CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

07b Toelichting 1

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 12 oktober 2021, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012, Ettenseweg naast nr. 29 te Sprundel’15.540 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Visiedocument Groenbeleid

Het visiedocument Groenbeleid Rucphen maakt inzichtelijk op welke wijze invulling wordt gegeven aan groen in de gemeente en wat daarover valt op te merken. Door de verschillende typen groen te analyseren op de wijze van beheer, kwaliteit en kwantiteit ontstaat een reëel beeld van het groen binnen de gemeente. Het rapport geeft verder aan dat de (beeld)kwaliteit van groen sterk afhankelijk is van het plan- en ontwerpproces van ruimtelijke projecten en dat daarom vroegtijdige afstemming noodzakelijk is. Bij ontwikkelingen in het stedelijk gebied is het van belang dat knelpunten, zoals te weinig groen en een hoge parkeerdruk inzichtelijk worden gemaakt en daar rekening mee wordt gehouden in het plan. Zo ook dient bekend te zijn of er binnen de invloedsfeer van het plan bomen aanwezig zijn, zodat hier een overwogen keuze in gemaakt kan worden. Als extra toetsingskader is een Groene Kaart (november 2010) opgesteld. Op deze kaart zijn waardevolle particuliere en gemeentelijke bomen plus houtopstanden opgenomen. De planlocatie maakt geen deel uit van het openbaar gebied. De beoogde ontwikkeling geeft geen aantasting aan de kwaliteit of kwantiteit van het groen in de gemeente Rucphen. 3.4.7

Groene Kaart

De Groene Kaart toont en beschrijft de meest waardevolle bomen en houtopstanden binnen de gemeente. Deze mogen niet zonder omgevingsvergunning worden gekapt. Op het perceel van de locatie Ettenseweg naast nr. 29 zijn enkele lijnvormig elementen (particuliere houtopstanden). Het initiatief heeft geen negatieve invloed op deze houtopstand, de houtopstanden blijven behouden.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 27 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 13: Uitsnede Groene Kaart Buitengebied

3.4.8

Rucphen ‘Landschap onthuld’ definitief Groenstructuurplan gemeente Rucphen december 2009

Het groenstructuurplan schetst een wensbeeld en mogelijk toekomstbeeld. Het bepaalt de koers voor inrichting en beheer van de openbare(groene) ruimte. Het plan dient als leidraad en richting bij inrichtingsvraagstukken. Een uitsnede van het Groenstructuurplan voor Sprundel is weergegeven in figuur 14. Het Groenstructuurplan komt voort uit het Visiedocument Groenbeleid en geeft richting aan het behoud en de ontwikkeling van groenstructuren in het stedelijk gebied. Het plan bevat een groensaldoregeling voor een verantwoorde omgang met groen. De regeling zorgt ervoor dat er niet onbekommerd aan de groene ruimte kan worden getornd. Het groenstructuurplan schetst een wensbeeld en mogelijk toekomstbeeld. Het bepaalt de koers voor inrichting en beheer van de openbare(groene) ruimte. Het plan dient als leidraad en richting bij inrichtingsvraagstukken. In figuur 14 is een uitsnede van de Groenstructuurkaart weergegeven.

Figuur 14: uitsnede Groenstructuurkaart

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 28 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De planlocatie ligt aan de Ettenseweg die in de groenstructuurkaart is aangemerkt als een van de hoofdwegen van Sprundel. Specifiek is voor de Ettenseweg opgenomen om de landschappelijke dooradering van de dorpen aan te vullen. Het initiatief vindt geheel buiten het openbare gebied plaats en staat de acties die opgenomen zijn in het groenstructuurplan niet in de weg. 3.4.9

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022

De aanleg en het beheer van de rioleringsvoorzieningen zijn gemeentelijke taken. De term verbreed houdt verband met de wettelijke uitbreiding van de zorgplicht riolering. Er is voor gemeenten sprake van drie zorgplichten: • zorgplicht voor inzameling en transport stedelijk afvalwater (Wet Milieubeheer) • zorgplicht voor afvloeiend hemelwater (Waterwet) • zorgplicht voorkomen structureel nadelige gevolgen van grondwater (Waterwet) Feitelijk komt het er op neer dat de gemeente zorgdraagt voor een deugdelijke inzameling, berging, transport en/of lokale zuivering van stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. De kans op overlast dient hierbij te worden beperkt tot maatschappelijk aanvaardbare normen. Deze taakverantwoordelijkheid geldt alleen indien de burger niet zelf op eigen terrein het hemel- en grondwater doelmatig kan verwerken. In paragraaf 4.4.4 komt het aspect water aan bod voor de planlocatie. 3.4.10

Gemeentelijke erfgoedkaart

De gemeenteraad Rucphen heeft op 27 september 2012 het archeologisch beleid vastgesteld. Dit in de vorm van een gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingskaart met uitgebreide toelichting en een beleidskaart. Zeven jaar verder, zijn er verschillende nieuwe inhoudelijke bronnen beschikbaar en zijn er verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd. Deze nieuwe informatie, samen met het geldende beleid, kunnen zorgen voor een verfijnder en specifiekere kaartbeeld van de archeologische waarden en verwachtingen. Daarnaast is met de komst van de Erfgoedwet en de aanstaande Omgevingswet een nieuw wettelijk kader ontstaan. Op basis van de combinatie van deze ontwikkelingen besloot de gemeente Rucphen dat het in 2019 het uitgelezen moment was om de bestaande archeologiekaart en het bijbehorende beleid te herzien. Het resultaat ervan is de nieuwe Nota Archeologie met bijbehorende Archeologische Beleidskaart, vastgesteld in maart 2019.

Figuur 15: uitsnede Archeologische beleidskaart

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 29 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Op de archeologische beleidskaart, figuur 15, is de onderhavige planlocatie gelegen binnen ‘Historische kernen, bekende archeologische vindplaatsen en relicten, en hoge archeologische verwachting (tenminste) voor vindplaatsen van jager-verzamelaars’. Hierover is opgenomen in de toelichting: “Om het archeologisch bodemarchief van deze gebieden gedegen te beheren is vanaf een bodemverstoring met een minimum oppervlakte van 100 m² en een diepte van 50 cm een archeologisch onderzoek vereist. In paragraaf 4.3 komt het aspect ‘Archeologie’ verder aan bod. 3.4.11 Visie Duurzaamheid 2019-2030 en Duurzaamheidsagenda 2019-2030 De gemeente Rucphen heeft de Visie Duurzaamheid 2019-2030 opgesteld. De Visie Duurzaamheid is de basis voor de Duurzaamheidsagenda met daarin opgenomen een meerjarenprogramma en een jaarlijks uitvoeringsplan. In de Visie Duurzaamheid staan de ambities van de gemeente Rucphen op het gebied van duurzaamheid. Deze ambities hebben betrekking op de thema’s: Klimaat, Energie en Wonen/ Groen en Water/ Afval en Grondstoffen/ Mobiliteit/ Landbouw/ Gemeente. De Duurzaamheidsagenda is het instrument dat de activiteiten van de gemeente en haar omgeving bundelt en structureert. De agenda is gevuld met concrete activiteiten. De agenda kan worden aangepast als zich verdere kansen voor verduurzaming voordoen of voortschrijdend inzicht daarom vraag (adaptief).

De ambities van de gemeente Rucphen zijn voor nieuwbouw woningen: Bij nieuwbouw is het streven dat er duurzame woningen worden gebouwd met een Energielabel A. Het streven naar het verminderen van het verhard oppervlak in particuliere tuinen met 20% in 2030 ten opzichte van 2019. Bij nieuwe bouwplannen wordt hiermee rekening gehouden door te toetsen op waterberging. Het uitgangspunt voor het bouwen van de nieuwbouw woning op de locatie Ettenseweg naast nummer 29 is duurzaamheid. De woning dient te voldoen aan de energieprestatie-eisen (EPC), daarnaast wordt de woning gasloos uitgevoerd. Het aspect water komt in paragraaf 4.4.4 verder aan bod. Daarnaast wordt het plan landschappelijk ingepast, wat een bijdrage levert aan de duurzaamheid.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 30 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 4 4.1

Ruimtelijke structuur

4.1.1

Bebouwingspatroon

Planuitgangspunten

Het bestaande bebouwingspatroon verandert. Er wordt één nieuwe woning gerealiseerd in het bestaande bebouwingslint. De woning wordt zodanig gesitueerd in het bebouwingslint dat doorzichten naar het achter liggende landschap behouden blijven. 4.1.2

Groen- en waterstructuur

De locatie aan de Ettenseweg naast nr. 29 wordt landschappelijk ingepast. De bestaande groenstructuren worden behouden, nieuwe groenstructuren worden toegevoegd passend in het landschap. In bijlage 1 is de landschappelijke inpassing toegevoegd, kortheidshalve wordt hier naartoe verwezen. 4.2

Functionele structuur

4.2.1

Algemeen

De functie van het perceel op de Ettenseweg naast nr. 29 verandert van een agrarische functie naar een woonfunctie. 4.2.2

Verkeer en parkeren

De Ettenseweg is bestemd voor zowel gemotoriseerd verkeer als voor langzaam verkeer. Er worden minimaal twee parkeergelegenheden gesitueerd op eigen terrein, op de planlocatie is hier voldoende plaats voor. 4.3

Archeologie en cultuurhistorie

4.3.1

Archeologie

Wettelijk toetsingskader In Europees verband is het zogenaamde ‘Verdrag van Malta’ tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd (Monumentenwet) en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2021 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd.

Gemeentelijk beleidskader Om invulling te geven aan deze gemeentelijk zorgtaak heeft de gemeente Rucphen de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeente inzichtelijk gemaakt door een gemeentelijke archeologiekaart op te stellen. Deze kaart is onderdeel van het archeologische beleidsinstrumentarium van de gemeente Rucphen. In 2019 heeft er een update plaatsgevonden van het archeologisch beleid. De resultaten van de onderzoeken de afgelopen jaren en verschillende nieuwe wetenschappelijke publicaties waren hiervoor de aanleiding. Dit heeft geleid tot een aanscherping. Op de gemeentelijke beleidskaart heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting. In paragraaf 3.4.10 wordt de gemeentelijke erfgoedkaart getoond. Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 31 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Daarom is in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012 de archeologische verwachtingswaarde opgenomen. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen hoog en middelhoog. Op het perceel Ettenseweg naast nr. 29 te Sprundel ligt de gebiedsaanduiding ‘archeologische verwachtingswaarde hoog’. Dit betekent dat bij een bodemverstoring met een minimum oppervlakte van 100 m² en een diepte van 50 cm een archeologisch onderzoek vereist. Archeologisch onderzoek Op 7 december 2020 is door Transect b.v. een rapportage uitgebracht over het archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek welke in maart 2020 is uitgevoerd. Het volledige rapport is als afzonderlijke bijlage toegevoegd in bijlage 5. Aan de hand van het archeologisch onderzoek blijkt dat er in het plangebied sprake is van een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd. Daarnaast is er een lage verwachting op het aantreffen van resten uit het Laat-Paleolithicum B tot en met Neolithicum vast te stellen. Om de verwachtingen uit het bureau- en booronderzoek te toetsen adviseert Transect b.v. een vervolgonderzoek uit te voeren. Het vervolgonderzoek kan uitgevoerd worden ter plaatse van de voorgenomen ingrepen in het plangebied, de locatie van de woning en het bijgebouw (circa 250 m²).

Dit onderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Voor dit onderzoek dient de werkwijze te worden vastgelegd in een Programma van Eisen (PvE), dat door de gemeente Rucphen dient te worden beoordeeld en goedgekeurd. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Rucphen) een selectiebesluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. 4.3.2

Cultuurhistorie

Bij nieuwe ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart 2010 van de Provincie Noord-Brabant staat aangegeven welke archeologische en cultuurhistorische waarden (in potentie) aanwezig is. Een uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart 2010 is weergegeven in figuur 16.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 32 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 16: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart 2010(CHW), provincie Noord-Brabant

De Ettenseweg is op de CHW-kaart aangeduid als historische geografie redelijk hoog. Door de beoogde planontwikkeling blijft de Ettenseweg intact. 4.4

Milieu- en overige aspecten

4.4.1

Geluid

Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan. Volgens de Wet geluidhinder is het noodzakelijk dat er aandacht wordt besteed aan akoestische situatie bij geluidgevoelige objecten. In het kader van de Wet geluidhinder valt een woning onder een geluidsgevoelig object. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening, op grond van een goed woon- en leefklimaat. Het berekenen van de geluidsbelasting heeft tot doel te bepalen of wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Door Kraaij Akoestisch Adviesbureau is een akoestisch onderzoek gevelbelasting wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het rapport, met rapportkenmerk VL.2005.R01, is in de afzonderlijke bijlage (bijlage 3) toegevoegd aan onderhavig plan. Wet geluidhinder Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de nieuwe woning als gevolg van het wegverkeer ter plaatse van de Ettenseweg ten hoogste 52 dB berekend wordt. De geluidbelasting op de uiterste zijden van het bouwvlak voor de nieuwe woning bedraagt vanwege deze weg ten hoogste 52 dB. Deze geluidbelasting wordt alleen berekend op de voorste grens van het bouwvlak, evenwijdig aan deze weg. Op de overige grenzen van het bouwvlak bedraagt de geluidbelasting vanwege de Ettenseweg niet meer dan 44 dB.

Daarmee kan worden geconcludeerd dat vanwege deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de uiterste grens van het bouwvlak wordt overschreden. De overschrijding bedraagt 3 – 4 dB. Nader onderzoek naar aanvullende maatregelen om de geluidbelasting te reduceren is noodzakelijk. De geluidsbelasting op het bouwvlak afkomstig van de Martenstraat en de Polderstraat bedraagt niet meer dan 48 dB, de voorkeursgrenswaarde wordt daarmee niet overschreden.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 33 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Woon- en leefklimaat Uit de rekenresultaten per weg blijkt dat alleen de geluidbelasting vanwege de Ettenseweg van invloed is op en dus relevant is voor het woonmilieu bij de planlocatie. De geluidbelasting van de overige wegen is namelijk dermate laag dat er geen relevante cumulatie van geluid optreedt en dus geen verslechtering van het woonmilieu. Vanuit akoestisch oogpunt is dus alleen de geluidbelasting vanwege de Ettenseweg bepalend voor het woonmilieu. De berekende geluidbelasting op de uiterste grenzen van het bouwvlak is ten hoogste 52 dB vanwege de Ettenseweg. De (gecumuleerde) geluidbelasting van alle in het onderzoek betrokken wegen samen zal op de uiterste grens van het bouwvlak voor de nieuwbouwwoning dus niet meer dan 57 dB (ex aftrek) gaan bedragen, waarmee het akoestisch woon- en leefklimaat bij de nieuwbouwwoning binnen het plangebied als ‘matig’ dient te worden beoordeeld op basis van de Milieukwaliteitsmaat van tabel. Advies Samenvattend kan worden gesteld dat: ▪ Bij de woning binnen het plan niet voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde vanwege de Ettenseweg, indien de woning op de uiterste voorzijdegrens van het bouwvlak wordt gepositioneerd. De overschrijding bedraagt in dat geval maximaal 4 dB en wordt alleen aan de zuidoostelijke (voor)zijde van het bouwvlak berekend.

▪ De maximale ontheffingswaarde van 53 dB om voor woningen in buitenstedelijk gebied een hogere waarde aan te kunnen vragen daarmee niet wordt overschreden; ▪ Vanwege de Martenstraat en de Polderstraat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden indien de woning binnen uiterste grenzen van het bouwvlak wordt gepositioneerd; ▪ Uit maatregelenonderzoek blijkt dat de overdrachtsmaatregel in de vorm van het aanpassen van de positie van de woning over een afstand van minimaal 20 meter achter de uiterste voorzijdegrens van het bouwvlak doelmatig is, omdat daarmee overal voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde, maar dat deze maatregel op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige aard stuit, omdat de woning dan ver achter de voorgevel rooilijn wordt gebouwd; ▪ Nog nader uitgezocht dient te worden of een dergelijke positie stuit op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige aard, omdat de woning met bovengenoemde maatregel halverwege het perceel wordt gepositioneerd; ▪ Het akoestisch woon- en leefklimaat bij de woning als ‘matig’ dient te worden beoordeeld, in het geval de woning aan de uiterste voorzijdegrens van het bouwvlak wordt gepositioneerd. De kwaliteit van het woonmilieu zal iets verbeteren in het geval de woning verder van de Ettenseweg af wordt gepositioneerd tot ‘redelijk’, indien de beschreven overdrachtsmaatregel wordt toegepast.

▪ Indien bovengenoemde maatregel niet kan worden uitgevoerd, een hogere waarde van 52 dB dient te worden aangevraagd bij de gemeente Rucphen voor de geluidbelasting vanwege de Ettenseweg; ▪ In combinatie met de aanvraag voor een hogere waarde de nieuwe woning ook uitgevoerd dient te worden met een karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie van tenminste 24 dB voor een verblijfsgebied en tenminste 22 dB voor een verblijfsruimte; Een geluidwering tot 30 dB wordt bij nieuwbouw tegenwoordig vrij eenvoudig behaald, zeker als gebruik wordt gemaakt van een gebalanceerd ventilatiesysteem met mechanische toe- en afvoer van lucht. Een bouwakoestisch onderzoek naar de karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie wordt noodzakelijk geacht. Het onderzoek wordt uitgevoerd op het moment dat de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt ingediend. Conclusie De wens is om de woning in de rooilijn van de bestaande woning op nummer 29 te situeren. Er dient een hogere waarden van 52 dB aangevraagd te worden voor de geluidsbelasting vanwege de Ettenseweg. Daarnaast dient de nieuwe woning ook uitgevoerd te worden met een karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie van tenminste 24 dB voor een verblijfsgebied en tenminste 22 dB voor een verblijfsruimte.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 34 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

4.4.2

Bodem

Er dient inzichtelijk te worden gemaakt of de bodem geschikt is voor de toe te kennen bestemming. Daarom dient in principe inzicht te worden gegeven in de bodemkwaliteit van de planlocatie. Door Moerdijk Bodemsanering B.V. is een vooronderzoek NEN 5725 en een verkennend bodemonderzoek NEN 5740 uitgevoerd. Het rapport met rapportnummer 240.33.201.r1 is als afzonderlijke bijlage toegevoegd aan onderhavig plan. Uit het rapport wordt het volgende geconcludeerd: Op basis van de gehanteerde onderzoeks- en toetsingsprotocollen kan geconcludeerd worden dat dit verkennend bodemonderzoek voor de onderzochte parameters in de geanalyseerde grondmengmonsters en in het grondwatermonster van de bemonsterde locaties in de bodem voor de geplande bouwactiviteiten en het toekomstig gebruik “wonen met tuin”, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen belemmeringen of risico's heeft aangetoond. Voor de volledige onderzoeksresultaten wordt kortheidshalve verwezen naar de afzonderlijke bijlage. 4.4.3

Luchtkwaliteit

Conform de Wet Luchtkwaliteit kan elk project dat NIBM (niet in betekenende mate) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Als het plan NIBM aan de luchtkwaliteit bijdraagt, hoeft geen uitgebreid luchtonderzoek meer uitgevoerd te worden. Op 1 augustus 2009 is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) in werking getreden. Het NSL zorgt ervoor dat Nederland binnen de door Europa gestelde termijn zal voldoen aan de Europese grenswaarden op het gebied van fijn stof en stikstofdioxide. In het NSL is een lijst met ruimtelijke infrastructurele projecten opgenomen met een maatregelenpakket, dat ervoor gaat zorgen dat de huidige overschrijdingen van de luchtkwaliteit worden opgelost en de negatieve effecten van geplande ruimtelijke ontwikkelingen worden gecompenseerd. Een plan is vanaf 1 augustus 2009 NIBM als het een toename van de concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) veroorzaakt die niet meer bedraagt dan 3 % van de jaargemiddelde concentratie van die stof. Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 microgram/m³ voor zowel PM10 en NO2. De categorieën die altijd NIBM zijn, de volgende: Woningbouw: ▪ 1500 woningen (netto) bij minimaal één ontsluitingsweg; ▪ 3000 woningen (netto) bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.

De woning, welke ten opzichte van de huidige situatie wordt toegevoegd, zal niet resulteren in een significante toename van het verkeer op de Ettenseweg te Sprundel. Voor het onderhavige plan is de grens van 3 % geldig. De extra verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe woning zal naar verwachting geen invloed hebben op de luchtkwaliteit ter plaatse en derhalve de 3 % grens nooit overschrijden. Een nader onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Omdat bij de beoogde ontwikkeling sprake is van een nieuwe woonfunctie, dient ook een beoordeling plaats te vinden of voldaan wordt aan de wettelijke luchtkwaliteitseisen c.q. inzicht te worden gegeven in de heersende concentraties. De coördinaten van de ruimte voor ruimte woning aan de Ettenseweg naast nr. 29 zijn bij benadering: ▪ x = 101672 ▪ y = 395620 De Grootschalige Concentratie- en Depositiekaart Nederland (GCN) van het RIVM tonen ter hoogte van deze coördinaten, de volgende achtergrondconcentraties: 2018: PM10: 18,12 µg/m3 en NO2: 17,06 µg/m3 Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 35 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

2020: PM10: 17,39 µg/m3 en NO2: 15,45 µg/m3 2030: PM10: 14,18 µg/m3 en NO2: 10,04 µg/m3 Deze waarden liggen ruim beneden de grenswaarde van PM10 en NO2 van 40 µg/m3. Hiermee vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de ontwikkeling op het plangebied. 4.4.4

Water

Beleid Waterschap Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta Is verantwoordelijk voor het waterbeheer In de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen In het waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen In samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Watertoets In de plantoelichting moet een waterparagraaf worden opgenomen, waarin wordt aangegeven op welke manier rekening is gehouden met de (eventuele) gevolgen van het plan voor de waterhuishouding in het plangebied. De watertoets is een belangrijk instrument om te verzekeren dat de waterhuishouding vanaf het begin van de planvorming integraal onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling. Het waterbeheer is in handen van het Waterschap Brabantse Delta. Voorliggende waterparagraaf is in het kader van de watertoets voorgelegd aan de waterbeheerder. Deze zal in het kader van het overleg ex. artikel 3.1.1 Bro het wateradvies uitbrengen.

Beschrijving huidige situatie In de bestaande situatie is de ondergrond niet verhard. Waterlopen Aan twee zijden van het perceel liggen waterlopen in de categorie B, zie figuur 17.

Figuur 17: Uitsnede keurkaart, waterschap Brabantse Delta

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 36 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Grondwaterbeschermingsgebied De planlocatie ligt niet een grondwaterbeschermingsgebied. Beschrijving toekomstige situatie Op de planlocatie mag een woning van maximaal 1.000 m³ en een bijgebouw van maximaal 100 m² gerealiseerd worden. De bebouwing heeft in totaal een oppervlakte van circa 250 m². Daarnaast zal er verharding aangelegd worden ten behoeve van de uitrit en een terras, dit zal een oppervlakte van circa 200 m² bedragen. In totaal zal er dus naar verwachting circa 450 m² aan verharding toegevoegd worden op de planlocatie. Riolering en infiltratie Uitgangspunt voor de waterhuishouding van deze locatie, is het aansluiten op het bestaande drukriolering systeem. Dit betekent dat schoon hemelwater, wat valt op daken en terreinverharding, in het gebied opgevangen en geïnfiltreerd dient te worden en alleen het vervuilde afvalwater via de drukriolering wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. De hoeveelheid afvalwater, die getransporteerd wordt naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie zal hiermee afnemen, wat uit het oogpunt van milieu een positieve ontwikkeling betekend. Voor de geprojecteerde bebouwing geldt derhalve dat het realiseren van een gescheiden stelsel uitgangspunt is, het huishoudelijke afvalwater van de geprojecteerde bebouwing wordt aangesloten op het bestaande rioolstelsel van de Ettenseweg.

Het waterschap is geen voorstander van het toepassen van uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Bij voorkeur het gebruik hiervan reguleren door middel van een privaatrechtelijke overeenkomst. Aangezien de planlocatie buiten de beschermde gebieden van de Keur van het waterschap is gelegen, er wel uitbreiding van de verharding plaats vindt, maar minder verhard oppervlakte dan 500 m² wordt toegevoegd, is het niet nodig om te voorzien in infiltratie of retentie. Van de waterloop wordt voldoende afstand gehouden. Watertoets Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. De watertoets zorgt er voor dat bij alle ruimtelijke plannen aandacht is voor de kwaliteit én kwantiteit van water. De watertoets is verplicht bij alle plannen voor landelijk én stedelijk gebied. De gemeente doorloopt met het waterschap het watertoetsproces, dat bestaat uit advisering, toetsing en goedkeuring door het waterschap. Dit bestemmingsplan wordt voorgelegd aan het waterschap Brabantse Delta. 4.4.5

Bedrijven en milieuzonering

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met eventuele milieuhinder als gevolg van (bedrijfs-)activiteiten. Uitgangspunt daarbij is dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstand geldt tussen enerzijds de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. De gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Omgevingstype De richtafstanden van de VNG-publicatie gelden tot het gebiedstype 'rustige woonwijk'.

In bepaalde gevallen kan gemotiveerd worden dat er geen sprake is van een 'rustige woonwijk', maar een 'gemengd gebied'. Dit is Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 37 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

bijvoorbeeld het geval bij een lint in een dorpskern waar meerdere functies naast elkaar zitten. Of bij een gebied dat langs een drukke ontsluitingsweg ligt. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met één afstandsstap verkleind worden. Uitzondering hierop is de richtafstand voor gevaar. Deze wordt niet verkleind. Het plangebied ligt in een lintbebouwing met een functiemenging van niet-agrarische bedrijven, agrarische bedrijven en burgerwoningen. Het plangebied is gelegen in een ‘rustig buitengebied’. Milieuzones In de omgeving zijn een aantal (agrarische) bedrijven gevestigd. Alle bedrijven gelegen binnen een straal van circa 200 meter van de planlocatie zijn beoordeeld. In onderstaande tabel is de afstand weergegeven ten opzichte van de planlocatie, uitgaande van een gebiedstypering ‘rustig buitengebied’. Tabel 1: richtafstanden op basis van gebiedstypering ‘rustig buitengebied’ – aanwezige situatie Adres Omschrijving Milieucat. Afstand in meters geur stof geluid

gevaar

Ettenseweg 33 Ettenseweg 23 Ettenseweg 41 Ettenseweg 9 Ettenseweg 4

Bedrijf-Nutsvoorziening Transformator Agrarisch- Fokken en houden paarden Agrarisch- Grondverzet Bedrijf- Hovenier Fruitteelt bedrijf

2

0m

0m

30m

10m

Afstand tot bouwvlak nieuw woning 82 meter

3.1

50m

30m

30m

0m

32 meter

2 2 2

30m 30m 10 m

10m 10m 10m

30m 30m 30m

10m 10m 10m

109 meter 206 meter 42 meter

De planlocatie is gelegen in een rustig buitengebied. Er mag daardoor geen reductie plaatsvinden van een afstandsstap. De grootste afstand in de tabel bedraagt 50 meter. De ruimte voor ruimte woning ligt binnen de geurafstand van de paardenhouderij op de Ettenseweg 23, namelijk op 32 meter. Tussen de planlocatie en Ettenseweg 23 ligt de burgerwoning Ettenseweg 25. Deze burgerwoning is dichterbij gelegen dan de planlocatie en daarom de maatgevende woning voor de bedrijfsactiviteiten op de locatie Ettenseweg 23. Geurhinder veehouderijen Intensieve veehouderijen hebben een grote geurcontour. In de nabije omgeving van de planlocatie zijn geen intensieve veehouderijen gesitueerd. Wel is er op een afstand van 32 meter van het bouwvlak een paardenhouderij gevestigd. De afstand van het bouwvlak tot het dichtstbijzijnde emissiepunt van de paardenhouderij, Ettenseweg 23, bedraagt meer dan 50 meter. Hierbij wordt voldaan aan de Wet geurhinder en veehouderij. Woon- en leefklimaat Onder voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van één veehouderij, die de meeste geurbelasting op het geurgevoelige object veroorzaakt, verstaan. Voor de een representatieve bepaling van de voorgrondbelasting dient de geurbelasting van de omliggende veehouderijen afzonderlijk berekend te worden, om te bepalen welke de dominante veehouderij is.

Onder achtergrondbelasting wordt de geurbelasting van de in de omgeving liggende veehouderijen op een geurgevoelig object verstaan. In figuur 18 is een uitsnede uit Plan-MER herziening Structuurvisie RO transitie veehouderij, provincie NoordBrabant d.d. 9 september 2013 weergegeven. In de uitsnede is de achtergrondbelasting geur in kaart gebracht. Hieruit blijkt dat het woon- en leefklimaat op basis van de achtergrondbelasting geur ter plaatse van het plangebied als goed te kwalificeren is.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 38 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 18: uitsnede kaart Achtergrondbelasting geur

Eventueel toekomstige uitbreidingen van bestaande veehouderijen blijft in beginsel mogelijk. Deze uitbreidingsruimte wordt niet beperkt door de beoogde planontwikkeling op de locatie Ettenseweg naast nr. 29. Daarnaast hebben de aanwezige veehouderijbedrijven geen beperkende invloed voor de ontwikkeling op de planlocatie. Gelet op het bovenstaande wordt door het oprichten van de nieuwe woning op de locatie Ettenseweg naast nr. 29 de omliggende bedrijven niet belemmerd. 4.4.6

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s voor personen ten gevolge van het gebruik van de infrastructuur of het uitvoeren van activiteiten, waarbij het voornamelijk gaat om de gevaren die de directe omgeving loopt, als er iets mis gaat bij de productie, de behandeling en/of het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Figuur 19: Uitsnede risicokaart, provincie Noord-Brabant

Het Bevi en de bijbehorende regeling externe veiligheid inrichtingen (REVI) zijn op 27 oktober 2004 in werking getreden. Het BEVI legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Vastgesteld dient te worden of het plangebied is gelegen binnen de veiligheidscontour van bestaande inrichtingen. De inrichtingen zijn weergegeven op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant. In figuur 19 is de uitsnede van de risicokaart getoond. Uit figuur 19 blijkt dat er op een afstand van ca. 770 meter twee risicovolle inrichtingen zijn gelegen. De risicocontour van deze inrichtingen zijn veel kleiner dan 770 Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 39 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

meter. In de directe omgeving (binnen een straal van 200 meter) van de planlocatie is wel een risicorelevante buisleiding aanwezig. Groepsrisico Het groepsrisico van de beschouwde aardgasleidingen is in zowel de huidige als toekomstige situatie lager dan 10% van de oriëntatiewaarde. Volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De toepassingsvereisten bij een beperkte verantwoording staan in artikel 8, lid 2 van het Bevt en artikel 12, lid 3 van het Bevb. 1. Indien het ruimtelijk besluit betrekking heeft op het gebied tussen de 100% letaliteitszone en de 1% letaliteitszone van de buisleiding (in geval van toxische stoffen tussen de 1% letaliteitszone en de afstand waarop het plaatsgebonden risico gelijk is aan 10-8). 2. a. als het groepsrisico onder 0.1 keer de oriëntatiewaarde blijft; b. als het groepsrisico minder dan 10% toeneemt. In een beperkte verantwoording van het groepsrisico hoeven slechts vier zaken aan de orde te komen, namelijk: a. De personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleidingen. b. De hoogte van het groepsrisico. c. De bestrijdbaarheid. d. De zelfredzaamheid. Het bouwplan omvat één woning voor zelfredzame personen. De bewoners worden middels een handreiking in de meterkast geïnstrueerd hoe te handelen in het geval van een calamiteit. Er zijn vluchtwegen aan zowel de voorzijde als achterzijde van de woningen gesitueerd.

De woning zal zodanig bouwkundig worden uitgevoerd dat de gevolgen voor personen als gevolg van een (externe) brand of explosie worden beperkt. Het binnen de woning aanwezige mechanische ventilatiesysteem krijgt een voorziening, waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit die kan leiden tot een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht.

Figuur 20: Uitsnede kaart standaard verantwoording groepsrisico

Op de planlocatie kan uitgegaan worden van Standaard verantwoording volgens het Stroomschema standaard verantwoording. De planlocatie is gelegen in de blauwe zone, de risicobron is afkomstig van een buisleiding. Er geldt een beperkte verantwoording op basis van het Bevb. Daarnaast is er sprake van zelfredzame personen. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van risicobronnen op dusdanige afstand dat de ruimtelijke ontwikkeling, ook indien sprake is van toename van het aantal aanwezigen, niet leidt tot een relevante toename van het groepsrisico.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 40 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen activiteiten aanwezig die gevaar opleveren voor de ontwikkeling van een woning. Er zijn geen beperkingen met betrekking tot de veiligheid van het te realiseren bouwplan. Voor de ruimtelijke ontwikkeling kan het standaardadvies van de brandweer gebruikt worden, in bijlage 6 is het Standaardadvies Brandweer toegevoegd. 4.4.7

Kabels en leidingen

Op 40 meter van de locatie, is een buisleiding (gasleidingen) gelegen, de planlocatie is gelegen in de blauwe zone van deze buisleiding. Middels een KLIC- melding zullen de overige kabels en leidingen in beeld gebracht worden. 4.4.8

Flora en Fauna

Door Maassen Ecologisch Advies en Onderzoek is op 6 februari 2020 een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Het rapport is als afzonderlijke bijlage toegevoegd. Voor de volledige onderzoeksresultaten wordt kortheidshalve verwezen naar het rapport in de afzonderlijke bijlage. Uit de bevindingen van het veldonderzoek, het literatuur- en bronnenonderzoek en toetsing van de resultaten van dit onderzoek aan de Wet natuurbescherming, blijkt dat bij uitvoering van de ingreep geen negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde soorten. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet van toepassing. In algemene zin moet de Zorgplicht wel in acht worden genomen. Deze zorgplicht geldt met name ten aanzien van broedgevallen van alle vogelsoorten. Aangezien alle vogels tijdens het broeden zijn beschermd, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Waarbij wordt opgemerkt dat het broedseizoen de periode van half maart tot half juli is. Ten aanzien van de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden, Nationaal Natuurnetwerk (voorheen Ecologische Hoofdstructuur), Provinciaal Natuurbeheerplan/Provinciale Natuurvisie), worden geen negatieve effecten verwacht op de kwantiteit en kwaliteit van deze gebieden. 4.5

Planbeschrijving

4.5.1

Situering

Op de locatie Ettenseweg naast nr. 29 wordt een ruimte voor ruimte woning, met een inhoud van 1000 m3 opgericht. De woning wordt in het bestaande bebouwingslint gesitueerd en ontsloten via de Ettenseweg. Het bestaande bebouwingslint behoudt hiermee de doorzichten, het plan voorziet niet in dat het bebouwingslint dichtslibt. De kavel heeft een frontbreedte van circa 81 meter. De woning is aan te merken als individuele bouw. De woning dient op minimaal 15 meter uit het hart van de weg te liggen. In de onderstaande figuur 21 is de situering van de woning en het bijgebouw indicatief weergegeven op het perceel. 4.5.2

Uitgangspunten bouwregels

Voor het realiseren van de ruimte voor ruimte woning dient de woning aan een aantal bouwregels te voldoen, de bouwregels worden opgenomen in de regels van het onderhavige bestemmingsplan. De uitgangspunten zijn: ▪ de oppervlakte van het bouwperceel bedraagt minimaal 1.000 m²; ▪ de breedte van het bouwperceel bedraagt minimaal 30 meter; ▪ de voorgevelbreedte van de nieuwe woning bedraagt maximaal 20 meter; ▪ de afstand van de nieuwe woning tot de as van de weg bedraagt minimaal 15 m; ▪ de afstand van de nieuwe woning tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3 m; ▪ maximale woninginhoud 1000 m³; ▪ maximale goothoogte hoofdgebouw van 5 meter; ▪ maximale nokhoogte hoofdgebouw van 9 meter; Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 41 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

de dakhelling bedraagt bij toepassing van hellende dakvlakken minimaal 30° en maximaal 65°; (vrijstaande) bijgebouwen toegestaan tot een gezamenlijk maximum van 100 m²; maximale goot- en nokhoogte van bijgebouwen respectievelijk 3,5 en 6 meter. de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de voorgevellijn van de woning bedraagt minimaal 1 m; de afstand tussen gebouwen onderling, indien deze niet aaneengesloten zijn gebouwd, bedraagt minimaal 3 m.

Figuur 21: Situering woning op perceel (indicatief)

4.5.3

Beeldkwaliteit

De gemeente acht zich mede verantwoordelijk voor de zorg voor de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Aandacht voor beeldkwaliteit wordt dan ook bij de uitwerking van dit plan van wezenlijk belang geacht. In algemene termen betreft de beeldkwaliteit alle aspecten, welke van invloed zijn op de voorstelbaarheid en beleving van de ruimtelijke omgeving. De beeldkwaliteit van de ruimte voor ruimte woning dient aan een bepaalde kwaliteit te voldoen. De eisen aan de beeldkwaliteit dienen als kader voor de welstandstoets. Passendheid in het landschap Het belangrijkste criterium is dat de woning past in het landschap. Er zijn 2 aspecten waarin dit tot uitdrukking dient te komen: 1. De situering en de vormgeving van de woning, de kavel en de tuin dienen het landschap, de directe omgeving, maar ook elkaar te versterken. 2. De keuze van de architectuur en het materiaalgebruik van de woning, maar ook de vormgeving en beplanting van de tuin dienen aan te sluiten op het betreffende landschap. Typologie De huidige typologie van nagenoeg alle bestaande burgerwoningen aan de linten in het buitengebied is hierbij maatgevend. In het gehele buitengebied treft men burgerwoningen aan die bestaan uit slechts één of anderhalve bouwlaag met een kap. Architectuur Bij voorkeur wordt gestreefd naar het realiseren van architectuur afgestemd op de directe omgeving.

Bij voorkeur worden de gevels opgetrokken uit baksteen of hout.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 42 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Typologie en architectuur tuin ‘Vertuining’ van het platteland dient te worden voorkomen. Daarom is het opstellen van een tuinontwerp verplicht. In het tuinontwerp wordt duidelijk dat de tuin door een landschappelijke erfbeplanting dient te zijn ingepast in het omringde landschap. Aan beide zijdelingse- en achterste perceelgrenzen dient een opgaande beplantingsstrook van minimaal 5 meter te worden voorzien. Er dient streekeigen inheemse beplanting te worden toegepast. De voortuin dient daarnaast voor 60% uit groen te bestaan. Stedenbouwkundige randvoorwaarden Voor de woning geldt de volgende stedenbouwkundige randvoorwaarden: ▪ 1 of anderhalve bouwlaag met kap; ▪ bij voorkeur langskap toepassen; ▪ het bijgebouw dient ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw; ▪ het bijgebouw dient te worden voorzien van een zadeldak. 4.5.4

Landschappelijke inpassing

De nieuwe ruimte voor ruimte woning dient te passen in het landschap. Door middel van situering en vormgeving van de woning, de kavel en de tuin wordt het landschap en de directe omgeving versterkt. Ook van belang is de keuze van architectuur en het materiaalgebruik van de ruimte voor ruimte woning, maar ook de vormgeving en beplanting van de tuin dienen aan te sluiten op het landschap. Voor passendheid in het landschap dient een beplantingsplan te worden ingediend. Op de planlocatie wordt het landschapselementen ‘Knip-scheerheg’ in vorm van een ‘Brabantse haag’ toegepast. Tussen de percelen wordt het landschappelijk element ‘Knip-scheerheg’ gerealiseerd. Dit niet alleen om de perceelsgrens aan te geven en privacy te creëren maar ook de biodiversiteit te verrijken. Doordat de architectuur en de situering van de woning nog niet bekend zijn, zal het perceel wordt ingericht naar eigen voorkeur, waarbij rekening moet worden gehouden dat de voortuin uit 60% uit groen moet bestaan. In de bijlage is de landschappelijke inpassing bijgevoegd, kortheidshalve wordt voor de landschappelijke inpassing naar de bijlage verwezen.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 43 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische aspecten

Algemeen

Het onderhavige bestemmingsplan is, in navolging van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012’ en de daarop volgende herzieningen, een gedetailleerd bestemmingsplan. In de regels behorende bij de onderhavige herziening, is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de juridische regelgeving, zoals deze in het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2020’ is gehanteerd. In paragraaf 5.2 zal een algemene toelichting van de verbeelding worden gegeven. Daarna wordt in paragraaf 5.3 een algemene toelichting van de regels beschreven. 5.2

Algemene toelichting verbeelding

De verbeelding is getekend uitgaande van het rapport ‘Digitaal Uitwisselbare Ruimtelijke Plannen’ (DURP) en het rapport ‘Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen’ (SVBP). Hierdoor wordt het mogelijk met toevoeging van een codering de plannen digitaal uit te wisselen. De verbeelding is getekend op een kadastrale ondergrond. Op de verbeelding zijn vrijwel alle functies apart bestemd, waardoor het direct mogelijk is om het bijbehorende renvooi te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied gegeven zijn. In de bijbehorende regels zijn de bestemming omschrijvingen en de bouwregels te vinden. 5.3

Algemene toelichting regels

De regels zijn gebaseerd op het rapport ‘Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen’ (SVBP). Hierin zijn afspraken en aanbevelingen opgenomen met betrekking tot de opbouw en de presentatie van het bestemmingsplan (digitaal en analoog). De regels zijn gebaseerd op het rapport ‘Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen’ (SVBP) van 2012. Hierin zijn afspraken en aanbevelingen opgenomen met betrekking tot de opbouw en de presentatie van het bestemmingsplan (digitaal en analoog). De bestemmingsplanregels bestaan uit vier hoofdstukken: ▪ Hoofdstuk 1 Inleidende regels; ▪ Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; ▪ Hoofdstuk 3 Algemene regels; ▪ Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 5.2.1

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen die van toepassing zijn op de regels verklaard. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde begrippen. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'wijze van meten' is een regeling opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden 5.2.2

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Agrarisch De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik, extensief recreatief medegebruik, groenvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. Artikel 4

Groen - Landschapselement

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 44 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De gronden met de bestemming ‘Groen - Landschapselement’ zijn bestemd voor de instandhouding van natuurlijke en/of cultuurhistorisch en/of landschappelijk waardevolle landschapselementen. Daarnaast voor extensief recreatief gebruik, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, bijbehorende wegen, paden en verhardingen en andere tot de bestemming horende voorzieningen. Binnen deze bestemming mag niet worden gebouwd. In de regels zijn specifieke gebruiksregels opgenomen. Artikel 5 Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, met per woning de huisvesting van één huishouding, wegen, paden, pleinen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en andere voorzieningen ten diensten van de bestemming. In de regels is bepaald dat woningen dienen te worden opgericht in het op de planverbeelding aangegeven bouwvlak. Ook zijn regels gegeven voor het plaatsen van bouwwerken geen gebouwen zijnde en bijgebouwen. Artikel 6 Waarde - Archeologie De voor ‘Waarde – Archeologie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de instandhouding, bescherming en het behoud van archeologische waarden of verwachtingswaarden. 5.2.3

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 8 Algemene gebruiksregels In dit artikel een algemeen gebruiksverbod gegeven voor gebruik in strijd met de bestemming. Artikel 9 Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden, zoals een regeling voor ondergronds bouwen. Artikel 10 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn regels gegeven ten behoeve van de op de verbeelding opgenomen gebiedsaanduidingen. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Artikel 12 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met toepassing van de afwijkingsbepalingen geregeld kunnen worden. Bijvoorbeeld een geringe wijziging van de bestemmingsgrens.

Artikel 13 Algemene procedureregels In dit artikel zijn de algemene procedureregels opgenomen voor het afwijken van het bestemmingsplan, omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, wijzigingsbevoegdheid en de nadere eisen. Artikel 14 Overige regels In dit artikel is de landschappelijke inpassing door middel van een voorwaardelijke verplichting vastgelegd. 5.2.4

Hoofdstuk 4

Artikel 15

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 45 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

In de overgangsrechtregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Artikel 16 Slotregel In de slotregel wordt de officiële naam van het plan weergegeven. Onder deze naam kan het bestemmingsplan aangehaald worden.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 46 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De ontwikkeling op de locatie Ettenseweg naast nr. 29 is een particulier initiatief. De in deze toelichting beschreven ontwikkeling zullen dan ook volledig vanuit particulier initiatief gerealiseerd en gefinancierd worden. Het gehele terrein is particulier eigendom. Investeringen vanuit de gemeente zijn derhalve niet noodzakelijk. 6.2

Omgevingsdialoog

De initiatiefnemer is eind december 2020 bij de omwonenden langs geweest. De omwonenden hebben positief op het plan gereageerd. Een aantal omwonenden hebben aangegeven graag op de hoogte gehouden te worden, ze zijn benieuwd wat er gebouwd gaat worden op de planlocatie. De brief en het verslag van de omgevingsdialoog zijn toegevoegd in bijlage 8 van de afzonderlijke bijlagen. 6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.3.1

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 van het Bro wordt bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg gepleegd met het waterschap, diensten van het rijk en provincie die betrokken zijn bij de ruimtelijke ordening en eventueel andere gemeenten. Het plan is in het kader van het vooroverleg beschikbaar gesteld aan de volgende partners: ▪ Provincie Noord-Brabant. ▪ Waterschap Brabantse Delta. ▪ Brandweer Midden- en West-Brabant. Het Waterschap Brabantse Delta heeft een vooroverlegreactie ingediend. Naar aanleiding van deze vooroverlegreactie is de waterparagraaf aangepast. De vooroverlegreactie van Waterschap Brabantse Delta is toegevoegd aan bijlage 7 van de afzonderlijke bijlagen. 6.3.2

Ontwerp

Het ontwerpbestemmingsplan ligt voor 6 weken ter inzage. Tijdens de ter inzage legging is het mogelijk om een zienswijze in te dienen. 6.3.3

Vaststelling

p.m.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 47 van 47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10597993/2