CConstaterende datRucphen
Koppel je AI →
Document · PDF

07b Rapportage Actualisatie IHP kern Rucphen april 2025 1

commissie Maatschappelijke Aangelegenheden 26 mei 2025, gemeente RucphenBij agendapunt: Raadsvoorstel Actualisatie Integraal Huisvestingsplan Rucphen - kern Rucphen11.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Actualisatie Integraal Huisvestingsplan Rucphen – kern Rucphen Rapportage

Opdrachtgever Gemeente Rucphen

Datum 17 april 2025

Referentienummer 2210450/20250417/SKSOOD

Auteur(s) Onno Damen, Stijn Olthof, Sandra Kolen

│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

3

2.

Visie IHP kern Rucphen

4

3.

Demografie kern Rucphen en leerlingenontwikkeling

8

4.

5.

6.

3.1

Herkomst huidige leerlingen

8

3.2

Ontwikkeling woningbouw en leerlingenprognose

10

Scenario’s

13

4.1

Omvang huidige locaties en reflectie

14

4.2

Locatie Sint Martinus

15

4.3

Locatie KC de Expeditie

18

4.4

Locatie Noordwest Rucphen

21

4.5

Locatie bij Munnikenheide College

23

4.6

Overzicht afwegingskader locaties

27

Financiën

29

5.1

Uitgangspunten

29

5.2

Indicatieve investeringskosten

30

Vervolgstappen

32

De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B.V.

www.icsadviseurs.nl

1. Inleiding De gemeente Rucphen heeft een geldend Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor de gehele gemeente. Voor de kern Rucphen, en meer specifiek het basisonderwijs, is een actualisatie van het IHP gewenst. Gemeenten, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties zijn de afgelopen periode met elkaar in gesprek geweest om tot de actualisatie te komen van het IHP voor de kern Rucphen. Concreet gaat het om de toekomstige huisvesting van basisschool Sint Martinus en Kindcentrum de Expeditie (voorheen Het Palet). Voor beide organisaties geldt dat het om zowel onderwijshuisvesting als huisvesting voor aangesloten kinderopvangorganisaties en eventuele plusfuncties gaat. In dit document komen de volgende zaken aan de orde die een opmaat vormen om tot een keuze te komen voor de toekomstige huisvesting, namelijk: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Visie IHP en actualisatie; Demografische ontwikkeling kern Rucphen en leerlingenontwikkeling; Verkenning mogelijke scenario’s; Financiën; Vervolgstappen.

Voor de visie wordt uitgegaan van de bestaande visie van het geldende IHP en er wordt beschreven waar deze actualisatie behoeft. Deze visie vormt mede de opmaat naar het afwegingskader voor de mogelijke scenario’s. Vervolgens wordt gekeken naar de leerlingenontwikkeling en de herkomst van leerlingen. Uiteindelijk vertaalt zich dat in verkenning van mogelijke scenario’s. De mogelijke scenario’s zijn vervolgens financieel vertaald. Afsluitend worden de te nemen vervolgstappen beschreven.

www.icsadviseurs.nl

3/33

2. Visie IHP kern Rucphen Het IHP Rucphen uit 2019 bevat een visie voor onderwijs en onderwijshuisvesting. De belangrijkste en meest relevante onderdelen van deze visie zijn hier herhaald. De visie is op enkele onderdelen aangevuld. Visie op onderwijs De visie op onderwijs vormt de basis voor de visie op onderwijshuisvesting. De toekomst van het Rucphense kind staat hierin centraal. In het onderwijs groeien kinderen op en ontwikkelen ze zich. Samenwerken is een belangrijk onderdeel in de ontwikkeling van het Rucphense kind. Dit gaat zowel over samenwerking tussen leerlingen op school als over samenwerken buiten de onderwijslocaties, zoals in de opvang, het voortgezet onderwijs, sportvoorzieningen en andere verenigingen. De huisvesting moet bijdragen aan het ontwikkelen van een kansrijke situatie voor het Rucphense kind. De toekomstige huisvesting kan hier een bijdrage aan leveren. Een goede ligging kan ervoor zorgen dat er verbindingen kunnen worden gelegd die samenwerken faciliteren. Type maatregelen In het IHP uit 2019 zijn een vijftal maatregelen voor de gebouwen onderscheiden. Hiervan zijn twee maatregelen mogelijk van toepassing voor de toekomstige huisvesting van Kindcentrum de Expeditie (KC de Expeditie) en Sint Martinus, namelijk: (1) levensduur verlengende renovatie (inclusief verduurzaming) of (2) vervangende nieuwbouw.

In het IHP uit 2019 was voor beide scholen voor de ingreep 2026 opgenomen als uitvoeringsjaar. Bij beide scenario’s hebben de gemeente en het schoolbestuur een gedeelde verantwoordelijkheid. Deze gedeelde verantwoordelijkheid bestaat uit een investering door beide partijen. Uitgangspunt is dat de schoolbesturen een eenmalige investering doen die ze door middel van lagere exploitatielasten terugverdienen. Voor de bijdrage van het schoolbestuur geldt dat deze een redelijke terugverdientijd moet hebben en dat deze passend moet zijn binnen het Onderwijsaccountantsprotocol. Bij de planvorming dient met een businesscase te worden bepaald of de bijdrage van het schoolbestuur haalbaar is. In het bestaande IHP zijn de twee mogelijke maatregelen als volgt beschreven en deze maatregelen vormen het vertrekpunt. Bij nieuwbouw is de gemeente verantwoordelijk voor de bekostiging van een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) en overige wettelijke voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen. De schoolbesturen kunnen bijdragen aan het behalen van de duurzaamheidsambities via een bijdrage. Zo kan een Energie Neutraal Gebouw (ENG) worden gerealiseerd. De gemeente kan, onder vast te stellen voorwaarden, schoolbesturen door middel van een financieel arrangement ondersteunen bij de bekostiging van deze bijdrage met een terugbetaalverplichting.

Uitgangspunt voor renovatie is dat het een gelijkwaardig alternatief vormt voor (vervangende) nieuwbouw. De afweging voor (levensduurverlengende) renovatie wordt gemaakt wanneer een gebouw 40 jaar in gebruik is geweest zonder grootschalige tussentijdse investeringen. Voor renovatie geldt 70% van de norm van nieuwbouw als budget voor de bouwkosten. De gemeente en het schoolbestuur maken een gerichte afweging van de te nemen maatregelen voor een renovatie. Een belangrijk onderdeel hiervan zijn de kosten. Indien de kosten te veel oplopen kan vervangende nieuwbouw de te prefereren keuze zijn in verband met het halen van maximaal rendement uit inzet van maatschappelijke middelen (lees: lage structurele lasten).

www.icsadviseurs.nl

4/33

Voorstel actualisatie: Voor (vervangende) nieuwbouw is het kader om een BENG-gebouw te realiseren. In beginsel is het zo dat de gemeente zorgdraagt voor het realiseren van een gebouw dat voldoet aan BENG, aardgasloos en Frisse Scholen klasse B. Met Frisse Scholen klasse B wordt de kwaliteit van de gebouwen gewaarborgd wat betreft energie, luchtkwaliteit, temperatuur, licht en geluid. De schoolbesturen kunnen de stap van BENG naar ENG bekostigen mits er sprake is van een redelijke terugverdientijd en het passend is binnen de onderwijswetgeving. De afschrijvingstermijn voor vervangende nieuwbouw is 40 jaar. Voor levensduurverlengende renovatie is het voorstel om de term ‘vernieuwbouw’ te hanteren. Dit sluit aan op de veranderende regelgeving. Vanuit de rijksoverheid wordt gewerkt naar het toevoegen van vernieuwbouw als voorziening in de onderwijshuisvesting*. Vernieuwbouw wordt daarbij beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw, waarbij het bestaande gebouw op kwalitatief hoog niveau wordt verbeterd. Zo wordt de levensduur met minimaal 40 jaar verlengd en wordt deze tegelijkertijd duurzamer en onderhoudsarmer gemaakt. Aangezien vernieuwbouw als gelijkwaardig alternatief wordt gezien, gelden dezelfde ambitieuze eisen als bij nieuwbouw. Sinds 2020 is het wettelijk verplicht om bij nieuwbouw te voldoen aan BENG-eisen.

Naast deze wettelijke eis wordt gestreefd om, indien mogelijk, te voldoen aan ENG. In de afweging of vernieuwbouw relevant is wordt gekeken naar: ▪ ▪ ▪ ▪

Functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten bij onderwijsconcept). Technische staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen. Ruimtelijke staat. Verduurzaming van het gebouw (benaderen ambitie BENG).

In de afweging voor nieuwbouw of vernieuwbouw dient er ook aandacht te zijn voor de locatie (in de wijk/kern en leerlingenprognoses) en ambities op het gebied van binnenklimaat en duurzaamheid. Voor vernieuwbouw wordt uitgegaan van een afschrijvingstermijn van 40 jaar. Voor de investeringskosten wordt uitgegaan van een investering die gelijk of nagenoeg gelijk is aan (vervangende) nieuwbouw, mede gebaseerd op recente ervaringen in relatie tot de eisen die worden gesteld. *Na het vaststellen van de wet moeten de verschillende ingrepen en bijbehorende terminologie op de juiste manier landen in de verordening.

Duurzaamheidseisen Een belangrijke kanttekening die actualisatie behoeft betreft het aspect duurzaamheid. Met het Klimaatakkoord zijn de duurzaamheidseisen gewijzigd. Bij het vastgestelde IHP Rucphen uit 2019 was BENG nog geen verplichting, maar daar was al wel op voorgesorteerd. Inmiddels is BENG bij nieuwbouw wettelijk verplicht. Daarnaast is vanuit besluitvorming in Europa een wijziging op komst in de verplichting. Dit betekent dat voor nieuwbouw vanaf 2027 ENG wordt verplicht. Verder dient vanaf 2030 50% van de projecten circulair te worden gerealiseerd.

www.icsadviseurs.nl

5/33

Voorstel actualisatie: Voor (vervangende) nieuwbouw is het voorstel, in afwachting van de nieuwe regelgeving, om uit te gaan van BENG. Daarnaast is het streven om aandacht te hebben voor de stap naar ENG en circulariteit bij de realisatie. Dit is nog niet verplichtend op te leggen omdat hier nog geen definitieve richtlijnen en wetgeving voor zijn. Tot 2027 is het uitgangspunt dat schoolbesturen waar mogelijk bijdragen aan het behalen van de duurzaamheidsambities. Voor deze bijdrage geldt dat deze mogelijk is, mits het een exploitatiegerichte investering betreft met een redelijke terugverdientijd. Door de nieuwe regelgeving verandert dit mogelijk na 2027. Hoe de regelgeving er precies uit gaat zien is nog niet duidelijk. Partijen blijven met elkaar in gesprek om de haalbaarheid en betaalbaarheid van de projecten en afspraken reëel te houden.

Investeren in huisvesting voor kinderopvang In het huidige IHP zijn ook afspraken opgenomen voor het investeren in huisvesting voor kinderopvang. Voor scenario’s waarin nieuwbouw of renovatie aan de orde zijn, kan de gemeente in het gebouw de ruimte voor de kinderopvang financieren. De opvangorganisatie betaalt de investering terug via een huurvergoeding (ter compensatie van de door de gemeente gemaakte kosten). Deze huurvergoeding wordt samen met het ruimtegebruik vastgelegd in een overeenkomst tussen het schoolbestuur en de opvangorganisatie. De conceptovereenkomst wordt voorgelegd aan de gemeente, waarna deze schriftelijk instemt met de overeenkomst. Hierdoor ontstaat een driedelige overeenkomst. Het sluiten van deze overeenkomst is een voorwaarde voordat er door de gemeente een investering wordt gepleegd. Vanuit het IHP heeft de gemeente enkele randvoorwaarden opgelegd waaraan in geval van een investering in de huisvesting van kinderopvang moet worden voldaan. De gemeente heeft de voorkeur om het eigendom van een kindcentrum bij één partij te leggen en daarmee geen Vereniging van Eigenaren (VvE) te hoeven oprichten. De eigenaar is verhuurder en bepaalt de huurprijs. Bij een gemeentelijke investering moet de huurprijs minimaal kostprijsdekkend zijn. Doorgaans wordt hier een scope van 40 jaar voor gehanteerd.

Bij investeringen in bestaande gebouwen of bij renovaties gelden in beginsel dezelfde principes. De gemeente dient te worden gecompenseerd voor eventuele investeringen (op basis van een aantoonbaar gepleegde investering ten behoeve van de kinderopvang). Didam-arrest Rondom het investeren in huisvesting speelt de uitkomst van het Didam-arrest. De consequenties van het Didam-arrest dienen in de verdere uitwerking van de plannen te worden meegenomen. Jurisprudentie ten aanzien van het Didam-arrest wordt nauwlettend gevolgd, zodat deze inzichten in het beleid kunnen worden meegenomen. Uitgangspunt voor het IHP is dat het schoolbestuur zijn eigen opvangpartner kiest.

Plusfuncties en waarde creëren voor de toekomst Tijdens de werkbijeenkomst met alle gebruikers en de gemeente voor de update van IHP voor de kern Rucphen was de conclusie dat er met de onderwijshuisvestingsvoorzieningen waarde moet worden gecreëerd voor de toekomst van de leerlingen. Enkel gebouwen neerzetten voor onderwijs is daarbij niet voldoende. Door voorzieningen en functies bij elkaar te plaatsen kunnen kinderen zich optimaal ontwikkelen. Dit gaat om plusfuncties die kinderen verder ondersteunen in hun ontwikkeling, bijvoorbeeld de kinderopvang, logopedie, een bibliotheek of het realiseren van extra spreekkamers. Hiermee is ook het streven om voorzieningen te realiseren die meer aansluiting hebben bij hedendaags en passend onderwijs. Voor de plusfuncties wordt in een vroeg stadium tijdens het realisatieproces, bijvoorbeeld bij het opstellen van een businesscase, bekeken welke functies (vanuit inhoud beredeneerd) worden toegevoegd.

www.icsadviseurs.nl

6/33

De onderbouwing hiervan is een gezamenlijke inspanning van onderwijs, opvang, gemeente en een betrokken ‘plusorganisatie’. Indien een plusfunctie wordt gehuisvest is bekostiging hiervan op basis van een kostprijsdekkende huurafspraak aan de orde, gelijk bij investeringen in huisvesting voor kinderopvang. Inclusiever onderwijs Sinds 1 augustus 2014 hebben scholen de zorgplicht om een passende onderwijsplek voor ieder kind te realiseren. Kinderen gaan in principe naar het regulier onderwijs, waar ze worden uitgedaagd op basis van hun mogelijkheden en onderwijsbehoeften. Wanneer de zorgbehoefte toeneemt en/of scholen niet tegemoet kunnen komen aan de zorgbehoefte, is de school verantwoordelijk om in overleg met ouders een passend onderwijsaanbod binnen de regio te realiseren. Kansengelijkheid voor alle leerlingen is belangrijk. De ambitie is om zo veel mogelijk kinderen les te geven binnen het regulier onderwijs. Passend en inclusiever onderwijs vraagt om een ander (flexibel) ruimtegebruik. In ruimtes moet zelfstandig, in groepen of onder begeleiding kunnen worden gewerkt. Daarnaast moeten deze ruimtes ook bruikbaar zijn voor externe begeleiders of zorgaanbieders.1 Voorstel actualisatie: In het onderwijs staat de ontwikkeling van inclusiever onderwijs op gespannen voet met de normatieve vierkante meters.

Deze ontwikkeling heeft namelijk invloed op de ruimtebehoefte- en vraag vanuit het onderwijs. Dit om zo meer ruimte te geven aan begeleiding/onderwijs (bijvoorbeeld vanuit school en/of jeugdhulp) maar ook zodat kinderen tot rust kunnen komen in een aparte ruimte. Voorstel is om deze groeiende ruimtevraag op te lossen door bij PO-scholen extra ruimte te realiseren. In een bestaand gebouw met overmaat kan de leegstand worden ingezet, maar bij nieuwbouw ‘die aan de maat’ gemaakt wordt, bestaat die mogelijkheid niet. Hiervoor is een beleidsregel van ‘extra meters’ een mogelijkheid om het onderwijs tegemoet te komen. Dit betekent dat voor PO-scholen bij nieuwbouw en renovatie extra vierkante meters boven op de normatieve vierkante meters worden gerealiseerd. Dit geeft de mogelijkheid om meer overlegplekken en spreekkamers te realiseren. Deze extra meters zijn geen recht maar worden alleen gerealiseerd na een gedegen onderbouwing. De extra meters worden gerealiseerd op kosten van de gemeente. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor alle exploitatiekosten. Deze maatregel geldt voor alle nieuwe initiatieven, zoals (vervangende) nieuwbouw en levensduurverlengende renovatie, maar niet voor bestaande gebouwen waarin vanuit de gemeente geen investering plaatsvindt. De concrete vertaling van dit voorstel gebeurt op projectniveau en is onderdeel van de businesscase.

1 Er is een onderzoeksrapport van Oberon in opdracht van de overheid die meer invulling geeft aan inclusiever onderwijs en

schoolgebouwen. Deze rapportage is op dit moment nog niet openbaar omdat hij nog moeten worden aangeboden aan de Tweede Kamer. Zodra deze openbaar is, kan de inhoud meegenomen worden in de huisvestingsprojecten die binnen de gemeente Rucphen voortkomen uit het IHP.

www.icsadviseurs.nl

7/33

3. Demografie kern Rucphen en leerlingenontwikkeling Dit hoofdstuk kijkt naar de herkomst van de leerlingen van Sint Martinus en KC de Expeditie in de gemeente. Zo kunnen de posities van de locaties in het dorp in beeld worden gebracht. Bovendien kan er worden gekeken naar wat dit mogelijk betekent voor de toekomstige scenario’s, ook in relatie tot de herkomst van leerlingen. Daarnaast is de ontwikkeling van de woningvoorraad en de daaruit volgende ontwikkeling van de leerlingenaantallen beschreven.

3.1 Herkomst huidige leerlingen De locaties zijn een belangrijk onderdeel voor de toekomstige scenario’s van de onderwijsvoorzieningen in de kern Rucphen. De locaties van deze schoolgebouwen zijn belangrijk in relatie tot waar de leerlingen vandaan komen. In deze paragraaf is voor beide scholen bekeken en vervolgens vergeleken waar de leerlingen vandaan komen. Sint Martinus Verreweg het grootste gedeelte van de leerlingen van Sint Martinus woont in de kern Rucphen (figuur 1). Er zijn leerlingen die net buiten de kern wonen of in een andere kern dichtbij, maar dit zijn er vele malen minder dan in de kern zelf. In de kern Rucphen zitten de leerlingen van Sint Martinus verspreid over de gehele kern. In alle delen van de kern zijn ongeveer gelijke aantallen te vinden van de school.

Figuur 1. geconcentreerde herkomst leerlingen Sint Martinus in de gemeente Rucphen (juli, 2023)

www.icsadviseurs.nl

8/33

Figuur 2. verspreide herkomst leerlingen Sint Martinus in de kern Rucphen (juli, 2023) KC de Expeditie De leerlingen van KC de Expeditie komen voor het grootste gedeelte uit de kern Rucphen. Echter is op figuur 3 te zien dat ook een deel van de leerlingen uit Sint Willibrord komt. In tegenstelling tot Sint Martinus gaat dit relatief gezien om een groter deel. Kijkend naar de kern Rucphen zelf, is te zien dat de leerlingen van KC de Expeditie verspreid over de hele kern zitten. Alleen in de directe omgeving van Sint Martinus lijkt dit minder te zijn.

Figuur 3: verspreide herkomst leerlingen KC de Expeditie in de gemeente Rucphen (juli, 2023)

www.icsadviseurs.nl

9/33

Figuur 4: herkomst leerlingen KC de Expeditie in de kern Rucphen Figuur 5 laat de herkomst van leerlingen in de kern van beide scholen zien en vergelijkt deze. Duidelijk is te zien dat beide scholen leerlingen hebben die vanuit de hele kern komen.

Figuur 5: vergelijking herkomst leerlingen van beide scholen in de kern Rucphen

3.2 Ontwikkeling woningbouw en leerlingenprognose In de komende jaren (tot 2040) worden er veel nieuwe woningen in Rucphen gerealiseerd. Tabel 1 laat de groei van de woningvoorraad zien zoals deze is opgenomen in de leerlingenprognose 2. Tot 2034 groeit de woningvoorraad in de kern Rucphen met 11%. In de andere kernen van de gemeente groeit de woningvoorraad minder. De ontwikkeling van de wijk Hofstede zit in de afrondende fase. Verder zijn er plannen voor Rucphen Noordwest en Noordoost. De plannen voor Rucphen Noordwest zijn het verst gevorderd in de planvoorbereiding. De verwachting is dat in Rucphen Noordwest tussen de 250 en 270 woningen worden gerealiseerd. In Rucphen Noordoost wordt na realisatie van Rucphen Noordwest voorzien in een substantiële uitbreiding van het aantal woningen. De totale ontwikkeling van de woningvoorraad ligt daarmee hoger dan de leerlingenprognose.

2 Pronexus heeft in mei 2023 de leerlingenprognose aangeleverd.

www.icsadviseurs.nl

10/33

Kern

2023

2026

2029

2032

2035

2038

Verschil

Rucphen

2.193

2.286

2.375

2.459

2.459

2.459

11%

Tabel 1: groei woningvoorraad in de kern Rucphen De groei in de woningvoorraad in de kern Rucphen is terug te zien in de doelgroep basisonderwijs van de kern en de gemeente (zie tabel 2). De groei in het aantal woningen is echter groter dan de ontwikkeling van de doelgroep basisonderwijs. Dit komt mogelijk door vergrijzing van het dorp en de gemeente. Tabel 2 laat daarnaast zien dat de doelgroep basisonderwijs groeit tot 2032 en daarna weer afneemt. Kern

2023

2026

2029

2032

2035

2038

Verschil

Rucphen

384

405

416

418

407

399

4%

1.806

3%

Hele 1.762 1.875 1.913 1.891 1.829 gemeente Tabel 2: ontwikkeling doelgroep basisonderwijs in kern en gemeente Rucphen

Tabel 3 toont de totale leerlingenprognose van Sint Martinus en KC de Expeditie3. Op het moment dat de prognose werd opgesteld, waren de leerlingenaantallen uit de 1 oktobertelling van 2022 (weergegeven onder 2023) bekend. Inmiddels zijn ook de tellingen van 1 oktober 2023 en 2024 beschikbaar. Deze zijn weergegeven onder 2024 en 2025 respectievelijk. De leerlingenprognose laat richting 2038 bij KC de Expeditie een groei zien van 9%, terwijl het leerlingenaantal bij Sint Martinus in 2038 gelijk is aan het leerlingenaantal in 2023. Beide scholen volgen een vergelijkbare trend als die van de totale doelgroep voor het basisonderwijs binnen de gemeente (tabel 2). Het leerlingenaantal groeit tot 2032 en vervolgens neemt het weer af. KC de Expeditie had op 1oktober 2024 een leerlingenaantal van 129. Sint Martinus had op 1 oktober 2024 een leerlingenaantal van 281 leerlingen (weergegeven onder 2025). Hiermee liggen de huidige leerlingenaantallen van beide scholen hoger dan de prognose. De prognose voor Sint Martinus in 2025 was 249 leerlingen en voor KC de Expeditie was de prognose 124 leerlingen. Telwaarden Kern Sint Martinus KC de Expeditie Totaal

Prognosecijfers

2023

2024

2025

2026

2029

2032

2035

2038

Verschil t.o.v. 2023

253

245

281

255

262

264

257

253

0%

117

120

129

128

132

133

129

128

9%

370

365

410

383

394

397

386

381

3%

Tabel 3: ontwikkeling leerlingenaantal van beide scholen en totaal

3 Op het moment van schrijven is het niet mogelijk de leerlingenprognoses nog te actualiseren vóór afronding van deze rapportage. Het

dringende advies is om deze te actualiseren in de eerste weken na de 1 oktober-telling van 2025, zodat met de meest recente cijfers rekening kan worden gehouden bij het berekenen van de ruimtebehoefte in het uit te voeren project.

www.icsadviseurs.nl

11/33

Flexibiliteit en toekomstbestendigheid Het is belangrijk dat de huisvesting voor de kern Rucphen flexibel en toekomstbestendig wordt gebouwd. Het aantal basisschoolleerlingen in de kern Rucphen zal rondom de 400 leerlingen liggen. De gemeente Rucphen heeft als uitgangspunt om voor dat aantal leerlingen huisvesting te realiseren en beschouwt de toekomstige capaciteit als communicerende vaten. De gemeente wil voorkomen dat gaat worden gebouwd voor leegstand of dat structurele leegstand ontstaat. Per huisvestingsscenario kan dat betekenen dat sprake is van wissellokalen of verwijzing (bij verandering van de onderlinge verdeling van leerlingen tussen beide scholen). Hiervoor is in het ontwerpproces extra aandacht voor uitbreidbaarheid en aanpasbaarheid. De overcapaciteit die hiermee wordt gecreëerd, is in te vullen met de stelselwijziging van de kinderopvang. Uitbreidbaarheid betekent dat in het ontwerp rekening wordt gehouden met het kunnen uitbreiden van het kindcentrum met behoud van het concept. Dit kan in het ontwerpproces worden geborgd door bijvoorbeeld een uitbreiding met 52 leerlingen voor het onderwijs en twee groepen voor de kinderopvang mee te ontwerpen, maar deze initieel niet te realiseren. Aanpasbaarheid gaat over het slim bouwen van het gebouw waarbij geanticipeerd wordt op de toekomstige aanpassingen in de ruimte-indeling van het gebouw.

Door in het ontwerpproces rekening te houden met een flexibele indeelbaarheid van het gebouw via een flexibel installatieconcept kunnen grote investeringen in de toekomst worden voorkomen. Tevens kan rekening worden gehouden met het eventueel verzwaren van een fundering voor een toekomstige extra bouwlaag als dat de mogelijkheid is voor uitbreiding. Daarnaast wordt in het ontwerpproces bepaald welke ruimten als wisselruimten (of wissellokalen) kunnen worden ingezet voor het onderwijs. Zodat vooraf duidelijk is op welke wijze op verandering in leerlingenaantallen kan worden geanticipeerd.

Uitgaande van een lange termijnprognose over 15 jaar is voor de verwachte basisschoolleerlingen in de kern Rucphen een onderwijscapaciteit in permanente vorm nodig voor circa 380 leerlingen. De piek in het leerlingenaantal is volgens de prognose 397 leerlingen. Het huidige leerlingenaantal ligt echter al boven de piek van de leerlingenprognose. Dit zou met een flexibele huisvesting (tijdelijke vorm) kunnen worden opgelost. Binnen het IHP wordt op basis van de leerlingenprognose de keuze gemaakt om voor 450 leerlingen onderwijshuisvesting te realiseren. Voor de onderlinge verdeling wordt vooralsnog uitgegaan van circa 308 leerlingen voor Sint Martinus en 142 leerlingen voor KC de Expeditie, gebaseerd op de verhouding in leerlingenaantallen van 1 oktober 2024.

www.icsadviseurs.nl

12/33

4. Scenario’s Voor de toekomstige huisvesting van beide scholen zijn er twee zaken die een rol spelen, namelijk: (1) voor de bestaande huisvesting de afweging maken of vernieuwbouw aan de orde kan zijn en (2) het aantal beschikbare locaties. Voor de afweging of vernieuwbouw een realistische optie is, zijn voor beide scholen schouwen uitgevoerd en in een aparte rapportage beschikbaar gesteld. De uitkomsten daarvan zijn verweven in de beschrijving van mogelijke scenario’s in dit hoofdstuk. Voor de toekomstige huisvesting zijn vier locaties beschikbaar in de kern Rucphen. Dat zijn de huidige twee locaties van de scholen, locatie Sint Martinus en locatie KC de Expeditie, de locatie in het nieuwbouwgebied Noordwest Rucphen en de locatie Munnikenheide College (zie figuur 5).

Figuur 6. kaart Rucphen met locaties voor onderwijshuisvesting Voor de toekomstige scenario’s zijn de beschikbare locaties als uitgangpunt aangehouden. Vanuit deze locaties is, via een afwegingskader, gekeken welke mogelijkheden er zijn.

www.icsadviseurs.nl

13/33

Het afwegingskader vergelijkt de locaties op 13 onderdelen. Deze zijn grofweg in drie onderdelen te verdelen, namelijk: De locatie in Rucphen en het terrein van de locatie. Het gebouw op de locatie en de ruimte op de locatie met aandacht voor: ─ De kwaliteit van het gebouw (beoordeeld door de schouw, school en opvang), de mogelijkheden van de ingrepen, duurzaamheid, ruimtebehoefte, plusfuncties en kansen en flexibiliteit in de toekomst. ▪ Het proces richting realisatie van projecten op de locatie met aandacht voor: ─ Tijdelijke huisvesting, planning met volgordelijkheid en het tempo van realiseren en risico’s voor het realisatieproces. De locaties worden per onderdeel ‘goed’, ‘neutraal’ of ‘matig’ beoordeeld. ▪ ▪

Op het einde van het hoofdstuk zijn de resultaten van het afwegingskader voor de vier beschikbare locaties naast elkaar gezet om tot een overzicht te komen.

4.1 Omvang huidige locaties en reflectie Hieronder is de kadastrale omvang van de locaties weergegeven. De omvang en geschiktheid van de locaties is meegenomen in bij de analyse van de scenario’s in hoofdstuk 4. KC de Expeditie ▪ ▪ ▪

Adres: Kadastraal nummer: Kadastrale grootte:

De Krijntjes 28 te Rucphen Rucphen C 2285 2.517 m2

Sint Martinus ▪ ▪ ▪

Adres: Kadastraal nummer: Kadastrale grootte:

www.icsadviseurs.nl

Sint Martinussttraat 3 te Rucphen Rucphen P728 3.610 m2

14/33

4.2 Locatie Sint Martinus Locatie in Rucphen De locatie Sint Martinus in Rucphen wordt als neutraal beoordeeld. De Sint Martinus is gehuisvest aan de Sint Martinusstraat. Om het gebouw ligt het buitenterrein van de school. De school beoordeelt het plein als slecht. Verder is de school tevreden met locatie en de ruimte op het terrein.

Figuur 7. afbeelding voorkant Sint Martinus Kwaliteit gebouw (schouw) De schouw beoordeelt de kwaliteit van het gebouw als neutraal. Op het onderdeel flexibiliteit en lesruimte scoren alle gebouwdelen goed. De lokalen hebben hoge plafonds en de ruimtelijke ervaring van de gebouwdelen is open. Verder kunnen verschillende verkeersruimtes van de school worden gebruikt voor onderwijsfuncties. Met een ingrijpende vernieuwbouw kunnen deze onderdelen worden versterkt. Er zijn echter ook meerdere onderdelen waar het gebouw minder op scoort. Op gebouwdeel D na, het nieuwste gedeelte, scoort de technische staat exterieur minder. Zowel de open als de gesloten delen van de gevels en het dak scoren minder en vragen om aandacht. Daarnaast zijn er klachten over de ventilatie en klachten met betrekking tot over- en onderschrijdingen van de temperatuur. Verder onderzoek moet uitwijzen met welke ingrepen de bestaande klachten kunnen worden verholpen om het gebouw van de gewenste levensduurverlenging te voorzien. Kwaliteit gebouw (school & opvang) De school en de opvang beoordelen het gebouw neutraal. Ze zijn blij met de overmaat in het gebouw, de onderwijsruimtes en de manier waarop er kan worden lesgegeven. De afgelopen jaren heeft de school flink in het onderhoud geïnvesteerd. Er zijn ook onderdelen waar de school en de opvang minder tevreden mee zijn.

Dit gaat over het binnenklimaat (ventilatie, temperatuur, licht en geluid) en het schoolplein.

www.icsadviseurs.nl

15/33

Ingreep vernieuwbouw De ingreep vernieuwbouw wordt op de locatie Sint Martinus als goed beoordeeld. Gelet op het gebruik en gezien de huidige staat van het gebouw, gaat de voorkeur vanuit de schouw uit naar een ingrijpende vernieuwbouw. Hierdoor zal in het vervolg van het proces in detail moet worden gekeken welke ingrepen tot uitvoering kunnen worden gebracht bij de verschillende bouwdelen. De school en opvang zien daarnaast toekomst in het gebouw als het binnenklimaat en de duurzaamheid worden verbeterd. Dit komt door de centrale ligging van de school in de kern en de recente infrastructurele aanpassingen waarmee de verkeersveiligheid is verbeterd. Ingreep nieuwbouw De ingreep nieuwbouw wordt op de locatie Sint Martinus als matig beoordeeld. Het schoolgebouw laat genoeg aanknopingspunten zien om te vernieuwbouwen. De school en opvang zien daarnaast een toekomst in het gebouw als het binnenklimaat en de duurzaamheid worden verbeterd. Het gebouw in zijn geheel slopen en vervolgens vervangende nieuwbouw plaatsen is daarom niet passend. Duurzaamheid De duurzaamheid wordt op de locatie van Sint Martinus als matig beoordeeld. Op het gebied van duurzaamheid valt er voor de school veel te winnen. De school maakt gebruik van gasgestookte verwarmingsinstallaties, de isolatie kan worden verbeterd en er zijn geen PV-panelen aanwezig.

Om het gebouw toekomstbestendig te maken moet dit worden aangepakt. De duurzaamheidsdoelen behalen met een vernieuwbouw is waarschijnlijk mogelijk maar dat is nog niet met zekerheid te zeggen in deze fase van het proces. Ruimtebehoefte De ruimtebehoefte van Sint Martinus op de huidige locatie wordt als neutraal beoordeeld. Het leerlingenaantal is de komende jaren stabiel. Met de opvangpartners erbij heeft de school een normatief ruimteoverschot van 12% in 2038. Dit zijn vierkante meters die moeten worden onderhouden, maar waar geen extra budget tegenover staat. Aan de andere kant betekent de overmaat in het gebouw voor de school meer ruimte om te gebruiken voor het uitvoeren van hun visie op onderwijs. Plusfuncties en kansen De plusfuncties worden voor de locatie van Sint Martinus goed beoordeeld. Naast het onderwijs zitten de opvangpartners ook in het gebouw, hier is voldoende ruimte voor. Verder biedt het normatieve ruimteoverschot de kans om ruimte in te richten met extra plusfuncties, zoals beschreven in hoofdstuk 2. Flexibiliteit in de toekomst De flexibiliteit van Sint Martinus wordt als neutraal beoordeeld. Er zit momenteel overmaat in het gebouw, wat ruimte biedt voor de toekomst. Dit is in te zetten voor zowel plusfuncties als mogelijk veranderende visies op onderwijs. Het gebouw heeft echter een aantal delen met minder flexibel inzetbare hoeken.

Hier is het gebouw mogelijk in de toekomst niet optimaal bruikbaar. Tijdelijke huisvesting De tijdelijke huisvesting bij het blijven gebruiken van de locatie Sint Martinus scoort matig. Met renovatie op de huidige locatie moet de school tijdelijk uit het gebouw voor de realisatie. In die tijd moet het gebruik maken van noodlokalen of een wissellocatie. De kosten voor noodlokalen zijn aanzienlijk momenteel. Dat zijn eenmalige kosten waarover de gemeente niet kan afschrijven. Planning – volgordelijkheid De planning – volgordelijkheid wordt als matig beoordeeld met het realiseren van twee afzonderlijke onderwijslocaties voor beide scholen. Door op twee locaties een school te realiseren, moeten er twee projecten worden gestart. Dit maakt het niet mogelijk (onwaarschijnlijk) om de projecten tegelijkertijd te realiseren. Hierdoor ontstaat de situatie dat beide scholen niet gelijktijdig over toekomstbestendige huisvesting beschikken, wat kan leiden tot onwenselijke schommelingen in de leerlingenstromen tijdens de verschillende realisatieperiodes.

www.icsadviseurs.nl

16/33

Planning – tempo realisatie De planning – tempo realisatie wordt als matig beoordeeld met het realiseren van twee afzonderlijke onderwijslocaties voor beide scholen. Het is lastig (qua inzet van benodigde capaciteit binnen de gemeente Rucphen) om in Rucphen twee projecten tegelijkertijd te realiseren. Dit zal daardoor na elkaar gebeuren. Hierdoor zal het langer duren voordat de onderwijshuisvesting in de kern Rucphen de juiste kwaliteit heeft. Risico’s Er zitten relatief weinig risico’s aan onderwijshuisvesting op de locatie van Sint Martinus en daarom wordt deze positief beoordeeld. Vanuit het omgevingsplan geldt een maximale goothoogte van 6 meter voor de locatie. De goothoogte van het huidige gebouw ligt hieronder. Overzicht afwegingskader locatie Sint Martinus Tabel 4 geeft een overzicht van de verschillende onderdelen voor realisatie van onderwijshuisvesting op de locatie van Sint Martinus. Met de ingreep vernieuwbouw scoort de locatie op verschillende onderdelen goed en sluit het ook aan bij de wensen van de school en de opvang. Echter zitten er ook mindere kanten aan de locatie, met name aan het realiseren van twee losstaande scholen met opvang in de kern Rucphen. Onderdeel

Locatie Sint Martinus

Locatie in Rucphen Kwaliteit gebouw (schouw) Kwaliteit gebouw (school + opvang) Ingreep vernieuwbouw Ingreep nieuwbouw Duurzaamheid Ruimtebehoefte Plusfuncties en kansen Flexibiliteit in toekomst Tijdelijke huisvesting Planning – volgordelijkheid Planning – tempo realisatie Risico’s Tabel 4. beoordelingen afwegingskader locatie Sint Martinus

www.icsadviseurs.nl

17/33

4.3 Locatie KC de Expeditie Locatie in Rucphen De huidige locatie van KC de Expeditie in Rucphen wordt als neutraal beoordeeld. De school en opvang zijn erg tevreden over de huidige locatie. Ze geven aan dat de school goed in de wijk ligt en veel kinderen en ouders fietsend of te voet naar school komen. Het terrein voelt klein aan, maar uit de gegevens van het kadaster blijkt dat het voldoende ruimte moet kunnen bieden voor de ruimtebehoefte van de school. Er is echter geen Kiss & Ride-zone waar ouders hun kinderen kunnen afzetten. De ontsluiting is matig vanwege de ligging in de buurt/wijk. De school zou graag meer en officiëler gebruik willen maken van het stuk groen dat voor de school ligt als speelterrein. Dit zou kunnen helpen met het ruimteprobleem van de school.

Figuur 8: afbeelding voorkant KC de Expeditie Kwaliteit gebouw (schouw) De schouw beoordeelt het gebouw als neutraal. De school scoort redelijk tot goed op de technische staat van het interieur en exterieur. Echter scoort de school op de functionaliteit van bouwdeel A, op flexibiliteit en lesruimten minder. Scheidingswanden maken het onmogelijk om lesruimtes onderling te betreden. Verder zijn de verkeersruimtes niet geschikt voor onderwijsfuncties en zorgt de structuur van het gebouw voor een gesloten ruimtelijke ervaring. Daarnaast scoort het binnenklimaat van beide bouwdelen op ventilatie en temperatuur ook minder. In gebouwdeel A is enkel spuivoorziening aanwezig. Bij gebouwdeel B is de mechanische ventilatie centraal regelbaar. Er zijn echter klachten over de luchtkwaliteit van de gebruiker. Deze klachten zijn er ook over de temperatuur. Via een decentrale thermostaatknop is de temperatuur te regelen. Dit zorgt er echter niet voor dat temperatuur over- en onderschrijding is te voorkomen. Er is ook geen buitenzonwering aanwezig. Voor het realiseren van een energieneutraal gebouw vraagt dit ingrepen voor de ventilatie en temperatuurregeling die lastig te realiseren zijn met de beperkte plafondhoogte. Kwaliteit gebouw (school & opvang) De school en opvang beoordelen de kwaliteit van het gebouw als matig. Ze zijn tevreden met de locatie en willen daar graag blijven.

Momenteel is er echter te weinig ruimte in het gebouw voor het onderwijs en de opvangfuncties. Daarnaast beoordelen de school en de opvang de ventilatie, de temperatuur, installaties, werkomgeving staf en de facilitaire voorzieningen als slecht.

www.icsadviseurs.nl

18/33

Ingreep vernieuwbouw Op de ingreep vernieuwbouw scoort de locatie KC de Expeditie matig. De schouwrapportage acht een ingrijpende vernieuwbouw niet mogelijk, met name gezien de bouwkundige beperkingen in gebouwdeel A 4. De hoofdoorzaak hiervoor is de plafondhoogte in bouwdeel A. Het gebouw heeft hier een akoestisch systeemplafond met veel voorkomende schade. De plafondhoogte is momenteel al beperkt en er is enkel natuurlijke ventilatie aanwezig in het gebouw. Bij een vernieuwbouw wordt een ventilatiesysteem toegevoegd en daar is geen ruimte voor. De school ziet alleen een ingrijpende vernieuwbouw zitten wanneer ook delen van het gebouw worden gesloopt. Daarnaast moet er worden uitgebreid om aan de ruimtebehoefte van de school te voldoen. Ingreep nieuwbouw De ingreep nieuwbouw op de locatie KC de Expeditie scoort matig. De school zou graag op de locatie blijven en daar ook nieuwbouw zien. Ook met nieuwbouw blijft de ruimte op het terrein echter beperkt en wordt het lastig om de ruimtebehoefte van de school en opvangpartners op het terrein te realiseren. Het omgevingsplan bevat een goothoogte van 3,5 meter voor het schoolgebouw. Daarom is het, zonder een procedure tot het wijzigen van omgevingsplan of vergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), niet mogelijk de hoogte in te gaan. De afwikkeling van het verkeer blijft ook dan een lastig onderwerp voor de locatie.

De school zou graag meer en officiëler gebruik willen maken van het stuk groen dat voor de school ligt voor speelactiviteiten. Dit zou kunnen helpen met het ruimteprobleem. Er moet echter niet op steun worden gerekend vanuit de buurt. Duurzaamheid De duurzaamheid wordt als matig beoordeeld voor de locatie KC de Expeditie. Op het gebied van duurzaamheid valt er veel te winnen in het gebouw. Het gebouw maakt gebruik van gasgestookte verwarmingsinstallaties, de isolatie kan worden verbeterd en er zijn geen PV-panelen aanwezig. Om het gebouw toekomstbestendig te maken, moet dit worden aangepakt. De duurzaamheidsdoelen behalen met vernieuwbouw wordt erg lastig, door de beperkingen zoals beschreven in de schouw. Ruimtebehoefte De ruimtebehoefte op de locatie KC de Expeditie wordt als matig beoordeeld. De school en opvang hebben in het huidige gebouw momenteel een ruimtetekort en de leerlingenprognose voorziet een groei in het leerlingenaantal. Het ruimtetekort loopt daardoor verder op. Op het terrein zijn mogelijkheden om dit probleem met vernieuwbouw of nieuwbouw op te lossen. Plusfuncties en kansen De plusfuncties worden op de locatie KC de Expeditie als matig beoordeeld. In het gebouw is er naast het onderwijs ruimte voor de kinderopvang. Daarmee zit het gebouw echter te vol.

Ruimte voor extra functies of activiteiten die de ontwikkeling van het kind ondersteunen, is daardoor niet beschikbaar. Flexibiliteit in de toekomst De flexibiliteit van de locatie KC de Expeditie wordt als matig beoordeeld. Het gebouw is te klein voor de ruimtebehoefte en het terrein biedt weinig mogelijkheden tot uitbreiden. Door het omgevingsplan is het niet mogelijk om een gebouw met twee verdiepingen te bouwen. Er geldt een maximale goothoogte van 3,5 meter. Het terrein vergroten lijkt ook geen reële optie. Tijdelijke huisvesting De tijdelijke huisvesting bij het blijven gebruiken van de locatie KC de Expeditie scoort matig. Met vernieuwbouw op de huidige locatie moet voor de realisatie de school tijdelijk uit het gebouw. In die tijd moet het gebruik maken van noodlokalen of een wissellocatie. De kosten voor noodlokalen zijn momenteel aanzienlijk. Dat zijn eenmalige kosten waarover de gemeente niet kan afschrijven.

4 Zie ‘Schouwrapportage Het Palet ’ voor verdere toelichting van de bouwdelen en beperkingen van de bouwdelen.

www.icsadviseurs.nl

19/33

Planning – volgordelijkheid De planning – volgordelijkheid wordt als matig beoordeeld met het realiseren van twee afzonderlijke onderwijslocaties voor beide scholen. Door op twee locaties een school te realiseren moeten er twee projecten worden gestart. Dit maakt het niet mogelijk (lees: onwaarschijnlijk) om de projecten tegelijkertijd te realiseren. Hierdoor ontstaat de situatie dat beide scholen niet gelijktijdig over toekomstbestendige huisvesting beschikken, wat kan leiden tot onwenselijke schommelingen in de leerlingenstromen tijdens de verschillende realisatieperiodes. Planning – tempo realisatie De planning – tempo realisatie wordt als matig beoordeeld met het realiseren van twee afzonderlijke onderwijslocatie voor beide scholen. Het is lastig (qua inzet van benodigde capaciteit binnen de gemeente Rucphen) om in Rucphen twee projecten tegelijkertijd te realiseren. Dit zal daardoor na elkaar gebeuren. Hierdoor zal het langer duren voordat de onderwijshuisvesting in de kern Rucphen de juiste kwaliteit heeft. Risico’s De risico’s bij het realiseren op locatie KC de Expeditie zijn relatief groot, waardoor het wordt beoordeeld als matig. Om op het huidige terrein boven een goothoogte te komen van 3,5 meter is een procedure voor wijziging van het omgevingsplan of vergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) nodig met alle risico’s en gevolgen van dien.

Verder lijkt het lastig te worden om meer gebruik te gaan maken – of aan te sluiten bij het voorliggende park. Overzicht afwegingskader locatie KC de Expeditie Tabel 5 geeft een overzicht van de verschillende onderdelen voor realisatie van onderwijshuisvesting op de locatie KC de Expeditie. Ondanks dat de school en de opvang de locatie als positief ervaren is dat bij de verschillende onderdelen lastig terug te zien in het afwegingskader. De locatie en het gebouw hebben beide meerdere beperkingen. Daarnaast gelden de nadelen van twee losstaande scholen en projecten in Rucphen ook voor de locatie KC de Expeditie. Onderdeel

Locatie KC De Expeditie

Locatie in Rucphen Kwaliteit gebouw (schouw) Kwaliteit gebouw (school + opvang) Ingreep renovatie Ingreep nieuwbouw Duurzaamheid Ruimtebehoefte Plusfuncties en kansen Flexibiliteit in toekomst Tijdelijke huisvesting Planning – volgordelijkheid Planning – tempo realisatie Risico’s Tabel 5. beoordeling afwegingskader locatie KC de Expeditie Tussenconclusie: de vernieuwbouw van het gebouw van KC de Expeditie is niet verantwoord en daarom wordt de keuze gemaakt dat vervangende nieuwbouw aan de orde is, nog los van de locatie.

www.icsadviseurs.nl

20/33

4.4 Locatie Noordwest Rucphen Locatie in Rucphen De locatie in Rucphen Noordwest wordt als neutraal beoordeeld. De nieuwe locatie is nog niet ingericht en moet nog worden ontworpen. Dit biedt mogelijkheden om het terrein optimaal in te richten en aan te laten sluiten bij de behoeften van de scholen en de opvang. Ook is het mogelijk om een veilige ontsluiting van de locatie te realiseren. Er is echter nog veel onduidelijk over de locatie en de plannen voor de invulling. Ook zijn de exacte locaties nog niet beschikbaar. De bereikbaarheid vanuit overige delen van Rucphen, mogelijk met fiets – en loopdoorsteekplaatsen, is ook belangrijk voor de schoolbesturen en opvangpartners. Vanwege deze onduidelijkheden en onzekerheden heeft deze locatie daarom niet de voorkeur. Kwaliteit gebouw (schouw) Niet van toepassing. Kwaliteit gebouw (school & opvang) Niet van toepassing. Ingreep renovatie Niet van toepassing. Ingreep nieuwbouw De ingreep nieuwbouw op de locatie Noordwest wordt als goed beoordeeld. Momenteel staat er geen gebouw op de locatie in Noordwest. De uitgangspunten voor realisatie van onderwijshuisvestingsvoorzieningen in de gemeente Rucphen zijn beschreven in de visie van het IHP. Bij nieuwbouw zijn de uitgangspunten te realiseren. Voor de scholen en opvangpartners biedt nieuwbouw kans om de ruimte in te richten zodat deze aansluit bij hun visie en behoeften.

Duurzaamheid De duurzaamheid voor locatie Noordwest wordt als goed beoordeeld. Met nieuwbouw is het goed mogelijk om een toekomstbestendig gebouw te maken dat voldoet aan de duurzaamheidseisen. Ruimtebehoefte De ruimtebehoefte op de locatie Noordwest wordt als goed beoordeeld. De scholen krijgen het aantal vierkante meters waarop zij vanuit de verordening recht hebben. De opvangpartners bepalen de oppervlakte die zij nodig hebben. Dit is te realiseren op de nieuwbouwlocatie. De gemeente kan dit voorfinancieren waarbij de opvangpartners de gemeente terugbetalen via een kostprijsdekkende huur. Plusfuncties en kansen De plusfuncties voor de locatie Noordwest worden als goed beoordeeld. Met een nieuw in te richten locatie en gebouw zijn er voldoende mogelijkheden om rekening te houden met plusfuncties bij het ontwerpen van het gebouw. Daarnaast is het aantrekkelijk voor andere partijen om op de locatie aan te sluiten als twee scholen en hun opvangpartners op één locatie aanwezig zijn. Flexibiliteit in de toekomst De flexibiliteit in de toekomst voor de locatie Noordwest wordt als goed beoordeeld. Bij nieuwbouw is het mogelijk om in het ontwerp rekening te houden met een mogelijk andere onderwijsvisie in de toekomst. Verder is het een voordeel om alle PO-voorzieningen op één locatie te hebben.

Tijdelijke huisvesting Tijdelijke huisvesting wordt voor de locatie Noordwest als goed beoordeeld. Doordat er op een nieuwe locatie voor beide scholen en opvangpartners wordt gebouwd, kunnen de scholen tijdens de realisatieperiode in hun eigen gebouw blijven. Het is daarom niet nodig om tijdelijke huisvesting in de vorm van noodlokalen te plaatsen. Naast dat de scholen geen noodlokalen hoeven te gebruiken, scheelt dit de gemeente een investering waarover niet kan worden afgeschreven.

www.icsadviseurs.nl

21/33

Planning – volgordelijkheid De planning – volgordelijkheid wordt voor de locatie Noordwest als goed beoordeeld. Doordat er op één locatie voor beide scholen en opvangpartners wordt gebouwd, is er geen ongelijkheid tussen de scholen over welke als eerste aan de beurt is. Dit voorkomt daarnaast ongewenste leerlingenstromen tijdens de realisatiefase van één van beide scholen, doordat er slechts één oplevermoment is. Planning – tempo realisatie De planning – tempo realisatie wordt als neutraal beoordeeld voor de locatie Noordwest. Door op één locatie beide scholen te realiseren is slechts één bouwproces nodig. Dit scheelt in tijd ten opzichte van de andere locaties waar twee bouwprocessen nodig zijn. Echter heeft de realisatie van het gebied Noordwest Rucphen en het ontwikkelen van het ruimtelijk plan ook tijd nodig. Het tempo van de realisatie van het project is hier van afhankelijk. Risico’s De risico’s voor de locatie Noordwest worden als neutraal beoordeeld. Het ontwerp voor het gebied volgt nog, wat relatief weinig risico’s oplevert. Daardoor zijn de plannen en planning ook nog niet duidelijk. Daarnaast betekent het ook dat de realisatie enigszins gekoppeld wordt aan de woningbouwontwikkeling. Dit zorgt voor onzekerheid. De exacte locatie is niet bekend en dat maakt uitspraken over mogelijke procedures en bezwaren op dit moment onmogelijk om te doen.

Aandachtpunten: Bij huisvesting van beide scholen in gebied Rucphen Noordwest zal gaan worden gewerkt met wissellokalen. Dat betekent dat in het ontwerpproces, in overleg met schoolbesturen, rekening moet worden gehouden met een goede vormgeving van de uitwisseling van lokalen bij veranderende onderlinge leerlingenaantallen. Het andere aandachtspunt betreft het aanbod van kinderopvang. Idealiter wordt de opvang voor een gezamenlijk complex vanuit één aanbieder verzorgd. Binnen de kern Rucphen zijn nu meerdere aanbieders. Op dit moment is het verstandig om uit te gaan van een aantal kindplaatsen dat realistisch is voor de kern Rucphen afgestemd op verwachte demografische ontwikkeling. Het is aan de aanbieders van kinderopvang om daar een uitspraak over te doen. Later in het proces kan dan worden besproken hoe om te gaan met het verzorgen van het aanbod voor kinderopvang en eventueel een keuze te maken. Het maken van een keuze voor een opvangpartner ligt bij de schoolbesturen.

Overzicht afwegingskader locatie Noordwest Tabel 6 geeft een overzicht van de verschillende onderdelen voor realisatie van onderwijshuisvesting op de locatie Noordwest. De locatie scoort op de onderdelen van het afwegingskader erg goed. De locatie scoort goed op de onderdelen voor het gebouw met de kwaliteit van de nieuwbouw, duurzaamheidsambities, ruimtebehoefte, plusfuncties en kansen en flexibiliteit in de toekomst. Daarnaast zorgt de locatie voor één project dat voordelig is voor de planning en tijdelijke huisvesting. Onderdeel

Locatie Noordwest

Locatie in Rucphen Kwaliteit gebouw (schouw) n.v.t. Kwaliteit gebouw (school + opvang) n.v.t. Ingreep vernieuwbouw n.v.t. Ingreep nieuwbouw Duurzaamheid Ruimtebehoefte Plusfuncties en kansen Flexibiliteit in toekomst Tijdelijke huisvesting Planning – volgordelijkheid Planning – tempo realisatie Risico’s Tabel 6. beoordeling afwegingskader locatie Noordwest

www.icsadviseurs.nl

22/33

4.5 Locatie bij Munnikenheide College Voor het realiseren van de toekomstige huisvesting van Sint Martinus en KC de Expeditie zijn een aantal percelen bij het Munnikenheide College in beeld. Deze percelen en de eigendomssituatie zijn weergegeven in figuur 6. Met betrekking tot de eigenaren kunnen de vijf percelen in drie categorieën worden verdeeld: eigendom van Thuisvester, eigendom van de gemeente en privé eigendom.

Figuur 9. eigendomssituatie percelen rondom Munnikenheide College Locatie in Rucphen De locatie bij het Munnikenheide College wordt als goed beoordeeld. Het ligt aan de Oostkant van de kern, direct naast het Munnikenheide College (VO-school in de kern) en dicht bij de sportvelden. De locatie is nog niet ingericht en moet nog worden ontworpen. Dit biedt mogelijkheden om het terrein optimaal in te richten en aan te laten sluiten bij de behoeften van de scholen en de opvang. De locatie ligt minder centraal in de kern dan de huidige locaties van de scholen. De schoolbesturen zien dit echter niet als belemmering van de locatie. Op de locatie Munnikenheide is afgelopen jaren geïnvesteerd in voorzieningen ten behoeve van het voortgezet onderwijs. Hierbij valt te denken aan sportaccommodaties en praktijkpleinen (waar bijvoorbeeld kan worden gekookt). Momenteel ligt de locatie aan een 50 kilometer per uur weg. De gemeente is bezig met het afwaarderen van de weg naar een 30 kilometer per uur weg. Dit is noodzakelijk om een veilige verkeersituatie te realiseren. Kwaliteit gebouw (schouw) Niet van toepassing. Kwaliteit gebouw (school & opvang) Niet van toepassing.

www.icsadviseurs.nl

23/33

Ingreep renovatie Niet van toepassing. Ingreep nieuwbouw Momenteel staan er geen gebouwen op de locatie bij het Munnikenheide College. De uitgangspunten voor realisatie van onderwijshuisvestingsvoorzieningen in de gemeente Rucphen zijn beschreven in de visie van het IHP. Bij nieuwbouw zijn de uitgangspunten te realiseren. Voor de scholen en opvangpartners biedt nieuwbouw de kans om de ruimte in te richten zodat deze aansluit bij hun visie en behoeften. Verder biedt het de mogelijkheid om op één locatie alle kindvoorzieningen te realiseren, dat alle mogelijkheden biedt voor de (verre) toekomst. Duurzaamheid De duurzaamheid voor de locatie bij het Munnikenheide College wordt als goed beoordeeld. Met nieuwbouw is het goed mogelijk om een toekomstbestendig gebouw te maken dat voldoet aan de duurzaamheidseisen. Ruimtebehoefte De ruimtebehoefte op de locatie bij het Munnikenheide College wordt als goed beoordeeld. De scholen krijgen het aantal vierkante meters waarop zij recht hebben vanuit de verordening. De opvangpartners bepalen de oppervlakte die zij nodig hebben. Dit is te realiseren op de beoogde gronden. De gemeente kan dit voorfinancieren waarbij de opvangpartners de gemeente terugbetalen via een kostprijsdekkende huur. Plusfuncties en kansen De plusfuncties voor de locatie bij het Munnikenheide College worden als goed beoordeeld.

Een campusmodel in Rucphen met twee eigenstandige basisscholen en het VO biedt zowel praktische als inhoudelijke voordelen. Om echt meerwaarde te kunnen creëren, dienen de partijen een intensieve en inhoudelijke samenwerking aan te gaan. Een campusmodel biedt hiervoor de mogelijkheid. In het gebied om de locatie bij het Munnikenheide College zitten namelijk veel verenigingen zoals tennis, voetbal, scouting en hockey. Voor de schoolbesturen en kinderopvang is het fijn dat ook in de toekomst met deze partijen mogelijk kan worden samengewerkt. Op deze wijze is van jong tot oud een kansrijke en uitdagende schooldag te organiseren, in samenwerking met alle aanwezige partijen. Zoals eerder benoemd is er de afgelopen jaren geïnvesteerd in de voorzieningen bij de locatie bij het Munnikenheide College. Dit zijn voorzieningen waar ook leerlingen in het primair onderwijs voordeel van kunnen hebben. De locatie bij het Munnikenheide College biedt met het campusmodel de mogelijkheid voor op een doorlopende leerlijn van 0 tot 18 jaar. Samen met de verschillende partners is het mogelijk om de overstap tussen de opvang, het primair onderwijs en voortgezet onderwijs zo klein mogelijk te maken. De campusinrichting maakt het mogelijk om bijvoorbeeld extra gastlessen te geven waardoor kinderen in het primair onderwijs zich beter kunnen oriënteren en ontwikkelen.

Hiermee ontdekken de kinderen wat beter bij ze past. De inhoudelijke samenwerking bij een campusmodel biedt daarnaast de kans om kinderen en leerlingen beter te begeleiden. Het biedt de mogelijkheid om de jongere kinderen te kunnen beschermen tegen de problematieken waar oudere jongeren soms mee worden geconfronteerd. In een campusmodel kan een goede samenwerking en afstemming worden gerealiseerd met eigen en gedeelde faciliteiten die helpen bij de ondersteuning van de leerlingen. Flexibiliteit in de toekomst De flexibiliteit in de toekomst voor de locatie bij het Munnikenheide College wordt als goed beoordeeld. Bij nieuwbouw is het mogelijk om in het ontwerp rekening te houden met een mogelijk andere onderwijsvisie in de toekomst. De campusinrichting biedt mogelijkheden voor het ontwikkelen van 10-14-onderwijs. Verder is het een voordeel om alle PO- en VO-onderwijsvoorzieningen op één locatie te hebben. Met de realisatie van de locatie bij het Munnikenheide College wordt een toekomstbestendige onderwijscampus gerealiseerd.

www.icsadviseurs.nl

24/33

Tijdelijke huisvesting Tijdelijke huisvesting wordt voor de locatie bij het Munnikenheide College als goed beoordeeld. Doordat er op een nieuwe locatie voor beide scholen en opvangpartners wordt gebouwd, kunnen de scholen tijdens de realisatieperiode in hun eigen gebouw blijven. Het is daarom niet nodig om tijdelijke huisvesting in de vorm van noodlokalen te plaatsen. Naast dat de scholen geen noodlokalen hoeven te gebruiken, scheelt dit de gemeente een investering waarover niet kan worden afgeschreven. Planning – volgordelijkheid De planning – volgordelijkheid wordt voor de locatie bij het Munnikenheide College als goed beoordeeld. Doordat er op één locatie voor beide scholen en opvangpartners wordt gebouwd, is er geen ongelijkheid tussen de scholen over wie als eerste aan de beurt is. Dit voorkomt daarnaast ongewenste leerlingenstromen tijdens de realisatiefase van één van beide scholen, doordat er slechts één oplevermoment is. Planning – tempo realisatie De planning – tempo realisatie wordt als goed beoordeeld voor de locatie bij het Munnikenheide College. Door op één locatie beide scholen te realiseren is slechts één bouwproces nodig. Dit scheelt in tijd ten opzichte van de andere locaties waar twee bouwprocessen nodig zijn. De percelen zijn momenteel niet in het bezit van de gemeente. In het proces dient rekening te worden gehouden met een onderhandelingsperiode.

De percelen hebben momenteel de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschappelijk waardoor een procedure tot het wijzigen van omgevingsplan of vergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) nodig is om onderwijshuisvesting te realiseren. Risico’s De risico’s voor de locatie bij het Munnikenheide College worden als neutraal beoordeeld. In het proces zitten een aantal onzekerheden die het realiseren van toekomstbestendige huisvesting in de weg zouden kunnen staan. Dit gaat om het verkrijgen van de percelen en het wijzigen van de bestemming. Doordat het eigendom van de percelen versnipperd is en de gesprekken over een mogelijke overname erg pril zijn, is dit een risico. Daarnaast ligt de locatie nabij woningen wat het risico op bezwaren tijdens het wijzigen van de bestemming verhoogt. Uit de screening van de afdeling BRO blijkt dat er bij de locatie bij het Munnikenheide College meerdere aandachtspunten zijn. Dit gaat onder meer over de bereikbaarheid van de locatie door afwezigheid van een kiss & ride-strook en doordat een deel van de Raadhuisstraat geen losliggend fietspad heeft. Verder is er een knelpunt bekend als het gaat om wateroverlast bij hevige regenval. Deze aandachtspunten kunnen goed worden ondervangen met mitigerende maatregelen, zoals het aanleggen van een 30 km per uur weg, een kiss & ride-strook en een wadi.

Aandachtpunten: Bij huisvesting van beide scholen bij het Munnikenheide College zal gaan worden gewerkt met wissellokalen. Dat betekent dat hiermee in het ontwerpproces in overleg met schoolbesturen rekening moet worden gehouden zodat uitwisseling van lokalen bij veranderende onderlinge leerlingenaantal goed vorm te geven is. Een ander aandachtspunt betreft het aanbod van kinderopvang. Idealiter wordt de opvang voor een gezamenlijk complex vanuit één aanbieder verzorgd. Binnen de kern Rucphen zijn nu meerdere aanbieders. Op dit moment is het verstandig om uit te gaan van een aantal kindplaatsen dat realistisch is voor de kern Rucphen afgestemd op de verwachte demografische ontwikkeling. Het is aan de aanbieders van kinderopvang om daar een uitspraak over te doen. Later in het proces kan dan worden besproken hoe om te gaan met het verzorgen van het aanbod voor kinderopvang en eventueel een keuze te maken. Het maken van een keuze voor een opvangpartner ligt bij de schoolbesturen. Het laatste aandachtspunt betreft het sluiten van een overeenkomst met het Munnikenheide College over het gebruik van de voorzieningen op de locatie. Deze voorzieningen worden beschouwd als een meerwaarde van de locatie, waardoor het belangrijk is vast te leggen dat deze daadwerkelijk kunnen worden benut.

www.icsadviseurs.nl

25/33

Overzicht afwegingskader locatie het Munnikenheide College Tabel 7 geeft een overzicht van de verschillende onderdelen voor realisatie van onderwijshuisvesting op de locatie Munnikenheide College. De locatie scoort op de onderdelen van het afwegingskader erg goed. De locatie scoort goed op de locatie in Rucphen, de onderdelen voor het gebouw met de kwaliteit van de nieuwbouw, duurzaamheidsambities, ruimtebehoefte, plusfuncties en kansen en flexibiliteit in de toekomst. Daarnaast zorgt de locatie voor één project wat voordelig is voor de planning en tijdelijke huisvesting. Het verkrijgen van de percelen en de noodzaak om het omgevingsplan te wijzigen zijn echter risico’s. Deze risico’s kunnen van invloed zijn op de haalbaarheid van het project en het tempo van de realisatie. Onderdeel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15529137/1