CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

07b Toelichting 1

commissie Economie Ruimtelijke Ordening en Milieu 12 oktober 2021, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012, Ettenseweg naast nr. 29 te Sprundel’15.540 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting

bestemmingsplan “Buitengebied Rucphen 2012, Ettenseweg naast nr. 29 te Sprundel” Planstatus: Datum: Plan identificatie:

ontwerp 2021-05-27 NL.IMRO.0840.9000B0050-ON01

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Toelichting

bestemmingsplan “Buitengebied Rucphen 2012, Ettenseweg naast nr. 29 te Sprundel” Planstatus: Datum: Plan identificatie:

ontwerp 2021-05-27 NL.IMRO.0840.9000B0050-ON01

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 2 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Colofon

Titel:

Bestemmingsplan “Buitengebied Rucphen 2012, Ettenseweg naast nr. 29 te Sprundel”

Ontwerp:

Molenzicht 2 4881 BW ZUNDERT Tel: 076-5990340 www.schoenmakersadvies.nl Contactpersoon:

S. Verheijen sabien@schoenmakers-ontwerp.nl

Projectnummer:

190490

Rapportnummer:

190490.01

Datum:

27 mei 2021

Status:

ontwerp

Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 3 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Toelichting Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 4 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................................. 6 1.1 Aanleiding .............................................................................................................................................. 6 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied ............................................................................................ 7 1.3 Vigerend bestemmingsplan ................................................................................................................... 7 1.4 Planvorm................................................................................................................................................ 8 1.5 Leeswijzer .............................................................................................................................................. 8

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie .................................................................................................................. 9 2.1 Ruimtelijke structuur ............................................................................................................................. 9 2.2 Functionele structuur ............................................................................................................................ 9

Hoofdstuk 3 Beleidskader......................................................................................................................... 11 3.1 Algemeen ............................................................................................................................................. 11 3.2 Beleid Europees en rijksniveau ............................................................................................................ 11 3.3 Beleid provinciaal niveau ..................................................................................................................... 13 3.4 Beleid gemeentelijk niveau ................................................................................................................. 20

Hoofdstuk 4 Planuitgangspunten ............................................................................................................. 31 4.1 Ruimtelijke structuur ........................................................................................................................... 31 4.2 Functionele structuur .......................................................................................................................... 31 4.3 Archeologie en cultuurhistorie ............................................................................................................ 31 4.4 Milieu- en overige aspecten ................................................................................................................ 33 4.5 Planbeschrijving ................................................................................................................................... 41

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten .............................................................................................................. 44 5.1 Algemeen ............................................................................................................................................. 44 5.2 Algemene toelichting verbeelding ....................................................................................................... 44 5.3 Algemene toelichting regels ................................................................................................................ 44

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid ................................................................................................................... 47 6.1 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................................ 47 6.2 Omgevingsdialoog .............................................................................................................................. 47 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...................................................................................................... 47

Afzonderlijke bijlagen 1. Landschappelijke inpassing 2. Vooronderzoek NEN 5725 en Verkennend bodemonderzoek NEN 5740, rapportnummer 2410.33.201.r1, Moerdijk Bodemsanering B.V., 12 februari 2020 3. Akoestisch onderzoek, rapportkenmerk VL.2005.R01, Kraaij Akoestisch Adviesbureau, 8 december 2020 4. Quickscan Wet Natuurbescherming, rapportnummer 2001-3, Maassen Ecologisch Advies en Onderzoek, 6 februari 2020 5. Archeologisch onderzoek, Transect, rapportnummer 2871, Transect, 7 december 2020 6. Standaardadvies Brandweer 7. Vooroverlegreacties 8. Brief & verslag omgevingsdialoog

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 5 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De provincie Noord-Brabant wil samen met gemeenten de veranderingen in het buitengebied dusdanig sturen dat bedreigingen worden omgezet in kansen. Gemeente Rucphen heeft de beleidsnota ‘Ruimte voor Ruimte, Visie op toepassing regeling’ opgesteld. De doelstelling van het beleid is dat de ruimtelijke kwaliteit wordt behouden en mogelijk versterkt. De ruimte voor ruimte regeling maakt het mogelijk woningen te bouwen buiten het reguliere woningbouwprogramma om. De bouw van nieuwe woningen op ruime kavels in delen van het buitengebied kan hierdoor mogelijk worden gemaakt, wanneer hiervoor agrarische bedrijfsgebouwen die in gebruik waren of zijn voor intensieve veehouderij, worden gesaneerd in combinatie met milieuwinst ter plaatse. De provincie Noord-Brabant heeft hiertoe richtlijnen vastgesteld in de beleidsnota Ruimte voor Ruimte 2006. In het bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, 4e herziening is op de verbeelding de aanduiding ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied 1’ opgenomen, op deze percelen is het onder voorwaarden toegestaan om de vigerende bestemming te wijzigen naar de bestemming ‘Wonen’ in het kader van de Ruimte voor Ruimte regeling.

De initiatiefnemer heeft het voornemen een woning op te richten in de zin van ruimte voor ruimte aan de Ettenseweg ongenummerd naast nummer 29 te Sprundel, deze locatie is op de verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012, 4e herziening aangeduid als ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied 1’. De locatie is opgenomen in de beleidsnota ‘Ruimte voor Ruimte, Visie op toepassing regeling’ en valt onder het gebied Munnikenheide. In de wijzigingsbevoegdheid is een inhoud van de woning opgenomen van maximaal 750 m³, het voornemen is om inhoud van de woning te vergroten tot 1.000 m³. Hiermee wordt aansluiting gezocht bij de provinciale regelgeving voor ruimte voor ruimte woningen. Omdat het initiatief hiermee in strijd is met de wijzigingsbevoegdheid dient een bestemmingsplanprocedure gevolgd te worden. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te kunnen maken is gekozen voor een bestemmingsplanprocedure ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, waarmee het ter plaatse vigerende bestemmingsplan partieel wordt herzien. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch kader.

Figuur 1: Uitsnede topografische kaart met de planlocatie

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 6 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied

De planlocatie ligt in het buitengebied van Sprundel en is gelegen aan de Ettenseweg. De planlocatie behoort tot de gemeente Rucphen. De gemeente Rucphen is gelegen in de provincie Noord-Brabant. De locatie is bekend onder de kadastrale gemeente RPN, sectie U met nummer 98. De oppervlakte van de planlocatie bedraagt circa 3481 m2.

Figuur 2: Planlocatie aangegeven op luchtfoto

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van de planlocatie vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 29 maart 2012. Daarnaast vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012, 3e herziening’ en ‘Buitengebied Rucphen 2012, 4e herziening’. De planlocatie heeft in het bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Agrarisch’ en de gebiedsaanduidingen ‘Overige zone – archeologische verwachtingswaarde - hoog’, ‘overige zone – bebouwingsconcentratie’, ‘overige zone – beperkingen veehouderij’, ‘overige zone – teeltondersteunende kassen toegestaan’, ‘vrijwaringszone – radar’ en ‘wetgevingzone – wijzigingsgebied 1’.

Figuur 3: Uitsnede verbeelding Bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 7 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.4

Planvorm

Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012, Ettenseweg naast nr. 29 te Sprundel’ is vervat in een verbeelding en regels en gaat vergezeld met een toelichting. 1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige situatie van het plangebied, waarbij onder andere de ruimtelijke en functionele structuur wordt beschreven. In hoofdstuk 3 van de toelichting wordt het vigerende beleid op Europees, Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau beschreven dat voor ontwikkeling van het plangebied relevant is. Hoofdstuk 4 beschrijft vervolgens de uitgangspunten en randvoorwaarden, die van belang zijn voor de ontwikkeling van het plangebied. Hierbij worden onder andere de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van water, natuur, luchtkwaliteit, archeologie en bodem beschreven. De juridische aspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid beschreven.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 8 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 2 2.1

Ruimtelijke structuur

2.1.1

Bebouwingsstructuur

Bestaande situatie

In de omgeving van de planlocatie zijn diverse agrarische bedrijven, woningen en bedrijven aanwezig. De woningen zijn vrijstaand gepositioneerd en vormen gezamenlijk een bebouwingslint met doorzicht naar het achterliggende landschap. 2.1.2

Wegenstructuur

De Ettenseweg is een lokale verbindingsweg gelegen in het buitengebied van Sprundel. De Ettenseweg mondt uit op de Vosdonkseweg. De Vosdonkseweg is een hoofdontsluitingsweg die Sprundel en St. Willebrord met bedrijventerrein Vosdonk verbindt. 2.1.3

Groen- en waterstructuur

De Ettenseweg wordt begeleid aan één zijde door een bomenrij. Verder bestaat de groenstructuur uit begroeiing langs de perceelsranden. Sommige woningen zijn door een groene kamer omkaderd. Verder bestaat de omgeving van de planlocatie voornamelijk uit cultuurgronden. De hoofdgroenstructuur is in figuur 4 weergegeven.

Figuur 4: Foto's bestaande situatie

2.2

Functionele structuur

2.2.1

Wonen

De functie wonen is veelal aanwezig als bedrijfswoningen (behorend bij de bedrijven uit paragraaf 2.2.3) en burgerwoningen. Hoofdzakelijk zijn de woningen vrijstaand gesitueerd en bestaan ze voornamelijk uit één tot anderhalve bouwlaag met kap.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 9 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

2.2.2

Maatschappelijke voorzieningen

In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen maatschappelijke voorzieningen gevestigd. 2.2.3

Bedrijven, horeca en detailhandel

In de omgeving van de planlocatie zijn een paar niet-agrarische bedrijven aanwezig. In de directe omgeving van de planlocatie is geen horeca en detailhandel gevestigd. Zie voor de functies, figuur 5.

Figuur 5: Functiekaart

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 10 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Algemeen

Bij het opstellen van een bestemmingsplan worden de beleidskaders van het rijk, provincie en gemeente uiteengezet. In het onderhavige bestemmingsplan is het relevante ruimtelijke beleid voor de locatie Ettenseweg naast nr. 29 opgenomen. 3.2

Beleid Europees en rijksniveau

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. In 2012 wordt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het de ruimtelijke doelen en uitspraken in de PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de agenda landschap, de agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. Het Rijk laat de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. De veranderde behoefte aan wonen en werken legt daarbij een extra druk op een markt waar de totale vraag afneemt: kwaliteit voor kwantiteit. De ambitie is dat in 2040 de woon- en werklocaties in steden en dorpen aansluiten op de (kwalitatieve) vraag en dat locaties voor transformaties en herstructurering zoveel mogelijk worden benut. In het SVIR zijn 13 nationale belangen opgenomen, hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Het Rijk zal bestemmingsplannen niet (tijdens de vaststellingsprocedure) toetsen op een correcte doorwerking van nationale ruimtelijke belangen. Wel zal het Rijk door middel van systeem- of themagerichte onderzoeken achteraf nagaan of bestemmingsplannen aan nationale wet- en regelgeving voldoen. In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequentie voor het plangebied. 3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordering (Barro) in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van Rijksbelang zijn, met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. In het Barro zijn voorlopig zes projecten beschreven: Mainport ontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie, Erfgoederen van uitzonderlijk universele waarde. Binnenkort volgen nog: hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, ecologische hoofdstructuur, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequentie voor het plangebied. De planlocatie ligt wel in de radarverstoringsgebieden behorend bij vliegbasis Woensdrecht en radarstation Herwijnen. In het bestemmingsplan is hiervoor de aanduiding ‘vrijwaringszone – radar’ opgenomen. Bij deze aanduiding behoren de volgende bouwregels:

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 11 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

a.

mogen binnen een afstand van 15 km van de radarantenne van Vliegbasis Woensdrecht geen gebouwen worden opgericht hoger dan de denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf de radarantenne op Vliegbasis Woensdrecht op 48 m + NAP, oplopend met 0,25 graden tot een hoogte van 113 m + NAP; b. geldt voor windturbines, in aanvulling op het bepaalde onder a en naast de bouwregels zoals opgenomen in de artikelen 3 tot en met 25, dat geen windturbines mogen worden opgericht met een tiphoogte hoger dan 90 m + NAP. De planlocatie ligt op een afstand van 22 kilometer van de radarantenne van Vliegbasis Woensdrecht, daarnaast omvat de ruimtelijke ontwikkeling op de planlocatie geen oprichting van een windturbine en blijft de hoogte van de woning ruim onder de toegestane eisen. Door de beoogde ontwikkeling worden radarbeelden niet verstoord. 3.2.3

Water

Het Nationaal Waterplan (NWP) In december 2009 heeft het kabinet het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan (NWP) is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet die met ingang van 22 december 2009 van kracht is. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Watertoets Met het ondertekenen van het Nationaal Bestuursakkoord Water (juli 2003) hebben de betrokken partijen (het Rijk, IPO, VNG en UvW) afgesproken de watertoets toe te passen bij alle nieuwe ruimtelijke waterhuishoudkundig relevante- plannen en besluiten op alle bestuursniveaus. De watertoets is met ingang van 1 november 2003 wettelijk verplicht voor structuurvisies, bestemmingsplannen, van de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) regelt een verplichte waterparagraaf in de toelichting bij de genoemde ruimtelijke plannen en het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 Bro met het waterschap.

De watertoets omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water is sinds december 2000 van kracht en is gericht op het realiseren van duurzaam waterbeheer. De Europese Kaderrichtlijn Water beoogt de bescherming van aquatische ecosystemen en het duurzaam gebruik van water. Daarvoor wordt de Kaderrichtlijn eerst in landelijke wet- en regelgeving omgezet. Momenteel wordt hier hard aan gewerkt. De Europese Kaderrichtlijn heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. In paragraaf 4.4.4 komt het aspect water aan bod voor de planlocatie. 3.2.4

Ecologie

Vanuit Europa is de bescherming van (plant en dier) soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. In Nederland is de natuurwetgeving verankerd in de Wet Natuurbescherming. Europese Vogel- en Habitatrichtlijn De Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn hebben tot doel de bescherming van (vogel)soorten en hun natuurlijke habitats. Elke lidstaat is verplicht om speciale beschermingszones (SBZ’s) aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: “Natura 2000”. Wanneer in een gebied bepaalde soorten voorkomen, of een bepaald percentage van de Europese populatie herbergt, dan komt dit gebied in aanmerking voor plaatsing onder de betreffende richtlijnen. De planlocatie valt in zijn geheel niet binnen de aangewezen Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijngebieden. Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 12 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming is een 'kaderwet'. Dat betekent dat er alleen algemene principes en verantwoordelijkheden in staan. De details zijn geregeld in een groot aantal algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Sommige bepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn het gevolg van afspraken op internationaal en Europees niveau, zoals de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en het CITESverdrag. Het aspect Flora en Fauna komt in paragraaf 4.4.8 aan bod. 3.2.5

Cultuurhistorie

Wet op de archeologisch monumentenzorg (nota belvedère) In de nota belvedère staat de instandhouding, versterking en verdere ontwikkeling van de cultuurhistorische identiteit bij ruimtelijke aanpassingen centraal. Hiertoe wordt een ontwikkelingsgerichte benadering voorgestaan, die bestaande kwaliteiten als vertrekpunt hanteert en deze combineert met een beschrijving van de recente cultuurgeschiedenis, dynamiek en ontwikkelingspotenties van een gebied. Het Europese verdrag betreffende de bescherming van het archeologische erfgoed is in 1992 in Valletta (Malta) ondertekend door de ministers van Cultuur van de landen aangesloten bij de Raad van Europa. Dit verdrag wordt het ‘Verdrag van Malta’ genoemd. Het verdrag van Malta heeft als hoofddoel archeologische resten in Europa te beschermen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed. In Nederland heeft het Rijk dit Verdrag in 2007 verankerd in nationale wet- en regelgeving middels de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is geen zelfstandige wet, maar een Wijzigingswet en betreft onder meer een herziening van de Monumentenwet 1988. De belangrijkste wijziging voor gemeenten is het feit dat archeologie sinds de invoering van de wet archeologie moet verankeren in het bestemmingsplan. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016).

Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2021 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Om invulling te geven aan deze gemeentelijk zorgtaak heeft de gemeente Rucphen de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeente inzichtelijk gemaakt door een gemeentelijke archeologiekaart op te stellen samen met de beleidsnota archeologie. Deze vormen samen het beleidsinstrumentarium dat als onderlegger voor elk bestemmingsplan geldt. Archeologie wordt behandeld in paragraaf 4.3. 3.3

Beleid provinciaal niveau

3.3.1

Interimstructuurvisie ‘Brabant in Ontwikkeling’

Met de inwerkingtreding van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant zijn deel A en B van de Interimstructuurvisie vervangen. Deel C blijft wel in stand. Deel C beschrijft de concrete ontwikkelprojecten Logistiek Park Moerdijk en Agro-Foodcluster (AFC) West-Brabant en geeft een onderbouwing van de locatiekeuze. Deel C heeft geen betrekking op de voorgestane planontwikkeling. 3.3.2

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 Noord- Brabant

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 (hierna: SVRO) in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De SVRO geeft aan welke ambities de provincie heeft en hoe zij deze wil realiseren. In de SVRO geeft de provincie aan hoe zij omgaat met de ruimtelijke opgave voor de periode tot 2025, met een doorkijk naar 2040.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 13 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De provincie heeft als sturingsfilosofie ‘samenwerken aan kwaliteit’: samen met andere overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties vormgeven aan een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant. Daarbij respecteert de provincie ieders rol. De provincie onderscheidt de volgende vijf rollen: 1. Ontwikkelen De provincie focust in haar ontwikkelingsgerichte rol op een aantal thematische opgaven en op een aantal gebieden. In gebieden waar sprake is van grote ruimtelijke dynamiek, botsende belangen en waar de ontwikkelingen een (inter)provinciale impact hebben, kiest de provincie voor een actieve rol. 2. Ordenen De provincie wil de duurzame ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant ordenen in robuuste ruimtelijke structuren. Dit zijn de groenblauwe-, de agrarische-, de stedelijke- en de infrastructuur. 3. Beschermen De provincie wil belangrijke en onvervangbare waarden beschermen. Voor de Ecologische Hoofdstructuur, de cultuur- en aardkundige waarden en de bescherming van de kernkwaliteiten in de nationale landschappen in Noord-Brabant stelt de provincie een beschermingsregiem op. 4. Regionaal samenwerken De provincie kiest voor regionale samenwerking en afstemming in vier regio’s. De provincie stimuleert de samenwerking tussen de gemeenten, Rijk en waterschappen in deze regio’s en legt afspraken vast in een strategische regionale agenda. 5.

Stimuleren Bij ruimtelijke ontwikkelingen gaat het niet alleen om de vraag waar welke ontwikkelingen gewenst zijn. Het gaat daarbij ook om de balans tussen de verschillende belangen, functies en kwaliteiten in een gebied. De provincie wil dat ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van NoordBrabant.

Figuur 6: Uitsnede structurenkaart locatie Ettenseweg naast 29, Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 14 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Uit figuur 6 blijkt dat de planlocatie gelegen is in het landelijk gebied, gemengd landelijk gebied. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie wil het volgende bereiken in het landelijke gebied: 1. Ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie 2. Ruimte voor agrarische ontwikkeling 3. Een duurzame land- en tuinbouw 4. Versterking van het landschap Binnen het landelijk gebied onderscheidt de provincie twee perspectieven: 1. gemengd landelijk gebied 2. accent agrarisch ontwikkeling De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is. De mate van menging varieert daarbij van de gebieden waarbinnen meerdere functies in evenwicht naast elkaar bestaan tot gebieden waar de land- en tuinbouw de dominante functie is. Binnen het gemengd agrarisch gebied is naast ruimte voor de land- en tuinbouw ook ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, bijvoorbeeld op vrijkomende locaties.

In de gebieden rondom steden en dorpen is daarbij meer ruimte voor de ontwikkeling van functies die zich richten op de inwoners van die kernen, in de gebieden rondom de Groenblauwe mantel is de ontwikkeling van functies meer afgestemd op het ondernemen in een groene omgeving en de versterking van natuur- en landschapswaarden. Binnen gemengd agrarisch gebied zijn sterke agrarische clusters aanwezig zoals voor de intensieve veehouderij, glasconcentratiegebieden, boomteelt en vollegrondsgroente. Bestaande ontwikkelingsmogelijkheden worden in beginsel gerespecteerd. In deze clusters wil de provincie de aanwezige agrarische functie behoeden voor verstoring. Daarom wil de provincie dat de menging van functies in deze agrarische clusters beperkt blijft. Aangezien de planlocatie gelegen is in een bebouwingsconcentratie binnen het gemengd landelijk gebied is de beoogde ontwikkeling niet in strijd met de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant. 3.3.3

Omgevingsvisie Noord-Brabant 2018

Op 14 december 2018 stelde Provinciale Staten van Noord-Brabant de Brabantse Omgevingsvisie vast. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet, welke in 2022 in werking zal treden. De Brabantse Omgevingsvisie beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Er wordt vanuit meerdere invalshoeken gekeken naar een ontwikkeling door de provincie: ▪ Een 'diepe' manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. ▪ Een 'ronde' manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen people, planet en profit. ▪ Een 'brede' manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. In de omgevingsvisie is één basisopgave benoemd: het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Daarnaast zijn er vier hoofdopgaven benoemd: ▪ werken aan de Brabantse energietransitie; ▪ werken aan een klimaatproof Brabant; ▪ werken aan Brabant als slimme netwerkstad; ▪ werken aan een concurrerende, duurzame economie.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 15 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Concrete doelen voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nog in de bestaande plannen van de provincie, bijvoorbeeld in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en het provinciale verkeers- en vervoersplan. De kwaliteit van de omgeving voor mens en natuur staat onder druk in verschillende delen van het landelijk gebied door meerdere factoren. Er is er sprake van een toenemende leegstand en bevolkingskrimp. Dat leidt tot economische, sociaal-culturele en ecologische schade. Er is extra aandacht voor een steeds verder toenemende leegstand doordat boeren stoppen, de leegkomende gebouwen verpauperen of een bron voor criminaliteit zijn. De sociale cohesie komt in het gedrang in het landelijk gebied. Voor het realiseren van één ruimte voor ruimte woning wordt een ruimte voor ruimte titel aangekocht, deze ruimte voor ruimte titel is gevormd door het slopen van stallen en het inleveren van fosfaat. Door het realiseren van de ruimte voor ruimte woning wordt een kwaliteits- en milieuwinst geleverd en voorkomen dat leegstaande stallen verpauperen. Hierbij sluit de ontwikkeling aan bij de omgevingsvisie. 3.3.4

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening. Dit zijn de: - Provinciale milieuverordening, gebaseerd op artikel 1.2 Wet milieubeheer; - Verordening natuurbescherming, gebaseerd op diverse artikelen uit de Wet natuurbescherming; - Verordening Ontgrondingen, gebaseerd op artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Ontgrondingenwet; - Verordening Ruimte, gebaseerd op artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening; - Verordening Water, gebaseerd op diverse artikelen in de Waterwet; - Verordening wegen, gebaseerd op artikel 57 Wegenwet en artikel 2a Wegenverkeerswet. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie.

Er heeft daarom ook geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moet worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. Deze beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er helemaal geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Op hoofdlijnen gaat het om: - een meer gebruiksvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minder losse bijlagen; - aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de Omgevingswet, bijvoorbeeld voor de grondwaterbeschermingsgebieden; - aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit. Het ontwerp van de Interim omgevingsverordening is in april vastgesteld. De Provinciale Staten heeft de Interim omgevingsverordening op 25 oktober 2019 vastgesteld. In figuur 7 is de uitsnede van de kaart behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant weergegeven voor de planlocatie. Uit figuur 7 blijkt dat de planlocatie is gelegen in het ‘Landelijk gebied’ met daarbij de aanduiding ‘Gemengd landelijk gebied’. Over de locatie liggen tevens de aanduidingen ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘Stalderingsgebied’.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 16 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 7: Uitsneden kaarten, Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Landelijk gebied, gemengd landelijk gebied In de Interim omgevingsverordening gelegen locaties binnen de afdeling ‘Vitaal platteland’ zijn de ontwikkelingsmogelijkheden geschetst voor het Landelijk gebied. In het landelijk gebied stimuleert de provincie het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen. Het landelijk gebied omvat een onderverdeling in de subzones ‘Gemengd landelijk gebied’ en ‘Groenblauwe mantel’. In veel gevallen bestaan er voor beide zones gelijke ontwikkelingsmogelijkheden. In die gevallen wordt gesproken over ‘Landelijk gebied’. Alleen als het nodig is onderscheid te maken, wordt in de betreffende regel gesproken over de subzones. Op de locatie Ettenseweg 29 is sprake van 'gemengd landelijk gebied'. Bij het aanwijzen van de bestemmingen dient de bestemming een uitwerking te zijn van de voorgenomen ontwikkeling en het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied en dient tevens bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit als bedoelt in Interim omgevingsverordening. Op de planlocatie is het voornemen om één ruimte voor ruimte woning te realiseren. In artikel 3.80 zijn specifieke regels opgenomen voor ruimte voor ruimte woningen. Hieronder is artikel 3.80 weergegeven.

Artikel 3.80 ruimte-voor-ruimte Lid 1 Een wijzigingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit;

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 17 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

b. c. d.

de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar.

Lid 2 Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als per ruimte-voor-ruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van deze veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; b. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn direct voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest; c. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen Veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij; d. er tenminste 1000 m² bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a. bedoelde veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m² op iedere beëindigingslocatie veehouderij; e. de ten behoeve van de onder a. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie van fosfaat aanwezig is; f. de rechten, bedoeld onder e.

moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die beëindigd; g. de omgevingsvergunning milieu voor de onder a. bedoelde veehouderij op iedere beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; h. een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a. bedoeld die in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluit; i. in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij. Lid 3 In afwijking van het tweede lid kan een wijzigingsplan voorzien in een ruimte-voor-ruimtekavel als deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. Lid 4 Het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat er in totaal 3500 ruimte voor ruimte kavels door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld.

Voor de locatie wordt een ruimte voor ruimte titel aangekocht, deze wordt separaat bij de provincie aangeleverd, gelijktijdig met onderhavig bestemmingsplan. Met deze titel wordt de aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst bewerkstelligd. De gemeente Rucphen heeft in het bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden aangegeven, waar ruimte voor ruimte woningen planologisch aanvaardbaar zijn. Deze locaties zijn gelegen in een bebouwingsconcentratie. De gemeente Rucphen heeft hiervoor een visie Ruimte voor ruimte opgesteld. De planlocatie Ettenseweg naast nr. 29 te Sprundel is in het vigerend bestemmingsplan opgenomen als wijzigingsbevoegdheid in het kader van ruimte voor ruimte. De ruimte voor ruimte kavel wordt landschappelijk ingepast. In bijlage 1 is het landschapsplan bijgevoegd. Voor de goede landschappelijke inpassing wordt hier kortheidshalve naar verwezen. Tevens is de landschappelijke inpassing geborgd in de regels van het bestemmingsplan, middels de bestemming ‘Groen-Landschapselement’ en een voorwaardelijke verplichting. Het betreft het ontwikkelen van één ruimte voor ruimte kavel, hierbij is geen sprake van een aanzet tot stedelijke ontwikkeling. Aanduiding: Beperkingen veehouderij De planlocatie ligt binnen de aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’. Binnen de verordening zijn regels opgenomen in artikel 3.51.

De beoogde ontwikkeling op de planlocatie heeft geen betrekking op nieuwe ontwikkelingen (vestiging of omschakeling naar) van een veehouderij. De regels hebben geen betrekking op het beoogde initiatief. Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 18 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Aanduiding: Stalderingsgebied De planlocatie ligt binnen de aanduiding ‘Stalderingsgebied’. Binnen de verordening zijn regels opgenomen in artikel 3.52 voor het stalderingsgebied. De beoogde ontwikkeling op de planlocatie heeft geen betrekking op nieuwe ontwikkelingen (vestiging of omschakeling naar) van een veehouderij. De regels van het stalderingsgebied hebben geen betrekking op het beoogde initiatief. Aanduiding: Teeltondersteunende kassen De planlocatie ligt binnen de aanduiding ‘Teeltondersteunende kassen’. Binnen de verordening zijn regels opgenomen in artikel 3.65. De beoogde ontwikkeling op de planlocatie heeft geen betrekking op nieuwe ontwikkelingen (vestiging of omschakeling naar) van teeltondersteunende kassen. De regels van de teeltondersteunende kassen hebben geen betrekking op het beoogde initiatief. Algemene regels: Bevordering ruimtelijke kwaliteit Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar een concrete invulling. Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving.

Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie; Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik: Doel van zorgvuldig ruimtegebruik is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in: ▪ dat een ruimtelijke ontwikkeling in beginsel plaatsvind binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, tenzij in de verordening uitdrukkelijk anders is bepaald; ▪ ingeval van stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); ▪ een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied bepaalt dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen binnen het bouwperceel worden opgericht en daarbinnen worden geconcentreerd.

De ruimte voor ruimte woning wordt in een bebouwingsconcentratie gerealiseerd, daarnaast wordt de nieuwe woning landschappelijk ingepast. Doordat de woning in een bebouwingsconcentratie wordt gebouwd, wordt de ruimte zorgvuldig gebruikt. Daarnaast wordt er een ruimte voor ruimte titel aangekocht voor het realiseren van de ruimte voor ruimte woning. Deze ruimte voor ruimte titel draagt bij aan de omgevingskwaliteit. Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. In hoofdstuk 4 ‘Planuitgangspunten’ worden effecten op bovenstaande waarden beschreven. Hieruit blijkt dat de relevante waarden op het plangebied en het gebied niet worden aangetast.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 19 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Artikel 3.8 meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Voor de realisatie van de ruimte voor ruimte woning wordt een ruimte voor ruimte titel aangeschaft. Deze titel wordt gevormd door 1.000 m² aan overtollige intensieve stallen te slopen en 3.500 kg fosfaat in te leveren elders in de provincie Noord-Brabant, in ruil hiervoor mag binnen een bebouwingsconcentratie een nieuwe woning opgericht worden. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied mogelijk maakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. De toelichting bij een bestemmingsplan bevat een motivering: a. van de wijze waarop de bedoelde verbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd; b. dat de verbetering past binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied. De bedoelde verbetering kan mede betreffen: a.

de landschappelijke inpassing van bebouwing, voor zover expliciet vereist op grond van deze verordening; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. activiteiten, gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. een fysieke bijdrage aan de realisering van de het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling op de locatie is een landschapsplan opgesteld, waardoor voldaan wordt aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. In bijlage 1 is het landschapsplan toegevoegd. Uit bovenstaande blijkt dat de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de regels uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3.5

Provinciaal Waterplan Noord-Brabant 2010-2015 ‘Waar water werkt en leeft’

Het provinciaal Waterplan is op 22 december 2009 in werking getreden. Het plan bevat het strategische waterbeleid van de provincie Noord-Brabant voor de periode 2010-2015. De provincie wil dat het water bijdraagt aan een gezonde omgeving voor mens, dier en plant, waarin men veilig kan wonen en waar ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen. In paragraaf 4.4.4 komt het aspect water aan bod voor de planlocatie. 3.4

Beleid gemeentelijk niveau

3.4.1

Structuurvisie Rucphen 2030

De gemeenteraad van Rucphen heeft bij besluit van 11 december 2013 de ‘Structuurvisie Rucphen 2030’ vastgesteld. In de ‘Structuurvisie Rucphen 2030’ geeft de raad zijn visie op de ruimtelijke ontwikkelingen. De visie gaat over de leefruimte van het gehele grondgebied van Rucphen. De structuurvisie is het richtinggevende ruimtelijke relevante afwegingskader. De Structuurvisie bestaat uit twee delen:

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 20 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1. Deel A, de beleidsvisie, bevat onze voornemens en ambities met betrekking op de toekomstige ruimte van Rucphen. 2. De projecten en de haalbaarheid ervan worden behandeld in deel B: het projectenplan. De visie heeft een looptijd tot 2030. Het projectenplan wordt regelmatig geactualiseerd. Visie - Landelijk gebied In het gevarieerd landelijk gebied van de gemeente Rucphen zijn landbouw, extensieve recreatie en beleefbare natuur de hoofdfuncties. Behoud en versterking van het gevarieerd landschap staat voorop. In figuur 8 is een uitsnede van de visiekaart behorende bij de structuurvisie Rucphen 2030 getoond. De planlocatie ligt in het ‘Agrarisch gebied met recreatief medegebruik, behoud cultuurhistorische landschappelijke en natuurwaarden’. In dit gebied zijn hoofdzakelijk de uitgangspunten dat er ruimte is voor de agrarische sector inclusief verbrede landbouw, mogelijkheden voor extensieve recreatie, behoud en herstel cultuurhistorische waarden en bebouwing, instandhouding van de bijzondere historisch structuur, behoud van zandpaden, aanleg van ecologisch verbindingen en het versterken van turfvaarten met ruigtestroken. Voor nieuwe ontwikkelingen geldt dat deze moeten passen binnen de koers van de structuurvisie en het beleid voor het bestemmingsplan Buitengebied. Daarnaast zullen nieuwe initiatieven gepaard moeten gaan met kwaliteitsverbetering van het buitengebied.

Figuur 8: Uitsnede structuurvisie, structuurvisie Rucphen 2030

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 21 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De ruimte voor ruimte woning op de locatie Ettenseweg naast nr. 29 is een (individuele) nieuwe ontwikkeling in het buitengebied van Sprundel. Individuele ontwikkelingen zijn niet opgenomen in de structuurvisie. De ruimte voor ruimte woning belemmert de ontwikkelingen die zijn opgenomen in de structuurvisie 2030 niet en past binnen het vigerende bestemmingsplan. Daarnaast vindt er op de kavel landschappelijk inpassing plaats, wat bijdraagt aan de kwaliteitsverbetering van het buitengebied. 3.4.2

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012’ en de daarop volgende herzieningen

De planlocatie heeft de bestemming ‘Agrarisch’ met daarbij de gebiedsaanduidingen ‘wetgevingzone wijzigingsgebied 1’, ‘overige zone - archeologische verwachtingswaarde hoog’, ‘vrijwaringszone - radar’, ‘overige zone - beperkingen veehouderij’ en ‘overige zone - teeltondersteunende kassen toegestaan’. In onderhavig plan worden bovengenoemde gebiedsaanduidingen overgenomen op de verbeelding met uitzondering van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – archeologische verwachtingswaarde hoog’, door middel van een archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen archeologisch waarden aanwezig zijn, zie voor verdere toelichting paragraaf 4.3. De bestemming ‘Agrarisch’ wordt gewijzigd naar de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Groen - Landschapselement’.

Figuur 9: Uitsnede bestemmingsplankaart bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemmingen in het plan te wijzigen, voor zover het gronden betreft ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1' in de bestemming 'Wonen', met dien verstande dat: a. maximaal één nieuwe woning mag worden gebouwd; b. de oppervlakte van het bouwperceel bedraagt minimaal 1.000 m²; c. de breedte van het bouwperceel bedraagt minimaal 30 m; d. de voorgevelbreedte van de nieuwe woning bedraagt maximaal 20 m; e. de afstand van de nieuwe woning tot de as van de weg bedraagt minimaal 15 m; f. de afstand van de nieuwe woning tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3 m; g. er is sprake van een goede landschappelijke inpassing die dient te worden aangetoond door het overleggen van een door het bevoegd gezag goedgekeurd landschaps- en onderhouds-, en beheerplan; de landschappelijke inpassing dient in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door het opnemen van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing'; h. er geen sprake is van een aantoonbaar onevenredige aantasting van in de omgeving aanwezige archeologische, landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische, bodem- en waterhuishoudkundige en milieuhygiënische waarden; i. er geen sprake is van een aantoonbaar onevenredige aantasting van de belangen van eigenaren en Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 22 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

j.

gebruikers van omliggende gronden en (agrarische) bedrijven; er dient te worden voldaan aan de bepalingen over ruimte voor ruimte zoals opgenomen in de artikelen 6.8. en 7.8. van de Verordening ruimte Noord-Brabant 2014 of diens opvolger.

Het onderhavige plan dient te voldoen aan bovenstaande regels: Ad a. Er wordt in totaal één woning opgericht op de locatie. Ad b. Het bouwperceel heeft een oppervlakte van circa 3.481 m². Ad c. De breedte van het bouwperceel bedraagt 81 meter. Ad d. De maximale voorgevelbreedte van 20 meter wordt in acht genomen. Ad e. De afstand van de nieuwe woning tot de as van de weg van minimaal 15 meter wordt in acht genomen. Ad f. De afstand van de nieuwe woning tot de perceelsgrenzen van minimaal 3 meter wordt in acht genomen. Ad g. Zie bijgevoegde landschappelijke inpassing. Ad h. Zie hoofdstuk 4, waarin ingegaan wordt op de milieu- en overige aspecten. Ad i. Zie hoofdstuk 4, waarin ingegaan wordt op de milieu- en overige aspecten. Ad j. Zie paragraaf 3.3.3. De wijzigingsbevoegdheid wordt voor de beoogde ontwikkeling als leidraad genomen. De ontwikkeling is in strijd met de wijzigingsbevoegdheid, de ontwikkeling betreft een ruimte voor ruimte woning met een inhoud van 1.000 m³ in plaats van 750 m³ zoals is opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid. De gemeente heeft de vermeerdering van de inhoud van de woning gekoppeld aan de oppervlakte van het perceel: 1000 m² 1100 m² 1200 m² 1300 m² 1400 m² 1500 m²

750 m³ 800 m³ 850 m³ 900 m³ 950 m³ 1000 m³

Het perceel op de locatie Ettenseweg heeft een oppervlakte van meer dan 1.500 m², dus er is een woning toegestaan met een inhoud van 1.000 m³. Daarnaast heeft de gemeente de voorwaarde dat er een kwaliteitsverbetering dient plaats te vinden om de woning te vergroten van 750 m³ naar 1.000 m³. Dit is in het bijgevoegde landschapsplan (bijlage 1) verwerkt. 3.4.3

Ruimte voor Ruimte, Visie op toepassing regeling

De beleidsnota ‘Ruimte voor Ruimte, Visie op toepassing regeling’ is vastgesteld door de gemeente Rucphen op 25 mei 2011. Deze visie bevat het ruimtelijk-landschappelijk kader ten behoeve van de afweging van de ruimte die kan worden geboden aan ruimte voor ruimte woningen. Een doorvertaling van het Ruimte voor Ruimte beleid heeft plaatsgevonden in het Bestemmingsplan ‘Buitengebied Rucphen 2012’. De verschillende potentiële locaties voor woningbouwmogelijkheden getoetst aan zowel ruimtelijklandschappelijke randwoorden als technische randvoorwaarden. Ruimtelijke-landschappelijke randvoorwaarden zijn: ▪ natuurfuncties; ▪ verkeer; ▪ cultuurhistorie; ▪ archeologie; ▪ landschap; ▪ ruimtelijk. Technische randvoorwaarden zijn: ▪ railverkeerslawaai;

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 23 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

wegverkeerslawaai; industrielawaai; externe veiligheid; agrarische bedrijven; leidingen; bodemkwaliteit; niet-agrarische bedrijven.

De bovengenoemde randvoorwaarden worden voor de planlocatie behandeld in hoofdstuk 4. De bebouwingsconcentratie ter hoogte van de Ettenseweg geeft ruimte voor een toevoeging van één woning, op de locatie Ettenseweg naast nr. 29. De concentratie bestaat uit een lintvormige cluster met een gevarieerde opbouw van agrarische bedrijven en burgerwoningen.

Figuur 10 Bebouwingsmogelijkheden

De planlocatie is aangegeven als mogelijk te bebouwen gebied. Voor de ruimte voor ruimtekavels gelden de onderstaande beeldkwaliteitseisen. Kavel: ▪ minimaal 30 meter breed; ▪ bij grotere kavelbreedte bebouwing maximaal 20 meter; ▪ maximaal 50% bebouwen; ▪ lengte variabel, afstemming op aangrenzende percelen; ▪ minimaal oppervlak 1000 m²; ▪ maximaal 2 woningen per bouwlocatie. Situering woning: ▪ oriëntatie op de weg; ▪ voorste rooilijn achter die van aangrenzende bebouwing in directe omgeving; ▪ achterste rooilijn niet verder dan die van bebouwing in directe omgeving; ▪ hoofd- en bijgebouwen bij voorkeur aaneen gebouwd; ▪ minimaal 5 meter uit de zijdelingse perceelgrens of erfbeplanting. Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 24 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Beplanting: ▪ opgaande beplantingsstrook van minimaal 5 meter breedte op beide zijdelings en achterste perceelgrenzen; ▪ streekeigen inheemse beplanting toepassen; ▪ voortuin minimaal 60% groen. Parkeren: ▪ volledig op eigen terrein; ▪ minimaal ruimte voor 2 parkeerplaatsen. Bouwvorm: ▪ goothoogte maximaal 4 meter; ▪ kap verplicht; ▪ dakhelling minimaal 40°; ▪ voorkeur langskap; ▪ nokhoogte maximaal 10 meter; ▪ massa maximaal 750 m3. Architectuur: ▪ afstemming op directe omgeving; ▪ voorkeur voor baksteen of hout voor gevels; ▪ dak voorkeur gebakken pannen of riet; ▪ geen lichte kleuren en geglazuurde materialen toepassen; ▪ materiaalkeuze in overleg met welstandscommissie. Procedure: ▪ initiatief melden bij gemeente; ▪ eventueel nadere eisen stellen; ▪ vooroverleg met welstand over schetsontwerp; ▪ beplantingsplan; ▪ beoordeling welstand; ▪ planologische procedure/bouwvergunning.

Figuur 11: Kavelindeling en situering, RvR, Visie op toepassing regeling

In paragraaf 4.5 worden de bovengenoemde beeldkwaliteitseisen op de planlocatie omschreven. Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 25 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

3.4.4

Landschapsontwikkelingsplan (LOP)

Het LOP is een plan om sturing te kunnen geven aan komende (voorzienbare) ontwikkelingen in het buitengebied. Tegelijkertijd geeft het een handvat om de wenselijkheid van onvoorzienbare ontwikkelingen te kunnen beoordelen. Het landschapsontwikkelingsplan is een uitwerking van de Structuurvisie Plus, ook dit plan heeft een globaal karakter. De hoofd- en deelkeuzes die de gemeente voorstaat zijn in het plan verwoord en verbeeld. Bij de verdere uitwerking van het landschapsontwikkelingsplan dient steeds onderzocht te worden hoe deze keuzes vertaald kunnen worden naar concrete uitvoering in het veld.

Figuur 12: Deelgebied Het Oosten, LOP

Deelgebied Het Oosten Karakteristiek Het gebied ten oosten van de kernen bestaat hoofdzakelijk uit oude besloten zandontginningen, met als uitzondering het gebied ten zuiden van de Blikloop, dat kan worden gekarakteriseerd als coulisselandschap. De reliëfrijke ondergrond en de grillige waterhuishouding hebben een belangrijke rol gespeeld in de wijze van ontginning van het landschap. Op de relatief hogere gronden zijn monumentale boerderijen en oude bolle akkers terug te vinden. Vanaf deze plekken zijn in een later stadium de lager gelegen delen in cultuur gebracht. Opgaven voor het landschap Behouden, versterken en aanvullen lijnvormige beplantingselementen.

Bestemmingsplan toelichting 190490

Pagina 26 van 47

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De beoogde ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast. In paragraaf 4.5.4 komt de landschappelijke inpassing aan bod. De planlocatie wordt landschappelijk afgerond middels een struweelhaag lang de westzijde van het perceel en voldoet hiermee aan de opgaven voor het landschap uit het LOP. 3.4.5

Structuurvisie Landschap

De gemeente Rucphen beschikt reeds over een Landschapsontwikkelingsplan (LOP). Hierin wordt het ideaalbeeld van het Rucphense landschap geschetst en zijn projecten benoemd om dit ideaalbeeld te kunnen bereiken. Het LOP vormt de basis voor de structuurvisie. De Structuurvisie Landschap geldt niet als toetsingskader voor nieuwe initiatieven maar fungeert uitsluitend als aanvulling op en actualisering van het LOP en geldt als naast de meer algemene Structuurvisie-plus als specifieke op het landschap gerichte structuurvisie. Deze structuurvisie heeft het primaire doel economische activiteiten in het buitengebied bij bouw- en gebruiksaanvragen te koppelen aan zorg en kwaliteit van het landschap conform het ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ principe uit de provinciale Ruimtelijke verordening. Om het ideaalbeeld uit het LOP te kunnen bereiken mogen de ruimtelijke kenmerken van de deelgebieden niet worden aangetast maar dient het landschap te worden hersteld en versterkt. Ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van het landschap heeft de gemeente Rucphen landschapspakketten per deelgebied opgesteld waarin wordt aangegeven welke landschapselementen toegepast kunnen worden om het deelgebied afhankelijke landschap te kunnen versterken. De planlocatie Ettenseweg naast nr. 29 ligt in het deelgebied ‘Het Oosten’.

Voor dit deelgebied zijn diverse landschapspakketten toepasbaar, kwaliteitsverbetering van het landschap in de zin van de Interim omgevingsverordening is niet van toepassing. Voor de landschappelijke inpassing is gekozen voor een ‘knipscheerheg en landschapsbomen’, deze landschapselementen zijn opgenomen voor het deelgebied. 3.4.6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10597993/2