ingetekend in het bestemmingsvlak. Nadere specificaties die iets zeggen over het gebruik of bouwmogelijkheden zijn aangegeven door aanduidingen. Als deze specificaties op het hele bestemmingsvlak van toepassing zijn, staan de aanduidingen achter de bestemmingsaanduiding in het bestemmingsvlak. 6.3

Algemene toelichting regels

De regels zijn gebaseerd op het rapport “ta daard Vergelijkbare Bestemmingsplanne (SVBP). Hierin zijn afspraken en aanbevelingen opgenomen met betrekking tot de opbouw en de presentatie van het bestemmingsplan (digitaal en analoog). Deze afspraken en aanbevelingen zijn op 1 januari 2010 wettelijk vastgesteld. De bestemmingsplanregels bestaan uit vier hoofdstukken: ▪ Hoofdstuk 1 Inleidende regels; ▪ Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; ▪ Hoofdstuk 3 Algemene regels; ▪ Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 6.3.1

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen die van toepassing zijn op de regels verklaard. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde begrippen. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'wijze van meten' is een regeling opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden.

Bestemmingsplan toelichting 201390 | 20-02-2024

Pagina 54 van 59

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

6.3.2

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Groen De oor Groe aa ge eze gro de zij este d oor park, plantsoen, bermstroken, bermsloten, waterpartijen, paden, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, extensief recreatief gebruik en andere tot de bestemming behorende voorzieningen. Artikel 4 Verkeer De oor Verkeer aa ge eze gro de zij este d oor straten, voet- en fietspaden, rabatten, parkeerterreinen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen, terrassen, waterhuishoudkundige voorzieningen, taluds, oevers, bruggen, nutsvoorzieningen en overige tot de bestemming behorende voorzieningen. Artikel 5 Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, tuinen en erven, langzaamverkeersroutes, en bij deze bestemmingen behorende voorzieningen zoals groenvoorzieningen, water, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen. Artikel 6 Waarde – Archeologie 4 De voor 'Waarde – Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming van en onderzoek naar verwachte en onbekende archeologische waarden. 6.3.3

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 8 Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden, zoals een regeling voor ondergronds bouwen. Artikel 9 Algemene gebruiksregels In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod gegeven voor gebruik in strijd met de bestemming. Artikel 10 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn de regels met betrekking tot een of meer gebiedsaanduidingen opgenomen. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Artikel 12 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met toepassing van de afwijkingsbepalingen geregeld kunnen worden.

Artikel 13 Overige regels In dit artikel zijn de regels opgenomen die niet onder een andere regel zijn te vatten.

Bestemmingsplan toelichting 201390 | 20-02-2024

Pagina 55 van 59

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

6.3.4

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 14 Overgangsrecht In de overgangsrechtregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Artikel 15 Slotregel In de slotregel wordt de officiële naam van het plan weergegeven.

Bestemmingsplan toelichting 201390 | 20-02-2024

Pagina 56 van 59

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in het oprichten van maximaal tien nieuwe appartementen, volgens de Bro aan te merken als bouwplan. De gemeente Rucphen heeft ten behoeve van het voorgestane plan een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer van de gronden. Deze overeenkomst heeft onder andere de strekking dat de gemeente geen enkel risico loopt ten aanzien van de economische uitvoerbaarheid van dit plan. 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1

Inleiding procedure

Planologische procedure Voordat een bestemmingsplan geldig is, volgt de gemeente een procedure. De procedure bestaat uit drie fasen: vooroverleg, ontwerp en vastgesteld plan. In de vooroverlegfase wordt vooroverleg gepleegd met alle betrokken overheden en partijen. De achtereenvolgende fase is de ontwerpfase. Tijdens de ter inzageperiode (6 weken) heeft eenieder het recht om een zienswijze te geven. De zienswijzen worden verwerkt en beantwoord in een zienswijzenrapportage. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Relatie onderhavig bestemmingsplan met eerdere bestemmingsplannen Het onderhavige bestemmingsplan is, in navolging van het vigerende bestemmingspla Kom St. Willebrord, een gedetailleerd bestemmingsplan. In de regels behorende bij de onderhavige herziening, is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de juridische regelgeving, zoals deze in dit plan is gehanteerd. Het onderhavig bestemmingsplan wordt middels een zogenoe de postzegelbestemmingsplanne juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. 7.2.2

Omgevingsdialoog

Er is met de omwonenden een omgevingsdialoog gevoerd. De omwonenden staan overwegend positief tegenover de ruimtelijke ontwikkeling op de locatie Dorpsstraat 186 te St. Willebrord. In verband met de privacy is de omgevingsdialoog geanonimiseerd en is deze versie toegevoegd als bijlage (bijlage 5) aan onderhavig plan. 7.2.3

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 van het Bro wordt bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg gepleegd met het waterschap, diensten van het rijk en provincie die betrokken zijn bij de ruimtelijke ordening en eventueel andere gemeenten. Het plan is in het kader van het vooroverleg beschikbaar gesteld aan de volgende partners: ▪ Provincie Noord-Brabant. ▪ Waterschap Brabantse Delta. ▪ Brandweer Midden- en West-Brabant. 7.2.4

Voorontwerpbestemmingsplan

Het voorontwerpbestemmingsplan ´Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 186 te St. Willebrord met planidentificatie NL.IMRO.0840.2584K0030-VO01 is voor een ieder ter inzage gelegd met ingang van 30 november 2022 t/m 11 januari 2023 voor een periode van zes weken in het Raadshuis van de gemeente Rucphen. Daarnaast is het plan digitaal raadpleegbaar via de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl. Belanghebbende (overheid)instanties zijn voorts separaat op de hoogte gebracht van de terinzagelegging.

Bestemmingsplan toelichting 201390 | 20-02-2024

Pagina 57 van 59

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Resultaten voorontwerpbestemmingsplan Tijdens de ter inzage periode zijn er twee inspraakreacties ingediend op het voorontwerpbestemmingsplan. De inspraakreacties wordt in de Nota van Beantwoording kort behandeld en beantwoord. In bijlage 6 van onderhavig bestemmingsplan is de Nota van Beantwoording toegevoegd, kortheidshalve wordt hierna toe verwezen. Het bestemmingsplan zal gewijzigd als ontwerp ter inzage gelegd worden. 7.2.5

Ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan ´Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 186 te St. Willebrord met planidentificatie NL.IMRO.0840.2584K0030-ON01 is voor een ieder ter inzage gelegd met ingang van d.d. t/m d.d. voor een periode van zes weken in het Raadshuis van de gemeente Rucphen. Daarnaast is het plan digitaal raadpleegbaar via de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl. Belanghebbende (overheid)instanties zijn voorts separaat op de hoogte gebracht van de terinzagelegging. Tijdens de terinzagelegging is één zienswijzen binnengekomen op het plan. Deze zienswijze is behandeld in de Nota van Zienswijzen. Deze nota is als bijlage toegevoegd. 7.2.6

Vaststelling

p.m.

Bestemmingsplan toelichting 201390 | 20-02-2024

Pagina 58 van 59

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Regels

bestemmingsplan DzKom St. Willebrord, Dorpsstraat 186 te St. Willeborddz Planstatus: Datum: Plan identificatie:

vastgesteld 2024-02-20 NL.IMRO.0840.2584K0030-DEF1

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Regels Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024

Pagina 2 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Inhoud Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels .................................................................................................................... 4 Begrippen ...................................................................................................................................... 4 Wijze van meten ........................................................................................................................... 9

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels .............................................................................................................. 10 Groen .......................................................................................................................................... 10 Verkeer ....................................................................................................................................... 10 Wonen ........................................................................................................................................ 11 Waarde – Archeologie ................................................................................................................ 13

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels .................................................................................................................. 16 Antidubbeltelregel ...................................................................................................................... 16 Algemene bouwregels ................................................................................................................ 16 Algemene gebruiksregels ............................................................................................................ 16 Algemene aanduidingsregels ...................................................................................................... 17 Algemene afwijkingsregels ......................................................................................................... 17 Algemene wijzigingsregels .......................................................................................................... 18 Overige regels ............................................................................................................................. 18

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels ...................................................................................................... 19 Overgangsrecht ........................................................................................................................... 19 Slotregel ...................................................................................................................................... 19

Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024

Pagina 3 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het este i gspla

Kom St. Willebrord, Dorpsstraat 186 te St. Willebrord a de ge ee te ‘u phe ;

1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0840.2584K0030-DEF1 met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de planregels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.6 achtergevel van een gebouw het meest achterwaarts gelegen deel van een hoofdgebouw; 1.7 afgewerkt bouwterrein de gemiddelde hoogte van de omringende grond van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.8 afwijken afwijken als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, onderdeel 1 van de Wabo; 1.9 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten; 1.10 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.11 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen

dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.12 begane grond de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau; 1.13 beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis het bedrijfsmatig verlenen van diensten dan wel het uitoefenen van bedrijvigheid waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet-publieksaantrekkend zijn en die door de bewoner van de woning als ondergeschikte activiteit in of in een bijbehorend bouwwerk bij de woning wordt uitgeoefend. 1.14

bestaand 1. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, mits dat bouwwerk legaal tot stand is gekomen, dan wel nadien kan worden gebouwd, krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding van het plan is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald;

Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024

Pagina 4 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

2. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat, mits dat gebruik legaal tot stand is gekomen, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.15 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.16 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk met een dak; 1.18 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.19 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.20 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.21 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan; 1.22 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.23 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.24 bouwwerk elke

constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.25 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw of overkapping; 1.26 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.27 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.28 erker de grondgebonden uitbreiding van één bouwlaag aan de voor- of zijgevel;

Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024

Pagina 5 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.29 escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of van omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte (van een seksinrichting) wordt uitgeoefend; 1.30 extensief recreatief gebruik recreatief gebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen, zwemmen, vissen en daarmee gelijk te stellen activiteiten (met inbegrip van rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair), dat geen specifiek beslag legt op de ruimte, behoudens ruimtebeslag door voet-, fiets- en ruiterpaden met wegbewijzering en rust- en picknickplaatsen met bijbehorend meubilair; 1.31 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.32 geluidwerende voorzieningen voorzieningen ten behoeve van de wering of reducering van geluid(overlast), zoals een geluidwal en een geluidscherm; 1.33 gestapeld een hoofdgebouw waarin meerdere woningen zijn ondergebracht, zodanig dat deze boven dan wel beneden elkaar zijn gesitueerd, waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid gewaarborgd is; 1.34 gevellijn denkbeeldige dan wel op de verbeelding aangegeven lijn die strak langs de gevel van een gebouw loopt tot aan de bouwperceelsgrenzen; 1.35 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen, ligging of functie dan wel

gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken; 1.36 huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.37 kap een constructie van één of meer dakvlakken; 1.38 KNA – conform archeologisch onderzoeksrapport een rapport dat verslag doet van het archeologisch onderzoek en voldoet aan de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; 1.39 nevenactiviteit een ondergeschikte activiteit waarvan de omvang zodanig is dat deze, met behoud van de hoofdfunctie, naast de hoofdfunctie kan worden uitgeoefend; 1.40 nok het snijpunt van twee hellende vlakken; 1.41 nutsvoorziening voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie; 1.42 omgevingsvergunning vergunning als bedoeld in artikel 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024

Pagina 6 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.43 ondergeschikte activiteit een activiteit van zeer beperkte beroepsmatige, bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft; 1.44 opslag het bewaren van goederen, materialen en stoffen, al dan niet in combinatie met de productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard; 1.45 overkapping een bouwwerk voorzien van een gesloten dak en van maximaal twee wanden; 1.46

peil 1. voor gebouwen, waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein;

1.47 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.48 raamprostitutie een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostitué/prostituee tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen met als doel het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.49 seksautomatenhal een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of live-shows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.50 seksbioscoop en/of -theater een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door vertoningen van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.51 seksinrichting de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotischmassagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.52 straatprostitutie het zich op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte bevindend voertuig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.53 vloeroppervlakte de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken op de begane grond; 1.54 voorgevel van een gebouw het meest naar de wegzijde gekeerde deel van een hoofdgebouw; 1.55 voorgevellijn de gevellijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan;

Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024

Pagina 7 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.56 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen, die het waterhuishoudkundige belang dienen, waaronder voorzieningen voor waterberging, aanvoer en -afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop; 1.57 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.58 zijgevel van een gebouw een gevel van een hoofdgebouw, die niet een voorgevel of een achtergevel is;

Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024

Pagina 8 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstanden van gebouwen onderling, alsmede afstanden van gebouwen tot de bouwperceelsgrens worden gemeten vanaf de zijgevel van een gebouw; 2.2 het bebouwde oppervlakte van een bouwperceel of een ander terrein door de oppervlakten van alle op een bouwperceel/terrein gelegen gebouwen en overkappingen bij elkaar op te tellen, tenzij in deze regels anders is bepaald; 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, ondergeschikte bouwdelen, zoals goten van dakkapellen niet meegerekend; 2.5 de breedte en diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7 het bewoonbaar vloeroppervlak binnen de afgewerkte omtrekwanden (in voorkomende gevallen binnen de balustrade) onder aftrek van de in de ruimte inspringende onderdelen van het gebouw als schoorsteenstoelen, kanalen en kasten, maar zonder aftrek van plinten en vast meubilair als aanrechten en verwarmingslinten.

Vloeroppervlak waarboven minder dan 1,50 meter hoogte aanwezig is wordt hierbij buiten beschouwing gelaten; 2.8 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.9 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.10 de hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de as van de windturbine; 2.11 de verticale diepte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het diepste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals funderingen, rioleringen, kabels en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.12 ondergeschikte bouwdelen bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, portalen, balkons en overstekende daken, worden bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,00 meter bedraagt.

Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024

Pagina 9 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

3.1.1 Bestemming De oor Groe aa ge eze gro de zijn bestemd voor: a. langzaamverkeersroutes, park, plantsoen, bermstroken, bermsloten, paden, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen; b. extensief recreatief gebruik; c. andere tot de bestemming behorende voorzieningen. 3.1.2 Toelaatbare bestemming Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 3.1.1 genoemde bestemmingen worden opgericht: a. gebouwen; b. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Gebouwen Gebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte bedraagt maximaal 15 m²; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter. 3.2.2 Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van speeltoestellen bedraagt maximaal 4,00 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 2,00 meter.

Artikel 4 4.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

4.1.1 Bestemming De oor Verkeer aa ge ezen gronden zijn bestemd voor: a. straten, voet- en fietspaden, rabatten, parkeerterreinen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen, terrassen, waterhuishoudkundige voorzieningen, taluds, oevers, bruggen en nutsvoorzieningen; b. overige tot de bestemming behorende voorzieningen. 4.1.2 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1.1 genoemde bestemming worden opgericht: a. gebouwen; b. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Gebouwen Gebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte bedraagt maximaal 15 m²; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,00 meter.

Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024

Pagina 10 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

4.2.2 Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte bedraagt: 1. antennes maximaal 5,00 meter; 2. openbare nutsvoorzieningen maximaal 3,00 meter; 3. speeltoestellen maximaal 4,00 meter; 4. masten maximaal 8,00 meter; 5. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 2,00 meter.

Artikel 5 5.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

5.1.1 Bestemming De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met per woning de huisvesting van één huishouden; b. wegen, paden, pleinen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 5.1.2 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 5.1.1 genoemde bestemmingen worden opgericht: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Hoofdgebouwen Hoofdgebouwen mogen worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht; b. het bestaande aantal woningen mag niet worden vermeerderd; c. in afwijking van het bepaalde in sub b mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' ten hoogste het aangegeven aantal woningen worden gebouwd; d. ter plaatse a de aa duidi g gestapeld oge uitsluitend gestapelde hoofdgebouwen worden opgericht; e. de hoofdgebouwen worden met de voorgevel gebouwd in de (verlengde van de) gevellijn, daar waar een dergelijke lijn is opgenomen. Indien voor een bouwperceel twee gevellijnen zijn bepaald, dient zowel de voor- als de zijgevel hierin te worden gebouwd; f. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven maat; g. de breedte van een hoofdgebouw, een aangebouwd bijgebouw, aan- en uitbouw niet meegerekend, bedraagt ter plaatse van de aanduiding: 1. gestapeld: maximaal 20,00 meter; h. de dakhelling bedraagt bij toepassing van hellende dakvlakken maximaal 65°; i. de afstand van een hoofdgebouw, een aangebouwd bijbehorend bouwwerk niet meegerekend, tot de zijdelingse perceelsgrens, is ter plaatse van de aanduiding: 1. gestapeld: niet nader bepaald.

5.2.2 Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken mogen in het achtererfgebied worden opgericht met inachtneming van de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak bedraagt, overkappingen meegerekend, per bouwperceel maximaal 100 m2, met dien verstande dat de

Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024

Pagina 11 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

bebouwde oppervlakte van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken maximaal 50% van het oppervlak van het bouwperceel bedraagt; b. bijbehorende bouwwerken mogen tevens binnen het bouwvlak van de hoofdgebouwen worden gebouwd, waarbij het bouwvlak volledig mag worden bebouwd; c. de breedte van een met de zijgevel van een hoofdgebouw verbonden bijbehorend bouwwerk bedraagt op gronden met de aanduiding: 1. gestapeld: maximaal 4,00 meter; d. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,25 m; e. de dakhelling bedraagt bij toepassing van hellende dakvlakken maximaal 65º; f. de bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 1,00 meter achter (het verlengde van) de gevellijn te worden opgericht; g. de bijbehorende bouwwerken dienen minimaal 1,00 meter achter (het verlengde van) de gevellijn te worden opgericht. 5.2.3 Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen in het achtererfgebied worden opgericht, waarbij de maximale bouwhoogte 2,00 meter bedraagt. 5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 5.2.1, sub e, voor het oprichten van maximaal 50% van de voorgevel achter de (verlengde van de) gevellijn; b. lid 5.2.1, sub f, mits deze maat met maximaal 1,00 meter zal worden overschreden; c. lid 5.2.1 sub h, voor een kleinere afstand. 5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1

Strijdig gebruik

Tot het verboden gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. aan huis verbonden bedrijven; b. het gebruik van gronden voor andere vormen van wonen dan de huisvesting van één afzonderlijk huishouden per woning, zoals bedrijfsmatige kamerverhuur of de huisvesting van (groepen) personen die geen huishouden vormen; c. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning of als afhankelijke woonruimte. 5.5

Afwijken van de gebruiksregels

5.5.1 Beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten aan huis Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.4.1 sub a voor de uitoefening van beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten in een woning en/of bijbehorende bouwwerken, met inachtneming van de volgende regels: a. het gebruik een kleinschalig karakter heeft en behoudt; b. door de uitoefening van de activiteiten wijzigt het uiterlijk van de woning niet zodanig, dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest; c. de vloeroppervlakte van de activiteiten in de woning en bijbehorende bouwwerken bedraagt gezamenlijk maximaal 50 m²; d. de activiteiten zijn niet vergunnings- of meldingsplichtig op grond van milieuwetgeving; e. degene die de activiteiten in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitvoert is tevens de bewoner van de woning; f. het geen verkeersaantrekkende activiteiten betreffen die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer en er geen onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte plaatsvindt; Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024

Pagina 12 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

g.

de uitoefening van detailhandel niet is toegestaan, uitgezonderd als ondergeschikte nevenactiviteit en gerelateerd aan de desbetreffende activiteit; h. de uitoefening van horeca activiteiten en seksinrichtingen zijn niet toegestaan; i. er mag geen buitenopslag plaatsvinden; j. gebruik mag niet leiden tot afbreuk en belemmering van gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en/of bebouwing.

Artikel 6

Waarde – Archeologie

6.1

Bestemmingsomschrijving

6.1.1

Bestemming

a.

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding, bescherming en het behoud van archeologische waarden of verwachtingswaarden; b. in geval van strijdigheid van regels gaan de regels van dit artikel voor de regels die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

6.2

Bouwregels a.

vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde, waarbij de verstoorde oppervlakte, voor zover gelegen op of onder maaiveld, niet wordt uitgebreid en/of gebruik wordt gemaakt van de diepte van de bestaande fundering zonder daarbij de bestaande fundering dieper uit te graven; b. gebouwen dan wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die niet leiden tot een verstoring dieper dan 0,50 meter ten opzichte van het maaiveld en: 1. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - waarde archeologie 4' met een oppervlakte kleiner dan 1.000 m².

6.3

Afwijken van de bouwregels a.

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 en toestaan dat ten behoeve van de andere bestemming gebouwen, dan wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits de indiener bij de omgevingsvergunningaanvraag ter beoordeling een archeologisch rapport overlegt van een ter zake deskundige die hiervoor gecertificeerd is conform de Erfgoedwet, waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: 1. indien dit een gravend archeologisch onderzoek betreft, het verplicht is om een Programma van Eisen conform de vigerende KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag, en; 2. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, of; 3. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, of; 4. geen archeologische waarden te verwachten zijn of kunnen worden geschaad. b. In de situatie als bedoeld in lid 6.3 sub a, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, of; 2.

de verplichting tot het doen van opgravingen, (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht); of; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA, namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid. Deze vorm van onderzoek kan alleen in uitzonderlijke situaties worden toegepast zoals verwoord in de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht;

Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024

Pagina 13 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

c.

Bij de beoordeling van archeologische rapporten, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen.

6.4 Omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden a.

Het is verboden om op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ontgronden, ontginnen, vergraven, afgraven, verwijderen van bestaande funderingen, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen van gronden; 2. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen en het aanbrengen van drainage; 3. het verlagen of verhogen van het waterpeil; 4. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen; 5. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen van gronden en het vellen van bos of andere houtgewassen waarbij de stobben worden verwijderd; 6. het doen van opgravingen in het kader van archeologisch onderzoek, mits verricht door een ter zake deskundige, namelijk een hiertoe gecertificeerde archeologische instantie conform de Erfgoedwet, die in het bezit is van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; b. Het verbod als bedoeld in sub a geldt niet werken en/of werkzaamheden, die: 1. niet leiden tot een verstoring dieper dan 0,50 meter ten opzichte van het maaiveld en: ▪ ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - waarde archeologie 4' met een oppervlakte kleiner dan 1.000 m²; 2.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 4. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop lid 28.2 van toepassing is; 5. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; 6. worden uitgevoerd op de plaats van een verwijderde of nog te verwijderen fundering waarbij geen diepere verstoringen worden veroorzaakt; c. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sub a mits de indiener bij de omgevingsvergunningaanvraag een archeologisch rapport overlegt van een ter zake deskundige, namelijk een hiertoe gecertificeerde archeologische instantie conform de Erfgoedwet waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: 1. indien dit een gravend archeologisch onderzoek betreft, het verplicht is om een Programma van Eisen conform de vigerende KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag, en; 2. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, of; 3. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, of; 4. geen archeologische waarden te verwachten zijn of kunnen worden geschaad zijn. d.

In de situatie als bedoeld in lid 6.4 sub c, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht); of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige, namelijk een hiertoe gecertificeerde archeologische instantie conform de Erfgoedwet, die in het bezit is van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen.; e. Bij de beoordeling van archeologische rapporten, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor

Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024

Pagina 14 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen.

Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024

Pagina 15 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Antidubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8

Algemene bouwregels

8.1

Nadere eisen

8.1.1

Plaatsbepaling, straatbeeld en dakhelling

Het bevoegd gezag kan, bij het verlenen van een omgevingsvergunning tot bouwen, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de bouwperceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de plaatsing en vormgeving van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. de samenhang in straat- en bebouwingsbeeld; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; e. de dakhelling en nokrichting van hellende dakvlakken van gebouwen. 8.1.2

Voorwaarden

De in lid 8.1.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en gronden in verband met calamiteiten. 8.2

Bestaande afstanden en andere maten

8.2.1 Bestaande afstanden Indien afstanden op de datum van de ter inzage legging van de vaststelling van het plan meer dan wel minder bedragen dan ingevolge op basis van hoofdstuk 2 van dit plan is toegestaan, mogen de bestaande afstanden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 8.2.2 Bestaande andere maten In die gevallen dat hoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, geen gebouwen zijnde op de dag van de vaststelling van het plan meer of minder bedragen dan ingevolge de hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen de bestaande maten en hoeveelheden als maximaal respectievelijk minimaal worden aangehouden. 8.3 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn toegestaan binnen de contouren van opgerichte hoofdgebouwen; b. de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,5 meter onder peil.

Artikel 9 9.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024

Pagina 16 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Het is verboden de in dit plan begrepen gronden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde te gebruiken, te doen of laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming. Tot het strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a.

het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming; b. het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de exploitatie van een seksinrichting, een escortbedrijf en raam- en straatprostitutie.

Artikel 10 10.1

Algemene aanduidingsregels

Luchtvaartverkeerzone

10.1.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Luchtvaartverkeerzone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van de vliegveiligheid in verband met de ligging binnen de obestakelbeheervlakken vanwege het luchtvaartverkeer. 10.1.2 Bouwregels Al dan niet in afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikelen 3 tot en met 25) mag de bouwhoogte van een bouwwerk niet meer bedragen dan: a. ter plaatse van de aanduiding 'Luchtvaartverkeerzone - 3': 54,14 m boven NAP. 10.2

Vrijwaringszone - obstakelbeheerzone

10.2.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - obstakelbeheerzone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van het radarverstoringsgebied van Vliegbasis Woensdrecht en radarstation Herwijnen, teneinde de verstoring van het radarbeeld te voorkomen en bescherming van de obstakelbeheerzones van Vliegbasis Woensdrecht. 10.2.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikelen 3 tot en met 5): a. mogen geen bouwwerken worden gebouwd met een hoogte van meer dan 88 meter; b. geldt voor windturbines, in aanvulling op het bepaalde onder a en naast de bouwregels zoals opgenomen in de artikelen 3 tot en met 5, dat geen windturbines mogen worden opgericht met een tiphoogte hoger dan 90 m + NAP. 10.2.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2.2 voor het bouwen overeenkomstig het bepaalde in de andere bestemmingen, met dien verstande dat: a. het functioneren van de radar niet in onevenredige mate wordt of kan worden aangetast; b. de Minister van Defensie ingestemd heeft met de ontwikkeling.

Artikel 11 11.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijkingen

Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van de regels in dit plan voor: a. het afwijken van de in het plan voorgeschreven maatvoering met maximaal 10%; b. het oprichten van licht- en vlaggenmasten, respectievelijk antennes en overige masten met een bouwhoogte van maximaal 10,00 respectievelijk 15,00 meter; c. geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijke of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen van de bouwgrens met maximaal 2,50 meter toelaatbaar.

Bestemmingsplan regels 201390 | 20-02-2024

Pagina 17 van 19

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Artikel 12 12.1

Algemene wijzigingsregels

Algemene wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de regels in dit plan te wijzigen voor: a. geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, geen gebouwen zijnde of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen van de bestemmingsgrens met maximaal 3,00 meter toelaatbaar.

Artikel 13 13.1

Overige regels

Parkeerregeling

Tenzij in de genoemde bestemmingsplannen als opgenomen in bijlage 1 bij de regels expliciet is voorzien in een andere regel ten aanzien van de aanwezigheid van voldoende parkeergelegenheid, geldt de volgende regeling: a.

bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of afwijken, dient tenminste voldaan te worden aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen Rucphen 2017' d.d. 31 mei 2017; b. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a. indien wordt voorzien in parkeervoorziening, die gelet op de parkeerbelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is als bedoeld in sub a; c. indien de 'Nota Parkeernormen Rucphen 2017' als bedoeld onder sub a gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan wordt gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning getoetst aan deze wijziging. d. parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13992362/1