07b Programmaverantwoording 2022
Tekst van het document
64
Stelpost Integratie-Uitkering (IU) Inburgering De inwerkingtreding van de nieuwe Inburgeringswet was met een half jaar uitgesteld tot 1 januari 2022. De reeds verstrekte compensatie over 2021 voor uitvoeringskosten in de IU Inburgering ad. € 27 miljoen is daardoor. Wel hebben gemeenten compensatie gekregen voor het uitstel en voor de zgn. ondertussengroep (dat zijn inburgeraars die nog inburgeringspichtig zijn onder de Wet inburgering 2013). De bedragen die gemeenten vanaf 2021 ontvangen betreffen de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten. Op basis van de Septembercirculaire 2020 waren de bedragen voor Rucphen vanaf 2022 € 64.209,00 en vanaf 2023 en verder € 70.638,00. Op basis van de Meicirculaire 2021 worden de bedragen voor Rucphen: € 78.348,00 in 2022; € 78.300,00 in 2023; € 75.584,00 in 2024 en € 72.558,00 in 2025. Deze extra ontvangst, in 2022 € 14.139,00, is als stelpost opgenomen. Daarnaast is op basis van de meicirculaire 2022 de omvang van de integratie-uitkering Inburgering 2022 gewijzigd als gevolg van de toevoeging van middelen voor de leerbaarheidstoets, conform de afspraken die in oktober 2021 zijn gemaakt met de VNG. Op basis daarvan is een bedrag van € 7.781,00 toegevoegd aan de stelpost.
Tevens is in het bestuurlijk akkoord met betrekking tot de opvang van asielzoekers op 26 augustus 2022 afgesproken dat het kabinet voldoende financiële middelen beschikbaar stelt voor integratie. Als gevolg van een hogere instroom van inburgeraars is afgesproken het budget voor de inburgering voor de jaren 2022, 2023 en 2024 op te hogen met respectievelijk € 20, 40 en 30 miljoen. Hiermee worden gemeenten in staat gesteld alle inburgeraars passende ondersteuning te bieden. Op basis hiervan is een bedrag van € 25.717,00 toegevoegd aan de stelpost. Wij stellen u voor het restantbedrag van € 47.683,00 bij de resultaatbestemming 2022 te storten in de reserve maatschappelijke begeleiding. Stelpost Integratie-Uitkering voogdij 18+ i.v.m. woonplaatsbeginsel Per 2022 is gestart met een nieuw woonplaatsbeginsel: de voogdijregeling is afgeschaft en de gemeente is verantwoordelijk voor de kinderen die uit de eigen gemeente komen, maar in een andere gemeente worden behandeld. Het gaat landelijk om naar schatting 20.000 jongeren. Door het nieuwe woonplaatsbeginsel heeft de gemeente Rucphen vanaf 2022 een extra bedrag van € 289.288,00 ontvangen. Deze middelen zijn als stelpost opgenomen in de begroting. In 2022 is een beroep gedaan op de stelpost in verband met de verlenging van het contract jeugdzorg plus.
In de 1e bestuursrapportage 2022 is hiervoor structureel € 15.310,00 ten laste van deze stelpost gebracht. Het restant van de stelpost, € 273.978,00, was in 2022 niet verder benodigd en is door middel van de financiële slotwijziging 2022 ten gunste gebracht van het begrotingssaldo 2022. Stelpost Toezicht en handhaving gastouderschap Voor het ondersteunen van gemeenten bij hun handhavingstaak in de kinderopvang in het kader van het intensiveren van toezicht en handhaving van de gastouderopvang heeft het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks € 6,4 miljoen extra ter beschikking gesteld via de algemene uitkering. Voor Rucphen gaat het om € 6.000,00 per jaar, dit bedrag is opgenomen als stelpost in de begroting. Deze middelen zijn in 2022 niet ingezet. Stelpost decentralisatie-uitkering Gezond in de stad Gemeenten met kwetsbare wijken krijgen via de decentralisatie-uitkering Gezond in de Stad (GIDS) extra ruimte om de gezondheid te verbeteren van mensen in een lage sociaaleconomische positie. Daarbij kunnen wijkverpleegkundigen en sociale wijkteams een belangrijke rol spelen door op basis van de gezondheidsproblematiek in de wijk meer in te zetten op preventie, vroegsignalering van gezondheidsproblemen en het leggen van verbindingen tussen gemeentelijke voorzieningen en de eerstelijnszorg. Het stimuleringsprogramma GIDS wordt voortgezet in het jaar 2022.
De gemeente Rucphen heeft hiervoor in 2022 een bedrag van € 44.978,00 ontvangen. Dit bedrag is als stelpost opgenomen in de begroting 2022. Tevens is het restantbudget van 2021, € 24.159,00, overgebracht naar de stelpost in 2022. In 2022 zijn stappen gezet om de regionale samenwerking tussen gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren te concretiseren en toe te werken naar een sluitend samenwerkingsnetwerk waardoor inwoners in elke regio verzekerd zijn van goede samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars. Per regio maken gemeenten, de grootste zorgverzekeraar en het zorgkantoor hiervoor een samenwerkingsagenda. VNG, VWS en ZN hebben aangegeven dat de samenwerkingsagenda vorm moet krijgen op het niveau van de gemeenten in West-Brabant In het traject, wordt een inzet van een projectleider gevraagd van 12 uur per week, voorlopig voor de duur van een jaar. De kosten voor de projectleider bedragen maximaal € 72.000,00. De kosten worden gelijk verdeeld over de 16 gemeenten, CZ Zorgkantoor en CZ zorgverzekeraar. Door middel van de 1e
65
bestuursrapportage 2022 is het benodigde incidentele budget van € 4.000,00 ten laste gebracht van de stelpost. Verder heeft de gemeente Rucphen op basis van de meicirculaire 2022 nog een aanvullend bedrag ontvangen met betrekking tot de GIDS middelen. In het kader van het actieprogramma Kansrijke Start van 12 september 2018 zijn in 3 tranches (meicirculaire 2019, decembercirculaire 2019 en septembercirculaire 2020) middelen via de decentralisatie-uitkering Gezond in de Stad aan het gemeentefonds toegevoegd voor gemeenten die een lokale coalitie willen vormen rondom de eerste 1.000 dagen van kinderen. In de meicirculaire 2022 zijn middelen voor een extra 4e jaar Kansrijke Start aan de decentralisatie-uitkering Gezond in de Stad toegevoegd voor de betreffende gemeenten. De gemeente Rucphen ontvangt in 2022 € 6.713,00 extra en dit bedrag is toegevoegd aan de stelpost. Wij stellen voor dit bedrag over te brengen naar 2023 om o.a. een bestemming te geven aan de middelen voor kansrijke start. Stelpost subsidieprogramma De stelpost subsidieprogramma is bedoeld om mutaties op bestaande subsidies en incidentele subsidies te bekostigen. In de bestuursrapportage zijn de mutaties op de stelpost toegelicht. Het restant van de stelpost bedraagt € 12.637,00 en wordt bij de resultaatbestemming 2022 gestort in de reserve activiteitensubsidie. Stelpost gemeentewinkel i.v.m.
reisdocumenten Op het gebied van de leges reisdocumenten is vanaf 2019 een lagere legesopbrengst ontstaan. Deze wordt veroorzaakt door de aanpassing van de geldigheidsduur van paspoorten en ID-kaarten, 10 jaar in plaats van 5 jaar. De verwachting is dat de verkoop van reisdocumenten vanaf 2024 weer zal toenemen. De lagere legesopbrengsten zijn hierbij niet ten laste gebracht van het begrotingssaldo, maar ten laste van de taakstelling bedrijfsvoering. De taakstelling is in de financiële slotwijziging 2022 budgettair neutraal in de begroting verwerkt. Dwangsommen Dwangsommen worden alleen in uitzonderlijke situaties opgelegd en worden om die reden niet als structurele inkomst geraamd. In 2022 is een bedrag van ruim € 4.100,00 aan dwangsommen opgenomen. Het invorderingstraject hiervan is nog lopende. Om deze reden is dit bedrag in 2022 opgenomen als dubieus.
66
Overzicht van de kosten van overhead In de programma’s nemen we alleen de kosten van het primaire proces op. Dit met het uitgangspunt dat we kosten zoveel mogelijk direct toerekenen aan een taakveld. Overhead is niet direct toe te rekenen aan een specifiek taakveld en wordt daarom centraal begroot en verantwoord. Om vast te stellen welke kosten onder de overhead vallen, is door commissie BBV de volgende definitie opgesteld: “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Het is voorgeschreven de kosten van overhead in een apart overzicht op te nemen. Doordat de overhead op een apart taakveld wordt begroot, staan deze niet bij de taakvelden van bijvoorbeeld riolering en afval. Om de tarieven toch juist vast te stellen, rekenen we de overhead afzonderlijk toe. Deze methode is opgenomen in de verordening art. 212 Gemeentewet (de financiële verordening). Ook is voorgeschreven dat in de paragraaf Lokale Heffingen per bestemmingsheffing een tabel wordt opgenomen waarin de berekening van de kostendekkendheid is verwerkt. In onderstaande tabel zijn de kosten van overhead in rubrieken onderverdeeld. Ook geven we per rubriek een verklaring van de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de werkelijke baten en lasten.
Wij verwijzen daarbij in een aantal gevallen naar een inhoudelijke toelichting in de paragraaf Bedrijfsvoering.
Rubriek
Begroot
Salariskosten
Werkelijk
Saldo
4.634.738
4.458.582
176.156
Overige personeelskosten
530.740
553.075
-22.335
Kapitaallasten
508.067
508.067
-
Belastingen en verzekeringen
147.827
134.275
13.552
Behandeling Bezwaren en rechtskundig advies
246.279
141.362
104.917
Inkoop
143.139
119.127
24.012
Communicatie
132.344
56.065
76.279
1.162.617
1.021.624
140.993
Automatisering en telefonie Archief
99.667
99.667
-
Facilitair
373.962
401.107
-27.145
Catering en overige kosten
37.305
40.079
-2.774
8.016.685
7.533.030
483.655
Totaal overheadkosten Doorbelaste salariskosten en overhead Totaal netto overheadkosten
418.545
408.263
10.282
7.598.140
7.124.767
473.373
Verschillenverklaring De belangrijkste oorzaak van de daling van de netto overheadkosten zijn de lagere salaris, lagere kosten voor bezwaren en rechtskundig advies, lagere kosten voor communicatie en lagere kosten voor automatisering. De lagere salariskosten zijn het gevolg van lagere kosten van inhuur van personeel en vacature gelden. De lagere kosten voor de behandeling bezwaren en rechtskundig advies worden met name veroorzaakt daar de implementatie van de Woo op de organisatie nog niet is afgerond. Bij communicatie ligt de oorzaak bij nog niet gedane uitgaven voor budgetten van overheidsparticipatie. Bij automatisering en telefonie zijn minder kosten gemaakt bij onderhoud programmatuur. Ook op inkoop resteert een saldo. De verwachting was dat het aantal ingekochte dagdelen in 2022 niet toereikend zou zijn door extra vraag aan begeleiding en advisering van het Inkoopbureau. Er is aanvullend budget beschikbaar gesteld, zodat de inkoop en aanbestedingstrajecten konden blijven doorgaan. In werkelijkheid is de vraag minder hard toegenomen dan verwacht en blijft een deel van het budget over. Toelichting op de verschillende kostencomponenten Salariskosten Aan het taakveld overhead worden de salariskosten van de ambtelijke organisatie toegerekend in overeenstemming met de verdeling in de begroting 2022.
67
Overige personeelskosten Onder deze rubriek vallen alle kosten die betrekking hebben op personeel, niet zijnde salariskosten. De belangrijkste onderdelen hierin zijn: • werving en selectie; • kosten van arbodienst en arbeidsgeneeskundig onderzoek; • reis- en verblijfkosten; • studies en cursussen; • ondernemingsraad. Kapitaallasten Betreft afschrijving en toegerekende rente op basis van het omslagprincipe over de boekwaarde van gebouwen, inventaris, automatisering, etc. Belasting en verzekeringen Betaalde belastingen en afgedragen premies. Behandeling bezwaren en rechtskundig advies Overheidsorganen zoals gemeenten kunnen beslissingen nemen met rechtsgevolgen voor anderen. De rechtsbescherming is o.a. geregeld in de Algemene Wet Bestuursrecht. Daarnaast kan het zijn dat iemand meent niet correct behandeld te zijn door de gemeente (bestuur of medewerkers) en daarover een klacht wil indienen. Een klacht wordt in eerste instantie door de gemeente zelf behandeld. Als dat niet tot een oplossing leidt kan een klacht worden ingediend bij een onafhankelijke ombudsvoorziening: de Commissie Ombudsman. Inkoop Wij hebben de werkzaamheden van inkoop en aanbesteding voornamelijk uitbesteed aan de Stichting Inkoopbureau West-Brabant, een samenwerkingsverband van gemeenten en gemeenschappelijke regelingen op het gebied van inkoop in de regio Zuid-West Nederland.
Het Inkoopbureau ondersteunt en adviseert haar deelnemers op het gebied van inkoop en contractmanagement in de ruimste zin van het woord. Bij iedere deelnemer worden een of meerdere medewerkers vanuit het Inkoopbureau gestationeerd. Deze medewerkers zorgen dat het inkoop- en aanbestedingsbeleid actueel is, verzorgen de begeleiding van aanbestedingen en vervullen een helpdeskfunctie op het gebied van inkoop. Ook verzorgt het Inkoopbureau de coördinatie, de aanbestedingen en het contractmanagement van regionale en gezamenlijke aanbestedingen. Daarnaast biedt het Inkoopbureau verzorging van het contractmanagement van (complexe) contracten en van het doorlopen van innovatieve aanbestedingen. Communicatie Voor een toelichting op onze doelstellingen met betrekking tot communicatie en de vastgestelde beleidskaders verwijzen wij naar de paragraaf Bedrijfsvoering. De kosten die onder overhead worden verantwoord hebben vooral betrekking op de publicaties in de raadhuiskrant, kosten overheidsparticipatie en de inhuur van tijdelijke ondersteuning in verband met uitvoering van de Communicatievisie 2017-2022. Automatisering en telefonie Op 16 december 2015 heeft u de ‘Visie op Dienstverlening en Informatievoorziening’ vastgesteld. Aansluitend hebben wij een ‘Programmaplan Dienstverlening en Informatievoorziening 2016-2020’ vastgesteld.
Naar aanleiding van het programmaplan is een ‘Meerjaren Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en Informatievoorziening 2016-2020’ opgesteld. Op basis van deze documenten vinden investeringen in zowel hard- als software plaats. Daar vloeien dan kapitaallasten en onderhoudskosten uit voort. Archief Wij zijn deelnemer in de gemeenschappelijke regeling ‘West-Brabants Archief’ (WBA). De financiële bijdrage over 2022 bedroeg € 99.667,00. Facilitair Dit onderdeel omvat alle kosten die te maken hebben met het gebruik van het gemeentehuis zoals schoonhouden, energieverbruik, onderhoud gebouw, inventaris en installaties, en beveiliging. De inkomsten in verband met verhuur zijn op de kosten in mindering gebracht. Ook omvat deze rubriek de kosten van druk- en bindwerk, briefporten en abonnementen op (digitale) vakliteratuur. Catering en overige kosten Deze rubriek bevat de kosten voor het bedrijfsrestaurant, de vergaderkosten, de kosten van de maaltijden voor de avondopenstelling en de kosten voor de koffieautomaten.
68
Bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting Gemeenten zijn op grond van de 'Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen' verplicht vennootschapsbelasting (Vpb) te betalen als zij een fiscale onderneming hebben. Deze wet is, mede onder druk van de Europese Commissie, ingevoerd om een gelijk speelveld te maken tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. De belasting heeft voor onze gemeente betrekking op het grondbedrijf en over opbrengsten van het afval (niet de afvalstoffenheffing). Per saldo is in 2022 € 1.303,00 ontvangen. In 2022 is een voorschot over de aangifte van 2022 betaald. Daarnaast is een eerdere betaling over 2020 teruggedraaid.
69
De Paragrafen Wij hebben, conform BBV, zeven programma overstijgende paragrafen in de begroting opgenomen. De indeling van de jaarstukken is gelijk aan die van de begroting en kent daarom in ieder geval diezelfde paragrafen. In de paragrafen staat informatie voor raadsleden waarmee zij inzicht krijgen in de financiële positie van onze gemeente, de beheersmatige aspecten en de risico’s. Wij gaan in op de volgende onderwerpen: • lokale heffingen • weerstandsvermogen en risicobeheersing • onderhoud van kapitaalgoederen • financiering • bedrijfsvoering • verbonden partijen • grondbeleid
Lokale heffingen Lokale heffingen zijn de opbrengsten uit rechten (retributies) en de eigen belastingen. In deze paragraaf staat informatie over: • de actualiteiten; • de geraamde inkomsten; • de beleids- en begrotingsuitgangspunten; • de kostendekking van de tarieven; • de lokale lastendruk; • het kwijtscheldingsbeleid; • Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). Actualiteiten Regeling specifieke uitkering kwijtschelding gemeentelijke belastingen (kinderopvangtoeslag-affaire) Gemeenten en belastingsamenwerkingen kunnen vanaf 1 juli 2021 vorderingen kwijtschelden voor gedupeerde ouders en toeslagpartners van de kinderopvangtoeslag-affaire. Het Rijk heeft hierbij aangegeven gemeenten volledig te compenseren. Ouders die een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag willen, kunnen zich tot en met 31 december 2023 aanmelden. Dit betekent dat het proces van kwijtschelden en de verantwoording hierover nog doorloopt na 2023 op het moment dat de Belastingdienst definitief uitslag geeft. VNG modelverordening Riool- en Waterzorgheffing Deze verordening vervangt de oude modelverordening Rioolheffing. De naam is aangevuld met “Waterzorgheffing” omdat gemeenten naast de zorgplicht voor afvalwater ook een zorgplicht voor hemel- en grondwater hebben.
De term rioolheffing roept een beeld op van een buizenstelsel, terwijl de gemeentelijke watertaken veel meer omvatten. De bestrijding van wateroverlast en verdroging vraagt steeds meer maatregelen, zoals retenties, in de publieke ruimte om schade te voorkomen. Hiervan heeft iedereen profijt, ook wanneer er geen aansluiting is op de gemeentelijke riolering. De belangrijkste wijziging in de VNG-verordening is dan ook dat de eis voor een directe of indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering komt te vervallen. Dit betekent dat er meer percelen in de heffing kunnen worden betrokken. Hiermee bedoelen zij onroerende zaken, zoals bedoeld in Wet WOZ en roerende zaken die duurzaam aan een plaats zijn gebonden. De BWB heeft samen met de deelnemers gekeken naar de mogelijke varianten in de nieuwe modelverordening en de consequenties daarvan voor deelnemers en burgers. Het streven is om te komen tot een gezamenlijk voorkeursmodel. Over concrete ontwikkelingen wordt uw raad tussentijds geïnformeerd. Toename waardebezwaren De groei van het aantal waardebezwaren van de afgelopen jaren blijft doorzetten. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de tussenkomst van no cure no pay (NCNP)-bureaus. Het verdienmodel van NCNP-bureaus is gericht op vergoedingen (proceskosten) die zij ontvangen als professionele ondersteuner in een bezwaarproces.
Die vergoedingen zijn vaak een veelvoud van het voordeel voor de bezwaarmaker.
70
Deze ontwikkeling leidt tot een sterke stijging van de kosten voor de BWB, door extra tijdsbesteding aan bezwaarafhandeling en te betalen proceskosten. De BWB zet in op verschillende hulpmiddelen om de bezwaarmakers te motiveren om rechtstreeks met BWB te schakelen. Er zijn dan geen proceskosten verschuldigd en het resultaat voor de bezwaarmaker blijft gelijk. Maatregelen no cure no pay (NCNP)-bureaus Er komen maatregelen om de uitwassen van no cure - no pay-bureaus bij het indienen van bezwaren tegen de WOZ-waarde aan te pakken. Dit kondigde staatssecretaris Marnix van Rij op 5 maart 2023 aan. Hij komt hiermee tegemoet aan de bezwaren die de VNG al jarenlang uit. Het informeel contact met de gemeenten krijgt een belangrijke functie in het bezwaarproces. De vergoedingen voor het bezwaar maken mogen niet meer worden uitgekeerd aan no cure - no pay-bureaus en ze worden verlaagd. De VNG werkt met het ministerie van Financiën aan de verdere uitwerking van de nieuwe regels die in de loop van 2024 moeten worden ingevoerd. Geraamde inkomsten In onderstaand overzicht zijn de inkomsten per belastingsoort opgenomen. Soort
Begroting
Begroting na wijziging
Werkelijk
Algemene dekkingsmiddelen
4.061.255
4.080.755
4.107.096
Onroerende-zaakbelastingen:
3.896.995
3.972.995
3.939.687
eigenarenheffing woningen
2.792.381
2.866.581
2.876.328
eigenarenheffing niet-woningen
665.944
674.744
639.754
gebruikersheffing niet-woningen
438.670
431.670
423.605
meeropbrengst OZB areaaluitbreiding
30.000
-
-
Forensenbelasting
18.402
17.902
17.956
Toeristenbelasting
115.858
89.858
149.453
Leges
897.228
934.128
918.496
Algemene dienstverlening
187.653
224.553
220.668
Algemene dienstverlening (rijksleges)
86.200
86.200
99.869
Omgevingsvergunningen
615.500
615.500
589.389
Europese dienstenrichtlijn
7.875
7.875
8.570
Overige heffingen
5.193.089
5.288.044
5.273.861
Rioolheffing
2.344.979
2.413.679
2.366.012
Afvalstoffenheffing
2.810.680
2.833.680
2.862.615
Lijkbezorgingsrechten
25.755
33.185
37.979
Marktgelden
11.675
7.500
7.256
71
Verschillenverklaring Onroerendezaakbelastingen (OZB) Al eerder, in de 2e bestuursrapportage 2022, is deze inkomstenraming tussentijds met € 74.200,00 verhoogd. De werkelijke OZB opbrengsten voor woning eigenaren zijn € 83.947,00 hoger dan begroot. Dit komt door een sterke waardeontwikkeling. De WOZ-waarden van woningen tussen de waardepeildatum 1 januari 2020 en 1 januari 2021 zijn gemiddeld met 9,1% gestegen. In de tariefstelling is rekening gehouden met 6,9%. Dit verschil creëert een meeropbrengst. De waardeontwikkeling is niet de enige verklaring. Bij OZB woningen houden we ieder jaar rekening met een verwachte meeropbrengst als gevolg van areaaluitbreiding. Hier is een vast bedrag van € 30.000,00 voor geraamd. De debiteurenpositie is verslechterd t.o.v. ultimo 2021. Daarom storten we een bedrag van € 3.565,00 in de voorziening dubieuze debiteuren. Deze mutatie heeft een negatief effect op de werkelijke inkomsten. Ook verklaarden we een bedrag van € 1.175,00 als oninbaar. De OZB opbrengsten van niet-woningen (eigenaren- en gebruikersheffing) laten een andere ontwikkeling zien. Er is geen sprake van waardedaling, maar van een minder sterke stijging. De WOZ-waarden van overige onroerende zaken tussen de waardepeildatum 1 januari 2020 en 1 januari 2021 stegen gemiddeld met 0,70%. In de tariefstelling hielden we rekening met gemiddelde van 1,09% voor alle typen niet-woningen.
Dit verschil veroorzaakt een mindere opbrengst. De opbrengsten voor niet woningen zijn gezamenlijk € 41.255,00 lager dan begroot. Dit terwijl we in de 2e bestuursrapportage nog rekening hielden met een beperkte meeropbrengst van € 1.800,00. Het verschil is een gevolg van toenemende leegstand en waarde-correcties. De rest van het verschil verklaren we door een storting van € 1.200,00 uit de voorziening dubieuze debiteuren. Deze mutatie heeft een negatief effect op de (verwachte) inkomsten. Ook verklaarden we een bedrag van € 2.643,00 als oninbaar. Forensenbelasting De werkelijke opbrengsten forensenbelasting sluiten aan op de geraamde opbrengsten. Toeristenbelasting Eerder, in de 2e bestuursrapportage 2022, rapporteerden we nog een minder opbrengst van € 26.000,00. De werkelijke opbrengsten toeristenbelasting zijn € 33.595,00 hoger dan begroot. Er is sprake van een positief effect over 2021. Voor dat jaar is € 51.508,00 opgelegd aan definitieve aanslagen toeristenbelasting. Ook voor 2022 wordt een voorlopig nog te leggen bedrag van € 9.800,00 opgenomen. Pas bij de definitieve aanslagen 2022, die worden opgelegd in 2023, kunnen we het nog te ontvangen bedrag exact bepalen. Leges De werkelijke opbrengsten leges ‘Algemene dienstverlening’ zijn € 33.015,00 hoger dan begroot. Dit is het gevolg van een toename in het aantal verkochte reisdocumenten.
Omdat reisdocumenten bestaan uit een rijksdeel en een gemeentedeel zijn er ook meer rijksleges ontvangen. Dit heeft geen effect op het rekeningresultaat, omdat deze ontvangsten in zijn geheel worden afgedragen aan het Rijk. Daarnaast zijn er relatief veel huwelijksleges en leges op grond van de telecommunicatiewet ontvangen. Het verschil bij de leges Omgevingsvergunningen verklaren we a.d.h.v. de ontvangsten met betrekking tot bouwleges. Er is € 56.962,00 minder opbrengst gerealiseerd dan begroot. Bij de anterieure overeenkomsten zien we juist een meeropbrengst van € 29.293,00. In de leges Europese dienstenrichtlijn is er slechts sprake van een minimaal verschil met de begroting. Rioolheffing In de 2e bestuursrapportage 2022 is de raming verhoogd met € 68.700,00. In werkelijkheid is ‘slechts’ € 21.033,00 meer opbrengst gerealiseerd. Tussen de halfjaarsverantwoording en de eindjaarsverantwoording van de BWB zit een verschil in het nog op te leggen bedrag. Bij de halfjaarsverantwoording was dit ruim positief, terwijl er bij de eindjaarverantwoording een negatief nog op te leggen bedrag wordt gepresenteerd. Dit is hoogstwaarschijnlijk een gevolg van (waarde)correcties bij de rioolheffing niet-woningen. Het resterende verschil verklaren we door een storting in de voorziening dubieuze debiteuren van € 2.845,00 als gevolg van een verslechterde debiteurenpositie.
Tot slot is een bedrag van € 1.442,00 oninbaar verklaard.
72
Afvalstoffenheffing In de 2e bestuursrapportage 2022 is de raming verhoogd met € 23.000,00. Er is meer afvalstoffenheffing opgelegd over voorgaande jaren dan waar we bij de eindjaarsverantwoording 2021 rekening mee hielden. Het gaat hier vooral om afrekeningen van ledigingen en milieustraatbezoeken over het laatste kwartaal 2021. In werkelijkheid zijn de opbrengsten € 51.935,00 hoger dan begroot. Het verschil is het gevolg van een toename van het aantal ledigingen rest- en gftcontainers, een toename van het aantal huishoudens (areaal) en een toename van het aantal milieustraatbezoeken. Lijkbezorgingsrechten In 2022 is de werkelijke opbrengst lijkbezorgingsrechten € 7.804,00 meer dan begroot. De opbrengst bestaat voor het grootste gedeelte uit verlengingen van bestaande grafrechten. Dit geldt zowel voor de begraafplaats aan de Kaaistraat in St. Willebrord als aan de Kerstraat in Rucphen. Marktgelden De werkelijke opbrengsten marktgelden zijn € 4.419,00 minder dan begroot. Het verschil verklaren we door een lagere bezetting van de markt.
Beleids- en begrotingsuitgangspunten De belangrijkste beleids- en begrotingsuitgangspunten voor de heffing van gemeentelijke belastingen, rechten en leges worden jaarlijks in de paragraaf lokale heffingen van de begroting beschreven. Deze liggen ook vast in het Coalitieakkoord 2018 – 2022 voor deze raadsperiode. De meest belangrijke uitgangspunten zijn: • de opbrengstverhoging van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) jaarlijks beperken tot maximaal 2%; • een 100% kostendekkende tariefberekening bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing. Verder is het gebruikelijk om de jaarlijkse verhoging van de toeristen- en forensenbelasting te koppelen aan de OZB-opbrengstverhoging. De verhoging van andere belastingen en rechten, zoals het marktgeld en lijkbezorgingsrechten, koppelen we aan het Consumenten Prijs Indexcijfer (CPI). Deze index wordt jaarlijks door het Centraal Plan Bureau bekend gemaakt. Volgens de Kerngegevenstabel 2019 – 2022 is het indexcijfer voor 2022 ingeschat op 1,8%. Het vaststellen van belastingverordeningen en tarieven is een autonome bevoegdheid van de gemeenteraad. In de raadsvergadering van het 15 december 2021 heeft uw raad, voorafgaand aan het nieuwe belastingjaar, de verordeningen voor 2022 vastgesteld. Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet mogen we belastingen op onroerende zaken heffen.
Dit doen we om een deel van onze gemeentelijke taken te bekostigen. De onroerende-zaakbelastingen vormen de grootste ‘eigen’ inkomstenbron van onze gemeente. Drie groepen krijgen een aanslag OZB: • • •
eigenaren van woningen; eigenaren van niet-woningen; gebruikers van niet-woningen.
De eigenaar/gebruiker op 1 januari van enig jaar is belastingplichtig voor dat hele jaar. De heffingsgrondslag is de (WOZ)waarde van de onroerende zaak, die met een WOZ-beschikking is vastgesteld. Voor het belastingjaar 2022 gold de waardepeildatum 1 januari 2021. Bij de vaststelling van de OZB-opbrengst is, conform het coalitieakkoord, vastgehouden aan de afgesproken maximale stijging van 2%. Daarnaast is rekening gehouden met extra opbrengst als gevolg van areaaluitbreiding. De vastgestelde OZB-opbrengst in combinatie met de totale WOZ-waarde bepaalt het definitieve tarief. Hierbij gaan we uit van de totale WOZ-waarde van alle woningen en niet-woningen. Deze waarde is berekend exclusief areaaluitbreiding en waardeverlaging als gevolg van bezwaar- en beroepschriften. Wel houden we rekening met de verwachte waardeontwikkeling.
73
Forensenbelasting We heffen forensenbelasting om mensen die relatief veel in onze gemeente verblijven, maar geen ingezetene zijn van onze gemeente, mee te laten betalen aan voorzieningen in onze gemeente. Het doel is niet om kosten voor deze voorzieningen één op één te verhalen, maar juist om een bijdrage te vragen aan het algemene voorzieningenniveau. De heffingsgrondslag is de WOZ-waarde van de woning waarin het verblijf plaatsvindt. Conform de uitgangspunten verhoogden we de opbrengst forensenbelasting met hetzelfde percentage als de OZB (2%). Toeristenbelasting Toeristenbelasting is verschuldigd over zakelijke of privé overnachtingen van mensen buiten de gemeente die hiervoor een vergoeding betalen. Degene die overnacht, betaalt de belasting vrijwel altijd aan de ondernemer die de overnachting verzorgt. Deze ondernemer draagt de belasting daarna af aan de gemeente. Deze belasting kent zowel een tarief voor volwassenen als voor jeugdige personen tot en met de leeftijd van 18 jaar. Bij de wijziging van de tarieven van de toeristenbelasting is rekening gehouden met het amendement dat in december 2014 door uw raad is aangenomen. De tarieven worden pas verhoogd als de meerjarige indexering gekoppeld aan de OZB-opbrengstverhoging (2%) leidt tot een verhoging van de tarieven met een tot op € 0,05 nauwkeurig af te ronden tarief.
In 2022 steeg het tarief voor volwassenen naar € 1,05 en bleef het tarief voor personen jonger dan 18 jaar € 0,75. Kostendekking van de tarieven Naast de hiervoor genoemde belastingen beschrijven we in dit onderdeel ook de heffingen en rechten die hoogstens kostendekkend mogen zijn. We maken inzichtelijk hoe we bij de berekening van de tarieven borgen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn en hoe deze uitgangspunten zijn gebruikt bij de tariefstelling. Rioolheffing De rioolheffing hangt samen met de wettelijke zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water. Doel van de rioolheffing is om geld vrij te maken voor onder meer de afvoer van afvalwater, de afvoer van regenwater (ook wel hemelwater genoemd) en het beheer van het grondwaterpeil. De inkomsten uit rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de beschreven zorgtaken. Het heffen van rioolheffing om andere gemeentetaken te financieren is niet toegestaan. De tariefontwikkeling van de rioolheffing is afhankelijk van de kostenonderbouwing zoals opgenomen in de financiële paragraaf van het gemeentelijk rioleringsplan. Op 13 december 2017 heeft uw raad het verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (vGRP) 2018 – 2022 vastgesteld. Hierbij is gekozen voor het scenario ‘risicogestuurd rioolbeheer’.
Een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening is het uitgangspunt. Voor woningen is een vast bedrag aan rioolheffing verschuldigd. In 2022 is dit bedrag bepaald op € 207,02. Voor niet-woningen is de WOZ-waarde van het object de heffingsgrondslag. De heffingsmaatstaf is 0,1193% van de totale WOZ-waarde met een maximale heffing voor niet-woningen van € 2.500,00. De eigenaar op 1 januari van het belastingjaar is belastingplichtig voor het gehele jaar.
Berekening van de kostendekkendheid rioolheffing
Omschrijving
Begroot
Begroting na wijziging
Werkelijk
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
1.703.265 91.829
1.751.447 98.132
78.037
Netto kosten taakveld
1.611.436
1.653.315
1.524.441
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
170.917
170.917
170.917
BTW
218.697
323.253
323.253
Overig
343.929
376.600
348.843
Totale kosten
2.344.979
2.524.085
2.367.454
Opbrengst heffingen
2.344.979
2.413.679
2.367.454
Dekkingspercentage
100,0%
95,6%
100,0%
74
1.602.478
Afvalstoffenheffing Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling van het afval van huishoudens. Met de afvalstoffenheffing kan de inzameling van het huishoudelijk afval worden bekostigd. De inkomsten uit de afvalstoffenheffing mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Alle particuliere huishoudens waar de gemeente de inzamelplicht nakomt, moeten afvalstoffenheffing betalen. De heffing stellen we vast per perceel. Sinds de invoering van het DIFTAR-systeem bestaat de heffing uit een vast bedrag per perceel (woning) en een drietal variabele tarieven voor het per keer aanbieden van de verschillende afvalcontainers (restafval-, GFT-afval- en ondergrondse verzamelcontainer). Voor de huis-aanhuis inzameling van papier en plastic is géén bedrag verschuldigd. Het uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing is een volledig 100%-kostendekkende tariefberekening. Alle kosten van de activiteiten die in enige mate (geheel/gedeeltelijk) kunnen worden toegerekend aan de in de Wet Milieubeheer opgenomen gemeentelijke zorgplicht voor het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen, inclusief de kosten van de gemeentelijke milieustraat, zijn in de kostenonderbouwing meegenomen. Daarbij maken we onderscheid tussen vaste en variabele kosten, om zo het vaste tarief per perceel en de verschillende containertarieven te berekenen. Het vast tarief voor 2022 is € 156,50.
De variabele tarieven voor restafval, GFT-afval- en ondergrondse verzamelcontainer zijn respectievelijk € 11,00, € 3,80 en € 2,20 per lediging.
Berekening van de kostendekkendheid afvalstoffenheffing
Omschrijving
Begroot
Begroot na wijziging
Werkelijk
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
2.230.731 181.700
2.221.609
2.088.734
161.700
182.389
Netto kosten taakveld
2.049.031
2.059.909
1.906.346
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
60.291
60.291
60.291
BTW
421.691
421.691
421.156
Overig
259.667
279.534
253.788
Totale kosten
2.790.680
2.821.425
2.641.581
Opbrengst heffingen
2.790.380
2.833.680
2.867.106
Dekkingspercentage
100,0%
100,4%
108,5%
Egalisatiereserve afvalstoffenheffing Uit bovenstaande tabel is af te lezen dat de opbrengst van de afvalstoffenheffing de totaal toe te rekenen kosten van afval overstijgt. Dit betekent dat er meer dan 100% kostendekking is gerealiseerd. Bij de resultaatbestemming 2022 wordt uw raad voorgesteld het overschot van 2022, groot € 225.525,53, te storten in de Egalisatiereserve afvalstoffenheffing. Hiermee borgen we dat het overschot behouden blijft De reserve kan worden ingezet om tekorten binnen een begrotingsjaar aan te vullen of het tarief voor het volgende begrotingsjaar te drukken. Leges We heffen leges voor het in behandeling nemen van verschillende aanvragen voor gemeentelijke dienstverlening of voor het verkrijgen van diverse producten. Denk hierbij aan inwoners die betalen voor een paspoort, een rijbewijs of een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie, maar ook aan projectontwikkelaars die een aanvraag indienen voor een omgevingsvergunning. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. Met andere woorden: een gemeente kan geen winst maken op de diensten die zij levert. De tarieven voor leges zijn daarom kostendekkend berekend. Daarnaast zijn er bepaalde producten waarvoor maximumtarieven gelden. Deze zijn landelijk vastgesteld.
We berekenen alle tarieven op basis van de ‘activity-based-costing-methode’, waarbij we een inschatting maken van de werkelijke kosten van een dienst/product. Hierbij houden we rekening met de geraamde tijdsbesteding, directe kosten en een doorbelasting van overhead. De legestabel is onderverdeeld in drie titels met onderliggende hoofdstukken voor specifieke dienstverlening. In onderstaande tabellen is de kostendekking op hoofdstukniveau inzichtelijke gemaakt.
75
Titel 1 Algemene dienstverlening kosten
opbrengsten
dekking
hoofdstuk 1
Dienstverlening en Producten
3.270
2.956
90,4%
hoofdstuk 2
Burgerlijke stand
24.127
19.315
80,1%
hoofdstuk 3
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
132.277
120.966
91,4%
hoofdstuk 4
Rijbewijzen
99.753
98.708
99,0%
hoofdstuk 5
Verstrekkingen uit de basisregistratie personen
9.326
9.258
99,3%
hoofdstuk 6
Vervallen
-
-
0,0%
hoofdstuk 7
Vastgoedinformatie
-
-
0,0%
hoofdstuk 8
Overige publiekszaken
7.236
4.979
68,8%
hoofdstuk 9
Leegstandwet
-
-
0,0%
hoofdstuk 10 Vervallen
-
-
0,0%
187
164
87,7%
hoofdstuk 12 Telecommunicatie en ondergrondse infrastructuur
36.215
28.497
78,7%
hoofdstuk 13 Verkeer en vervoer
12.237
12.208
99,8%
-
-
0,0%
hoofdstuk 11 Kansspelen
hoofdstuk 14 Vervallen hoofdstuk 15 Diversen
-
kostendekking Titel 1
324.628
297.051
0,0% 91,5%
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning kosten hoofdstuk 1
Begripsomschrijvingen
hoofdstuk 2
Voorafgaand aan de formele aanvraag
hoofdstuk 3
Omgevingsvergunning
hoofdstuk 4 hoofdstuk 5 hoofdstuk 6
Wet ruimtelijke ordening/Wet geluidhinder
hoofdstuk 7
In deze titel niet benoemde beschikking
opbrengsten -
dekking
-
0,0%
9.063
-
0,0%
654.563
544.373
83,2%
Vermindering
-
-
0,0%
Teruggaaf
-
-
0,0%
44.020,00
15.723,00
35,7%
-
-
0,0%
kostendekking Titel 2
707.646
560.096
79,1%
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn kosten
opbrengsten
dekking
hoofdstuk 1
Horeca
3.710
3.650
98,4%
hoofdstuk 2
Organiseren evenementen of markten
9.153
3.862
42,2%
hoofdstuk 3
Seksbedrijven
-
-
0,0%
hoofdstuk 4
Vervallen
-
-
0,0%
hoofdstuk 5
Gastouderopvang
1.507
576
38,2%
hoofdstuk 6
Winkeltijdenwet
-
-
0,0%
hoofdstuk 7
Marktstandplaats
496
482
97,2%
hoofdstuk 8
In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
-
-
0,0%
kostendekking Titel 3
14.866
8.570
57,6%
Bovenstaande tabellen bevatten alleen de producten die zijn opgenomen in onze legesverordening. Leges met betrekking tot eigen verklaringen, naturalisatie en anterieure overeenkomsten ontbreken in dit overzicht. Voor eigen verklaringen en naturalisatie gelden vaste landelijke tarieven en voor anterieure overeenkomsten worden separate overeenkomsten gesloten. De inkomsten uit bovenstaande tabellen sluiten om die reden niet aan bij de leges inkomsten zoals vermeld in paragraaf 5.1.
76
Marktgeld en lijkbezorgingsrechten Marktgeld en lijkbezorgingsrechten vallen, net als leges, onder retributies (rechten). Retributies worden geheven als de gemeente een dienst verleent of een van haar bezittingen ter beschikking stelt. In dit geval gaat het om respectievelijk het gebruik van een marktstandplaats en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats. Ook bij deze rechten geldt dat ze maximaal kostendekkend mogen zijn, maar hier kiezen we bewust voor gedeeltelijke kostendekking. Een verhoging naar volledig kostendekkende tarieven leidt tot ongewenst hoge (schrik-)tarieven. Bij de berekening van het tarief van het markt- en promotiegeld hebben wij in verband met de praktische hanteerbaarheid het tarief op € 0,05 naar boven afgerond. De lijkbezorgingsrechten worden afgerond op hele euro’s. Berekening van de kostendekkendheid marktgeld
Omschrijving
Begroting na wijziging
Begroot
Werkelijk
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente
39.329
35.799
29.535
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
10.850
9.850
7.556
Netto kosten taakveld
28.479
25.949
21.979
16.883
16.883
16.883
-
-
-
Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente BTW Overig
-
-
-
Totale kosten
45.362
42.832
38.862
Opbrengst heffingen
11.675
7.500
7.256
Dekkingspercentage
25,7%
17,5%
18,7%
Berekening van de kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten
Omschrijving
Begroting na wijziging
Begroot
Werkelijk
Kosten taakveld(en), incl. (omslag)rente
66.074
84.687
93.553
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
-
-
-
66.074
84.687
93.553
36.678
36.678
36.678
BTW
-
-
-
Overig
-
-
-
102.752
121.365
130.231
Opbrengst heffingen
25.755
33.185
37.979
Dekkingspercentage
25,1%
27,3%
29,2%
Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten Overhead incl. (omslag)rente
Totale kosten
77
Lokale lastendruk In onderstaande tabel geven we een doorkijk in het verloop van de tarieven en de waardeontwikkeling. Belastingsoort
2019
2020
2021
2022
1. eigenarenheffing woningen
0,1098%
0,1048%
0,1006%
0,0944%
2. eigenarenheffing niet-woningen
0,1610%
0,1565%
0,1602%
0,1623%
3. gebruikersheffing niet-woningen
0,1313%
0,1279%
0,1281%
0,1339%
Onroerende-zaakbelastingen
Rioolheffing 1. tarief woningen
€ 207,02
€ 207,02
€ 207,02
€ 207,02
2. tarief niet-woningen
0,0987%
0,1124%
0,1127%
0,1193%
Afvalstoffenheffing 1. vast bedrag per perceel
€ 124,20
€ 140,50
€ 148,50
€ 156,50
2. tarief lediging Restafvalcontainer
€ 6,85
€ 9,80
€ 11,30
€ 11,00
3. tarief lediging GFT-afvalcontainer 4. tarief inworp ondergrondse verzamelcontainer
€ 2,40
€ 3,40
€ 4,00
€ 3,80
€ 1,35
€ 2,00
€ 2,30
€ 2,20
Waardeontwikkeling WOZ-waarde
1-1-2018
1-1-2019
1-1-2020
1-1-2021
1. woningen
3,8%
4,9%
6,5%
9,1%
2. niet-woningen
7,2%
3,8%
0,4%
0,7%
Gemiddelde WOZ-waarde
1-1-2018
1-1-2019
1-1-2020
1-1-2021
1. woningen
€ 264.000
€ 276.000
€ 291.000
€ 314.000
Ook hebben we voor de verschillende (fictieve) huishoudens de financiële consequenties in een tabel weergegeven. Wij hebben onderscheid gemaakt in een berekening voor belastingplichtigen met een eigen woning of eigen bedrijf, en een berekening voor huurders van woningen. Lokale lastendruk Huurwoning
Particuliere woning
Particuliere woning
WOZ-waarde object per 1-1-2020
n.v.t.
€ 250.000
€ 400.000
€ 700.000
WOZ-waarde object per 1-1-2021
n.v.t.
€ 273.000
€ 436.000
€ 705.000
eigenarenheffing
n.v.t.
€ 257,71
€ 411,58
€ 1.144,22
gebruikersheffing
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
€ 937,30
n.v.t.
€ 207,02
€ 207,02
Belastingsoort
Bedrijf
Onroerendezaakbelastingen
Rioolheffing woningtarief niet-woningtarief
€ 835,10
Afvalstoffenheffing * Vast tarief per perceel
€ 156,50
€ 156,50
€ 156,50
n.v.t.
Lediging GFT-container
€ 22,80
€ 22,80
€ 22,80
n.v.t.
Lediging Rest-container
€ 121,00
€ 121,00
€ 121,00
n.v.t.
Totaal aanslag 2022
€
300,30
€
765,03
€
918,90
€ 2.916,62
Aanslagbedrag 2021
€
296,80
€
755,32
€
906,22
€
Verschil
€ 3,50
€ 9,71
€ 12,68
(*) uitgaande van een gemiddeld aantal ledigingen van respectievelijk 6 GFT/ 11 Rest afvalcontainers.
78
2.807,00 € 109,62
Kwijtscheldingsbeleid Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting maar een bevoegdheid. Volgens de Invorderingswet kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend aan een belastingplichtige die zijn belastingaanslag of een deel daarvan niet anders dan met buitengewoon bezwaar kan betalen. De Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2021 is vastgesteld op 16 december 2020. In iedere belastingverordening afzonderlijk is vermeld of kwijtschelding mogelijk is. In 2022 kon volledige kwijtschelding worden verzocht voor de aanslag OZB, rioolheffing en het vaste deel van de afvalstoffenheffing. Kwijtschelding van het variabele deel van de afvalstoffenheffing was beperkt tot een maximum aantal containerledigingen, namelijk 9 ledigingen van de restafvalcontainer, 5 ledigingen van de GFT-container en 26 inworpen in de ondergrondse verzamelcontainer. Daarnaast is in het kwijtscheldingbeleid aangegeven wanneer iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Dit toetsen we aan de betalingscapaciteit en de hoogte van het vermogen van een belastingschuldige. Hier zijn normeringen voor. Het betreft de normen en bedragen genoemd in de Participatiewet (bijstandsnorm), die gelden voor de “kosten van bestaan”. In ons bestaand beleid is gekozen om de kosten van bestaan op 100% van de bijstandsnorm te stellen.
Dit is het maximaal toegestane percentage en zorgt voor de ruimste mate van kwijtschelding. In 2022 is € 92.186,34 aan kwijtschelding verleend. Hiervan heeft € 59.982,55 betrekking op het vaste deel en € 31.940,00 op het variabele deel van de afvalstoffenheffing. Ook is € 263,79 aan OZB kwijtgescholden. Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) In 2022 is € 442.100,00 aan reguliere bijdragen betaald aan de BWB. Dit bedrag is exclusief compensabele BTW (€ 24.200,00) en na verwerking van de 1e begrotingswijziging BWB 2022.
79
Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijven we de financiële positie van onze gemeente. Ook nemen we hier de verplichte financiële kengetallen op. Beleidskader In de raadsvergadering van 19 september 2018 stelde uw raad de “Nota risicomanagement & weerstandsvermogen 2018” vast. In het risicomanagementbeleid is op hoofdlijnen aangegeven wat uw raad wil bereiken met risicomanagement, welke instrumenten en middelen daartoe ingezet worden, en wat de definities en uitgangspunten zijn om te komen tot de noodzakelijke berekeningen. Dit beleidskader gebruiken we om uitvoering te geven aan het risicomanagement. Wij zoeken een balans tussen een zo volledig en objectief mogelijk risicoprofiel zonder daarbij onnodig beslag te leggen op de weerstandscapaciteit. Dit kan alleen door een integrale benadering waarin de samenhang tussen risico’s, reserves en het ratio centraal staat. We leggen de nadruk op risicomonitoring. De speerpunten voor deze periode zijn dan ook gelijk aan de doelstellingen van risicomonitoring: • • •
Speerpunt 1: Tijdig signaleren van risico’s; Speerpunt 2: Effectiviteit van beheersmaatregelen; Speerpunt 3: Evaluatie.
Risico’s, weerstandscapacitieit en weerstandsvermogen Het realiseren van ambities gaat gepaard met het nemen van risico’s. Risico’s horen bij het proces van verandering. Het is belangrijk dat uw raad zich bewust is van de risico’s die horen bij het beleid van de gemeente en dat zij hierop stuurt. Of onze gemeente in staat is de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt, wordt weergegeven door de 'weerstandscapaciteit'. Onder weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om risico’s te kunnen dekken. Dit zijn onder andere: het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien en overige stille reserves. Samen vormen deze middelen de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit is afhankelijk van de aard en de omvang van de risico’s (risicoprofiel). De relatie tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel noemen we het weerstandsvermogen. Deze wordt weergegeven door de ratio weerstandsvermogen. Risicoprofiel De lijst met risico’s actualiseren we twee keer per kalenderjaar: bij de samenstelling van de begroting en de jaarrekening. In combinatie met de risico’s van de grondexploitatie en strategische gronden vormen deze risico’s het risicoprofiel van de gemeente Rucphen.
In de Programmabegroting 2023 waren 45 risico’s geïnventariseerd. Bij deze laatste actualisatie onderkennen we in totaal 45 risico’s voor onze gemeentelijke exploitatie. Bij de inventarisatie is ook de kans en het financiële gevolg in beeld gebracht. Uit ons risicoprofiel blijkt dat het maximale financiële gevolg van alle risico’s samen € 9.980.909,00 is. Het is ondenkbaar dat alle risico’s tegelijk en in hun maximale omvang optreden. We reserveren daarom een gedeelte van het totale risicobedrag. Dit berekenen we door middel van kanspercentage x maximaal financieel gevolg. Om het totale risicobedrag af te dekken is een weerstandscapacitieit benodigd van € .3.125.972,00. In het volgende overzicht presenteren we de grootste risico’s en het totaalbedrag van de overige risico’s uit de gemeentelijke exploitatie. Een totaallijst van deze risico’s vindt u terug in de bijlagen. Daarnaast hebben we de risico’s die bij onze grondexploitaties zijn benoemd in deze paragraaf opgenomen. Door de risico’s van de gemeentelijke exploitatie en grondexploitatie te combineren wordt een totaalbeeld van alle risico’s gegeven.
80
Belangrijkste financiële risico's Financieel gevolg maximaal
Benodigde weerstandscapaciteit
Risico
Kans
De (financiële) beheersmaatregelen in de jeugdzorg zijn onvoldoende in relatie tot de knelpunten in de Jeugdzorg WBW
70%
€
420.000
€
290.000
Slechte, ontoereikende verkeersveiligheid.
50%
€
300.000
€
150.000
Ontwikkelingen bij verbonden partijen, uitbreiding takenpakket GR, begrotingstekorten e.d.
70%
€
200.000
€
140.000
De (financiële) beheersmaatregelen zijn onvoldoende in relatie tot de toename in zorgvraag (open einde regeling Wmo).
50%
€
200.000
€
100.000
Overlast door extreme weersomstandigheden.
50%
€
200.000
€
100.000
10%
€
900.000
€
90.000
30%
€
295.000
€
88.000
Faillissement leverancier software toepassingen.
10%
€
750.000
€
75.000
Rijksbudget inclusief algemene uitkering wordt naar beneden bijgesteld of stijgt te weinig t.o.v. kostenstijging.
30%
€
200.000
€
60.000
Faillissement (grote) zorgaanbieder.
30%
€
200.000
€
60.000
Boete Autoriteit Persoonsgegevens als gevolg van datalek of niet voldoen aan de AVG. Lagere uitkering Regeling specifieke uitkering stimulering sport
Totaal grote risico's
€
3.665.000
€
1.153.000
Overige risico's
€
4.340.000
€
668.000
40.750
€
4.075
Strategische gronden: Uitbreiding Struikhei
10%
€
Totaal risico’s strategische gronden:
€
40.750
€
4.075
Totaal risico’s gemeentelijke exploitatie
€
8.045.750
€
1.825.075
1.935.159
€
1.300.897
Risico’s grondexploitatie: Complexen in exploitatie (zie paragraaf 5.7)
n.v.t.
€
Totaal risico’s grondexploitatie
€
1.935.159
€
1.300.897
Totaal gemeentelijke risico’s
€
9.980.909
€
3.125.972
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Rucphen bestaat uit het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve, de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit, het restantbedrag van de post onvoorzien uit de begroting 2022 en overige stille reserves. Alle onderdelen worden hieronder toegelicht. Algemene reserve Per 31 december 2022 is de algemene reserve groot € 4.921.895,49. Om een correct beeld te geven van het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve brengen we alle toekomstige onttrekkingen uit de algemene reserve, waarover door uw raad besluitvorming heeft plaatsgevonden, in mindering. In 2023 houden we rekening met de storting 2023 in de Reserve Kadernota van € 312.234,00 i.v.m. de eenmalige claims uit de Kadernota 2023. Daarnaast houden we rekening met de aanwending van het restantbudget € 394.369,22 van de Kwaliteitsimpuls buitengebied Rucphen (7e begrotingswijziging 2021). Over de resultaatbestemming 2022 is nog geen formele besluitvorming en is daarom niet verwerkt in onderstaande tabel. Reserve grondexploitatie Deze middelen gebruiken we om de risico’s van de grondexploitatie af te dekken. We nemen deze mee in de weerstandscapaciteit omdat overschotten binnen deze reserve terugvloeien naar de algemene reserve. In het geval van een tekort, wordt dit juist aangevuld door de algemene reserve.
De omvang van de reserve grondexploitatie per 31 december 2022 is € 1.839.612,67.
81
Onbenutte belastingcapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit is de mogelijkheid om extra middelen te genereren door belastingen te verhogen of heffingen meer kostendekkend te maken. Voor de drie belangrijkste inkomsten van onze gemeente, onroerendezaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing, is deze mogelijkheid alleen van toepassing op de OZB omdat de anderen al 100% kostendekkend zijn. De nadruk ligt hierbij op het woord ‘mogelijkheid’. Anders dan bij de reserves kan de onbenutte belastingcapaciteit namelijk niet worden gebruikt als dekking en mag deze alleen worden gezien als scenario bij grote financiële tekorten op de begroting over langere tijd. De onbenutte belastingcapaciteit bij de OZB is zo groot als het verschil tussen het gehanteerde tarief en het tarief om tot een "artikel 12 gemeente" gerekend te worden. Voor 2023 is dit tarief 0,1729%. Wanneer we dit percentage afzetten tegen de in de begroting opgenomen ramingen voor de OZB-ontvangsten blijkt er nog een ruimte te zijn van € 2.609.341,00 structureel. Onvoorzien De post onvoorzien is een vast onderdeel van de begroting. Op het budget voor onvoorziene uitgaven 2023 resteert een bedrag van € 55.000,00. De mutaties op de post onvoorzien in 2022 worden toegelicht in paragraaf 6.4.
Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves) Op basis van nieuwe BBV-regelgeving moeten in erfpacht uitgegeven gronden worden gewaardeerd tegen de uitgifteprijs van eerste uitgifte. Deze waarde (€ 953.000,00) is toegevoegd aan de algemene reserve (erfpacht) en mag worden toegerekend aan onze weerstandscapaciteit. Net als bij de onbenutte belastingcapaciteit kan deze waarde niet worden gebruikt als dekking. Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve per 31-12-2022
€
4.921.895
Reserve grondexploitatie
€
2.023.168
Onbenutte belastingcapaciteit (redelijk peil 2023)
€
2.609.341
Onvoorzien
€
55.000
Algemene reserve geactiveerde gronden in erfpacht (stille reserves)
€
953.000
Totale beschikbare weerstandscapaciteit
€
10.562.404
Af: Totaal aanwendingen tlv / vrijval tgv de algemene reserve
€
783.603
Totaal gecorrigeerde beschikbare weerstandscapaciteit
€
9.778.801
Totaal benodigde weerstandscapaciteit (o.b.v. 100%)
€
3.125.972
Vrij besteedbaar
€
6.652.829
Wanneer we de benodigde weerstandscapaciteit in mindering brengen op de beschikbare weerstandscapaciteit resteert een vrij besteedbaar bedrag van € 6.652.828,97. Wanneer we op dit bedrag een correctie toepassen voor de middelen welke niet als dekking gebruikt kunnen worden (onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht), resteert nog € 3.090.488,47 aan vrij besteedbare middelen. Ratio weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, zetten we af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen:
Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit
€
9.788.301
Benodigde weerstandscapaciteit
€
3.125.972
3,1
Wanneer we op deze ratio een correctie toepassen voor de middelen welke niet als dekking gebruikt kunnen worden (onbenutte belastingcapaciteit en erfpacht), verandert het ratio als volgt: Ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd)
=
Beschikbare weerstandscapaciteit
€
6.216.460
Benodigde weerstandscapaciteit
€
3.125.972
82
2,0
Het uitgangspunt is een gecorrigeerd ratio met een bandbreedte tussen 1,0 en 1,4, met waarderingscijfer C. Het gecorrigeerd ratio voor de jaarrekening 2022 ligt in positieve zin buiten deze bandbreedte. Volgens de weerstandsnorm is dit ratio ‘uitstekend’. Indien het ratio op enig moment groter is dan 1,4, dan is sprake van vrij besteedbare ruimte binnen de Algemene reserve. De financiële ruimte boven een ratio van 1,4 is € 1.840.099,67. Het uitgangspunt is dat deze ruimte in de Algemene reserve blijft, totdat anders wordt besloten. Weerstandsnorm Ratio
Waarderingscijfer
Betekenis
A
>2.0
uitstekend
B
1.4-2.0
ruim voldoende
C
1.0-1.4
voldoende
D
0.8-1.0
matig
E
0.6-0.8
onvoldoende
F
<0.6
ruim onvoldoende
In onderstaand schema is het verloop van het ratio weerstandsvermogen weergegeven. De genoemde P&C documenten staan volgorde van vaststelling.
Verloop van het ratio weerstandsvermogen Begroting
Rekening
Begroting
Rekening
2022
2021
2023
2022
ratio weerstandsvermogen
3,1
3,3
3,4
3,1
ratio weerstandsvermogen (gecorrigeerd)
1,9
2,2
2,2
2,0
Op basis van de door ons uitgevoerde risico-inventarisatie, de weerstandsratio van 2,0 en het beeld van onze meerjarenbegroting is ons college van mening dat de normale bedrijfsvoering financieel kan worden voortgezet. Kengetallen Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een provincie of gemeente. Om dit te bereiken is voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De netto schuldquote geeft de hoogte van de schulden van gemeente Rucphen aan ten opzichte van de totaal baten. Het percentage gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen geeft aan hoeveel schulden zijn doorgeleend aan derden. De schuldquote geeft daarmee een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Solvabiliteitsratio Het solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre de gemeente Rucphen voldoende eigen vermogen bezit om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente.
Grondexploitatie Aan grondexploitatie kunnen risico’s verbonden zijn, door bijvoorbeeld herwaardering. Het percentage grondexploitatie geeft aan of de gemeente Rucphen relatief veel grond heeft en daardoor veel risico loopt. Voor het percentage grondexploitatie geldt: hoe lager dit percentage, hoe beter. Structurele exploitatieruimte Dit percentage geeft aan of de gemeente Rucphen voldoende structurele baten heeft om haar structurele lasten te dekken. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de inkomsten onvoldoende ruimte biedt om de structurele component van de lasten te dragen. Voor het percentage structurele exploitatieruimte geldt: hoe hoger dit percentage, hoe beter.
83
Belastingcapaciteit De hoogte van de belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het geeft aan of de gemeente Rucphen relatief veel belastingen heft en of er ruimte om deze belastingen te verhogen. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.
Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheersing Rekening 2021
Kengetallen:
Begroting 2022
Rekening 2022
Begroting 2023
Netto schuldquote
39,0%
67,4%
41,1%
61,6%
Netto schuldquote (gecorrigeerd)
38,5%
66,9%
40,6%
61,2%
Solvabiliteitsratio
49,3%
43,6%
54,7%
41,3%
Grondexploitatie
13,2%
5,6%
13,2%
2,1%
Structurele exploitatieruimte
2,2%
2,3%
5,9%
5,1%
Belastingcapaciteit
98,8%
98,2%
95,8%
98,8%
Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheersing Rekening 2021
Begroting 2022
Rekening 2022
Begroting 2023
Netto schuldquote
A
A
A
A
Netto schuldquote (gecorrigeerd)
A
A
A
A
Solvabiliteitsratio
B
B
A
B
Grondexploitatie
A
A
A
A
Structurele exploitatieruimte
A
A
A
A
Belastingcapaciteit
B
B
B
B
Kengetallen:
In 2022 was een stijging in de netto schuldquote (gecorrigeerd) verwacht als direct gevolg van het aantrekken van lang vermogen om onze regulier- en investeringsuitgaven te kunnen financieren. Het aantrekken van lang vermogen bleek niet noodzakelijk in de begrootte omvang en is deels doorgeschoven naar 2022, wat een gunstig effect heeft op de netto schuldquote per 31 december 2022. De beperkte stijging is het gevolg van een afname van de rekening courant verhouding met het Rijk (schatkist), waardoor de uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar afnemen. Het doorschuiven van de financieringsbehoefte is ook een (deel)oorzaak van de stijging in het solvabiliteitsratio. Een toename van het totaal eigen vermogen in combinatie met een afname van het vreemd vermogen, en dan met name kasgeld, zorgt voor een verhoogde financiële weerbaarheid. De gemeente Rucphen heeft een aantal grondposities. Ten opzichte van de totaalbaten uit de programma’s lopen we hiermee minimaal risico (< 20%) bij bijvoorbeeld een herwaardering van de gronden. De structurele exploitatieruimte over 2022 is positief. Dit komt omdat de structurele lasten over 2022 lager zijn dan de structurele baten uit 2022. Hierin nemen we alle lasten en baten mee waarvan het karakter structureel is.
Een structureel karakter wil niet per definitie zeggen dat het jaarlijks voorkomt, maar wel dat er regelmaat in zit. Een goed voorbeeld zijn de verkiezingen, deze zijn niet jaarlijks, maar hebben wel een terugkeerpatroon, dus een structureel karakter. Tussen de begrotingsjaren kan de structurele exploitatieruimte afwijken. Het percentage belastingcapaciteit in Rucphen ligt op 95,8%. Dit houdt in dat er minder belasting wordt geheven t.o.v. het landelijk gemiddelde. Impliciet geeft dit percentage weer dat er meer inkomsten uit belastingen gegenereerd kunnen worden.
84
Stand van zaken Risicoreserve coronacrisis Bij de bestemming van het batig rekeningsaldo 2019 heeft uw raad deze reserve gevormd met een initiële storting van € 1.067.701,11. We gebruiken de reserve als buffer voor financiële risico’s verder voortvloeien uit de coronacrisis. In onderstaande tabel staan alle mutaties over 2022 weergegeven en in welk document deze zijn verwerkt. Per 31 december 2022 bevat de reserve een bedrag van € 577.319,25. We zien in 2022 een verdere afname van het risicoprofiel en de benodigde weerstandscapaciteit. Hierdoor ontstaat er een vrije ruimte binnen de reserve. Beschikbare weerstandscapaciteit Risicoreserve Coronacrisis per 31 december 2021