07e. 1e Bestuursrapportage BWB 2022 1
Tekst van het document
Pagina 1 van 37
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Algemeen ....................................................................................................................................3 1.1
Doel en functie bestuursrapportage ........................................................................................3
1.2
Aanbieding en resultaat...........................................................................................................3
1.3
Leeswijzer................................................................................................................................5
Ontwikkelingen/voortgang primaire proces ......................................................................................6 2.1
Algemeen ................................................................................................................................6
2.2
Cijfers in Beeld ........................................................................................................................6
2.3
Voortgang primair proces ......................................................................................................11
2.4
Voortgang project implementatie bedrijfsapplicaties .............................................................15
Bedrijfsvoering/ organisatie ............................................................................................................16 3.1
Personeel en organisatie.......................................................................................................16
3.2
Informatisering en automatisering .........................................................................................20
3.3
Control ...................................................................................................................................21
Weerstandsvermogen & risicobeheersing .....................................................................................22 4.1
Algemeen ..............................................................................................................................22
4.2
Inventarisatie weerstandscapaciteit.......................................................................................22
4.3
Risicobeheersing ...................................................................................................................22
4.4
Risicoanalyse ........................................................................................................................23
Financiën........................................................................................................................................24 5.1
Overzicht exploitatie 2022 .....................................................................................................24
5.2
Toelichting budgetten begroting 2022 ...................................................................................25
5.3
Aandachtspunten waarmee (financieel) nog geen rekening is gehouden.............................28
5.4
Deelnemersbijdrage ..............................................................................................................29
Prognose 2023 ...............................................................................................................................33 6.1
Inleiding .................................................................................................................................33
6.2
Overzicht Exploitatie 2023.....................................................................................................33
6.4
Deelnemersbijdrage ..............................................................................................................35
BIJLAGEN ............................................................................................................................................36 Bijlage 1: Risicoprofiel BWB over 2022 en volgende jaren .........................................................36
Pagina 2 van 37
1.
Algemeen
1.1
Doel en functie bestuursrapportage
De bestuursrapportage heeft als doel om uw Algemeen bestuur te informeren over de voortgang van de (voorgenomen) beleidsontwikkelingen, de zich eventueel aandienende ontwikkelingen op het gebied van de bedrijfsvoering en over eventuele afwijkingen tussen de werkelijke baten en lasten per 1 mei ten opzichte van de destijds vastgestelde ramingen. Door een dergelijke rapportage wordt uw Algemeen bestuur tussentijds op de hoogte gesteld van zich aandienende afwijkingen en ontwikkelingen, waardoor een tijdige bijstelling kan plaatsvinden. Tussentijdse bijstellingen in een bestuursrapportage kunnen een wijziging van de begroting tot gevolg hebben. Als dit een wijziging betreft van de totale bijdrage van de deelnemers, wordt de zienswijze procedure toegepast conform artikel 30 lid 8 van de gemeenschappelijke regeling BWB.
1.2
Aanbieding en resultaat
In deze bestuursrapportage zijn de resultaten over de eerste vier maanden van het begrotingsjaar 2022 afgezet tegen de ramingen van baten en lasten uit de primaire begroting 2022. De resultaten over de eerste vier maanden dienen als basis voor de prognose van het begrotingsjaar 2022. Al vroeg in het jaar werd duidelijk dat, als gevolg van de sterk opgelopen inflatie, de begroting 2022 gebaseerd was op achterhaalde kaders. In de Kadernota 2022 werd nog uitgegaan van een prijsstijging van 1,3%. Inmiddels ligt de consumentenprijsindex boven de 10%. Voorcalculatorisch zou dat tot een uitzetting van de begroting leiden van circa € 750.000. Dat inzicht blijkt bewaarheid te worden. In de begroting van 2022 is een financiële taakstelling van € 270.000 opgenomen door een structurele verlaging van het loonbudget (€ 230.000) en door het beëindigen van het contract In koopbureau West Brabant (€ 40.000). In de afgelopen periode hebben zich ontwikkelingen voorgedaan die invloed hebben op de prognose van 2022. We zien dat het aantal waardebezwaren in 2022 aanzienlijk is gedaald, met 5.000 stuks. Hierover kan nog geen zekerheid worden geven of dit een structurele daling is. Bij het programma Waarderen doen zich extra kosten voor door achterstanden bij het team waarderen op waardebezwaren en beroepen en het hoge ziekteverzuim (17%). Hiervoor is externe inhuur nodig.
De personele inzet voor achterstanden van waardebezwaren zijn voor een groot deel opgenomen in de voorziening waardebezwaren bij het opstellen van de jaarstukken 2021. De resterende achterstanden betreffen met name die op de beroepszaken. De vervanging van het ziekteverzuim binnen het team is noodzakelijk zodat de achterstanden niet verder oplopen en processen kunnen doorlopen, ook om daarnaast nog meer uitval binnen het team te voorkomen. Het totale aantal waardebezwaren is dan wel afgenomen, maar dat geldt niet voor de bezwaren die zijn ingediend door No Cure No Pay- bedrijven (NCNP). Dat aantal stijgt nog licht door. In de begroting van 2022 was hier een bedrag van € 500.000 voor opgenomen. Daarom moet het budget voor de proceskostenvergoeding voor waardebezwaren opgetrokken worden naar het niveau van de jaarstukken 2021, namelijk naar € 600.000. Dit bedrag
Pagina 3 van 37
moet vervolgens verder worden verhoogd met € 300.000, als gevolg van nieuwe jurisprudentie op beroepszaken. Zie hiervoor ook de toelichting op pagina 12. Het ziekteverzuim voor de gehele organisatie is op dit moment rond de 10%. De verwachting is dat het gemiddelde ziekteverzuim voor 2022 bij de 8% zal zijn. Naast het hoge ziekteverzuim kampt de organisatie ook met een overspannen arbeidsmarkt, waardoor vacatures moeilijk kunnen worden ingevuld en extra hoge prijzen worden betaald voor externe inhuur. Omdat een groot deel van de vacatures key-functies betreffen, is het noodzakelijk deze functies spoedig, op basis van externe inhuur in te vullen. Dan is er door vertraging bij de implementatie van de belastingapplicatie GOUW en bij de verdere inbedding van de Kinderopvangtoeslagaffaire ook externe inhuur nodig om de operationele processen goed te laten verlopen. Als laatste ontwikkeling die nog niet bij het opstellen van de begroting 2022 is meegenomen is de verplichting om een medewerker CISO aan te stellen in het kader van de Baseline informatieveiligheid (BIO). Een verder toelichting hierover staat beschreven op pagina 22. De BWB is zich ervan bewust dat de bijstelling leidt tot een hogere totale deelnemersbijdrage van € 1.150.000. De BWB blijft werken aan het beheersen van de kosten voor de deelnemers. Daar waar gesneden kan worden in de kosten wordt dat gedaan.
De hogere deelnemersbijdrage kan als volgt worden gespecificeerd: •
Afname aantal waardebezwaren 5.000 stuks (variabele kosten)
€ 525.000 V
•
Externe inhuur programma Waarderen
€ 495.000 N
•
Hoger Proceskosten waardebezwaren en beroepszaken
€ 400.000 N
•
Externe inhuur stijging ziekteverzuim (3%)
€ 330.000 N
•
Externe inhuur openstaande vacatures
€ 325.000 N
•
Externe inhuur implementatie belastingapplicatie en inbedding KOTA
€ 75.000 N
•
Vormgeven van Baseline informatieveiligheid (BIO), medewerker CISO
€ 50.000 N
De voorliggende bestuursrapportage leidt tot een verhoging van de begroting van de BWB en daarmee tot een verhoging van de deelnemersbijdrage, In dat kader wordt een begrotingswijziging opgesteld. Op grond van artikel 30, lid 8 van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking West-Brabant wordt hierop de zienswijze procedure toegepast. Na definitieve vaststelling door het algemeen bestuur, na afloop van de zienswijze procedure, wordt deze begrotingswijziging aan het college van GS van Noord-Brabant gezonden. Doorkijk naar de tweede helft van 2022 en naar 2023 De implementatie van het belastingpakket is moeizaam verlopen en nog niet is afgerond. Toch is de verwachting dat binnen afzienbare tijd de laatste functionaliteiten zijn opgeleverd. En voor het grootste deel draait de applicatie al wel. Vervolgens kan gewerkt worden aan het verder tunen van het systeem en daarmee verhogen van de efficiency. In de afgelopen periode hebben zich de grootste problemen voorgedaan in het programma Waarderen. Maar ook daar is de BWB inmiddels veel beter in control. De grote achterstanden zijn weggewerkt. De
Pagina 4 van 37
jaarplanning zit degelijk in elkaar waardoor veel proactiever kan worden bijgestuurd. Werkprocessen zijn inmiddels aanzienlijk verbeterd. Zo is, aan het begin van het proces, het inboeken van de waardebezwaren door de inhuur van tijdelijke krachten enorm versneld. De afwerking kan daardoor veel eerder starten. Voor de afwikkeling van de waardebezwaren, aan het einde van het werkproces, wordt een RPA (robot) in gebruik genomen waarmee naar verwachting een aanzienlijk deel van de repetitieve handelingen geautomatiseerd worden uitgevoerd. De herwaardering is inmiddels zodanig ingericht dat de nieuwe waardes aan het einde van het jaar eerder beschikbaar zijn. Die nieuwe waardes worden binnen de waarderingsapplicatie dit jaar voor het eerst op twee verschillende manieren bepaald. De eerste is de modelmatige waardebepaling die reeds jaren in gebruik is. De tweede is de waardebepaling op basis van kunstmatige intelligentie en machine learning. Deze ontwikkelingen samen moeten leiden tot een lagere werkdruk, hogere efficiency en hogere kwaliteit. Er blijven echter factoren waar de BWB geen grip op heeft. Het wegnemen van de te hoge werkdruk zal een positief effect hebben op het hoge ziekteverzuim. Maar een groot deel van het langdurige verzuim is niet werkgerelateerd. De alom aanwezige krapte op de arbeidsmarkt manifesteert zich ook in de belastingsector en raakt ook de BWB.
We zullen daardoor nog lange tijd afhankelijk zijn van externe inhuur. Dat werkt kostenverhogend en maakt ons afhankelijk van kennis die we liever zelf in huis hebben en houden. Aan de andere kant blijkt uit de sterke afname van het aantal waardebezwaren dat we onze formatie niet volledig moeten baseren op de prognoses van de productiekwantiteiten. Met een flexibele schil voorkomen we overcapaciteit. Daarbij accepteren we de hogere kosten per fte. Dus het is een kwestie van uitbalanceren. En tot slot wordt een grote kostenpost bepaald door de ontwikkelingen rond de NCNP-bedrijven. Hun activiteit neemt eerder toe dan af. Hun aandeel in de waardebezwaren eveneens. Er zijn eerste signalen dat ze op zoek zijn naar andere belastingsoorten waar ze zich ook op gaan richten. De lobby in samenwerking met de VNG richting de ministeries gaat door. Maar we moeten constateren dat nog steeds geen concreet resultaat is geboekt en een nieuw arrest van de Hoge Raad de kosten nog eens enorm opdrijft.
Pagina 5 van 37
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden de ontwikkelingen en de voortgang van het primaire proces beschreven. Hierin worden ook de projecten apart toegelicht. In hoofdstuk 3 van deze bestuursrapportage is nader ingegaan op de stand van zaken, de voortgang en de zich aandienende ontwikkelingen op het gebied van de bedrijfsvoering en de organisatie in zijn algemeenheid. Tenslotte is in hoofdstuk 4 gedetailleerd ingegaan op de financiële stand van zaken van de exploitatie 2022 en is waar nodig een toelichting gegeven.
Pagina 6 van 37
2.
Ontwikkelingen/voortgang primaire proces
2.1
Algemeen
In de begroting 2022 is in de diverse programma’s aangegeven welke ambities de BWB heeft. In deze eerste bestuursrapportage wordt de stand van zaken weergegeven per 1 mei 2022. In paragraaf 2.2 worden de cijfers in beeld gebracht. In paragraaf 2.3 worden de ontwikkelingen per programma toegelicht. In paragraaf 2.4 wordt stilgestaan bij de projecten.
2.2
Cijfers in Beeld
In deze paragraaf wordt voor een aantal belangrijke productiekwantiteiten aangegeven wat de verwachting is binnen het primaire proces. Hierbij wordt rekening gehouden met de werkelijke productie tot en met april en de realisatie van 2022.
Aanslag(regels)
Aantal aanslagen 900.000 800.000 700.000 600.000 500.000 400.000
791.593
752.870
752.870
Realisatie 2021
Begroot 2022
Prognose 2022
300.000 200.000 100.000 -
Pagina 7 van 37
Aantal aanslagregels 3.250.000 3.000.000 2.750.000
Totaal: 2.873.103
Totaal: 2.864.220
Totaal: 2.864.220
426.151
430.000
430.000
2.446.952
2.434.220
2.434.220
Realisatie 2021
Begroot 2022
Prognose 2022
2.500.000 2.250.000 2.000.000 1.750.000 1.500.000 1.250.000 1.000.000 750.000 500.000 250.000 -
Aanslagregels (excl. huurdersbeschikkingen)
Huurdersbeschikkingen
Het eerste kwartaal van het jaar zijn zoals gebruikelijk de grote runs met aanslagen (ozb/afval/riool etc.) zoveel mogelijk gecombineerd verzonden. Er is dit jaar niet voldaan aan de norm welke de waarderingskamer stelt dat 98% van de aanslagen voor 1 april moet zijn verzonden. Het percentage was op 1 mei 2022 96,8%. Dit komt onder meer door een zeer hoog ziekteverzuim. Daarnaast hebben we achterstanden opgelopen door de overgang naar het berichtenverkeer tussen de belastingapplicatie en de waarderingsapplicatie waardoor er wekenlang per deelnemer niet aan bestanden kon worden gewerkt. Door de grote achterstand in de afwikkeling van de WOZ bezwaren uit 2021 is de eerste maanden van 2022 hard gewerkt om deze alsnog te verwerken, zodat de herwaardering kon worden opgepakt van deze objecten. Dit heeft dan ook tevens tot gevolg dat ook niet voldaan is aan de KPI dat op 28 februari van het lopende jaar 95% van de gecombineerde aanslagen verzonden moet zijn.
Pagina 8 van 37
Exoten
30.620
33.000
30.620
30.617
Exoten Gemeenten 30.000 27.000
-
Regels precariobelasting
705
675
3.000
725
3.223
3.223
6.000
2.895
9.000
4.590
12.000
5.283
15.000
9.449
18.000
14.299
12.952
21.000
14.299
24.000
Regels reclamebelasting
Aanslagen (water)toeristen
Realisatie 2021
Begroot 2022
Regels hondenbelasting
Panden BAG
Prognose 2022
Exoten Waterschap 24.000 22.000 20.000 18.000 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000
17.282
20.033
20.033
Begroot 2022
Prognose 2022
6.000 4.000 2.000 -
Realisatie 2021
Het aantal aanslagen precariobelasting zal lager komen te liggen dan begroot. Dat heeft te maken met besluiten van individuele deelnemers. De kosten van de controles precariobelasting zullen op hetzelfde peil blijven omdat dit al was aanbesteed. Daarnaast zijn nog niet alle besluiten van deelnemers ten aanzien van precariobelasting aan de BWB bekend gemaakt. Voor de overige exoten wordt verwacht dat het aantal aanslagen ongeveer gelijk komt te liggen met het begrote aantal.
Pagina 9 van 37
Objecten
Aantal WOZ-objecten 350.000 300.000 250.000 200.000 315.773
320.260
320.260
Realisatie 2021
Begroot 2022
Prognose 2022
150.000 100.000 50.000 -
44.000
39.402
48.000
Invorderingsproces
47.000
47.000
Invorderingsproces
40.000 36.000 32.000 28.000
-
Aanmaningen
Dwangbevelen Realisatie 2021
Hernieuwde bevelen
Begroot 2022
Pagina 10 van 37
Prognose 2022
Beslag
600
0
4.000
600
8.000
8.500
4.163
12.000
8.500
16.000
12.280
10.603
20.000
12.280
24.000
Bezwaren
Bezwaren gecategoriseerd 24.000
10.000
8.830
12.000
8.369
14.000
8.500
16.000
13.570
18.000
10.934
15.060
20.000
15.976
22.000
8.000 6.000
-
Heffingsbezwaren
Waarderingsbezwaren Realisatie 2021
Begroot 2022
Legesbezwaren
-
-
183
2.000
183
163
4.000
Parkeerbezwaren
Prognose 2022
In 2020 is, bij het opstellen van de begroting 2021 is een fout gemaakt in het doorvoeren van het aantal heffingsbezwaren. Die fout is eind 2021 geconstateerd en wordt hier, net als in de jaarstukken 2021 gecorrigeerd. Dit heeft geen effect op de totale kosten, omdat het tarief per heffingsbezwaar eerder abusievelijk te laag is vastgesteld.
Pagina 11 van 37
2.3
Voortgang primair proces
De voortgang in de primaire processen wordt hieronder per programma verder toegelicht. 2.3.1 Programma Waarderen Achterstanden WOZ bezwaren en WOZ beroepen 2021 Aan het begin van het jaar moesten nog zo’n 4.000 WOZ bezwaren 2021 worden afgehandeld. Mede met inzet van externe personele ondersteuning is het gelukt om deze bezwaren begin 2022 in een korte periode voor een groot deel af te handelen. Als vervolg daarop komen de beroepszaken binnen van met name van NCNP-bedrijven. Het aantal van circa 300 beroepen is ten opzichte van vorige jaren zeer hoog. Deels is dat het gevolg van de hoge druk waaronder de achterstanden zijn afgewikkeld. Maar geconstateerd wordt ook dat het indienen van beroepen voor de NCNP-bedrijven een nieuwe loot aan het verdienmodel is waar steeds actiever op wordt ingezet. De aanpak om deze verlate aantallen beroepszaken tijdig af te handelen, wordt op dit moment projectmatig aangestuurd. Zo wordt voorkomen dat stagnatie optreedt in het lopende WOZ-proces (bezwaar en beroep 2022, PMA en herwaardering) richting 1 januari 2023. Voor de afwikkeling van de achterstanden in de afwikkeling van de bezwaarschriften is een financiële voorziening getroffen. Voor de afwikkeling van de beroepen is dat niet het geval.
WOZ bezwaren 2022 Na jaren van sterke stijging van de aantallen WOZ-bezwaren constateren we in de eerste maanden van het jaar een sterke daling ten opzichte van 2021. Het aantal ligt ook aanzienlijk lager dan wat voor 2022 is begroot. Momenteel zijn circa 7.638 objecten onder bezwaar geregistreerd. De prognose voor heel 2022 komt uit op circa 8.500: 5.000 objecten minder dan begroot. Na de aanslagoplegging eind februari zijn 1.651 van de 1.682 terugbelberichten beantwoord (98%). Daaraan gerelateerd zijn 660 ambtshalve bezwaren, 9% van het totaal, geregistreerd en veelal snel afgehandeld. Het percentage woningen onder bezwaar ligt op dit moment rond de 2,1% en voor niet woningen op 5,5%. Om ook deze bezwaren vroeger in het jaar af te kunnen handelen, is het proces van bezwaren inboeken versneld, waardoor medio juni al de eerste hoorzittingen zijn ingepland. Hierdoor kan de totale planning van bezwaarafhandeling zo'n vier maanden naar voren worden geschoven t.o.v. 2021. De totaalplanning waarop wordt gestuurd voor de afhandeling van WOZ bewaren 2022 is om voor Q4 90% van de bezwaren te hebben afgehandeld. Dit is conform de WOZ-tijdlijn. In onderstaande tabel is het verloop van de objecten onder WOZ-bezwaren weergegeven over de jaren 2019 tot en met 2022.
Pagina 12 van 37
Omschrijving
Prognose 2022
Realisatie 2021
Realisatie 2020
Realisatie 2019
WOZ-objecten
317.021
315.773
315.840
309.000
Objecten onder bezwaar
8.500
*10.934
9.420
7.508
% aandeel WOZ-objecten
2,65%
3,46%
2,98%
2,43%
% mutatie per jaar
-/- 22%
16%
25%
39 %
I - % gegrond verklaard
38%
22,4%
36,6%
II - % gegrond waarbij Vermindering WOZ-waarde met >10%
13%
9,4%
17,7%
II / I
34%
41,9%
48,5%
Objecten onder bezwaar & ingediend door NCNP
5.000
4.756
3.234
2.626
% van alle objecten onder bezwaar
58,8%
43,5%
37,5%
35,0%
€ 900.000
€ 601.500
€ 504.500
€ 347.000
250
103
142
170
Uitbetaalde proceskostenvergoeding Beroepszaken
*Exclusief bezwaren die voortvloeien uit het project Waarderen op Gebruiksoppervlakte.
De beschreven ontwikkelingen (achterstanden 2021, groei van het aantal beroepszaken en aanzienlijke daling van het aantal bezwaarschriften) leiden tot het besef dat de vergelijkbaarheid van de cijfers per jaar, zoals die hierboven zijn gepresenteerd niet langer afdoende is. De aantallen, ratio’s en bedragen die worden genoemd zijn in het betreffende jaar gerealiseerd, terwijl het volledige proces, van indiening van een bezwaar tot en met de afwikkeling van een beroep over meerdere jaren heen kan lopen. Daardoor kunnen aan de overzichten op jaarbasis niet zondermeer de juiste conclusies worden verbonden. Bij kleine achterstanden die elk jaar vergelijkbaar in omvang zijn is dat niet zo’n probleem. Maar dat wordt anders bij grote verschuivingen zoals we die in dit jaar zien. De prognose van de proceskostenvergoeding wordt bijgesteld van € 500.000 naar € 900.000. De bijstelling is tweeledig. Enerzijds is de proceskostenvergoeding vrijwel volledig gerelateerd aan het aantal WOZ bezwaren en beroepszaken ingediend door NCNP-bedrijven. Daarom wordt deze post vooralsnog naar het niveau van 2021 getild (€ 100.000). Anderzijds heeft de de Hoge Raad op 27 mei 2022 een uitspraak gedaan waarbij zij tot het oordeel kwam dat de bijzondere regel in het Besluit proceskosten bestuursrecht voor onder andere (beroeps)procedures Wet WOZ in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
Tot 1 juli 2021 was de proceskostenvergoeding in (hoger) beroep en cassatie voor alle belastingprocedures gelijk. Vanaf die datum is de proceskostenvergoeding verhoogd, behalve voor procedures over de belasting personenauto’s en motorrijwielen (bpm) en de Wet WOZ. Door de uitspraak van de Hoge Raad geldt de verhoging van € 534,- per procespunt naar € 748,- nu ook voor WOZ-zaken. Wat een financiële impact heeft van € 300.000. Omdat de rechtbank te maken heeft met achterstanden heeft de sterke groei in het aantal beroepszaken een lange doorlooptijd gedurende heel 2022. Tegelijkertijd worden eigen medewerkers ook ingezet voor het verder technisch optimaliseren en innoveren van het bezwaarproces. De ambitie is om de
Pagina 13 van 37
investeringen al in 2022 te laten renderen. Maar het valt niet uit te sluiten dat zaken als RPA (robotisering) en inzet van AI / ML (kunstmatige intelligentie en machine learning) in 2022 meer kosten dan opleveren en het rendement in 2023 zichtbaar wordt. Tenslotte gaat de gemeente Breda in de loop van het jaar als laatste deelnemende gemeente over naar berichtenverkeer tussen de applicaties van GOUW IT en 4WOZ. Hierdoor gaat deze gemeente 6 weken uit productie. Al deze issues liggen extra druk op de jaarplanning 2022 en de hiervoor beschikbare personele capaciteit. Het streven is om in 2023 weer met een schone lei te kunnen beginnen, door dit jaar zowel de opgelopen achterstanden volledig weg te werken, als bij te zijn op het reguliere proces. 2.3.2 Programma Heffen Corona Er zijn dit jaar tot op heden enkele voor de BWB relevante besluiten genomen als gevolg van de lockdown. Deze besluiten hebben allemaal betrekking op de precariobelasting. Bij een deelnemer wordt er in 2022 geen precario geheven voor de terrassen. Een andere deelnemer heeft de verordening precariobelasting ingetrokken en weer een andere deelnemer heeft in zijn verordening opgenomen dat er een vrijstelling van het tarief plaats vindt gedurende de verplichte aantal dagen COVID-sluiting.
Aanslagen lokale belastingen ten name van Oekraïense vluchtelingen ongewenst Wanneer gemeenten conform de instructie van het kabinet de Oekraïense vluchtelingen inschrijven in de Basisregistratie personen (BRP) zal dit ook direct gevolgen hebben voor de heffing van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen. Voor zover aan een Oekraïens gezin een zelfstandige woonruimte ter beschikking wordt gesteld, zal aan de hoofdbewoner van dat gezin vanuit het belastingsysteem op geheel geautomatiseerde wijze de gebruikersaanslagen worden opgelegd. Alleen door middel van handmatig ingrijpen wordt dit voorkomen. Overeenkomstig het besluit van het algemeen bestuur van de BWB worden geen aanslagen ten name van Oekraïense vluchtelingen opgelegd voor het gebruik van een zelfstandige woonruimte. Een adequate gegevensaanlevering vanuit de gemeentelijke deelnemers aan de BWB is neergelegd bij de gemeentelijke regiefunctionaris. De aanslagen zullen op aanwijzing van de gemeentelijke deelnemer op een later moment worden opgelegd aan de instelling die het gebruik van de zelfstandige woonruimte mogelijk maakt.
Pagina 14 van 37
2.3.3 Programma Invordering Een aantal maatschappelijke en economische ontwikkelingen zal ertoe leiden dat de opbrengsten van het team Invordering onder druk komen te staan. Vaak zijn ze aan elkaar gerelateerd. Dat gezegd hebbende worden ze hieronder kort benoemd: •
Oorlog in Oekraïne: de oorlog zal effect hebben op de economie en op het besteedbaar inkomen. De hogere energieprijzen treffen zowel huishoudens als bedrijven.
•
Inflatie: deze bedroeg in maart 9,7 % (bron CBS). Als de inflatie zo lang aanhoudt als De Nederlandsche Bank verwacht, zal het aantal huishoudens dat moeite heeft met rondkomen stijgen.
•
Schuldenproblematiek: meer dan 600.000 huishoudens hebben problematische schulden. Dit aantal zal naar verwachting toenemen.
•
Faillissementen: een kentering in de insolventieniveaus is op komst doordat de overheidssteun na het eerste halfjaar van 2022 stopt. Veel bedrijven zullen nu alsnog failliet gaan. Het aantal faillissementen zal waarschijnlijk verdubbelen ten opzichte van 2021.
Vertraging oplevering benodigde functionaliteiten van de belastingapplicatie Bij subjectgericht invorderen zijn het ingezette instrumentarium en de benadering van de klant afgestemd op zijn situatie en zijn mogelijkheden. Echter, door de ontstane vertraging in de oplevering van de benodigde functionaliteit in de nieuwe belastingapplicatie kan hieraan nog niet op dezelfde manier invulling worden gegeven als in de vorige belastingapplicatie. Dat staat de maatwerkbenadering die we nastreven in de weg. Het risico bestaat dat dit leidt tot vorderingen die langer onbetaald blijven en wellicht niet meer geïnd kunnen worden.
Instrumentarium van de deurwaarder De deurwaarder beoordeelt welke instrumenten succesvol kunnen worden ingezet. In de toekomst is het niet langer toegestaan om beslag te leggen op zaken als redelijkerwijs voorzienbaar is dat er met de executie ervan geen netto-opbrengst te realiseren is. Ook geldt, waar voorheen bepaalde inboedelzaken van beslag uitgezonderd moesten blijven, nu een algeheel beslagverbod op nietbovenmatige inboedelzaken van de door de schuldenaar bewoonde woning. Periode lage invorderingsrente verlengd Als de klant een aanslag te laat betaalt, moet hij invorderingsrente betalen. Dit geldt voor alle belastingschulden, ook voor de bedragen in de aflossingsregeling. De invorderingsrente is sinds 23 maart 2020 tijdelijk verlaagd van 4% naar bijna 0%. Dat blijft zo tot 1 juli 2022. De invorderingsrente gaat op 1 juli 2022 naar 1% en stijgt daarna stapsgewijs naar het oude niveau van 4% op 1 juli 2024.
Pagina 15 van 37
Kinderopvangtoeslag (KOTA) De afspraken over de compensatie van de kosten die gemeenten in het kader van de hersteloperatie maken, zijn opgenomen in zogenaamde specifieke uitkeringen. Deze zijn vorm gegeven in ministeriële regelingen. Nu de drie ministeriële regelingen zijn gepubliceerd en in werking zijn getreden, is het financieel comfort dat gemeenten nodig hadden, definitief gewaarborgd. Dat geldt ook voor de waterschappen. Dit jaar kunnen de waterschappen voor het eerst aanvragen bij het Rijk indienen voor de uitkering van kwijtgescholden waterschapsbelasting en compensatie van uitvoeringskosten. Het proces/project kinderopvangtoeslag is inmiddels ingebed in de organisatie.
2.4
Voortgang project implementatie bedrijfsapplicaties
In 2018 en 2019 zijn een aantal applicaties Europees aanbesteed. Twee van de drie applicaties zijn inmiddels ook volledig geïmplementeerd. Alleen de implementatie van het belastingpakket is nog lopend. Daarvoor is in 2019 een implementatieplan opgeleverd dat voorzag in een doorlooptijd van een jaar. Na de gedeeltelijke in-productie name eind 2020 is in de stuurgroep een malusregeling afgesproken voor de nog op te leveren onderdelen, met als bijlage een lijst met restpunten. Bij het niet halen van afgesproken deadlines treedt de malusregeling in werking. Hierbij is afgesproken dat GouwIT een onderdeel oplevert, BWB dit onderdeel test en bij een positief resultaat accepteert. Inmiddels loopt het implementatietraject niet één maar tweeëneenhalf jaar. De impact van het fors uitlopen van het project op de BWB en haar medewerkers is enorm. Hierover worden heldere gesprekken gevoerd. Per 31 maart 2022 is voor één onderdeel de afgesproken opleverdatum niet gehaald door GouwIT. 16 Onderdelen zijn opgeleverd, maar nog niet getest door BWB. Pas na een positief testresultaat van de nog op te leveren c.q. te testen onderdelen, kan BWB hiervoor een akkoord geven.
Pagina 16 van 37
3.
Bedrijfsvoering/ organisatie
3.1
Personeel en organisatie
Op het personele front zijn er drie vraagstukken die zorgen baren: 1. De overspannen arbeidsmarkt die het steeds moeilijker maakt om succesvol nieuwe mensen te werven; 2. Het zorgwekkend hoge ziekteverzuim; 3. De noodzaak om de organisatie voldoende te bemensen en daardoor de noodzaak om buiten de financiële kaders te gaan. Hieronder worden deze vraagstukken verder toegelicht.
Instroom – doorstroom – uitstroom In verband met verwachte uitstroom van medewerkers met een hoog kennisniveau op bepaalde specifieke vakgebieden wordt ingezet op tijdige vervanging. Daarmee wordt kennisborging beoogd. Op onderdelen is het mogelijk om de werkzaamheden onder te brengen bij andere functies, waardoor vervanging niet nodig is, op andere onderdelen is vervanging absoluut essentieel. De afweging of vervanging noodzakelijk is wordt bij elke situatie nadrukkelijk gemaakt. In 2022 zijn er geen medewerkers die de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken. Maar met grote regelmaat kiezen medewerkers er echter wel voor om eerder te stoppen dan bij het bereiken van de AOWgerechtige leeftijd. Dat vraagt om tijdige vervanging en borging van kennis. Met enige regelmaat stromen medewerkers binnen de BWB door naar andere functies. Indien mogelijk wordt hieraan medewerking verleend. Dit levert wel vaak een vervangingsvraag op, welke, waar mogelijk, intern wordt ingevuld. Als dat niet lukt wordt een vacature opengesteld.
Werving & Selectie De arbeidsmarkt staat, zoals bekend, onder enorm hoge druk. Steeds vaker blijkt dat vacatures niet invulbaar zijn. Dat geldt voor specialisten, maar ook bij meer generieke functiegebieden is de krapte op de arbeidsmarkt inmiddels zeer voelbaar. Meerdere vacatures worden 2, 3 of zelfs 4 keer opengesteld en zijn dan nog altijd niet ingevuld. Het wervingsproces zelf kost daardoor meer tijd en geld. Gebrek aan invulling van vacatures doet een fors beroep op (extra) inhuur.
Pagina 17 van 37
Lokale belastingen is een nichemarkt, waardoor de kennis buiten de BWB niet of nauwelijks aanwezig is. De BWB is, hoewel groot binnen haar sector, relatief klein als organisatie. Gevolg is dat een aantal (sleutel)functies bezet worden door ‘eenpitters’. Dat maakt het geheel relatief kwetsbaar. Om kennis tijdig te borgen worden sleutelposities vroegtijdig, voorafgaand aan (vervroegde) pensionering dubbel bemenst; Voor andere functies, waaronder die van taxateur, wordt gewerkt met traineeprogramma’s. Tot op heden is voor dergelijke oplossingen geen formatieve ruimte. Daarmee wordt het risico gelopen dat de BWB financieel niet in staat is om het noodzakelijke te doen om risico’s te vermijden. Hieronder treft u ter informatie een overzicht aan van vacatures. Niet ingevuld
Herhaald
Tijdelijk ingehuurd
TM Invordering
X
X
X
HR-adviseur
X
X
X
Concerncontroller
X
X
X
Applicatiebeheerder
X
X
Functie
Communicatieadviseur
Opstarten
Ingevuld
X
Medewerker PP-B (ZUIB)
X
Ondersteunend medewerker
X
Medewerker PP-B (B&B)
X
Medewerker PP-C (Processen) Meerdere WOZ Taxateurs Medewerker PP-B (B&B)
X
X X
X
X
X
Medewerker PP-B (Dwanginvordering) Medewerker PP-B (Kwijtschelding)
X
In verband met voorziene (vervroegde) pensionering wordt ook gezocht naar minimaal één fiscaal jurist.
Pagina 18 van 37
Verzuim Over de maanden januari tot en met april was het gemiddelde verzuimpercentage 10,6%. Helaas een beeld wat we ook in 2021 over het gehele jaar gezien hebben. De meldingsfrequentie was 1,5 en de gemiddelde verzuimduur 36,5 dagen.
Verzuimpercentage 14,0%
12,4%
12,0% 10,0%
11,6%
9,8% 8,6%
8,0% 6,0% 4,0% 2,0% 0,0%
jan-22
feb-22
mrt-22
apr-22
Verzuimduur januari tot en met april 2022 9,00% 7,73% 7,50% 6,00% 4,50% 3,00% 1,50% 0,00%
1,24%
Kort (< 11 dagen)
1,65%
Middellang (11 t/m 30 dagen)
Pagina 19 van 37
Lang (> 30 dagen)
Het ziekteverzuim wordt deels bepaald door collega’s die een ernstige, niet werkgerelateerde, ziekte of aandoeningen hebben. Anderzijds speelt ook de bijzonder hoge werkdruk gedurende geheel 2021 en ook in de eerste maanden van 2022 een grote rol. De oorzaak is gelegen in het feit dat in coronatijd, naast het leveren van de reguliere productie ook grote projecten, in het bijzonder de implementatie van belastingapplicaties moeten worden uitgevoerd. Deze implementatie vraagt nog altijd veel van de medewerkers. Vanuit loyaliteit en betrokkenheid werken veel medewerkers extra uren om alle projecten tijdig af te ronden. Het risico bestaat dat de BWB in een neerwaartse spiraal komt, waarbij de werkdruk verder stijgt als gevolg van het hoge ziekteverzuim en steeds meer mensen omvallen. Dat wordt voorkomen door menskracht in te huren, in het besef dat budgetten worden overschreden. Door de teammanagers wordt, samen met de bedrijfsarts en HR, intensief gestuurd op vermindering van verzuim. Elke 14 dagen is er spreekuur van de bedrijfsarts waarbij de teammanager aansluit om afspraken goed op elkaar af te stemmen. Uiteraard volgen we alle verplichte stappen in het kader van de Wet Verbetering Poortwachter, echter, we doen meer dan dat. Teammanagers zijn met grote regelmaat met hun medewerkers in contact en zoeken waar mogelijk naar maatwerk-oplossingen in samenspraak met HR.
Helaas is het niet in alle situaties mogelijk om invloed uit te oefenen op (snel) herstel en inzetbaarheid, maar waar dat wel zo is, worden afspraken gemaakt over re-integratie en/of wordt ingezet op specifieke ondersteuning. Alles is gericht op het zo spoedig en efficiënt vormgeven van de re-integratie, zowel in Spoor 1 als in Spoor 2. Loonontwikkeling In februari 2022 is met terugwerkende kracht een loonsverhoging van 1,5 % doorgevoerd, op basis van de nieuwe cao SGO. Ook is in februari een eenmalige vergoeding uitbetaald van € 900 en daarnaast een eenmalige vergoeding van € 300, beide op basis van afspraken in de cao. Per 1 april is opnieuw een salarisverhoging doorgevoerd van 2,4 %, eveneens op basis van gemaakte cao-afspraken. Voor de rest van 2022 wordt geen verdere verhoging van het salaris verwacht. Wel wordt vanaf januari 2022 een thuiswerkvergoeding verstrekt aan de medewerkers. Deze wordt op declaratiebasis vergoed. Functiewaardering In 2021 is een beperkt aantal functie geactualiseerd. Voor een tweetal functies wordt nog een actualisatie verwacht in 2022. De financiële gevolgen zijn beperkt en worden opgevangen in het reguliere loonbudget.
Pagina 20 van 37
3.2
Informatisering en automatisering
ICT In 2021 zijn alle functie op het gebied van ICT in één cluster geplaatst, met als doel om meer synergie te creëren. De focus ligt in 2022 nog steeds op het verder implementeren van de nieuwe belastingapplicatie
en
het
koppelen
aan
andere
applicaties.
Zo
wordt
momenteel
een
managementinformatiesysteem gekoppeld aan de belastingapplicatie, waarmee sneller gestuurd kan worden op de primaire processen van de BWB. Daarnaast wordt een vorm van robotisering (RPA) ingevoerd op het gebied van WOZ bezwaren (zie hoofdstuk 2.3 voor meer uitleg) om uiteindelijk minder bewerkingstijd per bezwaar te hebben. Wanneer blijkt dat dit succesvol is zal onderzocht worden welke processen zich verder lenen voor toepassing van RPA’s. Baseline informatieveiligheid (BIO) Voor de BIO wordt naar aanleiding van de vastgestelde gap’s het bijbehorende actieplan verder uitgevoerd. Datalekken en cyberaanvallen staan bovenaan de lijst met risico’s die de meeste zorgen baren. Om dit proces zo goed mogelijk vorm te geven, wordt een specialist op het gebied van BIO aangesteld, een medewerker CISO. Hier is de BWB toe verplicht. Naast veranderende technische aspecten vragen ook de ontwikkelingen in de wet- en regelgeving de nodige aandacht. Met de komst van de BIO komt steeds meer de nadruk te liggen op risicogerichte aanpak van informatiebeveiliging. Om dat te borgen beschikt de BWB inmiddels over een daarop ingericht controlsysteem. Hiermee borgt de BWB AVG-proof te werken en de BIO goed te
hebben
geïmplementeerd. Tevens wordt structureel aandacht besteed aan de bewustwording onder het personeel en het verder digitaliseren van processen.
Pagina 21 van 37
3.3
Control
In 2020 is een start gemaakt met het professionaliseren van de administratieve organisatie en interne beheersing (AO/IB) van de BWB. In 2021 zou aan dit proces een verdere uitvoering zijn gegeven. Dit proces heeft door het vertrek van de concerncontroller helaas vertraging opgelopen. Wanneer mogelijk wordt het proces tot professionaliseren hervat. Op het moment van opstellen van deze bestuursrapportage is er nog geen besluit met betrekking tot de Wet Rechtmatigheidsverantwoording. In de huidige situatie geeft de accountant in de controleverklaring een oordeel over de rechtmatigheid van het handelen van de gemeente. In 2022 is het voornemen dat het dagelijks bestuur rechtstreeks verantwoording aflegt over de (financiële) rechtmatigheid van het gevoerde bestuur, aan de hand van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. De accountant controleert vervolgens de rechtmatigheidsverantwoording op getrouwheid. De accountant kijkt dus of hetgeen het dagelijks bestuur meldt in de rechtmatigheidsverantwoording, juist en volledig is. Hiertoe is aan het algemeen bestuur in januari 2022 een voorstel gedaan om in te stemmen met de nota “Normenkader Rechtmatigheidsverantwoording 2022”. De instemming is opgeschort naar de algemene bestuursvergadering van 8 juli.
Pagina 22 van 37
4.
Weerstandsvermogen & risicobeheersing
4.1
Algemeen
In
de
paragraaf
weerstandsvermogen
en
risicobeheersing
wordt
inzicht
gegeven
in
de
weerstandscapaciteit van de BWB. De weerstandscapaciteit is de mate waarin onvoorziene, financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen zonder dat verandering van beleid noodzakelijk is. Om dit te kunnen beoordelen, dient er inzicht te zijn in de omvang en achtergronden van de aanwezige weerstandscapaciteit en de risico’s die voor de BWB aanwezig zijn.
4.2
Inventarisatie weerstandscapaciteit
Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan de middelen en mogelijkheden die de organisatie heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken. Voorbeelden van deze middelen zijn het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien die in de begroting is opgenomen. Voor de BWB geldt dat zij geen reserves en onbenutte belastingcapaciteit heeft. De enige vorm van weerstandsvermogen is de post onvoorzien ad € 75.000 die in de begroting is opgenomen. In deze bestuursrapportage wordt de post onvoorzien nog in zijn geheel als vrij aanwendbaar gedeelte meegenomen.
4.3
Risicobeheersing
Om een juist beeld van de financiële positie van de BWB te krijgen, is het noodzakelijk dat helder is met welke risico’s de samenwerking kan worden geconfronteerd. Onder risico wordt in dit verband verstaan ‘een niet door de BWB te beïnvloeden gebeurtenis, onvoorspelbaar en onafwendbaar als deze zich voordoet, met veelal financiële of materiële gevolgen die niet specifiek af te dekken zijn’. De BWB streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door het treffen van zorgvuldigheid bij procedures, het treffen van beheermaatregelen en de benodigde verzekeringen af te sluiten. Het vormen van een financiële buffer voor niet voorzienbare financiële tegenvallers is op voorhand niet aan de orde. Op grond van artikel 31, lid 4 van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking West-Brabant zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat de BWB te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Concreet betekent dit dat de risico’s voor rekening van de deelnemers komen.
Pagina 23 van 37
4.4
Risicoanalyse
Het is van belang periodiek een analyse van de risico’s te maken, welke de financiële zelfstandigheid van functioneren van de samenwerking in gevaar kunnen brengen. Een van de risicovolle ontwikkelingen binnen het primaire proces is de invloed en opkomst van de no cure no pay bedrijven. In de begroting van 2022 was bij ongewijzigd beleid ten opzichte van de jaarrekening 2020 een bedrag van € 500.000 opgenomen. Daarnaast was bij de risico’s een bedrag € 400.000 met een kans van 50% is € 200.000 opgenomen ter dekking, met de verwachting dat de griffie- en proceskostenvergoeding in 2022 zou stabiliseren. Het feit doet zich voor dat het risico werkelijkheid is geworden. De waardebezwaren lijken af te nemen, maar de NCNP-bedrijven stijgen in 2022 nog door. De stabilisatie wordt in 2023 verwacht. De proceskostenvergoeding is daarom in deze bestuursrapportage bijgesteld naar € 900.000, waarmee het risico komt te vervallen. Alle andere risico’s blijven gelijk aan de begroting 2022, er zijn geen nieuwe risico’s toegevoegd. Aanpassing bepalen risicoprofiel Het totale financiële risico afgezet tegen de kans dat een dergelijk risico zich voordoet, geeft een beeld over het risicoprofiel van de BWB. (Risico = Kans x Gevolg). In bijlage 1 zijn de risico’s opgenomen. Concreet levert dit een risicoprofiel op van € 370.000.
Genoemd risicoprofiel kan/dient normaliter te worden afgedekt door de aanwezige weerstandscapaciteit van de organisatie. In de Gemeenschappelijke regeling van de BWB is echter besloten dat door de organisatie geen algemene reserve mag worden gevormd. De enige weerstandscapaciteit waarover de BWB nu beschikt, is de in de begroting en 1e bestuursrapportage opgenomen post onvoorzien tot een bedrag van € 75.000. Indien zich in de praktijk een risico aandient, zal dit door de deelnemers zelf moeten worden afgedekt. In dat kader is het belangrijk dat het bestuur zich bewust is van de mogelijke risico’s die horen bij de uitvoering van het beheer en het beleid van de BWB.
Pagina 24 van 37
5.
Financiën
5.1
Overzicht exploitatie 2022
Onderstaand wordt weergeven hoe de baten en lasten 2022 zich verhouden over geheel 2022. Op basis van de werkelijke cijfers over de periode januari tot en met april 2022 heeft er een extrapolatie plaatsgevonden die leiden tot een bijstelling van de begroting 2022. De bijstelling is hieronder weergegeven. Lasten
Primaire begroting 2022
Begrotingswijziging
Begroting na wijziging
Waarderen
4.286.300
520.000
4.806.300
Heffen
2.134.300
-85.000
2.049.300
Invordering
2.038.600
-
2.038.600
Subtotaal programma's
8.459.200
435.000
8.894.200
Kosten overhead
8.757.700
715.000
9.472.700
9.000
-
9.000
-
-
-
75.000
-
75.000
Subtotaal overhead
8.841.700
715.000
9.556.700
Totaal lasten
17.300.900
1.150.000
18.450.900
Treasury Vennootschapsbelasting Post onvoorzien
Baten
Primaire begroting 2022
Begrotingswijziging
Begroting na wijziging
Waarderen
-
-
-
Heffen
-
-
-
Invordering
5.000
-
5.000
Subtotaal programma's
5.000
-
5.000
320.000
-
320.000
-
-
-
16.975.900
1.150.000
18.125.900
Vennootschapsbelasting
-
-
-
Post onvoorzien
-
-
-
Subtotaal overhead
17.295.900
1.150.000
18.445.900
Totaal baten
17.300.900
1.150.000
18.450.900
Opbrengst overhead Treasury Bijdragen deelnemers
Pagina 25 van 37
5.2
Toelichting budgetten begroting 2022
Algemeen De voorgaande tabel geeft aan dat er bijstellingen dienen plaats te vinden die leiden tot een wijziging van de totale deelnemersbijdrage. Deze bijstellingen zijn veelal autonome en onvermijdbare ontwikkelingen, die ten tijde van het opstellen van de begroting 2022 nog niet te voorzien waren en bij het opstellen van de jaarrekening 2021 zichtbaar zijn geworden. Een aantal van deze ontwikkelingen zijn ook integraal opgenomen in de begroting 2023.
Wijzigingen
€ 1.150.000 N
Afname 5.000 stuks waardebezwaren (€ 525.000 V) De verwachting is dat het aantal waardebezwaren met 5.000 lager uitval dan geprognotiseerd. Wat een voordeel op de personele kosten. Alleen de variabele kosten, de inzet van personeel, geven een voordeel op de afname van de waardebezwaren. Dit voordeel wordt verrekend met een deel van onderstaande inhuurlasten waardoor het netto nadeel van inhuurlasten € 750.000 is. Inhuurlasten (€ 1.275.000 N) De personele inhuur neemt met bedrag van € 1.275.000 toe. Deze toename bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Externe inhuur programma Waarderen
€ 495.000
2. Externe inhuur stijging ziekteverzuim (3%)
€ 330.000
3. Externe inhuur openstaande vacatures
€ 325.000
4. Externe inhuur implementatie belastingapplicatie en inbedding KOTA
€ 75.000
5. Specialist op het gebied van BIO, medewerker CISO
€ 50.000
Externe inhuur programma Waarderen Bij programma Waarderen doen zich extra kosten voor door achterstanden bij het team waarderen op waardebezwaren en beroepen en het hoge ziekteverzuim (17%). De externe inhuur is nodig om met name de achterstanden in de beroepszaken weg te werken. De personele inzet voor achterstanden van waardebezwaren zijn voor het grootste deel opgenomen in de voorziening waardebezwaren bij het opstellen van de jaarstukken 2021. De vervanging van het ziekteverzuim binnen het team is noodzakelijk zodat de achterstanden niet verder oplopen en processen kunnen doorlopen, ook om daarnaast nog meer uitval binnen het team te voorkomen. Alleen de meerkosten van ziektevervanging boven het percentage van 8% zijn in de kosten meegenomen. Externe inhuur stijging ziekteverzuim (3%) Het ziekteverzuim voor de gehele organisatie is op dit moment rond de 10%. De verwachting is dat het gemiddelde ziekteverzuim voor 2022 bij de 8% zal zijn. Het verschil van 3% is als extra budget opgenomen.
Pagina 26 van 37
Externe inhuur openstaande vacatures Een groot deel van de vacante functies binnen de BWB zijn belangrijke key-functies die tijdig moeten worden ingevuld. Door de problemen op de arbeidsmarkt is het moeilijk om vacatures te krijgen ingevuld. De vraag naar externe inhuur neemt daardoor toe. De meerkosten (verschil tussen begrote personele kosten en de kosten van inhuur) waarvoor geen dekking is, worden geraamd op € 325.000. Externe inhuur implementatie belastingapplicatie en inbedding KOTA Door vertraging bij de implementatie van het belastingpakket GOUW en bij de verdere inbedding van de KinderOpvangToeslagAffaire, waar begin dit jaar meer duidelijkheid over is gekomen, is externe inhuur nodig om de processen goed te laten verlopen. Specialist op het gebied van de BIO; medewerker CISO In het kader van de wettelijke verplichting om het proces BIO vorm te geven is het inzetten van een medewerker CISO noodzakelijk. De kosten hiervan worden ingeschat op € 50.000. Proceskosten waardebezwaren (€ 400.000 N) De prognose van de proceskostenvergoeding wordt bijgesteld van € 500.000 naar € 900.000. De proceskostenvergoeding voor waardebezwaren trekken we in lijn met de jaarstukken 2021 door naar € 600.000. Dit is vrijwel volledig gerelateerd aan het aantal WOZ-bezwaren ingediend door NCNPbedrijven.
De resterende € 300.000 kan worden toegerekend aan de hogere proceskosten beroepszaken door de jurisprudentie op beroepszaken. Personeelslasten BAG (€ 0) In de primaire begroting is er nog rekening gehouden dat team waarderen het BAG proces uitvoert ten behoeve van het programma heffen. In 2022 worden deze werkzaamheden echter uitgevoerd door team heffen, waardoor de kosten niet extra worden doorbelast. Hierdoor stijgen de loonkosten van het programma waarderen met € 95.000 en dalen de loonkosten van het programma heffen met € 95.000. Kosten waarden (€ 25.000 N) In 2021 is het project Waarderen op Gebruiksoppervlakte afgesloten. De nieuwe kosten ad. € 25.000 die hieruit voortvloeien voor licenties van software vallen onder de kosten taxeren en herwaarderen binnen het programma Waarderen. Kosten heffen (€ 10.000 N) De begroting heffen bevat een interne wijziging tussen gegevensbeheer Waterschap en gegevensbeheer basis van € 30.000. Dit bestaat uit het berichtenverkeer BRP dat ten laste moet komen van het proces gegevensbeheer basis in plaats van Waterschap. Daarnaast is de begroting heffingsbezwaren verhoogd met € 10.000 op basis van de realisatie 2021.
Pagina 27 van 37
Kosten invordering (€ 0) De wijziging omtrent de invorderingskosten betreft een verschuiving van € 5.000 van kosten dwanginvordering naar kosten financiële invordering. Afschrijvingskosten (€ 30.000 V) De afschrijvingslasten zijn gebaseerd op de in eerdere jaren ontstane activa. Tijdens het opstellen van de begroting van 2022 is ervan uitgegaan dat het investeringskrediet in 2021 volledig zou zijn afgerond. De implementatie van dit project loopt door in 2022 waardoor de aanschaf en afschrijvingskosten van automatisering € 28.000 lager uitvallen. Ook vallen de afschrijvingslasten gebouwen en terreinen met € 2.000 lager uit. Overige overhead kosten (€ 5.000 V) De overige wijzigingen met betrekking tot overheadkosten zijn als volgt: -
Externe en deskundige ondersteuning organisatie
€ 10.000 N
-
Aanschaf kantoormateriaal en automatisering
€ 15.000 V
De verhoging van het budget externe en deskundige advisering heeft te maken met de extra vraag om ondersteuning en advies binnen de organisatie. De daling van de aanschafkosten komen tot stand door een herindeling van de kosten.
Pagina 28 van 37
5.3
Aandachtspunten waarmee (financieel) nog geen rekening is gehouden.
Naast de huidige cijfers zijn er echter nog enkele aandachtspunten c.q. risicofactoren waarvoor in deze 1e bestuursrapportage nog geen financiële vertaling plaatsvindt. Implementatie Belastingapplicatie Afgelopen jaar heeft voor de BWB in het teken gestaan van de implementatie van de nieuwe belastingsoftware. Dit heeft geresulteerd in de livegang van de nieuwe software in december 2020. Implementaties zoals deze vragen ook na de livegang altijd nog veel inzet en inspanning om de software aan te laten sluiten bij het vastgestelde beleid en de bestaande richtlijnen. De praktijk op dit moment laat zien dat de medewerkers de nieuwe processen eigen moeten maken en er regelmatig nog aanpassingen en wijzigingen moeten worden doorgevoerd. De reguliere productie kost in beginsel meer inspanning in de vorm van het eigen maken van de nieuwe werkwijze en de eventuele benodigde aanpassingen om te komen tot een kwalitatief goed eindproduct. De BWB prioriteert telkens waar de beschikbare capaciteit op moet worden ingezet. Wijzigingen in de planning is hierbij niet altijd te voorkomen. Voor de onderdelen in de planning die niet gewijzigd kunnen worden kan de inzet van externe capaciteit noodzakelijk zijn. KinderOpvangToeslagAffaire (KOTA) De afspraken over de compensatie van de kosten die gemeenten in het kader van de hersteloperatie maken, zijn opgenomen in zogenaamde specifieke uitkeringen.
Deze zijn vorm gegeven in ministeriële regelingen, deze regelingen zijn gepubliceerd. In deze bestuursrapportage is nog geen rekening gehouden met de kwijtgescholden (waterschaps)belastingen en compensatie van uitvoeringskosten.
Pagina 29 van 37
5.4
Deelnemersbijdrage
Zoals in paragraaf 4.1 is aangegeven stijgt de deelnemersbijdrage met een bedrag van € 1.150.000. De effecten hiervan voor de individuele deelnemers zijn in onderstaande tabel weergegeven. Herziene bijdrage 2022 De deelnemersbijdrage wijziging is hieronder weergegeven. De eerste kolom bevat de oorspronkelijke bijdrage uit de primaire begroting. De tweede kolom bevat de herziene bijdrage inclusief de begrotingswijziging. In kolom drie wordt de wijzig per deelnemer in bedrag en percentage getoond. De bedragen zijn exclusief de overgangsregeling. Oorspronkelijke bijdrage incl. BTW
Herziene bijdrage incl. BTW
Bergen op Zoom
1.417.000
Breda
Deelnemers
Bijstelling Bedrag
%
1.738.700
321.700 N
22,7%
3.973.900
4.031.400
57.500 N
1,4%
Dongen
449.600
513.500
63.900 N
14,2%
Etten-Leur
854.100
974.800
120.700 N
14,1%
Halderberge
547.800
666.400
118.600 N
21,7%
Moerdijk
927.800
1.008.800
81.000 N
8,7%
Oosterhout
1.085.100
1.271.800
186.700 N
17,2%
Roosendaal
1.641.400
1.834.100
192.700 N
11,7%
Rucphen
376.400
443.900
67.500 N
17,9%
Woensdrecht
456.300
511.500
55.200 N
12,1%
Zundert
487.100
640.100
153.000 N
31,4%
Brabantse Delta
4.759.400
4.490.900
268.500 V
5,6%
Totaal deelnemers
16.975.900
18.125.900
1.150.000 N
6,8%
NB: De verschillen in de deelnemersbijdragen ten opzichte van 2022 zijn weergegeven met een N (nadeel) of een V (voordeel). Dit nadeel c.q. voordeel moet gelezen worden vanuit het perspectief van de deelnemer. Een hogere bijdrage betekent uiteraard voor de BWB een voordeel.
Pagina 30 van 37
Overgangsregeling 2021-2022 In de vergadering van 30 oktober 2020 heeft het Algemeen bestuur ingestemd met een overgangsregeling in verband met de invoering van de nieuwe kostenverdeel-systematiek, welke in werking is getreden per 1 januari 2021. Afgesproken is om 66% van dit herverdeeleffect te corrigeren op de deelnemersbijdrage 2021 en in de begroting 2022 nog 33% te corrigeren op de deelnemersbijdrage. Vanaf de begroting 2023 wordt de deelnemersbijdrage integraal in rekening gebracht op basis van de nieuwe kostenverdeel-systematiek. In de primaire begroting is nog rekening gehouden met de voorcalculatorische overgangsregeling. In de jaarrekening 2021 is een nacalculatorische overgangsregeling vastgesteld, welke in dit overzicht wordt meegenomen.
Deelnemers
Herziene bijdrage excl. overgangsreg.
Oude overgangsreg. begroting 2022
Nieuwe overgangsreg. begroting 2022
Herziene bijdrage nieuwe overgangsreg.
Bergen op Zoom
1.738.700
-2.600
-27.200
1.711.500
Breda
4.031.400
-107.200
-130.900
3.900.500
Dongen
513.500
21.100
8.500
522.000
Etten-Leur
974.800
13.500
17.300
992.100
Halderberge
666.400
18.500
7.500
673.900
Moerdijk
1.008.800
17.800
4.400
1.013.200
Oosterhout
1.271.800
25.400
13.300
1.285.100
Roosendaal
1.834.100
22.800
10.200
1.844.300
Rucphen
443.900
17.800
22.400
466.300
Woensdrecht
511.500
12.200
-1.400
510.100
Zundert
640.100
8.600
-2.000
638.100
Brabantse Delta
4.490.900
-47.900
77.900
4.568.800
Totaal deelnemers
18.125.900
-
-
18.125.900
Pagina 31 van 37
In onderstaand overzicht een weergave van het totale verschil van de deelnemersbijdrage per deelnemer.
Overgangsregeling
Herziene bijdrage 2022 incl. Overg. Reg.
Verschil incl. Overg. Reg.
321.700 N
27.200 V
1.711.500
294.500 N
3.914.500
57.500 N
130.900 V
3.900.500
73.400 V
449.600
504.300
63.900 N
8.500 N
522.000
72.400 N
Etten-Leur
854.100
955.400
120.700 N
17.300 N
992.100
138.000 N
Halderberge
547.800
654.100
118.600 N
7.500 N
673.900
126.100 N
Moerdijk
927.800
993.300
81.000 N
4.400 N
1.013.200
85.400 N
Oosterhout
1.085.100
1.250.300
186.700 N
13.300 N
1.285.100
200.000 N
Roosendaal
1.641.400
1.803.400
192.700 N
10.200 N
1.844.300
202.900 N
Rucphen
376.400
436.500
67.500 N
22.400 N
466.300
89.900 N
Woensdrecht
456.300
502.600
55.200 N
1.400 V
510.100
53.800 N
Zundert
487.100
621.400
153.000 N
2.000 V
638.100
151.000 N
Brabantse Delta
4.759.400
4.490.900
268.500 V
77.900 N
4.568.800
190.600 V
Totaal deelnemers
16.975.900
17.865.400
1.150.000 N
-
18.125.900
1.150.000 N
Oorspronkelijke bijdrage 2022 excl. Overg. Reg.
Herziene bijdrage 2022 excl. Overg. Reg.
Verschil
Bergen op Zoom
1.417.000
1.738.700
Breda
3.973.900
Dongen
Deelnemers
NB: De verschillen in de deelnemersbijdragen ten opzichte van 2022 zijn weergegeven met een N (nadeel) of een V (voordeel). Dit nadeel c.q. voordeel moet gelezen worden vanuit het perspectief van de deelnemer. Een hogere bijdrage betekent uiteraard voor de BWB een voordeel.
Pagina 32 van 37
Analyse verschillen per deelnemer De mutaties van de deelnemersbijdragen laten onderling grote verschillen zien. Dit beeld is vergelijkbaar aan de verschillen die zijn gepresenteerd bij de onlangs vastgestelde begroting 2023. Dit is ook verklaarbaar door de productiewijzigingen waarde- en heffingsbezwaren. Allereerst ontstaat er een algehele begrotingswijziging door de stijging van de algemene bijdrage van € 1.150.000 voor alle deelnemers samen. Vervolgens vindt er een verschuiving plaats van de bijdrage Waterschap naar gemeentelijke deelnemers. De lagere deelnemersbijdrage van het Waterschap Brabantse Delta van € 268.500 wordt voornamelijk verklaard door de productiewijziging heffingsbezwaren dit niet goed was geprognotiseerd. Het tijdsbeslag, en daarmee de totale kosten ten behoeve van dit product zijn wel correct, waardoor het productietarief stijgt. Deze tariefstijging komt hiermee grotendeels ten laste van de gemeentelijke deelnemers. De verschuiving binnen gemeentelijke deelnemers ontstaat door de productiewijzing WOZ bezwaren. De mutaties in bijdrage van de gemeentelijke deelnemers variëren tussen de -/-1,4% en -/-31,4%. Deze verschillen worden voor een groot deel bepaald door de daling van het aantal WOZ bezwaren in 2022, die geen gelijke verdeling kent over de gemeenten.
Hieronder is de begrote productie WOZ bezwaren 2022 in beeld gebracht ten opzichte van de gewijzigde productie 2022. Productie
Productie na
begroot 2022*
wijziging 2022*
Bergen op Zoom
1.250
Breda
Gemeente
Verschil
Verschil %
1.120
-130
-10%
6.860
3.310
-3.550
-52%
Dongen
370
260
-110
-30%
Etten-Leur
780
550
-230
-30%
Halderberge
350
350
-
0%
Moerdijk
730
440
-290
-40%
Oosterhout
780
610
-170
-22%
Roosendaal
1.360
870
-490
-36%
Rucphen
230
210
-20
-9%
Woensdrecht
360
250
-110
-31%
Zundert
500
530
30
6%
Totaal
13.570
8.500
-5.070
-37%
*Dit zijn de verwachte aantallen WOZ bezwaren per deelnemer over 2022.
Pagina 33 van 37
6.
Prognose 2023
6.1
Inleiding
De sterke stijging van de inflatie in de eerste maanden van het jaar is de belangrijkste, maar niet de enige, aanleiding om deze keer, bij het opstellen van de bestuursrapportage een doorkijk naar het volgende boekjaar op te nemen, zodat het dagelijks en algemeen bestuur tijdig van (grote) veranderingen die impact hebben voor de deelnemersbijdrage op de hoogte zijn. Ontwikkelingen met een grote impact, ontstaan in het rapportage jaar, worden doorgetrokken naar het volgende begrotingsjaar en inzichtelijk gemaakt.
6.2
Overzicht Exploitatie 2023
Onderstaand wordt weergeven hoe de baten en lasten 2023 zich verhouden op basis van de ontwikkelingen die bij het opstellen van de 1e bestuursrapportage 2022 bekend zijn. De verwachte bijstelling van de begroting 2023 is hieronder weergegeven. Primaire begroting 2023
Prognose 2023
Waarderen
4.840.000
223.000
5.063.000
Heffen
2.146.000
78.000
2.224.000
Invordering
2.165.000
82.000
2.247.000
Subtotaal programma's
9.151.000
383.000
9.534.000
Kosten overhead
8.888.000
592.000
9.480.000
7.000
-
7.000
-
-
-
80.000
2.000
82.000
Subtotaal overhead
8.975.000
594.000
9.569.000
Totaal lasten
18.126.000
977.000
19.103.000
Primaire begroting 2023
Prognose 2023
Lasten
Treasury Vennootschapsbelasting Post onvoorzien
Baten
Verwachte wijziging 2023
Verwachte wijziging 2023
Waarderen
-
-
-
Heffen
-
-
-
Invordering
-
-
-
Subtotaal programma's
-
-
-
255.000
7.000
262.000
-
-
-
Opbrengst overhead Treasury Bijdragen deelnemers
17.871.000
18.841.000
970.000
Vennootschapsbelasting
-
-
-
Post onvoorzien
-
-
-
Subtotaal overhead
18.126.000
977.000
19.103.000
Totaal baten
18.126.000
977.000
19.103.000
Pagina 34 van 37
6.3
Toelichting overzicht exploitatie 2023
Algemeen De voorgaande tabel geeft aan dat er bijstellingen dienen plaats te vinden die leiden tot een wijziging van de totale deelnemersbijdrage. Deze bijstellingen zijn veelal autonome en onvermijdbare ontwikkelingen, die ten tijde van het opstellen van de begroting 2023 nog niet te voorzien waren en bij het opstellen van de 1e bestuursrapportage zichtbaar zijn geworden. De ontwikkelingen met een totale deelnemersbijdrage ad € 970.000 kunnen als volgt worden gespecificeerd: Afname waardebezwaren (€ 149.000 V) In 2022 is de verwachting dat het aantal waardebezwaren 5.000 lager uitkomt dan geprognosticeerd. Op dit moment is niet met zekerheid te zeggen of deze afname ook in 2023 wordt doorgezet. Daarom wordt het aantal van 13.700 waarop de begroting van 2023 is gebaseerd, veiligheidshalve bijgesteld naar 11.000 stuks. De sterke afwijking van de prognose en daling ten opzichte van het vorige jaar in 2022 leidt tot het inzicht dat de productiecapaciteit, c.q. formatie op een andere manier dan voorheen moet worden gepland. De afweging moet worden gemaakt tussen het risico op overcapaciteit enerzijds en de extra kosten van een flexibele schil anderzijds. De komende periode zal daar een afgewogen besluit over genomen gaan worden. Het hier opgenomen bedrag van € 149.000 is een eerste inschatting.